vrijdag 16 december 2016

Interview Vinnie Ko: 'Je blijft altijd op 95% van een moedertaalspreker steken' (Taalunie:Bericht)

Zeven jaar geleden kwam Vinnie Ko als student naar Nederland. Nu publiceert de Zuid-Koreaan een boek over zijn ervaringen met de taal. 'Brabants en Limburs klonk zó anders dat ik me niet goed kon concentreren op het gesprek zelf.'

Het verraste Vinnie Ko zelf ook dat hij een boek wilde schrijven in zijn geadopteerde taal. De Zuid-Koreaan, destijds masterstudent statistiek, had op de cursus Nederlands van het universitaire Talencentrum alle niveaus doorlopen. Op zoek naar betaalbare vervolgcursussen stuitte hij op het Taalmaatjes-programma van Humanitas. Maar: dat was uitsluitend bedoeld voor vluchtelingen. Toen hij bij de organisatie langsfietste om zijn eigen zaak te bepleiten, hoorde hij zichzelf opeens zijn diepste verlangen uitspreken.
Die onverwacht geuite wens om te gaan schrijven was de kiem van de vorige maand verschenen bundel columns Met hartelijke groente. De medewerker van Humanitas bracht Ko in contact met de dichter Fred Penninga, die hem om de paar weken nieuwe schrijfopdrachten gaf. Penninga vond zijn stukken zo leuk dat hij Ko aanmoedigde ze op te sturen naar De Groene Amsterdammer. Daarna ging het snel. Het weekblad wilde zijn aanstekelijke, opmerkzame columns over taal graag online plaatsen. Na drie stukken meldden zich al meerdere uitgeverijen.

De eerste keer dat Ko Nederlands hoorde, vond hij de taal 'zowel zacht en rond als stekelig', vertelt hij op Utrecht Centraal. Dat exotische is er af. Nu hij de woorden begrijpt, concentreert hij zich op de betekenis. 'Behalve toen ik Brabanders en Limburgers leerde kennen. Dat klonk zó anders dat ik me niet goed kon concentreren op het gesprek zelf.' Maar hij vindt Nederlands nog altijd een mooie taal. 'Het is rechttoe rechtaan. Overzichtelijk, als je eenmaal de uitzonderingen onder de knie hebt. Dat weerspiegelt hoe mensen hier denken.'
Aanvankelijk voelde Ko weinig drang om Nederlands te leren. Hij volgde een Engelstalige studie psychologie. Na zijn switch naar wiskunde veranderde dat. En toen wilde hij de taal ook echt goed leren. 'Op de cursus krijg je complimenten dat je zo goed spreekt. Maar als je dan in de echte wereld komt merk je dat het niet goed genoeg is. Als ik naar het gemeentehuis ging, kende ik zoveel termen niet. In simpele mailtjes maakte ik zo veel fouten. In talencursussen leer je net genoeg om te communiceren. Dat was niet voldoende voor mij.'
 Hij maakte het zichzelf daarom moeilijk. Hij probeerde bijvoorbeeld te vermijden dat Nederlanders in het Engels tegen hem bleven praten – door weg te blijven uit een internationaal studentenhuis. 'De vier Nederlanders met wie ik samenwoonde konden het echt niet schelen als ik dingen niet meekreeg. Ik moest maar zorgen dat ik ze begreep. De jongens haalden ook voortdurend grapjes uit. Ik pikte daardoor woordjes op die mijn cursusgenoten niet kenden omdat ze weinig kans hadden hun Nederlands te gebruiken. Vet, chill, meisjes scoren.'

Hoe goed Ko ook heeft geleerd Nederlands te spreken, hij weet: hij wordt nooit zo goed als een moedertaalspreker – ongeacht alle taalfouten die Nederlandstaligen zelf maken. 'De taal is niet moeilijk om te leren. Ik hou als wiskundige van logica. De grammatica van een taal is ook logisch. Al zijn er afwijkingen, natuurlijk. Waarom is het 'een maand, twee maanden' maar "een jaar, twee jaar"? Maar die kun je leren. En toch blijf je steken op 95 %. Die laatste 5% kun je gewoon niet inhalen op een moeder­taalspreker.' 
Wat hoort daarbij? De exacte zinsstructuur, somt Ko op. Scheldwoorden. Hij heeft niet de juiste gevoelswaarde van scheldwoorden meegekregen om ze perfect toe te passen. 'En dan duiken er altijd weer woorden en uitdrukkingen op die je in zulke specifieke situaties gebruikt dat ik ze alleen ken als ik die situaties heb meegemaakt. "Mijn boek is uit" bijvoorbeeld. Tot voor kort betekende dat voor mij alleen: ik heb het gelezen. Maar het blijkt ook iets anders te kunnen betekenen. Eerst was mijn boek af, nu is hij uit.'
Beter zal Ko's taal niet meer kunnen worden. Al helemaal niet nu hij een paar maanden geleden naar Oslo is verhuisd om daar te promoveren en direct een achteruitgang bespeurt. Hij moet in korte tijd Noors leren om volgend studiejaar in die taal les te kunnen geven. 'Dat is echt geen moeilijkere taal dan Nederlands, maar Noors is niet gestandaardiseerd. Iedereen praat zijn eigen dialect. Zelfs de nieuwslezer op tv. En omdat het land zo groot en dunbevolkt is, zijn er veel verschillende dialecten. Echt superlastig voor een buitenlander.'

*****
In Met hartelijke groente beschrijft Vinnie Ko zestig ervaringen met de Nederlandse taal en cultuur. Wat geef je wanneer een collectant vraagt of je 'iets' over hebt voor de kankerbestrijding? Wanneer is 'opdagen' geen goed synoniem voor 'langskomen'? En wie zijn er allemaal jarig op een verjaardagsfeestje? Ko toont iedere keer opnieuw de gave om zijn gestuntel met de wonderlijke taal even eerlijk als geestig op te schrijven.
(Eerder gepubliceerd op Taalunie:Bericht, 7 dec)

woensdag 14 december 2016

Interview Miroesja Peeperkoorn over haar boek – het 5000e van Brave New Books (Boekblad)

Hoe ervaren schrijvers de boekhandels, uitgevers en boekenvakorganisaties waar ze mee samenwerken? De roman De wereld gedeeld door twee van Miroesja Peeperkoorn (31) is het vijfduizendste boek van Brave New Book. Ze is dol op boekhandels, maar verwacht dat ze weinig exemplaren van haar boek kunnen verkopen.

Waar gaat De wereld gedeeld door twee over?
'Het is een roman over twee verschillende werelden en het samenkomen daarvan. Het verhaal gaat over de jonge Freddy die na een traumatische ervaring in Amsterdam besluit vrijwilligerswerk te doen in het regenwoud van Ecuador. In een indianendorp waar het sjamanisme allesbepalend is, ontmoet hij Alessa. Haar eenvoud verandert zijn wereldbeeld. Hij komt voor de belangrijkste keuze in zijn leven te staan.'

Wie ben jij? En waarom heb je dit boek geschreven?
'Mijn drie kernwaarden beschrijven het beste wie ik ben: openheid, verbeeldingskracht en vrijheid. Wat ik doe: schrijven en modellenwerk. In Ibiza, waar ik woon. In 2012 heb ik een jaar de Schrijversvakschool gevolgd. Ik dacht toen een boek te schrijven als ik grijs haar zou hebben. Vervolgens reisde ik in november 2014 met een vriendin door Ecuador. In de jungle ontmoette ik Alessa. Vanaf twintig meter lachten we naar elkaar. Het voelde alsof onze werelden voor even één werden. Dit meisje inspireerde mij. Ik besloot te stoppen met mijn vaste baan. Ik kon en wilde niet meer wachten tot mijn pensioen met schrijven. De rustige winters op Ibiza leenden zich er uitstekend voor en ik kon het goed combineren met mijn modellenklussen.'

Waarom koos je voor uitgave in eigen beheer?
Ik geef eerlijk toe dat ik een uitgever wilde zoeken. Ik wilde dat schouderklopje van de literaire wereld. En hulp om het boek er te laten komen. Door een dramatische ervaring in juli – mijn moeder stapte geheel onverwacht uit het leven – was ik letterlijk uit het veld geslagen. Toen ik na enige tijd weer nadacht over mijn boek, voelde ik iets dat leek op geluk. Ik dacht: dit boek komt er, ik ga niets meer vooruit schuiven. Via een uitgever zou het te veel tijd kosten. En ik wilde vrijheid. Om een eigen cover te laten ontwerpen, zelf verhaallijnen te kiezen, wanneer het boek gepubliceerd wordt.'

Je staat wel positief tegenover reguliere uitgeverijen?
'Zeker. Ik ben er alleen van overtuigd dat als ik mijn boek (eerst) zelf uitgeef en verkoopresultaten en media-aandacht kan genereren, ik voor een uitgever interessanter ben.'

Waarom koos je voor Brave New Books?
'Een filmpje van hen inspireerde mij. Het proces, de vrijheid, het principe van POD. En Bol.com en Singel Uitgeverijen leken mij betrouwbare partijen. Het voelde direct als de juiste weg. Mijn ervaringen zijn ook positief. Alles werkt zoals beloofd, er wordt altijd snel gereageerd op vragen en over het eindresultaat ben ik tevreden. Er komt nog veel kijken bij uitgeven in eigen beheer.'

Heb je aanvullende diensten van Singel Uitgeverijen ingehuurd?
'Nee. Eigenlijk zonder duidelijke reden. Voor het coverontwerp heb ik een designwedstrijd uitgezet bij 99designs.com – ontzettend leuk. Voor de redactie heb ik verschillende partijen benaderd en uiteindelijk degene gekozen die een foutloze versie kon garanderen.'

Wat verwacht je van de verkoop via Bol.com?
'Ik verwacht vooral verkoop door eigen promotie. Bol.com zal niet veel voor me kunnen doen. Als een boek niet onder de aandacht gebracht wordt, gebeurt er denk ik niet zoveel. Natuurlijk willen in eerste instantie vrienden en familieleden het boek zo snel mogelijk hebben. Daarna is de uitdaging om onbekende lezers te bereiken en over te halen het boek aan te schaffen.'

Hoe? Door een marketingcursus te volgen?
'Een cursus? Helemaal geen gek idee! Vanmorgen riep ik nog: met de pr heb ik gewoon een fulltime baan! Ik heb van gedachten gewisseld met een professional. Zij werkt normaal voor schrijvers die zijn gepubliceerd via een reguliere uitgeverij. Zij zei dat ze voor een zelf uitgegeven boek niet zoveel kon betekenen. Dus doe ik alles zelf: van persberichten versturen tot social media-aandacht genereren. Gelukkig dragen vrienden met kennis van zaken graag hun steentje bij. Omdat ze het mij gunnen. Dat werkt positief door in het plezier dat ik aan dit marketingproces beleef.'

Wat zijn je kansen op recensies als selfpublishing auteur?
'Toevallig heb ik gisteren een aantal recensenten een persbericht gestuurd. Nog geen antwoord. Ik denk dat de kansen als selfpublishing auteur een stuk kleiner zijn. Zo heb ik verschillende partijen uit het boekenvak benaderd om te vragen hoe zij tegen de ontwikkeling van zelf uitgeven aankijken. Er kwam geen antwoord of uitgeverijen, schrijvers, journalisten en de Schrijversvakschool zeiden dat zij zich hierover niet wilden uitlaten. Dat geeft toch wel een interessant discussiepunt aan.'

Je  boek ligt ook bij de boekhandel Zwart op Wit in Amsterdam en bij de Read Shop te Wognum. Hoe heb je dat georganiseerd?
'Ik ben in Wognum opgegroeid en heb ook een paar jaar in Amsterdam gewoond. Ik heb de boekhandels benaderd waar ik zelf kwam. Zij reageerden direct enthousiast. Zodoende heb ik er een boekpresentatie en een signeersessie op touw gezet. Dat werd een groot succes. Het hielp ook dat er een interview stond in het Noordhollands Dagblad. Andere boekhandelaren hebben door de specifieke vraag van een klant een directe bestelling geplaatst bij mij.'

Wat vind je van boekhandels in het algemeen?
'Ik ben gek op boekhandels! Alleen begrijp ik inmiddels goed hoe het werkt. Grote namen verkopen het beste. Die boeken liggen dan ook in het zicht. Logisch vind ik. Uitgeverijen bepalen wat boekhandelaren verkopen. Daarin wordt geïnvesteerd. Zolang een schrijver niet op de kaart staat, vraagt geen klant er zomaar naar. Als ik mijn boek bij verschillende boekhandelaren kon neerleggen (wat heel erg leuk zou zijn), maar er worden verder geen noemenswaardige marketingactiviteiten ondernomen, dan denk ik dat er via dat kanaal niet veel verkoop zal zijn.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 7 dec)

Zie ook:
- Ook bestseller auteurs geven nu zelf uit – aflevering 1, aflevering 2

zondag 11 december 2016

SSS krijgt alsnog subsidie dankzij ambitie om de opbrengst voor leesbevordering te vergroten (Boekblad)

Schrijvers School Samenleving (SSS) krijgt alsnog subsidie voor de periode 2017-2020. Dat adviseert de Raad voor Cultuur nadat SSS op haar aandringen een aangepast beleidsplan had ingediend.

SSS heeft in haar bijgewerkt beleidsplan 'een stap vooruit gezet' en verdient daarom de gevraagde subsidie van 650.000 euro, aldus de Raad. 'De ambities zijn duidelijker beschreven dan in de eerdere aanvraag,' schrijft de belangrijkste adviseur van het ministerie van OCW, 'maar moeten nog wel uitgewerkt worden.' Dat houdt in dat SSS over twee jaar een voortgangsrapportage moet schrijven om hen te informeren over het beleid waartoe verschillende experimenten en pilots hebben geleid.
Directeur Anne Zeegers is 'heel blij' met het advies van de Raad. 'Wij hadden voor onze tweede plan simpelweg meer tijd om onze plannen te laten rijpen en konden daarom explicieter en concreter zijn.' Dat SSS een voortgangsrapportage moet schrijven is in wezen haar eigen suggestie, aldus Zeegers. 'Wij hebben allerlei plannen, maar we kunnen niet vanaf de tekentafel alle effecten daarvan overzien. Wij hebben ruimte nodig om pilots uit te voeren. De Raad heeft daar begrip voor.'
SSS blijft haar kerntaak trouw: het verspreiden van verhalen en van literatuur door het organiseren van ontmoetingen tussen auteurs en lezers. Het heeft de Raad overtuigt dat die ontmoetingen ook in de toekomst fysiek en niet virtueel plaats moeten vinden. In de live ontmoeting schuilt de meerwaarde. Wel gaat SSS de opbrengst voor de leesbevordering zo groot mogelijk maken. Dat uit zich in meer inspanningen voor de auteurs én voor de organisatie die hen uitnodigen, als ook door meer samenwerkingen aan te gaan.
Auteurs krijgen de mogelijkheden om zich op een binnenkort nieuw te lanceren website uitgebreid te presenteren – met bibliografie en foto, maar ook met filmpjes of anderszins. Ook gaat SSS auteurs met workshops en intervisies begeleiden. Zeegers: 'Dat geldt zowel voor nieuwe auteurs als voor auteurs die al langer bij scholen, bibliotheken en literaire organisaties komen en eens wat anders willen doen. Wij gaan hen inspireren.'
Daarbij komen meer auteurs in aanmerking voor bemiddeling. Op aandringen van de raad zal SSS niet alleen auteurs accepteren die bij een erkende uitgeverij hebben gepubliceerd, maar ook auteurs die schrijven voor radio, film en tv of spoken word-artiesten. 'Voor de selectie gaan we werken met scouts – mogelijk panels van boekhandelaren, programmeurs van festivals en jeugdplatforms – en onderzoeken in een pilot aan de hand van welke kwaliteitscriteria we hen kunnen selecteren.'
De organisaties die auteurs uitnodigen krijgen met de nieuwe website een beter zicht op de mogelijkheden. 'Daarnaast introduceren we een online inspiratie- en kennisplatform, waar we ervaringen, tips & tricks en best practices samenbrengen voor organisatie, sponsoring en promotie van een schrijversbezoek. Deze informatie wordt ook via de nieuwsbrief verspreid.'
SSS zet samenwerkingen op of verstevigt die met De Schoolschrijver, Stichting Lezen, CPNB en uitgevers. Zo voeren SSS en Stichting Lezen begin volgend jaar een onderzoek uit naar de bijdrage van schrijversbezoeken aan leesbevordering. Van uitgevers – van wie de raad een groter financieel commitment verlangt – wordt voorgesteld dat zij bijdragen door bijvoorbeeld auteurs te helpen met het materiaal voor hun etalage op de SSS-site, maar mogelijk ook door een deel van de kosten voor trainingen voor hun auteurs op zich te nemen en boekverkopers te steunen die hun auteur uitnodigt – zoals nu al met jeugdboekenschrijvers het geval is.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 7 dec)

Zie ook:

vrijdag 9 december 2016

Books in Belgium, de Vlaamse variant van Boekwinkeltjes.nl, groeit snel (Boekblad)

Books in Belgium, een nieuw en snel gegroeid platform voor tweedehands boeken, heeft de Start it@kbc-publieksprijs gewonnen. Oprichter Dieter Byttebier gebruikt de 5.000 euro om in januari een verbeterd platform te lanceren.

De betaversie van Books in Belgium ging in maart live. Het aanbod op het platform is sindsdien gegroeid tot 187.000 Nederlandstalige boeken – aangeboden door twintig professionele handelaars en 600 particulieren. Zij kunnen hun titels gratis uploaden en betalen alleen 9 tot 15% commissie per verkoop. Hoe veel boeken zijn verkocht, wil Byttebier niet zeggen. 'Maar al mínstens tien per dag.' Books in Belgium is in ieder geval niet onbekend bij het publiek. De Facebookpagina heeft 5158 likes, de Twitterpagina 2339 volgers.
Byttebier, die zelf tweedehands boeken semiprofessioneel verkocht, richtte Books in Belgium twee jaar geleden op uit frustratie met de werkwijze van tweedehands.be en kapaza.be. 'Het is heel veel rompslomp om één boek erop te zetten en uiteindelijk te verkopen.' Hij vond dat er een Belgische variant van Boekwinkeltjes.nl moest komen. Hij ging zelf aan de slag nadat hij in november 2014 op het ondernemers bootcamp Start-up Weekend de web developer Michael  van den Reym ontmoette, met wie hij de handen ineensloeg.
In de tussentijd opende Bol.com haar platform voor tweedehands boeken in België. Dat ziet Byttebier als zijn grootste concurrent. 'Maar Bol.com ontwikkelt zich tot een marktplaats voor alle producten. Wij focussen op alleen het tweedehands boek. Dat maakt dat het hele platform daarvoor wordt geoptimaliseerd. Op den duur hebben wij een beter platform. Bovendien zijn er verschillen in ons voordeel. Bij Bol.com kun je bijvoorbeeld alleen boeken met ISBN aanbieden.'
Books in Belgium is gevestigd in een start up-community in Antwerpen. 'Er zitten hier intussen meer dan 450 start-ups'. Daar heeft het bedrijf veel voordeel van, merkt Byttebier. 'Een aantal ontwikkelen technieken die wij kunnen gebruiken voor het geheel nieuwe platform dat we in januari lanceren. Daarin zit ook het voordeel dat we vergeleken bij Boekwinkeltjes een jong bedrijf zijn. Veranderingen bij hen gaan traag. Wij kunnen het platform nog een keer opnieuw opbouwen, waarin we alle learnings van de afgelopen tijd verwerken.'
Een voorbeeld van de vernieuwing is de inzet van artificiële intelligentie. Byttebier: 'Wie een biografie van Lance Armstrong vindt, krijgt nu suggesties voor andere, niet-relevante biografieën. Van een schilder bijvoorbeeld. Maar deze techniek heeft heel Wikipedia "gelezen". Het systeem weet dat Armstrong een wielrenner is en toont daarom andere wielerboeken. Zo krijgt de gebruiker wel relevante suggesties.'
Byttebier heeft ondertussen afscheid genomen van Van den Reym. 'Onze visies kwamen niet overeen'. Hij heeft een nieuwe partner gevonden, die liever anoniem wil blijven. In 2017 wil Books in Belgium ook Franstalige boeken gaan aanbieden.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 5 dec)

Zie ook:

woensdag 7 december 2016

Interview: Anna Levander blikt terug op Nederland Leest: 'Het leefde wel degelijk' (Boekblad)

Hoe ervaren schrijvers de boekhandels, uitgevers en boekenvakorganisaties waar ze mee samenwerken? Deze week Anna Levander, pseudoniem van het schrijversduo Annet de Jong & Dominique van der Heyde. Haar Morten was een van de drie actietitels van Nederland Leest, waarvan vanavond overal in het land slotdebatten plaatsvinden. 'Het leefde wel degelijk.'

Waren jullie blij dat Morten (verschenen bij Q) werd uitverkozen voor Nederland Leest?
'Uiteraard waren we zeer aangenaam verrast. Nederland Leest is een van de grootste campagnes van de CPNB. Het gaf ons de gelegenheid in één klap een heel groot publiek te bereiken en dat is natuurlijk een cadeautje. Dat we in het rijtje stonden met Isabel Allende en William Golding is helemaal fantastisch.'

Is de keuze voor Morten ook terecht – gezien het thema van dit jaar: democratie?
'Morten leent zich er uitstekend voor om over democratie te discussiëren, zo is ook gebleken tijdens de vele lezingen die we afgelopen maand gaven. Het is natuurlijk fijn om gewoon een lekker boek te lezen, want de Morten Trilogie is wat ons betreft bovenal entertainment, maar het stelt wel politieke vraagstukken aan de orde en het is, ondanks dat het fictie is, realistisch. Het geeft inzicht in de achterkamertjes in Den Haag. Alles wat er (politiek) gebeurt in Morten zou in werkelijkheid kunnen gebeuren, dus in die zin biedt het genoeg stof tot discussie.'

Waar ging de discussie vooral over?
'Tijdens de lezingen werd ons duidelijk dat het publiek zich vooral erg opwond over de zetelrovers, de Kamerleden die zich afsplitsen van hun fractie en een eigen partij beginnen. Maar ook over het gebrek aan dualisme tussen parlement en kabinet. De kiezer voelt zich niet gehoord door een volksvertegenwoordiging waarin de coalitiefracties als makke schappen meestemmen met het kabinet. Daar zit echt een groot probleem. Die fractiediscipline is een belangrijk thema in Morten. Ook worden er veel zaken buiten de kiezer om bekokstoofd. De verontwaardiging daarover konden wij wel bespeuren. Morten Mathijssen wil zelf een mandaat voor zes jaar. Grappig genoeg is in Italië nu exact dat aan de hand: de premier wil via een referendum een regeringstermijn van zes jaar mogelijk maken. Morten gebruikt de democratie: eigenlijk kijkt hij neer op het volk, maar hij zet het in wanneer hij het nodig heeft.'

Naar hoeveel bijeenkomsten in bibliotheken zijn jullie eigenlijk geweest?
'We hebben acht lezingen gedaan. Die waren goed bezocht, gemiddeld tachtig tot honderd man, met leuke discussies en fijn publiek. Van Sassenheim tot Assen. We hebben veel handtekeningen moeten uitdelen aan mensen die het boek al hadden gelezen en het goed vonden, dus dat is altijd prettig.'

Jullie hadden dus wel het idee dat de actie leefde? Voor mijn gevoel hoorde ik minder over Nederland Leest dan voorgaande jaren.
'Als je drie boeken centraal stelt, in plaats van één titel zoals in voorgaande jaren, krijg je uiteraard vanzelf versnippering van de aandacht. Maar het leefde wel degelijk. De campagne is met een knal gelanceerd op 1 november in de Eerste Kamer, waar Gerdi Verbeet de eerste exemplaren heeft uitgedeeld aan de voorzitters van het parlement en aan het voltallige kabinet. Dat was een mooi moment, waar eerlijk gezegd weinig aandacht voor was van de media. Waarom weet ik niet. Overigens was er op tv wel goede aandacht, in DWDD door ambassadeur Özcan Akyol, en wij hebben samen een uur lang bij Tijd voor Max gezeten.'

Nederland Leest is een actie van de bibliotheek. Zijn uitleningen via de bibliotheek belangrijk voor jullie?
'De vier thrillers die Annet solo schreef worden al jaren heel erg goed uitgeleend: vooral Vuurkoraal (2008), Levend bewijs (2010) en Bitter vocht (2012). Dus ja, die uitleningen zijn belangrijk. Wij vinden bibliotheken sowieso belangrijk, vanwege de maatschappelijke functie die ze hebben. Veel ouderen zien het als een ontmoetingsplek, waar ze de krant kunnen lezen en een kop koffie kunnen drinken en een praatje kunnen maken. En ook voor kinderen uit minder welvarende gezinnen is de bieb onmisbaar. En wat te denken van jongeren die opgroeien in religieuze gezinnen waar veel niet mag? Die halen al hun kennis uit de bibliotheek.'

En wat betekenen bibliotheekuitleningen financieel? Schrijvers klagen tegenwoordig veel over dalende inkomsten uit uitleningen.
'Wij vragen u toch ook niet wat dit interview u oplevert? Zonder gekheid: we hebben niets te klagen.'

In welke oplage werd Morten uitgedeeld door bibliotheken? En hoe verhoudt zich dat tot de verkoopaantallen?
'Bij ons weten zijn er zo’n 120.000 Mortens uitgedeeld. De trilogie liep ook goed, maar deze aantallen hadden we graag willen verkopen, haha.'

Heeft deelname van jullie werk aan Nederland Leest ook effect op de verkoop? Ook voor de andere boeken?

'De boekhandel was bijna iedere keer aanwezig in de bibliotheken om Mo en M, deel twee en deel drie van de trilogie, te verkopen, dus ja, er is een effect. De actie heeft de naamsbekendheid van Anna Levander zeker vergroot en hopelijk kijkt iedereen uit naar Doodsmak, de nieuwe Anna Levander die volgend voorjaar verschijnt. Geen politieke thriller, maar een psychologische thriller/roman. Met een politiek tintje uiteraard.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 30 nov)

zondag 4 december 2016

Jonge vertalers komen met eigen tijdschrift: Pluk (Boekblad)

Jonge vertalers laten zien waartoe ze in staat zijn. Dat is het idee achter Pluk, het tijdschrift voor vertaalde literatuur waarvan vorige week het eerste nummer verscheen.

Initiatiefnemer is Fedde van Santen van de Vertalersvakschool in Amsterdam, die een redactie samenstelde van docenten en (beginnende) vertalers. 'Ieder jaar studeren nieuwe vertalers af van deze opleiding en de Master Literair Vertalen in Utrecht', zegt Louise Koopman, redacteur van Pluk. 'Maar er zijn heel weinig mogelijkheden om te oefenen en je werk te laten zien. Er verschijnt ook minder vertaalde literatuur, vooral uit niet-Engelstalige landen. En dan grijpen uitgevers al snel terug op vertalers die ze al kennen.'
Pluk lijkt dan ook in de eerste plaats bedoeld als promotiemiddel voor potentiële opdrachtgevers. 'In Pluk kunnen beginnende vertalers zich presenteren aan literair agenten, redacteurs, uitgevers, geïnteresseerde collega-vertalers en andere lezers', schrijft de redactie op hun website. Uitgevers, redacteuren en recensenten krijgen een gratis exemplaar van het eerste nummer.
Waarom dan een tijdschrift en niet alleen een online platform? Koopman: 'Een tijdschrift is op een of andere manier echter. Het heeft meer impact dan wanneer je bijvoorbeeld nieuwsbrieven uitstuurt met onderaan de link naar een website. Er zijn best veel bijeenkomsten voor vertalers, zoals de Literaire Vertaaldagen en Vertaalslag. Dan kun je daar echt iets laten zien. En het is natuurlijk gewoon leuker om te maken.'
De kosten voor het tijdschrift zijn beperkt, benadrukt Koopman. De redactie werkt vrijwillig. De vertalers en hun vertaalde auteurs worden – vooralsnog – niet betaald. Dan resteren alleen de druk- en verzendkosten. Voor dit eerste nummer worden die gedragen door een donatie van vertaalster Elly Schippers, die haar prijzengeld voor de Europese Literatuurprijs 2015 beschikbaar stelde. 'Met deze bijdrage en opbrengsten uit de verkoop kan Pluk voorlopig vooruit', aldus Koopman.
Het eerste nummer wordt op 15 december gepresenteerd tijdens een studiemiddag van het Expertisecentrum Literair Vertalen in het Utrechts Centrum voor de Kunsten over professionalisering van vertalers. Het is te koop via de site van Pluk, bij Athenaeum Boekhandel in Amsterdam en op termijn ook bij andere boekwinkels in het land. Prijs: 15 euro. De oplage van het twee keer per jaar verschijnende blad is 800 exemplaren.
Het nummer bevat onder meer fragmenten uit het werk van Arthur Bradford (vertaald door Irene Paridaans), Mick Jackson (Betty Klaasse), Teru Miyamoto (Sander Schoen) en Eloy Tizón (Melani Reumers), en een artikel van vertaalster Nederlands-Duits Isabel Hessel over het vertalen van Griet Op de Beeck. Het is de bedoeling dat in ieder nummer een breed scala aan talen en genres, proza zowel als poëzie, aan bod komt. Elk nummer bevat ook illustraties.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 30 nov)


vrijdag 2 december 2016

Europese brancheorganisaties: Het boekenvak zichtbaar en herkenbaar maken in Brussel (Boekblad)

En maar blijven uitleggen. Het belangrijkste werk van de Europese brancheorganisaties in het boekenvak is iedere keer weer opnieuw aan ambtenaren en politici vertellen hoe vitaal de rol van boekhandels en uitgevers is. Het scheelt dat ieder lid van de Europese gemeenschap in Brussel dol is op boeken.

Trots laat Françoise Dubruille de ingelijste foto zien. Jean-Claude Juncker, president van de Europese Commissie staat er op. De drie co-presidenten van de European and International Booksellers Federation (EIBF), onder wie de Haagse boekverkoper Fabian Paagman. De Luxemburgse boekverkoper Fernard Ernster. En de directeur van de EIBF natuurlijk zelf. De foto van het vrolijk lachende gezelschap heeft een ereplaats in het aftandse, rommelige kantoor in de Europese wijk van Brussel.
Hij werd gemaakt op 4 april. De boekhandelaren kregen toen maar liefst veertig minuten de gelegenheid om hun standpunten voor een laag btw-tarief voor e-boeken, het belang van auteursrecht, het machtsmisbruik van Amazon en de fundamentele rol van boekhandels in mde maatschappij te bespreken. 'Een ontmoeting regelen met Juncker is nogal een prestatie', zegt Dubruille. 'Het was vooral te danken aan deze man', wijst ze op Ernster, oud-voorzitter van de Fédération Luxembourgeoise des Libraires. 'Juncker is klant bij hem.'

Dit is in essentie wat de Europese brancheorganisaties als de EIBF en de Federation of European Publishers (FEP), de vertegenwoordiger van boekenuitgeverijen, de hele dag doen. Ontmoetingen organiseren met de ambtenaren en politici van Brussel – van een gewone medewerker van het directoraat-generaal Communicatienetwerken,  Inhoud en Technologie, dat verantwoordelijk is voor de Digital Single Market, tot de hoogste politicus. En hen proberen te winnen voor hun standpunten. Lobbyen dus.
'Je moet proberen de sleutelfiguren voor een bepaald voorstel te spreken te krijgen', legt Enrico Turrin uit, vice-directeur van de FEP. 'Zodat je hen kunt uitleggen hoe onze sector werkt en welk effect dat voorstel daarop heeft. Het is maar net in welke fase een voorstel zich bevindt wie de sleutelfiguren zijn. In eerste instantie zijn het de ambtenaren die een voorstel uitwerken. Daarna zijn het de Europarlementariërs en de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten die uiteindelijk over dat voorstel stemmen.'
Zeker bij het aantreden van een nieuwe commissie is het belangrijk zo veel mogelijk mensen te voeden met informatie, vertelt Dubruille. Dan stelt de commissie een werkprogramma voor de komende vijf jaar vast. 'Deze keer lanceerden ze het ambitieuze plan van de Digital Single Market. Heel belangrijk voor ons. Daarvoor hielden ze, zoals altijd, heel veel publieke consultaties – over btw, digitalisering, wat niet al. We hadden het heel druk om daarover allemaal onze standpunten naar voren te brengen.'
Om de gesprekken goed voor te breiden moet je precies weten wie wat vindt. Dubruille en haar enige medewerker Julie Belgrado volgen daarom alle voor hen relevante vergaderingen van EP-commissies. Het liefst in persoon en anders via een live-stream. 'Dan ontdek je welke Europarlementariër we kunnen contacteren voor steun, wie interesse toont in onze sector of wie hoogstnodig onderwezen moet worden', zegt Belgrado. 'Dat laatste blijkt iedere keer opnieuw weer nodig.'
Europese ambtenaren en politici hebben net als iedere buitenstaander een romantisch beeld van de boekverkoper. Dat het dagelijkse bestaan in de boekhandel draait om boeken lezen en daar met klanten over praten. 'Ik begrijp het wel', zegt Dubruille. 'Toen ik hier in 2001 begon dacht ik dat ook. En Julie ook. Toen ze hier vorig jaar als stagiaire begon, heb ik er daarom voor gezorgd dat ze in een boekhandel meeliep.' 'O,' verzucht Belgrado. 'Na een dag werken kon ik niet meer op mijn benen staan. Al mijn illusies waren weg.'

Het is niet moeilijk om sleutelfiguren te spreken te krijgen, vindt Turrin – een van de vier medewerkers van de FEP. 'Sommigen zijn toegankelijker dan anderen. Maar in principe wil iedereen met ons praten. Zeker ambtenaren van de commissie zijn toegankelijk. Die vragen je geregeld om advies of data als ze aan een bepaald voorstel werken. Europarlementariërs zijn lastiger. Ze hebben het vaak erg druk. En iedere vijf jaar komen er veel nieuwen, waardoor je opnieuw moet beginnen met het opbouwen van een relatie.'
Want dat is wel een voorwaarde. Je kunt het best een voorstel beïnvloeden als je de mensen die erover gaan al kent. De EIBF en de FEP benaderen hen daarom eigenlijk vaker als er geen concreet gespreksonderwerp is dan wanneer dat er wel is. Gewoon, een kop koffie drinken. En praten over de sector. Dubruille: 'Alleen al door te praten met ambtenaren en Europarlementariërs – of in werkelijkheid: hun assistenten, die het werk doen – weten ze dat je bestaat. En houden ze mogelijk rekening met de boekhandel.'
Zichtbaar en herkenbaar zijn, noemt Turrin die voorwaarde. Een evenement als de Buchmesse helpt daarbij. De FEP nodigt ieder jaar hoge ambtenaren en Eurocommissarissen uit naar Frankfurt. 'Dan zien ze meteen hoe groot – de boekindustrie is de grootste culturele sector van Europa – hoe divers en hoe innovatief de uitgeverijbranche is. Europarlementariërs nemen we niet mee. Het is moeilijk om hen tot reizen te bewegen. Daarbij willen we liever dat nationale bonden hun politici uitnodigen en een band met hen opbouwen.'
Daarnaast organiseert de FEP om dezelfde reden verschillende eigen evenementen. 'Sinds een jaar of zeven hebben we de Author Publishers Dialogue: een diner in Strasbourg waar drie uitgevers ieder één auteur meenemen en vertellen over hun samenwerking. Velen in Brussel denken immers dat een uitgever weinig meer doet dan manuscripten drukken en verkopen. Door de aansprekende namen komen daar meer dan dertig Europarlementariërs op af. Normaal heb je er zelden meer dan vier – op wat voor bijeenkomst dan ook.'
De EIBF is eigenlijk jaloers op de Buchmesse. Hadden boekhandelaren maar zo'n beurs. Een ambtenaar of politicus meenemen naar een boekhandel heeft niet hetzelfde effect. 'Wat wel goed helpt is een professional uit de branche meenemen, zeker als die uit het eigen land komt. Zo hebben we Fabian Paagman meegenomen naar Gerard de Graaf, die het directoraat elektronische communicatie netwerken & services leidt. Als Fabian hem uitlegt hoe geo-blocking hem hindert in zijn werk, komt dat beter aan.'

Bij Dubruille en Turrin komen de argumenten ten gunste van de boekhandel en uitgever, waarmee ze hun uitleg over het Brusselse lobbywerk larderen, enigszins mechanisch uit hun mond. In de loop van hun carrière – Turrin zit ook al sinds 2008 bij de FEP – hebben ze hun verhaal misschien al duizenden keren verteld. En omdat besluitvorming zo verschrikkelijk lang duurt in Brussel – de strijd om een verlaagd btw-tarief op e-boeken duurt zeker al zeven jaar – geldt die herhaling ook op detailniveau. Is dat niet vervelend?
'Dat kan je ook alleen volhouden als je van de sector houdt', zegt Dubruille. 'Maar je leert er ook iedere keer bij, waardoor het verhaal verandert.' Turrin zegt iets soortgelijks. 'Gelukkig kun je je verhaal altijd aanpassen aan degene tegen wie je voor je hebt. Aan zijn nationaliteit aan, zijn kennisniveau, de mate waarin hij het met je eens is. We kunnen nog niet vervangen worden door een taperecorder die een vaste riedel afdraait. Daarbij is de herhaling nuttig om de kracht en de onderbouwing van onze argumenten te testen.'
Daar komt bij: de EIBF en FEP hebben tenminste een verhaal te vertellen dat de Brusselse gemeenschap best wil horen. Dubruille: 'Niemand zal tegen je zeggen: o, maar ik hou niet van boeken. Integendeel. Iedereen begint over het laatste boek dat hij heeft gelezen en waar hij zo van heeft genoten. Dat is in zekere zin een luxe voor een lobbyist. Ik hoef nooit iemand te overtuigen van het nut van een boek. Dan gaat het alleen nog over de vitale rol van de boekhandelaar daarin. Dat is voor een tabaklobbyist wel anders.'
Turrin herkent dat. De boekuitgeverij 'is geen negatief of delicaat onderwerp'. Maar: de laatste jaren zijn uitgeverijen in Brussel wel controversiëler geworden. 'Nu het idee terrein wint dat alles op internet gratis zou moeten zijn, is het moeilijker geworden om uit te leggen dat uitgevers helemaal niet de toegang tot informatie willen beperken, maar integendeel aan innovatieve oplossingen werken die ook het businessmodel overeind houdt. Want anders is er op lange termijn helemaal geen informatie meer beschikbaar.'

De EIBF en FEP werken veel samen. En niet alleen met elkaar – ook met de European Writers Council (EWC) en de European Bureau of Library Information and Documentation Association (EBLIDA) tot, veel breder, allerlei allianties van creatieve industrieën. Dat kan goed, omdat de schakels in de boekenketen samen 'een fragiel eco-systeem zijn, die elkaar hard nodig hebben', zegt Dubruille. De onderlinge discussiepunten zijn allemaal commercieel van aard. Die zijn voor het Brusselse lobbywerk niet relevant.
En dan nog. 'We zijn krachtiger als we zo veel mogelijk met een mond spreken', zegt Dubruille. 'Het is als in een gezin: de meningsverschillen houden we intern.' Zelfs over zo'n cruciaal punt als het leenrecht op e-boeken waarin uitgevers en bibliotheken lijnrecht tegenover elkaar staan zegt Turrin: 'Over het principe dat bibliotheken e-boeken moeten kunnen uitlenen, zijn we het eens. Het gaat er alleen om hóé, zodat de e-boekmarkt niet kapot wordt gemaakt. Dat is op lange termijn het slechtst voor iedereen.'
Die eensgezindheid blijkt uit de prioriteitenlijsten van beide organisaties. Die komen behoorlijk overeen. Dat gaat over het overeindhouden van een goed auteursrechtsysteem. Over het verlaagde btw-tarief op e-boeken. De strijd voor eerlijke concurrentie in het licht van alle voordelen die multinationals als Amazon, Google en Apple hebben, met name op het betalen van belasting. Of de interoperabiliteit van e-boeken, waardoor de consument bij iedere retailer digitale boeken kan kopen en op elk apparaat kan lezen.
'Overigens begrijpen niet al onze leden dat dit onze prioriteiten zijn', zegt Dubruille. 'Al die digitale onderwerpen. In veel landen is de e-markt klein. Vijf, zes procent. In Finland of Spanje zelfs amper meer dan 0 procent. Maar ja: dat is de Brussels bubble. Voor alle hoogopgeleide expats die hier werken is de digitale markt heel belangrijk. Die zien niet in dat de boekhandel voor het leeuwendeel nog altijd draait om papieren boeken. Daar hebben we ons noodgedwongen aan aan te passen.'
'Maar uiteindelijk houden we ons ook met alles bezig', nuanceert Turrin het belang van de prioriteitenlijst. 'Zelfs met veiligheid van speelgoed, omdat kinderboeken aan regels hiervoor moeten voldoen.'

*****
De European and International Booksellers Federation heeft een geschiedenis die teruggaat tot 1957. Het telt 34 boekverkopersorganisaties uit 30 landen als lid, die ieder naar rato van hun eigen inkomsten een bijdrage leveren aan het 'bescheiden budget' van de organisatie. Getallen geeft Dubruille niet. De EIBF heeft sinds 2014 een triumviraat als voorzitter om de werklast te verdelen: de Duitse Kyra Dreher (voorzitter van de Duitse boekverkopersbond), de Fransman Jean-Luc Treutenaere (directeur van de keten Cultura) en Fabian Paagman.
De Federation of European Publishers is opgericht in 1967 en opereert onder de huidige naam sinds 1990. De FEP telt 29 nationale uitgeversverbonden uit Europa als lid. Ieder lid betaalt een bijdrage in verhouding tot de grote van de eigen boekenmarkt. Hoe hoog het totale budget is, houdt de FEP geheim. Voorzitter is momenteel de Portugese uitgever Henrique Motta, vice-voorzitter is Rudy Vanschoonbeek van uitgeverij Vrijdag.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, oktober 2016)