woensdag 17 september 2014

'De zon is het probleem niet' van Daniël Rovers: fictie of non-fictie?

In mijn bespreking van De zon is het probleem niet van Daniël Rovers voor BOEK (zie hier) kon ik mijn vermoeden niet kwijt dat een deel van de reisverhalen verzonnen zijn. Te weinig ruimte. En wat voor bewijs had ik? Ik besloot mee te gaan in de vorm waarin Rovers zijn teksten presenteerde – ook uit bewondering voor zijn toon, zijn waarnemingen. Ik lees hem graag.
Maar nu iemand mij onlangs vertelde dat Rovers, vertaler van David Fosters Wallace's onvoltooide The Pale king, op een podium zelf vertelde dat dezelfde Amerikaanse auteur de reisverhalen in A Supposedly Fun Thing I'll Never Do Again van vertrek tot terugkeer volledig heeft verzonnen, voel ik de aandrang mijn veronderstelling uit te spreken. Hij is te sterk geworden.
Ik heb twee stukken met name in gedachten. In de eerste ontmoet Rovers een oude vriend in Zwitserland, waar ze naar een afgelegen plek bij de rivier gaan omdat die vriend alleen daar durft te praten over zijn werk voor het grootkapitaal: dat hij zijn ziel heeft verraden voor een hoge levensstandaard. Dat is te zeer bedacht om een theorie te illustreren. De ontmoeting is te ongeloofwaardig ook.
In een ander stuk bezoekt hij een vriend in Pristina, Kosovo, waar hij uiteindelijk vooral op diens hond let. Ook daarvoor geldt: te bedachte details, te mooi rond.
Daar staan reisverhalen tegenover die Rovers naar mijn idee wel echt heeft ondernomen. Zijn uitgebreide verslag van zijn tocht naar en verblijf op het eiland Lampedusa. Dat heeft het ongerichte van een echt reisverhaal. Of zijn notities over Occupy in Amsterdam. Daarvoor is hij naar het Damrak afgezakt, al kan ik me voorstellen dat hij er misschien niet echt in een tentje heeft geslapen. En zijn herinneringen aan de keren dat hij in Australië en Zeeland fruit heeft geplukt. Die wekken in zijn gedetailleerdheid een authentieke indruk.
Al kan het zijn dat Rovers er simpelweg in is geslaagd in die stukken wel de juiste toon van het reisverhaal te treffen.

dinsdag 16 september 2014

Jiri Weil, 'Mendelssohn op het dak' en 'Leven met de ster'

Toen we op vakantie in Praag uit de parkeergarage naar boven kwamen, stonden we oog in oog met het Rudolfinum. Ik moest meteen denken aan Mendelssohn op het dak van Jiri Weil (1900-1959). In deze roman vindt de beroemde scène plaats waarin de nazi's twee Tsjechen het dak op sturen om het beeld van Felix Mendelssohn te verwijderen. Een jood boven het nieuw ingewijde Huis der Duitse kunsten, ook al had diens vader zich al lang bekeerd tot het gereformeerde geloof, dat kon natuurlijk niet. Er staan alleen geen namen op de beelden. Dus welke is Mendelssohn? Die met de langste neus, zegt de nazi. Goed, dat is deze. Waarna de nazi nog net op tijd kan verhinderen dat de Tsjechen dat beeld daadwerkelijk weghalen. Die met de langste neus, dat was Richard Wagner.
Ik had Mendelssohn op het dak nooit gelezen. Als ik het nog wilde doen, dan nu ik zelf een korte en tevergeefse poging had gedaan om de Jood op het dak te herkennen. Dus toen we eenmaal thuis waren. Enzovoorts.
Inmiddels weet ik dat de postuum verschenen roman van Jiri Weil niet zo komisch is als deze scène doet vermoeden. Je denkt aan een wrange comedy of errors. Of zoals de Lonely Planet (editie 2003) die we bij ons hadden, beweert: aan een 'darkly comic novel'. Niet dus. Weil volgt een aantal personages die op een of andere manier bij het neerhalen van het standbeeld betrokken raken gedurende de oorlog. Een nazi als Reinhard Heydrich, die de opdracht gaf tot verwijdering. Hij wordt vermoord. De Tsjechische arbeider die wordt ingeschakeld voor de Arbeidsinsatz in Duitsland. En natuurlijk een aantal Joden die worden beroofd, vernederd, vervolgd, opgesloten in het getto Theresiendstadt, en uiteindelijk vermoord. Tot er geen enkele Jood meer over is in Praag. Daar is werkelijk helemaal niets grappigs aan.
Eigenlijk is Mendelssohn op het dak wranger en uitzichtlozer dan Weils andere oorlogsroman: Leven met de ster. Waar hij in 'Mendelssohn' een caleidoscopisch beeld van de Tsjechische ervaringen in de Tweede Wereldoorlog schetst, volgt hij in deze roman één Joodse man. Vanaf de eerste bladzijde heeft hij niets anders dan honger, angst en wanhoop. Hij klampt zich vast aan Ruzena, met wie hij ooit een affaire had, en een poes die komt aanwaaien. Lijdzaam aanvaardt hij wat hem wordt opgedragen: van het dragen van de ster tot een baantje op het kerkhof, wachtend tot ook hij de oproep krijgt naar Theresienstadt te gaan. Pas als hij bericht krijgt dat Ruzena dood is en de poes is verdwenen, en hij dus niets meer heeft, vindt hij de kracht om zich te verzetten tegen zijn lot.

Mendelssohn op het dak is daarom alleen maar lijden. Onontkoombaar lijden. Leven met een ster biedt een sprankje hoop.

Zie ook:

zondag 14 september 2014

'Fysieke winkels verkopen meer verschillende titels dan online winkels' (Boekblad)

Fysieke boekhandels verkopen in Vlaanderen meer verschillende titels dan online boekwinkels. Die conclusie trekt Hélène Veragten in een door Boek.be en Universiteit Antwerpen geïnitieerd onderzoek. Al is de werkelijkheid genuanceerder.

In 2013 verkochten fysieke boekhandels in Vlaanderen 204.316 verschillende titels, zo blijkt uit de GfK-cijfers. Online boekhandels kwamen slechts tot 185.919 titels. Maar hoewel brancheorganisatie Boek.be dit gegeven in haar persbericht nadrukkelijk naar voren haalt, is Veragten in haar onderzoek genuanceerder. Op korte termijn – mogelijk al volgend jaar – zal het online kanaal op dit punt het fysieke kanaal inhalen. 
Het aantal verschillende titels in de fysieke boekhandel is immers min of meer stabiel: 201.733 in 2011 en 197.283 in 2012. Het aantal verschillende titels in het online kanaal stijgt daarentegen sterk: 156.640 in 2011, 171.622 in 2012 en dus 185.919 vorig jaar. Deze stijging loopt parallel met de sterke stijging van het marktaandeel van de internetboekhandel.
Het is niet enige verschil tussen fysiek en online dat Veragten heeft gevonden. De bestsellerlijst in de boekhandel wordt gedomineerd door strips: gemiddeld zeven in de top 20 iedere week. In de bestsellerlijst van de internetwinkel staat de eerste strip pas rond plaats 50. Dat komt omdat strips een makkelijk meeneemartikel zijn in boekhandel, supermarkt en elders, maar op internet juist niet snel worden gekocht door de in verhouding hoge verzendkosten.
Internetboekhandels verkopen daarentegen eerder oudere delen van een serie als een nieuw deel verschijnt. Zo stond onlangs na het uitkomen van Dagelijkse kost 5 van Jeroen Meus deel 3 en 4 in de top 20 van het online kanaal, maar niet in de top 20 van de fysieke boekhandel. Veragten verklaart dit uit het feit dat bezoekers online vaak op subpagina's terecht komen waar alle delen gebundeld worden gepresenteerd.
In de fysieke boekhandel is fictie goed voor 25,6 procent van de afzet (in 2013) –  net iets minder dan de categorie kinderboeken, dat goed is voor 26,2 procent. In de online boekhandel is het marktaandeel van fictie echter verreweg het grootst: 41,6 procent, tegen 22 procent voor non-fictie informatief en 17,9 procent voor non-fictie vrije tijd. Kinderboeken komen met 14,5 procent pas op de vierde plaats.
Ook onderzocht Veragten op basis van enquêtes waarom en hoe mensen fysieke en online boekwinkels bezocht. De eerste gebruikt men om te grasduinen, de tweede om kort en doelgericht een aankoop te doen. Ook zoeken zij op internet naar aanbiedingen en lagere prijzen. In werkelijkheid verschillen de prijzen weinig, omdat Bol.com – marktleider in Vlaanderen – zich ook hier aan de vaste prijs houdt. Vier op de vijf bezoekers zoekt wel eens online een boek omdat daarna in de fysieke winkel te kopen, 34 procent doet dat zelfs geregeld.
Niet verrassend dus dat ook de klanten van de internetboekhandel nog altijd meer tijd besteden en meer geld uitgeven in de fysieke boekhandel. Als reden geven zij daarvoor aan dat ze een boek online niet in handen kunnen nemen. Om dezelfde reden roept een bezoek aan de fysieke boekhandel positieve gevoelens op, terwijl achter het scherm naar een internetboekwinkel surfen de gemoedstoestand ongewijzigd laat.
Het volledige onderzoek van Veragten is hier te vinden.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 3 sep 2014)

zaterdag 13 september 2014

Interview Martin Berendse: van OBA-gebruiker tot OBA-directeur (Bibliotheekblad)

Martin Berendse (1963) is sinds 1 juli directeur van de OBA. Het is de eerste functie van de voormalig theaterdirecteur, hoge ambtenaar op OCW en algemeen rijksarchivaris in de bibliotheekwereld. Hoe is hij daar verzeild geraakt? Hoe besteedde hij zijn eerste twee maanden? Wat viel hem op? Een kennismaking.

Heeft u enig verleden met de bibliotheek?
'Niet anders dan als lid, klant, gebruiker. Ja, toen ik op OCW werkte onder staatssecretaris Rick van der Ploeg – tijdens Paars-II, van 1998 tot 2002 – was ik hoofd van het beleidsbureau cultuur. Dat was een hele kleine stafafdeling, dat niet was verbonden aan een specifieke sector en zich als doel had gesteld om meer mensen in verbinding met cultuur te brengen. Zo kwam ik in aanraking met de openbare bibliotheek, maar als onze algemene culturele verhalen moesten worden vertaald naar een specifieke sector waren de verscheidende vakeenheden verantwoordelijk.'

Was u van jongsafaan onafgebroken lid?
'Op de lagere school kwam ik in de bibliotheek in Geldermalsen. Een klassieke dorpsbibliotheek. Het gebouw is allang geen bibliotheek meer, maar ik kan me de indeling van de kasten nog precies voor de geest halen. In mijn studententijd draaide ik op de UB, maar daarna ben ik weer lid geworden. Hier in Amsterdam, dus van de OBA. Vooral toen de kinderen jong waren zijn wij actieve gebruikers en leners van het filiaal in Amsterdam-Noord geweest. De opening van de OBA op het Oosterdokseiland, nu zeven jaar geleden, was een nieuwe impuls. Dat gebouw opende voor Amsterdammers de ogen. Toen zag je fysiek wat een bibliotheek allemaal kan zijn.'

Toen ging u daarheen?
'Niet alleen ik. Mijn twee zoons – 19 en 20 jaar nu – hebben net eindexamen gedaan. De voorbereidingen daarvan zijn voor een aanzienlijk deel in de OBA gedaan. Dat is een heel nieuwe fenomeen. Heel veel mensen gaan naar de centrale om daar te lezen en te studeren. Het gevaar daarvan is dat mensen alleen nog dat gebouw zien. Maar de OBA is veel meer met het wijdvertakte netwerk aan filialen in de hele stad.'

En uzelf?
'Ikzelf heb ook in de OBA gestudeerd. Toen ik, ongeveer tegelijk met de opening van de centrale, begon bij het Nationaal Archief, moest ik een master archiefwetenschap aan de UvA halen. Als ik dan uit Den Haag kwam en een paar uur had voor het college begon, heb ik op het Oosterdokseiland in de tussenliggende uren gestudeerd. Ik kon daar veel relevante materialen raadplegen. Ook dat is opmerkelijk: we gooien in de sector met statistieken, maar hoe vaak materialen ter plekke worden geraadpleegd? Niemand die het weet. Het is ook moeilijk te meten – anders dan in het archief, omdat gebruikers daar materialen moeten aanvragen. Het raadplegen is daarmee een prestatie-indicator van de bibliotheek die wel eens vergeten wordt. Ten onrechte.'

Waarom koos u voor de overstap?
'Ten eerste omdat ik ontzettend houd van publieke instituten. Welke instelling richt zich tot een breder publiek dan de bibliotheek? De OBA is echt van alle Amsterdammers. Het Nationaal Archief is ook van alle Nederlanders, maar in de praktijk maakt maar een klein deel ervan gebruik. In de bibliotheek is de drempel veel lager. Ten tweede ben ik in mijn archieftijd van dit soort informatiebedrijven gaan houden. En ook van de innovatieopdracht die dat met zich meebrengt. Ik verbeeld me dat ik daar in het Archief een bijdrage aan heb kunnen leveren en wilde dat ook graag doen voor de bibliotheek. En dan natuurlijk de OBA.'

O ja?
'Ik kon me maar een openbare bibliotheek voorstellen waar ik zou willen werken. Niet per se omdat het de grootste is, maar om de uitstraling en de positie van de OBA. Amsterdam houdt van de OBA en de OBA houdt van Amsterdam. Die verbondenheid vind ik erg mooi. Ik ken deze openbare bibliotheek ook het best, dus het is redelijk subjectief. Maar toch. Een jaar of twee, drie geleden kwam ik in de trein toevallig Hans van Velzen tegen. We praatten wat en ondertussen dacht ik: man, wat een mooie baan heb jij. En die ga ik van je overnemen.'

Dus toen de positie vrij kwam, aarzelde u geen moment.
'Toch wel. Ik dacht dat Hans van Velzen een paar jaar langer zou blijven. Ik had liever nog iets langer bij het archief gebleven. Het kostte me een paar weken om de knoop door te hakken en te solliciteren. Zo vaak komt de directeursfunctie hier niet vrij. Gemiddeld een keer in de twintig jaar.' (lacht)

Inderdaad: Amsterdam heeft een traditie van langzittende directeuren. U blijft dus tot aan uw pensioen in 2030?
'Dat weet ik niet. Maar zelfs als ik dat zou doen, zou ik nog een van de kortstzittende directeuren zijn. (buldert nu van het lachen). Maar serieus – de Raad van Toezicht vroeg ook of het directeurschap voor mij iets tussentijds is of iets wat ik een serieuze tijd wil doen. Toen heb ik gezegd: dat laatste. Je weet alleen nooit hoe dingen lopen.'

U heeft in dit gesprek al een aantal keer bibliotheken en archieven met elkaar vergeleken. Wat is de grootste overeenkomst?
'De rol in het beschikbaar stellen van informatie. Het brengen van kennis. En dat dat processen zijn die in deze tijd enorm op de schop gaan. Neem de OBA bij de opening: we waren beretrots op de audiovisuele afdeling. Heel veel cd's en dvd's. En nu staan we ernaar te kijken: wat moeten we daar nu mee? Die – permanente – verandering vind ik heel leuk.'

En het grootste verschil?
'Een archief heeft een unieke collectie. Een openbare bibliotheek nauwelijks. Dat heeft gevolgen voor de gebouwen. Een bibliotheek is een publieksgebied met enige magazijnen, bij een archief is dat precies andersom. En nu ik hier werk merk ik pas goed hoe groot de aanzuiging is van het feit dat hier iedere dag duizenden mensen van alle rangen en standen over de vloer lopen. Dat is zo bepalend voor alle processen.'

Hoe waren uw eerste maanden?
'Het begon al in mei. Toen was ik hier een à anderhalve dag per week. Hans had een ongelooflijk mooi, doordacht inwerkprogramma gemaakt. Voordat ik begon had ik daarom al kennisgemaakt met alle mensen die rechtstreeks aan de directeur rapporten en de belangrijkste netwerken, samen met Hans, bezocht. Sinds 1 juli hoor ik geregeld: jij gaat het zeker anders doen? Maar zo doe ik dat niet. Ik ben in het schema van Hans gestapt en probeer nu de OBA beter te leren kennen. Ik bezoek alle werkoverleggen van alle medewerkers en stel dan tenminste een vraag: wat moet er volgens jullie in het volgende beleidsplan staan?'

Dat is uw eerste belangrijke opdracht: een vierjarig beleidsplan dat er op 1 december moet liggen. Hoe pakt u dat aan?
'Het moet een open, gemeenschappelijk proces zijn, zodat iedere medewerker over wat hem of haar aangaat het gevoel heeft: ik heb mee kunnen praten. Voor mij is dat een fantastische manier om iedereen te leren kennen en hun ideeën te horen. Druk ik dan niet mijn stempel op het beleidsplan? Jawel: ik maak de benodigde scherpe keuzes aan het eind. Ik ga alleen niet zelf dingen bedenken. Dat zou ook raar zijn. Ik werk hier pas twee maanden. Het is veel beter om zo veel mogelijk kennis, ervaring en ideeën uit de organisatie te halen.'

Wat is u bij al die ontmoetingen en bijeenkomsten opgevallen?
'Dat de voormalige directeur niet de enige was die hier best een tijd werkt. Het bevalt hier veel mensen dus. Het commitment is hoog. Als je hen vraagt wat beter of anders kan, hoeft niemand ook lang na te denken. Zo betrokken is men.'

Dat kun je ook negatief interpreteren: er moet blijkbaar veel beter of anders.
'Nee. Het gaat om de toonhoogte. Mensen zeuren niet. Ze zijn juist gretig. Zo van: leuk dat je dat vraagt. En dan barsten ze los. De medewerkers hebben ook veel contact met Amsterdammers. Mondige mensen, die precies zeggen wat ze willen. Die medewerkers weten dus heel goed wat er aan de hand is.'

Wat zal echt anders zijn in het nieuwe beleidsplan? Voor zover u daar al iets over kunt zeggen.
'De OBA heeft én een heel sterke centrale én een krachtig netwerk. Dat is best uniek. In andere plaatsen zet men in op een sterke centrale of juist een sterk netwerk. Wij hebben allebei. Dat kon door het samenspel met gemeentebestuur en stadsdeelraden. Dát is veranderd. De gemeente is nu centraal verantwoordelijk voor de hele OBA. De vraag is dan – zoals ook de belangrijkste inhoudelijke vraag was tijdens mijn sollicitatiegesprek met de Raad van Toezicht: kunnen wij die dubbelstrategie in stand houden? Ik denk van wel. Maar dat hangt af van de kracht van ons eigen verhaal. In het beleidsplan moet daarom een heel sterke, integrale visie op de rol van de centrale in relatie tot 25 vestigingen worden uitgedragen.'

In Het Parool zei u: we moeten duidelijker maken waar de OBA voor staat. Slaat dat op dit verhaal?
'Ja. En op wat ik eerder zei: dat het merk OBA dat zo veel sympathie oproept in de stad, vooral wordt geassocieerd met de centrale en te weinig met de andere vestigingen. Daarom is de voor mij urgente vraag: hoe versterken we het OBA-gevoel in de filialen?'

Tot slot: uw roots ligt bij het theater. Via de OBA krijgt u nu weer de leiding over een theater. Wat gaat u daarmee doen?
'Ik denk wel eens: het zou leuk zijn om dit of dat te doen. Maar het is belangrijker om nu te bedenken: wat moet het OBA Theater – en andere podia in de filialen – betekenen? Ik denk dat er op de energie van de opening van de centrale in de afgelopen 7 jaar veel gepionierd is. Maar na die, zeg, testfase is het nu tijd om een preciezer profiel te maken. Hoe past het theater in ons concept? Hoe verhoudt het zich tot het aanbod in de stad? Enfin, dat is eigenlijk een invulling van wat ik net zei: we moeten in het beleidsplan het OBA-gevoel exact definiëren en dat vervolgens vertalen naar alles wat we doen.'
(Eerder gepubliceerd op Bibliotheekblad.nl, 8 sep 2014)

vrijdag 12 september 2014

Interview met Siebe Huizinga over Polare: ‘Je weet wat er zou zijn gebeurd als Dumas in februari zijn zin kreeg’ (Boekblad)

De Polare-directie had andere belangen dan uitgevers en CB. De laatste waren bovendien 'gevechtsmoe', nadat ze twee jaar eerder Selexyz van de ondergang hadden gered. Ook daarom ging Polare ten onder, concluderen Siebe Huizinga en Jaap Broersma in Boekenpaleizen of luchtkasteel (uitgeverij Kompas).

Een gedetailleerde reconstructie van het einde van Polare is het boek, dat woensdag in de winkel ligt, niet. Boekenpaleizen of luchtkasteel legt de nadruk op de opkomst en afgang van de boekhandels die begin jaren zeventig door eigenaar Kluwer voor het eerst centrale aansturing krijgen en die achtereenvolgens als BGN, Selexyz en Polare de grootste boekhandelsketen van Nederland vormen. Het boek laat goed zien hoe de lokale leiding en de directie op het hoofdkantoor voortdurend met elkaar streden. En ook hoe het verleden van de winkels het onmogelijk maakte om ze tot één keten te smeden.

Huizinga en Broersma hebben de belangrijkste betrokken bereid gevonden met hen te praten. Onder hen de directeuren Ad van Beek, Matthijs van der Lely en Paul Dumas en huidige eigenaren van ex-Polarewinkels die vaak decennia voor het bedrijf hebben gewerkt: mensen als Hans Peters, Leo van de Wetering en Marlous Mutsaers. De auteurs hebben jaarverslagen, visiedocumenten en rapporten bekeken, maar zagen het niet als hun doel om pure onderzoeksjournalistiek te bedrijven. Het ging erom dat alle betrokkenen hun eigen verhaal konden doen. Inconsequenties daarin zijn blijven staan. Maar door ieders openhartigheid is Boekenpaleizen of luchtkasteel meer dan interessant genoeg.

Waarom dit boek?
Huizinga: 'Een van de adviseurs van onze uitgeverij is Theo van Meijel, die zelf veertig jaar voor BGN en Selexyz heeft gewerkt. Toen we met hem praatten over ideeën voor een aansprekend thema, stelde hij dit boek voor. Ik stelde mij in eerste instantie een schandaalboek voor. Uit de media begreep ik dat er een buitenstaander was gekomen die de keten had opgekocht en zo had verzakelijkt dat het over de kop was gegaan. Jaap [Broersma] en Theo stonden er genuanceerder in. Zelf kwam ik er ook al snel achter dat de werkelijkheid anders was dan het beeld.'

Wat is die werkelijkheid?
Huizinga: 'Toen ProCures Selexyz overnam, droegen uitgevers en CB een voorgeschiedenis mee met niet zo'n briljante afloop. Ze juichten het elan toe waarmee Dumas de boel aanpakte. Dat was goed en noodzakelijk. Maar toen hij in problemen kwam door de steeds verder teruglopende markt, heerste er in de boekenwereld misschien een gevoel van gevechtsuitputting. Ook botsten begin dit jaar de belangen. Polare wilde af van de schuld die het uit de boedel van Selexyz had overgenomen. Een schuld die ze niet zelf hadden veroorzaakt, maar wel hadden overgenomen. De uitgevers en CB wilden echter zo min mogelijk geld verliezen. Ze zagen hun risico als te groot. Beide belangen zijn begrijpelijk.'

Wie draagt dan schuld voor het einde van Polare begin dit jaar?
Huizinga: 'Niemand. Het is geëindigd omdat een van de partijen de keuze maakte ermee op te houden. Dat is CB, die ervoor gekozen heeft de verliezen te beperken. Voor die partij een legitieme keuze.'

Volgens Dumas had CB uiteindelijk minder geld verloren als het Polare had laten voortbestaan. In mei zou Polare namelijk operationeel winstgevend zijn.
Huizinga: 'Volgens de onderzoeken en cijfers van Dumas wel. Ik denk dat die zuiver zijn. Maar je weet niet wat er was gebeurd als hij in februari zijn zin had gekregen. Was de omzet uitgekomen op het geschatte niveau? Hadden de bedrijfsleiders die nu eigenaar van de winkels zijn geworden zich met hetzelfde elan ingezet? Er was bij sommige ook weerstand tegen de leiding vanuit het hoofdkantoor. En zouden de sleutelgelden, door het opzeggen van huren, tijdig zijn vrijgekomen?'

Uit jullie boek krijg je echter het idee dat Dumas tot weinig verstand van het boekenvak had...
Huizinga: 'Dat is wat hij zelf ook gewoon zegt. Maar men zei van Ad van Beek ook dat hij nooit een boek las. Dumas had wel verstand van het levensvatbaar maken van bedrijven. Hij had alleen te maken met hetzelfde probleem als al zijn voorgangers. In de winkel zagen ze het boek in de eerste plaats als cultuurgoed dat nauw verbonden is met de identiteit van de winkel en de vestigingsplaats. In het hoofdkantoor is het boek eerder een consumer good, dat je centraal kunt inkopen, waarvoor je centraal marketingstrategieën bedenkt. Dat botst.'

Ik bedoel vooral op uitspraken die hij doet over bijvoorbeeld de KBb. Dat zet hij neer als een clubje dat lijdzaam toeziet hoe het ene na het andere lid failliet gaat. Dat is zo'n karikatuur dat je denkt: die man weet niet waarover hij praat.
Huizinga: 'Ja, Dumas is nogal uitgesproken. Vanaf het begin. Maar dat staat los van wat hij als zijn taak zag: het redden van het bedrijf. Voor de dagelijkse gang van zaken waren er anderen. Zijn mening over brancheorganisaties als KBb doet er naar zijn eigen zeggen ook niet toe.'

Speelde de persoonlijkheid van Dumas geen rol bij het faillissement van Polare? Zoals Theo van Meijel in jullie boek zegt: hij ging als een olifant door de porseleinkast.
Huizinga. 'Ik weet het niet. Wij citeren Hans Willem Cortenraad: op een gegeven moment was de gunfactor weg. Maar, en ook dat zegt Dumas, het is helemaal geen kwestie van wel of niet gunnen. Ook voor Cortenraad niet. Het is zijn eerste verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat CB goed functioneert. Als hij dus moet besluiten of hij wel of niet miljoenen moet afschrijven is zijn eerste afweging: wat is het effect daarvan op CB? Niemand gaat expres verlies leiden alleen om iemand anders te grazen te nemen.'

Dumas zegt wel dat hij met argusogen door de branche werd bekeken. Is dat terecht?
Huizinga: 'In het begin niet. Ik hoor van velen dat hij werd gezien als frisse wind. Nog steeds is dat deels zijn imago. Bovendien redde hij de keten, waarvan iedereen toen nog dacht dat de ondergang ervan een ramp voor de sector zou zijn. Toen later een tekort aan werkkapitaal ontstond, de economie wegzakte, de onlineverkoop niet van de grond kwam en Dumas meer eisen ging stellen aan uitgevers en CB – onder meer over een langere betalingstermijn – sloeg het om.'

Jullie boek geeft inzicht in het verleden dat Polare mee kreeg. Speelde dat een rol?
Huizinga: 'Anders dan de gevechtsmoeheid bij uitgevers en CB? Ja, ook. Polare stelde zich op als een grote speler. Het stelde hoge eisen. Terwijl het niet meer zo groot was als in het verleden. Dat speelde ook al toen Selexyz werd overgenomen door Van Dijk Educatie en Matthijs van der Lely de algemene boekhandels terugkocht. Hij deed ook alsof hij nog een enorm grote keten was, zei Caroline Damwijk van Libris daar over. En bijvoorbeeld binnen de CPBN probeerde Selexyz volgens toenmalig directeur Henk Kraima nog steeds het totale promotiebeleid te bepalen. Terwijl die bijdrage niet meer zo hoog was. De glorie van het verleden gaf de keten een enorm, maar later minder terecht zelfbewustzijn.'

In essentie gaat jullie boek over de botsing tussen lokaal ondernemerschap en centrale aansturing in de boekhandel. Wat is nu beter?
Huizinga: 'Dat is afhankelijk van het tijdperk. In het begin was de keten belangrijk voor de emancipatie van de boekhandel, in de verhouding met de uitgeverij. Gezamenlijk konden de boekhandels voor het eerst een vuist maken. Ook biedt centrale aansturing op sommige punten voordelen. Is het daarna te ver gegaan? Doordat BGN bijvoorbeeld de lokale gerichtheid op de algemene, studenten en zakelijke markt landelijk bundelde? Of door één naam door te drukken? Ik denk het niet. Ik denk dat belangrijker voor het einde het instorten van de economie is geweest. En de razendsnelle ICT-ontwikkelingen. Had de keten een inhaalslag gemaakt en een systeem ingevoerd, was er alweer wat nieuws.'

Ook nu kiezen de zelfstandig geworden boekhandels voor samenwerking – binnen Libris.
Huizinga: 'Ja, natuurlijk. Tegen betrekkelijk geringe kosten biedt Libris hun ondersteunende faciliteiten. Maar dat hoeft niet meer in concernverband. Ik denk dat de tijd van concerns voorbij is. In de krimpende boekenmarkt is de overhead daarvan te hoog. In de uitgeverij gebeurt hetzelfde. Ook daar lijken concerns voorbij.'

Dus het boekenvak is beter af nu Polare heeft plaats gemaakt voor zelfstandige winkels?
Huizinga: 'Dat weet ik niet. Wij begonnen ons onderzoek met de vraag: waren die winkels boekenpaleizen of was de concerngedachte een luchtkasteel? Daarom de titel. De conclusie is dat het boekenpaleizen zijn. Die zijn ontstaan dankzij de keten. Wie een boekhandel als Dominicanen heeft neergezet, heeft absoluut verdienste. BGN en Selexyz hebben heel mooie dingen gedaan. Polare heeft het geprobeerd. Met elan en durf is er gewerkt. De oud-medewerkers vormen nog steeds een duidelijke familie. Ik vind het jammer dat ik daar niet bij heb gehoord. Aan de andere kant: nu de keten in deze moeilijke tijd niet meer bestaat, loopt de branche ook niet meer het risico dat die in één keer wegvalt. Als nu een van de winkels verdwijnt, is dat pijnlijk maar voor de branche niet zo'n ramp.'

De boekenpaleizen zijn de erfenis van de keten.
Huizinga: 'Ja. En ook het recente verleden heeft sporen nagelaten. Het is mede door Selexyz en Polare dat CB besloten heeft om geen enkele risico op uitstaande voorraad meer te lopen. Ieder krediet aan boekhandels moet zijn gedekt door de verzekeraar. Daarbij blijft CB wel geworteld in het vak, maar zal het niet meer zo tegenover een bedrijf uit het vak komen te staan zoals met Polare is gebeurd. Het vak zorgt er dan wel voor dat dit nieuwe beleid niet zo rigide is dat daardoor honderden boekhandels noodgedwongen verdwijnen.'

Tot slot: de titel van jullie boek laat zich afkorten als 'Bol'. Bedoelen jullie daar iets mee in de trant van: wat men ook probeert om de boekhandels mooier, winstgevender, inspirerender te maken, Bol.com gaat er met de omzet vandoor?
Huizinga: 'Nee hoor. Dat is toeval. Maar toen we het zelf ontdekten vonden we de afkorting wel zo leuk dat we de titel niet meer hebben veranderd.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 8 sep)

Zie ook:

Interview met Hanneke Chin-A-Fo en Toef Jaeger: Polare-drama kwam ook door botsing tussen twee verschillende werelden (Boekblad)

Wilden CB en uitgevers van Polare af uit gebrek aan vertrouwen in de directie? Of is Polare-directeur Paul Dumas 'genaaid' door het boekenvak? Hanneke Chin-A-Fo en Toef Jaeger beschijven in Het boekenparadijs (Ambo|Anthos) gedetailleerd hoe de relaties binnen twee jaar zo hebben kunnen verzuren.

Het boek zoomt in op de korte, maar stormachtige periode dat het boekenvak Polare kende. Maar Chin-A-Fo en Jaeger, verbonden aan NRC Handelsblad waarvoor ze het drama intensief volgden, beschrijven in Het boekenparadijs ook de voorgeschiedenis vanaf 2005, het faillissement en de overname van Selexyz door investeringsmaatschappij ProCures. Ook de koop van Free Record Shop door Paul Dumas en Maurits Regenboog en de moeizame relatie met de familie De Slegte, waarvan verschillende leden winkelpanden en veertig procent van de aandelen in Polare bezitten, krijgen uitgebreid aandacht.
Althans, dat zeggen de auteurs. Uitgeverij Ambo|Anthos stelt ten behoeve van het interview alleen de proloog en hoofdstuk vier beschikbaar. De proloog beschrijft de gang van zaken op de fatale avond waarop uitgevers en CB definitief besluiten niet akkoord te gaan met het laatste voorstel van Polare om weer boeken te krijgen – dus ook de verschillende lezingen die daarover de ronde doen. Hoofdstuk vier gaat over de beslissende vergadering van het KBb-bestuur in 2012 om – als aandeelhouder – CB toestemming te geven een deel van de schuld aan Selexyz kwijt te schelden en zo de overname door ProCures mogelijk te maken.
Een dag na het interview plaatste NRC Handelsblad een voorpublicatie, dat in kort bestek de komst en afgang van ProCures op het toneel beschrijft. Het nieuws daarvan is dat Dumas en Regenboog de overname heeft gefinancierd met van ABN Armo geleend geld – en waarschijnlijk nooit, ook later niet, zelf hebben geïnvesteerd in Polare. Het zal niet de enige krantenkop zijn die Het boekenparadijs genereert. Rond verschijning volgt meer, zeggen de auteurs. Ze wilden nog niet verklappen wat daarin staat.

Waarom krijgt de pers geen proeven van het hele boek?
Chin-A-Fo: 'Het ligt nogal gevoelig bij sommige hoofdpersonen. Onder andere Paul Dumas, ja. Het is daarom belangrijk om zorgvuldig te handelen en zo veel mogelijk ruis te voorkomen tot de feestelijke presentatie.'

Is ProCures' financiering van de overname met geleend geld de grootste primeur van jullie onderzoek?
Chin-A-Fo: 'Dat is het meest veelzeggende nieuws. Wij denken wel dat Dumas aan dit nieuws het meeste aanstoot neemt. Omdat de financiering het enige onderwerp is waarover hij nooit over wilde praten. Dumas is heel open geweest. Hij heeft ons op zijn kantoor veel documenten laten inzien. Maar hierover zei hij: "We zijn geen beursgenoteerd bedrijf. Ik ben dus niet verplicht openheid te geven. En dan respecteer ik de privacy van de bedrijven waarin ik deelneem." Een valide argument. Het gekke is wel dat hij de curator wel vertelt van de lening van ABN Amro. Voor wie dat overigens niet verrassend is. Zulke financieringsconstructies komen vaker voor bij investeringsfondsen.'

Maar het boekenvak zelf wist van niets.
Chin-A-Fo: 'Nou, misschien een enkeling. Wij hebben aan veel mensen gevraagd: wisten jullie hoe ProCures de koop van Selexyz heeft gefinancierd? De meesten hadden geen idee. Ze hadden het zich vermoedelijk ook niet afgevraagd. Een persoon zei tegen ons: "het is een investeringsmaatschappij, die hebben toch eigen middelen." Voor Selexyz en Polare zijn die voor zover wij kunnen achterhalen niet gebruikt. Bij de meeste zit er een fonds achter. Ze kunnen ook met geleend geld investeren.'
Jaeger: 'Een volgende keer zou het boekenvak er goed aan doen om beter op de cijfers te letten als iemand met plannen komt.'

In de proloog zetten jullie de visie van beide partijen tegenover elkaar. CB en uitgevers zeggen: er was geen vertrouwen meer dat het nog goed zou komen. Dumas zegt: ik ben genaaid. Wie spreekt de waarheid?
Chin-A-Fo: 'Uitgevers en CB waren het erover eens dat er geen vertrouwen meer was. Als je dat met z'n allen uitspreekt, is de ander dan genaaid? Je kan niemand dwingen om vertrouwen te hebben, al heb je nog zo veel vastgelegd in contracten. Je kunt in zakelijke relaties gewoon besluiten dat het voorbij is.'
Jaeger: 'Ik snap het gebrek aan vertrouwen wel. Het was heel vaak vragen, vragen, vragen vanuit ProCures, zonder dat er iets voor terug kwam. Polare wilde zo en zo veel procent korting, ze wilden boeken in consignatie krijgen en later een deel van de schuld kwijt gescholden. En wat bood Polare daarvoor? Mai Spijkers van uitgeverij Prometheus zei: "ze bedongen de hoogste kortingen, maar bestelden bijna iets." Dan kun je zeggen: door het lage werkkapitaal kón Polare weinig bestellen, maar in die tijd was De voedselzandloper een hit. Dan wil Polare daar toch wel een paar exemplaren van hebben liggen, dacht Spijkers. Maar het was volgens hem in bijna geen enkele vestiging te krijgen.'

Heeft Polare ook afspraken geschonden?
Chin-A-Fo: 'In de perceptie van uitgevers herhaaldelijk. In de perceptie van Dumas nooit. Wie heeft er gelijk? Je kunt in veel gevallen niet zeggen: zó hebben we het afgesproken, zó zit het. Zelfs als je alle feiten op een rijtje hebt, zijn die voor interpretatie vatbaar.'
Jaeger: 'En dat gebeurt snel als beide partijen uit andere werelden komen, zoals het geval was. Het is het klassieke boekenvak tegenover de participatiemaatschappij.'
Chin-A-Fo: 'Het is niet dat het boekenvak niet-commercieel is en dat het investeerders uitsluitend om het geld te doen is, maar beide werelden hebben wel een andere manier van denken en andere manier van doen.'
Jaeger: 'Iemand als Dick Anbeek van boekhandel De Drukkerij, destijds voorzitter van de KBb, vond het idee om nieuw en tweedehands samen te voegen een spannend idee. Hij dacht meteen aan de mogelijkheden, hij dacht niet alleen aan de financiële voordelen. ProCures voornamelijk wel.'
Chin-A-Fo: 'Zeker als er dan frictie ontstaat reageert iedereen volgens de mores van zijn eigen wereld en botst het heftiger.'

Dan de andere kant. Is Dumas ook genaaid door het vak?
Chin-A-Fo: 'Het is waar dat Polare een betalingstermijn had tot 15 januari en dat er toch op 13 januari een leveringsstop kwam. En voor Dumas is het onbegrijpelijk dat de banken hun schuld wél wilden afschrijven en CB niet. Hij voelt zich daar gefrustreerd over. Maar er bestaat geen recht op afschrijving door grote schuldeisers. CB en uitgevers morgen ervoor kiezen dat niet te doen.'
Jaeger: 'Bovendien was de relatie in het begin wel goed. De uitgevers waren echt opgelucht dat zij Selexyz redden. Zij en CB waren Dumas zeker niet slecht gezind.'

Hebben de uitgevers tijdens de overname misschien ook een inschattingsfout gemaakt – door wel akkoord te gaan met ProCures' reddingsplan maar niet na te denken over de onderdelen daarvan die hen raakten: de hogere marges voor de keten, het leveren in consignatie.
Jaeger: 'Ik denk dat uitgevers toen dachten: dat maken we te zijner tijd zelf wel uit. Het zijn maar voorstellen van Dumas, dachten zij. En daar gaan we later nog wel over in gesprek.'
Chin-A-Fo: 'Zo zijn de mores in het boekenvak, ja. Alles in onderling overleg. Wel zakelijk zijn, maar niet snoeihard. Terwijl dat in de investeringswereld over het algemeen wél zo is. Dus toen de voorstellen daadwerkelijk ter sprake kwamen, was dat in de vorm van harde eisen. Hij presenteerde ze weliswaar niet als eisen, maar hield de andere partij voortdurend voor dat Polare failliet zou gaan als de ander zich niet inschikkelijk opstelde. Zo is Dumas gewend zaken te doen.'

Het was voor Dumas ook gek dat zijn toekomstige concurrenten moesten oordelen of ProCures Selexyz mocht overnemen, schrijven jullie. Het KBb-bestuur overwoog zelfs maatregelen tegen het management van CB als dat niet naar hen, de aandeelhouder, luisterde.
Jaeger: 'Het heeft ook lang geduurd voordat Dumas de verhoudingen in de sector door had. Dat mensen verschillende rollen kunnen vervullen. Hij begrijpt de logica daar niet van. Hij begrijpt ook niet dat velen in het vak dat wel logisch vinden. Hij heeft in die twee jaar vaak geroepen dat de verhoudingen anders moesten.'
Chin-A-Fo: 'Het feit dat concurrenten over Dumas' plan oordeelden, kon wel twee kanten op gaan. Er was de logica dat het voordeel biedt als concurrenten wegvallen. En er was de logica dat een deel van de markt met Selexyz kon verdampen en dat iedereen dat zou voelen. De meeste KBb-bestuursleden stemden voor, vanwege dit argument en omdat zij zagen dat de uitgeverijen het verlies moeilijk zouden kunnen dragen.'

In hoeverre speelt de persoonlijkheid van Dumas een rol bij de ondergang?
Jaeger: 'In het begin werd hij gezien als een gedreven man. Later schrokken ze toen bleek dat hij niet vraagt, maar eist. Daarbij gedroeg hij zich alsof hij Amazon was. "Ik ben de grootste", zei hij steeds. Omdat hij in het centrum van Amsterdam zat mocht hij meer vragen dan een boekhandel in Winterswijk. Dat werkte niet altijd in zijn voordeel.'

En hij is snel beledigd als hij zijn zin niet krijgt?
Chin-A-Fo: 'Dumas heeft twee kanten. Wij hebben meerdere malen met hem gesproken. Dan is hij heel aardig. Een begeesterd man, denk je. Maar we hebben ook gehoord dat hij heel hard kan zijn.'
Jaeger: 'Michael van Everdingen werd afgelopen januari door Dumas gebeld: "Waarom doe je niets? Waarom bel je me niet? Waarom kom je bij CB niet voor onze belangen op?" Van Everdingen zei toen: "Elke keer dat ik je bel, krijg ik de wind van voren. Scheld je me uit. Waarom zou ik dan weer bellen?" Mensen krijgen er op een gegeven moment genoeg van als ze telkens de wind van voren krijgen.'

Met zijn begeestering zag Dumas zich ook als de man die de branche zou opschudden. Maar vanaf begin heeft het KBb-bestuur grote twijfels over zijn plannen.
Chin-A-Fo: 'Ja. Dumas zag zichzelf als de man die orde op zaken stelt. Dat is zijn drijfveer: systemen op orde krijgen, kijken naar wat een bedrijf ziek maakt en met oplossingen aankomen. Waren die ook goed? De samenvoeging van Selexyz en De Slegte hoefde niet slecht te zijn. Dat zegt iedereen die we spraken. Met vond het verfrissend. Maar wat bijvoorbeeld Anbeek óók zei: wat doe je er dan mee, als je nieuw en tweedehands samenvoegt? Daar hadden ze volgens hem onvoldoende over nagedacht. Hij heeft daar later gelijk in gekregen, denk ik.'

Wat voor opmerkelijks staat er nog meer in jullie boek?
Jaeger: 'De relatie van ProCures met de familie De Slegte. Jan Bernard De Slegte bezat veertig procent van de aandelen, maar hij was nooit ergens bij aanwezig. Hij kwam pas op de laatste avond, toen er een laatste reddingsplan gemaakt werd, mee vergaderen. Volgens Cor Molenaar, lid van de raad van commissarissen, heeft hij zich die avond aan de meeste commissarissen voor het eerst voorgesteld. In ieder geval aan hem.’
Chin-A-Fo: 'De Slegte is een familiebedrijf in de meest opmerkelijke zin van het woord. Een drama op zichzelf. Ze bleven verhuurder van veel panden – de moeder en de dochters overigens, niet Jan Bernard. Met moeder en dochters heeft Dumas het nodige te stellen gehad. Dat geeft hij toe: "op dit punt heb ik verloren". Zelf vatte hij dat zo samen: "deze familie kun je niet met een briefje van honderd naar buiten lokken". De familie zat er volgens hem te emotioneel in.'

In de proloog schrijven jullie ook te willen onderzoeken of Polare exemplarisch is voor een branche die zich in moeilijkheden bevindt. Bleek dat?
Chin-A-Fo: 'Tot op zekere hoogte had Polare dezelfde problemen als andere boekhandels. Iedere boekverkoper vraagt zich af: hoeveel long tail moet ik op voorraad houden? Dumas heeft alleen nogal heftig geprobeerd de keten open te breken. Hij had de marktontwikkeling overschat en zat in tijdnood. Maar hij deed het ook omdat hij gewoon vond dat het niet klopte.'
Jaeger: 'Het is daarbij wrang dat wat hij voorstelde andere partijen later zijn gaan doen – maar niet met hem. Een voorbeeld is De Bezige Bij die een aantal titels met gunstige voorwaarden die lijken op consignatie levert aan een groep boekhandels. Wat Dumas als onacceptabel werd gepresenteerd bleek toch niet zo onacceptabel te zijn.'
Chin-A-Fo: 'Door zijn opstelling heeft Dumas er in ieder geval toe bijgedragen dat nu niemand meer om het idee heen kan dat modernisering in het boekenvak nodig is.'

Heeft zijn passage in het boekenvak nog meer opgeleverd?
Chin-A-Fo: 'Winkels als Broese en Donner verkopen nu ook tweedehands. Misschien waren ze zonder Dumas nooit op het idee gekomen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 8 sep)

Zie ook:

dinsdag 9 september 2014

Falkenhage Vastgoed in Voorburg breidt uit met boekhandel (Boekblad)

Falkenhage Vastgoed baat sinds enkele maanden een boekhandel uit in hun pand aan de Herenstraat in Voorburg. Twintig procent van het assortiment is nieuw, de rest is ramsj en licht beschadigde boeken.

Wiclef Poesiat begon in maart aanvankelijk met een speciaalzaak in vastgoed- en architectuurboeken. 'Het idee was dat we niet alleen boeken zouden verkopen, maar ook de kennis die wij hadden over het onderwerp en de boeken. Wij kennen de inhoud van de boeken op de praktijk. Maar eerlijk gezegd liep dat voor geen meter. We verkochten hooguit een boek per week.'
Toen hij bij toeval stuitte op een partij licht beschadigde boeken, besloot hij afgelopen juli het assortiment uit te breiden. 'Omdat mensen geëntertaind willen worden, laten we mensen deze boeken afwegen. Zoals ze dat in de supermarkt met groente en fruit ook zelf moeten doen. We hebben een oude weegschaal gekocht. En daar komen veel mensen op af. Iedereen vindt dat hartstikke leuk.'
Bij wijze van introductie rekende Falkenhage eerst tien euro per kilo. Nu is dat de normale prijs: 12,50 euro per kilo. 'Op sommige verdienen we niets, op andere juist wel,' zegt Poesiat. 'Het grappige is dat een hardcover in de regel duurder is, maar óók meer weegt en dus met dit systeem ook wat duurder zijn. Heel uitzonderlijke boeken heb ik er trouwens wel uitgehaald.'
Ook voor nieuwe boeken mikt Falkenhage op een goedkoop assortiment. De winkel heeft wel een breed aanbod, dat uiteraard wél voor de vaste boekenprijs wordt verkocht, maar zet met een budget top 10 goedkope titels onder de aandacht. Poesiat: 'Ik begon het zelf steeds vervelender te vinden om 25 euro voor een boek te betalen. Ik ben vast niet de enige, denk ik. En het is leuk om mensen te laten ontdekken hoeveel moois er tussen de duizenden titels onder de tien euro zit.'
Poesiat denkt dat zijn winkel in een lokale behoefte voorziet. De Herenstraat, de monumentale winkelstraat van het 40.000 inwoners tellende Voorburg, kende vroeger drie boekhandels. Daarvan is alleen kinderboekhandel In de Wolken nog over. Kantoorboekhandel Welter en de Voorburgse Boekhandel zijn verdwenen. Elders zit nog wel een Bruna.
'We zitten nu nog in de testfase', vertelt Poesiat. 'We moeten nog echt ontdekken wat in deze straat de behoefte van de markt is. Zo blijven alle Grishams liggen, maar de Engelstalige Grishams die we hebben zijn wel allemaal weg. De Nicci Frenchjes gaan ook goed, maar van een populair auteur als Youp van 't Hek heb ik nog niet één keer verkocht. Het is echt een leerproces.'
Poesiat kan zich dat veroorloven omdat hij ook leeft van zijn vastgoedbedrijf. Bovendien heeft hij weinig andere kosten dan de inkoop. De winkel is gevestigd in zijn pand. Hij is slechts drie dagen per week geopend – donderdag tot en met zaterdag – en wordt bemand door hem en zijn gepensioneerde vader, die dat op vrijwillige basis doet.
'Op termijn moet het wel op eigen benen staan,' zegt Poesiat, 'maar het belangrijkste is dat we het heel erg leuk vinden om te doen. Het verbaasd onszelf hoe leuk we het vinden. Een boek vinden is als een schat vinden. Soms kan het tegenvallen, maar soms doe je ook heel leuke vinden. Mensen daarbij helpen is heel mooi.'
Voor de deur van Falkenhage staat sinds kort ook een minibieb, waar mensen zelf boeken kunnen achterlaten en andere boeken meenemen. 'Mensen vragen mij: waarom doe je dat? Maar ik geloof in de dynamiek van kopen, lenen en delen. Soms willen mensen iets kopen, soms alleen lenen. Soms willen ze een cadeau, soms iets voor zichzelf. En dan heb ik liever dat mensen hier naartoe kunnen komen om iets te lenen, zodat ze later terug komen om te kopen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 3 sep 2014)

maandag 8 september 2014

Dwarsligger jubileert met gepersonaliseerde uitgaven (Boekblad)

Aanstaande zondag bestaat de dwarsligger precies vijf jaar. Dat wordt gevierd met een jubileumactie en met gepersonaliseerde dwarsliggers. De verkoop blijft gestaag groeien.

De jubileumactie loopt al sinds vorige maand. Elke maand tot en met december is een backlisttitel tijdelijk in prijs verlaagd naar 7,50 euro. In augustus was dat Vrees me van Tahereh Mafi, deze maand is dat D-day van Antony Beevor. Daarnaast vindt op 20 september de jaarlijkse ambassadeursdag plaats: zij krijgen dan een gepersonaliseerde dwarsligger. Tot slot blaast dwarsligger de 'favoriete dwarsligger van'-campagne nieuw leven in. Iedereen die bij dwarsligger betrokken is geweest, zoals uitvinder Hugo van Woerden, laat daarvoor weten wat zijn top 5 dwarsliggers allertijden is.
De gepersonaliseerde dwarsligger is meer dan een eenmalige aardigheid, vertelt publiciteit- en marketingmedewerker Marijn de Jong. 'We onderzoeken of we dat ook kunnen aanbieden aan de consument. Technisch kan onze drukker Royal Jongbloed dat natuurlijk wel, de vraag is vooral: hoeveel kun je aan? Stel dat het storm loopt.'
De verkoop groeit na vijf jaar stabiel. In januari 2013 ging het miljoenste exemplaar over de toonbank, nu zit de dwarsligger op ongeveer anderhalf jaar miljoen. Iedere titel – inmiddels 316 in totaal – haalt zo'n vijf- tot tienduizend verkochte exemplaren. '2013 was een minder jaar dan 2012,' zegt uitgever Vanessa van Hofwegen, 'maar dit jaar gaan we 2012 zeker evenaren. Wat vooral helpt is het gelijktijdige verschijnen van een dwarsligger-editie. Dan liggen we op meerdere plekken in de winkel. Dat genereert hogere volumes. En versterkt de naamsbekendheid, niet te vergeten.'
Het gelijktijdig verschijnen begon twee jaar geleden ooit met Reizen zonder John. Dwarsligger wilde dat al langer. Toen auteur Geert Mak dezelfde wens bleek te hebben, kon die worden gerealiseerd. Het succes daarvan hielp ook andere uitgevers overtuigen van de potentie. Gelijktijdig verschijnen in dwarsligger doet de reguliere editie geen schade. Voor dit jaar mikte Van Hofwegen op zeven tot tien gelijktijdige edities – op een totaal van circa zestig uitgaven. Dat is gelukt. In het verleden zijn drie dwarsligger originals verschenen, maar dat zal alleen incidenteel blijven gebeuren.
Het primaire verkoopkanaal is en blijft de boekhandel. Van Hofwegen: 'We hebben veel pilots gedaan. De ene was succesvoller dan de ander. Vaak ondergaan bedrijven als ANWB ook een cyclus: dan willen ze een breed assortiment in de winkels, dan een smaller. Zo liggen wij daar afwisselend wel en niet. Ook in de toekomst blijven we de pilots doen. De mogelijkheden zijn zeker niet uitgeput. Het scheelt ook dat we, anders dan in 2010, niet meer het concept moeten uitleggen. De naamsbekendheid is groter. Dwarsligger is een bewezen succes. Dan kun je toch op een andere manier samenwerken.'
Voor de boekhandel presenteerde dwarsligger op De Beste Boeken Live een nieuwe display. 'Geen goedkoop plastic of karton, maar hoogwaardige kwaliteit: van hout en aluminium. Een display die je overal neer kunt zetten: op een tafel, op de grond, tegen de muur en zelfs ophangen, zodat je hem ook als schilderij kan neerzetten. Die frontale presentatie hebben we nog steeds nodig: als een consument alleen de rug van een dwarsligger ziet, moet hij hem eerst uit de kast halen voor hij ziet wat het eigenlijk is. Gelukkig werd er ontzettend goed op gereageerd.' 
Inmiddels heeft dwarsligger met veertig tot vijftig uitgeverijen samengewerkt. 'De enige grote partij die nog nooit een dwarsligger heeft uitgebracht is uitgeverij Prometheus. Dat zou ik uiteraard graag willen. Daarnaast zijn er nog genoeg kleinere en Vlaamse uitgeverijen met wie we willen samenwerken.' Internationaal is de dwarsligger inmiddels verschenen in Finland, Spanje, Zweden, Engeland, Frankrijk, Italië en Rusland. In Engeland is Hodder ook weer gestopt met de Flipbacks, zoals ze daar heetten.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 3 sep 2014)

zondag 7 september 2014

Vandaag bestaat de dwarsligger precies vijf jaar. Uitvinder Hugo van Woerden legde destijds uit wat het concept is (Boekblad)

Hugo van Woerden: 'Onze dwarsligger is de grootste innovatie van het boek na Gutenberg'
(Eerder verschenen in Boekblad magazine, augustus 2009)

Hugo van Woerden, directeur van uitgeverij/drukkerij Jongbloed, bedacht iets revolutionairs. Op zoek naar een handiger manier om te lezen, kwam de producent en uitgever van Bijbels op de dwarsligger: een klein boekje dat je overdwars leest. Samen met NDC|VBK presenteert hij het nieuwe concept op Manuscripta.
Op Manuscripta presenteren uitgeverijen Jongbloed, Ambo|Anthos en Kosmos in een exclusieve samenwerking een totaal nieuw boekconcept. De dwarsligger – de grootste innovatie van het boek na Gutenberg, vinden ze zelf. Het is een boek van acht bij twaalf centimeter groot, dat je een kwartslag draait zodat je één pagina op ‘normaal’ formaat kunt lezen. Gedrukt op dundrukpapier weegt het kleine boek gemiddeld nog geen 145 gram. De dwarsligger, bijzonder fraai vormgegeven, past in een binnenzak en ligt gemakkelijk in de hand.
In plaats van de e-bookrevolutie waar iedereen over praat, verwacht bedenker Hugo van Woerden dat het nieuwe boek een leesrevolutie teweegbrengt. ‘Eindelijk kunnen mensen aangenaam lezen. In het openbaar vervoer, op vakantie, in bed. Ik zou erg gelukkig zijn als de dwarsligger voor mensen meer leesmomenten creëert. En dat verwacht ik ook. Op het perron, wachtend op de trein, haal je dit zo tevoorschijn. Als de trein komt, steek je hem even in het binnenzak. En als je zit, kun je direct verder lezen. Het is ook zo makkelijk in één hand te houden.’
Vanaf 7 september zal blijken of hij gelijk krijgt. ‘Het zal spannend worden’, zegt hij. ‘Uit onderzoek blijkt dat 87 procent van de mensen die de dwarsligger gezien hebben, hem zou willen kopen. Ruim 90 procent vindt het een geloofwaardig en onderscheidend concept. Dat boezemt vertrouwen in. Het is een handig meeneemboek dat prettig te lezen is met een positieve, eigenwijze en luxe uitstraling. Maar hoe zal de consument er echt mee omgaan? Ik denk dat ik de eerste dat de dwarsligger in de winkel ligt een paar verkooppunten langs ga om reacties te horen.’
In het dagelijks leven is Van Woerden directeur van uitgeverij/drukkerij Jongbloed – een van de meest gespecialiseerde bedrijven in het boekenvak. Het grafisch bedrijf, wereldwijd geroemd om zijn dundrukuitgaven, produceert vrijwel uitsluitend Bijbels. De uitgeverij behaalt de helft van zijn omzet met een groot scala Bijbeluitgaven. ‘En alles wat we daarnaast publiceren, is afgeleid van de Bijbel’, zegt Van Woerden. Dichtbij: studiebijbels. Of wat verder daarvan af: christelijke fictie of Bijbelse sudoku’s: puzzelboekjes die tegelijk Bijbelkennis testen.

Hoe kwam u op het idee voor de dwarsligger?
‘Ik werd getriggerd door een onderzoek van Stichting Speurwerk. Het boek in Nederland. Waar wordt gelezen?, was daarin een vraag. De trein scoorde hoog, de wachtkamer, 15 procent gaf zelfs het werk als antwoord. En twee op de drie lezen op vakantie. Veel mensen lezen dus als ze mobiel zijn. Is een gewoon boek dan niet onhandig? Zelf zit ik voor Jongbloed veel in het vliegtuig – 90 procent van ons drukwerk is export. Die krappe ruimte leest zo onprettig. Ook leest één op de drie in bed. Als je dan op je zij ligt, leest maar één pagina handig. En als je het boek boven je hoofd houdt, krijg je al snel kramp in je armen. Kun je daar niets voor verzinnen? dacht ik.’

Dus toen gaf u de drukkers van Jongbloed de opdracht iets te bedenken.
‘Nee. Ik ben zelf gaan knippen en plakken, als op de kleuterschool. Ik ben iemand die altijd een waarom-vraag stelt. Waarom heeft een boek eigenlijk een linker- en een rechterpagina? – als ik nou de pagina draai en de bladspiegel van één pagina over twee pagina’s verdeel. En waarom moet een band altijd voor én achter aan het boekblok worden vastgemaakt? Het effect daarvan, zeker bij een paperback, is een muizenval: tijdens het lezen klapt het boek voortdurend dicht. Dus maakte ik de band maar aan één kant vast. Zo heb ik uiteindelijk een dummy geknutseld die ik in het bedrijf heb laten zien.’

Hoe werd die daar ontvangen?
‘Ik had eerlijk gezegd niet de illusie dat ze enthousiast zouden zijn. Ik heb veel gelezen over innovatie en weet: nieuwe ideeën roepen weerstand op. Bedenk een bezwaar en het werd geopperd: Denk je nou echt dat we dit kunnen maken? Mensen zijn dit niet gewend en gaan het dus ook niet kopen. Geen uitgever wil hiervoor iets maken. Enzovoort. Gelukkig viel bij mijn raad van commissarissen het kwartje wel. Na een halve minuut zeiden ze: Hugo, ga hiermee door.’

Waarom waren zij wèl enthousiast?
‘Het heeft denk ik te maken met hoe je in het leven staat. Vind je innovatie lastig en zie je vooral de moeilijkheden op je weg? Of is het een kans? Als het niet in je zit om out of the box te denken, zul je dat ook niet leren.’

U denkt wel out of the box?
‘Ja. Bij mij zat het innovatieve er al vroeg in. Als klein jongetje van zeven heb ik voor iemand die polio had en graag las een apparaat gemaakt, met een motortje, paperclips en een lang stuk touw, waarmee hij zelf met zijn hoofd – dat hij nog wel kon bewegen – de bladzijden kon omslaan. Iemand moest dan nog wel van tevoren aan iedere bladzijde een paperclip bevestigen. Hij heeft er jaren plezier van gehad. Later heb ik iets soortgelijks gemaakt met de projectie van microfilms, maar dat was geen succes.’

Eigenlijk had u uitvinder moeten worden.
‘Ik weet het niet. Toen ik laatst jarig was, kreeg ik van mijn dochter een leeg boek. De bedoeling is dat ik het vul met al mijn ideeën. Enkele recente ideeën had ze zelf al opgeschreven. Heel lief, dat stimuleert me. Ik zou ook wel eens twee weken bij een totaal ander bedrijf willen rondlopen, in de metaalsector of zo, met alleen maar de opdracht: kijk om je heen. Maar ik wil niet weg bij Jongbloed. Ook omdat innovatie voor mij niet alleen het bedenken is. Er een succes van maken is net zo belangrijk. De dwarsligger is als innovatie daarom nog lang niet af. Daar wil ik nu aan werken.’

Toch lijkt het me logisch dat de dwarsligger niet bij Jongbloed is ontwikkeld alleen omdat u er werkt. Een bedrijf waar één product – de Bijbel – zó centraal staat, moet innovatief zijn om steeds nieuwe uitgaven te kunnen maken.
‘Er is meer ruimte voor nieuwe Bijbelproducten dan je denkt. Natuurlijk maken we niet ieder jaar zo’n grote klapper als in 2004 met de nieuwe Bijbelvertaling. Maar we kunnen steeds specifieke doelgroepen bedienen. Zo werken we nu aan een reeks studiebijbels. Vorig jaar een algemene, dit jaar In perspectief, die meer helpt bij geloofsvragen. Dat zijn enorme projecten, waar een heleboel mensen bij betrokken zijn. Ook helpt de maatschappelijke ontwikkeling ons. Een jongerenbijbel zou tien jaar geleden ondenkbaar zijn geweest, maar is nu heel gewoon.’

Toch zie ik opmerkelijke Bijbels in de fondslijst staan, zoals de Sports Edition uit 2008 of een Bijbel in het Gronings.
‘We zijn wel altijd op zoek naar producten waar beide businessunits bij betrokken zijn, omdat die beter in de marge zitten. Zo’n tweeëneenhalf jaar geleden leidde die insteek tot een jongerenbijbel met verwisselbare cover. Heel simpel: het omslag is van transparant plastic met een open bovenkant waarin je een A4-tje kunt schuiven. Jongeren, die bij uitstek hun eigen identiteit willen laten zien, kunnen op internet een template gebruiken om foto’s te uploaden, teksten toe te voegen en zo hun eigen cover te maken. Diezelfde insteek was een impuls om de dwarsligger te ontwikkelen.’

Is de ruimte voor nieuwe Bijbelproducten onbeperkt?
‘Bij nieuwe projecten moeten we er op letten dat de kopersgroep groot genoeg is om de ontwikkelkosten eruit te halen. Ik wil daarom meer internationale uitgaven maken. Uitgeverijen beperken zich vaak tot één land. Ook voor een groot concern als NDC|VBK is export van concepten lastig. Maar wij hebben veel kennis over de Bijbel. Als nu de vraag naar Bijbels in Brazilië explosief groeit, zoals het geval is, waarom zouden we dan geen Portugese uitgave maken? Al dan niet in samenwerking met een Portugese uitgeverij. Ook is er toenemende vraag naar tweetalige producten. Kunnen wij geen systeem ontwikkelen om die te maken? Alleen of met partners. Zo heb ik nog ideeën genoeg.’

Voor de dwarsligger werkt u samen met NDC|VBK. Waarom?
‘De algemene markt is groter dan de christelijke. We hebben nagedacht over de vraag of we voor die markt zelf de dwarsligger moeten ontwikkelen of onze missie trouw moeten blijven: het produceren en uitgeven van Bijbels en Bijbelconcepten. Daar moesten we een paar nachten over slapen. Toch kozen we voor dat laatste. Onze identiteit is onze kracht. Wil je iets met de Bijbel – op het gebied van design, uitgeven, productontwikkeling, marketing of wat dan ook, dan ga je naar Jongbloed. Toen belde ik Jan de Roos, bestuursvoorzitter van NDC|VBK.’

Maar waarom hem?
‘Van de drie grote concerns vond ik dat de fondsen van NDC|VBK het meest geschikt zijn. De dwarsligger is geschikt voor fictie, maar ook voor bijvoorbeeld stadsgidsen van Barcelona en eetgidsen. NDC|VBK heeft dat soort uitgaven allemaal. Meer dan WPG. En PCM bevond zich toen in een instabiele periode. Bovendien is Jan de Roos ook een Fries.’

Bij de lancering van de nieuwe Bijbelvertaling in 2004 werkte u samen met Athenaeum-Polak & Van Gennep. Het is bijzonder dat Jongbloed zo structureel met algemene partijen samenwerkt.
‘Bijzonder? Als je dat zegt, moet ik natuurlijk ja zeggen. Het komt weinig voor. Misschien omdat christelijke uitgevers te weinig nadenken hoe zij hun producten buiten hun eigen markt kunnen aanbieden. Misschien ontbreekt ook wel dat out of the box-denken. Maar wij geloven in allianties. Voor ons is samenwerken een vanzelfsprekende strategische keuze. Ook voor een nieuw digitaal educatief project werken we samen met een algemene organisatie – ik kan daar nu nog niet meer over zeggen. Alle partijen kunnen veel van samenwerken leren.’

Wat in het geval van de dwarsligger?
‘Oplage-bepaling bijvoorbeeld. Zoals Ambo|Anthos eerst key-accounts langsgaat, vastlegt hoeveel zij afnemen en dán pas de oplage vaststelt, daar kunnen wij nog wat van leren. Andersom hebben zij ons voortdurend vernieuwende denken ervaren. Zo hebben wij hen erop gewezen dat het concept uitgaat van de gedachte dat je één pagina openslaat. Dan moet je dus niet op beide helften een paginanummer drukken. Of de marge in de vouw zo groot maken als je gewend bent. In ieder geval was het een fantastische samenwerking.’

Is de dwarsligger ook een welkome vernieuwing in tijden van crisis?
‘Vooral het grafisch bedrijf heeft last van de crisis, de uitgeverij houdt goed stand. Op een gegeven moment kreeg het grafisch bedrijf geen enkele order meer. Toen zijn we alle klanten langsgegaan, groot en klein, om te vragen wat er loos was. Iedereen stelde nieuwe projecten en herdrukken uit. Als er tijdelijk geen Bijbels met blauw leren omslag leverbaar zijn, jammer dan. Samen hebben we naar oplossingen gekeken. Zo is Cambridge University Press een grote klant die rekeningen in euro’s krijgt, zelf rekent in ponden en veel afnemers heeft die met dollars betalen. Door contracten af te sluiten in dollars, gaven zij toch weer orders. Zo bleef de omzet redelijk.’

Je zou zeggen: het specialisme van Jongbloed maakt het bedrijf recessie-proof.
‘Toch neemt de concurrentie toe. In China en India gaan ze steeds meer dundrukken. Tegen hun lage lonen kunnen wij niet op, maar we geven het niet op. Zo hebben wij de Design & Production Bible gemaakt, om te laten zien wat wij allemaal kunnen – meer dan de grafische bedrijven in het Oosten. Wij kunnen nog altijd als enige ter wereld drukken op 22- en 25-gramspapier. We namen deze uitgave mee naar een conventie in Denver. Uitgevers keken hun ogen uit. Sommige zeiden afspraken af om maar zo veel mogelijk input van ons te krijgen. Zo hebben wij van Oxford University Press de opdracht gekregen om de prestigieuze Annotated Study Bible opnieuw te voorzien van een design. En uiteraard doen wij dan ook de productie.’

Zie ook:
- Opkomst en ondergang van Qinqo

zaterdag 6 september 2014

Elly's Choice na een week: 2000 abonnementen verkocht (Boekblad)

De e-boekabonnementenservice Elly's Choice heeft een week na de lancering ongeveer tweeduizend jaarabonnementen verkocht. Dat valt de initiatiefnemers niet tegen.

Dat zegt Geneviève Waldmann van Luiting Sijthoff, die namens de uitgevers VBK en Dutch Media en softwarebedrijf Digi-Muse de werkgroep leidt. 'Dit is louter op basis van het feest dat we vorige week hebben georganiseerd en alle vrije publiciteit. En dan tel ik de maandabonnementen niet mee die we op het feest in de goodiebag hadden gestopt. Alle campagnes moeten nog beginnen.'
Wel is zaterdag inmiddels de eerste column van Elly verschenen in de Vrouw-bijlage van De Telegraaf. Maar de marketingcampagne op sociale media begint pas over twee weken. Cheaptickets begint volgende week met het weggeven van maandabonnementen en Samsung pas de volgende week. Samsung geeft ze overigens weg bij de Galaxy Tab S (T805, T800 of T700) en de Galaxy Tab4 10.1 (T535 of T530).
Op de site is de klantenservice makkelijker vindbaar gemaakt. Wie naar beneden scrollt ziet nu automatisch staan: contact, faq, algemene voorwaarden en dergelijke. Zo is eenvoudig antwoord te vinden op vragen als: hoe download ik bestanden op mijn reader. Waldmann: 'Aan de reacties daarover zien we dat we veel mensen krijgen die niet gewend zijn e-boeken te downloaden. Zoals we hadden verwacht.'
In de nabije toekomst wordt het deze doelgroep nóg eenvoudiger gemaakt. Elly's Choice is nu filmpjes aan het maken waarin per reader en tablet wordt uitgelegd hoe je de tien maandelijkse e-boeken erop zit. 'We willen het iedereen zo makkelijk mogelijk maken,' zegt Waldmann. 'Ik hoop dat ze er eind volgende week op staan. Als de techniek in orde is, kunnen we ons concentreren op de marketing.'
Waldmann heeft 'ontzettend veel' reacties gekregen na de lancering. 'Twee dingen vallen op in de pers. Ten eerste is dat de vraag: welke kant gaat het op? Wat is het aanbod na de eerste twee maanden? Daar zijn we druk mee bezig. We willen nu ook Amerikaanse auteurs erbij krijgen, een breder aanbod aan literatuur. Maar dat kost tijd. Het scheelt wel dat we nu kunnen laten zien wat het is.'
Op dit punt vroeg de pers zich ook af of de uitgeverijen welke voldoende bestsellers konden aanbieden waarvan er tenminste 25.000 zijn verkocht. Het zouden er elke maand vijf moeten zijn. 'Maar slechts twee daarvan zijn tussen de vijf en twaalf maanden oud', reageert Waldmann. 'Voor die andere drie hebben alle uitgeverijen bij elkaar een enorme backlist - tot decennia terug. Denk alleen al aan alle Nicci French-titels.'
Het tweede punt dat haar opvalt in de media is de terugkerende typering van Elly's Choice als een 'literaire Spotify'. 'Dat is het absoluut niet. Het is ook geen boekenclub, wat je ook tegenkomt. Journalisten schreven veel leuke stukken, hoor, maar die typering van Spotify komt keer op keer terug. Andere mensen nemen dat op blogs weer over. Het is een eigen leven gaan leiden.'
De reactie van gewone lezers in de sociale media ervaart Waldmann als positief. Ze roemen Elly's Choice als betaalbaar initiatief. Iemand heeft zo ook al een nieuwe auteur ontdekt. Drie tweets licht ze er uit. 1: "#ikleesnu thriller van @HazenbergS via @ellyschoice en ik vind het een super boek." 2: "Tot ziens usb-stickje, welkom Elly." En 3: "Een abonnement op ebooks. Briljant idee! #ellyschoice." 
Uit de reacties valt Waldmann daarnaast op dat mannen zeggen zich niet door de naam Elly's Choice voelen aangesproken. 'Nou, dat klopt. We richten ons ook niet op mannen. Maar dat komt wel. In het aanbod: omdat vrouwen straks met de kerst ook e-boeken voor hun man en kinderen willen kopen. En we hebben ideeën over spinoffs voor andere doelgroepen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 3 sep 2014)

Zie ook: