woensdag 10 augustus 2016

Stripspeciaalzaak Bul Super haalt de veertig jaar zonder ooit omzetverlies te lijden (Boekblad)

Bul Super in Delft vierde zaterdag haar veertigjarig bestaan. De stripspeciaalzaak heeft ieder jaar omzetstijging geboekt. Eigenaar Peter Ottens (62) mikt nu op een gouden jubileum.

Bul Super viert zijn veertigste verjaardag met wafels voor alle bezoekers. Ottens verwijst daarmee naar de Vlaamse stripreeks Nero van Marc Sleen. Aan het eind van ieder avontuur – althans, vanaf De juweleneter uit 1964 – komen alle personages in de keuken van mevrouw Nero bij elkaar om haar wafels te eten. En dat terwijl de eigenaar allerminst van plan om de stripspeciaalzaak eraan te geven. Wel is het zijn vrouw die de wafels bakt.
Ottens heeft het zo lang vol kunnen houden omdat hij ontzettend veel plezier in zijn werk heeft. 'Wij wonen, heel ouderwets, boven de winkel. Ik ga iedere ochtend zingend de trap af. Ik vind strips heel interessant – en met ruim duizend nieuwe titels per jaar blijft er heel veel moois verschijnen. Al is niet iedereen het ermee eens, ik vind strips vrij veel diepgang hebben. Je kan er eindeloos over discussiëren. En Delft is een universiteitsstad, dus een discussie is zo op gang. Ik verveel me geen seconde.'
Ook economisch gaat het hem voor de wind. 'Alleen toen de euro was ingevoerd en men na een tijdje doorkreeg dat de euro niet hetzelfde waard was als een gulden, hield men een halfjaar de hand op de knip. Maar verder ben ik ieder jaar een klein beetje gegroeid', zegt Ottens, die dat dankt aan de combinatie van een trouw vast publiek en een 'waanzinnig hoge kwaliteit' van veel nieuwe uitgaven.
Dus de klachten over de teruglopend aantal stripspeciaalzaken? 'Ik snap nooit wat ze bedoelen', reageert Ottens. 'Bovendien zijn er nooit veel stripspeciaalzaken geweest. Veel winkels leefden ook van poppetjes en andere merchandising. Dan ben je niet echt een stripspeciaalzaak. Ik verkoop alleen maar boeken. Goed, ik heb ook wel eens gedacht: wat zijn die Kuifje-klokken toch mooi. Maar na een tijdje merkte ik altijd: wat heb ik daar nou aan? En dan gingen dat soort producten er weer uit.'
Hij geeft wel toe dat hij het pand in eigen bezit heeft. Een retailer die nu, zoals in Delft, twee- tot driehonderd euro per vierkante meter moet betalen, redt het niet met de smalle marges in de stripmarkt. 'Ik heb dat destijds bewust zo gedaan. De banken deden in die tijd ook niet moeilijk. Wilt u een stripzaak beginnen? O, leuk, zeiden ze. "Als het mis gaat, pakken we uw boeken wel af en verkopen we die hier in de hal, zoals we laatst deden met een platenzaak." Maar het pand is inmiddels afbetaald. En ik heb geen personeel, dus ik kan hier prima van leven.'
En Ottens is altijd alert geweest: het nieuws volgen, naar beurzen gaan, collega's spreken, de band met klant onderhouden. 'Ik weet nog dat ik naar de boekenbeurs in Antwerpen was. Daar lagen opeens honderden graphic novels. Ik heb gelijk een wand gesloopt en een nieuwe gebouwd: omdat graphic novels doorgaans kleiner zijn heb je andere schappen nodig. En ja hoor, die wand is nu gigantisch groot.'
Bul Super is niet de oudste stripwinkel van Nederland. Het Amsterdamse Lambiek dateert van 1968. 'Maar in ongewijzigde vorm is mijn winkel wel de oudste', aldus Ottens. 'Ik heb al veertig jaar hetzelfde pand, dezelfde toonbank en hetzelfde artikel. Dat kun je van Lambiek niet zeggen. Het enige wat in al die jaren is veranderd is het assortiment. Op een gegeven moment is er bijvoorbeeld manga en graphic novels bijgekomen.'
Voorlopig houdt Ottens aan die status vast. En toch is het Nero-einde waarmee hij het jubileum viert niet helemaal voor niets. 'De winkel beslaat twee panden. Daarnaast heb ik een derde pand waar twee grote magazijnen in zitten. Dat is voor mijn oude dag, zei ik altijd. Zover is het nu. Ik ga toch maar, op mijn dooie gemak, beginnen die voorraden weg te werken.'

Daar moeten prachtige dingen tussen liggen, zegt hij. 'Ik heb in de jaren zeventig ooit eens voorraden van een collega uit Rotterdam overgenomen. Honderden dozen vol. Sommige daarvan heb ik nog niet eens opengemaakt.'
(Eeder gepubliceerd op Boekblad.nl, 5 aug)

dinsdag 9 augustus 2016

De stripmarkt anno 2016: 'Als ik al die volle tekeningen zie, echt geweldig' (Boekblad, 2/2)

Nederland heeft er een nieuwe uitgeverij voor graphic novels en andere beeldverhalen bij: SubQ. In tegenstelling tot Vlaanderen en Frankrijk heeft Nederland nog steeds een bescheiden traditie, maar SubQ gelooft dat er een markt voor is. Sinds 2013 trekt de ook de markt  voor beeldverhalen weer aan. Bij Scheltema staan nu vier kasten met beeldverhaal. ‘Mensen willen óf een goedkoop e-boek of pocket óf, als ze dan toch geld uitgeven, iets echt oogstrelends.’
AFLEVERING 2

De toegenomen aandacht van boekhandel Scheltema voor strips – met onder meer een Maand van de Strip – is niet symptomatisch voor de positie van strips en graphic novels in de algemene boekhandel. De inspanningen van een boekhandel blijven afhankelijk van net die ene persoon met liefde en kennis van strips. Van toeval dus. ‘De meeste winkels kopen een Auladell in op vraag van de klant’, zegt Schifferstein. ‘Hooguit vijfentwintig winkels zoals Scheltema kopen er één in. Dat schiet niet op.’
Het spijt Gasseling dat algemene boekhandels het liefst alles via CB bestellen en niet met Strips in Voorraad in zee gaan. ‘Het zou fijn zijn als Ron [Poland] grote boekhandels kan bevoorraden, maar die willen liever niet met aparte facturen werken.’ Met een aparte vertegenwoordiger over de vloer, bedoelt ze, neemt automatisch de kennis ter plekke toe van wat er eigenlijk op de markt beschikbaar is. ‘Er zijn maar vijf tot zeven relevante uitgeverijen. Maar genoeg boekverkopers kennen zelfs die niet.’
En dat terwijl er ruimte is voor een stripaanbod door het gestaag wegvallen van speciaalzaken in de loop der jaren. Sack weet een heel rijtje op te noemen van verdwenen winkels in de buurt van Scheltema. ‘Nou moe is weg. Dat zaakje op de Zeedijk ook, hoe heet-ie ook alweer? Lambiek en Beeldverhaal zijn verhuisd en kleiner geworden. In De Bijenkorf wordt de boekafdeling steeds kleiner. Dan liggen wij voor de liefhebbers goed op de route. Ze hoeven het centrum er niet voor uit.’

Stripspeciaalzaken
Poland schat dat er nog ‘ruim veertig’ stripspeciaalzaken over zijn in Nederland. ‘Met de meeste gaat het goed. Zeker met degene die een actieve internetwinkel hebben. Dat zijn de meeste. Maar over een jaar of drie, vier zijn er weer een paar verdwenen. Voor een groot deel door vergrijzing. Er staan weinig opvolgers klaar. Ook de winkels met uitsluitend personeel in dienst, wat van oudsher toch al uitzonderingen waren, hebben het moeilijk. Silvester sloot vorig jaar twee van zijn vier winkels.’
Net als bij algemene boekhandels is een partij als Bol.com een steeds grotere concurrent. Poland merkt dat de speciaalzaken het daardoor steeds meer van de echte liefhebbers moeten hebben – die ook in toenemende mate worden bediend met signeersessies en andere activiteiten. ‘De rest merkt dat het toch heel makkelijk is om gewoon thuis, desnoods ’s avons laat, een album te bestellen.’ Maar dan is dat wel vaak een oudere, minder courante titel, merkt Gasseling aan de afzet van Xtra via Bol.com.

Graphic novels
De hausse aan graphic novels bij algemene uitgeverijen, die een jaar of tien geleden inzette, is voorbij. Toch verschijnt er bij verschillende uitgeverijen nog veel. De Geus heeft succes met De arabier van de toekomst. Lebowski heeft Democratie van Alecos Papadatos. Wereldbibliotheek bracht onlangs Nel. Een zot geweld van Peter Theunynck en Lies van Gasse. Bij Gibbon verscheen de verstripping Het Stempel naar De vrouw die zegt dat ze mijn moeder is van Judith Uyterlinde. Et cetera.
Maar beperkt blijft het. Er zit geen beleid achter. ‘Het succes van bijvoorbeeld De Geus komt ook omdat de politieke situatie de strip interessant maakt’, zegt Schifferstein. ‘Zoals Atlas tien jaar geleden succes had met Marjane Satrapi omdat Persepolis over Iran gaat. Toen ik De Geus ooit vroeg om een co-productie te doen omdat hun Fred Vargas een scenario had geschreven voor mijn Edmond Baudoin, weigerde de uitgeverij dat. Een strip van Vargas – dat zou haar naam maar schaden.’
De algemene uitgeverijen kunnen weliswaar zorgen voor meer exposure voor een strip, maar hun uitgaven zijn niet per se de beste uithangborden voor het genre, vindt Gasseling. ‘Ze kozen niet altijd de beste graphic novels uit. Als die vervolgens niet liepen, werden boekhandels terughoudend om een volgende strip in te kopen. Ook was de uitvoering soms erg matig. Strips uitgeven is toch een ander vak. De lettering was bijvoorbeeld heel slecht.’
SubQ heeft in ieder geval geleerd van het mislukken van stripfondsen uit het verleden, bezweert Wessels. ‘De Vliegende Hollander [destijds imprint van Dutch Media] bracht meteen een volle catalogus. Wij doen drie titels. En we doen geen succesvolle Engelstalige strips als Frank Miller. Die koopt de liefhebber in het origineel. Bij het Deense Deserteur van Halfdan Pisket heb je dat niet.’ De samenwerking met crossmediaal productiebedrijf Submarine en adviseur Gert-Jan Pos borgt de kwaliteit.

Kunstwerk
Alles bij elkaar zou je kunnen denken dat stripuitgevers, -distributeurs en -verkopers flink mopperen. Al die gebrekkige aandacht voor de schitterende kunst in media en bij algemene boekhandels en uitgeverijen! Feit is echter dat ze juist niet klagen. Of ze dat nu letterlijk niet doen – zoals Joustra, die zegt het dat met Scratch Books ‘prima de luxe’ gaat en verder geen algemene uitspraken doet. Of wanneer ze enkele kanttekeningen plaatsen, zoals met name Schifferstein en Gasseling.
Waarom zouden ze ook? Strips worden in Nederland al zolang zij zich kunnen herinneren veronachtzaamd als serieuze kunstvorm. Nederland is nu eenmaal geen Frankrijk, België of Amerika. Dat zal nooit veranderen. ‘Als ik zo’n uitspraak hoor van Jean-Marc dat het taalgebied te klein, denk ik: wij hebben in ieder geval Vlaanderen erbij’, zegt Gasseling. ‘Dat is hartstikke belangrijk voor ons. Met zes miljoen inwoners is Vlaanderen goed voor zeker de helft van onze omzet. In veel andere landen is het nóg moeilijker om van strips te kunnen leven.’

En dus blijven ze onverstoorbaar doorgaan met het uitventen van hun passie. Schifferstein: ‘Die combinatie van beeld en tekst in verhalende vorm. Daar is zo waanzinnig veel mee mogelijk. Er worden iedere keer zulke prachtige dingen gemaakt, waarin ieder afzonderlijk beeld een heel album lang een zelfstandig kunstwerk is. Daar krijg ik nooit genoeg van.’
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, mei 2016)

Zie ook:

maandag 8 augustus 2016

De stripmarkt anno 2016: 'Als ik al die volle tekeningen zie, echt geweldig' (Boekblad, 1/2)

Nederland heeft er een nieuwe uitgeverij voor graphic novels en andere beeldverhalen bij: SubQ. In tegenstelling tot Vlaanderen en Frankrijk heeft Nederland nog steeds een bescheiden traditie, maar SubQ gelooft dat er een markt voor is. Sinds 2013 trekt de ook de markt  voor beeldverhalen weer aan. Bij Scheltema staan nu vier kasten met beeldverhaal. ‘Mensen willen óf een goedkoop e-boek of pocket óf, als ze dan toch geld uitgeven, iets echt oogstrelends.’
AFLEVERING 1

Een uitgever of verkoper van strips zonder passie voor de kunstvorm? Onbestaanbaar. Veel meer dan het A-boek drijft de stripwereld op een grote persoonlijke liefde. ‘Ik lees al strips sinds begin jaren zeventig’, zegt Co Sack, inkoper strips en ramsj van Scheltema. ‘En ik ben nu pas 51. Mijn favoriet is Franquin. Vroeger ging het me om het verhaal, maar hoe ouder ik word, hoe minder. Als ik al die volle tekeningen zie: echt geweldig. Er zit geen enkele saaie achtergrond bij.’
Zo zijn ze allemaal. ‘Ik vind het hartstikke mooi dat ik er gelijk bij werd gehaald om uitgever van SubQ te worden’, zegt uitgever Bart Wessels van de nieuwe imprint van uitgeverij Q. ‘Ik heb strips altijd mooi gevonden. Met Corto Maltese van Hugo Pratt als favoriet. Dat is half avontuur, half droom, in zwart-wit, met veel literaire verwijzingen. Heel mooi.’ De kleine stripwereld wordt dan ook bewoond door een heel gezellig volkje’, zegt Ron Poland van stripdistributeur Strips in Voorraad. ‘Zowel de uitgevers en winkeliers als de klanten. Er is veel gedeelde passie.’
Zonder die liefde gaat het niet eens, meent Mat Schifferstein van Sherpa. Hij wijst op De Bezige Bij. De uitgeverij kocht jaren geleden de prestigieuze stripuitgeverij Oog & Blik. ‘Maar dan komen ze erachter om wat voor oplages het gaat en hoe lang het duurt voor die uitverkocht zijn. Zo’n uitgeverij denkt puur commercieel. Toen zijn de mensen erachter vertrokken. Zij zijn Scratch Books begonnen. Een fantastische fonds dankzij hun passie en ervaring. En bij De Bezige Bij stelt strip nauwelijks nog wat voor.’
Hetzelfde geldt voor de boekhandel. Schifferstein: ‘Het heeft nauwelijks zin om onze artistieke, intelligente strips aan de algemene boekhandel te verkopen. Want zelfs als ze die willen hebben hoor je: “Maar we hebben eigenlijk niemand met verstand ervan.” Tja. Dan kun je hooguit wat mainstream humorstrips neerzetten. Om graphic novels te verkopen heb je verstand van de inhoud nodig. Om te kunnen inschatten bij welke klanten er belangstelling zou kunnen zijn.’

In de lift
Geld verdienen met strips is dan ook bepaald niet voordehand liggend. Het Nederlandse taalgebied is er gewoon te klein voor, mopperde Jean-Marc van Tol van Catullus eerder dit jaar in de Volkskrant. Alle uitgevers moeten er iets naast doen. Soms letterlijk: Ger van Wulften en Esther Gasseling van Xtra nemen ook vormgevings- respectievelijk tekstschrijversklussen aan. Schifferstein, die de eerste twintig jaar zelfs als vrijwillig voor Sherpa werkte, doet ook freelance klussen.
En soms besteden uitgevers tijd en energie aan nevenproducten. Catullus verdient zelf aardig aan Fokke & Sukke-merchandising. Scratch Books doet ook commerciëlere titels als de heruitgaven van klassieke reeksen als Chlorophyl en Jan Kordaat. ‘En we doen veel met verkoop van buitenlandse rechten’, vertelt Hansje Joustra. ‘Van al onze Nederlandse auteurs, niet één uitgezonderd, hebben we iets verkocht. Nu steeds meer strips af komen, wordt de verkoop in het buitenland een steeds belangrijk deel van de omzet.’
Alle voor dit stuk gesproken partijen in de stripmarkt zeggen dat het weer beter gaat met de strip. ‘De verkoop zit weer in de lift. Eigenlijk al sinds 2013, maar vooral vanaf halverwege vorig jaar’, zegt Poland, die veel kleine uitgeverijen vertegenwoordigt richting stripspeciaalzaken. ‘Zeker Silvester Strips en Dark Dragon Books groeien goed.’ Maar ook over andere is hij niet ontevreden – Scratch, Sherpa, De Harmonie, De Bezige Bij, de Vlaamse uitgeverijen Oogachtend en Bris, en meer.
Die groei vertaalt zich in meer ruimte voor het genre bij Scheltema. Sack: ‘We hadden voor de verhuizing één bak – nu vier. We hadden toen misschien meer kastruimte, maar de drie kasten die we nu hebben staan handiger. Klanten die op de eerste etage komen zien het meteen naast de literatuur staan als ze van de roltrap komen. Het interessante is dat juist duurdere strips van 20 tot 40 euro steeds makkelijker verkopen. Dat maakt de kassa-aanslag van strips interessanter.’

Oogstrelend
Over het waarom van een groeiende stripmarkt is echter geen eensluidend verhaal te vertellen. Poland begint over het verschijnen van mooie boeken die goede recensies in dag- en weekbladen krijgen en soms zelfs in tv-programma’s in de lucht worden gehouden – zoals In the Pines van Erik Kriek (Scratch Books), De arabier van de toekomst van Riad Sattouf (De Geus) en Het gat van Oyvind Torseter (De Harmonie) die allen door het De Wereld Draait Door-panel werden genoemd.
Anderen zijn sceptischer over de invloed van de media. Bij Sherpa is het eerder toeval dat Schifferstein en zijn medewerker zichzelf sinds een jaar of vier kunnen uitbetalen. ‘We hebben herdrukken van klassieke strips uit de jaren zeventig: Roodbaard, Blueberry, Ravian en Laureline. Daar blijkt nu een publiek van vijftigers, zestigers voor te zijn die daar uit nostalgie omnibussen van kopen. De oplagen blijven marginaal: 500 exemplaren. En je verkoopt ze tegen bodemprijzen. Maar toch.’
Gasseling zegt dat je als uitgever ook slim moet meebewegen met de markt. ‘Met Xtra doen we veel zwart-witstrips, maar we verkennen – uiteraard vanuit wat wij interessant vinden – uitgaven met meer kleur, luxere verzorging, grotere formaten. Dat heeft te maken met een trend die je ook op de A-boekenmarkt ziet: mensen willen óf een goedkoop e-boek of pocket óf, als ze dan toch geld uitgeven, iets echt oogstrelends. Dan betalen ze maar wat meer.’
Ook moet een uitgever titels slim marketen. Niet blijven hangen in het wereldje van stripspeciaalzaken en stripbeurzen waar altijd hetzelfde publiek komt. Gasseling: ‘Wij hebben veel strips met maatschappelijke thema’s. Dat biedt ruimte voor extra afzetkanalen. Neem Heel erg anders van Shiuan-Wen Chu, dat over autisme gaat. Dan benader ik actief clubjes die daarmee bezig zijn. Ook staan we op culturele festivals als Winternachten. Dan benadert het publiek onze stand wel alsof we exotische vogeltjes hebben. “Goh, strips, wat een leuk genre”. Maar je probeert wat.’

Recensies
De gespecialiseerde stripuitgevers vinden dat de media-aandacht voor strips eerder terugloopt. Anders dan bijvoorbeeld Wessels die daar mede rechtvaardiging inziet om met SubQ te starten – dat volgens het persbericht destijds is opgericht omdat het beeldverhaal steeds belangrijker wordt. ‘Als je ziet dat Erik Kriek na vermelding in DWDD meerdere drukken krijgt, weet je dat er publiek voor dit soort boeken is. Het is zaak dat te vinden. Meer bespreking in kranten helpt daarbij.’
Schifferstein zegt daarentegen dat hij van Het paradijs verloren van Pablo Auladell – een 320 pagina’s tellende bewerking van het gelijknamige gedicht van John Milton – zegge en schrijve één recensie heeft gekregen. ‘Ik heb ontzettend veel moeite gedaan omdat ik afhankelijk ben van besprekingen. Voor stripspeciaalzaken is dit te veel een koffietafelboek, voor algemene boekhandels is strip sowieso voor kinderen. Als ware het een prentenboek. En dan één recensie. Heel frustrerend. Als ik het van tevoren had geweten had ik nooit de rechten van dit schitterende boek gekocht.’

Ook Gasseling vindt de media-aandacht minder dan vroeger. ‘Journalisten willen wel, maar van hen begrijp ik dat hun kranten heel weinig ruimte ervoor over hebben. En dat terwijl strips mediageniek zijn. Een krant kan echt iets laten zien. Bovendien hebben wij relevante strips zoals recentelijk twee graphic novels over de Great Depression. Dat sluit goed aan bij de economische crisis. Een mooie insteek, zou je zeggen, maar ik kreeg het er niet doorheen. Wat kun je dan nog als uitgeverij?’
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, mei 2016)

Zie ook:

donderdag 4 augustus 2016

Wielrenner citeert Mulisch

Een sporter die Harry Mulisch citeert. Hoewel topsport echt niet synoniem is voor ongeletterd, is een dergelijk blijk van belezenheid zeldzaam. De baanwielrenner Jenning Huizenga deed het in de toelichting op zijn besluit te stoppen als gevolg van de ziekte van Lyme. Hij zei tegen Nos.nl:

In het boek 'De elementen' schreef Harry Mulisch "Wat je wil zijn, ben je niet". Deze mooie zin heb ik altijd onthouden. Nu kan ik daar zelf aan toevoegen " Wat je was, ben je niet". Ik was baanwielrenner. Helaas kan ik dat niet meer zijn door de ziekte van Lyme.

Zou het toeval zijn dat het uitgerekend een wielrenner is? Dé sporter met de reputatie te lezen is ook een wielrenner: Bouke Mollema. Ook in de laatste Tour kwamen het verhaal weer voorbij dat hij in zijn hotelkamer las. Dikke boeken zelfs, volgens zijn kamergenoot.

Zie ook:
- Robin van Persie: de literair relevantste voetballer van het moment
- Bouke Mollema, kampioen van leesbevorderaars

zaterdag 30 juli 2016

Hijman Ongerijmd scoort met zomeractie 'Ontmoet je vakantieliefde' – omdat uitgevers niet goed spreiden (Boekblad)

Wat te doen om een slappe zomer te voorkomen? Boekhandel Hijman Ongerijmd in Arnhem heeft succes met de actie 'Ontmoet je vakantieliefde', waarbij het vijf persoonlijke favorieten in de spotlights zet.

Marleen Pelle van Hijman Ongerijmd bedacht de actie nadat de winkel vorig jaar in juli en augustus een dip had. 'In augustus zelfs een behoorlijke dip', zegt ze. 'Iedere maand hadden we een plus ten opzichte van 2014 behalve deze maanden. Als je dan kijkt naar de verkopen zie je dat we in 2014 met Schijt van Marcel van Roosmalen een lokale bestseller hadden. Als die 300 exemplaren wegvallen en de rest is, bij gebrek aan genoeg grote nieuwe titels, ook wat minder, dan voel je dat echt.' 
Voor 'Ontmoet je vakantieliefde' kozen de medewerkers van Hijman Ongerijmd vijf recente titels – geen onverbiddelijke bestsellers, wel passend bij het karakter van de literaire boekhandel. Het zijn: Black Eyed Susans van Julia Haeberlin, Goudzand van Konstanin Paustovski, De geniale vriendin van Elena Ferrante, Zoektocht naar het paradijs van Arita Baaijens en De lanterfanter van Yusuf Atilgan. Pelle: 'De bedoeling was alleen recente titels te nemen, maar het is moeilijk onder druk verliefd te worden. Voor Ferrante kozen we ook deel 1 van de cyclus, omdat mensen bij dat boek instappen.'
Iedere titel krijgt veel aandacht. Alle etalages zijn sinds 1 juli eraan gewijd: een om de actie uit te leggen en vijf voor ieder boek elk. 'Gemaakt door de Arnhemse Marije Sietsma van uitgeverij Loopvis, in ruil voor een plek van haar boeken in de winkel,' voegt Pelle daaraan toe. Ook liggen de vijf titels op een tafel in de winkel en op de toonbank. 'Dat kan goed in de zomer. Normaal moeten we woekeren met de ruimte.' Ook wordt de actie in augustus twee weken gepromoot op een megagroot scherm tegenover Arnhem CS.
Het succes is ernaar. Pelle: 'In de weken voor de vakantie draai je Boekenweekomzetten. Mensen willen dus graag verleid worden. Dat gebeurt alleen niet genoeg door te weinig nieuw, urgent aanbod. Met deze vijf titels wel. Ze liggen overal. Wij allemaal hebben ze alle titels gelezen en spreken klanten er daarom op aan. En dan zie je hoe makkelijk mensen bij hun stapeltje nóg een boek van 20 tot 35 euro meenemen. We hebben van alle titels bij elkaar nu al 300 exemplaren verkocht. Ik schat dat zeker 80 % daarvan extra verkoop is.'
De uitgeverijen van de vijf titels hebben goed meegeholpen. In de beginfase: bij het suggereren van titels en het sturen van proeven en vooruitexemplaren. Maar zeker ook daarna. 'Toen wij onze titels hadden gekozen namen we minimaal vijftig exemplaren af', vertelt Pelle. 'Daar staat natuurlijk een fijne extra korting tegenover. En toen Goudzand en deel 1 van Ferrante uitverkocht dreigde te raken, werden we daarop geattendeerd. Konden we dus tijdig bijbestellen, zodat de boeken overal even waren uitverkocht behalve bij ons.'
Toch heeft ze ook een punt van kritiek op de uitgevers. 'Ik vind dat uitgeverijen meer na moeten denken over spreiding. De vakantieperiode is belangrijk voor ons en juist dan is het aanbod karig. Ik snap dat bijvoorbeeld een nieuwe Connie Palmen verschijnt als alle redacties aan het werk zijn, maar bij veel titels maakt dat nauwelijks uit. En dan komen pas in september de nieuwe titels met dozen tegelijk de winkel in. Zo vind ik de timing van de nieuwe Saskia Noort en Goudzand – eind juni – perfect. Mede daardoor zijn ze beide zo succesvol. Ook de nieuwe Dave Eggers, die dinsdag binnenkwam, is goed getimed.'
(Eerder verschenen op Boekblad.nl, 27 jul)

woensdag 27 juli 2016

Recensie: De grenzeloze mogelijkheden van P.F. Thomése – 'Verzameld nachtwerk' (Athenaeum.nl)

Het Verzameld nachtwerk van P.F. Thomése is niet zomaar een verzameling teksten die hij op uitnodiging schreef naast zijn reguliere scheppende arbeid. De belangrijkste teksten uit de bundel bieden niets minder dan de sleutel tot zijn oeuvre, schrijft Maarten Dessing. De schrijver verklaart eindelijk de eenheid daarvan.

P.F. Thomése een grillig auteur die keer op keer een geheel ander boek schrijft? Die indruk krijg je niet als je zijn Verzameld nachtwerk leest. Uit de hier bijeengebrachte lezingen, opiniestukken, essays, toespraken en inleidingen die hij de afgelopen jaren schreef, rijst een opmerkelijk consistent wereldbeeld en poëtica op. Of hij nu een hilarische schelmenroman (De J. Kessels-boeken) of een ontroerend onderzoek naar schuld en boete (De onderwaterzwemmer) publiceert – de Haarlemse auteur kijkt altijd met dezelfde blik naar het wonder dat een geschreven tekst is.
Een schrijver verdwijnt achter het boek dat hij aflevert, een lezer maakt zich het boek zo eigen dat het van hem en van hem alleen is. Keer op keer komt Thomése er in steeds andere, maar steeds fraaie bewoordingen op terug. Zo merkt hij in de causerie 'Antischrijver’ op:

Schrijven is de taal van het lichaam losmaken zodat de bevrijde woorden dat lichaam kunnen overleven. Literatuur is taal die zich van het lichaam heeft losgemaakt. (...) Lezen is: je woorden eigen maken, Je past het boek en kijkt of het je staat. Soms is het 't hele boek, soms een hoofdstuk, soms zelfs enkel een losse zin. Je dwaalt rond in die taaltuin en je zou schrikken als er plotseling zo'n ijdel iemand, zo'n schrijver, vanachter een boom tevoorschijn trad en sprak: ja, ventje, dit is allemaal van mij, hoe vind je het? Eh, heel mooi, meneer, zou je mompelen en je vervolgens uit de voeten maken, sneller dan een appeltjesdief. Want wie leest, wordt niet graag betrapt.

Voor Thomése is de tekst autonoom. Er zit geen schrijver achter die hem construeert en zijn enig mogelijke betekenis geeft. Maar de tekst heeft ook geen bestaansrecht zonder schrijver. Er is iemand nodig die de woordenbrij ontvangt, vormgeeft en aan de wereld geeft. 'De schrijver moet kunnen vergeten wie hij is. Vergeten dat hij iemand is. Schrijven is immers niet: je zelf uitdrukken. Het is geen 'zelfexpressie'. Het is: afwezig zijn en de woorden tevoorschijn dromen, ze vervolgens hun gang laten gaan. Het is verdwalen in het huis dat je blijkt te bouwen.'
Vervolgens hangt het van de individuele lezer en van hem alleen af wat de tekst precies betekent. Er bestaat geen rechtstreeks communicatie tussen schrijver en lezer, zoals Thomése al beweerde in zijn Albert Verweylezing van 2011 die ook in Verzameld nachtwerk is opgenomen. De lezer brengt zijn eigen 'herinneringen, kennis, verlangens en verwachtingen, angsten, smaak, stemming van het moment en tijd' mee, zoals Thomése elders opsomt. Hij roept lezers dan ook op zich niet af te vragen: 'wat geven die boeken mij? Maar: wat heb ik die boeken te bieden? Wat heb ik voorhanden, wat stop ik erin?'
De auteur maakt wel één belangrijk voorbehoud. Hij heeft het alleen over literaire teksten, niet over verhaaltjes-in-romanvorm die volgens hem het gros van de Nederlandse 'literatuur' uitmaken. Deze verhaaltjes laten zich 'door een docent of recensent keurig samenvatten in een paar zinnen met een komma en een punt' en worden 'er in de navertelling over het algemeen zelfs beter op'. Literatuur gaat verder. 'Waar het navertellen ophoudt, daar begint de literatuur'. Pas wanneer je niet meer precies wát je leest, wordt het interessant. 
Hoe doet een schrijver dat? Dat legt Thomése uit in zijn Abraham Kuyperlezing van 2014, die eveneens in deze bundel is opgenomen. Een schrijven van literaire teksten volgens zijn enge definitie doet afstand van conclusies, doelmatigheid en 'angstig moralisme, dat steeds uitsluit en buitensluit'. Hij beschrijft niet dé werkelijkheid, maar probeert te vatten hoe de werkelijkheid zich aan ons voordoet. Hij beschrijft niet hoe we móéten kijken, maar hoe we kúnnen kijken. Een schrijver stelt zich daarom open voor 'de mogelijkheden' die per definitie eindeloos zijn.

Waar het in de kunst, dat vreemde geloof waar we zelf de god van zijn, om gaat is niet het onthullen van dé werkelijkheid, maar juist het protest daartegen, tegen die gedeelde voorstelling van zaken. Tegen alles waar 'we' hetzelfde over denken – en dus níét meer over nadenken.

Deze inzet van Thomése's schrijverschap verklaart waarom zijn oeuvre zo veelzijdig is. Er zijn zo veel mogelijkheden dat het niet anders dan zonde zou zijn om, zoals zo veel van zijn collega's, iedere keer hetzelfde boek te schrijven. Een volledig andere toonzetting, locatie, thematiek, plot, mate van maatschappelijke betrokkenheid enzovoort – door daar maximaal mee te variëren staat Thomése zichzelf toe om vanuit een veelvoud aan invalshoek te onderzoeken hoe de werkelijkheid zich aan hem voordoet. Het verrijkt hem zelf als de verwonderde lezer van de teksten die hij onafhankelijk van zichzelf blijkt te schrijven.
(Eerder gepubliceerd op Athenaeum.nl, 25 jul)

Zie ook deze stukken over Vladiwostok, De weldoenerHet bamischandaal en echte literatuur.

dinsdag 26 juli 2016

Wallonië volgt Vlaanderen met invoering vaste boekenprijs (Boekblad)

De minister van cultuur van de Franse Gemeenschapsregering heeft gisteren een wetsvoorstel ingediend om de vaste prijs in te voeren in Wallonië en Brussel.

Minister Alda Greoli van de christendemocratische CDH heeft de wet gemodelleerd naar de Franse loi Lang. De uitgever stelt de prijs vast, waarop boekverkopers maximaal vijf procent korting mogen geven. Internetverkopers moeten daarbij kiezen tussen vijf procent korting op het boek of korting op verzendkosten. Scholen en bibliotheken kunnen maximaal vijftien procent korting krijgen. De vaste prijs geldt voor zes maanden voor actuele boeken, twaalf maanden voor strips en 24 maanden voor overige boeken.
De wet moet niet zozeer een maximale verspreiding van een zo divers mogelijk aanbod garanderen, maar een einde maken aan de prijsverhoging van Franse boeken. Franse uitgevers hanteren nu een fictieve wisselkoers waardoor dezelfde boeken in Wallonië en Brussel tien tot zeventien procent duurder zijn. De bestelling bij Amazon.fr, die ook een optie met gratis verzendkosten heeft, is dan snel gemaakt.
Greoli stelt, om de uitgevers tegemoet te komen die anders dan Nederlandse uitgevers bij de invoering van de euro in geval van export vasthielden aan hun mark-up, een overgangsregeling in. In het eerste jaar mag de prijs tussen Frankrijk en België acht procent verschillen en in het tweede jaar vier procent, waarna na 24 maanden de prijzen zijn gelijkgetrokken.
Zelf benadrukt de minister vooral het culturele belang van het wetsvoorstel. 'Uitgevers en auteurs krijgen hiermee de garantie dat het veld van vrije meningsuiting niet in handen is van een of twee dominante spelers in het boekenvak', zei ze in La Libre Belgique. 'Door de prijs vast te zetten, bevrijdt men de creativiteit van auteurs, uitgevers en boekverkopers – en is diversiteit gegarandeerd voor de lezer.'
Maar zij reageert ook op het onmiddellijke protest van de distributeurs Interforum en Dilibel tegen afschaffing van 'la tabelle', zoals de fictieve wisselkoers in het Waalse boekenvak heet. Zij dekken daarmee immers de exportkosten. 'Het is begrijpelijk dat zij niet staan te applaudisseren, maar het gelijktrekken van de prijs zal leiden tot meer boekverkoop bij Belgische aanbieders. Dat zal naar mijn gevoel hun verlies compenseren,' aldus Greoli.
Als de minister van cultuur de hele Franse Gemeenschapsregering meekrijgt en ook het parlement het wetsvoorstel goedkeurt, kent Wallonië straks een striktere gereglementeerde boekenprijs dan Vlaanderen. Minister Gatz gaat in zijn voorstel uit van een duur van zes maanden waarin boekhandels een maximale korting van tien procent mogen geven. Bibliotheken en scholen kunnen maximaal 25 procent krijgen.
Greoli en Gatz zullen bovendien een gezamenlijk akkoord sluiten zodat boekverkopers in Vlaanderen geen Franstalige boeken onder de vaste prijs gaan verkopen – en andersom. Ook tweetalige boekhandels in Brussel zullen zich aan beide regelingen moeten houden.