vrijdag 21 september 2018

Docentencursus van de Taalunie: Overladen met nieuwe kennis en inzichten terug naar huis (Taaluniebericht)

Tientallen neerlandici van buitenlandse universiteiten reisden vorige maand naar Vlaanderen en Nederland voor een Taalunie Docentencursus. Zij zien de nascholingscursussen als een unieke kans om te ontdekken wat in het taalgebied zelf gebeurt aan taal- en letterkundig onderzoek. En om te netwerken natuurlijk. 

Júlio Monteiro, adjunct-hoogleraar aan de faculteit vreemde talen en vertaalkunde van de universiteit van Brasília, opereert volstrekt in zijn eentje. In heel Brazilië is er niemand anders die Nederlands doceert. En hij doet het er ook maar bij. Naast zijn lessen Spaans en vertaalkunde geeft hij ieder jaar het bijvak Nederlands aan zo'n honderd studenten geschiedenis of internationale betrekkingen, die de taal voor hun latere carrière willen leren. Zelf verwierf hij de taal omdat hij in Suriname opgroeide.
'De universiteit wil internationaler worden en daarom meer talen aanbieden dan alleen Engels', vertelt hij enthousiast. 'En dan zeker Nederlands, omdat Nederland enige decennia een kolonie in Brazilië had en wij daarom nog altijd een nauwe band met Nederland hebben. Voor mij persoonlijk is het ook belangrijk omdat ik Suriname bekender wil maken. Het is een buurland, maar heel onbekend bij ons. Helaas zijn de mogelijkheden om aandacht te geven aan de taal héél beperkt.'
Daarom vindt Monteiro de docentencursussen van de Taalunie voor docent-onderzoekers NVT en Neerlandistiek in het buitenland een unieke kans. Zo uniek dat hij het er zelfs voor over heeft om het vliegticket uit eigen zak te betalen. 'Ik heb geen formele opleiding Nederlands gehad. Ik heb een PhD in letterkunde, ben eigenlijk vertaler. Hier kan ik in contact komen met anderen die in het buitenland doceren. Ervaringen uitwisselen, netwerken. En ook de geboden colleges zijn heel interessant en nuttig.'

Midden augustus vond de tweede editie van deze docentencursussen nieuwe stijl plaats. In Leuven en Amsterdam waren programma's georganiseerd op het gebied van didactiek, taal en cultuur. In Utrecht was een nascholingscursus over de internationale positie van het Nederlandse taal en cultuur. Monteiro had zich ingeschreven voor het laatste programma, samen met een twintigtal docent-onderzoekers uit landen zo uiteenlopend als China, Hongarije, Indonesië, Bulgarije en Zuid-Afrika.
Geen van de andere deelnemers opereert noodgedwongen zo solistisch als Monteiro, die – met enige ironie – spreekt over zijn 'eenzaamheid' in Brasília. Maar allemaal hebben ze vergelijkbare redenen om naar Utrecht af te reizen. Of je nu in Kaapstad, Wrocławof Minsk Nederlands doceert, iedereen is zo ver van het gebied waar de taal wordt gesproken en bestudeerd dat het moeilijk is om contacten met collega's te onderhouden. Die vaak wél met overeenkomstige uitdagingen kampen en soortgelijke onderzoeken verrichten.
'Als schrijver is het makkelijker om contacten te maken dan als onderzoeker,' vertelt Sonja Loots, docent Afrikaans en Nederlands aan de Universiteit van Kaapstad én auteur van onder andere de prijswinnende roman Sirkusboere(2011). 'Door onze geschiedenis krijgt het Afrikaans aan onze universiteiten vaak een negatieve benadering. Zozeer dat ik niet altijd overtuigd ben van de zin van wat ik doe. Hier is juist veel belangstelling voor het Afrikaans en voor wat ik doe. Dat geeft me nieuwe energie.'
'Deze cursus biedt een geweldige mogelijkheid om te netwerken', meent Jevgeni Joerjev, docent mondelinge vertaling Nederlands aan de faculteit tolken en vertalen van de Linguïstische Staatsuniversiteit Minsk. 'Maar ook om je Nederlands op te frissen, gewoon door hier rond te lopen en te horen wat mensen tegenwoordig zeggen. Het is voor mij alweer zes jaar geleden dat ik hier was.' Loots valt hem bij: 'Hier hoor ik dat ik me de plek waar ze Nederlands praten echt bestaat; dat ik het me niet alleen verbeeld heb.'
'Ik was ook benieuwd naar welke onderzoeken hier worden gedaan', vervolgt Joerjev. 'Daardoor kan ik mijn studenten beter aanraden in welke richting zij onderzoek kunnen doen en wat juist ouderwets is.' Dat vindt ook Małgorzata Dowlaszewicz, assistent-professor van de universiteit van Wrocław. 'Hier ontdek ik of onderzoeken al zijn gedaan. Dan hoeven wij dat niet te herhalen, maar kunnen er juist op voortbouwen. Er zijn grote databases met teksten gemaakt. Die kunnen we het best in internationaal verband onderzoeken.'

Ook de inhoud van de cursus is dus nadrukkelijk reden om naar Utrecht te komen. Vier dagen volgden de deelnemers, die allen ook onderzoek verrichten, een programma rond elke dag een andere discipline: vertaalwetenschap, taalkunde, letterkunde en taalverwerving & interculturele communicatie. Nieuw dit jaar was de leerlijn digital humanities. Binnen elke discipline werd aandacht besteed aan digitale bronnen en hulpmiddelen. 's Avonds was vaak een informeel programmaonderzoek, zoals een poëziewandeling.
'In Polen wordt wel veel gesproken over digital humanities, maar er eigenlijk weinig aan gedaan', vertelt Dowlaszewicz – wier vakgroep met twintig medewerkers onder wie vijf hoogleraren wél groot is. 'Ik bestudeer Middelnederlandse literatuur. Maar: met corpora. Ik voel me ook niet goed thuis in al die nieuwe technieken. Ik vind het daarom heel leerzaam om hier bijvoorbeeld van Els Stronks te horen hoe de computer is gebruikt voor onderzoek naar de auteur van het Wilhelmus.'
'Bij ons geldt hetzelfde', reageert Loots. 'Digital humanties is hip op de campus. Ik ben benieuwd wat ik daar mee zou kunnen. Ik ben daar nog niet van overtuigd, omdat ik het in mijn directe omgeving nog weinig zie in letterkundig onderzoek. Daarom was het wel zo interessant om een lezing te horen over contrastieve analyse. Dat maakt het bijvoorbeeld mogelijk om het Maleis en het Afrikaans goed met elkaar te vergelijken – er zit immers veel Maleis in het Afrikaans.'

Na afloop gingen de deelnemers overladen met nieuwe kennis en inzichten naar huis. Dat bedoelen ze letterlijker dan je misschien zou vermoeden. Onderdeel van de docentencursus was een tijdelijk lidmaatschap van een maand van de universiteitsbibliotheek in Utrecht. Dat betekent: toegang tot een schat aan vakliteratuur waar in het buitenland moeilijk aan te komen is. Bijna allemaal gaan ze 's avonds daarom niet de kroeg in, maar zitten ze tot laat artikelen te verzamelen om later in Brasília of Minsk te bestuderen.
Uiteindelijk leidt dat tot nieuwe onderzoeken en publicaties. Zoals in de tweewekelijkse column (1) van Loots in de Afrikaanse krant Rapport. Daarvoor gebruikte ze het verhaal van Joerjev over de vroeg-twintigste eeuwse avonturenroman van Louis-Henri Boussenard over de Boerenoorlog, dat hij op twaalfjarige leeftijd van zijn Wit-Russische ouders met nieuwjaar cadeau had gekregen, om aan te tonen hoe boeken door tijden en over grenzen reizen. En dat is nog maar het begin.
(Eerder gepubliceerd op Taaluniebericht.org)

woensdag 19 september 2018

Sweek start met publicatie eigen boeken (Boekblad)

Sweek, het platform voor social & mobiel lezen en schrijven, begint met het zelf uitgeven van boeken. Onder het label Sweek Originals verschijnt op 28 september de eerste titel: Moord in Zuid-Afrika van Arine Prins en Hugo Verkley.

Binnen een maand na publicatie van dit non-fictieboek waarin Prins vertelt over de moord op haar man Peet van Es, volgen nog twee boeken: de legal roman Pleite (5 oktober) en een non-fictieboek over een actuele moordzaak (12 oktober) – Sweek kan nog niet bekend maken over welke zaak precies. In november verschijnt bovendien tijdens de boekenbeurs van Guadalajara de eerste Spaanstalige Sweek Original.
'Het was altijd al de bedoeling om met de content die mensen op Sweek plaatsen zelf iets te gaan doen', legt directeur Peter Paul van Bekkum uit. 'Nu is dat een papieren en digitaal boek, maar dat kan ook een tv-serie, film of elke andere verschijningsvorm zijn. Dit waren de pareltjes waarmee we wilden beginnen.'
Toch vindt geen van de drie Nederlandstalige boeken zijn oorsprong op Sweek. Voor Moord in Zuid-Afrika werd het bedrijf rechtstreeks benaderd door Prins, waarna Van Bekkum een auteur zocht: Hugo Verkley (in 2014 nog winnaar van de Brave New Books Award). Pleite werd hem aangeboden door de auteur, een Rotterdamse advocaat die het pseudoniem Dallau hanteert. En het derde boek handelt over een actuele moordzaak die door een nieuwsmedium vijf jaar nauwgezet is gevolgd. 'Wel hebben we meerdere Sweek-talenten op het oog om in 2019 uit te geven.'
Bovendien heeft Van Bekkum voor Moord in Zuid-Afrika gesproken met een reguliere uitgeverij. 'Die wilde het graag uitgeven. Maar die had het in april of mei 2019 willen brengen. Zo werkt het boekenvak: lang van tevoren plannen om bijvoorbeeld de verschijningsdata goed op elkaar af te stemmen. Ik heb veel respect voor die werkwijze, maar in dit geval wilde ik daar niet op wachten. De moord, die veel in het nieuws is geweest, is nu actueel, net als de achterliggende onderwerpen: Plaatsmoorde en landonteigening van blanken in Zuid-Afrika.'
Het gaf Sweek de gelegenheid te experimenteren met zelf uitgeven. 'We doen alles zelf: van de productie – via de pod-faciliteiten van CB – tot de intensieve marketingcampagnes. Dat is best een gok, omdat wij de expertise nog niet hebben. Misschien kan die uitgever Moord in Zuid-Afrika naar grotere hoogte stuwen dan wij. Maar als ik zie hoe de boekhandel nu reageert, is het zeker geen kansloze strijd.'
Het boek uitgeven is ook niet het enige experiment. 'Wij gaan het boek ook integraal op Sweek zetten en willen actief de community erbij betrekken. Alleen: niet het hele boek in één keer, maar hoofdstuk voor hoofdstuk die allemaal gedurende een bepaalde tijdspanne zijn te lezen. Wie niet kan wachten op het vervolg, kan uiteraard het boek of het e-boek bestellen.' 
Met Sweek gaat het ondertussen goed, zegt Van Bekkum. 'We blijven gestaag groeien. We naderen een miljoen gebruikers, waarvan vijfendertig- tot veertigduizend in Nederland. We hebben inmiddels een aantal schrijfwedstrijd met uitgevers hier gedaan. Je kan niet zeggen dat nu opeens iedere uitgever een schrijfwedstrijd wenst, maar dat hoeft ook niet. Je moet niet te veel wedstrijden tegelijk hebben lopen. We werken wel voor 2019 aan een hele grote voor meerdere genres tegelijk. Ik kan nog niet zeggen met welke uitgever dat is.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 14 sep)

Zie ook:

dinsdag 18 september 2018

Babooka verhuist naar pand Van Stockum in Leiden (Boekblad)

Het pand van Van Stockum, die per 1 januari Leiden verlaat, blijft behouden voor het boekenvak. Boekhandel Babooka, gespecialiseerd in koffietafelboeken, wordt de nieuwe huurder.

Eigenaren Niels Vreeling en Lawrence Armitage breiden hierbij het assortiment uit met luxe artikelen. Wat precies, kunnen ze nog niet zeggen. 'We zijn nog druk bezig het assortiment samen te stellen', zegt Vreeling. 'Tachtig procent van het aanbod blijft boeken, maar we willen dat een klant die voor een mooi fotoboek komt bij wijze van spreken ook weggaat met een kunstwerk of een luxe horloge. Het worden ieder geval mannenartikelen, gericht op design, die nu niet in Leiden te krijgen zijn.' 
Beiden hebben ook een marketingbureau, die naar het huidige adres Gangetje 5 heet. Dat verhuist mee, en zal – onder een nieuwe naam – een deel van het huidige verkoopvloeroppervlak in beslag nemen. Daar staat tegenover dat Babooka meer dan Van Stockum de Middeleeuwse kelder wil benutten. 'En er is een geweldige stadstuin achter, die we voor evenementen willen inzetten.'
Voor Babooka betekent de verhuizing een broodnodige nieuwe start. Op de huidige locatie, op 300 meter lopen van Van Stockum, staat iedere zaterdag de markt – die de afgelopen jaren steeds meer ruimte opeiste. 'Hij belemmert zo het zicht dat niemand ons ziet', zegt Vreeling. 'En wie gericht naar ons wil, moet langs tweehonderd fietsen. Omdat ook de gemeente niet wil meewerken aan een oplossing, zijn we een half jaar geleden noodgedwongen op zaterdag dicht gegaan. Ik werd er helemaal krankzinnig van.'
 Het alternatief was wellicht sluiten geweest. Vreeling: 'Ik ben Babooka in 2013 met veel passie gestart. Het is een enorm mooie winkel geworden, waar we zeker de eerste jaren heel veel complimenten voor kregen. Maar deze situatie, en zeker de houding van de gemeente, deed me veel verdriet. Het is echt een hobby. We verdienen ons geld met het marketingbureau. Maar als het zo moest? Omdat het bureau uitbreidde, overwoog ik naar een industrieterrein te gaan en de winkel op te doeken.'
De mogelijkheid om het karakteristieke pand aan de Breestraat te huren, geeft Babooka nieuwe energie. 'De winkel was altijd winstgevend, omdat de huur door het bureau werd opgehoest en de medewerkers in de winkel stonden. Iedere verkoop draagt dan direct bij aan de winst. Maar we gaan er nu een dedicated verkoper fulltime neerzetten, om er nog meer uit te kunnen halen. Ook stapt Lawrence per 1 januari in. Tot nu toe was de winkel alleen van mij.'
Anders dan wellicht te verwachten zou zijn, grijpt Babooka het verdwijnen van Van Stockum uit Leiden niet aan om te verbreden. Integendeel. Babooka versmalt door terug te keren op haar kernaanbod: luxe koffietafelboeken: 'En daarbinnen wél zo breed mogelijk.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 14 sep)

zondag 16 september 2018

Interview: Eveline Aendekerk over haar eerste week bij de CPNB (Boekblad)

Een half jaar geleden werd Eveline Aendekerk benoemd, deze week maakte ze haar entree bij het zenuwcentrum van de boekpromotie aan de Herengracht in Amsterdam. De eerste week stond uiteraard in het teken van kennismaken. Omdat de organisatie een stevige basis heeft, richt ze haar vizier direct op de toekomst.

Hoe was je eerste week?
'Het begon maandag met een warm bad. Er hing een bordje aan de deur: "Welkom Eveline", er was slagroomtaart besteld en iedere medewerker presenteerde zichzelf met een foto waaruit bleek waarom hij of zij bij de CPNB werkt en wat ze met boeken hebben. Heel leuk. En toen had ik al mijn eerste interview bij Radio 1 erop zitten, 's ochtends om kwart over negen. Daarna begon die middag het kennismaken buiten de deur.'

Want daar kwamen al je afspraken in je agenda op neer: kennismaken?
'Ja. Al heb ik ook gesprekken gevoerd over campagnes. Dat kan allemaal niet blijven liggen. Over de Boekenweek bijvoorbeeld. Samen met de delegatie schrijvers van de petitie voor een gelijke verdeling van mannelijke en vrouwelijke geschenkauteurs hebben we de afspraak uitgewerkt dat er een gedicht door een hedendaagse dichteres wordt gemaakt. Ik was trots op de goede ideeën die het team had. Dat vond de delegatie ook. We komen er snel mee naar buiten.'

Welke kennismaking de afgelopen week vond je het bijzonderst?
'Ik was vlak na elkaar bij Stichting Lezen en Athenaeum Boekhandel. De eerste houdt zich bezig met de vraag: hoe krijgen we kinderen en jongeren aan het lezen. Voor de tweede speelt vooral: hoe opereren we als winkel in een gebied waar steeds meer toeristen komen? Terwijl het voor hen óók belangrijk is dat er in de toekomst lezers zullen blijven. Ik realiseerde me daardoor nog meer hoe we in iedere campagne de balans moeten zoeken tussen het ideële doel van leesbevordering en het commerciële doel van boeken verkopen.'

Hoe lang geef je jezelf om het vak te leren kennen?
'De magische honderd dagen. Zo lang wil ik observeren en luisteren, voordat ik prioriteiten ga stellen en beslissingen over toekomstig beleid neem.'

Dan is het bijna 1 januari.
'Daarom weet ik ook niet of ik dat ga halen. Voor die tijd moeten we al beslissingen hebben genomen over de jaarplanning. En misschien heb ik ook eerder scherp wat ik wil. Ik weet van mijn vorige baan bij Dance4life dat ik dacht: "oef, een hele nieuwe wereld" en dat die toch kleiner blijkt dan je denkt. Ik kwam nu ook woensdagavond, bij de presentatie van het Campert-portret Een knipperend ogenblik in De Kleine Komedie – waar ik was als lid van de Raad van Toezicht van dit theater – meteen boekenvakkers tegen die ik eerder had ontmoet. Fijn was dat. Bovendien: dit is een functie waarin mensen graag met je kennis willen maken en snel tijd voor je maken.'

En je gaat stage lopen.
'Precies. Ik heb nooit in de boekhandel of bibliotheek gewerkt. In mijn jeugd werkte ik bij de Albert Heijn. Ik kijk er naar uit om nu zelf te ervaren hoe het is om achter de kassa te staan, bestellingen uit te pakken en de lezers in de boekhandel te ontmoeten.'

Ook bij je eigen buurtboekhandel: Island Bookstore?
'Ik weet niet of zij zich hebben gemeld. Ik kom er in ieder geval graag. Ze zijn erg deskundig. Ik loop ook vaak door naar Scheltema, waar je zo fijn koffie kunt drinken. En daarnaast lees ik ook digitaal. Ik ben zo'n veellezer dat als ik een boek 's avonds uit heb, ik meteen kijk naar een nieuw boek en dan zo hebberig word dat ik het gelijk bestel of download. Sinds ik ben benoemd, ga ik wel vaker naar de fysieke boekhandel. Daar let ik heel bewust op. Ik heb me de dag nadat het bekend werd, ook officieel voorgesteld in de Island Bookstore. Ik geloof dat ze dat leuk vonden.'

En digitaal bestel je bij Bol.com?
'Nee. Op iTunes. Dat komt omdat ik al vroeg een e-reader had. Toen was de interface nog zo slecht dat ik op een gegeven moment overstapte naar de iPad en dat eigenlijk altijd ben blijven doen. Maar dat is natuurlijk ook niet ideaal. Ik moet eigenlijk binnenkort eens een goede e-reader kopen.'

Heb je deze week tijd gehad om te lezen?
'Jazeker. Ik lees iedere avond minimaal een uur. Ik heb Jij bent van mij van Peter Middendorp uitgelezen en ben daarna begonnen in Tsjaikovskistraat 40 van Pieter Waterdrinker. En ik wil beginnen in het portret van Remco Campert. Ik ben een groot fan van hem.'

Terug naar de CPNB. Hoe trof je de organisatie aan nadat er afgelopen jaren een bezuiniging moest worden doorgevoerd?
'Eigenlijk heel stabiel. Mensen zijn intrinsiek gemotiveerd. Begrijpelijk: je gaat hier niet werken omdat je lekker kunt verdienen of een heel carrièrepad kunt volgen, maar omdat je echt iets hebt met het product. Maar het is wel belangrijk dat die positieve energie er is. Niemand zei iets tegen me over de reorganisatie. Dat is allemaal achter de rug.'

De CPNB is een platform waarop je kunt gaan bouwen?
'Ja. Annette Reijersen van Buuren [manager Merk, Marketing en Communicatie, md] die ook nieuw is, heeft een aantal goede veranderingen doorgevoerd. Er worden geïntegreerde campagnes gevoerd. Er wordt vanuit diverse disciplines samengewerkt aan campagnes in plaats van volgordelijk. Ook Henk Pröpper [interim-directeur na het vertrek van Eppo van Nispen, md] heeft zich nadrukkelijk met de organisatie bezig gehouden. Er ligt echt een goede basis om het vizier op de toekomst te richten.'

Tot slot: wat ga je vandaag doen?
'Ik heb vanochtend mijn oudste kind al naar zwemles gebracht. Dat begint om 8.15 uur. Maar vanmiddag zijn ze naar een kinderfeest. Ik denk dat ik heerlijk ga lezen.'
(Eeder gepubliceerd op zondag 9 september)

vrijdag 14 september 2018

Over: 'Een knipperend ogenblik. Een portret van Remco Campert' van Mirjam van Hengel (Athenaeum.nl)

Remco Campert werkte volledig mee aan zijn eigen biografie en Een knipperend ogenblik van Mirjam van Hengel is het geslaagde resultaat. Toch leer je de geliefde dichter niet echt kennen. Daarvoor houdt hij zichzelf te graag op de vlakte. Maar de biograaf had zijn karakter best meer mogen duiden.

Mirjam van Hengel schreef een van de mooiste literaire biografieën van de afgelopen jaren. In Hoe mooi alles uit 2014 vertelde zij het verhaal van de liefde van dichter Leo Vroman en zijn vrouw Tineke. Hoe ze elkaar leerden kennen als student, hoe ze tijdens de oorlog langdurig van elkaar gescheiden waren, maar hoe de liefde iedere ontbering overwon. Hoe mooi alles had het allemaal: een helder plot, uitputtende research en een geweldige stijl. Het was een terechte hit, die een veel groter publiek bereikte dan je op grond van Vromans populariteit mocht verwachten.
Dus dat Van Hengel zich zou buigen over het leven van Remco Campert verheugde me. Opnieuw kon ze een haast plotgedreven verhaal vertellen van iemand met een dramatische kerngebeurtenis – Campert is immers de zoon van dichter Jan Campert die met 'De achttien doden' hét verzetsgedicht van de Tweede Wereldoorlog schreef en in 1943 in Neuengamme werd vermoord. Opnieuw had ze een hoofdpersoon die bereid was al voor zijn overlijden zijn volledige medewerking te geven. Herhaaldelijk beschrijft ze dat ze vrijelijk door de spullen in zijn werkkamer mag snuffelen. En waarom zou ze niet even mooie zinnen schrijven?
Helaas is Een knipperend ogenblik geen Hoe mooi alles 2. De biografie van Remco Campert is, wel, te veel een traditionele biografie. Van Hengel zoomt niet in op dat ene verhaal dat een heel leven heeft getekend, met weglating van bijvoorbeeld een overzicht van de receptie van Het leven is vurrukkulluk, Camperts activiteiten voor Poetry International of het waarom van de immense populariteit die hem ten deel is gevallen. Nee, ze behandelt alles wat op een of andere manier belangrijk genoeg is om te melden.
Het zou onterecht zijn de biografe hierom te bekritiseren. Het zegt meer over mijn verwachtingen en hoop dan over het boek dat ze daadwerkelijk heeft geschreven. En als biografie die in betrekkelijk kort bestek van zo'n 550 bladzijdes een leven van inmiddels bijna negentig jaar wil samenvatten, is ze buitengewoon goed geslaagd. De informatie is goed gedoseerd, vol treffende citaten uit gepubliceerd werk en persoonlijke documenten. Ze switcht soepel van Camperts privéleven naar zijn carrière als auteur. En ja, ze formuleert geregeld mooi.
Lees alleen al de allereerste alinea van het boek, waarmee ze met een paar simpele beelden een hele wereld oproept:

'Er staat een jongen bij de bushalte. Zomerdag, de Duinlaan trilt in het zonlicht, in de tuinen aan de overkant groepen de lage huizen bijeen als dikke lome dieren in de schaduw. Gedempt geschreeuw van hinkelende buurtkinderen, de school om de hoek is gesloten, het is vakantie. Het slaan van een deur, de stemmen van mensen in de verte en daaronder, trouw en zachtjes, het ruisen van de branding.'

Van Hengel neemt de lezer daarna bij de hand langs de toppen en dalen van Camperts leven, die je door zijn openhartigheid in talloze interviews en vele autobiografische teksten eigenlijk al goed kent. Zijn verwaarloosde jeugdjaren te midden van een bohémienmilieu van acteurs (zoals zijn moeder Joekie Broedelet) en schrijvers (zoals J.C. Bloem), de idyllische oorlogsjaren op de Veluwe, zijn eerste pogingen tot literatuur, het morsige leven (vier huwelijken, altijd geldzorgen) en de almaar groeiende liefde van het publiek voor de éminence grise die hij geworden is.
Het sleutelmoment was de kennismaking met de Vijftigers. Er gebeurde zoveel opwindends in het Amsterdam van vlak na de oorlog dat hij samen met Rudy Kousbroek een eigen blaadje oprichtte. Gewoon omdat het ook zo leuk was geweest om samen de schoolkrant te maken. Braak bleek te werken als een visitekaartje naar de dichters die net een paar jaar ouder waren, met wie het wonderwel uitstekend klikte. Het was 'een jongensdroom die groter uitpakte dan gehoopt', schrijft Van Hengel mooi.
Campert was maximaal behulpzaam bij het maken van Een knipperend ogenblik. Hij praatte twee jaar lang elke vrijdag een tot anderhalf uur met zijn biografe. Alles mocht ze vragen, ook de dingen die hem hevig emotioneerden. Hij liet haar vrijelijk snuffelen door zijn spullen. Ook Deborah – ondanks een grote tussenpoos van 14 jaar al sinds 1966 zijn levenspartner – werkte volledig mee. Nadat Van Hengel haar vertrouwen had gewonnen, kreeg ze een grote koffer vol brieven, ansichtkaarten en kattenbelletjes overhandigd.
En toch leer je hem niet kennen. Niet echt. Waar ligt dat aan? In de eerste plaats aan Campert zelf. Hij mag dan openhartig zijn, hij vergeet ook erg veel – soms bewust, suggereert Van Hengel – en hij weigert stelselmatig zijn eigen gedragingen te analyseren. De dingen liepen zoals ze liepen, vraag hem niet waarom. Maar je krijgt ook het gevoel dat Van Hengel uit piëteit met de schrijver, die immers nog leeft, daarin is meegegaan. Ze geeft de feiten, onverbloemd als het moet, maar duidt veel minder dan je van een biograaf – óók een psycholoog – verwacht.
Neem Camperts beroemdste relatie: die met de kunstzinnige duizendpoot Fritzi Harmsen ten Beek, met wie hij begin jaren vijftig in buitenhuis Jagtlust woonde. Vreselijk verliefd was hij en bleef hij, en toch liep het binnen een paar jaar uit op een totale mislukking. De zo zachtmoedige Campert kon erg boos op haar worden, een keer sloeg hij haar zelfs. 'Remco was indroevig toen hij Fritzi verlaten had', schrijft van Hengel dan. Dat is het alles. De lezer blijft achter met de vraag: waarom werkte het niet?
Het is een omissie die ik betreur. Maar wellicht is dat gevoel eigen aan het genre van de biografie. Al wordt het leven nog zo naakt getoond, er blijft altijd een zweem van mysterie om hangen.
(Eerder gepubliceerd op Athenaeum.nl, 11 sep)

Zie ook:

zaterdag 8 september 2018

Sebes & Bisseling viert jubileum met uitbreiding (Boekblad)

Sebes & Bisseling viert volgende maand het twintigjarig bestaan. Het literair agentschap is in aanloop daar naartoe al uitgebreid naar acht agenten en vier assistenten.

Het feest vindt plaats op vrijdag 5 oktober. Dat is niet toevallig vlak voor de Frankfurter Buchmesse, zodat veel grote Amerikaanse cliënten van Sebes & Bisseling – zoals Knopf, FSG en Aevitas – aanwezig kunnen zijn. 'Zij komen speciaal hiervoor naar Amsterdam', vertelt Paul Sebes. 'Vele zijn er al op dinsdag, zodat we met hen allen naar uitgeverijen hier gaan. We zitten die week alleen al een keer of zes bij De Bezige Bij. Na het feest organiseren we op zaterdag ook nog een boottocht voor hen. Eigenlijk begint Frankfurt dit jaar bij ons.'
Sebes & Bisseling heeft sinds 1 september drie nieuwe agenten, die allen al langer voor Sebes & Bisseling werken. Twee junior-agenten zijn zelfstandig agent geworden. Stéphanie Nooteboom (1986) en Rik Kleuver (1993) vertegenwoordigen allebei Engelstalige auteurs. Kleuver begeleidt daarnaast Nederlandse auteurs. Christiaan Boesenach (1989) is gepromoveerd van agent-assistent tot junior agent en zal Engelstalige en Nederlandse auteurs vertegenwoordigen.
Sebes begon het agentschap in 1998 in zijn eentje met uitsluitend de vertegenwoordiging van Nederlandse schrijvers. Hij werkte daarbij nauw samen met Caroline van Gelderen, die Amerikaanse uitgeverijen en agentschappen vertegenwoordigde in het Nederlandse taalgebied. Hij kocht dat deel van haar toen zij er in 2010 mee stopte. Samen met Willem Bisseling – ooit begonnen als zijn assistent, nu mede-eigenaar – bouwde hij met name dat deel van het agentschap fors uit.
'We zijn meer dan verdubbeld in het buitenland', vertelt Sebes. 'In aantal cliënten. In omzet is het zelfs nog meer. Elk jaar komen er vijf tot acht nieuwe bij, en vaak ook grote. Zo'n agentschap als Aevitas stuurt ons wel vier nieuwe dingen per dág. Er is in Nederland weinig concurrentie voor deze markt, dus de meeste nieuwe cliënten komen uit zichzelf naar ons toe. Daarbij willen zeker Amerikanen graag bij de grootste horen, omdat ze denken dat die ook het beste zijn. Tegelijk ben je voor hen zo goed als je laatste deal, dus we moeten ons wel iedere keer opnieuw bewijzen.'
Belangrijk voor de groei was de uitbreiding naar Scandinavië in 2013. Omdat Sebes & Bisseling de cliënten ook daar vertegenwoordigt, kan het van grote boeken vaak vijf, zes deals tegelijk doen. 'In Noorwegen zijn de boekenclubs nog heel groot, zodat je voor commerciële vrouwenfictie voorschotten van vijftig- tot tachtigduizend kunt krijgen. En dat naast een grote deal in Nederland, en in Zweden en Denemarken. Dat schiet op. Inmiddels zijn we in Scandinavië zo groot dat we eigenlijk iemand dáár willen hebben rondlopen.'
Door deze forse groei is het aandeel van de Nederlandse auteurs in de totale omzet verhoudingsgewijs iets kleiner geworden. Maar: ook deze markt groeit, vooral met de door het agentschap vertegenwoordigde BN-ers als Thom Hoffman, Karin Bloemen, Beau van Erven Dorens en Jeroen van Koningsbrugge. 'We hebben nu zo'n honderd auteurs', zegt Sebes. 'Dat is inclusief optie-auteurs, van wie we steeds het volgende boek doen. Voor Walter van den Berg ben ik bezig met zijn zesde boek, voor Isa Hoes al haar negende. Alle auteurs die ik in begin had, blijven ons trouw: Joost Vandecasteele, Ivo Victoria, Gustaaf Peek, Arjen Lubach en zoveel meer.'
Sebes & Bisseling blijft nieuwe auteurs binnenhalen. Maar niet meer via cursussen en masterclasses – of een nieuw seizoen van de tv-serie De pennen zijn geslepen, waarmee de eigenaren in 2016 landelijke bekendheid verwierven. 'Dat schiet er op dit moment bij in. Misschien volgend jaar weer een keer. Maar we krijgen nog altijd duizend manuscripten per jaar. Zeker in deze periode, nadat iedereen in de zomervakantie zijn boek heeft afgemaakt. Dan denk je op zondagmiddag: "hè, wat heb ik opeens veel mail". Blijken dat allemaal ongevraagde manuscripten te zijn.'
Het geheim van het succes is, denkt Sebes, eenvoudigweg hard blijven werken. Laten zien dat je blijft inspannen voor een auteur of een uitgeverij. 'Iedereen heeft hier zijn eigen lijst en blijft die trouw. Ik ook. Ik werk eigenlijk al jaren voor dezelfde mensen: de auteurs die ik al noemde, de grootste Amerikaanse agentschappen. Voor mij is er daarom weinig veranderd. Behalve dat het leuker is geworden, omdat ik niet langer de contracten of de renewalszelf hoef te doen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 5 sep)

Zie ook:

dinsdag 4 september 2018

Wat vertelt een literaire tekst ons over leven en persoon van zijn maker? Over de biografie van Bredero (Athenaeum.nl)

Hoe een biografie te schrijven over iemand van wie zo weinig bekend is? René van Stipriaan laat zien in De hartenjager, zijn zeer leesbare levensbeschrijving van Bredero hoe het moet. Al gaat hij naar de smaak van Maarten Dessing soms iets te ver in zijn interpretaties.

Heeft Gerbrandt Adriaensz. Bredero op 23 augustus 1618 zelfmoord gepleegd? Het is het ideale nieuwtje om de vierhonderdste sterfdag van de kwikzilveren dichter en toneelschrijver onder de aandacht te brengen. Alle media doken er vorige week op. De organisatoren van de herdenking zullen er in hun nopjes mee zijn geweest. De auteur van Spaanschen BrabanderDe klucht van de koeen Geestigh liedt-boecxkenstond even in het middelpunt van de belangstelling. Bij mij roept het echter scepsis op. Wilde biograaf René van Stipriaan koste wat kost met spectaculaire nieuwe inzichten komen om voor zichzelf de moeite van weer een boek over dit mysterieuze leven te kunnen rechtvaardigen?
Dat voorbehoud was niet terecht. De hartenjageris een voorbeeldige biografie, waarin Van Stipriaan de snippertjes harde informatie die over Bredero bekend zijn, zorgvuldig weegt en in een brede cultuurhistorische context plaats. Iedere conclusie die hij trekt, voorziet hij van een stevige verantwoording. En dan nog weigert hij zijn meest verstrekkende veronderstelling zwart op wit uit te spreken. Hij maakt aannemelijk dat zelfmoord de meest waarschijnlijke doodsoorzaak van de getormenteerde dichter is, die werd geplaagd door liefdesverdriet en sombere maatschappelijke vooruitzichten. Maar hij schrijft niet dát hij het heeft gedaan. Hij concludeert alleen dat het niet uit te sluiten is.
Toch valt er wel iets af te dingen op de bewijslast van Van Stipriaan. Hij zoekt het midden tussen de romantische traditie van weleer en de strikt tekstgerichte benadering van de afgelopen decennia. Sinds Bredero vanaf het midden van de negentiende eeuw opnieuw de erkenning krijgt als een van ‘de grote vijf van de Gouden Eeuw’ (naast Hooft, Vondel, Cats en Huygens), is hij zonder veel bewijs door neerlandici en romanciers neergezet als drank- en vrouwzieke losbol die zich het beste thuis voelde tussen gewone Amsterdammers. Nadat nieuwe documenten in 1968 aantoonden hoezeer dat beeld was gestoeld op fictie, schrijft Van Stipriaan, durfde niemand zich nog aan Bredero’s biografie te wagen.
Tot hijzelf aan de beurt was. Hij probeert wel iets over het karakter en de levenswandel van Bredero te zeggen, maar dan zonder zich te verliezen in hineininterpretieren. Een heel enkele keer vergaloppeert hij zich. Op pagina 91 laat hij bijvoorbeeld achteloos het bijzinnetje ‘fijngevoelig als hij was’ vallen. Hoezo? Maar doorgaans houdt hij zich strikt aan de harde feiten en – dat bovenal – de circa 30.000 versregels die Bredero in amper tien jaar schreef. Het zijn de gedichten en toneelstukken zelf op basis waarvan Van Stipriaan de conclusie trekt dat hij zeer leergierig was, waar hij stond in het conflict tussen remonstranten en contraremonstranten en dat hij heftige, sombere emoties kende.
Daarmee toont Van Stipriaan zich, net als eerdere biografen, een typische exegeet van zijn eigen tijd. Tegenwoordig doet de waarheid opgeld dat een schrijver zijn persoonlijkheid verraadt in zijn tekst. Zie een studie als Het figuur in het tapijtvan Daniël Rovers. Of denk aan een wijsheid die aankomende schrijvers wordt voorgehouden: schrijf over wat je kent. Dan is het logisch om te veronderstellen dat Bredero alleen zó over liefdesverdriet of doodsverlangen kon dichten omdat hij die zelf werd verscheurd door die gevoelens. 
Dat durf ik, hoewel geen kenner van de vroegmoderne literatuur, te betwijfelen. Was Bredero niet gewoon een zo virtuoos dichter dat hij, met een vage verliefdheid in zijn achterhoofd, de fraaiste regels over de liefde uit zijn mouw schudde? Hij hoefde immers niet te voldoen aan de huidige hoofdeis aan een dichter: het vinden van je eigen, originele stem.
Dan zijn mij de interpretaties liever die, laat ik zeggen, niet uitsluitend van de tekst zelf afhangen. Erg interessant is bijvoorbeeld Van Stipriaans analyse van het onvoltooid gebleven stuk Angenietdat een paar jaar na Bredero’s dood door zijn collega Jan Jansz. Starter werd afgemaakt. Hij maakt aannemelijk dat de ingrepen van de laatste de hoofdpersoon nog meer tot een alter ego van Bredero maakte dan die toch al voor ogen stond. En ook dat Starter op ingenieuze wijze indirect duidelijk maakte dat de dichter er zelf voor koos uit het leven te stappen. Over zelfmoord mocht niet hardop worden gesproken, maar een kleine kring van ingewijden begreep de toespelingen precies.
Gelukkig vormen dit soort uiteenzettingen de meerderheid in De hartenjager, die ook om een andere redenen voorlopig het definitieve boek over Bredero is. Van Stipriaan gaat bijvoorbeeld uitgebreid in op Bredero’s Nachleben. Hij laat het grillige patroon van de waardering voor diens lang voor boertig versleten werk zien én geeft daar heldere verklaringen voor. Zo legde Bredero, die bewust grillige stukken schreef om zijn levensmotto ‘het kan verkeren’ te illustreren, het af tegen het classicistische toneel dat eenheid van tijd en plaats voorschrijft. En hij koos, net als tijdgenoten, voor een nieuw, ‘puur’ Nederlands waardoor tal van neologismen snel verouderden. Ook dat zijn interessante inzichten.
Maar het belangrijkste is de aandacht voor het werk zelf. Juist omdat Van Stipriaan de gedichten en toneelstukken een centrale plek in zijn betoog geeft, daardoor ruimhartig citeert en doorwrochte duidingen biedt, krijg je volop de gelegenheid om te proeven van regels als uit het iconische ‘Oogen vol majesteijt’: ‘Oogen vol majesteijt / vol grootste heerlijckheeden / hoe comt dat ghij nu scheijt / van u eerwaerdicheijt / en soete aerdigheijt / laes wat lichtvaerdicheijt / aanneemt gij sonder reeden’. Dat roept grote lust op om dat werk te gaan ontdekken of herlezen. Het lijkt me dat zo’n prikkel de organisatoren van de Bredero-herdenking nog veel liever is dan het nieuwsfeit.
(Eerder gepubliceerd op Athenaeum.nl, 30 aug)

zondag 2 september 2018

Interview Martien Elema (Karakter) over de vloggers die het Fortnite-boek de Bestseller 60 inpraatten (Boekblad)

Mede dankzij vloggers Enzo Knol en Royalistiq kreeg Karakter het Fortnite-boek van Grant Turner in de Bestseller 60. Het was een van de eerste titels die Martien Elema acquireerde sinds zij eerder dit jaar de functie van hoofd marketing verruilde voor die van uitgever non-fictie.

Hoe was je week?
'Het was de eerste week na de vakantie. Dan moet je altijd opstarten, dingen inhalen en terugblikken op wat er tijdens je vakantie binnen is gekomen. Dat zorgt voor een mix van dat ontspannen gevoel na je vakantie en het langzaam wennen aan de drukte. We krijgen ook zo langzamerhand al aardig wat materiaal binnen voor Frankfurt.'

Was de Bestseller 60 het hoogtepunt van de week?
'Zonder twijfel. En al helemaal voor mij. Fortnite: ultieme ongeautoriseerde strategiegids van Grant Turner is een van de eerste boeken die ik heb aangekocht nadat ik in mei uitgever werd. Als dat nieuw binnenkomt op nummer 31 in de Bestseller 60 is dat een extra mooie opsteker.'

Hoe is dat gegaan?
'Ik heb een zoon van 14, die regelmatig games speelt met zijn vrienden. Van Fortnite viel me al snel op dat het ook een game was waar ze onderling over praten. Met de ervaring van Pokemon Go in gedachten, waar Karakter een paar jaar geleden succes mee had, ben ik eens gaan kijken. Op de London Book Fair had ik al een boek gezien. Daarna kwamen er snel meer. Andere uitgeverijen zagen het fenomeen net zo goed en begonnen ook te bieden. Mede dankzij Lester Hekking van Sebes & Bisseling heb ik de hand weten te leggen op dit boek, dat we ook snel hebben geproduceerd.'

'Dat vind ik wel. Dit is een completer boek. Het is dikker, waar de andere gidsen handzamer zijn. Wij hebben het boek, dat in de VS in zwart/wit is uitgebracht, daarnaast full colour gemaakt omdat dat er aantrekkelijker uitziet. Ik denk dat ook de reacties van Enzo Knol en Royalistiq de kwaliteit van het boek bewijzen. Sowieso promoten zij geen producten waar zij niet achter staan.'

Waarom hebben jullie ervoor gekozen het product te promoten via vloggers?
'Toen ik met Carla de Jong, onze commercieel manager, en Hannah Bezemer en Patricia Verhagen van marketing en promotie over de campagne sprak, wisten we meteen: we moeten het via socialmedia gaan doen. Dáár zit de doelgroep. Ik dacht nog aan online adverteren, maar met alle adblockers waar zeker jonge internetters handig mee zijn, bereik je hen niet. Hannah kwam toen met het idee de boeken aan vloggers te geven.'

Hoe pak je zoiets aan?
'Enzo Knol heeft een manager. Royalistiq kun je nog rechtstreeks benaderen. Hij woont bovendien in Uithoorn, waar Karakter is gevestigd. We konden het boek meteen met de fiets langs brengen. Beiden wilden het product eerst in handen hebben gehad. Daarna besloten ze om met ons de samenwerking aan te gaan. Want dát is het, het is meer dan een betaalde advertentie. Vloggers zoals Enzo Knol en Royaltistig hebben een duidelijk eigen wijze van presenteren, waarbij ze zich het recht voorbehouden om  zelf te bepalen wat ze met het boek doen.

Wat zijn de tarieven?
'Dat ga ik niet zeggen. In vergelijking met een printcampagne zijn ze wel heel aantrekkelijk. Zeker ook gezien het bereik en het feit dat je rechtstreeks in de doelgroep zit.'

En wat is het effect?
'Heel groot. De video van Enzo Knol van 17 augustus heeft inmiddels bijna 200.000 dedicated views, die van Royalistiq van een dag eerder zit zelfs al aan de 275.000. En ze hebben het boek echt gebruikt. Enzo Knol zegt: ik ga deze tip proberen, over een plek waar je naartoe moet om veel loot te krijgen, en als hij dat vervolgens doet, is hij heel succesvol. Dat werkt enorm. Je ziet meteen een piek in de verkoop. Bij Bol.com kunnen we dat zelf heel goed zien. We hebben afgelopen week een tweede druk én een derde druk op kunnen leggen, hoewel de tweede nog niet eens is uitgeleverd.'

Betekent deze pr-aanpak dat jullie het Fortnite-boek relatief veel online verkopen?
'Ik denk het wel. Maar je ziet ook dat de reguliere boekhandel er dan snel achteraan komt. Zij waren aanvankelijk voorzichtig, hoewel sommigen er groot instapten, maar als ze zien dat er wat gebeurt rond een titel, bestellen ze veel na. Zij maken echt een inhaalslag.'

Betekent het ook dat kinderen het vaker zelf kopen? Kosmos richt zich op de impulsaankoop van ouders.
'De kern van de spelers is 12 tot 14 jaar. Die hebben zeker al zakgeld. Maar ook dan loopt het meestal via de ouders. Toen wij voor het eerst met een boek van Jill Schirnhofer kwamen, kenden de meeste ouders haar niet. Hun dochters allemaal wel – en die zeggen dan tegen hun ouders: dat wil ik hebben. Nu is de doelgroep van Jill wel iets jonger.'

Smaakt het experiment naar meer?
'We gaan het volgende maand ook doen met Bakken met Jill. We hebben dan een stuk of twintig vloggers en bekende Nederlanders bereid gevonden om een bak-challenge aan te gaan. Omdat zij haar eigen tv-programma heeft op Zapp en op social media erg actief is, gaat dat deels via de contacten die zij heeft met collega's. En dat zal zeker niet de laatste keer zijn dat we op deze manier een campagne op gaan zetten. Dit is dé manier om een jonge doelgroep te bereiken.'

Dit is dus een mooie start van je nieuwe baan als uitgever non-fictie bij Karakter. Hoe bevalt de verandering na twintig jaar marketing en pr?
'Het is ontzettend leuk. Het was op het juiste moment de juiste nieuwe uitdaging. Overigens heb ik helemaal in het begin van mijn carrière ook acquisitie gedaan. Voor ECI, ook non-fictie. En bij Karakter zijn de dingen niet zo gescheiden. Ik heb destijds Kleur je eigen Van Gogh helemaal gedaan. Nu ben ik alleen echt verantwoordelijk voor het fonds. Dat is een leuke uitdaging.'

Vind je dat ook het grootste verschil met marketing en pr?
'In marketing en pr moet je, ondanks al het overleg over titels, in essentie promoten wat anderen zeggen dat je moet promoten. Nu kan ik zelf de koers uitzetten voor het fonds. Moet het die kant op? Moeten we verbreden? Ik kan zelf die stappen zetten. En ik krijg titels dankzij de buitenlandse uitgevers en agenten nu veel eerder te zien, om daar zelf uit te kiezen. Erg leuk.'

En wat ga je vandaag doen?
'De stad in, winkelen. Het sportseizoen begint weer en in de zomer groeien kinderen altijd hard. Nieuwe sportschoenen, nieuwe tenues, nog net op tijd voor de eerste wedstrijden.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 26 aug)

vrijdag 31 augustus 2018

Nadine Mussert (Boekhandel van der Meer): Boekverkoper van het Jaar is bekroning van bijzondere periode (Boekblad)

INTERVIEW VAN DE DAG - Boekhandel van der Meer raakt vandaag geleidelijk overspoeld met bloemen. De kersverse boekverkoper van het jaar Nadine Mussert ziet het met genoegen aan. 'Daar word ik altijd heel blij van.'

Hoe heb je de uitreiking gisteren beleefd?
'Als één groot feest, waar ik nog steeds in zit. Het was echt een mooie middag. Ik kreeg zoveel felicitaties, dat we pas om half zes – met armen vol bloemen – uit Amsterdam weg konden. Het hele team was er ook bij. Behalve Bob [Kappen], die de winkel draaiende hield. Hij kon wel de livestream op Facebook bekijken, die een van mijn collega's maakte.'

Zag je aankomen dat jij met de eer zou strijken?
'Ik stond bij de laatste vijf, dan is de kans sowieso groot. En iedereen zei tegen mij: natúúrlijk wordt jij het. Ik moest mezelf streng toespreken dat ik het ook niet kon worden, omdat als ik het zou geloven, het me anders zo rauw op mijn dak zou vallen als ik het toch níét was geworden.'

Iedereen zei dat?
'Ja. Zelfs andere genomineerden. Wim [Kersten van Meijer & Siegers] bijvoorbeeld, die naast me zat. En dat terwijl hij net zo veel kans maakte als ik. Dat vond ik erg eervol.'

Waarom gold jij als de grote favoriet?
'Omdat het zo'n bijzonder jaar voor mij is, denk ik. Eerst met de overname van Boekhandel van der Meer, nauwelijks drie maanden geleden, en vervolgens een zomer waarin – ik zal niet zeggen: dingen me tegenvielen, maar waarin een hele hoop op me af kwam. Dingen waarvan je weet dat ze eraan komen, die in de praktijk toch heel anders uitpakken.'

Wat voor dingen?
'De kredietlimiet van CB bijvoorbeeld. Zij beschouwen een winkel na een overname als een nieuwe winkel. De limiet werd behoorlijk gekort – zoals ook die van andere leveranciers, die dezelfde redenering volgen. Gelukkig denkt CB goed mee en is de limiet inmiddels al verruimd. We hebben hier 400 m2, die moet hoe dan ook goed op orde blijven. En daarnaast zijn al mijn collega's nu mijn werknemers. Het vereist veel energie om een nieuw evenwicht in de onderlinge verhouding te krijgen.'

Had je desalniettemin voorpret voor de uitreiking van de Albert Hogeveen Bokaal?
'Jawel. Na bekendmaking van de nominaties kregen we al heel leuke reacties van klanten.'

En je moest tijd maken om de jury te ontvangen.
'Ook. Ik had het geluk dat ze op een van de fantastische dagen van de zomer kwamen. Het was de laatste vrijdag van de maand, dan hebben we hier altijd bandjes of een zanger in de winkel. Hoewel het vanwege het ontzettend warme weer die dag relatief rustig was, heerste er toch een heel sfeervolle reuring.'

Hoe heb je de jury overtuigd?
'We zaten in de YA-hoek. Daar heb ik goed mijn visie en toekomstplannen uit de doeken kunnen doen. Ik wil graag voor de mensen die niet zoveel met boeken hebben een plek scheppen waar ze graag naartoe komen, bijvoorbeeld door een van de andere dingen die Van der Meer te bieden heeft: muziek, horeca. En dan stuitten ze toch op iets van hun gading.'

Het is daarom – als ik even advocaat van de duivel mag zijn – ook echt een prijs voor jou en niet voor Martha Baalbergen en Peter Blanken die tot voor zo kort aan het roer stonden?
'Dat denk ik wel. Natuurlijk is de winkel dankzij Martha en Peter geworden wat hij is. Maar het getuigt van een hoop lef om hem dan over te nemen. Je hebt iets hoog te houden. En dan doe ik dat op zo'n jonge leeftijd, in een moeizame markt voor boekhandels én met een aanstaande btw-verhoging. Martha sprak dat gisteren ook uit. Zij en Peter waren bij de uitreiking aanwezig.'

Hoe heb je na de uitreiking de prijs gevierd?
'We zijn gaan eten. En vandaag vieren we het in de winkel. Iedereen die hier een bakje koffie komt drinken, krijgt van ons gebak.'

Is er veel aanloop?
'O, zeker. Iedereen wil de bokaal zien – én de banner met uitspraken van klanten over de winkel, die je ook van de organisatie krijgt. Die staat hier erg mooi. Ondertussen begint de winkel overladen te worden met bloemen. Daar word ik altijd heel blij van. Vanmiddag komt er nog iemand van de lokale krant. Het Leidsch Dagbladkomt later langs voor een interview.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 28 aug)

dinsdag 28 augustus 2018

Hebban en Vlogboek maken online boekenprogramma 'Boekblik' (Boekblad)

Hebban start op 3 september met het actuele boekenprogramma 'Boekblik'. Jörgen Apperloo van Vlogboek maakt de filmpjes van drie tot vijf minuten.

Boekblik besteedt aandacht aan de boekenactualiteit: nieuwe titels, evenementen en nieuwe boekverfilmingen of toneelbewerkingen. Het programma wil kijkers attenderen op titels en activiteiten die ze niet mogen missen en zet in elke aflevering een auteur of fenomeen in de spotlight. Het eerste seizoen bestaat uit acht afleveringen die om de twee weken worden gepubliceerd. 
Het initiatief voor Boekblik ligt bij Apperloo, die al sinds 2014 boeken bespreekt op het kanaal Vlogboek. 'Ik volg zelf een aantal Youtube-kanalen waarin de nieuwe films worden aangekondigd en besproken. Zoiets mis ik als het over boeken gaat. Er zijn wel allerlei sites die boekennieuws brengen, maar omdat we naar een Youtube-maatschappij gaan, kan het niet anders of er moet ook vraag zijn naar filmpjes met boekennieuws.'
Omdat Apperloo een dergelijk programma niet kan maken zonder steun van een redactie, zocht hij contact met Hebban – de community waarvoor de boekvlogger sinds vorig jaar geregeld themavideo's produceert. 'Hebban heeft de overzichten met nieuwe titels en boekverfilmingen gewoon liggen. Ik niet. Wij gaan in overleg bespreken waar we aandacht aan besteden.'
Apperloo krijgt wel de vrijheid om zijn eigen stempel op Boekblik te drukken. 'Zij zijn van de feelgood, young adult, community. Ik ben scherper. Ik ben meer geneigd buiten de lijntjes te kleuren. Dat kan nog steeds. Ik eindig daarom iedere aflevering met iets grappigs, waarin ik een schrijver of de literatuur op de hak neem. Een beetje zoals Lucky TV: aanhakend op de actualiteit en toch er geheel los van staand. Maar dan niet zo flauw.'
De nieuwe activiteit gaat enigszins ten koste van Vlogboek, dat momenteel 1.171 abonnees heeft. Apperloo is van plan de wekelijkse frequentie terug te brengen tot om de week, al hangt dat uiteindelijk af hoeveel tijd de productie van Boekblik hem daadwerkelijk kost. Omdat de eerste aflevering nog niet is voltooid, weet hij dat niet. Het nieuwe programma betekent echter niet dat zijn enthousiasme voor zijn Youtube-kanaal is verflauwd.
'Ik heb nog genoeg ideeën', zegt hij. 'Vlogboek is ook langzaam geëvolueerd van alleen boekbesprekingen naar meer essayistische filmpjes. Dat is een vorm die mij goed ligt. En het aantal abonnees blijft groeien. Er zijn nog steeds mensen die het ontdekken en mij voeden met hun enthousiasme. Zo bekeken is Boekblik ook pr voor Vlogboek, al kom ik daar minder prominent in beeld door het gebruik van ander beeldmateriaal en werk van een illustrator.'
Anders dan verwacht bij de conceptie verschijnt Boekblik te midden van een kleine hausse aan boekenprogramma's op de reguliere televisie. Momenteel is Matthijs van Nieuwkerks Moby Dick te zien, volgende maand volgt Stine boekt sterren. Apperloo is enthousiast over het eerste programma, waarvan hij wegens vakantie slechts een aflevering heeft gezien (van de drie die inmiddels zijn uitgezonden). 
'Een fijn programma, waarin tenminste normaal gedaan wordt over lezen. Vanwege de discussies over ontlezing in de toon vaak: wat is het toch bijzonder om een boek te kunnen lezen. In Moby Dick niet. Er wordt gewoon gepraat over boeken die iemand heeft gelezen. Het laat toch zien dat het mogelijk is op de reguliere tv iets met boeken te doen. Want hoe meer boeken-tv, hoe beter. Ik hoop daar nu mijn steentje aan te kunnen bijdragen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 24 aug)

Zie hier de teaser van Boekblik. Vlogboek is hier terug te vinden.