vrijdag 13 maart 2015

Nieuwe kinderboekhandel in Rotterdam vult twee gaten in de markt (Boekblad)

Ver van Hier in Rotterdam opent op 28 maart officieel haar deuren. De nieuwe kinderboekhandel en koffiezaak heeft echter al bewezen aan een behoefte te voldoen.

Ver van Hier, gevestigd in de wijk Hillegersberg, is 180 vierkante meter groot. Een helft is ingeruimd voor een assortiment Nederlands- en Engelstalige kinderboeken. De andere helft is een koffiebar, waar eigenaar Petra Verheij ook broodjes en taart serveert. Aan beide ontbrak nog in deze buurt.
'Er wonen hier veel gezinnen met kinderen', legt Verheij uit. 'Veel mensen verhuizen uit het centrum naar Hillegersberg en Schiebroek als ze kinderen krijgen. Maar er was hier niets voor hen. Er zijn wel andere boekhandels in de deelgemeente, maar dat zijn algemene boekhandels, geen gespecialiseerde kinderboekhandels.'
Een volledige boekhandel wilde Verheij niet. 'Mijn passie is kinderboeken. Al mijn hele leven. Een boekhandel met boeken voor volwassenen zou ik niet voor elkaar krijgen. Terwijl ik wel zelf een goede koffieplek miste waar je kan werken en ook welkom bent met kinderen. De combinatie geeft de winkel ook een prachtige sfeer.'
Verheij bedacht het idee eind augustus vorig jaar. Op 29 november opende ze al een geïmproviseerde winkel met een tijdelijke koffiemachine en leestafel om te kunnen profiteren van de belangrijkste verkoopmaand van het jaar. 'Dat heeft heel heel heel goed gewerkt. We hadden een superstart.'
Tegelijk kon de buurt goed zien wat Ver van Hier moest worden. 'Tot 31 december liep nog een crowdfundings-actie. Ik had 45.000 euro nodig, maar haalde 56.935 euro op – voornamelijk van mensen uit de buurt. Al investeerden ze maar 50 euro, ze lieten zo zien dat ook zij behoefte aan deze winkel/koffiezaak hebben.'
Het geld gebruikte Verheij om de winkel helemaal in te richten. Sinds twee weken is Ver van Hier helemaal wat haar voor ogen stond. Naast een assortiment kinderboeken, waarvan bijzonder, uniek en mooi de sleutelwoorden zijn, heeft ze de vier, vijf meter lange achterwand vrij gemaakt voor de eerste store-in-store van Circus Patz.
'Ik kwam hen tegen op Facebook', zegt Verheij. 'Ik vind heel mooi wat zij maken. Ik hou van de manier waarop zij niet de boeken voorop zetten, maar het merk en de beleving. Dat sluit heel goed aan bij het verhaal van de winkel. Ik heb zelf een communicatie-achtergrond, Patz van der Sloot komt uit de reclame. Daarom klikt het goed, denk ik.'
Een belangrijk onderdeel van het assortiment is Engelstalig. Dat sluit aan bij de scholen in de buurt, die allemaal vanaf de kleuters Engelse les aanbieden, én de vele expats in de wijk. 'Er is ook een Stichting van Expats die hier 's ochtends bij ons aan aan de enorme leestafel ongedwongen Nederlandse les geeft. Dat werkt heel goed.'
In Verheijs businessplan stonden veel plannen voor de toekomst: b2b-verkoop aan scholen, een webshop met same day delivery voor de buurt en kinderboeken uitgeven. Ook nu de winkel bijna officieel opent staat die ambitie nog recht overeind. Maar: alles op zijn tijd. Eerst de winkel laten opbloeien.
Voor communicatieklussen heeft Verheij in ieder geval geen tijd momenteel. 'Er staat op mijn LinkedIn-pagina nog wel dat ik dat doe, maar de winkel vraagt veel aandacht. Wel zou ik het leuk en interessant vinden om op termijn uitgeverijen te adviseren. Ik denk dat ik wel iets kan betekenen voor hun communicatiestrategie. Het gaat er redelijk traditioneel aan toe, heb ik gemerkt.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 10 maart)

Zie ook:

dinsdag 10 maart 2015

Boekhandel verduurzaamt in reactie op plastic tasjes-verbod (Boekblad)

Wat gaat de boekhandel doen nu het gratis weggeven van plastic tasjes per 1 januari 2016 wordt verboden? Het antwoord is in ieder geval: verduurzamen. Zoals AKO afgelopen najaar al heeft gedaan.

Libris/Blz onderzoekt momenteel de mogelijkheden, zegt marketing manager Marcel de Groot. 'Mogelijk bieden we onze leden papieren tasjes aan, die kunnen worden bedrukt aan de hand van het moment: op dat moment populaire boeken of quotes van auteurs. We onderzoeken nu wat de kosten daarvan zijn. Mogelijk brengen we ook duurdere tassen die langer te gebruiken zijn. Die worden dan verkocht, zodat die tassen kunnen worden toegevoegd aan het assortiment. Een aantal winkels zal dat zeker doen.'
De inkooporganisatie gaat in ieder geval mee met het doel van de wet. Libris/Blz verkoopt volgend jaar geen plastic tasjes meer – ook niet als dat voor een minimumprijs van één cent zou mogen. (Daarover heeft de overheid nog geen besluit genomen.) 'De reden achter deze wet is het terugdringen van plastic in de wereld. Dat doel onderschrijven wij. We moeten naar een duurzamere maatschappij, wij komen daarom hoe dan ook met een duurzame oplossing.'

RDC had zich al voorbereid op het naderende verbod. 'Onze leverancier Worldpack had ons al gewaarschuwd', zegt commercieel directeur Allard van Schoneveld. 'Dus toen weij vorig jaar toevallig een tender uitschreven voor plastic tassen voor Read Shop en Plantage hadden we er al weinig besteld. Bovendien zijn wij al langer met duurzame alternatieven bezig. Zo hebben wij een grote shopperbag.'
Van Schoneveld merkt al langer dat 'het aantal uitgegeven plastic tasjes giga gedaald is. Consumenten zeggen zelf dat ze hem niet hoeven. En wij geven steeds meer papieren vlakzakken weg. Het gekke is wel dat die milieubelastender is om te maken. Alleen als je kijkt naar: hoe lang blijven die na gebruik nog het milieu belasten, dan zijn plastic tasjes weer erger.' 
Na 1 januari ziet hij de aangesloten RDC- en Plantage-ondernemers geen plastic tasjes verkopen. Dat is niet des boekhandels. 'Ik zie dat niet gebeuren. Ik weet ook niet zo snel een ondernemer die de grote shopperbag op dit moment verkoopt. Ze geven die allemaal weg aan vaste klanten. We komen dus met een alternatief. Maar welke, dat bekijken we nog.'

Ook AKO heeft al geanticipeerd op de nieuwe wet. Vorig najaar al: 'Toen zijn we volledig overgegaan op papieren tasjes en verpakkingsmateriaal', laat directeur Sjaak Mark per mail weten. Duurder was het niet. 'Dat heeft alles te maken met welke kwaliteit je van beide materialen gebruikt. Voor ons waren de kosten neutraal. En: wij krijgen zeer positieve reacties van onze klanten op deze overgang.'

Bruna zoekt nog naar alternatieven. 'Of we gaan geld vragen voor plastic tasjes of we gaan een duurzame tas verkopen', zegt woordvoerder Linda Eradus. 'Ook hoe we dat gaan verkopen, weten we nog niet. Misschien komt er een soort statiegeld-systeem.' Papieren tasjes weggeven is in ieder geval geen optie. De reden: 'Dat is bijna net zo milieuvervuilend. Daarom we de plastic tasjes recent ook niet vervangen door papieren tasjes, maar door tasjes van deels gerecycled materiaal. Ook is het beleid: niet standaard meegeven, maar alleen als de klant of de situatie erom vraagt. Zo heeft Bruna stappen gezet richting een milieuvriendelijker beleid.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 6 maart)

maandag 9 maart 2015

NRC Webwinkel vult gat tussen boekhandel en Bol.com (Boekblad)

NRC webwinkel ziet de omzet jaarlijks groeien. De wekelijkse acties in de krant met een bijzonder boek, speciaal geselecteerd voor lezers van NRC Handelsblad, verleiden hen in steeds grotere aantallen tot aankoop.

Abonnees van NRC Handelsblad lezen bovengemiddeld veel literatuur. Dat blijkt zonneklaar uit lezersonderzoek. Maar om hen daarom via de webwinkel van de krant romans of verhalenbundels te verkopen? Vergeet het maar. Category manager Jason Chong – verantwoordelijk voor boeken, muziek en wijn – probeert het regelmatig. Iedere keer blijken het niet de succesvolste acties.
'Aan het eind van de zomer stapten we in bij een 3 voor 2-actie met ouder werk van Herman Koch. Meestal hebben we eigen acties, soms haken we bij bestaande acties aan. Koch is een NRC-fähige auteur. Hij wordt goed besproken in de krant. We hebben eens een dwarsligger van hem weggeven. Een groot succes. Maar de respons van deze actie? Nul. Nou ja, enkele tientallen exemplaren. Het staat in ieder geval in geen verhouding tot de advertentieruimte die we eraan besteed hebben.'
Waarom literatuur niet loopt – Chong kan er alleen maar naar raden. 'Misschien komt het omdat NRC-lezers loyale mensen zijn. Loyaal naar de krant, maar ook loyaal naar hun plaatselijke boekhandel. Ik denk ook niet dat Bol onze concurrent is, [waar Chong ooit productmanager dvd's was, md] maar de reguliere boekhandel waar de lezers iedere week komen. Met e-boek-acties met fictietitels halen we namelijk wel goede resultaten.'

Chong klaagt er niet over. Het gaat uitstekend met NRC webwinkel. De omzet van de boekverkoop stijgt jaarlijks 'tien tot twintig procent'. Hoe groot de omzet precies is, zegt hij niet. Hij geeft alleen een indicatie: de oplage van NRC Handelsblad is circa 185.000 exemplaren (3e kwartaal 2014), de oplage van NRC.next 52.000, het bereik van beide kranten een kleine half miljoen – en de conversie van advertenties in deze kranten 'is normaal, maar wel bovengemiddeld in vergelijking met reguliere winkels.'
Negen jaar geleden begon de krant met de verkoop van cultuurproducten via internet. Sinds oktober 2009 gebeurt dat onder de naam NRC Lux. Deze naam wordt nu verlaten ten gunste van NRC webwinkel. 'Het was te verwarrend omdat de krant inmiddels ook een bijlage heeft onder die naam, waarin wordt geschreven over de luxe dingen van het leven. We kregen dagelijks telefoontjes van mensen die bij ons iets wilden bestellen waarover in de bijlage was geschreven.'
NRC webwinkel klinkt weliswaar saaier – Chong ontkent het niet – maar benadrukt wel wat de internetshop van de krant is: een service voor de lezers. 'Onze klanten zijn bijna 1 op 1 onze lezers. Wij willen de winkel zijn die speciaal voor hen selecteert en het hen makkelijk maakt om te kiezen uit het enorme aantal producten. Dat geldt sterk voor tv-series: veel lezers kijken geen tv, maar willen wel de beste series op dvd zien. Maar het geldt ook voor boeken.'
Af en toe probeerde NRC Lux klanten buiten de krant te benaderen, maar dat moest per definitie beperkt blijven. 'Je moet oppassen dat je doelgroep niet vervaagt. Zodra de lezers denken dat je niet meer speciaal voor hen selecteert, gaan ze niet meer naar onze webwinkel. Soms barteren met bijvoorbeeld de VARA-gids – media met een vergelijkbare lezersgroep – maar advertenties die we daarin plaatsen leiden nauwelijks tot meer verkoop.'

NRC webwinkel biedt een compleet boekenaanbod op haar site aan, maar daar moet het bedrijf het niet van hebben. Een concurrentiestrijd met andere aanbieders wint het toch nooit. In plaats daarvan kiest Chong bijna wekelijks een nieuwe titel, die hij met grote advertenties in de krant onder de aandacht brengt. Titels met 'een bepaalde literaire kwaliteit' die passen bij de smaak en voorkeuren van de NRC-lezer.
De actie begint op zaterdag met bij voorkeur een paginagrote advertentie in de krant. De verkoop piekt op zondag, als lezers in alle rust de weekendkrant lezen en – indien getriggerd – meteen bestellen. Afhankelijk van het succes plaatst Chong in de dagen daarna nieuwe advertenties. Tot de zaterdag daarop een nieuwe cyclus begint. Na een week staat de actie bij wijze van reminder in de nieuwsbrief.
'NRC Lux is een aparte bv van NRC Media. Wij betalen gewoon voor advertenties in de krant. Met korting weliswaar, maar zo'n paginagrote advertentie is ook voor ons kostbaar. Wel ben ik dan afhankelijk van waar plaats is. Reguliere adverteerders gaan altijd voor. Ik kan alleen zeggen waar ik mijn advertentie níet wil hebben. In het sportkatern heeft bijvoorbeeld minder zin.'

Voor iedere actie werkt Chong samen met uitgevers. Hij koopt niet simpelweg titels bij hen in, maar wil 'dat zij zich ook happy voelen met een actie'. Hij bedingt niet de hoogst mogelijke korting. 'Ik vraag een vast percentage, daar ben ik vanaf het begin heel helder over. Dat is wel hoger dan normaal, omdat wij marketing voor de titel voeren. Maar ik wil uitgevers niet het vel over de oren trekken.'
Idealiter profiteert ook de boekhandel van zijn acties. 'Ik heb het idee dat de boekhandel ons goed volgt. Dat ze boeken inkopen omdat wij ermee adverteren. Alsof ze tafels hebben waarop ze al onze acties neerleggen. Bouw je robots van Steve Parker (Dutch Media). Of Atlas de Wit. Ik denk dat dat boek mede een succes is geworden omdat wij ermee hebben uitgepakt.'
Hij kan het de boekwinkel gunnen, omdat NRC webwinkel meestal actie voert met titels die regulier te krijgen zijn. 'Af en toe heb ik wel een oude titel zoals Het Grote Kunst Boek (W Books) waar ik een prijsactie mee kan voeren. Een enkele keer koop ik dan ook wel de hele oplage op. Maar altijd pas nadat ik heb gemerkt dat we zelf tekort dreigen te komen. Dat gebeurt zo'n vier, vijf keer per jaar.'
Ook heeft NRC webwinkel zijn omzet al binnen als een actieboek eenmaal goed in de boekhandel ligt. 'De verkoop piekt in de eerste week'. Tot meer dan tachtig procent van de totale omzet? 'O, zeker. Daarna loopt het, als het een succesvolle actie is, twee, drie, vier weken door. We sturen dan nog een nieuwsbrief: "Deze week voor het laatst met die bijzondere prijs." Daarna gaat het om hooguit eentje per dag.'

Anders dan bij de kranten van de Persgroep, zoals de Volkskrant waar Chong van 2009 tot 2012 voor de webshop werkte, is de scheiding tussen commercie en redactie bij NRC Handelsblad absoluut. Er mag op geen enkele wijze de suggestie worden gewekt dat de krant over producten schrijft omdat het moederbedrijf eraan zou kunnen verdienen. Dat betekent: geen links bij recensies naar de webwinkel. Wel krijgt het Boek van de week uit de krant sinds kort prominenter aandacht in de winkel.
Chong: 'Ik kan onafhankelijk opereren. Ik heb net zo goed commerciële vrijheid als de krant redactionele vrijheid. Ik kies boeken voor een actie ook omdat ze net uit zijn. Dan kan het voorkomen dat de krant er op dezelfde dag over schrijft – óók omdat het boek net uit is. Dat gebeurde bij het verschijnen van Nederlandsche vogelen. Het was nog een positief stuk ook. Daar was ik uiteraard blij mee.'
Alleen als Chong gevoeligheden vermoedt, pleegt hij overleg. Een voorbeeld was het gasthoofdredacteurschap van kok René Redzepi van de maandelijkse bijlage NRC Deluxe in november. Hij wilde diens Noma: work in progress aanbieden. Maar toen hij dat had opgevangen – 'het was toch iets groots voor de krant' – liep hij bij de hoofdredacteur binnen. Op diens verzoek stelde hij de actie toen twee weken uit.

NRC webwinkel boekt vooral succes bij de lezers van NRC Handelsblad. Die zijn gemiddeld ouder dan de lezers van NRC.next en laten zich daarom eerder adviseren. 'De jongere doelgroep van next is misschien wat meer gewend om op internet te bestellen. Zij weten beter wat er overal te koop is. Kijken eerder rond. Terwijl de oudere lezers na een advertentie in de krant ook bij ons bestellen.'
Toch kopen zij vooral boeken die moeilijker vindbaar zijn in de reguliere boekhandel. Grote, luxe uitgaven als Atlas de Wit (Lannoo). De prijs (119 euro) en het formaat (39 x 78 cm) maakte het een groot risico voor de boekhandel om daar stapels van neer te leggen. 'Voor ons speelt dat niet: wij leveren vanuit CB, wij hebben geen voorraadrisico. Tegelijk is het voor Bol te veel een nicheproduct om daar groot mee uit te pakken. Wij vullen het gat tussen boekhandel en Bol.'
Titels op het gebied van kunst en architectuur doen het vaak goed. 'Vooral naslagwerken, encyclopedieën, atlassen,' zegt Chong. 'Boeken die een zekere volledigheid of overzicht pretenderen doen het goed. Nederlandsche vogelen heeft het bij ons fantastisch gedaan. Of Alle beesten van Midas Dekkers. Al zijn stukjes over dieren, waarvan de uitgeverij nog een grote stapel had liggen.'
Ook kinder- en jeugdboeken doen het goed. 'De lezers zijn ouders en grootouders. Ze vinden lezen belangrijk, willen daarom boeken geven, maar kennen zelf geen kinder- en jeugdboeken en vinden het daarom lastig om te kiezen. Ze neigen er dan naar om boeken te geven die ze uit hun eigen jeugd kennen. Als wij adverteren met een klassieker loopt dat beter dan met een nieuw boek.'
Aanvankelijk kreeg Chong de reactie: kinder- en jeugdboeken, dat willen NRC-lezers toch niet? Maar hij beseft goed dat hij niet alleen met naslagwerken kan komen. Integendeel: hij probeert het liefst nieuwe dingen uit. Ook poëzie (met succes), young adult (al drie keer zonder succes) en het meest recent: dieetboeken. Zo laat hij langzaam steeds meer vallen onder 'wat past bij NRC'.
'En misschien vind ik ooit een manier om literatuur te verkopen die wél werkt.'

KADER
NRC webwinkel (gestart in 2003) vormt één BV met One Day Only, de webwinkel die producten verkoopt die niet direct bij de krant passen: sokken, batterijen, hoeslakens etc.. Het dochterbedrijf van NRC Media kent negen productgroepen. Boeken en e-boeken zijn vooralsnog aparte productgroepen, omdat gebleken is dat het te verwarrend bleek voor klanten. Regelmatig bestelden klanten per ongeluk een e-boek. In totaal werken bij NRC webwinkel 9 mensen, waaronder 4 categorymanagers.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, jan 2015)

Zie ook:

vrijdag 6 maart 2015

Maven Publishing viert jubileum met start inhoudelijke nieuwsbrief

Vijf jaar na publicatie van het eerste boek heeft Maven Publishing nog steeds alleen maar jaren van groei gekend. De start van de tweewekelijkse nieuwsbrief 'De Maven', dat nieuwe inzichten brengt over menselijk gedrag, markeert het eerste jubileum.

'Vorig jaar was zelfs ons hardste groeijaar', zegt oprichter Sander Ruys. 'Ik noem geen cijfers, maar we zijn meer dan verdubbeld. Erg fijn, in een krimpende markt. 'We hadden een aantal goede titels. Je bent wat je doet van Roos Vonk, Allemaal beestjes van Jop de Vrieze en In Einsteins achtertuin van Amanda Gefter. Allemaal boeken waar we meer dan vijfduizend exemplaren van hebben verkocht. Maar ik ben vooral blij met de ontwikkeling van de backlist. Al onze titels blijven doorlopen.'
Bij de start van Maven Publishing als specialist voor populair-wetenschappelijke boeken over het menselijk gedrag was een van Ruys' aannames dat zijn titels lang mee konden gaan. 'Dat blijkt zo te zijn. Als je zoekt naar informatie over de psychologie van het geld of zelfkennis – ik noem maar twee onderwerpen – blijven onze boeken genoemd worden. Al onze titels zijn leverbaar. Vijfentwintig titels hebben we kunnen herdrukken, een aanzienlijk deel meer dan eens. Ook onze eerste titel, De vijfde revolutie van Lone Frank, doet het nog steeds prima.'
Ook het feit dat Maven meer en meer met Nederlandse auteurs werkt – zie Vonk en De Vrieze – werpt zijn vruchten af. 'Zij hebben een grotere inzetbaarheid in de media', vertelt Ruys. 'Vertaalde auteurs op radio en eigenlijk ook tv is lastig. Daarbij nodigen we ze rond verschijnen van het boek altijd uit naar Nederland te komen, maar het blijven bliksembezoeken. Nederlandse auteurs zijn altijd beschikbaar om ergens een reactie op te geven.'
Een mega-bestseller van het type Wij zijn ons brein of Malcolm Gladwell heeft Maven nog niet gehad. 'Dat hoeft ook niet per se. Ik bouw liever aan een gezond bedrijf dan dat ik gok op die ene bestseller. En gezond is het.' Bovendien: wat niet is kan nog komen, want belangstelling voor het specialisme is er zeker. 'Je ziet een verhoogde focus op ons soort boeken. In vergelijking met vijf jaar geleden raken we vaker in een biedingenstrijd verwikkeld. Die trend is zeker mede door ons ontstaan.'
Het grootste uitgeefsucces is de boekenserie Nederland in ideeën, waarop een honderdtal wetenschappers jaarlijks antwoord geeft op één vraag, gesteld door een Bekende Nederlander. Ruys: 'Het eerste jaar was een behoorlijke investering met veel aandacht maar weinig commercieel succes. Het tweede jaar ging al veel beter. We zien het niet als een boek, maar als een platform. Het leuke is dat die opzet is geslaagd. Vorig jaar hadden we er bijvoorbeeld een online tentoonstelling aan gekoppeld.' 
In het verlengde daarvan past ook het nieuwste initiatief van Maven: de tweewekelijkse nieuwsbrief met nieuwtjes over menselijke gedrag, verzorgd door Pepijn Vloemans. 'We willen ons verder ontwikkelen als de specialist op het gebied van menselijk gedrag', zegt Ruys. 'Daarin past zo'n inhoudelijke nieuwsbrief, los van nieuw verschenen boeken, waarin we veel meer onderwerpen belichten dat we in tien boeken per jaar kunnen. We laten Pepijn helemaal vrij: hij kan ook boeken van andere aanraden.'
De investering in De Maven, zoals de nieuwsbrief heet, wordt gerechtvaardigd door de opbouw van een community van een sterk in menselijk gedrag geïnteresseerd publiek. 'We willen dus niet zo veel mogelijk maar toegewijde lezers. Daarom roepen we ook actief op dat als het je niet interesseert, je je weer uitschrijft. De nieuwsbrief moet welkom zijn. Ook is de nieuwsbrief een bron van informatie voor ons. Waar krijgen we veel reacties op? Waar wordt veel op geklikt? Dat helpt bij het bepalen van ons uitgeefprogramma.'
Naast zijn 'grootste succes' kan Ruys geen 'grootste tegenvaller' noemen. 'Natuurlijk zijn we dingen begonnen waarmee we weer zijn gestopt. Maar ik zie dat niet als tegenvaller. We experimenteren en dan blijken sommige dingen niet te werken. Ook als ik kijk naar het plan dat we vijf jaar geleden opstelden, is het in vergelijking daarmee alleen maar goed gegaan. Ik dacht bijvoorbeeld we niet snel bij grote ketens een aanbieding mochten doen. Dat bleek wel te kunnen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 3 maart)

Zie ook uit april 2013: De hypercovers van Maven

donderdag 5 maart 2015

Het rijm tussen Yves Petry en Dimitri Verhulst

Twee interviews af te nemen in de Boekenweek: Yves Petry op 12 maart bij Het Leesteken in Purmerend, Dimitri Verhulst op 14 maart bij Paagman in Den Haag. Ter voorbereiding las ik direct na elkaar Liefde bij wijze van spreken van Petry en Kaddisj voor een kut van Verhulst.
In beide romans vindt een tienermeisje de dood door een val van circa vijftien meter. Wonderlijk, het rijm dat je altijd weer vindt in totaal verschillende boeken. Petry beschrijft uitsluitend de dood van het meisje en haar graf, Verhulst juist alleen de gebeurtenis daartussenin: de begrafenis.
Ik zou eigenlijk een jaar lang van alle boeken die ik lees moeten noteren hoe ze op elkaar rijmen. Als ik er bewust op let en niet alleen let op toevallige inhoudelijke overeenkomsten, moet elke boek op subtiele manieren met de volgende zijn verbonden. Ongeacht genre, tijdperk, wat dan ook.
Eerder dit jaar las ik na elkaar de Hermans-biografie De zanger van de wrok van WillemOtterspeer en Oorlogsparadijs van Nico Dros. Otterspeer vertelt dat W.F. Hermans eens een tentamen afnam terwijl hij met de student naar zijn werkkamer liep. Terloops stelde hij wat vragen, eenmaal aangekomen zei Hermans: U bent geslaagd.

En wat gebeurt er in Oorlogsparadijs met een personage dat, tegen het einde van de oorlog, een examen voor verpleegkundige aflegt? Precies.

Zie ook:

woensdag 4 maart 2015

Interview Willem Otterspeer: 'W.F. Hermans' werk gaat ons nog heel lang achtervolgen' (Knack)

Willem Frederik Hermans ging met niemand om behalve met een paar slaven die zich permanent door hem lieten ontgroenen. Biograaf Willem Otterspeer legt uit.

Anderhalf jaar geleden verscheen het eerste deel van Willem Otterspeers biografie van Willem Frederik Hermans. Sinds vrijdag is ook het tweede en laatste deel 'De zanger van de wrok' verkrijgbaar, dat de jaren tussen 1953 en 1995 beschrijft. Bijna tweeduizend bladzijden bij elkaar – inclusief noten en register. Vijftien jaar werkte de hoogleraar universiteitsgeschiedenis aan de Universiteit Leiden aan de levensbeschrijving van de auteur die hij zonder twijfel de grootste van de Nederlandstalige literatuur noemt. Een gesprek over het leven met onleefbare waarheden, het populairwetenschappelijke 'Erosie' als kernboek van Hermans' oeuvre en hoerenlopen.

Met welk gevoel sluit u na zo'n lange tijd dit project af?
'Zeker de laatste vijf jaar heb ik totaal met Hermans geleefd. Hij gaat in je zitten als een kwaadaardige tumor. Dat moet ik nu weer uit mij krijgen. Het helpt dat ik niet in een zwart gat val. Ik heb de afgelopen jaren altijd lesgegeven en boeken over mijn vak geschreven, dat gaat gewoon door. Ik wil nog zeven boeken in mijn carrière afmaken. Die zijn allemaal in een ander stadium van voltooiing. Een boek is al voor driekwart af, een ander voor de helft. Ik vind niets heerlijkers dan schrijven. Net als Hermans, al heb ik natuurlijk niet zijn talent.'

Een opluchting dus om hem los te kunnen laten?
'Opluchting is niet het goede woord. Ik vind het buitengewoon fascinerend om in zo'n intense, gelaagde geest als die van Hermans rond te dwalen. Maar het is waar: een van de twee grote lessen die ik tijdens dit project heb geleerd, is dat ik zijn werk nog meer ben gaan bewonderen maar zijn persoon veel minder. Hij was óók kwetsbaar en teder, maar zijn egotisme en de manier waarop hij zijn verlegenheid omzette in agressie werd uiteindelijk dominant. De tweede les is dat mij veel duidelijker is geworden dat Hermans' onleefbare waarheid niet de mijne is. In mijn jeugd, toen ik hem ontdekte, had ik daar misschien affiniteit mee. Maar, nee.'

Hermans moet je daarom op afstand houden?
'Zeker. Ik heb al zijn werk vijf keer herlezen, sommige dingen nog meer. De liefdeloze en zinloze wereld die hij daarin toont is als een sluipend gif. Gelukkig heb ik een lieve vrouw, fijne vrienden, een goede baan, een goede uitgever – Hermans allemaal niet. Nou ja, wel een goede uitgever. Dat verschil maakt mij een beetje immuun.'

Allereerst het werk dan. Wat maakt dat nog groter?
'Als je daar zo intens mee bezig ben, krijg je oog voor het mechaniek. Het is bekend van Hermans dat van hem nooit een mus in een roman van het dak mocht vallen zonder logische reden voor het geheel. Zijn boeken zitten als fijnzinnige uurwerkjes in elkaar. Maar ook kon hij heel lang broeden. Hij stelde het schrijven zo lang mogelijk uit. En ineens kwam het er dan uit. Woest werd het op papier gesmeten. Dan durfde hij alles. De lef die hem maatschappelijk ontbrak, had hij als schrijver volkomen.'

Waar blijkt dat uit?
'In Een heilige van de horlogerie laat hij zijn hoofdpersoon Constantin Breughel naar de zolder van het kasteel gaan. Hermans heeft geen idee wat hij met hem moet, zo schrijft hij in een brief, dus laat hij hem op zolder over het landschap uitkijken, dan zal hem wel iets invallen. En inderdaad: daar bedenkt hij de gigantische klok met een slinger van negen meter en de mythe dat als het contragewicht niet op tijd wordt opgehesen het gebouw het gebouw zal vernietigen. Alles hangt opeens samen – inhoudelijk en thematisch. Dat vind ik zó knap.'

Vindt u Hermans de grootste in de Nederlandstalige literatuur?
'Geen twijfel over mogelijk. Goed, iedereen moet dat voor zichzelf uitmaken, maar Hermans' verzameld werk telt 24 delen in dundruk en zó gevarieerd – hij beoefende alle genres – en van zo'n hoog niveau. Ook in de negentiende eeuw of daarvoor zie ik niemand in de buurt komen. P.C. Hooft is mooi, maar onvergelijkbaar. Dat werk heeft ook de tijd niet doorstaan.'

Hermans' werk wel?
'Hermans gaat ons nog heel lang achtervolgen. Wie leest Gerard Reve nog? Wie heeft er nog belangstelling voor Mulisch? Alleen al die lastpakken die over mij heen vielen na publicatie van het eerste deel, bewijzen hoe zeer Hermans werk wél leeft. Ook zijn latere boeken. Een roman als Uit talloos veel miljoenen (1981) is niet zijn beste, maar later in zijn leven heeft hij zich op een wonderlijke manier heruitgevonden. Een heilige van de horlogerie (1987) en Au Pair (1989) zijn grote, herkenbare Hermans-romans – zij het geschreven in een ander register.'

Hoezo?
'Hermans schreef met een erectie, bekende hij eens. Hij voelde lust. Een sadomasotische lust, het is een complex van slaan en geslagen worden. Dat zie je in de liefdesscène in De donkere kamer van Damocles, waarin Mirjam Zettenbaum als een magneet tussen de twee polen tong en penis wordt geëlektrocuteerd. Schitterend. Later is Hermans die erotische drijfveer kwijt. Hij heeft dat gecompenseerd met een soort kuisheid. Dat ontneemt de boeken een deel van zijn kracht, maar een Au Pair blijft niettemin een intrigerende, grote roman waarover veel te kneden en te kauwen valt.'

Hermans werk viel ook volledig samen met zijn leven, schrijft u.
'Dat zie je ook bij geen enkele andere schrijver in dezelfde mate terug. Hermans' oeuvre is een groot experiment met zichzelf en met zijn omgeving. In het eerste deel citeer ik een prachtige brief waarin hij uitlegt dat hij voortdurend met röntgenstralen mensen peilt, maar dat degene die als eerste ziek wordt, de man is die met de röntgenstralen werkt. Dat gebeurde met Hermans. Hij heeft de onleefbare waarheden die hij verkondigde daadwerkelijk geleefd.'

Stootte het lezen van die waarheden, die dus niet de uwe zijn, niet af? Waardoor u zich toch van dat werk keerde?
'Nee, nee. Ik heb een andere opvoeding gehad. Ik was geen ADHD-jongen als Hermans die voortdurend vernederd en geslagen werd door zijn ouders. Dat geeft een andere kijk op het leven. Maar iedereen belichaamt een deel van de waarheid die Hermans beschrijft. Het ís heel moeilijk om soms geen klootzak te zijn, om soms niet de boel te belazeren, om soms geen arrangement aan te gaan met je eigen principes. De mens is een dier met een vernisje eromheen. Hermans liet dat zien en ook ik kan dat niet ontkennen.'

De onleefbare waarheden maakte hem een onaangenaam mens.
'Hij werd een onbenaderbare god. Hij ging met niemand om behalve met een paar slaven die zich permanent door hem lieten ontgroenen. Een duidelijk voorbeeld is de manier waarop hij de vriendschap met Rudy Kousbroek verbrak. Hij schreef in een tijdschrift dat Kousbroek in het Japanse kamp met plezier toekeek hoe zijn vader in elkaar werd geslagen – terwijl Hermans wist dat Kousbroek zielsveel van zijn vader hield. Dat is gewoon een schurkenstreek, daar is geen enkel literair excuus voor.'

Waarom kwam het zo ver?
'Het schrijven heeft Hermans verpest. Rüdiger Safranksi zei "Eerst maakt de schrijver het werk, daarna maakt het werk de schrijver". De levensvisie die Hermans beschreef wikkelde hem als een cocon in. Dat heeft hem van zijn sociale leven vervreemd. Hermans schreef al vroeg: "Mijn definitie van misbruik is mensen langer gebruiken dan je nodig had". Als je die houding consequent doorvoert, is het nettoproduct totale eenzaamheid. Toch moest Hermans wel, want alleen zo kon hij schrijven. Ik heb me afgevraagd waarom het drama van al die verbroken vriendschappen plaatsvond. Misschien vond hij de breuk ook fijn. Zelfs met Frans Janssen: echt een goeierd, kende Hermans' werk goed, was de ideale Eckermann. Hij zegt één keer iets stoms en Hermans zegt na vijfentwintig jaar de vriendschap op. Waarom kon hij daar niet overheen stappen zoals iedereen?'

Is er moment aan te wijzen dat Hermans over de grens ging en zijn levensvisie hem ging overheersen?
'Wat nooit had mogen gebeuren in Hermans' leven, was dat hij van de onderzoekers die het optreden van Weinreb in de oorlog bestudeerd hadden, gelijk kreeg. [Weinreb was een oplichter die in de oorlog rijk honderden joden bedroog, maar lange tijd voor een held werd gehouden]. Dat paste helemaal niet in Hermans' filosofie. Maar het gelijk was zo eclatant dat hij vanaf toen dacht dat hij áltijd gelijk had. Zijn zelfkritiek viel weg – de zelfkritiek die altijd genadeloos was omdat hij vóór alles wilde voorkomen dat anderen gelijk kregen. Dat was destructief.'

Was Hermans een familieman?
'O, nee. Hij vond het vaderschap niet onaardig, maar pas toen zijn zoon een beetje volwassen werd. Toen nam hij Ruprecht mee op reisjes. Maar in het gezin was hij totaal in zichzelf gekeerd. Als zijn vrouw Emmy hem vroeg de kolen te halen, liep hij naar buiten met twee lege kolenkitten, droomde weg, stond opeens stil, realiseerde zich dat hij met iets anders bezig was en keerde dan terug zonder kolen. Hij was er meestal niet, óók als hij er fysiek wel was.'

Hoe was zijn huwelijk?
'Dat was een creatie van Emmy. Hermans wilde niet getrouwd zijn. Het kwam er dan toch van, als een soort verzekering tegen eenzaamheid, maar het huwelijk bestond alleen wanneer het hem uitkwam. Als Emmy – een van de charmantste vrouwen die ik ooit heb ontmoet – een meer geëmancipeerd type was, was er snel een einde aan gekomen. Hij heeft het buitengewoon met haar getroffen. Zij kon om de situatie lachen, zag zijn tragiek, wist zich goed weg te cijferen, had zelfs begrip voor zijn incidentele overspel. Een wijze vrouw.'

Toch kon ze Hermans eenzaamheid niet verlichten. In Parijs, waarheen ze in 1973 verhuisden, maakte ze ondanks haar charme blijkbaar geen vrienden die bij hen op bezoek kwamen en de sfeer konden verlichtten.
'In Groningen lukte dat nog wel. Iedereen hield van haar, er kwamen regelmatig vriendinnen over de vloer. In Parijs minder. Emmy had veel contacten. Ze kletste met alle middenstanders. Uiteindelijk was haar Frans veel leniger dan dat van Hermans. Maar vriendschappen? Nee. Wel reisden Emmy en Hermans sindsdien veel. Dat was echt iets van hen samen. Daar praatte ze later graag over.'

Ik vraag dit allemaal vooral omdat u zo'n dikke biografie schreef en toch nauwelijks stilstaat bij Hermans en zijn gezin.
'Ik heb dat aspect bewust buiten het boek gehouden. Er staan in zijn dagboeken, zeker die uit zijn laatste jaren, veel over Emmy en Ruprecht. Maar ik vond dat onbelangrijk. Ik heb ook weinig gesproken met Ruprecht. De reden daarvan is dat bij Hermans alles om het werk draaide. Hij was géén familieman. Dat kun je net zo goed benadrukken door geen aandacht voor dit onderwerp te hebben.'

Lange tijd dacht ik vanwege die keuze: heeft de biograaf weet van een schandaal of een affaire dat hij buiten het boek houdt?
'Dat is er niet. Het enige schandaal dat ik heb ontdekt stond in deel één: dat hij zich heeft aangesloten bij de Kulturkammer. En dat heb ik niet eens uit Hermans' archief.'

Maar toen las ik dat Hermans naar de hoeren ging. Als de biograaf dát openlijk vermeldt, dacht ik, zal er inderdaad geen schandaal zijn.
'Niet dat hij een echte hoerenloper was. Hij vond het interessant om te doen – als proefneming, niet als dagelijkse activiteit. Hij was geen Ischa Meijer of zo. Adriaan van der Veen heeft eens mooi beschreven hoe hij met Hermans in Brussel naar de hoeren ging. Hermans deed zijn uiterste best om de madam zo ver te krijgen dat zij zich voor een centje uitkleedde. Dat is veel typerender Hermans dan welk bezoek aan de hoeren dan ook.'

Ieder leven eindigt tragisch. In uw biografie valt me op dat Hermans' aftakeling zo snel begint: in de jaren zeventig in Parijs, als hij nog maar in de vijftig is.
'Hij had zijn hele leven veel te veel gerookt. Veel gedronken ook, al was hij geen alcoholist. Toen kreeg hij de ziekte van Menière. Hij had een zeldzaam slechte motoriek. En ik denk dat zijn verhuizing een echte cesuur in zijn leven was. Hij was zijn woestheid en erotisch potentieel kwijt. De toon werd anders – in zijn romans en in zijn brieven. En toen kreeg hij ook nog gelijk in de Weinreb-affaire. Vreselijk.'

Was het anders gelopen als hij niet op zijn 52e vrijwillig ontslag had genomen van de universiteit in Groningen?
'Ik denk het niet. Hij deed daar al bijna niets. Hij moest een dag in de week voor de baas werken en zelfs dat kon hij niet opbrengen. Toen hij iemand in de collegezaal kreeg met wie Hermans zelf nog had gestudeerd, merkte die dat Hermans woord voor woord het dictaat voorlas als diens leermeester. Eigenlijk wilde hij na twee jaar al weg. Hij was zo wanhopig in Groningen dat hij soms op de roltrap van V&D ging staan, zo vertelde hij, om zich een half uur naar boven en beneden te laten vervoeren. Hij bedacht de gekste dingen om te kunnen ontsnappen: jeugdherbergier worden in Frankrijk. Hij vond het een diepe nederlaag dat hij een baantje moest hebben. Later was het wel prettig dat het inkomen hem in staat stelde om te schrijven. Hoefde hij geen "hoernalistiek" te bedrijven.'

Hij was lector fysische geografie. Hield hij wel van de geologie?
'Hij is later altijd geïnteresseerd gebleven in geologie. Vooral in vulkanen. Maar uiteindelijk was ook de geologie een bevlieging. Typerend is een excursie in Noorwegen met échte geologen. Toen had hij snel door dat eigenlijk niets van zijn vak wist. Dan zie je ook hoe typerend hij reageert: heel agressief – "het zijn allemaal klootzakken met een rijke achtergrond die het zich konden permitteren op hun studie te concentreren terwijl ik" enzovoorts. Wel had het fysisch-geografisch perspectief een enorme invloed op zijn werk. In 1960 publiceerde hij het populairwetenschappelijk boek 'Erosie'. Eigenlijk is dat een kernboek in zijn oeuvre, waarin hij laat zien dat alles erodeert, alles onderhevig is aan het verstrijken van de tijd. Zelfs de grootste bergen vlakken door regen en wind af tot een schiervlakte.'

Klopt het dat hij behalve 'Erosie' nooit over zijn vakgebied heeft gepubliceerd?
'Een paar recensies. Daarnaast niets, nee. Als hij voor het jaarverslag opgaf wat hij had gepubliceerd gaf hij zijn literaire werk op. Een keer gaf hij telefonisch een titel door: 'Wittgenstein in de mode'. Dat werd niet goed verstaan en kwam in het jaarverslag terecht als: 'Wieken staan in de molen'. Ha ha. Maar hij hoefde ook niet te publiceren. Als lector oude stijl had hij uitsluitend een onderwijstaak.'

De eerste reacties op het tweede deel uw biografie bestrijden het te negatieve beeld dat u van de late Hermans schetst. Hij zou heus hebben genoten van reisjes of mooie kwinkslagen.
'Tja. Arjan Peters citeert mij in de Volkskrant: "Om Hermans valt uiteindelijk niet te lachen". En zegt dan dat je wel om Hermans kunt lachen. Ja, natuurlijk. Zijn formuleringen zijn vaak geestig. Maar Hermans definieerde de lach als de braakbeweging waarmee hij bedorven voedsel uitspuugde. Als je hem zelf hoorde schateren wist je ook: dat is de bitterste lach denkbaar. Arjan Peters is bijna nihilistischer dan Hermans als hij diens onderhuidse moraal van verdoemenis ontkent.'

Hermans was 'de zanger van de wrok', zoals deel twee heet.
'En ik denk dat de bewijzen van mijn stelling met karrevrachten in de biografie gevonden konden worden. Wie dat ontkent op een manier als Peters doet, maakt Hermans onkwetsbaar. Maakt een carnavalfiguur van hem. Maar goed, zulke kritiek bewijst alleen maar dat Hermans levend is. En ik ben er onkwetsbaar voor. Ik ben laaiend trots op mijn biografie, ik kan heus wel iets hebben.'
(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 2 maart)

Zie ook:

dinsdag 3 maart 2015

Shortlists Gouden Boekenuil en Libris Literatuurprijs 2015: de statistieken

Een magere score. Van de onderstaande shortlist van de Libris heb ik er drie gelezen. Precies de helft dus. Bij de Gouden Boekenuil haal ik dat niet eens: 2 op 5. En dan wordt de score nog vertekend omdat ik Niña Weijers heb gelezen, de enige die nog kans maakt op beide prijzen. In totaal kom ik dus op 4 gelezen op 10 genomineerde boeken. Bijna alle andere genomineerden wil ik lezen, maar ja: ik wil zo veel lezen, ik vrees dat ik er pas aan toe kom als ik een excuus heb – een interview met de auteur, een rapport als lid van de Raad van Advies van het Nederlands Letterenfonds – om een boek daadwerkelijk ter hand te nemen. We zullen afwachten. Het scheelt dat we een aantal boeken inmiddels in huis hebben.

Dit is de shortlist van de Libris Literatuurprijs:
Adriaan van Dis, Ik kom terug (Atlas Contact),
Esther Gerritsen, Roxy (De Geus),
Kees ’t Hart, Teatro Olimpico (Querido),
Gustaaf Peek, Godin, held (Querido),
Peter Terrin, Monte Carlo (De Bezige Bij)

Dit is de shortlist van de Gouden Boekenuil:
Jeroen Brouwers, Het hout (Atlas Contact)
Joost de Vries, Vechtmemoires (Prometheus)
Mark Schaevers, Orgelman (De Bezige Bij)
Rob van Essen, Hier wonen ook mensen (Atlas Contact)

De meest gelauwerde auteur in dit gezelschap is Jeroen Brouwers. Hij haalt zijn negende nominatie binnen, waarvan de vijfde voor de Gouden Boekenuil. In beide gevallen geen records. Adriaan van Dis volgt: voor hem is het de zesde nominatie. Peter Terrin is nummer drie met vier nominaties (waarvan een door een jury waarin ik zat – en die hem vervolgens de prijs toekende) De debutanten zijn Gustaaf Peek, Mark Schaevers en Niña Weijers. Zij heeft meteen twee uitnodigen voor de feestelijke uitreikingen binnen.

Hoe doen de prijzen het in vergelijking met elkaar? Libris heeft twee vrouwelijke auteurs, de Gouden Boekenuil één. Dat past bij hun gemiddelde scores sinds de eerste editie. Dat is nu: 25 % voor Libris, 12 % voor de Gouden Boekenuil. (De AKO, nu ECI Literatuurprijs staat op 23,8 %)

Beide prijzen hebben dit jaar één Vlaming: respectievelijk Peter Terrin en Mark Schaevers. Daarmee komen hun gemiddelden nu op: 22 % voor de Libris prijs, 25,6 % voor de Gouden Boekenuil. (De AKO, nu ECI Literatuurprijs staat op 19,2 %).

Nog een opmerking detail: Joost de Vries won de Gouden Boekenuil vorig jaar voor zijn roman De republiek. Het zou een unicum zijn als hij de prijs twee jaar op rij wint – nu voor zijn essaybundel Vechtmemoires.

Zie ook:

zondag 1 maart 2015

Kinderboekenambassadeur Jacques Vriens: 'zo belangrijk dat leerkrachten aandacht besteden aan lezen'

Schrijver Jacques Vriens treedt op 25 maart aanstaande af als de eerste kinderboekenambassadeur van Nederland. Het is voor leerkrachten absoluut niet moeilijk om het leesplezier te vergroten, vindt de voormalig leraar en oud-schooldirecteur.

De meest voor de hand liggende reden om het leesplezier van kinderen te vergroten, vindt Vriens, is dat hun verbeelding en hun fantasie meer wordt aangesproken. Wie met plezier leest, duikt vaker een boek in, betreedt regelmatig een andere wereld, en probeert zich meer in te leven in andere mensen. 'Vooroordelen berusten op onwetendheid', zegt hij. 'Wie vaker leest, is daarom empatischer.'
Leesplezier is ook goed voor de schoolprestaties. Een kind dat meer plezier in lezen heeft, wordt er beter in en zal dan ook geen probleem hebben als het voor geschiedenis of aardrijkskunde een tekst moet lezen. Hij denkt niet: mijn hemel, wat een lap tekst, hoe kom ik daar doorheen – nee, hij begint gewoon te lezen en verdiept zich daadwerkelijk in de Tachtigjarige Oorlog of Nederlandse landschappen.
'Als ik dit vroeger op ouderavonden vertelde', zegt Vriens, 'zag je ze bij de eerste reden instemmend knikken. Maar pas bij de tweede reden veerden ze op. Ik legde uit dat als hun kind een 7,5 waard was, het met een slecht leesniveau nooit optimaal zou presteren en een 5- of 6-kind zou blijven. Daar waren ze gevoelig voor. Maar voor mij persoonlijk zijn beide redenen even belangrijk.'

Sinds maart 2013 is Vriens benoemd tot de kinderboekenambassadeur van Nederland. Hij besloot zijn inzet daarvoor vooral te richten op leerkrachten. Natuurlijk moeten ook schoolbesturen, directeuren en ouders worden overtuigd van het belang van lezen, maar het zijn de meesters en juffen voor de klas die het daadwerkelijk moeten doen. Zij moeten het leesplezier aanwakkeren.
'Ik probeer – als ik spreek op een pabo of een studiedag – te laten zien hoe simpel het eigenlijk is. Je houdt een boek in de klas omhoog en zegt: "dit is een ontzettend leuk boek". Dan heb je al vier of vijf leerlingen die denken: goh, toch eens naar kijken. Als je een achterflaptekst voorleest, heb je er weer vijf die het boek willen proberen. En als je het eerste hoofdstuk voorleest, heb je de helft van de klas.'
Kom bij Vriens dus niet aan met het argument dat er geen tijd is om aandacht te besteden aan lezen. 'Lezen is te belangrijk om te zeggen: laat maar zitten. Ik vond rekenen vroeger niet het leukste vak om te geven. Maar ik zei ook niet: laat ik er wat minder aan doen. Ik wist hoe belangrijk het was en deed er daarom alles aan om te zorgen dat dat ene kind de kommabreuk eindelijk zou snappen.'

Hoe een leerkracht aandacht aan lezen besteedt, maakt Vriens niet eens uit. Als lezen maar structureel aandacht krijgt. Door voor te lezen, boekbesprekingen te houden, of 'iets' met een boek doen – zoals er een liedje of toneelstuk van te maken. En natuurlijk: door minimaal vier keer per week een half uur in stilte te laten lezen. 'Nou, vooruit, een kwartier als absoluut minimaal is ook goed.'
Een essentiële voorwaarde is dan wel een goede schoolbibliotheek. 'Een kind zal maar op een school zitten die een keer per week naar de bibliotheek gaat en dan net een boek hebben gekozen waar hij niets aan vindt. Hij moet dan meteen naar de schoolbibliotheek kunnen. Bij mij was die iedere dag van twee tot drie open. Kinderen, vanaf groep 3, konden dan elke dag ruilen.'
Ook is het belangrijk om aandacht te hebben voor de verschillen tussen kinderen. Sommigen lezen nu eenmaal niet graag of niet makkelijk. 'Ik las voor hen voor. Het begin, zodat als ze eenmaal in het verhaal zaten, ze zelf verder gingen. Of ik sprak, lang voor er luisterboeken waren, bandjes in. In de klas had ik een "melkmachine" met vier kop­telefoons, daarop konden ze tegelijk luisteren en meelezen.'
Controleren of leerlingen genoeg lezen met een uitgebreide administratie, zoals Vriens het noemt, vindt hij onnodig. 'Je zal maar een kind zijn dat niet graag leest. Moet je ook nog formulieren over dat boek invullen. Ik had alleen een map. Daarin noteerde iedereen de titel en het aantal sterren dat ze het gaven. Een x voor niet uitgelezen vond ik ook goed. Eens in de twee weken pakte ik de map erbij en praatte ik erover.'

Zelf kwam Vriens, altijd al een fervent lezer geweest, als stagiair terecht op een school in Amsterdam terecht waar veel aan lezen werd gedaan. De schoolbibliotheek was 'fantastisch' en een keer per maand kwam een bibliothecaresse langs om van alles te vertellen. Later kreeg hij op deze school zijn eerste baan. Zo kreeg hij vanzelf methodes mee om boeken te promoten aan zijn leerlingen.
Dat geldt niet voor iedereen, beseft hij maar al te goed. Sommige lukt het ook gewoon niet om leesbevordering in de vingers te krijgen. 'Ik had een collega die klaagde: als ik voorlees, vallen ze meteen in slaap. Toen ontdekten we dat hij heel goed was in muziekles. Daar was ik juist slecht in. Dus twee keer in de week ruilden wij. Gaf hij in mijn klas muzieklas, deed ik in zijn klas iets met boeken.'
Het gaat er Vriens dan ook vooral om dat leerkrachten ten minste beseffen hoe belangrijk lezen is. 'Want dan ga je in oplossingen denken. En komt er altijd iets uit. Zoals bij de juf die ook vond dat ze niet kon voorlezen. Zij deed drie keer in de week de gordijnen dicht, vertelde ze me, schemerlampen aan en zette luisterboeken op. Fantastisch. Ik wil leerkrachten vooral aanspreken op die creativiteit.'

Vriens beseft dat het 'opbrengstgericht' leren alleen maar belangrijker is geworden sinds hij, na een kwart eeuw, in 1993 het onderwijs verliet om fulltime te schrijven. Het effect van de aandacht voor lezen is juist pas op lange termijn zichtbaar. 'Ik heb ooit een moeder van een kleuter die zei geen tijd te hebben om voor te lezen, uitgelegd dat haar dochter anders de citotoets in groep 8 minder goed zou maken.'
Een leerkracht kan – los van de uitkomsten uit de monitor van de Bibliotheek op school – wel merken dat de aandacht voor lezen effect heeft. 'De leerlingen zullen hoger scoren op teksten voor begrijpend lezen. En ook als je ze een zakelijke tekst over bijvoorbeeld biologie geeft, zul je zien dat het makkelijker gaat. Een kind dat graag leest, snapt onmiddellijk waarover hij leest.'
Toch stelt Vriens: 'Het vraagt in deze tijd moed om in lezen te investeren. Maar durf dat op te brengen. Lezen is te belangrijk om dat niet te doen.'
(Eerder gepubliceerd in een brochure van de Bibliotheek op school)

vrijdag 27 februari 2015

Publiceerde de Nederlander Menno Schilthuizen de vreemdste boektitel?

Een van de leukste boekenprijzen is die voor de vreemdste titel. Zoals die voluit heet: The Bookseller/Diagram Prize for Oddest Book Title of the Year. De Diagram Group is een leverancier van grafieken, plattegronden en dergelijke voor uitgeverijen. Een toenmalige werknemer bedacht de prijs in 1978. The Bookseller is het Britse vakblad dat sinds jaar en dag de organisatie op zich neemt. Ieder jaar is het lezen van de – uiteraard uitsluitend Engelstalige nominaties – een groot genot. Welke titel vervolgens de meeste stemmen krijgt kan me niets schelen.
Dit jaar maakt zowaar een Nederlander kans op de prijs – nota bene werkzaam in mijn woonplaats. Het is de evolutionair bioloog Menno Schilthuizen, die vorig jaar Darwins peepshow publiceerde. Ofwel: 'wat geslachtsdelen onthullen over evolutie, biodiversiteit en onszelf'. Dat werd vertaald als Nature's Nether Regions. Op het omslag van de Britse uitgave staan twee copulerende vliegende herten, waarbij de 'geslachtsdelen' discreet zijn afgedekt met een blaadje. Het zal de Britse eeuwige opgelatenheid over seks zijn die het voor hen zo grappig maakt.
Er zijn geestigere titels denkbaar. Natural Bust Enlargement with Total Power: How to Increase the Other 90% of Your Mind to Increase the Size of Your Breasts (1985). Of: People Who Don't Know They're Dead: How They Attach Themselves to Unsuspecting Bystanders and What to Do About It (2005). Zie Wikipedia voor een volledig overzicht van alle winnaars. Ook bij de nominaties van dit jaar zitten betere. Mijn persoonlijke favoriet is: Divorcing a Real Witch. For Pagans and the People That Used to Love Them. De andere zijn ook op Wikipedia na te lezen.
De bekendmaking van de winnaar volgt op 27 maart.

woensdag 25 februari 2015

Sommigen worden gelukkig van de nieuwe Grunberg (Knack)

Walging? Minachting? Die emoties voelden de proeflezers van Arnon Grunbergs bij het lezen van zijn novelle Het bestand. Ik werd er juist gelukkig van.

Arnon Grunbergs vaste uitgever Nijgh & van Ditmar zal zelden zo'n effectief marketinginstrument hebben gehad. Sinds eind oktober lieten 350 proeflezers hun hersenactiviteit meten terwijl ze een uur lazen in Het bestand. De vijf emoties die de lezers na afloop zeiden meer te voelen dan in het begin waren (in volgorde van grootste stijging): walging, minachting, bedroefdheid, boosheid en meevoelendheid. Als zo'n grote groep mensen dat zeggen, wie kan zijn nieuwsgierigheid naar de inhoud van het 172 pagina's tellend verhaal dan bedwingen?
Het zijn allemaal negatieve gevoelens, gaf neuroloog Ysbrand van der Werf van het VUmc en het Nederlands Herseninstituut maandagmiddag toe tijdens de presentatie van Het bestand. Met uitzondering van meevoelendheid. Daartegenover stonden vier emoties die significant daalden tijdens het lezen: tevredenheid, hoop, interesse en gevoelens van veiligheid. Maar dat zegt niets over de kwaliteit van het boek, haastte hij daaraan toe te voegen. Een boek kan ook heel goed zijn juist omdat het sterke emoties oproept.
Zelf werd ik vooral gelukkig toen ik mij begin december als proeflezer nummer 88 meldde in het Grunberglab, die deel uit maakte van de aan de schrijver gewijde tentoonstelling in Amsterdam. Aanvankelijk moest ik wennen aan de setting: tientallen snoertjes aan mijn lijf, een camera recht op mijn gezicht, bezoekers aan de expositie die mij konden zien. Ik had meer moeite dan gebruikelijk om in het verhaal te komen. Ook de gedachten aan de uitgebreide vragenlijsten die ik had moeten invullen, leidde me af.
Maar toen ik kennismaakte met Lilian en al snel de scène las waarin een groep hackers wraak neemt op de leraar die haar had misbruikt... Geen walging of minachting dus, maar geluk. Ik vond Het bestand goed. De sterke typeringen met treffende, wrange details. De scherpe terzijdes. De voor de huidige Grunberg zo kenmerkende maatschappelijk relevantie. Het zit er allemaal in. En goed gedoseerd ook. Grunberg bouwde mooi de spanning op, waardoor ik – op een kleine, ietwat langdradige passage na – voortdurend dóór wilde lezen.
De enige negatieve emotie die ik voelde, was teleurstelling. Toen het uur om was. In het Word-document waarop Het bestand mij was gepresenteerd telde het 118 pagina's. Ik was nog maar tot pagina 41 gekomen. Op dat moment moest ik nog bijna drie maanden wachten tot de novelle zou verschijnen. Eén proefpersoon, begreep ik, was erin geslaagd om de volledige tekst in de korte tijd had gelezen. Toch was ik blij dat ik dat niet had geprobeerd. Waarom zou ik mezelf ieder leesplezier misgunnen door te snel te lezen? Dan maar wachten tot de officiële verschijning vandaag.
Ik was in ieder geval niet de enige die sterk van de meerderheid afwijkende gevoelens had, vertelde onderzoeker Van der Werf. Op alle geselecteerde passages liepen de gerapporteerde emoties juist sterk uiteen. Hij was daar blij mee: zo kan hij de emoties koppelen aan de geregistreerde hersenactiviteit. Hebben lezers die walging voelden misschien de minste activiteit? Vertonen lezers die gelukkig werden in een ander deel van hun hersenen activiteit? Zondag was de laatste testdag, het Herseninstituut gaat zich nu zetten aan de analyse van de gegevens. 
Ook was het zonneklaar dat de lezers meer emotie voelden dan de schrijver. Grunberg was in november 2013 aan dezelfde snoertjes vastgeketend als zijn lezers – maar de wekenlange metingen hadden geen merkbaar resultaat opgeleverd. Hij was geconcentreerd bezig de woorden op de juiste plaats te krijgen om het gewenste effect te krijgen. Eventuele gevoelens – vreugde om de vondsten, deernis om het lot van zijn personages – had hij waarschijnlijk gehad op die onmogelijk van tevoren te voorspellen momenten dat hij het verhaal bedacht.
Aan het slot van de presentatie las de actrice Halina Reijn de passage voor die de meeste emotie had opgeroepen. Over de aard van de emotie werd niets onthuld, maar dát hij gevoelens losmaakte was begrijpelijk. In het fragment ontdekt Lilian dat ze, ondanks haar opgelopen mensenallergie, verliefd is op Seb. Dat had iets on-Grunbergachtig ontroerends. Maar Seb had duidelijk een tik van de molen gehad: hij was ervan over-tuigd dat er camera's in zijn kat waren geïnstalleerd om hem te bespioneren. Regelmatig was er gegrinnik te horen. 
Zo bleek eens te meer: minachting, woede of boosheid zijn zeker niet de enige emoties die de nieuwe Grunberg oproept. Lees de novelle en onderzoek het bij uzelf.
(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 24 feb)

Zie ook: