Posts tonen met het label boekhandel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boekhandel. Alle posts tonen

dinsdag 1 december 2020

Interview: Jeroen Stumpel over de perfecte boekwinkel (Boekblad)

Boekhandel Stumpel bestaat al 140 jaar, maar het familiebedrijf is nooit af. Ook Jeroen Stumpel, de vijfde generatie aan het roer, wil bouwen. Daarom opende hij deze zomer een geheel nieuwe winkel in Purmerend. ‘Toen we het geschikte pand vorig jaar vonden, zijn we er vol in gedoken.’

Natuurlijk wilde Jeroen Stumpel (39) geen baan in het familiebedrijf. ‘Mijn hele jeugd wist iedereen precies wat ik later ging doen. Alsof ik alleen maar een vooropgezet plan hoefde uit te voeren’, vertelt hij in de koffiecorner van de boekhandel aan de Grote Noord in Hoorn, waar het in 1880 allemaal is begonnen. ‘Daar had ik een hekel aan. Ik werkte als tiener als zaterdaghulp mee, maar zodra ik naar Amsterdam verhuisde om te studeren – eerst aan de Hogeschool Inholland, daarna aan de Vrije Universiteit – stopte ik daarmee. Zocht ik daar een baantje, níét in een boekhandel. En ik zou nooit meer terugkeren.’

Maar hoe gaat het dan? ‘Ik vond dat Stumpel, dat van mijn vader Steef en oom André was, meer met internet en ict moest doen. Met Kerst 2008 besprak ik dat met mijn vader en bood ik aan dat op projectbasis uit te voeren. Weet je dat wel zeker, vroeg hij? Ja ja ja, hier had het bedrijf echt behoefte aan. Maar inderdaad: zo’n e-commercetraject is niet in korte tijd afgerond, en je pakt andere dingen op, het blijkt hartstikke leuk te zijn en eind 2014 – zes jaar later – heb ik het bedrijf overgenomen. Ik zou nu niets anders meer willen.’

Uiteindelijk gaf het familiale karakter van het bedrijf zelfs de doorslag. ‘Het voelde altijd al als eigen. Als van ons. Daarmee kwam een verantwoordelijkheidsgevoel om datgene wat vier generaties voor me hebben opgebouwd, voort te zetten. Als we een luciferhoutjesfabriek hadden, had ik dat ook voortgezet. Ik had dan niet beter geweten. Maar het boekenvak is wel een heel dynamische en fijne omgeving. Hoe kun je in een markt die zo in beweging is, waarbij voor een boek zo veel alternatieven zijn gekomen, toch dat mooie product verkopen? En: bij jou en niet elders? Ik vind het mooi daarmee bezig te zijn.’

 

Elf winkels en een grote afdeling office supplies, goed voor circa 30 procent van de omzet, telt Stumpel anno 2020. Begin juli opende het nieuwste filiaal in Purmerend. Zonder feestje uiteraard. Maar wél in feestelijke stemming. ‘We hadden in januari al de sleutel van het pand gekregen’, blikt Stumpel terug op de eerste maanden. ‘We hadden dus een langere voorbereidingstijd dan normaal. In die tijd zagen we hoeveel mensen op die plek langskwamen. Dat gaf ons een goed voorgevoel. Nu de winkel open is, ontwikkelt de omzet zich zoals gehoopt.’

Purmerend is met 80.000 inwoners een relatief grote stad – zeker voor Stumpel, die vanuit Hoorn zijn verspreidingsgebied gestaag heeft uitgebreid over West-Friesland en delen van de Zaanstreek en Flevoland. Er zijn winkels in Alkmaar en Almere, maar vooral in kleinere plaatsen als Medemblik, Enkhuizen, Krommenie en Heemskerk. Ook Purmerend is een stad waarvan de inwoners in het afgelopen voorjaar liever niet gingen winkelen in Amsterdam of Zaanstad. Daar profiteerde Stumpel van, met name omdat de naamsbekendheid in de regio al behoorlijk goed tot deze plaats was doorgedrongen.

‘Toen corona uitbrak, was het even slikken. Maar ja, het huurcontract was al getekend. Je gaat dus gewoon beginnen. En achteraf ben ik blij dat we de stap hebben gezet. Een boekwinkel, zeker zoals wij die hebben, moet het hebben van zijn lokale publiek – en dát was er gewoon in Purmerend. Misschien waren ze wat terughoudender dan normaal om een nieuwe winkel binnen te stappen. Na drie maanden komt nog steeds de helft van het publiek er pas voor het eerst. Maar dat is niet erg. Het betekent dat de omzet alleen maar kan stijgen.’


Heb je bij de inrichting van de winkel in Purmerend rekening gehouden met de corona-eisen?

‘Eigenlijk niet. We wilden altijd al een ruim opgezette winkel. Dat is fijn winkelen. En handig voor mensen die slecht ter been zijn. Alles staat op wieltjes – een wijze les van mijn oom – zodat we makkelijk alle tafels opzij kunnen zetten voor een presentatie, maar óók om ze even te verplaatsen als iemand in een rolstoel wil keren. Dus de invloed van corona? Misschien hebben we alleen een displayminder neergezet, om de paden echt opgeruimd te houden.’

 

Wat was het effect van corona op het hele bedrijf?

‘Dat verschilde per winkel. In de grote steden was het de eerste maanden echt slikken. In de zomer was de omzet weer oké. Terwijl de twee kleine winkels in de Zaanstreek het vanaf maart fantastisch hebben gedaan. Ook de kantoorartikelen hadden het zwaar. Als half Nederland opeens thuiswerkt, kun je als facilitair leverancier voor kantoor helaas weinig geld verdienen.’

 

En die klap is misschien blijvend als er vanaf nu structureel meer thuis zal worden gemerkt.

‘Ook dat komt wel weer op gang, hoor. De markt zit nu in een grote dip die misschien twee jaar duurt, maar echt tijdelijk zal zijn. Als bedrijven voor meer thuiswerken kiezen, zullen ze budget vrijmaken om hun personeel een goede werkplek te laten inrichten. Dan hebben ze ergonomisch verantwoorde stoelen nodig. Niemand houdt het lang vol als hij met zijn of haar laptop aan de keukentafel zit. Daar liggen juist extra kansen.’

 

Twee jaar?

‘Ach, ik weet ook niet hóé lang het gaat duren. Maar als het zo lang zal zijn, kan het bedrijf het aan. Wat dat betreft vind ik het erger dat mijn kinderen van 5 en 7 nu moeten opgroeien met het idee dat ze altijd afstand moeten houden.’

 

Welke lessen heb je geleerd uit de coronaperiode?

‘Dat je snel moet schakelen. Aan de ene kant de kosten beperken: de huur, de bezetting in de winkel, de voorraad. We hebben kritisch gekeken naar de voorraad. Als er bijna geen volk in de winkels wordt verwacht, moet je dan van alle nieuwe titels grote stapels hebben? Nee. Pas toen het winkelbezoek meetbaar aantrok, hebben we dat opgepakt. Aan de andere kant moet je meebewegen met de vraag in de markt. Wat wordt wél verkocht? Dat moet je snel in huis halen. Dat waren designmondkapjes, puzzels en spellen, hobbymaterialen.’

 

Hoe beweeg je mee?

‘Simpel: elke dag kijken naar de verkoopcijfers en de voorraad. En zodra je ziet dat de puzzelverkoop stijgt, onmiddellijk de voorraad vergroten. Mondkapjes hadden we uiteraard niet in het assortiment, maar omdat we verwachtten dat daar behoefte aan was, hebben we die overal en nergens vandaan gehaald. Via de traditionele kanalen waren ze al meteen niet meer te krijgen. Handgel ook niet. En dus ga je net zo lang rondbellen tot je alternatieve leveranciers hebt. Dat is de handelsspirit die in deze familie ziet. Wij hadden, eind maart, als een van de eerste winkels in de regio mondkapjes en hebben daar heel veel omzet mee gemaakt.’

 

Hoe kon je de huur omlaag krijgen?

‘Wij hadden in april alleen de helft van de huur betaald. De kleine verhuurders hadden daar begrip voor. Pakten de situatie samen op met de winkelier. Maar de grote jongens hadden er maling aan. Een van hen liet weten, nog voor wij onze brief hadden verstuurd, dat corona ontzettend vervelend was, maar ons niet ontsloeg van de verplichting te betalen. Kortom, die stak een middelvinger op. Het past bij het beeld van de afgelopen jaren. Vastgoedbeleggers reageren niet op dalende retailomzetten. Toch zullen ze uiteindelijk wel moeten. Dat zal via een omweg van een investeringsbijdrage of zo gaan, waardoor je per saldo een lagere huur betaalt.’


Is het boekhandelen dit jaar fundamenteel veranderd?

‘Online is natuurlijk belangrijker geworden. Ook onze omzet is sinds maart gestegen in een orde van 200 procent. En de omzet was al die van een kleine winkel. Daar gaan we nu nog meer geld en tijd insteken.’

 

Waarom? Er zijn ook boekhandels die zich concentreren op hun fysieke verkoop.

‘Dat snap ik. Er zijn boekhandels met zo’n eigen uitstraling en zo’n sterke band met hun eigen publiek dat ze het prima kunnen redden met een site die alleen een promotiekanaal is. Maar voor ons is internet een toegevoegde waarde. Het publiek in ons gebied winkelt ook online, en dus moeten we ervoor zorgen dat ze dat – op z’n minst voor een deel – bij ons kunnen doen. Juist door onze naam en reputatie in de regio kunnen we een waardig alternatief zijn. Je ziet al dat bestellingen afhalen in de winkel enorm toeneemt.’

 

In een tijd waarin het sentiment om lokaal te kopen sterk is gestegen.

‘Absoluut. Het besef is sterk gegroeid dat stadscentra heel saai worden als winkels verdwijnen. We hebben de boodschap ook sterk uitgedragen in onze marketinguitingen: op boekenleggers, in nieuwsbrieven, op onze sociale media.’

 

Is Stumpel erg actief op sociale media?

‘Op Facebook en Instagram. Bij Twitter en TikTok hebben we wel een account, maar daar doen we niets mee. Je kun op sociale media heel goed je winkel en alles wat daar speelt, presenteren in de regio. Het werkt meer verbindend als een medewerker van ons een boek presenteert dan wanneer je een stockfoto van het omslag gebruikt. In sommige steden is het aantal volgers groot, in andere kan het nog groter. De uitdaging is nog wel dat klanten in Alkmaar ook zien wat we in Almere doen, wat voor hen minder relevant is.’

 

Is de webshop op dit moment rendabel?

‘Zeker. Dat komt ook omdat een groot deel van onze zakelijke bestellingen via internet binnenkomt. We hebben dus al een forse online-omzet. Dat is ook nodig omdat je online een lagere marge op de bestelling hebt, vanwege de handlingen verzendkosten. Maar het gaat mij vooral om de combinatie: én fysieke winkels én een webshop – dat versterkt elkaar.’

 

Wat wil je met de integratie van on- en offline?

‘De voorraad in de winkel moet zichtbaar zijn op internet, zodat je een titel meteen kunt reserveren en laten afhalen. Klinkt simpel, maar werk maar eens uit. In het verlengde kun je boeken uit de winkel verkopen via andere sites – van Bol of Libris, waar we sinds twee, drie jaar bij zijn aangesloten. Daar liggen veel mogelijkheden. En mijn wens is nog altijd dat je in de winkel een boek oppakt en via je telefoon daar meer informatie over kunt vinden als je de barcode scant: recensies, een filmpje, whatever.’

 

Is Stumpel vanwege dit soort mogelijkheden lid geworden van Libris?

‘Nee. Eerder vanuit het samen sta je sterk-gevoel. De digitale projecten zijn belangrijker voor winkels die weinig met hun eigen site kunnen doen. Wij hébben al jaren een eigen platform. Maar natuurlijk zijn Libris.nl en functionaliteiten als Zoekeenboek voor ons extra kanalen. Dat telt allemaal mee. We dragen de naam Libris alleen niet uit. Wij zijn Stumpel.’

 

Je bent ook toegetreden tot de groep Triple A-boekhandels.

‘Ruim een jaar geleden werd ik daarvoor gevraagd. Heel waardevol: te zien hoe anderen, hoe anders hun bedrijf ook is, de business runnen. Ik pas er ook wel bij. Het zijn allemaal boekhandelaren die bezig zijn met uitbreiden en groei. Ik ook. Ik haal daar veel energie uit.’

 

Wat is de grote uitdaging voor een boekhandel in deze tijden?

'Op korte termijn natuurlijk dit najaar. Hoe gaan we om met de drukte als iedereen afstand van elkaar moet houden? En op langere termijn: ervoor zorgen dat de winkels attractief blijven voor de bezoeker. Dat doe je door continu te kijken naar de winkels en steeds dingen te veranderen. Ik heb gelukkig veel ideeën. Op het gebied van winkelinrichting, integratie on- en offline, uitbreiding assortiment, onze folders, noem maar op. Helaas is de tijd beperkt om ze, samen met het team, allemaal tegelijk uit te voeren.'

 

Stilstand is achteruitgang?

'Ik denk het wel. De omzet kwam vroeger naar je toe. Nu hebben klanten zo veel alternatieven om hun boek ergens te kopen. Het leukste blijft wel om dat in je lokale boekhandel te doen, maar dan moet je er een feestje van maken. Daarom kun je in Purmerend niet zo maar het concept van Hoorn kopiëren, wat al vijftien jaar oud is. Je moet er fris naar kijken en echt de tijd nemen om het zo eigentijds mogelijk te maken. Daar hebben we nu bijvoorbeeld een industrieel plafond. Echt à la nu. En als dat werkt, en je kijkt vervolgens met die ervaring naar Hoorn, wéét je: hier gaan we binnenkort opnieuw naar kijken.'

 

Wat wil je met de aanpassing van de winkels?

‘Voor Purmerend hebben we net weer een andere stijl bedacht. Die ideeën kun je kwijt als je elders verbouwt of een nieuwe winkel opent. De koffiebar is daar meer geïntegreerd in de winkel dan in Hoorn, waar het eerder een aparte hoek is. Dat komt voort uit de iets kleinere omvang van de winkel, maar zet je toch aan het denken. Zo bevrucht wat je in de ene winkel doet, je beleid voor andere winkels.’

 

Nog een nieuwe winkel?

‘Alleen als er wat op ons pad komt. En ja, er wordt ons wel eens wat aangeboden, maar op dit moment lopen er geen gesprekken. Het is ook geen doel op zich. Voor synergievoordelen hebben we al schaal genoeg. Tien, elf, twaalf winkels – dat maakt niet zo veel uit. En ik hoef ook niet zo nodig te groeien naar, zeg, twintig winkels. Dat zou een andere manier van managen vereisen. En ik zou het dan moeilijk vinden de controle deels uit handen te geven. Zo’n keten past ook niet goed bij het karakter van een familiebedrijf.’

 

Was Purmerend een kwestie van toeval?

‘Nee. De omvang van de stad was interessant. En we reden er toch al dagelijks langs, van ons distributiecentrum in Zwaag naar de winkels in de Zaanstreek. We hebben daar alleen lang naar een geschikt pand moeten zoeken. Toen we dat vorig jaar vonden, zijn we er vol in gedoken.’

 

En wat wil je met de uitbreiding van het assortiment?

‘De verhouding boeken en andere producten is 60-40 procent. En dat is het al zeker veertig jaar. Het is in deze regio alom bekend: voor een boek of een ander cadeau ga je naar Stumpel. Wij zijn hier bijvoorbeeld een van de grootste verkopers van Dopper. Op dat gevoel wil ik graag voortbouwen. Maar dat betekent wel dat je voortdurend dat assortiment moet aanpassen. Je kunt nooit denken: nu is het aanbod precies goed. Vanuit die traditie konden we ook zo snel designmondkapjes verkopen.’

 

Wat zijn de grenzen van het non-bookaanbod?

‘Dat kan ik niet zeggen. Het is een gevoel. Portemonnees passen wel, horloges niet. Maar waarom? Ik denk vooral omdat ik in deze winkel ben opgegroeid. Dan wéét je het. En niet alleen ik. Er loopt hier een goed stel collega’s rond dat ook al lang ervaring heeft met wat bij ons past. Maar evengoed hebben we zo onze missers – zoals iedereen. Dan koop je een bepaalde knuffel in, die je een jaar later in de uitverkoop moet doen.’

 

Is de voorraad boeken eerder breed dan diep?

‘We hebben in alle genres veel keuze voor een breed publiek, zonder dat er grote stapels van liggen. Maar ook hier geldt: door heel goed de beweging van de voorraad te volgen, kun je bij goede verkoop razendsnel opschalen. We hebben in alle plaatsen waar we zitten wel concurrentie, vaak van Bruna’s, maar we zijn over het algemeen dé boekhandel. Daarom willen we iedereen kunnen bedienen en niet focussen op bijvoorbeeld één specialisme. Ook niet in Almere, onze grootste stad, waar misschien ruimte kan zijn voor een echt literaire boekhandel. De Dopper is daar trouwens ook ons best lopende artikel.’

zaterdag 27 juni 2020

Sandra & Erik van Doorn over de verhuizing naar het nieuwe Broese (Boekblad)

Middenin de coronacrisis verhuisde Broese naar een schitterend pand aan de Neude. Even vreesden eigenaren Sandra en Erik van Doorn dat alles in het water viel, nu zien ze vooral de grote mogelijkheden op de nieuwe locatie.

Jarenlang zochten Sandra en Erik van Doorn naar een nieuwe locatie voor boekhandel Broese in het centrum van Utrecht. Maanden is er gewerkt aan de 1800 vierkante meter grote winkel in het voormalige postkantoor aan het Neude, de nieuwe thuisbasis van de openbare bibliotheek. Maar toen de eigenaren het resultaat met gepaste feestelijkheden wilden tonen aan leveranciers, collega-boekverkopers, relaties en bovenal klanten, golden de strengste lockdown-maatregelen. Alles moest in allerijl worden afgelast. Er mogen, ook nu nog, niet meer dan ruim honderd klanten tegelijk binnen zijn. Een afgepast aantal mandjes bij de ingang aan de Oude Gracht voorkomt dat het drukker wordt.
Toch is het sinds 23 april elke dag een beetje feest bij Broese. Eerst kwam die ochtend de Utrechtse schrijver Ronald Giphart langs om met het doorknippen van een lint de winkel voor geopend te verklaren – een aangename verrassing van bedrijfsleider Grietje Braaksma voor het echtpaar-Van Doorn. Daarna lieten veel mensen die hun nieuwsgierigheid niet konden bedwingen en toch snel kwamen kijken, hun bewondering blijken voor de nieuwe winkel: de verrassende combinatie van oud en nieuw, de slimme verdeling in verschillende werelden verspreid over de winkel, de overheersende speelsheid en lichtheid.
De eerste reacties zijn erg enthousiast, zegt Erik van Doorn. 'Ook medewerkers zijn er erg gelukkig mee. Iedereen loopt met een big smile rond. Natuurlijk waren er kleinigheden niet goed gegaan of ontdek je dingen die je toch liever aanpast. Zo was er iets misgegaan met de vloer van de kinderboekafdeling. Daar lag aanvankelijk noodgedwongen een betonvloer. Maar door de heftige weken direct na het uitbreken van de coronacrisis, maken we ons daar niet meer druk om. In februari zouden we om zoiets wakker hebben gelegen, nu is het gewoon iets wat gebeurt. We zijn allang blij dat deze schitterende winkel gewoon open kan zijn.'

Sinds de overname in 2014 wisten jullie: Broese moet weg van de Stadhuisbrug. Heeft het lang geduurd voor jullie het oude postkantoor vonden?
EvD: 'We hadden tien jaar. Maar we keken vanaf het begin al om ons heen naar opties voor een groter pand. Dat moest wel, Utrecht is niet rijkelijk bedeeld met mogelijkheden voor ons formaat. Wij hebben veel vierkante meters, wij willen in het centrum blijven en dan zijn de ruimtes niet een twee drie beschikbaar. We hebben door de jaren heen vier, vijf locaties bekeken. Steeds was er iets waardoor we zeiden: toch maar niet. Tot dit pand voorbij kwam.'
SvD: 'Dan duurde het nog lang voordat we zekerheid hadden. Bij de eerste contacten met verhuurder ASR kwamen we niet tot overeenstemming. Wij zagen Post Utrecht niet als betaalbare optie, de huurprijs was een te groot risico voor ons. Later keerde ASR bij ons terug. Toen keken we in vele gesprekken naar: hoe kan het wél? Uiteindelijk zijn we eruit gekomen, maar het was een intensief proces.'

Wat maakt deze locatie ideaal?
EvD: 'Het zit midden in het hart van Utrecht. En: de toegang naar het centrum vanaf het station en Hoog Catherijne loopt steeds vaker via Lange Viestraat en De Bijenkorf – dus naar ons. Alle veranderingen creëren een natuurlijke trek die kant op. Mede door de komst van nieuwe winkels als een grote Zara op het Vredenburg. Vroeger ging 40% via deze weg, dat is nu eerder 50% en dat zal verder verschuiven.'
SvD: 'Ook omdat Broese een autonome trekker is. Kijk naar de onderzoeken van KVB Boekwerk naar de impact van het boek over de rechtstreekse economische waarde van een boekhandel. Wij geloven zeker dat ook wij die kracht hebben.'

Het pand helpt daarbij?
EvD: 'Zeker. Het heeft grandeur, het is een blikvanger zoals wij die willen zijn. En de ontwerpers hebben dat versterkt. Ze zijn er heel goed in geslaagd om zo'n groot pand toch een zekere intimiteit te geven, zonder de grootsheid te verliezen. Dat komt door de opdeling in zes aparte werelden die ieder een eigen uitstraling hebben. De sfeer is ook heel hoog, omdat de oude muren zo veel mogelijk zichtbaar zijn, onder andere door de glazen lift. Je zou kunnen zeggen: het pand is het decor van de winkel. Dat het zo'n fraai monument is, maakt het voor wat wij verkopen uitermate geschikt.'

Jullie hebben gekozen voor designbureau NomNom, die steeds meer boekhandels hebben ingericht. Waarom?
EvD: 'NomNom heeft zich er zo langzamerhand in gespecialiseerd. Ze zijn begonnen bij Van der Velde destijds. Zo zijn wij aan hen gekomen voor onze winkel in Zeist, die in 2016 is verbouwd. Ook hebben ze bijvoorbeeld Kooyker (Leiden), De Algemene Boekhandel (Amersfoort) en Blokker (Heemstede) geheel of gedeeltelijk verbouwd. We wilden graag weer met hen in zee, ook al is het iedere keer 200 kilometer rijden naar hun kantoor boven Groningen. Zij kunnen heel goed visualiseren wat wij onbeholpen onder woorden brengen en komen dan met details waar wij nooit aan gedacht zouden hebben, maar die wel precies uitdrukken wat wij bedoelen. Ze zijn ook vaak hier geweest om het pand te absorberen en de mogelijkheden te ontdekken. En ze hebben alles voortreffelijk uitgewerkt.'

Waar zit dat bijvoorbeeld in?
SvD: 'Omdat we in een monument zitten, moesten veel muren zichtbaar blijven. Dat betekent: weinig ruimte voor kasten. In deze winkel heb je dus veel tafels nodig. Dat hebben ze heel creatief gedaan. Alleen bij wetenschap staan veel kasten. Die hebben weer een heel speciale uitstraling. Ze doen denken aan oude Engelse bibliotheken, maar dan wel met een moderner kleurtje groen.'

Wat kan in dit pand wat in het oude niet kon?
SvD: 'We hebben meer oppervlakte: 400 vierkante meter. We hebben eindelijk een nieuwe uitstraling. Na 46 jaar was je wel op de oude uitgekeken. Dat alleen al geeft nieuwe mogelijkheden. Ook staan alle tafels op wielen, zodat ze aan de kant zijn te schuiven. Het groot aantal evenementen is altijd een kracht van Broese geweest. Nu kunnen we op alle afdelingen evenementen organiseren, groot en klein. Naast de lezingen, muziekevenementen of wat dan ook op het aparte podium op de entresol.'

Betekent dat: méér evenementen, zodra ze weer kunnen worden georganiseerd?
EvD: ' We deden in het cultureel seizoen al gauw drie keer per week iets. Kan dat meer worden? Dat hangt van het aanbod af. Het moet wel relevant en omzetgericht blijven. Het is geen doel op zich.'

Er zijn ook vrij veel afrekenpunten, viel mij op.
EvD: 'Dat klopt. In totaal zijn het er veertien. De oude winkel kende boekverkopers en een kassaploeg. Dus als de boekverkoper een gesprek had met klant, moest hij of zij op een gegeven moment de klant naar de kassa sturen. Dat hebben we omgegooid. Er zijn natuurlijk nog steeds kassa's voor wie zelf een boek uitzoekt en alleen wil afrekenen. Maar boekverkopers kunnen nu zelf met de klant meelopen, voor de afhandeling zorgen en eindigen met een 'tot ziens' terwijl de klant met zijn boeken in de tas de winkel verlaat. Daarvoor zijn die afrekenpunten of gecombineerde informatie- en afrekenbalies. Het helpt daarbij dat iedereen meer op pin is ingesteld, zodat je niet overal kassalades met geld hoeft te hebben.'
SvD: 'Het idee erachter is dat het contact tussen boekverkoper en klant persoonlijker moet worden. Dat maakt het onderscheid. We zien in Zeist hoe belangrijk het is. Boekverkopers kennen de klant, kunnen daarom boeken aanraden, en klanten durven daar op een gegeven moment op te vertrouwen en komen dan ook terug voor advies.'
EvD: 'Voor Broese is dat echt een cultuuromslag. De winkel kende de oude BGN-cultuur van de boekverkoper op zijn troon. De klant kwam naar de boekverkoper toe, terwijl wij willen dat dat andersom is. Al langer overigens. Vanaf dag 1 zijn we bezig geweest onze medewerkers zo ver te krijgen de klant aan te spreken. Maar in de oude winkel was het moeilijk om de vloer op te gaan – ook omdat de geplande verbouwingen steeds niet konden worden gerealiseerd. Hier kunnen ze de trainingen echt in de praktijk brengen. Daarom hebben we ook nu een boekje gemaakt waarin ieder personeelslid zich voorstelt met zijn favoriete boek. Dat werkt gelijk goed. Je hoort al klanten zeggen: "O, ben jij Clemens, dat wist ik niet. Ik ga dit boek kopen omdat jij het aanraadt."'

Wat is nog meer nieuw?
SvD: 'De horeca. Op termijn dan. We hebben er een medewerker voor aangetrokken, die daar nu nog niet de juiste invulling aan kan geven. We hebben de horeca bewust boven neergezet bij literatuur en wetenschap, omdat dat de onthaastingslezers zijn die daar rustig willen genieten. Eerst hadden we het op de entresol gedacht. Daar zou het echter te veel los staan van de boekhandelsbeleving. Er moet juist beweging omheen zijn, zodat je geen afstandelijk, doods gevoel krijgt. En beneden is het juist te onrustig.'

Horeca is heel gewoon in de boekhandel geworden. Misten jullie het echt?
SvD: 'Heel erg. Je hoorde steeds vaker klanten vragen waar ze bij ons koffie konden drinken. Maar wij hadden er geen ruimte voor.'
EvD: 'In Zeist heeft de coffeecorner ook een grote toegevoegde waarde. Ik wilde het eerst niet, Sandra wel en zij heeft helemaal gelijk gehad. De koffie bindt klanten aan de winkel. Het verschil is dat het in een dorp als Zeist bedoeld is als promotie, maar in een stad als Utrecht als verdienmodel. Dat moet wel met de vierkante meter-prijs op een locatie als deze. Moet de horeca dan aan de straat zitten? Nee. Het is echt bedoeld voor bezoekers en we zijn overtuigd dat als die het eenmaal kennen, ze er wel voor naar boven komen. Gelukkig merkten we binnen een week al dat klanten geen enkel beletsel ervaren om de roltrap naar boven te nemen.'

Waarom staat de literatuur boven en bijvoorbeeld reizen en kinderboeken beneden?
EvD: 'Deels komt dat door het volume: wat kan je waar kwijt. Maar ook willen we de verstokte lezer de sfeervolle oase bieden die het boven is, terwijl mensen met kinderwagens nu niet per se naar boven hoeven. Ook omloopsnelheid speelt mee. Reizen is altijd een toprubriek voor Broese geweest, dus die staat op de centraalste plek. Helaas pakt dat deze maanden anders uit. Toch hebben we het laten staan, omdat het te veel werk was om het te verplaatsen – en het dan misschien over een paar maanden terug te moeten zetten.'

Hebben jullie ooit gedacht dat het coronavirus alle moeite voor de nieuwbouw zinloos zou maken?
SvD: 'Toen half maart alles dicht moest, bijna alle winkels om ons heen op slot gingen en er geen sterveling op straat liep, kregen we heel veel buikpijn. Alles valt uit onze handen, dachten we. We verloren tot 90% van de omzet. Gelukkig is het daarna gedeeltelijk hersteld. In Zeist zeker: daar sloten we april af met een plus. In een dorp voelen mensen veel verbondenheid. Als dan wordt opgeroepen om lokaal te kopen, heeft dat meer effect dan in het centrum van Utrecht. Hier is het moeilijker. Broese is afhankelijk van mensen die nu wegblijven: mensen uit de regio die een dagje komen shoppen, toeristen, studenten die tijdens de crisis de stad ontvluchten. Maar de omzet is al zo hoog dat we niet meer hoeven te vrezen dat ons voortbestaan op korte termijn in gevaar is.'

Ik kan me voorstellen dat Broese door de nieuwbouw weinig vet op de botten had.
EvD: 'Als de omzet twee maanden lang –90% was geweest, hadden we het ook niet gered. Maar de omzet in de eerste week na de heropening was gelijk aan die van de winkel op de oude locatie. Dat is niet de omzetplus waarop we hadden gerekend, maar we waren er niet ontevreden mee.'
SvD: 'Het is wel afwachten hoe het zich ontwikkelt. Het weer was goed. Veel mensen waren nieuwsgierig. Het zal dus eerder minder worden. Ook willen mensen zich nu nog aan de coronamaatregelen houden. Op de eerste zaterdag, toen het druk was, bleven mensen buiten wachten. Willen ze dat ook als het straks niet zulk lekker weer is? Je weet het niet. Aan de andere kant: sinds de crisis van 2008 wisten we al dat er geen zekerheden meer zijn. Je moet meebewegen met de ontwikkelingen, ook nu. Je moet kijken naar wat wél kan, om zo extra omzet te maken.'

Zoals?
EvD: 'Je moet experimenteren. Wij hebben nu een keurig podium: mooie stoelen, gordijnen erachter. Daar kun je heel goed – op gepaste afstand – een interview afnemen en dat streamen. Dat deden we in het tweede weekend na de opening voor het eerst. Dat werkt heel goed om op het netvlies van klanten te komen die nog niet naar de nieuwe winkel durfden te komen. En uitgevers werken er graag aan mee, omdat zij ook een podium missen voor hun auteurs.'
SvD: 'We kijken ook vooruit naar de decembermaand. Wat als we dan nog steeds te maken hebben met dezelfde beperkingen? We willen avonden organiseren voor bedrijven, met buffet en een bon voor alle personeelsleden die ze bij ons kunnen besteden. Of extra koopavonden voor particulieren, die allemaal een timeslot krijgen zodat het nooit te druk wordt. Daar moet je nu al voor werven, anders hebben bedrijven al andere beslissingen genomen.'
EvD: 'Ook zullen we sociale media inzetten om klanten aan te zetten om hun aankopen, anders dan ze de laatste jaren steeds meer gewend waren, níét in de laatste twee dagen te doen.'

En waar liggen los van de coronacrisis kansen?
EvD: 'We willen de band met Utrecht verstevigen. Broese is als onderdeel van Selexyz en Polare twee keer failliet gegaan. Dat betekende dat het klantenbestand dat op rekening kocht, een alternatief moest zoeken. Wij hebben daarom een voor onze omvang relatief gering aantal bedrijven en scholen als klant. We willen onze gunfactor, die door de nieuwbouw is vergroot, inzetten om dit aantal te vergroten.'
SvD: 'We gaan ons ook meer op sociale media en de website richten. We hadden vroeger acht grote etalages, nu nog maar drie en die zijn nog kleiner ook. Het team dat de etalages maakte, richt nu zijn energie op het optimaliseren en uniformeren van de uitstraling: in de winkel en online. We hebben bijvoorbeeld mooie reclamedoeken in de winkel hangen.'

Wordt ook online verkoop belangrijker?
SvD: 'Nee. De online-omzet is sinds invoering van de coronamaatregelen behoorlijk gestegen, ook bij ons. We hebben onlangs een nieuwe website laten ontwikkelen. Maar de basis van het bedrijf is en blijft de winkel. We hebben niet voor niets zo veel in dit pand geïnvesteerd, de coronacrisis verandert daar niets aan. We gaan ervan uit dat mensen, als het allemaal voorbij is, weer bij ons zullen winkelen. En we zullen er alles aan doen om dat te stimuleren. Via het boekje waarin het personeel zich voorstelt, maar ook met de oprichting van leesgroepen – die we in Zeist al hebben – willen we dat zoveel mogelijk mensen Broese zien als "mijn winkel".'
EvD: 'De webshop is alleen additioneel: als service aan klanten, zodat ze zelf kunnen bepalen hoe ze hun boek bij Broese kopen. Gelukkig wordt de webshop ook steeds persoonlijker, nu de bestelling niet meer automatisch wordt afgehandeld door CB, maar wij tot 16 uur de kans krijgen om uit eigen voorraad een boek op te sturen - in plaats van een extra exemplaar te moeten aankopen. Zo kunnen we het pakje personaliseren. Met een vriendelijke tekst als "veel plezier, bedankt voor uw bestelling", zodat het echt afkomstig is van Broese.'

Toch is de verwachting dat netto meer mensen winkelcentra zullen mijden.
SvD: 'Wij gaan ervan uit dat Broese een trekker blijft. Wij bieden een groot, breed assortiment, waardoor iedereen zich kan laten verrassen, met kundige vakmensen. Het is niet het "mensen die dit kochten, kochten ook dat" van internet. Mensen uit Renswoude zullen daarom naar Utrecht blijven komen.'
EvD: 'Wij hebben ook het geluk dat deze stad op het ogenblik enorm aan de weg timmert. Kijk naar de Jaarbeurszijde van het station: er worden woningen en kantoren gebouwd. Als iedereen weer op kantoor kan werken, zal Utrecht als een van de weinige steden niet met leegloop te maken krijgen.'
SvD: 'Wel zal er eerst een economische crisis zijn. Daar houden we al rekening mee: ik heb de bestellingen voor kalenders naar beneden bijgesteld. Maar ook hiervoor geldt dat je alleen maar kunt afwachten wat er precies gebeurt.'

Hoe zal het boekhandelslandschap veranderen?
SvD: 'Iedereen weet dat met name kleinere winkels weinig vlees op de botten hebben en dan moet je vrezen voor hun voortbestaan. Dat probleem speelde al in verband met opvolging of, hier in Utrecht, hogere huren. De Literaire Boekhandel moest stoppen toen ze een nieuw contract kregen voorgelegd. Als je de komende periode je winkel moet verkopen, zul je daar niemand voor vinden. En als er een boekhandel verdwijnt, komt er geen andere boekhandel voor terug.'
EvD: 'Dan kun je misschien denken: gunstig voor Broese, als wij bij wijze van spreken als enige overblijven. Maar dat is helemaal niet zo. Wij vonden het heel jammer dat De Literaire Boekhandel verdween, omdat wij juist baat bij veel boekhandels in de buurt. Van Bijleveld tot Savannah Bay: elke winkel heeft zijn eigen klantenkring en gezamenlijk versterken we elkaar. Maar hoe hard we ook hopen dat alle boekhandels overeind blijven, we vrezen wel dat dat niet het geval zal zijn.'

Kunnen boekwinkels elkaar wel meer dan voorheen steunen?
EvD: 'Eigenlijk niet, omdat iedereen zijn eigen problematiek heeft. Wij waren bijvoorbeeld te druk met de verhuizing. In algemene zin is het boekenvak bijzonder collegiaal, maar je kunt alleen in gedachten bij elkaar zijn.'

Is er voldoende steun van uitgeverijen?
SvD: 'Uitgevers voelen de crisis minder, omdat de inkoop – voor een deel – is verschoven naar online. En er wordt niet minder gelezen, eerder meer. Ik hoop wel dat ze zich blijven realiseren hoe belangrijk de fysieke boekhandel is. Wij geven boeken een gezicht. Wij zorgen er zo voor dat klanten ze leren kennen, dat erover wordt geschreven, dat de auteurs ervan een podium krijgen. Dat doet Bol over het algemeen niet. Het is daarom uiteindelijk van levensbelang voor uitgeverijen dat zo veel mogelijk boekhandels overeind blijven.'

Is de crisis daarom hét moment om hogere kortingen te bedingen?
EvD: 'Nee. Wij onderschrijven nog altijd het idee: we hebben elkaar nodig. Als verhoogde kortingen uitgevers in problemen brengen, schieten wij daar niets mee op. Laten we dus billijk blijven. We willen ook korting niet leidend maken bij de samenstelling van ons assortiment. Sommige titels horen hier gewoon te liggen, ongeacht de korting die we ervoor krijgen.'
SvD: 'Belangrijker is dat de prijzen omhoog gaan. Een boek kost nog altijd bijna evenveel als eind jaren tachtig. Waarom kost een boek van 450 bladzijden 17,99 euro en geen 24,50 euro? Terwijl alle kosten stijgen: papier, energie, personeel. Nu je steeds minder exemplaren per titel verkoopt, moet er een inhaalslag plaatsvinden. Sinds de verhoging van de btw vorig jaar is het dringend. Dat kostte ons 3% marge. En nu helemaal. Het wordt wel anders als er inderdaad een heftige economische crisis komt. Dan spelen andere overwegingen ook een rol.'

De psychologische grens van 20 euro is toch geslecht?
EvD: 'Ten dele maar. Er zijn boekhandelsketens die daar nog sterk aan vasthouden. Die denken dat hun klanten niet meer uit willen geven. Ik vind het een non-argument. Als een boek toch 29,99 euro kost, verkopen zij hem óók – hooguit bestellen ze hem later. Maar die instelling maakt het voor uitgevers lastig de prijs echt te verhogen. Het komt voor dat we een boek inkopen met een aanbiedingsprijs van 23,50 euro die onder druk van ketens uiteindelijk toch 19,95 euro kost. Daar zijn wij niet blij mee.'

Wat kunnen uitgevers meer doen?
EvD: 'Adverteren en zeggen dat het boek te koop is bij de boekhandel. Dus niet: "bij de (online)boekhandel". Daar gaat de suggestie vanuit dat je het online moet kopen. Dat je eerst op internet moet kijken. "Bij de boekhandel" is daarom genoeg, dan kan de klant zijn eigen keuze maken. Ik ben blij dat de CPNB kort geleden is gestopt met de gewoonte en ik hoop dat uitgevers volgen. Je ziet ook steeds vaker schrijvers de hashtag "koop lokaal" gebruiken, waar ze vroeger eerder op Bol wezen – terwijl die niets voor hen doen. Dat soort uitingen moeten de norm worden.'

Is de verhuizing het grote sluitstuk van jullie carrière? Jullie zijn beiden rond de zestig.
SvD: 'Nee hoor. We blijven om ons heen kijken en als we een leuke uitdaging zien, pakken we dat weer op. Het nieuwe pand was een stip aan de horizon waar we naartoe werkten, maar al binnen een week na de verhuizing was het oude pand al helemaal uit mijn hoofd verdwenen en denk ik alleen nog aan wat hier beter kan of anders moet. En dat werk aan de winkel is nog steeds ontzettend leuk. Het vak zit vol hartstikke leuke collega's en het team, in Utrecht en in Zeist, is bijzonder gezellig en capabel.'
EvD: 'Wij gaan ook geen opvolger zoeken. We gaan onszelf misschien uitfaseren, als dat nodig is. Maar we blijven eigenaar.'
SvD: 'Het heeft toch geen zin om op lange termijn plannen te maken. De wereld kan à la minute veranderen. Dat leerden we met de crisis in 2008. Dat hebben we in ons persoonlijk leven meegemaakt. En dat zien we nu weer. Dus we kijken alleen naar wat op ons pad komt en hoe we daar mee moeten omgaan.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, mei 2020)

maandag 22 juni 2020

De samenwerking tussen Primera en Libris Blz (Boekblad)

Een eigenaar van een Primera is een generalist die graag ook boeken aanbiedt. Een boekhandelaar van Blz. is een specialist die graag een bredere ondersteuning krijgt om te kunnen overleven in kleinere kernen. Om die reden zien de twee formules grote voordelen in de opbouw van een netwerk van gezamenlijke combinatiewinkels.

Het gaat goed met Primera. 'En dat al lang ook', zegt Christel Teeuwen. De formuledirecteur van de gemakswinkels werkt al vijftien jaar bij Primera 'en deze jaren kenmerken zich door groei. In 2019 is onze brutowinst met 5% gegroeid. Ook alle individuele productgroepen zijn geplust. Voor boeken is dat bijvoorbeeld +7%. Ook het aantal winkels is opnieuw gestegen: naar 517. Er zijn er negen bij gekomen. Alleen al in het eerste kwartaal van dit jaar komen er nog eens negen Primera winkels bij, waarvan twee gecombineerd met Blz.'
Het geheim van het succes schuilt in 'een breed aanbod dat zich steeds aanpast aan de behoefte van de klanten in combinatie met de service naar de consument' in de wijken en buurten – van dorpen tot decentrale winkelcentra in grotere plaatsen – waar een Primera overwegend is gevestigd. De winkels bieden een mix aan producten en diensten die de consument bij uitstek niet online besteld, maar graag een blokje om voor loopt om het meteen in huis te hebben. Een wenskaart voor je jarige oma, een pakje shag, een tijdschrift voor jezelf, een cadeaukaart. Of een pakje dat je met PostNL wil versturen.
'Die mix hebben we voortdurend aangepast', zegt Teeuwen. 'We begonnen in 1991 met alleen tabak, loterijproducten, tijdschriften en wenskaarten. Maar we hebben dat steeds verbreed, al snel ook met boeken, zodat je teruglopende markten kunt opvangen met groeiende markten. Veranderen zit echt in het dna van deze formule. Je loopt daarbij wel het risico dat Primera een buurtwinkel met van alles en nog wat wordt. Een winkel zonder identiteit. Alle producten die wij voeren, moeten daarom passen in de driehoek 'vrije tijd', 'cadeauartikelen' en 'handige service in de buurt'.'
Zo werden vorig jaar nog telecom geïntroduceerd als productcategorie. 'We verkochten al beltegoeden en sim-pakketten, maar deze markt groeit enorm en de vraag naar aanvullende producten en diensten nam toe. We hebben het eerst geprobeerd met telefoonreparatie voor de zakelijke markt. Dat leverde onvoldoende op. Niet alles lukt tenslotte. Daarna hebben we ons gericht op telefoonaccessoires, in samenwerking met Apple die een official reseller zocht. Dat werd wel een succes. Dankzij de ondernemers die iedere keer een categorie moeten omarmen en dat ook nu deden.'

Het gaat lang niet zo goed met Blz. – de formule van Libris Blz. BV voor kleinere boekhandels, die eveneens overwegend in 'de regio's' zijn gevestigd, zoals directeur Caroline Damwijk het formuleert. De winkels worstelen allemaal met de twee grote uitdagingen in het boekenvak. Een: de blijvende verschuiving van de verkoop naar online. Twee: de gestaag afnemende interesse in het boek. En voeg daar nog bij de algemene problemen zoals de verschraling van het winkelaanbod in kleinere kernen.
'In totaal heeft Libris Blz. 177 winkels - 98 van Libris en 79 van Blz.', zegt Damwijk. 'De bovenste helft daarvan doet het gewoon prima. Dat zijn winkels in stedelijke gebieden met een grote voorraad – een element dat al essentieel was, maar alleen maar belangrijker wordt. Zeker in combinatie met een aanbod online. Dat zijn overwegend Libris-winkels. Daaronder zitten de winkels in de regio's die het echt lastig hebben. Daar hebben we te maken met terugloop, omdat winkels het niet langer bolwerken of geen opvolging hebben.'
Volgens De Nationale Franchisegids blijft het aantal Blz.-winkels jaar na jaar redelijk stabiel. Maar iedereen kent de voortdurende stroom nieuwsberichten over sluitende winkels, waar met enige regelmaat een Blz. tussen zit. Het recentste voorbeeld is Muilenberg in Bleiswijk. De nieuwe eigenaar van het pand waar de winkel gevestigd was, had de huur opgezet. Eigenaar Janine Muilenberg zag daarop geen mogelijkheden om elders, zo nodig op kleinere schaal, opnieuw te beginnen.

Primera en Blz. hebben op het niveau van individuele ondernemers al decennia een onderlinge relatie. Ondernemers in Brummen Twello, en Steenwijk zijn in enkel geval al tien tot twintig jaar aangesloten bij beide coöperaties. In 2014 startte een formele samenwerking die de relatie intensiever maakte. Toen begon Blz. met de inkoop van boeken voor inmiddels een stuk of dertig Primera winkels (de zogenaamde 'inkoopleden') die een relatief groot aanbod boeken in huis hebben – denk aan een jaaromzet tussen de dertig- en tachtigduizend euro.
Tegen de achtergrond van het veranderd retailklimaat lag echter een volgende stap voor de hand: de opbouw van een netwerk van combinatiewinkels. 'Wij zeggen: nu waait er een storm door het retaillandschap, straks wordt dat een tornado', redeneert Damwijk. 'De tijd dat je alleen maar de deur open hoefde te doen, is natuurlijk al lang voorbij. De klant is superverwend geworden. Aan de ene kant hebben ze Amazon to go's, waar alles elektronisch gaat. Aan de andere kant verwachten ze nog steeds een winkel die alles heeft en waar ze gemakkelijk kunnen vinden wat ze zoeken.'
Welke lokale ondernemer kan nog aan die verwachting voldoen? 'Om in de tornado te kunnen overleven, komt het aan op de fitheid van de ondernemer. Die was al essentieel, maar wordt cruciaal. Daar heeft hij landelijke steun bij nodig: van de marketing en integratie met online, tot de invoeren van innovaties en het meegaan met trends. Neem de opkomst van cadeaukaarten. Ooit waren er maar een handvol, nu zijn er honderden. Primera heeft dat perfect opgepakt, waardoor deze keten nu marktleider is.'
Alleen: Libris Blz kan de lokale Blz.-ondernemer alleen ondersteunen bij het specialisme boeken. 'Weliswaar doen we dat in de volle breedte: dus inclusief verkoop via internet, afgeleiden als het luisterboek en initiatieven als Bookstore Day. Maar toch, het gaat alleen om boeken. Terwijl dat product voor de ondernemer alleen maar een deel van het totaal is. Gezien de opkomst van het non-boek is het dat zelfs in toenemende mate. Daarom zag je ook dat steeds meer ondernemers van ons lid werden van Primera.'
De samenwerking is daarom bottom-up ontstaan, benadrukt Damwijk. 'Want de klanten in Brummen of Twello gingen op Primera.nl zoeken naar de boeken van hun lokale winkel. De winkels hadden wel een Blz-schaduwsite, maar het merk Primera is nu eenmaal heel herkenbaar. Ondernemers confronteerde ons daarmee. Toen we zulke dingen steeds vaker hoorden, dachten we al snel: we moeten de samenwerking naar een hoger plan tillen en zorgen dat Primera en Blz. een vanzelfsprekende combinatie wordt.'

Ook voor Primera is samenwerking zinvol, legt Teeuwen uit. Als generalist werkt het voor veel productcategorieën nauw samen met andere partijen. 'Hoe nauw precies hangt per categorie af van de marktsituatie.' Maar dat zijn altijd groothandels of producenten. Denk aan groothandel Verhaak voor kantoorartikelen, Hallmark voor wenskaarten of Riverdale voor gifts. 'En cadeaukaarten doen we helemaal zelf, omdat we dat zelf hebben ontwikkeld: van vier stuks tussen de postzegels in 2008 tot drie meter in vele winkels in 2020.'
Maar voor boeken is een dergelijk nauwe relatie met producent – uitgeverijen dus – of leverancier eigenlijk ondenkbaar. 'Veldboeket was jarenlang een belangrijke leverancier van Primera, maar kon de topverkopers onvoldoende ondersteunen. De rol van een soortgelijke leverancier blijft wel van belang voor Primera, om deze reden is zeer recent een overeenkomst gesloten met Book & Service. Zij beleveren de Primera-winkels met een boekenomzet tot ongeveer 30.000 euro.'
Dus waarom niet samenwerken met een andere retailer om zo de uitstraling van Primera als boekverkoper te versterken? Zeker een partij als Libris Blz., die goed bij Primera past. 'Wij werken allebei vanuit de coöperatieve gedachte. We zijn allebei landelijke organisaties die ondernemers lokaal wil laten excelleren – en niet aandeelhouders meerwaarde te bieden', zegt Damwijk. 'Wij geven de ondernemers daarbij allebei veel vrijheid', vult Teeuwen aan. 'Primera heeft een formule-uitstraling. Maar afhankelijk van waar lokaal vraag naar is, kan een ondernemer kiezen hoe sterk hij inzet op bijvoorbeeld boeken. Natuurlijk, vinden wij. Dáár zit juist de kracht.'
Daarbij kennen de hoofdkantoren van Primera en Blz. allebei weinig verloop. Veel medewerkers zitten er al decennia, inclusief Damwijk en Teeuwen zelf. Damwijk: 'Dat geeft veel vertrouwen bij ondernemers. Ze weten: als wij iets nieuws bedenken, kunnen ze ons daar op afrekenen omdat wij er straks nog steeds zitten. Dat biedt ruimte voor experimenten als het digitaal beursplein. Uitgevers en boekhandelaren stonden eerst niet bij te juichen. Nu wordt het gezien als een van onze sterke punten.'
'Met steeds een nieuwe directie die steeds een nieuwe visie ontwikkelt,' zegt ook Teeuwen, 'ga je als organisatie zwabberen. Wij varen juist een steady koers. Alle aangesloten ondernemers weten waar wij voor staan. De samenwerking werd ook met een 8+ beoordeeld. Uitzonderlijk goed. Dat heb je nodig om ondernemers in beweging te houden. Door nieuwe productgroepen te gaan voeren. Door te investeren in de winkel – vorig jaar hadden we dertig verbouwingen. En: zonder beweging hol je als retailer achteruit.'

Primera en Blz. zijn dit jaar begonnen om zich gezamenlijk te profileren. Zo hadden de organisaties van 12 tot en met 14 januari een gemeenschappelijke stand op de Trendzbeurs voor home decoration- en lifestyleartikel in Gorinchem. Er is inmiddels ook een glanzende promotiefolder gemaakt. Op deze beurs kwamen ook de negen ondernemers bij elkaar die al een combinatiewinkel hebben. Daar hebben Damwijk en Teeuwen met hun respectieve teams de wensen geïnventariseerd.
'Daar kwamen al snel heel praktische wensen boven tafel', vertelt Damwijk. 'Bijvoorbeeld de folders. Wij hebben er allebei één. Hoe kun je die combineren? Heel simpel: met een bandje eromheen, zodat echt bij elkaar horen. Op sommige momenten – zoals Primera met Moederdag en wij met de Boekenweek – is er maar één folder. Dan is het fijn dat er in de Moederdagfolder toch een paar pagina's boeken staan. En met de Boekenweek andersom. Zodat de assortimenten elkaar toch versterken.'
En zo moet beide organisaties zich op alle terreinen naar de ondernemers met een combinatiewinkel én hun klanten als één organisatie profileren. Damwijk: 'Dus: hoe integreer je de webshop, zodat Primera-klanten de boeken en de winkels goed kunnen vinden? Welke gezamenlijke acties kun je combineren? Wat is het beste interieur? In Primera Steenwijks Boekhuys hebben we daar een eerste aanzet toe gegeven. De boeken staan tegen een zwarte achtergrond, zodat het er echt uitspat. Die kleur past ook goed bij het Blz.-logo. We monitoren nu wat dat met de omzet doet.'
Dat zal wennen zijn, zegt Teeuwen. 'Maar je ziet nu al dat de marketingteams elkaar opzoeken. Daardoor kan het gebeuren dat je opeens 's avonds een appje krijgt van een blije ondernemer die laat weten: "Yes. Het Blz.-logo staat nu op de folder". Dan kun je denken: is dit alles? Maar daar begint het mee. Vervolgens integreer je de traditionele werking van folders en op termijn trek je samen op in de online marketing. Net zo lang tot je deze ondernemers met een combinatiewinkel optimaal ondersteunt bij de tractie van klanten.'

Het doel van Primera en Blz. is om de komende twee jaar te groeien naar dertig tot zestig combinatiewinkels. Daarmee ontstaat er in feite een nieuwe keten. 'Het moet een logische combinatie zijn voor bestaande en toekomstige ondernemers, die weten dat wij hen kunnen steunen bij het runnen van een toekomstbestendige winkel', zegt Damwijk. 'Wij hebben nu al ondernemers die noch bij Primera noch bij ons zaten, zoals in Nieuw-Vennep die deze maand opent. Omdat er steeds minder boekhandels zijn, zal het steeds meer voor de hand liggen.'
Voorwaarde is wel dat de ondernemers kennis van boeken hebben dan wel willen verwerven – Libris Blz. kan daarbij training en begeleiding aanbieden. 'Het moeten 100% volwaardige boekhandels blijven. Je kunt niet even een conceptje Blz. erbij nemen en dan heb je het. Dan werkt het niet, dan kun je beter alleen een top 10 neerleggen. Boeken is een product waar je letterlijk en figuurlijk tijd in moet stoppen, wil je dat het gaat lopen en rendement oplevert.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad Magazine, feb 2020)

dinsdag 28 januari 2020

Samenwerking boekhandel en bibliotheek nog steeds niet zo vanzelfsprekend als het lijkt

Intensiveert de samenwerking tussen boekhandel en bibliotheek? Nieuwe initiatieven in Utrecht, Rotterdam en Harlingen wekken de indruk van wel. Een nauwkeuriger blik op de ontwikkelingen dwingt echter kanttekeningen te plaatsen.

Boekhandel Broese en Bibliotheek Utrecht zitten al decennia in hetzelfde pand aan de Oudegracht. En omdat beide organisaties volgend jaar naar het oude postkantoor aan het Neude verhuizen, zal dat de komende decennia zo blijven. Alleen: op dit moment zitten de ingangen direct naast elkaar. Wie straks van boekhandel naar bibliotheek wil, moet om het gebouw heen lopen. De afstand van anderhalf à twee meter wordt opeens honderdvijftig tot tweehonderd meter. Honderd keer zo ver.
'Het is daarom ons beider wens dat er binnen een doorgang komt', zegt directeur Erik van Doorn van Broese. 'We hebben voor het overgrote deel een overlappend publiek. We willen het hen daarom zo makkelijk mogelijk maken om zowel de bibliotheek als ons te bezoeken. Bovendien bieden we onze klanten zo een blik op die schitterende grote hal van de bibliotheek.' Ook directeur Ton van Vlimmeren van Bibliotheek Utrecht is enthousiast over het perspectief 'om van het Neude dé plek voor literair Utrecht te maken, waar leesliefhebbers straks 10.000 m2 aan boeken vinden.'
Het duurt nog even voor de doorgang is gerealiseerd. Omdat Broese eerst níét mee zou verhuizen, staat de doorgang op geen enkele bouwtekening. Dat vereist een nieuw traject van plannen, vergunning aanvragen etcetera. Mede daarom is het op dit moment ook de vraag wat het exact zal betekenen voor de samenwerking. 'Onze eerste zorg is dat de boekhandel opengaat', zegt Van Doorn. 'Daarna zullen we in gesprek gaan over wat we samen en wat we zelf willen doen.'
Maar een ding staat vast: de relatie tussen boekhandel en bibliotheek wordt hechter. 'Wij hebben in het verleden meer met Broese samen gedaan dan de laatste jaren het geval is', vertelt Van Vlimmeren. 'Toen duidelijk werd dat wij zouden verhuizen en zij niet, is de samenwerking ingezakt. Het gemeenschappelijk perspectief was verdwenen. Pas sinds juli, toen de beslissing viel dat Broese naar het Neude kwam, is dat terug. We zitten nog in de fase van bedenken wat we gaan doen, maar we hebben op de nieuwe locatie veel mogelijkheden voor gezamenlijke programmering.'

Alle openbare bibliotheken werken waarschijnlijk samen met een of meerdere lokale boekhandels. Door gezamenlijk lezingen, leesclubs en andere leesbevorderende activiteiten te organiseren, kunnen beide organisaties gebruik maken van elkaars promotiekanalen en zo het publieksbereik vergroten. Het scheelt ook in de kosten, als die gedeeld worden. En boekhandels kunnen met een boekentafel bij het evenement extra omzet maken. Waar in Nederland gebeurt dat niet?
Een mooi voorbeeld van een intense inhoudelijke samenwerking is Dordrecht. Direct bij de oprichting van kinderboekhandel De Giraf in 1994 deed eigenaar Wilma Verhoeven succesvol beroep op wat inmiddels Bibliotheek AanZet heet. Mede omdat zij zelf de Bibliotheekacademie heeft gedaan en daarna in de sector heeft gewerkt, wist zij met welke kennis en dienstverlening zij kon inspelen op de behoeftes van bibliotheken. 'Door de verbinding te zoeken, kunnen we samen optrekken naar het onderwijs en naar de stad. Dat is voor ons beider imago belangrijk, denk ik.'
In de loop van een kwart eeuw hebben De Giraf en AanZet van alles samengedaan: van de organisatie van activiteiten in de Kinderboekenweek of een informatieavond voor juffen en meesters, tot het leveren van boeken voor de Bibliotheek op School (dBos) bij een groot aantal basisscholen – een element van de samenwerking dat een 'fantastisch deel van mijn omzet uitmaakt'. De boekhandel heeft daarvoor toegang tot de ict-systemen van de bibliotheek en kan de exemplaren uitleenklaar maken.
Zeker sinds De Giraf in 2011 verhuisde naar een pand direct naast de bibliotheek werd de samenwerking intensiever. Op dat moment opende de bibliotheek zelfs een biebwinkel in De Giraf, die vijf jaar heeft bestaan. 'De naam dekte niet echt de lading', zegt collectiemanager Natascha Salvo van Bibliotheek AanZet. 'Het was bedoeld om onze onderwijsdiensten onder de aandacht van docenten te brengen. De Giraf heeft goede relaties met deze groep. Maar toen bibliotheekconsulenten voor dBos zelf veel op scholen kwamen, was de winkel niet meer nodig.'
Verhoeven en Salvo zijn allebei zo tevreden over de samenwerking dat die zeker moet worden gecontinueerd als AanZet op termijn verhuist naar het Stadskantoor van Dordrecht. 'Al is het wel jammer dat je niet meer zó makkelijk bij elkaar binnen loopt als je iets wil bespreken dat je het beste face to face kunt doen', zegt Salvo. 'Het is goed de innige relatie te behouden', zegt Verhoeven. 'Daar denk ik graag over mee. Aan de andere kant: ik zit nu op een fantastische plek in het centrum. Daar wil ik niet weg.'

In sommige gevallen is de samenwerking meer dan alleen inhoudelijk. Dan delen boekhandel en bibliotheek een gebouw. Door een doorgang, zoals straks in Utrecht. Of zelfs door de voordeur te delen, zoals bibliotheek Amstelland en boekhandel Venstra sinds 2013 in Amstelveen doen. En die vorm lijkt toe te nemen. Denk aan de gemeenschappelijke entree van boekhandel, bibliotheek en museum in Harlingen. Of aan Rotterdam, waar boekhandel Donner medio november een filiaal van 100 m2 groot opende in de centrale vestiging.
Initiatiefnemer daarvan was de Bibliotheek Rotterdam, die de begane grond een andere invulling heeft gegeven. Door ruimte te maken voor onder meer een Bieb to Go voor reserveringen, populaire en nieuwe bibliotheekboeken, een Starbucks en een boekhandel, wil de bibliotheek de inwoners beter in contact brengen met het educatieve, maatschappelijke en culturele aanbod van de stad. Anderzijds kunnen met name Starbucks en Donner nieuw publiek naar de bieb lokken.
'Wij vinden het ook heel belangrijk om het lezen en literatuur breed te bevorderen', vult unit manager bibliotheken Annerie Brenninkmeijer aan. 'En dan is het aanbod van een boekhandel complementair aan het onze. Als mensen een geleend boek zo mooi vinden dat ze het iemand cadeau willen doen, kunnen ze het bij Donner kopen. Wij kopen ook alleen boeken waar leners minstens een jaar belangstelling voor hebben. Zij kunnen boeken met hypewaarde aanbieden. Ten derde bieden zij aanvullende producten, zoals knuffels van kinderboekcharacters.'
Voor Donner was de kans 'te mooi om te laten liggen', aldus directielid Suzanne Hammecher eerder op Boekblad.nl. Zij krijgen – tegen een acceptabele huur – de beschikking over een filiaal op een commercieel interessante locatie. 'Recht tegenover de Markthal. Dat is een van de belangrijkste punten in de stad. En: een plek die enorm in ontwikkeling is. De bibliotheek is ook hard bezig om nieuwe publieksgroepen aan te trekken. Starbucks trekt altijd veel mensen. En dankzij de eigen ingang zijn we niet gebonden aan de openingstijden van de bibliotheek.'
Als gevolg hiervan, verwacht Hammecher, zal de samenwerking tussen Donner en bibliotheek op het gebied van leesbevordering en evenementen worden versterkt. 'Nu al weken wij, tijdens onze eigen verbouwing, voor grotere manifestaties al uit naar de bibliotheek of het nabijgelegen Arminius. Ook waren we tijdens evenementen in de bibliotheek al vaak aanwezig met boekentafels. Hoe het straks precies vorm krijgt, zal in de praktijk moeten blijken. De afspraken moet nog in detail worden uitgewerkt.'

Toch wordt de samenwerking tussen bibliotheek en boekhandel niet alleen maar steeds intensiever. Er zijn genoeg voorbeelden van verbroken relaties. De biebwinkel van boekhandel Wijs in de bibliotheek van Houten, waar recente bestsellers werden verkocht? Weg. De gecombineerde vestiging van bibliotheek en boekhandel in een informatiecentrum in Vlissingen? Mislukt. Het filiaal van Paagman in de centrale bibliotheek Den Haag? Een vervaagde herinnering.
Ook was er een project vanuit Libris: de catalogus van bibliotheken linkte door naar de webshop van een lokale boekhandel. Er deden al weinig bibliotheken aan mee, maar nu is er slechts één van over: de KopGroep Bibliotheken. De bibliotheekgebruikers in de kop van Noord-Holland kunnen zo online boeken aanschaffen bij Plukker in Schagen. In het verlengde daarvan biedt de bibliotheek inwoners van Den Helder de mogelijkheid om in Schagen bestelde boeken in School 7 af te halen.
Een recent voorbeeld van een afgelopen samenwerking is die tussen Bibliotheek Oost-Achterhoek en boekhandel De Kamer van Kramer in Neede. De bibliotheek deelde sinds het voorjaar van 2016 een pand met de boekhandel. Maar de eigenaren zagen zich gedwongen hun winkel per 1 november te sluiten. Directe aanleiding was het besluit van ING om 30% van haar servicepunten, waaronder in deze winkel, te sluiten. Daardoor zou de omzet onder een kritisch punt zakken.
Heel spijtig, vindt directeur Ton Mengerink van Bibliotheek Oost-Achterhoek het. Omdat de boekhandel de ingang van de bibliotheek was, kon deze 45 uur per week open zijn. Daarvan was 23 uur één bibliotheekmedewerker aanwezig, de rest van de tijd hielden de boekverkopers een oogje in het zeil – met op de achtergrond een servicebureau. De boekhandel werd daarvoor niet betaald. De enige tegenprestatie was de komst van 35.000 bibliotheekbezoekers per jaar door hun winkel.
'Zulke samenwerkingen stelt bibliotheken in staat om na bezuinigingen filialen toch langer open te houden', vertelt Mengerink. 'Ook in andere plaatsen keken we ernaar. Hier houdt het nu op. De sluis tussen boekhandel en bibliotheek is gesloten. Een al bestaande deur is nu de ingang geworden, waar we moeten investeren in elektronische beveiliging en dergelijke. En we zijn dus nog maar 23 uur open. Hopelijk komt er in het pand wel een andere winkelier, met wie we iets soortgelijks kunnen starten.'

Wat het resultaat van alle samenwerkingen ook is (geweest), het ligt voor de hand dat bibliotheek en boekhandel de mogelijkheden blijven onderzoeken. Ten eerste is er de aanhoudende druk van dreigende bezuinigingen (voor de bibliotheek) en dalende omzetten (voor de boekhandel). En ten tweede zetten beide hetzelfde product centraal. Ook al is het aantal functies van de bibliotheek uitgebreid en verkopen boekhandels steeds meer nevenproducten, beide zijn ondenkbaar zónder grote hoeveelheden boeken in huis. Dat maakt dat ze altijd als eerste naar elkaar kijken.
Een intensievere samenwerking dan alleen programmeren kan echter alleen succesvol zijn als beide organisaties daar baat bij hebben. Dat betekent dat bibliotheek en boekhandel volledig zelfstandig blijven opereren, zodat ze zich kunnen focussen op hun eigen doelen. En – als er wordt gekeken naar gezamenlijke huisvesting – dat beide een eigen ingang hebben op een voor hen beide perfecte locatie. In een bibliotheek waar net niet genoeg winkelend publiek langskomt, al ligt hij maar één straat verder van het centrum, is een boekhandel gedoemd te mislukken.
Hoe nauw het luistert, bewijst het voorbeeld Amstelveen. Directeur Daphne Janson van Bibliotheek Amstelland is ronduit positief. 'We voegen allebei iets toe. Boekhandel Venstra zit op de begane grond, wij daarboven. Al onze bezoekers moeten daarom door de winkel naar boven. Zonder dat we hebben vastgelegd wat de boekhandel inkoopt en wij in onze collectie opnemen, vult ons aanbod elkaar automatisch heel goed aan. Soms is een boek niet te koop, maar wel te leen. Soms is een geleend boek zo mooi, dat het daarna wordt gekocht om te houden of cadeau te doen.'
Maar directeur Pier Rienks van Venstra is – hoewel uiterst tevreden over gezamenlijke programmatie en de manier waarop die wordt georganiseerd – gereserveerder. 'Toen de bibliotheek moest bezuinigen en daarom in 2013 hun begane grond vrij kwam, was dat voor ons een grote kans. Waar kun je anders 800 m2 op de begane grond huren? In het winkelcentrum zaten we over drie verdiepingen. Het is heel moeilijk om mensen naar de kelder of de eerste verdieping te krijgen. Dat doen ze gewoon niet. Maar nu zitten we net náást het winkelcentrum. Dat is toch een nadeel.'
Alles bij elkaar noemt hij zijn houding 'gematigd negatief', vervolgt hij. 'De bibliotheek trekt 400.000 bezoekers per jaar. Maar die komen niet met het idee te gaan winkelen, zoals bezoekers van het winkelcentrum. Ze hebben een andere mindset. We hebben ook minder bezoekers van buiten Amstelveen. Die rijden wel naar het winkelcentrum, waar ze onder kunnen parkeren, maar zijn geen lid. Het gevolg is dat we wel een grotere winkel hebben, maar dat we niet meer boeken verkopen.'
Alleen de combinatie van alle factoren maakt dat het 'net voldoende is om met plezier boekverkoper te zijn', zegt hij. 'We hebben wel extra omzet omdat we hier wél ruimte hebben voor aanpalende producten – 30% van het aanbod is non-books – en een grand café. Vorig jaar hadden we bijna 100.000 kopjes koffie en thee geserveerd. Dat is heel veel. Ook is de huurprijs aangepast, omdat we zeven dagen per week de voordeur open houden voor de bibliotheek en het informatiecentrum van de gemeente.'

Zou de samenwerking gebaat zijn bij een nauwere commerciële relatie tussen boekhandel en bibliotheek, zoals in Noord-Friesland gebeurt? De bibliotheek koopt niet meer in bij NBD/Biblion. Dat wordt overgelaten aan Boekhandel Van der Velde, die door de nauwe relaties met uitgevers beter weet wat wanneer verschijnt. De boekhandel heeft daarvoor een extra inkomstenbron – weliswaar geen omzet op inkoop, maar provisie op service. Zouden andere bibliotheken ervoor te porren zijn meer lokaal in te kopen of een soortgelijke constructie op te zetten?
'Ik weet dat de boekhandel dat graag wil', vertelt Jacinta Krimp van KopGroep Bibliotheken. 'Ik begrijp dat ook. Maar als we dat zouden doen, verliezen we snelheid. NBD Biblion is erop ingericht om boeken in bulk uitleenklaar te maken en op te sturen. Via de selectieservice doen zij ook de aanschaf. En ze zijn de laatste jaren heel goed bezig om daarin nog verder te gaan. Zo zijn er gesprekken met uitgeverij om nog eerder – al voor verschijnen – toegang te krijgen tot digitale versies van nieuwe titels, zodat zij al kunnen beginnen met de titelbeschrijving.'
De bibliotheekdirecteuren die er voor dit stuk naar zijn gevraagd, onderschrijven deze visie. 'Zelfs als we forse korting zouden krijgen, wat vanwege de vaste boekenprijs niet mag, zou ik het liever niet doen, omdat we dan zelf alle handling moeten verrichten', zegt bijvoorbeeld Van Vlimmeren van Utrecht. 'Het zou mooi zijn als de inkoop voor bibliotheken meer wordt gebaseerd op gebruikersdata', zegt ook Janson van Amstelland. 'Maar ik zie een lokale boekhandel niet investeren in de benodigde software. Daar heb je gewoon een partij als NBD Biblion voor nodig.'
Dat neemt niet weg dat KopGroep Bibliotheken in wezen zo veel mogelijk wél lokaal bestelt. Sprinters en lokale uitgaven koopt het in bij Plukker. En ook dat geldt voor de andere bibliotheken. AanZet gaat daarin waarschijnlijk het verst, omdat de boekhandel de dBos-titels levert. 'Maar ook als de bekende ANV Debutantenprijs eraan komt, die in Dordrecht wordt georganiseerd, bestellen alle vestigingen in het werkgebied extra exemplaren van de genomineerde titels', zegt Salvo. 'Dan nemen we altijd de moeite om lokaal te bestellen.'
(Versies van dit stuk verschenen in Bibliotheekblad en Boekblad)

Zie ook: