vrijdag 25 december 2015

Leermiddelen uitgeven voor het voortgezet onderwijs anno 2015 - aflevering 1 (Boekblad)

De markt voor leermiddelen in het voortgezet onderwijs is fors gekrompen. Maar uitgeverijen klagen niet. Zeker de versnelling van de digitalisering van het onderwijs stemt hen optimistisch. Aflevering 1.

Dat educatief uitgeven voor het voortgezet onderwijs geen groeimarkt is, laat zich eenvoudig nagaan. Sinds de invoering van de wet op de gratis schoolboeken in 2008 zijn de uitgaven voor leermiddelen de facto gemaximeerd. Scholen kunnen de rekening niet langer doorschuiven naar ouders, maar betalen de lesmethodes uit de lumpsum die zij van de overheid krijgen. Zij hebben circa 300 euro per leerling per jaar gekregen voor leermiddelen. In werkelijkheid geven ze veel minder uit.
'Het geld voor leermiddelen is niet geoormerkt', legt Rianne Rhodes uit, directeur-uit-gever voortgezet onderwijs voor Malmberg uit. 'In praktijk geven scholen zo'n 225 euro per leerling per jaar uit, zodat ze ruimte hebben om bijvoorbeeld te investeren in ict-infrastructuur. Daar gaan flinke budgetten heen. Ze vangen die keuze op door bijvoorbeeld niet langer ieder jaar nieuwe werkboeken te bestellen. De markt is daardoor met tientallen miljoen euro's gekrompen.'
Beter wordt het in de nabije toekomst niet. De afschaffing van gratis schoolboeken, door de coalitie vastgelegd in het regeerakkoord, sneuvelde in begrotingsonderhandelingen met andere partijen. En: 'Het aantal leerlingen zal de komende tien jaar afnemen', voorspelt directeur Eric Razenberg van ThiemeMeulenhoff. 'Je ziet dat nu al in het primair onderwijs, dat komt vanzelf naar het voortgezet onderwijs. Dat zal tot enige krimp leiden. Of tot stabilisatie, als je prijsverhogingen meetelt.'
Alleen de vernieuwing van het curriculum biedt uitgevers structureel kansen. Nieuwe eindexameneisen, zoals de overheid periodiek vastlegt, dwingen scholen daarop aangepast lesmateriaal aan te schaffen. De afgelopen jaren gold dat bijvoorbeeld voor vakken als aardrijkskunde, geschiedenis, Nederlands en Engels in de havo en vwo. Met ingang van het schooljaar 2016/17 wordt het drastisch veranderde beroepsgerichte examenprogramma van het vmbo ingevoerd.
De twee grote uitgeverijen in deze deelmarkt – Edu'Actief en ThiemeMeulenhoff – introduceren dit jaar dan ook een nieuw product voor het beroepsgerichte vmbo. De eerste komt met Edu4All: een integrale methode, waarin de organisatie en didactiek van verschillende vakken volledig op elkaar zijn afgestemd. De tweede komt met het flexibele leersysteem MIXED. In beide producten is het voor leerlingen eenvoudig om keuzevakken uit andere profielen te kiezen.
'Op de momenten waarop scholen moeten vernieuwen', zegt Razenberg, 'doen ze een brede oriëntatie. Dat zijn dé momenten waarop je je producten onder de aandacht moet brengen en je scholen kunt verleiden om te switchen van een methode van de concurrent naar je eigen methode.'

Betekent de fors gekrompen markt automatisch dat de educatieve uitgeverij in crisis verkeert? 'Wij vallen onder een familiebedrijf dat accepteert dat we, ook door investeringen in digitale producten, een aantal mindere jaren zouden kunnen hebben', zegt Baukje Visser, projectcoördinator vmbo van Edu'Actief. 'Belangrijk is dat we naar de lange termijn kijken. Dan is, ook in deze krimpende markt, een prima boterham te verdienen voor uitgevers die oog hebben voor de wensen van de klant.'
In gesprekken met andere uitgeverijen krijg je evenmin het idee dat somberheid overheerst. 'Het effect van de wet op gratis schoolboeken is goed', zegt Stephan de Valk, directeur strategie & innovatie van Noordhoff. 'Het schoolmanagement bemoeit zich nu meer met leermiddelen en de samenhang met de onderwijskundige visie. Dat is al positief. Het betekent ook dat we zo'n school kunnen begeleiden bij het vinden van nieuwe tools om de onderwijskwaliteit nog beter te maken.'
'Wij zien niet zo zeer alleen leermiddelenbudget als de markt,' vervolgt hij, 'maar de integrale bekostiging van scholen. Je kunt scholen daarom interesseren voor nieuwe producten en diensten, zoals ons Toetspunt. Dit systeem bevat tweeduizend toetsen voor alle methodes en alle typen onderwijs, waarmee leerlingen en docenten inzicht kunnen krijgen in waar de leerling staat. Het wordt dit schooljaar voor het eerst gebruikt. Op beperkte schaal nog, maar het is zeker aangeslagen.'
Noordhoff is uiteraard niet de enige educatieve uitgeverij die nieuwe producten en diensten in de markt zet. Al waakt Rhodes ervoor de mogelijkheden te overschatten. 'Malmberg brengt bijvoorbeeld ook trainingen voor docenten op de markt. Maar hoeveel procent van de lumpsum besteden scholen daaraan? Het overgrote deel gaat op aan salarissen: zeker 85 procent. Ook naar leermiddelen gaat uiteindelijk maar 4 procent van het budget. Zo veel ruimte voor groei is er dus niet.'
Belangrijk is dan ook om buiten de beperkte markt van producten en diensten voor scholen te treden. 'Bij mijn aantreden in 2013 hebben wij gezegd dat we het niet langer moeten zoeken in het leveren van content', zegt Razenberg. 'Wij zijn daarop actief geworden op de markt voor leerplatformen, maar hebben onder het mom van 'learning design services' ook onze kennis op het gebied van nieuwe technologie en de samenhang met content inhuurbaar gemaakt voor iedereen met vernieuwingsvraagstukken.'

Hij somt enkele voorbeelden op. De Klubschule – 'zeg maar het LOI van Zwitserland, dat 400.000 cursisten heeft' – gebruikt nu het Schooltas-platform van ThiemeMeulenhoff. 'Zij investeren één miljoen euro om dat, begeleid door ons, in hun eigen praktijk in te voegen. Wij leveren daarvoor ook betaalde trainingen en begeleiding.' Ook helpt de uitgeverij een Nederlandse school bij het geschikt maken van hun eigen content voor het PulseOn-platform voor gepersonaliseerd leren.

donderdag 24 december 2015

Verkiezing Belangrijkste Boek van Nederland in samenwerking met DWDD (Boekblad)

Minister Jet Bussemaker van OCW geeft op 4 januari in Amstelveen het startschot van het Jaar van het Boek. De verkiezing van het Belangrijkste Boek van Nederland wordt georganiseerd in samenwerking met De Wereld Draait Door en de regionale kranten van de Persgroep.

De opening vindt plaats in de bibliotheek van Amstelveen, waar ook boekhandel Venstra is gevestigd. Naast een toespraak van minister Bussemaker, die exact om 16 uur het Jaar van het Boek opent, vertelt voorzitter Eppo van Nispen van de Stichting Jaar van het Boek wat er in 2016 allemaal wordt georganiseerd en houdt Nico Dijkshoorn een ode aan het boek. Meteen daarna treedt de publiciteitsmachine in werking. Zo ontvangen boekhandels en bibliotheken kort daarna pos-materiaal.
De verkiezing van Belangrijkste Boek van Nederland begint in april. Dan wordt de shortlist van honderd titels, verdeeld over tien categorieën (fictie en non-fictie), gepresenteerd waarop het publiek kan stemmen. Net als bij de NS Publieksprijs kan iedereen ook titels buiten deze shortlist aandragen. Elke categorie krijgt een eigen ambassadeur, die allemaal op verschillende momenten een keer optreden bij De Wereld Draait Door.
Op dit moment stelt een commissie van tien mensen van de Koninklijke Bibliotheek en de Bijzondere Collecties van de UvA de shortlist samen, vertelt Klaas de Boer, secretaris van de Stichting Jaar van het Boek. Ook is er een groslijst van mogelijke ambassadeurs samengesteld, die nu met DWDD wordt besproken. 'Zij moeten zich immers ook goed kunnen uiten op tv.' De ambassadeurs krijgen ook nog een stem in de shortlist.
De uitslag van de verkiezing wordt bekend gemaakt in september, tijdens een special van De Wereld Draait Door. In die maand vindt ook 'gedurende enkele weken' een parade plaats in de Tolhuistuin in Amsterdam, 'waar op alle mogelijke manieren het boek wordt gevierd', aldus De Boer. Het programma moet nog worden ingevuld. In ieder geval zal er aandacht zijn aan de titels op de shortlist van de verkiezing.
Hoe de kranten van de Persgroep aandacht besteden aan de verkiezing is nog niet vastgelegd. De Boer: 'In ieder geval wordt het behoorlijk wat'. De kranten die tot dit concern behoren zijn de regiotitels van Algemeen Dagblad (in vrijwel de hele Randstad, met uitzondering van Amsterdam), BN/De Stem, De Gelderlander, De Stentor, Eindhovens Dagblad, Het Parool, PZC en Tubantia.
Naast de verkiezing en de parade vinden alle reguliere activiteiten van de partijen die samenwerken in de stichting plaats onder de vlag van het Jaar van het Boek. Daarnaast organiseert iedere partij aparte evenementen en acties. Ook andere partijen wordt het gestimuleerd om aan te haken. Op de site van het Jaar, waar het logo vrij te downloaden is, staat een kleine greep. Bij de opening wordt een volledige lijst vrijgegeven.
De partijen die samenwerken binnen de stichting zijn onder andere de CPNB, Stichting Lezen, KB, de Nederlandse Taalunie, de Vereniging van Openbare Bibliotheken, het Letterkundig Museum, Stichting Bibliotheek van het Boekenvak – maar opvallend genoeg níet de Koninklijke Boekverkopersbond (KBb) en de Groep Algemene Uitgevers (GAU). Beide organisaties ontbreken op de lijst organisaties op de website. Ook inbreng uit Vlaanderen ontbreekt: de overkoepelende brancheorganisatie Boek.be wordt niet genoemd.
De Boer legt uit dat KBb wel meedoet, maar geen directe partner is. Met de GAU is de stichting nog in gesprek. 'We hebben hen om een bijdrage gevraagd en een begroting gestuurd, maar ze willen meer onderbouwing waar dat geld aan wordt besteedt. Prima, dat kan. Ik hoop dat ze alsnog meedoen. De uitgevers zijn een belangrijke partij. Hetzelfde geldt voor Boek.be. Het is jammer dat ze nu niet meedoen, maar dat kan zeker alsnog.'
Het budget van de Stichting zit 'tegen het een miljoen euro aan', zegt De Boer die geen specifiekere details wil geven. Een 'substantieel' deel bestaat uit een bijdrage van het ministerie van OCW. De rest wordt opgehoest door alle partijen die zijn verenigd in de stichting. 'Dat budget gaat overigens niet alleen om geld, maar ook om diensten en producten, zoals de bouw van de site.'
Is het niet vreemd dat twee weken voor de officiële openingshandeling dan nog zo veel onzeker is? 'Nee hoor,' reageert De Boer laconiek. 'Pas in maart moeten we helemaal klaar zijn. Dan begint het Jaar echt. We lopen niet achter bij onze planning. En vergeet niet: we zijn al twee jaar in gesprek met de GAU. Maar pas de plannen concreet komt, worden knopen doorgehakt. Zo gaat het altijd.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 21 dec)

dinsdag 22 december 2015

Hoogleraren Neerlandistiek: Maak literatuur van vroeger op de middelbare school relevant voor vandaag (Taalunie:Bericht)

Wie dit jaar aan een studie Nederlands is begonnen, heeft al lang geen vanzelfsprekende kennis meer van rederijkers, Multatuli en Hugo Claus. Sommigen voelen niet eens wat het verschil is tussen lectuur en literatuur. Hoe komt dat? En wat is daaraan te doen?

Wie schreef 'Bericht aan de reizigers'? De keus bestaat uit vier auteurs. Als Kris Humbeeck, hoogleraar moderne letterkunde aan de Universiteit Antwerpen, zijn eerstejaars bij het begin van hun studie deze meerkeuzevraag voorlegt, hebben velen geen idee dat het antwoord Jan van Nijlen is. 'Sommigen zitten er twee eeuwen naast. Ze kunnen het gedicht niet eens plaatsen in de tijd. Wij rekruteren bijna 70 procent van de studenten uit onze provincie, maar een Antwerpse dichter als Paul van Ostaijen herkent niet iedereen.'
De achterstand aan kennis van literatuur waarmee studenten Nederlands tegenwoordig aan hun studie beginnen is groot – de soms zeer belezen uitzonderingen daargelaten. Jacqueline Bel, universitair hoofddocent moderne Nederlandse letterkunde aan de VU, merkt het aan de 'leesbiografietjes' die ze eerstejaars laat schrijven. 'Er staat meestal van alles op. Harry Potter, Isa Hoes, fantasyboeken. Ook wel Couperus en W.F. Hermans, maar ze hebben soms geen begrip van wat literatuur is. Voor hen is literatuur vaak synoniem met lezen.'

De eindtermen voor het literatuuronderwijs verschillen in beide delen van het taalgebied. In Nederland moeten vwo-leerlingen 12 oorspronkelijk Nederlandstalige boeken lezen, waarvan 3 voor 1880. In Vlaanderen bestaat die specifieke eis niet. In Nederland zijn de algemene eisen summier: 'De kandidaat kan een overzicht geven van de hoofdlijnen van de literatuurgeschiedenis, en de gelezen literaire werken plaatsen in dit historisch perspectief'. In Vlaanderen zijn zulke eisen breder omschreven.
Het gevolg is, vindt Humbeeck, dat de Vlaamse studenten het minste weten. 'Als ze een werk uit de romantiek moeten lezen, kunnen ze ook een Engels of Frans werk in vertaling lezen, want de stroming bestond niet alleen in het Nederlands.' Zijn collega Dirk de Geest van de Katholieke Universiteit Leuven, bestrijdt het: 'In de praktijk lezen Vlaamse leerlingen nog veel Nederlandse literatuur. Ook de gebruikte handboeken zijn sterk gericht op Nederlandse literatuur. Nederlandse studenten weten minder.'
De Geest is ook de enige van de voor dit stuk gesproken academici die het opneemt voor eerstejaars. Ze hebben weinig kennis van de nationale, historische literatuur, zeker. Maar: 'Hun kennis heeft een Wikipedia-achtige structuur. Als ze iets willen weten, zoeken ze het op. Ze zijn daarom minder ontvankelijk voor reputaties. Klassiekers zijn nog niet stukgelezen. Die naïeve, maar ook opener houding waarmee ze die werken alsnog lezen, kan interessante resultaten opleveren.'

Volgens Yra van Dijk, hoogleraar moderne letterkunde aan de Universiteit Leiden, zijn de lacunes in kennis van literatuur mede ontstaan door het belang dat aan literaire competentie wordt gehecht, waardoor te weinig oog is voor wat literatuur eigenlijk is. Ze wijst op de classificatie op Lezenvoorjelijst.nl: 'Een nuttige en leuke website, maar een nadeel is dat leerlingen daar zelf de sterren toekennen. Dan lijkt Carry Slee al snel even 'goed' als bijvoorbeeld Benny Lindelauf. Ook voor minder belezen docenten is het verschil moeilijk te zien.'
Bel zegt iets soortgelijks. 'Het onderwijs is competentiegericht. Je moet leren spreken, schrijven, lezen. Heel belangrijk, maar literatuuronderwijs is daardoor in de marge geraakt. Er is geen ruimte voor kennisoverdracht meer, ook omdat leerlingen vaak opdrachten maken waarbij de leraar als coach optreedt. Er wordt nauwelijks meer klassikaal lesgegeven, dé mogelijkheid om inspirerend te vertellen over literatuur. Dat is de manier om de vonk te laten overspringen.'
Geen kwaad woord over leraren. Er zijn nog genoeg bevlogen docenten. Maar iedere leraar die tijdens zijn opleiding amper tijd heeft gehad om zijn eigen achterstand weg te werken, heeft zelf te weinig bagage om 'het mooiste dat ons vak te bieden heeft' (aldus Bel) te doceren. 'Zo ontstaat een vicieuze cirkel', meent Humbeeck. 'Er staan in de laagste graden zelfs mensen voor de klas die alleen een professionele bachelor hebben [hbo in Nederland, md] en tijdens hun opleiding niets aan literatuurgeschiedenis hebben gedaan.'

Hoe kan het literatuuronderwijs weer een vanzelfsprekende plek krijgen op de middelbare school? Nu Nederlands in Nederland de twijfelachtige status heeft het saaiste vak op school te zijn, wordt daar in ieder geval in dit deel van het taalgebied druk over nagedacht. Het ministerie van OCW heeft twee Meesterschapsteams ingericht, die binnenkort met een inhoudelijk advies komen. Van Dijk publiceerde deze maand in NRC Handelsblad met drie collega's een pleidooi om het vak vanaf de grond opnieuw in te richten.
Waar moet dan rekening mee worden gehouden? 'Beleidsmakers moeten zich bewust zijn dat studenten dingen leren als problemen oplossen of genuanceerd argumenteren en denken via de confrontatie met literaire teksten', zegt De Geest. In het verlengde daarvan wijst Bel op 'steeds meer onderzoek naar de werking van hersenen, die laten zien dat het lezen van complexere teksten goed zijn voor de creativiteit. Daar moeten mensen het in tijden van robotisering van hebben.'

Ook zou de nadruk op leesplezier – waarvan geen academicus het belang wil relativeren – moeten worden gecombineerd met kennisoverdracht. De Geest: 'Leesplezier kan betekenen: maak het je zo gemakkelijk mogelijk. Lees Aldi-literatuur. Of, en dat is beter: leer het plezier aan van iets te veroveren. De Harry Potter-reeks werd met ieder deel complexer. De personages, het plot. Geschiedenis en maatschappij gingen een rol spelen. Die ervaring zou men als model voor literatuuronderwijs moeten nemen.'
Minstens zo belangrijk is dat docenten literatuur van vroeger relevant maken voor vandaag. 'Je kunt niet meer zeggen dat literatuur een tijdloze esthetische waarde heeft met een universele boodschap', zegt Humbeeck. 'Je moet laten zien hoe het werk van een Hendrik Conscience een rol speelde bij het creëren van Vlaamse sub-identiteit in België. Als leerlingen De leeuw van Vlaanderen zó lezen, worden ze wel enthousiast omdat het aansluit bij kwesties die nu spelen en die daarom studenten interesseren.'

Tegelijkertijd vinden de meeste academici dat middelbare scholieren kennis moeten nemen van een canon. Dat is de basis. Zonder een minimaal begrip van de verschillende stromingen en de belangrijkste werken kan geen leerling een roman of gedicht plaatsen. Daarom juicht Humbeeck het initiatief van de Vlaamse Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde toe, die eerder dit jaar een lijst van 51 essentiële boeken samenstelde. 'Jammer alleen dat er vooralsnog geen link met het onderwijs is gelegd.'
Bel pleit ervoor dat docenten worden uitgedaagd om ook de canonieke boeken op een prikkelende manier aan te bieden. 'Desnoods door leerling een film te laten zien of zelf een toneelbewerking te maken.' Ook Van Dijk wil docenten zelf ruimte bieden. 'De literair actiefste docenten vullen met elkaar online een document met goed lesmateriaal. Dat is een vruchtbare bron. Je zou twee leraren uit die groep een jaar vrij moeten maken om de goede lesmethode te maken die – óók volgens henzelf – nu ontbreekt.'

Over de vraag of ook de zevendelige Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur, die de Nederlandse Taalunie heeft geïnitieerd, een rol kan spelen bij de heropleving van het literatuuronderwijs verschillen de meningen. Humbeeck denkt van wel. Door de veelvoud aan invalshoeken en manieren waarop literatuur functioneert in het pas verschenen Bloed en rozen van Jacqueline Bel, over de periode 1900-1945, wordt literatuur een tijdscapsule. 'En dat is nou juist het spannende voor leerlingen.'
Van Dijk en De Geest daarentegen vinden de delen te gedetailleerd voor dat doel. Voor gebruik op school zou een meer didactische opzet nodig zijn. 'Ik heb zelf al nauwelijks tijd om alle delen te bestuderen', zegt De Geest, 'laat staan docenten op de middelbare school.' Wel kunnen de verschillende delen, meent hij, waarin de nieuwste inzichten zo compleet bij elkaar zijn gebracht, als basis dienen voor een nieuw handboek literatuurgeschiedenis. 'Juist daar kan de Taalunie een bemiddelende rol in spelen.'
Bel zelf hoopt in ieder geval van harte dat Bloed en rozen 'leraren zal inspireren om hun vak op een nieuwe manier aan te bieden', zegt ze. 'Misschien voelen leerlingen zich aangesproken een boek op te pakken wanneer ze bijvoorbeeld horen over de Spaanse burgeroorlog. Die werkte in heel Europa polariserend. Links stond recht tegenover rechts. Jongeren lieten alles in de steek om daar te gaan vechten. Met dit onderwerp, maar ook vele andere onderwerpen, is de parallel met nu evident.'
(Eerder gepubliceerd op Taalunie:Bericht)

zondag 20 december 2015

Querido Academie staat klaar voor de toekomst (Boekblad)

Querido Academie lanceerde deze maand een nieuwe website. Het moment symboliseert de transitie die de aanbieder van schrijfopleidingen achter de schermen heeft ondergaan. Querido Academie gaat in 2016 'zeker' groeien.

Dat vertelt Jeroen Kans, die sinds juni twee dagen in de week op kantoor van Singel Uitgeverijen leiding geeft aan de Querido Academie. 'We hebben het aanbod goed bekeken. De minder succesvolle Masterclasses zijn afgevallen. En we zijn voorzichtig met nieuwe dingen begonnen. Stap voor stap zullen we het nu uitbreiden.'
Nieuw is bijvoorbeeld de cursus 'De Meesterproef', die het afgelopen najaar voor het eerst is georganiseerd. Onder begeleiding van een publicerend auteur schrijven cursisten in zeven tweewekelijkse lessen een manuscript van 120 pagina's. 'Voor elke les twintig pagina's schrijven en die met zijn allen bespreken. Dat is een populair aanbod. De editie van januari zit al vol, zodat we in maart al met een nieuwe reeks kunnen beginnen.'
Alle cursussen vinden nu plaats bij Singel Uitgeverijen aan het Spui in Amsterdam. 'In het verleden was het ook wel bij Vrij Nederland', zegt Kans. 'Dan is je branding niet duidelijk. Nu wel. En de cursisten vinden het ontzettend leuk om bij een uitgeverij in huis te zijn. Meestal is het op zaterdag, maar De Meesterproef van maart vindt op vrijdagmiddag plaats. Dan zien ze een uitgeverij in vol bedrijf, waar zomaar een auteur binnen kan lopen.'
Querido begon in 2013 met de Querido Academie. Uitgever Annette Portegies en haar collega’s deden de opleidingstak erbij naast hun gewone werk. Met de verzelfstandiging van Singel Uitgeverijen ontstond er ruimte om in de Querido Academie te investeren. Medio dit jaar sloot Querido Academie een samenwerkingsovereenkomst met de Schrijversacademie, die tweeëneenhalf jaargeleden is opgezet door Kans, Kees Spijker en opleidingsinstituut NTI. Sindsdien heeft Querido Academie in de persoon van Kans en zijn collega Hugo van Doornum (tevens junior redacteur en fondsenwerver van Singel Uitgevers) eigen medewerkers.
Volgens Kans betaalt dat zich uit – zonder iets af te willen doen aan het werk van de collega’s die er hard aan gewerkt hebben. 'Alles wat je aandacht geeft, gaat bijna vanzelf beter lopen. Het is goed dat Singel deze Academie heeft opgezet: om zo meer met auteurs te doen én om hen als docent de mogelijkheid te bieden meer te verdienen. Maar het werkt beter als ik hen apart benader dan wanneer een redacteur hen ook voor de Academie spreekt.'
Ook de kennis die Kans heeft verworven over het verkopen van cursussen komt Querido Academie ten goede. 'De teksten op de site waren erg vanuit de uitgeverij geschreven. De beschrijvingen van de cursussen zijn er nu op gericht om mensen te raken. Cursussen zijn een gevoelsproduct, zeker schrijfopleidingen. Je verkoopt mensen een droom. Niet om er rijk van te worden – die illusie hebben cursisten niet – maar om dat boek echt te schrijven.'
De samenwerking met de Schrijversacademie is nauwelijks zichtbaar op de site. 'Maar in de marketing trekken we samen op. Zo organiseerden we samen de schrijfwedstrijd "De grens" – met Schrijven Online overigens. Ook sluit De Meesterproef goed aan bij het aanbod van de Schrijversacademie. Wie daar klaar is, kan bij De Meesterproef een manuscript schrijven. Andersom is die doorstroming er nog niet, maar dat gaat zeker komen.'
Dit jaar was voor Querido Academie in commercieel opzicht 'niet vreselijk goed', zegt Kans. 'Maar dat is niet zo erg. De kosten zijn ook minimaal, omdat een cursus alleen doorgaat als hij winstgevend is. Het is niet als een boek waarvan je met duizenden exemplaren bij CB kunt blijven zitten. Je laat een cursus die alleen break-even draait al alleen doorgaan als je erin gelooft en dus weet dat die de volgende keer wel wat oplevert.'
Kans voorspelt dan ook een mooi 2016. Dat zal mede lukken door de eerste cursist die een auteurscontract bij Querido heeft getekend. Kans wil haar naam nog niet noemen, maar 'we gaan daar groot mee uit pakken. Dit gegeven is belangrijk voor de marketing.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 17 dec)

Zie ook:

zaterdag 19 december 2015

KLIN probeert de Kroatische literatuur in Nederland onder de aandacht te brengen (Boekblad)

Waarom is er zo weinig Kroatische literatuur in het Nederlands verkrijgbaar? De kleine uitgeverij KLIN probeert daar wat uit te doen. Initiatiefneemster Sanja Kregar laat bij haar uitgeefbeslissingen idealisme prevaleren boven commerciële belangen.

De van oorsprong Kroatische Kreger woont sinds medio jaren tachtig in Nederland. Ze heeft een vertaal- en adviesbureau, die mede door haar verleden als medisch onderzoeker veel bedrijven in deze sector adviseert. Het had al haar lange tijd gestoord dat zo weinig literatuur uit haar land van herkomst in het Nederlands is vertaald toen ze op De fanclub van Goran Tribuson stuitte. Een roman over rockliefhebbers van een jaar of vijftig die ze zo goed vond dat ze hem zelf vertaalde zodat haar Nederlandse vrienden hem konden lezen.
'Ik heb drie kwart jaar, misschien zelfs langer, tevergeefs een uitgeverij voor dit boek gezocht', vertelt Kregar. 'Toen besloot ik het in 2011 zelf maar uit te geven. Eerst deed ik dat via Free Musketeers, waar je boeken in eigen beheer kunt uitgeven. Daarna heb ik vier boeken ondergebracht bij Pamac, dat niet meer bestaat. De boeken verschenen altijd al onder het label 'Bibliotheek KLIN', dat staat voor Kroatische Literatuur In Nederland. Vorig jaar ben ik zelf een uitgeverij begonnen. Ik weet nu beter wat er allemaal bij komt kijken.'
In vier jaar tijd verschenen elf titels. KLIN bracht onder meer nog twee titels van Goran Tribuson: Het grijze gebied en Andermans zaken. De roman Kafka's vriend van Miro Gavran, momenteel de populairste en meest gelauwerde Kroatische schrijver. Een centimeter van het geluk van Marinko Koscec. De bloemlezing Voetbal, engelen, oorlog, uitgegeven ter gelegenheid van de toetreding van Kroatië tot de EU. En het meest recent: Wraak van Andelko Vuletic, dat vorige maand bij boekhandel Pegasus werd gepresenteerd.
De uitgeefgeschiedenis gaat gepaard met een toenemende professionalisering. De uitgaven bij Free Musketeers en Pamac waren tot Kregars teleurstelling slecht verkrijgbaar. Evenmin werd iets gedaan aan marketing. Zij ging zelf langs boekhandels, hoofdzakelijk in haar woonplaats Amsterdam, om te vragen of die titels in consignatie wilde neerleggen. Maar sinds kort liggen de uitgaven van KLIN ook bij CB, waardoor ze beter beschikbaar zijn in heel Nederland en ook beter verkopen.
De oplagen zijn gering. Van Wraak, waarin Vuletic reflecteert op de zin om zich te wreken op zijn folteraars, liet KLIN 300 exemplaren printen. Kregar: 'Ik denk steeds: misschien kan de oplage de volgende keer iets hoger, zodat ik het kan laten drukken. Maar als ik het budget heb steek ik dat liever in het maken van nóg een boek, zodat ook dat beschikbaar komt voor Nederland. Hetzelfde geldt voor marketing: als ik kan kiezen tussen geld steken in marketing of het maken van nog een boek, kies ik voor het laatste.'
Ondertussen vinden de uitgaven van KLIN langzaam hun weg naar een gestaag groeiend publiek, merkt Kregar. 'Steeds meer mensen weten ervan. Mijn belangrijkste afnemer zijn de bibliotheken. Het is misschien commercieel beter als iedere lezer zelf een boek een koopt, maar er is tenminste publiek dat de boeken daar vindt. Dat vind ik belangrijker. Ik hoop wel dat nu mijn fonds enige omvang heeft, KLIN een betere ingang krijgt bij de boekhandel, bij wie het zo moeilijk opvallen is. Met tien titels lukt dat beter dan met twee.'
KLIN krijgt voor haar uitgaven een bescheiden subsidie van het Kroatische ministerie van cultuur. 'Een aanmoediging', noemt de vertaalster/uitgeefster dat. 'Maar toch belangrijk omdat het precies dat doet: het moedigt mij aan.' Ze hoopt in de nabije toekomst ook subsidie van Europa te kunnen krijgen specifiek voor marketing. Daarbij komen steeds meer titels beschikbaar als e-boek. 'Die prijs ik bewust erg laag, zodat het laagdrempelig blijft om ze aan te schaffen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 16 dec)

dinsdag 15 december 2015

De strijdbaarheid van de freules De Jong van Beek en Donk kende haar grenzen (Athenaeum.nl)

Weinigen weten nog wie de zussen Cécile de Jong van Beek en Donk (1866-1944) en Elsa (1868-1939) waren. Die onbekendheid zou een reden kunnen zijn hun biografie, opgetekend door Elisabeth Leijnse, ongelezen te laten. Ten onrechte. Cécile en Elsa, strijdbare freules laat een fascinerend tijdsbeeld zien aan de hand van de talrijke intieme documenten die de twee artistiek aangelegde dames van gegoede komaf hebben nagelaten.

Cécile en Elsa? Wie de biografie van deze jonkvrouwen in de boekhandel ziet liggen, met slechts deze twee voornamen en de ondertitel 'strijdbare freules' op het omslag, zal niet onmiddellijk weten wie dat waren. Cécile de Jong van Beek en Donk was schrijfster van Hilda van Suylenburg uit 1897, een feministische roman zo populair dat de voornaam 'Hilda' in de jaren daarna steeds vaker voorkwam. Elsa startte in Amsterdam de eerste Nederlandse logopediepraktijk, maar werd in haar eigen tijd vooral bekend als vrouw van de componist Alphons Diepenbrock. Anno 2015 zijn ze beiden niet meer dan voetnoten in de geschiedenis.
Dat maakt hun biografie niet minder interessant. Maar: meer als typen dan om hun eigen daden. Tot hoever kon in het midden van de negentiende eeuw een progressieve opvoeding gaan in een adellijk gezin? Hoe groot was de bewegingsruimte van een vrouw in het deftige Haagse milieu dat vooral bekend is gebleven uit de romans van Louis Couperus? Welke denkbeelden waren modieus in die kringen? Dankzij de omvangrijke papieren nalatenschap van de familie – de dagboeken en brieven van de beide zussen, hun moeder én Elsa's dochters – slaagt Leijnse erin een kleurrijk, veelzijdig antwoord te geven op al deze vragen.
Daarbij moet wel, ter nuancering, gezegd dat de levens van de freules enerverender is geweest dan die van de meeste tijdgenoten. Dat lag niet alleen aan de eerder genoemde wapenfeiten. Cécile speelde ook een belangrijke rol in de strijd om de emancipatie van de vrouw en was korte tijd de minnares van de beeldhouwer Antoine Bourdelle. Elsa leerde via haar man de beroemdste musici van hun tijd kennen: Mahler, Mengelberg, Schönberg. Ook had ze korte tijd een verhouding met de twintig jaar jongere Matthijs Vermeulen, die na Diepenbrocks dood in 1921 zelf een van de voornaamste componisten van Nederland werd.
Strijdbaar – dat was volgens Leijnse het voornaamste karaktertrek van Cécile en Elsa. Dat is geen onzin. De zussen lieten zich niet alles aanleunen. Cécile stond voor haar meningen – tot op het punt dat ze zichzelf belachelijk maakt met conservatief-katholieke en later zelfs antisemitische standpunten. En Elsa beschermde de nalatenschap van haar echtgenoot als een leeuwin. Ze vroeg brieven terug, ijverde voor publicatie van een verzameld werk en nam de pen ter hand als ze meende dat een scribent zijn reputatie onrecht aandoet. Als het verhaal niet vanuit haar perspectief werd verteld, zou je denken dat ze zo'n typische gehate kunstenaarsweduwe is.
Toch kende de strijdbaarheid grenzen. Het woord moet je niet opvatten als ‘voorgaan in de strijd’. Cécile koos ervoor om als feministe binnen de grenzen te blijven van wat betamelijk was. Ze organiseerde de befaamde Nationale Tentoonstelling voor Vrouwenarbeid, die zo weinig controversieel was dat ook de jonge koningin Wilhelmina kon komen kijken. Haar tendensroman verwekte meer schandaal omdat een zo matig geschreven boek zo’n succes had, zo lijkt het, dan om de inhoud zelf. En al was haar eerste huwelijk mislukt, ze was oprecht geschokt toen haar man wilde scheiden. Het enig werkelijke stoere wat ze heeft gedaan was het afzien van de aanzienlijke alimentatie. Ze gaf alles weg en voorzag met journalistiek werk in haar eigen onderhoud.
Elsa op haar beurt stelde zich sinds haar huwelijk op als ‘vrouw van’. Ze was in haar jonge jaren een zelfbewuste flirt – daar bleef niets van over. Ook haar huwelijk was zelden gelukkig – toch nam ze zichzelf haar affaire meer kwalijk dan het jarenlang bedrog van Diepenbrock. En jarenlang stelde ze zelfs haar dagboek in dienst van de nalatenschap van zijn componistencarrière. Om die reden blijven haar inspanningen als logopediste nogal onderbelicht. Niet omdat Leijnse dat aspect van haar veronachtzaamt, maar omdat Elsa zelf er zo weinig herinneringen over heeft nagelaten. (Al had Leijnse best meer onderzoek naar haar rol als logopediste kunnen doen.)
Het is echter geen reden Cécile en Elsa te bekritiseren. Integendeel: de kwalificatie 'strijdbaar' prikkelt alleen maar om zelf na te denken over de mogelijkheden en onmogelijkheden voor een vrouw in die tijd. Misschien werden vrouwen nog meer onderdrukt door conventies, vooroordelen en religieuze dogma's dan ik voor mogelijk houd. En anders is er nog altijd de intense intimiteit waarmee hun levens wordt geschetst. Beide vrouwen schreven zo gedetailleerd over hun gevoels- en gedachteleven dat het hun biografe in staat heeft gesteld heel diep in hun voor hedendaagse lezers o zo merkwaardige ziel door te dringen.
In 2011 publiceerde Erik Menkveld de mooi ingetogen roman Het grote zwijgen, die helaas veel te weinig is gelezen. Daarin beschrijft hij de langdurige driehoeksrelatie tussen Diepenbrock, Elsa en Vermeulen – van de eerste ontmoeting tussen de twee componisten, die zich als meester en tovenaarsleerling tot elkaar verhielden, tot hun definitieve verwijdering. Maar waar het normaal het prerogatief van de romanschrijver is om met zijn verbeelding historische personages tot leven te wekken, kan de biograaf zich ditmaal met hem meten. Dankzij de freules zelf, die – zoals gezegd – hun leven lang zichzelf in hun geschriften nauwelijks hebben gespaard.
(Eerder gepubliceerd op Athenaeum.nl, 7 december)

Zie ook deze stukken over biografieën:

zondag 13 december 2015

Lebowski Book of the Month Club niet meer exclusief bij 'betere boekhandel' (Boekblad)

Niet langer exclusief voor een klein aantal boekhandels en zonder uniforme vormgeving. Lebowski past de Book of the Month Club vanaf volgend jaar aan. De uitgeverij zal de meest enthousiaste boekhandels wel blijven belonen.

De uitgeverij gooit de Lebowski Book Club, zoals de nieuwe naam luidt, open omdat de uitgeverij met de bestaande formule tegen een aantal beperkingen aanliep. 'Sommige boeken – met name Lucia Berlin en Robert Walser – werden goed besproken, maar er stond nooit bij wáár ze te koop waren', vertelt uitgever Oscar van Gelderen. 'Dat werkte frustrerend en verwarrend voor consumenten. Ook onze mediapartner Humo vond het lastig. Ze schreven iedere maand over het boek, maar konden hun lezers vervolgens niet met met een lezersvoordeel of een kortingsbon naar de winkel sturen.'
Het idee van de Book of the Month Club was: support your local bookstore. Iedere titel was drie maanden in een luxe vormgeving te koop bij een beperkt aantal boekhandels – en niet bij internetboekhandels als bol.com of bij inloopzaken als Bruna en AKO. Het was evenmin als e-boek beschikbaar. Uiteindelijk deden 67 verkooppunten in Nederland en 55 in Vlaanderen mee, blijkt op de site van Book of the Month Club, maar niet iedereen – moest Van Gelderen concluderen – 'gebruikte de exclusiviteit voldoende als propositie naar lezers, zodat de klant niet goed wist waar hij de boeken kon krijgen.'
De Book Club gaat daarom anders verder. Lebowski geeft vanaf januari iedere maand één herontdekking uit. Alleen op de rug staat vermeld dat het een Book Club-titel is. De uniforme vormgeving wordt daarbij losgelaten. 'Je hebt altijd mensen die het mooi vonden en mensen die het niet mooi vinden, maar de algemene mening helde toch over naar het standpunt dat je door uniformiteit toch de unieke kwaliteit van ieder boek niet goed naar voren kan halen,' zegt Van Gelderen. 'Men wil toch liever een John Williams die op Stoner lijkt – al vonden wij het juist leuk om Niets dan de nacht anders te brengen.'
De titels worden nog steeds op de speciale site vermeld en de mediapartners blijven er aandacht aan besteden. Zo plaatste Athenaeum Boekhandel altijd een voorpublicatie. De boekhandels verliezen alleen hun exclusiviteit. In plaats daarvan gaat Lebowski de vijfentwintig winkels die zich het meest voor de club hebben ingezet belonen met extra's als bezoek van Nederlandse auteurs die fan zijn van een titel aan de winkel, pos-materiaal en dergelijke. 'Winkels als Limerick in Gent, die een eigen leesclub begon. Zo kon hij van iedere titel er meteen 35 wegzetten aan zijn vaste klanten. Hij bestelde steeds bij.’
In principe heeft Lebowski gekeken welke vijfentwintig boeken de meeste exemplaren hebben verkocht. 'Een Linneaus Boekhandel in Amsterdam, die ruim 100 Lucia Berlins verkochten. Een Groene Waterman in Antwerpen. Dat soort winkels.' Maar het gaat Van Gelderen niet alléén om de aantallen. 'Toen we begonnen wilde En Passant in Deventer er graag bij. Maar het is een kleine winkel, dus vroeg hij of hij er toch maar tien kon bestellen. Nou, goed. En vervolgens stond De wandeling van Robert Walser bij hem op één. Het gaat om dat enthousiasme voor onze herontdekkingen.'
Er verschenen sinds februari dit jaar zes boeken in de Book of the Month Club. Heeft het de uitgeverij commercieel gebracht wat Van Gelderen ervan hoopte? 'Ach, wat is commercieel. Van Walser hebben we drie- tot vierduizend exemplaren verkocht. Voor zo'n auteur is driehonderd normaal. Dus dan is zo'n resultaat natuurlijk fantastisch. Het gaat mij ook om de oeuvres. Een titel in de Book Club is de lont waarmee we het oeuvre hopen aan te steken. Dat is met hem gelukt. Alleen De buurt van Ab Visser is me tegengevallen. Een ontzettend leuk boek, waar wel aandacht voor was, maar we kregen het niet voor elkaar.'
Nadat in juli met De wilde detectives van Roberto Bolaño de laatste titel uit de reeks verscheen, herneemt Lebowksi de Book Club in januari met De pompoeneter van Penelope Mortimer. In februari volgt Vossenjagers van Breece D'J Pancake, in maart Jakob von Gunten van Robert Walser en in april De slag om Berlijn van Heinz Rein – stuk voor stuk titels die Lebowski in haar voorjaarscatalogus aanbiedt. Later staan onder meer boeken van Philip K. Dick (mei) en Irmgard Keun (zomer). Buiten de Book Club herlanceert Lebowski Patricia Highsmith, van wie deze maand het verfilmde Carol verscheen en in februari Vrouwonvriendelijke verhalen uitkomt.
(Eerder verschenen op Boekblad.nl, 10 dec)

Zie ook:

donderdag 10 december 2015

Organisatieadviesbureau House of Performance neemt Bruna in Maarssen over

Organisatieadviesbureau House of Performance heeft samen met Edwin de Rooij de Bruna-winkel in Maarssen overgenomen. Doel is om de eigen adviezen in praktijk te brengen en zo Bruna-ondernemers en het hoofdkantoor te ondersteunen met praktische verbetermogelijkheden.

House of Performance, gevestigd in Utrecht, en Edwin de Rooij hebben een vof gevormd. Het bedrijf heeft het grootste deel van de overnamesom gefinancierd en levert ondersteuning. De Rooij staat als ondernemer op de winkelvloer en zal over drie tot vijf jaar alleen eigenaar van de winkel worden. De overname vond al plaats per 21 september. De Rooij is op 1 december begonnen.
'Adviseurs krijgen altijd het verwijt advies te geven, maar verder aan de kant te blijven staan', vertelt mede-eigenaar Arjon van Lieshout van House of Performance. 'Wij willen onze klanten daarom de mogelijkheid bieden om niet alleen advies te krijgen, maar ook een deelneming, zodat wij onze kennis van het verbeteren van processen, leiderschap, concepten en noem maar op kunnen toepassen. Alles wat we vervolgens in Maarssen leren, zullen we doorvertalen naar alle andere franchisewinkels. Maarssen moet zo een soort flagshipstore worden. Bruna reageerde als eerste heel enthousiast over dit voor ons nieuwe concept. We zijn inmiddels ook met een andere klant hierover in gesprek.'
De keuze viel op Maarssen omdat van alle winkels die op korte termijn vrij kwamen deze qua ligging en potentie het interessantst was. Van Lieshout: 'De winkel ligt in het oude centrum op een punt waar veel mensen langskomen, tussen het oude winkelcentrum en een nieuwe supermarkt. Bovendien kwam er naast de winkel een pand vrij dat we eraan konden koppelen.'
De Bruna is dit najaar daarom met een derde gegroeid: van 120 naar 180 m2 winkelvloeroppervlak. De extra ruimte is vooral gevuld met boeken, omdat dat aanbod relatief kleinschalig was én Maarssen geen boekhandel meer heeft na het sluiten van Bouwman in 2012. 'Inmiddels is het nieuwe gedeelte van het pand helemaal ingericht. Nu is het hoogseizoen qua omzet. We hebben daarom de verbouwing stopgezet. Vanaf januari pakken we de oude winkel aan. Begin maart opent dan de nieuwe winkel.'
Uiteindelijk zal het bestaande Bruna-concept volledig zijn doorgevoerd. 'En dan gaan we proberen een aantal slagen te maken', zegt Van Lieshout. 'Voor de etalage zal dat gelijk zichtbaar zijn: naast de gewone etalage plaatsen we een aantal digitale schermen, waarop we allerlei boodschappen kunnen communiceren, bijvoorbeeld over nieuwe boeken of bepaalde acties. Achter de schermen hebben we al een teamoverleg buiten kantooruren ingevoerd, zodat je met z'n allen goed de week in kunt gaan.'
House of Performance begeleidt De Rooij door regelmatig aanwezig te zijn in de winkel, onder andere iedere maandagochtend op het teamoverleg, en door hem een aantal modules van hun leiderschapscursus te geven. Daarnaast zet House of Performance zijn adviseurs in om specifieke verbeteringen door te voeren zoals bijvoorbeeld in het proces rondom boeken bestellen, inclusief voorraadbeheer.
Van Lieshout: 'De leiderschapscursus gaat over: hoe zorg je voor goede stuurinformatie? Hoe kun je daar goed op acteren? Maar ook: hoe kun je mensen ruimte bieden? Wij geloven in dienend leiderschap. De baas moet niet zeggen hoe het moet, hij moet zijn team faciliteren om zelf na te denken, zodat je hun creativiteit zo veel mogelijk benut.' Dergelijke verbeterprocessen zijn in feite al ingezet. 'Alleen: dat moet je natuurlijk opbouwen. Je moet bijvoorbeeld eerst informatie over je klanten verzamelen voordat je een verbinding met hun kunt aangaan. Pas als je weet wíe er zijn, kun je hen beter adviseren in plaats van alleen achter de balie te staan.' 
Van Lieshout vindt het ook persoonlijk erg leuk om zo direct betrokken te zijn bij een winkel. 'Voorlopig blijf ik wel komen op maandagochtend. Daarvoor vind ik het veel te leuk. Ik heb ook al een dagje meegedraaid. Het is mooi om te zien dat hoewel alles op internet te koop is, mensen het toch prettig blijven vinden om in een winkel te zijn, te snuffelen, producten vast te houden, even iets te vragen. Ik denk dat dat zeker zijn plek behoudt in het retaillandschap.'
De Bruna in Maarssen is de afgelopen twaalf jaar uitgebaat door Fred en Tineke Stolk. Zij werken nog tot eind dit jaar in de winkel om hem goed over te dragen aan De Rooij.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 7 december)

Zie ook:
- Bruna versus franchisenemers: advocaat Alex Dolphijn versus directeur Fred Zeegers

woensdag 9 december 2015

Het papieren boek van Lisa Kuitert: Een object dat je kunt koesteren (Athenaeum.nl)

Er zijn nog steeds mensen die geloven in een papierloze toekomst en daarom hun bijdrage leveren aan de moord op het boek. Voor hen schreef Lisa Kuitert Het boek en het badwater. In dit essay poogt de hoogleraar boekwetenschap uit te leggen waarom een papieren boek ook de komende vijfhonderd jaar niet alleen gebruikt, maar ook geliefd zal zijn. Dat doet ze misschien niet altijd even overtuigend, ze leverde wel een waardevolle bijdrage aan het debat.

Hoe vaak hebben we dát vroeger niet gehoord? De voorspelling van goeroes dat papieren boeken, kranten en tijdschriften op korte termijn obsoleet zijn. Een kleine twintig jaar geleden zwaaiden ze met e-readers die hun gelijk zouden bewijzen. Later deden ze het de iPad en andere tablets. En ondertussen wezen ze op de aanhoudende spectaculaire groei van de verkoopcijfers. Toen Amazon in 2012 voor het eerst meer Kindle-edities dan hardcovers verkocht zou het einde nabij zijn.
Toch zijn de profeten van de digitale revolutie, zeker in Nederland, een beetje stil gevallen. De groei van het e-boek wil maar niet accelereren. Niet echt, tenminste. De afzet is in het derde kwartaal van 2015 met 127 % gestegen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, maar het marktaandeel blijft bescheiden: 5,8 %. Aldus gegevens van distributeur CB Logistics. Er zijn nog maar weinig aanbieders van e-boeken die hardop durven te voorspellen hoe groot de digitale boekenmarkt maximaal wordt.
Die twijfel bij goeroes biedt ruimte voor genuanceerd tegengeluiden – zoals Lisa Kuitert wil laten horen in haar essay Het boek en het badwater. Uit protest tegen de moedwil waarmee sommige bibliothecarissen, journalisten en boekenvakkers de ondergang van het papieren boek willen bespoedigen, zoals zij die meent waar te nemen, schreef ze een pleidooi vóór het papieren boek. Zonder daarbij te ontkennen dat het e-boek ook een onloochenbare waarde heeft.
Dat is een prikkelend uitgangspunt. In welk opzicht is een papieren boek dan superieur? Kuitert geeft een aantal argumenten, waarvan de drie belangrijkste zich grofweg zo laten samenvatten:

1. Een papieren boek is zichtbaarder. Een boek dat je ziet, in boekhandel, bibliotheek of waar dan ook, zal je sneller ter hand nemen. Zo kan een wetenschapper – dankzij dat ene boek dat hij onverwacht in de kast ziet staan – beter onderzoek doen, maar ook een basisschoolleerlingen – dankzij de schoolbibliotheek – beter leren lezen. Fysieke boeken zien doet lezen.
2. Een papieren boek is een object, een e-boek alleen maar een bestand. Een object dat je kunt koesteren (de geur van oud papier!), verzamelen, mee kunt pronken, maar vooral: een object dat een veel aangenamere leeservaring geeft. Kuitert vergelijkt het treffend met wijn drinken uit een glas of uit een plastic beker. De wijn is dezelfde, de ervaring verschilt nogal.
3. Een papieren boek is onverwoestbaar en onvervreemdbaar. Een boek laat zich veel zorgelozer lezen op het strand. En geen enkele technologiereus kan in de gaten houden tot hoever je een papieren boek hebt gelezen of hoe lang je over moeilijke passages deed – laat staan dat ze het boek uit je bibliotheek kunnen wissen omdat de rechten niet goed geregeld bleken.

Het is spijtig dat dit argumenten van de essayist Kuitert zijn, die zelf over de kwestie heeft nagedacht en soms slechts summier anekdotisch bewijs aanvoert. Je zou meer argumenten willen van de wetenschapper Kuitert, hoogleraar boekwetenschap aan de universiteit van Amsterdam, die al het wetenschappelijk onderzoek heeft geraadpleegd dat wereldwijd is gedaan naar het verschil tussen digitaal en papier. Er is nog veel niet onderzocht, schrijft zij, maar toch meer dan zij suggereert.
De essayistische benadering maakt het makkelijk om tegenargumenten aan te voeren. Is het digitaal onmogelijk om op onverwachte teksten te stuiten? Iedereen die weleens een verloren uurtje over het internet struint, weet hoe kronkelig het pad is waarlangs de links je van site naar site voeren. Is een boek zo veel onverwoestbaarder en onvervreemdbaarder? Kuitert wijst zelf al op de waterbestendige Kobo H2O. Het is ook mogelijk om e-boeken te lezen met aangepaste privacysettings.
Hier wreekt zich dat Het boek en het badwater geen echte studie is, maar voor een deel een verzameling eerder gepubliceerde en ongepubliceerde lezingen – Kuitert zegt er niet bij hoe groot dat deel precies is. Ze heeft niet werkelijk onderzoek gedaan naar de onmiskenbare voordelen van het papieren boek, maar een aantal teksten uit haar archief bijwerkt om een enigszins coherent geheel te kunnen presenteren. Ik vermoed dat geen enkel hoofdstuk speciaal voor het boek is geschreven.
Die aanpak verklaart ook de vele, soms ellenlange zijpaden die Kuitert bewandelt. Zo besteedt zij een heel hoofdstuk aan het verzamelen van boeken. Het evidente (en nogal magere) argument pro papieren boek is: ePub-bestanden kun je niet verzamelen. Maar vervolgens gaat het meer dan tien bladzijden over de psychologie van het verzamelen, enkele opmerkelijke verzamelaars en wat een boekenliefhebber zoal kan verzamelen (boekbanden, ex librissen et cetera).
Het maakt het essay niet altijd overtuigend. Maar het zij Kuitert vergeven. Zij maakt tenminste gebruik van de stilte die de e-boekvisionairen hebben laten vallen om ten gunste van het papieren boek te pleiten. En dat op een zo genuanceerde en intelligente manier dat het hopelijk andere liefhebbers van het papieren boek, die tot nu toe hebben gezwegen uit angst voor ouderwets te worden versleten, verleid hun bijdrage te leveren aan een debat over de boekencultuur dat nog te weinig wordt gevoerd
(Eerder gepubliceerd op Athenaeum.nl)

Zie ook:

dinsdag 8 december 2015

VvL wil onderzoeken of leenrecht voor e-boeken goed is voor auteurs (Boekblad)

Het is nog te vroeg om te concluderen of leenrecht voor e-boeken goed is voor auteurs of niet. De Vereniging van Letterkundigen (VvL) wil eerst meer gegevens voor zij haar positie bepaalt.

Dat zegt VvL-secretaris Janne Rijkers, nadat deze kwestie maandagavond op de agenda van de bestuursvergadering stond. 'Wij willen twee dingen. Een fatsoenlijke vergoeding voor auteurs wanneer hun werk digitaal wordt uitgeleend. Dat zou beter kunnen zijn als het leenrecht wordt ingevoerd, maar ook minder. Daarnaast willen we transparantie: auteurs moeten weten wat er met hun werk gebeurt. Maar het moge duidelijk zijn dat we er met alle partijen uit willen komen. Bibliotheken én uitgevers.'
De bibliotheken begonnen twee weken geleden in Brussel een lobby voor de Europese invoering van leenrecht voor e-boeken. Alleen door zelf te kunnen kiezen welke e-boeken zij hun leden aanbieden is de toegang tot vrije informatie in het digitale tijdperk gegarandeerd. De uitgevers zijn daarop tegen. Als iedereen via de bibliotheek gratis of bijna gratis e-boeken kan lezen zijn digitale boeken niet meer rendabel te exploiteren. Dat zakt de langzaam groeiende markt helemaal in elkaar.
De VvL wacht minstens af tot na de royaltyafrekening over 2015 voor zij een kant kiest in deze discussie. 'Het e-lenen heeft dit jaar een hoge vlucht genomen', zegt Rijkers. 'Pas in april, mei kunnen we zien wat dat auteurs heeft opgeleverd. Dan nog blijft er veel veranderen. WPG geeft haar auteurs een vast bedrag plus een vergoeding vanaf een aantal uitleningen. Over 2016 zal waarschijnlijk uitsluitend een vergoeding per daadwerkelijke uitlening worden uitbetaald.'
In ieder geval kan de transparantie beter. 'Wij horen van sommige auteurs dat zij niet eens wisten dat hun boeken via de bibliotheek werden uitgeleend. Dat geldt niet voor WPG: toen zij de pilot met duizend titels begonnen, hebben zij hun auteurs een brief gestuurd. Maar met name auteurs van kleinere uitgeverijen zijn voor verassingen komen te staan.'
Dit betekent overigens niet dat de VvL op dit moment niets doet. De vereniging heeft nauw contact met de bibliotheken en een aantal grote literaire uitgeverijen, waaronder WPG, over de licentie die zij bibliotheken hebben verleend. Later deze maand gaat het bestuur bij de Koninklijke Bibliotheek langs om zich over het e-lenen te laten informeren. Ook in reguliere gesprekken met de VOB, Stichting Leenrecht, LIRA en de Literaire Uitgeversgroep is e-lenen regelmatig onderwerp van gesprek.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 3 december)

Dit is een vervolg op deze berichten: