dinsdag 13 maart 2012

Het Boekenweekgeschenk: Tom Lanoye - 'Heldere hemel'


Het Boekenweekgeschenk is vrijwel altijd een novelle sinds begin jaren tachtig de traditie begon om een literair auteur te vragen het cadeau van de boekhandel te schrijven. Ook Heldere hemel van Tom Lanoye, het geschenk dat vanaf morgen gratis te krijgen is bij aankoop van 12,50 euro aan Nederlandstalige boeken, heet een novelle. Maar is dat wel zo? Zou verhalenbundel geen betere aanduiding zijn? Of tenminste novelle-in-verhalen?
Als basis voor zijn boek nam de Vlaamse schrijver een ware gebeurtenis uit 1989. Een onbemande MiG vloog in de nadagen van de Koude oorlog het NAVO-luchtruim in. Toen de brandstof op was, stortte het neer op een huis in het gehucht Bellegem, waar een 19-jarige jongen om het leven kwam. In een proloog en zeven delen heeft Lanoye verbeeld wie de betrokkenen waren: de piloot, de bewoners van het huis, de militairen in het commandocentrum, de 19-jarige jongen, de journalisten.
Een strak gecomponeerd geheel wil Heldere hemel niet worden. Aan het noodlotsdrama van Vera Van Dyck zit weinig richting. Ze krijgt de nacht ervoor van haar man te horen krijgt dat hij al een jaar een ander heeft, ze laat later haar zoon thuis achter om te voorkomen dat haar Walter het huis binnen kan komen en verliest zo binnen 24 uur haar gehele gezin. Maar de straaljager is een deus ex machina die letterlijk uit de lucht komt vallen. Daar is literair weinig dramatisch aan. Boem, knal, klaar.
Ook de delen die handelen over de betrokkenen rond de MiG hebben weinig met elkaar te maken – weinig meer dan dat ze een beeld geven van een tijdperk dat zo lang geleden lijkt maar toch amper twintig jaar geleden werd afgesloten. Vooral het stuk in het commandocentrum doet je beseffen hoe paranoïde de Westerse wereld iedere daad van de onberekenbare Sovjets analyseerden.
Toch werkt Heldere hemel uitstekend. Gezamenlijk bieden de delen een staalkaart van Lanoye’s kunnen. Hij is afwisselend de scherpe commentator van de actualiteit – ook al is die actualiteit inmiddels vervlogen – en de theatrale auteur van soaps, waarin hij het grote gebaar, de platte grapen een grotesk schmieren niet schuwt. Vooral de ontmoeting tussen Vera en de nieuwe liefde van haar man is een dialoog uit een stuk van Shakespaere waardig.
Zo lijkt het erop alsof de Vlaming Lanoye het Boekenweekgeschenk gebruikt als visitekaartje. Hij laat aan Nederland zien: de waar die ik hier uitstal, kunt u ook in de rest van mijn poëziebundels, romans, verhalen en toneelstukken vinden. Niet voor niets staat op het omslag van Heldere hemel – en de herdrukken van zijn gehele oeuvre – de auteursnaam ook in fonetisch schrift: ‘lanwa:’, en dus niet ‘lannooie’. Hij wil hier voorgoed net zo’n bekende auteur worden als in Vlaanderen.
Het is te hopen voor Lanoye dat het werkt. Iemand met zoveel meesterschap in de taal, dat ook van iedere bladzijde van het Boekenweekgeschenk afspat, verdient een groot lezerspubliek.

Zie ook:

maandag 12 maart 2012

Twee Vlamingen op shortlist Libris: Victoria en Van Loy (Knack)


Ivo Victoria en Jan Van Loy staan op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2012. Ook halve Belg Jeroen Brouwers haalde de laatste zes.
Dat maakte juryvoorzitter Robbert Dijkgraaf vanmiddag bekend in Amsterdam. Naast Gelukkig zijn we machteloos van Ivo Victoria en Ik, Hollywood van Jan Van Loy staan Bittere bloemen van Jeroen Brouwers, Naar de overkant van de nacht van Jan van Mersbergen, Tonio van A.F.Th. van der Heijden en Het bloed in onze aderen van Miquel Bulnes op de shortlist.
Jeroen Brouwers die eind vorig jaar al was genomineerd voor de AKO Literatuurprijs, is daarmee het enige boek dat de laatste zes heeft gehaald van én De Gouden Boekenuil én de Libris Literatuurprijs. De teruggetrokken schrijver zal echter beide diners ter gelegenheid van de uitreiking laten schieten. Meer dan tien jaar geleden alweer verklaarde hij niet aan het prijzencircus te willen meedoen. Op 5 mei is de uitreiking van de Gouden Boekenuil, op 7 mei die van de Libris Literatuurprijs.
Opvallend is de nominatie van Tonio van A.F.Th. van der Heijden over het dodelijk verkeersongeluk van zijn zoon. Niet eens zozeer omdat het ontbreken van dit boek op de shortlist van de AKO Literatuurprijs erg veel kritiek kreeg en zelfs een luchtig tv-programma als De Wereld Draait Door er aandacht aan besteedde, maar omdat het niet boek niet voldoet aan de criteria van de prijs. Sinds twee jaar is de Libris Literatuurprijs alleen bedoeld voor romans.
Weliswaar staat er ‘requiemroman’ op het omslag van Tonio, maar de auteur heeft er nooit een geheim van gemaakt dat het verhaal honderd procent autobiografisch is en dat hij zijn leed zo rauw mogelijk wilde beschrijven. Soortgelijke rouwboeken van Erwin Mortier (Gestameld liedboek) en Connie Palmen (Logboek van een onbarmhartig jaar) mochten van de jury niet eens meedingen. Althans, ze staan niet op de lijst boeken die de jury heeft beoordeeld.
Voor A.F.Th. van der Heijden is het de tiende keer dat hij op een shortlist van één van de grote literaire prijzen staat. Voor Jeroen Brouwers is het de achtste keer en voor Jan Van Loy de derde keer. Bulnes, Van Mersbergen en Victoria beleven hun primeur. Alleen Van der Heijden en Brouwers hebben ooit al eens een grote prijs gewonnen – maar juist de Libris Literatuurprijs nog niet.
Eerder vanmiddag kreeg De maagd Marino van Yves Petry de Inktaap. Het was de elfde keer dat 2.000 middelbare scholieren uit Vlaanderen, Nederland, Suriname en Curaçao hun favoriet kozen uit de winnaars van de drie grote jaarlijkse literaire prijzen. Na Libris-winnaar Petry werd AKO-winnaar Congo van David Van Reybrouck tweede. De schilder en het meisje van Margriet de Moor, dat bij gebrek aan Gouden Uil-winnaar vorig jaar mocht meedingen, werd derde.
In totaal was het de vijfde keer dat de Libris-winnaar de populairste onder de leerlingen bleek te zijn. De Gouden Uil-winnaar won de Inktaap vier keer, de AKO-winnaar twee keer. Yves Petry is de vierde Vlaamse winnaar van de Inktaap.
(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 12 maart 2012)

Zie ook de stukken die ik over een aantal genomineerden heb geschreven:

Dankzij Arnold Schwarzenegger vertegenwoordigt een literair agent ook Nederlandstalige auteurs (Knack)


Het literair agentschap voor Nederlandstalige auteurs wint terrein. De reguliere uitgevers verdringen zullen ze echter niet.

In een klein taalgebied als het Nederlandse is het niet eenvoudig om als literair agent een inkomen te verwerven. Hij verdient 15 procent op iedere deal die hij namens zijn auteurs sluit. Wie eraan begint moet dus auteurs zoeken – niet een handvol, maar een heleboel. Auteurs bovendien die nog geen enkele naam hebben. Schrijvers met renommée gaan niet in zee met een onbekende agent. Dat betekent dat de literair agent veel werk moet stoppen in het manuscript van zijn auteurs om die zo opgepoetst mogelijk aan potentiële uitgevers aan te bieden.
Toch wint het literair agentschap aan populariteit, bleek gisterenmiddag tijdens een literaire salon in Amsterdam gewijd aan het fenomeen. In navolging van het succes van de bekende Paul Sebes, die onder veel meer Ivo Victoria, Joost Vandecasteele en Robert Vuijsje lanceerde, richten steeds meer ex-redacteuren van uitgeverijen een agentschap op. Ook in Vlaanderen: in de periode 2009-2010 bestond in Antwerpen – zonder veel succes – het literair agentschap Liefenbrandt. Ook willen steeds meer studenten van de opleiding voor redacteur stage lopen bij een agentschap.
Van oudsher vertegenwoordigden agentschappen in Nederland en Vlaanderen buitenlandse auteurs en uitgeverijen. Zo was sinds 1954 Henk Prins van Prins & Prins actief, aan wie het laatste nummer van De Boekenwereld is gewijd. Hij vertegenwoordigde onder meer Heinrich Böll en Vladimir Nabokov – al was Prins eigenlijk te slordig om hen goed van dienst te kunnen zijn. Vera Nabokov die de belangen van haar man behartigde kapittelde hem voortdurend. Na een kapitale fout van Prins, die eigenhandig met een boekenclubeditie van Lolita instemde, brak ze met hem.
Nog altijd kan Sebes dankzij het agentschap voor buitenlandse auteurs en uitgeverijen ook Nederlandse auteurs vertegenwoordigen, vertelde hij gisteren. ‘Ik heb net de autobiografie van Arnold Schwarzenegger verkocht aan uitgeverij A.W. Bruna. Van het geld dat deze deal oplevert, kan ik vierhonderd uur steken in onbekende auteurs zonder dat ik weet of ik die investering ooit terugverdien. Soms wel, zoals Robert Vuijsje die na drie, vier jaar werk en 27 afwijzingen van uitgeverijen alsnog een succes werd. Maar lang niet altijd.’
Nieuwe agenten hebben geen financiële steun van buitenlandse klanten. Toch ziet Chris Kooi die in januari begon als agent, volop kansen. Potentiële auteurs weten hem sneller te vinden dan hij had verwacht. Bovendien ziet hij ruimte op de markt door zich te richten op commerciële fictie: van fantasy en science fiction tot chicklit. Sebes laat dat terrein braak liggen. ‘Je ziet dat uitgeverijen die zich specialiseren in dit genre steeds meer oorspronkelijk Nederlandstalige boeken willen uitgeven omdat dat vertaalkosten scheelt en deze auteurs makkelijker te promoten zijn.’
De vraag wáárom uitgeverijen de taak om talenten te scouten feitelijk uitbesteden aan agenten, kwam gisteren nauwelijks aan de orde. Maar de verklaring ligt voor de hand: uitgeverijen bezuinigen vaak op de redactie en steken meer energie in de marketing van nieuwe titels. Dat betekent dat steeds meer traditionele redactietaken worden uitbesteed. ‘Je wil niet weten wat er bij uitgevers in de kast ligt aan ongevraagde manuscripten waar wij geen tijd voor hebben,’ zei uitgever Lidewijde Paris van Nieuw Amsterdam. ‘Het is fijn als iemand anders dat wil zeven.’
Meer aandacht was er voor de vraag of agenten uitgevers kunnen verdringen. In theorie is het simpel: een agent contracteert een auteur en geeft de tekst als e-boek uit. Maar Sebes wil er niet aan. ‘Het uitgeven van boeken is ook een vak: omslagen zoeken, het boek naar de boekhandel brengen. Ik moet er niet aan denken om dat zelf te doen.’ Paris vond het ook een te makkelijke gedachte: ‘Men denkt dat uitgevers overbodige tussenschakels zijn omdat we altijd zwegen over een essentiële taak: het begeleiden van auteurs. We deden alsof auteurs een boek helemaal alleen schrijven. Dat is niet zo.’
In angelsaksische landen geven agenten wél steeds meer zelf uit. De Britse agent Ed Victor van onder andere Keith Richards, Helmut Newton en Nigella Lawson doet dat bijvoorbeeld. Hij houdt sommige titels van zijn auteurs via printing on demand leverbaar. Maar ook dat staat ten dienste van het idee om deze boeken onder te brengen bij een uitgeverij. Zodra een uitgever door de daadwerkelijke vraag naar deze boeken op het idee komt om de titels op een reguliere wijze op de markt te brengen, verkoopt Victor hem met alle plezier de rechten.

(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 12 maart)

zondag 11 maart 2012

Des romans français: Albert Cossery, 'De mensen die God vergat'


En wat dan nog

De strijker uit het openingsverhaal ‘De wraak van de postbode’ van Albert Cossery’s debuut De mensen die God vergat zit liever voor zijn winkeltje te dromen dan dat hij aan het werk gaat. Wanneer de postbode langskomt en hem, omdat hij zelf niet kan lezen, een brief wil voorlezen, voelt hij dat als een ‘onontkoombare inbreuk op zijn rust’. Net als de overige bewoners van het armzalige steegje ziet de strijker de geletterde overheidsambtenaar liever gaan dan komen. Hij brengt toch niets dan ellende en daarvan hebben ze al genoeg. Zoals de brief deze keer: de strijker zal zijn huis worden uitgezet omdat hij achterloopt met de huur. Maar de misère is al zo groot dat zelfs dit geen indruk maakt. De strijker reageert laconiek: ‘En wat dan nog?’

Het is precies die reactie die de levensvisie verwoordt van de personages uit de prachtige verhalenbundel De mensen die God vergat, voor het eerst verschenen in 1941 als Les hommes oubliés de Dieu. Veel erger dan ze het nu hebben, kan het niet worden, dus waarom zouden ze zich druk maken. Alleen in het nietsdoen en luieren in de zon vinden de misdeelden van Cossery nog bevrediging. Het zijn de armsten der armsten, zonder uitzicht op verbetering, levend van dag tot dag, van uur tot uur.
Zo leren in ‘Het gevaar van fantasie’ kinderen op de bedelaarsschool van hun leraar dat hoe meer zij hun mismaaktheid en armetierigheid tonen, hoe eerder ze een aalmoes zullen krijgen. Maar er blijkt een tegenstroming van een intellectueel uit de buurt die juist vindt dat kinderen gewassen en mooi aangekleed op meer compassie kunnen rekenen. Dat meningsverschil openbaart zich in de observatie van de leraar:

Precies op dat moment verdwijnt de zon achter de massa wolken en overal op aarde verspreidt zich een vochtige schaduw. Abu Sjawali kijkt naar de jurk van de kleine Nuss, die nu verbleekt lijkt, minder fel dan in het volle zonlicht. Dat maakt hem net iets armoediger maar hij heeft nog steeds het cachet van een schitterende fantasie. Het is een rode jurk, versierd met kleine gele bloemetjes. Abu Sjawali ziet het als een ware tarting van alle tradities van het verleden, van alle onwankelbare principes van de bedelarij.

Cossery schetst met zijn beeldende woordkeus op een indringende manier de treurigheid waarin de leraar en het meisje tegenover elkaar staan. Een bijna sprookjesachtig tafereel, hoewel van een triest sprookje. Maar dan volgen er weer rauwe dialogen die de lezer terug naar de realiteit halen. Zoals wanneer de leraar met de moeder van het meisje praat:

“O Umm Akasju,” zegt Abu Sjawali, “wat moet dat voorstellen? Bij God, het is een mislukking. Wat doet je dochter in die vreemde kledij. Wil je een losbol van haar maken?”
“Je bent zelf een losbol. […] O vuile ezel! Vooruit, laat dat kind met rust. Ze zit niet te wachten op jouw smerige adviezen, o zoon van een bedelares.”

Die afwisseling houdt de verhalen levendig en boeiend. Af en toe zakt de lezer mee weg in de overpeinzingen of de droomwereld van een van de armoedzaaiers, dan weer staat hij aan de zijlijn bij een heftige scheldpartij.
Cossery presenteert mensen die leven aan de rand van de maatschappij en het hoofd boven water proberen te houden door zo min mogelijk te doen en zich nergens aan te storen. Zoals het meisje in ‘Het meisje en de hasjroker’ dat tegen de wens van haar ouders met een oude man slaapt die liever aan hasj denkt dan aan haar. Maar juist in de apathie van de man herkent ze ‘de opperste vreugde van levende, vrije lichamelijkheid’.
Door je niet te verzetten en het leven te ondergaan zoals het is, kom je er nog het beste vanaf, beseffen de personages. Ook Cossery zelf bracht dat in de praktijk. Hij verafschuwde een kantoorbaan, had geen gezin en vermeed een ingewikkeld leven. Gedurende zestig jaar bewoonde hij een kleine hotelkamer in Rue de Seine in Parijs en maakte dagelijks een wandeling naar het terras van café Flore om zijn krantje te lezen. Maar vooral om te observeren, aan de zijkant te staan van het op hol geslagen bestaan.
Een pleidooi voor de luiheid, noemt vertaalster Mirjam de Veth de verhalen van Cossery in haar interessante nawoord. De mens is tenslotte het gelukkigst wanneer hij droomt, dan vergeet hij zijn ellende:

‘[De strijker] beantwoordde de groet van de postbode en zakte weer weg in zijn primaire, zinledige slaap, rimpelloos, moeiteloos, zwaar als een steen die naar de bodem van het water zinkt. De slaap was zijn natuurlijke element.’

(Eerder gepubliceerd op Athenaeum.nl, 17 mei 2010)

donderdag 8 maart 2012

Humeur in Britse boekenvak ver onder nul (Boekblad)


Een lichtpuntje kende het Britse boekenvak de afgelopen maanden. De boekverkopen in de week voor kerst waren heel goed. Alle weken daarvoor – en daarna – niet. In januari werden meer dan een miljoen papieren boeken minder verkocht.

Na week in week uit slecht nieuws te moeten aanhoren over dalende omzetten en sluitende boekhandels, konden Britse boekverkopers in ieder geval met een goed gevoel kerst vieren. De omzet in de week voor kerst lag 48 procent boven de week ervoor en tien procent boven dezelfde week in 2010. De bestverkopende boeken waren Jamie’s Great Britain van Jamie Oliver – de tweede achtereenvolgende kerst nummer 1-hit voor de tv-kok en de vierde in zijn hele carrière – het Guinness World Records Book en de Steve Jobs-biografie van Walter Isaacson.
De goede pre-Kerstweek kon echter niet voorkomen dat december ongeveer 5 procent achter bleef bij dezelfde maand vorig jaar – ondanks een extra verkoopdag én het bar slechte winterweer in de laatste weken van 2010. Er waren dan ook geen surprise bestsellers en Jamie Olivers nieuwste boek verkocht maar een fractie van wat zijn voorganger eind 2010 verkocht. In heel 2011 daalde de omzet voor het derde jaar op rij: ditmaal met maar liefst 6,6 procent naar 1,59 miljard pond (1,90 miljard euro). De afzet daalde nog meer: met 7,2 procent naar 209,3 miljoen verkochte boeken. De gemiddelde prijs per boek steeg met 0,8 procent naar 7,59 pond (9,06 euro).
Er waren natuurlijk uitzonderingen. De zelfstandige boekhandel Foyles, die de laatste jaren flink investeert in nieuwe vestigingen, boekte in de vier weken voor Kerst een omzetplus van twintig procent ten opzichte van een jaar eerder. Voor een groot deel was het te danken aan twee nieuwe filialen, maar de filialen in St.Pancras en Royal Festival Hall scoorden respectievelijk 10 procent en 35 procent winst. De hoofdvestiging aan Charing Cross Road verloor door wegwerkzaamheden 6 procent. De verkoop van papieren en digitale boeken via de site steeg 67 procent.
Daartegenover staat W.H. Smith. De keten van inloopwinkels met meer dan 1150 verkooppunten in heel Groot-Brittannië verloor 3 procent omzet en 5 procent van de winst in de periode augustus-eind januari. De omzet van de filialen op vliegvelden en stations groeide met 2 procent – zij het vooral dankzij nieuwe openingen, op autonome basis verloor deze divisie juist 3 procent. De omzet van filialen in winkelstraten daalde 5 procent en op autonome basis zelfs 6 procent. Toch was directeur Kate Swann niet ontevreden omdat de cijfers in lijn met de verwachtingen zijn.
Meteen na afloop van het kerstweekend moesten de Britse boekverkopers nieuwe verliezen incasseren. De omzet in de laatste week van 2011 daalde 16 procent ten opzichte van dezelfde week in 2010. In de eerste vier weken van 2012 gingen ruim een miljoen minder boeken over de toonbank dan een jaar eerder. De totale omzet daalde daardoor van 108,6 miljoen naar 95,3 miljoen pond. Dat komt neer op: min 12 procent. Vooral de categorie fictie had te leiden, getuige een achteruitgang van 25 procent. Ook in de februariweek dat het zo koud was, ging de omzet 16 procent achteruit ten opzichte van dezelfde week in 2011.
Ondertussen stijgt de verkoop van het e-boek, ook al zijn daar nog geen exacte cijfers van beschikbaar. Naar schatting van het onderzoeksbureau YouGov zijn er in de kerstperiode 1,33 miljoen e-readers verkocht, 90 procent daarvan Kindles. De uitgeverijen Hachette en HarperCollins konden daarom melden dat zij op Eerste Kerstdag allebei meer dan 100.000 e-books hebben verkocht. Random House verkocht die dag 170 procent zo veel apps als op een normale zondag. Daartegenover staat een enquête onder de mensen die een Kindle cadeau hadden gekregen, waaruit bleek dat twintig procent het apparaat na een maand nog niet had gebruikt.

(Eerder gepubliceerd in Boekblad nr. 3, 2012)

woensdag 7 maart 2012

Dan moet je als vertaler de weduwe Harrison maar misleiden (Knack)


Vertalers hebben weinig vrijheid – tegenover de tekst of hun opdrachtgever. Maar de Nederlandse vertalers lachten hun keurslijf gisterenavond weg.

Het thema: de (on)vrijheid van de vertaler. De sprekers: de vertalers zelf – notoir ontevreden over de karige honorering en de nogal verstopte plaats waar hun naam in het boek staat. Dat betekent klagen over veeleisende rechthebbenden, gekwetste auteurs, het strakke korset van de oorspronkelijke tekst en strenge richtlijnen van commerciële uitgeverijen.
Niet dus.
Het even befaamde als komische duo Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes zette gisterenavond op de Vertaalslag, de jaarlijkse bijeenkomst van de Werkgroep Literair Vertalers binnen de Nederlandse Vereniging van Letterkundigen, de toon door zich vrolijk te maken over de veel te vrije vertalingen van anderen en de bange rechthebbenden aan wie zij hun vertalingen soms in letterlijke terugvertalingen moeten voorleggen.
Als jurylid van een vertaalwedstrijd van liedjes voor ‘de Volkskrant’ zien de vertalers van James Joyce en Bob Dylan hoe ver anderen over de grens graag – hen komt pas echt het verwijt toe dat zij vaak krijgen: té vrije vertalingen. De opdracht was: vertaal Wish You Were Here van Pink Floyd in het Nederlands. Nog geen honderd van de 237 inzendingen maakte daar ‘was jij maar hier’ van – de voor de hand liggende, maar enig juiste mogelijkheid die recht doet aan tekst en ritme.
Tegenover rechthebbenden moet je daarentegen soms wél meer vrijheid nemen dan je krijgt, vinden Bindervoet en Henkes. De weduwe van George Harrison verbood hun vertaling van Here Comes The Sun en Savoy Truffle. Zij hadden van de eerste Hier komt de sneeuw gemaakt, omdat die tekst de muzikale en tekstuele intentie het best verwoordt. Maar Olivia Harrison vreesde dat men ‘sneeuw’ als synoniem van ‘cocaïne’ beschouwde.
Tegen hun zin maakten Bindervoet en Henkes in een halve nacht een keurige, ritmisch juiste en letterlijke vertaling. ‘Maar die miste iets: de inspiratie van de vertaler.’ Toen hebben ze de oorspronkelijke vertaling als alternate takes in het boek ernaast gezet zonder dat Olivia Harrison te laten weten. ‘Nooit mot mee gehad.’ Terwijl die nu worden gezongen door Nederlandstalige coverbandjes.
Ook actrice Martine Bijl vertelde enkele horrorverhalen uit haar praktijk als vertaalster van sitcoms en musicals waar vooral hard om werd gelachen. ‘In Mary Poppins zit het beroemde lied Supercalifragilisticexpialidocious. Het mooie Nederlandse alternatief dat ik had bedacht mocht niet. Het oorspronkelijke woord moest worden gehandhaafd omdat het iconisch zou zijn. Maar er volgen twaalf rijmen op! In het Nederlands heb je op –ocious alleen doosjes en hoosjes. Toen mocht het "Supercalifragilisticexpialidastisch" worden. Toch een slap aftreksel.’
De musical Tarzan van Phil Collins vond Bijl maar zo-zo. ‘Veel kreupel rijm of helemaal geen rijm. Ik neem dan toch de vrijheid om er het beste van te maken. Alles in het juiste ritme wél te laten rijmen. En dan zie ik waar het schip strandt. In dit geval was mijn vertaling goed gelukt. Zelfs de Amerikaanse producent was er tevreden mee. Maar toen zag Phil Collins het zelf. Bóós!.’
Zelfs over censuur in China werd gelachen toen sinoloog en vertaler Mark Leenhouts vertelde hoe woorden als ‘masturberen’ in Komt een vrouw bij de dokter van Kluun werden vertaald met verzachtende synoniemen als ‘zichzelf troosten’. Daarna legde hij uit dat dat niet per se door de censuur komt, maar door de vrijheid van de Chinese vertaler om zelf de richtlijnen van de communistische partij te interpreteren.
‘De richtlijn van boven is vaag. Tegenwoordig is het kernwoord: harmonieuze samenleving,’ zei Leenhouts. ‘Auteurs moeten daar aan bijdragen. Maar hóé wordt niet ingevuld. Het is de vertaler zelf met zijn redacteur die dat moet bedenken.’ En omdat zij weten dat seks, naast politiek en religie, gevoelig is, grijpen zij in. In dit geval nogal fors, want naast Kluun verschijnen er in China tegelijk boeken vol dildo’s en trio’s. De auteur en redacteur daarvan durfden meer en konden er mee weg komen.
Ook bij de uitgevers van commerciële damespulp is er tegenwoordig meer vrijheid, maakte vertaalster Nicolette Hoekmeijer duidelijk. Of minder vrijheid, het is maar hoe je het bekijkt. De tijd lijkt voorbij dat vertalers van de bouquetreeks strenge richtlijnen mee krijgen: geen lichaamsdelen of –sappen, een romantische sfeer en altijd inkorten. De uitgevers hebben gezien dat dat de tekst te veel vervlakt en laten de richtlijnen schieten – juist om hen te dwingen dichter bij het origineel te blijven.

(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 6 maart 2012)

maandag 5 maart 2012

Dankzij mond-tot-mondreclame is 'Het leven van een loser' van Jeff Kinney ook in Nederland een hype (Boekblad)


Het leven van een loser van Jeff Kinney is in Groot-Brittannië verkozen tot het beste kinderboek van het afgelopen decennium. Ook in Nederland begint de Amerikaanse serie een hype te worden, tot tevredenheid van uitgever Joris van de Leur (De Fontein Jeugd).
Kinney reageerde eind vorige week verheugd en verbaasd op de Britse uitverkiezing. De geïllustreerde dagboeken van Bram Botermans, zoals de van computerspelletjes bezeten en op school gepeste jongen in het Nederlands heet, bestaan pas sinds 2007. Toch laat hij in de poll van het tv-programma Blue Peter succesauteurs als J.K. Rowling (Harry Potter!), Jacqueline Wilson en Anthony Horowitz achter zich.
In Nederland verscheen het eerste deel van Diary of a Wimpy Kid in vertaling in het najaar van 2009. Dat haalde de Bestseller 60, net als de twee delen daarna en het doe-het-zelfwerkboek Jouw leven als loser. Maar het pas verschenen vierde deel Een hondenleven overtreft die prestatie met verve: vanaf zijn entree in de bestsellerlijst drie weken geleden staat het boek onafgebroken in de top 5.
‘De verkoop begon matig,’ zegt uitgever Van de Leur. ‘Net als in Amerika. Dat komt wellicht omdat de serie, ook internationaal, vooral aanslaat bij zwakke lezers. Dat is een doelgroep die je niet zo makkelijk weet te bereiken. Mond-tot-mondreclame is dan het belangrijkste, en dat heeft tijd nodig. Nu is de serie hét ding onder kinderen in de leeftijd van tien plus.’
Van de Leur verklaart het succes van Het leven van een loser uit ‘de anekdotisch, heel visuele’ kracht van de verhalen. ‘En het is ongelooflijk geestig. Kinderen herkennen zich daarin.’
Zelf kwam de uitgever Kinneys werk al vroeg tegen bij uitgeverij Abrams, die het werk in Amerika op de markt brengt. ‘Een bijzonder mooie uitgeverij, die originele boeken maakt,’ zegt Van de Leur. ‘Toch heb ik eerlijk gezegd getwijfeld omdat ik niet zo goed wist hoe Kinney het hier zou gaan doen, hoe ik het moest positioneren. Pas toen het in Amerika en Duitsland een succes werd, sloeg ik toe. Helaas was de prijs van de rechten toen een stuk hoger geworden. Er waren ook andere kandidaten in Nederland.’
Om zijn twijfel te overwinnen had Van de Leur zelfs marktonderzoek gedaan: hij sprak op een basisschool met leerlingen over het boek. ‘Daar ontdekte ik pas hoe ontzettend communicatief de tekeningen van Kinney eigenlijk zijn. Kinderen zien Bram en kunnen daar een hele betekeniswereld achter hangen. Fantastisch, vond ik, dat één man blijkbaar het verschil kan maken.’
De uitgever vroeg de kinderen ook hoe hoofdpersoon Greg Heffley in het Nederlands moest heten. Bram, werd vaak genoemd. ‘Maar hij moest ook een achternaam hebben. ‘s Avonds zat ik toen wat in het telefoonboek te bladeren. Het moest allitereren. En opeens stuitte ik op Botermans. Dat moest het zijn. Denk aan: boter op je hoofd hebben en dergelijke. Nu is de naam een gedeponeerd merk.’
De Fontein Jeugd ondersteunde de lancering van Jeff Kinney in Nederland met displays, een speciale site en advertenties in boekhandelsmagazines en consumentenbladen. Ondanks dat de verkoop achterbleef bij de verwachtingen behield de boekhandel het vertrouwen ‘dat dit wel eens iets heel bijzonders kon worden’, zegt Van de Leur. Nu staan er circa 400 Jeff Kinney-displays in de Nederlandse boekhandels.
Nog dit jaar publiceert de uitgeverij deel 5 en deel 6. ‘Je moet het ijzer smeden als het heet is,’ vindt de uitgever. En: ‘dat laatste deel, dat voor de kerst verscheen in Amerika, gaat over kerst. We willen ook dat het samenvalt met de feestdagen. En uiteindelijk in de pas lopen met de reeks in Amerika.’
Daarnaast maakte Kinney nog een speciale uitgave bij de eerste Het leven van een loser-verfilming: een non-fictieboek over het maken van de film. Van de Leur: ‘Die film is niet in Nederland gedistribueerd. De dvd wel. Maar het boek is al uitgebracht in andere landen waar de film ook niet is gedistribueerd en toch een succes geworden. Dus misschien brengen wij die toch in 2013.’
Van de Leur hoopt dat de auteur ook naar Nederland komt. Hij gaat het Kinney vragen als hij hem deze maand op de kinderboekenbeurs in Bologna ontmoet.

(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 5 mrt 2012)

vrijdag 2 maart 2012

Uitgevers en bibliotheken sluiten geen collectief contract over het uitlenen van e-boeken (Boekblad)


Uitgevers en bibliotheken sluiten geen generieke regeling over de manier waarop en de vergoeding waartegen bibliotheekleden e-boeken kunnen lenen. Bibliotheken moeten nu met alle uitgevers individueel afspraken maken.
Dat hebben de Groep Algemene Uitgevers (GAU) en een commissie van de openbare bibliotheken bekendgemaakt. De uitgevers brengen het nieuws in een persbericht als een akkoord na langdurig onderhandelen. Maar waar beide partijen het eens over zijn is minimaal: e-boeken horen thuis in de bibliotheek. En: e-boeken zijn een ander product dan papieren boeken, waarvoor dus andere afspraken nodig zijn. Er komt ook geen gezamenlijke pilot van uitgevers en bibliotheken.
Stichting Bibliotheek.nl zal namens de Verenging Openbare Bibliotheken (VOB) een aanbod ontwikkelen voor de openbare bibliotheken, meldt het persbericht eveneens. Bibliotheek.nl zal daartoe in samenwerking met inkooporganisatie NBD|Biblion individuele uitgevers rechtstreeks benaderen. E-boeken kunnen geleverd worden via de Nationale Bibliotheekcatalogus die in ontwikkeling is.
Volgens voorzitter Geert Noorman van het Nederlands Uitgevers Verbond (NUV) speelde een aantal redenen mee om geen generiek contract te sluiten. Er is geen wettelijke verplichting, zoals bij het leenrecht. Het is door het ontbreken van een vaste prijs heel moeilijk en mogelijk zelfs verboden om een collectieve prijs af te spreken. En omdat de markt zich nog niet heeft ontwikkeld is onduidelijk welk model moet worden gehanteerd. ‘Er zijn zoveel vormen om e-boeken uit te lenen: licensing, licensing met bepaalde tijd of in combinatie met een download,’ zegt Noorman. ‘Eerst moet de markt zijn werk doen.’
Juist de vrijheid die bibliotheken nu krijgen om met individuele uitgeverijen afspraken te maken, vindt Noorman, geeft hen de kans om sneller e-boeken aan hun klanten ter beschikking te stellen. ‘Anders moet je eerst iedereen op één lijn krijgen op het gebied van pricing, formats, licensing enzovoorts. Nu kan de bibliotheek met een uitgeverij die er al klaar voor is, snel tot zaken komen.’ Bovendien kan er door het uitblijven van een branchebrede afspraak meer geëxperimenteerd worden en zo sneller duidelijk worden welk model het beste voor alle partijen werkt.
Noorman twijfelt er ook niet aan dat uitgeverijen bereid zijn om met bibliotheken zaken te doen. Dat Penguin in Amerika onlangs uit een e-boekuitleenprogramma is gestapt, komt omdat de uitgeverij niet langer tevreden was met de gesloten overeenkomst, legt de NUV-voorzitter uit, niet omdat de uitgeverij principieel tegen e-boeken in de bibliotheek is. ‘Uitgevers zien in dat het tijdelijk ter beschikking stellen van e-boeken een geweldige mogelijkheid is om een boek onder de aandacht van het publiek te brengen. Het kan best dat het marktvergrotend werkt, omdat mensen niet meer naar de bibliotheek moeten maar vanuit huis een e-boek kunnen lenen.’
Voorzitter Pierre Spaninks van de Vereniging van Schrijvers en Vertalers (VSenV) vindt juist dat uitgevers en bibliotheken ‘kostbare tijd’ hebben verloren. ‘Het zou hartstikke mooi voor schrijvers, vertalers en lezers zijn geweest als uitgevers en bibliotheken een overeenkomst hadden sluiten. maar in plaats daarvan hebben ze heel lang gesproken en als katten om de hete brij gedraaid.’ Uitgevers krijgen in het aangepaste modelcontract van vorig voorjaar de digitale rechten van een boek. Eigenlijk, vindt Spaninks, verplicht hen dat om ‘een mooie, creatieve oplossing te bedenken waar alle partijen bij betrokken zijn.’
Spaninks pleit voor hervatting van de gesprekken – niet per se om alsnog een generiek contract af te sluiten, maar om gezamenlijk de ontwikkelingen te bespreken. Auteurs en vertalers zouden daarbij aan moeten zitten. ‘Wij willen nog twee wegen verkennen. Of een uitbreiding van de wettelijk verplichte leenregeling of de weg die nu bewandeld wordt: de rechten aan uitgevers overdragen en hen het laten afkaarten. We hebben nu nog te weinig zicht op modaliteiten en de gevolgen daarvan, niet in de laatste plaats de financiële, om een keuze te maken.’
De openbare bibliotheken duiden in een brief aan de VOB-leden de afspraken positief. ‘De gekozen constructie doet recht aan het maatwerk dat de inkoop van e-boeken vraagt,’ schrijft VOB-directeur Ap de Vries. Ook doet de bibliotheek op deze manier ‘kennis op over de inzet en impact van e-boeken binnen de branche’. De Vries verwacht dat bibliotheken vanaf medio dit jaar al e-boeken kunnen uitlenen.
(Samengesteld uit twee eerder op Boekblad.nl verschenen berichten, 29 feb en 1 mrt)

donderdag 1 maart 2012

Shakespeare schreef sonnetten voor een travestiet (Knack)


William Shakespeare schreef de sonnetten voor de Donkere Dame voor een travestiet. Die theorie ontvouwt Bas Belleman in zijn gloednieuwe vertaling.

‘Loves Shakespeare as much as coffee’, vermeldt dichter Bas Belleman (1978) op zijn Twitter-account. Begin deze maand verscheen zijn vertaling van de sonnetten voor de Donkere Dame. Na de eerste 126 gedichten voor een jongeman schreef Shakespeare deze reeks van 28 sonnetten voor een verdorven vrouw die hij tegelijk liefhad en verafschuwde. Althans, volgens de gangbare theorie. Tijdens het vertaalwerk drong de gedachte zich aan Belleman op dat de Donkere Dame een travestiet was.

Waarom hou je zo veel van Shakespeare?
‘Hij is de allerbeste. Er zijn andere grote dichters, misschien zelfs even groot, maar niemand overtreft hem. Niemand kan zeggen: Shakespeare is leuk, maar daarna is de literatuur pas echt begonnen. Het is echt ongelooflijk dat hij rond 1600 voor een groot publiek zulke intense stukken schreef die zo dubbelzinnig, zo dramatisch en ook zo flauw zijn. Alles zit erin. Ik leerde Shakespeare kennen toen ik op mijn zestiende in Een Midzomernachtsdroom speelde, in de allerkleinste rol: als leeuw. Maar ik was te jong om zijn grootsheid te doorgronden. Later las ik hem opnieuw, telkens tussen andere boeken door. Een paar jaar geleden stopte ik als recensent van Trouw en jurylid van de AKO Literatuurprijs, omdat ik niet langer al die boeken wilde lezen die “wel aardig” zijn. Toen wilde ik weer het allerbeste en heb ik Shakespeare van de plank gehaald.’

En volgde vanzelf de behoefte om hem te vertalen?
‘Het begon ermee dat ik een vertaling zocht van sonnet 18. Het beroemde “Shall I compare thee to a summer’s day”. Ik vond – opmerkelijk – er niet één waar ik het helemaal mee eens was. Laat ik het dan zelf eens proberen, dacht ik. Dat bleek verslavend. Je leest nooit zo zorgvuldig als wanneer je vertaalt. Je gaat steeds meer zien, steeds meer begrijpen. In elke zin zitten dubbelzinnigheden, waar je steeds meer gevoel voor krijgt. En omdat je het rijm en het ritme wilt behouden, bekijk je de tekst steeds opnieuw: wat gaat er verloren in deze vertaling? hoe kan het beter? Het geeft haast de sensatie dat je de sonnetten zelf schrijft. Dichter bij Shakespeare kun je niet komen.’

Waarom publiceer je nu een vertaling van de sonnetten voor de Donkere Dame?
‘Een aantal van de mooiste sonnetten staan erin: sonnet 138 bijvoorbeeld, “When my love swears that she is made of truth”. Maar het was ook een praktische keuze. Laat ik beginnen met deze reeks, dan zie ik de eindstreep ten minste. Ik vrees dat ik er niet aan ontkom om hierna de rest van de sonnetten te vertalen – al duurt het nog 25 jaar voor het af is.’

Vond je de bestaande vertalingen van deze reeks ook onbevredigend?
‘Ja. En dat zit in kleine dingen. Neem de eerste twee regels van sonnet 151. In de eerste regel staat conscience – met nadruk op “con” , wat in die tijd ook naar de vagina verwees. In de tweede regel staat conscience met nadruk op “science”. Door die verandering van klemtoon krijg je dus een woordgrap, die in alle commentaren staat maar nooit vertaald is. Ik heb daar rechtschapenheid van gemaakt, met in de tweede regel de nadruk op de eerste lettergreep: “réchtschapenheid”. Het hele gedicht ziet er gelijk anders uit. Vulgair misschien, maar daar was Shakespeare niet bang voor.”

En toen ontdekte je ook dat de Donkere Dame een travestiet was?
‘Er zitten dubbelzinnigheden in de sonnetten die die kant op wijzen. In regel 10 en 11 van sonnet 141 komt dat bijvoorbeeld aan de oppervlakte: “thee, who leaves unswayed the likeness of a man”. Door mij vertaald als: “[jij], die ongemoeid laat de trekken van een man.”. Oftewel: de vrouw krijgt de gelijkenis met een man niet onder de duim, zij is nog als man te herkennen. Altijd wordt deze regel weg verklaard met een noot over ‘who’, dat ook op een eerder woord kan slaan, maar naar mijn idee is het met opzet dubbelzinnig. En toen ik eenmaal op dit idee was gekomen van de dame als travestiet, zag ik steeds meer dubbelzinnigheden die mijn theorie ondersteunden. Bovendien past travestie in die tijd. In hoeveel van Shakespeares stukken komt geen vrouw voor die zich als man verkleedt? Vrouwenrollen die ook nog eens door mannen werden gespeeld.’

Toch kwam geen van de Shakespeare-commentatoren de afgelopen vierhonderd jaar op dezelfde gedachte?
‘Ik dacht meteen: ik zal wel niet de eerste zijn. Toch wel dus. Ik denk dat de tijd er nu rijp voor is. Lang ontkende men ook dat Shakespeare misschien homoseksueel was. Oscar Wilde was er natuurlijk niet bang voor, maar pas sinds de jaren zeventig kunnen we zoiets gewoon hardop zeggen zonder dat iemand er verdrietig van wordt. Zo is travestie en transseksualiteit nu meer geaccepteerd. Laatst sprak ik in de supermarkt met een vage kennis over mijn vertaling en mijn bevindingen. Hij zei tussen neus en lippen door dat hij de laatste jaren steeds meer mooie travestieten zag. Een gewone man, getrouwd, twee kinderen. Zou ik twintig jaar geleden eenzelfde gesprek met hem voeren? Ik denk het niet. En omdat die weerstand weg is, kun je deze reeks sonnetten nu lezen als geschreven voor een travestiet.’

Hoe reageren andere vertalers en commentatoren op jouw theorie?
‘Peter Verstegen kon het niet bekoren, zei hij op de radio, maar hij gaf ook toe dat hij het boek nauwelijks had ingekeken. Van anderen weet ik het niet. Zelf ben ik behoorlijk overtuigd van wat ik in de sonnetten zie. Ik heb niet het idee dat ik uit de bocht ben gevlogen. Ik heb me niet geforceerd om elke regel volgens deze theorie te verklaren. Ik heb ook allerlei andere, minder omstreden woordgrappen gevonden die niet in de commentaren terecht zijn gekomen. En het idee van een travestiet komt bovendien niet voort uit mijn eigen driften. Een feministische lezing van Shakespeare is meestal door een vrouw geschreven en dan denk je onwillekeurig toch: is dat toevallig? Maar ik loop zelf niet in vrouwenkleren en val ook niet op travestieten. Dat stelt me gerust!’

William Shakespeare, ‘Sonnetten voor de Donkere Dame’, vertaald en ingeleid door Bas Belleman (Van Gennep, € 14,95)

Eerder gepubliceerd op Knack.be, 1 maart 2012

woensdag 29 februari 2012

Borgerhoff & Lamberigts begint evenementenbureau (Boekblad)


De Vlaamse non-fictieuitgeverij Borgerhoff & Lamberigts begint het evenementenbureau The Academy. De uitgeverij steekt de winst van een sterk groeiende omzet liever hierin dan in nieuwe boeken.
The Academy is een samenwerking met het Gentse evenementenbureau Clockwork en wil twee à drie grootschalige evenementen per jaar organiseren. Per evenement zoekt het bedrijf bovendien extra partners en sponsors. Drie mensen zullen fulltime voor The Academy werken.
Volgens de uitgeverij is het opzetten van een evenementenbureau een logisch gevolg van de concentratie op content in plaats van op boeken. ‘Iedereen heeft het over 360 graden-uitgeven. Wel, wij gaan daar voor’, zegt Steven Borgerhoff in De Standaard. ‘Voortaan bekijken we op welke manier we een verhaal het best kunnen vertellen: via een boek, een televisieprogramma, een evenement of een combinatie van die mogelijkheden.’
Het eerste evenement is dit jaar de negentigste verjaardag van mondharmonicaspeler Toots Thielemans op 29 april aanstaande. Naast acht verjaardagsconcerten organiseert The Academy een multimediale tentoonstelling in Brussel en geeft Borgerhoff & Lamberigts een luxe boek uit over Toots’ carrière en met odes van Belgische en internationale artiesten.
Het evenementenbureau is de tweede nieuwe activiteit die Borgerhoff & Lamberigts in korte tijd lanceert. In november stelde de uitgeverij Kris Hoflack aan om om de televisieproductiehuis te leiden. Tot nu toe is daar weinig van vernomen – behalve dat het bedrijf achter de drie koks aanzat verenigd in de Flemish Foodies.
Borgerhoff & Lamberigts kan deze nieuwe activiteiten opzetten omdat het zo goed gaat met de uitgeverij. Naar eigen zeggen groeide de omzet in 2011 met twintig procent, onder meer dankzij hun grootste bestseller: Dag Vlaanderen! van de Waalse tv-journalist Christophe Deborsu, dat vorig jaar op twintig stond in de lijst bestverkopende boeken. In plaats van meer dan zeventig boeken per jaar uit te gaan geven, bouwen Borgerhoff en Lamberigts hun bedrijf liever uit tot crossmediale onderneming.
Volgens De Standaard toont Borgerhoff & Lamberigts zich met een evenementenbureau opnieuw een pionier. Dat kwam de krant op een ingezonden brief te staan van Jeroen Sleurs, algemeen directeur van Het Davidsfonds, die betoogde dat zijn uitgeverij al jaren van alles rond een boek organiseerde. Eerder zei Maarten van Steenbergen van Lannoo al in Boekblad dat zijn uitgeverij ook aan 360 graden-uitgeven deed.

(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 29 feb)