woensdag 18 februari 2015

Auteurs over het veranderde uitgeefklimaat 3: Frank Westerman (Boekblad)

'Mijn toenmalige uitgever Emile Brugman voorspelde zes jaar geleden al: 150 auteurs kunnen in Nederland van de pen leven, binnenkort dunt dat gezelschap uit met een derde. Als schrijver is het zaak om bij die laatste honderd te blijven nu alles is teruggelopen – de inkomsten uit royalty’s en nevenrechten net zo goed als de inkomsten uit lezingen. Zoals de boekenmarkt met een kwart is gekrompen, zijn de honoraria voor lezingen dat ook.
Ik heb niet te klagen. Ik verdien telkens genoeg aan een boek om daarmee het volgende te financieren. Maar wat als een schrijver dat niet lukt en aanklopt bij zijn uitgeverij? Ik weet niet hoe die reageert. Misschien moeten die schrijvers vaker ludieke acties bedenken als Eva Rovers, die een veiling organiseerde om haar Boudewijn Büch-biografie te kunnen afmaken.
De gekrompen markt heeft geen effect op de inhoud. Niemand vraagt mij om concessies te doen. Stikvallei gaat over het ontstaan van verhalen naar aanleiding van een mysterieuze ramp in Afrika. Geen onderwerp waarvan een uitgever denkt: brengen we makkelijk aan de man. Toch blijft de begeleiding, toewijding en betrokkenheid voortreffelijk. Tegen mij zeggen ze: ga jij nou maar schrijven, wij doen de rest.
Ik heb daarin geen uitzonderingspositie. De Bezige Bij gebruikt onverminderd winst uit bestsellers om boeken uit te geven zonder potentieel als kaskraker. Nu het middensegment wegvalt – boeken waarvan je enkele tienduizenden exemplaren verkoopt – is dat belangrijker dan ooit. Een uitgeverij moet dan wel elk jaar een paar bestsellers hebben.
Om dat te bereiken bespeur ik een grotere alertheid. Een grotere creativiteit. Denk aan de afspraken rond de distributie met een aantal boekhandels. Dat was voorheen ondenkbaar.

Ik merk het ook bij Fosfor. Dat is een nieuwe manier om lange reportages, van vroeger en nu, digitaal te kunnen uitgeven nu die niet meer in tijdschriften verschijnen en zelden nog worden gebundeld. Fosfor is in gesprek met drie grote uitgeverijen over samenwerken. Ook dat is: grotere alertheid op nieuwe kansen.'

FRANK WESTERMAN (1964) publiceert sinds twintig jaar literaire non-fictie als 'El Negro en ik' en 'Stikvallei'. Voor zijn laatste boek stapte hij over naar De Bezige Bij. Sinds 1 januari is hij mede-eigenaar van Fosfor, die digitale journalistieke longreads uitgeeft.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad Magazine jan 2015)

Hier aflevering 1, aflevering 2, aflevering 4

Zie ook:

dinsdag 17 februari 2015

Auteurs over het veranderde uitgeefklimaat 2: Ingmar Heytze (Boekblad)

'Een uitgeverij was voor mij als mijn favoriete kroeg. Het leek altijd open te zijn als ik zin had ernaartoe te gaan. Iedereen met wie ik wilde praten was er altijd. Dat is niet meer zo. Ook bij uitgeverij Podium gingen mensen weg. En toch is er niets veranderd. Dezelfde redacteur en pr-medewerker die al jaren mijn bundel begeleiden, doen dat nog steeds. Alleen niet meer in loondienst maar als ingehuurde freelancer. Kennelijk blijven samenwerkingen bestaan als beide partijen dat willen.
Het vertrek van medewerkers en de verhuizing naar een kleinere locatie zullen niet zijn ingegeven doordat het nu zo voorspoedig ging met Podium. Maar ik moet de eerste uitgever nog ontmoeten die ronduit zegt: het gaat kloten. Het zou ook héél slecht met de uitgeverij gesteld zijn als ik dat ooit hoor. Een auteur moet de laatste zijn die last krijgt van een crisis, want bij hem begint het. Zonder manuscripten kan een uitgeverij niets. Laat hem vooral rustig zijn werk doen.
Daarbij voel ik me als dichter toch al gedoogd. Ook al ben ik met drie- tot vierduizend verkochte exemplaren per bundel een van de bestverkopende dichters, poëzie wordt nooit goed verkocht. Desondanks blijft Podium bereid mijn werk niet alleen uit te geven, maar ook te redigeren en ervoor te zorgen dat de bundel er behoorlijk uitziet. Dat is elders wel anders. Ik hoor van andere dichters dat hun bundels op de wachtlijst staan. Verschijning wordt uitgesteld en uitgesteld.
Ik verwacht dan ook niet dat Podium in een afkalvende boekenmarkt meer doet om mijn werk te promoten. Als ik financieel in een dip dreig te vallen, zoals afgelopen zomer: pech. Dan moet ik maar een baan zoeken. Ik tel mijn zegeningen. Ik zit bij een kleine onafhankelijke uitgeverij waar geen gedoe is over fusies of splitsingen. Dat maakt de overheadkosten laag. Het is gemakkelijk om maatregelen te nemen, zoals de verhuizing. En de band met mijn uitgever blijft persoonlijk.'

INGMAR HEYTZE (1970) debuteerde in 1997 bij uitgeverij Kwadraat. Na het faillissement van deze uitgeverij stapte de dichter over naar Podium. De komende maand doet hij mee aan Saint Amour.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, jan 2015)

Hier aflevering 1, aflevering 3, aflevering 4

Wie gaf er nog meer uit bij Podium? Zie hier.

maandag 16 februari 2015

Auteurs over het veranderde uitgeefklimaat 1: Manon Sikkel (Boekblad)

'Toen mijn eerste boek verscheen kon het niet op met borrels en feestjes. Boekpresentaties waren vooral bedoeld om mijn vrienden dronken te krijgen, pers was er nauwelijks, maar dat maakte uitgevers niet uit. Dat is voorbij.
Dat is niet erg. Wat wel erg is, is dat uitgevers ook hebben moeten bezuinigen op personeel. Als schrijver merk je daar gelukkig niet veel van. Mijn eigen favoriete redacteuren bleven, maar ontslagen bij een uitgeverij hebben wel een effect op de sfeer binnen het bedrijf. Dát merk je.
En uitgevers wachten tegenwoordig vaak tot het laatste moment met bijdrukken om opslagkosten bij CB te besparen. Toen ik in de Kinderboekenweek elke dag onderweg was om promotie te maken voor Elvis Watt - Een koffer met geld was het eerste Elvis Watt-boek de eerste week uitverkocht. Al had ik nog zo aangedrongen om het vooraf bij te drukken.
Na een paar magere jaren was de kinderboekenweek van 2014 qua omzet een groot succes. Misschien is de herfststorm die het vak heeft getroffen, dus voorbij – de storm die de dode takken heeft weggeblazen en ruimte heeft gemaakt voor iets nieuws.
Het voordeel is geweest dat uitgevers noodgedwongen creatiever omgaan met huisvesting, fondsopbouw, marketing. Ze denken niet meer: er is geld genoeg, laat ik in dit dure grachtenpand blijven. Of: breng deze vertaling maar op de markt, het Fonds subsidieert wel.
Marketingvergaderingen gaan ook niet alleen over de vraag hoe het budget moet worden verdeeld, maar over de vraag hoe je lezers het best kunt bereiken. Dat hoeft niet altijd veel geld te kosten. Voor Een koffer met geld was vroeger een advertentie geplaatst, nu was een creatieve actie bedacht – met zes verstopte koffers met geld in Nederland en België – waardoor heel veel kinderen over het boek praatten.
Het enige waar ik nu nog op wacht is een goed plan om kinderen weer te bereiken via sociale media. Ze zitten niet meer op Hyves helaas en op Facebook mogen ze vaak niet van hun ouders. Kun je niet met ze Whatsappen? vroeg iemand laatst. Ik zou geen boek meer schrijven als ik de hele dag wordt afgeleid door het gebliep van lezers die mij appen. Gelukkig gaan de veranderingen snel, een oplossing komt er zeker.

MANON SIKKEL (1965) schrijft al 25 jaar boeken voor volwassenen over alle denkbare onderwerpen. Sinds 2008 maakt ze furore als kinderboekenschrijfster bij Moon. Tot nu toe won ze drie keer de Prijs van de Nederlandse Kinderjury. 
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, jan 2015)

Hier aflevering 2, aflevering 3, aflevering 4

Zie ook:

zondag 15 februari 2015

De link tussen 'Achternamiddagen' en 'De linkshandigen' van Christiaan Weijts

'In Logboek van Harry Mulisch staat terloops deze anekdote: je raakt je linker handschoen kwijt, gooit dan de rechter ook maar weg, maar dan vind je even later alsnog die linker terug, een vondst die juist een veel pijnlijker verlies is.'

Dit citaat vond ik terug in de essaybundel Achternamiddagen van Christiaan Weijts, die de anekdote geeft als voorbeeld van een moment van onverwacht ongeluk. Hij moet inspirerend hebben gewerkt. Want wat gebeurt er in De linkshandigen, Weijts' vijfde roman die een half jaar later verscheen? Dit zijn de eerste zinnen:
'Simon Sinkelberg vindt zijn schoen terug op de zondag dat hij ontslag neemt bij de krant. Het is de rechterhelft van een veel te duur paar, Italiaans kalfsleer, dat hij ooit voor het huwelijk van zijn zus kocht (...). Een jaar geleden was de schoen ineens verdwenen. Op het rekje onder de kapstok stond het linker exemplaar in zijn eentje te glimmen, elke dag opnieuw, steeds vileiner.'
Weijts interpretatie van Mulisch' anekdote zet de lezer op het spoor van wat hij in zijn roman wil zeggen: het 'pijnlijker verlies'. De linkerschoen is Simons zus, waar de opening expliciet naar verwijst. Hij heeft haar verloren omdat haar werkgever haar de dood indreef. Maar in een poging haar terug te krijgen door wraak te nemen verliest Simon uiteindelijk de rechterhelft van het broer-zuspaar. Zichzelf, dus.

In Ons Erfdeel 2/2015 zal een bespreking van mijn staan van Achternamiddagen en De linkshandigen. Daar leg ik een fundamentelere link tussen beide boeken.

Zie ook:

vrijdag 13 februari 2015

Interview: Els Moors over de taal van poëzie (Taalunie:Bericht)

Els Moors was genomineerd voor de Herman De Coninckprijs voor haar tweede bundel Liederen van een kapseizend paard. De schrijfster heeft een haat-liefdeverhouding met het Nederlands omdat ze steeds opnieuw ontdekte hoe anders de taal was dan die ze dacht te kennen. Voor haar 'is het onmogelijk om nog die allereerste betovering van taal te beleven zoals je als kind alles heel zuiver en puur ervaart.'

Wat betekent de nominatie voor de Herman De Coninckprijs?
'Daar ben ik heel blij mee. Mijn tweede bundel verscheen zeven jaar na mijn eerste. Daar zit zo veel tijd tussen. Maar ik ben niet vergeten, ik heb waanzinnig veel positieve aandacht gekregen. Het enige jammere is misschien dat de nominatie weer mijn dichterschap looft. Ik vind mijn schrijverschap groter. Ik schrijf romans en gedichten, maar mijn romans zijn tot nu toe helaas onopgemerkt gebleven. Voor de buitenwereld is het moeilijk om de combinatie te accepteren. Je bent of dichter of romanschrijver.'

Waarom heeft het zeven jaar geduurd voor je een nieuwe bundel gereed had?
'Ik heb soms de gedachte dat ik er juist te snel mee ben gekomen. Ik heb tijd nodig om woorden en beelden te verzamelen en samen te ballen. Nadat mijn debuut verscheen had ik ook een tijd een afkeer van dichten. Ik was overweldigd door alle positieve aandacht terwijl ik geen idee had wat ik precies gedaan had. Ik moest eerst opnieuw zelf het dichten zien te veroveren. Opnieuw weten waarvoor ik het doe. Dus zeven jaar, dat is eigenlijk best snel.'

Kan een dichter in het commerciële boekenvak van tegenwoordig wel zeven jaar zwijgen?
'Poëzie is denk ik niet bedoeld om daarin mee te draaien. Het vreemde is dat ik wel  zeven jaar lang kon optreden met mijn debuutbundel er hangt een hoge lucht boven ons. Dat ik als een troubadour op plaatsen geweest ben waar ik anders nooit zou zijn geweest. Het bleef maar komen. Blijkbaar kon het toch, zeven jaar met één bundel doen. En ik krijg erg mooie reacties op de nieuwe bundel. Dat is fijn. Er waren de afgelopen twee jaren moeilijke dingen in mijn privéleven. Toen bleek de poëzie, voor het eerst in mijn leven, echt een baken in mijn bestaan.'

Moet een gedicht ook rijpen?
'Ja. Van elk afzonderlijk gedicht kijk ik na zes maanden of een jaar of ik er nog in geloof. Soms is het dan niet raadselachtig genoeg meer. Dan zie ik mezelf enkel nog plichtsbewust het gedicht afmaken alsof ik een puzzel diende op te lossen – dan is het vaak voor mezelf niet interessant meer. Het gedicht moet raadselachtig zijn, maar wel zo dat ik het raadsel onder controle heb. Dan is het voor mij poëzie.'

Wat betekent het Nederlands voor jou? Is dat meer dan alleen het middel waarmee je je uitdrukt?
'Ik heb er een haat-liefdeverhouding mee. Toen ik, zes jaar oud, leerde lezen en schrijven had ik het idee dat ik een nieuwe taal moest leren. Ik ben opgegroeid in een dorp [in de Vlaamse Westhoek, md] waar heel plat werd gesproken. Veel woorden die ik toen op school leerde waren exotisch voor mij. Woorden die wij thuis nooit gebruikten. Die haat-liefde is daarna alleen maar versterkt.'

Hoezo?
'Op mijn elfde verhuisden we naar Gent. Toen vond ik mijn taal lelijk, boers, plat, onopgevoed. Dat heb ik lang met me mee gesleept. Later heb ik zes jaar in Nederland gewoond. Toen ontdekte ik hoeveel soorten Nederlands er zijn. Als ik daar in het Vlaams tegen mensen praatte, kreeg ik antwoord in het Engels. Door al die dingen is het onmogelijk om nog die allereerste herinnering aan thuiskomst in taal, die ik als kind ervoer, op te roepen zodat ik hem opnieuw beleven kan. Maar het omgekeerde geldt ook: ik kan genieten van vreemde talen omdat die de kennismaking met al die exotische vormen van het Nederlands in herinnering brengt.'

Ben je in je werk bewust van het onderscheid tussen Nederlands en Vlaams idioom?
'In mijn eerste bundel wel. Ik was net weg uit Vlaanderen voor een verblijf van uiteindelijk zes jaar in Amsterdam. Die eerste bundel is om die reden een soort verslag van de reis die ik aflegde in het Hollands, waardoor ik me uitgedaagd maar bij momenten ook gekoloniseerd voelde. Ik denk dat poëzie daar ook over gaat: het onderweg zijn in een nieuwe vreemde taal en het blijven zoeken naar je eigen taal, misschien wel als een vorm van verzet. Dat is voor mij in elk geval een groot deel van het plezier van het dichten.'

Toch bevat Liederen van een kapseizend paard naar mijn idee opmerkelijk weinig Vlaams.
'Grappig dat je dat zegt. Ik heb twee uitgevers: Nieuw Amsterdam in Nederland en het balanseer in Vlaanderen. Mijn Nederlandse redacteur wilde op het laatst nog tien, vijftien dingen veranderen. Oké, dacht ik. Maar mijn Vlaamse redacteur flipte. No way dat je dat accepteert, veel te Hollands. Zij vond dat de vernederlandsing de betekenis zou verdunnen. Ik zag het zelf niet. Ik heb te lang in Amsterdam gewoond, denk ik, maar ik snapte wat zij bedoelde.'

Gebruik je de taal anders in poëzie dan in proza?
'Ik denk het niet. Beide genres hebben een ander tempo en ritme. Wat tussen de regels gebeurt is anders. Maar het schrijven van een gedicht en een roman is hetzelfde. Even intens. Het is even precies zoeken naar woorden. In beide genres is het lang zoeken naar een begin. Een eerste zin, een cadans, een beeld. Pas als ik het moment te pakken heb, kan ik aan de slag.'

Een roman schrijven duurt toch veel langer?
'De voorbereiding duurt heel lang maar het daadwerkelijke uitvoeren duurt – bij mij in elk geval – minder lang dan doorgaans wordt verondersteld. En zo vergaat het mij met poëzie ook.'

Voel je je door die overeenkomsten in de eerste plaats schrijver - en niet dichter en romanschrijver?
'Misschien dacht ik vroeger dat er verschil was tussen beide genres. Nu steeds minder. Een deel van mijn tweede bundel is ook geschreven als proza. Ik had twee maanden in Berlijn proza geschreven. Tot ik dacht: het is genoeg zo, ik moet die bundel afronden en toen ben ik uit een oud proza-document dat ik als een experiment had opgezet, zinnen gaan selecteren die ik mooi vond. Dat heeft me geholpen om de bundel af te maken omdat ik met een nieuwe blik naar de gedichten kon kijken. Wat ik doe is dus moeilijk te definiëren in genres. Ach, ik zie de nominatie voor de Herman De Coninckprijs maar als een aanmoediging om mijn volgende boek af te maken – dat is proza.'

Els Moors (1976) debuteerde in 2006 met de dichtbundel er hangt een hoge lucht boven ons, waarvoor ze de Herman De Coninckprijs voor beste poëziedebuut won. Daarna volgde de romans Het verlangen naar een eiland (2008) en Vliegtijd (2010) en de dichtbundel Liederen van een kapseizend paard (2013). Over de laatste bundel schreef de jury van de Herman de Coninckprijs 2015: 'Met zinderende, broeiende en schurende taal probeert Els Moors vat te krijgen op de liefde, de lichamelijkheid en de complexiteit van het meest nabije. Dat dit soms bevreemdende, beklemmende en ongemakkelijke beelden oplevert is even eerlijk als onvermijdelijk.'
(Eerder gepubliceerd op Taalunie:Bericht, feb 2015)

Zie ook:

maandag 9 februari 2015

CB levert geen boeken meer aan V&D (Boekblad)

Dit bericht stond vorige week woensdag in alle media. Zelfs op Teletekst. Ik heb het nieuws als eerste gebracht. Daar heb ik weinig eer in gelegd: Boekblad was getipt, ik was de freelancer van dienst die toevallig gevraagd werd vervolgens de betrokkenen te bellen en een stukje te tikken. Maar toch. Het is leuk om overal mezelf geciteerd te zien, al is mijn naam natuurlijk nergens vermeld; zelfs die van Boekblad nauwelijks. Overigens voorzag ik de reikwijdte van het nieuws onmiddellijk. Dat ook leveranciers hun handen aftrokken van V&D, dát had ik op dat moment nog nergens gelezen.

CB levert sinds 23 januari geen boeken meer aan V&D. De logistiek dienstverlener heeft uitgevers gisteren uitgebreide toelichting verschaft over de situatie bij het warenhuis.

CB heeft de leverstop ingesteld nadat kredietverzekeraar Coface besloot de kredietlimiet voor V&D op nul te zetten. Directeur Hans Willem Cortenraad benadrukt dat het warenhuis geen betalingsachterstand heeft. 'Er staan alleen posten open die niet vervallen zijn. Ze komen keurig netjes hun verplichtingen na.'
De openstaande rekeningen zijn nog gedekt door de kredietverzekering van CB. Uitgevers zullen geen schade leiden door een eventueel faillissement van V&D – 'anders dan dat er weer een verkoopkanaal verdwijnt', zegt Cortenraad. Uitgevers die toch willen blijven leveren doen dat voor eigen risico. 'Eigenlijk is er niet een die tot nu toe gezegd heeft: dat wil ik graag.'
De Groep Algemene Uitgevers (GAU) wacht nu de komende ontwikkelingen af. 'Het is anders dan destijds met Polare dat vrijwel alleen boeken verkocht. Dit is een grootwarenhuis waar boeken maar een klein onderdeel is,' zegt secretaris Martijn David. 'Wij zitten niet aan tafel bij wat voor onderhandelingen dan ook. Ik weet niet meer dan wat iedereen in de krant kan lezen.'
De GAU geeft geen advies aan haar leden of ze wel of niet moet leveren voor eigen risico. David: 'Het is aan ieder lid afzonderlijk om een afweging te maken.' Wel zegt hij dat V&D een grotere boekverkoper is dan je zou denken. 'De keten heeft nog altijd een behoorlijk aantal vestigingen, vaak in binnensteden, met allemaal een boekenafdeling. Niemand zit erop te wachten dat die verdwijnen.'
(...)
Cortenraad zegt dat hij verwacht dat 'je vandaag niet veel leveranciers zult zien aan de deur bij V&D'. Maar hij merkt ook op dat de problemen bij V&D al langer spelen dan dat het in de openbaarheid kwam. 'Het zijn nu vooral de vastgoedeigenaren die aan de bel trekken.' Dat komt vermoedelijk omdat V&D rekening blijft voldoen – ook die van CB.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 4 feb)

*****
Uit de follow-up die ik daarna, samen met Mandy den Engelsman van Boekblad, maakte, dit:

V&D is als boekverkoper bij lange na niet meer zo belangrijk als de keten warenhuizen ooit is geweest. Daar zijn uitgevers volstrekt helder in. Dat de verkooppunten mogelijk verdwijnen wordt wel betreurd.

Commercieel directeur Marc Zwartjes van Ambo|Anthos noemt het zelfs een 'open deur' – zeggen dat het belang van V&D niet meer is wat het was. 'Het is al zeker vijftien jaar aan het teruglopen. Inmiddels is het teruggezakt naar een zeer bescheiden niveau. Denk aan een procent of twee van onze totale omzet. Ik schat dat het voor veel uitgeverijen daar zo'n beetje op neer komt. Wel wisselt het per genre. De schade is dus te overzien, al blijft het een triest verhaal.'
Volgens hem heeft V&D nauwelijks geïnvesteerd in de boekafdelingen. 'De boeken kwamen op plaatsen terecht waar niet de meeste traffic werd gegenereerd. Het publiek vond de boeken toen elders wel.' Het zou hem niet verbazen als V&D al voor de uitspraak van de rechter in het kort geding van verhuurders vrijdag surseance aanvraagt. 'En als er dan een doorstart komt, ligt het voor de hand dat het zonder boeken zal zijn – of het moet ramsj of een prijzencircus zijn.'
Hoofd marketing en sales Nathalie Doruijter van Singel Uitgeverijen wil niet zeggen voor hoeveel procent van de omzet V&D nog goed is. 'Maar het is duidelijk dat het echt kleiner is geworden. Tot vijf, zes jaar geleden ging je nog als vertegenwoordiger naar de winkels. Dat is nu ondenkbaar. De boekafdelingen waren toen nog op de begane grond – en niet weggestopt in de kelder of op zolder. Alleen voor grote namen als Maarten 't Hart en Tessa de Loo zijn ze nog steeds belangrijker.'
Wel vindt Doruijter V&D nog steeds belangrijk vanwege hun locatie. 'En omdat de boekafdelingen onderdeel zijn van warenhuizen die een grote naam hebben. Als de V&D verdwijnt, verdwijnen daarmee veel plekken waar duizenden mensen komen die en passant ook een boek meenemen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 4 feb)

vrijdag 6 februari 2015

Boekhandel Van Leeuwen in Schiedam sluit: 'Met vaste klanten alleen red je het niet' (Boekblad)

Zelfs de outletstores verlaten het centrum van Schiedam. Hoe kan een boekhandel het dan blijven volhouden? Jenske van der Linden heeft met enig gevoel van opluchting besloten Boekhandel J.S. van Leeuwen per eind maart te sluiten.

Sinds de vaste klanten weten dat de winkel sluit, verschijnt een enkeling zelfs huilend aan de balie. Zó geschrokken zijn ze van het nieuws. 'Ik heb hier nog mijn studieboeken gekocht, zeggen ze dan,' vertelt Van der Linden. 'Maar aan hun heeft het niet gelegen. We hebben nog veel trouwe klanten, maar met vaste klanten alleen red je het niet. Er zijn totaal geen passanten meer.'
Sinds het begin van de crisis in 2008 liep de omzet van de boekhandel terug. Ieder jaar weer. 'Hoeveel procent we bij elkaar verloren weet ik niet.' Ook van een opleving bij het laatste cadeauseizoen heeft ze weinig gemerkt. Maar de economische crisis en de vlucht van internet vertellen niet het hele verhaal. 'De binnenstad van Schiedam is heel slecht. Het wordt beter, zegt de gemeente ieder jaar, maar de leegstand neemt elk jaar toe. De gemeente kan dat niet keren.'
J.S. van Leeuwen is gevestigd aan de Broersvest. 'Ooit was dat dé winkelstraat van Schiedam', zegt Van der Linden. 'Hier tegenover zat een goede juwelier, een goede kledingzaak, een drogisterij, een slager. Maar die zijn allemaal met pensioen gegaan en niet opgevolgd. Waarom ook? Het centrum van Rotterdam is op tien minuten met de tram. Daar heb je alle winkels. Zelfs outletshops gaan de stad uit. Die redden het niet met de leegstand hier.'
Van der Linden heeft van alles geprobeerd om het tij te keren. 'We zitten bij Libris. Die heeft een prachtige stie. We hebben heel veel voor klanten gedaan. En we lopen al jaren te denken: moeten we reloceren? Moeten we zus of zo? Ik weet het niet. Nu blijft alleen de Bruna in het centrum nog over. Men zegt wel: dat is geen boekhandel, maar ik kan ook niet blijven alleen om een paar mensen van boeken te kunnen voorzien.'
Van der Linden zou het heel mooi hebben gevonden als de winkel volgend jaar een eeuw bestaat. Maar langer doorgaan was geen optie meer. En een overnamekandidaat vinden lukte bij gebrek aan levensvatbare winkel ook niet. 'We hebben natuurlijk wel gezocht. Via Libris zijn contacten geweest. Dat heeft tot niets geleid.'
Aanvankelijk dacht Van der Linden door te gaan tot en met de Boekenweek. 'Maar nu is de winkel mooi leeg. Als ik zo lang doorga, moet ik toch weer naar de beurzen, opnieuw boeken inkopen. Dan is het beter zo. Ik begin donderdag met de uitverkoop. Ik weet niet hoe snel dat gaat. Ik heb gezegd dat ik tot eind maart blijf, maar ik zit niet op de schopstoel. Ik kan nog tot halverwege dit jaar hier blijven.'
Voor de trouwe klanten komt er een afscheid. Hoe en wat, weet Van der Linden nog niet. Om iets in een lege winkel te organiseren is ook weer zoiets. En dan? 'Ik ben nu 59 jaar. Ik heb 44 jaar in de winkel gewerkt, de laatste 30 jaar als eigenaar. Vooral de laatste jaren waren zware tropenjaren. Ik ga eerst maar eens rusten. De laatste jaren heb ik al van het salaris van mijn man geleefd, dat kan nog wel even blijven.'
Definitief met pensioen gaan wil ze nog niet. 'Maar het enige waar ik mijn hart en ziel naar uitgaat is het boekenvak. Het zal niet meevallen op mijn leeftijd nog een baan te vinden.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 3 feb 2015)

Zie ook deze sluitingen:

maandag 2 februari 2015

Story Terrace: je levensverhaal in een boek is een geschenk voor het leven (Boekblad)

Je levensverhaal laten opschrijven kon al langer. Rutger Bruining wilde dat groter en professioneler aanpakken. Met Story Terrace hoopt hij iedere Nederlander ervan te overtuigen dat het verhaal van je leven vastleggen een onlosmakelijk onderdeel van het leven is.

Een aftandse ruimte boven een autoverhuurbedrijf in Amsterdam-West waar de afgelopen decennia weinig meer aan lijkt te zijn gedaan dan af en toe schoonmaken. Het handvol bureautjes dat Rutger Bruining (36) hier huurt, ten midden van tal van andere kleine bedrijfjes, zijn wel wat anders dan de blinkende kantoren waar hij tot voor kort verkeerde als investment director van Arle/Candover Partners. Maar je hebt een goed idee dat je ten gelde wil maken of niet.
'Ik heb altijd een fascinatie voor geschiedenis gehad,' vertelt Bruining aan de enorme houten tafel in het midden van de open ruimte. 'De geschiedenis van individuen: ik heb veel tijd met mijn grootvader doorgebracht, die goed kon vertellen – over de oorlog toen hij een verzetsgroep in Zeeland leidde, zijn tijd als huisarts op Aruba. Maar ook de grote geschiedenis over de Tweede Wereldoorlog of het leven in het Oostblok.'
Hij wilde graag iets met die persoonlijke en historische verhalen doen. Hoe kun je ervoor zorgen dat die behouden blijven? Dat ze niet, in zijn eigen geval met de dood van zijn grootvader, zomaar verdwijnen?
Aanvankelijk zocht Bruining het in de richting van 'iets met film'. Het werden boeken. Dat besluit nam hij toen hij zich realiseerde dat de digitale techniek betaalbaar printen in lage oplages vanaf één exemplaar mogelijk maakt én hoeveel mensen zich als freelance auteur aanbieden. Opeens zag hij voor zich hoe hij tegen gunstige tarieven met een geautomatiseerde werkwijze in opdracht geschreven levensverhalen kon aanbieden.
'Achteraf klinkt het logisch: natuurlijk zijn er veel schrijvers, waardoor je klanten de keuze kan geven uit een grote groep auteurs. Maar voor mij was het echt een nieuw inzicht. Ik had nooit eerder te maken gehad met het boekenvak.'

Zo ontstond Story Terrace. Het bedrijf legt persoonlijke verhalen vast in boeken. In het standaardpakket à 1500 euro krijgt de klant een interview van twee tot drie uur, vier exemplaren van een circa vijftig pagina's tellend boek (met de helft tekst en maximaal twintig foto's). Voor een meerprijs levert Story Terrace langere boeken. Op aanvraag zijn speciale wensen mogelijk.
'Ik heb altijd willen ondernemen', zegt Bruining. 'Maar je moet dan wel iets bedenken wat je beter of anders kan doen of wat er nog niet is. Levensverhalen laten opschrijven, dat lag me aan het hart én dat was er nog niet. Toen ik het bedacht niet, in ieder geval. Ik heb in Engeland, Amerika en Nederland gezocht op internet. Ik vond twee kleine bedrijfjes van acht man en een paar eenpitters. Niemand pakte het zo groots en professioneel aan als mij voor ogen stond.'
Officieel werd het bedrijf op 4 november gelanceerd. Maar feitelijk bestaat het al een jaar. 'Vorig jaar met kerst sprak ik met iemand over het bedrijf dat ik opzette. "Goh, wat kost het dan, een levensverhaal opschrijven?" vroeg hij. Dat was ik aan het onderzoeken. "Nee," zei hij, "ik vraag het nu: wat vraag je ervoor? Noem een bedrag." Dus dat deed ik. Waarop hij reageerde: "oké, dan wil ik een boek voor mijn vader. Kun je dan en dan leveren?" Toen had ik opeens mijn eerste klant.'
Inmiddels is het aantal klanten opgelopen tot twintig, onder wie de oud-president van De Nederlandsche Bank Nout Wellink die Bruining – zoals de meeste klanten tot nu toe – uit zijn netwerk kent. Uiteindelijk moeten het er duizenden per jaar worden – een realistisch aantal, vindt Bruining, als je bedenkt dat er jaarlijks 200.000 Nederlanders zestig worden. Er zijn er 'minder dan duizend' per jaar nodig om break-even te draaien.

Het onderzoek waar hij toen nog mee bezig was, richtte zich voornamelijk op het vinden van de juiste balans. 'Je kunt prijzen van printers opvragen. Je kunt uitzoeken hoeveel een auteur ongeveer kost – mijn vriendin, die als consultant werkt, heeft dat gedaan toen ze tussen twee opdrachten zat. Maar wat moet de lengte van het boek zijn dat het inhoudelijk toch interessant genoeg is? Hoe kleiner het boek is, hoe goedkoper natuurlijk. Uiteindelijk kwam ik uit op zo'n 5500 woorden.'
Het proces zelf is zo veel mogelijk gestandaardiseerd. Iedere klant krijgt een notitieboekje en een vragenlijst, om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op wat hij wil vertellen tijdens het interview. De auteur neemt een dag na ontvangst van het welkomstpakket contact op om kennis te maken, het proces toe te lichten en een afspraak te maken. Tussentijds houden zij contact, zodat de klant bij het interview niet het gevoel heeft met een totale vreemde te moeten praten.
Ook de vormgeving van Grade Design, de opmaak in de Filipijnen en de productie door Peecho – een Amsterdamse intermediair tussen websites en printers over de hele wereld – is voor ieder boek hetzelfde.

Eens in de twee weken zit Bruining een dag of drie, vier boven het autoverhuurbedrijf. De rest van de tijd is hij in Londen, waar hij mede vanwege zijn vriendin is blijven wonen. 'Ik werk zeker wel meer dan fulltime aan Story Terrace. Je kunt ook veel overleggen met Skype', zegt hij. Het stelt hem ook in staat tegelijk de veel grotere Engelse markt te bewerken. 'Heel mooi is ook dat als je in het Engels werkt, je aanvragen krijgt uit landen als Zambia en Jordanië.'
Zijn voornaamste aandacht gaat, naast het begeleiden van klanten, uit naar het uitbouwen van het netwerk aan auteurs. Iedere potentiële schrijver van wie managing editor Rosanne van Asperen de Boer – een van de vier werknemers van Story Terrace – de kwaliteit voldoende acht, wil Bruining zelf spreken. Zo kan hij de juiste auteur bij de juiste klant krijgen. 'De klik tussen klant en schrijver is cruciaal', vindt hij.
Een stuk of twintig auteurs heeft hij nu. Allemaal zijn deze freelance journalisten via via bij Story Terrace gekomen. Ze hebben – zoals Eveline Vreeburg – een boek of – zoals Persis Bekkering – voor landelijke media geschreven. ‘Dat geldt als een soort keurmerk dat ze echt lange verhalen over mensen mooi kunnen opschrijven. De meeste komen wel uit Amsterdam. We proberen nu in alle regio's schrijvers te vinden.' Hoeveel de auteurs per boek krijgen, wil Bruining niet kwijt.

Daarnaast is de marketing belangrijk. 'We hebben Adwords ingekocht. Wie op "biografie schrijven" zoekt, komt bij ons uit. Maar een grote campagne werkt niet echt voor ons. Mensen moeten zien wat wij doen. Onze klanten moeten daarom zo tevreden zijn dat ze ambassadeurs worden. En laatst waren we op een evenement in het Stadsarchief in Amsterdam: mensen konden een kwartier met een schrijver praten, die dan na drie kwartier een stuk had gemaakt.'
Wie Story Terrace eenmaal kent, hoopt Bruining aan het bedrijf te binden. Story Terrace maakt daarom eigen content: lange artikelen van duizend woorden of fototijdslijnen over historische onderwerpen die in de actualiteit zijn. 150 jaar Heineken of 25 jaar de val van de Muur. 'Het idee is mensen ons volgen – dat kan ook via Facebook – zodat als ze over twee jaar hun verhaal willen laten opschrijven, ze nog steeds weten dat dat kan en dat dat bij ons kan.'
Story Terrace richt zich daarbij op een zo breed mogelijk publiek. 'De bedrijven die iets soortgelijks aanbieden, mikken met hun communicatie op oude mensen. Ik wil ook dertigers tot en met vijftigers bereiken. Zodat zij een boek cadeau kunnen geven – aan hun ouders, maar in feite ook aan zichzelf als zij daarna het verhaal van hun ouders kunnen lezen. Een klant die dat heeft gedaan zei me ook dat hij naar aanleiding van het boek heel mooie gesprekken had met zijn vader.'

Ook plant Story Terrace eenmalig een uitgave van een BN'er – de naam noemt Bruining nog niet – om het grote publiek tenminste iets te kunnen laten zien. 'Onze producten zijn in principe privé.' In het boek vertelt de BN'er, die Bruining toevallig leerde kennen, over zijn vriendschap met een voormalig Afrikaans asielzoeker. De opbrengst gaat naar een school voor meisjes die de man in zijn land van herkomst heeft gesticht.
Het is de bedoeling zo'n actie hooguit een keer per jaar te herhalen. Regulier uitgeven is niet de business van Story Terrace. Mensen een platform bieden om hun boek in eigen beheer uit te geven evenmin. Bruining wil zich beperken tot het opschrijven van levensverhalen. Al kun je dat breed interpreteren: Story Terrace wil voor bedrijven verhalen van personeelsleden optekenen. Maar dat moet voldoende inkomsten kunnen inleveren om ooit – waarom niet? – naar een blinkend kantoor te verhuizen. (Eerder gepubliceerd in Boekblad Magazine, nr. 12, 2015)

Dit is een vervolg op dit nieuwsbericht