donderdag 14 juni 2018

Joseph Roth, 'Spoken in Moskou': Van de viervoeters onderscheiden wij ons door de seksuele voorlichting (Athenaeum.nl)

In het nieuwe deel van de vertalingen uit de verspreide geschriften van Joseph Roth gaat het om Rusland. Al beschrijft hij een land dat al lang niet meer bestaat, hij doet dat zó raak dat je ook Spoken in Moskou slechts met groot genoegen kan lezen.

Wat een mooie serie is dat toch: de selectie teksten uit Joseph Roths reportages, brieven, dagboeken en andere verspreide geschriften, die Bas Lubberhuizen uitbrengt in een vertaling van Els Snick. Het onlangs verschenen Spoken in Moskou is alweer het zesde deel. Iedere uitgave is schitterend vormgegeven door Piet Gerards, fraai geïllustreerd (ditmaal door Gerda Dendooven) en steeds voorzien van een voorwoord door een prominente bewonderaar van de Oostenrijkse auteur (ditmaal Tom Lanoye). Het is spijtig te bedenken dat het te begrotelijk zal zijn om alle delen ooit in één cassette uit te brengen.
Spoken in Moskou draait om de reis die Roth van augustus tot december 1926 maakte door de Sovjet-Unie. Het overgrote deel van het boekje bevat de reportages die hij daar maakte voor de Frankfurter Zeitung, waar Roth het grootste deel van de jaren twintig in dienst was. Het was een jong land dat weinigen kenden, maar dat wel – in de jaren voor het failliet van de communistische planeconomie en de stalinistische terreur – bij velen in het Westen de belofte belichaamde van een eerlijker en rechtvaardiger samenleving. Ook bij Roth, die hoopvol vertrok maar al gauw teleurgesteld raakte toen hij merkte dat de revolutie was vastgelopen op de per definitie egoïstische en machtsbeluste menselijke natuur.
Zijn stukken – naar huidige normen eerder analyses dan reportages – ademen beide emoties. Roth is welwillend. Zo prijst hij de communisten terecht dat ze de boer hebben bevrijd. De lijfeigene die in het zweet des aanschijns het land bewerkte zonder enig idee van wat er in de rest van de wereld gebeurde, is een landbouwer geworden voor wie de modernste machines worden gebouwd. Maar hij voorvoelt ook dat de dorpen hetzelfde lot zal zijn beschoren als de steden: een rigide overleg- en vergadercultuur, opgedrongen door het partijapparaat, dat uiteindelijk alles zal verstikken.
Zijn analyse van de Russische pers is het scherpst. In plaats van kranten als de Pravda en Izvestia simpelweg af te doen als propaganda die rechtstreeks door het Kremlin wordt gedecreteerd, trekt hij vergelijkingen met de rechts-reactionaire en de burgerlijke pers om zo het unieke karakter van wat toen nog iets nieuws was, bloot te leggen. Hij legt uit waarom er toch kritiek in die kranten mogelijk is: het is uitsluitend geïnstitutionaliseerde Marxistische, en dus holle kritiek. En hij toont aan waarom deze kranten geen nieuws bevatten: de gebeurtenissen worden niet beschreven door observatoren die ze in perspectief zetten, maar door de mensen zelf die ze meemaken.
En dat alles in een taal die niets anders dan bewondering kan oproepen. Zo helder, zo raak. Neem het aforistische slot van voornoemd artikel waarmee – in 1926 dus al! – voorgoed duidelijk wordt dat je niets hebt aan Sovjet-kranten: 'Men leert de wereld niet kennen door een berg te beklimmen en haar vanuit één standpunt te bekijken, maar gaande, door de wereld te bewandelen. In Sovjet-Rusland echter bekijkt men de wereld vanuit de toren die gevormd wordt door de verzamelde en op elkaar gestapelde geschriften van Marx, Lenin en Boecharin...'
Het zijn zulke zinnen die het rechtvaardigen waarom Roths reportages negentig jaar na zijn reis alsnog in het Nederlands verschijnen. De wereld die hij beschrijft mag verdwenen zijn. De kwestie die hij aansnijdt, zoals de toenmalige hervormingen van het Russische onderwijs, mogen oninteressant zijn. Maar de zinnen blijven. 'De zonde is in Rusland even banaal als bij ons de deugd.' Of: 'We zijn met z'n allen zoogdieren. Van de viervoeters onderscheiden wij ons door de seksuele voorlichting.' Of: 'Prostitutie is in Rusland een kort kapittel. Het is bij wet verboden.' (Alle uit een stuk over liefde en seks.)
(Eerder gepubliceerd op Athenaeum.nl, 11 jun)

Meer Joseph Roth:

zondag 10 juni 2018

Interview Jos van Loon: hoe gaat een boekhandel om met waterschade (Boekblad)

Nederland kampte eind mei met hevige onweersbuien. Een boekverkoper die daar schade van ondervond was Jos van Loon van Messink & Prinsen in Aalten. Heel vervelend – al bezorgde het hem ook een fijne bevestiging van de klantentrouw.

Hoe was je week?
'Vanwege het warme weer was het rustig in de winkel. Ik word daar altijd een beetje bang van, maar als ik dan contact met collega's heb, hoor ik dat dat voor iedereen geldt. Alleen omdat het hier opeens heel hard ging regenen, was het toch een hectische week.'

Wat gebeurde er dinsdag?
'Om half zes 's middags begon het hard te regenen. Vaak trekt onweer over of naast Aalten, maar nu kregen wij de volle laag – drie kilometer verderop viel er niets. Wij zitten in een aflopende straat. Voor mijn deur vormde zich daarom een plas. Met matten kon ik ervoor zorgen dat het de andere kant op liep, verder de straat af. Toen zei de klant die rustig aan het winkelen was: "Volgens mij hoor ik iets druppelen?". En inderdaad. Dus wij kijken en ja hoor: achterin, vanuit een bak aan het plafond waar allerlei leidingen lopen, druppelde het naar beneden. En allengs steeds meer. Er begon een heel watergordijn de winkel in te lopen.'

Toen probeerde u te redden wat er te redden viel?
'Zeker. Ik begon als een gek de boeken uit de kasten en op de tafels daar weg te halen. De klant hielp meteen mee. Ik zette er prullenbakken en later emmers neer om het water op te vangen. Maar dat hielp niet echt. Na twintig minuten stopte het met regenen, maar het bleef druppelen – vanuit een platje erboven, zo bleek later, waar de afvoer de regen niet meer aan kon.'

De schade bedroeg zo'n 200 boeken, schreef u op Facebook.
'Toevallig kwam de dag erna de persoon die voor ons de marketing doet. Zij is hier eens in de veertien dagen. Ze heeft alle boeken beoordeeld op de mogelijkheid om ze nog te verkopen en de boeken die echt te beschadigd waren voor ons in een Excel-bestand gezet. Als je dan uitgaat van een gemiddelde verkoopprijs van 20 euro, heb je het over een schade van vier- tot vijfduizend euro. En dan heb ik nog het geluk dat de regen niet een uur later was gevallen. Dan had ik thuisgezeten.'

Wordt de schade gedekt door de verzekering?
'Die heb ik uiteraard snel gebeld. Maar pas volgende week vrijdag komt er een expert. Gelukkig heb ik, naast het redden van de boeken, met mijn telefoon ook een paar filmpjes gemaakt om hem dat te laten zien.'

U bent er niet gerust op dat de verzekering het in orde maakt?
'Nee. Ik ben iemand die zich altijd druk maakt om dat soort dingen. Maar mijn vrouw Maaike Prange en ik – de winkel is van ons samen – hebben het al eerder meegemaakt. Een jaar of tien geleden, in ons vorige pand. Zo'n expert zegt gerust: "dat boek kun je nog wel verkopen, er is maar een klein hoekje nat". En als ik tegenwerp dat mensen dat echt niet meer willen, krijg je te horen: "maar als een kind het even beetpakt, is het ook beschadigd". Kijk ook naar Haasbeek Herenhof in Alphen aan de Rijn: na een brand wilde de verzekeraar niet uitkeren omdat ze de meterkast niet tijdig hadden gecontroleerd. En dan moet je jarenlang procederen en is het nog niet afgerond. Daar ben je toch niet voor verzekerd?'

Is de reactie van de toevallig aanwezige klant exemplarisch voor hoe andere klanten de volgende dag reageerden? 
'Absoluut. Iemand kwam ons een tablet chocola brengen, van een ander kregen we bloemetjes. Een klant die zelf pas om zeven uur 's avonds hoefde te gaan werken, bood aan om daarvoor ons te helpen opruimen. Iedereen is heel begaan met de winkel.'

De burgemeester kwam ook langs.
'We hebben net een nieuwe burgemeester in Aalten. Hij leest zoiets en toont dan gelijk zijn betrokkenheid met de ondernemer. Hij deelt dat ook op Twitter, met foto van mij. Ik denk dat we daar heel blij mee moeten zijn.'

En zo werkt een ramp in feite heel stimulerend voor de lokale functie van een boekhandel.
'Natuurlijk, al zie ik dat niet direct terug in de cijfers. Ik moet er wel bij zeggen dat in Aalten heel sterk de cultuur heerst om de plaatselijke ondernemers – bijna allemaal zelfstandige winkeliers – te steunen. Het besef is groot bij klanten dat ze misschien wel alles op internet kunnen bestellen, het dorp straks geen boekhandel meer heeft. Of sportzaak of modezaak.'

De steun is niet meer dan na de vorige lekkage? Of na de inbraak van vier jaar geleden?
'Wel meer dan tien jaar geleden. Toen hadden mijn vrouw en ik de winkel pas een paar jaar en waren we nog druk bezig met het opbouwen van een klantenbestand. Nu zijn de klanten veel closer. Is de gunfactor dus ook groter. Maar na de inbraak kregen we het meeste steun. Dan zien klanten je echt als slachtoffer. Er was ook een behoorlijk groot bedrag kwijt, dat nooit is vergoed. Bij een lekkage denken ze eerder: dat dekt de verzekering wel.'

Heeft u iets gehoord van collega-boekverkopers?
'Nee. Maar misschien weten ze het ook niet. En als ik mezelf de vraag stel: wat zou ik doen als ik hoor dat een collega in Varsseveld of Lichtenvoorde zoiets meemaakt? Misschien dénk ik wel: ik laat van me horen, maar dan ben ik vervolgens te druk met het dagelijks reilen en zeilen.'

En wat gaat u deze zondag doen om de waterschade te vergeten?
'We zijn kerkelijk, mijn vrouw zit zelfs in de kerkenraad. Dus zeker de eerste zondag van de maand proberen we altijd naar de dienst te gaan. Daarna werk ik wat: de site bijhouden, fondscatalogi doorlezen. Maar vooral: heerlijk lezen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 3 jun)

dinsdag 5 juni 2018

Recensie: 'The Bookshop' brengt de enkelingen bij elkaar (Boekblad)

Gek eigenlijk dat The Bookshop, die vanaf 7 juni in de Nederlandse bioscoop is te zien, wordt ondersteund door de CPNB. De film laat een heel ander aspect van de boekhandel zien dan de slogan 'een boek kan zoveel doen'.

The Bookshopgaat ondanks de titel niet over de boekhandel. Zeker, Florence Green opent in de film van Isabel Coixet naar de gelijknamige roman van Penelope Fitzgerald een boekwinkel. Maar de tegenkrachten die ze daarmee oproept in het kleine kustplaatsje Hardborough hebben weinig met haar nering te maken. De aristocrate Violet Gamart, die zich de natuurlijke leider van de gemeenschap voelt, wil haar pand hebben om er een kunstcentrum in te vestigen. Ook als er speelgoed of tweedehandskleding zou zijn verkocht.
Maar de keuze voor een boekhandel is ook niet toevallig. De film draait om de strijd tussen de gegoede klasse, die in het Groot-Brittannië van 1959 nog aan de touwtjes trekt, en de opkomende gewone man, die een steeds belangrijke rol in de maatschappij heeft. Niet voor niets zie je in het begin van de film een verkiezingsposter van Labour hangen. Het boek staat zo symbool voor een democratische, laagdrempelige kunstvorm waarvan iedereen kan genieten. De schilderijen en sculpturen van Violet Gamart zijn de kunst van de elite.
De film doet er echter niet sentimenteel over. The Bookshop is – in tegenspraak met de ondersteuning van de CPNB – geen propagandafilm voor het lezen of de boekhandel. Hij laat namelijk ook zien dat boeken misschien makkelijk toegankelijk zijn en in theorie iedereen geraakt kan worden door een verhaal, maar dat er in werkelijkheid maar een enkeling ontvankelijk voor is. Zo ontvankelijk, dat hij of zij nooit zonder een boek kan en de een na de ander verslindt in plaats van slechts af en toe die ene bestseller te lezen waar iedereen over praat.
In het dorp aan zee heerst vooral scepsis over Florence' boekhandel. De lokale bankier moet een grote aarzeling overwinnen om haar een lening te verstrekken. Een veerman houdt haar voor dat het hele dorp maar één lezer kent: Edmund Brundish. Die – hoe kan het anders? – een zonderling is. Hoe denkt ze daar een rendabele zaak mee op te bouwen? En die onverschilligheid jegens de boekhandel verandert ook niet. Er is niemand in de film wiens leven verandert doordat Florence hem of haar een boek in de handen drukt.
Nou ja, niemand? Er is dus altijd die enkeling. Florence krijgt een assistente: Christine, een jong meisje van lage komaf die min of meer door haar ouders wordt gedwongen met een bijbaantje bij te dragen aan het gezinsinkomen. Zij verklaart openlijk niet van lezen te houden. Toch moet ze van Florece ooit A High Wind in Jamaica van Richard Hughes proberen. Als ze dat doet, aangespoord door de verwikkelingen van het plot, is ze gelijk verkocht. Later opent zij zélf een boekwinkel.
Wat de boekhandel wel doet, blijkens de film, is de enkelingen bij elkaar brengen. Florence en Brundish zijn de twee grote liefhebbers van literatuur in Hardborough, maar pas door de boekhandel komen ze bij elkaar. Dat verklaart ook de tagline van de film, die beter bij het plot past dan de CPNB-slogan: 'One never feels alone in a bookshop'. Niet alleen kunnen grote lezers – altijd eenzaam van karakter, volgens Jonathan Franzen – gezelschap vinden bij personages, ze vinden in de boekhandel ook gezelschap bij elkaar.
Dat is misschien niet de inclusieve boodschap van de CPNB, die zoveel mogelijk boeken onder zo veel mogelijk mensen wil brengen. Maar: het is ook een mooie boodschap. Alleen jammer dat het bestaan van een boekverkoper niet tot in detail klopt, iets wat altijd storend is in een film of boek als je toevallig kennis van zaken hebt. Want Florence' The Old House Bookshop mag er dan schitterend uitzien, menig boekverkoper zal zich afvragen hoe ze die – óók in 1959 – overeind houdt.
Florence Green lijkt zich weinig aan te trekken van haar publiek. Ze legt uitsluitend neer wat ze mooi vindt, niet wat aan kan slaan bij haar publiek, om tenminste te blijven voortbestaan. En als ze dan toch tegen de keer een boek wil promoten – het succès de scandalein Londen: Nabokovs Lolita, dat op dat moment al vier jaar oud is– koopt ze meteen het krankzinnige aantal van 250 exemplaren (!) in. Ook valt op dat in de categorie 'New arrivals' hetzelfde kinderboek blijft staan, hoewel de handeling vele maanden bestrijkt.
Tegelijk moet ik erkennen dat je zulke details ook niet kan zien. Deze missers liggen er niet dik bovenop, zodat het goed mogelijk is te genieten van het in stemmige kleuren gefilmde The Bookshop. De gelauwerde Spaanse regisseur Coixet heeft de film met merkbaar respect voor de roman gefilmd, en Emily Mortimer als Florence Green en Bill Nighy als Edmund Brundish geven hun personage met gevoel voor de kwetsbare psychologie van de grote lezer gestalte.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 1 jun)

Zie ook:

zaterdag 2 juni 2018

Van Oorschot: hoe je een familiebedrijf de nieuwe tijd in leidt (Inct)

Zeventig jaar was Van Oorschot een zeer karakteristieke literaire uitgeverij. Onder leiding van Mark Pieters probeert het voormalige familiebedrijf te moderniseren met behoud van karakter. Tot nu met succes.

O ja, het gaat goed met uitgeverij Van Oorschot. Mark Pieters draait naar zijn computer om de cijfers tevoorschijn te halen die deze bewering onderschrijven. 'In 2017 was de omzetstijging tegen de twintig procent', zegt hij na een minuutje. 'En we hebben weer winst, na een klein verlies in 2016. Ook voor dit jaar verwacht ik te groeien, al is het voor een middelgrote uitgeverij altijd wat onvoorspelbaar. Win je de Librisprijs, dan heb je zomaar vijftig procent meer omzet dan als je hem niet wint.'
Drie jaar is Pieters inmiddels uitgever van Van Oorschot. In het voorjaar van 2015 werd een groep individuen, onder wie Jaco Groot (uitgeverij De Harmonie), Maarten Asscher (oud-directeur Athenaeum Boekhandel) en Pieters zelf, de eigenaar van dit gezichtsbepalende familiebedrijf. Als er één literaire uitgeverij werd geassocieerd met de persoonlijkheid van de uitgever was dat wel Van Oorschot, dat is opgebouwd door vader Geert en vanaf de jaren tachtig werd voortgezet door zoon Wouter.
Hoe kun je zo'n bedrijf succesvol uitbouwen? Voor een deel juist door af te rekenen met de koppige eigenzinnigheid die Van Oorschot zo kenmerkte. 'Een bekend verhaal is dat van A.F.Th. van der Heijden die hier aan de overkant van de gracht stond te treuzelen omdat hij niet durfde aan te bellen', vertelt Pieters. 'Van Oorschot had een enorme elitaire status, terwijl wat hier verscheen – van de Russische Bibliotheek tot Rutger Kopland – niet moeilijker of literairder was dan van andere literaire uitgeverijen.'
Het nieuwe Van Oorschot is opener geworden. 'Wouter wilde principieel geen auteurs van andere uitgeverijen. Wij gaan wel met andere auteurs koffie drinken als die ons benaderen. Gewoon, zoals overal gebeurt. Wouter wilde ook per se niet met literaire agenten werken. Wij hebben via Sebes & Bisseling onder meer twee titels van John Steinbeck binnengehaald. En als het zich begint rond te zingen, versterkt dat het idee bij anderen om ons als mogelijk uitgeefhuis te zien.'
Pieters haast zich te zeggen dat Wouter en zijn jarenlange adjudant Gemma Nefkens (nu een van de mede-eigenaren) met hun opstelling erg goede jaren hebben gehad. Denk aan het enorme succes van Voskuils romanreeks Het Bureau, de Librisprijs winnende romans van Frida Vogels en Willem Jan Otten of – recenter – de bestsellerstatus van Stephan Enters Grip. 'En Wouter zag dat er nieuw bloed nodig was, ook omdat de Russische Bibliotheek niet meer zo goed loopt als voorheen.'
Maar: het is onmiskenbaar dat de uitgeverij moderner is geworden nu de familie niet langer aan het roer is. Wouter van Oorschot deed als uitgever naar inmiddels ouderwetse snit alles zelf. 'Wij hebben nu een apart iemand voor pr en hebben uitgebreid op de verkoop. Verder hebben we een grote inhaalslag gemaakt met het produceren en verkopen van e-boeken. We besteden ook het persklaarmaken en correctiewerk veel vaker uit aan freelancers. Eigenlijk heel basic allemaal, zoals alle uitgeverijen doen.'
Het resultaat is dat Van Oorschot beter aanwezig is in de boekhandel en de media. 'De boekhandel weet: er kan meer met ons dan we altijd deden. Zo hebben we een striktere samenwerking met [de inkoopcombinatie van zelfstandige boekhandels] Libris. Ook hebben we een soort tijdschrift voor de boekhandels gemaakt met fragmenten van een tiental nieuwe auteurs die de laatste tijd naar ons zijn overgestapt. Het is allemaal wat commerciëler geworden.'
Immers: de tijden zijn veranderd. Van Oorschot kon het zich veroorloven om titels nooit te verramsjen maar juist levenslang houdbaar te houden – de exemplaren lagen soms decennia opgeslagen in de magazijnen van het pand aan de Herengracht – omdat er daadwerkelijk vráág naar was. Die tijd is voorbij, oud fonds loopt niet meer zo goed. 'En jonge auteurs verwachten ook dat je meer voor hun boeken doet dan vroeger. Dus moet je ook meer dan ooit aandacht geven aan pr en marketing.'
Dat kan zolang Van Oorschot zijn 'karakter, traditie en geschiedenis' trouw blijft, zoals Pieters het noemt. 'Wij gaan niet opeens Tommy Wieringa voor veel geld kopen. Wij zullen eerder nieuw talent onder begeleiding laten groeien. Ook blijven wij vertalingen doen, al is de markt ervoor niet florissant. Dat wordt wel breder. Wouter beperkte zich tot een paar taalgebieden. Het 1500 pagina's tellende Menselijke voorwaarden van de Japanse auteur Junpei Gomikawa zou hij waarschijnlijk niet hebben gedaan.'
Daarnaast probeert hij ook andere dingen. Non-fictie zoals Onder de toonbank. Pornografie en erotica in de Nederlanden. 'Zo'n boek verwacht men niet snel van ons. Maar ik werd er vrolijk van – en het is boek- en cultuurgeschiedenis, informatief en vermakelijk. Het is in zijn genre echt kwaliteit, daarom past het bij ons. Toch moet je er voorzichtig mee zijn. Van Oorschot mag nooit een uitgeverij worden als alle andere, want dan verlies je je onderscheidende kracht.'
(Eerder gepubliceerd op Inct.nl, 24 mei)

Zie ook:

donderdag 31 mei 2018

Interview Marieke Niezen (A.W. Bruna): ‘Alleen door heel scherp te blijven hou je het marktleiderschap vast’ (Boekblad)

Marieke Niezen was de facto al sinds september de baas bij uitgeverij A.W. Bruna, sinds 1 mei is ze het ook formeel. Ze ziet genoeg mogelijkheden om de ‘steady omzetmaker’ te laten groeien.

Gefeliciteerd met je nieuwe baan. Is dit een droom die uitkomt?
‘Ik kijk er erg naar uit om in deze rol leiding te geven aan A.W. Bruna. Ik wil graag mijn talenten en ambitie inzetten om verder te bouwen aan 150 jaar uitgeeftraditie. Ik zie het als een enorme eer en uitdaging om samen met het A.W. Bruna-team deze toekomst verder vorm te geven.’

Je stond feitelijk al sinds september aan het roer.
'Ja. Ik was – net als Mark Beumer bij De Bezige Bij – al sinds september aan het interimmen voor Johan de Koning, toen die het te druk had en het rustiger aan moest doen. Nu was het moment dat we samen met de WPG-directie besloten om de opvolging te formaliseren. In de tussentijd heb ik kunnen kijken: Vind ik het leuk? Past deze rol bij me? Kan ik het aan? Zie ik nieuwe mogelijkheden voor de uitgeverij?'

Vragen die je allemaal met ja hebt beantwoord?
'Zeker.'

Wat betekent het dat bij zowel De Bezige Bij als A.W. Bruna iemand met een marketingachtergrond directeur is geworden?
‘Dat zegt wel iets over het uitgeven van tegenwoordig, waarbij mijns inziens marketing de verbinding legt tussen auteur en lezer. Je doet het in de driehoek van redactie, verkoop en marketing. Het helpt bij de acquisitie van een boek of een idee voor een boek. Toen ik in 2007 bij A.W. Bruna begon, was dat niet altijd het geval, maar nu werken we al enige jaren zo.’

Tegelijkertijd laat A.W. Bruna de kans voorbijgaan om groot uit te pakken met een marketingcampagne naar aanleiding van het 150-jarig jubileum. Opmerkelijk.
‘Het is voor ons vanzelfsprekend dat we de nadruk elders hebben gelegd, want we zijn uiteindelijk een b2b-uitgeverij. Niet de uitgeverij, maar de auteur is het merk. We vieren het uiteraard wel: we zijn met het hele team naar de Ardennen geweest en we geven over een paar weken een groot tuinfeest, waarin we de boekhandel en al onze relaties in het zonnetje zetten.’

Hoe gaat het nu met de uitgeverij? In het persbericht spreek je van ‘gestage groei’. Is dat goed genoeg?
‘Vorig jaar hadden we een heel succesvol jaar, dankzij Paula Hawkins, een nieuw deel van de Millennium-reeks en het succesvolle boek van Carlos Ruiz Zafón. Natuurlijk willen we dat dit jaar graag doorzetten; gestage groei laten zien in een krimpende markt is een prestatie. En A.W. Bruna is van oudsher in staat om altijd een aantal bestsellers te creëren.’

En wat heeft A.W. Bruna in 2018?
‘Wij hebben een aantal steady auteurs in het fonds die elk jaar met een nieuw succesvol boek komen: Suzanne Vermeer, John Grisham, David Baldacci. Vooral op Vermeer ben ik heel trots: wij hebben die auteur zelf – met hulp van de boekhandel – vanuit het niets opgebouwd en elke titel doet het weer beter dan de vorige. Haar Super de luxe staat momenteel in de top 5. In het non-fictiefonds zijn de Omdenken-boeken een belangrijke lijn, en doen we het nu heel goed met Mark Manson.’

Wat komt er later dit jaar nog aan?
‘In de zomer hebben we de autobiografie van de kleinzoon van Nelson Mandela en in het najaar de autobiografie van Tina Turner, die dankzij een musical in Londen erg in de belangstelling staat. We zetten groot in op een aantal debuten zoals de thriller van Søren Sveistrup (auteur van The Killing), het is altijd spannend wat die gaan doen. Zo werkt het in dit vak. Dat is ook het leuke eraan.’

In het persbericht spreek je van het vormgeven van de uitgeverij in de snel veranderende wereld. Waar doel je op?
‘Lezen neemt een steeds kleinere plek in de vrijetijdsbesteding van kinderen en volwassenen in. Binnen WPG lopen daar een aantal grote onderzoeken naar: wie zijn onze lezers? Wat zijn hun profielen? Hoe kunnen we die bereiken?’

Betekent dat ook meer andere producten dan boeken?
‘We doen meer luisterboeken, ja. Onlangs hebben we ons 150e luisterboeken op de markt gebracht. En we nemen deel aan de opkomende digitale abonnementsmodellen. Tegelijk verwacht ik niet dat het aandeel fysieke boeken in onze omzet – nu 85 tot 90% – ingrijpend zal veranderen.’

Ook zeg je het marktleiderschap in het thrillergenre te willen uitbouwen. Hoe?
‘A.W. Bruna is al lange tijd marktleider. Wij hadden de meeste titels in de top 100 van 2017. En dat voor een kleine uitgeverij met slechts 25 fte. Eigenlijk zijn we best bescheiden, maar wél een heel betrouwbare omzetmaker. Dat hou je alleen vast door heel scherp te blijven – er verschijnen immers heel veel thrillers in Nederland, terwijl de markt niet groeit. Scherp op de acquisitie, maar ook scherp op de manier waarop je ze brengt. We bewegen daarbij zo veel mogelijk mee met de retail, die steeds meer de nadruk legt op een optimale titelspreiding in het jaar.’

En hoe ga je de aangekondigde groei in non-fictiegenres realiseren?
‘Door uitgeeftalent in combinatie met de marktonderzoeken die op dit moment bij WPG lopen. Verder is samenwerking met andere partijen binnen en buiten WPG daar een factor in. Zo geven wij boeken uit voor dezelfde doelgroep als de mindstyle-tijdschriften van WPG als Happinez, Psychologie magazine en Yoga magazine. Dat biedt mogelijkheden.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 24 mei)

maandag 28 mei 2018

Kok en Boekencentrum gaan verder als KokBoekencentrum (Boekblad)

De uitgeverijen Kok en Boekencentrum gaan verder onder de naam KokBoekencentrum. De namen van een aantal imprints, zoals Meinema en Callenbach, verdwijnen daarbij. De nieuwe uitgeefdirecteur Wouter van der Meulen ziet groei én kansen voor verdere groei.

De naamswijziging is een logisch gevolg van de overname van Boekencentrum door VBK. 'Wij zijn 2017 ingegaan met twee aparte organisaties, die allebei uitgeven op het religieuze domein', zegt Van der Meulen. 'We zijn daarna organisch in elkaar gegroeid. De laatste stap was om dat in de naam tot uiting te brengen, zodat we ook met een logischer portfolio de markt kunnen bewerken.'
De fondsen van Kok en Boekencentrum waren behoorlijk complementair. Van der Meulen: 'Op het gebied van non-fictie onderkennen we vier doelgroepen: van traditionele kerkgangers tot zinzoekers en alles daartussen. Boekencentrum zat dicht bij die eerste doelgroep, Kok was zich steeds meer aan het ontplooien als uitgever voor de zinzoekers. Ook onze 22 tijdschriften en 37 websites beten elkaar niet.'
Maar: voor de heldere uitstraling naar de markt was een merk nodig. 'Toen ik solliciteerde heette de uitgeverij Kok Omniboek Boekencentrum', vertelt Van der Meulen die op 1 februari in deze functie begon na een carrière bij onder andere VNU, Trouw en WPG. 'Dat waren wel erg veel woorden. Dat kon simpeler. Na een lange discussie over de naam – KB? Kobo? – kwamen we uit op KokBoekencentrum, waarmee we de traditie en erfgoed kunnen behouden.'
Alleen de imprints met een duidelijke eigen signatuur blijven bestaan. Dat zijn Mozaïek (algemene fictie), Omniboek (algemene geschiedenis) en Z&K (romanseries). Andere namen komen te vervallen: Kok en Boekencentrum natuurlijk, maar ook Meinema, De Groot Goudriaan en de twee jeugdfondsen Callenbach en Jes!. Met name het verdwijnen van het in 1854 gestarte Callenbach wordt door een enkeling op sociale media betreurd.
'Als het extreem succesvolle fondsen waren, hadden we die natuurlijk behouden', licht Van der Meulen toe. 'Maar op beide jeugdfondsen was onvoldoende focus. De redacteur die erop zat, deed het naast zijn eigenlijke werk als bureauredacteur. Het leek ons het beste om een nieuwe start te maken als KokBoekencentrum Jeugd met een eigen acquirerend redacteur – tot diens genoegen overigens.'
Nu de naamswijziging is doorgevoerd, benadert de uitgeverij vanaf de samengevoegde najaarsaanbieding boekhandel en media als KokBoekencentrum – mét een nieuw logo. Tegelijk worden de sites en sociale media-pagina's van de uitgeverijen gelijkgetrokken. Zo moet de naam op dezelfde organische manier als de samenvoeging van beide bedrijven, de gewenste bekendheid krijgen.
De overname legt KokBoekencentrum ondertussen geen windeieren. Van der Meulen werd bij zijn aantreden 'blij verrast' over ten eerste de omzetgroei. 'Fictie én non-fictie, digitaal én fysiek – over de hele linie zien wij groei. Onze uitgevers hebben een fijne neus voor de behoeften van de markt. Het Meesterwerk van Francine Rivers doet het goed, en nu ook Het napalmmeisje van Kim Phuc dat vorige week bij haar bezoek aan Nederland heel breed is opgepakt.'
Ten tweede zijn de kansen groot. 'Dat ligt aan de toegang die Boekencentrum-uitgaven nu via VBK hebben tot de algemene markt. Kijk naar de weerklank van hun titel Het napalmmeisje. Maar belangrijk is ook de comeback van religie. Het was voor niet-kerkelijke mensen geen onderwerp van gesprek. Nu keert het terug. Zie een uitgave als Ongelofelijk van Yvonne Zonderop (Prometheus). Ik ben ervan overtuigd dat veel ietsisten zich meer met bezinning gaan bezighouden.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 25 mei)

zondag 27 mei 2018

Interview Sander Motshagen (HarperCollins): Hoe een vertegenwoordiger naar de beurzen kijkt (Boekblad)

Vertegenwoordigers als Sander Motshagen reisden de afgelopen weken niet onafgebroken van boekhandel naar boekhandel. De boekverkopers kwamen naar hen – op de Libris Blz. Beurs en de Retail Market.

Hoe was je week?
'Goed. Beurzen zorgen voor afwisseling in het werk wat ik het doe. Dat maakt ze hartstikke leuk om te doen. En HarperCollins heeft de nieuwe Karin Slaughter in de zomeraanbieding staan: Gespleten, dus ik had ook nog eens veel enthousiaste boekhandels aan mijn tafel. Er is goed op deze titel gereageerd.'

Hoe was de Retail Market Zomerbeurs dit jaar?
'Ik doe dit werk nu zo'n viereneenhalf jaar. Eerst voor BBNC, sinds 1 januari 2017 voor HarperCollins. Ik weet inmiddels wel dat de zomerbeurzen altijd wat rustiger zijn. Er zijn minder standhouders, met name van non-bookaanbieders en kleinere uitgeverijen die geen zomeraanbieding hebben. Maar de rust heeft ook z'n voordelen. Vooral voor boekverkopers: die hoeven minder lang in de rij te staan bij de tafels van uitgevers die ze absoluut willen spreken. Zelf heb ik niet eens zoveel meer tijd per klant.'

Was er een verschil met de Librisbeurs van een week eerder?
'Op de Librisbeurs zijn boekverkopers beter voorbereid. Aanbiedingen zijn vaak door meerdere mensen echt goed bekeken. Dat bedoel ik niet positief of negatief, dat is een gegeven dat voortvloeit uit het type winkel. Blz-winkeliers zijn al minder voorbereid. Die komen net als Read Shop- en Plantage-boekverkopers eerder naar beurzen om zich te laten informeren en inspireren. Terwijl onafhankelijke assortimentsboekhandels die niet bij Libris zijn aangesloten en daarom naar de Retail Market gaan, even goed zijn voorbereid.'

Wat vindt je leuker?
'Als een boekverkoper goed is voorbereid is het lastiger om hem of haar ervan te overtuigen een titel wél te nemen. Zij vertellen jou wat er in hun winkel gebeurt. De RDC- en Blz-winkeliers, die vooral mijn klantgroep is, kun je meer vertellen over een titel. Zijn ook eerder verrast. Vertellen je vaker dingen als: die titel die je me de vorige keer hebt aangeraden, heeft het ook goed gedaan. Dat geeft het gevoel dat jij hén dingen kunt vertellen over wat er op de markt gebeurt. Dat is erg leuk.'

En wanneer is een beurs voor jou geslaagd?
'Als je op de weg zit, weet je van tevoren hoeveel boekverkopers je gaat spreken. Op de beurzen moet je proberen toch een minimum aantal mensen aan je tafel te krijgen. En dan wil je natuurlijk dat ze bij vertrek enthousiast zijn.'

Eerder dus mensen spreken dan minimaal een x aantal exemplaren de winkel in krijgen?
'Nee. Veel wordt ingekocht via de regelingen die worden getroffen met verschillende organisaties. Het is interessanter om mensen te spreken zodat ze een beter beeld hebben van een titel en de promotie die wij ervoor gaan doen, zodat ze beter weten wat ze ermee in hun winkel kunnen doen. Dat kan leiden tot extra inkoop bovenop wat ze via de regeling krijgen – de kortingen zijn bij aanbieding ook hoger dan bij nabestelling – maar dat lukt alleen als ze goed de potentie van een titel kunnen inschatten.'

Leg je daarbij de nadruk op onbekende, nieuwe titels of op blockbusters als die van Karin Slaughter die iedereen al kent?
'HarperCollins geeft in vijf genres uit: spanning, romans, young adult en feelgood en non-fictie. Per genre leggen we de focus op twee of drie titels die ook de speerpunten in de catalogus zijn. Dus ja, de grote namen. Bij spanning zijn dat Slaughter en Jeroen Windmeijer. Wij letten bijvoorbeeld op verkoopcijfers van een vorige titel van een auteur in een winkel. Er zijn toch aardig wat boekverkopers die verrast zijn dat het zó veel was. En als het een nog onbekende naam is, is er juist een soort onbewuste weerstand. Zo van: waarom zien jullie dát boek als speerpunt. Dat leg je dan uit.'

Bijvoorbeeld?
'Pick Three van Randi Zuckerberg. Zij is de zus van. Boekverkopers vragen zich dan af: wordt ze alleen om die reden uitgegeven? Ik begrijp die sceptische houding wel: er verschijnt zó veel, is dan alles even zeer de moeite waard? Ik probeer uit te leggen waarom wij denken dat dit boek groot gaat worden in Amerika en ook bij ons. Hopelijk zal blijken dat wij dit goed hebben gezien.'

En sloeg de uitleg over alle titels tijdens de beurzen aan?
'Jazeker. Ik denk dat ik aardig wat boekverkopers met hun vaak wat lage verwachtingen heb kunnen overtuigen dat wij ook deze zomer echt goede boeken brengen.'

Waarom vindt je de afwisseling van de beurzen met het dagelijkse vertegenwoordigerswerk zo leuk?
'Dan zie ik veel collega's, ook van andere uitgeverijen. Ik zie wat er bij andere uitgeverijen gebeurd, welke titels zij brengen. Er zijn heel veel boekhandelaren. En dat in een heel fijne, gemoedelijke sfeer. Ze zeggen wel eens dat het boekenvak een grote familie is. Op beurzen zie je hoe waar dat is.'

Waar praat je over met collega's? Over de schommelingen in het aanzien van de vertegenwoordiger?
'Nee hoor. Over alles: van wat je het afgelopen weekend hebt gedaan tot de belangrijke titels van de komende periode. Nu ging het bijvoorbeeld veel over de btw-verhoging op boeken die het kabinet dit jaar of misschien in 2019 invoert. Dat is ook iets wat Intres en RDC van uitgeverijen willen weten – al heeft HarperCollins daar overigens nog geen knoop over doorgehakt.'

Merkte je veel optimisme bij boekverkopers?
'Het is wel eens optimistischer geweest. Laat ik het zo zeggen. Het is een beroerd eerste kwartaal geweest, dat proef je terug op de beurs. Aan de andere kant komen er een aantal mooie titels aan die goed zullen verkopen. De nieuwe Hendrik Groen bijvoorbeeld. Of een Nicci French die nog goed door zal lopen. De verwachting is daarom wel dat de komende periode beter zal zijn.'

En is vandaag ook een werkdag – omdat je ongetwijfeld veel titels van de zomeraanbieding moet lezen?
'Ik ben bezig in de nieuwe Karin Slaughter. Daar ga ik zeker in verder. Maar daar ben ik echt een liefhebber van, dus dat doe ik graag. Dat is het fijne van dit werk: je zit dicht op het vuur. Maar het is waar dat ik vooral titels van onszelf lees. In de zomervakantie zal ik meer tijd hebben voor boeken van anderen. Ik kreeg op de beurs Jane Harper van A.W. Bruna mee, dat ga ik dan denk ik lezen. En de nieuwe Windmeijer, die in augustus verschijnt en beschikbaar is als ik op vakantie ga. Daar kijk ik ook erg naar uit.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 20 mei)

maandag 21 mei 2018

Martin Michael Driesen: 'Het zit er in de eerste zinnen al helemaal in' (Ons Erfdeel)

Over Rivieren en De pelikaan van Martin Michael Driessen

Een ingedommeld Kroatisch kuststadje, halverwege de jaren tachtig, toen Joegoslavië nog een harmonieuze veelvolkerenstaat leek. Omdat postbode Andrej de enveloppen die hij moet bezorgen openmaakt, ontdekt hij dat de machinist van de kabeltrein er een minnares op na houdt. Als hij hen ook tijdens de liefdesdaad weet te fotograferen, besluit hij deze Josip Tudjman te chanteren. Niet omdat hij iets tegen hem heeft of het geld nodig heeft, “het ging erom dat er iets in zijn leven moest gebeuren; dat de totale ontkenning van zijn bestaan een einde moest hebben.”
De machinist, voormalig partizaan, laat het gebeuren. En nadat hij eenmaal op de eisen van zijn afperser is ingegaan, kan Josip niet meer terug. Maar zijn reserves zijn niet onuitputtelijk. Als hij er bij toeval achter komt dat de postbode – die door Josips vriendengroep wordt geholpen nadat de man onfortuinlijk is aangereden door een vrachtwagen – de post openmaakt en soms meegezonden geld ontvreemdt, besluit hij op zijn beurt Andrej te chanteren. Hij moet wel. Maar “hij zou nooit meer geld vragen dan de afperser van hem eiste, hij was een fatsoenlijk man.”

Een anekdotisch verhaal waarin twee individuen elkaar jarenlang in een ijzeren greep houden? Niet bij Martin Michael Driessen (1954). De voormalig opera- en toneelregisseur, die voornamelijk in Duitsland actief was, heeft zijn eind vorig jaar verschenen roman De pelikaan “een komedie” genoemd. Alsof de wederzijdse afpersing niet meer is dan een grappig gegeven. Maar hij verheft de plot tot een parabel met filosofische betekenis, waarin ook het uiteenvallen van Joegoslavië door nationalisme voor iets groters staat.
Je bent daarom geneigd te zeggen: De pelikaan is vintage Driessen. Hij is nog niet zo lang een publicerend schrijver. Na zijn debuut Gars uit 1999 volgden niet meer dan een handvol boeken die, na een lange stilte, de afgelopen jaren kort na elkaar het licht zagen: Vader van God (2012), Een ware held (2013), het met de ECI Literatuurprijs bekroonde Rivieren (2016) en nu De pelikaan. Tussendoor schreef hij samen met de dichteres Liesbet Lagemaat Lizzy onder het pseudoniem Eva Wanjek (2015).1 Zeker sinds de novelle Een ware held is Driessens fictie zeer herkenbaar.
Dat zit hem in allerlei details. De locatie: het buitenland, ergens in Europa. De lengte: enkele tientallen pagina’s. Ook De pelikaan voelt ondanks de lengte van 200 pagina’s als een novelle, omdat Driessen het klein houdt. De hechte constructie, waarin – naar de bekende uitspraak van W.F. Hermans – geen enkele mus zomaar van het dak valt. De stijl: de gebeeldhouwde zinnen zijn even krachtig als precies. Maar vooral in de symbolische kracht van de vertelling, die je dankzij de combinatie van genoemde constructie en stijl direct vanaf de eerste zinnen voelt.

Neem de novellebundel Rivieren. De drie verhalen – respectievelijk 22, 54 en 51 pagina’s lang – gebruiken ieder een andere metafoor van de rivier. In ‘Fleuve sauvage’ gaat het om de rivier als de woeste en uiteindelijk onbeheersbare kracht van het lot, benadrukt doordat de hoofdpersoon, een acteur, repeteert voor een rol in Macbeth. In ‘De reis naar de maan’ staat de rivier symbool voor de levensreis. En in ‘Pierre en Adèle’ staat de rivier, die voortdurend van loop verandert, voor de wisselingen van het lot. Vanzelfsprekend gaat dat verhaal over een (wonderlijke) liefde.
Om in te zoomen op het tweede verhaal. Dat begint met deze zinnen: “Het huis van Durlacher was het enige in het dorp met een bovenverdieping. Ze waren midden in de nacht opgestaan en wachtten tot er achter de vensters een licht zou worden ontstoken.” Eenvoudig, helder. En toch zit het thema van het verhaal er al helemaal in. De “enige bovenverdieping” geeft aan dat het gaat over het verschil tussen arm en rijk – en omdat de hoofdpersoon alleen maar toekijkt, dat hij er niet in zal slagen zijn lot te ontstijgen: wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje. En dat de dag aanvangt, benadrukt dat de reis begint.
Vervolgens vertelt Driessen het hele levensverhaal van de houtvlotter Konrad aan de loop van het water. Aan de bron van de Wilde Rodach is hij nog vol dromen van de toekomst. Als zijn verhaal in de Rodach uitmondt, lijken die uit te komen. Maar als Konrad zich op de Main begeeft, dienen zich de eerste tekenen van tegenslag aan: het vlotten, waar hij zo aan verknocht is, lijkt zijn langste tijd gehad. Reizend op de Rijn, als man van middelbare leeftijd, raakt hij berooid, om daarna uitgeblust en vasthoudend aan oude liefdes koers te zetten naar de Noordzee. Waar hij diep in de nacht aankomt.
Ook het thema en de opbouw van ‘De reis naar de maan’ zijn als een gestaag voortstormende rivier. Konrads lot, dat als de golfslag van het water uit de doeken wordt gedaan in losse scènes afgewisseld met cursief gezette passages die de tussenliggende jaren vertellen, wordt gespiegeld aan dat van Julius, het zoontje van de baas. Hoewel zij dezelfde reis maken en zich – de een anders dan de ander – tot elkaar aangetrokken voelen, kunnen zij nooit tot elkaar komen. Niet echt. Hun lot ligt vast als de bedding van twee rivieren die elkaar nooit kruisen.

De pelikaan kun je op dezelfde manier ontrafelen. De eerste zinnen luiden: “De kleine stad aan de Adriatische kust had ooit deel uitgemaakt van het Ottomaanse en toen van het Habsburgse rijk en behoorde nu tot Joegoslavië. Er was nooit veel veranderd en als postbode Andrej zijn ronde honderd jaar eerder had gemaakt zou het door vrijwel dezelfde stad zijn geweest als nu.” Opnieuw zit het hoofdthema er al helemaal in: de tegenstelling tussen de woelingen van de grote geschiedenis en de onveranderlijkheid van het kleine mensenleven.
Dat komt terug in de kabeltrein die het stadje beneden verbindt met het vervallen monument voor de helden uit de Tweede Wereldoorlog op de heuvel. Deze kabeltrein – de trots van “het muurbloempje van de Europese geschiedenis” – symboliseert de verbinding tussen het alledaagse leven in de onbeduidende plaats, waar nooit iets gebeurt, en de momenten van turbulentie die het leven van een mens overhoopgooien zonder dat hij daar ook maar enige invloed op kan uitoefenen. Waarna de rust terugkeert en er welbeschouwd niets is veranderd.
Het komt eropaan, maakt Driessen duidelijk met een aan Antoine de Saint-Exupéry ontleend motto, hoe je je gedraagt op de momenten dat de geschiedenis je kabbelende levensloop verstoort. Dat maakt of breekt een mens. Hoe gaan Andrej en Josip dus met elkaar en hun afpersingspraktijken om als hun land uit elkaar valt? Kiezen ze egoïstisch voor zichzelf? Of blijken ze pelikanen, dieren die, zo wordt op een gegeven moment uitgelegd in een dialoog, in de christelijke symboliek staan voor zelfopoffering en wederopstanding?
Het ligt er allemaal dik bovenop. Zelfs als je Driessens plots zou willen lezen om alleen het verhaal of de anekdotiek, maakt hij je dat onmogelijk. Daarvoor verplicht hij zijn lezers te nadrukkelijk om te interpreteren. Zie De pelikaan. Door de manier waarop de titel wordt verklaard, kun je niet anders dan je afvragen wat dat over de personages zegt. Soms gaat de auteur ook te ver. In ‘De reis naar de maan’ laat hij Julius piekeren of hij zijn homoseksualiteit aan Konrad zal opbiechten. Zo wordt te duidelijk gemaakt wat iedere lezer heus wel had begrepen.

Zelf heb ik er – op dit soort uitzonderingen na natuurlijk – geen moeite mee. Ik ervaar Driessens richtingaanwijzers niet als dwingend, maar als nuttige hulpmiddelen bij mijn tocht door het verhaal. Ook omdat de tocht dankzij de treffende formuleringen door zo’n fraai landschap voert. Zo beschrijft hij in ‘De reis naar de maan’ bijvoorbeeld de bossen: “Alle takken dropen van motregen en dauw, in dalen en kloven hingen wolken als grauwe wormen, het was doodstil, op dat druppelen en op de plof van een vallende dennenappel na.” Heel mooi.
(Eerder gepubliceerd in Ons Erfdeel 2018/2)

Zie ook:

dinsdag 15 mei 2018

Interview Laura van der Haar: 'Bibliotheekbezoek was hoogtepunt van de vakantie' (Bibliotheekblad)

Laura van der Haar schreef met Het wolfgetal een van de mooiste boeken van het voorjaar. De roman sleept de lezer mee met een intensieve meisjesvriendschap die onherroepelijk verkeerd afloopt. Een gesprek met de auteur voor wie het wekelijks bezoek aan de bibliotheek het hoogtepunt van de vakantie was.

'In alle plaatsen waar ik heb gewoond, weet ik de bibliotheek nog te vinden', vertelt Laura van der Haar. 'Overal was het het stoffigste gebouw van de stad – met die tapijten, duwwagentjes, glazen vitrines, oude juffrouwen. Ik kwam er alleen om snel nieuwe boeken te halen. En dan weet de OBA op het Oosterdokseiland een plek te creëren waar iedereen, van alle leeftijden en culturen, wél graag wil zijn. Zelfs 14-jarige pubers en flirtende studenten zitten daar. Deze bibliotheek is de populairste hangplek van de stad. Geweldig.'
Het ligt aan de laagdrempeligheid, vermoedt de schrijfster. Iedereen kan zijn eigen computer meenemen of achter een pc plaatsnemen. Of zelfs dat is niet nodig, niemand wordt er ooit weggestuurd. 'En als het zich begint rond te zingen dat je daar kunt hangen, komt iedereen erop af. Zelf spreek ik daar af met mijn moeder als ze naar Amsterdam komt. Met een kop thee, mooi over de stad uitkijkend. Ik ben ooit lid geworden, maar dat heb ik laten verlopen. En ik zocht er boeken die ik nodig had voor mijn roman.'
Ze herinnert zich dat ze De lijkschouw in de praktijk erop na wilde slaan. 'Dat was er niet. De bibliothecaris vertelde me dat die altijd wordt gejat. Huh, dacht ik, zo'n specialistisch boek? Het bleek heel duur te zijn, studenten wilden het daarom niet kopen. Ik raakte toen aan de praat met de bibliothecaris. Die man kon zo duizend verhalen over alle boeken en klanten vertellen. Heel mooi. Weet je wat het meest gejatte boek is? Een leerboek voor het brommer-rijbewijs natuurlijk. Ik wil hem eigenlijk nog steeds interviewen.'

Sinds een jaar of vier leeft Van der Haar van de pen. In het jaar dat ze debuteerde met de gedichtenbundel Bodemdrang – samengesteld nadat ze naar eigen zeggen 'per ongeluk' meedeed aan een poëzieslag en prompt Nederlands Kampioen Poetry Slam werd – stopte ze als archeoloog. Ze verdiende haar geld met onder andere bijdragen aan de satirische website De Speld en de Nederlandse versie van Vice, terwijl ze ondertussen werkte aan wat misschien wel de indrukwekkendste roman van dit voorjaar is.
Begin maart verscheen Het wolfgetal. Het boek beschrijft de intensieve meisjesvriendschap van een naamloze vertelster en de even fascinerende als getroebleerde Vikki in een anoniem Hollands dorp net buiten de grote stad. Vanaf het moment dat ze elkaar op elfjarige leeftijd leren kennen, raakt de vertelster volledig in de ban van het meisje dat haar haar volledige aandacht geeft. Ze gaat steeds verder mee in Vikki's idee van wat normaal gedrag is. Totdat er onherroepelijk iets mis gaat.
'Ik heb zelf zo'n indringende vriendschap gekend', vertelt Van der Haar. 'Een jaar of zes waren we zo met elkaar vervlochten. Het was heel mooi en heftig. Maar nadat ik een jaar of zestien was, verloor ik haar uit het oog. Toen ik later op internet naar haar zocht, kon ik niets vinden. Helemaal niets. Was ze geëmigreerd? Dood? En toen nam zij opeens contact op met mij. Ze bleek een andere naam te hebben aangenomen. We spraken af en het bleek gelijk weer zo vertrouwd te zijn als vroeger. Zij was ook niets veranderd.'
Die hernieuwde ontmoeting was de vonk. 'Ik zag daar een verhaal in: wat als je compleet met iemand bent, die totaal uit het oog verliest en elkaar dan weer ontmoet. Niet dat het een autobiografische roman is. Ik wilde er juist een duistere draai aan geven – met een derde meisje erbij die de vriendschap op scherp zet. Het mooie was vooral dat ik gelijk beelden zag. De plassen in hun omgeving. De berm langs de weg, De snackbar. Hoewel het niet echt bestaat, zag ik hun wereld tot in detail voor me.'

Wat Het wolfgetal zo'n mooie leeservaring maakt, is de spanning tussen de onbekommerde naïviteit van de vertelster en de levenswijsheid van de lezer. Zij is zich niet bewust van wat jij zelf al snel begrijpt: dat Vikki, die volledig wordt verwaarloosd door haar fysiek afwezige vader en psychisch afwezige moeder, ziek in haar hoofd is. Zij gaat steeds verder met haar mee, tot aan het punt dat Vikki haar vertelt met welke lelijke jongen ze moet oefenen in neuken. En al die tijd denk je: doe dat nou niet.
'Gezond is de vriendschap niet', erkent Van der Haar. 'Ze kennen elkaar tussen hun elfde en vijftiende. Dat zijn precies de jaren dat je allerlei mechanismen aanleert. Je maakt je eerste hechte vriendschap mee, je zet de eerste stappen op het gebied van de liefde. Als je daarmee allerlei mechanismen hebt aangeleerd, is het moeilijk om ze ooit af te leren. Maar de ik-persoon is zo jong, dat ze daar helemaal niet over nadenkt. Zij weet niet beter dan dat wat Vikki doet normaal is.'
Tegelijk is helder waarom de vertelster zich zo aangetrokken voelt door Vikki. 'Ze komt niet uit een problematisch gezin. Maar haar ouders hebben ook weinig oog voor haar. Zij zijn met hun eigen dingen bezig. De ik heeft behoefte gezien te worden. En dan is Vikki superinteressant. Zij is er altijd voor haar. Zij richt zich zo op haar dat al het andere, zelfs een verzorgpony, moet wijken. Zij zorgt ook altijd voor spanning. Dat is vermoeiend, maar beantwoordt ook naar haar hang voor avontuur.'
En de ouders van de vertelster laten het gebeuren. Zij dringen wel aan op een 'pauze' in wat zij ook wel beschouwen als een verkeerde vriendschap. Zij stimuleren dat de vertelster meer omgaat met een ander meisje uit de buurt. Maar ze zetten nooit door. 'Ze moeten strenger, daadkrachtiger zijn', zegt de schrijfster. 'Ze grijpen wel in, maar het mislukt steeds omdat ze dan weer toestaan dat ze bijvoorbeeld een nacht met Vikki wegblijft. Het lukt pas als ze echt een drastische stap nemen.'

Wat er misgaat en welke stap de ouders zetten, moet niet worden verklapt. Van der Haar geeft in de roman wel hints. De opeenvolging van losse scènes wordt vierhonderd pagina's lang doorbroken door korte fragmenten uit respectievelijk een forensisch rapport en een intake-verslag van een psychodiagnostisch onderzoek – vandaar ook de research naar lijkschouw. Steeds staan er een of twee zinnen op een witte pagina. Dat lijkt overbodig, het verhaal heeft al spanning genoeg van zichzelf. Maar daar blijkt het de auteur niet om te doen.
'Je zit het hele boek heel dicht op de huid van de ik. Die rare, technische, droge taal van die rapporten – die ik heb gemaakt met een echte forensisch arts en psycholoog, om alles zo realistisch mogelijk te laten zijn – vallen daarbij zo uit de toon uit ze even lucht geven. Het boek bestaat ook alleen maar losse scènes. Zo'n fragment geeft dan ook aan: hier komt een sprongetje in de tijd. Die zinnen verwijzen ook naar wat net daarvoor is gebeurd of meteen daarna zal gebeuren. En ik ben verliefd op de taal van die rapporten.'
Het is ieder geval aan de lezer om te oordelen hoe deze keuze werkt. Ook bibliotheekleden, wat ze toch een mooi idee vindt. Want stoffige gebouwen of niet, Van der Haar heeft wél mooie herinneringen aan haar jaren als bibliotheeklid. 'Jarenlang gingen we op vakantie twee weken naar Drenthe. Het hoogtepunt was iedere keer dat we steeds op zaterdag naar de bibliotheek van Dwingeloo gingen om het maximum van zes boeken te lenen. Er was niets heerlijkers dan daar op de zolder van die blokhut met een zak drop te kunnen lezen.'
(Eerder gepubliceerd in Bibliotheekblad nr 5, 2018)