woensdag 16 oktober 2019

'De herhaling geeft de Staat van het Nederlands zijn kracht' (Taalunie:bericht)

De Staat van het Nederlands brengt de positie van het Nederlands in het taalgebied in beeld. Door het onderzoek steeds te herhalen, wordt dat beeld almaar scherper. Dat maakt de enquête onder taalgebruikers in Nederland, Vlaanderen en Suriname van het grootste belang, vinden de drie coördinatoren van het onderzoek.

Het Nederlands blijft met afstand de belangrijkste voertaal in Nederland, Vlaanderen en Suriname. Dat blijkt uit de tweede editie van de Staat van het Nederlands: 85,2% van de Nederlanders en 90,6% van de Vlamingen spreekt altijd Nederlands met familie en vrienden. Maar dat hoeft niet altijd standaardtaal te zijn: 29% van de Nederlanders en 66% van de Vlamingen zegt daarnaast een dialect of een tussentaal te spreken. Tegelijk neemt het gebruik van Engels in het hoger onderwijs verder toe.
Voor Johan De Caluwe komen deze resultaten niet als een verrassing. 'De uitkomsten bevestigen mijn persoonlijke ervaringen', vertelt de coördinator van het onderzoek in Vlaanderen. 'Neem mijn waarnemingen aan de universiteit. Hoewel de Vlaamse decreten scherpe grenzen stellen aan de hoeveelheid Engels dat mag worden gebruikt en er op bachelor-niveau dus weinig in het Engels wordt gedoceerd, zie ik de universiteit steeds verder verengelsen. Van de marketing en documentatie, die standaard tweetalig zijn geworden, tot de fietsenberging, waarop nu een tweetalig bordje staat.'

Over twintig jaar
De professor Nederlandse taalkunde, verbonden aan de Universiteit Gent, hecht bijzonder veel waarde aan het onderzoek naar de Staat van het Nederlands. En vooral: aan de ijzeren regelmaat waarmee het gebruik van het Nederlands en andere talen in het taalgebied wordt bevraagd. 'Hoe vaker we het onderzoek herhalen, hoe waardevoller het wordt, omdat we dan de evolutie kunnen aflezen. Over twintig jaar kijken we daarom wél misschien met verbazing naar de uitkomsten van het huidige onderzoek. Spraken we nog maar zo weinig Engels? Gebruikten we nog zo vaak dialect?'
De coördinatoren van het onderzoek in Nederland en Suriname delen deze visie. Ook Frans Hinskens, onderzoeker variatielinguïstiek aan het Meertens Instituut (Amsterdam) en hoogleraar taalvariatie en taalcontact aan de Radboud Universiteit (Nijmegen), en Sita Doerga Misier, coördinator van de opleiding Nederlands aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren (Paramaribo), zijn niet verbaasd over de uitkomsten, maar onderstrepen het grote belang van het onderzoek naar de Staat van het Nederlands.
'Daar zijn verschillende redenen voor', somt Hinskens op. 'Ten eerste een algemeen culturele reden. Culturele diversiteit betekent ook talige diversiteit. Dan wil je weten wat die precies inhoudt en onder welke omstandigheden al die talen worden ingezet. Ten tweede is er een maatschappelijke reden. We willen dat iedereen in het taalgebied toegang heeft tot de samenleving. Een wezenlijk instrument daarvoor is taal. Wie de standaardtaal niet beheerst, kan zichzelf niet ontplooien en niet meedoen aan de democratie. Dan wil je peilen hoe het met die standaardtaal staat.'

Van belang voor beleid
Alle harde cijfers die het onderzoek heeft opgeleverd, zijn in zijn ogen daarom zeer relevante gegevens voor beleid. 'Het is om verschillende redenen goed dat we ook hoger onderwijs in het Engels aanbieden. Maar de vraag wanneer dat nuttig is en wanneer niet, wordt amper gesteld. Het hoger onderwijs verengelst klakkeloos. Dit onderzoek, dat bijvoorbeeld ook uitwijst dat het maatschappelijk draagvlak ervoor is gedaald, draagt er mede aan bij dat onderwijsbestuurders daarover zorgvuldig nadenken.'
Het is daarbij extra waardevol dat het onderzoek met zijn vele invalshoeken zo veel nuances biedt. Zie het gebruik van regionale talen en dialect. Het onderzoek wijst uit dat 12,4% van de Nederlanders dat spreekt met zijn ouders en 4,4% met zijn kinderen. 'Als die trend doorzet, is dialect over drie generaties erg marginaal. Je ziet ook dat het amper wordt gebruikt op sociale media. Maar daarentegen zegt – en dat is nou opzienbarend veel – 40% van de Limburgers in het ziekenhuis Limburgs te spreken. Dialect speelt dus wel degelijk nog een grote rol.'

Talengebruik in Suriname
Doerga Misier benadrukt de importantie van de Staat van het Nederlands – waarin dit jaar ook het gebruik van de taal in Suriname werd onderzocht – voor het taalonderzoek. 'Dat is grotendeels onontgonnen terrein. Dit onderzoek is daarom een heel mooie aanleiding voor vervolgonderzoek. Neem het gegeven dat katholieken veel vaker altijd Nederlands als religieuze taal gebruiken dan protestanten of hindoes. Studenten op de universiteit hebben voor hun scripties zulk vooronderzoek nodig om vervolgens dieper te kunnen graven.'
Daarnaast spelen de uitkomsten een rol in de voortdurende discussie over het Nederlands. 'Welke vorm spreken wij: Surinaams-Nederlands of Europees-Nederlands? Wat willen we onze kinderen leren? En in het verlengde hiervan: is het onze taal of een ons opgelegde taal? En hoewel de uitkomst in lijn is met de verwachtingen, zie je nu ook hoe sterk het Nederlands hier is met 60% van de Surinamers dat zegt óók Nederlands te spreken. Het is nu duidelijk dat het Nederlands, samen met het Sranantongo, in het sociaal verkeer de lingua franca van Suriname is.’
Het Engels rukt weliswaar ook op in Suriname, maar – blijkt nu – dat gaat niet ten koste van het Nederlands. 'Via de media, waar films zonder ondertiteling worden vertoond. Via festivals, waar muziek en spoken word in het Engels zijn. Je ziet bij jongeren daarom ook wel codewisseling: dat ze Engels, overgenomen van tv, door hun taal mengen. Maar toch wordt het Nederlands eerder sterker. Dat blijkt uit het feit dat de generatie van 15- tot 39-jarigen vaker altijd Nederlands zegt te spreken dan de generatie daarboven.'

Verschuivingen
Deze editie van de Staat van het Nederlands laat enkele opmerkelijke verschuivingen zien ten opzichte van het eerste onderzoek. Neem de opkomst van het Fries: aanzienlijk meer respondenten zeggen deze taal altijd of ook te spreken: van 42,8% naar 59,5%. Of de afname van het Engels op sociale media: in Nederland van 27% naar 23,6%, en in Vlaanderen van 24,6% naar 22,7%. Volgens de onderzoekers past echter een nuancering bij deze cijfers.
'Er namen deze keer heel wat meer mensen uit Friesland deel aan de enquête dan de vorige keer', zegt Hinskens. 'Omdat mensen zichzelf mogen aanmelden, gebeurde het dat activisten voor het Fries, die bijvoorbeeld vinden dat de hbo-opleiding Friestalig moet worden, hem invulden. Dat is een effect dat je moet verrekenen bij de interpretatie van de uitkomsten. Voor de sociale media weten we dat de gebruikers van Facebook gemiddeld ouder zijn geworden, en juist zij schrijven online minder Engels.'

Ook daarom is herhaling van het onderzoek van groot gewicht. Pas als een verschuiving meerdere onderzoeken achter elkaar te zien is, weet je dat het taalgebruik werkelijk is veranderd. 'En door het onderzoek steeds uit te breiden, krijg je ook een steeds beter beeld', vult De Caluwe aan. 'Pas als je nog meer mensen met een immigratie-achtergrond ondervraagt, voor wie het Nederlands de tweede of derde taal is, zie je goed hoe het Nederlands functioneert als – dominante – taal in een veeltalige omgeving.'
(Eerder gepubliceerd op Taaluniebericht.org)

zondag 6 oktober 2019

Interview: uitgever Mariska Budding van Kluitman tussen twee Boekenweken in (Boekblad)

Hoogtij voor kinder- en jeugdboekenuitgevers zoals Mariska Budding. Afgelopen week was de Boekenweek voor Jongeren, komende week begint de Kinderboekenweek. En dan staan de iconische Kluitman-karakters ook nog in de aandacht dankzij de jaarlijkse kinderspostzegelactie, [zo vertelde zij op 29 september jl.].

Hoe was je week?
'Het was een normale week met veel afspraken – met auteurs over hun plannen voor de toekomst, en met collega's over het programma in Frankfurt en de boeken van komend voorjaar.'

De Boekenweek voor jongeren hield je niet bezig?
'Als uitgever niet echt. Auteurs hebben het er vooral druk mee, omdat zij overal scholen bezoeken. En ik volg van een afstand natuurlijk hoe het hen vergaat.'

Wordt de impact van deze Boekenweek wel groter? De oplage van 3PAK is flink gestegen.
'Het feit dát hij er is, is al belangrijk. Het is de enige keer dat het vak zich richt op de doelgroep die juist in een fase is – vanaf het begin van de middelbare school – dat ze afhaken als lezers. De groep jongeren die graag lezen, kun je het hele jaar wel bereiken. Maar daarnaast moet je een moment hebben om de anderen te laten zien dat lezen meer dan een verplichting is, maar dat het juist iets leuks is.'

Heeft de week commercieel effect?
'Dat is wel de bedoeling, maar het effect is niet groot. Natuurlijk worden juist nu veel boeken uit de najaarsaanbieding uitgeleverd. Daarom merken we wel een plus in de omzet. Maar het is nog lang geen Kinderboekenweek, wanneer allerlei titels in de Bestseller 60 belanden.'

Sluit het fonds van Kluitman voldoende aan bij deze week?
'De focus ligt op de jeugd van 4 tot 12 jaar, maar we brengen zeker ook boeken voor oudere leeftijden. Een YA-auteur als Sarah Crossan is vrij populair, maar ik wil die niet positioneren als exclusief voor deze doelgroep. Ik geloof in het crossover-effect van YA. Deze boeken zijn ook geschikt voor volwassenen, wat blijkt uit de verkoop. Ze was 16 van Marlies Allewijn werd zelfs zo goed gekocht door volwassenen dat we nu met een editie voor volwassenen komen, met apart voorwoord.'

Ik zie wel steeds vaker persberichten voorbij komen over een nieuwe lijn novelles voor jongeren van 12+ en 14+.
'Die zijn inderdaad wél expliciet gericht op jongeren. Ik had al langer het idee: jongeren moet zo veel. En als ze dan lezen, grijpen ze naar een – mooi, maar dun – boek als Oeroeg. Zeg, de Boekenweekgeschenk-formule. Dus waarom zouden wij niet voor hen dunne, gebonden en niet te dure boeken (want onder de 10 euro) maken om hen daarmee ook te verleiden daarna meer te gaan lezen? Ik geloof echt dat dat kan.'

Wanneer is Kluitman daar precies mee begonnen?
'Afgesloten van Natasza Tardio was in 2017 de eerste. Daarna volgden titels van Marlies Slegers en Mirjam Hildebrand en inmiddels hebben we het uitgebouwd tot twee titels per aanbieding. Voor dit najaar zijn dat Stief van Marion Pauw en De verleiding van Stine Jensen. Het hoeven nadrukkelijk geen thrillers te zijn, alle genres komen in aanmerking.'

Slaat het concept aan?
'Absoluut. Ik hoorde van de week nog van een auteur dat zij op een schoolbezoek merkte hoe enthousiast de leerlingen waren. En: dat de leerlingen het voor de lijst mogen lezen. Ook dat is belangrijk.'

Sinds woensdag gaan ook basisschoolleerlingen langs de deur met de Kinderpostzegels. Dit keer met allemaal karakters van Kluitman.
'En daar krijgen wij ontzettend veel leuke reacties op.'

Is dat een commercieel buitenkansje?
'Nee. Het is vooral een eer. De karakters als Dik Trom en Pietje Bell zijn zo bekend. Mensen denken daarom niet opeens: die moeten we kopen. Het roept vooral nostalgie op, blijkt uit de reacties. "Dik Trom is mijn favoriet", laten mensen ons weten. Of: "Ik heb alles van De Kameleon gelezen". Er is vorige week wel net een nieuwe deel van De Kameleon verschenen.'

En dan begint komende week de Kinderboekenweek. Kijk je ernaar uit?
'Zeker. Een van onze titels heeft een zilveren penseel gewonnen: Vriendschap is alles, dat Karst-Janneke Rogaar heeft geïllustreerd. Dinsdag horen we of dat goud is geworden, heel spannend. En een van onze titels is een kerntitel: Ik reis de wereld rond, vertaald en bewerkt door Annemarie Dragt. De invloed van die selectie is groot. Nog voor de Kinderboekenweek is begonnen zijn we een derde druk gestart. Het staat ook in de kinderboeken-top 10.'

Wordt dat wel twee drukke weken?
'Voor een uitgever minder. Voor de marketing meer. We hebben veel plannen gemaakt die zij gaan uitvoeren. Ik ga natuurlijk wel naar het Kinderboekenbal – voor het eerst zonder kinderen erbij; ik ben heel benieuwd hoe dat zal zijn – en we hebben een perslunch voor het verschijnen van Stief. Maar toch ben ik ook komende week meer bezig met Frankfurt, dat er al snel aankomt.'

Tot slot. Wat doe je vandaag?
'Iets leuks met mijn gezin, maar ik weet nog niet wat. We gaan vaak op zondag naar musea. Laatst waren we naar het vernieuwde Naturalis. Dat is prachtig geworden, echt een aanrader.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 29 sep)

vrijdag 20 september 2019

Interview: Margje Woodrow over bibliotheken, jeugdthrillers en leesbevordering (Bibliotheekblad)

Met ieder nieuw boek wordt Margje Woodrow populairder. Dat de schrijfster van jeugdthrillers dit jaar is gevraagd om een bijdrage te leveren aan het geschenk voor de Boekenweek voor Jongeren onderstreept dat.'Een jeugdthriller verdraagt geen ruis. Er moet meteen iets gebeuren en vervolgens mag niets de actie vertragen.'

Aanvankelijk voelde Margje Woodrow zich behalve vereerd ook beschroomd. Een verhaal schrijven voor 3PAK, het geschenk van de Boekenweek voor jongeren, brengt een hoop media-aandacht met zich mee. Straks kijken er in september honderdduizenden mensen bij De Wereld Draait Door of Pauw naar de schrijfster van de jeugdthrillers. Het idee alleen al. Maar de spanning is weg. Het tv-optreden, realiseert ze zich nu, is juist de perfecte kans om haar verhaal te vertellen.
Het is een verhaal over leesplezier, legt ze uit in LocHal – de nieuwe bibliotheek op tien minuten rijden van haar huis, waar ze tegenwoordig graag afspreekt uit pure trots dat zo'n blikvanger in Tilburg staat. 'In de media wordt vaak met de vinger gewezen naar de jeugd. Die leest niet meer. Want ja, ze willen niet aan die verplichte leeslijst. Maar er is al lang een beweging op gang gekomen, waarin veel meer aandacht is voor leesplezier. En dan lezen jongeren wel.'
Ze wijst op het recente rapport van de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad over dit onderwerp. 'Daar staat in wat ik al jaren denk. Voor de basisschool: dat de aandacht voor technisch en begrijpend lezen is doorgeslagen. Voor de middelbare school: dat je aandacht schenkt aan alle genres en leerlingen zo ontdekken waarvan ze houden. Met jeugdthrillers krijg je de jeugd aan het lezen. Ik zie dat iedere keer tijdens mijn schoolbezoeken.'
Daarom vindt ze de aanpak van CPNB ook slim en uitnodigend. 3PAK biedt een mooie mix van een literair auteur als Karin Amatmoekrim, een auteur van een populair genre als zijzelf én een muzikant en instagrammer als Joost Klein. 'Als ik op scholen vertel dat ik samen met hém een bundel maak, veren ze op. Zijn nummers en filmpjes zijn enorm populair, zijn verhaal willen ze zeker ook lezen.’

Zelf ontdekte Woodrow (1975) het plezier van lezen in de bibliotheek van Uden, waar ze is opgegroeid. Elke vrijdagavond was het vaste prik: samen met haar vader haalde ze een nieuwe stapel in huis. Strips, leesboeken, het laatste nummer van het tijdschrift Hoefslag. 'We mochten altijd zo veel meenemen als we wilden. Daarna haalden we pinda's, dat hoorde er ook bij. En thuis speelden we soms biebje: met zo'n ouderwetse stempel. Magisch was dat.'
Als puber verdrongen andere interesses het lezen. Dankzij haar leraar Nederlands Meneer Muller in 5 havo kwam het echter terug. 'Hij las veel voor. In het begin werd er een beetje lacherig over gedaan, zeker als hij Jan Wolkers voorlas. Maar je ging er wel van lezen, ook omdat je het voor hem wilde doen. En toen we voor de lijst moesten lezen, wilde je wel indruk maken op je mondeling. Wilde je meer te vertellen hebben dan alleen: "het is een leuk boek".'
Toen ze daarna naar de Pabo ging, bleven boeken altijd een belangrijke rol spelen. Sterker: haar eindscriptie ging over leesplezier. 'Met een focus op Astrid Lindgren, een van mijn favoriete schrijfsters. Haar Gebroeders Leeuwenhart heb ik wel dertig keer gelezen. Ik onderzocht hoe zij haar lezers meesleept in haar verhalen en dacht na hoe je dat over kon brengen in de klas. De ideeën die ik toen opdeed, heb ik meteen daarna in praktijk gebracht.'
Ruim vijftien jaar stond ze voor de klas – op een jaar na altijd groep 8. 'Ik heb veel boeken gekocht voor mijnleerlingen. En leeskussens, die ze overal mochten neerleggen, als ze maar een meter uit elkaar zaten. In die tijd kwam de tempotoets op om het technisch lezen te testen. Killing voor het leesplezier, dus dat schafte ik zoveel mogelijk af. Net als de traditionele boekbespreking. Bij mij liet ik ze pitches houden: waarom moet de klas jouw boek wel of niet lezen. En ik las heel veel voor.'
In het begin ging ze wekelijks met de klas naar de hoofdvestiging van de openbare bibliotheek in Tilburg. Later bracht de bibliotheek boeken naar de school. 'Een rode krat, met een heel gevarieerd aanbod – al wilde iedereen natuurlijk dezelfde populaire boeken hebben. De bibliotheek kwam ook met steeds meer projecten. Een challenge om met elkaar een lijst te lezen. Een project waarbij je eerst het boek leest en dan de film ziet. Heel leuk allemaal.'
Privé raakte de bibliotheek daarentegen meer op afstand. Met haar kinderen ging ze vroeger vaak naar de vestiging in Udenhout. 'Ik vond het belangrijk dat zij ook lazen.' Nu ze 16 en 13 zijn hebben zij ook andere interesses gekregen, hoewel ze tijdens vakanties zeker een aantal boeken verslinden. 'De bibliotheek heeft voor mij wel meerdere functies gekregen: als ontmoetingsplek, een plek die mensen inspireert en een schakel tussen scholen. Daar kom ik nog steeds voor.'

Het schrijven kwam bij toeval in Woodrows leven. Niet als journalist, zoals ze in haar jeugd altijd had gedroomd, maar als schrijver van jeugdthrillers. Door een ziekte van haar zoon had ze veel tijd stuk te slaan in ziekenhuizen. Daar begon ze verhalen te schrijven over haar eigen middelbare schooltijd. 'Dat was zó leuk. Het voelde als verliefd zijn. Ik ging daarom een cursus volgen bij Script+. Gewoon als hobby, om mij de technieken aan te leren.'
Haar docente Mirjam Oldenhave stimuleerde haar echter om er meer mee te doen. 'Zij heeft mij het zetje gegeven de verhalen op te sturen en me ook geholpen met het manuscript, dat uiteindelijk mijn debuut Examendeal werd. Dat is een spannend verhaal, gebaseerd op mijn eigen ervaringen: stomme dingen als die keer dat ik een proefwerk jatte, die ik vervolgens uitvergrootte. Het was niet echt een thriller, maar zo kwam ik wel in die hoek terecht.'
Sindsdien volgden met een nagenoeg ijzeren regelmaat vijf boeken: Geraakt (2014), Kater (2015), Verwoest (2017), Snitch (2018) en Buitenspel (2019). Haar met veel vaart geschreven, slim geconstrueerde en herkenbare verhalen trekken met iedere nieuwe titel een steeds groter publiek. De Prijs van de Jonge Jury ging dit jaar nog naar Mel Wallis de Vries – de koningin van het genre – maar de eveneens genomineerde Woodrow zat haar op de hielen.
Bijzonder aspect van haar boeken is dat ze de plots opzet samen met haar zoon. Dat begon met VerwoestWoodrow vroeg hem simpelweg kritisch mee te lezen. Hij had zo veel boeken verslonden, waarom niet? Vervolgens begon hij zich ook te bemoeien met de structuur. 'En dat werd alleen maar intensiever. Voor Snitch hebben we samen een grote mindmap gemaakt – over alles: wie? wat? waar? hoe? Het schrijven deed ik, maar hij kwam per hoofdstuk met nieuwe ideeën.'

Boven alles wil Woodrow haar lezers een paar uur leesplezier geven. Daarom schrijft ze ook thrillers. Hoe trek je een veertienjarige beter een verhaal in dan door – zoals in Buitenspel – binnen twintig pagina's iemand te laten sterven en een reeks personages te introduceren die allemaal een motief voor een dramatische daad hebben? Het meepuzzelen waartoe een thriller uitnodigt, dwingt je dóór te blijven lezen.
De vaart versterkt het verslavende karakter van het plot, zegt ze. 'Snelheid is héél belangrijk. Nog meer dan voor een thriller voor volwassenen, waar een auteur de tijd kan nemen om personages te introduceren. Er moet meteen iets gebeuren en vervolgens mag niets de actie vertragen. Een jeugdthriller verdraagt geen ruis. Dat is ook een handicap. Ik zou soms best de personages meer willen uitdiepen. Maar daarom voor volwassenen schrijven? Nee, op dit moment niet.'
En de setting moet herkenbaar zijn. Woodrows personages hebben dezelfde leeftijd als haar lezers. Ze zitten op sporten, zijn vergroeid met hun telefoon en praten over onderwerpen als de nieuwste mode en de scheiding van hun ouders. En: ze zitten op het vmbo. 'Heel bewust, ja. In jeugdboeken zitten personages vaak op de havo of vwo. Maar ik wil vmbo-leerlingen, zo'n grote groep, proberen te bereiken. Dan moeten mijn personages daar ook op zitten.'
Maar: het draait Woodrow nooit om het leesplezier alleen. Ze probeert haar lezers ook een spiegel voor te houden. Als ze schrijft over – opnieuw het voorbeeld van Buitenspel – de grenzen die worden overschreden met naaktfoto's en -filmpjes die scholieren elkaar rondsturen, hoopt ze dat het verhaal hen daarover aan het nadenken zet. 'In het verhaal is het wel uitvergroot, maar dat soort dingen gebeuren echt op scholen. Ik wil hen daar de risico's van laten zien.'
Zo ook in het verhaal dat ze voor 3PAK schreef. Dat gaat over spot-accounts die op Instagram bestaan – een online plek om met foto's en cartoons grappen over docenten te maken. 'Maar dat gaat regelmatig ook echt te ver. Ik hou van zelfspot, als leraar stond ik het ook toe dat ze grappen over me maakten. Maar het mag niet te ver gaan. En dat gebeurt hier wel. Het is een typisch Margje-verhaal, denk ik. Ik ben heel benieuwd naar de reacties in september.'
(Eerder gepubliceerd in Bibliotheekblad)

zondag 8 september 2019

Interview: Vincent Elzinga neemt Kennemer Boekhandel over (Boekblad)

Vincent Elzinga wordt op 1 oktober de nieuwe eigenaar van de Kennemer Boekhandel. Van schrijven over boekhandels, als redacteur van 'Boekblad', tot het runnen van zijn eigen boekhandel: 'Ik werd direct gegrepen door het praten met klanten en het adviseren van hen. Dát, bedacht ik, is wat ik wil doen.'

Hoe was de afgelopen week [= de laatste week van augustus]?
'Een heel leuke, maar chaotische week. Ik heb mijn gewone uren gedraaid, was maandag naar De Beste Boeken Live. En de overname is rondgekomen. Ik neem de Kennemer Boekhandel al per 1 oktober over. Dat is vrij kort dag, dus ik moet tussendoor enorm veel regelen – met de notaris, de accountant, de bank, CB, Libris, noem maar op. En sinds vrijdag regent het felicitaties en lieve berichtjes van klanten en boekenvakkers. Iedereen is heel blij dat de Kennemer wordt voortgezet.'

Begon ook de drukte na de zomer weer?
'Ja. Donderdag was het opeens ontzettend druk in de winkel. Maar ik moet zeggen dat we een drukkere augustusmaand hadden dan verwacht. Er was natuurlijk een zomerdip, mensen gaan nu eenmaal met vakantie, maar die viel me dit jaar alleszins mee.'

Er kwam deze week in ieder geval een einde aan een augustus met opvallend weinig grote nieuwe titels.
'Ik zag de nieuwe Simone van de Vlugt, Jamie Oliver, Anne-Gine Goemans en David Lagercrantz binnenkomen, ja. Maar vooral op De Beste Boeken Live zag ik wat eraan komt. Ik kijk erg uit naar de nieuwe boeken van Oek de Jong en Anne-Gine Goemans, die me met hun optredens heel nieuwsgierig hebben gemaakt naar hun titels. Het was weer een goede editie.'

Hoe lang speelde de overname al?
'Eigenlijk heb ik er al drie jaar, vanaf het moment dat ik hier begon te werken, met Rob [Luckerhof] en Faminda [Breeuwsma] over gesproken: Zou het leuk zijn om deze winkel over te nemen? Kan ik dat? Vervolgens was het aan hen om te beslissen wanneer ze daadwerkelijk wilden verkopen. In januari – misschien iets eerder – werden de gesprekken concreet. Ik heb toen Kees Schafrat gevraagd mij te adviseren bij de gesprekken en onderhandelingen – dat was erg fijn en nuttig.'

Want jij hebt nooit getwijfeld dat je de winkel wilde hebben?
'Het is een geweldige winkel met een ontzettend leuke klantenkring, waar heel veel kan. Het assortiment past heel erg bij mijn smaak en mijn persoonlijkheid. Ik heb alleen lang gedacht dat ik het met iemand samen wilde doen. Al vanaf mijn werk bij Boekblad wist ik hoeveel tijd erin gaat zitten. Boekhandelaar is geen 9 tot 5-baan. Ik wilde er zelf nog een leven naast hebben. Onder anderen Willeke van der Meer van Kooyker spoorde mij aan het alleen te doen. Ze zei dat het heel prima te doen is in je eentje, als je maar een goed team om je heen verzamelt. Toen heb ik de knoop doorgehakt: toch alleen. Het is natuurlijk ook een kans uit duizenden.'

Want?
'Hoe vaak komt er nou een goedlopende boekhandel te koop zo dicht bij Amsterdam, waar ik woon, met zo'n assortiment, met zulke mooie evenementen en zulke fijne klanten?'

Is de Kennemer Boekhandel ook een gezonde winkel met een goede toekomst?
'Jazeker. De omzet toont een heel stabiele groei. De winkel is gevestigd in een hoogopgeleide buurt van Haarlem, waar eveneens klanten uit Bloemendaal en Overveen komen. Het zijn mensen die houden van lezen, graag papieren boeken hebben, van neuzen en rondkijken houden, en weten dat je een winkel de omzet moet gunnen. Dat biedt perspectief.'

Maar het pand is van de huidige eigenaren, jij moet huur betalen. Maakt dat geen verschil voor de rentabiliteit?
'Nee. Als eigenaar moet je fiscaal jezelf ook huur rekenen voor je eigen pand. En ik denk dat ze makkelijk meer kunnen krijgen dan ze mij vragen. Rob en Faminda willen ook graag dat de winkel blijft bestaan. En niet alleen daarom is het heel prettig dat ik bij hen huur: we kennen elkaar, weten wat we aan elkaar hebben.'

Wat ga je veranderen aan de winkel?
'De winkel is prima: het assortiment, de inrichting, de evenementen. Dus een grote verbouwing is absoluut niet aan de orde. Alleen op detailniveau zal ik in het assortiment andere accenten leggen. Het grote aantal klassiekers blijft. We horen geregeld verraste klanten zeggen: "mooi dat jullie dat nog hebben staan". Maar je moet ook blijven verrassen met het aanbod. De evenementen deden Rob en ik al samen. Misschien dat ik af en toe iets heel anders probeer om te kijken of dat aansluit bij de klanten.'

Hoe ben je eigenlijk bij de Kennemer Boekhandel terechtgekomen?
'In mijn tijd bij Boekblad is het werken in de boekhandel zo veranderd, zo veel dynamischer geworden, dat ik graag wilde kijken of het bij mij zou passen. Ik had boekhandelservaring opgedaan tijdens de opleiding Boekhandel en Uitgeverij: ik liep stage bij Boekhandel Bloemendaal en was daar in de vakanties blijven hangen – die klanten komen na sluiting van die winkel grappig genoeg nu bij de Kennemer. Ik vroeg na Boekblad aan Remco Houtepen of ik een aantal weken bij Venstra in Amstelveen mee mocht lopen. Dat kon, en het beviel enorm goed. Casper Luckerhof, die stage heeft gelopen bij Boekblad, zei vervolgens op een feestje dat zijn ouders iemand zochten. Ik ging op gesprek, we hadden meteen een klik, en aan het eind vroegen ze: wanneer kun je beginnen? Oké, dacht ik, zo makkelijk kan het gaan.'

Waarom leek de boekhandel je zo leuk?
'Iedere boekhandelaar die ik in de loop der jaren sprak, pakte de zaken anders aan. Iedere boekhandel die ik bezocht, was een ander type. Maar allemaal waren ze op alle vlakken heel creatief bezig en bedachten en deden dingen waarvan ik dacht: dat wil ik ook. Het was het hele pakket bij elkaar dat het vak voor mij zo aantrekkelijk maakte.'

Maar in de praktijk op de vloer bleek het heel anders te zijn?
'Gelukkig niet, anders zou ik mijn werk voor Boekblad niet goed hebben gedaan. Wat me wel verraste was hoe ontzettend leuk ik het vond om op de vloer te staan. Ik had het idee dat ik het liefste achter de schermen zou werken: van de sociale media bijwerken tot de inkoop. Maar ik werd bij Venstra direct gegrepen door het praten met klanten en het adviseren van hen. Dát, bedacht ik, is wat ik wil doen.'

Het lage salaris maakte niet uit?
'Het was misschien nog lager dan ik had gedacht, ja. Overigens wel volgens cao. Boekhandels hebben zoveel hoogopgeleide medewerkers; in andere beroepen zouden ze een veelvoud kunnen verdienen. Het is bijna niet voor te stellen dat ze iedere dag met zoveel enthousiasme aan de slag gaan, maar ze vinden het zo leuk dat ze niet over het salaris klagen. Gaat mijn inkomen ook veranderen nu ik eigenaar/ondernemer word? Ha nee, ik pomp de winst direct weer terug in de zaak.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 1 sep)

vrijdag 6 september 2019

Interview: Alex Boogers over het boekenvak – de veranderingen van twintig jaar (Boekblad)

In twintig jaar schrijverschap heeft Alex Boogers het boekenvak flink zien veranderen. 'De uitgever neemt nu het zwaard in eigen hand om het landschap van de sociale media te veroveren.' Een gesprek over uitgeverijen, boekhandels en leesbevordering met de juryvoorzitter van de verkiezing voor Boekverkoper van het jaar.

Wat is er in twintig jaar eigenlijk niet veranderd in het boekenvak? Alleen al de manier waarop hij destijds bij uitgeverij Podium binnenkwam, barst Alex Boogers in een Rotterdams restaurant direct los. 'Ik benaderde [uitgever] Joost Nijsen met een brief. Een brief! Ik stelde mezelf voor als het meisje M.L. Lee dat haar manuscript níét toestuurde omdat hij niet zat te wachten op de verhalen die zij te vertellen had. Natuurlijk wilde Joost dat manuscript toch lezen, waarna zich een bloeiende correspondentie ontwikkelde. Dat leidde tot mijn debuutHet boek Estee. Maar tot aan de publicatie had Joost geen idee met wie hij te maken had. In deze tijd zou dat onmogelijk zijn.'
Ook het belang van typecasting is gegroeid. 'Het waanzinnige van sneeuw – mijn tweede roman – is een klassiek liefdesverhaal, maar tegen de achtergrond van zwetende kleedkamers, kickboksen en rauw geweld. Toen werd ik prompt de kickboksende schrijver. In die tijd was dat een diskwalificatie. De schrijvers uit het elitaire milieu hadden weinig op met vechtsport. Nu zou je zeggen: geweldig, een unique selling point, daar moet je iets mee. Want dat is hoe schrijvers tegenwoordig bekend worden: om het verhaal dat ze zíjn, en dan hebben ze ook nog een boek. Ik vond de kwalificatie vijftien jaar geleden vervelend, ik wilde die werelden aanvankelijk scheiden. Maar nu omarm ik het als mensen mij "de bokser" noemen. Dat ben ik immers óók.'
En vergeet de opkomst van de pr-machine niet. 'Ik heb nog meegemaakt dat Joost recensies voor me uitknipte en opstuurde met in de kantlijn opmerkingen als: "Eentje om in te lijsten". Soms had ik ook een interview. Maar daarna was het: op naar het volgende boek. Nu neemt de uitgever het zwaard in eigen hand om het landschap van de sociale media te veroveren, en dan zie je je naam en je boek op al die platformen overal terugkomen. Ik heb het allemaal: Twitter, Facebook, Instagram. Dat werd me een jaar of tien geleden aangeraden door mijn toenmalig redacteur. Ik doe er eerlijk gezegd weinig mee. Ik zet er foto's op van jongeren bij mijn lezingen op scholen, om te laten zien: je kan ze opgeven, want ze lezen toch niet, maar je kunt ze óók benaderen.'

Een constante daarentegen is dat je altijd bij Podium bent gebleven.
'Maar dát is juist veranderd. In de tijd dat ik de literatuur ontdekte, waren schrijvers nog vaak honkvast. Ze waren trouw aan hun uitgever. Sterker, ik wist niet eens dat dat kon: overstappen. Pas toen ik andere schrijvers leerde kennen, bleek dat zij vanuit hun ontevredenheid over het uitblijven van succes of de gang van zaken dachten: bij die uitgeverij kan ik dit doen, krijg ik dat, beloven ze me zus of zo. En steeds vaker stappen ze daadwerkelijk over. Ook omdat de generatie na mij veel meer gewend is om zelf via sociale media reclame voor hun eigen werk te maken, en daarom met meer recht van spreken dan vroeger een uitgeverij kan aanspreken als ze niet actief genoeg hun werk aan de man brengen.'

Jij zult toch door andere uitgeverijen aanbiedingen hebben gekregen?
'Natuurlijk. Maar ik heb een ongelooflijk gevoel van loyaliteit. Podium is toch de uitgeverij die niet na twee boeken tegen me zei: jammer, dit gaat niet lukken. Hoewel ik nooit voor een groot verlies heb gezorgd, begon het pas bij mijn vijfde boek De tijger en de kolibrie te lopen. Ten tweede: als iets niet gaat zoals het hoort, steek ik eerst mijn hand in eigen boezem. Ik vraag me af: welke steken heb ik zelf laten vallen? Vanuit die houding heb je zinvolle gesprekken met je uitgever over wat zij kunnen en moeten doen. Ook denk ik dat iedere uitgeverij, als je het over twintig jaar bekijkt, het netto ongeveer even goed heeft gedaan, met wisselende accenten. Dan scoort die ene met promotie, omdat ze een lijntje met een tv-programma hebben. Dan heeft die andere een sterke redactie, waar de schrijvers in dat fonds zich prettig bij voelen. Maar na zoveel jaar komt het bij allemaal onderaan de streep op hetzelfde uit.'

Podium heeft goed gereageerd op jouw klachten?
'Het is zeker niet alleen pais en vree geweest, ik schaam me niet om dat te zeggen. Ik ben ook weleens gefrustreerd geweest dat de uitgeverij niet alles deed wat ik had gewenst. Maar wat moet je dan? Wegrennen? Nee. Ik ben niet van de school dat het gras aan de andere kant groener is. Ik wil redelijk zijn, altijd denkend: wat is er mogelijk? Ik begrijp dat Podium klein is en daarom scherp moet schieten. Ze kiezen zorgvuldig hun strategie uit. Als het dan mislukt, zijn er verder weinig middelen, terwijl grote uitgeverijen er dan nog een bak geld tegenaan kunnen smijten. Maar die schieten juist weer met hagel. Is het daar dan beter? Ik weet dat niet. Zo hebben de uitgeverij en ik steeds gesprekken over de mogelijkheden in een altijd veranderende markt, met – tot nu toe – altijd bevredigend resultaat. Joost is in ieder geval een uitgever die niet roept: "kan niet! mag niet!", maar denkt in oplossingen.'

Wat betekent het precies dat je 'redelijk' wil zijn?
'Ik heb altijd meegedacht met de uitgeverij. Ik heb in de beginjaren nooit het hoogste voorschot bedongen, omdat ik me er niet prettig bij voel als een uitgeverij er zelf bij inschiet. Dat is mijn achtergrond. Mijn vader zei altijd: "Wordt jij een jongen die later zijn handje ophoudt of ga je werken voor je geld?" Een voorschot dat niet wordt terugverdiend voelt als een gift waar ik geen recht op heb. Iets soortgelijks geldt voor marketingbudgetten. Ook dat moet redelijk zijn. Ik weet nog dat Joost voorstelde om te adverteren op de voorpagina's van kranten. Hij vond het daar het moment voor. Ik reageerde sceptisch: "Wat voor effect heeft dat eigenlijk?" Hij moest toen héél hard lachen. Zo vaak als hij was gebeld door een auteur die wilde dat er voor hem werd geadverteerd en hij de boot af moest houden met precies dezelfde zin: "Maar wat voor effect denk je dat dat heeft?"'.

'Geen idee. Joost belde mij vlak voor de bekendmaking – als eerste, omdat ik inmiddels de oudstgediende ben – en legde uit dat de slagkracht van de uitgeverij wordt vergroot en hij meer tijd zal hebben voor zijn schrijvers. Hij vond de overname goed nieuws. Ik ga ervan uit dat het dat is.'

Zelf viert Boogers zijn schrijversjubileum bescheiden. Op 2 november staat hij er – op verzoek van Podium – bij stil tijdens een middag in boekhandel Donner, waar enkele collega's hem toespreken. 'Ik hoop dat ze me niet alleen pauwenveren in de reet steken. Het mag ook een ouderwetse roast zijn. Maar ik hoop nog meer dat het niet alleen over mij gaat, maar dat het een viering van het boek en van de literatuur wordt.' Daarnaast is het jubileum een mooie aanleiding om de verkiezing voor Boekverkoper van het jaar in goede banen te leiden. Ook dat is immers een manier bij uitstek om het boek in de breedte te promoten.
'Daar werk ik heel graag aan mee', zegt hij dan ook. 'Ik vind het van het grootste belang om zo vaak mogelijk de boekverkoper een duwtje in de rug te geven. Dat móét je gewoon doen. Je kan wel fijn de schrijver willen uithangen, maar uiteindelijk moet iemand lijfelijk jouw boek overhandigen aan de lezer. Iemand moet tegen hem zeggen: "Weet je wat geweldig is? Dít boek." Boekhandelaren staan met de poten in de modder, elke dag weer. Mede door het pittige arbeidersmilieu waar ik vandaan kom, heb ik daar diep respect voor.'
Hij laat de keuze voor de winnaar aan de jury. De jury bezoekt alle genomineerde boekverkopers, hij kan slechts een dag met hen mee. Maar hij kent genoeg boekhandels – als klant en als schrijver die overal te gast is geweest – om er een mening over te hebben. 'Ik was vorig jaar in Amerika. De boekwinkels in San Francisco waren zo'n onderdeel van de gemeenschap. Er was van alles voor kinderen beschikbaar: alsof het mini-speeltuinen waren, maar dan met boeken. Actuele onderwerpen kregen veel aandacht: een hele kast over Black Lives Matter bijvoorbeeld. De buurt werd sterk bij activiteiten betrokken. In de koffiehoeken kun je er echt afspreken. Daar werd ik heel enthousiast van.'

Dat vind je even belangrijk voor Nederland?
'Zeker. Een boekhandelaar moet een duidelijk beeld hebben van wat hij wil met het boek. Hij moet het onderdeel van de gemeenschap maken. Niet alleen een bepaalde laag bedienen: de senioren die nog altijd lezen, maar ook die groepen die weinig lezen en niet snel boekhandels bezoeken. Hij moet ook aan anderen dan de elitaire bovenlaag tonen: het boek is van en voor iedereen. Dat klinkt idealistisch, vind je niet? Dan is de belangrijkste vraag: waarom klinkt het idealistisch? Omdat het in de praktijk achterblijft – de vele goede boekverkopers niet te na gesproken, die dit daadwerkelijk proberen. Ik snap dat er geld moet worden verdiend. Dus als er een populair sportboek of een nieuwe thriller verschijnt, legt een boekverkoper er stapels van neer en maak hij daar flink reclame voor. Maar dat mag nooit het enige zijn. Geef mensen de boeken die ze zoeken. Maar ook: bied aan. Voed op. Maak lezers die nog niet weten dat ze het zijn.’

Kun je een voorbeeld geven?
'Een winkel als Coelers in Rotterdam schiet me te binnen. Die werd gerund door een paar lieftallige dames. Ze deden veel voor de gemeenschap. Nodigden schrijvers uit – ja, mij ook – en hadden op die avonden naast een justje en een wijntje allerlei lekkernijen. Heel leuk. Dat ging lang goed, maar toch zijn ze dit jaar omgevallen. Dat bewijst dat je, nu het leesklimaat veranderd en het lokaal publiek is gekrompen, ook moet uitreiken naar iedereen in de omgeving. Dat je moet weten wat er leeft onder jongeren, wat er speelt op scholen, waar bibliotheken mee bezig zijn. Je moet weten wie wel en niet leest, met welke schrijvers je welke groepen aanspreekt, debat- en discussieavonden organiseren, een koffietafel verzorgen. Daarmee wil ik niet zeggen dat Coelers heeft gefaald. Het is ook ontzettend moeilijk om iedereen in dit dorp of in deze buurt aan het lezen te krijgen.'

Welke boekhandel doet wat jij beoogt?
'Ik was eens in Zutphen bij een avond van Someren & ten Bosch die ze hadden georganiseerd met een school. Daar zaten gewoon 150 jongeren. Te gek. Op zulke momenten denk ik altijd: het kán dus wel. En zo heb je meer boekverkopers die hun enthousiasme echt weten te verspreiden. Margreet de Haan [van 't Spui]. Arno Koek [van Blokker]. Monique Burger [van De Nieuwe Boekhandel], die jammer genoeg weggaat. Remco Houtepen [van Venstra]. Monique van Oosterhout [van v/h Van Gennep]. En dat zijn echt niet de enigen.'

In hoeverre hebben boekhandels bijgedragen aan jouw succes?
'Veel. Als iemand als Remco Houtepen achter je boek staat, staat hij er ook écht achter. Over mijn roman Alleen met de goden uit 2015 zei hij nog net niet tegen zijn klanten: "als je dit niet meeneemt, doe ik je wat aan." Maar hoe groot de rol precies is? Ik denk wel groter dan in het begin van mijn carrière, toen mijn werk ook goed verkrijgbaar was en steun van boekverkopers kreeg. Toen was de rol van de recensent belangrijker. Sinds het boekverkoperspanel van De Wereld Draait Door is de invloed van boekverkopers echter gegroeid. Begrijpelijk ook. Een recensent kan prachtig verwoorden waarom een boek wel of niet goed is, maar een boekverkoper praat de taal van de gemiddelde lezer die een winkel binnenstapt en argeloos vraagt: "Goed boek?" Lezers moeten worden aangejaagd. Daarom is het panel zo aangeslagen. Vlak daarna begon Gerda Aukes ook met de Boekhandelsprijs. Boekverkopers namen steeds meer het heft in eigen handen.’

Zijn boekverkopers in deze tijd noodgedwongen ook beter geworden in het aan de man brengen van boeken?
'Ik ging als jongen naar de boekhandel om de nieuwste boeken te kunnen lezen. Ik kocht niets, daar was ik te arm voor. Maar ik pakte iets wat me aansprak, ging op de trap zitten en verdween in andere werelden. Ik ben de boekverkoper nog dankbaar dat hij dat me liet doen – na even te hebben gecontroleerd dat ik de boeken heel voorzichtig opengeslagen hield. Nu zou diezelfde boekverkoper naar die jongen gaan om hem een boek aan te reiken: "Probeer dit eens". Die hulp is nog beter.'

Je hebt zelf inmiddels twee boeken geschreven over het belang om iedereen, maar met name jongeren, het boek te bezorgen dat voor hem of haar lijkt te zijn geschreven. Waarom?
'De lezer is niet dood is ontstaan uit een lezing over – met een vreselijk woord – ontlezing. Ik kreeg daar een vreemd applaus op. Zo van: "Yes! Eindelijk wordt het eens gezegd." Ik liet de tekst aan Joost lezen. Begreep hij dat enthousiasme? Hij zei toen dat deze discussie enorm leeft en dat we de lezing moesten uitgeven. Vorig jaar werd dat schotschrift opgevolgd door het pamflet Lang leve de lezer. Maar de emotie erachter heb ik al lang. Ik verzet me sterk tegen het cultuurpessimisme. Van die cynische artikelen waarin staat dat jongeren niet meer lezen, of dat een journalist ineens valt over een woord als ‘leesplezier’, alsof jongeren geen plezier aan lezen mogen hebben, enzovoorts. Dat cynische geluid steeds. Journalisten die zulke stukken voor een paar honderd euro schrijven zouden voor dat geld scholen moeten bezoeken en moeten proberen van jongeren lezers te maken. Want dat kan wel. Ik merk het iedere keer als ik er ben. En ook al breng je daar maar één jongere in aanraking met het boek, waardoor hij voortaan iets anders tegen de dingen aankijkt, dan heb je in mijn ogen het hoogste bereikt wat je kunt bereiken. Je hebt iemand bewogen.’

Geven steeds meer mensen de strijd voor het boek op?
'Het is een carrousel. Er zijn altijd mensen die het boek dood verklaren. Altijd wijzen ze daar er een andere oorzaak voor aan. Maar je het ziet verhaal gewoon voortleven – soms alleen in een andere gedaante, zoals nu het luisterboek.'

Ik bespeur juist een tegenbeweging. Een recent rapport van de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad zegt bijvoorbeeld net als jij dat de strijd voor het boek begint met leesplezier en dat je dat vergroot door ervoor te zorgen dat iedereen het juiste boek voor zichzelf vindt.
'Ik ken dat rapport niet. Maar het is waar, het begint in eerste instantie toch vooral met begrijpend lezen en leesplezier. Voor iedereen is er één boek. Je moet het zoeken en toe-eigenen. Voor mij als puber was dat de autobiografie van Mohammed Ali, die ik zag staan toen ik bij toeval in de bibliotheek kwam. Ik kende hem van zijn partijen op tv, was nieuwsgierig en er ging een wereld voor mij open. Zijn stem kwam tot leven. Dát is leesplezier: de ontdekking dat je jezelf in een boek herkent, waarna je op verkenning durft uit te gaan. Het onderwijs moet ruimte bieden aan zo’n verkenningstocht. Dat kan als het gedeelte voor literatuur zwaarder meetelt en een aanzienlijk percentage van het totale cijfer voor het vak Nederlands beslaat, zodat leerlingen, die vooral praktisch zijn ingesteld, aangemoedigd worden om het belang van hun inspanningen in te zien. De docenten zouden meer tijd aan literatuur moeten kunnen besteden. Het vakgebied, kortgezegd, moet op de schop.'

De docent moet zich net als de boekhandelaar opnieuw uitvinden?
'Ja. Ik heb veel docenten gesproken die aanhoudend met vuur en bevlogenheid de literatuur brengen. Bewonderenswaardig, zeker. Maar dat gebeurt wel in de marges van hun dichtgetimmerde lesprogramma. Moet dat niet anders? Waarom is literatuur niet het belangrijkste onderdeel? Het lijkt er bijna op of je niet van de Nederlandse literatuur mag houden. Dat voelt als een eigenaardig soort zelfhaat. We bestaan immers uit de verhalen die we maken, die we lezen, die ons raken. Vraag maar aan de boekhandelaar die als een fanatieke geloofsboodschapper het woord verspreidt. Je moet uitreiken.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine 7/8, 2019)

maandag 2 september 2019

Nieuw in de winkel: Kakkerlakjes (Boekblad)

Slaat het nieuwe concept aan? Marije Sietsma en Marleen Pelle, die de Kakkerlakjes – 'boekjes met verstuurallure' – bedachten, zullen het snel weten. Ze rijden momenteel met een camper langs boekhandels om de displays en molens met de eerste 32 titels uit te leveren.

Sinds vorige week woensdag is Sietsma van uitgeverij Loopvis op pad. Pelle van boekhandel Hijman Ongerijmd is er op de meeste dagen bij. 'Ik rij zo'n 500 kilometer per dag en slaap soms ook in de camper, met een molen als knuffel', lacht Sietsma. 'We hebben Limburg, Noord-Brabant en Zeeland al gehad. Gisteren deed ik de hele kustlijn: Den Haag, Leiden, Haarlem en zo verder. Op zaterdagochtend doe ik de laatste van de ruim 90 winkels die Kakkerlakjes hebben ingekocht.'
De ontvangst in de boekhandel is de tweede test voor de zestien pagina's tellende boekjes die worden geleverd met bijpassende envelop. De eerste was dit voorjaar een crowdfundingscampagne via Voordekunst. In zeven weken haalde het concept 21.365 euro bij 283 donateurs op – ongeveer een vijfde van het benodigde startkapitaal. 'Voor crowdfunding is dat een heel hoog bedrag. En dan ook nog voor iets wat helemaal niet bestaat en dus moeilijk uit te leggen kan zijn. Eigenlijk ging het heel makkelijk.'
En nu kan Sietsma proeven hoe enthousiast de boekhandels zijn. 'Ik had het idee om de displays en molens zelf langs te brengen toen begin dit jaar dertig winkels ze hadden ingekocht. Dat het er zó veel zijn geworden, had ik niet verwacht. Sommigen steunden het project echt door de molens van tevoren te betalen of ook te doneren bij Voordekunst, zoals zelfs sommige uitgevers hebben gedaan. Overal zijn ze erg blij als ik kom. De molens krijgen een mooie plek. En soms worden er al boekjes verkocht nog voordat ik weer weg ben.'
De verkooppunten zijn vrijwel allemaal assortimentsboekhandels. Daar past het product ook het beste bij, denkt Sietsma, hoewel de Kakkerlakjes zijn bedoeld voor een heel brede doelgroep. Bij grotere partijen zitten echter soms zakelijke afspraken in de weg. Zo kon The Read Shop ze niet inkopen omdat ze van Paperclip Cards niet anders verstuursbaars mogen verkopen. Op een later moment gaat Sietsma ook andere type winkels benaderen. Dit weekend staat ze daarom op de cadeauwinkelbeurs ShowUp in Vijfhuizen.
Aanvankelijk was het plan om Kakkerlakjes in juni te lanceren. Dat is uitgesteld 'omdat boekhandels het met een nieuw product altijd eerst willen aanzien', legt Sietsma uit. 'Om dat in slappe zomermaanden te doen, is niet gunstig voor mij en niet leuk voor de boekhandel. Nu gaan daarentegen de schoolagenda's de winkel uit en kunnen wij die plaats mooi innemen. Daarom reizen we ook van het Zuiden naar het Noorden. En auteurs zijn óók terug van vakantie, zodat zij zelf ook aandacht aan hun titel geven op sociale media.'
Ook het aantal te verschijnen titels is aangepast. In plaats van vier tot zes titels iedere twee maanden, worden dat er acht. 'De molen moet een levendig iets zijn, zodat klanten iedere keer willen kijken of er wat nieuws bij zit. Met twee keer per jaar een worp is de incentive veel kleiner. En ik merk dat auteurs graag willen meewerken. In het begin was het nog spannend, maar het zingt echt rond onder schrijvers en illustratoren. Ze bieden zichzelf aan. Anderen zeggen dat ze er nóg een willen maken.'
Daarbij wil Sietsma de bestaande titels die verschijnen in een oplage van 2.000 exemplaren per stuk, niet eindeloos herdrukken. De kakkerlakjes moeten ook een zekere verzamelwaarde hebben. Een 'vleugje schaarste', noemt Sietsma dat. Aan de andere kant is ze niet bang voor al te lege molens – en boekhandelaren die daarom smachten naar de nieuwe worp. 'Als we moeten herdrukken doen we het zeker. Omdat alles in Nederland wordt geproduceerd, kunnen we ook supersnel leveren.'
(Eerder verschenen op Boekblad.nl, 28 aug)

zondag 1 september 2019

Interview Karla De Ceulener van Salvator in Mechelen over de goede tijden voor de Vlaamse onafhankelijke boekhandel (Boekblad)

De onafhankelijke boekhandel in Vlaanderen heeft in het eerste half jaar flink geplust: 12,1% in omzet, 5,9% in afzet. Ook Salvator van Karla De Ceulener in Mechelen. Een van de redenen voor de groei van de onafhankelijke boekhandel is, hoe paradoxaal dat ook klinkt, de aanhoudende groei van de online verkoop.

Hoe was je week?
'Emotioneel. Vorige week zaterdag is onze poes Ozlo gestorven die altijd in de winkel was. Ik dacht: dat zal op klanten een beetje weerslag geven. Maar het is ongelofelijk hoeveel reacties we kregen – via Facebook, mail, van mensen in de winkel. Dat ging tot gisteren door, en waarschijnlijk zal het nog even duren voor het ophoudt. Maandag werd ik ook gebeld door drie journalisten. Normaal doe je ik weet niet hoeveel moeite om iets in de pers te krijgen en lukt het nog niet. Nu plaatsten we één berichtje op Facebook en gebeurde dit.'

Iedere klant kende Ozlo?
'Hij was de bekendste poes van Mechelen. Meer nog, het bekendste huisdier van de stad. Jarenlang kwam hij iedere dag van boven, waar wij wonen, elke dag naar de winkel. Hij kwam op alle mensen toe. Hij was er ook bij boekvoorstelling, dan zat hij altijd bij een luisteraar op schoot. Zo was hij gewoon. Wij zetten hem toen op de site en onderaan de nieuwsbrief. Mensen vragen me nu of we een nieuwe poes nemen. Die zal er over een paar weken of maanden vast komen, maar mensen verwachten een kopie van Ozlo. Dat bestaat natuurlijk niet.'

Was de boekhandelskat goed voor de omzet?
'Misschien kwam een enkeling eens langs om hem te zien en kocht die persoon ook wat. Maar dat weet ik niet. Ozlo droeg wel bij aan de sfeer, die maakt dat klanten hier graag komen. De ene boekhandel heeft koffie, de andere weer iets anders en wij hadden de poes. Het zal niet makkelijk zijn om die sfeer op een of andere manier te behouden. De reacties op Ozlo's dood bewijzen ook hoezeer je als boekhandel onderdeel van de gemeenschap bent. Dat zullen we vanzelfsprekend moeten blijven.'

Dat brengt me op hét nieuws van deze week: het gaat goed met de onafhankelijke boekhandel in Vlaanderen. Is Salvator ook gegroeid?
'Ja. Tot en met juni was de verkoop heel goed. In juli en augustus is de omzet iets gestagneerd, wellicht door het warme weer en trekt het nu weer aan. Maar dan nog zitten we in de zomer gelijk of iets boven vorig jaar.'

Hoe komt dat?
'Allereerst door het succes van bepaalde titels. De Bourgondiërs van Bart Van Loo, echt een boek voor ons type winkel, hebben wij heel goed verkocht. We zitten al boven de 300 exemplaren, wat heel veel is voor ons. En met een verkoopprijs van 34,99 euro zorgt dat voor een heel goede omzet. Daarnaast verkochten we titels goed die we zelf hebben gelezen: Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer, De pruimenpluk van Dimitri Verhulst of de thriller die nu overal zoveel aandacht krijgt: Hars van Ane Riel.'

En een tweede reden?
'De groei van het onlinekanaal. Daarom is er een grote tegenstroming op gang gekomen. Er zijn steeds meer mensen die dat bewust afwijzen en lokaal willen kopen, bij de boekhandel in hun eigen stad. Een groot deel van dit soort mensen gaan naar de onafhankelijke boekhandel – niet naar een ketenwinkel of grootwarenhuis. Ook al zijn wij maar een kleine speler, met zo'n tien procent marktaandeel, wij profiteren hier bovenmatig van.'

En het bewustzijn dat je lokaal moet kopen om lokale winkels overeind te houden, wordt alleen maar groter.
'Unizo, de Vlaamse vereniging van zelfstandige ondernemers, werkt heel sterk aan het vergroten van het besef dat het een verarming van het straatbeeld en van de gemeenschap betekent als je alleen nog online koopt. Maar ook de boekhandel moet hierop inspelen. Het gaat niet vanzelf. En dus bieden wij een brede voorraad, hebben we mensen achter de kassa staan die daar iets van af, geven we advies als we voelen dat de klant daar nood aan heeft, organiseren we literaire avonden en andere evenementen voor verschillende doelgroepen. En dat werkt.'

Is Salvator dat de laatste tijd steeds meer gaan doen?
'Eigenlijk niet. Wij pakten het altijd al zo aan. Het verschil is dat het publiek het steeds meer opmerkt. Juist omdat ze het onpersoonlijke zien en ervaren van online verkoop, hebben ze steeds meer nood aan beleving. Wordt dat ook steeds meer gewaardeerd als je dat biedt.'

Daarnaast was je deze week ook druk met de verkoop van schoolboeken.
'Inderdaad. Er zijn nog maar twee onafhankelijke boekhandels in Vlaanderen die dat doen: Beatrijs in Oudenaarde en wij. Ik doe dat volledig buiten de winkel om: ik ga naar de scholen toe en verkoop alles daar. Zo hebben de klanten er geen last van. Het is echt iets heel anders, maar ik pak het wel vergelijkbaar aan: door een goed persoonlijk contact te onderhouden met een aantal scholen hier in het Mechelse. Vele zijn overgestapt naar een partij als Iddink, maar omdat die misschien wel duizend scholen hebben, kunnen die dat niet bieden.'

Terwijl Iddink goedkoper is?
'Dat weet ik niet. Misschien iets. Maar ik betaal dat terug in een service die zij niet kunnen bieden.'

Heb je iets meegekregen van de discussie die de afgelopen week in Vlaanderen is losgebarsten: dat leermiddelen te duur zijn geworden?
'Natuurlijk. Ik kan daar ook goed inkomen, ook al praat ik daarmee misschien tegen mijn winkel in. Uitgeverijen hebben er iets commercieels van gemaakt, met werkboeken voor ieder vak. Als ouders dan aan het einde van het schooljaar zien dat die maar voor de helft zijn ingevuld, vragen ze zich af: waar betalen we voor? Maar ik kan daar niets aan doen, ik ben uiteindelijk maar een doorgeefluik. Het is aan de scholen om zich goed af te vragen of al die werkboeken echt nodig zijn. En aan de uitgevers zelf.'

In Nederland is het probleem opgelost door invoering van 'gratis schoolboeken'. Daarmee verloren kleine winkels hun schoolboekhandel.
'Vooralsnog is zoiets hier nog helemaal niet aan de orde. Dat zijn zorgen voor de toekomst. Maar ik ben me ervan bewust dat schoolboeken op termijn een eindig verhaal is. Dat is ook een reden dat ik het gescheiden hou van de winkel. Salvator mag niet afhankelijk zijn van schoolboeken. Maar zolang het goed gaat, blijf ik ermee doorgaan.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 25 augustus)

dinsdag 20 augustus 2019

De combinatiewinkel rukt op. Wat zijn de ervaringen van winkeliers die meer dan alleen boeken verkopen? (Boekblad)

Audax zet met de aankoop van De Marskramer vermoedelijk in op combinatiewinkels. Wat zijn de ervaringen van de ondernemers die nu al boeken én een totaal ander product verkopen?

Audax mag zich de nieuwe eigenaar noemen van De Marskramer. Ze voegen daarmeefranchiseformules Marskramer (44 winkels), Prima (25 winkels), Novy (17 winkels) en Toys2Play (6 winkels) aan hun boekhandelswinkels The Read Shop, Plantage en – natuurlijk – AKO. De vraag waarom beantwoordt het bedrijf niet. Zelfs op de vraag hoeveel combinatiewinkels er momenteel zijn van The Read Shop met drogisterijformules DA of D.I.O, wil het ingehuurde pr-bureau niet ingaan.
Toch ligt de diepere bedoeling van de aankoop voor de hand. Daarop wijst de voorgeschiedenis van het vorig jaar overgenomen RDC. Die pionierde in combinatiewinkels. Ook is er een veelzeggende opmerking van directeur Jos Boot van Audax Retail in FD waarin hij met zoveel woorden zegt dat het bedrijf een geheel nieuwe formule wil ontwikkelen waarin een breed gamma aan producten, waaronder boeken en tijdschriften, een logisch geheel vormt. Die formule kan nu makkelijker worden neergezet.
En dat Audax zoiets wil, ligt ook voor de hand. Combinatiewinkels rukken op. Tegen de achtergrond van het almaar groeiende onlinekanaal proberen steeds meer winkeliers, zeker in kleinere plaatsen, met een uitgekiende mix van producten én genoeg klanten te trekken én te kunnen besparen op de grootste kostenpost: personeel. Ook zijn er steeds meer zogeheten multifranchisers die in wezen hetzelfde doen, maar dan niet onder één dak.
Op dit moment zijn er al tientallen ondernemers in Nederland die én boeken, tijdschriften en kantoorartikelen én een totaal ander product verkopen. Wat zijn de ervaringen van deze pioniers die vermoedelijk tot de voorhoede van een nieuw type retailer behoren?

PIET HOEKMAN
Boeken, kantoormeubilair, woonaccessoires en damesmode in Yerseke

Piet Hoekman had het snel in de gaten: wie in Yerseke alleen boeken wil verkopen, moet heel, heel hard werken om zijn hoofd boven water te houden. Aanvankelijk maakte het niet veel uit, vertelt hij. 'Ik was jong en vrijgezel. Als je 25 gulden in een week overhield, was ik bij wijze van spreken de koning te rijk. Maar om zo mijn hele leven door te gaan? Straks ben ik zeventig, stop ik met werken en heb ik nóg niets verdiend.'
Amper twintig was Hoekman toen hij in 1980 een boekhandel begon in het Zeeuwse dorp van tegenwoordig 7.000 inwoners. 'Boeken zitten in mijn genen', vertelt hij. 'Mijn opa was kort na de Tweede Wereldoorlog in Goes een boekhandel aan huis begonnen, die mijn vader daarna heeft uitgebouwd. En ik wilde graag voor mezelf beginnen.' Dus toen hij in Yerseke stuitte op een klein pandje van 25m2 in de winkelstraat, zag hij zijn kans schoon.
Vrijwel vanaf het begin heeft hij bedrijven ernaast opgezet. Eerst was dat een verzendboekhandel. 'Ik had ondertussen mijn vrouw leren kennen. Zij ging de winkel in. Zo kon ik naar buiten. Ik ben ook meer een handelsman. Mij moet je niet achter een toonbank zetten. En die verzendboekhandel liep goed. Van sommige uitgaven van De Alk – over luchtvaart, scheepvaart en dergelijke – verkocht ik een paar duizend exemplaren per titel.'
Zeker nadat hij hiermee voldoende eigen vermogen had opgebouwd om zich in 1990 een verhuizing naar een groter pand te kunnen veroorloven, verbreedde Hoekman zijn terrein. Hij trok omliggende panden bij zijn winkel, brak muren door en creëerde zo onder één dak zijn eigen winkelcentrum van 400 m2 groot, waar hij naast boeken en kantoorartikelen, woonaccessoires en mode verkoopt. Ook heeft hij een postagentschap en een ING-servicepunt terwijl er op het industrieterrein een vestiging van kantoormeubilair is.
'Andere boekhandels hebben horeca', zegt Hoekman. 'Sommige winkels zijn halve restaurants. Dat heeft in een werkend dorp als dit geen zin. Maar toen er in 2010 een pand naast ons vrij kwam, wilde mijn dochter daar woonaccessoires verkopen. Zij zag dáár markt in. Dat bleek ook. En toen ze ontdekte dat enkele van deze leveranciers ook mode aanboden, redeneerde zij: dat moeten wij ook, anders willen de leveranciers straks niet meer met ons werken. Zo groeide dat organisch.'

Veertig jaar na de start is de boekhandel nog steeds geen vetpot. Eerder het tegendeel, nu er geen groei meer in boeken zit. Nadat Hoekman in 2012 door de verplichte Europese aanbestedingen de levering van schoolboeken aan het Calvijn College als klant verloor (3500 leerlingen, 7 vestigingen in Zeeland), overwoog hij even ermee te stoppen. Maar hij kon het niet over zijn hart verkrijgen. 'Wie in het dorp Hoekman denkt, denkt boeken. Mijn bijnaam is ook "Piet Boek".'
Hij investeert er alleen niet meer in. 'We hebben alles ooit gedaan. Schrijvers naar hier halen, kraampjes met boeken gehad. Het heeft geen zin meer, ook omdat er nog altijd boekhandels in omliggende plaatsen zijn. Vroeger ving je omzetverlies nog op met het groeiende aantal toeristen, maar door internet gebeurt dat ook niet meer. En mijn dochters – twee zitten in de zaak, de derde voor de helft – zien dat andere producten beter lopen.'
Het is alleen dankzij het brede aanbod van zijn bedrijf dat Hoekman de boekenomzet stabiel kan houden. 'Mensen komen binnen voor de kleding – en de man gaat dan bij de boeken kijken. Of ze komen hun bestelling van Bol.com bij het postagentschap retourneren en lopen gelijk rond. We verkopen pas sinds eind maart hippe, leuke dameskleding en je ziet nu al dat het ook de boeken een boost geeft, al kan ik daar nog geen staatjes van laten zien.'
De combinatie boeken-woonaccessoires-mode, hoe onwaarschijnlijk die misschien in eerste instantie ook lijkt, biedt wel degelijk ruimte voor vernuftige verbindingen. 'Ik overweeg om in de zomer een laag bankje bij de deur van de mode neer te zetten met daarop stapeltjes zomerromans. Als de klanten dan met een leuk zomers jurkje naar buiten stappen, zijn ze in de stemming om daar iets fijns bij te lezen te kopen.'
En er zijn natuurlijk synergievoordelen. Zoals een centrale kassa bij de boekhandel – al zijn er nu drie. Binnenkort gaat Hoekman overkoepelende automatisering laten bouwen. En je hoeft niet per se de hele tijd in elke afdeling personeel hebben staan. Hebben de medewerkers dan ook voldoende productkennis van alle afdelingen? 'Zeker wel', bezweert Hoekman. 'Maar met vriendelijkheid, een goede babbel en een beetje lef kom je ook een heel eind.'

CLAUDIA VAN DER HOEK-KANTERS
Bruna, Blokker en Top1Toys in 's-Gravendeel

Er was om te beginnen een samenloop van omstandigheden. Kapster Claudia van der Hoek-Kanters en haar man Antall Van der Hoek, zelfstandig hovenier, wilden graag iets anders doen. Zijn ouders, sinds de start 23 jaar geleden uitbater van de Bruna in 's-Gravendeel, hadden naast de winkel in het pand dat zij bezaten, een ruimte die leeg was komen te staan. Bij gebrek aan een nieuwe huurder begon het echtpaar een filiaal van de Prima.
En de Van der Hoeks hadden een visie. Als zij de Bruna zouden overnemen, wat direct de bedoeling was, moesten de boeken één bedrijf worden met de huishoudelijke artikelen en het speelgoed dat ze inmiddels aan het assortiment hadden toegevoegd. De reden was simpel: omdat de Bruna in de loop naar de Jumbo zat, trok die veel traffic. De Prima, net om de hoek, niet. Door een muur door te breken konden mensen binnendoor lopen.
Zo ontstond de combinatiewinkel van Bruna, Blokker en – op de eerste verdieping – Top1Toys. Het totale oppervlak is 550 m2. 'We waren overgestapt van de Prima naar de Blokker omdat het assortiment van de eerste te klein was', vertelt Van der Hoek. 'En het concept van Blokker sluit beter aan bij de nieuwe formule van de Bruna: ze denken allebei in werelden. Blokker bijvoorbeeld in hiushouden en koken, Bruna in reizen en kinderen.'

De Bruna en Blokker zouden als zelfstandige winkel levensvatbaar zijn in de plaats van circa 9000 inwoners, vermoedt Van der Hoek. Prima en Top1Toys wellicht niet. Zeker is dat alle formules profiteren van de samenvoeging. 'Via de hoofdingang, bij de Bruna, komen nu wekelijks 5500 mensen binnen. Ze pakken daar een mandje en gaan echt winkelen. Omdat de folder breed wordt verspreid, zie ik ook meer mensen uit omliggende dorpen bij ons bestellen.'
De verkopen zijn ernaar. De omzet van huishoudelijke artikelen is niet te vergelijken door de wisseling van formule, maar groeit 'flink'. De omzet van Bruna is 'redelijk stabiel'. Ook dat is niet goed te vergelijken omdat Van der Hoek is gestopt met tabak en speelgoed niet langer onder deze formule valt. 'We concentreren zich met Bruna echt op boeken en wenskaarten en dergelijke. En daar zit een stijgende lijn in.'
Hieruit blijkt ook dat de franchisegevers alle drie moesten inschikken. Hoe aanvullend de formules ook zijn, enige overlap is er altijd. Bruna verkoopt ook speelgoed, Blokker heeft een assortimentje pennen en kladblokken. Van der Hoek: 'Natuurlijk moesten we wennen aan elkaar. Het is de eerste plek in Nederland waar deze formules samenwerken. Maar omdat iedereen de voordelen ziet, pasten ze zich allemaal makkelijk aan.'
Een belangrijk voordeel is de besparing op personeel. Maar Van der Hoek voegt daar gelijk aan toe dat het bedrijf dat niet maximaal doorvoert. 'Blokker heeft wekelijks een folder, Bruna ook regelmatig. Dat betekent vaak het schap ombouwen. Dat kan wel met twee man op de vloer, maar zeker in het eerste jaar – als het voor de klanten wennen is – willen we alle tijd voor hen nemen. Er moet altijd iemand met hen kunnen praten.'
Dat is deels een gevolg omdat er geen overkoepelend kassasysteem is. De winkel heeft drie aparte kassa's en wie bijvoorbeeld bij Bruna wat koopt, moet ook de Bruna-kassa gebruiken. 'Je moet daar geen ding van maken, dan doet de klant dat ook niet. En we maken het zo makkelijk mogelijk: door per formule een andere kleur op de vloer te hebben en hen goed de weg te wijzen. Wel hebben we een papieren zak met sticker waarop alle logo's staan.'

Zelf heeft Van der Hoek geen voorkeur voor een van de drie formules, hoewel ze inmiddels genoeg ervaring heeft met allemaal. Het gaat haar en haar man niet om boeken of huishoudelijke artikelen verkopen. Het gaat hen om het ondernemen. En dan blijkt het een bijzonder creatieve uitdaging om drie verschillende formules, met al zijn specifieke problemen en kansen, samen te smeden tot iets wat meer is dan de som der delen.
Denk aan een probleem als de benodigde magazijnruimte. Die blijkt groter dan voorzien. 'Er lopen inmiddels aannemers rond, om een verdieping erop te zetten.' Maar denk vooral aan een kans als die van crossmarketing, waarop Van der Hoek juist vanwege het denken in werelden bij Bruna en Blokker volop op inzet. 'In de marketing kun je beide heel goed combineren. Als de man staat te koken tussen Blokker-producten, staat er een vrouw naast met het kookboek.'
  
KRISTEL VAN DIJK
D.I.O./The Read Shop in Nistelrode

Kristel van Dijk heeft nooit anders gekend: boekhandel en drogist onder één dak. Ze werkte enkele jaren als journalist voor vakbladen in de drogisterijsector toen ze in gesprek raakte met de initiators van de combinatiewinkel D.I.O. en The Read Shop. Ze was er in de loop der jaren van overtuigd geraakt dat winkels meer beleving konden bieden dan ze deden en zag in dit idee de kans om haar overwegingen in de praktijk te toetsen.
In juli 2013 opende ze in Nistelrode de eerste combinatiewinkel van deze twee formules in Nederland. In dit Brabantse dorp van 6.500 inwoners tussen Oss en Uden in zag ze voldoende ruimte. In het centrum was alleen een Kruidvat-filiaal. Daar kon best een kwaliteitsdrogist bij waar mensen terecht konden voor deskundig advies. Boeken, tijdschriften en kantoorartikelen waren nergens te koop. 'Daar is het hier te klein voor.'
Wat de combinatiewinkel precies doet voor de boekenomzet kan Van Dijk per definitie moeilijk inschatten. Maar dát de combinatie de verkoop van de afzonderlijke productgroepen versterkt, daarvan is ze overtuigd. 'Alles leidt tot meer traffic. Mensen komen binnen voor het een en kopen ook het ander. Ik heb nauwelijks klanten alleen voor D.I.O of alleen voor The Read Shop. Ze rekenen alles ook af bij één kassa.'
Ze heeft het assortiment sindsdien dan ook uitgebreid met nieuwe producten en services. In 2016 voegde ze speelgoed en cadeauartikelen van Prima toe aan het aanbod. En ze heeft een hele rits 'extra diensten', zoals ze het op haar website noemt: een schoenreperatieservice, een verkooppunt van Oma Meijel Breit (babyslofjes voor het goede doel), de mogelijkheid om inktcartridges te laten vullen – en meer.
'Het dorp heeft geen eigen schoenmaker meer', vertelt Van Dijk. 'Met de schoenreparatie-service kunnen mensen hun schoenen hier afgeven. Een schoenmaker waarmee ik samenwerk haalt ze op en brengt ze later gerepareerd en wel terug. Ik verdien er weinig op, maar het zorgt wel voor traffic. Mensen moeten anders hiervoor naar Oss of Uden, waar ze dan gelijk ook andere dingen kopen. Nu houd ik ze vast in het dorp.'

De winkel heeft een L-vorm. Direct rechts van de ingang zit het The Read Shop-deel van zo'n 90 vierkante meter. Links, waar de winkel door naar achter loopt, heeft de drogisterij (plus het overige assortiment) circa 300 vierkante meter. Voor beide delen overlegt ze met aparte regiomanagers. Maar ondanks soms tegengestelde belangen botst dat nooit. Ook omdat Van Dijk uiteindelijk de eindbeslissing neemt. Zij weet wat het lokaal het beste werkt.
Het relatief geringe oppervlakte van The Read Shop kan het idee wekken dat de boekhandel voor Van Dijk secundair is – net als haar eigen achtergrond en het feit dat al het voltallig personeel gediplomeerd drogist is om goed advies te kunnen geven. De eigenaresse bezweert echter dat dat niet het geval is. 'Iedereen die ik aanneem, weet dat ze ook voor de boekhandel werken. Ze volgen ook regelmatig cursussen van The Read Shop.'
Het scheelt wel, geeft ze toe, dat ze geen assortimentsboekhandel uitbaat met een breed en diep assortiment. 'Hier staan de topboeken, aangevuld met populaire categorieën als kook- en kinderboeken. Dat werkt heel goed: als iemand binnenloopt, kan hij makkelijk denken: "o ja, die heb ik in de top 10 zien staan". Of: "die kan ik mooi cadeau" doen. Ze hoeft dat niet online te bestellen. Sterker: vaste klanten bestellen het liefst bij mij.'
Zes jaar later is Van Dijk daarom onverminderd enthousiast over de combinatie boeken en drogisterijproducten. 'Het maakt het werk ook heel afwisselend', zegt ze. 'Het is wel heel veel wat je bij moet houden. Maar ook dat wende na een tijdje.' Dus waarom zouden er niet veel meer combinatiewinkels kunnen komen? 'Ik weet niet welke aantallen Read Shop en D.I.O. voor ogen hadden, maar ik had regelmatig stagiairs die daarna een eigen winkel begonnen.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, mei 2019)