donderdag 10 januari 2019

Uitgeverij Horizon – portret van de Vlaamse uitgeverij van Overamstel (Boekblad)

In minder dan vier jaar tijd heeft Geert Cortebeeck Horizon uitgebouwd tot een uitgeverij van non-fictie die, ondanks de sterke concurrentie, meetelt in Vlaanderen. Hij dankt dat mede aan Overamstel Uitgevers, waar Horizon een imprint van is.

Het was de Vlaamse uitgevers niet ontgaan. Horizon, de Vlaamse imprint van Overamstel Uitgevers, had aan het begin van de Boekenbeurs – de jaarlijkse hoogmis van het Vlaamse boek – drie titels in de (van strips geschoonde) top 20: Mijn kleine oorlog van Rudi Vranckx, Omdat het kan van Eva Daeleman en Asem van Leen Dendievel. Ze feliciteerden er uitgever Geert Cortebeeck van harte mee, vertelt hij met enige trots. Dat had hij binnen vier jaar toch maar mooi geflikt.
De bestsellers geven goed de breedte van het fonds aan. Een bundeling van dagboekfragmenten over dertig jaar verslaggeving aan het front – van de val van de Muur tot het einde van IS-kalifaat – door de verslaggever van de VRT. Het lifestyle boek 'over veerkracht, levenslust en ont-moeten', zoals de ondertitel luidt van Omdat het kan, van een voormalig radio- en tv-presentatrice. Eneen psychologisch boek over angst van een bekende actrice (tegenwoordig te zien in de soap Thuis).
'Alle non-fictie past binnen het fonds', vertelt Cortebeeck. 'Ook sport- en muziekboeken. Als het maar is geschreven door een Belg of een duidelijke link met België heeft, zoals vertaalde boeken over Vlaanderen in de Middeleeuwen en de biografie over Jacques Brel van Olivier Todd. Het enige wat we niet publiceren zijn kookboeken, omdat Carrera die binnen Overamstel uitgeeft. Ze hebben al de Vlaamse Nederlander Sergio Herman, in 2019 volgen bij hen de eerste echte Vlaamse kookboeken.'
Ook moet ieder boek geschikt zijn voor een ruim publiek. Aan uitgeven voor niches doet Horizon, net als andere imprints van Overamstel, niet. En dat blijkt uit de resultaten – niet alleen van dit najaar, maar sinds de start van de uitgeverij. Cortebeeck schat dat ongeveer twee op de drie titels de bestsellerlijst heeft gehaald. 'De best verkopende boeken uit onze nog korte geschiedenis zijn Leven zonder filter van Fleur van Groningen,De Zonnekoning van Johan Op de Beeck en Mijn kleine oorlog van Rudi Vranckx.’

De geboorte van Horizon lag in de vennootschap die Overamstel in 2014 in België oprichtte. Cortebeeck, toen nog uitgever non-fictie van Manteau (WPG Uitgevers België), had via via van de plannen vernomen. Hij zocht daarop contact met algemeen directeur Martijn Griffioen van Overamstel. Omdat het ook toen Boekenbeurs was en Cortebeeck zijn auteurs niet in de steek wou laten, spraken ze in Antwerpen af. Ze waren er snel uit, hij zou een Belgische uitgeverij op de kaart zetten.
 'Ik was altijd al een fan van Overamstel', blikt hij terug in nota bene hetzelfde restaurant waar hij voor het eerst zijn huidige baas ontmoette. 'Hun slogan vat het uitgeefvak perfect samen: We love books, and we love selling them. Ze vielen me in de berichtgeving van Boekblad vaak op als innovatief en vooruitdenkend bedrijf. Ze deden misschien niets revolutionairs dat nergens ter wereld werd gedaan, maar ze bleven – en blijven nog steeds – voortdurend bij de tijd door nieuwe dingen te lanceren met social media, podcasts, noem maar op. Ik was daarom zeer geïnteresseerd in deze uitgeverij.'
Op 1 januari van het jaar erop begon Cortebeeck 'met een blanco blad', zegt hij. Hij kan echter niet ontkennen dat hij toen auteurs belde van wie hij al eerder boeken had uitgegeven bij Manteau. Toen hij drie maanden later met een persbericht naar buiten trad en de eerste titels presenteerde, zat daar bijvoorbeeld een nieuw 'seksboek' van Goedele Liekens bij. Met zijn netwerk als basis stond Horizon meteen op de kaart. De top 20 non-fictie informatief van 2015 telde gelijk twee titels van zijn fonds.
Sindsdien is Horizon ieder jaar gegroeid. Dat laat zich het best illustreren door de gestage uitbreiding van het personeelsbestand. Cortebeeck begon met slechts een redacteur. 'Aanvankelijk deed L&M Books de marketing & sales. Dat was een heel fijne samenwerking, maar Overamstel wil dat zo veel mogelijk in eigen hand houden. Ik vorm nu een klein maar hecht team met Maja Matthys (acquirerend redacteur), Emilie Laddyn (pr & marketing) en Melanie Droessaert (sales). De laatste twee behartigen ook de marketing & sales in Vlaanderen voor de Nederlandse fondsen van Overamstel.'

Maar ook het fonds verbreedt. Dit jaar is Horizon begonnen met fictie. Werd aanvankelijk gezegd dat andere imprints van Overamstel al genoeg literaire en commerciële fictie uitbracht, nu heeft Horizon daar zelf de ruimte voor gekregen – mits, opnieuw, de titels zijn geschreven door een Belg of een duidelijke link met België hebben én een ruim publiek kunnen bedienen. Een van de eerste titels was de verhalenbundel voor de jeugd Alles Kids! van voormalige K3-zangeres Kristel Verbeke.
'De fictie-lijn begon eigenlijk toevallig', vertelt Cortebeeck. 'Ik las begin dit jaar het laatste boek van Jean d'Ormesson. België is nog altijd een tweetalig land, velen spreken goed Frans of zijn zelfs tweetalig opgevoed en dan kijk je nog altijd naar wat er in Frankrijk zoal verschijnt – terwijl Nederland eigenlijk vooral Angelsaksisch is georiënteerd. Een geweldig boek, vond ik, dat in Frankrijk meteen nummer 1 stond en waarvan er uiteindelijk 250.000 exemplaren zijn verkocht. Dat moest vertaald worden.'
Het mooie van Overamstel vindt Cortebeeck dat hij daar zonder dralen ruimte voor kreeg. 'Toen ik dit in Amsterdam in een vergadering vertelde, zei Martijn Griffioen meteen: let's try. Vanwege de Franstalige oriëntatie van België lag het ook voor de hand dat Horizon deze roman bracht en niet Lebowski of Hollands Diep. Misschien had Martijn altijd al in zijn hoofd dat wij na een aantal jaar fictie zouden gaan doen en wachtte hij alleen op het goede moment. Het is typisch voor zijn aanpak: altijd doorbouwen.'
Ik leef altijd van Jean d'Ormesson verscheen inmiddels in september. Met mooie recensies tot gevolg, benadrukt de uitgever. 'Maar deze literaire roman is eigenlijk een beetje een vreemde titel in het fonds. Het heeft niets met Vlaanderen te maken, en ik zal me eerder richten op genres voor een groot publiek. Vooral thrillers, het genre dat ik het beste ken. Bij Manteau heb ik dat ook af en toe uitgegeven. Ik ben dit jaar opnieuw gaan bellen en kom volgend jaar met een paar mooie titels. Nee, ik noem nu geen namen.'

Ondanks de stapsgewijze uitbreiding van het fonds moet Horizon klein van omvang blijven. Een titel of vijfentwintig per jaar, meer wil Cortebeeck niet brengen. Dat betekent: nog scherper kiezen. 'Dankzij de groeiende naam en faam van Horizon heb ik ook de luxe dat auteurs nu bij mij aankloppen. Ik zou makkelijk veertig, vijftig titels kunnen uitgeven. Maar ik moet soms een auteur teleurstellen. Want alleen dan kunnen wij onze belofte aan de auteur waarmaken: wij zijn er voor jou en je boek.'
Die toewijding aan iedere individuele titel is noodzakelijk om daar ook succes mee te hebben, denkt hij. Bij Manteau deed Cortebeeck tot wél veertig titels per jaar. 'Ik heb daar dertien jaar graag gewerkt. Echt. Maar met zulke aantallen kun je een boek niet optimaal begeleiden en is er ook minder ruimte voor ondernemerschap. Concerns willen graag dynamisch en innovatief zijn, maar het is moeilijk dat te realiseren. Bij Overamstel, dat op een onafhankelijke schaal opereert, kan dat wel.'
Hij geeft drie voorbeelden van uitgeven zoals hij voorheen niet kon. 'Rudi Vranckx, las ik, heeft aan het front altijd een boek van Martha Gellhorn bij zich waarin haar beste stukken als oorlogsjournaliste zijn verzameld: The Face of War. Ik dacht: hij doet ook al dertig jaar verslag van conflicten, hij kan ook zo'n boek maken. Rudi bleek dat een goed idee te vinden. Toen hebben wij al zijn boeken en artikelen herlezen. Daar was anders nooit tijd voor geweest. Dan had hij Mijn kleine oorlog helemaal zelf moeten samenstellen.'
Tweede voorbeeld. 'Voor Alles Kids! van Kristel Verbeke zouden we vroeger afhankelijk zijn geweest van de klassieke pr: exemplaren naar de pers sturen en dan maar hopen op recensies en interviews. En misschien een boekvoorstelling. Nu was er ruimte om iets nieuws te proberen: een scholenwedstrijd. Via sociale media werden scholen uitgedaagd om iets te maken met de thema's die zij aansnijdt: een tekst, een liedje, van alles. Het is nog te vroeg om te zeggen wat dat heeft opgeleverd, maar de pers is het zeker niet ontgaan.'
En het derde voorbeeld: Mark De Geest. 'Hij is zo’n auteur die bij ons heeft aangeklopt. Hij had zijn vorig boek bij een concern gepubliceerd, maar was ontevreden dat hij helemaal geen contact met de uitgeverij had. Ja, bij het ondertekenen van het contract en bij het inleveren van het manuscript. Hij vond dat zo jammer. Nu hebben wij in september zijn boek over de Eerste Wereldoorlog uitgegeven: Een dure vrede. Op de Boekenbeurs vertelde hij me opgetogen: jullie waren er wél, in elk stadium van het uitgeefproces.'

Daar staat tegenover dat iedere titel succes moet hebben. Missers kan Horizon zich slechts beperkt veroorloven. Interne kruissubsidiëring is evenmin mogelijk. 'Maar dat geeft niet', relativeert Cortebeeck. 'Ik heb dat nooit een gezonde manier van uitgeven gevonden. Ik kom van oorsprong uit de tv-wereld – de reden waarom ik bij Manteau ook Bekende Vlamingen kon uitgeven. Daar is populariteit helemaal doorslaggevend. Andere uitgeverijen, met andere doelstellingen, moeten maar poëzie publiceren.'
De enige kruisbestuiving waar Horizon aan doet is die tussen Nederland en Vlaanderen, vooral op het gebied van vernieuwende marketing en sales. 'In Nederland gebeuren die vaak eerder. En natuurlijk zijn Nederland en België twee aparte landen met ieder zijn eigen cultuur en eigen boekenmarkt. Denk alleen aan de populariteit van sportboeken in Nederland en die van kookboeken bij ons. Maar als Overamstel succes heeft met bijvoorbeeld podcasts kunnen we dat zeker kopiëren. Wat we hebben gedaan.'
Ook de manier waarop in Nederland de Vlaamse titels van Horizon worden gepromoot bevalt Cortebeeck zeer. 'Ik heb in zeventien jaar in het boekenvak alles al meegemaakt. Een externe partner. Een zusterbedrijf binnen het concern die de marketing en sales doet. Een Belg die vanuit Nederland de titels doet. Maar Overamstel hanteert toch de efficiëntste manier. Per titel wordt gekeken of het geschikt is voor Nederland en zo ja, dan wordt iedere titel ondergebracht bij de Nederlandse collega wiens pr-netwerk het beste aansluit.'
En nee, dan bereikt niet iedere titel de Nederlandse boekhandel. 'Rudi Vranckx komt af en toe ook in Nederland op tv. Johan Op de Beecks werk is ook voor Nederland interessant. Maar Eva Daeleman? In Nederland is al eens een boek verschenen van een Nederlandse presentatrice die de begeerde mediawereld vaarwel zei om tot zichzelf te komen. Nou, prima. Ik ben niet ontevreden met de omzet in Nederland, al is het moeilijk te meten omdat Bol.com hun omzet met onze titels niet splitst naar land.'
'Onze ambitie,' besluit hij. 'is uiteraard om in Vlaanderen én Nederland de verkoopcijfers te blijven verhogen, zonder onze focus op een streng geselecteerd aantal titels door auteurs van eigen bodem te verliezen.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, nov 2018)

zondag 6 januari 2019

Geen enkele roman redt het met één gegeven. Over Connie Palmen (Septentrion)

Een populair idee wil dat de meeste auteurs iedere keer hetzelfde boek schrijven, maar dat uitsluitend echte schrijvers aan een oeuvre werken: een ingenieus, samenhangend bouwwerk waarin het kernthema in iedere roman, verhaal en essay – die natuurlijk voortdurend naar elkaar verwijzen – van een andere kant wordt belicht. Als dat waar zou zijn, geldt dat in extremis voor Connie Palmen, over wie de mythe gaat dat haar afstudeerscriptie de kiem bevat waaruit alle teksten zijn voortgekomen.
Die scriptie heette Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates (1992). Nadat Palmen (Sint Odiliënberg, 1955) al cum laude was afgestudeerd in de neerlandistiek, behaalde ze hiermee de graad van doctorandus in de filosofie. De kern van haar betoog is de theorie dat zelfs iemand als Socrates, die per se niets op schrift wilde vastleggen omdat hij dan verkeerd begrepen kon worden, niet kon ontkomen aan het feit dat anderen over je praten, een beeld van je vormen, hun ideeën op je projecteren – kortom, je een reputatie bezorgen. Dat Socrates weigerde daartegenin te gaan, toen hij er eenmaal van was beschuldigd een slechte invloed uit te oefenen op de Atheense jeugd, kostte hem zijn leven.
Mensen, legt Palmen uit, zijn weerloos tegen de verhalen die over hen de ronde doen. Maar: ze zijn ook niet verantwoordelijk voor die verhalen. Iedereen heeft een publieke naam, die je in de kleine kring van bekenden en kennissen of juist in de grote arena van de maatschappij een zekere roem oplevert, maar die zegt niets over wie je werkelijk bent, maar des te meer over de mensen die over je praten. 'De Palmen waar u het over heeft, daar kan ik niks aan doen', concludeert ze dan ook.
In haar romans speelt die verhouding tussen de valse identiteit, gesymboliseerd door de eigennaam die iedereen kent, en de echte identiteit een rol. Dat gaat van de gevaarlijke aantrekkingskracht van roem op stalkers die menen dat je via televisieoptredens of romans persoonlijk tot je spreken, zoals ze behandelt in Geheel de uwe (2002), tot het onderzoek naar het ware verhaal van misschien wel het meest besproken paar in de literatuurgeschiedenis: de Engelstalige dichters Ted Hughes en Sylvia Plath.
Meteen in de eerste alinea van Jij zegt het (2015) begint Hughes, wiens stem Palmen laat spreken, er al over: 'Voor de meeste mensen bestaan wij alleen in een boek, mijn bruid en ik. De afgelopen vijfendertig jaar heb ik met een machteloos afgrijzen moeten aanzien hoe onze echte levens bedolven raakten onder een modderstroom van apocriefe verhalen, valse getuigenissen, roddels, verzinsels, mythen, hoe onze ware, complexe persoonlijkheden werden vervangen door clichématige personages, vernauwd tot simpele imago's, op maat gesneden voor een sensatiebelust lezerspubliek.'

Vanaf haar debuut De wetten (1991) heeft Palmen zelf in het zenit van de belangstelling gestaan. Beroemd is het verhaal dat de redactie van NRC Handelsblad, het baken van de intellectuele elite in Nederland, te kampen had met een stuk dat uitviel en toen op het laatste moment besloot de lovende bespreking van deze debutant op de voorpagina van de boekenbijlage te plaatsen. Dat stuk bleek het lezerspubliek onweerstaanbaar te prikkelen, binnen de kortste keren was Palmen the talk of the town.
Haar status als Bekende Nederlander werd daarna vergroot door haar relaties. Eerst met de journalist en presentator Ischa Meijer, enkele jaren na diens dood met oud-politicus Hans van Mierlo. Beiden maakte haar ook interessant voor media die doorgaans weinig belangstelling voor literatuur tonen. Bovendien verrichte Palmen onverbloemd zelfonderzoek in haar romans. Marie Deniet, hoofdpersoon vanDe wetten, en Catharina alias Kit Buts, hoofdpersoon van De vriendschap (1995), zijn duidelijk herkenbaar als alter ego's. Het parcours dat Kit aflegt van een ongeïnteresseerd basisschoolkind in Limburg tot leergierige studente in Amsterdam is dat van haar.
Het toppunt van deze lijn in haar oeuvre is I.M. (1998). Aan de hand van haar eigen ervaringen met Meijer, met wie de vonk overslaat als hij haar uitnodigt voor zijn radioprogramma, beschrijft ze de kracht van een verschroeiende liefde tussen een man en een vrouw die vanaf het eerste contact weten voor elkaar bestemd te zijn, en van de altijd aanwezige pijn waartoe dit samenzijn is gedoemd als deze – in dit geval door de dood – wordt verstoord. Velen, zo niet iedereen leest de roman echter als een egodocument. Ook omdat Palmen de eigen namen van haarzelf en de journalist gebruikt.
Daar komt nog bij dat Palmen niets heeft van de typische Nederlander die liever zijn hoofd niet boven het maaiveld steekt en als dat toch gebeurt, zijn prestaties direct relativeert. Palmen laat zich er vanaf haar entree in het publieke domein op voorstaan dat haar roem terecht is. Zij schrijft rijke, gelaagde romans, waarin iedere zin bijdraagt aan de uitdieping van thema en plot. Waarom zou ze daar bescheiden over doen? Ze heeft toch het beste van zichzelf erin gestopt? Het ís nu eenmaal beter dan het gros wat wordt gepubliceerd.
Die trotse, zelfverzekerde houding schemert door in haar stijl. Palmen kan met verbluffend gemak grote woorden inzetten voor essentiële thema's. Ook dat zie je terug in de eerste pagina's van Jij zegt het. Denk vooral aan die zinnetjes die een aparte alinea krijgen. 'Het was echt'. 'Het was zij of ik.' 'In het verslindende geweld dat liefde heet, had ik mijn gelijke gevonden'. Of: 'Haar dood is mijn dood'. Maar het wonderlijke is: het werkt. Omdat de resolute toon gepaard gaat met diepgang en intensiteit vergroot het alleen maar het geloof van de lezer in het verhaal dat hem wordt voorgeschoteld.

Tegen deze achtergrond van oeuvre en persoonlijkheid is het gemakkelijk te denken dat Palmens hele werk draait om dat ene thema van wie je bent in de ogen van anderen. Toch zou je haar romans en essays tekort doen als je ze daartoe zou willen reduceren. Want ging De Wetten, waarin Marie Deniet een rondgang maakt langs zeven mannen (aangeduid als onder meer 'de astroloog', 'de priester' en 'de kunstenaar') niet ook over de zoektocht naar de liefde en een eigen plek als schrijver binnen het literaire landschap?
Misschien is het feit dat haar werk het hele leven omvat, beter zichtbaar geworden sinds Palmen gestopt is om uit haar eigen leven het basisgegeven te putten voor haar literaire experimenten. Lucifer (2007) is een sleutelroman over de componist Peter Schat, wiens vrouw in 1981 tijdens een vakantie in Griekenland onder verdachte omstandigheden om het leven kwam. Jij zegt het is als het ware een vertaling in proza van The Birthday Letters, de gedichtencyclus waarin Hughes vlak voor zijn dood na meer dan vijfendertig jaar het absolute zwijgen verbrak over de zelfmoord van Plath.
In beide gevallen zet ze in met de verhalen die er de ronde doen. Zoals de ik-persoon in Lucifer schrijft zijn die het (plus het feit dat ze bij elkaar opgeteld geen kloppende som opleveren) die haar aansporen om het hoe en waarom van de tragische gebeurtenis tot de bodem uit te zoeken. 'Zonder dat ze het wisten, waren in het afgelopen halfuur de vragen en vermoedens geuit die mij het komende jaar door de tijd zouden leiden. Ik herinner me dat ik op het puntje van mijn stoel zat en geen woord wilde missen van wat er gezegd werd.'
Maar gaat de roman uiteindelijk louter en alleen over de onkenbaarheid van de waarheid achter de verhalen? Allerminst. Zoals de titel aangeeft – een verwijzing naar het gelijknamige toneelstuk van Joost van den Vondel uit 1654 –  gaat het verhaal boven alles over hoogmoedige opstand tegen de machten boven je, het reiken naar het onbereikbare, de onvermijdelijke val. Daarom realiseerde de ik-persoon dat er achter de verhalen over de moord of zelfmoord van Schats vrouw meer schuilde. En zegt ze daar niet ook: 'Sowieso redt geen enkele roman het met één gegeven, of met één idee.'
Hetzelfde geldt voor Jij zegt het. Dat is niet in de eerste plaats een vehikel om de verhouding tussen fictie en werkelijkheid tot op het laatste cijfer achter de komma te meten, maar een onderzoek naar de relatie tussen het verlangen naar de liefde en het verlangen naar de dood. Kan een liefde zo sterk zijn dat hij het verlangen naar de dood opheft? Of roept hij juist het verlangen te verdwijnen op, zo sterk dat je met het afnemen van het verlangen op zoek gaat naar andere, absolutere vormen van verdwijnen?
En dan heb ik nog steeds het gevoel dat ik beide romans tekort doe door ze terug te brengen tot een vermeende kern. Het werk van echte schrijvers – waar Palmen er onmiskenbaar een van is – laat zich niet terug brengen. Want als er iets waar is van het verschil tussen auteurs voor wie het schrijven een kantoorbaan van 9 tot 17 uur is, en auteurs voor wie het schrijven het leven zelf is, dan is het dat hun werk inderdaad een alomvattend bouwwerk is. Alleen niet van één thema, maar van het leven zelf.
(Eerder, in Franse vertaling, gepubliceerd in Septentrion)

woensdag 2 januari 2019

De top 10 van 2018

Ja, het jaar is al om. Toch nog mijn top 10 van 2018 – al was het maar omdat ik die ook heb gepubliceerd in 2012, 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017. Dit jaar las ik relatief veel boeken die al langer geleden zijn gepubliceerd. Dat laat zich aflezen uit deze lijst.

Moedervlekken - Arnon Grunberg
Een andere tongval - Antjie Krog
Foon - Marente de Moor
Het drama van de afhankelijkheid - Connie Palmen
Het bureau - J.J. Voskuil
Tjaikovskistraat 40 - Pieter Waterdrinker

maandag 31 december 2018

Eelco Zuidervaart van Donner (Rotterdam) over classificatiesysteem Thema (Boekblad)

Geen enkele bedrijf in Nederland gebruikt Thema al zo lang als Donner. Aanleiding was de nieuwe website, die uiteindelijk in september 2016 werd gelanceerd. 'Toen ontdekte ik Thema, waarmee je veel specifieker kunt zoeken in een webshop', vertelt mede-directeur Eelco Zuidervaart. 'Ook biedt het mogelijkheden om boeken meer dan een code te geven, zodat het bij geschiedenis én psychologie kan staan. En het is mondiaal uniform, zodat je bij inkoop uit meerdere landen toch dezelfde codering hebt. Het liefst had ik natuurlijk dat er Nederlandse vertaling bestond, maar door die zelf te maken kon ik het Nederlandse aanbod direct integreren met het Engelstalige.'
Zo geavanceerd als Thema in theorie kan zijn, is de indeling van Donner niet. Dan zou Zuidervaart eigenhandig iedere titel apart moeten coderen. 'Ik heb in plaats daarvan de bestaande NUR vervangen door een algemene Thema-code: "730 filosofie algemeen" wordt bijvoorbeeld QD. Voor een beperkt aantal titels ben ik verder gegaan. Om die reden is het commerciële voordeel van Thema nog beperkt. Het is echt wachten tot de uitgevers de Nederlandse vertaling hebben gemaakt met specifieke Nederlandse qualifiers.'
En dan nog is het afwachten of uitgevers het echt gaan gebruiken. 'Uitgevers geven graag NUR-code 302 aan een boek: algemene non-fictie', zegt hij. 'Lekker makkelijk, en commercieel interessant. Maar dan schiet coderen zijn doel voorbij. In de winkel kan de boekverkoper bij binnenkomst van een boek makkelijk bepalen in welke kast het thuishoort. Maar voor online verkoop is dat een ramp. Ik wil me er daarom – zodra de verbouwing van Donner achter de rug is – voor inzetten dat uitgevers Thema echt gaan gebruiken zoals het is bedoeld.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, nov 2018)

zondag 30 december 2018

Ruben Burbach van Bol.com over classificatiesysteem Thema (Boekblad)

Bol.com gebruikt het Nederlandse NUR en het veel specifiekere Amerikaanse BISAC om het aanbod te sorteren. Toch schiet dat te kort, vindt Ruben Burbach, Senior Productspecialist Boeken. 'Een reisgids van Zwitserland heeft een eigen BISAC-code. Dan staan er bij de suggesties voor meer aankopen: andere reisgidsen van Zwitserland. Niet veel mensen willen een tweede reisgids voor hetzelfde gebied hebben. Veel liever zouden we romans tonen die zich in Zwitserland afspelen of geschiedenisboeken over Zwitserland; relevante, verrassende aanbevelingen waar de klant echt mee geholpen is.'
De combinatie van onderwerp en qualifier van Thema maakt dit mogelijk. 'Daarnaast is het een internationale standaard waar je een schier oneindige lijst lokale onderwerpen aan kunt toevoegen: Sinterklaas, Watersnoodsramp, Leidens ontzet, noem maar op. NUR noch BISAC voorzien daar in. Thema heeft zelfs een eigen code gegeven aan Shakespeare omdat er zo veel verschillende boeken over hem verschijnen in zo veel verschillende genres. Zoiets zou bijvoorbeeld ook voor Nederlandse iconen als Rembrandt en Van Gogh kunnen.'
Burbach – lid van de werkgroep Metadata van CB – werd zo'n anderhalf jaar geleden via een collega geattendeerd op Thema. 'Het werd toen nog niet door veel landen gebruikt, maar ik had wel al snel het gevoel dat dit de internationale standaard kon worden die we willen hebben. In Nederland en wereldwijd. Ik ben me er toen hard voor gaan maken in de werkgroep – ook al hadden we nog maar kort geleden BISAC ingevoerd en weet ik dat het niet zo simpel is als het lijkt om redacteuren de opdracht te geven weer een nieuwe codering aan boeken te geven.’
Burbach is blij dat de vertaling van Thema bijna klaar is. 'Wij staan in de startblokken. Zodra de Nederlandse versie beschikbaar is kunnen we de zoekfilters verfijnen. Deze helpen bij het browsen en het maken van selecties, zodat klanten sneller bij het juiste boek uitkomen. Technisch is dat niet zo moeilijk. Simpel gezegd: het systeem haalt de codes niet meer uit het bakje NUR of BISAC, maar uit het bakje Thema. Dat is de enige aanpassing.’
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, dec 2018)

zaterdag 29 december 2018

Karen Ekker van reisboekhandel Pied à Terre over classificatiesysteem Thema (Boekblad)

Als je het dan toch doet, moet je het zo goed mogelijk doen. Toen Paul Vigeveno in 2017 Pied à Terre overnam en de tien jaar oude webshop op de schop moest, wilde de reisboekhandel in Amsterdam een site die de klant perfect naar het aanbod gidste dat hij zocht. 'Zo werd ik op mijn zoektocht al snel verwezen naar Donner, dat Thema al gebruikte. Mijn geloof in dit classificatiesysteem werd gauw zo groot dat wij niet wilde wachten tot de branche er klaar voor was', zegt Karen Ekker van KE Projectorganisatie die voor de winkel dit project leidt.
Vergelijk de NUR-codes met Thema, zegt zij. 'De NUR heeft acht geografische codes. Dat betekent dat een reisgids voor Ibiza in dezelfde categorie komt als die voor Noorwegen. Ook een systeem als het Britse BIC gaat niet zo ver als Thema. Bovendien beperken nationale classificatiesystemen je enorm als je met een internationaal aanbod van boeken en kaarten werkt. Thema heeft via de qualifiers 3000 geografische aanduidingen. Dat betekent dat je nu op onze site kunt filteren op gebied: continent, land, streek, plaats. En andersom: als je naar de Vogezen gaat, kun je zien wat er allemaal over die streek beschikbaar is: reisgidsen, wandelkaarten, campinggidsen, reisliteratuur en meer.'
Pied à Terre heeft daarvoor van 60.000 producten handmatig de Thema-codering aangebracht. Dat hoefde niet één voor éen. Dankzij enkele voorselecties op basis van de Engelse BIC-codes en eigen rubriceringen kon het aanbod in logische groepjes worden gehercodeerd. Maar een enorme klus was het wel. 'Tegelijk valt het mee', zegt Ekker. 'Omdat wij een gespecialiseerde winkel zijn gebruiken we  "maar" 200.000 Thema-coderingen/combinaties – van de vier triljoen mogelijke combinaties. Plus nog eens 100.000 eigen coderingen/combinaties die je via de letter Z kunt maken.'
Het is de winkel in ieder geval waard. 'Wachten op de officiële Nederlandstalige Thema-coderingen zou te lang duren. Die zou eerst afgelopen april al klaar zijn, maar hij is er nog steeds niet. Nu zijn wij de enige winkel die het assortiment reisboeken en -gidsen via Thema zo gespecifieerd kan aanbieden. En als de officiële codering er is, kunnen wij aanpassingen doorvoeren als het verbeteringen betreft. Dat is niet zo erg, we zijn erg flexibel met onze site. Wij geven, sowieso elk nieuw binnengekomen product Thema-codes mee. Een mogelijke hercodering kan in deze routine worden meegenomen.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, nov 2018)

vrijdag 28 december 2018

Exit NUR, enter Thema – het boekenvak krijgt nieuw classificatiesysteem (Boekblad)

Exit NUR, enter Thema. Het Nederlandse classificatiesysteem is verouderd nu het aanbod exponentieel is toegenomen. De nieuwe, slimme internationale standaard Thema stelt uitgevers in staat om veel specifieker te classificeren. CB biedt vanaf volgend jaar de mogelijkheid om Thema-codes in te voeren. Donner en Pied à Terre werken er al mee, Bol.com staat in de startblokken.

De roep is de afgelopen jaren harder gaan klinken. Er moeten kinderboeken zijn waarin de hoofdrol is weggelegd voor anderen dan blanke jongens en meisjes die opgroeien in een wereld van Sinterklaas, boerenkool en schaatsen. Ook kinderen met een niet-Westerse achtergrond moeten zichzelf in boeken tegenkomen om plezier in lezen te krijgen, hun plek in de wereld te vinden, en te leren hoe zich daartoe te verhouden. 'Het zijn er misschien niet veel', vertelt Susan Breeuwsma, hoofd platform business development van CB, 'maar die boeken bestaan wél. Het probleem is dan eerder: hoe vind je die boeken?'
Ga maar zoeken op Bol.com, de webwinkel met waarschijnlijk de meest geavanceerde zoekfunctie. De categorie 'kinderboeken & jeugdboeken' geeft op moment van schrijven niet minder dan 829.880 titels. Je kunt specificeren op leeftijd, type boek (prentenboek, zelfleesboek etc.), nieuw verschenen titels, de bestverkochte titels, taal, AVI-niveau, uitvoering (papier of digitaal), verkoopprijs. En een vijftigtal verschillende onderwerpen: van 'actie & avontuur' tot 'western'. Maar of de hoofdpersoon Ghanese roots heeft, het verhaal zich afspeelt in de Bijlmer of ingaat op thema's gerelateerd aan migratie? Nee dus.
'Hier zou het nieuwe internationale classificatiesysteem Thema een geweldige rol kunnen vinden', zegt Breeuwsma. 'Als dat systeem is ingevoerd, kan de consument alle kinderboeken bij elkaar vinden die iets met Ghana, de Bijlmer of migratie als thema hebben. Of verschillende combinaties daarvan.'

Thema is de opvolger van de Nederlandstalige Uniforme Rubrieksindeling (NUR). Hoewel de NUR nog maar in 2002 werd ingevoerd, is het classificatiesysteem verouderd. De voornaamste reden daarvan is de gigantische toename van het aanbod. Boeken blijven als e-boek of, dankzij printing on demand, als fysiek boek in theorie tot in de eeuwigheid leverbaar. Selfpublishing is goedkoop en gemakkelijk geworden. En uitgevers bieden hun titels steeds vaker over de grens aan. Dat vereist een veel verfijnder systeem.
Kijk naar het gigantische aanbod 'kinderboeken & jeugdboeken' op Bol.com. Of – het voorbeeld dat Breeuwsma geeft – het aanbod onder NUR 302: vertaalde literaire roman of novelle. 'In de e-commerce vindt een consument tienduizenden titels. Maar wat weet hij over de onderlinge verschillen? Niets. De NUR wordt ook niet meer onderhouden. De recentste lijst dateert van 2011. Het gremium dat sprak over nieuwe categorieën, komt niet meer bij elkaar. Kijk alleen naar de NUR-codes voor educatie. Je ziet meteen dat de wereld is veranderd, maar de NUR niet.'
Het idee is dat de retail hierdoor verkopen mist. Niet alleen omdat de klant moedeloos om de enorme keuze in zijn webwinkel het erbij laat zitten, maar ook omdat de boekverkoper in de fysieke boekhandel zijn klanten niet optimaal kan bedienen. Bij een zo groot aanbod schiet de titelkennis van iedere medewerker per definitie tekort. Hoeveel gemiste verkopen worden gemist, valt onmogelijk te berekenen. Maar indirect kan Breeuwsma wel aantonen hoe belangrijk vindbaarheid is.
'De data scientists van CB proberen, in het kader van een ander project, de levenscyclus van een boek te voorspellen. Ze hebben daarom eerst grafieken van de levenscyclus van eerder verschenen boeken in verschillende clusters weergegeven. In alle grafieken die ik onder ogen heb gekregen, van welk cluster boeken ook, zie je de verkoop al na twee weken inzakken. Ofwel: de periode waarin een boek het moet doen, is extreem kort. Voor de meeste boeken te kort om de kosten terug te verdienen. Tegen de achtergrond van een markt die slechts licht stijgt, moeten uitgevers alles doen om ook meer te verkopen uit de longtail. Daarvoor dient de vindbaarheid optimaal te zijn.'

Thema is bedacht door Editeur, een standaardenorganisatie voor de boekenbranche die meewerkte aan de ontwikkeling van ePub en het digitale communicatieprotocol Onix beheert. De basis van Thema is het Engelse classificatiesysteem BIC. Daar werd steeds een land aan toegevoegd, waarbij ieder land lokaal relevante categorieën aan kon dragen, die vervolgens in alle aangesloten talen zijn vertaald. Versie 1.0 uit eind 2013 was al beschikbaar in meerdere talen, de recentste versie 1.3 van april dit jaar bestaat in 15 talen, waaronder Arabisch, Deens, Frans, Duits, Hongaars en Italiaans.
Thema bestaat uit drie delen: een onderwerp, een qualifier en een nationale extensie. Het onderwerp is vergelijkbaar met de huidige NUR. F is dan 'fictie', FL 'science fiction' en FLR voor 'militaire science fiction'. Een qualifier is nog het best te vergelijken met een trefwoord die je aan het onderwerp toevoegt. Er zijn zes soorten qualifiers: locatie, taal, periode, educatief doel, interesse (zoals vakantie of een bepaald feest) en stijl. Zo wordt FL+1DDN science fiction die zich in Nederland afspeelt. En als je daar een nationale extensie aan toevoegt kun je dat specificeren tot wáár in Nederland. Ook typische Nederlandse dingen als Sinterklaas en Elfstedentocht krijgen een nationale extensie.
De kracht van Thema zit hem in de combinatie van 2970 onderwerpen en qualifiers. Er zijn 3016 plaats-, 278 taal-, 211 periode-, 369 educatief doel-, 126 interesse- en 174 stijl-qualifiers. Dat betekent dat er zonder nationale extensies in theorie circa vier triljoen (!) aparte categorieën mogelijk zijn. Daar kun je interessante dingen mee doen. Denk aan een boekhandel of bibliotheek die, inspelend op de actualiteit, een thematafel wil maken. Ook met een assortiment van tienduizenden verschillende titels heb je in een handomdraai een overzicht van alle aanwezige titels die te maken hebben met vlinders, Thailand of badminton. Of denk aan Gfk, die bij zijn bestsellerlijsten gebruik maakt van de NUR-codes. Ook die lijsten kunnen veel specifieker worden.

Nederland haakt – behoudens enkele uitzonderingen (zie de komende dagen) – relatief laat aan op Thema. Dat komt deels omdat er geen NUR-werkgroep meer was. Op verzoek van een aantal retailers en uitgeverijen heeft CB de trekkende rol gepakt. De uitgevers waren echter verantwoordelijk voor de vertaling. Inmiddels heeft de Groep Algemene Uitgevers (GUA) de onderwerpen en qualifiers in het Nederlands vertaald en overgedragen ter controle aan MVW (Media voor Vak en Wetenschap). 'Vertalen is moeilijker dan het lijkt. Neem het recht: daar gaat het om zulke specifieke, Nederlandse vaktermen.'
Maar: het moment van introductie is nabij. De vertaling is bijna af. CB begint daarop in het eerste kwartaal van volgend jaar met de bouw van de benodigde software. Thema komt dan beschikbaar via CB Online, Onix en mijnisbn.nl. Uitgevers zullen ook via een nieuw te ontwikkelen tool geholpen worden de meest geschikte Thema-coderingen voor hun uitgaven te kiezen. 'Vervolgens moeten uitgevers en retailers – op een voor hun opportuun moment – hun ERP-systemen aanpassen', vertelt Breeuwsma.
En dan is het zaak dat Thema daadwerkelijk gebruikt gaat worden. Dat valt blijkens ervaringen uit andere landen niet mee. Overal worstelen lokale organisaties om Thema van de grond te krijgen. 'Ik begrijp dat wel. Redacteuren zitten niet te wachten op nog meer werk. Daarom werken we aan die tool om het de uitgeverijen zo makkelijk mogelijk te maken. We zijn inmiddels gestart met een proof of concept om te onderzoeken hoe dit het beste kan werken voor uitgevers. Ook boekhandels zullen moeten nadenken hoe ze via hun systemen de voordelen van Thema kunnen benutten en titels echt goed vindbaar kunnen maken.'
Toch lijkt de doorbraak van Thema onafwendbaar. Grote partijen als Amazon werken er al mee. Ook Apple is gestart met het gebruik voor hun iBookstore. Voorlopig alleen met het eerste deel van Thema: het onderwerp. Uitgevers zullen uiteindelijk moeten volgen om hun uitgaven in deze winkels te kunnen verkopen. En dan verspreidt het gebruik zich vanzelf wereldwijd over het hele boekenvak. 'Overigens zullen de NUR en de BISAC voorlopig nog niet van het toneel verdwijnen', zegt Breeuwsma. 'Beide zullen nog geruime tijd parallel aan Thema gebruikt worden, tot ze echt niet meer nodig zijn.'
(Gepubliceerd in Boekblad magazine, nov 2018)

dinsdag 25 december 2018

Tiptoe Print wil aanbod vertaalde prentenboeken vergroten (Boekblad)

Waarom verschijnen zo veel schitterende prentenboeken niet in het Nederlands? Met die gedachte richt Patrick Jordens Tiptoe Print op. Dankzij crowdfunding en het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) verschijnen in mei de eerste twee titels.

Tiptoe Print moet een hiaat opvullen die Jordens ervaart als hij in boekhandels door het aanbod prentenboeken struint. In Brussel, waar hij woont en werkt bij een kunsteducatieve organisatie, stuit hij in Franstalige boekhandels voortdurend op titels die nooit worden vertaald. Als recensent jeugdliteratuur van De Morgen had hij op de Fiera Internazionale del Libro per Ragazzi (Bologna) en de Salon du livre (Montreuil) dezelfde ervaring. Hij voelde een sterke drang om die prachtige boeken dan maar zelf in Nederland en België uit te brengen. 
Er zijn veel goede prentenboeken van eigen bodem, erkent Jordens. 'Toch hoop ik dat Tiptoe Print een verschil kan maken. Ik wil een frisse wind in het aanbod binnenbrengen: met verhalen, een sfeer, een meer poëtische beeldtaal, een manier van naar de wereld kijken die nu nog ontbreken in het aanbod. Ik wil daarmee ook de diversiteit verbreden door andere personages en andere blikken op de maatschappij te brengen. Het is vergelijkbaar met wat het Nederlandse Boycott Books doet, die in dezelfde vijver vist en kennelijk óók vindt dat het aanbod kan worden aangevuld.'
De naam van de uitgeverij verwijst naar het type boeken dat Jordens wil brengen. Boeken die lezers uitnodigen om op de toppen van hun tenen te staan, omdat ze op een of andere manier uitdagend zijn. 'Maar ook dat ze je doen groeien als mens. Of, zoals iemand me vertelde, dat je op je tenen gaat staan om over het muurtje te kijken en je horizon te verbreden. Dat het Engelstalige naam is, is bovendien handig voor iedereen die het Nederlands niet machtig is met het oog op internationale samenwerkingen.' 
De nieuwe uitgeverij begon dit najaar met de zoektocht naar een basisfinanciering. Eerst kreeg het van het VFL een zogeheten impulssubsidie van 7.000 euro. Eind oktober volgde een crowdfundingscampagne via het platform Growfunding. Na een maand werd het streefbedrag van 7.500 euro gehaald. Daarmee kon Tiptoe Print de eerste twee titels op de markt brengen. Alles wat nu nog wordt binnengehaald – de campagne loopt nog door tot in januari – is een mooie bonus die Jordens ook in de uitgeverij steekt.
Omwille van het systeem van aanbiedingen kunnen beide titels pas over een half jaar verschijnen. Bovendien moet Jordens nog een organisatie contracteren die voor hem in Nederland en Vlaanderen de marketing en sales verzorgt, al heeft hij al vergaande contacten. Welke titels Tiptoe Print brengt, houdt hij nog voor zich. 'Kiezen viel nog niet mee. Er is zó veel moois en daar dan niet meer dan twee titels uitkiezen, die perfect zijn op gebied van de relatie tussen tekst en beeld, de thematiek en wat ik een "soort warmte" noem. Het zullen hoogstwaarschijnlijk twee titels uit Scandinavië worden.' 
Jordens hoopt van beide titels zo veel exemplaren te verkopen dat hij met de opbrengsten de volgende twee titels kan voorfinancieren, die in dat geval in de herfst zullen verschijnen. Uiteindelijk mikt hij op vier à vijf titels per jaar. Hij is dan ook niet van plan zijn baan op te zeggen. Wel hoopt hij over drie jaar aan de uitgeverij wat te kunnen verdienen. 'Ik betaal mezelf nu nog niet uit. Ik doe dit vooral uit passie. Beschouw het als een uit de hand gelopen hobby. Maar ik hoop natuurlijk wel dat deze uitgeverij kan groeien.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 21 dec)

zondag 23 december 2018

Tim van den Hoed van De Utrechtse Boekenbar blikt terug op zijn eerste jaar (Boekblad)

Tim van den Hoed viel al op met de crowdfundingscampagne die hij vorig jaar was gestart voor de Utrechtse Boekenbar. Sinds hij ook in het panel van De Wereld Draait Door zit, is de aandacht geëxplodeerd. De boekhandel annex koffiehuis vaart er wel bij.

Veel boekhandels hebben een koffiehoek. Van een leestafel met koffiezetapparaat tot volwaardige lunchrooms. Maar hoe groot het ook is geworden, het blijft iets ernaast. Doorgaans in letterlijke zin: als de horeca ook maar iets voorstelt, houden boekverkopers dat strikt gescheiden van de kostbare winkelvoorraad. Van de stapels bestsellers tot de tafels met luxe kunstboeken: ze zouden vies kunnen worden van gemorste koffie of geknoei met broodjes.
Tim van den Hoed wilde dat niet. In de Utrechtse Boekenbar, waarvoor de geboren en getogen Utrechter twee jaar geleden het concept bedacht, moesten boekhandel en koffiebar gelijkwaardiger zijn. Boeken staan bij hem op één, maar hij wilde niet slechts een zithoekje waar mensen kort hun aankoop zouden doorbladeren, maar een volwaardige ontmoetingsplek die aantrekkelijk genoeg was om klanten te trekken die niet per se interesse in boeken hebben. Een plek ook die door een veelheid aan evenementen zou bruisen.
Een jaar na de opening is duidelijk dat het hem is gelukt. De boekenkasten en -tafels en koffietafels, allen van hetzelfde industrieel ogende blanke hout gemaakt, zijn volledig geïntegreerd in de bescheiden winkel aan de Westerkade. Je kunt je perfect voorstellen dat Van den Hoeds klanten hun gesprek onderbreken om het boek dat naast of achter hen ligt – nagenoeg allemaal frontaal gepresenteerd – erbij pakken omdat het hun oog heeft getrokken. En het wellicht aan te schaffen.
De inrichting schept daarbij een sfeer dat het midden houdt tussen een huiskamer in retrostijl en een hip, grootstedelijk koffiebarretje dat alleen de locals kennen. Overal staan groene planten in sobere terracottakleurige potten. Midden in de winkel staat een pick-up die regelmatig wordt gebruikt. Aan de muur hangt steeds wisselende schilderijen, foto's, tekeningen en andere grafiek die allemaal te koop zijn, net als de hebbedingetjes die her en der verspreid staan.
En het geknoei? 'Dat valt enorm mee', zegt Van den Hoed. 'Het was natuurlijk een risico, dat weet ik ook wel. Maar pas na een jaar heeft er voor het eerst iemand koffie gemorst. Het was toen ook vol. Ik had twee klassen van de HKU over de vloer, die de opdracht hadden om bij mij een boek uit te zoeken op basis waarvan ze later zelf een cover gingen ontwerpen. De student die had geknoeid heeft het toen meteen gekocht, dus het liep wel los met de schade die ik ervan had.'

Het idee voor De Utrechtse Boekenbar deed Van den Hoed op toen hij bij Bol.com werkte. De zoon van een journalist en fotograaf was zelf ook opgeleid als journalist en had korte tijd voor de Vara Gids gewerkt toen een vriend hem na het einde van zijn contract bij de omroep wees op een baantje bij de webwinkel. Redacteur boeken en productspecialist internationale boeken heette zijn functie. Omdat hij was opgegroeid tussen goedgevulde boekenkasten leek hem dat wel wat.
Bij Bol.com besefte hij dat hij verder wilde in de boeken. Alleen: niet op die manier. 'In de praktijk had ik veel minder met boeken te maken dan ik dacht', vertelt hij. 'Ik heb wel veel Excel-sheets gezien. Het leukste was dat ik heb geholpen met het opzetten van hun online magazine. Ik heb daar veel schrijvers voor geïnterviewd, recensies geschreven en dergelijke. Maar iedereen haalt daar een kick uit zo veel mogelijk verkopen. Ik niet. Ik ben niet zo commercieel, ik ben meer begaan met het product zelf.'
In zijn winkel moest het assortiment juist wel de basis zijn. De Utrechtse Boekenbar mag dan een even persoonlijke als uitgekiende mix bieden van met name literatuur, kunst- en fotoboeken, maar als je goed kijkt uiteindelijk bijna alle genres, wat het aanbod vooral bij elkaar houdt is de kwaliteit van de uitvoering. Van den Hoed verkoopt mooie boek – met uitzondering misschien van dat ene kastje waar hij bestsellers van het slag Judas verkoopt voor het geval er vraag naar is.
'Ik moet me enorm beperken', vertelt Van den Hoed, 'maar dat gaat me vrij makkelijk af. Ik doe het vooral op gevoel. Als iets heel mooi is, leg ik het gewoon neer. De leeservaring begint immers met de eerste indruk die je krijgt als je een boek ziet liggen en oppakt. Van een uitgeverij als Das Mag koop ik bijvoorbeeld alles bijna blind in, omdat zij juist zo veel aandacht hebben voor hoe het eruit is, ook al hebben zij ook een kinderboek en een sportboek uitgegeven.'
Toch heeft Van den Hoed juist bij Bol.com de noodzakelijke trucjes geleerd om boeken te verkopen. Want met alleen de mooiste boeken neerleggen red een boekhandel het niet, zoveel weet hij ook wel. 'Het is misschien niets bijzonders wat ik er heb geleerd, maar wel belangrijk. Dat je ook kunt luisteren naar de klant en kunt inspelen op zijn behoeften. Of al die dingen die je kunt doen om de klant meer te laten kopen dan hij van plan was: van promotieacties tot kassakoopjes.'
Ook beseft hij des te beter hoe hij zich kan onderscheiden van internetboekhandels. 'Bij Bol koop je als je gericht iets wil hebben en het snel of makkelijk in huis wil hebben. Voo inspiratie ga je naar de boekhandel. Dan moet je er dus voor zorgen dat je boekhandel daar gelegenheid toe biedt. Door de sfeer, door de evenementen. Maar ook door bijzonder aanbod. Zo heb ik independent magazines, Japanse kunstboeken en flipbooks die je online niet kunt vinden.'

De Utrechtse Boekenbar begon in het voorjaar van 2017 met een crowdfundingsactie via het platform CrowdAboutNow. Dat was niet in de eerste plaats bedoeld om bij de start een groep toekomstige klanten warm te maken. Nee, Van den Hoed zou nooit de benodigde 50.000 euro bij elkaar brengen om zijn plan te realiseren als hij bij een bank aanklopte. Het was evidente financiële noodzaak. Maar ondertussen leverde de actie de winkel natuurlijk wel zijn eerste fans op.
'Eigenlijk heb ik vanaf het begin aanloop gehad', zegt hij. 'Van mensen uit de buurt tot jongeren die niet veel lezen en dan terugschrikken voor het enorme aanbod van Broese. De Nederlandse literatuur liep het best. Kunst- en kookboeken gaan minder hard, maar lopen ook goed door. Vooral evenementen geven een boost. Nadat we in juni Hotel Dorado van Pepijn Lanen en Floor van het Nederend bij ons presenteerden, werd dat onze bestverkochte titel van het eerste jaar.'
Het eerste halfjaar keerde Van den Hoed zichzelf geen salaris uit. 'Ik hoef er niet rijk van te worden, ik kan me nu alles veroorloven wat ik nodig heb. In het begin moest ik ook erg wennen aan de afwisseling van goede en slechte dagen. Ik kon echt op mensen zitten wachten. Duurde het te lang, dan raakte ik in paniek. Ik weet dat ik langzamerhand een vast publiek heb. Ik heb er vertrouwen in. De zomer was weliswaar slap, ook omdat ik twee weken dicht was, maar september werd de beste maand.'
Zeker sinds zijn toetreding tot het boekenpanel van De Wereld Draait Door heeft De Utrechtse Boekenbar de wind mee. Waarom hij was gevraagd een screentest mee te doen, weet hij niet – misschien omdat hij in de lokale en landelijke media was opgevallen met zijn crowdfundingsactie. Maar hij nam de kans dankbaar aan. Na een aantal pitches verspreid over meerdere rondes, deels met boeken die de redactie had aangedragen (President Vermist van James Patterson en Bill Clinton), werd hij uitverkozen.
'Ik wist het al in juni, maar ik mocht niemand wat zeggen. Toen we eind september voor het eerst op tv waren, was het zelfs voor mijn beste vrienden een verrassing. Maar daarna werd ik zó veel aangesproken. Door lokale media, maar ook door vaste klanten die soms met een cadeautje aan kwamen zetten. De dagen na de eerste uitzending verkocht ik veel van het Boek van de maand – Zomervacht van Jaap Robben – en het boek dat ik zelf presenteerde, van Ottessa Moshfegh.'

De basis van De Utrechtse Boekenbar is daarom na een jaar gelegd. Het concept staat, het assortiment raakt steeds meer verfijnd en de klanten weten de winkel – mede door Van den Hoeds recent verworven status als Bekende Boekenvakker – te vinden. Nu is het zaak het bedrijf uit te bouwen. Hij zet daarbij vooral in op de uitbouw van het aantal evenementen, in samenwerking met uitgeverijen en de vele culturele organisaties die Utrecht rijk is.
Van den Hoed heeft daarvoor een prachtige locatie die hij bij zijn winkel erbij kreeg: een werfkelder. Via een luik in de vloer van de winkel loop je zo omlaag naar de aan de Vaartse Rijn gelegen ruimte. Laag, donker, vochtig, maar ook gemakkelijk bijzonder sfeervol te maken. De klapstoelen staan er permanent klaar. 'Ik wist aanvankelijk niet zo goed wat ik ermee moest. Ik dacht natuurlijk wel aan evenementen, maar pas toen ik ermee begon, realiseerde ik me hoe geschikt hij ervoor is.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad magazine, nov 2018)

woensdag 19 december 2018

Mathijs Deen: 'Over oude wegen' en 'De wadden' (Ons Erfdeel)

Op reis gaan begint tegenwoordig met het aanzetten van de routeplanner. Binnen enkele seconden weet je welk traject je moet afleggen om naar je afspraak of vakantiebestemming te rijden. Je kunt zelfs kiezen voor de snelste, kortste of mooiste route. En niet alleen dat. De computer weet, rekening houdend met de recentste file-informatie, tot op de minuut nauwkeurig hoe laat je arriveert. Als de omstandigheden daar aanleiding toe geven, worden de route en tijd van aankomst voortdurend bijgesteld.
De struikrover Bulla de Gelukkige zou wel raad hebben geweten met zulke reizen ontdaan van omleidingen of vertragingen. Al in het eerste decennium van de derde eeuw maakte hij dankbaar gebruik van de voorspelbare reisschema’s die de op dat moment al eeuwenoude Via Appia mogelijk maakte. Zijn bende wachtte niet passief achter de bosjes langs de weg op passanten. Nee, zijn mensen gingen actief op zoek naar informatie. Wist hij wie er uit Rome vertrok, dan wist hij ook wanneer die persoon waar zou zijn.
“Een eenvoudige rekensom voorspelde hoeveel dagen een reis in beslag zou nemen”, schrijft Mathijs Deen in Over oude wegen. “Een senator, een pretor, een hofdichter, een patriciërsvrouw met haar kleine hofhouding, het was geen geheim welke route ze zouden nemen om op hun buitenplaats te komen, hoeveel tijd dat in beslag zou nemen, op welke rustplekken ze onderweg zouden neerstrijken, in welke badhuizen ze zouden bijkomen van de reis, op welke dag, op welk uur.”
De reisgewoonten van die dagen zonder Aree di Servizio langs de Via Appia maakten het zelfs nog makkelijker. “Winter of zomer, onder regen of onder een brandende zon: bodes te paard galoppeerden de reizigers vooruit, om met brieven de stadsbestuurders onderweg en het personeel en de slaven in de villa’s op de hoogte te brengen van de precieze data en tijdstippen van de komst van de heer of zijn vrouw. Met gevolg. En entourage. En tal van waardevolle spulletjes en geld.”

Het is een van de inzichten die Mathijs Deen biedt in Over oude wegen. Elke route is ooit door iemand voor het eerst afgelegd. En iedereen die na de pionier kwam, heeft er vervolgens aan bijgedragen om de weg te verbeteren, zodat je nu sneller, veiliger en makkelijker op je plaats van bestemming aankomt. Waarbij iedere verbetering ook een nadeel met zich meebracht. Achttien eeuwen geleden was dat het gevaar van geraffineerdere overvallen. Wat zou anno 2018 het nadeel van de voorspelbaarheid zijn?
Ieder hoofdstuk geeft zo historische diepte aan een aspect van het reizen over Europese wegen. Neem het besef dat je niet alleen je bagage bij je had, maar ook je ideeën, religies, gewoontes, smaken. Aan de hand van Jacob Barocas, een Joodse vluchteling uit het Iberische schiereiland, beschrijft Deen minutieus hoe met hem het vernieuwende toneelwerk van Lope de Vega meereisde naar Amsterdam en daarna naar Stockholm, zodat ook in Nederland en Zweden het theater een revolutie onderging.
Of de notie dat ook voor verkeersregels geldt dat de put pas wordt gedempt als het kalf is verdronken. Vanaf het moment dat er auto’s waren, namen ze de weg als alle koetsen, paarden en voetgangers tot dan toe: zoals het hun uitkwam. En het liefst zo snel mogelijk. En dus waren er, rond de overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw, races die vroeg of laat uitliepen op zulke dodelijke ongelukken dat de overheid maatregelen moest nemen om het gebruik van de weg te reguleren.

Met deze brede benadering van het onderwerp is Over de wegen een pendant van De wadden. Dat was in 2013 Deens eerste non-fictieboek, waarmee de Nederlandse schrijver en radiomaker – terecht – doorbrak naar een groot publiek. Nadat hij met zijn romans en verhalenbundels, waaronder de zeer korte verhalenbundel Brutus heeft honger (in 2012 op de longlist van AKO Literatuurprijs), lange tijd in de marge van de literatuur was verbleven, wist hij van De wadden intussen al 25.000 exemplaren te verkopen.
Het verschil tussen beide boeken is de focus. Waar Over oude wegen de geschiedenis van een beweging beschrijft, zet De wadden juist het zoeklicht op één vaste plaats. Maar de overeenkomsten zijn aanzienlijk groter. In beide gevallen deinst Deen terug voor de grote lijnen en de opsommingen van oorzaken en gevolgen. In plaats daarvan beschrijft hij steeds hoe mensen de geschiedenis die zij maakten of ondergingen hebben ervaren. Mensen als Bulla de Gelukkige, Jacob Barocas of autoracer Charles Jarrott.
Deen doet dat met buitengewoon veel inlevingsvermogen. Dankzij zijn taal, rijk aan adjectieven, voel je werkelijk hoe het was om – ik beperk me hier tot voorbeelden uit De wadden – in de eerste eeuw na Christus door het ontoegankelijke waddengebied vol slikken en schorren te trekken, op zo’n afgelegen plek te worden geconfronteerd met een andere, protestantste manier om God te eren, of tot de eerste generatie te behoren die de zee niet ziet als een verwoestend monster maar als plek van rust en recreatie.
Je hebt voortdurend de neiging de weelderige zinnen te citeren die zo beeldend een sfeer oproepen. “De wereld die [Plinius] nu binnenvoer, met zijn onduidelijke, lage horizon, en overal wisselend licht en hemel en wolken, die wereld was troebel en grijs, en zijn fijnzinnige mediterrane neus rook modder en zout en rotting. Dus hier, in deze grijze, beweeglijke, tijgedreven, ondoorzichtige, koude, stinkende halfzee, in deze antiwereld, woonden de onwillige Friezen en hun buren de opstandige Chauken.”
Dat geldt net zo goed voor Over de wegen. “[Jarrott en Smits scheurden] door de vroege ochtend over de rechte landwegen van Champagne. Een grote wolk stof spoot achter hen omhoog, een motregen van motorolie sloeg ze vanuit de motor in het gezicht. Honden sprongen opzij, paarden steigerden aan de teugel in de berm, de bomen aan weerszijden van de weg ruisten langs. Smits pompte gedurig olie de motor in, Jarrott hield de auto met een grote hendel in de derde versnelling. Het lawaai was oorverdovend.” Heerlijk, vet proza.

De combinatie van research, inlevingsvermogen en stijl maakt van Over oude wegen en De wadden een geweldige leeservaring. Toch heeft Deens aanpak ook een nadeel. Door het buiten beschouwing laten van het overkoepelende verband tussen alle gebeurtenissen, dreigt het gevaar van los zand. Wie wil weten hoe de geschiedenis echt in elkaar zit, raakt door de “overdaad aan literaire trucs” en “geparfumeerde mooischrijverij” – zoals het Historisch Nieuwsblad destijds klaagde over De wadden – het overzicht kwijt.
Ikzelf ben geen historicus. Ik heb er, anders dan de recensent van het Historisch Nieuwsblad, geen probleem mee dat niet ieder woord door verifieerbare bronnen stevig wordt gestut. Maar ik herken wel dat de grote lijn zoek raakt. In De waddenvalt het nogal mee. Het duidelijk afgebakende geografische gebied houdt de veelheid aan verhalen bij elkaar. De hoofdstukken staan in chronologische volgorde, hebben stuk voor stuk een duidelijk herkenbaar eigen thema en een soortgelijke toon en opbouw.
Maar Over oude wegen? In dit boek gaat Deen een stap verder. Hij verplaatst zich nog meer in zijn personages. Sommige hoofdstukken, bijvoorbeeld die over Jacob Barocas en Charles Jarrott, lijken daardoor eerder kleine novellen dan literaire non-fictie. Niet alleen wordt het onmogelijk om een helder beeld van de geschiedenis van de Europese wegen uit het boek te destilleren, ook raakt soms buiten beeld wat het historische verhaal van een hoofdstuk eigenlijk is. Alsof de auteur alleen nog maar mooi wil schrijven.
Voor zijn laatste boek wint de lof het met gemak, maar als Deen de grenzen van de literaire non-fictie nog verder zou oprekken, kan dat tegen hem gaan werken. Dan verwordt zijn werk van fraaie non-fictie, van het soort dat iedere geschiedschrijver tot voorbeeld mag strekken, tot op z’n best historische fictie. En dat terwijl zijn werk nu juist zijn kracht ontleent aan, zoals gezegd, de historische diepte die hij geeft aan een plek als de Wadden of een alledaags verschijnsel als reizen.
(Eerder gepubliceerd in Ons Erfdeel)