dinsdag 3 november 2020

Groepsportretten: ‘Ik ben meer dan mijn handicap’ (Onze Taal)

Overal waar hij komt, stuit hij op datzelfde bordje: “Invalidentoilet”. Absurd, vindt filmmaker Mari Sanders (32), bekend van de driedelige documentaire Rolstoel roadmovie. “Zelfs officiële instanties gebruiken dat. Weten ze soms niet wat invalidebetekent? ‘Ongeldig.’ Denk aan ‘een valide argument’. De overheid zegt dus letterlijk dat ik niet meetel als ik door mijn rolstoel zo’n toilet gebruik. Mindervalide vind ik om dezelfde reden nog erger.”
Ook van eufemismen krijgt Sanders hardnekkige jeuk. Mensen met een vlekjemensen met mogelijkhedenkanjers met kansen– er bestaan er vele. “Neem mensen met een uitdaging. Mag ik alsjeblieft zelf bepalen wat mijn uitdaging is? In mijn geval is dat een zo goed mogelijke film maken. Door het beestje opzichtig niet bij zijn naam te noemen, maak je het alleen maar vervelender.”

 

Wat goed dat je werkt

Sanders is bepaald niet de enige gehandicapte persoon met deze aversies. “Eufemistische termen worden dan ook meestal bedacht door zorgprofessionals of ouders”, vertelt Xandra Koster (48), medewerker van netwerkorganisatie Ieder(in) voor mensen met een beperking of chronische ziekte. “Gehandicapte mensen, die eerder vinden dat het niets is om je voor te schamen, zullen ze nooit gebruiken.”

De afkeer van taal die het gehandicapt zijn benadrukt als óf zielig óf inspirerend, is even breed gedeeld. “Men zegt liever niet rechtstreeks dat ik een ‘handicap’ heb”, zegt Eline Pollaert (28), projectmedewerker diversiteit en inclusiviteit van de Universiteit Leiden. “Maar men vraagt wel wat er ‘mis’ met mij is. Of men zegt: ‘Wat goed dat je werkt’, ‘Wat dapper dat je hier komt.’ Alsof ik niet een even gewoon leven heb.”

Er is zelfs een heel woordenboek samen te stellen van woorden die het beeld bevestigen van ‘de deerniswekkende gehandicapte’. Van ‘lijden aan je handicap’ tot ‘de zwakkeren van de samenleving’. Bekend is ook aan een rolstoel gekluisterd. “Daar klopt niets van”, zegt Jeanette Chedda (36), webredacteur bij de politie, resoluut. “Voor velen geeft een rolstoel juist vrijheid. Sommigen bewegen zich hier al hun hele leven mee voort.”

 

Een extra koekje

Aan veel aanduidingen mankeert dus wel iets. Het meningsverschil ontstaat pas in de zoektocht naar de juiste oplossing. Wat is de correcte aanduiding? Sanders prefereert mensen met een handicap – in tegenstelling tot een gehandicapte, dat een persoon reduceert tot niets meer dan zijn handicap. Chedda gruwelt daarentegen van dat woord sinds las over de herkomst ervan (een van de verschillende etymologische verklaringen die de ronde doen).

“Mensen met een beperking konden vroeger niet werken en waren daarom gedwongen te bedelen”, legt ze uit. Zo maakte een 'handicap' van mensen tweederangs burgers. “Ik heb daarom een hekel aan Wereld Gehandicaptendag. Dat klinkt alsof het vergelijkbaar is met Dierendag: de dag waarop je iemand met een handicap een extra koekje geeft.”

Chedda beschrijft zichzelf daarom als “vrouw van kleur met zichtbare beperking”. En dáár heeft Sanders juist moeite mee. “Ik geloof dat mensen met beperking het meestgebruikte eufemisme is”, zegt hij. “Daarmee is het nog niet goed. Want als je diabetes hebt of nooit je rijbewijs hebt gehaald, ben je óók beperkt. Eigenlijk is iedereen is op een of andere manier beperkt. Toch valt niet iedereen onder deze noemer. Waar leg je de grens?”

 

VN-verdrag 

Koster en Pollaert vinden zelfs alle Nederlandse woorden ongeschikt. Zij gebruiken het liefst de Engelse termen zoals het VN-verdrag Handicap die hanteert. Impairment verwijst naar iemands persoonlijke omstandigheden, disabled naar de maatschappij die mensen met een handicap niet in staat stelt volwaardig mee te doen. De woorden scheppen daarmee een heel helder onderscheid. “Disable is niet het tegenovergestelde van able: ‘iets kunnen’, maar van enable: ‘in staat stellen’,” zegt Koster. 

In het Nederlands zou je kunnen spreken van ‘gehinderde’, redeneert zij. “Maar dat woord heeft niet dezelfde associatie met het hebben van een beperking als disabled. De Nederlandse vertaling van het VN-verdrag heeft het dan ook over “mensen die gehandicapt zijn door de wisselwerking tussen de beperking van de persoon en de ontoegankelijke maatschappij”. Bij gebrek aan een uitgebreidere woordenschat gebruik ik die termen.”

Er zijn verschillende redenen aan te voeren voor het gebrek aan overeenstemming. Ten eerste is er een ongelooflijk grote diversiteit aan gehandicapte mensen, legt Pollaert uit. Niet alleen in soorten handicap, maar ook in de mate waarin deze zichtbaar is, deze van invloed is op het dagelijks leven, en hoe lang iemand deze heeft: vanaf de geboorte of pas sinds kort. Daarom heeft niet iedereen dezelfde gevoelens bij de gebruikte termen.

Daar komt bij dat er nauwelijks discussie over taal is, zelfs in eigen kring. “In het rolstoelhockey doen ‘invalide’ en ‘valide’ spelers mee”, vertelt Chedda. “Ik vind het pijnlijk dat het onderscheid daarmee wordt aangeduid. Ik zou dat willen veranderen, maar ik hoef daar bij mijn team niet over te beginnen. Iedereen accepteert het gewoon zoals het is.”

 

Groot toilet

Dat de meerderheid in deze groep niet zo activistisch is als de hier geïnterviewden, maakt het lastig om de misplaatstheid van sommige woorden over te brengen. Voor deze groep begint de emancipatie nog maar net,” zegt Koster, “maar je kunt individueel tegengas geven. Ik ben actief op Twitter. Iedere keer als een krant een woord als mindervalide gebruikt, laat ik dat weten. Soms raak ik ook in gesprek met een journalist. De reactie is er dan altijd één van begrip.”

En waarom zou dat niet helpen? De afgelopen jaren zijn immers ook ongewenste woorden in onbruik geraakt. “Mensen zeggen nog wel ‘idioot’, maar zonder te denken aan mensen die ooit die officiële diagnose [voor het hebben van een IQ tussen 0 en 25 – MD] kregen”, zegt Koster. “Je moet klein beginnen. Dan kan het steeds groter worden. Door dit artikel valt hopelijk bij weer een paar mensen het kwartje.”

Misschien, hoopt Sanders, hoeft zelfs ooit het label handicap niet meer nodig te zijn. “Waarom moet je eigenlijk spreken van ‘de gehandicapte Mari’? Je kunt net zo goed zeggen ‘Mari kan niet lopen’ of ‘Mari zit in een rolstoel’ op een moment waarop dat relevant is. Precies zoals je alleen benoemt dat iemand een bril draagt als dat ter zake doet. Een bril is immers óók een hulpmiddel dat je nodig hebt vanwege een functionele beperking.”

In die gedroomde toekomst bestaat het invalidentoilet uiteraard ook niet meer. Er zijn alleen kleine en – ruim voldoende – grote toiletten, waarbij de laatste gebruikt kunnen worden door iedereen die daar een voorkeur voor heeft. Om een luier te verwisselen bijvoorbeeld. Omdat je wat meer ruimte wel zo prettig vindt. Of omdat je in een rolstoel zit. “Hoe gewoner iets is, hoe onnodiger het is om daar aparte woorden voor te gebruiken,” meent Sanders.

(Eerder verschenen in Onze Taal)


Deel 2 in een serie 'Minderheidsgroepen en schurende taal'. Zie hier voor aflevering 1.

maandag 19 oktober 2020

Recensie: 'De nieuwe rivier' van Eva Meijer (De Lage Landen)

De vijfde roman van Eva Meijer is gebouwd op een krachtige metafoor voor onze omgang met de aarde. En haar ambitie om iets even origineels als urgents te brengen, is zonder meer te prijzen, maar Meijers taal en verbeelding zijn niet accuraat genoeg.

EEN PLUS EEN IS GEEN TWEE

De nieuwe rivier uit de titel van Eva Meijers vijfde roman verscheen uit het niets. Een paar jaar geleden was hij er opeens. Geen onaanzienlijke sloot of kalm voortkabbelend beekje. Nee, een echte rivier die de streek in het fictieve Latijns-Amerikaanse land dwars doormidden snijdt en die zo vaak van vorm verandert dat het geen zin heeft om een brug te bouwen. De rivier verwoestte iedere constructie. De sojaboer die stukken grond aan beide kanten van het bruine water bezit, restte niets anders dan omlopen.
Het is een fantastisch gegeven voor een roman. Een rivier die nergens begint en nergens eindigt, maar wel ieders leven dramatisch beïnvloedt, is een even eenvoudige als krachtige metafoor – in dit geval voor onze weinig duurzame omgang met de aarde. Alle verklaringen die Meijers personages voor de rivier geven, wijzen daarop: de wetenschappelijke van de geoloog, die wijst op boskap ten behoeve van intensieve sojateelt; de spirituele van de lokale bevolking, die denkt aan de voorspellingen van de goden; of nog andere.
Meijer heeft een thriller geschreven rond deze metafoor. De nieuwe rivier begint, heel klassiek, met de vondst van een lijk. Janet Stone, een Britse journaliste van The Guardian, ontdekt in het eerste hoofdstuk dat sojaboer Hugo Frys is vermoord. Kort daarvoor had ze hem nog gesproken voor haar reportage over het wonderlijke natuurverschijnsel. Nu hangt hij ondersteboven, met zijn enkels bij elkaar gebonden, aan een ring in het plafond die daar speciaal voor dit doeleinde lijkt te zijn bevestigd. Zijn hoofd reikt net tot de grond.
Die moord brengt alle personages bij elkaar vanuit wier perspectief Meijer alternerend het verhaal beschrijft: de journaliste natuurlijk; Frys’ huishoudster Petronella Crista-Galli; de geoloog Rafel Flores; politieagent Jor en zijn assistent Domino Muñoz; Jors dochter Maia; Beatriz Diaz, burgemeester van het dorp Koraalboom; milieuactivist Wotko, die de actiegroep Onze Aarde aanvoert; en zelfs de vermoorde Frys, via zijn gedichten die tussen zijn papieren opduiken en die meermaals een apart hoofdstuk krijgen toebedeeld.
Allemaal staan ze voor een andere visie op de nieuwe rivier. Janet Stone is bijvoorbeeld de archetypische westerling die de milieuproblematiek wel degelijk serieus neemt, maar voor wie de gevolgen van haar eigen consumentistische levensstijl uiteindelijk te ver van haar bed voelbaar zijn. Ze bekijkt haar werk dan ook in de eerste plaats in termen van wat het kan betekenen voor haar carrière. Typerend is haar reactie als ze de rivier voor het eerst ziet. “Ze verwachtte iets wilds, iets ruigs, maar het was een kalme bruine stroom.”
En zo kun je alle personages één voor één afgaan. Voor Jor is de rivier een gegeven. Als hij daardoor moet omrijden, dan zij het zo. De natuurlijke omstandigheden zijn nu eenmaal de natuurlijke omstandigheden, wat hij daarvan vindt doet er niet toe. Voor de burgemeester is het een bedreiging van haar macht. Aandacht voor haar dorp is potentieel gevaarlijk, zeker in een land dat nog maar kort geleden een dictatuur was, waarvan de aanhangers mogelijk nog altijd sleutelposities bezetten. Enzovoorts.
Meijer wilde alleen geen onderhoudende thriller schrijven die de lezer op een slimme manier ongemerkt aan het denken zet over het urgente probleem van het menselijke ingrijpen in de natuur. Het boek moest duidelijk boven alles een literaire thriller zijn. Daarom voegde ze allerlei elementen toe die van De nieuwe rivier een postmoderne variant van de magisch-realistische Latijnse-Amerikaanse roman maakt, in de traditie van Jorge Luis Borges, Julio Cortázar en Roberto Bolaño.
Dat vervreemdende zit onder meer in kleine dingen zoals niet-bestaande flora en fauna die worden opgevoerd. En het wordt het meest zichtbaar in de grote bibliotheek, ooit nog gebouwd door de Spaanse veroveraars, waar de journaliste en later anderen op zoek gaan naar informatie. Die bibliotheek lijkt rechtstreeks uit Borges’ werk te komen. De indeling is zo onoverzichtelijk dat niemand er een compleet beeld van kan krijgen. De bibliothecaris raadt Janet aan zich niet in duistere zaken te mengen. En even later blijkt niemand die man te kennen.
Het geeft de roman een nog sterkere symbolische lading. Zeker als de bibliotheek aan het einde een cruciale rol speelt in het verhaal. Wanneer de rivier overstroomt en iedereen dwingt uit zijn huis te vluchten, brengen de inwoners van Koraalboom de nacht door in de bibliotheek. En vlak daarna vangt Maia, die met haar vader is meegereisd na melding van een inbraak in de bibliotheek, hier een glimp op van de moordenaar van Frys en, tegen die tijd, een reeks andere personages.
Je zou kunnen denken: én thriller én metaforische roman, dat is in dubbel opzicht een puzzelroman. Maar helaas is in De nieuwe rivier één plus één geen twee. Het is eerder: één min één is nul. Meijers ambitie om iets even origineels als urgents te brengen, is zonder meer te prijzen, maar het unieke mengsel dat zij heeft gebrouwen, werkt niet. De whodunit liet me volstrekt koud. En er wordt zo expliciet gewezen op de aanwezigheid van een diepere laag dat het me de lust ontnam die te ontginnen.
De teleurstelling over deze roman zit hem in twee dingen. Ten eerste schiet Meijers vindingrijkheid te kort voor haar aspiratie. Het klinkt zo simpel: een wereld scheppen die net even anders is dan de bekende werkelijkheid. Maar dat vraagt de juiste dosis oorspronkelijkheid en geloofwaardigheid om lezers te kunnen meeslepen. Meijers Koraalboom doet evenwel onecht aan. Het gedrag van de personages, de leefomstandigheden in het dorp, de setting – het voelt allemaal te bedacht en te willekeurig.
In het verlengde daarvan is deze roman stilistisch op z’n best nogal vlak. Neem een – tamelijk willekeurig gekozen – dialoog als deze (op pagina 238):

“Wil je iets drinken? Of eten?”
Haar moeder kijkt verstoord op. “Wil je me wat vertellen of zo? Heb je iets goed te maken?”
“Ik wilde gewoon aardig doen”, zegt ze geïrriteerd.
“Hoeft niet.” Haar moeder draait zich weer naar de computer. De opmerking kan op het eten slaan of op het aardig doen.


Meijers kraakheldere, eenvoudige zinnen die, zoals in dit fragment, soms te weinig sjeu en te veel gemakzuchtige vaagheden (“of zo”) bevatten, kunnen prima functioneren als ze het klein houdt. Bijvoorbeeld in haar succesvolste roman, Het vogelhuis uit 2016, waarin ze inlevend het solitaire leven van muzikante en ornithologe Len Howard navertelt. Maar in een verhaal dat eerder groots, raadselachtig en exuberant wil zijn, vloekt de stijl met de inhoud. Dan is werkelijk meesterschap over de taal vereist. En dat heeft Meijer niet.

dinsdag 13 oktober 2020

Interview: Wat is het geheim van uitgeverij Kosmos? Directeur Hilde Vinken vertelt (Boekblad)


Kosmos heeft onder leiding van directeur Hilde Vinken de lezer naar binnen gehaald. En boekt daar nu al enkele jaren mooie successen mee.

Kosmos is niet meer weg te denken uit de Bestseller 60. Meer nog dan vroeger. Niet alleen met een Jamie Oliver, die twintig jaar na zijn debuut nog altijd razend populair is, of een Jord Althuizen, die inmiddels meer dan 250.000 exemplaren van zijn Smokey Goodness­-boekenserie heeft verkocht. Ook auteurs als Jelle Hermus, De Zoete Zusjes, Marjolein Dubbers, Lonneke Nooteboom, Monica Geuze, Janneke Willemse, Kelly Weekers en Vincent de Vries haalden recent de bestsellerlijsten. Inclusief succesvolle reistitels als 1000 dingen doen in Nederland representeren deze auteurs de volle breedte van het fonds van de lifestyle-uitgeverij.

Directeur Hilde Vinken, aangetreden in 2013, beaamt deze observatie onmiddellijk. Het gáát goed met de uitgeverij. 'We groeien ieder jaar', zegt ze – zonder exacte cijfers te noemen. 'Ik vind dat knap in een markt die de afgelopen jaren is gedaald en waar veel meer aanbieders zijn gekomen. Toen wij begonnen met Jamie Oliver, gaf bijna niemand kookboeken uit. Sinds hij het koken opnieuw populair heeft gemaakt, zie je dat bijna iedereen kookboeken is gaan uitgeven. Dat vraagt veel inspanning om je te onderscheiden.'

De coronacrisis heeft de groei niet onderbroken. 'In het begin was iedereen in verwarring, omdat onvoorspelbaar was wat de markt ging doen. Na een tijdje bleek dat het effect op de omzet niet groot was. Natuurlijk, de verkoop van reisboeken stortten in, óók ons Wat & Hoe-fonds, maar de andere fondsen groeiden. Mensen hadden bijvoorbeeld meer tijd om te koken. Het was mooi weer in het voorjaar, dus de boeken van Jord Althuizen konden we op een gegeven moment niet snel genoeg meer bijdrukken. Zo snel liepen we uit voorraad. En eigenlijk geldt dat ook voor de andere fondsen: mensen hadden meer aandacht voor hobby's, de natuur, hun gezondheid, noem maar op. 

 

Hoe heeft Kosmos de weg naar boven gevonden?

'Omdat wij heel goed weten wie onze lezers zijn en waar ze naar op zoek zijn, kortom door marktgericht te opereren. Dat was bij mijn aantreden veel minder het geval. De verschillende fondsen waren allemaal losse eilandjes die sterk intern waren georiënteerd. We maakten boeken, zo ontdekten we, die we in de eerste plaats zelf mooi vonden. We vertaalden toen nog een behoorlijk aantal titels en. kregen regelmatig manuscripten aangebonden, maar we volgden ook daarin ons eigen idee van wat de lezer wilde. Daarnaast is zijn we als team een hechte club geworden waarin goed wordt samengewerkt. Dat heeft gezorgd voor een prachtige synergie.'

 

Hoe ontdekten jullie dat Kosmos vooral zijn eigen smaak volgde?

'Heel simpel. We hebben consumenten uitgenodigd en bevraagd. We hadden een bureau ingeschakeld die voor ons drie klantengroepen heeft samengesteld die onze boeken ter beoordeling kregen te zien. De uitgevers stonden letterlijk achter het glas te kijken naar de reacties. Het was soms verbijsterend om te merken dat boeken totaal anders werden ervaren dan wij dachten dat ze zouden worden ervaren. Dan was de cover lelijk of was niet duidelijk waar het boek over ging of stond er te veel tekst in. Het ging zelfs zo ver dat uitgevers aan mij vroegen of ik de respondenten had ingefluisterd om dit te zeggen over onze boeken. Zo groot was soms het gat tussen ons idee van het boek en de beleving van de klant.'

 

Het moest dus anders.

'Maar gelukkig was er ook goed nieuws. De lezers in de klantengroepen hadden nog altijd grote waardering voor een boek. In een tijd waarin je online een overload aan gratis informatie kunt vinden, heeft een boek meerwaarde, omdat het kwaliteit en deskundigheid uitstraalt. Dat bood kansen. We hebben eerst zelf veldonderzoek gedaan naar onze lezers. Wie zijn onze lezers? Waar houden ze zich mee bezig? Waar zijn ze naar op zoek? We hebben persona's van hen gemaakt. En toen we die vervolgens koppelden aan ons portfolio, zagen we in dat we vaak boeken maakten voor onszelf – en dat we daarmee een hoop lezers en onderwerpen misten. Thematiek en interesse van iemand die net een jong gezin heeft, zijn totaal anders dan van iemand die net weer alle handen vrij heeft omdat de kinderen het huis uit zijn. Een boek voor iemand van twintig moet er ook heel anders uitzien dan een boek over hetzelfde onderwerp voor iemand van veertig of vijftig.' 

 

Hoe is de werkwijze veranderd?

'We hebben de lezer letterlijk naar binnen gehaald. We dachten vroeger: wij weten wel wat er speelt en wat de trends zijn. Maar als je de lezers daarover bevraagt, kom je toch tot andere, waardevolle inzichten. Hiermee konden we de persona’s verder aanscherpen en nog betere boeken maken. Dus daar zijn we mee doorgegaan. Je kunt alleen niet mensen zomaar vragen over wat ze willen. Dat weten ze vaak niet. Pas als je hen iets in handen geeft, weten ze wel heel goed of dat past bij wat ze willen. We werken daarom eerst zelf een concept uit, leggen dat voor aan klantpanels en gaan daarna terug naar de tekentafel om de propositie fijn te slijpen. In de loop van de jaren zijn we steeds beter geworden in die continue afstemming met de doelgroep.'

 

Kun je een voorbeeld geven? 

'Leer van Fred van Fred van Leer. Wij dachten: interessant, een bekende stylist, laten we een boek maken over styling. De dames die wij op kantoor hadden uitgenodigd, waren enthousiast over het onderwerp maar aarzelden over onze uitwerking. Leuk idee, zeiden ze, maar we missen Freds eigen verhaal. Ze wilden hém beter leren kennen. Daarop hebben wij het concept aangepast en nog eens voorgelegd aan weer een andere groep. Wat wij ons door al deze gesprekken realiseerden was dat de kopers van het boek een stukje Fred in huis wilden hebben. Pas als het boek dat bewerkstelligde, waren ze bereid het te kopen. Evalueren en fijn slijpen om zo het beste boek te maken, daar gaat het om.'

 

Hoe kom je aan de klantpanels?

'Daar zijn bureaus voor. Dat is niet zo ingewikkeld. Het is niet per se goedkoop, maar ik ben ervan overtuigd dat het zich terugbetaalt. Je moet vooraf investeren in het optimaal aanscherpen van het product, omslag, uitvoering etcetera, zodat een consument meteen snapt wat het hem of haar oplevert als hij het boek koopt. Vroeger hadden we vaker de neiging poëtische titels te bedenken, vooral bij creatieve fonds, maar die volstrekt onduidelijk waren en waarmee we niet de doelgroep bereikten. Door in de ontwikkelfase veel aandacht te hebben voor de manier waarop dat het beste kan, lukt dat wel.'

 

In hoeverre wordt de auteur daar bij betrokken?

'Er is natuurlijk een heel nauwe samenwerking met een auteur: van het proces van realisatie tot het maken van promotieplannen. De toetsing aan klantenpanels hoort daarbij. Vaak weet een auteur zelf het beste waar zijn publiek behoefte aan heeft, zeker als hij een grote achterban met een sterk engagement heeft. Maar omdat wij zorgen voor feedback van de consument, krijgt de auteur veel nuttige input van ons. Auteurs waarderen die marktgerichte aanpak enorm. Het helpt hen te overtuigen met ons in zee te gaan. Het uiteindelijke boek is echt een co-creatie van auteur, uitgeverij en consument. Veel meer dan voorheen.'

 

Wat zijn de gevolgen voor de acquisitie van deze aanpak?

'We doen minder vertalingen, zei ik al. Buitenlandse titels zijn niet zo specifiek gemaakt voor een bepaalde lezersgroep. De marketingmogelijkheden met een buitenlandse auteur zijn lastiger. En de onderwerpen zijn vaak te generiek. Dan krijg je al gauw het zoveelste boek over ouderschap. Nee, een boek over een dergelijke onderwerp moet zijn geschreven door een autoriteit op dat gebied. En dan kun je het beste een lokale expert hebben. Het verschilt wel per fonds. Bijvoorbeeld binnen algemene non-fictie brengen we nog wel vertalingen. Denk aan Doe & denk als een kat of, komend najaar, een boek van Lenny Kravitz. Omdat dat ook in vertaling ijzersterke onderwerpen of persoonlijkheden zijn.'

 

Een verschuiving van re-actief naar pro-actief uitgeven.

'Ja. Iedereen volgt nauwlettend wat er gebeurt. Dat is de basis. Iedereen kan dus ook input en ideeën voor mogelijke kansen, interessante onderwerpen of personen geven: uitgevers, marketeers, acquirerend redacteuren. Vanuit die brainstorm zoeken we, meer dan vroeger, een geschikte auteur: een lokale held, die een expert is zijn eigen vakgebied. Of zo iemand een schrijver is, is niet per se relevant. Wél hun verhaal en de missie die zij voor het voetlicht willen brengen. Ondersteuning bij het schrijven of het inhuren van een ghostwriter kan hen daarbij helpen. Een voorbeeld is de groeiende populariteit van gezondheid en lifestyle. De uitgever vond dat daar een boek over moest komen, maar wel met een betrouwbare afzender. De uitgever heeft heel lang gezocht naar die persoon en vond uiteindelijk Tamara de Weijer, een huisarts die zich bezighoudt met de relatie van voeding op je gezondheid. Hetzelfde geldt voor het thema geld. Sparen levert niets meer op, is het niet interessant om een toegankelijk boek te maken er over beleggen. Wie konden we daarvoor benaderen? Dat resulteerde in het succesvolle boek Blondjes beleggen beter van Janneke Willemse. Natuurlijk melden zich ook auteurs bij ons, maar veel succesvolle boeken zijn voortgekomen uit een eigen idee.'

 

Is het daarbij belangrijk dat een auteur veel volgers op sociale media heeft? Die informatie wordt prominent gedeeld in de catalogi van Kosmos.

'Het aantal volgers is niet per definitie interessant. Een groot bereik is geen garantie voor verkoopsucces. Het belangrijkst is het engagement van de volgers. En de consistentie: dat de kern van de persoon of zijn boodschap goed wordt vertaald in een boek. Als dat niet klopt, kun je het wel vergeten. Dat maakt een boek ongeloofwaardig. lezers haken dan af.'

 

De aanpak suggereert ook dat de uitgeverij zich eerder op trends richt dan op hypes.

'Toch doen we allebei. Weet je nog dat Fortnite twee jaar geleden zo'n hype was? Nadat we dat signaleerden, kregen we daarover een boek aangeboden. Een interessant boek, maar we realiseerden ons ook: dat is nú hot dus dit moeten we snel doen anders is het te laat. En toen lag het binnen een maand tijd in de winkel, kort daarna nog een en kort daarna een derde. Ook toen hebben we de covers getest bij een groep jongeren die dat spel speelden. Iedereen kende wel zo iemand in zijn omgeving.'

 

Hoe hebben de medewerkers de verandering ervaren?

'Toen we in het begin van het proces de persona's maakten, gaf dat veel energie. Het was een leuke exercitie: naar buiten gaan, mensen interviewen, goede gesprekken voeren. Maar om vervolgens feedback te vragen op concrete boekconcepten waar je met je hele ziel en zaligheid aan hebt gewerkt, was in het begin best eng. Gelukkig is het team er goed in geslaagd om de noodzakelijke wendbaarheid te tonen. Daar verdient iedereen hulde voor. En nu is het een soort tweede natuur geworden om je te kunnen verplaatsen in de lezer en als het ware met de eindconsument in gedachte naar je product te kijken. Iedereen richt zich op wat er buiten gebeurt: door naar beurzen te gaan, de media goed bij te houden, te volgen wat er op internet gebeurt. En iedereen toetst wat we bedenken aan de doelgroep.'

 

Hoe brengen jullie deze boeken naar de lezer?

'We proberen steeds meer de lezer direct te bereiken in onze communicatie, ook omdat wij in vergelijking met andere uitgeverijen vaker boeken maken voor mensen die niet of niet veel lezen. Het genereren van free publicity daarbij blijft belangrijk, maar ook online marketing. En de samenwerking met de auteur is van groot belang om lezers te bereiken. Als een auteur social media nog niet goed op de rit heeft ondersteunen we hem daar dan ook in.Je ziet bijvoorbeeld bij Lonneke Nootenboom en de Zoete Zusjes hoe belangrijk het is dat zij het contact met hun lezers onderhouden.'

 

Waardoor haar Style your lifeop 1 binnenkwam van de Bestseller 60.

'Precies. Zoals we vaker titels hebben, die hoog binnenkomen in de bestsellerlijst. We zijn goed in staat de doelgroep te bereiken die bij verschijnen direct het boek koopt. Daarna richten we ons uiteraard op het behouden van een positie in de bestsellerlijst en een goede doorverkoop – bij het ene boek lukt dat uiteraard beter dan het andere – om onder die radar het momentum vast te houden. Van My Way van Monica Geuze verkopen we ruim drie jaar na verschijnen nog altijd flinke aantallen. Het maakt trouwens het spel met voorraadbeheer en opleggen van herdrukken van deze vier-kleurendrukken, die vaak een lange levertijd hebben, nog interessanter.'

 

Heeft de coronacrisis de trend versterkt om lezers rechtstreeks te bereiken?

'Ik denk het wel. Alle boekpresentaties zijn door corona verdwenen. Maar die hadden toch al veel minder effect. Het is fijn voor auteurs dat er een moment is waarop hun boek wordt geboren, maar de pers daarvoor interesseren? Lastig. Het is veel effectiever om lezers te bereiken via free publicity en online campagnes. Met video's, die we steeds meer laten maken. Met inhaken op bepaalde activiteiten, soms ook voor de backlist. Met Facebook-campagnes en nieuwsbrieven waarmee we de lezers rechtstreeks weten te bereiken.'

 

Is verkoop via de boekhandel dan ook minder belangrijk geworden?

'Laat ik het zo zeggen: de verkoop via fysieke winkels is kleiner geworden, maar het is nog altijd fijn als een titel in de winkel ligt, omdat online en offline elkaar versterken. Voor bepaalde titels is de etalage van de boekhandel ook essentieel om deze groot te maken, bijvoorbeeld titels die bij uitstek cadeauproducten zijn. Hoe zoeken mensen een boek dat ze cadeau willen doen? Dan gaan ze naar de winkel, lopen ze langs het aanbod of vragen advies aan hun boekverkoper, tot ze die ene titel vinden waarvan ze denken: díé moet het zijn. Dat geldt zeker voor kookboeken of voor fotoboeken van reizen waarbij mensen kunnen wegdromen. Maar we hebben ook titels die aansluiten bij een online publiek rondom een persoonlijkheid of autoriteit. Het is soms een hele uitdaging om een boekverkoper te overtuigen een lifestyle boek te kopen van een auteur met een grote schare volgers. Het is mijn overtuiging dat die boeken ook een plek verdienen in de boekhandel.'

 

Zoals?

'Een paar jaar geleden gaven wij een aantal titels uit met SLA, een keten saladebars. Pas toen de boekhandel zag hoe groot dat online was, kocht ze alsnog in. De Zoete Zusjes hetzelfde verhaal. Online een succes, daarna haakte boekhandels gelukkig ook aan. Het mooie is dat ook deze auteurs – twee jonge meisjes die knutselfilmpjes posten – een publiek weten te bereiken dat niet per se kinderboeken leest of koopt. En nu hebben de zusjes hun eerste fictieboek gemaakt. Dat is opnieuw een grote bestseller. Ik vind het een mooie gedachte dat we op die manier ook het lezen promoten bij deze groep. Dit gegeven biedt een mooie kans voor de boekhandel die een nieuwe groep lezers aan zich kan binden.'

 

Wordt tegelijk het niet-boekhandelskanaal belangrijker?

'Nee. Dat is voor Kosmos altijd al belangrijk geweest. Wel zie ik het als een grote uitdaging voor de komende periode om plekken te blijven vinden waar onze klanten in aanraking kunnen komen met de boeken. Dat kan niet uitsluitend de boekhandel zijn. Onze lezers zijn enorm enthousiast over onze boeken, maar – blijkt telkens na afloop van een klantpanel wanneer ze een boek mogen uitzoeken – komen daar niet vaak. En dan moeten ze onze boeken dus ergens anders tegen kunnen komen. Een mooi voorbeeld is de keuze van de Bijenkorf om Little Book of Chanel dat wij hebben gemaakt bij de mode neer te leggen. Dat ging heel goed, omdat de geïnteresseerde lezer eerder daar rondloopt dan naar de boekenafdeling te gaan en sneller een boek meeneemt dan een tas. Dat soort nieuwe combinaties van boeken met andere producten moeten we veel meer maken.'

 

Heeft de coronacrisis nog meer effect op het werk in de uitgeverij?

'Het heeft allerlei ontwikkelingen versneld. Van digitale contractondertekening tot op afstand vergaderen. Ik denk dat vooral de manier waarop we met elkaar werken gaat veranderen. Er is nog steeds behoefte om bij elkaar te komen. Brainstormen met de benen op tafel, dat doe je niet digitaal. Maar iets besluiten gaat digitaal een stuk efficiënter. In de uitgeverij werken veel kritische professionals. Dat leidt er weleens toe dat iedereen wil meepraten over alles. Maar nu neemt degene die de knoop door moet hakken, sneller een beslissing. De verantwoordelijkheid ligt daar waar hij hoort te liggen. Dus hoe gek het klinkt: als iedereen op afstand werkt, zijn de lijnen korter. Ook de vergaderingen over de bijvoorbeeld de aanbiedingsbrochures worden beter voorbereid als ze digitaal zijn.'

 

Het is zoeken naar een nieuwe balans tussen thuis en op kantoor werken.

'Ja. De uitgeverij is bij uitstek een branche met een hoge werkdruk. Maar klachten over stress hoor ik nauwelijks meer. Dat is een positief effect van het baas zijn over je eigen tijd. Ik hoorde laatst iemand zeggen: "het kan toch niet zo zijn dat iedere thuiswerker de kinderopvang op kan zeggen?" Zo’n vaart zal het niet lopen maar waarom eigenlijk niet? Als iemand weet wat zijn output moet zijn, wat is erop tegen als hij zelf bepaalt wanneer hij dat doet: 's avonds of juist 's ochtends vroeg? Ik denk dat je dat in de toekomst moet faciliteren, terwijl er tegelijk de ruimte moet blijven om elkaar te inspireren en om van elkaar te leren. Als je fysiek aanwezig bent op een afdeling werkt, leer je immers ongemerkt van elkaar, denk aan hoe anderen projecten aanpakken. Het vereist alleen een andere stijl van leiding geven.'

 

En een kleiner kantoor.

'Een ander kantoor, niet per se een kleiner. Je kunt geen Teams-sessies met thuiswerkers doen als je met z'n vijven in één ruimte op kantoor bent. Er moeten dus meer overleg- en vergaderplekken zijn. Aan de andere kant zullen de individuele werkplekken verdwijnen. Dat was altijd al het idee van een kantoortuin, maar in de praktijk zette iedereen zijn eigen spullen op zijn bureau om het persoonlijk te maken. Dat kan niet meer als je er nog maar de helft van de tijd bent.'

 

Wat doet Kosmos met de omzetwinst van de afgelopen jaren?

'Door verder te gaan op de ingeslagen weg. Onze aanpak werkt heel goed. Maar we moeten wel blijven meebewegen met de verschuivingen in de markt en de consument niet uit het oog te verliezen. Neem natuurboeken. Dat was jarenlang groot, zakte toen weg, maar keert nu terug. Zie de Vogelatlas van Nederland dat we twee jaar geleden hebben gemaakt met Sovon. Door deze op een andere, aantrekkelijk manier uit te geven, met onder andere veel mooi beeld en duidelijke kaarten, bereikten we een veel grotere groep dan wanneer het als een traditioneel naslagwerk zouden hebben uitgegeven. Het sloeg nog meer aan dan we zelf dachten. Dus de kans is groot dat wij daar meer mee gaan doen. Of neem reizen. De focus van de titels zal meer komen te liggen op dichtbij, nu mensen minder ver van huis op vakantie gaan.'

 

Moet Kosmos zich ook wapenen tegen de komende recessie?

'Wij zijn alert en scherp, maar ik denk ook dat een recessie niet bij voorbaat negatief is. Mensen zullen meer aan huis gebonden zijn. Daar hebben wij juist de titels voor: boeken waarmee je je vrije tijd betekenisvol kunt inrichten. Ook de vorige crisis hebben we goed overleefd. Belangrijker voor ons is om ervoor te zorgen dat onze titels relevant blijven. Ik heb toevallig onlangs, ter voorbereiding op ons 100-jarig bestaan in 2023, in oude catalogi gebladerd. Dan zie je dat Kosmos al decennia over dezelfde onderwerpen boeken uitgeeft, maar de inhoud en de vorm soms radicaal heeft veranderd. Zoals gebeurde toen internet doorbrak en onze boeken niet langer puur over informatieoverdracht konden gaan. Dát moeten we blijven doen: meebewegen met alle ontwikkelingen. En denk nooit: dat kan niet; er kan veel meer dan je denkt.'

(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, sep 2020)

dinsdag 18 augustus 2020

Interview: uitgever Mark Pieters over het 75-jarig jubileum van Van Oorschot (Boekblad)

Uitgeverij van Oorschot viert dit jaar haar jubileum anders dan verwacht. Gelukkig is de sfeer feestelijk nu de omzet ondanks de coronacrisis blijft groeien. De 75e verjaardag is daarmee de gehoopte bekroning van de verandering die is ingezet nadat het familiebedrijf vijf jaar geleden in handen kwam van een groep cultureel begane investeerders – onder wie de directeur sinds de overname: Mark Pieters.

Het jubileum ter ere van het 75-jarige bestaan van Uitgeverij Van Oorschot is niet in het water gevallen. Mark Pieters, vijf jaar geleden aangetreden als directeur, somt op wat het coronavirus hem dwong af te gelasten. De maandelijkse 'diners parlants' met schrijvers. De pop-upwinkels, waar de uitgeverijmedewerkers gedurende een middag zelf het fonds zouden verkopen in boekhandels, zoals op Bookstore Day bij Van Someren & Ten Bosch in Zutphen. Maar mislukt? Misschien kan in het najaar veel doorgaan, hoopt hij. Ook de open dag op 13 september – de oprichtingsdag van de uitgeverij – staat vooralsnog gewoon op de agenda.
'Het voordeel is bovendien dat we het jubileum vooral vieren met boeken', vertelt hij. 'Er is een maandelijkse kortingsactie. In december sluiten we groots af met de driedelige Casanova. En elke aanbieding hebben we iets bijzonders gelanceerd. In het voorjaar de Kleine Russische Bibliotheek, die acht paperbacks op compact formaat bevat. In de zomer een nieuw Verzameld werk van Vasalis dat niet eerder gepubliceerde gedichten en – voor het eerst – haar proza bevat. En in het najaar iets heel nieuws: speciaal geschreven verhalen van twaalf Nederlandstalige auteurs, plus een verhaal van Carl Friedman uit haar nalatenschap, die we in een bijzondere verpakking zullen steken, zodat je als koper niet weet welke je krijgt. Het idee is dat je blind kunt vertrouwen op de kwaliteit van Van Oorschot. We hopen dat lezers ze allemaal willen verzamelen, ook via ruilbeurzen. Ze zijn ook niet duur.'
Al deze uitgaven zijn gewoon verschenen, coronacrisis of niet. 'Die maandelijkse aanbiedingen die bij de kassa moeten liggen, hebben misschien minder goed verkocht dan ze anders zouden hebben gedaan. Er waren veel minder mensen in de boekwinkel. Maar over het algemeen moeten wij het niet van impulsaankopen hebben. En dan hoorden we van boekverkopers dat de mensen die kwamen, zeker in het begin, vaste klanten waren die gericht aankopen deden en met hele stapels naar buiten kwamen.'

Wat heeft de uitgeverij gemerkt van de coronacrisis?
'Zoals elk jaar plussen we ten opzichte van het jaar ervoor. We hebben geluk dat we een paar heel goed verkopende titels hebben. Natuurlijk moeten we het zoals de meeste uitgeverijen vooral van het najaar hebben, het is dus afwachten hoe 2020 in zijn geheel uitpakt. Maar tot nu toe loopt het goed. En: in de volle breedte. Van een heruitgave van Ten oosten van Eden van John Steinbeck, die paginagroot in NRC Handelsblad is geprezen, tot Marijke Schermer, wier Liefde, als dat het is veel aandacht kreeg nadat het op de shortlist van de Libris Literatuurprijs belandde. We hebben niet één grote bestseller die ons er doorheen moet slepen.'

Hoe komt dat? De Van Oorschot-titels liggen bij uitstek bij literaire boekhandels in de grote winkelsteden, die er verlaten bij lagen.
'Bij literaire boekhandels, dat klopt. Maar die heb je gelukkig ook op veel andere plekken. Het beeld is wisselend. Onze boeken liggen weinig bij de AKO [die veel filialen moest sluiten en op andere plekken aanzienlijk minder traffic hebben, md]. Wij profiteren minder van de verschuiving naar internet. Ik begrijp dat dat kanaal met 30% is gegroeid. Bij ons is die groei net onder de 20%. En van de fysieke winkels die onze titels goed inkopen, horen we zeer uiteenlopende geluiden. Van "halvering van de omzet" tot "bijna geen effect". Ik vind het moeilijk te bepalen waar dat aan ligt. Locatie natuurlijk, maar ook het beleid van de winkel speelt een rol. Waren ze dicht zoals Scheltema? Waren ze gewoon open? Of kozen ze voor een tussenvorm met bijvoorbeeld een afhaalbalie?'

Merkten jullie een sterkere behoefte om de grote klassiekers te gaan lezen?
'Eindelijk tijd voor de grote Russen! Ik heb dat sentiment ook gehoord. Eerlijk gezegd had ik daar meer verkoop van verwacht. De klassiekers lopen goed door, maar niet extreem. We hebben Oorlog en vrede niet hoeven herdrukken. Wat dat betreft profiteren een aantal nieuwe titels die precies op het goede moment blijken te zijn verschenen, meer van de bijzondere situatie. Denk aan De kunst van het nietsdoen van de Japanse monnik Kenkō en de nieuwe reeks wandelboekjes die we hebben gelanceerd. Je keek te ver van Marjoleine de Vos hebben we wél al drie keer herdrukt.'

Heeft Van Oorschot titels moeten uitstellen?
'Wij hadden voor ons doen een uitgebreide zomeraanbieding. Die was natuurlijk al lang in gang gezet toen de crisis uitbrak. Daar heb ik me zorgen over gemaakt. Het stond vast: de boekhandel gaat minder inkopen. Moeten we alles nog brengen? De grote nieuwe vertaling van Joseph Roths Radetzkymars of de eerste nieuwe roman van Jannie Regnerus sinds ze is overgestapt. Dat zijn echt belangrijke titels voor ons. Gelukkig was de overheersende tendens bij de boekhandels die we ernaar vroegen, dat we deze wel moesten brengen. Daarom hebben we alleen een enkele herexploitatie uitgesteld. En – evident – een speciaal boekje van Maarten Biesheuvel over het EK voetbal.'

Ben je desalniettemin bang dat al deze nieuwe titels in de nieuwe werkelijkheid minder goed verkopen dan gedacht toen je ze inplande?
'Dat weet ik niet. Ik denk dat je voor sommige titels, zoals Het wolkenpaviljoen van Jannie Regnerus, de trouwe groep volgers van die auteur op een andere manier moet benaderen: via sociale media. Dat lukt aardig. En verder is het afwachten. Ik heb moeite met al die mensen die nu uitspreken hoe het allemaal gaat lopen, bijvoorbeeld als straks de verwachte recessie begint. Dat wéét je niet, deze situatie is zo nieuw. Veel uitgeverijen hielden in maart rekening met een forse omzetdaling. Ik maakte me zoals gezegd ook zorgen. En dat is niet uitgekomen. Wij verkopen goed door, de acht tot tien collega's die ik heb gesproken óók. Het enige wat je dan kunt, is doorgaan met wat je normaal doet – totdat er signalen zijn dat het anders moet.'

Zal de coronacrisis het vak fundamenteel veranderen?
'Ongetwijfeld. Maar hoe? Wij hebben de afgelopen vijf jaar al een verandering ingezet. Wij hadden één persoon die verantwoordelijk was voor de verkoop en publiciteit. Vertegenwoordiging had de uitgeverij niet. Nu hebben we voor die drie taken apart iemand in dienst. Sinds november is Ivan Borghstijn de vertegenwoordiger. Ook op het gebied van sociale media hebben we onze achterstand ingehaald. Dat kwam voort uit het besef dat alleen maar mooie boeken maken niet langer genoeg is. Iedere titel, en zeker van debutanten, moet je actief onder de aandacht brengen. Die tendens zal alleen maar sterker worden. Maar nogmaals: hoe precies? Als ik iemand anders daar antwoorden op zie geven, denk ik alleen maar: welke kennis heeft die persoon die ik niet heb?'

Dertig procent van de boekhandelaren verwacht zelf de crisis niet te overleven.
'Ik zie dat vooralsnog niet gebeuren. Tot nu toe is volgens mij alleen boekhandel Schimmelpennink in Amsterdam gestopt en dat had niets met corona te maken. Wellicht komt dat nog, en speelt het meer bij boekhandels waar wij niet afhankelijk van zijn en hoor ik dat daarom niet. Ik bestrijd namelijk niet dat veel boekhandels het zwaar hebben en het voor sommige kritisch is. Het zou voor een uitgeverij als Van Oorschot heel erg zijn als de fysieke boekhandel verdwijnt, met zijn mogelijkheden om ontdekkingen te doen en advies te krijgen. De klanten die de afgelopen maanden bij Bol.com hebben besteld, moeten snel terug naar hun vaste winkel – al was het maar naar diens site, die precies hetzelfde aanbod tegen dezelfde condities biedt.'

Hoe heeft Van Oorschot de fysieke boekhandel gesteund?
'We zijn een kettingactie gestart. Wij hebben allemaal drie tot vijf mensen een boek cadeau gedaan – in de boekhandel gekocht, zij het vaak wel uit eigen fonds – en de ontvangers verzocht twee mensen een boek cadeau te doen, met uiteraard weer hetzelfde verzoek. Wie de aankoopbon aan ons liet zien, maakte kans op een boekenpakket. De respons was goed, al kunnen we niet echt meten hoe de actie zich heeft verspreid. Daarnaast hebben we de boekhandel laten weten: we zijn overal voor in. Gelukkig is daar het besef doorgedrongen dat er bij ons meer kan dan in het verleden. Wij proberen daar zo creatief mogelijk in te zijn.'

Is het mogelijk om even creatief te zijn nu iedereen thuiswerkt?
'Eerlijk gezegd niet. In het begin dacht ik: vergaderen via Zoom gaat best. Meer dan "gaat best" is het echter niet. Normaal beginnen we de dag met een gezamenlijke kop koffie. En we lunchten altijd samen. Op die momenten wordt al zo veel geopperd, besproken of afgetimmerd. Nu doet iemand per mail een voorstel. Via Zoom kan ook maar een iemand tegelijk spreken. Het maakt de communicatie formeler. En dan komt er minder uit brainstorms. Gelukkig woont op de productieman na iedereen in Amsterdam en hebben we op kantoor genoeg ruimtes. Daarom werken sinds half mei hier weer vijf mensen tegelijk, ieder op een eigen kamer, en kunnen we via de deuropening makkelijk overleggen.'

Heeft Van Oorschot dit voorjaar gevierd dat het vijf jaar geleden is overgenomen?
'Nee. We hadden afgesproken dat we – voor het eerst – met de eigenaren [naast Pieters zelf Jaco Groot van de Harmonie, oud-uitgeefster Gemma Nefkens, schrijver Maarten Asscher en directeur van investeringsmaatschappij DIF Menno Witteveen, md] en het personeel in april een gezamenlijke borrel zouden organiseren. Door corona is dat er niet van gekomen. En dan is het niet belangrijk genoeg om er op de exacte datum aandacht aan te besteden.'

Hoe kijk je terug op de afgelopen vijf jaar?
'Positief. We hebben met het hele team een plan gemaakt om een uitgeverij te kunnen blijven die ertoe doet. En wat we daarna hebben uitgezet, is uitgekomen zoals bedacht. Dat zit in versterking van verkoop, marketing en publiciteit, zodat we beter zouden presteren met de auteurs die al bij ons zaten: Stephan Enter, Marijke Schermer, Marjoleine de Vos, Ester Naomi Perquin, Sander Kollaard, enzovoort. En in verbreding van het fonds. We wilden meer non-fictie brengen, dat het nu beter doet en ook makkelijker te promoten is, en nieuwe Nederlandse auteurs aan ons binden. Dat begint inmiddels zijn vruchten af te werpen. Redacteur Frederike Doppenberg, die is aangetrokken voor de non-fictie, heeft bijvoorbeeld de reeks wandelgidsen bedacht. En er zijn veel nieuwe auteurs bijgekomen.'

Met als een effect: een structureel hogere omzet?
'We zijn sinds 2015 gemiddeld met 15% per jaar gestegen. Het is moeilijk om te zeggen: we zijn structureel zo veel groter dan in de vorige periode, toen de uitgeverij werd geleid door Wouter van Oorschot en Gemma Nefkens. Van Oorschot heeft enorme topjaren gekend, dankzij bijvoorbeeld Het bureau van Voskuil of een nieuwe vertaling van een Russische klassieker, die toen van groter commercieel belang waren dan tegenwoordig. We wilden los van de fluctuaties als gevolg van onverwachte bestsellers wel een stevigere basis. Om ons plan uit te voeren waren extra mensen nodig – ook omdat we de sterke redactie wilden handhaven. Daarvoor moet je een bepaalde omzet hebben. Dat niveau hebben we nu bereikt.'

De extra omzet uit e- en audioboeken is wel structureel?
'Dat vergat ik nog te zeggen. Ook digitaal een inhaalslag maken was onderdeel van het plan destijds. Dat is gelukt. Ik zag dit jaar voor het eerst aan de royaltyafrekeningen hoe wezenlijk e-boeken onderdeel van de totaalomzet is geworden. Inmiddels is het 8% van onze omzet. Dat is niet zo veel als sommige andere uitgeverijen. We hebben, met boeken die vaak fysiek aantrekkelijk zijn, ook niet het perfecte fonds voor e-boeken. Maar het stijgt behoorlijk. En omdat we bijvoorbeeld met terugwerkende kracht de Russische klassiekers als e-boek brengen, zie je daar meteen resultaat van. Dat is omzet die gewoon klaarlag voor ons.'

En audioboeken?
'Ook met audioboeken maken we nu een grote inhaalslag. Vergeleken met bijvoorbeeld Singel Uitgeverijen liggen we daarin achter. Die zijn wél kostbaar om te maken en terugverdienen duurt, dacht ik, gemiddeld drie jaar. Maar we brengen grote nieuwe titels nu wel tegelijk met of kort na verschijnen als audioboek: van Pastorale van Stephan Enter tot straks de nieuwe Jannetje Koelewijn. En dan zien we eerst hoe dit gaat voordat we, zeg, Oorlog en vrede laten inlezen. Die investering zou ons een klein vermogen kosten.'

Waarom moest Van Oorschot groter worden om relevant te blijven?
'Een uitgeverij die ertoe doet, brengt zijn uitgaven zo goed mogelijk onder de aandacht – van de boekhandel, de media, de lezer. Daarvoor is tegenwoordig een flinke afdeling verkoop en publiciteit nodig. Ook start je af en toe nieuwe dingen. Dat kan allemaal alleen als je op een bepaalde schaal opereert. Natuurlijk hadden we er voor kunnen kiezen om alleen de sterke redactie te behouden. De nieuwe Stephan Enter of de nieuwe Marijke Schermer hadden dan ook hun lezers wel gevonden. Maar die uitgaven hadden dan minder impact gehad, terwijl we hun werk juist groter willen maken.'

En nu heeft de uitgeverij dus het gewenste niveau bereikt?
'Ja. We hebben nu een omvang waarmee we én met het fonds kunnen doen wat we willen én nieuwe dingen kunnen proberen. En we hebben gelukkig geen eigenaren die eisen dat er minimaal zo veel omzetgroei en zo veel winst wordt gehaald. We hoeven dus niet nog een redacteur aan te nemen die ook weer eigen fondslijnen uitzet. Nee, het is precies goed zo om het fonds volgens de uitgezette lijnen gestaag te verbeteren. Het enige wat fijn zou zijn, is een beetje meer reserves, waarmee je slechtere jaren kunt overbruggen. De reserves waren vroeger groter, maar na de verkoop van de uitgeverij heeft de eigenaar dat geld meegenomen. Terecht natuurlijk, het was zijn eigen geld.'

Is dat het doel voor de komende jaren: reserves opbouwen – in plaats van nieuwe dingen bedenken?
'Dat kun je zo niet zeggen. Dat gaat prima samen. We hebben niet de luxe dat we bij een minder jaar kunnen denken: geen probleem. Integendeel. Met wat meer reserves zou de coronacrisis of de vermoedelijke recessie niet onmiddellijk zo bedreigend voor ons zijn als nu het geval is. We zouden dan ook meer kunnen investeren in audioboeken. Maar het doel is wat ik eerder heb geformuleerd: non-fictiefonds uitbouwen, nieuwe auteurs op de kaart zetten en bestaande auteurs beter verkopen. En dat is genoeg om ons de komende jaren op te concentreren.'

Waait de geest van de Van Oorschots nog door het bedrijf die de uitgeverij zo iconisch heeft gemaakt?
'De familie Van Oorschot én Gemma Nefkens. Zij heeft jarenlang als uitgeefster een stempel op het fonds gedrukt. Omdat ze geen Van Oorschot heet, wordt dat vaak vergeten. Maar het antwoord op de vraag is: ja. Veel auteurs uit die tijd zitten nog steeds bij de uitgeverij. Carl Friedman, van wie we het verzameld werk zullen brengen. Frida Vogels, van wie in juli een nieuwe titel verschijnt. Willem Jan Otten, Otto de Kat, Marjoleine de Vos, Stephan Enter, zo kan ik nog wel even doorgaan. In de Russische Bibliotheek brengen we nieuwe vertalingen, zoals recentelijk van Toergenjev. Wouter had de noodzaak daarvan al ingezien. Dat waardevolle gezicht behouden we. Alleen, zoals Di Lampedusa schrijft: "alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft".'

Alles moet veranderen?
'Dat wil zeggen: het is zoeken naar een balans tussen het behouden van je herkenbare uitstraling en het meegaan met je tijd. Kijk ook naar de vormgeving. Christoph Noordzij doet nog steeds heel veel titels, maar we geven tegelijk nieuwe vormgevers een kans. Er zal heus wel eens een titel verschijnen waarvan Wouter denkt: is dat Van Oorschot? Of: Ziet een Van Oorschot-uitgave er zo uit? Dat zij dan maar zo. De mensen zijn veranderd, de tijden ook, en dus maak je andere keuzes. Het is onmogelijk om uit te geven vanuit het hoofd van andere mensen – ook als dat Geert en Wouter van Oorschot zijn. Je kunt alleen uitgeven vanuit je eigen visie.'

Wat is de 'herkenbare uitstraling' van de uitgeverij?
'Dat we veel gebonden boeken brengen. Niet alleen oude klassiekers als Stefan Zweig en Joseph Roth, maar ook nieuwe boeken van Martin Michael Driessen of Marijke Schermer. En de uitstraling blijft zorgvuldig. Van het papier tot het leeslint, het moet er goed uitzien. En dat werkt. We krijgen veel positieve reacties van de boekhandel, dat we duidelijk veranderen zonder afbreuk te doen aan het merk.'

Toch heb ik de indruk dat het fonds gewoner is geworden: meer titels die ook elders hadden kunnen verschijnen.
'Wat is gewoon? Voor het grote publiek is het nog steeds onbelangrijk waar een boek is uitgegeven. Van Oorschot geldt als een uitzondering en nog steeds horen we dat mensen onze uitgaven herkenbaar vinden. We zullen ook niet snel fondslijnen voor thrillers of esoterie opzetten. En misschien brengen we niet snel een roman van een vlogger. Maar: niet uit principe. Als de roman kwaliteit heeft, brengen we hem toch. Vijf jaar geleden wilden we de ramen van de uitgeverij openzetten, zodat de schroom en afstandelijkheid die de uitgeverij opriep, zou verdwijnen. Dat is gelukt. Het aantal titels dat ons wordt aangeboden is echt fors toegenomen, we kiezen alleen het beste uiteraard. Dat heeft geleid tot nieuwe auteurs met boeken die zich in heel andere milieus afspelen: Evelien Vos, Femke Vindevogel.'

Maar een roman van de Vlaamse politicus Rik Torfs?
'Akkoord, dat type boek hadden we ook niet kunnen doen. Maar voor ons gold alleen de kwaliteit van zijn roman. Die was goed. En zo zijn er meer boeken waarvan de buitenwereld vreemd opkijkt. Neem Hongerklop van Peter-Henk en Hille Steenhuis: een vader en dochter over de eetstoornis van de laatste. Daar hebben wij zelf geen seconde over getwijfeld, omdat het heel goed is geschreven en goed in elkaar zit. Als je dat vervolgens op aanbieding vertelt, accepteert de boekhandel dat snel: "Als Van Oorschot erachter staat, zal het kwaliteit hebben". Klaar. En zo komt er meer goede non-fictie aan over onderwerpen waarin we geen geschiedenis hebben.'

Waar gaan alle nieuwe initiatieven ten koste van?
'De catalogi waren een tijdje dikker, omdat al voor de veranderingen ingezette boeken ook zouden verschijnen. Dat wisten we van tevoren. Maar ook: dat het tijdelijk is. We zijn vooral voorzichtiger geworden met vertaalde fictie. De oplages in deze genres zijn al langer aan het dalen. De vertaalkosten zijn hoog, maar het risico dat je minder dan 1000 exemplaren van een titel verkoopt steeds groter. De coronacrisis zal dat mogelijk versterken. Maar dat betekent niet dat we helemaal geen vertaalde literatuur meer doen. Kijk maar naar recente uitgaven van Joseph Roth en John Steinbeck. Zeker voor dat soort klinkende namen blijft het publiek omvangrijk genoeg.'

In september verschijnt zelfs een ruim 1600 pagina's tellende roman van Uwe Johnson: Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl.
'Dat zijn vaak juist zulke risicovolle projecten die al langer geleden zijn ingezet – al kregen we deze kant en klaar aangeboden door de vertaler. Maar in bijvoorbeeld Menselijke voorwaarden van Junpei Gomikawa, dat in 2018 verscheen, zit jaren voorbereiding: 1440 pagina's. Het is leuk om eens in de zoveel tijd iets megalomaans te doen. De aandacht die je voor zulke titels krijgt, is vaak groter. Dat verkleint het risico in vergelijking met een roman van gewone lengte. Maar of we dat nu nog proberen? In deze tijd? Als je miskleunt, is het gelijk helemaal mis. Ik ben bang dat daarom zulke projecten voorlopig on hold staan.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad Magazine, jun.jul 2020)

zaterdag 15 augustus 2020

Puck: boekentippen als een echte boekverkoper

Een digitale boekentipper die klanten op basis van individuele vragen suggesties voor een nieuw boek doet. Dat wil het vorige week gelanceerde Puck: boeken tippen zoals een echte boekverkoper dat doet.

Puck werkt eenvoudig. Op haar website stelt de digitale boekverkoopster ('Hoi, ik ben Puck de Boekenbot') enkele persoonlijke vragen, waarna er vijf suggesties uitrollen – en na verdieping nog meer boeken. De chat is verrijkt met uitroepen als 'interessante keuze', om het zo meer op een echt gesprek te laten lijken. Hoe simpel het ook kan worden uitgelegd, er schuilt wel degelijk vernieuwende technologie achter. Alle digitale boekentippers die in het verleden zijn ontwikkeld, werken allemaal volgens het principe 'wie dit leuk vond, vindt ook dit leuk'. Puck is de eerste die zuiver afgaat op persoonlijke voorkeuren van de klant.

 

Het allereerste idee voor Puck komt van Studio Winegum – een adviesbureau dat sinds de oprichting in 2017 is gespecialiseerd in het digitaliseren van de klantenservice voor een breed gamma aan bedrijven. Na het uitbreken van de pandemie hadStudio Winegum en hun team tijd over voor innovatie. 'Hoewel de samenleving sinds maart in een klap volledig leek te digitaliseren zagen wij de kans onze kennis over chatbots in te zetten,'vertelt Martinus. 'Wat te doen met de gespecialiseerde kennis over chatbots en machine learning?'

 

Dat werd boeken. Studio Winegum, dat geen enkele ervaring in de boekenbranche had, ging daarvoor een samenwerking aan met Bookarang dat al jaren AI inzet voor het boekenvak. Martinus: 'Via via kwam ik bij eigenaar Victor Bergen Henegouwen uit. Zijn team werkt al jaren aan dit soort digitale aanbevelingen. Maar zoals hij mij vertelde: Bookarang is een artificial intelligence bedrijf en is niet zo van de voorkant. Dat is nu juist het sterke punt van Winegum. Bookarang heeft de database, het algoritmeen de API geleverd, wij hebben de persona en de vragen van Puck ontwikkeld en de chatbot en de websitegebouwd.'

 

Uit een test onder duizend consumenten bleek dat Puck – dat half juni in een bètaversie online ging – aanslaat. Bijna de helft (46%) las de flaptekst van de aanbevolen boeken. Twee van de vijf (41%) zei daadwerkelijk een van de gesuggereerde boeken aan te willen schaffen. Bovendien heeft de boekentipper effect op het leesgedrag: een kwart (26%) verwacht meer te gaan lezen door het persoonlijke advies dat ze krijgen. Tweederde (65%) gaf aan Puck blijvend te willen gebruiken. Mede door deze gunstige uitkomsten besloten Winegum en Bookarang Puck officieel te lanceren.

 

'Natuurlijk zijn er andere routes naar een suggestie dan deze "verras mij"-weg', vertelt Martinus. 'Een boekverkoper die een klant voor zich heeft, kan bijvoorbeeld ook vragen naar diens lievelingsboek. Dat kan je ook digitaal doen. Maar dat kost veel tijd. De chatbot moet de titel herkennen en heel verfijnde vervolgvragen stellen. We wilden echter niet eerst eindeloos blijven programmeren tot alle mogelijkheden zijn gerealiseerd. Het leek ons het beste om nu live te gaan en Puck, mede op basis van alle feedback, door te ontwikkelen.'

 

Puck werkt momenteel samen met Libris. Wie na het lezen van de flaptekst van de suggestie doorklikt op 'naar de boekhandel' wordt doorverwezen naar het betreffende boek op Libris.nl. Op termijn komt daar een tussenpagina waar de klant zijn eigen boekhandel kan kiezen. 'We willen niet exclusief voor een partij zijn. We horen bijvoorbeeld dat sommige gebruikers een abonnement hebben bij Kobo of zo. Daar willen wij ook naar doorverwijzen. Maar zo staan er genoeg aanpassingen op het programma. Als eerste gaan we een "cadeauroute" maken. Libris en andere partijen hebben daar veel behoefte aan. Die moet er voor de feestdagen zijn.'

 

Studio Winegum en Bookarang verdienen een kleine commissie aan iedere titel die via Libris.nl wordt verkocht. Maar die kleine bedragen zijn niet de manier waarop ze hun investeringen terug willen verdienen. De returnzit hem eerder in het verkopen van licenties van de boekentipper zelf. Bibliotheken, uitgeverijen of boekhandels die Puck – of hun eigen versie daarvan – voor hun eigen site willen overnemen, zijn van harte welkom. Daarnaast kan de technologie worden ingezet op andere markten waar consumenten een enorme keus heeft: auto's, wijnen, huizen, potentiële partners.

 

Ook daarom is Puck nu al in de markt gezet. 'Dan kunnen we kijken waar de appetitezit', noemt Martinus dat. Om dezelfde reden wordt de digitale boekverkoopster niet met een grootscheepse campagne op de markt gezet – nog los van het feit dat daarvoor niet het benodigde budget voor handen is. Studio Winegum en Bookarang mikken op een gestage groei van de naamsbekendheid door aandacht in de pers (SublimeFM besteedde er al aandacht aan) en op sociale media en mond-tot-mondreclame van tevreden gebruikers. Ook gaat Libris haar sociale media-kanalen daarvoor inzetten.

(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 11 aug)