dinsdag 23 april 2019

Interview: secretaris Bookspot Literatuurprijs Jeroen Kans over uitbreiding met non-fictieprijs (Boekblad)

De Bookspot Literatuurprijs wordt in november in twee categorieën uitgereikt: fictie en – voor het eerst – non-fictie. Beide winnaars krijgen 50.000 euro. De uitreikingsavond in november groeit hopelijk uit tot een waar Uitreikingsgala, vertelt secretaris Jeroen Kans van de organiserende Stichting Jaarlijkse Literatuurprijs.

Hoe was je een week?
'Goed, met een mooi einde. We hebben een tijdlang gewerkt aan de voorbereiding van deze nieuwe prijs en konden er eindelijk mee naar buiten komen. Normaal ben ik in het voorjaar niet intensief bezig met de prijs. In deze fase moet ik er vooral voor zorgen dat de juryleden de boeken krijgen. Het echte werk begint na de zomer vanaf de bekendmaking van de longlists. Maar deze week was ik relatief druk met de Bookspot Literatuurprijs.'

Eerder in de week was de bekendmaking van Annejet van der Zijl als auteur van het Boekenweekgeschenk. Wat dacht je toen?
'Dat kwam wel héél mooi uit. We wisten van niets, maar de keuze voor een non-fictieauteur – de tweede na Geert Mak in 2007 – onderstreept het belang dat de Stichting hecht aan non-fictie. We zien de belangstelling ervoor groeien. De verkoop van dit segment stijgt. En we vinden de waarde van non-fictie in deze tijden van desinformatie en nepnieuws groter dan ooit.'

Voorspel je dat de CPNB vaker voor non-fictieauteurs zal kiezen?
'Dat weet ik niet. Ik ken hun agenda niet.'

Was ook de aandacht voor de aankondiging van de nieuwe prijs een bewijs van de groeiende interesse in non-fictie? Het stond zelfs op Teletekst.
'Inderdaad. Dat was me de afgelopen twee jaar niet meer gelukt. Althans, met de shortlist. De winnaars haalden Teletekst nog wel. En nu stond het overal: van NRC tot Nederlands Dagblad. Ook Susan Smit besteedde er aandacht aan in haar boekenrubriek in Vijf Uur Live op RTL4. Ik denk dat de media er wel gevoelig voor zijn. Dat Annejet van der Zijl bij Jinek kwam vertellen dat zij het boekenweekgeschenk gaat schrijven, zegt ook dat dit relevant nieuws gevonden wordt.'

Hoe is het idee voor de non-fictieprijs ontstaan?
'Het speelde al een tijdje. We merkten, ook bij de jury, dat je toch appels en peren met elkaar vergelijkt. En dat dan vijf of zes fictietitels het haalden vóór de eerste non-fictietitel, hoewel dat ook heel goede boeken werden gevonden. Ik denk omdat non-fictie bij herlezing geen diepere laag heeft. Literatuur kun je een tweede keer lezen. Je ontdekt nieuwe dingen. Terwijl dat bij non-fictie niet het geval is. Neem De vergelding van Jan Brokken. Een geweldig boek, je gaat helemaal mee in zijn zoektocht. Maar als je dat een tweede keer leest, ken je de ontknoping al. Nadat de ideeën een tijdje binnen de stichting hebben geborreld, hebben we uiteindelijk besloten hier iets aan te gaan doen.

Dus toen benaderden jullie de sponsor: Bookspot.
'Ja. Wij wilden per se dat fictie en non-fictie qua prijzengeld gelijk werd behandeld. Anders zou je nog steeds denken dat het een belangrijker is dan het ander. Dan zou het geen zin hebben gehad. Dus we stelden voor het prijzengeld desnoods te halveren, maar Bookspot zei meteen: nee, we gaan op zoek naar extra geld. Dat er bleek te zijn.'

Hebben jullie ook uitgevers gepolst?
'Ik moet niet vergeten: ook het pleidooi van Haye Koningsveld van De Bezige Bij in NRC Handelsblad voor een grote non-fictieprijs was een belangrijke trigger. Er was in het vak dus behoefte aan. Haye vormde met Leonoor Broeder van Atlas Contact en Mireille Berman van het Letterenfonds een clubje die zo'n prijs probeerde op te zetten. In gesprekken met hen kreeg ik de bevestiging dat zo’n prijs er echt moet komen. Dat gaf extra overtuiging om met dit initiatief verder te gaan.'

De uitreiking van beide prijzen vindt tegelijk plaats. Waarom niet gescheiden zoals Libris doet met haar literatuur- en geschiedenisprijs? Dat is twee keer aandacht voor de sponsor.
'Ik denk dat we met de uitreiking echt een mooi nieuwsmoment kunnen creëren. Liever een keer een grote klapper dan twee keer een wat minder luide klapper. Bovendien zitten we op een ander denkspoor. We zouden de uitreiking willen uitbreiden met andere prijzen en zo een groot Uitreikingsgala organiseren. Dat zijn geen prijzen die we zelf op gaan zetten, maar prijzen van anderen die we eraan zouden willen koppelen. Het vereist alleen heel veel lobbyen en met mensen praten, dus dat is nu nog toekomstmuziek.'

De Gouden Uil is anders in 2000 gestopt met een gezamenlijke uitreiking van een fictie- en non-fictieprijs omdat de laatste te weinig aandacht kreeg.
'Maar dat is twintig jaar geleden. Ik denk dat de positie van non-fictie als genre sindsdien sterk is gegroeid. Ik denk ook dat wij met Bookspot iets neer kunnen zetten waarmee beide genres op gelijke manier volwaardig in de spotlights worden gezet.'

Maar wat schrijft de pers als Grunberg de fictieprijs en een onbekende auteur met een biografie van een provinciaal bestuurder de non-fictieprijs wint?
'De pers kun je niet sturen, dat klopt. Maar ik denk dat je dingen gewoon moet doen. Dat je je niet van tevoren moet laten tegenhouden door eventuele beren op de weg. We merken het wel. Daarbij: als zo'n boek de non-fictieprijs wint heeft het een bepaalde zeggingskracht die verder gaat dan de feiten. Het gaat er in deze prijs wel degelijk om dat het verhaal goed is opgeschreven en goed is opgezet. En dat maakt dat de biografie die je noemt zeer de moeite waard zal zijn voor een groot lezerspubliek.'

Verwacht je dit jaar nog meer inzendingen dan de 460 van 2018?
'De prijs stond altijd al open voor non-fictie. Een aantal uitgevers zal heus wel denken: hé – en iets meer titels insturen. Maar waarschijnlijk alleen dit jaar. Meer dan een heel kleine hausse zal het daarom niet zijn. We hebben wel de jury uitgebreid naar zeven, om de werklast te verdelen. Ook omdat we meer mensen in de jury wilden met een andere achtergrond dan die van recensent voor wie het lezen van boeken dagelijks werk is. Boekverkopers dus, die – hoe hardnekkig het romantische beeld ook is dat zij de hele dag lezen – dat vooral in de avonduren moeten doen.'

Je verwacht niet dat andere uitgevers opeens interesse hebben en alle titels insturen? Een uitgeverij als Verloren die veel proefschriften uitgeeft...
'Ik hoop het niet. Uitgeverijen zullen toch ook naar de criteria kijken en beseffen dat het geen zin heeft om alles op te sturen? Nee, dat komt wel goed.'

En waarom boekverkopers in de jury? Op de boekverkopers in het DWDD-panel hoor je steeds de kritiek dat ze nooit oordelen maar alleen verkopen.
'Ik heb geen mening over het panel. De boekverkopers die wij hebben, denken in ieder geval niet in termen van: effect op de verkoop. Daan Stoffelsen van Athenaeum zit erbij als redactielid van De Revisor. Jan Dertaelen van De Groene Waterman schrijft voor allerlei media. En Maartje Kroonen van Bijleveld is zeer actief in de literaire wereld. Ik heb alle vertrouwen in hun vermogen tot oordelen op literaire criteria.'

Wat ga je vandaag doen?
'Ik zou gaan wandelen met Chris Herschdorfer [directeur Atlas Contact], maar ik ben door mijn enkel gegaan. De dag ligt dus nog open. Ik ga zeker ook lezen. Inderdaad, non-fictie. Ik ben bezig met het laatste stuk van De Bourgondiërs van Bart Van Loo.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 14 april)

woensdag 17 april 2019

Interview: Victor Mids over de invloed van de bibliotheek op zijn carrière (Bibliotheekblad)

Het gaat Victor Mids (Mindf*ck) te ver om te zeggen dat hij uitsluitend dankzij de bibliotheek illusionist is geworden. 'Maar daar is zeker een heel belangrijk zaadje in mijn hoofd geplant.'

In Mindf*ck live, die op oudejaarsavond werd uitgezonden. In interviews. In zijn in 2016 verschenen boek. Overal vertelt Victor Mids hoe hij illusionist is geworden. Hij kreeg op zijn vierde een goocheldoos cadeau. En hij werd op de middelbare school door een leraar voorgesteld aan een klasgenoot die ook de hele tijd met trucs in de weer was: Oscar Verpoort, die sindsdien zijn onafscheidelijke compagnon de route is. Minder bekend is dat ook de openbare bibliotheek een cruciale factor is geweest.Dankzij zijn moeder zat Mids (1987) in zijn jonge jaren vele dagen in de bibliotheek van zijn geboorteplaats Delft. 'Ik weet niet eens precies wat ze daar deed', vertelt het brein achter Mindf*ck. 'Ze hielp er, maar waarmee? Ze had er in ieder geval geen vaste baan. Ze was er ook onregelmatig. Maar zolang ik op de basisschool zat, nam ze mij altijd mee. Ik vond het er heerlijk. De bibliotheek voelde – en voelt nog steeds – als een plek waar de buitenwereld geen grip op kreeg. Waar de tijd stilstond. En plek ook die niet te onderschatten is voor het belang van de ontwikkeling van een kind.'
In die tijd, grofweg de jaren negentig, had de bibliotheek weinig anders dan boeken. Mids herinnert zich nog een hoek met blokken. Maar hij besteedde de uren vooral met lezen. 'Goochelboeken, natuurlijk.' Je zou zeggen dat hij een zo specialistische categorie snel uit had, maar: 'dat waren er toch een stuk of vijf. Eentje had een man met een rood jacquet op het omslag. Als een klassieke goochelaar. En het Groot Spectrum Goochelboek. En een soort jeugdroman: je volgde het verhaal en kreeg ondertussen allemaal trucs uitgelegd.'
De trucs die hij toen leerde, past hij nog steeds toe. 'De grap is dat veel dingen die ik doe, ook in die kinderboeken staan. Mensen beseffen dat vaak niet. Alleen het verhaal eromheen is meer voor volwassenen. Sterker: men zal echt verbaasd zijn als ze wisten dat een aantal trucs in Mindf*ck die op tv waanzinnig ingewikkeld lijken, gewoon in zo'n bibliotheekboek worden uitgelegd. Daarom werken we vaak ook vanuit het verhaal en gaan we daarna pas bedenken hoe we die illusie kunnen creëren. Het verhaal werkt dan net zo goed als mindfuck: om je af te leiden van wat eigenlijk heel simpel is.'

Ook in tijden van internet kan de bibliotheek nog altijd opleiden tot illusionist. Daarvan is Mids overtuigd. Het is waar dat er veel online te vinden is. Van de shows van voorbeelden als David Copperfield tot stap voor stap instructievideo's. Maar uitleg kan ook té helder zijn, vindt hij. 'In een filmpje kan je precies zien hoe je je vingers moet bewegen. In een boek moet je het doen met een paar foto's. Precies in die ruimte daartussen, die je dus niet ziet, is ruimte voor eigen inbreng. Zo leer je om je eigen draai aan trucs te geven.'
Een beetje bibliotheek heeft daarom nog steeds goochelboeken in de collectie. 'Als ik een bibliotheek ben, zoals laatst in de buurt van Breda – ik treed ook wel eens op in bibliotheken – kijk ik wel eens naar wat ze hebben. Dat is vaak best wel wat. Ook mijn eigen boek staat er altijd. En als alleen mijn boek er staat, heb ik daar ook geen moeite mee. Ik wilde met het schrijven ervan de ervaring die ik had in mijn jeugd heel graag doorgeven. En met meer dan 125.000 verkochte exemplaren – waaronder ook heel wat door bibliotheken – bleek mijn gevoel juist dat daar behoefte aan had.'
Het boek dat Mids ook met Verpoort samen schreef, is een even aanstekelijke als volgepakte boek geworden, waarin niet alleen trucs worden uitgelegd, maar ook hoe ze werken – én wordt de lezer zelf voortdurend gemindfucked. In interviews daarover heeft hij wel eens laten doorschemeren te veel weg te geven. Maar dat valt mee. 'Ik heb niet alles weggegeven, hoor. Ik heb nog wat tricks up my sleeve. Ik weet ook precies wat ik wel en niet kan doen. Ik denk wel dat boek echt goed werkt om een nieuwe generatie te inspireren.'
Het enig jammere voor wie het boek uit de bibliotheek leent, is dat de lezer óók wordt uitgenodigd in het boek te tekenen of bladzijden te vouwen. Dat kan natuurlijk niet met een boek dat je onbeschadigd moet retourneren. 'Anders moet de bibliotheek maar regelmatig nieuwe exemplaren kopen', lacht Mids.
(Eerder gepubliceerd in Bibliotheekblad 2, 2019)

maandag 15 april 2019

Interview: Luciënne van der Leije (Singel Uitgeverijen) over de ALMA voor Bart Moeyaert

Senior foreign rights manager Luciënne van der Leije beleefde waarschijnlijk de succesvolste kinderboekenbeurs van Bologna die ze ooit heeft meegemaakt. Na bekendmaking van de Astrid Lindgren Memorial Award (ALMA) voor Bart Moeyaert werd haar stand omvergelopen door buitenlandse uitgeverijen.

Hoe was je week?
'Krankzinnig, ik kan niet anders zeggen. De beurs is altijd al even uitputtend als superleuk en inspirerend. Maar dit jaar had ik helemaal een adrenalinekick toen ik eenmaal thuis was. Dat begon maandag al. Toen maakten we bekend dat Querido in Amerika nauw gaat samenwerken met Arthur Levine. Dat leverde belangstelling op, felicitaties, een leuk moment met champagne en allemaal Amerikaanse en Engelse uitgeverijen die kwamen vragen wat het voor hen betekende. Maar dat was niets vergeleken bij wat er dinsdag gebeurde toen Bart Moeyaert de ALMA won.'
Vertel.
'We wisten natuurlijk dat Bart genomineerd was. Maar ja, er staan elk jaar 260 namen of zoiets op de lijst. Bart stond er elk jaar bij, zestien keer op rij. Dus ook al wisten we dat de winnaar bekend zou worden gemaakt, we waren rustig aan het werk. Tot om zeven minuten over één een collega van het Vlaams Fonds voor de Letteren aan kwam rennen. "Bart heeft hem! Bart heeft hem!", riep ze. Uitgeefster Wendy Wilbers begreep meteen wat ze bedoelde, dus er was direct geschreeuw en gejuich. Heel erg leuk. Ik zei tegen mijn collega Martijn Prins – die voor het eerst op Bologna was – "tien minuten". En inderdaad, toen kwam de eerste buitenlandse uitgeverij naar de rechten informeren: een Zweed. Het hele middag was het daarna superdruk. We wilden onze afspraken aftikken, terwijl tegelijkertijd de stand werd omvergelopen.'
Hebben jullie een receptionist op de stand?
'Nee. Martijn en ik zijn normaal de enigen op de stand. We hadden wel een derde tafeltje als flextafel. Mede met hulp van onze directeur Paulien Loerts hebben we het daarmee gelukkig kunnen oplossen.' 
Het was de tweede ALMA voor Querido na Guus Kuijer in 2012. Was het dit keer anders dan zeven jaar geleden?
'Dat was niet heel anders. Ook toen waren er veel reacties en veel emoties. Ook toen hebben we snel allerlei spullen die we bij ons hadden neergelegd – en in de maanden daarna aanzienlijk meer contracten gesloten. Het grootste verschil is dat Guus nooit op de beurs was en Bart juist altijd. Guus en zijn vrouw kwamen toen wel het jaar erna op onze uitnodiging.'
Bart Moeyaert is al in twintig landen vertaald. Hadden jullie nog wel rechten te koop?
'O, zeker. Je moet internationale bekendheid hebben om in aanmerking te komen voor de prijs. Vanaf zijn debuut in 1983 is hij ook vertaald. Hanser in Duitsland doet bijvoorbeeld alles van hem. In Frankrijk heeft hij ook een vaste uitgeverij: La Joie de Lire. Succesboeken als Het is de liefde die we niet begrijpen en Broere zijn breed vertaald. En ook zijn laatste boek Tegenwoordig heet iedereen Sorry is al naar drie talen verkocht. Maar er blijft voldoende over. In Scandinavië is hij vrij. In Zuid-Amerika. In Amerika ook, nadat Front Street – die drie titels had gedaan – failliet was gegaan. Sterker nog: is er altijd ruimte. Zelfs voor Minoes van Annie M.G. Schmidt, het meest vertaalde Nederlandse kinderboek, blijft belangstelling.' 
Heb je dan al iets kunnen verkopen?
'Een Zweedse uitgever heeft een bod gedaan op drie boeken. Een daarvan wil hij tijdens de uitreiking over zeven weken op de markt hebben. Een waagstuk. Daarnaast zitten er een aantal biedingen in de mailbox.'
Hoe hebben jullie de ALMA gevierd?
'Bart kwam rond half drie naar de stand – met een stoet camera's achter zich aan. Toen hebben we weer champagne gedronken. We werden die avond ook uitgenodigd voor het ALMA-diner, maar die avond was ook de traditionele diner met onze auteurs. Daar konden we moeilijk wegblijven. Wendy en Barts redacteur Dik Zweekhorst gingen met hem mee, Martijn, Paulien en ik aten met de auteurs. Daarna gingen naar de jaarlijkse party van uitgeverij Salani, waar Bart ook altijd is. Toen ik rond middernacht aankwam, was hij er nog niet. Ik stond daar te kletsen toen ik opeens een gegil hoorde! Dat was dus Bart, die door iedereen werd toegejuicht. Het wordt hem ook zo gegund.'
Straalt de prijs ook af op de rest van jullie fonds?
'Absoluut. Deze prijs heeft een ontzettende aantrekkingskracht. Hij bestaat misschien nog niet zo lang, maar het prijzengeld maakt hem felbegeerd en door het nominatiesysteem is er internationaal veel belangstelling voor. Dat hebben die Zweden slim gedaan. En Querido is nu de enige uitgeverij ter wereld die twéé winnaars in het fonds heeft. Ik kan naar mijn contacten niet genoeg benadrukken hoe bijzonder dat is.'
Wat merkte je daarvan bij de andere titels die je dit jaar aanbood?
'Onze topper was dit jaar een prentenboek zonder woorden, 96 pagina's dik. dat in augustus in Nederland verschijnt: Zwerveling van Peter Van den Ende. De achterwand van de stand was gevuld met een van zijn prachtige zwart/wit-illustraties. Daar hebben we tijdens de beurs twee biedingen op gekregen. Dat is vrij ongebruikelijk.'
Dit jaar was de beste Bologna die je ooit hebt meegemaakt?
'Misschien wel. Hoewel 2012 ook bijzonder was, was het dit jaar echt krankzinnig. Ik zei het al.'
Betekent het ook dat je het na terugkeer drukker hebt dan wat je gewend was?
'Ik moet heel wat afhandelen, dat klopt. Ook dit weekend. Maar dat vind ik niet erg, dit is zo'n uitzonderlijke situatie. Dan kan ik best vandaag een dealtje sluiten. Maar ik werk dit weekend niet alleen. Mijn gezin verdient aandacht en ik wil absoluut van het mooie weer genieten. Straks gaan we met z'n allen ook brunchen bij een vriendin. Dan wachten de mensen maar vijf minuten langer op mijn reactie.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 7 apr)

vrijdag 29 maart 2019

Waarom doen zo weinig uitgeverijen iets met Youtube? (Boekblad)

Uitgeverijen laten, op enkele uitzonderingen na, Youtube massaal links liggen. Terwijl het een van populairste websites van Nederland is geworden. Zou het helpen als de branche de handen ineen slaat?

Wat doet een redacteur van een uitgeverij eigenlijk? De vrolijke Lotte Dijkstra zwaait enthousiast in de camera. In deze vlog – gepubliceerd op 30 januari – gaat de redacteur van YA-uitgeverij Blossom Books, gezeten voor een kast met de nieuwste uitgave, eens haarfijn uitleggen hoe je een Nederlands manuscript redigeert. 'Want we hebben steeds meer Nederlandse auteurs, wat we superleuk vinden.' Waarna ze in dertien minuten een eerlijk en helder verhaal vertelt.
'Zo'n onderwerp bedenk je in twee seconden en vervolgens heb je het in twintig minuten opgenomen', vertelt uitgever Myrthe Spiteri. 'Alleen als we een film maken over bijvoorbeeld onze belevenissen op de Buchmesse kost het meer tijd. Dan moeten we er steeds bij nadenken. "O, we moeten nog iets filmen". Maar het meeste werk gaat zitten in het editen. In het begin waren we daar heel lang mee bezig, nu we het beter in de vingers hebben, zijn we klaar in een uur tot anderhalf uur.'
Deze tijd die de uitgeverij erin steekt, is de grootste kostenpost. Geld vereist het allemaal niet. De camera is Spiteri's eigen bezit. De noodzakelijke software staat op haar laptop: iMovie, in het geval van Blossom Books. 'We hebben alleen op een gegeven moment voor vijftig euro een lamp gekocht.' In ruil voor deze investeringen krijgt de uitgeverij commitment van hun doelgroep van YA-lezers – dit keer in de vorm van 284 weergaven op Youtube, acht dagen na uploaden.

Blossom Books is een van de weinige uitgeverijen die structureel video inzet voor zijn marketing. Ieder bedrijf heeft wel een Youtube-account, waar op onregelmatige basis filmpjes worden gepost: boektrailers, auteursinterviews en verslagen van taties. Maar het meeste lijkt erop te zijn gezet omdat het toevallig voorhanden was. Een met de telefoon opgenomen zingende Ivo Victoria op een boekpresentatie van Erik Jan Harmens op het Lebowski-kanaal is typerend.
Het bereik is dan ook gering. Tegenover de 790 abonnees van Blossom Books (op 8 februari) staan 288 abonnees voor A.W. Bruna, 54 abonnees voor Pluim, 71 abonnees voor Singel Uitgeverijen, 255 abonnees voor Kluitman, 31 abonnees voor Prometheus en 143 voor Lebowski Publishers (allen op dezelfde datum) – om een willekeurig aantal uitgeverijen te noemen. Behalve Blossom Books komt niemand ook maar in de buurt van de duizend abonnees.
De filmpjes hebben een daarbij passend aantal kijkers. Af en toe is er een uitschieter. Trailers van erg populaire merken scoren goed: de 17 seconden durende aankondiging van het Dylan Haegens-stripboek is meer dan 16.000 keer bekeken, de even lange commercial voor Suzanne Vermeers winterthriller meer dan 10.000 keer. Maar Stefan Buijsman die twee keer iets uitlegt over zijn wiskundeboek op het kanaal van de Bezige Bij? Respectievelijk 82 en 139 weergaven.
En dat terwijl Youtube een van de grootste sociale media-platformen in Nederland is. Het staat na Whatsapp en Facebook op nummer 3, volgens het Nationaal Sociale Media Onderzoek 2019, met 8,7 miljoen actieve gebruikers. 'Als je voor jongeren uitgeeft, moet je gewoon aanwezig zijn waar zij zijn', rechtvaardigt Spiteri dan ook de keuze om te vloggen. 'Iedereen kijkt de hele dag door filmpjes, of heeft ze op de achtergrond aanstaan, tijdens het huiswerk maken of zo.'
Er zijn ook plannen om in de nabije toekomst nog meer aandacht aan het kanaal besteden. 'Een nieuwe stagiaire gaat zich helemaal toeleggen op Youtube, zodat we een vast uploadmoment hebben, een duidelijker brand-pagina hebben, de indeling beter wordt en er vaker aandacht voor is in onze andere uitingen. Het moet professioneler om de duizend abonnees te halen. We vergeten bijvoorbeeld ook te vaak aan het einde te zeggen: "vergeet je niet te abonneren!".'
Zoals Dijkstra inderdaad niet had gedaan in de laatste vlog.

Naast Blossom Books zijn maar een handvol uitgeverijen die proberen iets meer van hun Youtube-kanaal te maken dan een vergaarbak. Voor Atlas Contact vlogt redacteur non-fictie Marcella van der Kruk nu al ruim twee jaar. Balans maakt al lange tijd auteursinterviews, aanvankelijk over een actuele kwestie, nu gerichter over hun nieuwe boek. Daarnaast zijn er wel experimenten, zoals de interviewreeks Het Ambacht van Pluim, maar die zijn (vooralsnog) te kort van duur geweest.
'Ik begon ermee, samen met mijn [inmiddels vertrokken, md] collega Vincent Kolenbrander, toen Nederland gastland was in Frankfurt', vertelt Van der Kruk. 'Het was onze eerste keer naar de Buchmesse, we wisten niet goed wat we zouden aantreffen en dachten toen dat dat voor meer mensen zou gelden. Maar blogs waren er al zoveel, video's niet. Daarmee hoopten we een ander publiek te bereiken. Toen bleek dat zo leuk te zijn dat we ermee door gingen.'
Balans zag in video juist een mogelijkheid om meer te doen met haar auteurs. Dat waren deskundigen immers die niet alleen non-fictie schreven, maar ook hun licht konden laten schijnen over actuele, aanverwante onderwerpen. In maart 2017 startte daarom het eigen videoplatform Licht Media. Na een maand of tien werden nieuwe video's echter alleen nog geüpload op Youtube, al is het platform daarmee niet gestopt, verzekert oud-marketingmedeweker Hans Gaarlandt.

Deze drie uitgeverijen zijn alle redelijk tevreden met wat het oplevert. Het is uiteraard onbekend hoeveel weergaven leidt tot hoeveel verkopen, maar de band die je opbouwt met de kijkers kweken wél goodwill. En de aantallen abonnees en kijkers zijn misschien niet zo groot als gewenst, je moet ook niet te grote verwachtingen hebben. Het is niet realistisch om te mikken op structureel tienduizenden kijkers. 'Zo ontzettend groot is de Young Adult-community nou ook weer niet,' zegt Spiteri.
Bovendien kun je video's op meer plekken kwijt. Van der Kruks vlog 'Tussen de schrijvers' heeft op Youtube tussen de 50 en 2.500 weergaven, er komen er duizenden bij via de Facebookpagina van Atlas Contact – al telt het daar als viewals hij in je timeline voorbijkomt en je niet snel genoeg doorscrolt. 'Ik vind dat niet voldoende', zegt ze. 'Dat moet meer worden. Maar is het wel één van de manieren waarop je tegenwoordig je publiek bereikt. Het is een noodzakelijke aanvulling.'
Daarbij zijn er andere voordelen. 'Auteurs vinden het interessant dat je meer doet om hun verhaal te verspreiden', vertelt Gaarlandt – die evenmin écht tevreden is over het bereik. 'Rob de Wijk is naar Balans overgestapt nadat we zijn inzichten opnamen voor Licht. Zo raakten we in gesprek over een nieuw boek. Ook triggerde het media. Er was opeens beeld van een deskundige die zich uitliet. Dat hebben andere uitgeverijen vaak niet. Of ze nodigde de auteur dankzij een filmpje uit voor een talkshow.'

De voordelen van structurele, gerichte aandacht voor video lijken echter nog niet te zijn doorgedrongen tot andere uitgeverijen. Dat heeft te maken met prioriteiten stellen, denkt Spiteri. 'Er is al zo veel waar je in moet verdiepen. Als jouw doelgroep niet zoveel op Youtube aanwezig is, heeft het veel minder zin om je daar je tijd in te investeren’, zegt ze. En je moet er wel aandacht voor hebben, denkt Gaarlandt. 'Anders wordt het wél duur. Zoals iedere uitgeverij weet die weleens een trailer heeft laten maken.'
Deze drie uitgeverijen zijn dan ook begonnen omdat er iemand was die het echt leuk vond om te doen. Zoals Van der Kruk, die er ook nu nog vrije tijd voor opoffert. 'Je moet veel schroom overwinnen, omdat je bij het editen honderd keer naar jezelf met je rare stemmetje zit te kijken, maar dan is alleen maar leuk. Ook omdat het een mooie ingang biedt voor gesprekken. Dankzij de camera heb ik in Frankfurt [de Amerikaanse agent, md] Andrew Wylie aangesproken. Dat had ik anders nooit gedurfd.'

Ook Peter Minkjan is het opgevallen dat boekuitgeverijen kansen laten liggen. Hij is mede-oprichter van 5PM, dat Youtube-services levert aan uitgeverijen en werkt voor merken als De Telegraaf en Ziggo Sport. Hij heeft speciaal voor Boekblad gesurft langs het videoaanbod van uitgeverijen op Youtube, maar niets sprong er volgens hem uit – zonder dat hij zich daarmee expliciet uitlaat over bovenstaande voorbeelden. Nergens zag hij een duidelijk lijn, nergens echt professionalisme.
Veel uitgeverijen, merkt hij op, zetten direct in op wat uiteindelijk de laatste boodschap is: koop het boek. 'Al die boektrailers zijn in de eerste plaats commercials. Maar daarom zitten mensen niet op Youtube. Ze kijken films omdat ze vermaakt en geïnspireerd willen worden. Uitgeverijen moeten het daarom gebruiken om een publiek op te bouwen. Youtube is zo laagdrempelig dat het daar erg geschikt voor is. Het is ook al lang niet meer zo dat het alleen voor jongeren is. Iedereen zit op Youtube.'
Een manier om te inspireren is bijvoorbeeld een panelgesprek à la de boekverkopers in De Wereld Draait Door. 'Ik lees zelf graag Scandinavische thrillers,' vertelt Minkjan, 'en zocht daarom – tevergeefs – naar een expert die mij vertelt welk boek ik hierna moet lezen. Ik vond wel trailers, maar ik wil het van iemand horen die ik kan vertrouwen. Waarom is er geen redacteur die voor de camera over nieuwe titels vertelt? Of nog beter: een groep redacteuren van thrilleruitgeverijen.'
En doe het dan goed. 'Dat zit niet per se in de kwaliteit van video. Je hebt er echt geen high end tv-studio voor nodig, met alle faciliteiten. Men verwacht dat ook niet per se. Maar denk bij het uploaden van een film wél goed na over de omschrijving, de tags of het beeld dat de gebruiker ziet. Veel uitgeverijen doen dat laatste niet, en dan neemt Youtube gewoon het middelste beeld. En verspreid de video daarna zo breed mogelijk, dus ook via Twitter, je nieuwsbrief en meer.'
Het kost tijd om publiek op Youtube op te bouwen. Een influencer gebruiken, zoals Karakter deed met Enzo Knol, Royalistiq en het netwerk rond Jill Schirnhofer, is sneller scoren. Maar een uitgeverij die strak op een vast moment publiceert, wordt door de algoritmes van het platform steeds vaker als suggestie aan kijkers voorgeschoteld. 'Ook kwaliteit helpt. Hoe langer mensen kijken, hoe hoger Youtube de video waardeert. Maak dan liever een keer per maand iets echt goeds dan elke dag iets flodderigs.'

Als uitgeverijen in hun eentje video links laten liggen, suggereert Minkjan, is het goed om samen te werken. Iemand die – zou je kunnen zeggen – dat heeft geprobeerd, is Jörgen Apperloo. Hij is sinds 2014 de man achter Vlogboek, met 1467 abonnees (op 8 februari) met afstand de populairste boekvlogger in het taalgebied. Vorig najaar maakte hij voor het boekenplatform Hebban het actuele boekenprogramma 'Boekblik'. Maar de gehoopte samenwerking met uitgeverijen kwam er niet.
'Het idee was dat uitgeverijen het oppikten en zouden verspreiden via hun kanalen', vertelt hij. 'En dat ze daarna misschien financieel zouden bijdragen. Dat lukte niet. Uitgeverijen waren wel nieuwsgierig naar wat er gebeurde, maar deden er verder niets mee. Mede daarom leverde het weinig kijkers op. De eerste aflevering was met 703 viewsnog het best bekeken. Ik denk dat uitgevers erg aarzelend zijn om met iets nieuws te beginnen. Wat ik op zich snap, als je niet weet wat het oplevert.'
Toch bewijst juist Vlogboek dat er wel degelijk een publiek voor video's over boeken is. Apperloo – leraar Nederlands in Lisse – heeft zijn vlog oorspronkelijk opgezet voor zijn leerlingen, maar zijn snelle, fris gemonteerde filmpjes trekken een afwisselend, breed publiek. 'Vooral filmpjes over klassiekers die veel mensen hebben gelezen, zijn geliefd. Ook filmpjes over iets echt populairs, zoals ik heb gemaakt voor de Fontein over Leven van een loser, worden erg veel bekijken. Deze 22.000 keer.'
Dat er weinig andere boekvloggers zijn, is evenmin reden te vermoeden dat er geen belangstelling is. 'Vloggen over een boek is nu eenmaal een tijdsinvestering', vertelt Apperloo. 'Over je eigen leven vloggen kan je iedere dag wel. Een film bespreken lukt ook makkelijk. Maar een boek moet je eerst lezen en je een mening over vormen. Dat gaat niet zo snel. En dan moet je volhouden. Als je niet een half jaar elke week vlogt, zit je tegen die tijd nog op 18 abonnees en raak je ontmoedigd.'
Ook om die reden begrijpt hij de terughoudendheid van uitgeverijen wel. Succes op Youtube kost een serieuze inspanning en doorzettingsvermogen. 'Eigenlijk zou er daarom één plek moeten zijn waar uitgevers al hun materiaal op zetten. Als iedereen dan om de zeg zes maanden een video plaatst, volgens een min of meer vastgelegd format, trekt dat uiteindelijk meer kijkers. Zelfs als je alle trailers bij elkaar brengt, zal dat meer effect hebben.'
In dat geval moet alleen een organisatie dat opzetten. Wellicht de CPNB, die nu toch bezig is met een strategische oriëntatie.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, mrt 2019)

zie ook:

zaterdag 23 maart 2019

Jan Siebelink: 'korten op de bibliotheken is een van de ergste schanddaden van de overheid' (Bibliotheekblad)

Op hetzelfde moment waarop Jan Siebelink het verzoek aannam om het Boekenweekgeschenk te schrijven, wist hij hoe hij Jas van belofte moest beginnen. 'Gelovigen hebben een rijker bestaan dan atheïsten die – zoals gebruikelijk in dit land – zeker weten dat er niets is.'

Na het overweldigende succes van Knielen op een bed violen (2005) toerde Jan Siebelink intensief door het land. Jarenlang liet hij zich meer dan welke schrijver ook overal interviewen. Heel leuk vond hij het om naar plaatsen af te reizen waar hij anders nooit zou zijn gekomen – van Willemstad tot Uithuizermeeden. Voorkeuren had hij niet. Bibliotheken, boekhandels, literair café, kerken. Het was hem allemaal even lief.
'Als bibliotheken maar zorgen voor een intiem plekje', vertelt hij. 'In een hoek, waar ik de boeken kan zien. Ik voel me dan meer op mijn gemak dan wanneer er zomaar wat stoelen los in de ruimte zijn gezet. Meestal is dat wel zo, maar het is niet vanzelfsprekend. Ook ontbreekt het soms aan een verhoging. Daar bel ik dan over. Ik wil dat de mensen mij allemaal kunnen zien, maar dan niet via zo'n ongemakkelijke hoge kruk zonder leuning.'
Nu de jaren beginnen te tellen, bouwt de 81-jarige Siebelink het aantal optredens gestaag af. 'Ik vind het steeds moeilijker worden om rond elf uur 's avonds alleen op een tochtig perron te staan wachten op de trein terug. Dat begint een beetje treurig te worden. Eigenlijk vind ik het alleen nog acceptabel als ik word gehaald en gebracht. Dat gebeurt gelukkig. Ik zeg nog altijd bijna nooit nee als ik via De Schrijverscentrale een opdracht krijg.'
Tegen die achtergrond gaat de auteur – hoewel hij al optredens voor later dit jaar in zijn agenda heeft staan – tijdens de Boekenweek voor het laatst op tournee. 'Een gewone signeersessie is al slopend, omdat iedereen wil dat je speciaal voor hen een zinnetje opschrijft. Maar dan heb je ook iedere avond een lezing, en vaak nog een derde ding die dag. Gelukkig wordt er ook heel veel liefde over je uitgestort. Kracht na kruis, zal ik maar zeggen.'
Hij heeft wel zijn voorzorgsmaatregelen genomen. 'Ik probeer van tevoren een rustig aan te doen. Energie op te bouwen. En ik heb bedongen dat ik in de auto waarmee ik word vervoerd, alleen met de chauffeur ben. Zodat ik dan niet ook hoef te praten. En als ik ergens aankom voor het avondprogramma, kan ik op mijn kamer alleen eten en even mijn ogen dichtdoen. Griet op de Beeck had dat vorig jaar ook bedongen. Een heel goed idee.'

Ondanks het zware programma van de Boekenweek heeft Siebelink geen seconde geaarzeld toen de toenmalige CPNB-directeur Eppo van Nispen tot Sevenaer en een delegatie van zijn uitgeverij op 13 februari 2018 – zijn tachtigste verjaardag – aan zijn deur stond. Of hij het geschenk wilde schrijven? 'Ik dacht eerst dat ze me een oorkonde kwamen aanbieden als dank voor wat ik voor de literatuur heb gedaan. Maar ik zei natuurlijk direct ja.'
De gedachte dat het hem eerder had moeten worden gevraagd, kwam niet in hem op. 'Het was misschien logisch geweest als dat was gebeurd in de jaren direct na Knielen op een bed violen. Maar er speelt zoveel mee: welke uitgeverij aan de beurt is, of een man of vrouw het geschenk dit keer mag schrijven. Ik heb nooit gedacht: waarom vragen ze mij niet? Integendeel. Ik was aangenaam verrast toen Eppo voor mijn deur knielde.'
Sterker: het verzoek had iets van een verlossing. Ook al zegt Siebelink het niet met zoveel woorden, hij aarzelde of hij na de roman De buurjongen die in 2017 was verschenen nog wel de kracht had voor een nieuw boek. 'Ik wist nu zeker dat ik nog een mooi boek kon schrijven. In plaats van rustig aan te doen, waar ik eerlijk gezegd een beetje tegenop zag, was ik genoodzaakt vrij snel na De buurjongen weer te gaan schrijven.'
En dat bevrijdde hem. Op hetzelfde moment waarop hem werd gevraagd het geschenk te schrijven, wist hij hoe het moest beginnen: een man krijgt een tia en wordt met spoed afgevoerd naar een ziekenhuis. 'En waar denkt hij dan aan? Zo had ik gelijk de basis van het verhaal en ging het vanzelf. Het ene beeld riep het andere op. En als ik nu zie hoe iedere zin doorwerkt in dit verhaal over sterfelijkheid en onsterfelijkheid, sta ik zelf ook verbaasd.'
Dus een deadline? Die had Siebelink niet nodig. 'In augustus moet je een synopsis hebben. Maar tweeëneenhalf maand nadat Eppo mij vroeg, heb ik het al ingeleverd. Ik was alleen niet gewend om iets te schrijven met een vastgesteld aantal woorden. Ik heb daarom geteld hoeveel woorden ik op een foliovel typ en daarna steeds bijgehouden of ik goed uitkwam. Zo is het verhaal heel compact geworden. Zinloze zinnetjes heb ik allemaal weggelaten.'

Vanaf zaterdag 23 maart is Siebelinks schitterende Jas van belofte te lezen. In deze novelle overdenkt de leraar Frans Arthur Siebrandi zijn leven, dat werd getekend door de verdwijning van zijn vader. Op een dag fietste hij weg, Arthur rende hem achterna, maar vond alleen zijn vaders fiets terug. Zijn jas lag ernaast. Zijn hele leven heeft hij vervolgens het beslissende moment proberen te beschrijven. Op latere leeftijd daadwerkelijk met succes.
'De jas van mijn vader is een van de grondbeelden die ik in mijn meedraag', vertelt Siebelink. 'Hij was onregelmatig opeens een hele dag weg. Wij wisten dan niet waar hij was. Meestal "verkeerde hij in gezelschap", zoals dat heette. Samen baden ze God om een teken. Aan zijn mooie, zomerse gabardine jas, die altijd in de kwekerij hing, konden we zien of hij weer verdwenen was. Dat beeld kwam daarom heel vanzelfsprekend in mij op.'
In dit geval heeft de achtergelaten jas, zoals de titel aangeeft, een positieve uitwerking. Het onderstreept voor Arthur dat zijn vader 'op een plek is waar het goed met hem gaat', zegt Siebelink. En het vormt de basis van Arthurs schrijverschap waarmee hij zelf – als niet-gelovige – op zijn manier de onsterfelijkheid kan bereiken. Hij heeft immers iets zo bijzonders meegemaakt dat hij daar werkelijk bijzondere literatuur van kan maken.
Cruciaal is daarbij de steun van zijn omgeving. Arthur zelf wil wel schrijven, maar alleen dankzij zijn twee vrienden, zijn vrouw en een leerlinge komt hij daar ook toe. De eerste vriend herkent als eerste de kwaliteit van zijn schrijven, de tweede vriend – in wie Siebelink de in 2005 overleden Louis Ferron heeft geportretteerd – herkent de uniciteit van Arthurs verhaal. Hij is het ook die de belofte in de jas herkent.
'Het verschil tussen beiden is hun religieuze opvoeding', zegt Siebelink. 'Edwin [de eerste vriend] heeft nooit geloofd. Hij wil ook nooit over dit onderwerp praten. Hij kan daarom niet zo diep in het verhaal doordringen als Loet [de tweede vriend], die katholiek is opgevoed, allemaal religieuze voorwerpen naast zijn bed heeft liggen, en op zijn sterfbed geen voetbal meer kijkt omdat – zo zegt hij – je daar de eeuwigheid niet mee bereikt.'
Via deze vriend wordt ook impliciet duidelijk dat Siebelink de religieuze verlossing hoger aanslaat dan de verlossing door het maken van een tijdloos kunstwerk. 'Arthur hoopt ook dat die religieuze verlossing bestaat. Dat hij na zijn dood zijn vader zal terugzien. Dat die een goed woordje voor hem doet. Uiteindelijk hebben gelovigen ook een rijker bestaan dan atheïsten die – zoals gebruikelijk in dit land – zeker weten dat er niets is.'

In de laatste week van maart vertelt Siebelink hier niet over in bibliotheken, blijkens het toerschema van de CPNB. Wel organiseert de bibliotheek sommige van van zijn interviews. Zo wordt zijn optreden in het Isala theater in Capelle aan den IJssel verzorgd in samenwerking tussen het theater en Bibliotheek aan den IJssel. Eigenlijk is dat typerend voor Siebelinks relatie met bibliotheken. Hij hecht er nog even zeer aan als vroeger, maar komt er niet meer zo veel.
'Tot een jaar of vijf geleden reed ik elke week een paar keer naar Arnhem', vertelt hij. 'Nee, niet in mijn woonplaats Ede. Ik vond het een leuk ritje ernaartoe. En ze hadden daar vroeger zo'n mooie, klassieke bibliotheek in de Koningsstraat, met een enorme voorraad boeken. Toen ik grote stukken voor de krant schreef over Franse schrijvers, zocht ik er uren naar informatie. Nu heeft mijn vrouw, als ik iets wil weten, dat snel gevonden op internet.'
Ook een oogziekte spelen hem parten. Hij kan niet meer lang achter elkaar lezen. 'En bibliotheken zijn andere oorden geworden. Je vindt er nu veel meer dan vroeger, al ben ik altijd verrast hoeveel boeken van mijn werk beschikbaar is. Bijna alles wel. Als ik voor een optreden kom en alles ligt op een tafel uitgestald, liggen er soms bibliofiele uitgaven. Heel leuk. Wat dat aan leengeld oplevert, is ook een niet te versmaden bedrag.'
Niemand zal hem daarom kunnen betrappen op een negatief woord over de openbare bibliotheek. Integendeel. 'Ik vind het heel erg dat bibliotheken de afgelopen jaren zo zijn gekort', stelt hij resoluut. 'Op sommige plaatsen kunnen kinderen nu geen boeken meer lenen. Zeker in kleine plaatsen was de bibliotheek ook vaak de enige plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Ik vind het een van de grootste schanddaden van de overheid.'
(Eerder gepubliceerd in Bibliotheekblad)

woensdag 20 maart 2019

Utrechtse boekhandels hebben eigen essays in Boekenweek (Boekblad)

De Utrechtse boekhandels Bijleveld en Savannah Bay bieden hun klanten in de Boekenweek elk hun eigen essay aan. Bijleveld publiceert Vrouwen en fictie van Virginia Woolf, Savannah Bay De moeder de boekwinkel van Thijs Joores.

In het 16 pagina's tellende Vrouwen en fictie, dat 2,50 euro kost, wijst Woolf op de historische beperkingen van vrouwelijke auteurs zoals gebrek aan eigen geld, eigen stem en eigen kamer, die mede hebben geleid tot typisch 'vrouwelijke' literatuur. Alleen schrijvers – mannen en vrouwen – die ontstijgen aan hun gender kunnen ware kunstenaars worden, aldus de Britse schrijfster.
Bijleveld verkoopt dit essay naast het 'officiële' Boekenweekessay van Murat Isik. ‘Uiteraard bieden wij ook het geschenk Jas van belofte van Jan Siebelink aan,’ zegt winkelchef Maartje Kroonen. 'Maar ik vond – met Bastiaan [Bommeljé, eigenaar van boekhandel en uitgeverij Bijleveld, md] – dat er ruimte was om ook een vrouwelijke stem te laten horen.' 
Bij uitgeverij Bijleveld verscheen vorig jaar de essaybundel Hoe lees je een boek van Virginia Woolf, en dus was de keuze snel gemaakt. 'Ik las die bundel als liefhebber van Woolf met veel plezier. Dus toen ik hier begin november in dienst trad en de mogelijkheid om een eigen essay voor de Boekenweek te maken ter sprake kwam, lag het voor de hand het uitermate passende betoog ‘Vrouwen en fictie’ te gebruiken.'
De oplage bedraagt 600 exemplaren, en het boekje zal vanaf 23 maart te koop zijn 'zolang de voorraad strekt'. Kroonen denkt dat ze ruim voor het einde van de Boekenweek ‘los’ zal zijn. 'Dit is de eerste keer dat we zelf een essay aanbieden, maar het gewone Boekenweekessay vindt altijd gretig aftrek bij ons.' 
Het verhaal van Joores – dat eigenaar Marischka Verbeek expliciet geen 'boekenweekessay' noemt – telt 4 pagina's op A5-formaat en wordt gratis weggegeven aan alle klanten van Savannah Bay. Verbeek wil er 'enkele honderden' laten printen, maar sluit niet uit op het laatste moment de oplage te verhogen – het ligt nu bij de vormgever en wordt maandag geproduceerd.
'Ik heb lang geprobeerd een alternatief geschenk te maken', vertelt Verbeek. 'Dat is niet gelukt. Ik wilde dat graag met uitgeverij Chaos maken, maar dat is een heel kleine uitgeverij. Zij hadden hun handen vol aan andere dingen. Toen heb ik dat idee losgelaten. Maar bij een brainstorm over de Boekenweek ontstond het idee voor een verhaal van onze jongste vrijwilliger. Nota bene een man, zodat het verhaal een typische Savannah Bay-twist heeft gekregen.'
De twintigjarige student Joores hield op die bijeenkomst een gloedvol betoog over de boekhandel als moeder. 'Niet een persoon, maar het organisme. Toen ik, onder de indruk, zei dat hij dat moest opschrijven, kwam hij met dit heel persoonlijke verhaal. Hij vertelt daarin dat hij na een dramatische gebeurtenis in zijn leven in de boekhandel de omgeving en de aandacht vond die troost bood.'
Verbeek neemt het verhaal mee naar de Boekenbal, in de hoop dit pleidooi voor de boekhandel aan minister Van Engelshoven te kunnen geven. De officiële presentatie is midden in de Boekenweek. Op woensdag 27 maart spreken Marja Pruis, Maartje Laterveer en Sayonara Stutgard over de essaybundels die zij hebben samengesteld respectievelijk uitgegeven. 'Thijs' verhaal verdient het om daar onder de aandacht te worden gebracht,' zegt Verbeek.
De bijeenkomst isoverigens ook het eerste evenement in het kader van het jubileum 'Transforming Stories': 35 jaar Savannah Bay'.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 16 mrt)

zie ook:

zondag 17 maart 2019

Ook voor de literatuur gelden de mediawetten (Athenaeum)

De mediacultuur heeft ook gevolgen voor de literatuur. Voor de opstelling van schrijvers om aandacht te krijgen, maar ook voor hun werk zelf. Sander Bax laat zijn interessante studie De literatuur draait door zien hoe.

De media praten graag over zichzelf. Kijk maar hoe massaal er werd bericht over het stoppen van Twan Huys' Late Night Show op RTL 4. Deze 'mediawet' staat niet in De literatuur draait door. De schrijver in het mediatijdperk, maar het zou me verbazen als Sander Bax zich hier niet bewust van is. Het zal hem daarom niet verwonderen dat hij direct bij verschijning mocht opdraven in programma's als Kunststof en VPRO Boeken om over dit onderwerp met voor de media hoog sex appeal te praten. Ook Trouwinterviewde hem al.
En dat terwijl Bax' studie naar de veranderende rol van de schrijver in een cultuur waarin de wetten van de media steeds dominanter worden, op een doorgeleerd publiek mikt. De neerlandicus – in het dagelijks leven universitair hoofddocent aan de Universiteit van Tilburg – deinst niet terug voor termen als 'focaliseren'. Hij hanteert liever wollige, maar preciezere formuleringen als 'hij verbindt daaraan de conclusie' in plaats van simpelweg 'hij concludeert'. Zouden de consumenten van KunststofVPRO Boeken en Trouw niet terugschrikken voor zulk wetenschappelijk taalgebruik?
Laat ik hopen van niet. De literatuur draait door is een fascinerend boek dat een betrekkelijk nieuw terrein ontgint en door de heldere, onbevooroordeelde manier van analyseren op een fundamentele manier aan het nadenken zet over de toekomst van de literatuur. Laat ik daarom eerder hopen dat de aandacht voor het boek in de mainstream media zich vertaalt in een relatief groot lezerspubliek. Het is ondanks de academische toon wel degelijk soepel geschreven. Dus waarom zou het voor de uitgeverij niet mogelijk zijn om er een paar duizend exemplaren van weg te zetten?

Uitgangspunt voor Bax' studie zijn drie andere mediawetten. Radio en tv, maar net zo goed de geschreven pers hechten veel waarde aan succes, zeker als dat kan worden uitgedrukt in cijfers ('vertaald in 32 landen', '250.000 stuks verkocht een half jaar'). De media hengelen naar persoonlijke, intieme, echte verhalen ('gebaseerd op een waargebeurde geschiedenis'). En ze wensen polarisatie. Onderwerpen kunnen alleen worden aangesneden als er een glashelder onderscheid gemaakt kan worden ('discussie! een klimaatalarmist versus een klimaatveranderingontkenner').
Schrijvers die een rol willen spelen in de publieke ruimte, moeten zich hiernaar voegen. Oók auteurs met een uiterst literair imago. Als Herman Koch in de media komt, wordt zijn succes in binnen- en buitenland aangehaald als rechtvaardiging daarvoor. Als Van der Heijden mag vertellen over Tonio, gaat het uitsluitend om het leed dat hem trof – niet om hoe hij als schrijver het persoonlijk drama heeft verwerkt tot kunst. En als Tom Lanoye aan het woord word gelaten over bankiers, dankt hij dat aan het populistisch beeld dat hij van hen schetst in zijn roman Gelukkige slaven.
Bax laat aan de hand van zeer uiteenlopende casestudies zien hoe dit werkt. Een mooi voorbeeld is dat van Abdelkader Benali en Kristien Hemmerechts die een controversiële bekendheid tot hoofdpersoon van een roman maakten. De eerste kickbokser Badr Hari in Bad Boy, de tweede Dutroux-handlangster Michelle Martin in De vrouw die de honden eten gaf. Beiden gebruikte literatuur om iets te doen wat de journalistiek per definitie nooit kan: in de ziel van de personages kruipen, onverbloemd hun motieven en diepste gevoelens bloot te leggen, om zo een bepaald type mens te tonen.
Dat had een aantal gevolgen. Benali en Hemmerechts kregen dankzij hun keuze alle ruimte in de media. In het geval van Hemmerechts stak zelfs een ware mediastorm op. Maar hun roman werd vervolgens gereduceerd tot een één op één weergave van de werkelijkheid. Hun boeken werden gelezen alsof het non-fictie was. En daar hadden beide schrijvers niet altijd afdoende weerwoord tegen. Mede omdat het hun plaats in de publieke ruimte zou kunnen kosten, lieten ze zich aanleunen dat ze eerder Badr Hari- respectievelijk Michelle Martin-kenners waren dan kunstenaars.
Het vereist voor schrijvers daarom een zekere behendigheid, zo kun je uit deze studie afleiden, om het eigen werk zó in de media te positioneren dat er aandacht voor is zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan het literaire karakter ervan. Een auteur die dat volgens Bax goed kan, is Ilja Leonard Pfeijffer. Onder de veelzeggende titel 'Genua als marketingconcept' laat hij zien hoe de momenteel bestverkopende onder de literaire auteurs zijn exotische woonplaats voortdurend inzet, óók in zijn werk, om er aandacht voor te krijgen. En hoe hij die aandacht weer gebruikt om zijn punt te maken over migratie.

Bax verbindt aan deze analyse de conclusie (sorry, ik kon het niet laten) dat de literatuur zelf wordt veranderd door de almaar groeiende dominantie van de mediacultuur. Romans zullen bijvoorbeeld vaker het wereldbeeld van de lezer bevestigen dan bevragen. Literatuur neemt daarbij kenmerken van genrefictie over – ten koste van het experiment, waar immers steeds minder aandacht voor is. Schrijvers zullen ook nog vaker kiezen voor hun eigen autobiografische verhaal, om vervolgens op tv te vertellen over hun rouw (Connie Palmen) of transitie tot man (Maxim Februari).
Is dit waar? Wat ik mis in De literatuur draait door is de historische dimensie. Bax verwijst wel naar de generatie naoorlogse schrijvers als Gerard Reve en Hella Haasse die als eerste massamedia inzetten om een positie te verwerven als publieke figuur, zoals hij dat noemt. Hij schreef zelf vier jaar geleden De Mulisch mythe, waarin hij uiteenzet hoe deze schrijver dat deed. Maar verschilt hun literatuur fundamenteel van dat van de eerder genoemde Tom Lanoye en A.F.Th. van der Heijden? Gebruiken de laatste twee vaker elementen van genrefictie? Is hun werk autobiografischer?
Ook verlang ik naar statistisch bewijsmateriaal. Waarom besloot de Volkskrant in de jaren vijftig om een auteur te interviewen? Wat nu? Waarover gingen die schrijversinterviews? Hoe werd er destijds over boeken gesproken op televisie en hoe nu? En is het type boeken dat een bestseller werd veranderd? Hoeveel van de top 100 bestverkochte boeken van 1958 boden een inkijk in iemands persoonlijke leven? En hoeveel in 2018 – het jaar waarin het autobiografische Wees onzichtbaar van Murat Isik de bestverkochte oorspronkelijk Nederlandstalige roman was?
Dit is echter niet bedoeld als kritiek. Integendeel. Het verlangen om meer te weten dan wat Bax kan bieden, bewijst alleen maar dat de onderzoeker vruchtbare grond heeft aangeboord, waarin nog heel veel om te spitten is. Bovendien heeft hij mij nu al nieuwe handvatten gegeven om toekomstige literaire bestsellers, zoals het kakelverse Otmars zonenvan Peter Buwalda, te beoordelen, waardoor ik nog nieuwsgieriger naar deze romans ben dan ik toch al was. Dat is me ook wat waard. Hoeveel wetenschappelijke letterkundige studies zijn daar immers toe in staat?
(Eerder gepubliceerd op Athenaeum.nl, 14 mrt)

zaterdag 16 maart 2019

Jack van Weimar: winnen Indie Boekprijs helpt tegen noodgedwongen onzichtbaarheid (Boekblad)

Jack van Weimar kreeg vorige week de allereerste Alice Indie Boekprijs in de categorie fictie voor Palimpsest– een thriller over 'de geheime oorsprong van de islam'.

Wat betekent deze prijs voor 'het beste onafhankelijk uitgegeven boek' voor u?
'Best veel. Vanwege het onderwerp van het boek blijf ik zelf het liefst uit de openbaarheid. Ook de dienstverlener die het hele uitgeefproces heeft begeleid, houdt afstand. Daarom brengen we Palimpsest uit onder de naam Gabriel Publicaties. Dan sta je al 2-0 achter in de promotie. Ik kan niet eens via mijn Facebook-pagina vrienden en bekenden laten weten dat ik een boek heb geschreven. Deze prijs zorgt er dan voor dat er toch aandacht voor is. En: het is een blijk dat het wordt gewaardeerd om zijn literaire kwaliteit. De duizend euro prijzengeld is mooi meegenomen. Boeken uitgeven is duur.'

U heeft wel recensie-exemplaren kunnen sturen. Dat heeft ook effect gehad: op de site van Gabriel Publicaties staan veel goede recensies.
'Ja. Een goede vriend heeft me daarbij geholpen. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Algemeen DagbladNederlands DagbladHet Laatste NieuwsDe Limburger – ze waren allemaal erg enthousiast. Bij Bol.com kreeg het vijf sterren. Het boek verscheen in april vorig jaar en de eerste druk van duizend exemplaren is nu bijna weg. Of de Alice Indie Boekprijs daarbij helpt, weet ik nog niet. Ik krijg pas over een paar weken weer een overzicht.'

Hebt u wel geprobeerd Palimpsest bij een reguliere uitgever onder te brengen?
'Zeker. Een heleboel zelfs. Vooral uitgeverijen die het in het verleden hebben aangedurfd om controversiële boeken te publiceren zoals die van Richard Dawkins en Salman Rushdie. Maar ik kreeg geen antwoord of ze zeiden: er zit wat in, maar we durven het niet aan. Een thriller over de bronnen van de islam: daar zijn ze huiverig voor.'

Waarom heeft u dan zo'n thriller geschreven?
'Ik zat voor mijn werk in het Midden-Oosten. Ik merkte daar dat mensen die voor Al-Qaida of IS streden, hun waarheid ontleenden aan documenten uit het verleden. Ze namen de echtheid ervan voor ongelooflijk solide. Alles was letterlijk zo gebeurd. Toen ging ik me daar in mijn vrije tijd in verdiepen. Puur uit belangstelling las ik de laatste stand van zaken in de koranwetenschap. En wat blijkt dat? Het idee dat Mohammed, anders dan Jezus, voor honderd procent zeker het leven heeft geleefd zoals beschreven in de koran, is niet waar. Ik dacht: wat zou het mooi zijn – en ja, nu blaas ik hoog van de toren – als meer mensen dat zouden ontdekken. Zodat er net als in het christendom een soort verlichtingsbeweging door de islam zou gaan en alleen een positieve boodschap overblijft. Toen ontwikkelde zich daar langzaam een verhaal bij.'

En u wilde het zo graag uitgeven dat u dacht: dan maar zelf.
'Vooropgesteld: het schrijven was heel leuk om te doen. En dat lezers om mij heen enthousiast waren. Maar ik hoorde steeds vaker uit die kring: je móét het uitgeven. Een kennis had gewerkt met een selfpublisher. Die heb ik toen ook benaderd. Dat bedrijf heeft me geholpen bij het hele proces, maar durfde het niet aan de eigen naam eraan te verbinden.'

Was het leuk om zelf uit te geven?
'Ja. Uitgeven is een heel ander vak, maar wel een heel leuk vak, ontdekte ik. Opeens zit je midden in discussies over het ontwerp van covers. Dat soort dingen, erg interessant.'

Kon u het net zo goed uitgeven als een professionele uitgeverij zou hebben gedaan?
'Er zijn om precies te zijn 166 versies van dit boek geweest. Dit om aan te geven dat ik niet over een nacht ijs ben gegaan. Ik heb ook met een strenge redacteur gewerkt. Had ik een boek van 450 pagina's ingeleverd, waren daar – toen ik het terugkreeg – nog maar 300 pagina's van over. Dat was even slikken. Gelukkig ben ik vanuit mijn beroep wel iets gewend.'

Hoe heeft u de distributie en sales georganiseerd?
'De boeken liggen bij CB. Vervolgens hebben we allerlei partijen gemaild: Bol.com, Bruna, goede boekhandels. Nadat het in de pers goed werd besproken, liep het in sommige plaatsen hard. Vooral het grote stuk in De Limburger hielp enorm. Bij een boekhandel in Venlo lag Palimpsest in hun top vijf.'

U ervoer geen vooroordelen tegen in eigen beheer uitgegeven boeken?
'Ik weet dat die vooroordelen bestaan. Mijn vrouw is bibliothecaris. Als ze in de a.i. (aanschafinformatie, md) ziet staan: "onafhankelijke uitgeverij", gaat dat boek direct op de stapel "niet doen". Uitgeverijen worden ook overstelpt door boeken en geven dan nog veel uit. Dus van boeken die het bij hen niet halen, denk je snel dat het niet veel voorstelt. Maar dat is niet automatisch waar. Daarom vind ik het zo goed dat Schrijven magazine met deze prijs de aandacht vestigt op de beste boeken in deze categorie. Ik heb het gehaald van bijna honderd inzendingen. Daar word ik erg blij van.'

En wat kunt u de boekhandel bieden om het hen nog aantrekkelijker te maken om een prijswinnende thriller in de winkel te leggen?
'Lastig. Het probleem blijft dat ik niet op tv wil of kan komen signeren. Ik wil wel op de radio, maar wil mijn gezicht buiten beeld houden. Er is – toch wel tot mijn verbazing –  nog weinig ophef geweest. En het boek is al een jaar oud. Maar de Deense cartoons destijds bestonden ook al een jaar voordat de boel explodeerde. Dus ik wil niet in een situatie komen dat ik voortdurend achterom moet kijken. Dat is het me niet waard.'

En met inkoopkorting van vijftig procent?
'Ha ha. Met alle plezier, ja.'

dinsdag 12 maart 2019

Willem van Zoetendaal maakte het mooiste boek ter wereld (Boekblad)

 Spul. Catalogus archeologische vondsten Noord-Zuidlijn Amsterdam van Willem van Zoetendaal – uitgeven door de vormgever zelf – is verkozen tot het mooiste boek ter wereld.

Dat maakte de jury gisteren bekend, die zich boog over de meer dan 600 inzendingen uit 34 landen voor de Schönste Bücher aus aller Welt in Leipzig. De jury prees het gemak waarmee het boek van 595 bladzijden te hanteren is, de perfect uitgebalanceerde sortering van 13.000 gefotografeerde artefacten die zijn gevonden bij de aanleg van de Noord-Zuidlijn, en het opvallende omslag dat heel weinig van de inhoud prijsgeeft maar toch nieuwsgierig stemt. 
Van Zoetendaal (1951) zelf blijft nuchter onder de prijs. 'Prijzen zijn betrekkelijk', reageert hij aan de telefoon. 'Prijzen vergelijken dingen die niet met elkaar te vergelijken zijn, al is dat bij boeken nog makkelijk. Een echte prijs vind ik dan ook een opdracht om een goed boek te maken.' Tegelijk ziet hij de uiverkiezing als 'waardering van mijn collega's' voor wat hij zelf noemt: 'het mooiste boek dat ik ooit heb gemaakt'.
Spul is voor hem zo gelukt 'omdat ik een aantal dingen kon die ik niet eerder heb kunnen doen.' Zoals: de toepassing van blauwe tekst, de verwerking van enorme hoeveelheid fotografie en de ultieme samenwerking met de opdrachtgever, de dienst Monumenten & Archeologie van de gemeente Amsterdam, en de fotograaf Harold Strak. 'Ik werk al vijfentwintig jaar met hem. Wij zijn een goed team. Hij kan alles zó fotograferen zoals ik het wil.'
Omdat Van Zoetendaal al zijn boeken zelf uitgeeft, bracht hij ook Spul zelf op de markt. 'Alleen dan kun je alles in eigen hand houden. Ik heb bijvoorbeeld speciaal gemaakt papier voor dit boek gebruikt, waardoor het niet tien centimeter dik is en dat transparant is zodat de lezer, als een archeoloog, de objecten door het papier heen ziet. Een uitgever zou zeggen: kan je geen goedkoper alternatief bedenken?'
Toch staat De Harmonie als co-uitgever van het boek, dat medio vorig jaar verscheen, vermeld. 'Zij vonden het zo'n mooi boek dat ze de distributie daarvan wilden verzorgen', zegt Van Zoetendaal. 'Als dank daarvoor heb ik ze als mede-uitgever vermeld.' Een groot deel van de oplage van 3850 exemplaren (waarvan 1100 in het Engels) ging naar de gemeente Amsterdam, de rest verspreidde de Harmonie via de retail.
'Er zijn nog zo'n tweehonderd exemplaren te koop', zegt Van Zoetendaal. 'Die zullen nu snel weg zijn. Een herdruk zit er niet in. Daarvoor is het boek te duur om te maken. Zo'n boek is er alleen maar omdat er nu eenmaal verantwoording van de opgraving moet worden afgelegd. Om het mensvriendelijk te houden kost het dan 79,50 euro in de winkel. Maar eigenlijk zou het 350 euro moeten kosten. Er zit in vier jaar zo ontzaglijk veel werk in.'
Daar komt bij dat Van Zoetendaal anders dan veel uitgeverijen, zoals hij uitlegt, zijn uitgaven niet in het goedkopere buitenland laat produceren. Spul is gedrukt door Rob Stolk en gebonden door Van Waarden – 'de beste binderij van Europa'. Hij doet dat omdat hij 'vakmanschap waardeert'. 'Je moet iets willen maken wat goed is. Concessieloos. Alleen dan kun je prijzen als deze winnen. Helaas gebeurt dat in Nederland vaak niet.' 
Desondanks scoorde Nederland dit jaar uitzonderlijk goed bij deSchönste Bücher aus aller Welt. Inclusief de hoofdprijs won Nederland in totaal vier van de veertien prijzen. Robert F. Kennedy Funeral Train van Rein Jelle Terpstra (ontwerp: Jeremy Jansen, uitgever: Fw:Books) won een gouden medaille, Anne Frank Huis van Elias van der Plicht (ontwerp: Irma Boom Office, uitgever Anne Frank Stichting) een zilveren, en The Migrant van Anaïs López (ontwerp: Teun van der Heijden, uitgever Anaïs López) een bronzen.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 8 mrt)