dinsdag 7 april 2015

De Vlaamse uitgeverij anno 2015 (2): verkoop binnen en buiten de boekhandel (Boekblad)

Voorraadbeheer
Lannoo heeft problemen gehad met voorraadbeheer. 'Te grote voorraden hingen als een molensteen om de nek van veel uitgeverijen', zegt Ghysels. 'Ook wij hadden moeite om het voorradenbeleid snel genoeg af te stemmen op marktontwikkelingen. Terwijl de markt krimpt, werd er toch meer aangeboden. Door per divisie scherp te kijken naar oplage- en het uitgavebeleid en oude voorraden te liquideren, hebben we in 2014 het lek kunnen dichten. Zo'n operatie kost gewoon een paar jaar.'
Het Davidsfonds voelde de noodzaak om het risico te beperken, zoals directeur-uitgever Katrien De Vreese het omschrijft. Geen 90 titels per jaar meer, maar 75. 'En dan geen segmenten schrappen, maar per segment scherper kiezen. Dat betekent: nog intensiever spreken over de uitgeefbeslissing, nog beter verkoopkansen inschatten, nog nauwkeuriger de oplage calculeren, meer inzetten op de kansen van alle mogelijke marketingtools. Daardoor haalden we in 2014 de vooraf opgestelde doelstellingen.'
Zij vindt het aanhoudende succes van sommige titels dé trend van vorig jaar. Als je een titel bij dat selectie lijstje hebt, prima. 'Zo stond 14-18 Oorlog in België van prof. Luc de Vos weken op nummer 1 – met een handelsprijs van 55 euro, het was misschien het duurste boek dat ooit op nummer 1 heeft gestaan. In totaal hebben we zo'n 15.000 exemplaren ervan verkocht.' Maar wat als dat niet lukt?
'Wij proberen vooral de mogelijkheden van onze database nog beter te benutten', zegt De Vreese. 'Het Davidsfonds heeft 45.000 leden-gezinnen. Daarvan hebben wij alle gegevens. Wij kunnen hen mailen als we weten dat ze ergens in geïnteresseerd zijn. Zo verkocht onze afdeling cultuurreizen vorig jaar het – gezien het upmarket aanbod – gigantische aantal van 3700 reizen. Al die mensen kunnen wij attenderen op boeken die nauw aansluit bij de gemaakte reis.'

Branchevreemde kanalen
Ook voelen uitgeverijen een groeiende noodzaak om branchevreemde kanalen te benaderen. Zeker nu bonnenacties in samenwerking met mediapartners – jarenlang een ideaal middel om vooral oud fonds te exploiteren – niet meer zo effectief zijn als vroeger. 'Onze vertegenwoordigers hebben de opdracht om in hun gebied constant te kijken naar mogelijkheden', zegt Werck van Clavis. 'We hebben in de buurt zelfs een shop-in-shop in een schoenwinkel.'
Het Davidsfonds heeft sinds vorig jaar boeken liggen bij biologische ketens als Bioshop (twintig filialen in Vlaanderen en Wallonië) en Biovita (drie filialen) en outdoorketen A.S. Adventure (meer dan veertig filialen in België, Luxemburg en Frankrijk). 'Je moet elke kans op een verkoop aangrijpen,' zegt De Vreese. 'Meer dan vroeger is het belangrijk je boeken dan bij het juiste publiek te brengen. Dat je de melk bij de kat zet. Bij A.S. Adventure komen reizigers, dus daar liggen onze gidsen.'
Tegelijk moet het potentieel van het branchevreemde kanaal niet worden overschat. 'Nichewinkels als hobbyzaken kopen hoogstens vijftig titels in,' zegt Van Halewyck. 'Het versterkt juist het winner takes all-effect, wat de retouren weer vergroot. Je kunt wel per titel nichewinkels benaderen, maar dat is dure prospectie. Wij kiezen selectief, maar hebben ook een breed gamma – van kookboeken en politieke boeken tot haak- en breiboeken. Dan kun je veel winkels maar met één of twee titels benaderen.'
Ook De Eenhoorn vindt branchevreemde kanalen benaderen te weinig opleveren. Desmyter probeert afnemende verkoop via onderwijs en bibliotheken dan eerder te compenseren door bestaande kanalen beter te benutten. Zo bemande hij dit jaar voor het eerst op de NOT een stand om de Nederlandse onderwijsmarkt te benaderen. Ook richt hij zich op rechtstreekse verkoop: de eind januari gelanceerde nieuwe website heeft voor het eerst een verkoopfunctie.
Demuynck van Witsand ziet het in de combinatie: én de boekhandel én branchevreemden én rechtstreekse verkoop. 'De grootste innovatie in de uitgeverij is niet het e-boek of zo, maar de manier waarop lezers worden benaderd. Uitgeverijen moeten daar zo creatief mogelijk in zijn. Ook door zelf evenementen te organiseren. Voor ons handboek over rouwbegeleiding organiseerden wij symposia in Nederland en Vlaanderen. Daar kwamen beide keren 160 mensen op af.'

De Vlaamse Boekhandel
Ondanks groeiende noodzaak buiten de boekhandel te verkopen overheerst bij uitgeverijen een positief gevoel over de ontwikkelingen bij de Vlaamse boekhandel. De verkoop via het belangrijkste verkoopkanaal liep in 2014 terug met 4,8 procent in omzet en 6,6 procent in afzet – bovenop de omzetverliezen waarmee onafhankelijke boekhandels en ketens al zeker sinds 2010 onafgebroken kampt, de laatste jaren vooral ten gunste van de online verkoop. En toch.
'Omdat wij geen vaste boekenprijs kennen, was het dood hout al lang en breed weg', zegt Vanschoonbeek. 'Nu zijn de onafhankelijke Vlaamse boekhandels goed bezig door samen te werken binnen Confituur, dat beter werkt dan vroeger Colibro. Confituur voert actie met boeken die echt bij hun karakter passen. Jozef en zijn broers van Thomas Mann bijvoorbeeld. Colibro had vaak bonnetjesacties met goedkope boeken voor vijf of zeven euro die niet bij hun dna pasten.'
'Vanuit de houding: we moeten wel, is er veel dynamiek bij de boekhandel', zegt Werck. Hij wijst op de eigen 'conceptwinkel' van Clavis op het kantoor in de abdijsite Herkenrode. 'Wij hebben daar speelhoekjes en luisterwinkels. We hebben elke zaterdag een programma. We huisvesten kinderverjaardagsfeestjes op basis van een thema. Van de zomer komt er op het plein hiervoor een festival. Al die dingen zie je ook elders steeds meer. Hoe meer, hoe liever het ons is.'
Davidsfonds is een zelfs intensieve samenwerk gestart door shop-in-shops te openen in de kinderboekhandels i-Boeks (Gent-Ledeberg) en De Kleine Johannes (Leuven), dat vorig jaar Davidsfonds' eigen boekhandel heeft overgenomen. De Vreese: 'Daar liggen, voorlopig als experiment voor een jaar, al onze uitgaven, ook voor volwassenen, plus onze folders en catalogi. Al onze leden in de regio wijzen we daarheen. Ook organiseren we daar in de winkel workshops en lezingen voor hen. Dat werkt zeer positief.'

Wel waakt Van Halewyck voor overschatting van alle initiatieven bij boekhandels. 'Ik heb veel bewondering voor de Confituurwinkels. Maar als hun dertig leden ieder drie exemplaren inkopen, gaat het om 90 stuks in totaal. Daar kun je geen uitgavebeleid op enten. Wat Lebowski met de Book of the Month-club doet is in Vlaanderen ondenkbaar, omdat onze uitgaven moeilijk boven Breda verkopen. Essentieel blijft dus dat Standaard Boekhandel mee in stapt.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, feb 2015. Vervolg van gisteren, morgen het slot)

Zie ook:
- Het recente geschenk van Confituur 

maandag 6 april 2015

De Vlaamse uitgeverij anno 2015 (1): groei of geen groei? (Boekblad)

Het nieuws dat WPG had besloten de werkmaatschappij De Bezige Bij Antwerpen wegens te grote verliezen op te laten gaan in De Bezige Bij Amsterdam, precies tijdens de Vlaamse Boekenbeurs, veroorzaakte een storm van protest in de Vlaamse literaire wereld. Hoe gaat het met de Vlaamse uitgeverij anno 2015. Zeven uitgevers vertellen. Alleen Standaard Uitgeverij niet.

Rudy Vanschoonbeek kijkt terug op een uitzonderlijk goed jaar voor uitgeverij Vrijdag. De omzet pluste maar liefst een procent of vijftig. Woesten van Kris van Steenbergen was dé uitschieter. In 2013 liep de roman al goed, dankzij de uitverkiezing door het DWDD-panel. In 2014 kwamen er, mede door toekenning van drie Vlaamse debuutprijzen, 12.000 exemplaren bij. 'De Duitse rechten zijn aan Klett-Cotta verkocht voor een bedrag van vijf cijfers', zegt de uitgever. 'Dat had ik nooit durven dromen.'
Ook in de breedte deed Vrijdag het goed. 'Het jaaroverzicht van Ivan de Vadder en Karl Meersman kwam op 9 december uit, door de media-aandacht gingen er toch nog 7.500 exemplaren weg', somt Vanschoonbeek op. 'De nieuwe romans van Fikry El Azzouzi en Luc Boudens hebben we kunnen herdrukken. Van De Poppendokter van Diane Broeckhoven hebben we een derde druk kunnen opleggen.'

Groei
De markt daalde in Vlaanderen volgens de GfK-cijfers voor het derde jaar op rij. In 2012 liep de omzet terug met 1,8 procent, in 2013 met 2,7 procent en het afgelopen jaar nog eens 1,9 procent. In 2011 was de totale omzet van het papieren boek 209,4 miljoen euro – drie jaar later nog maar 195,8 miljoen euro. Een verlies van 6,5 procent, ondanks een stijging van de gemiddelde prijs van 12,66 euro naar 13,06 euro. De groeiende digitale verkopen kunnen dat maar deels compenseren.
Toch is Vrijdag bepaald niet de enige uitgeverij die terugblikt op een positief 2014. Luister naar een jong bedrijf als uitgeverij Witsand (opgericht in 2008). 'Na de investering in het begin maken we nu een mooie winst', zegt eigenaar Dirk Demuynck. 'De afgelopen drie jaar steeg de omzet jaarlijks minstens tien procent. Vertrekkend vanuit behoeftes in de markt die wij waarnemen vinden we allerlei kleine niches waarin we groot kunnen worden door die intensief te bewerken. Dat loopt van boeken over rouwbegeleiding tot legal thrillers.'
Of de marktleider in Vlaanderen die WPG in 2014 van de troon stootte: Lannoo. 'Wij groeiden met 5,2 procent', zegt directeur-uitgever Lifestyle en fictie Johan Ghysels – die spreekt, voor alle duidelijkheid, over Lannoo Uitgeverij, niet over de Lannoo Groep. 'Van de tien best verkochte kookboeken van 2014 hadden wij er vijf. Vier daarvan waren van Pascale Naessens. Maar de groei ligt niet aan één auteur. Wij hebben een dozijn uitgeefunits – tachtig, negentig procent daarvan is rendabel.'
Of gespecialiseerde kinderboekenuitgeverij Clavis. 'Nadat we in 2013 een bijzonder goed jaar hadden, met een double digit groei, is de omzet het jaar erop nog weer zes procent gestegen', zegt directeur Philippe Werck. 'In de Vlaamse boekhandel bleven we stabiel, maar in Nederland stegen we met meer dan tien procent. Ook de export – goed voor 35 procent van de omzet – groeide. We sloten 220 contracten voor co-edities en 374 licentiecontracten. Met uitgevers over de hele wereld.'

WPG
Is de krimpende markt dan alleen veroorzaakt door Standaard Uitgeverij, dat niet wilde meewerken aan dit artikel? Aan de vooravond van de boekenbeurs maakte moederbedrijf WPG bekend De Bezige Bij Antwerpen als zelfstandige werkmaatschappij op te heffen en het afgeslankte uitgeefprogramma bij Standaard Uitgeverij onder te brengen. Er vielen zeven ontslagen. Vakbonden lieten weten dat het niet de eerste ontslagronde was dat jaar. Steeds verloor een klein groepje zijn baan.
Of vertellen de GfK-cijfers maar een deel van het verhaal? De cijfers dekken 88 procent van de verkoop in de Vlaamse retail. Dat klinkt als: bijna compleet. Maar De Eenhoorn heeft de export naar Nederland, mede door de Woutertje Pieterseprijs voor Kelderkind van Kristien Dieltiens en het Gulden Palet voor Het hondje dat Nino niet had van Anton van Hertbruggen en Edward van den Vendel, flink zien toenemen. 'Vorig jaar verkochten tachtig boekhandels in Nederland onze uitgaven voor het eerst', zegt directeur Bart Desmyter. 'Daardoor steeg onze Nederlandse omzet 25 procent.'
De export is niet meegenomen in de cijfers – net zo min als de boeken die De Eenhoorn op factuur verkoopt aan onderwijsinstellingen in Vlaanderen en bibliotheken in Nederland. 'Dat is beide teruggelopen door besparingen in het onderwijs en bezuinigingen bij bibliotheken. Gecombineerd met een groei van de omzet via de Vlaamse boekhandel van 5,5 procent had ik in totaal een lichte plus. Het is ook mijn indruk dat de globale markt heel stabiel is. Zeker vergeleken met Nederland heeft de sector echt niet te klagen.'
Demuynck van Witsand ziet zelfs een nieuw type uitgeverij ontstaan dat volledig onder de radar van GfK opereert. Uitgeverij Neno, geeft hij als voorbeeld.  'Een eenmansbedrijf dat boeken in opdracht maakt, onder andere voor Unizo [De Unie van Zelfstandige Ondernemers, md]. Dat soort uitgeefinitiatieven die buiten de klassieke kanalen opereren, zie je steeds vaker.'

Economische crisis
Niet dat Vlaamse uitgeverijen niets merken van de economische crisis. Geen enkel bedrijf kon de afgelopen jaren fluitend op de vertrouwde voet verder. De Eenhoorn maakt bijvoorbeeld sinds enige tijd werk van de al lang gevoelde wens om te diversifiëren. Niet alleen maar prentenboeken voor het smalle cohort van twee- tot vierjarigen die ook nog eens hoofdzakelijk met elkaar concurreren, maar ook leesboeken voor acht-plus, tekenboeken en strips voor eerste lezers.
Bart Desmyter: 'We opereren op een relatief kleine markt. En dan ook nog in een niche met lage oplagen. Wij hebben geen Leven van een loser – onze gemiddelde oplage zijn 1500. Dat was vroeger eerder 2000. Door de daling wordt de stuksprijs duurder. Dat kun je opvangen door naar goedkopere druklanden te trekken, zoals we hebben gedaan. Maar ook door uitgaven minder met elkaar te laten concurreren.'
Andre van Halewyck van de gelijknamige uitgeverij maakt zich zorgen om de groeiende retourenstroom. 'Wij hadden een stabiele omzet in 2014, onder andere door Mijn 200 klassiekers van Jeroen Meus. Hiervoor zijn we veel strenger geweest in de uitzet, na de grote retourenstroom van Meus' Dagelijkse kost 4 en Dagelijkse kost 5. In Nederland konden uitgevers nee tegen Polare zeggen toen die honderd procent recht van retour eiste. In Vlaanderen is dat recht onhoudbaar geworden.'

Het is vooral problematisch omdat uitgeverijen volgens Van Halewyck steeds afhankelijker worden van enkele sterke titels. 'Van iedere titel komt onvermijdelijk een moment dat de verkoop dood valt. Als je te veel hebt uitgezet, komt de rest onherroepelijk terug. Dat betekent: nog voorzichtiger zijn met herdrukken. Dat leidt ertoe dat je van een boek dat veel in de media is geweest, 5.000 exemplaren verkoopt en je dan de auteur moet uitleggen dat je na twee maanden tóch niet herdrukt. Lastig.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, feb 2015. Wordt morgen vervolgd – en overmorgen)

Zie ook:

zaterdag 4 april 2015

Hoe werken basisschool De Ommewending (Veendam) en Biblionet Groningen samen?

'Zonder lezen kun je niets, is tegenwoordig het besef'

Catharina Drenth is schoolleider van Jenaplanschool De Ommewending in Veendam, dat ondersteuning kreeg van het Lezen is Leuk-project. Jacqueline Mug, manager bibliotheken van Biblionet Groningen, is haar partner van de openbare bibliotheek.

Is de gloednieuwe schoolbibliotheek van de openbare Jenaplan basisschool De Ommewending? Dan op z'n minst de schoolbibliotheek van de kinderen. De leerlingen houden de bibliotheek helemaal zelf draaiend. In de ochtendpauze, van kwart over tien tot half elf, openen de twee bibliothecarissen die dienst hebben – afkomstig uit groep 3 tot en met groep 8 – de deuren. Ze lenen de boeken uit, zorgen voor herinneringen als iemand te laat is met inleveren, zetten alles netjes.
'Dat is Jenaplanonderwijs,' zegt schooldirecteur Drenth. 'Dat gaat uit van levend onderwijs. Maar het is schitterend om te zien, hoe serieus ze het nemen. Als je ze aan het bureau achter de laptop ziet zitten om boeken uit te lenen. Ze vinden het een echt baantje. Ze moeten er ook voor solliciteren. Ze moeten in een foutloze, goede sollicitatiebrief uitleggen wie ze zijn, hoe oud, waarom ze bibliothecaris willen worden. De meesten zeggen dan: lijkt me leuk.'
'Ik weet nog dat ik hier was vlak voor de opening van de nieuwe schoolbibliotheek,' vult Mug aan. 'Toen vroeg een jongetje waarom ik hier was. "Voor de bibliotheek", zei ik. En hij: "O, daar werk ik ook!". Hij was zo trots. Geweldig om te zien.'

De schoolbibliotheek is een grote verrijking. Er waren wel boeken beschikbaar voor de kinderen. Maar vraag niet wat. De bibliotheek was verouderd en geld ontbrak voor nieuwe boeken. Niet ieder boek zag er nog even fris uit. Vergelijk dat eens met het uitgebreide aanbod van nu, op tientallen planken in keurige kasten voorzien van frisse logo's. Het aanbod bevat veel recente titels, die veelal populair zijn bij de kinderen. Met de Het leven van een loser-serie van Jeff Kinney voorop.
Het is vooral een verrijking omdat de 82 leerlingen weinig alternatief hebben. De Ommewending is gevestigd in Ommelanderwijk, een dorp op een paar kilometer van de stad Veendam. Zonder goede bibliotheek op school moet elke leerling óf thuis boeken kunnen lezen (wat zeker niet voor iedereen geldt) óf een kilometer of vijf fietsen, dwars door een bedrijventerrein, naar de Bibliotheek – en dan nog eens vijf kilometer terug. Voor kinderen tot een jaar of twaalf is dat al gauw te ver.
'Tot voor kort kwam in het dorp een bibliobus', vertelt Drenth. 'Groep voor groep ging daarheen om boeken te halen. Maar toen werd die wegbezuinigd. De manager van de Bibliotheek heeft alle schoolleiders en de gemeente Veendam uitgenodigd om te praten over mogelijke oplossingen om kinderen te laten blijven lezen. De Bibliotheek op school was een van de mogelijkheden. Dat we daarbij ook in aanmerking kwam voor Lezen is leuk was helemaal een geschenk uit de hemel.'

De Ommewending was een van de eerste zes pilotscholen van Lezen is leuk (zie kader). Drenth: 'We hebben ook nog zelf geïnvesteerd, sponsors gevonden en kasten van de Bibliotheek gekregen. Maar zonder deze investering van Lezen is leuk hadden we deze bibliotheek nooit kunnen realiseren. Kijk naar deze twee prachtige kasten die we via het project hebben gekregen: met veel mogelijkheden om boeken frontaal te presenteren. Dat is heel belangrijk, omdat kinderen boeken kiezen op basis van de voorkant.'
Het is niet dat De Ommewending weinig aan lezen doet. Iedere klas, ook de kleutergroepen, kent leeskringen en boekbesprekingen. De oudere kinderen lezen in het kader van 'boekenmaatjes' een prentenboek voor aan kleuters, waarbij ze ook leren hen gerichte vragen daarover te stellen en naderhand een recensie over het boek schrijven, die wordt bewaard in een kaartenbak. Ook ouders zijn bij het leesonderwijs betrokken: zij beheren van oudsher de bibliotheek voor de kleuters.
Maar de collectie dichtbij is een extra impuls van gewicht. Drenth: 'Ik werk hier al sinds 1979. In die tijd is lezen alleen maar belangrijker geworden. Zonder lezen kun je niets, is tegenwoordig het besef. In een taalarm gebied als Oost-Groningen heeft men van huis uit geen uitgebreid vocabulaire. Daarom moet er zo veel mogelijk worden gelezen om de woordenschat uit te breiden. Dat gebeurt nu eenmaal sneller als boeken dichter bij de hand zijn – zowel fysiek als in overdrachtelijke zin.'
Dat tegelijkertijd de banden met de bibliotheek worden aangehaald, omdat Lezen is leuk alleen wordt toegekend als de school gebruik gaat maken van de Bibliotheek op school, is mooi meegenomen. 'De Bibliotheek voedt ons met nieuwe boeken en nieuwe ideeën', zegt Drenth. De leesconsulenten zorgen ook voor lezingen en workshops voor leerkrachten. Ik zou er niet aan moeten denken als de Openbare Bibliotheek er niet meer is. Ik vind het ook vreselijk dat in veel dorpen vestigingen sluiten. Een enorme verarming.'
'Het is vooral goed dat onze samenwerking nu structureel is', zegt Mug. 'We hebben duidelijk vastgelegd wie wat doet en wie wat betaalt. Er is daarvoor een contract ondertekend met een looptijd van drie jaar. We kunnen gebruikmaken van elkaars ervaring en deskundigheid en er zo echt voor zorgen dat kinderen méér lezen.'

Een van de hoogtepunten van het Lezen is leuk-project was de boekhandel op school om de boekenbonnen in te wisselen. De eigenaar van de Primera in Veendam had 'echt zijn best gedaan', zegt Mug. 'Hij had niet zomaar wat boeken meegenomen, maar echt boeken die kinderen in deze leeftijd leuk vinden. Als sommige populaire titels op waren – ja, Het leven van een loser – drukte hij de kinderen niet een ander boek in handen, maar gaf hen een bonnetje. Kregen ze het gewenste boek later alsnog.'
Ook een eigen boek bezitten is een sterke impuls om meer te gaan lezen, vindt Drenth. Of Lezen is leuk dat effect ook heeft, moet nu blijken. De Ommewending heeft nog geen resultaten uit de leesmonitor – maar dat er statistisch materiaal komt waarop verder kan worden gebouwd, is voor Drenth al belangrijk genoeg. Daarbij: 'Ik zie hoe enthousiast ze zijn. Ze raden elkaar boeken aan, maken elkaar nieuwsgierig. Ik hoorde zelfs van een dochter die tegen haar moeder zei dat ze moest gaan lezen – in plaats van andersom. Dan moeten de resultaten ook wel goed zijn.'

KADER
Lezen is leuk is een initiatief van Stichting Lezen dat wordt gefinancierd door Stichting Kinderpostzegels Nederland. Doel is de taalontwikkeling van kinderen in krimpregio's te stimuleren door hen een rijke leesomgeving te bieden en, via de Bibliotheek op school, het lezen bij hen te bevorderen. Dat betekent concreet dat 100 scholen voor 2.500 euro boeken en voor 1000 euro kasten mochten aanschaffen, en voor 1000 euro boekenbonnen mochten verdelen aan hun leerlingen.
(Eerder gepubliceerd in de brochure 'De Bibliotheek op school')

woensdag 1 april 2015

Voorzitter Hans van Velzen van de inkoopcommissie e-content van de openbare bibliotheek (Bibliotheekblad)

De aanschaf van e-content gebeurt sinds dit jaar onder de vleugels van de KB. De eerste ervaringen van inkoopcommissie-voorzitter Hans van Velzen zijn positief. De nieuwe adviesgroep formaliseert de inbreng van de werkvloer.

Hans van Velzen: 'Ik moet de KB een compliment maken voor de manier waarop ze met branche proberen samen te werken'

Twee keer is de inkoopcommissie e-content inmiddels bij elkaar gekomen onder voorzitterschap van Hans van Velzen. Merkt hij al iets van de professionalisering waartoe de overgang van de aanschaf van e-books van Stichting Bibliotheek.nl (BNL) naar de Koninklijke Bibliotheek (KB) zou leiden? 'Dat zie ik nog even aan. Ik zou het werk van de oude inkoopcommissie tekort doen als ik dat nu al beweerde', zegt hij. 'Maar het is duidelijk dat de KB een professionele inkooporganisatie heeft met jarenlange ervaring. Wat BNL deed, was meer pionieren.'
Ook moet de overgang evidente synergievoordelen hebben, schat Van Velzen in. 'Alle contracten zijn nu in één hand. In het verleden zaten KB en BNL elkaar soms in de weg. In sommige gevallen onderhandelden ze met dezelfde uitgeverijen, zoals LexisNexis. Dat is nu niet meer zo. Aan de andere kant is de KB meer een wetenschappelijke bibliotheken, daar gelden andere regimes voor. En in het verleden informeerden we elkaar al over de inkoop. Het moet dus nog blijken hoe groot de schaalvoordelen precies zullen zijn.'

Feitelijk niet veel veranderd
Tot 1 januari was de inkoopcommissie onderdeel van de VOB, benoemd door de algemene ledenvergadering. De inkoop werd gefinancierd door het omslagstelsel (vorig jaar 35 cent per inwoner) en uitgevoerd door BNL. Sinds dit jaar is de inkoopcommissie onderdeel van de KB, waarover de bibliotheken er formeel niets meer over te zeggen hebben. De inkoop wordt nu gefinancierd uit de onttrekking aan het gemeentefonds (8 miljoen euro in 2015, stapsgewijs oplopend naar 12,2 miljoen in 2019) en uitgevoerd door de KB, waarin BNL is opgegaan.
Toch is er feitelijk niet veel veranderd in de aanschaf van e-content. De KB, zo staat in de Wet Stelsel Openbare Bibliotheken (WSOB), mag alleen e-content voor de openbare bibliotheken inkopen op advies van de VOB-leden. De hele organisatie van het inkoopproces is daarop afgestemd. De VOB benoemt vier van de zes leden van de inkoopcommissie – de KB de andere twee. Deze commissie stelt een jaarplan op dat wordt voorgelegd aan de ALV van de VOB, én keurt na toetsing op haalbaarheid en financiering het inkoopvoorstel van de KB goed of af.

Nieuwe adviesgroep
Daarbij wordt de inkoopcommissie ondersteund door een nieuwe adviesgroep voordracht e-content, waarvan de vijf leden allemaal afkomstig zijn uit de openbare bibliotheeksector en ook worden benoemd door de VOB [zie kader voor de samenstelling]. Deze leden zijn nadrukkelijk geen directeuren, maar werkzaam op de vloer. Ze moeten precies weten waar de leden behoefte aan hebben. Meer content voor de jeugd? Minder content in bestandsvorm X ten gunste van bestandsvorm Y? De commissie komt minimaal vier keer per jaar bij elkaar om zulke informatie door te spelen.
Van Velzen: 'Wij kunnen natuurlijk zelf ook vragen hebben. Wat vinden jullie van deze nieuwe aanbieder? Of: past deze content bij ons aanbod? Een recent voorbeeld is Digisterker, waarvan de ALV wilde dat wij het aanbod onderzoeken. Dat soort vragen stelde de oude inkoopcommissie ook wel. Lotte [Sluyser, destijds directeur van de OB Zuid-Kennemerland] had een paar goede mensen, die ze beantwoordden. Die band met de praktijk is nu geformaliseerd. Omdat de commissie ook digitaal kan overleggen hebben we hun advies iedere keer binnen voorafgaand aan onze vergadering.'

Eerste ervaringen positief
Van Velzen zelf is, ondanks zijn terugtreden als directeur van de OBA, aangebleven als voorzitter van de inkoopcommissie. De reden is dat juist in de overgang te veel ervaring verdween: commissielid Sluyser werd directeur van het Nederlands Uitgeversverbond (NUV), BNL-directeur Diederik van Leeuwen vertrok en KB-commissielid Lily Knibbeler, die medio 2014 juist tot de commissie toetrad om de overgang soepel te laten verlopen, werd waarnemend algemeen directeur van de KB. Hoewel de zittingstermijn van de nieuwe commissie twee jaar is, vertrekt Van Velzen mogelijk al na een jaar.
Zijn eerste ervaringen over de veranderingen – die eind 2016 officieel worden geëvalueerd – zijn onmiskenbaar positief. 'De KB probeert echt op een goede manier de betrokkenheid en de invloed van VOB te laten gelden,' zegt hij. En: 'Ik moet de KB een compliment maken voor de manier waarop ze met branche proberen samen te werken. De kaders, die ik op de jongste ALV heb voorgelegd, zijn goed met elkaar afgestemd.' Ook heeft de KB er goed zorg voor gedragen dat lopende contracten met uitgevers per 1 januari door de KB worden betaald.
De KB heeft ook belang bij een goede relatie, onderstreept Van Velzen. 'De KB heeft prachtige bestanden, waar leden van de openbare bibliotheek nog maar weinig gebruik van maken. Dat kun je gewoon aan de cijfers zien. Denk aan de DBNL, maar de KB heeft ook tijdschriften, kranten en tal van andere materialen digitaal ontsloten. Historische kranten uit de oorlog bijvoorbeeld. Mijn idee is dat het gering gebruik komt omdat die bestanden gewoon te onbekend zijn. De KB heeft er dus veel bij te winnen als ze een betere ingang krijgen bij openbare bibliotheken.'

Een derde van alle transacties
Ondertussen gaat het goed met de uitleen van e-books, vindt Van Velzen. Alle transacties met e-books, legt hij uit, loopt via CB Logistics – zonder onderscheid tussen koop (via bijvoorbeeld Bol.com of Amazon.nl) of huur (vrijwel uitsluitend via de bibliotheek). 'Een derde van alle transacties liep vorig jaar via de bibliotheek. Daarbij zag je met name in de tweede helft van het jaar een enorme groei. Mijn vermoeden is daarom dat onze opmars dit jaar alleen maar doorgaat. Het zou me niet verbazen als we in 2015 de helft van alle transacties hebben.'
Daarbij raakt het e-bookaanbod van bibliotheken steeds meer geïntegreerd in het totale aanbod in Nederland. Van Velzen noemt de poëzie-app tijdens de Gedichtenweek van dit jaar: de organiserende CPNB verwees in alle uitingen naar de app. Het was een volwaardig onderdeel van de week. 'Dat versterkt het gebruik van ons aanbod.' En de KB is gesprekken opgestart om toe te treden tot de Lees-ID: een virtuele boekenkast waar alle aankopen van e-books bij elkaar staan. 'Straks kan de gebruiker daar ook zien welke e-books hij allemaal van de bibliotheek heeft geleend.'

Steeds meer actuele titels
Mede daardoor zijn uitgevers toeschietelijker in de onderhandelingen, merkt Van Velzen. 'Een uitgever die met ons een afspraak maakt, heeft meteen een grote klant die in het hele land opereert. Daarbij betalen we netjes. En, ten derde, wij zorgen ervoor dat het publiek ziet dat het mogelijk is om eenvoudig op een legale manier e-books te lezen. Ons aanbod bestrijdt zo piraterij. Daar zijn uitgevers erg gevoelig voor. We kunnen ook al vaker toppers aanbieden. Zo zat Isa Hoes – nog altijd in de Bestseller 60 – in de vakantiebieb. Ook de poëzie-app had een redelijk actueel aanbod.'
Dat neemt niet weg dat er nog altijd uitgevers zijn die niet met bibliotheken in zee willen gaan. Dom, vindt Van Velzen, maar hun goed recht. 'Het ideaal blijft daarom dat e-books onder het leenrecht vallen en we één totaalafspraak te kunnen maken.' Vooruitlopend op verwezenlijking daarvan – Van Velzen is ervan overtuigd dat de lopende rechtszaak de gewenste uitkomst zal hebben – probeert de inkoopcommissie een vast stramien te hanteren. 'Nu al rekenen wij standaard 12 cent voor titels van minimaal drie jaar oud, het tarief dat we ook voor papieren boeken hanteren.'

Geen pluspakket meer
Het basispakket digitale content van 2015, medio maart gepubliceerd, omschrijft in vijf pagina's diverse apps en databanken. Het e-bookplatform telt inmiddels meer dan tienduizend titels, zegt Van Velzen. Wat hem betreft komt er geen apart pluspakket meer. 'Formeel is het nog niet van de baan. Maar ik vind het huidige aanbod – zo omvangrijk, helemaal gratis bij je lidmaatschap – erg aantrekkelijk. Ik kan me wel voorstellen dat we voor diegenen die per se nu al de nieuwe Maarten 't Hart willen lezen, met een soort sprinterservice komen. Voor die titel moet je dan tijdelijk, bijvoorbeeld zo lang het in de top 100 staat, betalen.'
Is er wel ruimte voor meer specials zoals bijvoorbeeld de 'Lezen voor je lijst'-app die BNL-directeur Diederik van Leeuwen ooit aankondigde? 'Dat wordt van geval tot geval bekeken. Diederik was een enthousiast iemand die in staat is snel dingen aan elkaar te koppelen. De KB is een ambtelijker organisatie. Dat leidt tot nauwgezettere inkoop: gebeurt het helemaal volgens de mededingingsrechtelijke regels? Maar ook zullen ze niet snel in allerlei acties springen. Ze zullen zich eerst afvragen: past dat wel bij ons? kunnen wij dat wel?'
Maar dat komt wel goed, verwacht van Velzen. 'KB en bibliotheken moeten een beetje aan elkaar wennen. En zoals zij ons zullen beïnvloeden, zullen wij de KB beïnvloeden.'

Betere site en promotie
Wat nog beter kan aan het bibliotheekaanbod is de site zelf – nog altijd weinig meer dan een rudimentaire kaartenbak. 'Ik kijk regelmatig bij Bol.com', zegt Van Velzen. 'De technieken die zij aanwenden om de vraag te ontwikkelen en het lezen te bevorderen. Ik vind dat heel knap. Onze site kan mooier. We kunnen ook meer betekenen op het gebied van contextualiseren. Bijvoorbeeld door alle verschijningsvormen van een titel, van boek tot luisterboek, bij elkaar te brengen. Of door achtergrondinformatie te verschaffen met filmpjes. Dat kan niet met alles, maar wel met titels die in de actualiteit staan.'
Ook de bibliotheken moeten nog altijd meer doen om het e-bookaanbod te promoten. 'Het is van hun. Zij betalen ervoor. En nog altijd wordt er niet op elke bibliotheeksite naar het aanbod doorgelinkt. Ze moeten beseffen: hoe vaker e-books worden gebruikt, hoe beter onze positie in deze markt. Bibliotheken zien allemaal dat het aantal uitleningen daalt. Als klanten zich dan afvragen of hun lidmaatschap nog wel het geld waard is, denk ik dat ze die vraag positief blijven beantwoorden als ze weten hoeveel e-books ze erbij krijgen. Ook daarom ben ik voor één groot basispakket.'

Brede literaire spectrum
En wat vindt Van Velzen van de aanbevelingen van Frank Huysmans bij een recent internationaal vergelijkend rapport aan e-bookuitleenmodellen? Met name van zijn oproep niet alleen bestsellers aan te bieden, maar de volle breedte van het literaire en culturele spectrum? 'Daar ben ik natuurlijk van harte mee eens. Ook daarom wil ik dat e-books onder het leenrecht vallen: dan kunnen we uit het hele aanbod kijken wat bij onze doelstellingen past. Maar ook nu al ziet de KB het als zijn taak om een breed aanbod in te kopen. Wij sluiten geen enkele uitgever uit.'
(Eerder gepubliceerd op Bibliotheekblad.nl, 30 maart 2015)

maandag 30 maart 2015

Bibnet heeft veel geleerd over het gebruik van e-boeken. Directeur Jan Braeckman legt uit (Bibliotheekblad)

Vlaamse bibliotheken lenen vanaf mei geen e-boeken meer uit. De pilot heeft echter voldoende positieve tekenen en lessen opgeleverd om verder te kunnen. Bibnet belooft voor volgend jaar een verbeterde app met een uitgebreidere collectie.

Nog een week of zes, dan – op 6 mei – trekt Bibnet de stekker uit 'E-boeken in de Bib'. Tot grote teleurstelling bij directeur Jan Braeckman? 'Nee. Het was vanaf het begin een pilot dat we gingen evalueren.' Liever benadrukt hij de positieve opbrengst van de proef. Bibliotheken waren enthousiast: 215 van de 308 organisaties deden mee. De 'zeer voorzichtige' uitgevers toonden zich in de loop van het project bereidwilliger om samen te werken. En gebruikers blijken bereid te betalen voor e-boeken. 
De reden dat Vlaamse bibliotheekleden over anderhalve maand desondanks geen e-boeken meer kunnen lenen, is het falen van de app. Uit de afgenomen enquête bleek dat 64 % van de gebruikers in de categorie detractors valt– ofwel de groep mensen die actief een negatieve ervaring deelt. Voor iets meer dan de helft van de detractors was technische ongemak de reden hiervoor. Ze klaagden over onstabiliteit van de app, problemen met offline lezen en het ontbreken van paginanummers en een vastgehouden leespositie.

Niet permitteren
Braeckman: 'We hadden van tevoren nooit gedacht dat juist de techniek het doorslaggevende probleem zou zijn. Het is sneu dat we net daarom moeten besluiten het project niet te verlengen. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling om nog meer mensen te verleiden om ons product te gaan gebruiken als de helft ervan gefrustreerd raakt en daar vervolgens nogal wat ruchtbaarheid aan geeft. Dat kunnen we ons als bibliotheeksector niet permitteren.'
De enquête, ingevuld door 30 procent van de 4594 gebruikers, gaf de doorslag. Het bestuur van Bibnet besloot daarop de pilot niet te verlengen – óók omdat de leverancier van de app er niet in slaagde de problemen op te lossen. Evenmin kon het voldoende garanties geven dat het in de nabije toekomst wel met een stabiele app zou komen. In feite heeft de leverancier, zegt Braeckman, 'nooit de app opgeleverd die Bibnet heeft besteld'.

Schuld
Is het staken van het project dan de schuld van de leverancier? Braeckman wil lopende de 'gespannen' dialoog 'voorzichtig zijn' in zijn uitspraken. Wel zegt hij: 'Wij waren er vroeg bij. Al in 2010 legden we de basis van het project. We hebben toen keuzes gemaakt in de context van toen. Technische oplossing van bijvoorbeeld CB bestonden nog niet. We hebben daarom in de aanbesteding nogal wat gevraagd van leveranciers. Het voert wellicht wat te ver om precies uit te leggen wat.'
Bibnet heeft last gehad van de wet van de remmende voorsprong, meent hij. 'Maar het is ook een voordeel dat we opnieuw beginnen en dus kunnen uitgaan van de huidige, sterk gewijzigde context. Zowat alle uitgevers met wie ik spreek, verwijzen naar CB als hún oplossing en dat wij ons bij hen moeten aansluiten. Het is ook een voordeel dat Nederland – tegenwoordig de KB – ook gebruik maakt van CB. Wij kunnen leren van hun ervaringen. '

Belangstelling
Bibnet is tevreden over de belangstelling voor e-boeken – zeker in relatie tot het marktaandeel van e-boeken in Vlaanderen, dat in 2014 steeg van 1,2 % naar 2,9 %. Braeckman: 'Daarbij was het opvallend, zoals een bibliothecaris vertelde tijdens onze Denk- en Discussiedag over de pilot, dat vrij veel mensen langs kwamen om te vragen wat e-boeken zijn, hoe het werkt enzovoort – maar dat slechts een derde overging op aanschaf van een e-boekenkaart.'
Dat is een relevante les. 'Kennelijk verwachten mensen wel spontaan kennis over e-boeken van de bibliotheek, maar zien ze deze niet als de vanzelfsprekende plek om ze ook te lenen. De mensen die naar ons toekomen zijn vooral mensen die onzeker zijn: hoe zet je een e-boek precies op je tablet? Om een voorbeeld te geven. Het is niet heel kundig publiek. Daarin zit de meerwaarde van een e-boekaanbod voor de bibliotheek, maar dat heeft wel gevolgen voor de dienstverlening.'

Gebruik
Bibnet had daarentegen een groter gebruik van het e-boekaanbod verwacht. In de eerste tien maanden kochten de gebruikers bij elkaar 4594 e-boekenkaarten à 5 euro. Zij konden daarmee drie titels lenen uit het aanbod van in totaal 436 e-boeken. Zij hebben hun volledige tegoed nog niet gebruikt. Sterker: 44 % van het aangeschafte tegoed staat nog open. Tot nu toe leende slechts 58 % van de first users al een tweede titel na hun eerste, in te veel gevallen negatieve ervaring.
'Deels komt het tegenvallende gebruik doordat het veel tijd kost voordat het publiek het digitale aanbod van bibliotheken kent én bibliotheken weten hoe die onder de aandacht te brengen. We hebben dat gezien met onze digitale krantenbank. Pas nu, na een jaar of tien, is die optimaal geïntegreerd in ons aanbod en promotie naar specifieke groepen, en zien we het gebruik stijgen. Het klassieke gebruik van bibliotheken is verbonden met fysieke materialen. Het is een hele uitdaging dat uit te breiden naar digitale producten.'

Collectie
Het afhaken na het eerste e-boek komt natuurlijk door haperende technologie. Maar ook door de collectie. Een derde van de detractors klaagt over geringe omvang, te oude titels en het ontbreken van jeugdboeken en vertaalde titels. Al waren er creatieve bibliotheken die het probleem opvingen: in Bornem focuste de bibliotheek op e-boek als alternatief voor grootletterboeken. Zo werd én een duidelijke doelgroep aangesproken die goed bij de bibliotheek past én leek het aanbod opeens groot. Ook deze aanpak ziet Bibnet als een belangrijke les voor de toekomst.
Braeckman heeft goede hoop dat het aanbod vrij snel kan worden uitgebreid – voor actiematige producten à la de Vakantiebieb én een bredere basiscollectie, die ook andere dan Vlaamse auteurs bevat. De zes uitgevers met wie contracten zijn afgesloten (Vrijdag, Van Halewyck, Acco, Lannoo, WPG en VBK)  'zijn mee in het belang van e-boeken bij de openbare bibliotheken en willen erover praten', zegt Braeckman. Ook gesprekken met meer uitgevers ligt in de rede.

Gezamenlijke inkoop
Een gelijke werkwijze als in Nederland, uitgaande van het principe van multiple use, is een voordeel bij de inkoop. 'Het is belangrijk om in gesprek te blijven met KB en ervoor te zorgen dat onze modellen evolueren tot één model. Uitgevers vinden het ook interessant als er in het hele taalgebied maar één model is. Ik sluit daarbij niet uit dat we zelfs gezamenlijk inkopen. Het is nu nog te vroeg, maar het is zeker interessant om daar op termijn mee te experimenteren.'
Een verschil tussen beide landen is wel de financiële draagkracht. Niet alleen door het verschil in inwoneraantal, maar ook door het hogere bedrag per inwoner dat in Nederland voor een digitale bibliotheek beschikbaar is. Daarbij wordt de financiering ingewikkelder nu minister van cultuur Sven Gatz de financiering van bibliotheken volledig heeft overgedragen op gemeentes. Lokale besturen hebben daardoor meer invloed op het beleid van hun bibliotheek.

Financiering
'Ten gronde verandert er niets', zegt Braeckman. 'De piloot hebben we deels geïnvesteerd vanuit innovatiemiddelen van de Vlaamse overheid. Uit dat potje zal de minister nog steeds geld beschikbaar willen stellen aan Bibnet. Daarmee kunnen we een nieuwe app financieren. De uitbatingskosten van onze projecten moeten we omslaan naar de lokale bibliotheken. Dat blijft. Maar doordat de minister de financiering van bibliotheken volledig heeft overgedragen op de gemeentes zullen lokale besturen nadrukkelijker bereid moeten zijn om in te zetten op digitale producten in hun bibliotheek.'
Wel wordt in de toekomst bekeken wat de verhouding is tussen de bijdragen van overheid, bibliotheek en gebruikers. Het is daarbij verheugend dat het project aantoont dat klanten bereid zijn voor e-boeken. Ze betaalden nu feitelijk 1,66 euro per e-boek. Uit de enquête bleek dat 21 % 50 cent wilde betalen, 35 % 1 euro en 11 % 1,50 euro. Dat is meer dan bibliothecarissen hadden ingeschat. Slechts 21 % van de gebruikers vindt dat e-boeken gratis moet zijn.

Zelf e-readers kopen
Bibnet gaat nu werken aan de lancering van een nieuwe app. Volgend jaar moet die er zijn. 'Het is op dit moment belangrijk dat het belang van e-boeken in de bibliotheek door de sector massaal wordt onderstreept.' Dat bleek zonneklaar uit de enquête onder bibliothecarissen. 'Maar ook zie je dat bibliotheken het initiatief hebben genomen om e-readers te kopen en er e-boeken op hebben gezet, zodat ze hun gebruikers toch iets kunnen bieden. Ook in de periode tot de nieuwe app er is.'
(Eerder gepubliceerd op Bibliotheekblad.nl, 24 maart)

Zie ook:

zaterdag 28 maart 2015

Het rijm tussen Yves Petry en Annelies Verbeke: het auteursinterview

In Liefde bij wijze van spreken van Yves Petry en Dertig dagen van Annelies Verbeke wordt een auteur geïnterviewd. De overeenkomsten zijn frappant. Tegelijk zijn ze vanzelfsprekend. Hoe kan een schrijver een interview met schrijvers anders beschrijven?
Liefde bij wijze van spreken wordt verteld door de schrijver Alex Jespers. Hij scoort een bestseller met het kitscherige De wonderbaarlijke violiste. Hij wordt daarover geïnterviewd door een kritische journalist van een kwaliteitsmedium. In Humo heeft Petry gezegd dat we in hem Mark Cloostermans van De Standaard mogen herkennen. Alex Jespers zegt het gesprek zo waarheidsgetrouw te noteren – hij heeft alleen de vragen zo aangepast dat de non-verbale communicatie van de journalist daarin zichtbaar wordt. Gevolg: Alex wordt voortdurend gekleineerd en terechtgewezen door iemand die beter denkt te weten.
In Dertig dagen werkt de hoofdpersoon enkele dagen in een schrijversresidentie. Hij hoort vanaf de gang een interview met een vrouwelijke auteur, in wie je – door een vraag over de 'zwakke, gestoorde jonge vrouwen' in haar werk – Verbeke zelf denkt te herkennen. Deze journalist is zo mogelijk nog neerbuigender. Hij is ongeïnteresseerd, vooringenomen en agressief. Als hij het woord 'epigoon' verkeerd gebruikt en de schrijfster hem corrigeert, vraagt hij om haar exemplaar van de Dikke Van Dale. Die krijgt hij, waarna hij schijt op de pagina waarop de betekenis van 'epigoon' staat. De hoofdpersoon werkt hem dan de deur uit.
Zoals ik zei: opmerkelijke overeenkomsten tussen beide interviews. Maar een schrijver voelt zich per definitie onzeker over zijn werk. Een negatieve recensie is als een persoonlijke aantasting in zijn eer. Een kritische opmerking ervaart hij als een dolkstoot. En zelfs een voorzichtige vraag om een nadere toelichting, geeft hem het hopeloze gevoel dat de vraagsteller in kwestie geen flauw benul heeft. Waar doet hij dan al die moeite voor? Al die jaren in eenzaamheid schrijven. Bovendien ergert het hem dat hij wordt gedwongen antwoorden te stamelen nadat hij zo goed mogelijk heeft geprobeerd zijn bedoelingen uit te drukken in zijn werk.
Hoe kan een auteur een interview dan anders ervaren als Alex Jespers en de vrouwelijke auteur? Hoe kan hij het anders opschrijven dan Petry en Verbeke hebben gedaan?
En toch interview ik graag schrijvers.

Zie ook:

vrijdag 27 maart 2015

Lezen Centraal 2015: leest men 36 minuten of 114 minuten per dag? (Bibliotheekblad)

Waarom lezen bevorderen? Hoewel de aanwezigen op het jaarcongres van Stichting Lezen het belang van lezen al lang onderschrijven, stond die vraag centraal. Volgens scheidend kinderboekenambassadeur Jacques Vriens gaat het langzaam beter met het lezen.

Het programma van Lezen Centraal beloofde een dag over aan- en afhakers. In werkelijkheid leverden de sprekers op het jaarlijkse congres van Stichting Lezen, ieder vanuit zijn eigen invalshoek, munitie om discussies over het nut van leesbevordering te beslechten – alsof de driehonderd toehoorders, hoofdzakelijk afkomstig uit het onderwijs en de bibliotheeksector, daar nog niet van overtuigd waren. Praktische handvatten om moeilijke doelgroepen te laten aanhaken of potentiële afhakers aan boord te houden werden nauwelijks gegeven. 
Het indrukwekkendst was het betoog van de Vlaamse emeritus hoogleraar Nederlandse Letteren aan de KU Leven Johan Van Iseghem. Het een na belangrijkste dat leerlingen van leesonderwijs verwachtten, vertelde hij, is dat de leraar dat legitimeert. Kom dan niet aan met een antwoord als dat van dichter Herman De Coninck. Hij verdedigde ooit poëzieonderwijs met het argument dat poëzie nutteloos is en daarom een protest is tegen het overdonderende nut van alles. Dat is een filosofische reactie dat niet-lezers eerder afstoot dan nieuwsgierig maakt.
Van Iseghem gaf daarop een stortvloed aan redenen voor literatuuronderwijs die wel overtuigend zijn. Literatuur lezen kan bijvoorbeeld een therapeutisch effect hebben. Hij vertaalde de zeven manieren waarop beeldende kunst volgens Alain de Botton en John Armstrong heilzaam is naar de geschreven kunst. Literatuur kan vorm geven aan de herinnering. Literatuur biedt hoop. Literatuur helpt bij het verwerken van leed. Literatuur kan zelfinzicht verschaffen. Literatuur zorgt voor ontwikkeling. Literatuur laat je dingen waarderen. Literatuur helpt je in balans te komen.
En dan was dit nog maar één aspect. Lezen helpt ook bij het oefenen in empathie of het aanscherpen van je analytische vaardigheden en kritisch vermogen. Naast deze individuele redenen zijn er ook maatschappelijke of specifiek literaire redenen om te lezen. Maatschappelijk: lezen helpt bijvoorbeeld jongeren met zich een toekomst voor te stellen en ondersteunt hen zo een carrièrepad te kiezen dat bij hen past. Specifiek literair: de taal kan je tijdens het lezen betoveren. Al blijft het belangrijkste, erkende Van Iseghem, dat een leesbevorderaar zijn eigen bevlogenheid overbrengt. 
Filosoof Coen Simon legde uit dat een mens altijd via een middel in relatie tot de werkelijkheid staat. Kijk naar de manier waarop een kind de wereld leert kennen: pas als hij het woord ‘boom’ kent, kan hij een echte boom herkennen. Een boek is een van de middelen die de mens tot zijn beschikking staat. Kan dat boek zo maar vervangen worden door bijvoorbeeld games? Nee, vindt Simon. Een boek, een roman, kan iets wat andere middelen niet kunnen: je rechtstreeks toegang verschaffen tot het bewustzijn van een ander mens. Lezen blijft daarom essentieel.
Onderzoeker Niels Bakker van Stichting Lezen ging nader in op de cijfers over ontlezing. Lezen mensen daadwerkelijk minder? Het is maar net wat je onder lezen verstaat. Gedrukte media – díe leest men al decennia minder, momenteel 36 minuten per dag. Maar e-mail en Whatsappjes? Sociale media? Internetpagina’s? Als je die optelt, kom je aan 141 minuten per dag. Dat is helemaal niet weinig. Bovendien blijkt uit onderzoek dat jongeren bereid zijn op een e-reader (die voor minder afleiding zorgt dat een tablet) boeken te lezen. Dat biedt kansen voor leesbevorderaars.
Na deze sprekers droeg kinderboekenambassadeur JacquesVriens het stokje voor de komende twee jaar over aan Jan Paul Schutten. De schrijver legde kort verantwoording af over zijn activiteiten, die zich vooral richtten op het lezen in het onderwijs. Hij had overal gepleit voor bereikbaarheid van boeken (een goede schoolbibliotheek!), toegankelijkheid (geef kinderen ingangen om te gaan lezen!) en waardering voor boeken (laat zien wat ze je zelf doen!). Hij had goede en slechte voorbeelden gezien in de praktijk. Maar, al met al, ‘gaat het goed met het lezen’.
In de drukstbezochte deelsessie in de middag ging Karien van Buuren van de Rijnbrinkgroep in op het betrekken van ouders bij het lezen en voorlezen op school en in bibliotheken. Ouderbetrokkenheid is een trend die door de overheid wordt gestimuleerd, legde ze uit. Ouderbetrokkenheid is juist voor lezen belangrijk: als ouders zorgen voor een goed ‘home literacy environment’, waarin vooral de houding tegenover lezen een positieve is, is de kans vijf keer zo groot dat kinderen lezers worden. Een goede docent maakt de kans maar anderhalf keer zo groot. 
Maar hoe betrek je die ouders bij het leesbeleid? Toen Van Buurens betoog aankwam op het punt dat ze met behulp van de aanwezigen in de zaal praktische voorbeelden naar boven wilde halen, was de tijd zo goed als om. Zelf stelde ze een algemeen actieplan voor: vorm een ‘leespartnerschapteam’ met school, bibliotheek en ouders, praat over de wensen en verwachtingen, maak een ‘leespartnerschapsplan’, haak in op programma’s als Boekstart en de Bibliotheek op School. Succes is mogelijk bij – als belangrijkste – een wederkerige open houding en heldere communicatie.
Zo was het wel een inspirerende dag, dankzij de bevlogenheid van vrijwel alle sprekers. Maar het direct nut van alle betogen hangt af van het eigen creatieve vermogen van de aanwezige bibliothecarissen en docenten om abstracte lessen om te zetten in concrete daden. Ongeveer zoals de lerares waar Jacques Vriens over vertelde. Zij wilde graag voorlezen, maar helaas: zij kon het niet. Kinderen vielen gewoon in slaap als ze voorlas. Dus wat had ze bedacht? Ze deed twee keer in de week de gordijnen dicht en zette in de schemer een luisterboek op.
(Eerder gepubliceerd op Bibliotheekblad.nl, 26 mrt 2015)


Zie ook: