donderdag 7 augustus 2014

Auke Hulst, 'Buitenwereld, binnenzee' (BOEK)

Waarom reist een reiziger

Met professionele reizigers is iets mis, schrijft Auke Hulst in het laatste stuk van zijn reisboek Buitenwereld, binnenzee. Maar erover spreken? Of zich zelfs maar bewust zijn van 'het zoekende, de onrust, de ontevredenheid' in henzelf? Dat niet. Liever concentreren ze zich op hun reizen, hun ontmoetingen, hun belevenissen. Zichzelf stoppen ze ver weg.
Hulst (1975) doet dat juist niet. Buitenwereld, binnenzee wil geen reisboek zijn, maar een onderzoek naar zijn motieven om over de wereld te trekken. Tot zijn dertigste durfde hij de grens nauwelijks over. Waarom nu wel? En waarom het liefst naar plekken waar films zijn opgenomen, auteurs liggen begraven of beroemde doeken zijn geschilderd? Meer dan eens verwijst hij naar zijn ouderloze jeugd, waarover hij schreef in de roman Kinderen van hetRuige Land, dat hem zich deed verschansen in literatuur. Die reizen in zijn hoofd is hij later in het echt gaan maken – om zich te verbinden met zijn vroegere zelf, zijn eigen fascinaties of andere mensen die hij op reis ontmoet.
De prettig bedachtzaam geschreven bundel bevat ook pure reisverhalen: naar het Harar (Ethiopië) van Rimbaud of het Japan van Murakami. Maar deze lijken vooral te dienen als illustratie van Hulst' stellingen. Ze versterken zo de belangrijkste impuls die van Buitenwereld, binnenzee uitgaat: je eigen redenen bevragen waarom je je huis verlaat. Of juist thuisblijft.
Dat maakt ook de echte reisverhalen interessanter dan het doorsnee variant, dat je hoofdzakelijk leest uit interesse voor een bepaald land.
(Eerder gepubliceerd in BOEK 3, 2014)

Auke Hulst Buitenwereld, binnenzee (152 p.) – Ambo|Anthos, € 16,99 (e-boek € 9,99).

Zie ook;

dinsdag 5 augustus 2014

Ida Simons, 'Een dwaze maagd' (BOEK)

Die onbetrouwbare volwassenen

Een dwaze maagd van Ida Simons raakte in de vergetelheid toen de schrijfster in 1960, kort na verschijnen van haar debuut, op 49-jarige leeftijd overleed. Toen de heruitgave eerder dit jaar verscheen, haalde de literaire pers de betrekkelijk korte roman (bijna tweehonderd pagina's) binnen als een nieuw meesterwerk dat op hetzelfde niveau staat als De avonden of Oeroeg.
Is dat overdreven? Als je begint te lezen met het vooropgezette idee een parel in handen te hebben: ja. Alles valt tegen waar je te veel van verwacht. De roman is bovendien tot 1989 vijf keer herdrukt, mopper je dan – dus hoezo vergeten? Als je daarentegen onbevooroordeeld leest: nee.
Aanvankelijk lijkt de roman weinig meer te behelzen dan jeugdherinneringen van het joods meisje Gittel tijdens het interbellum, die ook door de opbouw in losse scènes doet denken aan Dorsvloer vol confetti. Het zijn wel prettig luchtig genoteerde herinneringen aan mensen die zo treffend worden getypeerd dat alle personages werkelijk tot leven komen. Dat is al uitzonderlijk genoeg.
Pas later dringt door hoe alles om dezelfde gruwelijke ontdekking draait: volwassenen zijn onbetrouwbare leugenaars die zich altijd anders voordoen. Als ze Gittels naïviteit niet misbruiken – zoals de welgestelde Lucie en haar vrijer Gabriel, waar het verhaal zich op concentreert – dan vóélt ze zich wel misbruikt. Zelfs de pianoleraar complimenteerde haar alleen maar omdat ze zo jong was.
Dat maakt Een dwaze maagd tot de schitterende bittere komedie. Gittel heeft niet alleen oog voor de lachwekkende poeha waarmee mensen zich belachelijk maken, ze is ook werkelijk de verbitterde dwaze maagd uit de titel – de maagd die in de Bijbel in haar onnozelheid wel een lamp meeneemt maar geen olie om hem aan te steken, en die alleen daardoor wreed door God wordt verstoten.
(Eerder verschenen in BOEK 3, 2014)

Ida Simons Een dwaze maagd (206 p.) – Cossee, € 19,90.

zondag 3 augustus 2014

Giphart leent uit: Een 'objectief beeld' van het bibliotheekwerk op de regionale tv (Bibliotheekblad)


RTV Utrecht zendt deze zomer de informatieve serie Giphart leent uit uit. De regionale tv-zender toont zo, met steun van de Utrechtse bibliotheken en BiSC, wat de moderne bibliotheek zijn publiek te bieden heeft. Een concept dat andere bibliotheken kunnen kopiëren.

Zo gaat het eraan toe in het oudercafé van de Bibliotheek IJsselstein. De peuters springen en dansen, proberen twee helften van een kokosnoot aan elkaar te plakken, spelen met rubberen slangen. Soms met hun moeder, soms alleen – terwijl hun moeder dan koffie drinkt en praat met een medewerker van de bibliotheek of het Centrum voor Jeugd en Gezin. 'De kinderen worden ook voorgelezen. En wij ondersteunen de ouders als die bijvoorbeeld om een boek vragen over het krijgen van een broertje of zusje,' zegt Liesbeth Versteeg van de bibliotheek.
Het oudercafé en Versteeg zijn te zien in de 22 minuten durende eerste aflevering van Giphart leent uit die vrijdag 25 juli ieder uur werd uitgezonden op RTV Utrecht – en sindsdien kan worden herbekeken op de site van de zender. Presentator Ronald Giphart, bekend van romans als Ik ook van jou (1992) en IJsland (2010), toont in deze zevendelige serie wat de bibliotheken in de provincie Utrecht allemaal doen anno 2014. Zoals hij zelf zegt in de introductie: 'De bibliotheek is allang niet meer de plek waar alleen maar boeken worden uitgeleend, maar waar ook heel veel dingen gebeuren.'
En dus gaat Giphart, samen met chauffeur Adri Zwambag van de Vervoerscentrale, in verschillende filialen van bibliotheek Lek & IJssel naar een oudercafé, de opening van een Boekspot, een cursus reisfotografie, de provinciale finale van de Nationale Voorleeswedstrijd en het toeristisch informatiepunt. Ook leest hij zelf voor en geeft hij boekentips. 'Mijn oudste zoon printte voor hij naar Vietnam ging allemaal informatie uit. Koop nou deze Rough Guide, zei ik. Dan heb je alles bij de hand en als hij na terugkeer naar Vietnam ruikt heb je een levenslang aandenken.'

De serie is een initiatief van de zeven Utrechtse bibliotheken en financieel ondersteund door het Prins Bernhard Cultuurfonds en de provincie. Het Bibliotheek Service Centrum (BiSC) voerde de regie. 'Het vloeit voort uit ons gezamenlijk marketingbeleid,' vertelt projectleider Marten Groen van BiSC. 'Het medium televisie hadden wij nog niet eerder gebruikt, hoewel dat toch een hoog bereik heeft. Het is nu weliswaar de vakantieperiode, maar het blijkt dat een deel van onze doelgroepen nu toch veel kijken: ouderen gaan bijvoorbeeld niet allemaal in de zomer op vakantie, en ook minder bedeelden, vaak ook de groepen met een taalachterstand, zijn in de zomer welkom in onze bibliotheken.’
De bedoeling van Giphart leent uit is: informeren, vertelt Groen. 'Wij wilden weergeven waar de bibliotheek voor is in de samenleving en dat dat veel meer is dan het uitlenen van boeken alleen. De diensten die aan bod komen zijn heel divers. In iedere aflevering staat één bibliotheek centraal – en dan zo dat alle bibliotheken zich in alle afleveringen kunnen herkennen. De precieze invulling is helemaal uitgedacht door RTV Utrecht, die eindverantwoordelijk is voor de inhoud. Zij hebben ook Giphart benaderd. Wij hebben niet zelf aan de knoppen gezeten.'
De eerste aflevering heeft veel weg van een lange promospot. Groen bestrijdt dat echter: 'Het is geen bedrijfsfilm, de serie geeft een objectief beeld van het bibliotheekwerk.' Wel vindt hij het jammer dat Giphart in zijn eerste leestips zijn zoon aanraadt een boek te kopen. 'Dat had misschien anders gekund, maar dat geeft niet. Bij de Boekspots gaat het er ook om dat mensen elkaar – onder auspiciën van de bibliotheek – boeken “uitlenen”. Het gaat ook om het grotere geheel van leesbevordering. Als Gipharts zoon maar boeken blijft lezen en gebruiken.'
Wat het budget voor de serie precies is, wil Groen niet vertellen. Maar de bibliotheken krijgen er – naast de promotionele aandacht –wel iets voor terug. 'Het materiaal moet te hergebruiken zijn. Bijvoorbeeld op de sites van de lokale bibliotheken.'

Giphart – die in 2007 nog een talkshow had op RTV Utrecht – nam de presentatie op zich om zijn 'steentje bij te dragen aan het in stand houden van de leescultuur,' zei hij vorige week, toen hij nog midden in de opnames was. 'Schrijvers zijn daarvan afhankelijk. Een geweldige bibliotheekdekking is een belangrijke onderdeel van de leescultuur, maar door alle bezuinigingen vindt er een kaalslag plaats. Vestigingen verdwijnen of zijn kleiner geworden. De aantallen uitleningen loopt terug. Daarom is het belangrijk dat bibliotheken aandacht krijgen.'
Het is wat Giphart betreft terecht dat de serie een positieve insteek heeft. 'Je kan natuurlijk ook een kritisch programma maken en de onderkant laten zien. Die bestaat ook. Het gaat niet met alle bibliotheken in de provincie goed. Maar nu het culturele aanbod verschraalt naar niveaus die nooit eerder zijn gezien, moeten we een gezamenlijke inspanning doen om dat tegen te gaan. Literatuur leert je over de wereld en over jezelf. Dat mag niet verloren gaan. Het enthousiasmeren – tot een oproep om vrijwilliger te worden aan toe – staat daarom voorop.'
Prompt somt de oud-juryvoorzitter van de verkiezing van de Beste Bibliotheek van Nederland een hele reeks mooie initiatieven op die hij door deze serie heeft leren kennen. Initiatieven vooral die het voortbestaan van het bibliotheekwerk mogelijk maken. De onbemande bibliotheek in Cothen. Of de Boekspots op veel drukke plekken in de provincie. Maar hij noemt ook initiatieven op die laten zien hoe uitgebreid het bibliotheekwerk is geworden. Het project om laaggeletterden in Kanaleneiland te steunen. Of het verzamelpunt van lokale schrijvers in Leersum.
Heeft Giphart dan ook gemerkt dat er, ondanks jaren van bezuinigingen, nog veel drang is om de relevantie van de bibliotheek te bewijzen? 'Zeker. Zoals een vriend uit Loenen aan de Vecht zei: "Heel erg, die bezuinigingen, maar het geeft ook energie om nieuwe initiatieven te ontplooien." In Loenen hebben ze met alle bezoekers gezamenlijk een gedicht gemaakt, om de poëzie onder de mensen te brengen. Dat was misschien niet gebeurd als bibliotheken nog op een geldberg zaten. En het is ook echt nodig. Want als je niet oppast, dan verdwijnt de bibliotheek en komt het nooit meer terug.'

Als het aan Groen en Giphart ligt zenden andere regionale zenders een soortgelijk programma uit over hún bibliotheken – gepresenteerd door een schrijver uit hún regio. Maar als dat niet binnen de financiële mogelijkheden hoort, kunnen andere bibliotheken elementen hergebruiken. 'We hebben bijvoorbeeld een item over Bibliotheek op School,' zegt Groen. 'Dat wordt nu landelijk uitgerold. Andere bibliotheken kunnen dat misschien gebruiken, ook al is het dan gefilmd in een van onze vestigingen. Het is nooit onze bedoeling geweest om het exclusief te houden.'
(Eerder gepubliceerd op Bibliotheekblad.nl, 31 jul)

zaterdag 2 augustus 2014

De incubatietijd van een literaire roman (BOEK)

Nederland trilde op zijn grondvesten in het begin van deze eeuw. Het duurde even voor de multiculturele clash een plek vond in de literatuur. Nu lijken immigratie, radicale islam en populistische politiek er niet meer uit weg te denken.

Wie denkt aan de jaren '00 schiet als eerste de aanslagen van elf september te binnen. De moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. De inval in Irak. Kortom: de bloedige dieptepunten in de strijd tussen het democratische westen en de fundamentalistische islam. Wie zich daarentegen literaire hoogtepunten van dit decennium voor de geest haalt, denkt aan Joe Speedboot van Tommy Wieringa of Knielen op een bed violen van Jan Siebelink. Twee romans, hoe goed geschreven ook, waarin de eigentijdse grote gebeurtenissen geen enkele rol spelen.
Het geloof, het platteland en het verlangen daaraan te ontsnappen, persoonlijk leed, de liefde – ook in dit decennium waren dat de dominante thema's in de Nederlandse literatuur. Denk ook aan Dorsvloer vol confetti van Franca Treur, Schaduwkind van P.F. Thomése of Komt een vrouw bij de dokter van Kluun. Ongeacht het literaire niveau waren het uiterst succesvolle boeken waarin de auteurs dicht bij hun eigen leven bleven en de actualiteit van de krant meden. En anders projecteerden zij hun verhaal wel op de geschiedenis. Zie: Een schitterend gebrek van Arthur Japin.
Gek eigenlijk. Heeft de Nederlandse auteur soms niets te melden over de ingrijpende verandering in de samenleving waarin hij leeft? Of hebben schrijvers meer tijd nodig om commentaar te leveren?

Er is één stukgelezen Nederlandstalige roman uit die tijd waarin de fundamentalistische islam de hoofdrol speelt: Het huis van de moskee van Kader Abdolah – in 2007, twee jaar na verschijnen, door het publiek verkozen tot beste Nederlandstalige roman aller tijden. Abdolah beschrijft daarin de lotgevallen van tapijthandelaar Aga Djan en zijn verwanten tegen de achtergrond van het Iran in de jaren zeventig en tachtig. Aanvankelijk moderniseert het land, maar de zedenloosheid die dat in de ogen van veel provincialen met zich meebrengt roept een felle tegenreactie op van de ayatollahs.
De personages in de roman vertegenwoordigen allemaal een ander standpunt in het maatschappelijk conflict van hun tijd, maar geen van hen is opgewassen tegen de simplistische rechtlijnigheid van de fundamentalisten en de nietsontziende terreur waarmee ze hun waarheid aan anderen opleggen. Abdolah heeft dan ook verklaard dat Het huis van de moskee laat zien hoe de radicale islam zich de macht toe-eigent en daarna die macht uitoefent. De roman was een waarschuwing aan zijn Westerse lezers om deze vorm van de islam te bestrijden.
Maar is Het huis van de moskee wel Nederlandstalige literatuur? Abdolah heeft de Iraanse woelingen aan den lijve ondervonden, tot hij in 1985 op 31-jarige leeftijd als linkse activist het land moest ontvluchten. In zijn literaire verwerking van zijn levensverhaal tot dat moment, kiest hij resoluut voor een Iraans standpunt: zijn alter ego Shahbal schrijft aan Aga Djan dat hij wel van schrijftaal is veranderd, maar dat hij 'uw pijn en de pijn van ons land' wil verwoorden. En anders niets. Het huis van de moskee had daarom net zo goed vertaalde literatuur kunnen zijn.

Joost Zwagerman klaagde in zijn Kellendonk-lezing van 2006 de zelfverkozen 'literaire quarantaine' van zijn collega's aan. Schrijvers sloten zich volgens hem doelbewust op in hun eigen ivoren toren, waar het dagelijks nieuws uit de krant geen vat zou krijgen op hun werk. Hij voerde een indertijd pas verschenen bloemlezing met werk van jonge auteurs aan als bewijs. In de begeleidende interviewtjes antwoordden ze op de vraag wat de moord op Van Gogh voor invloed zal hebben op hun werk: niets. Helemaal niets. En dat dat maar goed was ook.
Zwagerman telde in de drie jaar voorafgaand aan zijn lezing slechts vier romans waarin het veranderende Nederland een rol speelt. Romans van Robert Anker (Hajar en Daan), Nicolaas Matsier (Het achtenveertigste uur), Herman Franke (Wolfstonen) en Désanne van Brederode (Het opstaan). Nu zag hij een aantal romans over het hoofd – Vincent Bijlo (De woordvoerder) of Pieter Waterdrinker (Een Hollandse romance) bijvoorbeeld. Om nog te zwijgen van Het huis van de moskee en actuele thrillers van Tomas Ross, René Appel en Bert van der Veer. Maar hij had een punt.
Alleen niet de juiste verklaring. Zwagerman was, vier jaar na de moord op Fortuyn, te snel met zijn conclusies. Schrijvers zitten helemaal niet in hun ivoren toren. Nooit gedaan ook, een enkele uitzondering daargelaten. Zij laten wel degelijke de multiculturele samenleving en alle ophef waartoe de strijd daarover heeft geleid toe in hun werk. Ze reflecteren volop over de opvattingen en daden van zulke uiteenlopende figuren als Pim Fortuyn, Ayaan Hirsi Ali, Geert Wilders en Mohammed B. – en belangrijker: de manier Nederland daarop heeft gereageerd.
Schrijvers werken alleen niet zo snel als journalisten. Ze hebben romans onder handen, die eerst af moeten – om een praktische overweging te geven. En ze moeten het nieuws dat zij elke dag in de krant lezen eerst op zich in laten werken om een idee te krijgen van wat het betekent voor hun personages, hoe deze daarop dienen te reageren, en hoe dat van invloed is op de wereld waarin deze opereren. Het nieuws moet eerst gisten. En in sommige gevallen kan de incubatietijd lang duren voor onderliggende en blijvende trends van de actualiteit een plek in een roman kunnen krijgen.
Uit recent onderzoek van de Universiteit van Bristol, op grond van onderzoek naar wo-orden met een 'verdrietige lading' en woorden met een 'blije lading', bleek dat schrijvers ongeveer een decennium na een economische crisis hun zwartgalligste en treurigste boeken schreven. Maar zo is het altijd met maatschappelijke thema's geweest, hoe zeer die ook het leven van schrijvers en lezers overhoop hadden gegooid. In de literatuur in het eerste decennium na de Tweede Wereldoorlog speelde de bezetting en het verzet ook alleen bij een enkeling (W.F. Hermans) een belangrijke rol.

Wie nu in de boekhandel zoekt naar romans over immigratie uit niet-Westerse landen, populistische leiders of islamitisch geïnspireerde terroristische aanslagen, vindt ze in overvloed – ook al zijn het niet altijd boeken die over enkele decennia tot het collectieve geheugen behoren. In Leon deWinters VSV is te lezen hoe de politiek in de achterkamertjes potentiële aanslagen bestrijdt. In NellekeNoordervliets Snijpunt de cultuurbotsing tussen Westers humanisme en Marokkaans geweld. Of in Rob van Essens Visser hoe politiek extremisme zich kan verspreiden.
Enzovoorts, enzovoorts. Zelfs in romans die nauwelijks over multicultureel Nederland gaat, speelt de strijd daarover als motief een rol. Bijna alsof het een cliché is. Een voorbeeld is Euforie van Christiaan Weijts. De hoofdpersoon is een architect. Hij wordt voortgedreven door het winnen van een prijsvraag. Hij zoekt, als iedere kunstenaar, de euforie dat het maken van iets in alle opzichten unieks hem geeft. Maar waarom is die prijsvraag uitgeschreven? Omdat een terroristische aanslag een krater in Den Haag heeft geschapen, dat moet worden gevuld met nieuwbouw.
Dat het veranderende Nederland als thema juist na Zwagermans lezing tot bloei is gekomen, blijkt het beste uit de romans over immigratie. Hoewel gastarbeiders al sinds de jaren zestig Nederland binnenkwamen, zijn de beste romans over dit thema nog geen decennium geleden geschreven: De ontelbaren van Elvis Peeters, De wandelaar van Adriaan van Dis en La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer. Drie romans met aanzienlijke verschillen in stijl en toon, maar die gezamenlijk op een indringende en heldere manier alle aspecten van de immigratie centraal stellen.
Eerst laat de ondergangsfantasie De ontelbaren (2005) in een groteske uitvergroting de angst voor immigranten zien. Een vloed van honderdduizenden vreemdelingen ontwrichten de samenleving en de fundamentele humanistische waarden. Vervolgens doet De wandelaar (2007) een beroep op ons medelijden met immigranten die, misleid door idyllische dromen, in een nachtmerrie terecht zijn gekomen. Samen met Mulder, de hoofdpersoon, ontdekken we hun wereld. Tenslotte stelt La Superba (2013) de filosofische vragen. Wat is het verschil tussen een immigrant en een expat bijvoorbeeld?

De beste Nederlandstalige post 6 mei 2002-roman is evenwel minstens zo iconisch als de genoemde boeken van Siebelink, Wieringa of Treur. Tirza van Arnon Grunberg. Hoofdpersoon is Jörgen Hofmeester die – als symbool voor de beschaafde Westerse wereld – zich in alle opzichten in crisis bevindt. Hij is overbodig verklaard als redacteur van Oost-Europese fictie bij een uitgeverij. Dat hij wordt doorbetaald maakt de vernedering nog groter. Zijn vrouw wil bij hem terugkomen: om hem af te kraken. Hij is zijn geld kwijt na foute beleggingen. En jongste dochter Tirza gaat het huis uit.
Alles komt samen in Hofmeesters afkeer van Tirza's vriendje Choukri, met wie ze op wereldreis gaat vertrekken. In hem ziet hij Mohammed Atta terug, een van de kapers die de aanslagen van 9/11 beraamde. Hij is de bloeddorstige buitenstaander die hem bijna alles heeft afgepakt en nu is gekomen om hem de rest af te pakken. De terrorist die alles wat hem dierbaar is, komt verwoesten. Als hij ziet dat Choukri zijn dochter op brute wijze neukt, slaan dan ook alle stoppen door. Wraak op Choukri, wraak op de islam - dat is het enige wat Hofmeester nog ziet.
Grunberg maakt zo een subtiele verbinding tussen een persoonlijk drama en de grote verwarring in het Westen. Waarna hij laat zien tot welk fataal drama de verblinding bij Hofmeester én maatschappij kan leiden. Wie de jaren '00 wil begrijpen, herleest daarom het beste Tirza.
(Eerder verschenen in BOEK 2, 2014)

donderdag 24 juli 2014

Herlezen debuten: bij het twintigjarig jubileum van 'Blauwe maandagen' van Arnon Grunberg (BOEK)

Grote schrijvers waren ooit onbekende debutanten. Had de eerste roman direct een unieke stem? Verraadde het debuut originaliteit en lef? Had de auteur al meesterschap over de taal? Aflevering 3: Blauwe maandagen van Arnon Grunberg.

Een oefening in stijl

De eerste zin van Arnon Grunbergs eerste roman, die dit voorjaar precies twintig jaar geleden is verschenen, is een van de mooiste openingszinnen van de Nederlandse literatuur. 'Mijn vader handelde in postzegels, in ieder geval dat dachten mijn moeder en ik.' De verwrongen jeugd, de moeizame verhouding met zijn ouders, het wanhopige levensgevoel – de belangrijkste motieven van Blauwe maandagen zitten er meteen in. De zin intrigeert, roept de lust op verder te lezen. Maar belangrijker nog: de zin bevat de magische schwung die alleen de allergrootsten hebben. Er lijkt geen woord te veel in te staan, ieder woord staat op de juiste plek.
Het moet ook de kracht van Grunbergs taal zijn waardoor critici hem inhaalden als groot talent en zijn debuut onmiddellijk veel lezers vond – binnen vijf jaar volgden twintig drukken. Het verhaal heeft weinig om het lijf: Blauwe maandagen bevat scènes uit de jeugd en het leven van een jonge twintiger genaamd Arnon Grunberg, onderverdeeld in vijf delen van ongelijke lengte. Hij vertelt over zijn mysterieuze overleden vader, de joodse nukken van zijn familieleden, zijn middelbare schooltijd, zijn eerste liefde en zijn verslaving aan prostituees. En dat alles zonder dat Grunberg iets met al die anekdotes, herinneringen en terzijdes lijkt te willen.
Maar wat is de roman – aanvankelijk – verpletterend. Grunbergs scherpe oog voor absurdistische situaties. De montage van totaal verschillende mededelingen binnen één alinea. Het nihilisme waarmee de hoofdpersoon afstand probeert te nemen van alles wat hem wordt opgedrongen: 'Ik wantrouw mensen die over later begonnen. Dat doe ik nog steeds, want ze willen je omkopen met dat later. Terwijl ze daar geen moer van weten. Net zomin als ik. Er is helemaal geen tijd om te wachten op later.' Het heeft, ook nu nog, het effect dat je de wanhoop van de hoofdpersoon rauwer dan ooit krijgt opgediend. Je denkt diep in de ziel van een verlorene door te dringen.
Pas in de tweede helft verliest de roman zijn bezwerende greep. Als de hoofdpersoon vertelt over de meisjes die hij betaalt voor seks, steeds weer nieuwe meisjes, krijgt zijn monoloog iets eindeloos. Het gaat maar door: het drankgelag in kroegen, het chaotisch huishouden dat wordt voortgedreven door geldgebrek, de ontmoetingen met idioten die alleen worden opgevoerd om hun vreemde stokpaardjes te berijden. De monoloog wordt bovendien onevenwichtig doordat Grunberg regelmatig teruggrijpt op zijn vader of zijn schooltijd, zonder daar nog iets nieuws aan toe te voegen. Blauwe maandagen had best tachtig bladzijden korter gemogen.
Grunberg schreef het boek ook zonder duidelijke opzet, als je de ontstaansgeschiedenis van zijn debuut mag geloven. Hij was als uitgever van zijn eigen Kasimir (voor niet-Arische Duitse literatuur) toen hij in 1991 naar de Frankfurter Buchmesse reisde. Daar zakte hij door met Fred Spek (hoofdredacteur van Boekblad) en Vic van de Reijt (uitgever van Nijgh & van Ditmar). Hij bleek zo'n begenadigd verteller dat de eerste hem een column aanbod en de tweede zei: schrijf die verhalen toch op – in plaats van die geheel verzonnen verhalen en toneelstukken die hij tot dan in eigen beheer had uitgegeven. Vervolgens leverde Grunberg een enorm pak papier in, dat hij met Van de Reijt enigszins tot een geheel componeerde.
Ook na het succes van zijn debuut presenteerde Grunberg zich niet als de schrijver die niets anders kan en wil, zoals zo veel anderen doen. Hij flirtte met het schrijverschap als iets tijdelijks. Misschien kon hij alsnog zijn jeugddroom waarmaken: acteur worden. Tegen die achtergrond is het des te wonderlijker dat Grunberg geen gimmick is geworden à la Herman Brusselmans: een schrijver die steeds tandelozer voortdurend zijn eigen leven tot slapstick maakt. Nee, hij bleek het schrijverschap wel degelijk serieus te nemen. Hij ontwikkelde zich tot een auteur die zich probeert te verhouden tot grote maatschappelijke problemen en zichzelf elke keer wil vernieuwen.
Daardoor herlees je Blauwe maandagen twintig jaar na dato niet als het wondersucces van een one trick pony, dat inmiddels in zestien talen is vertaald, maar als een oefening in stijl. Later heeft Grunberg die stijl ingezet voor echte meesterwerken als Tirza en De man zonder ziekte.
(Eerder verschenen in BOEK 3, 2014)


Zie ook:

maandag 21 juli 2014

ThiemeMeulenhoff en Rijksmuseum gaan samenwerken (Boekblad)

ThiemeMeulenhoff en het Rijksmuseum hebben deze week een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De collectie van het museum gaat deel uitmaken van bestaande en nieuwe leermiddelen.

De educatieve uitgeverij maakte voor onder meer de geschiedenismethode Feniks al gebruik van het museum als leverancier van bronnen. Het Rijksmuseum heeft daarvoor de website Rijksstudio. 'In contacten met de mensen van de educatieve diensten realiseerden wij ons hoe goed wij elkaar aanvullen,' vertelt Marieke van der Meer, hoofd corporate communicatie van ThiemeMeulenhoff. 'Zij zijn gericht op informeel leren: door te kijken en na te denken. Wij op formeel leren: door gericht toe te werken naar een leerdoel.'
De samenwerking krijgt op twee manieren vorm. Ten eerste zullen de bronnen van het Rijksmuseum nog meer worden ingebed in leermethodes geschiedenis, godsdienst en levensbeschouwing. Van der Meer: 'Dat kan al snel worden gerealiseerd. Wij hebben de SchooltasApp met daarin digitale boeken, waarin auteurs en gebruikers zogeheten prikkers kunnen plaatsen. Dat kan bijvoorbeeld een link zijn naar een kunstwerk van het Rijks.'
Ten tweede gaan ThiemeMeulenhoff en Rijksmuseum gezamenlijk een leeroplossing ontwikkelen, die het formeel en informeel leren op een nieuwe manier koppelt. Hoe en wat, kan Van der Meer nog niet zeggen. Wel wordt de leeroplossing op de Nationale Onderwijs Tentoonstelling (NOT) in januari gepresenteerd, waarna scholen die in het schooljaar 2015/16 kunnen gebruiken. 'Dat is ambitieus, ja,', zegt Van der Meer. 'De eerste brainstormsessies hebben ook al plaatsgevonden. Nu moeten we het snel concreet maken, zodat we in september een beeld hebben van wat de leeroplossing wordt.'
De samenwerking met het Rijksmuseum is voor ThiemeMeulenhoff zo ook een test om te zien of zij snel een nieuw product kan ontwikkelen. 'Wij zijn gewend aan lange trajecten omdat we van oudsher boeken maakten. Digitale leermiddelen bijvoorbeeld kun je sneller in de markt zetten: een versie 1.0, die op basis van feedback en nieuwe ontwikkelingen makkelijk vernieuwd en verbeterd kan worden. Natuurlijk hebben we dat al eerder gedaan, maar nog niet in samenwerking met een museale instelling. Ik weet overigens niet zeker of de nieuwe leeroplossing een digitaal product is, maar ik verwacht niet dat het een boek wordt.'
Wat ook zo goed als zeker is: een bezoek aan het museum wordt onderdeel van de leeroplossing. 'Voor het Rijksmuseum is het het ultieme doel om zoveel mogelijk kinderen naar het museum te brengen. Aan de andere kant is het naar de klas brengen van het museum een mooie andere manier om hen met de collectie in aanraking te brengen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 9 jul)

Zie ook:
-

zondag 20 juli 2014

Erdee Media Groep lanceert platform voor christelijke non-fictie (Boekblad)

Erdee Media Groep heeft eenplatform gelanceerd voor christelijke non-fictie. Digibron Bookstore biedt vijftig oudere titels van vier uitgeverijen waarvan consumenten ook losse hoofdstukken kunnen aanschaffen.

'Uitgeverijen hebben veel oud goud beschikbaar,' vertelt projectleider Jan Reijnoudt van de Erdee Media Groep, 'dat nog wel waardevol is maar waarvan ze er geen tweehonderd exemplaren meer gaan drukken omdat ze dan het risico lopen er met honderd te blijven zitten. Dit is een nieuwe kanaal om dit oude goud alsnog te exploiteren.'
Digibron Bookstore [bookstore.digibron.nl] bevat theologische titels van Jongbloed, Kok, Boekencentrum en Erdee Media Groep-dochter De Banier. Alle titels zijn fulltext doorzoekbaar. Consumenten kunnen gehele boeken op papier (on demand geprint) of digitaal (als ePub) aanschaffen, maar ook losse hoofdstukken bestellen. 'Ook is het mogelijk om uit verschillende boeken een hoofdstuk te selecteren en zo je eigen boek over bijvoorbeeld de doop te laten printen.' De consumentenprijs wordt bepaald door het totaal aantal pagina's: 0,055 cent voor POD-uitgaven en 0,03 cent voor e-boeken.
Het platform is nu live gegaan. In september volgt een campagne met advertenties in relevante magazines. Het promotiefilmpje toont een man die een presentatie voorbereidt voor een gemeenteavond, maar volgens Reijnoudt is het platform bedoeld voor alle gelovigen. 'Iedereen die op zoek is naar achtergronden over een bepaald thema kan hier een boek bestellen of samenstellen.'
Het eerste jaar beschouwt de Erdee Media Groep als een pilotjaar. Desalniettemin wordt het aantal titels in september 'en daarna, zo mogelijk, een keer per maand' uitgebreid. Ook voert de mediagroep gesprekken met andere uitgeverijen om aan te haken. Binnen een jaar verwacht Reijnoudt dat die titels aanleveren.
Hoe het platform na het pilotjaar doorgaat, hangt uiteraard af van het mogelijke succes ervan. 'Maar wij laten het zeker niet los. Desnoods gebruiken we het alleen voor boeken van De Banier. Maar dat verwacht ik niet. Eerder voorzie ik dat de betrokken uitgeverijen de techniek zullen willen gebruiken op hun eigen site.'
Aan het platform is drie jaar praten en bouwen voorafgegaan. Het initiatief lag bij Mees te Velde, rector van de Theologische Universiteit Kampen, die de vier betrokken uitgeverijen uitnodigde voor een gesprek over een platform waar alle christelijke content bij elkaar is gebracht. Gratis, voor zijn medewerkers en studenten en alle anderen die zich daarin willen verdiepen.
'Al gauw zeiden uitgevers dat er wel geld moest worden verdiend,' vat Reijnoudt de ontwikkelingen samen. 'Toen kwam het punt dat de uitgevers de ontwikkeling te duur vonden worden. Wij hebben het toen overgenomen omdat a) wij een soortgelijke database hebben – Kenniscentrum Digibron – met ons eigen archief, duizenden brochures en honderden jaargangen van landelijke kerkbladen. En b) omdat we een subsidie hadden gekregen van Uitgeverij van de Toekomst 1.'
Inmiddels is Erdee Media Groep ook weer in gesprek met de Theologische Universiteit Kampen voor een uitwerking van het oorspronkelijke idee van Te Velde. Dat wordt dan de Digibron Bibliotheek, waarvoor de universiteit al een subsidie heeft gekregen van Uitgeverij van de Toekomst 2.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 11 jul)

zaterdag 19 juli 2014

Michiel Stenvert biedt uitgeefrechten van Bob Evers te koop aan (Boekblad)

Michiel Stenvert biedt de uitgeefrechten van deel 1 tot en met deel 32 van de Bob Evers-serie te koop aan voor 2500 euro per deel (exclusief btw).
UPDATE December 2014: Dutch Media heeft de rechten gekocht. De uitgeverij brengt de boeken opnieuw uit – als boek en als e-boek 

Dat meldt de Bob Evers nieuwsbrief. Roger Schenk, auteur van het bericht, roept de fans tegelijk op 80.000 euro te verzamelen en een stichting op te richten, die de auteursrechten kan overnemen. Dat leidde tot nu toe tot één reactie. Het pakket bevat de auteursrechten, gebruiksrechten en beeldrechten. M. Stenvert & Zoon Beheer BV behoudt het merkrecht en de filmrechten op de eerste 32 delen van de serie van Willy van der Heijde. Er zou zich ook een uitgeverij hebben gemeld voor de eerste drie delen.
Stenvert verkreeg de rechten toen Weton-Wesgram, eigenaar van uitgeverij De Eekhoorn, in januari 2012 failliet ging. Een herstart van de uitgeverij lijkt op niets te zijn uitgelopen – de site is nog wel in de lucht, maar bevat uitsluitend niet-ingevulde templates. En omdat Stenvert volgens de nieuwsbrief 'een dagje ouder' wordt, besloot hij de rechten te verkopen. 'De boel dood laten bloeden is ten opzichte van de echte Bob Evers-liefhebbers niet gepast,' zei hij.
De delen vanaf deel 33 blijven buiten de deal, omdat de rechten daarvan berusten bij Stenvert én Peter de Zwaan. De Zwaan schreef sinds het overlijden van Van der Heijde in 1985 deze boeken – eerst een aantal op basis van niet voltooide manuscripten in de nalatenschap, maar sinds deel 37 op basis van een eigen scenario. Sinds deel 51verschijnen de boeken zelfs bij De Zwaans eigen uitgeverij: De zwarte Zwaan.
De Zwaan laat per mail weten geen interesse te hebben in de aangeboden rechten. 'De rechten van de delen die ik heb geschreven berusten bij mij en daar heb ik meer dan genoeg aan. Deel 51, Clandestiene streken op een cruiseschip, is vrijwel uitverkocht. Deel 52, Prijsschieten op een premiejager, is onlangs herdrukt. Deel 53, Glorierijke missers in La Gloria, is eind april verschenen en zal in de loop van het jaar wel herdrukt gaan worden. Volgend voorjaar komt deel 54 uit: Dollemansrit met een Mighty Mite.'
De Zwaan hanteert een vaste verkoopstrategie. 'Eerst verkopen we een nieuw deel via ons huisadres, daarna gaan we naar Bol.com en anderhalve maand later naar CB. Deel 53 is sinds enkele weken via Bol te verkrijgen, volgend maand gaan we naar CB. We hebben voor deze volgorde gekozen omdat we, na het aanschrijven van de inkopers van de boekenketens, niet een reactie hebben gehad. De boekverkopers komen nu een voor een, klagend over de inkopers. Dat is wel erg leuk.'
Volgens de nieuwsbrief is de marktwaarde van Glorierijke missers in La Gloria 2820 euro (exclusief btw). Het bod van Stenvert is daarom 'uiterst aantrekkelijk'. Immers: 'De delen ervoor hebben, mede dankzij een hogere oplage en betere reclame, een aanzienlijk hogere marktwaarde.' Bovendien zijn er nog geen legale digitale Bob Evers-boeken, wat extra exploitatiemogelijkheden biedt.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 15 jul)

vrijdag 18 juli 2014

Mijnbesteller wordt Mybestseller – vanwege internationale expansie (Boekblad)

Mijnbestseller heet nu Mybestseller. De naamsverandering staat ten dienste van de internationale expansie van de leverancier van white label selfpublishing platforms.

'Mijnbestseller is óók een platform,' legt directeur Peter Paul van Bekkum uit. 'Ons businessmodel is: in samenwerking met andere partijen white labels in de markt zetten. Dan moet je die andere partijen ook van informatie kunnen voorzien – en door onze internationale focus: in meerdere talen. Dat kon tot op heden niet. Wie op mijnbestseller.nl terecht komt, kan daar alleen boeken publiceren en bestellen.'
Mybestseller is sinds vorig jaar actief op de buitenlandse markt. Anderhalf jaar geleden stelde het bedrijf een half-Duitse, half-Nederlandse manager voor de Duitse markt aan. Dat heeft tot op heden geleid tot twee platforms: Schoolpub.de, samen met mediagroep Madsack en Woll.meinbestseller.de, samen met de regionale uitgeverij Woll uit Sauerland. 'Dit is een regionaal label – tot nu toe die enige die ook selectie aan de poort verricht. Zij doen een kwaliteitscheck op manuscripten.'
Daarmee staat Mybestseller nog niet op de kaart in Duitsland, zoals Van Bekkum eind vorig jaar als doel voor 2014 formuleerde. 'We zijn nu aardig op weg. In oktober staan we wel op de kaart. Op de Buchmesse lanceren we twee grote labels. Ik kan daar nu nog niets over zeggen, maar dat wordt echt spectaculair. Met een derde grote partij bevinden de gesprekken zich al in een vergevorderd stadium.'
Daarnaast is Mybestseller in gesprek met partijen in Polen, Spanje, Engeland, Italië en Frankrijk. Dat was eind vorig jaar ook al het geval, maar – zegt Van Bekkum – 'het komt door de partijen waar wij op mikken. Als we met kleine partijen in zee wilden gaan, hadden we al lang sites in die landen gelanceerd. Wij willen juist partijen die in hun segment tot de grootste behoren. Dan duren processen langer. Voor wij zijn ingebed in de strategie van uitgeverijen, gaat er veel tijd overheen.' 
De reden voor deze strategische keuze is de lancering, iets meer dan een jaar geleden, van Brave New Books in Nederland. De samenwerking met Singel Uitgevers en Bol.com voor dit label heeft Van Bekkum duidelijk gemaakt wat de kracht van zulke grote partijen kan opleveren. 'Brave New Books is nu ons grootste label in Nederland, gevolgd door Mijnbestseller.nl, Mijnmanagementboek.nl, Media Groep Limburg en Edupub – die allemaal groot zijn binnen hun doelgroep.'
Dat Singel Uitgevers sinds 1 juni met uitzondering van de kinderboekuitgeverijen zelfstandig is geworden, maakt voor Van Bekkum weinig verschil. 'We hadden ooit het idee dat bijvoorbeeld De Bezige Bij zou aanhaken. Dat zal nu niet snel meer gebeuren. Maar wat we verliezen aan schaalgrootte, winnen we aan slagkracht. In een kleiner bedrijf wordt niet meer vergaderd dan nodig is. Wij zijn happy met Singel Uitgevers.'
 Ook in 2014 koerst Mybestseller af op een triple digit groei – voor het vierde jaar op rij. Wel blijft het aantal white labels stabiel op dertig, door de strategische keuze om niet langer zo veel mogelijk labels te lanceren maar om te concentreren op een paar grote labels. De omzet in het buitenland bedraagt nu 'vijf tot tien procent'. Dat gaat op termijn 'richting 85 tot 90 procent', denkt Van Bekkum.
Ook voorziet Van Bekkum een groei van de e-boekafzet in de selfpublishingmarkt. 'Als je naar Engeland kijkt, is selfpublishing goed voor 25 procent van de e-boekmarkt – maar voor 50 procent van de groei van de e-boekmarkt. Ik verwacht dat het overal, ook in Nederland, die kant opgaat. Nu al is de landelijke e-boekmarkt 5 % van de totale markt. Bij ons is het aandeel e-boeken van de totale afzet bijna twee keer zo groot.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 11 jul)

Zie ook: