zondag 24 juni 2018

Interview: directeur Caroline Reeders van Athenaeum Boekhandel over haar eerste 100 dagen (en een beetje)

Caroline Reeders is sinds 1 februari directeur van Athenaeum Boekhandel. Op 12 juni vierde ze haar eerste feestje in die functie: een borrel ter gelegenheid van de doorbraak tussen Athenaeum Nieuwscentrum en de boekhandel aan het Spui in Amsterdam.

Hoe was je week?
Het begon op 11 juni met de ALV van de KBb maandag. Daar maakte ik mijn debuut. Dat is letterlijk en figuurlijk een fort – het vond plaats in Fort Vechten in Bunnik – waar ik voor het eerst binnenkom, best spannend. Hoe gaat het er op zo'n bijeenkomst aan toe? Ik kwam Wiet de Bruijn tegen die daar [na de aankoop van Bruna door Shared Stories Group, waar hij directeur van is, md] óók voor het eerst was. We gingen dan ook een beetje bedremmeld naast elkaar zitten.'

En hoe beviel de ALV?
'Ik heb bij mijn werk bij uitgeverijen, Van Ditmar en Mindbus heel veel boekhandelaren leren kennen. Ik leek ze daardoor beter kennen dan de boekhandelaren elkaar. Dat vond ik een grappige ontdekking. Tegelijk viel me weer op hoe collegiaal boekhandelaren zijn. Zelfs directe concurrenten willen je helpen door advies te geven of te vertellen hoe zij het doen.'

Is het wel erg wennen om na een lange carrière bij toeleveranciers van boekhandels nu bij de boekhandel zelf te werken?
'Ja. Veel meer dan ik had gedacht. Dat zit hem in de ambachtelijkheid van de retail. Ze zeggen wel: retail is detail. Dat blijkt echt zo te zijn. De marges zijn zo klein dat je bij elke beslissing je heel goed moet opletten welke kosten die met zich meebrengen. Al die kleine kosten tellen enorm op. Die moet je met je omzet aan het einde van de maand wel kunnen dragen. Maar ook op andere manier is het detail belangrijk. Ieder klant heeft weer een andere specifieke vraag. En zeker van Athenaeum verwachten ze daar een antwoord op.'

Daarna had je op dinsdag de borrel om 'de doorbraak' te vieren.
'Dat was ontzettend leuk. Het was een mix van feestelijk en ontspannen, precies zoals ik feestjes graag heb. Het was ook mooi om te zien hoe de volle breedte van de aantrekkingskracht van Athenaeum daar zichtbaar werd. Er waren klanten, uitgevers, schrijvers, vertegenwoordigers van universiteiten, collega's van andere vestigingen. Ik wist natuurlijk wel dat Athenaeum een instituut is, maar op zo'n bijeenkomst voel je dat echt. Al beleefde ik vorige week eigenlijk een nog mooier voorbeeld daarvan.'

Vertel.
'We hadden de presentatie van de dichtbundel van Marlene van Niekerk in de winkel. Ik sprak na afloop met haar. Toen raakte ook een van haar gasten bij het gesprek betrokken. Marlene vertelt dat ik die nieuwe directeur van de winkel ben. De gast begon daarop gelijk een enorme lofzang op de winkel: hoezeer het een haven voor haar is, sinds ze in Amsterdam woont. Maar pas daarna vertelde ze me haar naam: Marlene Dumas –de internationaal befaamde schilder, die overal exposeert enmijvertelt wat een geweldige baan ik heb. 

En wat symboliseert de doorbraak voor Athenaeum?
'Dat de omgeving van het Spui zo is veranderd. Vooral door de toename van toeristen uit binnen- en buitenland en de verdwijning van bewoners, de universiteit, het type bedrijven dat om ons heen is gevestigd. Dat is eigenlijk een disruptieve verandering. Het betekent dat relatief veel mensen hier voor het eerst of zelfs eenmalig binnen zijn. Door de muur tussen Nieuwscentrum en winkel weg te halen kunnen ze langer binnen zijn en zien wat wij allemaal in huis hebben: de Loeb Classical Library én hippe gaybladen uit Nieuw-Zeeland.'

Het gaat wel goed met Athenaeum?
'Het is een gezond bedrijf met een mooie buffer. De omzet is goed. Alleen staat de winstgevendheid onder druk.'

Waarom?
'Dat ben ik aan het analyseren. We doen bijvoorbeeld relatief veel in studieboeken. Daarvan zijn de marges slechter dan van algemene boeken. En we hebben veel investeringen gedaan: in de webwinkel, in de overname van Het Martyrium, in de doorbraak. Dat is hartstikke goed – een van de redenen dat ik hier graag wilde werken, was dat Athenaeum zo voorlijk was met het omarmen van e-commerce. We moeten die investeringen wel terugverdienen. En gaat de besteding per klant op het Spui inderdaad omhoog nu de muur tussen winkel en Nieuwscentrum weg is?'

Je weet dus nog niet precies hoe je de winstgevendheid verbetert?
'Nee. Ik zit er pas vier maanden.'

En de zogeheten quick wins?
'Ja, ja, talloze. Bijvoorbeeld door de overname van Het Martyrium. Deze winkel is goed in ramsj. We hebben die voorraad ingevoerd zodat die binnenkort online ook zichtbaar is via Athenaeum.nl. Ook levert het extra schaalgrootte op, die zich hopelijk vertaalt in betere tarieven en services. En door de doorbraak kunnen we personeel efficiënter inzetten.'

Wanneer heb je een plan voor Athenaeum?
'Ik heb onlangs negen prioriteiten benoemd waarop ik wil sturen, en die met het MT besproken. Ik ben nu bezig daar samenhang in te brengen. Dan moet daar een visie boven worden geformuleerd. De zomer wil ik gebruiken om dat goed op te schrijven.'

Wat zijn die prioriteiten?
'Ik geef je de eerste twee. De belangrijkste is personeel. Dat is het begin en einde van alles. Wat zij weten en kunnen, maar ook gedrevenheid, hun eigen ambities, hoe ze samenwerken. En dan mag Athenaeum blij zijn met zijn medewerkers. Je moest eens weten wie hier solliciteert! Met hun ervaring, opleiding, soms ook persoonlijkheid. Ook daarin zie je de aantrekkingskracht van deze winkels. De tweede zijn de kengetallen. De managementinformatie.'

Is er tot nu toe te weinig beschikbaar?
'Voor mij wel. Ik heb ook weer andere vragen. Net als bij uitgeverijen, kom ik hier de gebruikelijke huiver voor cijfers tegen. Het boekenvak is een alfavak. Maar dan zeg ik altijd: cijfers zijn ook woorden. Het hoeft ook niet ingewikkeld te zijn.

En wat ga je vandaag doen?
'Wiet de Bruijn neemt donderdag afscheid als voorzitter van de GAU. Er is dan een klein symposium en mij is gevraagd daar iets te zeggen. Dat ga ik vandaag voorbereiden. Zo begin en eindig ik met Wiet. En ik kijk straks natuurlijk naar de dagomzet. Dat hoort als retailer.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 17 jun)


vrijdag 22 juni 2018

Anniko van Santen over spannende boeken en openbare bibliotheken (Bibliotheekblad)

Televisiepresentatrice Anniko van Santen was voor het tweede jaar juryvoorzitter van de Bookspot Gouden Strop. Het betekende voor haar een terugkeer naar het intense lezen uit haar jeugd – wat ze destijds mede dankzij de bibliotheek zo ongebreideld kon doen. 'Ik roep altijd: als ik met pensioen ben, hoef ik me – zolang er bibliotheken zijn – niet te vervelen.'

Anniko van Santen hoefde geen moment te twijfelen. Als de CPNB, organisator van de Bookspot Gouden Strop voor het beste Nederlandstalige spannende boek, meer continuïteit in de jury verlangt en de presentator van Opsporing Verzocht daarom voor het tweede jaar op rij als voorzitter wil: heel graag. Volgens het persbericht waarmee haar benoeming wereldkundig werd gemaakt, was het jureren vorig jaar zelfs haar hoogtepunt van 2017.
'Mensen in leesclubs weten het natuurlijk al lang', verklaart ze zich nader, 'maar voor mij was het een ontdekking hoe ontzettend leuk het is om met een aantal verstandige mensen te discussiëren over boeken – ook als je die boeken zelf niet hebt gekozen, zoals natuurlijk bij het jureren van alle inzendingen het geval is. Als voorzitter lees je veel geconcentreerder dan thuis op de bank of in bed. Dat is al erg fijn. En daarna de gedachtewisseling: geweldig.'

Vorig jaar viel Van Santen in voor Huub Stapel die wegens een ernstige beenblessure moest afhaken. Bij gebrek aan tijd las ze alleen de thrillers die al waren komen bovendrijven – inclusief het winnende Tot stof van Felix Weber. Dit maal las ze breder. 'Elke inzending wordt door twee juryleden gelezen. Ik ben vrij door de stapel gegaan. Ik heb ook boeken gelezen die nog niet waren beoordeeld. Dan dacht ik halverwege: die wordt het niet. Tot mijn geruststelling kreeg ik gelijk.'
Uiteindelijk, merkte ze, mogen smaken misschien verschillen, kwaliteit verloochent zich niet. De vijf titels op de shortlist vonden alle juryleden zonder twijfels goede thrillers. Naast Van Santen zelf waren dat de recensenten Jos van Cann (Hebban, VN's Detective & Thrillergids) en Els Roes (Thriller & Zo, VN's Detective & Thrillergids), de boekverkoper Herma Schipperheijn (boekhandel Augustinus in Nijmegen) én Marian van Leth, oud-directeur van BiblioNu in Venray en Horst.
'Vervolgens hadden we wel discussie over de vraag: wat maakt ze dan de moeite waard? Het is om leuk om te zien dat iedereen anders naar de boeken kijkt. De recensenten lezen mega-, megaveel. Zij kunnen daarom beter inschatten hoe origineel een plot is. De boekverkoper heeft ook invalshoek: kan ik dit mijn klanten aanraden? Zal die niet afhaken? En Marian weegt als bibliothecaris een vergelijkbare vraag mee: hoe populair zal zo'n titel zijn in de bibliotheek?'
Zelf let Van Santen op haar beurt op het taalgebruik van de auteurs. 'Ik hou heel erg van mooie zinnen. Renate Dorrestein, die deze maand helaas is overleden, was een meester in het gebruik maken van net dat ene woordje dat een heel beeld oproept. In Reddende engel, dat dit jaar op de longlist stond, schrijft ze over een dorpje dat "vrekkig verborgen" lag tussen de heuvels. Mijn hart maakt dan een sprongetje, ik zie gelijk een landschap voor me. Ik kan daar heel erg van genieten.'

De 47-jarige Van Santen was in haar jeugd een gretige lezer. Ze las bijna een boek per dag. 'Mijn jeugd heb ik niet spelend op de stoep doorgebracht, maar met mijn neus in de boeken. Later ging ik werken. Kreeg ik kinderen. Dus toen hield dat op. Ik ben zo'n lezer geworden die eigenlijk alleen nog op vakantie een boek pakt. Maar dan doe ik het echt graag. Als we een lange vliegreis maken zucht ik niet vermoeid. Nee, dan denk ik: joepie, dat is anderhalf boek.'
De rol van de openbare bibliotheek in haar leven loopt hiermee parallel. Als kind ging ze – eerst in Dieren, later in Roermond – een à twee keer in de week naar de lokale bibliotheek. 'Plank na plank na plank stonden daar dingen om te lezen. Meer dan ik ooit aan zou kunnen. Heerlijk.' Daarna zocht ze als student – in Hilversum – de rust om er te kunnen leren. 'Ik hou van de rustige sfeer van de bibliotheek, waar tegelijkertijd altijd iets gebeurt. En in mijn pauzes kon ik fijn rondsnuffelen.'

Nu is de televisiepresentatrice nog wel lid. Maar ze komt nooit meer in de bieb – ook niet voor haar twee puberkinderen, op wie ze de liefde voor lezen tot haar spijt niet heeft kunnen overbrengen. 'Ik lees niet alleen minder, ik lees ook het liefst op een e-reader. Ik koop ook eerder dan ik leen. En alle informatie staat tegenwoordig op internet. Als je dat meetelt, lees ik trouwens nog steeds veel. Van artikelen tot sociale media. Alleen niet meer de boeken waar ik vroeger zo verslingerd aan was.'
Als het aan haar ligt, verandert dat na haar werkzame leven. 'Ik roep altijd: als ik met pensioen ben, hoef ik me – zolang er bibliotheken zijn – niet te vervelen. Dan ga ik alles lezen waar ik nu niet aan toekom. Ik hoop dus van harte dat er over twintig jaar een bibliotheek in de buurt is. Dat moet ook wel, daarvoor zijn bibliotheken te belangrijk. Er zijn nog altijd hele lagen van de bevolking die niet het geld hebben om boeken te kopen. Zij moeten ook toegang tot kennis hebben.'
Van Santen ziet de bedreigingen voor de bibliotheken: de ontlezing onder met name de jeugd, de gedachte dat alles op internet staat. 'Maar de brei van informatie op internet is niet te vergelijken met de samengebalde kennis die in boeken staan. Dat is verschillend, en die moeten op één plek bij elkaar gebracht worden. Dat is de bibliotheek, waar goed personeel kan helpen en adviseren. De meeste mensen die binnenlopen weten niet precies wat ze zoeken. Daarom is het zo fijn als ze gegidst worden.'

Spannende boeken heeft ze nooit veel gelezen. De laatste jaren las ze vooral wat mensen haar aanraden. Wel heeft ze een voorkeur van boeken over geschiedenis. 'Mijn laatste boek voor ik ging lezen als voorzitter was een geromantiseerde biografie over Catherina de Grote. Ik heb er ook een project van gemaakt om de wereldliteratuur te lezen. Dan kijk ik op zo'n lijst van vijftig meesterwerken die je gelezen moet hebben. Daarom heb ik bijvoorbeeld Of Mice and Men van Steinbeck gelezen.'
Bij thrillers voelde Van Santen juist enige aarzeling. Dat kwam door haar werk. Voor Opsporing verzocht – waar ze al sinds 2005 bij betrokken is als presentator en eindredacteur – is ze de hele tijd al bezig met misdaad. Moet ze dan in haar vrije tijd ook lezen over moord, verkrachting en inbraak? Maar nu ze in korte tijd tientallen thrillers heeft gelezen, heeft ze gemerkt dat de werkelijkheid en de fictie uitstekend naast elkaar een rol in haar leven kunnen hebben.
'Fictie is echt ontspannend', legt ze uit. 'Het is fijn dat als ik een boek uit heb, ik het ook echt dicht kan slaan. Dan is de zaak opgelost en klaar. Door mijn werk weet ik ook dat misdaad niet altijd logisch is. Mensen doen soms iets bij toeval of per ongeluk. Maar in een spannend boek werkt de schrijver ergens naartoe. Je wordt meegesleept naar een vanzelfsprekend slot. Dat is ook weleens fijn. En dan gaat het vaak over de wereld van politie en justitie die ik goed ken.'

Ze kan daarom niet zeggen dat ze professioneel baat heeft bij het lezen van thrillers. 'Daarvoor is fictie echt iets anders. Het is leuk om te merken: ja, zo werkt de politie echt aan een zaak. Maar meer ook niet. Andersom knap ik ook niet snel af als een boek niet geloofwaardig is. Dit jaar had ik bij alle inzendingen maar één keer dat ik dacht: nee, zo werkt dat niet. Dat ging om een reactie van familieleden op een moord. Hoewel iedereen anders reageert, kon ik er in dit geval niet in meegaan.'
Daar komt bij dat thrillers – misschien wel meer dan andere genres – iets zeggen over onze huidige samenleving. 'Wat juist zo bijzonder is aan deze prijs is dat je zo veel inzendingen leest die ook echt in Nederland spelen. De boeken zijn dan niet alleen spannend, maar laten bijvoorbeeld zien dat eerwraak ook hier een rol kan spelen, en hoe we daar mee omgaan. Of breder: hoe wij mensen vermoorden en wat wij vinden van redenen om mensen om te leggen. Dat maak thrillers erg interessant.'
(Eerder gepubliceerd in Bibliotheekblad)

dinsdag 19 juni 2018

interview Joep Lucassen (Bol.com) en Erik Rigters (Kobo): 'Uitgevers verkorten hun window bij Kobo Plus' (Boekblad)

In minder dan anderhalf jaar hebben alle grote algemene boekenuitgeverijen titels ondergebracht in Kobo Plus. Alle seinen voor verdere groei staan daarom op groen, zeggen de verantwoordelijken van Bol.com en Kobo.

De strijd lijkt gewonnen. Moesten Product manager digital Joep Lucassen van Bol.com en country manager content Erik Rigters van Kobo voor Nederland en Duitsland een jaar geleden nog hard werken om de scepsis te bestrijden bij uitgeverijen, inmiddels proeven ze 'overtuigd enthousiasme' als ze hun rondje maken. 'We hoeven bij wijze van spreken niet meer te vragen of we meer titels mogen toevoegen', zegt Lucassen. 'We merken juist dat uitgevers soms harder willen dan de rechthebbenden waar zij toestemming van hebben.'

Wordt het aanbod ook recenter? Een jaar geleden was 10% van het aanbod maximaal een half jaar oud.
Lucassen: 'Ja. Uitgevers verkorten hun window. Begonnen ze soms met titels die al een jaar oud zijn, tegenwoordig is dat drie maanden. Titels als de biografie van Gordon, De heilige Rita van Tommy Wieringa of de nieuwe Nicci French zaten al snel na verschijnen in Kobo Plus. Van alle e-boeken die minder dan drie maanden uit zijn, is 37,5% bij ons te lezen. Van titels tussen de vier en zes maanden oud is dat 34,7%. Dat is niet veel lager dan de percentages uit andere leeftijdscategorieën. Van het aantal titels dat minstens vijf jaar oud is, hebben wij 51,5%.'

Hoe verhoudt het aanbod zich met dat van Bibliotheek.nl?
Lucassen: 'Hun aanbod is ook groter en recenter geworden. Maar wat je uitgevers vaak ziet doen is een getrapte lancering: eerst de titel los een kans geven, dan bij Kobo Plus en daarna ook bij de Bibliotheek.nl. Waar wij het echter vooral op winnen, is de enorme gebruiksvriendelijkheid van Kobo Plus. Ons systeem van aanbevelingen, het leesgemak, het voordeel dat je een titel zo lang op je leesplank kunt laten staan als je wil, de mogelijkheid om maandelijks op te zeggen – daar krijgen we allemaal heel goede feedback van klanten op.'

Hoe verhoudt de groei van het aanbod zich tot de groei van het aantal lezers?
Lucassen: 'Het doorslaggevende argument voor lezers is nog steeds het aanbod. Opzeggers geven dat als voornaamste argument: dat ze titels missen. Dus hoe meer titels wij hebben, hoe aantrekkelijker het daarom wordt voor hen. Dat gaat niet per se om de allernieuwste titels. Klanten zijn bijvoorbeeld door het verschijnsel dat een film eerst in de bioscoop is te zien en pas daarna op dvd of tegenwoordig Netflix, gewend dat er een vertraging zit. Ze kunnen daarom ook teleurgesteld zijn dat echte backlisttitels ontbreken.'
Rigters: 'Je kunt dat ook omdraaien. Wij zien dat oude titels, die echt amper nog verkopen, bij ons een tweede leven krijgen. Mensen stuiten op die titel, zijn verrast en beginnen te lezen – terwijl ze er los niet meer voor zouden willen betalen. Nee, ik kan geen voorbeelden geven. Het geldt echt voor duizenden boeken. Als ik een paar titels zou noemen, zou dat het fenomeen zelf tekort doen.'

Maar nogmaals: wat betekent de groei van het aanbod voor de groei van de klanten?
Lucassen: 'Dat gaat eigenlijk steeds sneller. Zeker sinds eind 2017 gaat het hard. Je zou zeggen: na de lancering wil een grote groep het eens proberen, daarna zwakt het af. Maar tot mijn verbazing zie ik zelfs dat we sinds week 15 van dit jaar iedere week meer nieuwe klanten krijgen dan in dezelfde week vorig jaar. Het groeit heel hard door.'

De bovengrens is duidelijk nog niet bereikt.
Lucassen: 'Nee. Ik denk dat er juist nog veel potentieel is. Ik sprak op de Libelle Zomerweek met klanten. Heel enthousiast over ons product, maar zij vertellen mij ook doodleuk dat ze daarnaast 4000 boeken op hun computer hebben gestaan. Dat versterkt mijn geloof dat er nog ongelooflijk veel ruimte is.'

Jullie zeggen altijd dat Kobo Plus het illegaal lezen tegengaat. Zijn daar inmiddels harde cijfers over?
Rigters: 'Dat is nog steeds een onderbuikgevoel, omdat het heel moeilijk is om hard te maken. Er is domweg geen betrouwbare schatting te maken over het aantal illegale leesuren. Dus vermindert Kobo Plus dat? Onmogelijk te zeggen. We hebben het een paar keer gevraagd in enquêtes, maar hoe eerlijk zijn dan de antwoorden? GfK vroeg het ook, maar is daar helaas mee gestopt. Wij gaan hen vragen dat opnieuw te doen.'
Lucassen: 'We hebben wel twee indicatoren voor de afname van illegaal lezen. Ten eerste: de bestelhistorie van nieuwe gebruikers van Kobo Plus. 60% had 0 euro uitgegeven aan e-boeken in de twaalf maanden ervoor, 25% had geen enkel boek gekocht, ook niet op papier. Kennelijk waren ze wel vertrouwd met digitaal lezen, maar kochten ze niets – in ieder geval niet bij ons. En nu betalen ze wel voor Kobo Plus. Ten tweede: het aantal mensen dat een e-reader aanschafte maar daarna nooit e-boeken kocht. 75% kwam nooit meer terug als klant. Dat hebben we terug weten te brengen tot 55%. Dat is nog te hoog, maar toch.'

Hoe ontwikkelt met de groei de kannibalisatie zich op andere edities van dezelfde titel?
Lucassen: 'Die is onverminderd laag. We hadden gedacht: er gaat 50% van de losse e-boekverkoop per titel af. Dat is vanaf het begin veel minder. Klanten ontdekken juist de voordelen van ons ecosysteem en bestellen dan ook af en toe een losse titel. De markt voor e-boekverkopen blijft ook groeien. De kannibalisatie op papieren boeken hadden we lager ingeschat, omdat mensen boeken cadeau blijven geven. Ook dat is minder het geval dan gedacht. We boeken dus additionele omzet. En omdat Kobo Plus elke maand groeit, groeit ook die additionele omzet.'

Hoe zijn de experimenten met de Kobo Originals van Linda Jansa en Willem Asman uitgepakt?
Rigters: 'We zijn ontzettend tevreden over de resultaten. Het tweede deel van Willem Asmans Rebound­-serie – waarvan het eerste deel hem nu de Gouden Strop heeft opgeleverd, wat geweldig is – was enkele weken eerder in Kobo Plus te lezen. Linda Jansma had een serie In naam van de vader, die in vier aflevering online kwam. Alle delen hebben vlak nadat ze beschikbaar kwamen in de Kobo Plus-top 20 gestaan.'

Maar er is nog altijd geen vervolg op deze acties aangekondigd.
Rigters: 'Er lopen nu zes projecten, die allemaal nog dit jaar zullen verschijnen. Het eerste nog voor de zomervakantie – begin juli, om precies te zijn.'

Met name de exclusiviteit van Jansma riep veel weerstand op bij boekhandels. Merkten jullie daarom aarzeling bij uitgevers om Kobo Originals te leveren?
Rigters: 'Misschien op dat specifieke moment in het najaar. Het heeft geleid tot een moment van bezinning – bij alle betrokken partijen, ook bij ons. Maar per saldo heeft het geen nadelige gevolgen gehad voor het opzetten van nieuwe projecten.'

Wat zijn jullie andere plannen met Kobo Plus voor de komende periode?
Rigters: 'Alle seinen voor verdere groei staan op groen. Het belangrijkste is daarom nu het voortdurend verbeteren van de klantervaring. We hebben een hele boel dingen verzameld, veelal met technische achtergrond. Bijvoorbeeld: de zicht- en vindbaarheid van het aanbod. Dat kan beter, vinden wij. We hopen dat al die verbeteringen snel zijn doorgevoerd.'

Zie ook deze interviews uit 2017:

maandag 18 juni 2018

Boycott Books lanceert uitgeverij en sluit een van de twee vestigingen (Boekblad)

De boekhandel Boycott Books, gespecialiseerd in internationale prentenboeken, heeft de eerste titels aangekondigd van haar uitgeverij Boycott. Het filiaal in Amsterdam-Noord gaat dicht vanwege de uitgeefambities, het filiaal in West blijft wel open.

Het eerste boek van uitgeverij Boycott is 12 uur met Oscar van de Slowaakseillustrator Eva Macekova. Dit tekstloze boek was al een van de bestlopende titels in de winkel. 'We waren van begin af aan fan van dit boek en kennen de illustratrice ook. We hebben er daarom een speciale band mee', zegt Rosa Bernhard van Boycott Books. Het boek, dat doet denken aan de stijl van Blexbolex, is al in vier talen verschenen. 
De tweede uitgave is vertaald uit het Tsjechisch: De pittige pruim die een pop werd van Vojtěch Mašek (tekst) en Chrudoš Valoušek (illustraties). De laatste is wereldwijd befaamd voor zijn linosnedes. Zijn boek ‘Proverb’ won twee jaar geleden de prijs voor het mooiste boek op het Leipzig boekfestival. Vertaler is Edgar de Bruin, die eerder onder andere Marek Šindelka en Jaroslav Rudiš vertaalde.
De link met Tsjechië is niet toevallig, aangezien Bernhards partner en vennoot Jan Popelar uit dit land afkomstig is. Maar uitgeverij Boycott beperkt zich zeker niet tot dit taalgebied, verzekert Bernhard. Voor 2018 staan drie titels en voor 2019 vijf titels gepland. Hierbij zitten vertalingen uit het Spaans en Lets en oorspronkelijk Nederlandstalige uitgaven.
Bernhard gaat zelf de vertegenwoordiging doen van uitgeverij Boycott. Daarmee is het niet langer mogelijk om winkels in Amsterdam-Noord en -West open te houden. Die Noord, die altijd al bedoeld was als tijdelijke locatie, sluit daarom volgende maand. Over een precies een week organiseert Boycott daar een afscheidsfeest.
'Het loopt wel goed met de winkel', zegt Bernhard. ‘Het aanbod breidt zich gestaag uit, ook dankzij prints en zines die we verkopen. Ik schat dat we nu zo'n tachtig titels op voorraad hebben. Het moet ook geen overvolle winkel worden waar je van sommige boeken alleen de rug kunt zien.'
Daarnaast zijn Bernhard en Popelar een apart bedrijf gestart voor leveringen aan scholen en bibliotheken: International Picture Books. Bernhard: 'Wij leveren aan een internationale school nadat ik die had benaderd, die graag op één plek prentenboeken bestelt in verschillende talen. Maar het was beter om daar een aparte site voor te starten, omdat het een andere doelgroep is.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 15 jun)

zondag 17 juni 2018

Interview Herma Schipperheijn – als een boekhandelaar in de jury van de Gouden Strop zit (Boekblad)

De Spannende Boeken Weken trapten woensdag af met de uitreiking van de Bookspot Gouden Strop. Herma Schipperheijn van boekhandel Augustinus in Nijmegen zat dit jaar in de jury. Ze gebruikte het lidmaatschap niet om nieuwe klanten te werven. Bestaande klanten leefden wel erg mee.

Hoe was je week?
'Hectisch en divers. Een afspraak met de accountant, de afhandeling van waterschade, de uitreiking van de Gouden Strop, onze jongste puber aan zijn schoolwerk zetten – en ondertussen draait de winkel gewoon door. Het is het leven van een moderne vrouw: tien ballen tegelijk in de lucht houden. Maar ook al ben ik als autodidact het boekenvak ingerold, ik vind het allemaal hartstikke leuk, met alle kleine hoogte- en dieptepunten.'

Het hoogtepunt was ongetwijfeld de uitreiking van de Gouden Strop op het terrein van Bookspot in 's-Graveland?
'Inderdaad. Dat was erg leuk. Het was warm, maar de locatie was mooi, alles was goed verzorgd en aan het einde hadden we twee mooie winnaars. Niet alleen Willem Asman die de Gouden Strop kreeg voor Enter, ook Eva Keuris die de Schaduwprijs won voor het beste debuut.'

Hoe ben je in de jury beland?
'Ik zag een oproepje op Facebook dat ze een boekverkoper zochten voor de jury. Ik dacht meteen: wat gaaf. Ik lees altijd al graag thrillers en was heel benieuwd of mijn persoonlijke mening een beetje overeenkomt met professionele recensenten. Maar ook heb ik, voordat ik via mijn man bij de boekhandel ging werken, twintig dienstjaren bij de politie gehad. Ik lees spannende boeken misschien anders. Een tijd later werd ik gebeld door de CPNB. "Wil je nog steeds?", zeiden ze. Absoluut!'

Kan dat eigenlijk wel: een boekverkoper met zijn commerciële belangen in de jury van een literaire prijs?
'Ik vind van wel. Zeker bij de Gouden Strop. Deze prijs krijgt relatief weinig aandacht in de pers en bij klanten. Dan is het goed om er op deze manier vanuit de boekhandel aandacht aan te besteden. Ik heb bij het lezen ook nooit gedacht aan wat een boek in de verkoop zou kunnen doen. Het komt nu wel mooi uit dat er net een goedkope editie van Enter is, maar die was allang aangekondigd voor wij een beslissing hadden genomen.'

Merkte je dat je desalniettemin anders las dan de andere juryleden?
'Nee. Wij hanteerden allemaal drie criteria. Is het spannend, heeft het een goed plot en hoe is de schrijfstijl. Het grappige was juist dat we unaniem waren en er in de laatste vergadering, nadat iedereen zijn twee persoonlijke favorieten had herlezen, in vijf minuten uit waren. Van juryleden met meer ervaring met jury's weet ik dat die het weleens anders hebben meegemaakt. Lastig, lijkt me dat.'

Wisten je klanten dat je in de jury zat?
'Zij leefden erg mee. Ze vroegen: wanneer kom je op tv? Omdat de bekendmaking vorig jaar wel in een tv-programma werd gedaan. Of, verbluft: Heb je ook nog tijd om twee, drie boeken per week te lezen? En natuurlijk: welke vind jij de beste? Daar kon ik niet te veel over zeggen. Ik zei alleen wat mijn top 3 was. Ik zag daar van tevoren tegenop, maar omdat klanten wel weten wat mijn voorkeuren zijn, kon ik daar toch vrijuit over blijven praten zonder iets te verklappen.'

Heeft je jurylidmaatschap boekhandel Augustinus goed gedaan?
'Ik heb het niet uitgebuit. Ik heb er geen geheim van gemaakt en het gemeld op onze site en Facebookpagina, maar ik heb niet bijvoorbeeld de lokale krant benaderd. Ik heb me ook vooral opgegeven voor de persoonlijke ervaring en om mijn netwerk te kunnen uitbreiden.'

Heb je na het besluit over de winnaar vol ingezet op Enter?
'Ook niet. Wij waren begin mei, bij de bekendmaking van de shortlist. toevallig op vakantie. Ik kreeg een appje: "Hoeveel moeten we van elke titel bestellen?" En dan kijk je toch naar je klanten en maak je een inschatting van hoeveel je er kunt verkopen – wetende dat je de boeken waar je zelf het meest enthousiast over bent, het best verkoopt. We kochten dus niet van alle vijf genomineerde titels evenveel in, maar de medewerkers konden daar niet de winnaar uit afleiden.'

Had Enter – immers al een jaar uit – goed verkocht?
'Het is geen hardloper. De prijs gaat dat ook niet veranderen. De Gouden Strop heeft niet dezelfde aantrekkingskracht als een Bookspot Literatuurprijs (v/h ECI Literatuurprijs) of Libris Geschiedenisprijs, dat daags na de bekendmaking tien mensen erom komen vragen. Het is jammer, maar het is niet anders. De verkiezing van de VN Thriller van het jaar doet misschien net iets meer, al is dat effect ook niet gigantisch.'

Pakt Augustinus er dan niet groot mee uit?
'Thrillers hebben we bij ons een aparte kast. De winnaar geven we altijd een prominente plek. Maar we maken er geen show van door bijvoorbeeld een strop op te hangen en andere decorstukken te gebruiken. En als iemand om "een" spannend boek vraagt, probeer ik altijd zeker op de Gouden Strop te wijzen. De Spannende Boeken Weken zijn wat dat betreft niet voor niets in juni. De helft van de boeken die mensen op vakantie lezen is een spannend boek.'

Ben je blij dat de Spannende Boeken Weken weer zijn begonnen?
'Wat deze weken zo leuk maakt, is dat je mensen nog echt kunt verrassen met een geschenk. In de Boekenweek weet iedereen dat wel. Als ze nu Barst van Boris Dittrich krijgen is dat vaak echt een cadeautje. Dat geeft een feestelijker gevoel. Ik denk ook dat dit geschenk geschikt is, juist omdat het ook leuk om te lezen is als je niet speciaal van spannende boeken houdt. Mensen die een beetje neerkijken op het genre zullen hier aangenaam door worden verrast.'

En wat lees je zelf vandaag?
'Eerst moet ik de activiteiten voor tieners verzorgen tijdens de kerkdienst, zoals ik iedere zondagochtend doe. Daarna hebben we een lunch op de hockeyclub, die we vorig jaar hebben gewonnen met het familietoernooi. Maar vanmiddag ga ik heerlijk verder in President Vermist van Bill Clinton en James Patterson. Een erg fijn boek, ik denk dat Clinton nog wel meer thrillers gaat schrijven.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 10 jun)

vrijdag 15 juni 2018

Interview Hans van Driel: medewerker Koninklijke Boekverkopersbond én auteur (Boekblad)

Hans van Driel werkt ruim een jaar als manager finance & control bij de Koninklijke Boekverkopersbond. Vorige maand debuteerde hij onder het pseudoniem Han Thomas met de thriller Het Darwin Dilemma. Dat heeft niets met elkaar te maken, zegt hij. Wel heeft hij zijn verwachtingen bijgesteld door zijn ervaringen bij de KBb.

Heb je altijd al geschreven?
'Het begon een paar jaar geleden als hobby. Ik lees graag populairwetenschappelijke boeken over hoe het heelal werkt of de evolutietheorie. Non-fictie dat toch niet zo'n groot lezerspubliek heeft. Af en toe dacht ik: wat een briljant idee, en wat zou het fantastisch zijn als meer mensen dit wisten. En toen bedacht ik me dat ik daar misschien zelf voor moest zorgen. De boodschap van de soms taaie wetenschappelijke verhandelingen opschrijven in eenvoudige taal en verpakt in een spannend verhaal. Dat werd Het Darwin Dilemma.'

Hoe vond je een uitgever?
'Ik heb, voor ik bij de KBb solliciteerde, zes jaar in het buitenland gewerkt. Toen we in Zweden woonden waren we bevriend met een stel, waarvan de vrouw het nichtje van Cynthia McLeod was – de schrijfster van Hoe duur was de suiker?. Ik heb haar mijn manuscript laten lezen. Zij vond het zo goed dat ze het aan haar tante gaf. Die was zo enthousiast dat ze het toch omvangrijke boek in drie dagen uit had en meteen naar haar uitgever stuurde: Kees de Bakker van Conserve. Dat is nu een half jaar geleden.'

Was het daarom een doordachte carrièrezet om naar de KBb te gaan?
'Allesbehalve. Ik heb een financiële achtergrond. Ik heb altijd financiële functies gehad, eerst bij consultancy bedrijven, later als zzp'er. Toen we terugkeerden naar Nederland zag ik via een recruiterdeze vacature. Manager finance & control – precies mijn vak. Gevestigd in Bilthoven – dichtbij mijn woning. Perfect dus. Pas daarna realiseerde ik me dat ik in het boekenvak ging werken. En dan nog wil ik mijn werk en mijn schrijverschap strikt gescheiden houden.'

Waarom?
'Ik wil niet de schijn van belangenverstrengeling wekken. Ik zit hier voor de boekhandel, niet om mijn boek te promoten. Dat laat ik over aan mijn uitgever, die daar met al zijn ervaring en kennis toch veel beter toe in staat is. Ik had al een pseudoniem gekozen om het schrijven te scheiden van mijn werk. Daar heb ik gebruik van gemaakt om het ook hier een beetje stil te houden. Veel collega's wisten pas laat dat ik een boek had geschreven. Maar op een gegeven moment was het niet stil te houden.'

Bevalt het werk in het boekenvak?
'Zeker. Ik heb in het verleden, ook als interimmer, altijd bij grote multinationals gewerkt. De KBb is eigenlijk een MKB-bedrijf, met heel veel relaties met partijen in het boekenvak én boekhandels. Dat betekent dat je niet met anonieme producten als effecten en hypotheken te maken hebt, maar met vaak heel betrokken mensen. Bij grote bedrijven werk je ook in een kolom met heel weinig speelruimte, hier is het werk heel gevarieerd. De ene dag zit ik met twee handen in de boekhouding, de volgende dag overleg ik met onze voorzitter. En de KBb is een leuk bedrijf, gevestigd in een mooi pand.'

Heb je in jouw functie veel contact met boekhandelaren?
'De omzet van de boekhandel is altijd een actuele vraag: hoe krijgen we de omzet de goede kant op? Maar juist omdat deze ondernemers zo betrokken zijn, hebben ze altijd veel vragen – ook voor mijn afdeling. Wij regelen bijvoorbeeld de uitkering van het CB-dividend aan de KBb-leden. Dat levert veel vragen op.'

Heb je zo – juist ook als auteur – een beter beeld gekregen van wat het inhoudt om een boekhandel te hebben?
‘O ja. Als consument zie je alleen de buitenkant. Dan denk je bijvoorbeeld 's avonds laat: ik wil nu een boek, laat ik het online bestellen en je gaat naar een webwinkel omdat je denkt dat dat sneller of goedkoper is. Inmiddels weet ik dat je eigen boekhandel om de hoek, die iedereen een warm hart toedraagt, dat boek net zo goed bij jou thuis kan leveren, tegen dezelfde prijs en dezelfde service. De consument realiseert zich dat nog niet voldoende. Die heeft nog nooit van de wet op de vaste boekenprijs gehoord, waar de KBb zich hard voor maakt, en denkt dat online goedkoper is. Daarnaast zie ik nu veel beter dat veel boekhandelaren, naast het runnen van hun zaak, bezig zijn met evenementen in hun winkel na sluitingstijd. Enerzijds uiteraard om in contact te blijven met hun klant, maar het geeft ook aan de boekhandel plaatselijk een culturele functie heeft.’

Heeft je kennis de verwachtingen op succes van Het Darwin Dilemma beïnvloed?
'Als je van niets weet, denk je al gauw: als een boekverkoper geïnteresseerd is in mijn boek, koopt hij twintig exemplaren in. Ik ook. Ik zag toch altijd grote stapels in de boekhandel? Maar dat zijn natuurlijk alleen top 10-titels. Boekhandels kopen hooguit één exemplaar van een onbekende auteur in. Als hij er toch vijf inkoopt, is dat héél mooi. Ik had me ook nooit gerealiseerd dat een boekhandelaar doorgaans voor eigen rekening inkoopt, dat de marges in dit vak klein zijn, en dat hij daarom niet te veel risico kan nemen. Ieder ingekocht boek moet wel worden verkocht.'

Hoe is Het Darwin Dilemma eigenlijk ingekocht?
'Af en toe mailt Kees: De Kler heeft er twintig ingekocht. Of: De Bilthovense Boekhandel wil graag dat je een presentatie in de winkel komt geven en zal dan ook goed inkopen. Maar het precieze cijfer weet ik niet. Ik neem aan dat als er tientallen boekhandels twintig exemplaren hadden besteld, ik dat had geweten.'

Heb je er vertrouwen in dat het boek een succes wordt – juist deze maand tijdens de Spannende Boeken Weken?
'Er is veel enthousiasme, ook van recensenten. Maar het blijft een onbekend boek van een onbekende auteur. Je kunt daarom geen groot marketingoffensief lanceren. Het is ook een hobby, ik hoef er niet van te leven. Als de eerste oplage van ongeveer 3.000 exemplaren uitverkocht raakt, zou dat al mooi zijn. Ik ga in ieder geval op maandagavond 25 juni bij De Bilthovense Boekhandel over het boek vertellen. Misschien volgen meer van zulke avonden.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 8 jun)

donderdag 14 juni 2018

Joseph Roth, 'Spoken in Moskou': Van de viervoeters onderscheiden wij ons door de seksuele voorlichting (Athenaeum.nl)

In het nieuwe deel van de vertalingen uit de verspreide geschriften van Joseph Roth gaat het om Rusland. Al beschrijft hij een land dat al lang niet meer bestaat, hij doet dat zó raak dat je ook Spoken in Moskou slechts met groot genoegen kan lezen.

Wat een mooie serie is dat toch: de selectie teksten uit Joseph Roths reportages, brieven, dagboeken en andere verspreide geschriften, die Bas Lubberhuizen uitbrengt in een vertaling van Els Snick. Het onlangs verschenen Spoken in Moskou is alweer het zesde deel. Iedere uitgave is schitterend vormgegeven door Piet Gerards, fraai geïllustreerd (ditmaal door Gerda Dendooven) en steeds voorzien van een voorwoord door een prominente bewonderaar van de Oostenrijkse auteur (ditmaal Tom Lanoye). Het is spijtig te bedenken dat het te begrotelijk zal zijn om alle delen ooit in één cassette uit te brengen.
Spoken in Moskou draait om de reis die Roth van augustus tot december 1926 maakte door de Sovjet-Unie. Het overgrote deel van het boekje bevat de reportages die hij daar maakte voor de Frankfurter Zeitung, waar Roth het grootste deel van de jaren twintig in dienst was. Het was een jong land dat weinigen kenden, maar dat wel – in de jaren voor het failliet van de communistische planeconomie en de stalinistische terreur – bij velen in het Westen de belofte belichaamde van een eerlijker en rechtvaardiger samenleving. Ook bij Roth, die hoopvol vertrok maar al gauw teleurgesteld raakte toen hij merkte dat de revolutie was vastgelopen op de per definitie egoïstische en machtsbeluste menselijke natuur.
Zijn stukken – naar huidige normen eerder analyses dan reportages – ademen beide emoties. Roth is welwillend. Zo prijst hij de communisten terecht dat ze de boer hebben bevrijd. De lijfeigene die in het zweet des aanschijns het land bewerkte zonder enig idee van wat er in de rest van de wereld gebeurde, is een landbouwer geworden voor wie de modernste machines worden gebouwd. Maar hij voorvoelt ook dat de dorpen hetzelfde lot zal zijn beschoren als de steden: een rigide overleg- en vergadercultuur, opgedrongen door het partijapparaat, dat uiteindelijk alles zal verstikken.
Zijn analyse van de Russische pers is het scherpst. In plaats van kranten als de Pravda en Izvestia simpelweg af te doen als propaganda die rechtstreeks door het Kremlin wordt gedecreteerd, trekt hij vergelijkingen met de rechts-reactionaire en de burgerlijke pers om zo het unieke karakter van wat toen nog iets nieuws was, bloot te leggen. Hij legt uit waarom er toch kritiek in die kranten mogelijk is: het is uitsluitend geïnstitutionaliseerde Marxistische, en dus holle kritiek. En hij toont aan waarom deze kranten geen nieuws bevatten: de gebeurtenissen worden niet beschreven door observatoren die ze in perspectief zetten, maar door de mensen zelf die ze meemaken.
En dat alles in een taal die niets anders dan bewondering kan oproepen. Zo helder, zo raak. Neem het aforistische slot van voornoemd artikel waarmee – in 1926 dus al! – voorgoed duidelijk wordt dat je niets hebt aan Sovjet-kranten: 'Men leert de wereld niet kennen door een berg te beklimmen en haar vanuit één standpunt te bekijken, maar gaande, door de wereld te bewandelen. In Sovjet-Rusland echter bekijkt men de wereld vanuit de toren die gevormd wordt door de verzamelde en op elkaar gestapelde geschriften van Marx, Lenin en Boecharin...'
Het zijn zulke zinnen die het rechtvaardigen waarom Roths reportages negentig jaar na zijn reis alsnog in het Nederlands verschijnen. De wereld die hij beschrijft mag verdwenen zijn. De kwestie die hij aansnijdt, zoals de toenmalige hervormingen van het Russische onderwijs, mogen oninteressant zijn. Maar de zinnen blijven. 'De zonde is in Rusland even banaal als bij ons de deugd.' Of: 'We zijn met z'n allen zoogdieren. Van de viervoeters onderscheiden wij ons door de seksuele voorlichting.' Of: 'Prostitutie is in Rusland een kort kapittel. Het is bij wet verboden.' (Alle uit een stuk over liefde en seks.)
(Eerder gepubliceerd op Athenaeum.nl, 11 jun)

Meer Joseph Roth:

zondag 10 juni 2018

Interview Jos van Loon: hoe gaat een boekhandel om met waterschade (Boekblad)

Nederland kampte eind mei met hevige onweersbuien. Een boekverkoper die daar schade van ondervond was Jos van Loon van Messink & Prinsen in Aalten. Heel vervelend – al bezorgde het hem ook een fijne bevestiging van de klantentrouw.

Hoe was je week?
'Vanwege het warme weer was het rustig in de winkel. Ik word daar altijd een beetje bang van, maar als ik dan contact met collega's heb, hoor ik dat dat voor iedereen geldt. Alleen omdat het hier opeens heel hard ging regenen, was het toch een hectische week.'

Wat gebeurde er dinsdag?
'Om half zes 's middags begon het hard te regenen. Vaak trekt onweer over of naast Aalten, maar nu kregen wij de volle laag – drie kilometer verderop viel er niets. Wij zitten in een aflopende straat. Voor mijn deur vormde zich daarom een plas. Met matten kon ik ervoor zorgen dat het de andere kant op liep, verder de straat af. Toen zei de klant die rustig aan het winkelen was: "Volgens mij hoor ik iets druppelen?". En inderdaad. Dus wij kijken en ja hoor: achterin, vanuit een bak aan het plafond waar allerlei leidingen lopen, druppelde het naar beneden. En allengs steeds meer. Er begon een heel watergordijn de winkel in te lopen.'

Toen probeerde u te redden wat er te redden viel?
'Zeker. Ik begon als een gek de boeken uit de kasten en op de tafels daar weg te halen. De klant hielp meteen mee. Ik zette er prullenbakken en later emmers neer om het water op te vangen. Maar dat hielp niet echt. Na twintig minuten stopte het met regenen, maar het bleef druppelen – vanuit een platje erboven, zo bleek later, waar de afvoer de regen niet meer aan kon.'

De schade bedroeg zo'n 200 boeken, schreef u op Facebook.
'Toevallig kwam de dag erna de persoon die voor ons de marketing doet. Zij is hier eens in de veertien dagen. Ze heeft alle boeken beoordeeld op de mogelijkheid om ze nog te verkopen en de boeken die echt te beschadigd waren voor ons in een Excel-bestand gezet. Als je dan uitgaat van een gemiddelde verkoopprijs van 20 euro, heb je het over een schade van vier- tot vijfduizend euro. En dan heb ik nog het geluk dat de regen niet een uur later was gevallen. Dan had ik thuisgezeten.'

Wordt de schade gedekt door de verzekering?
'Die heb ik uiteraard snel gebeld. Maar pas volgende week vrijdag komt er een expert. Gelukkig heb ik, naast het redden van de boeken, met mijn telefoon ook een paar filmpjes gemaakt om hem dat te laten zien.'

U bent er niet gerust op dat de verzekering het in orde maakt?
'Nee. Ik ben iemand die zich altijd druk maakt om dat soort dingen. Maar mijn vrouw Maaike Prange en ik – de winkel is van ons samen – hebben het al eerder meegemaakt. Een jaar of tien geleden, in ons vorige pand. Zo'n expert zegt gerust: "dat boek kun je nog wel verkopen, er is maar een klein hoekje nat". En als ik tegenwerp dat mensen dat echt niet meer willen, krijg je te horen: "maar als een kind het even beetpakt, is het ook beschadigd". Kijk ook naar Haasbeek Herenhof in Alphen aan de Rijn: na een brand wilde de verzekeraar niet uitkeren omdat ze de meterkast niet tijdig hadden gecontroleerd. En dan moet je jarenlang procederen en is het nog niet afgerond. Daar ben je toch niet voor verzekerd?'

Is de reactie van de toevallig aanwezige klant exemplarisch voor hoe andere klanten de volgende dag reageerden? 
'Absoluut. Iemand kwam ons een tablet chocola brengen, van een ander kregen we bloemetjes. Een klant die zelf pas om zeven uur 's avonds hoefde te gaan werken, bood aan om daarvoor ons te helpen opruimen. Iedereen is heel begaan met de winkel.'

De burgemeester kwam ook langs.
'We hebben net een nieuwe burgemeester in Aalten. Hij leest zoiets en toont dan gelijk zijn betrokkenheid met de ondernemer. Hij deelt dat ook op Twitter, met foto van mij. Ik denk dat we daar heel blij mee moeten zijn.'

En zo werkt een ramp in feite heel stimulerend voor de lokale functie van een boekhandel.
'Natuurlijk, al zie ik dat niet direct terug in de cijfers. Ik moet er wel bij zeggen dat in Aalten heel sterk de cultuur heerst om de plaatselijke ondernemers – bijna allemaal zelfstandige winkeliers – te steunen. Het besef is groot bij klanten dat ze misschien wel alles op internet kunnen bestellen, het dorp straks geen boekhandel meer heeft. Of sportzaak of modezaak.'

De steun is niet meer dan na de vorige lekkage? Of na de inbraak van vier jaar geleden?
'Wel meer dan tien jaar geleden. Toen hadden mijn vrouw en ik de winkel pas een paar jaar en waren we nog druk bezig met het opbouwen van een klantenbestand. Nu zijn de klanten veel closer. Is de gunfactor dus ook groter. Maar na de inbraak kregen we het meeste steun. Dan zien klanten je echt als slachtoffer. Er was ook een behoorlijk groot bedrag kwijt, dat nooit is vergoed. Bij een lekkage denken ze eerder: dat dekt de verzekering wel.'

Heeft u iets gehoord van collega-boekverkopers?
'Nee. Maar misschien weten ze het ook niet. En als ik mezelf de vraag stel: wat zou ik doen als ik hoor dat een collega in Varsseveld of Lichtenvoorde zoiets meemaakt? Misschien dénk ik wel: ik laat van me horen, maar dan ben ik vervolgens te druk met het dagelijks reilen en zeilen.'

En wat gaat u deze zondag doen om de waterschade te vergeten?
'We zijn kerkelijk, mijn vrouw zit zelfs in de kerkenraad. Dus zeker de eerste zondag van de maand proberen we altijd naar de dienst te gaan. Daarna werk ik wat: de site bijhouden, fondscatalogi doorlezen. Maar vooral: heerlijk lezen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 3 jun)

dinsdag 5 juni 2018

Recensie: 'The Bookshop' brengt de enkelingen bij elkaar

Gek eigenlijk dat The Bookshop, die vanaf 7 juni in de Nederlandse bioscoop is te zien, wordt ondersteund door de CPNB. De film laat een heel ander aspect van de boekhandel zien dan de slogan 'een boek kan zoveel doen'.

The Bookshopgaat ondanks de titel niet over de boekhandel. Zeker, Florence Green opent in de film van Isabel Coixet naar de gelijknamige roman van Penelope Fitzgerald een boekwinkel. Maar de tegenkrachten die ze daarmee oproept in het kleine kustplaatsje Hardborough hebben weinig met haar nering te maken. De aristocrate Violet Gamart, die zich de natuurlijke leider van de gemeenschap voelt, wil haar pand hebben om er een kunstcentrum in te vestigen. Ook als er speelgoed of tweedehandskleding zou zijn verkocht.
Maar de keuze voor een boekhandel is ook niet toevallig. De film draait om de strijd tussen de gegoede klasse, die in het Groot-Brittannië van 1959 nog aan de touwtjes trekt, en de opkomende gewone man, die een steeds belangrijke rol in de maatschappij heeft. Niet voor niets zie je in het begin van de film een verkiezingsposter van Labour hangen. Het boek staat zo symbool voor een democratische, laagdrempelige kunstvorm waarvan iedereen kan genieten. De schilderijen en sculpturen van Violet Gamart zijn de kunst van de elite.
De film doet er echter niet sentimenteel over. The Bookshop is – in tegenspraak met de ondersteuning van de CPNB – geen propagandafilm voor het lezen of de boekhandel. Hij laat namelijk ook zien dat boeken misschien makkelijk toegankelijk zijn en in theorie iedereen geraakt kan worden door een verhaal, maar dat er in werkelijkheid maar een enkeling ontvankelijk voor is. Zo ontvankelijk, dat hij of zij nooit zonder een boek kan en de een na de ander verslindt in plaats van slechts af en toe die ene bestseller te lezen waar iedereen over praat.
In het dorp aan zee heerst vooral scepsis over Florence' boekhandel. De lokale bankier moet een grote aarzeling overwinnen om haar een lening te verstrekken. Een veerman houdt haar voor dat het hele dorp maar één lezer kent: Edmund Brundish. Die – hoe kan het anders? – een zonderling is. Hoe denkt ze daar een rendabele zaak mee op te bouwen? En die onverschilligheid jegens de boekhandel verandert ook niet. Er is niemand in de film wiens leven verandert doordat Florence hem of haar een boek in de handen drukt.
Nou ja, niemand? Er is dus altijd die enkeling. Florence krijgt een assistente: Christine, een jong meisje van lage komaf die min of meer door haar ouders wordt gedwongen met een bijbaantje bij te dragen aan het gezinsinkomen. Zij verklaart openlijk niet van lezen te houden. Toch moet ze van Florece ooit A High Wind in Jamaica van Richard Hughes proberen. Als ze dat doet, aangespoord door de verwikkelingen van het plot, is ze gelijk verkocht. Later opent zij zélf een boekwinkel.
Wat de boekhandel wel doet, blijkens de film, is de enkelingen bij elkaar brengen. Florence en Brundish zijn de twee grote liefhebbers van literatuur in Hardborough, maar pas door de boekhandel komen ze bij elkaar. Dat verklaart ook de tagline van de film, die beter bij het plot past dan de CPNB-slogan: 'One never feels alone in a bookshop'. Niet alleen kunnen grote lezers – altijd eenzaam van karakter, volgens Jonathan Franzen – gezelschap vinden bij personages, ze vinden in de boekhandel ook gezelschap bij elkaar.
Dat is misschien niet de inclusieve boodschap van de CPNB, die zoveel mogelijk boeken onder zo veel mogelijk mensen wil brengen. Maar: het is ook een mooie boodschap. Alleen jammer dat het bestaan van een boekverkoper niet tot in detail klopt, iets wat altijd storend is in een film of boek als je toevallig kennis van zaken hebt. Want Florence' The Old House Bookshop mag er dan schitterend uitzien, menig boekverkoper zal zich afvragen hoe ze die – óók in 1959 – overeind houdt.
Florence Green lijkt zich weinig aan te trekken van haar publiek. Ze legt uitsluitend neer wat ze mooi vindt, niet wat aan kan slaan bij haar publiek, om tenminste te blijven voortbestaan. En als ze dan toch tegen de keer een boek wil promoten – het succès de scandalein Londen: Nabokovs Lolita, dat op dat moment al vier jaar oud is– koopt ze meteen het krankzinnige aantal van 250 exemplaren (!) in. Ook valt op dat in de categorie 'New arrivals' hetzelfde kinderboek blijft staan, hoewel de handeling vele maanden bestrijkt.
Tegelijk moet ik erkennen dat je zulke details ook niet kan zien. Deze missers liggen er niet dik bovenop, zodat het goed mogelijk is te genieten van het in stemmige kleuren gefilmde The Bookshop. De gelauwerde Spaanse regisseur Coixet heeft de film met merkbaar respect voor de roman gefilmd, en Emily Mortimer als Florence Green en Bill Nighy als Edmund Brundish geven hun personage met gevoel voor de kwetsbare psychologie van de grote lezer gestalte.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 1 jun)

Zie ook: