Posts tonen met het label strip. Alle posts tonen
Posts tonen met het label strip. Alle posts tonen

zaterdag 3 april 2021

Stripvertalers: Iedere vertaling móét passen (Stripgids)

Geen vertaler zo onzichtbaar als de stripvertaler. En dat terwijl het omzetten van een strip naar correct en levendig Nederlands in stripvorm nog moeilijker kan zijn dan welke type vertaling dan ook. Denk alleen aan de verplichting om iedere keer een ballon perfect te vullen. Vier stripvertalers onthullen de moeilijkheden van hun metier. "Het kan enorm puzzelen zijn. Maar er is dan ook niet leukers als je erin slaagt die puzzels op te lossen."

Het viel Mariella Manfré (56) niet mee om werk te vinden. Ze was redactiechef van de Nederlandse editie van Donald Duck en andere jeugdbladen van Sanoma, toen deze cheflaag eind 2013 werd opgeheven. "Ik dacht eerst blijmoedig: ik ga freelancen als eindredacteur. Maar in die tijd werd er veel georganiseerd bij uitgeverijen. Bijna iedereen in mijn netwerk bleek in hetzelfde schuitje te zitten. Toen moest ik echt mailen, mailen, mailen. Van alles heb ik geprobeerd."

Dankzij de Donald Duck had Manfré, die een Italiaanse vader heeft en Europese Studies heeft gestudeerd met Italiaans als hoofdtaal, ook contacten in de stripwereld. "En juist toen ik Peter van der Heijden van Strip2000 een mailtje stuurde, bleek de uitgeverij die alleen nog maar Nederlandse strips had uitgegeven, te beginnen met vertalingen: de Gorilla-avonturenstrips. Hij zocht vertalers. Ik had vroeger Donald Duck Pockets vertaald – die worden allemaal uit het Italiaans vertaald – dus ik nam die klus graag aan. Deze vertaling uit het Frans zou me ook lukken."

Daarna volgden al snel meerdere opdrachtgevers. Dark Dragon Books, Silvester, uitgeverij L – stuk voor stuk Nederlandse uitgevers. "Vlak nadat ik voor Strip 2000 een paar albums had vertaald, had Dark Dragon Books de rechten gekocht van De gouden jaren van Mickey Mouse. Vijf delen. Met mijn achtergrond was ik de ideale kandidaat om ze te vertalen. En ik vertaal nog steeds voor hen."

 

Zo wordt iemand dus stripvertaler van beroep. Bij toeval. Anders kom je domweg niet op het idee. Er is geen opleiding tot stripvertaler, op een sporadische workshop na. Binnen vertaalopleidingen is er amper aandacht voor het genre. Er zijn geen prijzen voor 'beste stripvertaling'. En in recensies wordt slechts heel zelden een woord vuil gemaakt aan de vertaling (en dan meestal als hij niet goed is). Van Kapitein Haddock tot de Joker – iedere lezer neemt al snel aan dat ze altijd al Nederlands spraken.

Ook anderen zijn er zonder vooropgezet plan ingerold. Dieter van Tilburgh (34) had bijvoorbeeld een jaar bij Ballon Media gewerkt als assistent-redacteur strips nadat hij in Leuven had gestudeerd – met masters in de Taal- en Letterkunde Nederlands en Latijn en een certificaat literair vertalen op Europees Niveau. "Ik wilde eigenlijk literair vertaler worden, maar via mijn contact bij Ballon Media werd ik getipt op kansen bij Strip2000. Daarna kreeg ik al snel de smaak te pakken. Ik zou nu zeker niet maar alléén literaire boeken willen vertalen."

Of James Vandermeersch (46), die een kleine tien jaar geleden werd getipt dat Casterman een vertaler zocht voor de vertaling van een documentaire strip over Brugge naar het Engels. "Geschiedenis is mijn ding, ik woon op een boogscheut van Brugge, dus dat leek me wel wat. Kort daarna stelde ik hen voor Kuifje naar het West-Vlaams te vertalen. Daar zei de uitgeverij meteen ja op, het gesprek duurde nog geen twee minuten. En toen kreeg ik al snel meer opdrachten."

 

Soms in één dag

En dat terwijl de behoefte aan vertalers bij uitgeverijen groot is. Strips zijn, in aantallen uitgaven, het meest vertaalde genre naar het Nederlands. Maar uitgevers moeten soms met hun handen in hun haar zitten. Waarom zou Lies Lavrijsen (42) anders in 2017 als eerste opdracht de nieuwe 'Corto Maltese' uit het Spaans mogen vertalen (Equatoria)? Niet dat zij een beginner was. Integendeel, zij heeft haar sporen verdiend als vertaler van met name jeugdboeken. Maar zou andersom een gerenommeerd stripvertaler meteen Kafka of Flaubert krijgen?

Wie eenmaal onderdeel is van de vaste pool van een uitgeverij, is dan ook al gauw verzekerd van een constante stroom opdrachten. Manfré doet tot 70 titels per jaar – naast boeken zoals jeugdboeken voor Kluitman en De Fontein. Vandermeersch schat zijn productie op vijftig à zestig titels per jaar. "De opdrachten voor strips zijn echt ontploft", zegt hij. Voor Lavrijsen, die nog altijd de meeste tijd steekt in vertalingen van jeugdboeken (waaronder een bewerking van Dante's Inferno), staat de teller inmiddels op twintig strips.

"Toch komen er langzaam meer vertalers", vermoedt Van Tilburgh. "In de tijd dat ik bij Ballon Media werkte – toch maar zes, zeven jaar geleden – maakten maar twee mensen alle vertalingen: Erwin Cavens en Frits van der Heide, in mijn ogen dé grote vertalers in deze wereld. Nu zie je steeds meer andere namen opduiken. Het zou ook kunnen dat uitgevers de laatste tijd steeds meer vertalingen brengen. Dan moeten ze wel meer mensen aantrekken."

 

Dat een vertaling van een strip niet zo veel tijd kost, blijkt al uit deze aantallen. Tot maximaal twee weken, langer duurt het nooit. Soms is de klus zelfs in één werkdag al geklaard – en blijft er nóg werktijd over. "Er zitten ook Marvel Comics van twintig pagina's tussen", relativeert Vandermeersch. "Maar ik heb ook de hele 'Lucky Luke' opnieuw vertaald. Alle 73 albums die waren verschenen sinds 1946. Daar heb ik, tot deze zomer, vijf jaar aan gewerkt."

Het hangt sterk af van het type strip, zegt Van Tilburgh. "Een album met gagstrips kan snel gaan. De grap zit vaak in de afbeelding of in de wisselwerking tussen tekst en beeld, maar nooit alleen in de tekst. Dan stelt de tekst je niet voor veel uitdagingen en heb je in een, twee dagen de vertaling wel af. Maar reeksen als 'Elfen' en 'Orks & Goblins' die ik voor Daedalus vertaal, tellen zestig paginas met veel tekst. Dan loopt het zo uit naar vier dagen."

In ieder geval kan niemand een strip 'even tussendoor' vertalen. "De afwisseling tussen boeken en strips maakt het boeiend", zegt Lavrijsen. "Het is ook aangenaam dat je met een strip relatief snel iets afhebt. Maar het is niet zo dat ik 's ochtends een uurtje strip vertaal om daarna verder te gaan met een boek. Als ik aan een strip begin, ga ik ook door tot hij af is. Anders moet ik er iedere keer opnieuw inkomen. En het is gewoon ook erg fijn om te doen. Ik wíl niet eens stoppen."

Het is eerder andersom: een boek, dat soms maanden vertaaltijd kost, doe je tussendoor – óók omdat de deadline vaak flexibeler is. "Ik vertaal elke maand vijf tot acht strips voor Dark Dragon Books", zegt Manfré. "Dat zijn vaak series waarvan op vaste momenten een nieuw deel uitkomt. Dus als ik het materiaal binnen heb, móét het over drie weken of een maand klaar zijn. Van een boekopdracht die ik begin 2020 aannam, was de deadline 1 november. Dat is zo anders plannen."

 

Móét passen

Hoe snel een vertaling ook af is, niemand moet daaruit concluderen dat het makkelijk werk is. Of dat de kwaliteit van de vertaling er minder toe doet. Helaas gebeurt dat wel. "Zelfs in de boekenwereld denken sommigen dat strips minder literair zijn", zegt Lavrijsen. "Omdat beeld zo belangrijk is, net als bij prentenboeken – waarvan de vertaling óók vaak een ondergeschoven kindje is. Of omdat sommige strips zo commercieel zijn. Alsof er niet ook flutromannetjes zijn."

Die mensen zouden ze eens een strip moeten zien als Atom Agency van Yann en Schwartz, waarvan zij twee delen heeft vertaalt voor Ballon Media. "De tekst is zó gecomprimeerd. En het bevat verschillende soorten taal: boeventaal, politiejargon, geheimtaal uit het slagersmilieu. Je hebt woordspelletjes en spraakverwarring. Er zijn Franse liedjes uit de jaren vijftig die niemand kent. Een beginnend vertaler zou daar echt zijn tanden op stuk bijten."

 

Gelukkig kijken de uitgevers van strips er niet zo naar. Anders dan uitgevers van prentenboeken, die ze soms zelf op een achternamiddag vertalen. Of uitgevers van young adult, die de opdracht rustig gunnen aan een gepensioneerde leraar Engels. Stripuitgevers weten dat het vertalen van strips gepaard gaat met specifieke uitdagingen die het vertalen juist moeilijker maken. De meest voor de hand liggende daarvan is de ruimte. De vertaling móét in de ballon passen. Punt uit.

"Je kan van een Franse zin een prachtige Nederlandse vertaling maken", vertelt Manfré. 'En dan zie je dat hij niet past. Soms moet je best veel opgeven. De kunst is om een alternatief te bedenken zonder dat je concessies doet aan de kwaliteit. Dat je met iets komt dat echt bij het personage past. Dat kan enorm puzzelen zijn. Maar er is dan ook niet leukers als je erin slaagt die puzzels op te lossen. Dat gevoel van: yes, het past, niet te lang en niet te kort."

Hoe meer vertalingen je hebt gemaakt, hoe makkelijker dat gaat. "Je leert compact vertalen", zegt Lavrijsen. "Bij het Frans is het gelukkig niet zo'n probleem. Die taal is wijdlopiger dan het Nederlands, met veel stofferende voorzetsels. Un article publié dans le journal wordt gewoon Een artikel in de krant. Maar soms wordt het dan tekort. Een ballon met Maintenant! in heel grote letters kun je niet vertalen met Nu. Dat klinkt veel te slap. Daar maak ik dan bijvoorbeeld Nu meteen! van."

Anders is dat bij het Engels, legt ze uit. "Die taal is juist compacter dan Nederlands. Dan moet je echt elementen schrappen om de tekst in de ballon te krijgen. Het is belangrijk om in dat geval te weten wat de essentiële elementen zijn en wat eventueel weg kan. Soms kun je dat wel ergens anders compenseren. Als je op de ene plek een woordspeling laat zitten, omdat die echt onvertaalbaar is, kun je elders wel een woordspeling maken die in het Nederlands juist goed werkt."

Soms luistert het echt heel nauw, zegt Van Tilburgh. "Hoe vertaal je ça va in het Nederlands? Dat is letterlijk: het gaat. Maar dat is al drie tekens meer. Dat kan al te lang zijn, zodat je het kernachtiger moet maken. Bijvoorbeeld: yep – twee tekens minder dan het Frans. Maar in het Engels is het nog erger. In Bloodhorne had ik: show me. De beste vertaling is: laat eens zien – zeven tekens langer! Dus nee, ik ben er niet rouwig om dat ik vaker uit het Frans vertaal."

Een vertaler kan soms smokkelen door een andere corpsgrootte te gebruiken voor de vertaling. Net iets kleiner, om de ballon mooi gevuld te krijgen. Of juist met net iets ruimere spaties. Ook kun je variëren met lettertypes. Sommige vertalers beletteren dan ook zelf, zoals Manfré of, sinds kort, Van Tilburgh. Toch biedt dat maar tot op zekere hoogte soelaas. Een strip met op elke pagina ander lettertypes in wisselende groottes: dat leest voor niemand prettig.

 

Visuele geletterdheid

Even uitzonderlijk aan een stripvertaling is het samenspel met beeld. De vertaalkeuzes worden gestuurd door wat er te zien is. Hetzelfde woord kan anders worden vertaald in een realistische strip vol donkere grijstinten dan in een komische strip getekend in vrolijke kleuren. "Het beeld geeft soms ook ruimte om het Nederlands vlotter te laten klinken. Je hoeft niet te benoemen wat ook te zien is", zegt Van Tilburgh.

Iedereen vertaalt dan ook de tekst met afbeeldingen erbij. Lavrijsen weet nog dat ze dat bij haar allereerste strip niet kon doen. Dat vereiste in de tweede ronde flink bijschaven. "Nu vertaal ik altijd van de originele, geletterde pdf. Maar dan nog kan het gebeuren dat je bij de tweede lezing opeens dingen ziet in de tekening waardoor je de vertaling moet aanpassen. Dan zie je de gezichtsuitdrukking van een personage en besef je opeens: hij bedoelt het ironisch!"

Dat samenspel gaat zo ver dat je gerust kunt stellen dat stripvertalers de beste kijkers zijn – analoog aan boekvertalers over wie altijd wordt gezegd dat ze de beste lezers zijn omdat zij als enige letterlijk over iedere zin zich afvragen wat er nu echt staat. Een stripvertaler moet iedere afbeelding nauwgezet bekijken om fouten te voorkomen. "Je hebt een visuele geletterdheid nodig die je alleen aanleert als je het veel doet", heeft Lavrijsen gemerkt.

Een voorbeeld van Vandermeersch geeft aan hoe scherp dat oog voor detail moet zijn afgesteld. Een voorbeeld uit de nieuwe 'Bollie en Billie'. "De vader van Bollie zegt, om uit te leggen waarom hij iets niet heeft gedaan: J'ai relu tous mes dossiers. Maar hij wijst tegelijk met zijn vinger naar één dossier. Dat moest dus worden: Ik moest dit nog nalezen. Want in het Nederlands kun je niet op die manier zo'n algemeen meervoud gebruiken. In het Nederlands neem je zo'n uitspraak letterlijker."

 

I want to break free

Ook de taal van een strip legt andere, moeilijkere zwaartepunten dan een boek. Op een enkel blokje met uitleg na is alle tekst dialoog. Personages moeten daarom niet alleen maar Nederlands praten, ze moeten dat ook geloofwaardig doen. "In het Nederlands gebruik je daarvoor modale partikels als 'hoor', 'zeg' of 'ja, nou'. Je hebt dus als vertaler snel de neiging die toe te voegen om het levendig te maken", zegt Lavrijsen. "Maar dan kom je weer in de problemen met de ruimte."

En vergeet de humor niet, een veel belangrijker kenmerk van strips dan van welk ander genre ook. Probeer maar eens een grap te vertalen. "Fransen zijn zó goed in woordspelingen", verzucht Manfré bewonderend. "Die kun je nooit één op één vertalen." Van Tilburgh vult aan: "In 'Goblins' had ik een hele pagina waarbij de grap was gebaseerd op het feit dat personages elkaar niet verstonden. Op klank dus. Het was lastig equivalenten te vinden, waarin óók de inhoud hetzelfde bleef omdat je ook kon zíén waar de grap over ging."

En wat als je een parodie krijgt? Dat overkwam Van Tilburgh toen hij 'Naguère les étoiles' van Bourhis & Spiessert voor Silvester vertaalde – een woordspeling op 'La guerre des étoiles', zoals Star Wars in het Frans heet. "In het Frans speelt de serie met de naam van de klank. Ik heb er daarom 'Sterrenwaas' van gemaakt. Maar ook in de strip moest ik én de verwijzingen naar de filmreeks behouden én goede Nederlandse woordspelingen verzinnen. Zo was Han Solo de Breton Yann Kersolo – met grappen over Bretonnen. Ik heb daar de Spanjaard Juan Camolo van gemaakt – met voor ons herkenbare grappen over Spanje.'

Humor is dan ook bij uitstek de categorie waarin vertalers de grap soms laten schieten – om op een andere pagina een soortgelijke grap te bedenken. "Ik heb bij het actualiseren van Lucky Luke ook compleet nieuwe grappen bedacht", zegt Vandermeersch. "In Dalton City uit 1969 zie je de Daltons schoonmaken. Sifflez en travaillant, fluit Joe Dalton. Daar heb ik van gemaakt: I want to break free van Queen – uit 1983. Omdat iedereen die clip kent."

 

En dan is er nóg meer. Ook de vele langlopende reeksen maakt stripvertalen bijzonder. Vandermeersch heeft onder meer 'Lefranc' en 'Alex' (inclusief spin-offs) overgenomen, Lavrijsen 'Corto Maltese'. "Dan moet je heel goed op de continuïteit letten", zegt Vandermeersch. "Personages kun je geen andere naam geven, voor bepaalde woorden kun je niet opeens een synoniem gebruiken. Stel je voor dat Haddock iets anders zegt dan 'duizend bommen en granaten'. Of Guust die niet meer 'nou moe' verzucht."

Hij vindt dat niet respectvol naar verzamelaars, die 'hun' serie niet meer zullen herkennen als hij zonder enige voorkennis een nieuwe Alex had omgezet naar het Nederlands. "Dus toen ik die series overnam, heb ik alle eerder verschenen albums gelezen – in het Frans en het Nederlands – en hele lijsten aangelegd van vaste vertalingen. Dat kost enorm veel tijd, waarvoor je niet extra wordt betaald. Maar het is een noodzakelijke investering." Voor Lavrijsen geldt hetzelfde, die deze mening dan ook onderschrijft.

Manfré noemt daarnaast het belang van algemene kennis. Niet dat boekvertalers geen kennis hoeven op te doen van het tijdvak waarin het boek zich afspeelt of het jargon dat in specifieke werelden wordt gesproken. Maar: "aan een boek ben je maanden bezig, terwijl strips korte projecten zijn, zodat je je in heel veel verschillende onderwerpen thuis moet zijn. Gelukkig weet mijn man, die mijn teksten altijd naleest, heel veel. Dat helpt me goed."

Om die reden vindt Vandermeersch het vertalen van strip niet vanzelfsprekend het prettigst. "Je moet met ieder nieuw verhaal er opnieuw inkomen. Het scheelt wel dat ik ook veel strips kan doen die dicht bij mijn hobby's liggen – zoals de serie 'De grote zeeslagen' van Glénat. Die schepen van toen waren veel mooier, er zijn fantastische platen om naar te kijken. Mooi in detail uitgewerkt. En de oorlogen hadden echt een verhaal. Dat is gewoon ontzettend leuk om te doen."

 

Beter dan boeken

Worden vertalers genoeg gehonoreerd voor de noeste arbeid? De vertalers klagen er niet over. En dat terwijl vertalers van boeken áltijd klagen over hun inkomsten. "In vergelijking met een boekvertaling valt het best mee", zegt Lavrijsen dan ook. "Voor een boekvertaling bestaat een modelcontract, dat uitgaat van 6,7 cent per woord. Geen enkele uitgever betaalt meer dan dat. Wel minder. In de stripwereld is de markt vrijer. Dat biedt ruimte, al word je er niet rijk van."

Hoe de factuur voor stripvertalers wordt opgemaakt, verschilt per uitgeverij en soms per opdracht. 'Per woord' is mogelijk, maar ook 'per plaat' komt veel voor. De laatste mogelijkheid stelt uitgeverijen in staat om goed de vertaalkosten van een uitgave te berekenen. Voor vertalers heeft dat tot gevolg dat ze nog beter zelf moeten inschatten of het werk de opbrengsten waard is. Ze kunnen geluk hebben: weinig tekst in een strip. Of juist pech.

"Het is nooit echt goed te berekenen hoeveel je uiteindelijk per uur verdient", zegt Manfré. "Ik probeer het wel een beetje in de gaten houden: als ik dit ervoor krijg, kan ik er zoveel tijd in steken. Als het wat meer is, doe ik bijvoorbeeld een extra correctieronde of denk ik langer na over oplossingen. Dat komt de kwaliteit ten goede. Liefdewerk oud papier doe ik in principe niet. In het begin misschien nog wel, uit onervarenheid. De gouden jaren van Mickey Mouse waren bijvoorbeeld slecht betaald in vergelijking met de tijd die het me kostte."

 

In ieder geval is bij stripuitgevers ruimte om te groeien, meent Lavrijsen. "Als je een tijd voor een uitgeverij hebt gewerkt, kun je over een hoger tarief onderhandelen." Dat komt omdat de vertaalkosten in absolute bedragen lager zijn. Wie voor een boek 1 cent méér per woord zou krijgen, dwingt de uitgever meteen 1000 euro extra kosten te maken – terwijl de kans dat met een boek terug te verdienen kleiner is. Van strips worden nu eenmaal meer exemplaren verkocht.

Maar het is niet alleen maar beter om strips te vertalen. Literaire vertalers kunnen hun honorarium verhogen met een beurs van Literatuur Vlaanderen of het Nederlands Letterenfonds. Dat wil zeggen: stripvertalers kunnen dat ook, maar dan moet de uitgever het modelcontract hanteren – en dát maakt het vaak ongunstig. Bovendien blijven de facturen voor strips laag. Om die reden vindt Vandermeersch boeken vertalen lucratiever. Een vertaler vangt dan een hoger bedrag ineens.

Tegelijk moet het niet alleen om geld draaien. "Een project kan ook gewoon heel mooi zijn. En de band die je opbouwt, is ook wat waard", nuanceert Van Tilburgh. "De uitgeverij heeft voor iedere uitgave intensief contact met mij. Op een gegeven moment weten ze dat ik vlot een correcte vertaling kan leveren. Dan zullen ze bij een nieuwe opdracht eerder voor mij blijven kiezen dan voor iemand die toevallig 100 euro goedkoper is. En ja, ik heb toen ook een keer te horen gekregen: vanaf nu gaan we je dit hogere bedrag per pagina geven."

 

Niet onlogisch

Blijft over de vraag naar het imago. Zou stripvertalen de reputatie moeten krijgen die het ambacht verdient zodat in de toekomst meer vertalers voor deze niche kiezen? Lavrijsen vindt nadrukkelijk van wel. "Volgens de conventie van Bern en de Auteurswet – ik heb het ooit opgezocht! – heeft de vertaler het recht overal te worden genoemd waar ook de oorspronkelijke auteur wordt genoemd. Op het omslag, in recensies. Maar het gebeurt nooit."

Zij zou graag zien dat het anders was. Maar niet iedereen is het daarmee eens. "Een stripvertaler is toch ook voor een kleiner deel verantwoordelijk voor het eindresultaat?", werpt Van Tilburgh op. "In een boek dragen auteur en vertaler ieder de helft bij. In een strip neemt de tekenaar de helft voor zijn rekening en de scenarist en de vertaler de andere helft. Ik vind het dus niet onlogisch dat de stripvertaler minder zichtbaar is."
Bovendien: als alle vertalers hoeven stripvertalers niet zo nodig op de voorgrond te staan. "Ik ben gráág onzichtbaar", zegt Manfré. "Erkenning?" vraagt Vandermeersch zich af. "Ik ben daar niet zo mee bezig. Toen ik Kuifje in het West-Vlaams had gedaan, werd ik in mijn omgeving vaak herkend. Dat was leuk, maar het gaat met toch om het album. Om die reden hoeft er voor mij ook alleen een prijs voor de beste stripvertaling te komen om die strip zélf nog eens onder de aandacht te brengen."

 

KADER Nederland-Vlaanderen

Wie een boek naar het Nederlands vertaalt, heeft zich te houden aan de Noord-Nederlandse normen. In de boekenmarkt is Nederland dominant. Dáár zitten de uitgevers, dáár zitten de meeste lezers. Dat heeft tot gevolg dat er strikt op wordt gelet dat er geen Vlaams-Nederlands in de vertaling sluipt. Maar in de stripmarkt is dat precies andersom. Betekent dat dat vertalers makkelijker typische Vlaamse woorden en uitdrukkingen kunnen gebruiken?

Lavrijsen ervaart wel een grotere tolerantie bij haar opdrachtgevers in de stripwereld. "Toen ik per ongeluk de uitdrukking 'hij stuurde zijn kat' had gebruikt, iets wat niemand in Nederland zegt, heb ik daar mijn redacteur zelf op moeten wijzen: dit is te Vlaams, dit moet anders. Hij had eroverheen gelezen. Dat zie ik bij Vlaamse jeugdboekenuitgeverijen, die het gros van hun omzet in Nederland realiseren, nooit gebeuren."

Dat neemt niet weg dat alle vertalers ernaar streven een Nederlands te gebruiken dat in het hele taalgebied wordt begrepen. "Het is een kwestie van respect", vindt Vandermeersch. 'Ik heb wel eens gehoord dat 30% van de strips in Nederland wordt verkocht. Een minderheid dus, maar niet zó klein dat je daar dan maar geen rekening mee hoeft te houden. Je moet ervoor zorgen dat zo veel mogelijk lezers niet blijven haken omdat ze een woord niet kennen."

Een verschil is wel dat een Nederlandse vertaler zoals Manfré die uitsluitend voor Nederlandse uitgevers werkt, tóch rekening houdt met Vlaamse lezers. "Deze uitgevers verkopen óók meer in Vlaanderen dan in Nederland. Een uitgeverij als Dark Dragon Books heeft ook Vlaamse meelezers. Ik let er inmiddels op dat ik woorden als "nou" niet meer te vaak gebruik. Ik heb de neiging dat wel te doen, het zit zo ingebakken in mijn taal."

Desondanks heeft ze weleens commentaar gekregen van Vlaamse lezers. "Als ik nu twijfel, werp ik de vraag daarom op in een Facebookgroep van vertalers, waar ook Vlamingen in zitten. Laatst wilde ik in een strip een puber laten zeggen: 'Ben je nou helemaal van de ratten besnuffeld.' Een mooie en toepasselijke uitdrukking, vind ik, maar die bleken Vlamingen niet te kennen. Dus dat werd: 'van de pot gerukt'. En van één stripfan heb ik een lijst gekregen van woorden die Vlamingen niet kennen – mét alternatieven. Heel handig."

(Eerder gepubliceerd in Stripgids 8, 2020)

zondag 23 juni 2019

Interview: Wim Verheije van Ballon Media over de opvolging van Alexis Dragonetti (Boekblad)

Drie weken geleden kwam uitgever en eigenaar Alexis Dragonetti van Ballon Media bij een tragisch ongeval om het leven. Woensdag maakten de andere twee aandeelhouders bekend dat adjunct-directeur Wim Verheije hem opvolgt aan het hoofd van de Vlaamse strip- en kinderboekenuitgeverij.

Hoe was je week?
'Redelijk tumultueus, net als de weken ervoor. Ik stond op het punt om, de volgende ochtend, op vakantie te gaan, toen ik zaterdagavond 25 mei hoorde dat Alexis was verongelukt. Ik heb mijn vakantie uiteraard meteen gecanceld. Ondertussen heb ik iedereen ingelicht, ook de collega's, en was ik ontzettend druk met de begrafenis van Alexis, die op 4 juni plaatsvond. Daar leef je eerst naar toe. Er moest van alles worden geregeld met de familie. Ik moest een toespraak schrijven. Enzovoorts. En dan ga je de dag erna weer aan het werk en komt er nog steeds zó veel op je af.'

Wat allemaal?
'Ballon Media is een lopende business. Er moeten betalingen worden gedaan. Beslissingen genomen worden. Je moet door met het programma: 220 boeken per jaar, dus ga maar na. En ondertussen moet je allerlei stukken uit Alexis' kantoor halen om uit te zoeken waar we precies staan. Ook zijn nalatenschap – hij was grootaandeelhouder – moet worden geregeld. De repercussies daarvan voor ons zijn nog onduidelij. En ondertussen blijven er steunbetuigingen en briefjes komen, die elke keer confronterend zijn. Het is fijn dat je daardoor even aan hem denkt, maar je realiseert je iedere keer ook weer hoe verschrikkelijk het is.'

Alexis was – kan ik uit eigen ervaringen zeggen – iemand die warme gevoelens opwekte.
'O, zeker. Hij was een gangmaker. Iemand met een verhaal, die dat kon uitleggen en zijn mensen mee nam. Hij was enorm inspirerend, wat wordt onderstreept door de stappen waarmee hij dit bedrijf echt verder heeft gebracht. En iedere keer als iemand het met een kaart of een mail laat weten, is het goed om te merken hoezeer dat gevoel wordt gedeeld. De honderden en honderden bloemstukken, kaarten en brieven die we hebben gekregen, bewijzen stuk voor stuk hoezeer hij zal worden gemist. En niet alleen van al onze relaties in Vlaanderen en Nederland. Wij hebben als vertegenwoordiger van alle belangrijke Franstalige stripuitgevers en als exporteur naar talloze landen veel relaties in het buitenland. Ook die kropen allemaal in de pen.'

Lag het voor de hand dat jij hem zou opvolgen?
'Ik heb inmiddels bijna zes jaar als de rechterhand van Alexis gewerkt. Toen mij enkele dagen na het ongeval werd gevraagd om in zijn voetsporen te treden, heb ik direct ja gezegd. Ik ben 61 jaar. Ik had eigenlijk het idee: ik doe dit nog zo'n anderhalf jaar, dan stap ik eruit. Maar ik heb na al die jaren zo geïdentificeerd met Ballon Media en met Alexis – zoals vanzelf gebeurd als je ergens graag werkt – dat ik onmogelijk kan zeggen: ik laat het schip stuurloos achter. De kaarten liggen anders, dus daar pas ik mijn toekomstperspectief op aan. Dat is dan niet anders. Ik ga samen met het team Alexis dromen, ideeën en wensen proberen te realiseren.'

Is het wel mogelijk hem op te volgen?
'Ik lijk natuurlijk niet op hem. En het is nooit slim je voorganger te imiteren. Maar hij had wel de dagelijkse leiding van Ballon Media in feite al aan mij overgedragen. Hij was overwoekerd geraakt door het werk – ook met dingen buiten het bedrijf: bij Boek.be en de Boekenbeurs, en met allerlei privédingen – dat hij intern afstand had genomen. Zo opereerde ik eigenlijk al als CEO. In de tussentijd sprak ik hem zeker een keer per week uitgebreid, waarin we praten over het bedrijf, de leescultuur, de boekenmarkt, maar ook over het leven zelf. Het waren soms heel filosofische gesprekken. Daardoor heb ik ook een beeld van waar hij met het bedrijf naartoe wilde.'

Zijn dromen stonden niet op papier in zoiets als een meerjarenplan?
'Die zaten grotendeels in zijn hoofd, ja. Toch heb ik door die gesprekken een goed idee van welke kant het op moet. En er is bijvoorbeeld wel een expansieplan voor de export, dat we nu gewoon gaan uitrollen.'

Werd je de afgelopen week gefeliciteerd met je nieuwe functie?
'Jawel. Maar het is natuurlijk heel dubbel. Mensen vertelden me daarom soms: ik weet niet goed wat ik moet zeggen. Dat vind ik prima. Want als je dát zegt, heb je toch iets gezegd, wat oprecht uiting geeft aan je gevoelens. Sommigen zeiden ook: voor jou is het een mooie kans. En dat is ook waar. Het is alleen geen kans die ik had gewild of waar ik behoefte aan had.'

Wat voor effect heeft het ongeval op het team gehad?
'Dat heeft ons dichterbij elkaar gebracht. Het is erg om te zeggen, maar dat gebeurt vaak op kritieke momenten. In momenten van collectieve rouw, na rampen, oorlogen maar ook een plotseling overlijden, voel je de onderlinge cohesie het sterkst. Daarom heb ik direct na Alexis' overlijden ook aan Philippe Moorkens – samen met het Franse concern Média-Participations de andere twee aandeelhouders van Ballon Media – gevraagd of hij de maandag erop naar ons kantoor in Antwerpen kon komen. Dat heeft hij gedaan, wat zorgde voor een heel ontroerend moment van samenzijn.'

Hoe merk je die sterkere band in de afgelopen weken? Werd er extra veel overgewerkt?
'Zo precies kan ik dat niet zeggen. Er is, ondanks de omstandigheden, niet één boek te laat verschenen. Dat wel. Maar ik merk het vooral aan de mate van betrokkenheid bij elkaar en bij het bedrijf. Want waarom werk je? Natuurlijk: om je brood te verdienen. Maar zeker bij sterke bedrijven die goed presteren doe je het ook om met elkaar iets voor elkaar te krijgen. Daar geloof ik heel erg in. Dat zag je bij Ballon Media altijd al aan het geringe verloop. In bedrijven met grote onderlinge concurrentie zoeken mensen juist snel andere horizonten op. En dat zag je de afgelopen weken aan hoe we met elkaar verder willen gaan.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 16 jun)

dinsdag 6 juni 2017

Nooit eerder gepubliceerde detective en essays van Toonder in boekvorm (Boekblad)

Een complete detective en vijftien korte, essayistische teksten. De uitgeverijen Personalia en Klaas Driebergen brengen kort na elkaar nooit eerder gepubliceerde teksten van Marten Toonder.

Personalia overhandigt volgende week zondag in boekhandel Van Rossum het eerste exemplaar van de detective Tim MacNab zoekt kopij aan kleinzoon Irwin M. Toonder. In dit 144 pagina's tellende boek proberen een journalist en een kapitein aan boord van een schip een moordzaak op te lossen. Toonder schreef de 'whodunnit' in 1937, maar publiceerde het nooit – volgens Personalia-uitgever Seb van der Kaaden mogelijk omdat hij op dat moment voor een carrière als stripmaker koos, een vorm waar hij zich meer thuis bij voelde.
De onbekende tekst dook vijf jaar geleden in het omvangrijke Toonder-archief, dat is ondergebracht in het Literatuurmuseum. Toonders vaste uitgever De Bezige Bij maakte daarop een facsimile-uitgave dat als nieuwjaarsgeschenk onder relaties werd verspreid. Van der Kaaden: 'Een paperback dat volgens mij bewust niet goed leesbaar is gemaakt. Ze waren ook de eerste pagina vergeten af te drukken. Het was bedoeld als curiosum. De Bezige Bij had geen belangstelling om het regulier uit te geven.'
Van der Kaaden wél. 'Toen ik het cadeau kreeg van Dick Matena wist ik meteen: hier moet ik iets mee. Ik heb het aan Tomas Ross laten lezen, dé thrillerschrijver van Nederland. Hij vond het harstikke goed. Een onbekende parel, zoals hij het noemt in het voorwoord. Dat onderstreepte mijn gelijk. Het komt nu uit in een oplage van tweeduizend exemplaren, waarvan ik de helft op aanbieding heb weggezet bij de boekhandel. Ik ben daar blij mee. Ik acht de kans behoorlijk aanwezig dat ik binnenkort een herdruk opleg.'
Het manuscript en de cover van Tim MacNab zoekt kopij – beide zaten op andere plekken in het archief – werden destijds opgedoken door Klaas Driebergen, toen hij een Schrijversprentenboek over Toonder samenstelde. Hij vond daarbij nog meer niet gepubliceerde teksten. Twee hoofdstukken van zijn autobiografie die Toonder niet opnam, waaronder een beschrijving van het sterven van zijn vrouw Phiny Dick. Maar ook toespraken bij de verschijning van een nieuw Bommelboek in 1972 of de Nederlandse Filmdagen in 1986, en een essay over 'De Ierse cultuur in de EEG' uit 1991. 
Driebergen geeft al deze teksten zelf uit in de vierdelige reeks Het complete proza. Hierin brengt hij circa 150 korte teksten van Toonder bij elkaar. Deel 1, met essays over Heer Bommel en Tom Poes en over strips, verscheen een maand geleden. De andere delen verschijnen binnen een jaar: deel 2 met essays over tekenfilm, taal, literatuur, kunst en maatschappij, deel 3 met essays over Ierland en levensbeschouwing en autobiografische stukken, en deel 4 met achttien korte verhalen. Bij elkaar tellen de delen 900 pagina's.
'Ik ben de nooit eerder gepubliceerde teksten aangeboden aan twee uitgeverijen', zegt Driebergen – zonder die te noemen, maar vermoedelijk bij De Bezige Bij en Personalia. 'Die waren geïnteresseerd, maar wilden er in ieder geval nu niets mee doen. Wellicht omdat het toch vooral interessant is voor liefhebbers. Dit is geen uitgave voor een groot publiek. Toen dacht ik: ik heb zo'n interesse in het boekenvak, waarom doe ik het niet zelf? Dat is me ontzettend goed bevallen.'
Deel 1 van Het complete proza kent een oplage van duizend exemplaren. Dankzij een nieuwsbrief en enkele berichten op Facebooks heeft Driebergen al zoveel bestellingen van fans binnen dat hij uit de kosten is. Tegelijk benadert hij boekhandels. 'Het is lastig, zeker als je het niet via CB doet. Maar het ligt langzaam steeds beter in de boekhandel.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 2 jun) 

woensdag 10 augustus 2016

Stripspeciaalzaak Bul Super haalt de veertig jaar zonder ooit omzetverlies te lijden (Boekblad)

Bul Super in Delft vierde zaterdag haar veertigjarig bestaan. De stripspeciaalzaak heeft ieder jaar omzetstijging geboekt. Eigenaar Peter Ottens (62) mikt nu op een gouden jubileum.

Bul Super viert zijn veertigste verjaardag met wafels voor alle bezoekers. Ottens verwijst daarmee naar de Vlaamse stripreeks Nero van Marc Sleen. Aan het eind van ieder avontuur – althans, vanaf De juweleneter uit 1964 – komen alle personages in de keuken van mevrouw Nero bij elkaar om haar wafels te eten. En dat terwijl de eigenaar allerminst van plan om de stripspeciaalzaak eraan te geven. Wel is het zijn vrouw die de wafels bakt.
Ottens heeft het zo lang vol kunnen houden omdat hij ontzettend veel plezier in zijn werk heeft. 'Wij wonen, heel ouderwets, boven de winkel. Ik ga iedere ochtend zingend de trap af. Ik vind strips heel interessant – en met ruim duizend nieuwe titels per jaar blijft er heel veel moois verschijnen. Al is niet iedereen het ermee eens, ik vind strips vrij veel diepgang hebben. Je kan er eindeloos over discussiëren. En Delft is een universiteitsstad, dus een discussie is zo op gang. Ik verveel me geen seconde.'
Ook economisch gaat het hem voor de wind. 'Alleen toen de euro was ingevoerd en men na een tijdje doorkreeg dat de euro niet hetzelfde waard was als een gulden, hield men een halfjaar de hand op de knip. Maar verder ben ik ieder jaar een klein beetje gegroeid', zegt Ottens, die dat dankt aan de combinatie van een trouw vast publiek en een 'waanzinnig hoge kwaliteit' van veel nieuwe uitgaven.
Dus de klachten over de teruglopend aantal stripspeciaalzaken? 'Ik snap nooit wat ze bedoelen', reageert Ottens. 'Bovendien zijn er nooit veel stripspeciaalzaken geweest. Veel winkels leefden ook van poppetjes en andere merchandising. Dan ben je niet echt een stripspeciaalzaak. Ik verkoop alleen maar boeken. Goed, ik heb ook wel eens gedacht: wat zijn die Kuifje-klokken toch mooi. Maar na een tijdje merkte ik altijd: wat heb ik daar nou aan? En dan gingen dat soort producten er weer uit.'
Hij geeft wel toe dat hij het pand in eigen bezit heeft. Een retailer die nu, zoals in Delft, twee- tot driehonderd euro per vierkante meter moet betalen, redt het niet met de smalle marges in de stripmarkt. 'Ik heb dat destijds bewust zo gedaan. De banken deden in die tijd ook niet moeilijk. Wilt u een stripzaak beginnen? O, leuk, zeiden ze. "Als het mis gaat, pakken we uw boeken wel af en verkopen we die hier in de hal, zoals we laatst deden met een platenzaak." Maar het pand is inmiddels afbetaald. En ik heb geen personeel, dus ik kan hier prima van leven.'
En Ottens is altijd alert geweest: het nieuws volgen, naar beurzen gaan, collega's spreken, de band met klant onderhouden. 'Ik weet nog dat ik naar de boekenbeurs in Antwerpen was. Daar lagen opeens honderden graphic novels. Ik heb gelijk een wand gesloopt en een nieuwe gebouwd: omdat graphic novels doorgaans kleiner zijn heb je andere schappen nodig. En ja hoor, die wand is nu gigantisch groot.'
Bul Super is niet de oudste stripwinkel van Nederland. Het Amsterdamse Lambiek dateert van 1968. 'Maar in ongewijzigde vorm is mijn winkel wel de oudste', aldus Ottens. 'Ik heb al veertig jaar hetzelfde pand, dezelfde toonbank en hetzelfde artikel. Dat kun je van Lambiek niet zeggen. Het enige wat in al die jaren is veranderd is het assortiment. Op een gegeven moment is er bijvoorbeeld manga en graphic novels bijgekomen.'
Voorlopig houdt Ottens aan die status vast. En toch is het Nero-einde waarmee hij het jubileum viert niet helemaal voor niets. 'De winkel beslaat twee panden. Daarnaast heb ik een derde pand waar twee grote magazijnen in zitten. Dat is voor mijn oude dag, zei ik altijd. Zover is het nu. Ik ga toch maar, op mijn dooie gemak, beginnen die voorraden weg te werken.'

Daar moeten prachtige dingen tussen liggen, zegt hij. 'Ik heb in de jaren zeventig ooit eens voorraden van een collega uit Rotterdam overgenomen. Honderden dozen vol. Sommige daarvan heb ik nog niet eens opengemaakt.'
(Eeder gepubliceerd op Boekblad.nl, 5 aug)

maandag 20 april 2015

Interview Peter Quaghebeur (WPG België): 'Als de doorbraak van het e-boek nu niet komt, wanneer dan wel?' (Boekblad)

Na enkele jaren van herstructureringen wordt 2015 het jaar dat WPG België (Standaard Uitgeverij en Manteau) opbloeit. Sinds zijn aantreden drie jaar geleden heeft directeur Peter Quaghebeur kosten bespaard, onrendabele afdelingen afgestoten en de nieuwe manieren om de content te exploiteren aangeboord. Nu is de tijd om het oogsten aangebroken – tot aan de opening van het indoor belevenispark Comics Station, waaraan WPG België bijdraagt, aan toe. Wel is Quaghebeur ondertussen minder optimistisch geworden over de mogelijkheden van de digitale boekenmarkt.

Hoe kijkt u terug op 2014?
'Het was een bewogen jaar, waarvan we er al een paar hebben gehad. Jullie hebben in Nederland gezien wat er is gebeurd met WPG. Als het regent in Amsterdam, druppelt het in Antwerpen. Wij voelen de gevolgen van de herstructureringsoperatie van ons moederbedrijf. Maar ook in Vlaanderen zelf is de markt al jaren moeilijk. Dat betekent ook voor ons, zoals het gezegde luidt, reculer pour mieux sauter. Terugtrekken om beter vooruit te komen. Dat begint met: de basis opnieuw goed zetten. Qua personeel, qua filosofie van waaruit we werken. Toen ik medio 2012 directeur werd, zijn we daarmee begonnen. We zitten nu in de fase dat we beter vooruit gaan komen. In 2014 kon je daar al iets van zien, in 2015 zeker.'

Het afgelopen jaar was het laatste overgangsjaar?
'Dat kun je niet zo zeggen. Bij strips zijn we er veel sneller in geslaagd om de basis op orde te krijgen, onder meer door te stoppen met een aantal series. Waardoor er eerder ruimte is gekomen om te investeren. Denk aan de Suske & Wiske-spin off Amoras in 2013 en de Jerom-spinoff J.rom vorig jaar. Maar over de volle breedte zijn de grote slagen nu wel gemaakt. Tweeëneenhalf jaar geleden werkte hier nog 100 man, vandaag zijn het er 55. Tegen hen heb ik, overigens al op mijn eerste werkdag, gezegd dat als er één constante is, dat verandering is. In mediabedrijven – zie ook bij kranten en tv – richt je geen werkprocessen meer in om daar tot in lengte van jaren mee door te gaan. Die tijd is voorbij.'

Was 2014 al winstgevend na de rode cijfers in 2012 en 2013?
'Ja. Kunstboekenuitgeverijen Ludion en Lido waren erg verlieslatend. Die hebben we in 2013 verkocht. De Bezige Bij Antwerpen kun je eigenlijk zien als een investering van WPG. Het bleek heel moeilijk voor deze uitgeverij om zelf de broek op te houden. Dat hebben we vorig jaar afgeslankt en geïntegreerd binnen WPG België en De Bezige Bij Amsterdam.'

De reorganisatie van De Bezige Bij Antwerpen veroorzaakte wel enorm veel rumoer.
'Ik vind het nog altijd een juiste beslissing. Het getuigt van lef om een aparte literaire uitgeverij op te zetten, maar je moet dan achteraf ook durven zeggen: het is niet gelukt, laten we ermee stoppen. En het verdwijnt niet: De Bezige Bij Antwerpen wordt geïncorporeerd binnen De Bezige Bij Amsterdam en zitten fysiek bij ons op de Mechelsesteenweg, met twee redacteuren en een promotiemedewerker. Goed, dat zijn twee mensen minder dan er waren, maar we blijven Vlaamse literaire auteurs een kans geven om bij ons boeken uit te brengen. De ambitie blijft even groot, we brengen hooguit wat minder titels. Het enige wat echt slecht was, was de communicatie, ook omdat Nederland het effect van de reorganisatie in Vlaanderen onderschatte. We hadden de herstructurering op één dag aan personeel en auteurs moeten vertellen, nu lazen de auteurs het in de krant.'

Is de schade daarvan groot? Vertrokken veel auteurs zoals Joost Vandecasteele en Marc Reugebrink?
'Dat behoort tot de bevoegdheid van De Bezige Bij Amsterdam. Ik ben daar niet bij betrokken. Er zijn twee auteurs van wie ik het weet. We hebben wel veel gedaan om de schade te herstellen: individuele gesprekken met auteurs, mensen die overkwamen uit Amsterdam, publiekelijke excuses in de krant. Ik denk dat als mensen zien dat je erkent fouten te hebben gemaakt en die probeert te herstellen, ze daar begrip voor hebben.'

Terug naar de cijfers. Ik las dat Manteau ook verlieslatend was.
'Dat klopt. De uitgeverij als geheel is winstgevend, maar niet alle poten zijn even rendabel. Strips was aanvankelijk verlieslatend. Eigenlijk heel vreemd, maar goed: het was zo. Intussen zijn die winstgevend. De distributie van Nederlandse importfondsen is winstgevend. Standaard Uitgeverij Professioneel is winstgevend – dat hebben we vorig jaar desondanks verkocht aan Larcier, op verzoek van ons moederbedrijf dat cash nodig had. Spijtig, maar begrijpelijk: het uitgeven van business informatie was een beetje een vreemde eend binnen de groep. En dan zijn er de boeken. Juist die uitgaven hebben het soms moeilijk. Het gaat nu richting break-even.'

Hoe probeert u weer zwarte cijfers te schrijven met boeken uitgeven?
'Je kunt de omzet verhogen. Dat is niet makkelijk in een dalende markt. En je kunt de kosten beter beheersen. Dat is ook niet makkelijk, maar heeft wel meteen effect. Dat betekent dus: beter rekenen. Ofwel: lagere oplages maken, minder titels uitbrengen, snijden in de overhead, de aanwezigheid op de Boekenbeurs anders aanpakken. '

Eind 2012 constateerde u dat 95 procent van de tijd en geld naar het maken van boeken ging – en 5 procent naar research vooraf en marketing achteraf. Dat moest fifty-fifty worden. Is dat daarmee gelukt?
'Nog niet helemaal. We gaan die kant op. We investeren meer in promotie en marketing. We overleggen beter vooraf. Intern en met de retail: Hoe uniek is deze uitgave in de markt? Past het bij de tijdgeest? Wat is het potentieel? Niet makkelijk allemaal, maar die oefening moet je maken. Je kunt niet meer zoals vroeger denken: we drukken die boeken en we zien wel, en omdat de kostprijs dan lager is, drukken we er wat meer. Dat kost je handenvol geld aan opslag, retouren en dergelijke.'

Dat lijkt me erg gechargeerd. U trof bij uw overstap van de mediasector naar de boekenuitgeverij toch geen bedrijf aan dat zo werkte?
'Toch was er heel wat ruimte voor verbetering. Goed, misschien is het een beetje gechargeerd. Maar ik denk dat er vandaag nog genoeg uitgeverijen zijn waar nog steeds zo wordt gewerkt, waardoor die in een situatie komen met enorme kosten aan voorraden en retouren. Dat komt ook omdat het relatief kort geleden is dat de markt begon te dalen. Het kost tijd om je bedrijf aan te passen aan een snel wijzigende markt.'

U kondigde eind 2012 ook aan content op meer manieren te exploiteren dan alleen op papier. Hoe staat het daarmee?
'Naast boeken, strips en import is Santeboetiek nu de vierde poot van het bedrijf. Deze afdeling exploiteert bestaande characters, boeken, stripfiguren op andere manieren. Dat lukt het best met strips. Wij hebben 55 procent van de stripmarkt in handen, inclusief series als Suske & Wiske, De Kiekeboes, FC De Kampioenen en Urbanus die in de genen van Vlamingen zijn gaan zitten. Voor die strips werken we aan twee animatieseries, het indoorbelevingspark Comics Station bij Antwerpen Centraal, een digitaal platform en tal van andere projecten. Maar er is meer dan strips. Met VTM werken we aan crime-serie voor televisie van onze thrillerauteur Toni Coppers. Er zitten drie tot zes films in de pipeline rond thrillers van zes verschillende Manteau-auteurs. Dit najaar komt de jeugdreeks Kattenoog op tv, waarvan wij de boeken van de schrijfster Anjali Taneja gaan brengen. Natuurlijk zijn niet al onze uitgaven geschikt om meerdere exploitatievormen te krijgen, maar we hebben meer dan genoeg potentieel. En dat moet ook. De boekenmarkt zal nooit meer vijf procent per jaar stijgen, dus als je wilt groeien, moet je meer doen met de auteurs en titels die je hebt.'

Naast groei door meer te doen met branchevreemde kanalen, zoals sommige van uw collega's in Vlaanderen?
'We hebben daar natuurlijk ook aandacht voor, maar ik ben bang dat de mogelijkheden al erg worden benut. Er liggen al boeken bij supermarkten als Colruyt en Carrefour en ketens als Dreamland en Fun. Je kan dan wel kookboeken gaan leggen bij alle lokale traiteurs, maar dat vraagt heel veel opvolging en het zal een grote retourenstroom geven. De return op je investering is dan zeer gering.'

Is Santeboetiek een aparte afdeling in het bedrijf?
'Er zijn twee mensen fulltime mee bezig: een producer en een redacteur. Zij pitchen ideeën bij zenders, bespreken voorstellen met auteurs enzovoorts. Maar heel wat medewerkers zijn erbij betrokken. De juridisch medewerker die auteurscontracten opstelt, leest ook contracten met tv-zenders door. Enzovoorts. We besteden er veel tijd en energie aan.'

En dat terwijl er in de Vlaamse pers schamper over uw ambities op dit punt werd opgemerkt dat er na tweeëneenhalf jaar alleen een project rond Franse chansons van de grond is gekomen.
'Ach, ik weet wie de bron daarvan is: een ontslagen medewerker. En het was niet eens juist: dat project is van De Bezige Bij Antwerpen. Het is niet erg, ik ben niet zo ijdel. Ik kom uit de mediawereld, dus ik weet hoeveel tijd en geld zulke projecten kosten. Een animatieserie: drie tot vijf miljoen euro. Op dat te kunnen financieren moet je internationaal werken en partners zoeken in landen als Duitsland, Frankrijk, Italië. Dat heb je niet in een maand geregeld. Maar ik beloof u: in 2015 beginnen we te oogsten met Santeboetiek en in 2016 helemaal. In de kerstvakantie eind dit jaar gaat bijvoorbeeld in Antwerpen het indoor belevenispark Comics Station open.'

Hoeveel procent van de omzet behaalt WPG België nu nog met de verkoop van papieren boeken?
'Dat is lastig precies te berekenen. Toch nog wel 95 procent, denk ik. De rest is verkoop van licenties en digitale producten. En inderdaad, dat percentage zal in 2015 al een klein slagje lager zijn.'

Ook het e-boek is bij WPG België nog geen groot succes?
'Het gaat heel traag in Vlaanderen. Vorig jaar zagen we de introductie van Tolino door Standaard Boekhandel, de komst van Amazon, de samenwerking van Bol en Kobo. De Tolino doet het nog het beste, denk ik, maar de verkoop van e-boeken via hen breekt nog geen potten. Het aandeel van e-boeken in de omzet is hooguit twee procent. Ik ben daardoor minder optimistisch dan zes maanden geleden. Heel lang was het verhaal: er zijn te weinig devices, er zijn te weinig titels als e-boek beschikbaar. Die barrières voor consumenten zijn afgelopen jaar weggehaald – en tóch blijft de verkoop beperkt. Als de doorbraak van e-boek nu niet komt, wanneer dan wel?'

Wat heeft die verandering voor effect op jullie digitale strategie?
'Dat we nog beter afwegen: moeten we van deze titel een e-boek maken? De digitale markt is er wel, maar we moeten niet denken dat die over vijf jaar vier keer zo groot is als de papieren markt. En over vijfentwintig jaar waarschijnlijk evenmin. In andere landen zie je de groei van de digitale markt ook aftoppen. Daarbij verwachten we dat de platformen als Amazon en Tolino het nodige lawaai maken om e-boeken te promoten. Dat is niet onze primaire taak.'

Jullie ontwikkelen wel zelf het digitale platform voor strips: Yieha.
'Met De Ballon, ja. Samen hebben wij ongeveer negentig procent van de stripmarkt in handen. Als we Yieha in april lanceren bieden we achthonderd titels te koop en te huur aan. Met uitzondering van Kuifje en De Smurfen zitten alle belangrijke reeksen daarbij. Die compleetheid maakt zo'n platform interessant voor gebruikers. We zullen heel veel communiceren met de mensen die op dat platform komen. We hopen hiermee ook de Nederlandse markt beter te kunnen bewerken. Strips worden in Nederland behandeld als magazines: na vier weken verdwijnen ze uit het schap. Een enorm nadeel voor een uitgeverij. In Vlaanderen blijven strips veel langer op voorraad in de winkel. Op Yieha kunnen we dus een veel groter aanbod veel langer aanbieden.'

Welk omzetdoel hebben jullie met Yieha?
'We zijn voorzichtig. Digitaal lezen heeft een marktaandeel van drie tot vijf procent. Als Yieha straks vijf procent van de stripmarkt heeft, zou dat mooi zijn. Hopelijk vergroot het de markt ook, door wat ik net zei over het bewerken van de Nederlandse markt.'

Is Yieha ook een soort proeftuin voor de Spotify for Books dat Lannoo en WPG samen opzetten?
'Dat project wordt door WPG Nederland behartigd. Maar ook hiervan ben ik gaan twijfelen over de potentie. Yieha is inderdaad kleiner. Er zijn een stuk minder auteurs bij betrokken – en toch is het heel ingewikkeld om iedereen op één lijn te krijgen. Je moet alle rechthebbenden zover krijgen dat ze accepteren dat de royalty's lager liggen omdat de verkoopprijzen van digitale producten nu eenmaal lager zijn. Dat kost veel overtuigingskracht. Ook hadden we aanvankelijk het plan om abonnementen aan te bieden. Maar het is zó complex om daar sluitende afrekenmechaniek voor op te zetten, dat we voorlopig gestart zijn met alleen koop- en huuropties.'

WPG zegt dat de periode van herstructurering nu voorbij is. Hoe is inmiddels de verhouding tussen WPG België en het moederbedrijf?
'Ik denk begripvol in beide richtingen. WPG kocht ons in 2010. Ik was daar niet bij, maar ik denk dat er toen te veel is gedacht: een uitgeverij erbij, die plakken we er gewoon tegenaan. Maar qua mentaliteit, bedrijfscultuur en business zijn wij een heel ander bedrijf. Dat leidde tot misverstanden zoals de communicatie rond De Bezige Bij Antwerpen. De afgelopen twee jaar zijn we erin geslaagd om beter tot elkaar te komen. Neem Comics Station. Het oude WPG zou daar niet snel in investeren. Strips, wat voor band hadden ze daarmee? Nu snappen ze hoe belangrijk strips voor ons in Vlaanderen zijn en krijgen wij de benodigde ruimte.'

Gek eigenlijk, die misverstanden: WPG wordt geleid door de Vlaming Koen Clement. Die zou uw taal toch moeten spreken?
'Koen spreekt onze taal. Maar hij leidt WPG al meer dan zeven jaar. Hij spreekt intussen even goed Amsterdams. Hij is een half-Belg, half-Nederlander geworden.'

Heeft de verbeterde verstandhouding concrete voordelen voor jullie?
'Sinds iets meer dan een jaar merken we dat wel. WPG was een amalgaam van allemaal losse bedrijven, geen groep. Het was ieder bedrijf voor zich. Ik vond dat raar. Ik kwam van de Persgroep: ook een geheel van heel verschillende bedrijven, maar wel een groep. Sinds twee jaar is er echter bewustwording gekomen dat als we ergens willen geraken, we als groep moeten opereren. Het helpt dat nieuwe mensen als bijvoorbeeld Hylke van der Meer [directeur Weekbladpers Tijdschriften] dezelfde mentaliteit hebben: dat de groep vóór gaat. Dat vertaalt zich in regelmatige overleggen, ook voor druk- en distributieopdrachten. Zulke contracten sloot vroeger ieder bedrijf apart. Als buitenstaander denk je: hoe kan dat nu? Toch gebeurde het.'

Heeft die nieuwe dynamiek voordelen voor bijvoorbeeld de export naar Nederland?
'Dat ook zoiets. Tot 2012 deden we dat zelf vanuit België. Waarom? Als WPG tientallen verkopers in Nederland heeft rondlopen? We hebben toen besloten dat binnen de groep te doen. Het heeft uiteraard tijd gekost voordat dat goed loopt, maar nu beginnen we er de vruchten van te plukken.'
(Eerder verschenen in Boekblad Magazine, maart 2015)

Zie ook:
- Een Vlaamse uitgeverij in Nieuw-Zeeland
- De Vlaamse uitgeverij anno 2015, deel 1, deel 2 en deel 3