dinsdag 20 augustus 2019

De combinatiewinkel rukt op. Wat zijn de ervaringen van winkeliers die meer dan alleen boeken verkopen? (Boekblad)

Audax zet met de aankoop van De Marskramer vermoedelijk in op combinatiewinkels. Wat zijn de ervaringen van de ondernemers die nu al boeken én een totaal ander product verkopen?

Audax mag zich de nieuwe eigenaar noemen van De Marskramer. Ze voegen daarmeefranchiseformules Marskramer (44 winkels), Prima (25 winkels), Novy (17 winkels) en Toys2Play (6 winkels) aan hun boekhandelswinkels The Read Shop, Plantage en – natuurlijk – AKO. De vraag waarom beantwoordt het bedrijf niet. Zelfs op de vraag hoeveel combinatiewinkels er momenteel zijn van The Read Shop met drogisterijformules DA of D.I.O, wil het ingehuurde pr-bureau niet ingaan.
Toch ligt de diepere bedoeling van de aankoop voor de hand. Daarop wijst de voorgeschiedenis van het vorig jaar overgenomen RDC. Die pionierde in combinatiewinkels. Ook is er een veelzeggende opmerking van directeur Jos Boot van Audax Retail in FD waarin hij met zoveel woorden zegt dat het bedrijf een geheel nieuwe formule wil ontwikkelen waarin een breed gamma aan producten, waaronder boeken en tijdschriften, een logisch geheel vormt. Die formule kan nu makkelijker worden neergezet.
En dat Audax zoiets wil, ligt ook voor de hand. Combinatiewinkels rukken op. Tegen de achtergrond van het almaar groeiende onlinekanaal proberen steeds meer winkeliers, zeker in kleinere plaatsen, met een uitgekiende mix van producten én genoeg klanten te trekken én te kunnen besparen op de grootste kostenpost: personeel. Ook zijn er steeds meer zogeheten multifranchisers die in wezen hetzelfde doen, maar dan niet onder één dak.
Op dit moment zijn er al tientallen ondernemers in Nederland die én boeken, tijdschriften en kantoorartikelen én een totaal ander product verkopen. Wat zijn de ervaringen van deze pioniers die vermoedelijk tot de voorhoede van een nieuw type retailer behoren?

PIET HOEKMAN
Boeken, kantoormeubilair, woonaccessoires en damesmode in Yerseke

Piet Hoekman had het snel in de gaten: wie in Yerseke alleen boeken wil verkopen, moet heel, heel hard werken om zijn hoofd boven water te houden. Aanvankelijk maakte het niet veel uit, vertelt hij. 'Ik was jong en vrijgezel. Als je 25 gulden in een week overhield, was ik bij wijze van spreken de koning te rijk. Maar om zo mijn hele leven door te gaan? Straks ben ik zeventig, stop ik met werken en heb ik nóg niets verdiend.'
Amper twintig was Hoekman toen hij in 1980 een boekhandel begon in het Zeeuwse dorp van tegenwoordig 7.000 inwoners. 'Boeken zitten in mijn genen', vertelt hij. 'Mijn opa was kort na de Tweede Wereldoorlog in Goes een boekhandel aan huis begonnen, die mijn vader daarna heeft uitgebouwd. En ik wilde graag voor mezelf beginnen.' Dus toen hij in Yerseke stuitte op een klein pandje van 25m2 in de winkelstraat, zag hij zijn kans schoon.
Vrijwel vanaf het begin heeft hij bedrijven ernaast opgezet. Eerst was dat een verzendboekhandel. 'Ik had ondertussen mijn vrouw leren kennen. Zij ging de winkel in. Zo kon ik naar buiten. Ik ben ook meer een handelsman. Mij moet je niet achter een toonbank zetten. En die verzendboekhandel liep goed. Van sommige uitgaven van De Alk – over luchtvaart, scheepvaart en dergelijke – verkocht ik een paar duizend exemplaren per titel.'
Zeker nadat hij hiermee voldoende eigen vermogen had opgebouwd om zich in 1990 een verhuizing naar een groter pand te kunnen veroorloven, verbreedde Hoekman zijn terrein. Hij trok omliggende panden bij zijn winkel, brak muren door en creëerde zo onder één dak zijn eigen winkelcentrum van 400 m2 groot, waar hij naast boeken en kantoorartikelen, woonaccessoires en mode verkoopt. Ook heeft hij een postagentschap en een ING-servicepunt terwijl er op het industrieterrein een vestiging van kantoormeubilair is.
'Andere boekhandels hebben horeca', zegt Hoekman. 'Sommige winkels zijn halve restaurants. Dat heeft in een werkend dorp als dit geen zin. Maar toen er in 2010 een pand naast ons vrij kwam, wilde mijn dochter daar woonaccessoires verkopen. Zij zag dáár markt in. Dat bleek ook. En toen ze ontdekte dat enkele van deze leveranciers ook mode aanboden, redeneerde zij: dat moeten wij ook, anders willen de leveranciers straks niet meer met ons werken. Zo groeide dat organisch.'

Veertig jaar na de start is de boekhandel nog steeds geen vetpot. Eerder het tegendeel, nu er geen groei meer in boeken zit. Nadat Hoekman in 2012 door de verplichte Europese aanbestedingen de levering van schoolboeken aan het Calvijn College als klant verloor (3500 leerlingen, 7 vestigingen in Zeeland), overwoog hij even ermee te stoppen. Maar hij kon het niet over zijn hart verkrijgen. 'Wie in het dorp Hoekman denkt, denkt boeken. Mijn bijnaam is ook "Piet Boek".'
Hij investeert er alleen niet meer in. 'We hebben alles ooit gedaan. Schrijvers naar hier halen, kraampjes met boeken gehad. Het heeft geen zin meer, ook omdat er nog altijd boekhandels in omliggende plaatsen zijn. Vroeger ving je omzetverlies nog op met het groeiende aantal toeristen, maar door internet gebeurt dat ook niet meer. En mijn dochters – twee zitten in de zaak, de derde voor de helft – zien dat andere producten beter lopen.'
Het is alleen dankzij het brede aanbod van zijn bedrijf dat Hoekman de boekenomzet stabiel kan houden. 'Mensen komen binnen voor de kleding – en de man gaat dan bij de boeken kijken. Of ze komen hun bestelling van Bol.com bij het postagentschap retourneren en lopen gelijk rond. We verkopen pas sinds eind maart hippe, leuke dameskleding en je ziet nu al dat het ook de boeken een boost geeft, al kan ik daar nog geen staatjes van laten zien.'
De combinatie boeken-woonaccessoires-mode, hoe onwaarschijnlijk die misschien in eerste instantie ook lijkt, biedt wel degelijk ruimte voor vernuftige verbindingen. 'Ik overweeg om in de zomer een laag bankje bij de deur van de mode neer te zetten met daarop stapeltjes zomerromans. Als de klanten dan met een leuk zomers jurkje naar buiten stappen, zijn ze in de stemming om daar iets fijns bij te lezen te kopen.'
En er zijn natuurlijk synergievoordelen. Zoals een centrale kassa bij de boekhandel – al zijn er nu drie. Binnenkort gaat Hoekman overkoepelende automatisering laten bouwen. En je hoeft niet per se de hele tijd in elke afdeling personeel hebben staan. Hebben de medewerkers dan ook voldoende productkennis van alle afdelingen? 'Zeker wel', bezweert Hoekman. 'Maar met vriendelijkheid, een goede babbel en een beetje lef kom je ook een heel eind.'

CLAUDIA VAN DER HOEK-KANTERS
Bruna, Blokker en Top1Toys in 's-Gravendeel

Er was om te beginnen een samenloop van omstandigheden. Kapster Claudia van der Hoek-Kanters en haar man Antall Van der Hoek, zelfstandig hovenier, wilden graag iets anders doen. Zijn ouders, sinds de start 23 jaar geleden uitbater van de Bruna in 's-Gravendeel, hadden naast de winkel in het pand dat zij bezaten, een ruimte die leeg was komen te staan. Bij gebrek aan een nieuwe huurder begon het echtpaar een filiaal van de Prima.
En de Van der Hoeks hadden een visie. Als zij de Bruna zouden overnemen, wat direct de bedoeling was, moesten de boeken één bedrijf worden met de huishoudelijke artikelen en het speelgoed dat ze inmiddels aan het assortiment hadden toegevoegd. De reden was simpel: omdat de Bruna in de loop naar de Jumbo zat, trok die veel traffic. De Prima, net om de hoek, niet. Door een muur door te breken konden mensen binnendoor lopen.
Zo ontstond de combinatiewinkel van Bruna, Blokker en – op de eerste verdieping – Top1Toys. Het totale oppervlak is 550 m2. 'We waren overgestapt van de Prima naar de Blokker omdat het assortiment van de eerste te klein was', vertelt Van der Hoek. 'En het concept van Blokker sluit beter aan bij de nieuwe formule van de Bruna: ze denken allebei in werelden. Blokker bijvoorbeeld in hiushouden en koken, Bruna in reizen en kinderen.'

De Bruna en Blokker zouden als zelfstandige winkel levensvatbaar zijn in de plaats van circa 9000 inwoners, vermoedt Van der Hoek. Prima en Top1Toys wellicht niet. Zeker is dat alle formules profiteren van de samenvoeging. 'Via de hoofdingang, bij de Bruna, komen nu wekelijks 5500 mensen binnen. Ze pakken daar een mandje en gaan echt winkelen. Omdat de folder breed wordt verspreid, zie ik ook meer mensen uit omliggende dorpen bij ons bestellen.'
De verkopen zijn ernaar. De omzet van huishoudelijke artikelen is niet te vergelijken door de wisseling van formule, maar groeit 'flink'. De omzet van Bruna is 'redelijk stabiel'. Ook dat is niet goed te vergelijken omdat Van der Hoek is gestopt met tabak en speelgoed niet langer onder deze formule valt. 'We concentreren zich met Bruna echt op boeken en wenskaarten en dergelijke. En daar zit een stijgende lijn in.'
Hieruit blijkt ook dat de franchisegevers alle drie moesten inschikken. Hoe aanvullend de formules ook zijn, enige overlap is er altijd. Bruna verkoopt ook speelgoed, Blokker heeft een assortimentje pennen en kladblokken. Van der Hoek: 'Natuurlijk moesten we wennen aan elkaar. Het is de eerste plek in Nederland waar deze formules samenwerken. Maar omdat iedereen de voordelen ziet, pasten ze zich allemaal makkelijk aan.'
Een belangrijk voordeel is de besparing op personeel. Maar Van der Hoek voegt daar gelijk aan toe dat het bedrijf dat niet maximaal doorvoert. 'Blokker heeft wekelijks een folder, Bruna ook regelmatig. Dat betekent vaak het schap ombouwen. Dat kan wel met twee man op de vloer, maar zeker in het eerste jaar – als het voor de klanten wennen is – willen we alle tijd voor hen nemen. Er moet altijd iemand met hen kunnen praten.'
Dat is deels een gevolg omdat er geen overkoepelend kassasysteem is. De winkel heeft drie aparte kassa's en wie bijvoorbeeld bij Bruna wat koopt, moet ook de Bruna-kassa gebruiken. 'Je moet daar geen ding van maken, dan doet de klant dat ook niet. En we maken het zo makkelijk mogelijk: door per formule een andere kleur op de vloer te hebben en hen goed de weg te wijzen. Wel hebben we een papieren zak met sticker waarop alle logo's staan.'

Zelf heeft Van der Hoek geen voorkeur voor een van de drie formules, hoewel ze inmiddels genoeg ervaring heeft met allemaal. Het gaat haar en haar man niet om boeken of huishoudelijke artikelen verkopen. Het gaat hen om het ondernemen. En dan blijkt het een bijzonder creatieve uitdaging om drie verschillende formules, met al zijn specifieke problemen en kansen, samen te smeden tot iets wat meer is dan de som der delen.
Denk aan een probleem als de benodigde magazijnruimte. Die blijkt groter dan voorzien. 'Er lopen inmiddels aannemers rond, om een verdieping erop te zetten.' Maar denk vooral aan een kans als die van crossmarketing, waarop Van der Hoek juist vanwege het denken in werelden bij Bruna en Blokker volop op inzet. 'In de marketing kun je beide heel goed combineren. Als de man staat te koken tussen Blokker-producten, staat er een vrouw naast met het kookboek.'
  
KRISTEL VAN DIJK
D.I.O./The Read Shop in Nistelrode

Kristel van Dijk heeft nooit anders gekend: boekhandel en drogist onder één dak. Ze werkte enkele jaren als journalist voor vakbladen in de drogisterijsector toen ze in gesprek raakte met de initiators van de combinatiewinkel D.I.O. en The Read Shop. Ze was er in de loop der jaren van overtuigd geraakt dat winkels meer beleving konden bieden dan ze deden en zag in dit idee de kans om haar overwegingen in de praktijk te toetsen.
In juli 2013 opende ze in Nistelrode de eerste combinatiewinkel van deze twee formules in Nederland. In dit Brabantse dorp van 6.500 inwoners tussen Oss en Uden in zag ze voldoende ruimte. In het centrum was alleen een Kruidvat-filiaal. Daar kon best een kwaliteitsdrogist bij waar mensen terecht konden voor deskundig advies. Boeken, tijdschriften en kantoorartikelen waren nergens te koop. 'Daar is het hier te klein voor.'
Wat de combinatiewinkel precies doet voor de boekenomzet kan Van Dijk per definitie moeilijk inschatten. Maar dát de combinatie de verkoop van de afzonderlijke productgroepen versterkt, daarvan is ze overtuigd. 'Alles leidt tot meer traffic. Mensen komen binnen voor het een en kopen ook het ander. Ik heb nauwelijks klanten alleen voor D.I.O of alleen voor The Read Shop. Ze rekenen alles ook af bij één kassa.'
Ze heeft het assortiment sindsdien dan ook uitgebreid met nieuwe producten en services. In 2016 voegde ze speelgoed en cadeauartikelen van Prima toe aan het aanbod. En ze heeft een hele rits 'extra diensten', zoals ze het op haar website noemt: een schoenreperatieservice, een verkooppunt van Oma Meijel Breit (babyslofjes voor het goede doel), de mogelijkheid om inktcartridges te laten vullen – en meer.
'Het dorp heeft geen eigen schoenmaker meer', vertelt Van Dijk. 'Met de schoenreparatie-service kunnen mensen hun schoenen hier afgeven. Een schoenmaker waarmee ik samenwerk haalt ze op en brengt ze later gerepareerd en wel terug. Ik verdien er weinig op, maar het zorgt wel voor traffic. Mensen moeten anders hiervoor naar Oss of Uden, waar ze dan gelijk ook andere dingen kopen. Nu houd ik ze vast in het dorp.'

De winkel heeft een L-vorm. Direct rechts van de ingang zit het The Read Shop-deel van zo'n 90 vierkante meter. Links, waar de winkel door naar achter loopt, heeft de drogisterij (plus het overige assortiment) circa 300 vierkante meter. Voor beide delen overlegt ze met aparte regiomanagers. Maar ondanks soms tegengestelde belangen botst dat nooit. Ook omdat Van Dijk uiteindelijk de eindbeslissing neemt. Zij weet wat het lokaal het beste werkt.
Het relatief geringe oppervlakte van The Read Shop kan het idee wekken dat de boekhandel voor Van Dijk secundair is – net als haar eigen achtergrond en het feit dat al het voltallig personeel gediplomeerd drogist is om goed advies te kunnen geven. De eigenaresse bezweert echter dat dat niet het geval is. 'Iedereen die ik aanneem, weet dat ze ook voor de boekhandel werken. Ze volgen ook regelmatig cursussen van The Read Shop.'
Het scheelt wel, geeft ze toe, dat ze geen assortimentsboekhandel uitbaat met een breed en diep assortiment. 'Hier staan de topboeken, aangevuld met populaire categorieën als kook- en kinderboeken. Dat werkt heel goed: als iemand binnenloopt, kan hij makkelijk denken: "o ja, die heb ik in de top 10 zien staan". Of: "die kan ik mooi cadeau" doen. Ze hoeft dat niet online te bestellen. Sterker: vaste klanten bestellen het liefst bij mij.'
Zes jaar later is Van Dijk daarom onverminderd enthousiast over de combinatie boeken en drogisterijproducten. 'Het maakt het werk ook heel afwisselend', zegt ze. 'Het is wel heel veel wat je bij moet houden. Maar ook dat wende na een tijdje.' Dus waarom zouden er niet veel meer combinatiewinkels kunnen komen? 'Ik weet niet welke aantallen Read Shop en D.I.O. voor ogen hadden, maar ik had regelmatig stagiairs die daarna een eigen winkel begonnen.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, mei 2019)

zaterdag 17 augustus 2019

Internationale neerlandistiek biedt veel kansen (en zou er nog meer kunnen bieden)

Nederlands studeren over de grens doe je niet alleen uit liefde voor de taal. De studie heeft allerlei voordelen. Dat zeggen ook neerlandici uit de eerste onderzochte landen Italië en Polen. Al zouden voordelen nog groter kunnen zijn. 

Italië is een van de belangrijkste handelspartners van Nederland en Vlaanderen. Ter illustratie: jaarlijks maken 164.000 Nederlanders een zakenreis naar Italië. Nog eens 266.000 Italianen reizen voor hun werk naar Nederland. Het is dus niet vreemd dat bijna de helft van de afgestudeerde Italiaanse neerlandici een baan vindt in het bedrijfsleven. De helft van de Italiaanse neerlandici gebruikt de taal daadwerkelijk ook beroepshalve. 'Dat het economisch belang van het Nederlands zó groot was, wist ik niet', zegt Francesca Terrenato.
Het sluit aan bij de ontwikkelingen van de vakgroep Nederlands aan de Sapienza Universiteit in Rome, die zij leidt. Steeds meer Italianen kiezen ervoor onze taal te gaan studeren. 'Noord-Europa in het algemeen lijkt meer kansen te bieden op werk dan Italië zelf, ook bijvoorbeeld in het toerisme. Mede door de ontwikkelingen in Groot-Brittannië kijken studenten, die vroeger vooral naar Londen ambieerden te gaan, nu vaker naar Amsterdam en andere steden in Nederland en Vlaanderen.'
En de handel is natuurlijk niet de enige vruchtbare relatie tussen beide taalgebieden. Nederlanders en Vlamingen vieren hun vakantie massaal in Italië – waardoor een op de elf neerlandici werk vindt in het toerisme, bijvoorbeeld als gids. Ook verspreiden de afgestudeerden de Nederlandstalige kunst en cultuur in eigen land, bijvoorbeeld door het organiseren van culturele avonden en natuurlijk als vertaler. Een kwart van de studenten wil later (literair) tolk en vertaler worden.

Neerlandici zijn 'breed inzetbaar'
In Polen zijn de baankansen voor neerlandici in het bedrijfsleven nóg groter. Bijna 9 op de 10 studenten heeft binnen drie maanden na het behalen van de bul een baan. Voor driekwart van de afgestudeerden is dat in het bedrijfsleven, en bijna allemaal spreken ze daar ook Nederlands. Er zijn veel relevante vacatures als financieel, HR- of marketingmede-werker. En de concurrentie is gering, ondanks het feit dat bijna nergens ter wereld universiteiten zoveel neerlandici afleveren als in Polen.
'Of ze allemaal hun droombaan vinden is iets anders', nuanceert professor Jerzy Koch van de Adam Mickiewicz Universiteit in Poznań (die jaarlijks vijftig studenten aanneemt). 'Maar ik hoor van werkgevers dat mijn studenten inderdaad erg gewild zijn. Ze zijn leergierig en kunnen zich aanpassen. Bovendien zijn ze, zoals ook andere studenten van kleine talen, breed inzetbaar. Een student Duits of Engels spreekt meestal alleen die taal. Een neerlandicus spreekt naast Nederlands vaak ook Duits en Engels.'
Anders dan Italië is het belang van Nederlands en Vlaams toerisme naar Polen beperkt. Daar staat tegenover dat de culturele uitwisseling groeit. Zeker op literair gebied, merkt Koch. 'Ik heb net voor een dikke studie naar Nederlandse literatuur in het Pools een overzicht gemaakt van alle recente vertalingen. Dan zie je dat de afgelopen tien, vijftien jaar uit het hele spectrum wordt vertaald: van populaire literatuur tot de belangrijke dichters en romanciers. En heel veel kinderboeken, zoals van Annie M.G. Schmidt.'

Grondig in kaart gebracht
Al deze gegevens over Italië en Polen staan in de veldanalyses naar het belang van het Nederlands in beide landen, die de Taalunie onlangs heeft gepubliceerd. Niet dat Terrenato en Koch erdoor verrast waren – daarvoor hebben ze genoeg contacten met Nederlandstalige instellingen, oud-studenten en dergelijke. Maar het is wel voor het eerst dat de situatie zo grondig in kaart gebracht is dankzij een intensieve literatuurstudie, bevraging van partnerinstellingen en enquêtes onder docenten, studenten en alumni.
'We kregen altijd rapportages van afdelingen Nederlands aan buitenlandse universiteiten', vertelt senior beleidsadviseur Karlijn Waterman. 'Maar dat ging bijvoorbeeld over aantallen studenten. We wisten weinig over de omgeving waarin neerlandici werkten. We wilden dat systematisch in kaart brengen om nieuwe ideeën te krijgen voor beleid voor het Nederlands buiten onze grenzen. We kozen voor Polen en Italië als eerste landen omdat de taal daar elk op een eigen manier succesvol is. In Italië bijvoorbeeld vooral op vertaalgebied.'
De intensieve aanpak wordt ook herkend. Terranato is 'blij' met het rapport dat 'veel denkmateriaal en inzichten levert, en een beeld van de toestand en de kansen van de Nederlandse cultuur als academisch vak in ons land.' Koch vindt dat de Taalunie doeltreffend te werk is gegaan om uit te zoeken hoe de situatie precies is – en tegelijk de achterban te laten zien: verdere snoei in het budget van het Nederlands buiten de grenzen kan echt niet meer.'

Acties om de zichtbaarheid te vergroten
De veldanalyses leggen niet alleen de huidige situatie, maar ook de kansen voor het Nederlands in Polen en Italië bloot – op economisch, cultureel en diplomatiek gebied. 'Er is – begrijpelijk - binnen de academische wereld de neiging te kijken naar de impact van een studie binnen die wereld. Maar kennis van vreemde talen levert ook geld op', zegt Waterman. 'Ook kan kennis van het Nederlands worden gebruikt als ondersteuning van het buitenlands beleid en de promotie van onze culturen.'
Neem het economisch belang van de taal. Op dit moment lopen 11% van alle Europese exportbedrijven geld mis ter waarde van 100 miljard euro door gebrek aan talenkennis, blijkt uit onderzoek. Door betere contacten te leggen met het bedrijfsleven en hen ook beter te informeren over de voordelen van Nederlandstalige werknemers, met hulp van de Nederlandse ambassade en de Vlaamse vertegenwoordiging ter plaatse, bevorderen neerlandici rechtstreeks de handelsrelaties met Nederland en Vlaanderen. 
Ook voor de afdelingen Neerlandistiek zelf zijn de kansen duidelijk geworden, vindt Terrenato. Alleen al het bestaan van het rapport is voor haar een instrument om de belangen van de vakgroep te verdedigen binnen de universiteit. 'Maar er staan ook acties opgesomd om de zichtbaarheid en aantrekkelijkheid van ons vak te vergroten. Als we die uitvoeren, zullen wij meer studenten krijgen en het vak een betere positie verwerven. Want het aantal studenten werkt in dit verband het sterkst.'

Meer ondersteuning nodig
Daar staat tegenover dat het moeilijk is om alle kansen te benutten. Vakgroepen staan al onder hoge werkdruk. Waar halen ze de tijd vandaan om nieuwe activiteiten te ontwikkelen waarmee ze hun ambassadeursrol voor Nederland en Vlaanderen verder versterken? Meer ondersteuning vanuit het taalgebied zou het mogelijk maken. En dat is helemaal geen gekke gedachte als je de Nederlandse en Vlaamse investeringen in het onderwijs van de eigen taal over de grens vergelijkt met die van andere landen.
Uit een nieuw vergelijkend onderzoek van de Taalunie naar het talenbeleid in Europa blijkt dat Nederland en Vlaanderen 7,5 cent per inwoner uitgeeft aan het onderwijs van het Nederlands in het buitenland – waarvan 4,5 cent in universitair onderwijs. In andere landen gaat het om veel grotere bedragen. Hongarije investeert 15 cent per inwoner, Portugal 2,80 euro per inwoner en Duitsland 5,30 euro per inwoner. 'En landen buiten Europa, zoals China en India, investeren nóg meer', zegt Waterman.
Terrenato en Koch hebben in ieder geval ideeën hoe ze extra geld kunnen besteden. Er is in Italië te weinig contact met lokale bedrijven, maar ook met bijvoorbeeld een netwerk van Nederlandse en Vlaamse universiteiten. Ook zou Terrenato graag geld hebben voor contracten voor jonge onderzoekers. En Koch betreurt het dat de Poolse universiteiten met een vakgroep Nederlands niet ieder jaar een Vertaalatelier kunnen aanbieden omdat er geen structurele subsidie vanuit Nederland en Vlaanderen voor is.
Beiden zijn dus positief over de rol van het Nederlands in hun landen, maar zoveel is ook zeker: de kansen en mogelijkheden van de internationale neerlandistiek zouden nog veel beter benut kunnen worden.
(Eerder gepubliceerd op Taaluniebericht.org)

woensdag 14 augustus 2019

Interview Jürgen Snoeren over boeken uitgeven en verkopen bij ANWB (Boekblad)

Hij is verantwoordelijk voor het uitgeven en verkopen van boeken bij ANWB. En dan schrijft Jürgen Snoeren zelf ook nog fictie. Vanwege de gestaag krimpende markt experimenteert het bedrijf om nieuwe afzetgebieden te ontdekken. 'Als je geen risico neemt, zul je nooit nieuwe markten aanboren.'

Eind vorige maand presenteerde Jürgen Snoeren in boekhandel Scheltema de thriller Dodenstoel die hij onder het pseudoniem Johan Andersen heeft geschreven. Pas toen iemand hem die middag erop wees, drong tot hem door dat hij alles tegelijk is: uitgever, boekverkoper én schrijver. Sinds vier jaar leidt hij de uitgeverij van ANWB. Vorig jaar kreeg hij het category management boeken voor de 83 ANWB-winkels erbij. En schrijven doet hij er al zijn hele leven naast, nadat hij twintig jaar geleden debuteerde met een literaire novelle.
'Heeft dat tot inzichten geleid? Zo'n sterk woord moet je niet gebruiken', zegt hij resoluut. 'Het maakt je gevoeliger voor alle aspecten in de keten. Als uitgever sta je niet altijd stil bij de logistieke problemen van een boekhandel om alles op de plank te houden en de operatie rendabel te laten draaien. Een boekverkoper heeft niet altijd op het netvlies hoe onzeker een boekproductie is. Als een boek twee weken te laat is vanwege een foutje van een drukker, moet hij niet meteen de boel afbreken. Een uitgever kan er soms echt niets aan doen. Ik kan het daarom iedere uitgever aanraden een tijdje in de retail te werken. En andersom.'

Maar je keuze voor de ANWB was niet bewust om uitgever én boekverkoper te worden?
'Nee. Ik werd gevraagd – in eerste instantie interim – om het fonds van de uitgeverij op te knappen. De ANWB is een mooi bedrijf, dat tot de 15 grootste uitgeverijen van Nederland behoort. Dat vergeten veel mensen. En met reisgidsen en kaarten had ik nog nooit gewerkt, dat maakte het een mooie uitdaging. Het was ook een realistische uitdaging. Er zat hier veel kennis, er werkten goede mensen, ze hadden goede titels. Het fonds had alleen meer focus nodig. Vervolgens bleef ik, omdat de klus nog niet af was. Toen we na een reorganisatie onder ANWB Retail kwamen te vallen, kreeg ik het category management erbij, zodat er steeds genoeg nieuwe opdrachten zijn om het leuk te blijven vinden.'

Wat moest er met het fonds gebeuren?
'De markt voor de reisgids krimpt gestaag. De omzet heeft zich na de crisis van tien jaar geleden weliswaar goed hersteld. In Nederland was de impact ervan kleiner dan in andere landen. Maar er zijn onmiskenbare demografische ontwikkelingen: veel jongeren kopen geen reisgidsen meer. En er is een verschuiving naar digitaal. Steeds meer mensen breiden hun reis voor op hun telefoon, iPad of laptop. 's Ochtends zoeken ze daar op welke musea in de buurt die middag open zijn. Die ontwikkeling is versneld door het verdwijnen van de roamingkosten per 1 juli 2017. Je kunt nu rustig op een terras een half uur scrollen zonder dat je bang hoeft te zijn voor een rekening van 300 euro. Het eerste jaar moesten mensen er nog aan wennen, maar in het voorjaar van 2018 zagen we een opvallende daling van de markt. In die periode gaan veel mensen op stedentrips, maar zonder roamingkosten hoefden ze niet meer zo snel een gids voor twee dagen Parijs. Op die ontwikkelingen moet je een antwoord verzinnen.'

En dat luidt?
'Om te beginnen heb ik het aantal series teruggebracht. We hadden er zes – of zelfs zeven, als je de kunstreisgidsen meetelt. We hebben er nu drie die elkaar goed aanvullen: de kleine en compacte ANWB Extra met alle basale informatie, de wat dikkere ANWB Ontdek voor wie zich meer in zijn bestemming wil verdiepen en de ANWB Wereldreisgidsen voor wie dat na de reis ook nog wil gebruiken als naslagwerk. Dat levert, ondanks de internationaal gezien relatief geringe marges, een goede, stabiele inkomstenstroom op, die ons in staat stelt te experimenteren om zo mee te bewegen met de consument en – niet te vergeten – de 4,6 miljoen leden. Zij willen namelijk geen platte informatie meer over hotelletjes en restaurants. Ze willen inspiratie. Het is niet meer: "help mij bij mijn reis", maar: "raad mij mijn volgende reis aan". Dat betekent dat je boeken moeten brengen die belevenis bieden.'

Hoeveel mensen gaan dit jaar met een ANWB-gids op pad?
'Een kleine 500.000 stuks bij elkaar. Daarmee zijn we nog altijd de grootste aanbieder van reisgidsen in Nederland, goed voor een redelijk stabiel marktaandeel van circa 26 procent – dat varieert afhankelijk van de mode in bestemmingen, maar ook van hoeveel titels en exemplaren je in de markt hebt. De totale vernieuwing van de Extra-serie, met 120 titels een mega-operatie, heeft ook impact gehad.'

Wat betekent dat voor de omzet?
'De afzet is gedaald, maar de doorgevoerde prijscorrecties hebben eerst een paar jaar voor een stijging van de omzet gezorgd. Vorig jaar was die stabiel en dit jaar is de omzet gedaald. Zoals bij alle reisgidsenuitgevers. Het zijn moeilijke tijden in onze markt vanwege de ontwikkelingen die ik net schetste.'

Sterft de reisgids op middellange of lange termijn uit?
'De markt zal blijven krimpen, maar er zal altijd behoefte blijven aan een papieren gids. Laat ik naar mezelf kijken. Als ik voor een weekje zon op een eiland google, verzuip ik in informatie over vliegmogelijkheden, hotels, autoverhuurders. Dan betaal ik liever 100 euro meer aan een organisatie die dat allemaal voor mij uitzoekt. Je ziet daarom de klassieke reiswinkel van vroeger een beetje terugkomen. Iets soortgelijks geldt voor reisinformatie: je wil dat iemand die voor je bij elkaar brengt en cureert. Sommigen gebruiken daarvoor Tripadvisor, Zoover of een andere reissite. Anderen willen liever een degelijke papieren gids, waarmee je op de bank kunt lezen over je bestemming of die je in je binnenzak bij je kunt steken. Dat zal nooit verdwijnen. Net zoals er altijd mensen een papieren boek boven een e-boek verkiezen.'

De ANWB zet niet in op digitale versies van haar gidsen?
'We hebben wel e-boekversies van onze Extra-gidsen. Gemaakt als test, en omdat een deel van de leden dat van ons verwacht. Maar de markt in de breedte zit niet te wachten op één op één vertalingen van een gids, juist omdat het een product is dat men in handen wil houden. Ook de wet op de vaste boekenprijs helpt niet mee, omdat die weinig mogelijkheden biedt voor combinatieverkoop van e-boek en papieren boek. De btw-plannen vormen een ander struikelblok: omdat de verlaging alleen gaat gelden voor facsimile-achtige digitale uitgaven zet de overheid een dikke rode streep door alle mogelijke innovatie. Wil je iets digitaals doen met non-fictie zoals een reisgids, moet je deze juist grondig verbouwen om de gebruiker meerwaarde te bieden.'

De potentie is ook nog steeds te klein om een vernieuwende reis-app te maken?
'Ja. We hebben de e-boekversies eigenlijk alleen als extra service. Wat we eraan verdienen is meegenomen. Dus laat staan dat het zin heeft om in zoiets groot te investeren. De droom die we tien jaar geleden hadden van volledige interactieve, 24/7 geüpdate apps voor iedere bestemming is onhaalbaar. De economics kloppen niet. Misschien als je met alle uitgeverijen in Nederland samen iets doet. Maar zelfs dan is het twijfelachtig, omdat je dan concurreert niet alleen met partijen als Google en Booking, maar ook met alle andere online informatie over een bestemming. Er zijn genoeg mensen met een eigen sitetje over musea in Parijs. Het is niet voor niets dat zelfs grote markten als Duitsland en Frankrijk geen digitale reisgidsencultuur hebben. Alleen Lonely Planet heeft iets wat in de buurt komt, maar die opereert op een volstrekt andere schaal.'

En dus zoekt ANWB het in andere type boeken.
'Je kunt verschillende richtingen op denken. Je kunt bijvoorbeeld makelaar in reisinformatie worden. Maar wij blijven doen waar we goed in zijn: uitgeven. Wij kunnen dat goed. We hebben het vertrouwen van consumenten en leden. We hebben een positie op deze markt. En als je de gidsen goed aanpast aan de eisen van de tijd, zoals de veranderde balans tussen informatie en beleving, en gespitst blijft op de schommelende populariteit van bestemmingen, kun je daar nog goed aan verdienen. Het is een klassieke valkuil bij innoveren om te denken dat al het oude niet goed meer is. Nee, onze klassieke reisgidsen blijven de basis. Daar moeten we op blijven focussen. Daarnaast zoeken we naar andere soorten uitgaven om reiscontent aan te bieden.'

Aan wat voor boeken moet ik denken?
'Een mooi voorbeeld is La douce Paris van Janny van der Heijden, dat onlangs verscheen. Een personality, bekend van Heel Holland Bakt, die door Parijs rijst, haar plekjes uitkiest, met recepten en van alles. Dat willen mensen graag: zien hoe iemand anders reist en zich daardoor laten inspireren. Het is een nieuwe spin aan het begrip stedengids. Ook hebben we het vergelijkbare Een zomer in Italië van Rik Felderhof: dagboek, reisboek en biografie in één. Fietsen met Erik Dekker, waarin hij vertelt over zijn belevenissen in de Tour de France aan de hand van routes die mensen na kunnen fietsen. En Fijn weekend, een overzicht van 52 weekendtripjes dat eigenlijk niets anders doet dan de lezers tippen: ga daar ook eens kijken.'

Is het moeilijk zulke boeken te bedenken?
'Het is niet makkelijk. Net als andere aanbieders van reisgidsen is het enorm zoeken. Naar juiste ideeën en auteurs, de inhoudelijke contentstragie, het goede prijspunt, de doelgroep voor iedere propositie, de mate van luxe uitstraling, enzovoorts. En van alles wat je bedenkt, kun je – anders dan een gids – geen 120 delen maken. Je moet daarom af en toe in het diepe springen, zoals we met Janny hebben gedaan. Het is zoals Steve Jobs zei: "je moet niet de markt volgen, maar de markt maken; je moet mensen vertellen waar ze behoefte aan hebben". Dat heb ik altijd erg inspirerend gevonden. Het hele vak zou zich dat ook mogen aantrekken. Uitgeverijen hebben altijd te veel de neiging de markt te volgen.'

Wat kan wel bij ANWB en wat niet?
'Op het spectrum tussen de pure informatie van een klassieke reisgids en de pure beleving van een fotoboek zijn meerdere plekken waarvoor je proposities kunt ontwikkelen. Er zijn nu eenmaal verschillende doelgroepen: jong versus oud, veel versus minder te besteden, leden versus niet-leden. Alle grote uitgeverijen zijn daarmee bezig. Maar alles wat we doen, moet binnen de driehoek reizen, vrije tijd en lifestyle passen. Dat zijn de echte ANWB-thema's waar de rest van de organisatie zich ook op richt. We zullen daarom nooit zomaar een lifestyle-boek uitgeven.'

Hoe hebben de eerste experimenten het gedaan?
'Het is nog te recent om daar harde uitspraken over te doen. Felderhof was vorig najaar het eerste boek-nieuwe stil. Dat heeft het goed gedaan. Janny van der Heijden is goed ontvangen. Voor Erik Dekker is veel belangstelling. Maar wat is de potentie precies? Je kunt je voorstellen dat we van La douce Paris 5.000 exemplaren verkopen, maar ook 50.000 exemplaren. Anderzijds is het risico groter dat een titel niet aanslaat en maar paar honderd exemplaren verkoopt. Dat moeten we ontdekken. Maar: als je geen risico neemt, zul je nooit nieuwe markten aanboren.'

Accepteert de boekhandel de nieuwe koers van ANWB?
'Het is een kwestie van gewenning. Over Fietsen met Erik Dekker kreeg ik soms de vraag, zelfs intern: is dát een ANWB-boek? Erik Dekker is toch sport? Nee: het gaat over vakantie en vrije tijd, het bevat routes en ANWB heeft miljoenen fietsende leden. Dus hoe ANWB wil je het hebben? Het gaat erom dat je de verhalen die iemand als Erik te vertellen heeft, op zo'n manier verpakt dat het bij ons past. We hebben het in dit geval redelijk vaak moeten uitleggen. Maar de boekhandel reageert tot nu toe positief. Ze zijn natuurlijk altijd blij met nieuwe dingen, omdat ze met alles wat afwijkt van de norm bij hun klanten aandacht kunnen trekken. Ook straalt de vernieuwing af op het hele fonds. Want als je in de catalogus naast de herziene uitgaven van reisgidsen opeens een Rik, Janny of Erik zet, zie je dat mensen rechtop gaan zitten. Ze hebben meer aandacht voor het hele fonds. Dus zelfs als deze boeken niet aanslaan, heeft het een gunstig effect.'

Waren de ANWB-gidsen terrein aan het verliezen in de boekhandel?
'Nee hoor. Wij hebben vaste vertegenwoordigers op de weg. Dat is niet meer bij iedere uitgeverij het geval. Die persoonlijke aandacht wordt zeer gewaardeerd. De reguliere boekhandel is goed voor ongeveer de helft van de afzet, dus het is ook logisch dat we daar veel aandacht voor hebben.'

Zie je de krimpende markt bij de boekhandel terug in de vorm van minder aandacht voor reizen?
'Ik heb niet de indruk dat het drastisch terugloopt. Reizen heeft alleen niet altijd de focus van de boekhandelaar. Het is ook geen swingend en sexy genre. Een reisgids wordt nooit Boek van de Maand bij DWDD. Anderzijds zijn boekverkopers heel benaderbaar, als je aanbiedt om samen met hen naar het schap te kijken. Dat is een voordeel als grootste partij: er is altijd bereidwilligheid om er nog een plank toe te voegen of bestemmingen aan te vullen. Daarom is het zeker geen verwaarloosd genre in de boekhandel.'

Hoe gaat het met de boekverkoop in de eigen winkels?
'ANWB Retail staat zoals alle winkels onder druk. Wij hebben wel een aparte positie door de combinatie van producten. En ze zijn voor een deel op het ANWB-lid gericht. We bieden services en diensten aan die je nergens anders in de winkelstraat vindt. Het aantal winkels blijft daarom stabiel. Het aandeel boeken hebben we wel teruggebracht. Het assortiment was in de loop der jaren te breed geworden: thrillers, damesromans, invulboekjes. Na een kritische blik op de afzet en de focus van ANWB kwamen we tot de conclusie dat wij die niet moeten verkopen. De leden verwachten en willen ook geen damesromans bij ons vinden. Ons aanbod gaat nu weer puur over vrije tijd, reizen, vakantie, mobiliteit – al die thema's die bij de ANWB horen. En de dekking daarvan is beter.'

Daarmee is de concurrentie met de reguliere boekwinkel minder geworden?
'In zekere zin wel. Dat maakt het ook makkelijker om te zeggen: "zoekt u een thriller? dan kunt u aan de overkant bij de Bruna zijn". En andersom doet de Bruna dat als iemand om een kaart vraagt, want de gewone boekhandel is traditioneel minder actief in het segment-vrije tijd.'

Wat voor gevolg had deze beweging op de omzet?
'We hebben iets ingeleverd. Ook al hadden de genres die we hebben weggesneden geen groot aandeel in de omzet, we specialiseren ons wel in een krimpend marktsegment. Daar staat tegenover dat de ruimte ervoor kleiner kon worden, waardoor de omzet per vierkante meter is gestegen. Daarom zijn we niet ontevreden over deze ingreep. Het aandeel eigen titels in de afzet is automatisch ook gestegen.'

Hoe hou je bij deze dubbele rol tijd over om te schrijven?
'Ik zeg altijd: het is netflixen of schrijven. Ik doe het als ontspanningsoefening 's avonds. Als tegenwicht voor de stress overdag. En in deze baan gaat het beter dan ooit. Toen ik zelf schrijvers begeleidde, lukte het lange tijd niet om te schrijven. Ik had moeite mijn eigen stem te vinden. Maar toen ik ophield met dat werk, hief dat als het ware mijn writers' block op. Ik heb een tijd fantasy geschreven, maar na overleg met mijn agente Marianne Schönbach die me erop wees dat de fantasymarkt terugliep en ik misschien iets anders met mijn talent kon doen, dacht ik aan een thriller. Ik heb veel thrillerschrijvers begeleid, dan krijg je zelf ook af en toe een goed idee. Een daarvan heb ik uitgewerkt tot proposal. HarperCollins zag dat zitten.'

Profiteer je daarbij van je bekendheid in het vak?
'Nee. Daarom verschijnt Dodenstoel onder pseudoniem. Toen Luiting-Sijthoff mijn fantasy publiceerde, werd ik neergezet als de schrijvende uitgever. Begrijpelijk, een uitgeverij zoekt argumenten om een boek aan te prijzen. Maar ik wilde een streep zetten onder alles wat ik daarvoor heb gedaan. Ik wilde niet dat mensen zouden denken: daar heb je een uitgever die zo nodig moet schrijven. Of: hij wordt uitgegeven omdat hij vriendjes in het vak heeft. Of: die fantasyschrijver kan geen vast geen thriller maken. Nee, als je het boek nu goed of slecht vindt, komt dat door het boek en niet omdat je me kent. Daarom wordt mijn day job bijna nergens genoemd in de communicatie van HarperCollins. Gelukkig is het wel goed ingekocht.'
(Eerder verschenen in Boekblad magazine 6, 2019)


maandag 12 augustus 2019

Interview: Erik Scherder over lezen, bibliotheken en het brein uitgelegd aan kinderen (Bibliotheekblad)

In zijn nieuwste boek legt Erik Scherder de werking van het brein uit voor kinderen. Professor S. en de verslaafde koning gaf hem zo de mogelijkheid om het belang van lezen te benadrukken en zijn zorg uit te spreken over de openbare bibliotheek.

Boeken over het brein zijn al lange tijd zeer gewild. Erik Scherder kan erover meepraten. De werken van de hoogleraar neuropsychologie aan de Vrije Universiteit behorentot de populairste titels in deze categorie: Laat je hersenen niet zitten (2014) en Singing in the brain (2017), waarin hij betoogt hoe belangrijk het voor je hersenen is om te bewegen respectievelijk muziek te maken. Alleen: voor kinderen was er nog niet zo veel.
'Het was voor mij alle lang tijd een hartenwens dat ook kinderen vroeg in aanraking met het brein zouden komen', vertelt Scherder (1951) aan de telefoon. 'Ik zag een spannend kinderboek vol avontuur voor me, waarin de lezer een reis door het brein zou maken en zo met allerlei thema's wordt geconfronteerd. Niet alleen wat obesitas of een gameverslaving met de hersenen doet, maar ook angst en verliefd worden.'
Druk als hij is – ook een gesprek met Bibliotheekblad moest ruim van tevoren worden ingepland – had Scherder zelf geen tijd om zo'n boek te schrijven. Bovendien: fictie? Hij had als vader vroeger verhalen verzonnen voor zijn kinderen. Een daarvan is opgenomen in het boekje Hersenen willen lezen, dat vorig jaar in kleine oplage uitsluitend te koop was op Bookstore Day: 'Joepie en het zwervertje'. Maar zijn specialiteit is het allerminst.
Scherder: 'En toen kreeg ik een brief van Fred Diks, schrijver van onder meer Koen Kampioen, en illustratrice Mariëlle van de Beek. Op de envelop had zij een kleine cartoon van mezelf getekend. Heel leuk. Zij werkten aan een boek over Dixiedorp, waar alle kinderen te dik zijn. Ze wilden van mij informatie over wat er dan gebeurt in de hersenen. Toen legde ik hen mijn idee voor. Daar waren ze direct voor in.'

Half maart verscheen het resultaat van de ontmoeting: Professor S. en de verslaafde koning. De hoofdpersonen Zhé en Brian, twee klasgenoten, gaan daarin op zoek naar Zhé's plotseling verdwenen opa: professor S. Via een soort raket belanden ze in het mysterieuze Breinstein, waar ze opa al snel opsporen. Ondertussen ontdekken ze dat het land zucht onder de internetverslaving van hun koning. Als ze opa hebben gevonden, lost die het probleem op.
'Je hoort ouders wel eens trots vertellen: anderhalf jaar oud en hij swipet al!', vertelt Scherder. 'Ik weet niet of je daar nu zo trots op moet zijn. Te weinig mensen weten dat te lang achter een scherm zitten niet goed is. Stop er na een uur mee. Dat is niet mijn mening, er is veel wetenschappelijke literatuur over die dat aantoont. Je ziet ook dat kinderen steeds minder buitenspelen en minder lezen. Allemaal slecht voor het brein.'
En als je dan toch ander een scherm zit, vervolgt hij, vul die tijd dan niet met doelloos surfen en googlen. Er zijn ook goede aspecten aan games. Als je bijvoorbeeld steeds voor nieuwe uitdagingen wordt gesteld en je je moet blijven inspannen omdat je steeds moeilijkere levels speelt. Een game kan zo een 'verrijkte omgeving' bieden die het jonge brein – tot een jaar of dertig – juist nodig heeft om zich optimaal te ontwikkelen.

Een van de plekken die Brian en Zhé in Breinstein bezoeken is bibliotheek Hippocampus. Heel goed dat die er is, denkt de professor. 'In mijn land sluiten ze steeds meer bibliotheken.' Maar tot zijn schrik ontdekt hij dat de inwoners luidkeels protesteren tegen het openhouden van de bibliotheek. Als niemand nog leest, waarom dan het geld niet beter besteden? De professor trekt wit weg als hij het hoort. 'Dit land heeft echt een heel groot probleem.'
Het is een zorg die Scherder vanzelfsprekend deelt. Lezen is van cruciaal belang. 'Er worden zó veel neurale netwerken actief bij het lezen. Om het woord te zien, het te spellen, de betekenis te begrijpen, maar ook zoiets als het vormen van klanken in je hoofd – daarvoor heb je allemaal andere hersengebieden nodig.' Hoewel hij bekend is geworden als een grote promotor van bewegen, zegt hij daarom: 'Als je dan toch zit, ga lezen.'
Maar om te lezen zijn bibliotheken nodig. 'Ten eerste omdat niet iedereen in staat is boeken te kopen', somt Scherder op. 'Ten tweede omdat het een omgeving is die enorm uitnodigt tot lezen. Ik weet niet in hoeverre de gesloten vestigingen worden vervangen door uitleenposten, maar ik hoop dat iedereen die even goed weet te vinden, ze goed toegankelijk zijn, goede collecties hebben en hulp bieden bij het maken van keuzes.'
Natuurlijk kun je ook digitaal lezen. Maar daarvoor geldt mutatis mutandis hetzelfde als voor games: niet iedere vorm van het e-boek juicht Scherder toe. 'Als beeld en geluid bijdragen aan het begrijpen van het verhaal, heeft een e-boek meerwaarde. Maar als je wordt afgeleid door bijvoorbeeld spelletjes, of omdat je leest op een apparaat waarop je ook appjes krijgt, werkt het negatief.' Bibliotheken moeten dus niet alles opnemen in hun digitale collectie.

Scherder noemt bibliotheken 'ware paradijzen'. Maar hij moet toegeven dat hij openbare bibliotheken niet zó goed kent. In zijn jeugd was hij lid, maar niet de fanatiekste gebruiker. Daarna stortte hij zich op de vakliteratuur – die hij voor een groot deel verkreeg via de universiteitsbibliotheek. Ook met zijn kinderen ging hij niet. Zij lazen via de schoolbibliotheek, en op zaterdagen nam hij ze mee naar de sportvelden in plaats van de bibliotheek.
'Als kind was het voor mij soms een beetje verplicht om erheen te gaan', vertelt hij. 'Als je wat mee naar huis nam, moest je het ook weer op tijd terugbrengen. Dat hield me wat tegen. Maar áls ik naar de bibliotheek ging, vond ik het een snoepwinkel. Later heb ik heel lang alleen maar vakliteratuur gelezen. Ik ben een laatbloeier, dus ik stortte me daar volledig op. Pas sinds een paar jaar lees ik thrillers voor het slapen gaan.'
Toch is wel degelijk tot hem doorgedrongen dat een bibliotheek meer is dan leverancier van boeken en kranten, zoals ook Professor S. in het boek opmerkt. Neem de actieve inzet voor leesbevordering voor alle kinderen van 0 tot en met 18 jaar. 'Het zou ook een heel goed idee als ze dat doen voor volwassenen. Zij zijn toch het voorbeeld van kinderen. Aan hen spiegelen zij zich. Dus als zij vaker een boek pakken, dan hun kinderen ook.'
En: de andere functies van de bibliotheek. Als verblijfplaats, bijvoorbeeld voor ouderen. De hulp die kan worden geboden, waardoor je in de bibliotheek meer kunt vinden dan wanneer je zelf op internet zoekt. En de activiteiten die ze organiseren, zoals ook met Scherder zelf. 'Breintrainingen bijvoorbeeld. Er wordt echt van alles bedacht en heel hard gewerkt. Bibliotheken hebben nog steeds een stoffig imago, vrees ik, maar dat is niet terecht.'

De volledige achternaam van professor S. is uiteraard Scherder. Als de illustraties dat al niet duidelijk maakten – hetzelfde figuurtje waarmee Van de Beek zich indertijd had geïntroduceerd – staat het ook in het verhaal uitgelegd. Zhé noemt haar opa 'S.' omdat ze zijn achternaam zo moeilijk uit te spreken vindt. Dan krijg je al snel de indruk dat de professor met al zijn opinies en karaktertrekken naar het leven getekend is.
Nee dus. Scherder heeft via de informatie over het brein, de manieren waarop dat gestimuleerd kan worden en de gevaren voor een optimaal functioneren, als het ware de bouwstenen voor het verhaal aangedragen. Maar de personages en het plot komen volledig uit de koker van Fred Diks. Dat hem werd aangeraden om zijn karakteristieke grijze haar te verven voor zijn eerste optreden bij De Wereld Draait Door is ook verzonnen, bezweert hij.
Toch zijn er genoeg treffende parallellen – niet alleen in de mening over bibliotheken. Zo is de roem die Professor S. in Breinstein komt aanwaaien, vergelijkbaar met de manier waarop Scherder de aandacht van de natie trok: via een televisieprogramma. In het boek gebruikt hij doelbewust de talkshow De wereld op zijn kop om de inwoners voor te houden dat hun lusteloosheid wordt veroorzaakt door hun internetverslaving.
'Bij mij ging het iets anders. Ik deed mee aan de Universiteit van Nederland, die colleges opneemt van hoogleraren en gratis ter beschikking stelt op internet. De Wereld Draait Door vroeg of ik daarom wilde komen. Ja, leuk. In het voorgesprek had ik gezegd: kom niet aanzetten met studenten die vertellen dat ik op de tafel ga staan en zo. Het ging over de Universiteit van Nederland. Maar Matthijs van Nieuwkerk vroeg toch of ik dat wilde doen.'

Pas toen begon er een totaal onverwacht avontuur dat hij aanwendde voor een hoger doel: oproepen tot het gezond houden van je brein, in eerste instantie van bewegen. 'Nog diezelfde avond werd ik gebeld door de uitgever van Athenaeum-Polak & van Gennep. Of ik een boek had. Nee. Of eigenlijk wel, maar daar vond niemand wat aan. Met hulp van een redacteur heb ik dat toen bewerkt tot Laat je hersenen niet zitten.'
Sindsdien zet hij zich in om de Nederlanders aan te sporen tot een actievere levensstijl. Ogenschijnlijk met veel succes. Zijn eerste boek nadert gestaag de kaap van 100.00 verkochte exemplaren. Singing in the brain zit op 40.000 exemplaren. En ook de eerste druk van Professor S. en de verslaafde koning van 5000 exemplaren was vrijwel meteen op. Ongetwijfeld zijn de boeken ook veel uitgeleend, maar dat weet Scherder niet.
En toch zegt hij dat de werkelijkheid hem dwingt bescheiden te blijven. 'Beweegt Nederland meer? Ik zou die vraag graag willen beantwoorden met een volmondig ja. Maar helaas. Ik krijg weleens reacties van mensen die zeggen dankzij mij nu meer te bewegen. Individuele reacties vertellen alleen niet het hele verhaal. Toen ik laatst bij een lezing vroeg: wie voldoet aan de norm van een half uur inspannen per dag?, stak nog geen 10% zijn hand omhoog.'
In de politiek is het evenmin vanzelfsprekend om verandering te bewerkstelligen. 'Ik zit in een commissie om het gymastiekonderwijs terug te brengen op de basisschool. Door springend sommen op te lossen of zingend taalles te geven, kun je beweging ook goed integreren. We mogen met de minister praten. We mogen langskomen bij de commissie onderwijs van de Tweede Kamer. Maar om de verandering ook te realiseren is heel moeizaam.'

Het ontmoedigt Scherder niet. Hij werkt, naast zijn fulltimebaan, aan nieuwe boeken. Als eerste is dat een boek over ouderdom. 'Een heel positief boek', voegt hij daar direct aan toe, 'waarin ik laat zien dat het leven steeds leuker wordt als je ouder wordt.' En wie weet: misschien komt er ook een nieuw avontuur met Professor S. 'Daar kun je makkelijk een serie van maken. Een volgend deel kan bijvoorbeeld over te weinig bewegen gaan.'
Hoopt hij daarmee dat zijn werk net als dat van Professor S. – wiens genezing van de verslaafde koning honderd jaar in de toekomst plaatsvindt – tegen die tijd nog steeds in de bibliotheek staat? 'Dat zou heel mooi zijn', lacht hij. 'Maar ik ga er niet van uit hoor. Ik vind het ontzettend fijn dat mijn werk door zo veel mensen wordt gelezen, maar ik ben echt heel bescheiden. Er komt een moment dat het ophoudt.'
(Eerder gepubliceerd in Bibliotheekblad 6, 2019)

zaterdag 10 augustus 2019

Interview: Chrisjan van Marissing van boekhandel Praamstra over de Deventer boekenmarkt

De Deventer Boekenmarkt – de grootste van Europa – [vond afgelopen zondag] voor de 31e keer plaats. Ook voor boekverkoper Chrisjan van Marissing is dat het hoogtepunt van het jaar. Zeker in het jaar waarin boekhandel Praamstra voor het eerst in jaren weer een substantiële plus boekt.

Hoe was je week?
'Rustig. Ik ben vooral bezig geweest met het regelen van het assortiment van Het Tuinfeest: het jaarlijkse poëziefestival op de avond voorafgaand aan de Boekenmarkt. Wij hebben daar ieder jaar een kraam – met altijd een leuke omzet. Mensen zijn in the mood, en als de dichter zelf aanwezig is, kunnen ze een gesigneerd exemplaar krijgen. We moeten alleen zorgen dat van alle dichters de leverbare en relevante titels aanwezig zijn. Vanuit de historie weet ik dat twee exemplaren van Lévi Weemoedt niet genoeg is – van Pessimisme kun je leren heb ik er zestig, van Eeuwige vertraging dertig. Maar soms heb je geen flauw idee. Dimitri Verhulst komt ook, van hem is een bundel leverbaar. Maar wat hij zou gaan verkopen? Ik had er twaalf ingekocht.'

Het Tuinfeest en de Boekenmarkt vormen het hoogtepunt van de week?
'Het hoogtepunt van het jáár. Mijn vakantie wordt er altijd omheen gepland. Of erna, of ervoor – maar dan er ruim voor, zodat ik in de week voorafgaand de puntjes op de i kan zetten.'

Wat doet Praamstra tijdens de Deventer Boekenmarkt?
'Vroeger hadden we een kraam. Sinds we zijn verhuisd naar onze huidige locatie niet meer. We zitten hier goed in de loop van het station naar de kop van de Brink, waar de markt begint. Wij zetten daarom om 9 uur de deuren wagenwijd open. Niet dat dan iemand binnenkomt, maar mensen registreren wél dat wij open zijn. In de loop van de dag krijgen we vervolgens veel bezoekers. Want je hebt de absolute freaks die al om zes uur 's ochtends naar de markt gaan, bij veel mensen is de boekenliefde toch minder heftig. Zij stellen het na een tijdje struinen op prijs om ook een geordend aanbod te zien. Daar hebben wij een heerlijke winkel voor.'

Hou verhoudt de omzet zich tot andere dagen?
'Het is een extra zaterdag. Geen zaterdag in de Boekenweek of in december, maar: een zaterdag in augustus.'

Sinds vier jaar hebben jullie zelf een antiquariaat in huis: En passant. Heeft dat invloed gehad op jullie rol op de Boekenmarkt?
'Eigenlijk niet. Wij hebben het antiquariaat ook niet overgenomen. Juridisch is het een shop-in-shop. Rolph van de Wouw, de eigenaar, is er uiteraard wel. Hij heeft drie kramen en doet er ieder jaar goede zaken.'

Wat heeft het inpandig antiquariaat jullie gebracht?
'De omzet ervan is niet spectaculair. Zeker niet. Maar het zorgt er wel voor dat veel echte boekenliefhebbers ons weten te vinden. Ons aanbod is door En passant, dat een kwart van de tweede verdieping vult, extra rijk geworden. Daarom maakte ik destijds ook de bewuste keuze voor een antiquariaat. Andere boekhandels hebben als antwoord op de afnemende interesse in lezen en boekhandels bezoeken cadeauartikelen in het assortiment opgenomen. Ik wilde van Praamstra een boekenpaleis maken. Dat horen we ook terug van bezoekers: dat wij een echte boeken-boekhandel zijn.'

Cadeauartikelen en spellen was misschien gunstiger voor de omzet geweest.
'Ik weet het niet, want ik heb het niet gedaan. Je moet het immers wel slim doen en met dat aanbod iets toevoegen in de stad. Ik weet alleen dat onze keuze de boekhandel aantrekkelijk heeft gehouden.'

Het heeft lokaal het imago versterkt: voor boeken moet je bij Praamstra zijn?
'Ja. Ik heb het nooit gemeten, maar ik heb daar wel aanwijzingen voor. Mensen, ook als ze van verder weg komen of uit de Randstad, die ons vertellen dat ze hier zo lekker kunnen sneupen. Klanten die je kunt helpen door te zeggen: "misschien heeft het antiquariaat het" – wat soms het geval blijkt te zijn. We hebben in het antiquariaat ook een plankje 'lezen voor de lijst', waarop De Aanslag en dergelijke staan tegen een heel leuk prijsje. Scholieren komen daar echt op af.'

Betekent deze keuze ook dat Praamstra meer inzet op bijzondere titels, zoals je die kunt vinden op de Boekenmarkt, en niet op bestsellers à la De zeven zussen?
'Integendeel. We mikken niet op één soort consument. Er zijn er meerdere. Lezers van literatuur, voor wie een nieuwe uitgave van uitgeverij Vleugels een ontdekking kan zijn. Dat leggen we neer zonder dat omloopsnelheid een doorslaggevend argument is. Maar ook de lezers van De zeven zussen, waarvan we met veel genoegen enorme aantallen verkopen. Een aantal van hen zwerft vervolgens door de winkel en komt wie weet wat voor bijzonders tegen. We willen iedereen die van boeken houdt bedienen. Dat is de kern van de keuze om een boekenpaleis te zijn.'

Hoe gaat het nu met Praamstra?
'Beter dan het in tijden is gegaan. Sinds de crisis krompen we ieder jaar met een, twee procent. Niet dramatisch, maar de trend was onmiskenbaar. Vorig jaar boekten we een piepklein plusje. Dit jaar noteren we eindelijk een substantiële plus.'

Hoe komt dat?
'Belangrijk was de beslissing om iedere zondag open te gaan. We hebben het lang nagestreefd. Pas vorig jaar gaf de gemeente groen licht. Dat is niets bijzonders voor de Randstad, maar voor ons bleek dat een groot succes. Door onze plek in de stad komen hier veel dagjesmensen, maar ook mensen uit de wijken: tweeverdieners die doordeweeks geen tijd hebben om te winkelen anders dan 's avonds op de bank online. Dat betekende voor ons een andere mindset. We moeten hier iedere zondag zijn. Voor een deel lossen we dat op door verdunning van de bezetting doordeweeks. En voor een deel moet je maar denken: dan maar vrij op maandag of dinsdag.'

Het moet erg prettig zijn: na al die moedeloze jaren de trend doorbreken.
'Dat mag je gerust zo stellen. Als ondernemer moet je steeds bedenken: Wat kun je doen voor de stad? Wat om je bedrijf weer te laten groeien? En als je daar dan eindelijk in slaagt. Heel fijn. We hebben er wel flink aan moeten sleuren, met heel veel lezingen, boekpresentaties etcetera, zodat wanneer de mensen eindelijk weer geld willen besteden, ze ons op het netvlies hebben staan.'

Helpt de trendbreuk bij het zoeken naar een opvolger?
'Ik ben bijna 68. Dit speelt, ja. En het maakt het inderdaad makkelijker om de winkel over te dragen. Maar het belangrijkste is dat de tijd die ik hier nog werk, met meer plezier is gevuld dan, zeg, vijf jaar geleden. Ook Praamstra heeft zijn portie gehad van alle veranderingen in het vak. Denk aan: het wegvallen van de omzet studieboeken, die ooit heel groot was, en de b2b-verkoop. Dan is het met de huidige omstandigheden een stuk relaxter om hier te werken.'

Tot slot: ben je vandaag de hele dag in de winkel?
'Nee. Ik heb de bezetting zo geregeld dat ik verspreid over de dag een aantal uur heb om zelf een rondje te maken over de Boekenmarkt. Ik zal bekenden tegenkomen, maar ik heb ook een hobby: grafiek – vogelprenten met name. Ik wil weleens tegen iets aanlopen op de Boekenmarkt. En ik zal me ook weer ergeren aan de verkoop van zogenaamde beschadigde courante boeken, ook door gerenommeerde uitgevers, waardoor de waardebeleving van nieuwe boeken echt wordt aangetast.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 4 augustus)

donderdag 8 augustus 2019

'Mooi doodliggend' van A.F.Th. van der Heijden (Ons Erfdeel)

Komt het door het neerhalen van vlucht MH17, waarbij 298 mensen omkwamen, en andere spectaculaire aanslagen? De Russische financiering van rechts-populistische politieke partijen in het westen en manipulatie van verkiezingen? De door het Kremlin groots opgezette dopingprogramma's? Hoe het ook zij: Rusland fascineert Nederlandse schrijvers mateloos. Kort na elkaar verschenen drie romans die in het Rijk van Poetin zijn gesitueerd en alle de bestsellerlijsten haalden: Tsjaikovskistraat 40 van Pieter Waterdrinker, Foon van Marente de Moor en Mooi doodliggen van A.F.Th. van der Heijden.
Van deze drie gaat alleen de laatste daadwerkelijk in op de politieke ontwikkelingen van de laatste jaren. Bij De Moor is Rusland slechts achtergrond bij thema's als de ontluistering van ouder worden. Waterdrinker maakt dankbaar gebruik van de radicale transformatie van het land in de afgelopen decennia en de talloze absurditeiten die hij als gevolg daarvan heeft meegemaakt om een aanstekelijke schelmenroman te schrijven. Van der Heijden staat daarentegen uitgebreid stil bij het nieuws dat iedere dag in de krant staat – tot de relatie van 'President Tsaar', zoals hij Poetin heeft gedoopt, met president Trump aan toe.
Mooi doodliggen is uiteraard geen geopolitieke roman. Het gaat over de persoonlijke implicaties van de moordaanslag op zijn eigen leven die de gevluchte Russische journalist Grigori Moerasjko – net als Arkadi Babtsjenko, op wie hij is gebaseerd – op 29 mei 2018 met de Oekraïense geheime dienst in scène heeft gezet. Hoe komt hij tot zijn ingrijpende daad? Hoe beleeft hij die uren dat hij voor de buitenwereld, op uitsluitend de direct betrokkenen na, dood was? Wat voor gevolgen heeft deze daad voor de relatie met zijn vrouw die korte tijd in de waan was de liefde van haar leven te hebben verloren?
Maar de actualiteit is nooit ver weg. Hoe kan het ook anders? Moerasjko, die in deze als memoires vormgegeven roman zelf het woord neemt, is een kritische journalist die het zijn persoonlijke missie heeft gemaakt om de waarheid boven tafel te krijgen die de criminele kliek uit het Kremlin kan verjagen. Hij heeft cruciale gebeurtenissen, zoals de inval van Rusland op de Krim, van dichtbij meegemaakt. En hij doet samen met de Nederlandse fotograaf annex journalist Natan Haandrikman onderzoek naar de ware toedracht van de ramp met de MX17. Het geeft Van der Heijden volop de gelegenheid om zijn mening over de Russische leiders en hun leugens te ventileren.

Het is bewonderenswaardig dat de auteur zo kort na de gebeurtenissen waardoor hij zich heeft laten inspireren, met een zo omvangrijke roman voor de dag komt. Toch is dat een manco aan Mooi doodliggen. Het gaat van der Heijden om de verhouding tussen liefde en dood. Als Moerasjko doet alsof hij wordt neergeknald, is iedereen woedend. Zijn vrouw omdat hij haar ten onrechte de pijn van intense rouw bezorgde. Zijn collega's omdat hij zich inliet met het verspreiden van nepnieuws. Maar als hij later écht wordt vermoord, zorgt dat voor herstel. In ieder geval bij zijn vrouw, die hem dan kan vergeven en zichzelf weer toestaat van hem te houden. Bij deze mooie opzet zitten de echte feiten danig in de weg.
Het verhaal dwingt Van der Heijden namelijk om ook het toekomstig nieuws te verzinnen. Tot aan grofweg september 2018 kon hij zijn plot larderen met alles wat hem iedere dag door de krant wordt aangereikt – en dat doet hij ook, tot opmerkingen over het optreden van de Nederlandse minister in de VN Veiligheidsraad aan toe. Voor het deel daarna moest hij zelf de ontwikkelingen uitdenken. En dat blijkt te veel gevraagd. Althans, hij heeft die moeite maar beperkt genomen. Dat betekent dat het verhaal, waarvan je sterk voelt dat het is ingebed in de grote geschiedenis, dat opeens nauwelijks meer is. Dat heeft als effect dat de roman als een nachtkaars uit lijkt te gaan.
Temeer daar Van der Heijden Moerasjko's zelfopgelegde bijna-doodervaring aanvankelijk minutieus beschrijft. De gewaarwordingen in aanloop naar de geënsceneerde aanslag, de morbide nacht als levende in een mortuarium, het gevoel waarmee hij de met holle lof geïmpregneerde necrologieën leest, de verbijstering als de omgeving niet zo blij verrast is als verwacht. Dat verhoogt het contrast met de laatste honderd pagina's. Alsof Van der Heijden daarvoor weinig meer heeft gedaan dan een schemaatje met verder plotontwikkelingen invullen met wat er in de tussentijd aan gedachten en observaties voorbijkwamen die hem toevallig interesseerden.
Hij dwaalt zelfs ver af in bijzaken. Te ver, getuige een volledig hoofdstuk over Jane Fonda – wat mij betreft het dieptepunt van Mooi doodliggen. Waarom laat Van der Heijden in godsnaam zijn Moerasjko uitwijden over Fonda's behandelingen met botox, haar vroegere activisme, en haar laatste film (Book Club)? Als dat thematische relevantie heeft, anders dan de gemakkelijk opgeworpen vraag of er nog kunstenaars zijn die protesteren tegen de Russische methoden om zijn macht uit te breiden, zie ik het niet.

Ook is het spijtig dat Van der Heijden anders dan De Moor en Waterdrinker nooit in Rusland heeft gewoond. In Foon en Tsjaikovskistraat 40 neem je het land met al je zintuigen gewaar. Je gelóóft de personages. In Mooi doodliggen krijg je nooit het idee dat Moerasjko iets anders is dan een als Rus vermomde Nederland. Zeker: hij heeft Dostojevski en Tsjechov gelezen en gooit er af en toe een Russische uitdrukking door. Maar minstens zo vaak verwijst hij naar Nederlandse literatuur of de illusionist Hans Klok. Allemaal van zijn Hollandse vriend Natan geleerd, staat er keurig bij, maar vreemd is wel.
Van der Heijdens personages zijn door de bloemrijke taal, waarmee iedereen zich uitdrukt, toch al weinig realistisch. Dat is ook niet zijn eerste doel. Maar omdat hij zijn klassieke tragedie situeert in een voor iedereen al te herkenbare werkelijkheid, wreekt het zich dat de personages niet even herkenbaar zijn. Door hen daarentegen te stofferen met wat hemzelf in Amsterdam aan literatuur, film en filosofie te binnen is geschoten, verworden zijn Russen en Oekraïners tot zetstukken in een zorgvuldig uitgedacht drama. Ze zijngeen karakters van vlees en bloed meer, maar personificaties van filosofische standpunten.
Bij ieder ander zou je bij zoveel kritiek concluderen: matig uitgewerkt plot, overbodige zijpaden, onrealistisch decor, ongeloofwaardige personages – snel vergeten, deze roman. Maar gelukkig is Mooi doodliggen geschreven door Van der Heijden. Met zijn originele vergelijkingen en treffende beelden, en vooral zijn verbluffend associatief vermogen, waarin hij kleine details en grote mythologische verhalen vanzelfsprekend aan elkaar verbindt, weet hij wél diep in de ziel door te dringen van een journalist die iets unieks heeft meegemaakt: hoe het is om te doen alsof je bent vermoord. Dat zijn tenminste prachtige pagina's geworden.
(Eerder gepubliceerd in Ons Erfdeel)