zondag 9 december 2018

Anne Zeegers van de Schrijverscentrale over schrijvers & bibliotheken (Bibliotheekblad)

Het aantal schrijversoptredens in bibliotheek waarvoor De Schrijverscentrale bemiddelt, neemt al enkele jaren af. Directeur Anne Zeegers wil graag het tij keren. Ze ziet nieuwe kansen om de samenwerking te verstevigen met haar grootste klant. Ook is de bijdrage van de bibliotheek onontbeerlijk om de opbrengst van een schrijversbezoek op  de leesbevordering te vergroten.

De cijfers zijn onmiskenbaar. Het aantal keer dat De Schrijverscentrale bemiddelt voor een optreden van een jeugdauteur in een bibliotheek is drastisch afgenomen. Tussen 2011 en 2013 ging het van 1512 naar 1188 bemiddelingen. Na een aantal jaar stabiel te zijn gebleven op dat niveau waren het er in 2017 nog maar 981. Het aantal bemiddelingen voor optredens van schrijvers voor volwassenen laat een soortgelijk beeld zien. In 2011 waren het er 814, na een eerste daling schoot het iets omhoog, maar in 2017 waren het er maar 612.
Samengevat: De Schrijverscentrale stuurde vorig jaar bijna een kwart minder schrijvers naar bibliotheken dan zes jaar eerder. Fors, vindt ook directeur Anne Zeegers, die de redenen daarvoor kent. 'Bibliotheken hebben een ongelooflijke bezuinigingsslag doorgemaakt, waardoor veel filialen zijn gesloten. Ze hebben minder locaties om optredens te organiseren. Ook werd door het wegvallen van de NBD Biblion-subsidie op lezingen – ooit 200.000 euro – een schrijversbezoek duurder.'
Daar komt de nieuwe Bibliotheekwet bij. Iedere openbare bibliotheek heeft nu wettelijk vastgelegd vijf functies, waardoor de actieradius van deze instellingen enorm is verbreed. 'Wat ik zie is dat veel bibliotheken hun beleid vertalen naar drie pijlers: de klassieke bibliotheek, de educatieve bibliotheek en de maatschappelijke bibliotheek. Mijn indruk is dat de aandacht voor het maatschappelijke domein wat door lijkt te staan. Dat gaat ten koste van de leesbevordering en de boekencollectie.'

Zeegers snapt 'heel goed' dat de bibliotheek met zijn tijd mee moet gaan, zo vertelt ze, en ook rekening moet houden met de voorwaarden van de gemeente als subsidiegever. 'Maar ik hoop ook dat er uiteindelijk een schommelbeweging gaande is', redeneert ze in haar lichte kantoor in Amsterdam. 'Dat de bibliotheek op een gegeven moment pas op de plaats maakt, opnieuw weegt hoe alle genomen initiatieven zich verhouden tot de kerntaak en zich concentreert op waar het goed in is. En dat is toch het stimuleren van het lezen.'
De kerntaak van de bibliotheek, zoals zij die benoemt, is burgers helpen zich te ontwikkelen opdat ze goed kunnen functioneren in de maatschappij. 'Maar: dat begint bij kunnen lezen. Er zijn inmiddels vele studies die aantonen dat leesvaardig zijn een essentiële voorwaarde voor mensen is om volwaardig te participeren in een ingewikkelde samenleving. De bibliotheek is bij uitstek geschikt om ervoor te zorgen dat de leesvaardigheid wordt vergroot. Zij hebben de ervaring, de kennis en de mensen.'

Welke nadruk een bibliotheek ook legt, daar horen altijd boeken bij – en dus eigenlijk ook schrijversoptredens. 'Een maatschappelijke bibliotheek, die zich concentreert op taalontwikkeling en programma's voor laaggeletterden, kan daarvoor heel goed schrijvers uitnodigen. Schrijvers als Karin Giphart, die haar boeken laten hertalen voor NT1- en NT2-leerlingen. En dat gebeurt ook. Bibliotheken doen geregeld een beroep op ons bij projecten in het kader van het Tel mee met Taal-programma.'
Hetzelfde geldt voor een bibliotheek die inzet op discussie en debat. 'Schrijvers verwoorden ook maatschappelijke dilemma's en hoe je je daartoe kunt verhouden. Bezoeken van schrijvers nodigen daarom bij uitstek uit tot debat over de thema's die zij aan de orde stellen. Dat is waar al sinds het begin Nederland Leest over gaat. Een bestaand boek is altijd aanleiding om te praten over een belangrijk maatschappelijk thema, zoals recentelijk over democratie, de invloed van robots op ons leven, en voeding.'
Zeegers ziet daarbij mogelijkheden voor bibliotheken om meer samen te werken met maatschappelijke organisaties. 'Wij bemiddelen al veel voor logopedieverenigingen, de politie, verenigingen van huisvrouwen, noem maar op. Als bibliotheken stuiten op financiële beperkingen, zoals soms gebeurt, wijzen wij hen al op de mogelijkheid om samen te werken met lokale partners en de kosten te delen. Dat kan structureler. Door beter in kaart te brengen voor wie wij allemaal bemiddelen, hopen we daar een bijdrage aan te kunnen leveren.'

Wat in ieder geval niet de daling van het aantal bemiddelingen van de Schrijverscentrale voor de bibliotheek verklaart, is dat de organisatie is ingeslapen. Sinds Zeegers in september 2015 aantrad als directeur van toen nog Schrijvers School Samenleving (SSS), is ze direct gestart met een moderniseringsslag. De naamsverandering anderhalf jaar geleden sloot aan bij de nieuwe koers om De Schrijverscentrale zichtbaarder te maken, meer tegemoet te laten komen aan de behoefte en het effect van een schrijversbezoek te vergroten. Met als resultaat: een nominatie voor de Astrid Lindgren Memorial Award dit jaar.
'We hebben de interne organisatie aangepakt', vertelt Zeegers. 'Het hele proces van aanvraag tot facturatie is nu geautomatiseerd, zodat wij meer tijd hebben voor persoonlijk advies aan de aanvragers. Wij zijn meer samenwerkingen aangegaan en hebben bestaande samenwerkingen, zoals met de CPNB, geïntensiveerd. En we zijn onze kennis en kunde meer gaan delen. We plaatsen op de site ideeën en succesverhalen om andere te inspireren en versturen nu diverse nieuwsbrieven aan verschillende doelgroepen.'
Ook de 1500 actieve auteurs in het bestand – onlangs aangevuld met zo'n twintig spoken word-artiesten – zijn zichtbaarder geworden. Ze hebben de mogelijkheid gekregen om een profiel aan te maken: met een cv, voorbeeld-lessen, de eerste hoofdstukken van het laatste boek zodat klassen die van tevoren kunnen lezen, opzet van een lezing. Wat een auteur maar wil. Een stuk of duizend hebben dat ook gedaan. 'De zoekfunctie gaan we doorontwikkelen, om nog beter te filteren op de wens van aanvragers.'

Om zicht te krijgen op de opbrengst van het schrijversbezoek op leesbevordering in het onderwijs. liet De Schrijverscentrale daar samen met Stichting Lezen onderzoek naar verrichten. Uit de resultaten, in september gepubliceerd, blijkt zonneklaar dat een optreden het lezen stimuleert. De helft van de basisschoolleerlingen en drie op de tien middelbare scholieren wil vaker boeken gaan lezen van de optredende auteur. Ook wordt 69% van de basisscholieren en 62% van de middelbare scholieren aan het denken gezet.
Maar er dreven ook verbeterpunten boven. De voorbereiding van een schrijversbezoek kan beter om het effect ervan te optimaliseren. Slechts 53% van de basisscholieren en 35% van de middelbare scholieren heeft voorafgaand aan een schrijversbezoek een boek van hem of haar gelezen. 'Wij willen docenten daarom nog meer handvatten bieden om de voorbereiding te verdiepen. Dit najaar zijn we begonnen met een pilot met een Menukaart voor basisscholen, met allerlei praktische en inspirerende lestips in een vlog van de auteur.'

Daarbij is de rol van bibliotheken essentieel. Zij hebben vaak direct contact met de scholen en kunnen daarom een goede voorbereiding stimuleren. 'Cubiss heeft bijvoorbeeld een werkboekje gemaakt waar kinderen in kunnen schrijven wat ze van een bezoek vonden. Op onze site is een daar een link naar te vinden. Misschien kunnen wij meer soortgelijke instrumenten gaan aanbieden. We hebben een expertmeeting georganiseerd en gaan in overleg met de vele partijen die betrokken zijn bij de organisatie van een schrijversbezoek – zoals docenten, bibliotheek, uitgevers, KB – verder verkennen hoe we het beste de kennis van ons en Stichting Lezen kunnen verspreiden.'
Ook voor de beschikbaarheid van boeken zijn bibliotheken belangrijk. De scholen die steeds vaker zelf auteursoptredens organiseren – blijkens het gestegen aantal bemiddelingen van 799 in 2011 naar 1204 in 2017 – kunnen dat niet doen met de schoolbibliotheek alleen. 'Deze groei houdt verband met de opkomst van De Bibliotheek op School. Die is waardevol. Maar deze collecties hebben wel vaak maar een paar boeken per auteur. Ondersteuning van de bibliotheek is dan nodig om voor of na een schrijversbezoek over honderd exemplaren te beschikken. Want een schrijver die op school komt, bezoekt 3 tot 4 klassen achter elkaar.'
(Eerder gepubliceerd in Bibliotheekblad)

vrijdag 7 december 2018

Boekhandel Het Witte Huys in Rhoon sluit medio 2019 (Boekblad)

Boekhandel Het Witte Huys in Rhoon sluit per 1 juli volgend jaar. Door de combinatie van nieuwe concurrentie en groeiende onlineverkopen heeft eigenaar Carina Proveniers besloten het huurcontract niet te verlengen.

Het Witte Huys – opgericht in 2009 – maakte het einde van de winkel nu al bekend in de lokale krant De schakel om met een positieve noot te kunnen eindigen, vertelt Proveniers. 'Mensen zijn toch geschokt door het nieuws en komen weer heel bewust naar ons voor hun boeken. Ik ben heel dankbaar dat ik ten minste tien jaar heb kunnen doen wat ik het allerleukst vond. Hierdoor kan ik dat nog ruim een half jaar met plezier blijven doen: het klantcontact, het boeken aanraden.'
De directe aanleiding om te stoppen is de komst van een Bruna-filiaal in het nabijgelegen Hoogvliet in de zomer van 2017. De omzet van Het Witte Huys heeft daardoor een gevoelige klap gekregen. Proveniers wil liever niet in de openbaarheid hoe groot die precies is. 'Deze Bruna zit in een winkelcentrum waar verder niet veel te doen is, maar waar wel drie supermarkten zitten. Daar doen mensen dus hun boodschappen en dan is het makkelijk om tegelijk bij de Bruna een boek te kopen.'
Gevoegd bij de almaar sterkere concurrentie van internetwinkels, maakte dat voortzetting van de winkel is niet langer financieel verantwoord. 'Ik ben aangesloten bij RDC', vertelt Proveniers. 'Ik heb daardoor sinds een jaar een prachtige webshop, die heel goed toegankelijk is. Maar mensen gaan daardoor niet opeens massaal bij mij bestellen. De site wordt vooral gebruikt door vaste klanten, die hun bestelling vervolgens in de winkel komt halen. Mensen die elders bestellen, zijn onzichtbaar en kan ik dus maar heel moeilijk bereiken.'
Proveniers en Claudia Griffin, met wie ze Het Witte Huys bestiert, hebben er alles aan gedaan om én de winkel aantrekkelijk te houden én hem online op de kaart te zetten. 'We hebben een koffie- en theehoek', somt ze op. 'Maandelijks wisselende exposities. Een leesclub. Heel veel activiteiten. We zijn ook heel actief op sociale media. We hadden ook een Whatsapp-service. Dat idee hebben we direct van Arno Koek overgenomen omdat de winkel al een eigen 06 heeft, waarop mensen bestelden en waarmee ze via Tikkie konden betalen.'
Maar de werkelijkheid is: hoe gehecht de klanten ook zijn aan de winkel – de vele geschokte reacties op Proveniers besluit waren 'hartverwarmend' – deze groep wordt gestaag kleiner. 'Ik was een tijd een ophaalpunt voor GLS. Als je dan ziet wat mensen via internet bestellen! Winterbanden, tenten, trampolines. En de concurrentie van Youtube en Netflix is erg groot. Ik herinner me dat kinderen kwamen vragen of het nieuwe deel van De Grijze Jager er was. Dat is voorbij. Ze volgen nu vloggers. En ondertussen gaat de huur niet omlaag. Eerder omhoog.'
Het Witte Huys opende haar deuren aan het begin van de crisis. Aanvankelijk was dit gunstig, vertelt Proveniers. 'Verschillende boekhandels in de regio verdwenen. Wij verkregen daardoor een bijzondere regionale functie. Aan de andere kant: Rotterdam is makkelijk te bereiken. En de problemen van Donner maakte mensen bewust van het belang van een boekhandel, maar na een tijdje ebt dat effect weer weg. Ook hadden we toen De vergelding van Jan Brokken, dat in Rhoon speelt. We verkochten 1000 exemplaren in één maand.'
Tegelijk heeft de winkel door de startmoment midden in crisis 'weinig vet op de botten' kunnen kweken. 'Het einde is daarom vooral in emotionele zin positief. Niet financieel, ben ik bang. En dan moet je als ondernemer realistisch zijn: er moet wél verdiend worden. Ik heb wel overwogen om te bezuinigen door bijvoorbeeld minder in te kopen. Maar dan moet je meer bestellen voor klanten en denken ze al snel: dan kan ik het net zo goed zelf online bestellen. Zo kom je in een vicieuze cirkel terecht.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 4 dec)

woensdag 5 december 2018

Jonge auteurs over Judith Herzberg: 'Zonder meer een van onze grootste dichters' (Taalunie:Bericht)


Gedicht van Judith Herzberg op een muur in Leiden

De bekroning van Judith Herzberg is volkomen terecht, vinden schrijvers van een jongere generatie. Op donderdag 29 november ontving de dichteres de Prijs der Nederlandse Letteren uit handen van koning Willem-Alexander. Ester Naomi Perquin, Jibbe Willems, Lot Vekemans en Fikry El Azzouzi buigen zich over haar vakmanschap.

'Een paar jaar geleden was ik geselecteerd voor het festival Neue Stücke aus Europa in Wiesbaden', herinnert toneelschrijver Jibbe Willems (1977) zich. 'Toen ik door de stad liep en voor een standbeeld bleef staan, tikte iemand me op de schouder. Ik draaide me om. Het was Judith Herzberg. "Hm," zei ze. "Wilhelm I." En onder die woorden klonk, of wilde ik horen, de ellende die zijn bloedlijn in gang zou zetten.'
Dat is precies de kracht van de laureaat van de Prijs der Nederlandse Letteren, beweert hij stellig: 'Die terloopse, onnadrukkelijke zinnen waaronder een wereld van lijden en schuld zit. Ze zijn poëtisch, humoristisch ook, vol overlevingsdrang, maar onder alle oppervlaktes schuilt een immense duisternis.'

Inwendige harde schijf
Willems is bepaald niet de enige bewonderaar. Judith Herzbergspoëzie is niet voor niets breed verkrijgbaar: van haar debuutbundel Zeepost uit 1962 tot de bloemlezing Doen en laten, waar er in een kwart eeuw meer dan 100.000 exemplaren van zijn verkocht. En haar toneelwerk wordt steeds weer opnieuw opgevoerd. Zoals momenteel Kras, waarmee Toneelschuur Producties dertig jaar na de eerste uitvoering in een regie van Paul Knieriem door Nederland toert.
Vele schrijvers van een jongere generatie rekenen zich tot de schare bewonderaars. Dichteres des Vaderlands Ester Naomi Perquin (1980) noemt Herzberg 'zonder meer één van onze grootste dichters'. Zij is, vermoedt ze, 'de dichter die de meeste plaats inneemt op mijn inwendige harde schijf. Bij zoveel gebeurtenissen, gedragingen en stemmingen schieten me zinnen van haar te binnen.' Ze geeft als voorbeeld deze regels uit 'Zoals':

Zoals je soms een kamer ingaat, niet weet waarvoor,
en dan terug moet langs het spoor van je bedoeling,
zoals je zonder tasten snel iets uit de kast pakt
en pas als je het hebt, weet wat het was

'Dat is én talig heel sterk, een hechte constructie van klanken, én het zegt iets dat je nog niet wist', concludeert Perquin. 'Iets over het verschil tussen denken en weten misschien.'

Al decennia relevant
Ook als toneelschrijver is Herzberg 'een van onze belangrijkste auteurs', vindt Willems. 'Alleenal het feit dat ze steeds opnieuw wordt "ontdekt" door een nieuwe generatie  –zoals nu De Theatertroep en Paul Knieriem – bewijst dat zij al decennia relevant weet te zijn, de tijd weet te overstijgen en toch nog iets weet te zeggen over de wereld en de mensen om ons heen. Dat is nastrevenswaardig.'
Ze is voor 'een hele generatie toneelauteurs een inspiratiebron geweest', valt Lot Vekemans (1965) hem bij. 'Ze heeft eind jaren tachtig mijn verlangen naar het schrijven van toneel gevoed, toen ik opvoeringen zag van de monoloog De Caracal, indrukwekkend gespeeld door Marion Brandsma,of Krasin de opvoering van Maatschappij Discordia. Ze deed dat zoals een brandende kaars dat doet. Houd er de lont van een nog niet brandende kaars tegenaan en het vuur wordt twee keer zo hoog.'

Een nachtje komen slapen
Die inspiratie geldt zeker ook Vekemans eigen toneelwerk. 'Herzbergs werk had op een goede manier iets verontrustends. Ik denk doordat ze haar personages in een herkenbare situatie plaatst en hen bijna vluchtige gesprekken laat voeren, die echter steeds meer zicht geven op hun ontspoorde levens. In haar toneelwerk doet leven eigenlijk altijd onbedoeld pijn, haar personages prikken voortdurend onopzettelijk in elkaars wond in een poging hun eigen wond bedekt te houden.'
Dankzij haar bewondering leerde ze Herzberg uiteindelijk zelfs kennen. 'Toen ik in 2004 samen met mijn geliefde een herberg begon, is dat vernoemd naar een gedicht van haar: "Het volle leven".Toen ik daar toestemming voor vroeg en de vergoeding wilde weten, zei ze: "Ze zeiden dat ik maar moest vragen of ik een nachtje mag komen slapen."' Het gedicht staat er nog steeds op de muur in Appelscha:

Het volle leven

Zullen we
zei ze
samen
in een groot bed
in een hotel-
kamer gaan liggen
met pyjama's
aan en
dan de knecht
taart
laten brengen?

Nooit eerlijk
Net als Vekeman kwamen de meeste auteurs al vroeg in aanraking met Herzbergs werk. Voor Perquin is ze zelfs één van de eerste die ze las. 'En misschien wel de meest bepalende, achteraf bekeken', peinst ze. 'Ik was elf, twaalf toen ik gedichten van haar onder ogen kreeg. Ik weet niet eens meer hoe. Misschien hing ze ook op de WC, daar had mijn moeder een handje van, van gedichten op de WC hangen.'
Vooral Herzbergs manier van kijken naar de mens sprak haar aan. 'Vooral dat heel precieze waar ruimte is voor eigenschappen waar grote mensen nooit eerlijk over waren. De donkerte, de narigheid, de eenzaamheid. En de ontroering over ons getob, onze pogingen. Het luchtte mij op dat er iemand was die er van af wist. En het maakte indruk dat iemand een vorm vond om al die dingen te zeggen.'

Jiddisch en Berbers
Maar ook wie Herzberg veel later las, kon niet anders dan onder de indruk zijn. Dat geldt voor Fikry El Azzouzi (1978), die enigszins beschaamd bekent dat hij als jurylid van de Prijs der Nederlandse Letteren het gedichten en toneelstukken aanvankelijk niet kende. 'Maar haar poëzie raakte me. Dat gebeurt niet vaak. Herzbergobserveert, stelt zichzelf op een of andere manier kwetsbaar op. Ik denk dat dat me raakte. Haar gedichten zijn ook grappig, hoopvol, maar soms ook bitter.'
Een gedicht dat hem ontroerde is 'Jiddisch', omdat Herzberg daarin zijn eigen verwaterde relatie met het Berbers lijkt te hebben verwoord:

Verdrietige intieme taal
het spijt me dat je in dit hoofd
verschrompelde.
Het heeft je niet meer nodig
maar het mist je wel.

Alleen het hoogstnodige
Wat steeds terugkomt in de bewondering voor Herzberg is haar taal. Eenvoudig en complex tegelijk. 'Terloops, onnadrukkelijk', zei Willems al. Ook Vekemans roemt de precisie van taal, die haar aan de compositie van een muziekstuk doet denken. 'Alleen het hoogstnodige staat op papier, waardoor de gaten tussen de woorden zichtbaar worden: dat wat niet gezegd kan worden. Dat geeft haar toneelwerk iets pijnlijks. Tegelijk is er ook altijd lichtheid en humor.'
'Wat mij opviel is het persoonlijke, de gewone dingen die ze uit het leven kiest', meent El Azzouzi, 'Haar toneelwerk gaat vaak over banale dingen gaat of ze begint met banale dingen, maar dan blijkt het het over veel meer te gaan. Ze puurt de banaliteit mooi uit zodat het die overstijgt. En uiteindelijk zit alles erin: tragedie, ontroering en humor die een diepere werkelijkheid toont.'

Maar dat eenvoudige?
Alleen Perquin vraagt zich af of je Herzberg taal wel 'eenvoudig' moet noemen. 'Knap is het zeker, maar dat eenvoudige? Daar ben ik nog niet uit. Je moet bedenken dat er definities van de mensheid in haar werk zitten. Gedragsanalyses. Grote ontdekkingen. Waarnemingen van fenomenen die je tot je het las, alleen instinctief hebt gekend. Je kunt dat heel simpel opschrijven, maar daar is niets eenvoudigs aan. Daar zit zó veel vakmanschap in.'
(Eerder gepubliceerd op Taalunie:Bericht, 30 nov)

maandag 3 december 2018

Interview: Walter Jansen van Jansen & De Feijter werd geboycot omdat hij de kleur van Piet ter discussie stelde (Boekblad)

Boycot Jansen & Feijter in Velp! Nadat Walter Jansen vorige week in een open brief had opgeroepen om in gesprek te gaan over de kleur van de pieten bij de lokale intocht, sloeg een lezer in De Gelderlander terug. Jansen maakt zich er niet druk om. Hij heeft geen effect gemerkt van de ingezonden brief.

Hoe was je week?
'Hectisch, maar plezierig. We hadden bijna elke avond een lezing. Dat is niet onze core-business, maar wel belangrijk voor onze beide winkels – naast Jansen & de Feijter in Velp is dat Het Colofon in Arnhem. Zo presenteerden we woensdag een lokaal boek over een rooms-katholieke begraafplaats, dat we mede hebben gemaakt, en kwam vrijdag Paulien Broekema. Daarnaast was het overdag druk in de winkel.'

Niets gemerkt van de boycot dus?
'Ik heb er dagen niet van geslapen. Nee, serieus: daar heb ik niets van gemerkt. Ik heb de man uitgenodigd om langs te komen voor een kopje koffie. Daar heeft hij geen gehoor aan gegeven. Illustratief voor de hele pietendiscussie op dit moment.'

Wat is er precies gebeurd?
'De Gelderlander had een artikel over de intocht in Arnhem die dit jaar heel anders zou zijn – wat overigens uiteindelijk niet doorging. Daarin kwamen organisatoren aan het woord uit de omliggende dorpen. Ook uit Velp. Die zei dat de kleur van piet onveranderlijk was, omdat dat is vastgelegd in de statuten van de stichting Sinterklaas in Velp. Dat was mij en Anneke [de Feijter, md] te absoluut. Dan doe je de discussie op slot. Wij hebben daarop een brief geschreven om te zeggen: kunnen we niet praten over de statuten? Net als Gert-Jan Segers van de ChristenUnie, die dat maandag tot mijn vreugde zei, denken wij: hoe moeilijk kan het zijn om te luisteren als een bepaalde groep moet heeft met een feest? Het plezier wordt er niet minder om als je aanpassingen doet. Tradities moet je in stand houden, maar dat kan alleen door ze flexibel te houden en ze af en toe aan te passen.'

En dat leverde je een oproep tot een boycot op?
'Ach ja. Zodra je hier wat dan ook over zegt, weet je: ik had beter mijn mond kunnen houden. Maar we hebben er geen spijt van.'

Waarom heb je je mond dan niet gehouden?
'Winkeliers moeten zich eigenlijk altijd buiten iedere discussies houden om al hun klanten te vriend te houden, ik weet het. Maar ik vind niet dat dat altijd de doorslag moet geven. Een boekhandel is ook een omgeving waarin je je omgeeft met boeken die schuren; boeken die je in een ongemakkelijke positie brengen door je in het hoofd te laten kruipen van iemand met wie je het niet eens bent. En dat betekent dat je soms moet laten blijken wat die confrontatie met je heeft gedaan. Dit was zo'n moment.'

Waarom was de zwarte pietendiscussie zo'n moment?
'Om verschillende redenen. Als winkelier ben ik medeverantwoordelijk voor de intocht. Bol.com en Zalando betalen die niet, maar wij, de lokale ondernemers. In deze discussie ontkom je er ook niet aan een standpunt in te nemen. Dat begint al met je etalage. Zet ik er een zwarte piet neer, dan krijg ik een opmerking. Zet ik er geen neer, dan krijg ik ook een opmerking. En het is belangrijk dat juist hierover een gesprek plaatsvindt. Dat sluit aan bij wat Beatrice de Graaf zei, die donderdagavond in Arnhem vertelde over haar boek Tegen de terreur: als je stopt met luisteren, begint de oorlog. Zij vreest ook dat deze discussie kan leiden tot geweld. Gelukkig gaan we er in Velp nu over praten. Ik heb met de voorzitter van de winkeliersvereniging afgesproken om het onderwerp in februari te agenderen. Dat lijkt me goed moment. Dan is het stof neergedwarreld.'

Vind je dat meer boekhandelaren hun mening in de pietendiscussie moeten laten horen?
'Iedereen worstelt ermee. Zoals gezegd: dat is onvermijdelijk. Maar niet iedereen zal dat willen. Ik weet nog dat een aantal boekhandelaren, toen Fortuyn opkwam, samen met een aantal uitgevers een pamflet tegen populisme wilde uitbrengen. Toen kreeg ik al uit de branche te horen: wij moeten ons niet met politieke discussies bemoeien. Dat is ook een standpunt. Prima. Iedere boekhandelaar moet het voor zichzelf bepalen.'

Is ondertussen de Sinterklaasdrukte in Velp goed op gang gekomen?
'Zeker. Bij ons begint dat al in oktober. Dan heb je mensen die denken: straks is het druk, laat ik nu maar dingen kopen, dan heb ik het gehad. Maar ook hier komt de echte topdrukte steeds later. Dat heb je pas in de laatste week.'

Verwacht je een goede Sint en Kerst?
'Je bent altijd afhankelijk van het aanbod. Dit jaar is dat mooi breed. Niet alle titels zijn per se bestsellers, maar we hebben in de volle breedte titels die goed aanslaan. En gelukkig zit ik een dorp waar mensen nog altijd naar de lokale boekhandel gaan. Online profiteert juist van deze periode en groeit ook harder, hoor ik iedere keer van LibrisBlz, maar hier valt dat mee. Wel probeer ik de klanten extra te motiveren door een lokale advertentiecampagne met de tekst: "Sint, als uw pieten gaan staken, zullen wij over uw pakjes waken". Vorig jaar kwam de bezorging immers al in de knoop en kwamen sommige pakjes pas op 6 december. Wij leveren juist veel service. Zo gingen we vrijdag ook met een paar dozen naar een bejaardenhuis, zodat mensen daar hun cadeaus konden uitkiezen. Dat levert geen grote verkopen op, maar is – net als de activiteiten – wel belangrijk voor de positie die je lokaal inneemt.'

Gaf Black Friday een mooie impuls?
'Daar hebben we dit jaar voor het eerst aan mee gedaan. Je kunt helaas niets met korting op boeken – ik zag, anders dan de KBb, wel iets in het wetsvoorstel van D66 om lokaal af en toe iets te kunnen doen met de prijs in relatie tot een culturele activiteit. Daarom zochten we het bij de niet-boeken. We hebben een restpartij kekke lampjes ingekocht en gaven korting op cd's, tijdschriften en buitenlandse boeken. Dat liep goed.'

Je denkt niet: wat moet ik met weer zo'n Amerikaanse traditie?
'Integendeel. Het is een redelijk nieuw fenomeen, maar je moet iedere kans aangrijpen om de belangstelling aan te wakkeren. Juist de levendigheid maakt een fysieke boekhandel zo aantrekkelijk. Daarom ben ik ook zo blij met Bookstore Day, waarvan deze week de datum van de volgende editie bekend werd gemaakt. Zo zonde dat er nog ondernemers zijn die er niet aan meedoen, al stijgt het elk jaar.'

En wat ga je vandaag doen?
'Wandelen! Ik doe dat steeds vaker, al lees ik daardoor wel steeds minder – en nee, ik zet geen luisterboek op; in de natuur moet je naar de vogels en de wind luisteren. Op zondag is er altijd ruimte voor een flinke tocht van vijftien tot twintig kilometer. Ik heb het geluk maar het dorp uit te hoeven lopen en in zo'n mooie omgeving uit te komen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 25 nov)

zaterdag 1 december 2018

Interview CEO Michael Tamblyn van Kobo over e-readers en de e-boekmarkt (Boekblad)

Alle mogelijke manieren uitproberen om meer mensen digitaal te laten lezen én bestaande klanten meer te laten lezen. Met die strategie boekt Kobo al jaren wereldwijd een gestage groei, vertelt CEO Michael Tamblyn bij de promotie van een nieuwe e-reader in Amsterdam.

Trots probeert Michael Tamblyn de nieuwe premium e-reader van Kobo te buigen. De Kobo Forma, sinds 23 oktober te koop, heeft een compleet vernieuwde e-inktechnologie. Het scherm zit niet meer gesandwicht tussen twee glasplaten, maar in een dunne laag plastic. En dat geeft het apparaat een zekere mate van flexibiliteit. En duurzaamheid. Tamblyn laat hem nog net niet op de grond vallen om ook te laten zien tegen welke schokken de e-reader bestand is. Zelfs een val van twee meter hoog zou hij moeten overleven.
'Elke nieuwe reader is een benchmark van hoe mensen op dat moment digitaal lezen', zegt de CEO van Kobo. 'Elke nieuwe reader, waar we gemiddeld een jaar of twee aan werken, begint bij de vraag wat onze meest gepassioneerde consumenten wensen. Welke blokkades om meer te lezen ervaren zij? Dat heeft ons in het verleden gebracht tot devices met lampjes die je partner niet langer wakker houden 's nachts. Tot waterbestendige readers, omdat de helft van de klanten dichtbij water leest – in bad, op het strand. Tot de Comfort Light Pro-schermverlichting, die blauw licht filtert zodat je slaap niet wordt aangetast.'
In dit geval was de leidende wens van de lezer: een groter scherm. 'Hoe meer het normale formaat van een hardcover wordt benaderd, hoe gelukkiger lezers zijn. Maar als we het scherm groter zou maken, dreigde de reader zwaarder en fragieler te worden. En dus hebben we a) het hele industriële design van de reader hertekend. Hij is nu asymmetrisch en heeft knoppen op de rug, zodat de Forma toch maar 197 gram weegt. En hebben we b) de e-inktechnologie totaal vernieuwd.'

Tamblyn is echter niet in Nederland om alleen reclame te maken voor het nieuwste product van Kobo. Een nieuwe reader is altijd een goed moment om met journalisten te praten over het belang van readers, digitaal lezen, de e-boekmarkt en de vraag hoe het dochterbedrijf van het Japanse Rakuten daarop inspeelt. De Canadees die ooit de eerste online boekhandel van zijn land oprichtte en sinds 2009 in de Kobo-directie zit, maakt daarom voorafgaand aan de Frankfurter Buchmesse een intensieve toer door Europa.
Hij is blij met de ontwikkeling van het bedrijf. Kobo is eigenlijk de enige van 'de eerste generatie e-boekbedrijven' die als specialist de concurrentiestrijd met giganten uit de techindustrie heeft overleefd. 'Wij namen vanaf het begin aan dat e-boeken een wereldwijde markt zou zijn. Niet een markt, zelfs de Amerikaanse niet, zou groot genoeg zijn voor een lokale kampioen. En: maar een paar bedrijven zouden op die schaal kunnen opereren. Ons zou dat alleen lukken door samen te werken met lokale partijen die hun klanten wilden behouden als zij digitaal zouden gaan lezen.'
De omzet komt nu gelijkelijk verdeeld over de hele wereld: een derde Noord-Amerika, een derde Azië, een derde Europa. 'Aanvankelijk meden we Amerika. Omdat dat het slagveld zou worden tussen Apple, Amazon, Google en Barnes & Noble gingen wij eerst naar Europa, zodat we hier een sterke presentie hadden als deze bedrijven de oversteek zouden wagen. Tegelijk konden we hier ons model perfectioneren, zodat Walmart in Amerika – waarmee sinds de zomer samenwerken – ziet dat  het kan werken voor hen.'
Over de samenwerking in Nederland is Tamblyn vol lof. Niet alleen over het partnerschap met Bol.com (en via Tolino opnieuw met Libris), maar ook over de sterke boekcultuur, de hoge acceptatiegraad van readers en samenwerking met uitgevers. 'Zij zijn werkelijk bereid nieuwe dingen te proberen. Daarom experimenteren we hier met de abonnementenservice Kobo Plus. Met heel goede resultaten trouwens, nu het abonnement de verkoop van losse e-boeken niet blijkt te kannibaliseren.'

Vanaf de oprichting kende Kobo een gestage groei geleid. De kern van dat succes is de strategie om alle mogelijkheden te benutten om én meer lezers te overtuigen ook digitaal te gaan lezen én bestaande klanten meer laten lezen. Daarom ontwikkelt Kobo voortdurend betere devices, maar probeert het ook klanten beter te verleiden om sneller een volgend boek te openen en biedt het nieuwe modellen aan (abonnementen als Kobo Plus) en andere vorm van een titel aan (luisterboeken).
'De aanname was dat e-readers een overgangstechnologie was', zegt Tamblyn over het eerste element. 'In de toekomst zou iedereen op smartphones en tablets lezen. Maar in de praktijk blijkt je telefoon de fysieke verschijningsvorm van je hele digitale leven. Alles wat je moet doen, zit in dat apparaat. Alles wat er gebeurt, is daar te beleven. De telefoon is een hele drukke plek. En boeken zijn juist een ontsnapping van de drukte. Onze premium e-reader verkoopt daarom ook veel beter dan wij zelf dachten.'
Toen het bedrijf in 2013 met de eerste Kobo Aura HD als premium reader kwam, 'dachten dachten we: dit is een nicheproduct; goed voor hooguit 5% van de verkoop. Nu is het, samen met de middelste reader in ons gamma, goed voor de helft van de afzet. De rest is voor ons instapmodel, waarvan in mei ook een nieuwe versie uitkwam: Kobo Clara HD. Maar eigenlijk is het logisch. Als je kiest voor digitaal lezen, wil je de best mogelijke leeservaring. Zoals een muziekliefhebber ook investeert in de beste koptelefoon of een sportliefhebber een tv-scherm koopt dat zo groot is dat hij amper aan zijn muur past.'
Het bedrijf ziet weliswaar het aantal klanten groeien dat leest via de app – dus op een smartphone en laptop. 'Maar de fanatiekste lezers, die minstens een boek per week lezen, prefereren bijna allemaal een e-reader. Tegen ieders verwachtingen in van een jaar of drie, vier geleden, is de readermarkt daarom zeer consistent. In Amerika en Engeland was er in het begin een enorme piek, toen in één jaar iedereen een reader met Kerst kreeg, maar zeker in West-Europa laat de markt een solide jaarlijkse groei zien. Heel fijn.'

Ook probeert Kobo voortdurend een 'betere boekverkoper' te zijn, zoals Tamblyn het noemt. 'Het grootste risico is dat iemand een boek uitleest en dan wat anders gaat doen. Er kan zomaar drie weken overheen gaat voor hij weer gaat lezen. We moeten hem verleiden zoals Netflix zijn gebruikers verleid tot bingewatchen. Dat kan, is onze overtuiging, nooit door een algoritme alleen. Wij investeren daarom ook in getrainde boekverkopers die met behulp van big data dát boek uit de zes miljoen kiest die je wil lezen.'
Of dat lukt, is moeilijk te meten. 'Er zijn wel aanwijzingen. Dat zit in de groei van de backlist. In het begin was de e-boekmarkt gedreven door bestsellers. Die kozen mensen. Nu ontdekken ze veel vaker titels die al ouder zijn, maar wel nieuw voor hen. Ook de groei van selfpublished auteurs is tekenend. Wereldwijd is die nu goed voor 10% van onze e-boekomzet. In sommige markten, zoals de Amerikaanse, is die zelfs 25%. Voor een deel komt dat omdat selfpublished auteurs veel professioneler zijn geworden.'

De groei van Kobo loopt nu parallel met de groei van de e-boekmarkt. Die markt is per definitie beperkt. Niemand gelooft nog dat digitaal papier vervangt. Ook Tamblyn niet. 'Sommige boeken blijf je op papier kopen. Boeken voor kinderen. Boeken om cadeau te geven. Kookboeken. Andere boeken worden in digitale vorm eerder digitale services, zoals reisgidsen wiens functie wordt overgenomen door Tripadvisor. De fanatiekste e-lezers kopen dan ook gemiddeld nog 16 papieren boeken per jaar.'
Hoe groot kan de markt maximaal worden? In Nederland is het nu 7,4%, in Amerika en Engeland is het tussen de 20 en 30%. Dat ziet Tamblyn als de natuurlijke grens om potentieel geïnteresseerden met betere devices of nieuwe businessmodellen over te halen digitaal te gaan lezen. Wie daarboven wil groeien, zal eerdere andere of nieuwe content moeten bieden die als fysiek boek amper of niet bestaan. Denk aan series of korte vormen. Om die reden is Kobo vorig jaar begonnen zelf content te maken.
'Kobo Originals zijn niet begonnen om uitgevers in de weg te zitten', zegt Tamblyn. 'Wij hebben er alleen maar baat bij als het hun goed gaat. Maar hun manier van werken is geoptimaliseerd om een bepaald soort boek te produceren en vermarkten. Kobo Originals zijn daarom een experiment die we ook voor hen doen. Hoe werken series met cliffhangers? Wat is het effect als je ze daarna samenvoegt tot boek? Wat is de ideale prijs? Zeker, wij willen het zelf ook begrijpen. Maar niet om die lessen voor onszelf te houden.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, okt 2018)

zie ook:

donderdag 29 november 2018

Weet waar je koopt. 150 jaar Broekhuis (Boekblad)

Ondanks de gebrekkige archieven van bedrijven in het mkb, zoals boekhandels per definitie zijn, is het zeer te prijzen dat boekhandels ter gelegenheid van een jubileum hun eigen geschiedenis voor het voetlicht plaatsen. Ook uit het jubileumboek van Boekhandel Broekhuis zijn nuttige lessen te trekken.

Al bij het 125-jarig bestaan van boekhandel Broekhuis in 1993 wilde toenmalig eigenaar Gerard van der Maar een boek uitbrengen over de eigen geschiedenis. Ter voorbereiding daarvan plaatste hij maar liefst zeven jaar eerder een advertentie in het Hengelo's Weekblad. Of iemand hem iets kon vertellen over de familie die zijn naam had gegeven aan de iconische Twentse boekhandel. 'Iedereen die iets weet, hoe ogenschijnlijk onbelangrijk het ook moge zijn, wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met Gerard van der Maar.'
Het heeft uiteindelijk een kwart eeuw langer geduurd voor de geschiedenis van Broekhuis is geboekstaafd. Niet meer door Van der Maar, die in 2007 overleed, maar door Joep Scheffer, van 1999 tot en met 2006 medewerker van de boekhandel. Hij memoreert de advertentie in het eerder dit jaar verschenen Een zaak van evenwicht. Honderdvijftig jaar Boekhandel Broekhuis – om er nuchter aan toe te voegen: 'Het levert bitter weinig op'.
Scheffer stuitte op dezelfde grote witte vlekken. Het doen en laten van Egbert Broekhuis en zijn familie is in nevelen gehuld. Wat bekend is van de vroege bedrijfsgeschiedenis zijn enkele data. Broekhuis sr. schreef zich op 7 februari 1868, amper 25 jaar oud, als boekbinder in Hengelo in. Zijn zoons Lambert en Johan werden in 1906 medefirmant, waarna vader in 1927, enkele maanden voor zijn dood, uit het bedrijf stapte. Het archief bevat niet meer dan een paar advertenties, brieven, rekeningen (voor diverse verbouwingen) en een stapeltje kasboeken.
Met name uit de kasboeken valt nog iets af te leiden, zoals Van der Maar deed in zijn Nieuwjaarstoespraak van 1992. Zoon Lambert Broekhuis, zo vertelde hij zijn gehoor, ging in 1889 gemiddeld om de twee maanden naar de kapper. Hij gaf in vier maanden 1,10 gulden uit aan tabak. Hij verloor in december van dat jaar regelmatig met kaarten: 12 cent, 3 cent, 7,5 cent en dat in een tijd waarin de kapper 10 of 15 cent kostte. En enkele dagen na zijn 17e verjaardag ontving hij maar liefst 2,50 gulden van zijn vader. Zo ontstaat toch een vaag beeld van de jonge boekverkoper in opleiding.
Maar een volwaardige bedrijfsgeschiedenis van de eerste tachtig jaar Broekhuis? Die is onmogelijk te vertellen.

Het blijft daarom gissen waarom uitgerekend Broekhuis de eeuwige concurrentiestrijd heeft overleefd. In 1933, somt Scheffer op, telde Hengelo vier boekbinderijen, veertien boekhandels (inclusief speciaalzaken als Muziekboekhandel H.F. van Baaren) en zeven boek- en handelsdrukkerijen. Behalve kantoorvakhandel Höfte en Broekhuis zijn ze allemaal verdwenen. Maar waar dat aan lag? Scheffer noemt Egbert Broekhuis 'een ondernemer pur sang', maar als je eerlijk bent, moet je toegeven dat daar geen bewijs voor is. Ook het aantal personeelsleden zegt zonder context niet veel.
Bovendien: het had gemakkelijk anders kunnen lopen. Direct na de Tweede Wereldoorlog is boekhandel Broekhuis ernstig in het slop geraakt. De kinderloos gebleven broers, inmiddels dik in de zeventig, kunnen niet meer de benodigde energie opbrengen. 'Als iemand komt informeren naar een bestelling gaat één van de broers naar achteren, loopt eenmaal om de inpaktafel heen, vraagt niets, loopt vervolgens weer naar de winkel en vertelt de klant dat de bestelling nog niet binnen is.' Als Cor van der Maar, de vader van Gerard, in 1949 niet had aangeklopt bij Broekhuis, was het net zo roemloos ten onder gegaan als al die andere firma's.
Ook recent had Broekhuis zomaar het loodje kunnen leggen. Scheffer staat uitgebreid stil bij de recente crisisjaren, toen het bedrijf als gevolg van de ontwikkelingen op de educatieve markt gedwongen was de lucratieve verkoop van schoolboeken te staken en het opeens moest hebben van de al jaren verlieslatende algemene boekhandels. En dat in een tijd waarin niemand van de familie de inmiddels ernstig ziek geworden Gerard van der Maar wilde opvolgen. 'De winkel was alleen een visitekaartje', moest huidige eigenaar Kees Schafrat hard constateren. 'Maar leven van een visitekaartje gaat niet.'

Ondanks de gebrekkige archieven van bedrijven in het mkb, zoals boekhandels per definitie zijn, is het toch zeer te prijzen dat boekhandels ter gelegenheid van een jubileum hun eigen geschiedenis voor het voetlicht plaatsen. Het straalt trots uit naar de eigen klantenkring, die zich met de historie van hun boekhandel in handen op een of andere manier opgenomen voelen in iets wat groter is dan zijzelf. Het versterkt zo de campagne waar Schafrat zich de afgelopen jaren sterk voor heeft gemaakt: weet waar je koopt – in Twente dus bij Broekhuis in plaats van bij een anonieme webwinkel.
Minstens zo belangrijk zijn de lessen die er uit de geschiedenis zijn te trekken. Alles is al eens gedaan. Filialen in kleinere plaatsen om Hengelo heen, zoals Haaksbergen, zijn gekomen en gegaan. Uitbreidingen tot in Zwolle zijn overwogen. Er waren verschillende manieren om de studenten en medewerkers van de universiteit te bedienen. De experimenten met eigen uitgaven gaan zelfs al meer dan een eeuw terug. Al die gebeurtenissen kan de huidige eigenaar mee laten wegen om iets wel of niet te doen, maar alleen als ze zwart op wit zijn opgetekend, kunnen ze daadwerkelijk van betekenis zijn.
De belangrijkste van deze lessen is waarschijnlijk dat je altijd de klant centraal moet stellen. Ook bij Broekhuis stuit je herhaaldelijk op directeuren die er bij hun medewerkers op aandringen dat het niet gaat om het boek of de processen, maar om de klant. (Helaas moet ik daarbij aantekenen dat men in Hengelo sommige klanten blijkbaar bijzonderder vindt dan andere. Als een oud-gouvernante van koningin Juliana tussen 1948 en 1966 elk jaar een boek naar prinses Beatrix laat opsturen worden deze cadeau's 'met extra zorg ingepakt', aldus Scheffer.)
Hoe voor de hand liggend ook, steeds opnieuw blijkt die waarschuwing nodig. En dan kom ik weer op de verschillende keren dat Broekhuis langs de rand van de afgrond scheerde. Alleen een winkel die voortdurend innoveert om de klant in een altijd veranderende omgeving te blijven bedienen, kan dat voorkomen. Denk nooit dat je je zaakjes op orde hebt, zoals de families Broekhuis en Van der Maar op een gegeven moment wél lijken te hebben gedacht. Gelukkig beseft Schafrat dat best, ook zonder lezing van Een zaak van evenwicht, blijkens het interview uit Tubantia waarmee het boek besluit.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad Magazine nov 2018)

zaterdag 24 november 2018

Kleine uitgeverijen ongelukkig met opzet Grote Poëzieprijs (Boekblad)

Kleine uitgeverijen zijn niet blij met de invoering van inschrijfgeld voor de Grote Poëzieprijs, de opvolger van de VSB Poëzieprijs voor beste bundel van het jaar. Uitgeverij P, die vorig jaar de meeste bundels inzond, overweegt af te haken.

Om mee te dingen naar de 25.000 euro tellende hoofdprijs moeten uitgevers 75 euro per bundel betalen. Dat is een unicum voor een literaire prijs met een dergelijke reputatie. Aangezien de winst op poëziebundels gering is, is dit bedrag een onoverkomelijke hobbel voor kleine uitgeverijen die in poëzie zijn gespecialiseerd – zoals Uitgeverij P, crU, Poëziecentrum of Het Balanseer. 'Dit zal leiden tot een voorselectie bij uitgevers, waardoor niet elke dichter een eerlijke kans krijgt', voorspelde Carl De Strycker van het Poëziecentrum in De Standaard.
Uitgeverij P, die voor 85% originele poëziebundels publiceert aangevuld met poëziebloemlezingen en -vertalingen en nog nooit de VSB Poëzieprijs in zijn fonds had, zond voor de laatste editie 12 bundels in. Dat zou 900 euro hebben gekost. Voor de komende editie, die bundels bekroont die zijn verschenen tussen 1 september 2017 en 31 december 2018, zou de uitgeverij er 22 kunnen inzenden, meldt uitgever Leo Peeraer per mail. Dat zou hem 1600 euro kosten.
'Onze oplages variëren van 225 tot circa 300 exemplaren per titel, naargelang de bekendheid van de auteur', schrijft Peeraer. 'Als uitgever moet je al een aantal exemplaren aan de wedstrijdjury bezorgen – en er zijn een drietal belangrijke wedstrijden in ons taalgebied! Tel daar een vijfentwintigtal exemplaren aan de recenserende pers en auteursexemplaren bij op, en voor je het goed en wel beseft, is een vierde van de oplage aan wedstrijden, pers en auteur weggeschonken! Daar boven op zou de deelnameprijs per inzending komen: dit loopt toch allemaal de spuigaten uit…'
Na Uitgeverij P namen enkele mainstream literaire uitgeverijen het grootste deel van de in totaal 79 inzendingen voor hun rekening. De Bezige Bij en Querido zonder ieder zeven bundels in, de Arbeiderspers en Atlas Contact ieder zes. Voor een bedrijf als Singel Uitgeverijen, waarin meerdere literaire uitgeverijen zijn verenigd, zou dat neerkomen op bij elkaar 13 bundels – ofwel 975 euro. Geen van de twee betrokken uitgevers noch Singel-directeur Paulien Loerts was tot dusverre bereikbaar om te vertellen wat de mogelijke consequenties hiervan zijn.

De rest van de inzendingen waren gepubliceerd door:
- Poëziecentrum (5 bundels)
- Vrijdag, Nieuw Amsterdam, crU, De Harmonie (3 bundels)
- Van Oorschot, Van Gennep, De Manke God, Wereldbibliotheek, Meulenhoff (2 bundels)
- Lipari, In de Knipscheer, Aspekt, Cour de culture, Hoogland & van Klaveren, Leopold, Prometheus, Karaat, Polis, Podium, Demer, het balanseer, Marmer, Gottmer (1 bundel).

Daar staat tegenover dat de Grote Poëzieprijs als eerste belangrijke literaire prijs ook uitgaven in eigen beheer in aanmerking laat komen – mits ze een ISBN hebben en zijn verschenen in een oplage van minimaal honderd exemplaren. De organisatie heeft hiertoe besloten 'omdat we denken dat mensen sneller dan vroeger geneigd zijn om bundels in eigen beheer uit te geven. We willen een breed beeld kunnen geven van het poëzielandschap met alle ontwikkelingen daarbinnen, inhoudelijk maar ook wat de publicatiepraktijk betreft', verklaarde Jan Coerwinkel van Poetry International in De Standaard.
De Grote Poëzieprijs wordt mogelijk gemaakt door financiële bijdragen van een aantal fondsen en stichtingen – inclusief het VSBFonds. Het streven is om de prijs de komende jaren uit te laten groeien tot De Grote Poëzieprijzen, een groots en veelzijdig jaarlijks evenement dat prijzen uitreikt voor de beste Nederlandstalige bundel, maar ook voor het beste poëziedebuut, het beste gedicht en de beste Spoken Word act of artiest in het taalgebied, in combinatie met een publieks- en jongerenprijs.
Joost Baars won begin dit jaar de laatste VSB Poëzieprijs. Wie zijn opvolger wordt blijkt op 16 juni tijdens de vijftigste Poetry International in Rotterdam. Op 27 november aanstaande wordt bekend gemaakt wie in de jury zetelen. Deze groep maakt de vijf nominaties op 6 februari bekend. Dat gebeurt, op de laatste dag van de Poëzieweek, tijdens de uitreiking van de tiende Turing Gedichtenwedstrijd. In de maanden tot aan de uitreiking vinden verschillende poëziepresentaties en educatieve programma's plaats.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad, 19 nov)

woensdag 21 november 2018

Interview Jean-Marc van Tol: 'Auteurs en uitgevers krijgen te weinig' (Bibliotheekblad)

Waarom zou een striptekenaar ook geen roman kunnen schrijven? Jean-Marc van Tol – die de bibliotheek als een verouderd concept beschouwt – schroefde het aantal Fokke & Sukke-cartoons terug om ruimte te maken voor zijn oude liefde: historisch onderzoek. Het resultaat is de roman Musch die je geraffineerd doet geloven dat de geschiedenis precies zo is gelopen als hij schetst.

Als het interview is afgelopen, wordt Jean-Marc van Tol zo ongeduldig als een kind wiens verjaardag bijna is aangebroken. Hij heeft anderhalf uur honderduit gepraat over zijn debuutroman, de openbare bibliotheek en het 25-jarig jubileum van de Fokke & Sukke-cartoon. Maar opeens dringt tot hem door waarom hij bij het Nationaal Archief in Den Haag wilde afspreken: om verder te gaan aan zijn onderzoek. 'Er liggen hier documenten op me te wachten waar al meer dan honderd jaar niemand naar heeft gekeken. O man!'
Door het succes van Musch, het eerste deel van een trilogie over Johan de Witt, heeft Van Tol alleen maar meer zin gekregen om eraan verder te werken. 'De boekenwereld is nog al van de stammen en bloedgroepen', had hij eerder verteld. 'Ik had geen idee hoe die zou reageren als ik, bekend van Fokke & Sukke, met een historische roman kwam. Maar de reactie is me honderd procent meegevallen. Ik kreeg erg veel positieve recensies. En na vijf maanden zijn er bijna 10.000 exemplaren verkocht. Dat had ik nooit verwacht.'
Van Tol omschrijft Muschals 'historische fictie voor mannen'. Anders dan in de historische romans van bijvoorbeeld Simone van der Vlugt vertelt hij geen liefdesverhaal, maar beschrijft hij de keiharde, gewelddadige machtsstrijd tussen prins Willem II en de regenten in 1650 die de opkomst van toekomstige raadspensionaris Johan de Witt markeerde. 'Het succes kun je denk ik ook verklaren doordat er weinig van dat soort boeken zijn. Robert Harris, Jan van Aken, Hilary Mantel en dat is het dan. Muschvult een gat.'
Hij kan daarom ook die ene 'flauwe' recensie van De Groene Amsterdammer plaatsen. 'Deze criticus vond de taal niet zo literair. Dat klopt. Ik vertel de geschiedenis na, aan de hand van echte en verzonnen contemporaine bronnen – brieven, dagboeken, memoires –, voor mannen tussen de dertig en vijftig die niet veel lezen. Mannen als mijn broertje, die ik voor ogen heb gehad. Dan moet je geen ingewikkelde metaforen gebruiken, maar zó schrijven dat je gemakkelijk doorheen kan. Een tip die ik trouwens van Simone van der Vlugt kreeg.'

Om de ontstaansgeschiedenis van Muschte vertellen, gaat Van Tol terug tot 2011. Fokke & Sukke bevond zich op het toppunt van populariteit. Ieder medium, organisatie of particulier wilde een cartoon van de eend en de kanarie. Als tekenaar van het driemanschap dat de grappen bedacht had hij zes dagen per week zes deadlines per dag. Moest hij doorgaan tot hij een burn-out kreeg? Moest hij een studio worden en, als een Walt Disney of een Willy Vandersteen, zijn identiteit verkopen?
Geen van beiden natuurlijk. 'Ik voelde een grote behoefte om dingen voor mezelf te doen, zoals ook Bastiaan [Geleijnse] en John [Reid] altijd dingen ernaast hebben gedaan. Dat we de keuze hadden om ook het aantal opdrachtgevers drastisch te verminderen, voelde als een soort inzicht. De strips voor De Wereld Draait Door bijvoorbeeld: we hadden dat vijf jaar gedaan, heel leuk en eervol, maar ik was er zó klaar mee. Waarom zouden we daarmee doorgaan? Voor het geld? Dat is eigenlijk geen goede reden.'
Sindsdien staan Fokke & Sukke alleen nog in NRC Handelsblad, dat eind september het 25-jarig jubileum groots vierde met een speciale editie van de krant waarin alle afbeeldingen waren ingevuld door cartoons, en de vakbladen van uitgeverij Rendement. Slechts heel af en toe maakt het driemanschap nog een uitzondering, als het voorstel aansluit bij hun persoonlijke voorkeuren. 'Ik vroeg me wel af of Fokke & Sukke als merk zou verdwijnen. Maar dat is niet gebeurd. De fanbase is groot genoeg.'
Tegen deze achtergrond kon Van Tol het jubileum ontspannen vieren. 'Voor mij is 25 jaar geen mijlpaal. Ik vind het gewoon leuk om met z'n drieën grappen te verzinnen. Het is fijn dat anderen dat leuk blijven vinden. Op zo'n dag waarop we de speciale krant maakten, voel je echt hoezeer er van je gehouden wordt. Maar het leukst blijft om de grappen te verzinnen. Omdat het iedere keer weer spannend en verrassend is te bedenken welk onderwerp je neemt en welke grap je erover kunt maken, zie ik ons er ook nog lang meer doorgaan.'

Zeven jaar geleden begon Van Tol dus te zoeken naar een invulling van de vrijgekomen tijd. Hij probeerde van alles, waaronder het maken van een documentaire. Toen realiseerde hij zich hoe fijn hij schrijven vond en hoezeer je alleen dan echt kunt maken wat je zelf wil – zeker als je zoals hij met uitgeverij Catullus je eigen werk publiceert. Daarna werkte hij aan verschillende boeken die hij allemaal opgaf. Pas toen hij een vak uit zijn studietijd herinnerde, vond hij zijn onderwerp.
'En bijna niemand die ik erover vertelde, kende dat geweldige verhaal van Willem II en de mislukte belegering van Amsterdam', vertelt hij. 'Het mooie was dat ik daarbij onderzoek in archieven kon doen, wat ik destijds ook zo heerlijk vond. Het duurde wel even voor ik mijn vorm had gevonden. Dankzij Game of Thrones, dat ik met mijn zoon keek. Daarin wisselt niet alleen per scene de verhaallijn, maar ook de art direction. Toen dacht ik: ik kan al mijn bronnen integraal opnemen – met ieder zijn eigen toon.'
Zo kreeg hij het beoogde effect: dat je als lezer denkt dat de geschiedenis precies zo schandelijk is verlopen als Van Tol schrijft, inclusief vergiftiging en pedofilie. 'Ik heb van alles verzonnen, maar bleef steeds zo dicht mogelijk bij de bronnen. Zo ís er een dagboek van graaf Willem Frederik. Alleen: het jaar 1650 ontbreekt. Omdat we door andere bronnen weten wanneer hij waar was, heb ik zinnen uit de rest van het dagboeken genomen en die – ingevuld met nieuwe feiten – in "mijn" jaar geplaatst. Echter kan het niet lijken.'

Het werk aan Muschbracht Van Tol ook naar de nabijgelegen KB. Waarschijnlijk is dat de enige bibliotheek die hij de afgelopen vijf jaar van binnen heeft gezien. 'Daarvoor kwam ik vaak in de openbare bibliotheek bij mij om de hoek in Soest. Met mijn zoon: de bibliotheek hoorde bij de opvoeding. Met mijn vrouw, die veel leest. Maar tegenwoordig? Ik koop alles digitaal. Wat ik zoek aan 19e eeuwse geschiedenisboeken heeft de bibliotheek ook niet. En dat filiaal om de hoek is een van de twee in Soest die zijn gesloten.'
Ook van de digitale bibliotheek maakt hij geen gebruik. Waarom zou hij? Het aanbod, het gemak en de functionaliteiten van de online bibliotheek haalt het niet bij dat van concurrenten als Bol.com en Amazon. 'Als geld er niet echt meer toe doet, kies je toch voor gemak', zegt hij. 'Als uitgever heb ik trouwens ook nooit toestemming gegeven om Fokke & Sukke digitaal beschikbaar te stellen via de bibliotheek. De deal die daarvoor is gesloten vind ik belachelijk. Ook het nieuwe convenant. Auteurs en uitgevers krijgen te weinig.'
Door deze ervaringen beschouwt hij de bibliotheek als een verouderd concept. Ooit was de instelling er voor iedereen, nu feitelijk alleen voor jonge kinderen die al dan niet via school tot lezen moeten worden gebracht, en ouderen met te veel vrije tijd. De nieuwe functies die de bibliotheek heeft gekregen, zoals ontmoeting en debat, versnellen eerder de erosie van de uitleenfunctie, denkt hij. 'Er zijn andere plekken om elkaar te ontmoeten. En echt debat is er niet, omdat alleen de witte, hoogopgeleide elite erop af komt.'
Misschien kan er van onderaf ooit iets nieuws komen. Van Tol is vol lof over bibliotheek­medewerkers. Dat vindt hij pas mensen met hart voor de zaak. 'De bibliotheek is voor hen niet zomaar een baantje, maar een roeping. En omdat echte verandering niet komt door "transities" en "cultuuromslagen" van bovenaf, maar van onderaf bij mensen gewoon met iets nieuws beginnen, is het goed denkbaar dat juist deze gewone bibliotheekmedewerkers een bibliotheek scheppen die echt een nieuwe maatschappelijke betekenis kan krijgen.'

In verlengde van zijn klachten over de openbare bibliotheek als gebruiker, is de instelling ook voor hem als leverancier minder relevant dan tien jaar geleden. 'De inkoop is sterk afgenomen. Van het Fokke & Sukke-jaarboek Het afzien van...worden maar  tweehonderd exemplaren ingekocht. Van andere uitgaven nog minder. En ook al zijn strips populair, wat ik aan leengeld krijg is heel weinig. Een paar honderd euro. Al kan ik onmogelijk het aantal uitleningen controleren bij de schimmige organisaties als Lira en Pictoright.'
Evenmin geeft hij nog lezingen in de bibliotheek. 'Ik heb dat veel gedaan. Ik vind het ook superleuk: voor een klein publiek vertellen wat ik interessant vind. Maar ik kan de tijd en energie niet meer opbrengen om soms uren te reizen. Ik heb het ook niet, als andere auteurs, nodig als aanvulling op mijn inkomen. Dan besteed ik mijn tijd liever aan andere dingen. Ik moet elke dag grappen voor Fokke & Sukke verzinnen en probeer iedere week wel een keer naar het Nationaal Archief te komen om onderzoek te doen.'
Dus – zo wil Van Tol maar zeggen – als hij nu naar de documenten mag die boven klaar liggen: héél graag.
(Eerder verschenen in Bibliotheekblad)

dinsdag 20 november 2018

Nederlands Letterenfonds richt zich op Engelse markt in 2020 (Boekblad)

Het Nederlands Letterenfonds richt zich op de promotie van de Nederlandse literatuur op de Engelse markt in 2020. De campagne is dit najaar gestart met fellowships voor Britse en Amerikaanse uitgevers. De tweede daarvan, gericht op non-fictie, was deze week.

De focus op de Engelse markt volgt op de aandacht voor Duitsland (met het gastlandschap op de Frankfurter Buchmesse van 2016) en Frankrijk (de campagne Phares du Nord, die momenteel loopt). 'De afgelopen tien jaar hebben we ons gericht op emerging markets als Brazilië, China en de Arabische wereld', vertelt Bas Pauw van het fonds. 'Daarna zijn we teruggekeerd naar de grote Europese thuismarkten. Engeland is daarbij een moeilijke, maar zeer belangrijke markt omdat onze auteurs daar in potentie een heel groot publiek kunnen aanboren. Engeland biedt een heel prominent podium in de internationale republiek der letteren.'
Daar komt bij dat het Letterenfonds gelooft dat er momentum is voor de Nederlandse literatuur in Engeland. Pauw wijst daarvoor naar Pushkin Press. 'Zij hebben veel succes gehad met hun vertalingen van Tonke Dragt en Gerard Reve. Na De avonden zijn nu ook Werther Nieland en De ondergang van de familie Boslowits vertaald. Beide novellen verschenen eerder deze maand onder de titel Childhood. Van Willem Frederik Hermans hebben zij in juli Het behouden huis gepubliceerd. Het is heel bijzonder dat zulke literaire klassiekers nu ook doordringen in het Engels. Dat was altijd heel moeilijk.'
De campagne kent drie fases. In de eerste fases richt het fonds zich op de uitgevers door fellowships te organiseren rond fictie, non-fictie, poëzie en kinder- en jeugdliteratuur. Het eerste vond plaats in september, het tweede deze week. Tien redacteuren en uitgevers van bedrijven als Profile Books, Verso, 4th Estate en Penguin Press gingen op bezoek bij een reeks uitgeverijen, Athenaeum Boekhandel en spraken met Engelse vertalers zoals David Colmer. Ook waren er speeddates met uitgeverijen en het Vlaams Fonds voor de Letteren. In december volgt het derde fellowship, begin volgend jaar het vierde.
Pauw: 'Het idee is om hiermee een piek te creëren van vertalingen in 2020. Het is nog te vroeg om te zeggen hoe groot die piek wordt, maar het eerste fellowship was in dit opzicht zeker een succes. De toen aanwezige uitgeverijen zeiden bij het uitgeven van titels die ze al hebben aangekocht, rekening te houden met onze campagne. Zij zien die als een belangrijke ondersteuning van hun promotiecampagne. Dat is natuurlijk precies onze bedoeling. Het gaat daarbij onder andere om titels van Tommy Wieringa, Jan Brokken, Pieter Waterdrinker. '
In de tweede fase wil het Letterenfonds in samenwerking met Britse festivals Nederlandse auteurs daar promoten. 'Engeland kent een rijke festivalcultuur. Het Edinburgh Book Festival is het bekendste, maar er zijn er veel meer: in Manchester, Birmingham, een festival voor jeugdliteratuur in Bath, Brighton, Liverpool. We gaan festivals gericht benaderen met auteurs van wie nieuw werk verschijnt. We willen in Edinburgh volgend jaar dan beginnen, maar het zwaartepunt ligt in 2020. Met name in mei en oktober, als de meeste festivals plaatsvinden.'
In de derde fase zal het Letterenfonds de Britse boekhandel, pers en lezers rechtstreeks bewerken. Hoe kan Pauw nu nog niet zeggen. 'We hebben daarvoor een Britse partner gevonden, die ons zal helpen bij het werven van een pr-agent en het opzetten van de juiste strategie. In Duitsland heeft bijvoorbeeld een etalagewedstrijd onder boekhandelaren goed gefunctioneerd, maar Engeland werkt weer anders. Veel festivals hebben bijvoorbeeld vaste relaties met lokale boekhandels. Misschien kunnen we daar eerder iets mee doen.'
In een later stadium wil het Letterenfonds de campagne mogelijk overbrengen naar de VS. Dat zal deels afhangen van het succes in Groot-Brittannië. In eerste instantie gaat de aandacht uit naar een geïntegreerd programma om de Nederlandse jeugdcultuur in de Verenigde Staten te promoten, dat het Letterenfonds met het Fonds Podiumkunsten en het Filmfonds opzet. 'De Nederlandse jeugdcultuur staat internationaal in hoog aanzien – eigenzinnig, creatief, met aandacht voor de leefwereld van het kind. We willen die daarom graag in samenhang presenteren. Dat kan ook goed. Denk alleen al aan de goede verfilmingen van jeugdboeken die zijn gemaakt, zoals van werk van Sjoerd Kuyper. We werken daarvoor samen met een aantal festivals aan de Amerikaanse oostkust.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 16 nov)