Posts tonen met het label Boekblad. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boekblad. Alle posts tonen

woensdag 3 februari 2021

Febe van der Wardt van Luitingh-Sijthoff: 'Het had zoveel erger kunnen zijn' (Boekblad)

Het afgelopen jaar bijzonder noemen is een understatement. Het coronajaar was voor iedere boekenvakker het uitzonderlijkste jaar uit zijn of haar carrière. Ook voor Luitingh-Sijthoffdirecteur Febe van der Wardt. Hoe kijkt zij terug op wat ze ondanks alles een positief 2020 noemt? 'Je denkt terugkijkend: het had zoveel erger kunnen zijn.'


Drie jaar geleden kwam Febe van der Wardt aan het hoofd te staan van uitgeverij Luitingh-Sijthoff, onderdeel van VBK. Uiteraard vroegen allerlei mensen: Wat gaat er vanaf nu anders? 'Nou, voorlopig niets', dacht ze steevast. Waarom zou het bedrijf de bakens ook verzetten? 'De grote veranderingen vonden net daarvoor plaats. Toen zijn we, naast de thrillers, fantasyboeken en romans, begonnen met kinderboeken en full color non-fictie – in 2015 respectievelijk 2016. Die fondsen, die het goed doen met successen als Julius Zebra en een creatief fonds dat direct op de kaart stond, verdienen de rust en ruimte om verder te groeien. En ondertussen bewegen we mee met de markt. Dat zijn steeds kleine veranderingen, maar als je de uitgeverij van nu vergelijkt met die van toen, zie je vooral grote verschillen.'

De stap van commercieel directeur naar algemene directeur was ook persoonlijk geen grote verandering. 'Natuurlijk is het even wennen aan een nieuwe functie. Maar ik werkte hier al met veel plezier. Het fonds past me goed. En de verhoudingen in het team zijn heel goed. Daar begint het bij Luitingh-Sijthoff mee: samen plezier in het werk hebben, elkaar weten te vinden, lol maken. Als dat goed zit, straal je dat uit naar de auteurs en de relaties van de uitgeverij. Dat is niet iets waar ik mee ben begonnen, maar ik vind het wel belangrijk om dat te blijven stimuleren, zodat de sfeer goed blijft.'

En toen kwam het coronavirus. Even dacht ze, in maart, grote beslissingen te moeten nemen zoals maar weinig directeuren die in hun carrière hoeven te nemen. Zou de omzet met dertig procent kelderen zoals in het vak rondzong? Zou drie tot vijf op de tien boekhandels het loodje leggen, zoals naar voren kwam uit een ledenenquête van de Koninklijke Boekverkopersbond (KBb)? En moest ze daardoor op korte termijn reorganiseren of de manier van werken radicaal anders inrichten? In die eerste chaotische weken na het afkondigen van een 'intelligente lockdown' wist niemand wat hij of zij kon verwachten, maar waren de angsten en onzekerheden groot.

 

Hoe kijk je nu terug op 2020?

'Het gekke is: het lijkt alsof het jaar pas half maart begon. Alsof we niet eerst tweeëneenhalve maand zonder corona hebben gehad. Maar ook als ik aan het jaar vanaf half maart terugdenk, ben ik blij dat we een goed jaar hebben gedraaid. Dat het team in deze omstandigheden een team bleef, en we er ook in zijn geslaagd om mensen buiten Luitingh-Sijthoff aan ons te blijven verbinden. Ook ben ik erg onder de indruk van hoe wij als vak elkaar meteen opzochten en er die geweldige campagne #ikleesthuis kwam. Een hashtag die trouwens werd bedacht door onze auteur en kinderboekenambassadeur Manon Sikkel!'

 

Het jaar stemt je dus positief?

'Ja. Grappig, eigenlijk. Al had ik natuurlijk liever geen coronapandemie gehad. Die heeft veel leed en zorgen gebaard – denk alleen al aan de zorg om de boekhandels. Je moet het vooral zien tegen de achtergrond van die enorme onzekerheid in het voorjaar. Dat het dan toch zó heeft kunnen lopen, is positief. Je denkt: het had voor LS zoveel erger kunnen zijn.'

 

Wat betekent 'een goed jaar gedraaid'?

’We zitten nagenoeg op begroting en daarmee ook zo goed als op hetzelfde niveau als vorig jaar.'  

 

Hoe komt dat?

'De online verkoop groeit bij ons hard – zeker óók van audio- en e-streamingedities. Ons commerciële fictiefonds leent zich daar goed voor. We investeren daar al jaren in: in het produceren van audioboeken, maar ook in het verkrijgen van streamingrechten van onze backlist. Dat betaalt zich nu uit. Folio staat weliswaar onder druk, maar in het najaar hebben we een goede eindsprint ingezet: met Het wilde dierenorkest van Dan Brown, David Attenborough, Man man man, Lee Child. Door die mix hadden we een goed jaar.'

 

Profiteerde Luitingh-Sijthoff dus bij uitstek van de sterke verschuiving van offline naar online in het coronajaar?

’Nee hoor, wij bewegen mee met de markt. De laatste GfK-cijfers laten voor folio een groei van 26% via het onlinekanaal en een daling van ruim 6% voor het offlinekanaal zien. Die cijfers zijn vergelijkbaar met wat wij zelf zien.'

 

Jullie hadden een van de allereerste grote coronaboeken: Een nieuw beginvan Tony Crabbe. Hoe heeft die het gedaan?

'Niet slecht, we zitten tegen de 8.000 exemplaren aan. Het boek was vooral belangrijk voor wat het voor ons heeft gedaan. Het is bedacht in de tweede week van de lockdown. We zaten middenin titels uitstellen, evenementen afblazen, de omzetverwachting naar beneden bijstellen. En toen we óók nadachten over de kansen vanuit ons fonds in de nieuwe situatie, kwamen we op dit idee. Dat gaf ons veel positieve energie: samen met Tony aan dit boek werken, een auteur die alles aan de kant schoof om dit te maken, samenwerkingen opzetten zoals met The School of Life. Het boek is misschien niet de grote seller als zijn debuut Nooit meer te druk geworden, waar meer dan 100.000 exemplaren van zijn verkocht.  Maar ik ben helemaal niet ontevreden. En: het blijft doorlopen, omdat het nog steeds op de huid van de tijd zit.'

 

Hebben andere titels door de disruptie van corona onverwacht goed – of slecht – verkocht?

'Het was een goede tijd voor commerciële fictie. Uit behoefte aan escapisme, uit de groei van het aantal lezers daarvoor. Maar je zag vooral een versterking van wat al langer gaande is: dat het steeds lastiger wordt om nieuwe auteurs groot te maken. De fysieke boekhandel is daarvoor heel belangrijk. Die heeft het al moeilijk. En in het voorjaar konden ze hun rol als ambassadeur helemaal niet oppakken op hetzelfde niveau als daarvoor. Klanten kwamen niet langer snuffelen – en kozen dus voor bekende namen. De nieuwe Jill Mansell, die wij in het voorjaar brachten, heeft het daarom prima gedaan. Niet beter dan verwacht, maar: op niveau. Nieuwe auteurs hadden daarentegen heel weinig kans.'

 

De bestsellerisering dus. Ligt dat alleen aan het afnemend belang van de boekhandel?

'Zeker niet. Het publiek is zo versnipperd dat het steeds lastiger is te bereiken. Media bieden ook steeds minder ruimte aan het boek. En wat je dan krijgt zijn de snelle trends. Een auteur of titel zit bij een populair tv-programma, zoals tot voor kort De Wereld Draait Door, en heeft dan succes. Even dan, want die trends lopen ook snel weer af.'

 

Krijgt de fysieke boekhandel ooit weer dezelfde positie als voor de pandemie?

'Ik hoop het wel! Als de boekhandel niet hetzelfde marktaandeel terugkrijgt, is het obvious dat dat een kaalslag betekent. Zij vullen zo'n essentiële rol in het nieuwsgierig maken en inspireren van lezers en het faciliteren van ontmoetingen tussen auteur en lezers – ik kan dat niet genoeg benadrukken. Ik heb dit jaar gezien hoe creatief en goed de boekhandel is omgegaan met de situatie, onder andere door ook zelf in te zetten op groei online. Ik heb ook gezien dat klanten op zaterdag rustig twintig minuten in de rij staan om naar binnen te mogen. Dat biedt veel hoop voor de toekomst.'

 

Hoe kan een uitgeverij een boekwinkel juist nu extra ondersteunen?

'Op allerlei manieren. Wij hebben in al onze uitingen de boodschap "koop lokaal" gebruikt. In het voorjaar is onze salesafdeling heel coulant omgegaan met uitstellen van orders. Iedereen van Luitingh-Sijthoff mag in de feestperiode een dag onder werktijd invallen bij de boekhandel. We hebben met de Triple A-winkels een exclusieve actie rond Fifty fifty van Steve Cavanagh gedaan, waarbij de consument gratis het audioboek van zijn vorige boek Dertien kon downloaden. We blijven instore materiaal maken en we besteden steeds meer aandacht aan de uitvoering van onze boeken: iets wat bij uitstek bedoeld is om klanten in de fysieke boekhandel te prikkelen. Komend voorjaar wordt de nieuwe Jill Mansell volledig op roze papier gedrukt. In een webwinkel helpt dat klanten echt niet te verleiden om het boek te kopen, in een fysieke winkel wel.'

 

Kun je de boekhandel ook financieel steunen?

'Met extra korting? Volgens mij krijgen ze al een mooie korting, die vastliggen binnen langlopende contracten op VBK-niveau. En al hebben wij een goed jaar gehad, het is natuurlijk niet zo dat uitgeverijen zwemmen in het geld. Wij moeten zeer kritisch kijken naar de kosten. Neem de groeiende concurrentie van Engelstalig, die de investering in vertalingen steeds risicovoller maakt. Die titels staan echt onder druk.'

 

Hoe beïnvloedt de bestsellerisering het fonds?

'Die invloed zit hem meer in de marketing dan in de opbouw van het fonds. En dan praat ik alleen over de commerciële fictie – kinderboeken en non-fictie kennen een heel andere dynamiek. We kijken weliswaar steeds kritischer naar wat we in vertaling brengen, maar we proberen – zeker bij thrillers – elk jaar een of twee nieuwe auteurs te lanceren. In het verleden deden we dat heel af en toe met één grote klap, zoals met Daniel Cole. Dat zal zeldzamer worden.. Het is nu meer een werk van lange adem: door te zorgen voor een snelle frequentie van nieuwe titels, waarbij je aanschurkt tegen de digitale ervaring van het bingen, en het stap voor stap vergroten van de fanbase. Het merkdenken is daarbij belangrijker dan ooit geworden.'

 

Welke auteurs horen daarbij?

'Steve Cavanagh en de Zweedse schrijfster Sofie Sarenbrant, van wie om het half jaar een nieuw boek uitkomt. In juli verscheen het eerste deel, in januari de volgende. En in de feelgood is dat Jenny Colgan. Omdat we drie boeken per jaar van haar brengen, zie je goed hoe haar fanbase steeds groter wordt. Daarbij monitoren we trouwens goed de exploitatie. Sommige auteurs doen het minder goed in folio, maar juist heel goed in e- en audiovorm. Ook daarom zijn de eerste oplagen bescheidener dan vroeger bij lanceringen van nieuwe auteurs.'

 

Is de marketingaandacht dit jaar sterk verschoven naar online?

'Daar was de organisatie al behoorlijk op ingericht. Ik heb niet meer fte aan online marketing toegewezen. Je zag wel dat mensen die zich met offline pr en marketing bezighielden ook na begonnen te denken over online alternatieven. Daar kwamen interessante dingen uit.'

 

Zoals?

'Voor Man, man, manhadden we een onlinepresentatie met Ronald Giphart bij Broese. Op het moment zelf kijken 200 man, maar inmiddels is de video meer dan 2.000 keer bekeken. Als ik zoveel mensen probeer voor te stellen in een zaal! Of ons jaarlijks feelgood-evenement. Vorig jaar kwamen 150 lezers op het offline-event af. Toen we de online editie van dit jaar aankondigden, hadden we binnen 24 uur 250 aanmeldingen. Dan zet je aan het nadenken voor de toekomst, waar ik het liefst ook met boekhandels over wil sparren. En met online-evenementen leren we ook nieuwe dingen. Door mee te doen aan Broese Bruist van VBK doen we bijvoorbeeld ervaring op in het maken van televisie.'

 

Zijn de medewerkers van Luitingh-Sijthoff het thuiswerken al zat?

'We hebben niet onafgebroken thuisgewerkt. Toen het beter ging met de besmettingen kwam een kleine club op kantoor werken. Een man of vijf. In de zomer groeide dat naar tien. En in september was elke dag één afdeling in zijn geheel op kantoor, zodat er soms vijftien mensen tegelijk waren. Dat was een ongelooflijke verademing. Dus toen we terug moesten naar helemaal thuiswerken, was dat best een stap terug. We proberen dat te verzachten door zo veel mogelijk momenten met elkaar te vinden. Er heerst hier gelukkig een sfeer dat iemand kan uitspreken er helemaal doorheen te zitten – én dat iemand anders dan zegt: ik sleep je er wel doorheen, ik kom een wandeling met je maken.'

 

Gaat het thuiswerken ten koste van de creativiteit?

'Het meest missen we de contacten met onze auteurs, het begint natuurlijk allemaal bij hen. We proberen hen regelmatig te spreken, maar dat is toch anders dan een face to face-afspraak. Ook mis ik de kleine inspiratiemomenten wel. Als je met z'n allen op kantoor zit, hoor ik bijvoorbeeld van [uitgever] Tom [Harmsen] dat hij die en die heeft gesproken die dit en dat zei. Zulke dingen zetten je altijd aan het nadenken. Maar het zijn ook dingen waarvoor je elkaar niet opbelt. En vergeet de boekpresentaties niet. Dat zijn bij uitstek momenten waarop je informatie over de markt krijgt of nieuwe boekideeën bedenkt. Maar je weet natuurlijk niet wat je daardoor allemaal niet hebt bedacht. Ik kan alleen maar kijken naar de ideeën van marketing en sales of naar de acquisitie van de redactie. Die afdelingen doen het nog steeds goed.'

 

Werkt na afloop van de crisis iedereen weer fulltime op kantoor?

'Daar kijken we op dit moment naar, ook binnen VBK. We hebben allemaal gezien dat thuiswerken prima kan. Soms is het zelfs beter. Vergaderingen in Utrecht waaraan ik dankzij het reizen vijf uur kwijt kan, kosten me nu anderhalf uur. Redacteuren kunnen zich thuis beter concentreren op het redigeren van teksten. Thuiswerken maakt het ook makkelijker om niet alleen maar in het nu te leven – eigenlijk het makkelijkste wat er is, schrijft Tony Crabbe – maar om ook afstand tot je werk te kunnen nemen en de diepte in te gaan. Met de huidige doorren-mentaliteit lukt dat niet op het werk. Het wordt dus een mix van kantoor en thuis. Maar hoe die er precies uit gaat zien? Het zwaartepunt zal voor mij bij de uitgeverij liggen, maar het zal per functie verschillen.'

 

Je was ook blij met de collectieve actie in het voorjaar. Moet die sterke collectiviteit behouden blijven?

'Het was heel mooi dat in ons vak bij uitbreken van de crisis de eerste reflex was: elkaar opzoeken, informatie delen, samen nadenken over hoe we de klant kunnen bereiken. Dat is de collectiviteit van het vak in optima forma. Het bewijst dat we die collectiviteit moeten koesteren. En heel goed dat de gezamenlijke najaarscampagne dit jaar extra vroeg wordt ingezet.'

 

Maar moet er meer collectief gebeuren dan voorheen? De CPNB zegt: laten we het momentum gebruiken om vaker als vak met één stem te spreken.

'Luitingh-Sijthoff maakt dankbaar gebruik van de collectiviteit. De campagnes, de prijzen. Maar of we nog meer gezamenlijk moeten optrekken? Ik vind dat de CPNB de afgelopen twee jaar goede stappen heeft gezet. Er is kritisch gekeken naar alle campagnes. Wat werkt? Wat niet? Het gevolg is dat de bestaande campagnes meer focus hebben en er meer wordt gekeken naar de effectiviteit ervan. Geef de CPNB vooral tijd om dat goed op poten te zetten, goed te meten, goed te evolueren. En daarna kijken we wat er nog meer kan.'

 

Wat kenmerkt 2020 nog meer behalve corona?

'Poeh! Corona is zó dominant geweest. De overname van Bruna door Audax misschien? Dat was al in 2019. Maar je zag dit jaar de gevolgen ervan. Het is opnieuw een concentratie aan de inkoopkant. Tien jaar geleden deed ik iedere aanbieding nog zeven grote inkoopgesprekken. Ook met Scholtens, ECI, De Bijenkorf, V&D. Die zijn allemaal verdwenen als zelfstandige partijen. Je hebt nog maar met een paar machtsblokken te maken. Dat is ingewikkeld. Als het vroeger met een partij wat minder ging, zat een andere partij wel in de lift. En met een derde partij kon je een bepaald genre goed uitlichten. Nu is dat speelveld smaller geworden. Ook krijg je daardoor minder feedback uit de markt.'

 

Machtsblokken? Heeft de uitgeverij sterkere tegenstanders gekregen?

'Nee hoor. We zien de boekhandel over het algemeen meer als medestanders waar we meer dan ooit een goede samenwerking mee nastreven.'

 

Volgens Jean Christophe Boele van Hensbroek is Audax uit op één zo centraal mogelijk aangestuurd systeem dat de brede beschikbaarheid van het boek aantast.

'Is het zo veel anders dan vroeger? AKO was al helemaal centraal aangestuurd. Bruna deels ook, al maken we daarnaast afspraken met individuele ondernemers. RDC ook. Dus nee, ik zie het niet zo. Ik weet niet wat de keuzes van Audax voor invloed hebben op CB en de tarieven. Het moet nog blijken wat het effect zal zijn. Ik merk wel dat het nu lastiger is via Audax cijfers over de markt te krijgen. Die zijn minder inzichtelijk. Maar dat lijkt me vooral een overgangsfase: Audax is nog bezig om de organisatie goed op poten te zetten.'

 

En dit jaar stopte DWDD.

'Voor het vak is dat heel erg jammer. De invloed van het boekenpanel was groot. Maar voor Luitingh-Sijthoff was het nooit zo'n belangrijk programma. Wij hadden juist altijd veel aan Late Night met Humberto Tan. Dat dat verdween, was een klap.'

 

Media bieden minder ruimte aan boeken, zei je daarnet.

'Het is geen nieuwe ontwikkeling, maar de cultuurkaternen hebben minder ruimte voor boeken en bespreken vaak meer literaire titels. Al zijn er uitzonderingen. Het Parool heeft sinds een paar jaar een heel fijn boekenkatern met een mooie mix van literatuur, commerciële fictie, kinderboeken, thrillers en non-fictie. Echt een plek waar de lezer geënthousiasmeerd wordt om te gaan lezen. Tijdschriften staan daarnaast onder druk en en het mediagebruik is natuurlijk veel versnipperder geworden door social media. Luitingh-Sijthoff speelt daar op in door nog meer marketinginspanningen te leveren, door via sociale media, nieuwsbrieven, online events en communities rechtstreeks de lezer te bereiken.'

 

In 2020 was er meer aandacht dan ooit voor de leescrisis. Heeft de uitgeverij een rol in de bestrijding ervan?

'Die crisis is heel zorgelijk. Niet alleen voor het boekenvak, maar voor het hele land. We hebben het onderwerp intern wel besproken, maar het enige wat we echt kunnen doen is mooie boeken maken waarmee we lezers kunnen enthousiasmeren. Ons fonds heeft ook voor elk kind een boek: van nul tot achttien jaar, van graphic novels tot mooie literaire YA-parels. Daarnaast zoeken we actief  samenwerking met scholen of met boekhandels die scholen bedienen. Maar als je structurele verandering wil bewerkstelligen heb je de overheid nodig. Gelukkig gebeurt daar nu van alles.'

 

Maar dat komt neer op: doen wat jullie altijd al deden. Kan een uitgeverij niet meer betekenen?

'De leescrisis is zo'n groot issue. Dat kun je als uitgeverij niet oplossen. Thille Dop en Hannerlie Modderman van ons kinderboekenfonds leggen natuurlijk overal hun oren te luister – om daar zo mogelijk op in te spelen. En voor het eerste lustrum van het kinderboekenfonds publiceerden we Waarom je kinderboeken moet lezen, zelfs al ben je oud en wijs van Katherine Rundell. Natuurlijk bedoeld om ook volwassenen het leesplezier van een mooie kinderboek te gunnen, maar ook om voorlezen te stimuleren. Naast het onderwijs ligt er een schone taak voor ouders om hun kinderen te laten kennismaken met het heerlijke gevoel van helemaal te verdwijnen in een boek.'

 

Tot slot: de toekomst. Brengt 2021 een ernstige recessie?

'Dat wordt gezegd. De kans is ook zeker aanwezig. Maar of er een crisis komt? En of die snel komt? Met corona leek het alsof er heel veel heel snel zou veranderen en is dat voor Luitingh-Sijthoff vooralsnog niet gebeurd. We houden natuurlijk wel rekening met allerlei scenario's zodat we kunnen anticiperen als het nodig is. En dan handelen we naar bevind van zaken.'

(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine 1, 2021)

woensdag 20 januari 2021

Hoe jongeren aan de klassiekers te krijgen? (Boekblad)

Hoe jongeren aan het lezen te krijgen? Ook Schwob probeerde die vraag te beantwoorden voor de leeftijdsgroep 20-35 jaar. De specifieke focus die het programma voor vergeten meesterwerken uit de literatuur aan de vraag gaf, bleek bijzonder vruchtbaar. 'Jongeren zoeken verbinding.'

In Jachtseizoen moeten Bekende Nederlanders als kickbokser Rico Verhoeven of rapper Boef vier uur lang uit handen zien te blijven van de mannen van StukTV, die het online tv-programma hebben bedacht. De inmiddels meer dan veertig afleveringen van het achtervolgingsprogramma op het eigen Youtube-kanaal zijn stuk voor stuk miljoenen keren bekeken. De serie heeft ook diverse prijzen voor online media gewonnen, zoals de Hashtag Award en de VEED Awards. Dus waarom zou iemand zich hier níét door laten inspireren?

Het concept laat zich bijvoorbeeld vertalen naar een online serie die jongeren kan verleiden om moderne klassiekers te lezen. Stel je een bekende lezer voor die samen met een vriend in een bibliotheek de opdracht krijgt op zoek te gaan naar een bepaalde titel. Via diverse aanwijzingen en opdrachten wordt het team langs een atlas, geschiedenisboeken, filosofieboeken, dagboeken en meer geleid die gezamenlijk de historische context van een klassieker schetsen – om uiteindelijk het boek zelf te vinden. En dan elke maand een nieuwe aflevering.

Jongeren worden via teasers op sociale media als Instagram en TikTok én de bekendheid van de influencer geprikkeld om de circa twintig minuten durende video's te bekijken op het Youtube-kanaal 'Modern Classics'. Zonder dat ze het in de gaten hebben, krijgen ze zo informatie mee over, zeg, de slavernij, de manier waarop dat nawerkt in het leven van de Afro-Amerikanen in het hedendaagse Amerika en de literaire kracht waarmee Alice Walker dit thema heeft uitgewerkt in De kleur paars – om een van de Schwob-titels van 2020 te noemen.

Wie vervolgens geïntrigeerd genoeg is om naar de plaatselijke openbare bibliotheek te gaan, wordt daar niet aan zijn lot overgelaten. In de bibliotheek kan hij zelf een vergelijkbare escape room-achtige speurtocht volgen die via vergelijkbare aanwijzingen en opdrachten leidt naar een reeks verwante boeken over slavernij en de invloed op het heden. Denk aan romans als Beminde van Toni Morrison of De ondergrondse spoorweg van Colson Whitehead. Wie vastloopt in zijn speurtocht kan deskundige hulp krijgen van een bibliothecaris.

 

Dit idee is bedacht tijdens de hackathon die Schwob – het initiatief van het Nederlands Letterenfonds om vergeten pareltjes uit de wereldliteratuur onder de aandacht te brengen – organiseerde over de vraag: Hoe krijgen we lezers in de leeftijd 20 tot 35 jaar zo ver om een klassieker te lezen? Deze hackathon was het begin van de zoektocht van Schwob om, bijna tien jaar na de introductie van het programma, het potentiële lezerspubliek uit te breiden – naar jongeren, die een andere relatie met klassiekers hebben dan oudere lezers.

'In 2014, een paar jaar na de start had ik alle deelnemende uitgevers uitgenodigd op een lunch', licht beleidsmedewerker Alexandra Koch toe. 'Daaruit bleek dat ze naast geld en tips het allerbelangrijkste vonden dat er ook hulp kwam bij het zoeken naar lezers voor de ondersteunde uitgaven. Geld was er: een subsidieregeling als tegemoetkoming van de productiekosten. Tips ook: via de website en mijn contacten met vertalers en buitenlandse uitgevers, bracht ik auteurs en titels onder hun aandacht. Maar nu de oplagen steeds meer onder druk kwamen te staan, zou er meer moeten worden gedaan om de lezers te bereiken.'

Zo ontstond een jaar later de Schwob-actie. Aanvankelijk twee keer per jaar, nu vier keer per jaar worden de verschillende titels van alle uitgevers (vijf per seizoen) gecombineerd gepresenteerd. Bij de allereerste lancering deden circa dertig boekhandels mee, een jaar later waren dat er al honderd en nu zijn het er zo'n 120. 'Dat zijn eigenlijk alle literaire boekhandels in Nederland en Vlaanderen', zegt Koch. Een paar keer werd de zichtbaarheid van de titels vergroot met eerst een Schwobfest (in Haarlem) en daarna een Leesclubfestival (in Utrecht).

'Toen we steeds dichter bij de lezers kwamen, begon ik ook te zien wie dat zijn. De bekende deelnemers van leesclubs dus: ervaren lezers van in de vijftig jaar of ouder, die vaak al dertig jaar lang veel lezen en een Schwob-boek willen omdat het voor hen een mooie verrassing is. Ze zoeken in het boek een aanvulling op een al rijke leeservaring. Maar als je 23 bent, sluit je je niet aan bij zo'n leesclub. Dat wil je gewoon niet als de gemiddelde leeftijd dertig jaar ouder is, jij de enige onder de vijftig bent en iedereen al veel meer heeft gelezen.'

En dat terwijl jongeren wél een onontgonnen belangstelling hebben voor bewezen klassiekers. Daar raakte Koch van overtuigd toen Schwob – sinds de jaren 2013-2015, toen het Europese subsidie kreeg – een stagiair kreeg. Iedere keer dat ze een nieuwe zoekt, blijkt de animo voor de plek groot. Jongeren moeten alleen op een andere manier worden bereikt. 'Voor hen heeft een Schwob-boek ook een andere functie. Het is geen aanvulling, maar onderdeel van een alternatieve canon. Dát idee prikkelt hen.'

 

Aanvankelijk probeerde Koch jongeren te bereiken met 'eigen' leesclubs. 'Een leesclub heeft voor hen een andere functie dan voor vijftigers. Niet voor niets werd Literaturfest van Das Mag de huwelijksmarkt van Amsterdam genoemd. Ze willen onder elkaar zijn.' Kiki Bolwijn had drie keer een op jongeren gerichte leesclub bij de inmiddels verdwenen Literaire Boekhandel in Utrecht, waar zij toen werkte. Voor dit jaar hadden Janine Mooij en Mathijs Sanders van de Rijksuniversiteit Groningen een leesclub gepland, uitgebreid met lezingen en bijeenkomsten, bij twee filialen van boekhandel Van der Velde.

Twee ontwikkelingen deden Koch besluiten het over een andere boeg te gooien. Dat was ten eerste het PISA-onderzoek, waaruit bleek hoe laag de leesvaardigheid en het leesplezier van Nederlandse 15-jarigen was. 'Ik schrok daar enorm van. En vroeg me af: hoe komt dat? Spreken we ze misschien verkeerd aan? Ze grijpen sneller naar een beeldscherm dan naar een boek. Ze lezen misschien anders: springerig, in plaats van in de diepte te duiken. En wat heeft dat voor gevolgen voor de manier waarop wij ze willen verleiden? Ik wilde hen toen zelf over deze vragen horen.'

Ten tweede bemoeilijkte het coronavirus haar gastbijdrage aan de masteropleiding redacteur/editor aan de Universiteit van Amsterdam. 'Elk jaar moeten studenten een eigen vergeten boek kiezen en daar een presentatie over maken. Zo leren ze nadenken als uitgevers: waarom kies je voor een boek? Hoe breng je het op de markt? Toen Lisa Kuitert van de opleiding en ik dat aan het voorbereiden waren kwam het idee op: ik kan het deze studenten vragen. Dankzij Zoom en het gemak waarmee iedereen dat tegenwoordig gebruikt, was dat makkelijk te organiseren.'

En toen was daar de hackathon. Op vrijdag 6 november kwamen bijna zestig mensen in hun eigen werkkamers digitaal bij elkaar. Niet alleen de toekomstige boekenvakkers van de UvA, maar ook studenten communicatie van de Thomas More Hogeschool in Mechelen – toekomstige reclamejongens en -meisjes – en professionals uit het boekenvak: uitgevers, boekhandelaren en literaire programmamakers. In een middag- en ochtendsessie werkten kleine groepen vanuit verschillende invalshoeken een idee uit voor jongeren

 

De organisatie kijkt met bijzonder groot genoegen terug op de hackathon. Behalve Koch zijn dat boekverkoper Steven van Ammel van Passaporta in Brussel (ook lid van de Schwob-commissie uit de Raad van Advies van het Letterenfonds) en freelancer redacteur, programmamaker en boekverkoper Marieke de Groot (onder andere verbonden aan boekhandel Boekholt Pantheon in Amsterdam). De gerichte aanpak van een hackathon had een veel grotere opbrengst dan een vrije brainstorm ooit had kunnen opleveren.

'Het was electrifying', zegt Van Ammel. 'Op voorhand denk je: de tijd is zeer beperkt, mensen kennen elkaar nog niet en komen nu digitaal bij elkaar. Maar het werkte juist heel goed. Ik denk dat het ook heeft geholpen dat het nu niet eens breed ging over: hoe jongeren weer aan het lezen te krijgen. Door de invalshoek van Schwob, dat nu eenmaal over moderne klassiekers gaat, spitste de vraag zich toe: hoe krijgen we ze aan het lezen van de lijst van inmiddels meer dan honderd boeken op de Schwob-lijst. Dat leverde veel gefocuster ideeën op.'

Ook een deelnemer als Bas Steman was enthousiast. De Zutphense schrijver heeft als initiatiefnemer van leesclub Nescio, waarover hij eerder dit jaar Lekker Boekie! publiceerde, al veel ideeën bedacht én uitgevoerd om pubers (zijn zoon en diens vrienden) aan het lezen te krijgen – een iets jongere doelgroep dan waar Schwob zich nu op richt. Toch vond hij de hackathon 'veel inspirerender dan gedacht'. Deels omdat het digitale format zo goed werkte, deels omdat hij ervan overtuigd is dat de gespuide ideeën tot iets echt bruikbaars kan leiden.

 

Veel ontwikkelde formats vertonen overeenkomsten met de boekenspeurtocht in de bibliotheek. De inzet van sociale media als promotiekanaal of plek om lijstje met je favoriete klassiekers te delen. Het gebruik van podcasts en video's. Het toevoegen van een spelelement, zoals quizjes, waarmee je de strijd kunt aangaan met andere lezers of groepen lezers. Het organiseren van en bijeenkomst, waar jongeren kunnen praten over het boek, maar óók feest kunnen vieren. Het kwam allemaal steeds terug. (Zie kader voor een selectie ideeën.)

Wat bij alles opvalt, analyseert Koch, is dat je jongeren 'ergens moet ophalen', zoals zij het noemt. 'Het lezen an sich is geen reden genoeg om een boek op te pakken. Je moet ze een reden geven om er tijd voor vrij te maken. Dat kan op drie manieren. Via het onderwerp: het thema is ook nu relevant. Via een spel: leuk, je kunt iets winnen. Of via een sociaal aspect: het boek als aanleiding tot ontmoetingen. Iemand opperde daarom een feest waarbij iedereen via de kleur van zijn kleding aangeeft welk boek hij heeft gelezen.'

Ook Steman is dat opgevallen – zowel in zijn leesclub als tijdens de Hackathon. 'Interesse is er wel degelijk. Alleen denken pubers en jongeren dat literatuur iets is voor oude mannen. Dat lezen saai is. De vraag is dan: hoe creëer je ondanks het vooroordeel toch leesbereidheid? Dan helpt het wel degelijk als je een boek pitcht in een filmpje van twee minuten waarin iemand enthousiast als ambassadeur optreedt. Dat hoeft geen BN'er te zijn. Dat het enthousiasme geloofwaardig is, is het belangrijkste.'

'We moeten ook niet vergeten dat voor mensen buiten het vak het boek maar een klein percentage van hun leven is', zegt De Groot. 'Hun wereld is veel groter. En dus is het helemaal niet erg om hen te bereiken via influencers – als we maar de goede kiezen. Of om sociale media te gebruiken. Zoals iemand zei: hiphop en Instagram Stories vertellen óók verhalen. Ze gebruiken andere middelen en bereiken een andere diepte, maar het zijn wel verhalen. Dus via die weg kun je mensen naar boeken leiden: van Lady Gaga naar Jane Austen.'

 

De hackaton bevestigde voor Koch de stelling van de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco dat de nieuwe generatie eerder horizontaal dan verticaal leest. 'Ze zoeken verbinding: met de thema's uit het boek, met populaire tv-series, met passende muziek – terwijl ik eerder nadenk over vragen als: hoe verhouden personages zich tot elkaar. Vanuit die achtergrond is het logisch dat ze benaderd willen worden via Youtube-filmpjes of influencers. Vroeger zou ik hebben gedacht: wat oppervlakkig. Maar vanuit hun wereld is dat helemaal niet zo.'

Niet voor niets is de gezochte verbinding vaak thematisch. Dus: bloedserieus. Een klassieker gaat voor jongeren niet over de positie in de literatuurgeschiedenis of de autobiografische achtergronden van de auteur, maar over de betekenis voor actuele discussies over de opwarming van de aarde, het feminisme, Black Lives Matters, enzovoorts. 'Ze zoeken allemaal de koppeling met wat er in de wereld om hen heen gebeurd,' zegt ook De Groot. 'En dat linken ze aan een festival, een talkshow, bibliotheken, een podcast.'

Belangrijk is alleen dat je de juiste terminologie gebruikt.Laat een woord als 'leesclub' vallen en een jongeren begint al te gapen, bleek tijdens de hackathon. Herhaaldelijk zeiden de deelnemers bij het opwerpen van een dergelijke idee 'dat je het dan wel anders moet noemen'. Steman heeft dezelfde ervaring. 'Ze willen graag reflecteren. Hoe dieper hoe beter. Maar je moet ze niet op zoek laten gaan naar thema's, motieven, perspectieven. Ik noemde het liever "paaseitjes".'

En: dat je verbindt met het juiste boek. 'Het belang van matching', noemt Koch dat. 'Niemand wil tijd besteden aan een boek waarvan je na vijftig bladzijden denkt: niets voor mij. Zelfs in deze groep lezers, die redacteur willen worden, zeggen ze dat het voorschrijven van boeken die niet aansluiten funest waren voor het leesplezier. Daarom waren er veel ideeën die begonnen met óf een cliffhanger, zoals boektrailers op Youtube, die interesse moeten opwekken, óf vragenlijstjes over je eigen smaak die het matchen vergemakkelijken.'

 

Het is nu zaak de ideeën uit te bouwen. Koch wil een alliantie vormen met een aantal grotere organisaties met een belang om jonge lezers 'literatuur met hoofdletter L' te laten lezen, zoals zij zegt. Denk aan Stichting Lezen, uitgevers uit de Schwob-kerngroep, boekverkopers, maar ook een mediapartner die eventuele podcasts en Youtube-kanalen kan promoten. Gezamenlijk moeten zij een shortlist aan projecten kiezen, zodat er in 2021 enkele pilots kunnen worden uitgevoerd. 'Om te zien wat de potentie heeft om uit te groeien tot iets blijvends'.

En waarom zou dat niet de boekenspeurtocht in de bibliotheek à la Jachtseizoen kunnen zijn?

 

Hoe jongeren aan klassiekers te krijgen?

* Een 'cheat sheet-podcast' waarin je in 15 minuten op een aansprekende manier wordt bijgepraat over klassiekers. Je bevredigt zo de behoefte om 'mee te kunnen praten', maar prikkelt de luisteraar en passant zo sterk dat hij het boek ook wil lezen.

* Benader jongeren op de plek waar ze zijn: het ov. Met pop-upwinkel op Utrecht CS, exclusieve uitgaven bij stationskiosken (AKO's) en kortingen bij aankoop van een internationale treintickets op literatuur uit het land van bestemming.

* Maak het persoonlijk. Wie wordt getriggerd door een booktrailer kan juist niet het eerste hoofdstuk downloaden, maar krijgt daar per post een mooi vormgegeven, gepersonaliseerd boekje

* Bied een stappenplan. Ben je geïnteresseerd in Lady Gaga? Lees dan wat zij leest of lees boeken over andere sterke vrouwen? En zo leid je jongeren stap voor stap naar Jane Austen.

* Een leesclubplatform: maandelijks bespreken clubs online of live een klassiekers. Live bijeenkomsten bieden meer dan alleen het bespreken van het boek, bijvoorbeeld een rondleiding langs het Amsterdam van Joseph Roth. Lidmaatschap van het platform biedt (financiële) voordelen.

* Een Schwobdag, bijvoorbeeld ingebed in een festival als ILFU, met diverse activiteiten (van lezingen tot poetry slams). Wie het hele jaar via het platform heeft gelezen, heeft voor iedere deelname een button gekregen. Die neemt hij mee op zijn totebag, zodat hij ter plekke andere lezers kan ontmoeten.

* Een app, waarop je over boeken kunt chatten. Maar ook: vriendenlijsten kunt maken, punten kunt verzamelen (ook met quizjes en spelletjes), daarmee iets winnen én gelijkgestemde kunt leren kennen. Schwobbelen als het nieuwe tinderen.

* De meme van de week. Verrassende vondsten die viral kunnen gaan. Zoals: wat is de connectie tussen Harry Mulisch en hiphop?

* Een alternatieve canon, samengesteld door jongeren zelf – waarbij verschillende studenten- of studieverenigingen hun eigen keuzes verdedigen in debatwedstrijden.

(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, nov/dec 2020)

 

zondag 20 december 2020

De groeiende betekenis van festivals voor de literaire keten (Boekblad)

Literaire festivals transformeren steeds meer tot literaire productiehuizen. Een groot evenement staat nog altijd centraal, maar de activiteiten eromheen worden almaar gevarieerder en omvangrijker. Tilt verruilt zelfs het gezichtsbepalende jaarlijkse festival in Tilburg ten gunste van meerdere kleinschalige publieksactiviteiten in heel Noord-Brabant.
 
Giel van Strien weet nog goed hoe het bijna een kwart eeuw geleden begon. Het leek de redactie van het Rotterdamse literaire tijdschrift Passionate, waar hij hoofdredacteur van was, leuk om een avond te organiseren waarop de auteurs uit het blad en andere schrijvers uit eigen werk konden voorlezen. Zoiets bestond helemaal niet in de stad. Zo organiseerde Passionate Bulkboek, zoals de stichting tegenwoordig heet, in 1997 de eerste editie van het Geen Daden Maar Woorden Festival (GDMW) in het plaatselijke Bibliotheektheater. 'Het was een hartstikke leuke avond, met best veel publiek: zo'n 80 man.'
Maar: het festival was niets meer dan één lange voorleesavond. 'Geen Daden Maar Woorden voorzag in een behoefte in de regio', vertelt Van Strien. 'Dat is eigenlijk niet veranderd. Een tijdje had je ook het Lezersfeest, totdat de bibliotheek daar weer mee ophield. Maar na de eerste editie wisten we ook: het moet anders. Op zo'n avond gáát het maar door. De ene na de andere schrijver die het podium betreedt. Wie houdt het vol daar uren geconcentreerd naar te luisteren?'
GDMW koos voor een multidisciplinaire aanpak: literatuur werd gecombineerd met beeld, muziek en dans. Dat leidde tot nieuwe voorstellingen, die op het festival in première gingen. Zo maakte Scapino Ballet Rotterdam jaarlijks een nieuwe choreografie op basis van een gedicht. En de schrijvers werden zo veel mogelijk op aparte plekken geprogrammeerd, zoals het dak of de kleedkamer van de Rotterdamse Schouwburg. In die afwisselende context heeft het jonge publiek wél aandacht voor een kale literaire voordracht van twintig minuten. 
Sinds 2015 heeft het festival een nieuw format. 'Het publiek was geleidelijk een stuk ouder geworden: van gemiddeld 26 jaar tot tweede helft dertig. Omdat het onze missie is om jonge mensen met literatuur in aanraking te brengen, besloten we ons te richten op het presenteren van nieuw talent. Je moet kunnen zeggen: op Geen Daden Maar Woorden zag ik die schrijver voor het eerst. Dat past ook bij Rotterdam, een jonge stad met veel twintigers die zich echt openstellen voor ontdekkingen. Als zij op zaterdagavond uitgaan, willen ze geen bekende namen, maar een spannende avond.'
 
De ontwikkeling van GDMW is exemplarisch voor de veranderende rol van literaire festivals in Nederland. Het beeld bestaat nog altijd dat zij één keer per jaar een of meerdere dagen mensen bij elkaar brengen om naar schrijvers te luisteren. En verder niets. Dat is volkomen onterecht. Festivals hebben nu ook een rol als producent – door nieuwe teksten of voorstellingen te initiëren. Als motor van nieuw talent – door hen kansen of zelfs een opleiding te geven. Als leesbevorderaar – door nieuw publiek in aanraking te brengen met literatuur. En dat gebeurt zeker niet meer op één moment in het jaar, zoals op dit Rotterdamse festival.
Literaire festivals zijn daarmee een steeds belangrijkere schakel in de literaire keten. Iets wat het Nederlands Letterenfonds onderkent. 'Vroeger konden festivals bij ons een exploitatiesubsidie krijgen voor hun centrale evenement, nu voor al hun activiteiten', zegt beleidsmedewerker Pieter Jan van der Veen. 'Ze doen aan talentontwikkeling, maken nieuwe producties, gaan samenwerkingen aan met maatschappelijke organisaties, zetten participatieprojecten op. En dat grijpt vaak allemaal in elkaar. De adviescommissie literaire manifestaties wil dat graag honoreren, mede omdat er steeds meer literatuur buiten het boek is. Denk aan de groei van performances en verbindingen met andere kunstvormen.'
 
De organisatie die als eerste structureel voor een andere weg koos, is Wintertuin. Begonnen als organisator van een festival in Arnhem (eerste editie: 1991), vormde het zichzelf in 2005 formeel om tot productiehuis. De activiteiten daarvan omvatten een reeks festivals en evenementen in binnen- en buitenland, een uitgeverij (sinds 2009) en een agentschap (sinds 2014). Ook werd vanuit Wintertuin de opleiding Creative Writing aan de ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem opgezet en initieerden de organisatie het internationale Connecting Emerging Literary Artists­-netwerk voor talentontwikkeling.
'Het komt allemaal voort uit de veranderingen in de beroepspraktijk van de schrijver', zegt directeur Frank Tazelaar van Wintertuin. 'Halverwege de jaren nul zagen we veel schrijvers die net waren gedebuteerd of op het punt stonden dat te doen. Zij hadden in economische en artistieke zin behoefte om publiek te vinden. Wij vonden dat we hen daarin konden ondersteunen – via het festival, waar zij eigen dingen konden maken, zonder dat dat een boek hoeft te zijn. Schrijvers denken tegenwoordig veel breder dan alleen een boek als heilig einddoel. Een programma samenstellen hoort er bijvoorbeeld ook bij.'
Daarmee sprong Wintertuin in een gat dat uitgevers lieten vallen. 'Uitgevers investeerden vroeger duurzaam in een auteur. Eerst kreeg hij de kans om bij een literair tijdschrift te groeien, dat heel vaak was ingebed in een uitgeverij. En als daarna zijn debuut niet gigantisch verkocht, was er geen enkele reden om te twijfelen aan het uitgeven van een tweede boek. Uitgeverijen hebben gedwongen door een krimpende markt andere keuzes moeten maken. En dus zijn wij begonnen aan talentontwikkeling: via de opleiding, maar ook via onze chapbooks. Met die uitgaven kan een schrijver een eerste stap zetten in zijn carrière.'
Voor Tazelaar is het vanzelfsprekend dat uitgerekend een literair festival deze rollen van uitgevers overneemt. Wintertuin is een gesubsidieerde instelling. Met behulp daarvan voert de organisatie overheidsbeleid uit, in dit geval: literaire talentontwikkeling. 'Wij verdienen echt niet aan de chapbooks. De energie en kosten om het uit te geven staat in geen verhouding tot de inkomsten. Maar wij kunnen het dankzij de subsidies toch doen. En het heeft effect: steeds meer auteurs die de opleiding aan de ArtEZ hebben gevolgd en bij ons hebben uitgegeven, zitten nu bij een reguliere uitgeverij: van Simone Atangana Bekono tot Lisa Huissoon.'
 
Maar het zijn niet alleen de veranderingen in de beroepspraktijk van schrijvers. Kijk naar Poetry International. Het is niet alleen het oudste bestaande literaire festival van Nederland, dat dit jaar – als het coronavirus het niet had verhinderd – zijn 51e editie zou hebben gevierd. Het is ook het festival met misschien wel het trouwste publiek, vermoedt directeur Inez Boogaarts: de helft van de bezoekers koopt ongezien een kaartje. Waar anders hoor je immers dichters uit de hele wereld? Bovendien is poëzie meer dan andere genres vanzelf geschikt voor het podium. En toch moet ook dit festival met zijn tijd meegaan.
'De afgelopen vijftien jaar is er zo veel gebeurd in de poëziewereld. Woordkunst, spoken word, poetry slams – daar moeten we ons toe verhouden. Tegelijk wordt het minder vanzelfsprekend dat mensen, nadat ze een liefde voor poëzie hebben opgevat, ons festival ontdekken. Het is belangrijker om hen actief te betrekken. Dat kan bijvoorbeeld door de verandering te omarmen dat steeds meer mensen komen voor het festival en de sfeer die daar heerst, en niet altijd in de eerste plaats voor de poëzie.'
Poetry International kiest daarom 'nog meer' voor een multidisciplinaire aanpak, zegt Boogaarts. 'We organiseerden al sinds 1988 de C. Buddingh'-prijs en laten al dertig jaar Rotterdamse vuilniswagens jaarlijks met nieuwe citaten van festivaldichters rondrijden. Dat breiden we steeds uit. Voor onze jubileumeditie in 2019 hadden we een samenwerking met de Last Poets en het Metropole Orkest. Om nieuw publiek te trekken proberen we andere programmavormen uit: van workshops poëzie lezen tot programma's samengesteld door buitenstaanders –mensen met een eigen achterban die we zo kunnen verbinden met Poetry. De komende jaren gaan we absoluut verder op deze weg.'
 
Een festival waar het sterk gegroeide belang om zelf te produceren goed zichtbaar wordt, is Explore the North, dat sinds 2011 jaarlijks plaatsvindt in Leeuwarden. Het werd op de agenda gezet door de lokale ambities om Culturele Hoofdstad van Europa te worden. 'Dan moest er een festival zijn met internationale uitstraling', zegt directeur Mark Hospers. De focus lag op muziek, passend bij de muziekcultuur van de Friese hoofdstad, maar literatuur was net zo belangrijk. Explore the North wilde vanaf het begin nadrukkelijk multidisciplinair zijn.
'Maar het eerste jaar presenteerden we vooral schrijvers op een podium: met voordrachten en interview', zegt Hospers. 'Binnen die context delfden de schrijvers het onderspit naast de muziek. Het was daarom belangrijk dat vanaf 2014 Marleen Nagtegaal en Joost Oomen de programmering deden. Zij organiseerden in Groningen spannende nieuwe dingen waar veel jonge mensen op af kwamen. Zij brachten die stijl mee. Zij bedachten bijvoorbeeld een middag over zelfmoord bovenop de Oldehove-toren. Of een project middenstandsproza, waar schrijvers teksten schreven naar aanleiding van gesprekken met middenstanders, die deze vervolgens zelf voorlazen. Dat gaf een prachtig theatraal effect.'
Eigen producties dus, die elk jaar een groter deel van het programma uitmaken – zoveel dat Explore the North óók een meerjarige subsidie heeft gekregen van het Fonds Podiumkunsten. Hospers: 'Dat zijn vaak experimentele producties, met een hoog gehalte aan spoken word en performance. Dat kan bij uitstek een plek krijgen in de setting van een literaire festival, omdat daar al een groot publiek op de been is. Zij komen voor een aantal blikvangers en kijken dan gretig: wat is er nog meer te zien? Het mooiste zou zijn als we zelfs die blikvangers niet meer nodig hebben en mensen blind een kaartje kopen omdat ze weten dat bij ons altijd iets interessants te ontdekken is. Daar groeien we geleidelijk aan naartoe.'
Vervolgens is het een kleine stap, vindt Hospers, om die producties ook elders te programmeren. Een literair festival trekt immers publiek tot enkele tientallen kilometers in de wijde omtrek. Daarbuiten is men al gauw niet bereid ervoor te reizen. 'Je stelt een keer 2000 euro beschikbaar voor een programma dat een keer bij ons te zien is. Waarom? Met een beetje extra van partners kun je het upgraden tot iets groters. Zeker nu de netwerken tussen literatuur en podiumkunst – de wereld waar ik zelf vandaan kom – nauwer verweven raken, is dat heel interessant. Het festival is zo niet alleen presentatie-, maar ook lanceerplek.'
 
Bij het International Literature Festival Utrecht (ILFU) zie je goed hoe een festival actief nieuw publiek probeert te winnen voor literatuur. Voortgekomen uit een reeks Utrechtse organisaties met een geschiedenis van soms decennia, heeft het ILFU gekozen voor één centraal festival aan het einde van september, dat vanaf nu jaarlijks plaatsvindt. Analoog aan het befaamde Edinburgh Book Festival herbergt Utrecht gedurende twee weken een reeks uiteenlopende evenementen: van de Nacht van de Poëzie en het NK Poetry Slam tot Book Talks gericht op internationale literatuur. Er is nu zelfs ook een fringe programma.
Alle genres versterken elkaar door ze gecombineerd aan te bieden, zegt directeur Michaël Stoker. 'Alle genres, dus ook young adult en thrillers.' Wie voor het NK Poetry Slam kwam, wordt zo sneller verleid ook naar andere programmaonderdelen te kijken als het wordt geprogrammeerd onder de paraplu van het ILFU. 'Tegelijk biedt het ons de ruimte om breder te programmeren en crossover te stimuleren, tot over de grenzen van literatuur. Want verhalen vertellen: dat is ook Netflix; zijn ook podcasts; zijn ook liedjes. Vroeger hadden we het frustrerende gevoel dat we dingen moesten laten liggen.'
Maar er is meer. 'De literaire sector is een driehoek', legt Stoker uit. 'Op de punten heb je de schrijver die literatuur maakt, de uitgever die het publiceert en de boekhandel en bibliotheek die het distribueert. Het festival zit in het midden. En alle spelers in de punten hebben het festival nodig. De schrijver om op te treden en te experimenteren. Een uitgever om nieuwe titels te presenteren. En boekhandel en bibliotheek om hun klanten te vinden. Die behoefte is alleen maar groter geworden nu het boekenvak krimpt. Zo zijn optredens een steeds groter deel van het schrijversinkomen geworden.'
En dat schept een verantwoordelijkheid voor een festival om méér te zijn dan alleen mediator. Aan de ene kant door zelf werk te initiëren, aan de andere kant om ook het publiek aan de hand te nemen in de wereld van de literatur. 'Een van de redenen dat we inzetten op crossover is de ontlezing. Het publiek leest minder. Maar: het publiek consumeert nog wel volop literatuur in andere vormen. Door aan te sluiten bij die vormen, kun je de drempel naar literatuur minder hoog maken. Zo kan je via een hiphopplaylist op Spotify iemand naar spoken word krijgen.'
Een ander voorbeeld is de focus op vertaalde literatuur uit niet-westerse talen. Het ILFU zette in het verleden Chinese, Turkse en Syrische literatuur centraal, dit jaar zou de Marokkaanse literatuur het thema zijn. Stoker: 'Dan kun je niet volstaan met tien schrijvers op een podium zetten. Je moet het publiek ook wegwijs maken in de traditie waarin die auteurs staan, die soms totaal anders is dan wij gewend zijn. Dat doen we door een boek uit te geven en door cursussen te organiseren: een groepje duikt acht weken lang voorafgaand aan het festival in de taal. Voor anderen is er een masterclass – een soort crash course.'
 
In sommige gevallen zijn de activiteiten buiten het centrale evenement zo belangrijk geworden dat je je zelfs kunt afvragen: is dat uithangbord nog wel nodig? Voor Tilt niet meer. Een groep culturele organisaties en schrijvers zette in 2011 voor het eerst een festival in Tilburg neer, omdat zoiets ontbrak in Brabant. Met succes. Toen Tilt subsidie kreeg, werd het in staat gesteld om de werkzaamheden uit te breiden richting talentontwikkeling en residenties. Ook dat werd een succes. Maar nu de organisatie door bezuinigingen bij de provincie wordt gedwongen om keuzes te maken, kiest Tilt ervoor het festival in de huidige vorm te laten vallen – en dus niet de spin-offs ervan.
'Het festival is harstikke leuk,' vertelt directeur Bijke Aarts. 'Voor de ontmoetingen, voor het feestje. Maar eigenlijk is het zonde om zo veel tijd te steken in iets wat toch een relatief klein bereik heeft. Ook als het festival is uitverkocht, komen minder mensen in aanraking met literatuur dan met het Brabants Boek Present waar we in 2019 mee begonnen. De terugkeervan Jeroen Thijssen kende een oplage van meer 10.000 exemplaren en werd in september door 61 Brabantse boekhandels uitgereikt aan iedereen die voor 12,50 euro boeken kocht. Het festival is bovendien alleen in Tilburg, terwijl onze andere programma's de hele provincie bestrijken. Zo deed Dean Bowen een residentie op de Oude Buisse Hei, waar hij een podcast heeft gemaakt. We werkten daarin samen met Natuurmonumenten en bereikten zo heel veel mensen'
Bovendien kan Tilt meer betekenen als broedplaats voor regionaal talent dan als organisator van een evenement. Aarts: 'In Brabant zit sinds het vertrek van De Geus naar Amsterdam geen uitgeverij van betekenis meer. Schrijvers van hier hebben daarom moeite om de stap naar een uitgeverij te maken. Wij kunnen daarbij helpen. Dat bleek toen Bart Smout ons benaderde. De Tilburger was gedebuteerd bij Prometheus, maar kon daar geen tweede boek uitgeven. Hij benaderde ons: of hij bij ons iets kon doen. Wij hebben hem een podium gegeven en vorig jaar kwam zijn nieuwe roman uit – toevallig bij De Geus.'
Tilt biedt op verschillende niveaus talentontwikkeling. Voor jonge talenten is er het project WOLK, voor auteurs die al hun eerste stappen hebben gezet, worden ontmoetingen met redacteuren van uitgeverijen georganiseerd. En: er is nu een residentieproject. 'Vorig jaar hebben we vijf auteurs bij bedrijven ondergebracht. Dat heeft geresulteerd in een verhalenbundel. Het werkt zo twee kanten op: schrijvers krijgen niet alleen een kans, ze laten ook hun licht schijnen op Brabant. De provincie krijgt zo nieuwe literatuur. Die regionale functie is heel belangrijk geworden, zoals je dat ook bij andere organisaties steeds meer ziet.'
 
En Passionate Bulkboek? Voor deze organisatie is Geen Daden Maar Woorden tegenwoordig één van de vele programma's. Sinds de overname van Bulkboek in 2008 heeft het zich volledig gefocust op literair-educatieve projecten – aanvankelijk alleen voor het voortgezet onderwijs, in de afgelopen jaren bereikte het duizenden leerlingen in het vmbo en het mbo, en pabo-studenten. 'We blijven GDMW, en de schrijfwedstrijd Write Now!, vooral organiseren om gevoel te houden met de taal en gewoontes van die generatie, zodat we weten dat onze projecten voor het onderwijs de juiste toon hebben', zegt Van Strien. 'Als wij als leesspecialist de plank misslaan, schieten we ons doel voorbij.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, okt 2020)

zondag 13 december 2020

Interview: Jan Dijkgraaf van Osjato over het succes van 'Martien' (Boekblad)

Een van de bestverkopende boeken van de afgelopen weken is Martien van Jan Dijkgraaf. Gebiografeerde en auteur gaven het zelf uit. 'Ik ga niet 1% minder korting eisen als ik daarmee het risico loop dat het boek ergens niet ligt.'

Hoe was je week?
'Sinds Martien op 16 oktober verscheen, word ik geleefd door Martien Meiland. Ik lig 's nachts wakker van de gedachten: ik moet dit nog doen, ik moet dat nog doen. En dan sta ik om twee of drie uur op in plaats van het gebruikelijke vijf uur, omdat ik niet meer kan slapen, en ga ik aan het werk. Ik maak altijd al to do-lijstjes, maar tegenwoordig zijn ze drie keer zo lang. Ik vind het niet erg, maar ik ben blij dat het binnenkort rustiger wordt.’

Pak je soms ook zelf boeken in?
'Dat hebben we wel uitbesteed. Maar er komt zó veel bij kijken. Strategische zaken: komt er wel of geen e-boek en audioboek en wanneer dan? En financiële zaken. Het gaat om zulke grote aantallen – er zijn nu 75.000 exemplaren verkocht – dat dat veel tijd kost.'

En ook de promotie hoef je niet te doen, al ben je de auteur.
'Er is eigenlijk helemaal geen promotie. Dit boek verkoopt zichzelf. Iedere keer als Martien op televisie komt, een foto op Instagram post of in de roddelbladen staat, zie je dat terug in de verkoop. Daarom hebben we ook maar drie signeersessies gepland. Twee bij de woonwinkel van zijn dochter in Noordwijk en een, vorig weekend, bij de The Read Shop in Zelhem. Alleen voor die signeersessie hebben we posters laten maken. Dat is alles.'

Waarom uitgerekend die boekhandel?
'De familie woont daar vlakbij. Er zijn meerdere boekhandels in de buurt, we hebben gekozen voor de winkel die het meest vasthoudend en het enthousiast was. En die trouwens ook als eerste kwam.'

Hebben veel winkels Martien Meiland uitgenodigd?
'Valt mee. Enkele tientallen. Maar we hebben overal nee op gezegd. Het is niet nodig. Je verkoopt hooguit tweehonderd boeken. Met mijn eigen boeken zou ik daar vroeger heel blij mee zijn geweest, maar nu is het weinig. Vanwege corona is het ook veel gedoe. En het levert gezeik op. In Zelhem was het heel goed geregeld, met bewaker, desinfectiegel, noem maar op. En dan staan mensen in de rij van honderd meter buiten niet op anderhalve meter van elkaar. Op Twitter lees je vervolgens: "Omdat de Meilandjes zo nodig boekjes moeten verkopen, negeren ze corona." Moedeloos wordt je daar van. De familie kan er niets aan doen, maar het wordt hen wel aangerekend. Dan denk je gauw: laat zitten.'

Waarom wilden jullie Martien zelf uitgeven?
'Toen we hadden afgesproken dat ik een biografie zou schrijven, zocht ik contact met uitgeverijen. Zoals ik beloofd had te doen. Uiteindelijk had Bertram + de Leeuw de voor ons beste deal, omdat zij een goed businessmodel hebben: de winst wordt gedeeld met de auteur. En ik ken de uitgeverij, ik heb er zelf boeken gepubliceerd. Tijdens het gesprek daarover kwam het idee op: waarom doen we het niet zelf? Omdat ik een uitgeverijtje heb, ken ik het systeem: Buttkicken, waar ik alleen eigen boeken en twee thrillers van een oud-collega heb uitgegeven. En dan konden we de getallen van Bertram + de Leeuw voor ons verdubbelen.'

Bij welke uitgeverijen had je nog meer aangeklopt?
'Prometheus onder meer. Ik ken Mai Spijkers als een zeer commerciële uitgever, maar ook iemand die – om een andere reden – een hekel aan mij heeft. Ik wilde als gimmick zien of hij geld zou laten liggen of dat hij daarover heen kon stappen. Gelukkig bleef hij principieel. Hoewel hij zei dat het boek hem niets leek.'

En daarop richten jullie op 3 augustus Osjato op.
'Alleen de financiering was een probleem. Je wist: dit boek zou een succes worden. Moet je dan uit eigen zak investeren in een grote oplage? Met als risico dat je er toch te weinig hebt en het boek, met een levertijd van vijf weken, vlak voor Sinterklaas of Kerst uitverkocht zou zijn? Martien had één doel: het boek mocht nooit uitverkocht zijn. Daarop bedachten we een voorverkoopactie. Op 28 augustus maakte Martien op tv bekend dat het boek eraan kwam, vanaf dag 1 was het gekkenhuis – dankzij een enthousiaste helpdesk-medewerker van Mijndomein kon onze simpele site het aan – en een maandje later hadden we genoeg geld om 140.000 exemplaren te laten drukken. Zonder er privé in te hoeven investeren.'

Vandaar de constructie met een luxe-editie die twee weken voor verschijnen van de gewone editie exclusief voor de intekenaars was?
'Ja. Als je zo'n actie doet, moet je mensen wel iets bieden: handtekeningen van de hele familie, foto's, en de zekerheid dat zij hem eerder hebben. De luxe-editie zag er ook mooier uit. Het plan was eerst om de handtekening er echt in te zetten. Maar de drukker had uitgerekend hoeveel tijd dat zou kosten met de oplage van 40.000 exemplaren: een week. Omdat Martien linkshandig is, zou hij er nog langer over doen. Toen hebben we de handtekening maar laten meedrukken.' 

Klaagde de boekhandel niet dat de voorverkoop uitsluitend via jullie eigen site liep?
'Nee. Iedereen wilde het graag verkopen. Ik hoefde ook helemaal geen inkopers te bellen. AKO, Primera, Jumbo: ze belden allemaal mij. Zoiets kan alleen met een naam als Martien Meiland. En ik kon goed uitleggen waarom we het zo hadden gedaan. Alleen in Noordwijk klaagden de boekhandels dat deze editie na de presentatie op 16 oktober alleen te koop was bij de woonwinkel van Martiens dochter. Ik zei: "als het jouw dochter was, zou je het haar toch ook gunnen". Dat begrepen ze wel.'

Ook daarna bleef je op sociale media verkondigen: koop het boek bij voorkeur op mijn site. Ongebruikelijk voor een uitgever, die altijd alle verkopers te vriend wil houden.
'Daar heb ik niemand over gehoord. Dat is toch ook logisch? Voor ieder boek dat we zelf verkopen hebben we én het hoogste rendement én gelijk ons geld. Al die grote ketens krijgen inkoopkorting en willen het liefst pas na zestig dagen betalen. Als we het helemaal via de boekhandel hadden gedaan, hadden we – na zelf de oplage te hebben gefinancierd – dus ook nog twee maanden op ons geld moeten wachten. Dat is als kleine uitgeverij niet te doen. Ik vind alle kanalen belangrijk, maar ik zie ze los van elkaar en ben transparant over de reden waarom ik het liefst verkoop via onze eigen site.' 

Heb je hard onderhandeld met de ketens over de voorwaarden?
'Ik heb gelukkig de betaaltermijn naar dertig dagen weten te krijgen. Maar ik ga niet 1% minder korting eisen als ik daarmee het risico loop dat het boek ergens niet ligt – ik wil dat Martien via zo veel mogelijk kanalen te koop is. Ik heb van alle voorstellen bij andere uitgevers gecheckt of dat gebruikelijk is in de markt. Vaak was dat zo en ging ik akkoord. Een enkele keer vroeg iemand een belachelijke percentage en deed ik het niet. Nee, dan heb ik veel meer aan goedkopere portokosten. Dat scheelt echt. Bij de grote verzending bij verschijnen van het boek betaalde ik 1,50 euro per boek –  het tarief dat Bol.com ook heeft, denk ik. Als particulier betaal je minimaal 4 euro voor een boek.'

Ook met Bol.com ging het zo?
'Als ze zien dat een boek loopt, krijg je op een dag een contract opgestuurd en mag je tekenen bij het kruisje. Zo werkt het bij hen. Toch heb ik dat gedaan. Ik ben dan wel eigenwijs, maar ik ga niet strijden voor 2% met onze grootste klant. Bol.com is goed voor 46% van de verkoop.' 

Hoe groot is het aandeel rechtstreekse verkoop?
'Nu zo'n 30 tot 35%. Maar dat gaat nog dalen, omdat wij alleen de luxe-editie verkopen en de iets goedkopere gewone editie op zoveel plekken ligt. Ik denk dat het uiteindelijk uitkomt op 20%, maximaal 25%.'

Zet de boekhandel zich in jouw ogen voldoende in om het boek te verkopen?
'Overal waar ik kom ligt hij prima. Bij de Libris-achtige boekhandels misschien wat minder prominent dan bij de AKO, maar dat is logisch. Daar komt de doelgroep eerder, zoals het boek ook beter verkoopt buiten de grote steden. We liggen vaak in hun top 10, zonder ervoor te hoeven betalen. Zolang we in de top 5 van de Bestseller 60 staan, zal dat wel zo blijven. Alleen om in een bak bij de Jumbo te liggen hebben we betaald. Dat snap ik wel, een boek is een beetje een Fremdkörper in een supermarkt.'

Op 5 november schreef je in je nieuwsbrief: 'Een dikke vette middelvinger is het naar die vréselijk ouderwetse boekenbranche'. Waarom?
'Op 3 augustus richten wij een uitgeverij op met een startkapitaal van 100 euro en nog geen drie maanden later komen we op 1 binnen van de bestsellerlijst. Wat niemand had verwacht, zei iemand van de CPNB mij, omdat er al zo veel exemplaren in de voorverkoop waren verkocht. Dat is toch bizar? Ik ben daar zo trots op dat ik graag een keer, vanuit mijn uitgeverijtje in Eesterga – een dorp van letterlijk zeventien huizen groot – mijn middelvinger opsteek naar al die uitgeverijen in Amsterdam met hun kapitaal.'

Het gaat me vooral om dat tweede: waarom is de branche zo ouderwets?
'Dat hele verdienmodel is ouderwets. Als we bij Prometheus hadden getekend, hadden we met veel moeite 15% royalty's eruit onderhandeld – en die hadden Martien en ik moeten delen. Er wordt dan gezegd: een uitgeverij investeert in marketing. Maar dat doet die alleen maar voor een paar bestsellers. En ik denk niet dat een uitgeverij van dit boek daarmee meer exemplaren had verkocht. Veel auteurs pikken het toch. Uit eergevoel: dan is er een boek! Terwijl ze vervolgens soms anderhalf jaar wachten tot er plek is in de brochure en hun boek mag verschijnen. Dat is ook zoiets: een brochure en daarmee naar een beurs gaan. Hopeloos ouderwets. Wij hebben het zonder brochure gedaan, al besef ik – nogmaals – dat dat alleen kan omdat het om Martien Meiland gaat.'

Dus een volgende keer...?
'Doen we het weer zo. We hebben afgesproken: eerst de 100.000 halen, dan kijken we verder. In theorie kan Osjato daarna een slapend bestaan leiden, maar succes smaakt altijd naar meer. Het volgende boek wordt in ieder geval niet een van de manuscripten waarvan we er nu heel veel krijgen aangeboden. We worden geen algemene uitgeverij. Maar misschien een kookboek van Martien of een boek over woninginrichting. Zolang hij hot blijft, kun je dat heel goed op zijn naam verkopen, al worden het niet zulke grote bestsellers als Martien. Meer kan ik daar nu niet over zeggen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 6 dec)

dinsdag 1 december 2020

Interview: Jeroen Stumpel over de perfecte boekwinkel (Boekblad)

Boekhandel Stumpel bestaat al 140 jaar, maar het familiebedrijf is nooit af. Ook Jeroen Stumpel, de vijfde generatie aan het roer, wil bouwen. Daarom opende hij deze zomer een geheel nieuwe winkel in Purmerend. ‘Toen we het geschikte pand vorig jaar vonden, zijn we er vol in gedoken.’

Natuurlijk wilde Jeroen Stumpel (39) geen baan in het familiebedrijf. ‘Mijn hele jeugd wist iedereen precies wat ik later ging doen. Alsof ik alleen maar een vooropgezet plan hoefde uit te voeren’, vertelt hij in de koffiecorner van de boekhandel aan de Grote Noord in Hoorn, waar het in 1880 allemaal is begonnen. ‘Daar had ik een hekel aan. Ik werkte als tiener als zaterdaghulp mee, maar zodra ik naar Amsterdam verhuisde om te studeren – eerst aan de Hogeschool Inholland, daarna aan de Vrije Universiteit – stopte ik daarmee. Zocht ik daar een baantje, níét in een boekhandel. En ik zou nooit meer terugkeren.’

Maar hoe gaat het dan? ‘Ik vond dat Stumpel, dat van mijn vader Steef en oom André was, meer met internet en ict moest doen. Met Kerst 2008 besprak ik dat met mijn vader en bood ik aan dat op projectbasis uit te voeren. Weet je dat wel zeker, vroeg hij? Ja ja ja, hier had het bedrijf echt behoefte aan. Maar inderdaad: zo’n e-commercetraject is niet in korte tijd afgerond, en je pakt andere dingen op, het blijkt hartstikke leuk te zijn en eind 2014 – zes jaar later – heb ik het bedrijf overgenomen. Ik zou nu niets anders meer willen.’

Uiteindelijk gaf het familiale karakter van het bedrijf zelfs de doorslag. ‘Het voelde altijd al als eigen. Als van ons. Daarmee kwam een verantwoordelijkheidsgevoel om datgene wat vier generaties voor me hebben opgebouwd, voort te zetten. Als we een luciferhoutjesfabriek hadden, had ik dat ook voortgezet. Ik had dan niet beter geweten. Maar het boekenvak is wel een heel dynamische en fijne omgeving. Hoe kun je in een markt die zo in beweging is, waarbij voor een boek zo veel alternatieven zijn gekomen, toch dat mooie product verkopen? En: bij jou en niet elders? Ik vind het mooi daarmee bezig te zijn.’

 

Elf winkels en een grote afdeling office supplies, goed voor circa 30 procent van de omzet, telt Stumpel anno 2020. Begin juli opende het nieuwste filiaal in Purmerend. Zonder feestje uiteraard. Maar wél in feestelijke stemming. ‘We hadden in januari al de sleutel van het pand gekregen’, blikt Stumpel terug op de eerste maanden. ‘We hadden dus een langere voorbereidingstijd dan normaal. In die tijd zagen we hoeveel mensen op die plek langskwamen. Dat gaf ons een goed voorgevoel. Nu de winkel open is, ontwikkelt de omzet zich zoals gehoopt.’

Purmerend is met 80.000 inwoners een relatief grote stad – zeker voor Stumpel, die vanuit Hoorn zijn verspreidingsgebied gestaag heeft uitgebreid over West-Friesland en delen van de Zaanstreek en Flevoland. Er zijn winkels in Alkmaar en Almere, maar vooral in kleinere plaatsen als Medemblik, Enkhuizen, Krommenie en Heemskerk. Ook Purmerend is een stad waarvan de inwoners in het afgelopen voorjaar liever niet gingen winkelen in Amsterdam of Zaanstad. Daar profiteerde Stumpel van, met name omdat de naamsbekendheid in de regio al behoorlijk goed tot deze plaats was doorgedrongen.

‘Toen corona uitbrak, was het even slikken. Maar ja, het huurcontract was al getekend. Je gaat dus gewoon beginnen. En achteraf ben ik blij dat we de stap hebben gezet. Een boekwinkel, zeker zoals wij die hebben, moet het hebben van zijn lokale publiek – en dát was er gewoon in Purmerend. Misschien waren ze wat terughoudender dan normaal om een nieuwe winkel binnen te stappen. Na drie maanden komt nog steeds de helft van het publiek er pas voor het eerst. Maar dat is niet erg. Het betekent dat de omzet alleen maar kan stijgen.’


Heb je bij de inrichting van de winkel in Purmerend rekening gehouden met de corona-eisen?

‘Eigenlijk niet. We wilden altijd al een ruim opgezette winkel. Dat is fijn winkelen. En handig voor mensen die slecht ter been zijn. Alles staat op wieltjes – een wijze les van mijn oom – zodat we makkelijk alle tafels opzij kunnen zetten voor een presentatie, maar óók om ze even te verplaatsen als iemand in een rolstoel wil keren. Dus de invloed van corona? Misschien hebben we alleen een displayminder neergezet, om de paden echt opgeruimd te houden.’

 

Wat was het effect van corona op het hele bedrijf?

‘Dat verschilde per winkel. In de grote steden was het de eerste maanden echt slikken. In de zomer was de omzet weer oké. Terwijl de twee kleine winkels in de Zaanstreek het vanaf maart fantastisch hebben gedaan. Ook de kantoorartikelen hadden het zwaar. Als half Nederland opeens thuiswerkt, kun je als facilitair leverancier voor kantoor helaas weinig geld verdienen.’

 

En die klap is misschien blijvend als er vanaf nu structureel meer thuis zal worden gemerkt.

‘Ook dat komt wel weer op gang, hoor. De markt zit nu in een grote dip die misschien twee jaar duurt, maar echt tijdelijk zal zijn. Als bedrijven voor meer thuiswerken kiezen, zullen ze budget vrijmaken om hun personeel een goede werkplek te laten inrichten. Dan hebben ze ergonomisch verantwoorde stoelen nodig. Niemand houdt het lang vol als hij met zijn of haar laptop aan de keukentafel zit. Daar liggen juist extra kansen.’

 

Twee jaar?

‘Ach, ik weet ook niet hóé lang het gaat duren. Maar als het zo lang zal zijn, kan het bedrijf het aan. Wat dat betreft vind ik het erger dat mijn kinderen van 5 en 7 nu moeten opgroeien met het idee dat ze altijd afstand moeten houden.’

 

Welke lessen heb je geleerd uit de coronaperiode?

‘Dat je snel moet schakelen. Aan de ene kant de kosten beperken: de huur, de bezetting in de winkel, de voorraad. We hebben kritisch gekeken naar de voorraad. Als er bijna geen volk in de winkels wordt verwacht, moet je dan van alle nieuwe titels grote stapels hebben? Nee. Pas toen het winkelbezoek meetbaar aantrok, hebben we dat opgepakt. Aan de andere kant moet je meebewegen met de vraag in de markt. Wat wordt wél verkocht? Dat moet je snel in huis halen. Dat waren designmondkapjes, puzzels en spellen, hobbymaterialen.’

 

Hoe beweeg je mee?

‘Simpel: elke dag kijken naar de verkoopcijfers en de voorraad. En zodra je ziet dat de puzzelverkoop stijgt, onmiddellijk de voorraad vergroten. Mondkapjes hadden we uiteraard niet in het assortiment, maar omdat we verwachtten dat daar behoefte aan was, hebben we die overal en nergens vandaan gehaald. Via de traditionele kanalen waren ze al meteen niet meer te krijgen. Handgel ook niet. En dus ga je net zo lang rondbellen tot je alternatieve leveranciers hebt. Dat is de handelsspirit die in deze familie ziet. Wij hadden, eind maart, als een van de eerste winkels in de regio mondkapjes en hebben daar heel veel omzet mee gemaakt.’

 

Hoe kon je de huur omlaag krijgen?

‘Wij hadden in april alleen de helft van de huur betaald. De kleine verhuurders hadden daar begrip voor. Pakten de situatie samen op met de winkelier. Maar de grote jongens hadden er maling aan. Een van hen liet weten, nog voor wij onze brief hadden verstuurd, dat corona ontzettend vervelend was, maar ons niet ontsloeg van de verplichting te betalen. Kortom, die stak een middelvinger op. Het past bij het beeld van de afgelopen jaren. Vastgoedbeleggers reageren niet op dalende retailomzetten. Toch zullen ze uiteindelijk wel moeten. Dat zal via een omweg van een investeringsbijdrage of zo gaan, waardoor je per saldo een lagere huur betaalt.’


Is het boekhandelen dit jaar fundamenteel veranderd?

‘Online is natuurlijk belangrijker geworden. Ook onze omzet is sinds maart gestegen in een orde van 200 procent. En de omzet was al die van een kleine winkel. Daar gaan we nu nog meer geld en tijd insteken.’

 

Waarom? Er zijn ook boekhandels die zich concentreren op hun fysieke verkoop.

‘Dat snap ik. Er zijn boekhandels met zo’n eigen uitstraling en zo’n sterke band met hun eigen publiek dat ze het prima kunnen redden met een site die alleen een promotiekanaal is. Maar voor ons is internet een toegevoegde waarde. Het publiek in ons gebied winkelt ook online, en dus moeten we ervoor zorgen dat ze dat – op z’n minst voor een deel – bij ons kunnen doen. Juist door onze naam en reputatie in de regio kunnen we een waardig alternatief zijn. Je ziet al dat bestellingen afhalen in de winkel enorm toeneemt.’

 

In een tijd waarin het sentiment om lokaal te kopen sterk is gestegen.

‘Absoluut. Het besef is sterk gegroeid dat stadscentra heel saai worden als winkels verdwijnen. We hebben de boodschap ook sterk uitgedragen in onze marketinguitingen: op boekenleggers, in nieuwsbrieven, op onze sociale media.’

 

Is Stumpel erg actief op sociale media?

‘Op Facebook en Instagram. Bij Twitter en TikTok hebben we wel een account, maar daar doen we niets mee. Je kun op sociale media heel goed je winkel en alles wat daar speelt, presenteren in de regio. Het werkt meer verbindend als een medewerker van ons een boek presenteert dan wanneer je een stockfoto van het omslag gebruikt. In sommige steden is het aantal volgers groot, in andere kan het nog groter. De uitdaging is nog wel dat klanten in Alkmaar ook zien wat we in Almere doen, wat voor hen minder relevant is.’

 

Is de webshop op dit moment rendabel?

‘Zeker. Dat komt ook omdat een groot deel van onze zakelijke bestellingen via internet binnenkomt. We hebben dus al een forse online-omzet. Dat is ook nodig omdat je online een lagere marge op de bestelling hebt, vanwege de handlingen verzendkosten. Maar het gaat mij vooral om de combinatie: én fysieke winkels én een webshop – dat versterkt elkaar.’

 

Wat wil je met de integratie van on- en offline?

‘De voorraad in de winkel moet zichtbaar zijn op internet, zodat je een titel meteen kunt reserveren en laten afhalen. Klinkt simpel, maar werk maar eens uit. In het verlengde kun je boeken uit de winkel verkopen via andere sites – van Bol of Libris, waar we sinds twee, drie jaar bij zijn aangesloten. Daar liggen veel mogelijkheden. En mijn wens is nog altijd dat je in de winkel een boek oppakt en via je telefoon daar meer informatie over kunt vinden als je de barcode scant: recensies, een filmpje, whatever.’

 

Is Stumpel vanwege dit soort mogelijkheden lid geworden van Libris?

‘Nee. Eerder vanuit het samen sta je sterk-gevoel. De digitale projecten zijn belangrijker voor winkels die weinig met hun eigen site kunnen doen. Wij hébben al jaren een eigen platform. Maar natuurlijk zijn Libris.nl en functionaliteiten als Zoekeenboek voor ons extra kanalen. Dat telt allemaal mee. We dragen de naam Libris alleen niet uit. Wij zijn Stumpel.’

 

Je bent ook toegetreden tot de groep Triple A-boekhandels.

‘Ruim een jaar geleden werd ik daarvoor gevraagd. Heel waardevol: te zien hoe anderen, hoe anders hun bedrijf ook is, de business runnen. Ik pas er ook wel bij. Het zijn allemaal boekhandelaren die bezig zijn met uitbreiden en groei. Ik ook. Ik haal daar veel energie uit.’

 

Wat is de grote uitdaging voor een boekhandel in deze tijden?

'Op korte termijn natuurlijk dit najaar. Hoe gaan we om met de drukte als iedereen afstand van elkaar moet houden? En op langere termijn: ervoor zorgen dat de winkels attractief blijven voor de bezoeker. Dat doe je door continu te kijken naar de winkels en steeds dingen te veranderen. Ik heb gelukkig veel ideeën. Op het gebied van winkelinrichting, integratie on- en offline, uitbreiding assortiment, onze folders, noem maar op. Helaas is de tijd beperkt om ze, samen met het team, allemaal tegelijk uit te voeren.'

 

Stilstand is achteruitgang?

'Ik denk het wel. De omzet kwam vroeger naar je toe. Nu hebben klanten zo veel alternatieven om hun boek ergens te kopen. Het leukste blijft wel om dat in je lokale boekhandel te doen, maar dan moet je er een feestje van maken. Daarom kun je in Purmerend niet zo maar het concept van Hoorn kopiëren, wat al vijftien jaar oud is. Je moet er fris naar kijken en echt de tijd nemen om het zo eigentijds mogelijk te maken. Daar hebben we nu bijvoorbeeld een industrieel plafond. Echt à la nu. En als dat werkt, en je kijkt vervolgens met die ervaring naar Hoorn, wéét je: hier gaan we binnenkort opnieuw naar kijken.'

 

Wat wil je met de aanpassing van de winkels?

‘Voor Purmerend hebben we net weer een andere stijl bedacht. Die ideeën kun je kwijt als je elders verbouwt of een nieuwe winkel opent. De koffiebar is daar meer geïntegreerd in de winkel dan in Hoorn, waar het eerder een aparte hoek is. Dat komt voort uit de iets kleinere omvang van de winkel, maar zet je toch aan het denken. Zo bevrucht wat je in de ene winkel doet, je beleid voor andere winkels.’

 

Nog een nieuwe winkel?

‘Alleen als er wat op ons pad komt. En ja, er wordt ons wel eens wat aangeboden, maar op dit moment lopen er geen gesprekken. Het is ook geen doel op zich. Voor synergievoordelen hebben we al schaal genoeg. Tien, elf, twaalf winkels – dat maakt niet zo veel uit. En ik hoef ook niet zo nodig te groeien naar, zeg, twintig winkels. Dat zou een andere manier van managen vereisen. En ik zou het dan moeilijk vinden de controle deels uit handen te geven. Zo’n keten past ook niet goed bij het karakter van een familiebedrijf.’

 

Was Purmerend een kwestie van toeval?

‘Nee. De omvang van de stad was interessant. En we reden er toch al dagelijks langs, van ons distributiecentrum in Zwaag naar de winkels in de Zaanstreek. We hebben daar alleen lang naar een geschikt pand moeten zoeken. Toen we dat vorig jaar vonden, zijn we er vol in gedoken.’

 

En wat wil je met de uitbreiding van het assortiment?

‘De verhouding boeken en andere producten is 60-40 procent. En dat is het al zeker veertig jaar. Het is in deze regio alom bekend: voor een boek of een ander cadeau ga je naar Stumpel. Wij zijn hier bijvoorbeeld een van de grootste verkopers van Dopper. Op dat gevoel wil ik graag voortbouwen. Maar dat betekent wel dat je voortdurend dat assortiment moet aanpassen. Je kunt nooit denken: nu is het aanbod precies goed. Vanuit die traditie konden we ook zo snel designmondkapjes verkopen.’

 

Wat zijn de grenzen van het non-bookaanbod?

‘Dat kan ik niet zeggen. Het is een gevoel. Portemonnees passen wel, horloges niet. Maar waarom? Ik denk vooral omdat ik in deze winkel ben opgegroeid. Dan wéét je het. En niet alleen ik. Er loopt hier een goed stel collega’s rond dat ook al lang ervaring heeft met wat bij ons past. Maar evengoed hebben we zo onze missers – zoals iedereen. Dan koop je een bepaalde knuffel in, die je een jaar later in de uitverkoop moet doen.’

 

Is de voorraad boeken eerder breed dan diep?

‘We hebben in alle genres veel keuze voor een breed publiek, zonder dat er grote stapels van liggen. Maar ook hier geldt: door heel goed de beweging van de voorraad te volgen, kun je bij goede verkoop razendsnel opschalen. We hebben in alle plaatsen waar we zitten wel concurrentie, vaak van Bruna’s, maar we zijn over het algemeen dé boekhandel. Daarom willen we iedereen kunnen bedienen en niet focussen op bijvoorbeeld één specialisme. Ook niet in Almere, onze grootste stad, waar misschien ruimte kan zijn voor een echt literaire boekhandel. De Dopper is daar trouwens ook ons best lopende artikel.’