zaterdag 23 november 2019

(Bijna) alles wat je altijd wilde weten over vertalen maar nooit durfde te vragen (Boekblad)

Voor het eerst op de markt: een handboek dat helder en bondig alle aspecten van het literair vertalen uiteen zet. Alle? Alles verandert altijd, geschreven door een grote groep vertalers, lijkt één aspect over het hoofd te hebben gezien.

Een vertaler levert zijn tekst in bij de uitgeverij, bekijkt de correcties, later ook de drukproeven en dan is het lange wachten op de presentexemplaren. Is het een verstandige houding om zich verder niet te bemoeien met de strategieën van een uitgeverij? Niet volgens Janny Middelbeek-Oortgiesen, vertaalster Zweeds-Nederlands van Marianne Fredriksson, Henning Mankell en Barbara Voors. Vanaf het aanvaarden van de opdracht tot lang nadat het boek is verschenen, moet een vertaler zich zo betrokken mogelijk opstellen. Bijna alsof hij de auteur zelf is. Alleen de toon die een vertaler daarbij moet aanslaan, verschilt daarbij.
Ze heeft daarom tips voor haar (aankomende) collega's om ervoor te zorgen dat a) een uitgever het boek niet onzorgvuldig op de markt dumpt, en b) het boek kans maakt op maximale aandacht van pers en publiek. 'Je kunt ook aanbieden de tekst van de achterflap en de aankondiging op de website te lezen voordat deze openbaar worden gemaakt om te voorkomen dat er feitelijke onjuistheden in komen te staan of dat er misschien te veel van de clou van het verhaal wordt weggegeven', meent ze bijvoorbeeld. 'Zelf heb ik zo eens kunnen voorkomen dat op de achterflap van een thriller al vermeld stond wie de moordenaar was.'

De suggesties zijn te vinden in Alles verandert altijd. Perspectieven op literaire vertalen. Dit boek, in oktober verschenen bij de Leuven University Press, is bedoeld als 'een onmisbaar instrument voor de literair vertaler in opleiding en de beginnende en gevorderde professional bij het vertalen in en uit het Nederlands', zoals het op de achterflap heet. Voor het eerst hebben de samenstellers Lieven D'hulst en Chris Van de Poel, beide verbonden aan de KU Leuven, alle aspecten van het literair vertalen in 23 hoofdstukken bij elkaar gebracht. Middelbeek-Oortgiesens stuk over de omgang met promotie, prijzen en recensies is er daar een van.
Het boek is een initiatief van het Expertisecentrum Literair Vertalen (ELV). Uiteraard, zou je bijna zeggen. Sinds het ELV in 2001 werd opgericht door de Taalunie, heeft het met steun van het Nederlands Letterenfonds, Literatuur Vlaanderen, Universiteit Utrecht en de KU Leuven tal van initiatieven genomen om – de naam zegt het al – de expertise van literair vertalers te vergroten. Denk aan het opzetten van cursussen en opleidingen, het uitwerken van een Europees referentiekader voor de competenties van deskundige vertalers, en het opzetten van een online kennisbank. Een handboek hoort daar gewoon bij.
In eerste instantie lijkt Alles verandert altijd vooral bedoeld te zijn voor studenten of anderen die van het literair vertalen hun beroep willen maken. Het valt immers moeilijk voor te stellen dat gelouterde vertalers iets opsteken van de uitleg over de zakelijke aspecten van het vak, de manier waarop je on- en offline naslagwerken gebruikt of de problemen bij het vertalen van realia (cultuurspecifieke begrippen). De opsomming van wat in een vertaalcontract hoort te staan is tamelijk basaal. Wel: een inleverdatum en het aantal gratis auteursexemplaren. Niet: verplichte afname of het verzorgen van gratis lezingen.
Aan de andere kant: door de brede scope en heldere indeling in vier overkoepelende categorieën kunnen sommige hoofdstukken een nuttige inleiding bieden. Dat geldt zeker voor de hoofdstukken over afzonderlijke genres. Wie – voor het eerst – de opdracht krijgt een kinderboek te vertalen, via via wordt benaderd om een toneelstuk om te zetten of voor de uitdaging staat om een ook in het Nederlands bekende klassieker opnieuw te vertalen, treft in dit boek goed uitgelegd wat die genres uniek maakt. Zulke teksten staan ook wel in vertalerstijdschrift Filter of de Kennisbank van het ELV. Maar vindt maar eens snel iets even algemeen en bondigs.
Ook voor buitenstaanders kan het boek interessant zijn. Dan denk ik niet zozeer aan mezelf, die het puur uit een brede liefde voor het boek en het boekenvak interessant vind om te weten dat je bij het vertalen van filosofische teksten stuit op allerlei begrippen die een vast Nederlands equivalent kennen en je dus wel moet begrijpen. Het is weer een dimensie waar ik na al die jaren nooit bij stil heb gestaan. Nee, ik denk eerder aan redacteuren en uitgevers die bijvoorbeeld in het stuk van Middelbeek-Oortgiesen op ideeën kunnen komen van het verdere nut dat vertalers voor hun kunnen hebben.

Alles verandert altijd is dus een compleet handboek voor de literair vertaler van alle rangen en standen? Dat ook niet. Er is één aspect waarvan ik het onbegrijpelijk vind dat D'hulst en Van de Poel daar geen apart hoofdstuk over hebben laten schrijven. Dat is een beschouwing over de relatie met de opdrachtgever, die in vrijwel alle gevallen een uitgeverij is – alleen wie toneelstukken vertaalt, heeft te maken met de wensen en verlangens van een theatergezelschap. Of kent die relatie zo veel dimensies dat de samenstellers hebben gedacht dat die onherroepelijk in ieder hoofdstuk vanuit een andere invalshoek zou worden belicht?
Want in de praktijk is dat gebeurd. Nicolette Hoekmeijer, vertaler Engels-Nederlands, schrijft over het contact met de auteur dat uitgevers 'steeds vaker' willen dat dat via hen en de agent verloopt: om te vaak mailende vertalers af te remmen, en zelf op de hoogte te zijn van eventuele fouten die de vertaler heeft ontdekt. Jeanne Holierhoek, vertaler Frans-Nederlands, stipt in haar stuk over het vertalen van filosofie aan dat haar uitgeverij doorgaans zorgt voor deskundige meelezers, die voor dit genre zo belangrijk zijn. Luk van Haute, vertaler Japans-Nederlands, verzucht dat een uitgever het laatste woord over de titel heeft.
En zo is er meer. Maar een overkoepelend hoofdstuk? Helaas. Twee hoofdstukken komen in de buurt. Dat is het al genoemde stuk van Middelbeek-Oortgiesen dat ondanks de bescheiden lengte een veel bredere invalshoek heeft dan de titel suggereert. En het artikel van Laura van Campenhout en Ine Willems, beide vertaler Engels-Nederlands, over (zelf)revisie. Daarin beschrijven beide het gehele redactieproces vanaf het moment dat de vertaler zijn tekst inlevert en deze zijn gang begint langs persklaarmaker, corrector en bureauredacteur, inclusief uitleg over hoeveel tijd iedere fase in beslag neemt.
Maar beide stukken schetsen in wezen een ideaalbeeld. Middelbeek-Oortgiesen door op te sommen wat een vertaler allemaal zou kúnnen doen om het resultaat van zijn arbeid optimaal de wereld in te helpen, Van Campenhout & Willems door het redactieproces te behandelen zonder rekening te houden met tijdsdruk als gevolg van te laat inleverende vertalers, blunderende persklaarmakers of de concurrentie van de oorspronkelijke Engelstalige uitgave die uitgevers dwingt de tekst nóg sneller op de markt brengen. In werkelijkheid is de relatie met uitgevers – bijna – net zo weerbarstig als die tussen auteur en uitgever.
De enige die daar een glimp van geeft is Goedele De Sterck, vertaler Nederlands-Spaans van voornamelijk kinder- en jeugdliteratuur, in haar bijdrage over het vertalen van dit genre. Zij wijst op de voortdurende strijd met uitgevers die ten onrechte denken dat kinderboeken makkelijker te vertalen zijn en de tarieven per woord dus lager kunnen zijn. Daarbij ontstaat, specifiek voor dit genre, regelmatig een spanning tussen de intentie van vertaler, die de (literaire) waarde van de tekst intact wil houden, en die van de uitgever, die soms andere, vaak educatieve doelen heeft met de vertaling. Ook dat staat garant voor op z'n minst discussie.
Het is dus maar goed dat Alles verandert altijd is bedoeld als een handboek. Zulke titels krijgen na verloop van tijd bij gebleken belangstelling of verplicht voorschrijven door een docent vaak een herziene uitgave. Laat dit hoofdstuk dan niet weer ontbreken.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, okt 2019)

maandag 18 november 2019

Daniël van der Meer van Bookaroo blikt terug: 'We hadden na de campagne niet dezelfde energie' (Boekblad)

Bookaroo stopt. De initiatiefnemers Toine Donk en Daniël van der Meer gaan samenwerken met Bazarow, die hun ambitie waar moet maken: de fysieke boekhandel laten profiteren van online boekenkopers. 'Er bestáát een publiek voor wie het uitmaakt waar het zijn boeken koopt.'

Bookaroo zoog vier maanden geleden alle aandacht in het boekenvak naar zich toe. Onder grote belangstelling van de algemene media verkocht de website in twee weken meer dan 10.000 boeken die werden geleverd door de fysieke boekhandel. Met die campagne bewees Bookaroo levensvatbaar te zijn. Maar in de praktijk was dat niet zo vanzelfsprekend als de initiatiefnemers van Bookaroo hadden gehoopt. Uit behoefte aan een groter team gaat Bookaroo op in Bazarow, vertelt Daniël van der Meer – die wegens vakantie van Donk dit keer het woord voert over de ontwikkelingen bij de website.

Zijn jullie op dit moment opgelucht of teleurgesteld?
'Opgelucht. Na een waanzinnige start in juli zagen we natuurlijk de terugloop. Toine en ik moesten toen vaststellen dat als we Bookaroo overeind wilden houden en laten groeien, we dat met een groot team moesten doen. Bookaroo was alleen Toine en ik plus twee oud-stagiairs, terwijl wij ook gewoon een uitgeverij moesten runnen. Dat betekende: investeren. In die periode hebben we zeker momenten van teleurstelling gekend. Maar dat de gesprekken met Bazarow, die – onverwacht voor ons – iets soortgelijks bleek te beogen als Bookaroo, tot deze samenwerking hebben geleid, geeft ons nu opluchting.'

Beschouwen jullie Bookaroo als mislukt?
'Nee. Wij wisten vooraf echt niet of het ons zou lukken om in twee weken 10.000 boeken te verkopen. Ook tijdens de campagne niet. Dat we daar toch in zijn geslaagd, is de grootste winst: we hebben aangetoond dat er een publiek bestáát dat vatbaar is voor het idee dat het uitmaakt waar je je boeken koopt. Dat dat online niet op één plek hoeft. Ook Libris merkte in die periode een opleving van het aantal bestellingen op hun site.'

Maar zoals het in het persbericht heet: het team was te klein voor de ambitie. Maakten jullie een inschattingsfout?
'Door onze aanpak wisten we niet goed op welke toekomst we ons moesten voorbereiden. Zouden we de 10.000 niet halen en na twee weken stoppen? Of zou Bookaroo daarna doorgaan? We hebben onvoldoende kunnen nadenken over die fase erna. En we hadden ons verkeken op de energie waarmee we die fase in zouden gaan. We hadden zo veel tijd en moeite in de campagne gestopt, dat we daarna niet met dezelfde energie verder konden – en dan verhuisde Toine ook nog en kreeg ik een kind. Daarin zit zeker een inschattingsfout. Maar ik denk ook dat de buitenstaander onderschat hoeveel werk zo’n IT-project is.'

Was de site niet goed genoeg?
'Natuurlijk kun je dingen opnoemen die beter moesten. Maar het belangrijkste werkte: iemand bestelde een boek en wij zochten de boekhandel die dat boek kon leveren. Bij één op de paar honderd bestelling leidde dat tot een vraag of ontdekking van een verbeterpunt. Lastiger was het om de belangstelling levend te houden. Kijk naar onze sociale media. Tijdens de campagne waren we daar zeer aanwezig. We hadden een duidelijk verhaal: we moeten zoveel boeken verkopen. Maar na twee weken viel dat verhaal weg, en moesten we het hebben over de boeken zelf. Daar hadden wij geen mensen voor. En Bazarow wel. Wat zij doen op hun site, hun sociale media, online magazine en met hun nieuwsbrief is opvallend goed.'

Hadden jullie publiek, de schrijvers en de deelnemende boekhandels Bookaroo meer moeten uitdragen?
'Het zou naïef zijn op het publiek te vertrouwen. Ik denk dat we onze natuurlijke achterban tijdens de campagne hebben uitgeput. Ieder boek dat ze overwogen te kopen in de komende maanden, hebben ze toen aangeschaft. Die blíjven niet boeken kopen. Ik weet ook als geen ander dat niemand automatisch naar een bepaalde site gaat als er geen directe aanleiding voor is. En dan moet je vechten tegen twintig jaar Bol.com waarvan iedereen de app op zijn telefoon heeft. Dat kost ontzettend veel tijd om dat te doorbreken.'

En schrijvers en boekhandels?
'Schrijvers bleven heus wel naar ons doorlinken. Ik hoop ook dat ze dat zullen doen met Bazarow. En van boekhandels hebben we ontzettend veel steun gehad. Maar we begrijpen dat hun prioriteit bij de eigen winkel ligt. Er kwamen ook goede ideeën uit de koker van boekhandelaren, maar om die te kunnen realiseren is gewoonweg een investering noodzakelijk. Hopelijk kunnen we daar nu een deel van uitvoeren met Bazarow. De enige manier voor het bereiken van online inkomsten is als boekhandels samenwerken. Want de goede ideeën en de voedingsbodem zijn er.'

Wanneer kwamen jullie in contact met Bazarow?
'Ongeveer twee weken na het einde van de campagne. We wisten niet van elkaars plannen voordat die naar buiten kwamen. We zitten niet in elkaars natuurlijke netwerk. Maar we zagen allebei hoe opvallend gelijk de plannen zijn. Bazarow wilde ook boekhandels een rol geven in hun plannen. Pas toen ze over Bookaroo hoorden, legden zij eerst de focus op het steunen van de schrijver en vertaler. Toine heeft het uiteindelijk een berichtje gestuurd om ervaringen uit te kunnen wisselen en te kijken waar wij matchten.'

Daarop ontstond al snel het idee om samen te werken?
'Zeker toen het ons duidelijk werd dat wij een groter team nodig hadden, lag dat voor de hand. Bazarow had dat team al. Vervolgens kost het gewoon enige tijd om tot overeenkomst te komen. Omdat wij Bookaroo zijn begonnen om de fysieke boekhandel te steunen, was het noodzaak dat dat element overeind zou blijven.'

Is het in de praktijk een overname?
'Over de exacte deal doen we geen uitspraken. Wel gaan we voor langere tijd samenwerken. Dat houdt in dat Toine en ik voor ten minste vijf jaar bij Bazarow betrokken zijn als adviseur. Wij hebben in korte tijd heel veel ervaring opgedaan. We hebben los daarvan ook mee ervaring met het boekenvak. En we hadden nog allerlei ideeën voor Bookaroo die we nu met Bazarow hopen te realiseren. Wij brengen dus ervaring, expertise en ideeën in.'

Wordt Bazarow de webwinkel voor jullie uitgeverij Das Mag?
'Als we voor onze boeken verwijzen naar een online verkoopplek zal dat Bazarow zijn. En ik hoop dat meer uitgeverijen dat voorbeeld volgen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 14 nov)

zondag 17 november 2019

Interview Guusje de Vries van Bureau Guusje: 'Uitgeverij en management vullen elkaar uitstekend aan' (Boekblad)

Freelance pr-medewerker Guusje de Vries begon impulsief als manager van auteur Marcel van Roosmalen. De behoefte daaraan bij auteurs is zo groot dat ze die werkzaamheden uitbreidt tot volwaardig managementbureau – onder meer voor Peter Buwalda.

Hoe was je week?
'In deze tijd van het jaar is het altijd héél druk. Je bent nog steeds bezig met alle boeken die in september en oktober zijn verschenen en ook in november komt er nog veel uit. Dat is bij De Bezige Bij, waar ik nu voornamelijk werk, niet anders. Ik heb vooral tijd gestoken in de biografie van Ahmed Aboutaleb, die volgende week verschijnt. En donderdag was ik de hele dag op pad met Marcel.'

Wat doe je op zo'n dag?
'Ik heb Marcel eerst van Wormer naar Apeldoorn gebracht, waar hij sprak op een marketing- en communicatie-event. Daarna als een gek door naar Veghel, waar hij stond met zijn theatertournee met Roelof de Vries en Jan Dirk van den Burg. Het was mijn lot dat ik de slechtst verkochte show bijwoonde: er waren 19 kaarten verkocht. We zaten met z'n allen op het podium, ik heb erg gelachen. Daarna bracht ik hem terug naar Wormer. Ik was pas om twee uur 's nachts thuis in Rotterdam.'

Hoe ben je zijn manager geworden?
'We zijn bevriend. Van de zomer dronken we een biertje in de kroeg. We grapten wat over alle optredens die hij misliep omdat niemand hem kon vinden of – als ze hem dan toch hadden gevonden – hij mails te lang onbeantwoord liet. Er is immers altijd wel een deadline voor een column of een boek. Toen besloten we impulsief dat ik dat allemaal voor hem zou doen.'

Dat smaakte al gauw naar meer?
'Ik doe ondertussen tien jaar pr-werk. Ik heb gemerkt dat auteurs heel weinig tijd hebben om alles buiten het schrijven om, goed te organiseren. Het is ook al niet hun liefste bezigheid. Maar ze lopen wél mooie opdrachten – en geld – mis. Toen Peter Buwalda mij vroeg of ik met hem wil samenwerken, dacht ik: ik ga dit uitbouwen. Voor Peter ga ik zijn complete management doen. Elke auteur heeft weer behoefte aan iets anders.'

Maar er zijn toch al veel agenten en managers actief voor auteurs?
'Er zijn er best veel, ja. Ik ga ook niet het wiel opnieuw uitvinden. Maar met het het pr-werk bouw je met veel auteurs in korte tijd een hechte band op. Je hebt rond verschijnen van een boek veel contact. Vaak vervaagt dat ook weer, maar met velen blijft dat contact bestaan. Ik heb gemerkt dat auteurs óók voor de publiciteit behoefte hebben aan vaste contacten. Ze hechten aan langere relatie met hun redacteur en hun uitgever, maar ook met hun promotiemedewerker. Voor sommige auteurs ben ik dat. Daarin zit mijn kans.'

Omdat uitgeverijen steeds vaker freelancers inhuren, scheppen zij te weinig duurzame relaties tussen auteur en vaste promotiemedewerkers?
'Er zijn zeker steeds meer pr-freelancers. Ik hoor voortdurend dat die of die ook voor zichzelf is begonnen, en iedereen zit bomvol werk. Toch is het ook niet zo dat auteurs voor ieder boek te maken krijgen met iemand anders. Uitgeverijen zorgen wel voor continuïteit. Ik ben nu al een jaar of twee de enige structurele aanvulling op de pr-afdeling van De Bezige Bij, waardoor het voorkomt dat ik meerdere titels van dezelfde auteur doe – bijvoorbeeld al twee boeken van Jan Cremer.'

Waarom groeit het aantal agenten en managers dan?
'De promotie- of verkoopafdeling organiseert vaak optredens in boekhandels, bibliotheken of op festivals, vaak geconcentreerd rond verschijnen van een boek. Daarbuiten wordt het lastiger omdat het simpelweg veel tijd kost. Uitgeverijen hebben die vaak niet. Daar zit ruimte voor een management, dat natuurlijk ook meer zaken kan doen dan enkel het regelen van optredens. Of het aantal groeit weet ik trouwens niet hoor – volgens mij geldt dat voornamelijk voor het aantal freelancers in de boekenwereld en niet zozeer voor managements of agentschappen.'

De Bezige Bij is toch net een eigen sprekersbureau begonnen: Bee Speakers?
'Zeker, waarvoor hulde. Alle initiatieven die een schrijver ondersteunen zijn toe te juichen. Bee Speakers is veelbelovend, ik ben ontzettend benieuwd. Maar een sprekersbureau is iets anders dan een management en sommige auteurs brengen graag al hun zaken onder bij één iemand.'

Groeit ook de markt voor optredens, schrijfopdrachten en dergelijke?
'Dat kan ik niet goed inschatten. Ik weet niet precies hoe de situatie tien jaar geleden was. Ik denk wel dat bedrijven er altijd al voor open stonden, maar een auteur is wellicht minder voor de hand liggend en daarom lastiger te vinden. Dat is jammer, want een schrijver kan zoveel toevoegen. Zoals Marcel donderdag ook sprak voor de marketing- en communicatieprofessionals nadat zij een hele dag jargon hebben aangehoord – dat ervaren ze dan als zó verfrissend. Maar ik geloof dat je schrijversoptredens actief moet aanbieden, anders komen bedrijven niet op het idee. Of ze komen allemaal uit bij de tien bekendste.'

Aanbod creëert vraag.
'Precies. En juist voor het scheppen van aanbod buiten de boekhandels hebben de meeste uitgeverijen geen tijd. Ik was laatst bij de gemeente Arnhem. Marcel had eenmalig iets voor hen gedaan, maar ze wilden de mogelijkheid bespreken om structureel samen te werken. Dat gaat natuurlijk verder dan wat een uitgeverij kan bieden. Wat mij betreft kunnen de werkzaamheden van een uitgeverij en een management elkaar alleen maar aanvullen en versterken.'

Is auteursmanagement lucratiever dan freelance pr-werk?
'Dat hangt ervan af. Als ik een optreden in een boekhandel regel, dan verdien ik daar met mijn percentage te weinig aan om van te leven. Hoe leuk dat ook is, het is even veel regelwerk als een optreden voor bedrijven die veel hogere bedragen neerleggen. Bovendien weet een boekhandelaar de schrijver vaak zelf wel te vinden, rechtstreeks, via de uitgeverij of de Schrijverscentrale. Ik zal dus best kritisch zijn in mijn keuze voor auteurs met wie ik in zee ga. Ik wil er uiteindelijk ook niet meer dan een stuk of tien doen. Terwijl ik het uitbreid is het in ieder geval prettig dat ik klussen voor uitgeverijen kan blijven doen, omdat je dan gewoon voor je uren wordt betaald. En bovendien heb ik erg veel plezier in het pr-werk.'

Er verandert voor jou dus niet meteen veel?
'Nee. Voorlopig werk ik nog voor De Bezige Bij. Dit jaar heb ik ook voor uitgeverijen losse titels gedaan: Meulenhoff, Podium, Xander en anderen. Ook dat gaat door. Maar ik moet wel minder pr doen om tijd vrij te maken voor het managementbureau. Het leuke is dat ik daarmee nog zelfstandiger word.'

Met wat voor schrijvers wil je je stal uitbreiden?
'Mijn hart ligt bij de literatuur, en bij goede schrijvers wier werk ik bewonder. Daarbij is een goede band natuurlijk onmisbaar – daar begint het mee. En als het om optredens gaat: niet iedere auteur is geschikt. Sommigen schitteren op het podium, maar niet elke auteur is een performer. Gelukkig ben ik zelfstandig en zit ik niet vast aan auteurs van bepaalde uitgeverijen. Een uitgeverij is er – terecht – voor al zijn auteurs en daarom zijn denk ik niet alle pogingen van uitgeverijen voor een sprekersbureau gelukt.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 10 nov)

Zie ook:

vrijdag 15 november 2019

Een boekhandel winnen – Cies-Jan van Heerden blikt een jaar later terug (Boekblad/Boekenpost)

Cies-Jan van Heerden won vorig jaar in loterij een tweedehands boekhandel in Wales. De omzet viel aanvankelijk tegen. Maar hij heeft alle vertrouwen dat de combinatie met bordspelwinkel annex -café van Bookends een succes gaat maken.

Natuurlijk trekt Cies-Jan van Heerden klanten die hem en zijn boekwinkel in Cardigan een keer in het echt willen zien. Een keer zelfs uit Australië. Ze hadden al een trip door Wales uitgezet en Bookends aan hun programma toegevoegd toen ze het verhaal van de Nederlander op het lokale nieuws hadden gezien. 'Heel leuk', vertelt hij. 'Ook als ze uit Nederland komen. Spreek ik af en toe weer eens Nederlands. Maar over het algemeen kopen ze niet veel.'
Hij begrijpt de nieuwsgierigheid wel. Vorig jaar september was Van Heerden heel even wereldnieuws. Van het Britse The Guardian tot de Spaanstalige Amerikaanse krant La Opinion: alle media meldde dat hij een tweedehands boekhandel had gewonnen in een loterij. The One Show, een actualiteitenmagazine dat dagelijks wordt uitgezonden op BBC 1, was zelfs aanwezig toen hij begin november de sleutels kreeg overhandigd.
De belangstelling garandeert echter niet dat het zijn zaak voor de wind gaat. De verkopen vallen tegen. 'Het begon aardig. Toen kwam de winter, toch al een rustige periode in dit plaatsje in Wales dat het van toerisme moet hebben, deels vanuit het buitenland. De laatste twee maanden is de omzet weggezakt. Dat geldt voor alle winkels in Cardigan. Ik hoor iedereen zeggen dat het minder druk is dan vroeger. Misschien door de Brexit, ik weet het niet.'
Van Heerden heeft het assortiment daarom aangepast. Maar daarover later meer.

De 31-jarige Van Heerden had nooit geambieerd boekhandelaar te worden. Hij was altijd wel een fanatieke lezer: scifi, fantasy, soms historische fictie – de 'nerdy stuff', zoals hij zegt. Ook richtte hij zich al vroeg op Engelstalig. 'Dat begon met deel twee van Harry Potter. In het Nederlands klonk het zo knullig, vond ik.' Een vast adresje voor zijn aankopen had hij niet. 'Ik kocht online, maar ook random bij winkels waar ik toevallig binnenkwam.'
Hij woonde lange tijd overal en nergens tot hij op 25 minuten rijden van Cardigan neerstreek. Hij had daar een stuk land gekocht om dat geschikt te maken voor landbouw – in de eerste plaats door bomen en heggen te laten groeien, zodat het beschutter lag. Als het hem zou lukken van het land te leven, kon hij een one planet development (opd) krijgen. Ofwel: een bouwvergunning voor een huis. 'In Nederland zou me dat zonder miljoenen op de bank nooit lukken.'
Voorlopig woonde hij er in een caravan. Zijn geld verdiende hij als farmsitter: een invaller op boerderijen als de boer ziek is of op vakantie gaat. En boodschappen deed hij in de 4.184 inwoners tellende plaats aan de Teifi-rivier. Bookends werd zijn vaste boekhandel, waar hij regelmatig voor vijf tot tien pond een stapeltje boeken haalde. 'Zeker in de winter. Dan is er 's avonds helemaal niets anders te doen dan lezen in mijn caravan.'
Uitgerekend deze winkel – geopend in 2014 – werd verloot. Paul Morris, samen met zijn vrouw eigenaar, wilde om gezondheidsredenen van Bookends af, maar wilde hem niet verkopen uit angst dat een grote keten zijn plaats zou innemen. Hij wilde integendeel iemand anders die net als hij de droom had om een eigen boekwinkel te runnen, de kans geven. Dat was nu eenmaal alleen realistisch als hij de winkel weggaf. Vandaar de loterij.
Iedere klant die gedurende drie maanden voor ten minste 20 pond boeken kocht, maakte automatisch kans. Ook Van Heerden, die een keer – toen zijn zus op bezoek was – doelbewust voor zoveel geld boeken kocht. 'En toen won ik. Ik was zelf aan het werk op een boerderij waar ik geen bereik had, zoals je overal in Wales geen bereik heb. Toen ik uiteindelijk het sms'je had ik eerst kop koffie nodig om te beseffen wat me nou was overkomen.'

De loterij veranderde Van Heerdens leven. Hij haalde een zakenpartner naar Cardigan: de 23-jarige IJslander Sveinbjörn Stefán Einarsson, die hij al tien jaar kende van een online gamecommunity, nooit in het echt had ontmoet, maar die interesse in de boekhandel toonde. En hij regelde een appartement in het plaatsje zelf, waar ze beide konden wonen en een deel van de boekenvoorraad konden stallen.
Na twee maanden namen Van Heerden en Einarsson het beheer over van de winkel, die ietwat verborgen ligt achter de Highstreet – je moet door een poort om bij de binnenplaats te komen waaraan het bescheiden, maar gezellige winkeltje ligt; alleen een poster naast de poort attendeert de voorbijganger op Bookends. Tijd om zich voor te bereiden was er niet. Daarvoor was Van Heerden te druk met de laatste klussen als farmsitter.
'Ik had geen idee', geeft hij toe. 'Maar de vorige eigenaar zei dat het werk erg hands off was. De mensen in de winkel willen met rust worden gelaten. Je hoeft als tweedehandsboekhandelaar ook niet bepaalde boeken in huis te halen. De voorraad blijft op peil doordat mensen me bellen: of ik hun oude boeken wil ophalen? Daar betaal ik niet voor. Het is eerder een gratis ophaalservice, en zij hebben meer ruimte in huis. Het is allemaal niet zo moeilijk.'
Daarnaast houdt hij zich bezig met internet. Bijzondere boeken zoals gesigneerde exemplaren zet hij op eBay. Dat gebeurt betrekkelijk spaarzaam. En met enige regelmaat zet hij in één middag of avond een flinke partij op Amazon. 'Alleen boeken uit het appartement. Je wilt voorkomen dat je boeken op internet verkoopt die je net in de winkel hebt verkocht. Alles ligt er op stapels en in kratten, maar: op alfabetisch volgorde. Ik kan alles er goed vinden.'
Daar hoopte Van Heerden in korte tijd een goede omzet mee te maken. 'Het waren wat duurdere en zeldzamere boeken, waarmee je niet concurreert met grotere partijen die met speciale deals en prijsacties toch goedkoper zijn. Helaas duurde het veel langer dan gedacht voor we op Amazon zaten. De Britse bureaucratie is erg langzaam. Voor je zoiets als een national insurance number hebt. En dan maakte Amazon ook fouten.'

Inmiddels runt Van Heerden Bookends in zijn eentje. Einarsson is na een half jaar terug naar huis gegaan. Niet om zakelijke redenen: de heimwee van de IJslander was té groot. Maar het komt het bedrijf niet slecht uit. De omzet – niet zo hoog als sommige media berichtten – is bij lange na niet genoeg om met twee personen van te leven, wat nodig bleek omdat Van Heerden de winkel in deze constructie toch niet kon combineren met zijn werk als farmsitter.
En dan valt de omzet nog tegen ook. Behalve de wegblijvende toeristen en de trage start op Amazon zijn daar nog meer redenen voor. 'Er zitten nu zo veel charity shops in Cardigan, die allemaal bakken met boeken voor 50p hebben staan. En omdat zij geen huur hoeven te betalen van de gemeente kunnen zij het zich wel veroorloven om in de duurste panden van de Highstreet te zitten. Een heel merkwaardig beleid.'
Ook is Van Heerden een andere eigenaar dan Morris. De klanten die met hem over literatuur en poëzie kwamen praten, bleven geleidelijk aan weg. In plaats daarvan kwamen steeds meer andere liefhebbers van scifi, fantasy en horror zoals hijzelf is – genres die steeds beter zijn vertegenwoordigd in de winkel. Maar het duurt natuurlijk even voor deze doelgroep in de wijde omtrek de weg naar de winkel weet te vinden.
'Het idee was om een tweede winkel te openen', zegt Van Heerden. 'Een boekhandel en een winkel/café met bordspellen. Nu ik het alleen doe, combineer ik het onder een dak. Ik hou de genres die bij bordspellen passen – ook bijvoorbeeld horror en kinderboeken. De verhouding boeken-bordspellen is nu fifty-fifty. Het vereist een gerichter inkoopbeleid, maar via mijn contacten lukt dat wel. Ook al moet ik ervoor betalen, ik verkoop dat ook beter.'
En dat slaat aan. Inmiddels rijden sommige klanten tot wel een, anderhalf uur naar Cardigan om bij hem spellen te spelen en boeken te kopen. Tot Van Heerdens blijdschap. 'Ik wil echt mijn best doen om van deze boekhandel een succes te maken. Zo'n kans als dit krijg je maar één keer in je leven. En het is ook leuk, deze winkel. Vooral al die mensen die over de vloer krijgt. Al die lokale mensen. Het is vaak kleurrijk volk.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad en Boekenpost)

dinsdag 12 november 2019

Over de talent pools van uitgeverijen (Schrijven Magazine)

Steeds meer uitgeverijen organiseren kampen, workshops en eigen publicatiemogelijkheden voor ongepubliceerd literair talent dat ze al vroeg aan zich willen binden. Wat bestaat er allemaal? Hoe kom je erbij? En hoe werkt het? Schrijven Magazine zocht het uit.

Das Mag had Sofie Lakmaker al vroeg in het vizier. De 25-jarige schrijfster deed in 2017 mee aan het jaarlijkse zomerkamp van de uitgeverij. Ze werd daarna uitgenodigd om een verhaal bij te dragen aan de eerste editie van de Sampler – Das Mags jaarlijkse uitstalkast van onbekend en ongepubliceerd talent. En pas na publicatie van De geschiedenis van mijn seksualiteit daarin kreeg ze van eigenaren Toine Donk en Daniël van der Meer een contract voor een boek, waar Lakmaker nog altijd hard aan werkt.Een heel prettige manier om kennis met elkaar te maken, vond ze dat. De uitgeverij ontdekte zo hoe serieus ze het schrijven aanpakte, maar ook hoe ze omging met feedback van redacteuren en hoe ze dacht over marketing en promotie. 'En ik wist natuurlijk wat ik aan hén had', zegt Lakmaker. 'Als je een contract krijgt bij De Bezige Bij zou ik niet hebben geweten waar ik terecht zou komen. Nu wel. Door het intensieve contact bouw je een vertrouwensband op. En vertrouwen, daar kies je toch je uitgeverij op uit.'

De intensieve betrokkenheid van Das Mag bij opkomende literaire sterren die niet onder contract staan, is niet uniek. Steeds meer uitgeverijen doen op een of andere manier aan talentontwikkeling. Dat varieert van een commerciële schrijfopleiding zoals de Querido Academie, dat in de eerste plaats moet bijdragen aan de winst van het moederbedrijf maar waarbij de banden met de uitgeverij vanzelfsprekend heel nauw zijn, tot talentenpools zoals die van Lebowski die een bijna ideële doelstelling heeft.
Das Mag was wel de eerste die hiermee begon. De uitgeverij organiseerde al in 2014 het eerste zomerkamp op een hoeve in de Limburgse heuvels bij Sippenaeken. Ieder jaar krijgen daar twintig jonge schrijvers tussen de 18 en 25 jaar tegen betaling van 250 euro (exclusief eten en drinken) tien dagen lang elke dag opnieuw feedback van de medewerkers van Das Mag en/of bekende schrijvers – van Joost de Vries en Maartje Wortel tot Ellen Deckwitz – de bij het schrijven van een nieuw kort verhaal.
Daar is in 2018 de Sampler bijgekomen, dat voor een deel een voortzetting is van het tijdschrift Das Magazin. Het idee is hetzelfde: een jonge schrijver de kans geven met een redacteur te werken. Het verhaal is langer (3.000 tot 7.000 woorden) en het eindresultaat wordt gepubliceerd. Das Mag gebruikt het traject ook om de junior redacteuren de kans te bieden om ervaring op te doen met het werken met auteurs. Zo werd Lakmaker begeleid door Bowi van Onna, die in dienst is als pr-medewerker.
De uitgeverij heeft met beide initiatieven het doel nieuw talent te vinden, geeft Toine Donk toe. Ooit voor verhalen in hun tijdschrift, nu voor boeken. 'In de eerste anderhalf jaar van onze uitgeverij waren we zo druk met boeken die veel beter liepen dan gedacht [zoals Het smelt van Lize Spit, oud-deelneemster van het zomerkamp] dat we te weinig oog hadden voor debutanten. Dus toen viel er daarna een soort gat. Met het zomerkamp en zeker de Sampler vinden we die nu weer wel.'

Inmiddels heeft Das Mag navolging gekregen van Atlas Contact en Lebowski. De eerste organiseerde vorig jaar voor het eerst een zogeheten Debutantenacademie, waar twaalf auteurs aan deelnamen. Dit is echter nadrukkelijk bedoeld voor auteurs die al bij de uitgeverij een contract hebben getekend. 'Wij merkten op dat we eigenlijk best veel nieuwe auteurs hadden. Het leek ons waardevol ze bij elkaar te zetten en workshops aan te bieden', zegt redacteur non-fictie Marcella van der Kruk.
De eerste editie van de Debutantenacademie vond najaar 2018 plaats. Hij bestond uit twee bijeenkomsten waarin werd uitgelegd hoe de uitgeverij werkt: van het hele redactieproces tot de boekpromotie, zodat nieuwe schrijvers – die daar hooguit een beperkt beeld van hebben – weten wat de uitgeverij voor hen kan betekenen. Ook waren er workshops presenteren, voordagen en geïnterviewd worden. 'En we wilden faciliteren dat debutanten elkaar leerden kennen, zodat ze advies en steun bij elkaar zouden kunnen vinden.'

Lebowski begon begin 2018 met haar Talent Pool. Een groep van zes deels wisselende auteurs krijgt drie keer per jaar workshops van ervaren fondsauteurs. Zo gaf Ivo Victoria inhoudelijk commentaar op de roman waaraan ze werken, en bracht Erik-Jan Harmens hen de fijne kneepjes bij van optreden – dit omdat de uitgeverij meent dat een moderne schrijvers zijn eigen teksten overtuigend op het podium moet kunnen brengen. Ook kregen deelnemers les in de mogelijkheden van sociale media voor een auteur.
'We wilden graag iets doen voor jonge auteurs', zegt redacteur Saskia Veen. 'Je krijgt soms verhalen of romans opgestuurd waarvan je het talent ziet, maar ook dat deze teksten nog tijd nodig hebben. Je durft dus niet meteen te zeggen: we gaan ervoor met deze schrijver. We wilden hen wel de kans bieden om rustig verder te werken. Natuurlijk binden we deze schrijvers op deze manier aan ons, maar ze staan nog niet allemaal onder contract. Als we één auteur per jaar vastleggen, zijn we tevreden. Zo hebben we nu Anneleen Van Offel binnengehaald.'
Behalve begeleiding krijgen de schrijvers ook kans om hun carrière uit te bouwen. Aan iedere workshopdag is een event gekoppeld waarin ze hun teksten mogen voordragen samen met bekende Lebowski-auteurs. En toen zorgverzekeraar Anderzorg in contact kwam met de uitgeverij omdat ze schrijvers zochten om bedtimestories te maken voor millennials met slaapproblemen, schoof Lebowski de Talent Pool-auteurs naar voren. Zo hadden vier van hen een betaalde opdracht te pakken.

Anders dan bij Atlas Contact staat het iedereen vrij om zich aan te melden bij Das Mag en Lebowski. Voor het zomerkamp – dat deze zomer eenmalig niet doorging – moet je een verhaal van maximaal 500 woorden opsturen. De auteurs van de beste verhalen moesten op gesprek komen, zodat de uitgevers hun nieren konden proeven. Schrijven voor de Sampler gebeurde aanvankelijk op uitnodiging, maar de editie van 2020 stond voor het eerst open voor iedereen die een verhaal van maximaal 500 woorden opstuurde.
'Wij hebben nu drie keer de inzendingen opengegooid', vertelt Veen over de Lebowski Talent Pool. 'Ze moesten hun tekst opsturen – tot nu toe alleen romans, maar we denken eraan om de Talent Pool uit te breiden naar non-fictie en storytelling voor audio – met een korte motivatie en een toelichting waarop ze vastliepen, zodat ze gericht konden worden geholpen. Dat gebeurt behalve in de workshops ook tijdens één op één-begeleiding, waarin we gericht toewerken naar een debuut. Ook al staat het niet vast dat wij die uitgeven, ze krijgen evenveel aandacht als onze andere auteurs.'

Lakmaker had zich aangemeld voor het zomerkamp van Das Mag om eindelijk eens commentaar op haar teksten te krijgen. Daarvoor had ze natuurlijk iedere schrijfcursus kunnen volgen, erkent ze, maar dat het kamp was verbonden aan een uitgeverij overtuigde haar ervan dat de kwaliteit gegarandeerd was. Bovendien: schrijvers die hun geld mede verdienen met cursussen geven, wantrouwt ze. Zijn die wel goed genoeg? Een workshop onder auspiciën van Das Mag roept die gedachte bij haar niet op.
Ze kreeg er geen spijt van. 'Ik vond het eng. Ik stelde me heel kwetsbaar op door eigen teksten te laten lezen. Maar ik dacht ook: als ik er toch ben, wil ik het aan de beste laten lezen. Je moet kiezen aan welke redacteuren en auteurs het mocht laten lezen. Ik tekende dan me in voor gesprekken met Toine Donk en Pluim-uitgever Mizzi van der Pluijm, die er ook was. En ik wilde ongezouten horen waar het op stond. Terwijl ik na een dag of twee met andere deelnemers alleen nog voetbalde. Hen liet ik niets lezen.'
Het kamp werkte verlossend. Lakmaker begon daarna prompt verhalen op te sturen naar uitgeverijen. Das Mag en Pluim, uiteraard. Daarop werd ze uitgenodigd voor de Sampler. 'Nadat ik in een paar weken een eerste versie had geschreven, werd ik heel serieus begeleid. Ik had meerdere afspraken met Bowi, waarna het verhaal nog 34 keer is veranderd of zo. Uiteindelijk gingen ook redacteur Marscha [Holman] en Daniël [van der Meer] erover heen.'

Ook Anneleen van Offel heeft goede ervaringen met de talentenpools van uitgeverijen. De Vlaamse schrijfster, die woordkunst studeerde aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen, deed in 2016 mee aan het zomerkamp. 'Het was vervelend dat na mijn opleiding de lessen in één keer ophielden. Dan is het heel fijn dat je tien dagen intensieve begeleiding op hoog niveau kan krijgen. Heel nuttig voor je verdere technische ontplooiing. En ook omdat je er mensen kunt leren kennen.'
In haar geval was dat redacteur Jasper Henderson van Lebowski, die toen een workshop gaf en haar een jaar later voorstelde om zich aan te melden voor de Talent Pool. 'Ik werkte toen al aan mijn roman Hier is alles veilig. Hij was daarin geïnteresseerd, maar vond hem niet af genoeg. De Talent Pool was een ideale tussenfase, omdat je de kans krijgt op één op één-begeleiding – nu van Saskia Veen –, mag optreden, verhalen kunt schrijven. Ik heb er alleen maar bij te winnen gehad.'
Daarbij gaat het absoluut niet alleen om uitgeverijen die zo snel mogelijk talent aan zich willen binden, blijkt uit haar verhaal. 'Saskia polste waarover ik het wilde hebben in de workshops. Zo leerde ik van Erik-Jan Harmens aan de hand van mijn eigen tekst om te schrappen. En dankzij een workshop van Ivo Victoria, over het inzoomen op een detail, wist ik hoe ik mijn roman moest beginnen. Ik worstelde ermee dat ik het begin veel informatie over het verleden kwijt moest. Ik wist niet hoe. Via het detail viel het op zijn plaats.'
(Eerder gepubliceerd in Schrijven Magazine 4, 2019)

donderdag 31 oktober 2019

Interview Susanne Diependaal over de wederopstanding van kinderboekenfondsen Van Holkema & Warendorf en Van Goor (Boekblad)

Van Holkema & Warendorf is succesvol vernieuwd, Van Goor keert terug naar zijn roots. Susanne Diependaal spreekt aan de vooravond van de Kinderboekenweek over de jeugdboekenmarkt en de positie van de uitgeverijen daarin. ‘Als de slinger de andere kant op gaat, zoals altijd gebeurt, zijn wij er klaar voor.’

De tijd is voorbij dat Susanne Diependaal in het najaar met haar auteurs langs scholen en boekhandels reisde. De senior uitgeefster van Van Holkema & Warendorf en Van Goor, de kinderboekenfondsen van Unieboek|Het Spectrum, zit tijdens de Boekenweek voor Jongeren (20 t/m 29 september) en de Kinderboekenweek (2 t/m 13 oktober) vooral op kantoor. Dat neemt niet weg dat ze er zoals ieder jaar naar uitkijkt. ‘Het is de enige week in het jaar dat kinderboeken het nieuws en de bestsellerlijst domineren. Op de Buchmesse hoor je de uitgevers van boeken voor volwassenen dan ook wel eens zeggen dat er eigenlijk een speciale Bestseller 60 voor kinderboeken moet komen.’
De Kinderboekenweek betekent altijd een mooie verkooppiek. ‘Ook in de Sint- en Kerstperiode worden veel kinderboeken verkocht, maar die periode is meer verspreid en dus zie je niet altijd duidelijk één, maar als het goed is een wat uitgesmeerdere piek in de GfK-cijfers.’ Dit jaar zal het niet anders zijn. ‘Reizen en vervoer’ vindt Diependaal een aansprekend thema. ‘Ik ben alleen wel erg benieuwd wat de nieuwe opzet van het Kinderboekenbal doet. Er zullen geen kinderen meer bij zijn, waardoor het meer een soort vakborrel wordt. De CPNB organiseert een persmoment met kinderen de volgende ochtend op een school. Ik ben benieuwd of we daar effect van zien in de media.’
De Boekenweek voor jongeren wint aan belang, maar leidt nog niet tot een vergelijkbare piek. ‘Het eerste jaar had ik twee auteurs in 3PAK. Dat zag ik niet meteen heel duidelijk terug in sales van hun backlist. Hun populariteit nam wel toe: meer volgers op sociale media, meer bibliotheekuitleningen. Dat is ook belangrijk. Auteurs staan mede dankzij de tours die tijdens deze week worden georganiseerd, midden in de doelgroep. Zo hadden wij een fantastisch omslag gemaakt voor het nieuwe boek van Daniëlle Bakhuis. Maar toen zij het in een mbo-klas liet zien, werd er niet enthousiast op gereageerd. We hebben dus een nieuw omslag laten maken.’
Van Holkema & Warendorf en Van Goor spelen tegen deze achtergrond vooral in op de Kinderboekenweek. Zoals ieder jaar hebben Vivian den Hollander en Dagmar Stam een thematitel gemaakt: Instappen maar!. Ook is er het jaarlijkse avi-leesboekje, eveneens van Den Hollander: Goede reis, opa!. ‘Bij onze uitgeefpitch heerste korte verwarring over de titel; ze dachten even dat het ging over de dood. Gelukkig ontkracht het omslag ieder misverstand.’ En het boek van de in 2018 gestarte jaarlijkse samenwerking rond het Kinderboekenweekthema van Tosca Menten en Jozua Douglas heeft de CPNB uitgekozen tot Kerntitel: Pech onderweg.
‘De auteurs hebben ieder een andere uitgeverij, daarom doen we de exploitatie om en om’, zegt Diependaal. ‘Vorig jaar deed Luiting-Sijthoff het boek [toen deed Manon Sikkel ook mee, red.], dit jaar zijn het nog twee auteurs en publiceert De Fontein, volgend jaar wij. Het is leerzaam om zo een kijkje in elkaars keuken te nemen. De marketeers hebben met elkaar gebrainstormd, zodat je elkaars kracht leert kennen. Je ziet ook hoe zij bijvoorbeeld naar contracten kijken. Het is tekenend voor het kinderboekenvak dat dit kan. Het is een bijzonder vriendelijk vak.’

Wat heb je geleerd van deze samenwerking?
‘De kracht van netwerken bijvoorbeeld. Wat het kan opleveren als je daar gericht tijd voor vrij blijft maken in je agenda. Een ander aspect is: auteursmanagement. Het is interessant te zien hoe een andere uitgeverij dat doet.’

Zijn auteurs de afgelopen twintig jaar veeleisender geworden?
‘De sociale media hebben alles veranderd. Het is een zegen: je kunt heel gericht targeten. We weten precies welke bloggers en Instagrammers we moeten benaderen om een titel onder de aandacht te brengen. Maar het is tegelijkertijd ook intenser geworden: auteurs zien precies wat de uitgeverij en ik doen. Een keer een foutje in een post levert meteen reacties op. Dat is soms lastig. Het is ook heel makkelijk geworden om via meerdere kanalen te communiceren. Dat heeft wel als voordeel dat je als uitgever altijd onder handbereik bent. Daardoor krijg je soms zo’n nauwe band dat het bijna meer dan een werkrelatie is. Gelukkig is er te midden van al die drukte online ook een groeiende behoefte zichtbaar van terug naar de basis willen.’

Hoe bedoel je?
‘Auteurs willen een inhoudelijke relatie met de uitgeverij. Zeker ook schrijvers van kinderboeken. Hun werk is hun kindje. Wie een kinderboek maakt, wil daar een gesprek over kunnen voeren. Daarom begeleiden mijn redacteuren hun auteurs inhoudelijk zelf en maken hun werk intern persklaar. Dat kun je eigenlijk niet uitbesteden als je inhoudelijk wilt kunnen meedenken met de maker. Ik deed dat altijd al, maar toen ik merkte dat auteurs op ons afkomen vanwege de in house-redactie, ben ik er nog bewuster op gaan sturen. We leggen regelmatig agenda’s naast elkaar en gaan zo nodig schuiven, zodat we deze belofte waar kunnen maken.’

Diependaal is eigenlijk bij toeval het kinderboekenvak ingerold. Als ze maar bij een uitgeverij werkte, daar ging het om. Ze vond na de opleiding Boekhandel en Uitgeverij aan de Hogeschool van Amsterdam een baan als bureauredacteur bij Uitgeverij PBO (zoals Prometheus toen heette). Omdat eigenaar Mai Spijkers Carry Slee binnenhaalde, begon hij een kinderboekenlijn. Diependaal was degene op de bureauredactie die de kinderboeken wilde doen. Kort daarop kwam Van Goor erbij, en toen dat in 2004 overging naar Unieboek verhuisde zij mee. Ondertussen groeide ze naar assistent-uitgever, acquirerend redacteur en – sinds 2014 – uitgever.
Nu zou ze niet anders meer willen. ‘Ik raak nooit uitgekeken op kinderboeken. Ik vind het zo mooi om aan de fantasie van kinderen te appelleren en hen stiekem iets bij te brengen. Kinderboeken zijn ook een mooie tegenhanger van al het digitale. Veel ouders lezen nog altijd traditioneel voor. En het is leuk om twee doelgroepen tegelijk aan te spreken. De kinderen enerzijds, die voor het verhaal en de illustraties vallen. Én anderzijds de ouders, grootouders en leerkrachten die de boeken moeten kopen. Dat doe je door de kwaliteit die je denkt te brengen, zó te verpakken dat zij denken: ja, waar voor ons geld. Dat heb je bij geen enkel ander genre.’
Omdat ze twee fondsen onder zich heeft, is ze ook nauwelijks beperkt tot een bepaalde niche. Van Holkema & Warendorf richt zich op de basisschooljeugd: van de Dribbel-boekjes voor de kleinsten, via de boeken van Vivian den Hollander, de non-fictie van Arend van Dam en de 7+-titels van Janneke Schotveld tot de schoolromans van Jacques Vriens. De titels van Van Goor beginnen wel bij de basisschool maar lopen door tot jeugdromans voor 15-jarigen. Van Holkema & Warendorf omschrijft ze als ‘vriendelijk en dichtbij’: ‘Ook als een zwaar onderwerp wordt aangeraakt, een kind slaat het boek altijd dicht met een goed gevoel.’ Van Goor is wat uitdagend voor de lezer, de uitgaven zijn eerder ‘gelaagd’.
Dummie de mummie van Tosca Menten hebben mensen op het eerste gezicht wel eens als plat beschouwd’, vertelt ze. ‘Totdat je de boeken leest, en je ontdekt hoeveel je leert over Egypte of het land waar de personages heen reizen. Het gaat ook over universele thema’s als vriendschap en loyaliteit. Door de meerdere lagen zit de serie bij Van Goor, waar het een commercieel succes is geworden. Of neem een boek dat we dit najaar brengen: Prinses Kevin van Michaël Escoffier. Een prentenboek over verkleden, diversiteit, gender, dat opvalt door de combinatie van de thema’s en de lay-out. Dat zouden we niet bij Van Holkema & Warendorf brengen. Onze Kidsweek-titels zitten juist wel daar, want: voor de basisschoolleeftijd.’

Hoe gaat het met Van Holkema & Warendorf?
‘Toen ik dat in 2014 erbij kreeg, was het fonds voor een groot deel steady. Veel bekende Nederlandse auteurs, bestaande series en characters. Het was: blijven doen waar we goed in waren, terwijl de doelgroep verandert, nieuwe interesses krijgt. Er moest een betere mix komen tussen bestaande auteurs en een nieuwe generatie. We moesten hierbij ook lastige beslissingen nemen. Als uitgever moet je van ieder boek kunnen uitleggen waarom je het uitgeeft, waarom het in je fonds past. Om dat te realiseren, was het nodig om te vernieuwen.’

Hoe?
‘Het is een mix van wat wij vinden dat erbij hoort, van waar de doelgroep naar op zoek is en van wat je auteurs willen maken. In die tweede categorie zit bijvoorbeeld Minecraft- en Fortnite-fan fiction. In die laatste categorie vallen de recente titels van Arend van Dam en Janneke Schotveld. Beiden wilden iets anders doen dan wat ze tot die tijd deden. Goed, doe maar, zeiden wij. Arend kwam met De reis van Syntax Bosselman, dat de Thea Beckmanprijs en een Zilveren Griffel won. En Janneke had de alternatieve sprookjesbundel De kikkerbilletjes van de koning, dat heel goed is besproken en een Vlag en Wimpel won. We hebben daarvoor ruimte gecreëerd door kritisch naar andere uitgaven te kijken.’

En sindsdien plust Van Holkema & Warendorf weer?
‘Ja. Sinds 2017 gaat het goed met het fonds, dat in 2018 werd bekroond met al die mooie recensies en in 2019 met de fantastische prijzen. Het vernieuwde fonds staat er en hoe.’

Maar dat geldt niet voor Van Goor?
‘Van Goor heeft van oudsher het gelaagdere profiel dat ik schetste. Maar omdat we zo veel succes hadden met de Twillight- en Hunger Games-boeken, die ik puur acquireerde omdat ik ze zo bijzonder vond, hebben we veel commerciële YA-titels gedaan. En met veel succes. Die markt is echter – wereldwijd – gedaald. Daardoor verandert je positie in de boekhandel. Dat dwong ons terug te gaan naar onze roots. Van Goor is onderscheidend ten opzichte van Van Holkema & Warendorf en consumenten blijken bereid meer te betalen voor “bijzondere” projecten. Daar zetten we sinds ongeveer anderhalf jaar meer op in. Een van de bijzondere projecten is Een spectaculaire wereld vol vlinders – een prachtig vormgegeven non-fictieboek dat voor alle leeftijden is en aandoet als een koffietafelboek. Een ander niet-standaard project is Rariteiten – een heerlijk uitdagend zoek-de-verschillenboek voor alle leeftijden. De begeleidende tekstjes zijn erg leuk voor de oudere lezer (ook voor volwassenen!), maar het zijn toch vaak de jongere kinderen die in no time de verschillen ontdekken. Juist die kinderboeken die voor alle leeftijden zijn, laten mijn hart sneller kloppen.’

Waarom is YA ingezakt?
‘Het genre is dankzij verfilmingen van bijvoorbeeld Twillight en Hunger Games, die veel meer bezoekers trokken dan kinderfilms, ontdekt door het grote publiek. Volwassenen gingen ook YA lezen. De boekhandel, die de populariteitsgroei zag, legde deze titels sneller neer tussen de titels voor volwassenen. Nu de hype over het hoogtepunt heen is, moeten lezers weer gerichter op zoek naar YA. Het genre ligt vaak niet naast de fictie voor volwassenen, zoals in Amerikaanse en Britse boekhandels gebeurt, maar bijna uitsluitend bij de kinderboeken. Daarnaast is het toenemend gemak waarmee jongeren Engels lezen een bedreiging. Ze beschouwen zichzelf al snel als tweetalig, hebben vanuit die bravoure vaak – onterechte – kritiek op de vertalingen en kiezen dan liever de goedkoopste optie: bij Book Depository, dat geen verzendkosten rekent, kun je voor de prijs van één Nederlandstalige titel twee of drie Engelstalige krijgen.’

Hoe verweert de uitgeverij zich tegen deze concurrentie?
‘We brengen, als het haalbaar is, de vertaling altijd simultaan. Schaduwjaar van Kim Liggett, dat we dit najaar uitgeven, verschijnt zelfs eerder. Heel fijn dat dat mocht van de Amerikaanse agent. Ook maken we de simultaan verschenen uitgaven anders. Bijvoorbeeld: toen Veronica Roth met een nieuwe serie kwam – Carve the Mark – hebben we de binnenkant van de paperback met goud bedrukt en een toffe boekenlegger erin gestopt. Ook breng ik de vertaling steeds vaker, als het origineel in paperback verschijnt, in hardcover. Jongeren betalen dan iets meer voor de vertaling, maar hebben ook het gevoel waar voor hun geld te krijgen. Daarmee lukt het ons nog steeds om oplagen te drukken waarmee we YA heel rendabel kunnen exploiteren en is het – ook op langere termijn – een fondslijn die zijn weg vindt en blijft vinden. We geven wel iets minder YA-titels uit, om de titels die we publiceren goed onder de aandacht te kunnen brengen bij de doelgroep die we voor ogen hebben.’

Hoe gaat het met de kinder- en jeugdboekenmarkt als geheel?
‘De markt is stabiel. Maar als je de bestsellers eruit haalt – Het leven van een loser, Dagboek van een muts en De waanzinnige boomhut – daalt hij. De bestsellers krijgen ook steeds meer aandacht. Kinderen zijn loyale lezers, en door sociale media worden succesvolle series alleen maar succesvoller. Boekhandels leggen die titels dan ook vaker neer. Heel begrijpelijk, al gaat dat soms ten koste van debutanten, ook doordat er minder fysieke winkels zijn die ruim kinderboeken neerleggen. Wij zijn mede daardoor minder titels gaan doen: dit jaar 12 minder dan in 2018. Zo is er meer focus. Tegelijk geloof ik ook hier in een tegenbeweging.’

Want?
‘Boekhandels die vinden dat kinderen ook literatuur moeten lezen naast het commerciële geweld, willen dat altijd neerleggen. Wij voorzien hen daar graag in. Wij zijn nu ons Van Goor-fonds met veel liefde een stuk aan het herprofileren. En als de slinger de andere kant op gaat, zoals altijd gebeurt, zijn wij er klaar voor.’

Speelt ook de ontlezing jullie parten?
‘Dat er steeds minder kinderen zijn die boeken lezen klopt. Maar de toename van het aantal series maakt de ontlezing ook deels minder zichtbaar. Want als een kind een serie ontdekt, vraagt hij voor zijn verjaardag het volgende deel. Als hij een losse titel heeft gelezen, vraagt hij wellicht eerder iets anders dan een boek. Moet een uitgever actief de ontlezing tegengaan? Ik kan idealistisch zeggen: ja. Maar er is geen simpel plan hoe dat precies te doen, anders dan kindvriendelijke boeken blijven maken die aansluiten bij hun belevingswereld, en er extra’s omheen brengen, zoals fandagen of festivals in samenwerking met partijen als Kidsweek, RMO en Efteling. We hebben wel het initiatief van Zwijsen omarmd om te promoten dat kinderen 15 minuten per dag in de klas lezen. Zulke dingen kiezen we heel bewust omdat je die maar beperkt kunt doen. Het levert niet direct iets voor de deelnemende uitgeverijen op, maar is wel een heel belangrijke boodschap.’

Compenseert de groei van digitaal het verlies?
‘De e-omzet stijgt. YA doet het goed. Kinderboeken van grotere namen als Janneke Schotveld, Tosca Menten, Sanne Rooseboom en Jacques Vriens ook. Alleen full colour uitgaven zoals prentenboeken lenen zich er minder voor en zijn duurder om te maken, terwijl consumenten e-books het liefst voor een kleine prijs willen lezen. We hebben wel aan allerlei platformen meegedaan, bijvoorbeeld voor kinderen met dyslexie, maar omdat je uitgaven dan in licentie geeft, levert dat niet altijd veel op. Digitaal groeit dus zeker, maar compenseert niet de daling van papier.’

Waar zie je dan groeimogelijkheden?
‘Een voor ons nog te onontgonnen gebied is het onderwijs. Ik zou graag boeken in combinatie met digitale lesbrieven aanbieden. Maar het is een lastige markt om tussen te komen, al staan we altijd met veel enthousiasme op de NOT. We zijn in de klas niet zo aanwezig als bijvoorbeeld Zwijsen en Deltas. Iets anders is de kloof tussen YA en fictie voor volwassenen. Ik wil graag op de grens uitgeven – zó dat de boekhandel, die niet van dubbele NUR’s houdt, meer YA bij de kasten voor volwassenen neerzet omdat ze voor een breder publiek geschikt zijn. YA is ook breder geworden dan 15-18 jaar. Wij komen dit najaar met 10 Blind Dates van Ashley Elston. Dat geeft mij een Bridget Jones-gevoel; als ik dat inzet in de marketing, bereik ik vooral 30-plussers, maar met een YA-NUR bereik ik hen weer niet. Dus hoe doe ik dat? Ik heb er lol in om daar creatieve oplossingen voor te bedenken.’

En kinderen met een niet-westerse achtergrond? Ik denk aan de oproep om cultureel diverse kinderboeken te maken.

‘Daar is vraag naar vanuit de consument. Tegelijk zie ik dat de sales van de boeken die daaraan voldoen, niet toeneemt. Wil men het kopen? Of wil men dat het bestaat? Dat neemt niet weg dat we ons er nog bewuster van zijn geworden dat iedereen zich in kinderboeken moet kunnen herkennen. We praten erover met auteurs en illustratoren. We zien ook dat het aanbod uit het buitenland toeneemt. Tegelijk moet de afzender wel kloppen. Neem Brian Elstak die twee jaar geleden een grote aanhang verwierf voor Tori omdat bij hem het hele pakketje klopte. Ik moet er ook de auteurs voor hebben. Want de mooiste boeken zijn de boeken die er bij de auteur echt uit moesten. ‘
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine sep 2019)