vrijdag 14 december 2018

Wandelboekenuitgeverij Gagarandeerd Onregelmatig wandelt wekelijks met de doelgroep (Boekblad)

Drie keer per week trekken de uitgevers van Gegarandeerd Onregelmatig erop uit met de gebruikers van hun wandelgidsen. Leuk. En noodzakelijk om het grote doel te bereiken: break-even in 2018.

De website van Gegarandeerd Onregelmatig laat er geen misverstand over bestaan. Niemand mag zich meer dan één keer per maand inschrijven voor de wandelingen die de uitgeverij van wandelgidsen organiseert. De uitgevers lopen gemiddeld drie keer per week met een groep van acht tot tien mensen verspreid door heel Nederland hun eigen routes. Maar deze evenementen zijn zo populair dat er een grens moet worden getrokken.
'We moeten onze routes controleren', vertelt Maarten Metz. 'En dus deden we een keer een oproep: wie wil er met ons meelopen? Wij dachten toen nog: wat bijzonder dat mensen dat inderdaad willen. Maar ze vertelden het door, "meelopen met de uitgever" werd al snel populair. Als we nu de nieuwe wandelingen in de nieuwsbrief aankondigen, zijn de meeste binnen een dag vol. We zouden makkelijk meer mensen mee kunnen nemen, maar met grotere groepen wordt je te veel een reisleider. En je gaat trager. De een moet plassen, de ander wil een informatiebord lezer. En wat als iedereen apart zijn koffie gaat afrekenen?'
Op jaarbasis lopen een kleine vierhonderd verschillende mensen ten minste één keer mee. Bijna altijd zijn dat vrouwen van boven de zestig. 'Zij hebben de tijd en vinden zoiets gezellig', vertelt mede-uitgever Lourens Vellinga. 'Sommigen zitten er twee uur voor in de trein, ze maken er een dagje uit van. We eindigen ook altijd in een café. Ze vinden bij ons gelijkgestemden, maar wandelen ook graag samen omdat ze navigeren lastig vinden of niet alleen het bos in durven.'

Gegarandeerd Onregelmatig geeft al sinds 1990 wandelgidsen uit. Lange tijd was het een hobby naast Metz' werk als grafisch vormgever. Maar toen in 2007 De mooiste bergwandelingen van Nederland mede door de intrigerende titel een onverwacht groot succes was, begon langzaam het idee te rijzen om het serieuzer aan te pakken. Oók omdat andere uitgevers, onder invloed van gratis routes op internet, steeds minder wandelgidsen maakten.
In 2014 waagden Metz en zijn compagnons Bart van der Mark en Vellinga de sprong om van Gegarandeerd Onregelmatig een normaal renderende uitgeverij te maken. Ze stopten met acquisitie van nieuwe klanten voor hun ontwerpbureau, ze doen sindsdien alleen nog het werk dat vanzelf naar hen toe kwam. Zo veel mogelijk energie ging naar het bereiken van het gestelde doel om binnen vier jaar break-even te draaien.
Het 'meelopen met de uitgever' is daarbij meer dan een leuk uitje om even het kantoor in Velp te kunnen verlaten. 'Want naast het controleren van de routes en het maken van foto's van onze eigen gidsen – mét wandelaars erop, zodat ze lezers sneller verleiden de routes ook te gaan lopen – worden de meelopers enthousiaste ambassadeurs voor ons fonds', vertelt Metz. 'De meelopers zijn onze fanclub. Zíj vertellen over de gidsen en geven ze vaak cadeau.'
De wandelaars moeten zo veel mogelijk rechtstreeks worden bereikt. 'Ik denk dat maar zo'n 20% van de boekhandels ons werk heeft liggen', zegt Vellinga. 'Voor de rest zijn we te klein. Of niet relevant, omdat we geen gidsen voor hun regio in ons fonds hebben. En dan nog zijn het maar kleine boekjes. Als die in de kast staan vallen ze amper op en worden ze eigenlijk alleen verkocht aan mensen die heel gericht naar een bepaalde uitgave op zoek zijn.'
Er is wel een systeem met gouden en zilveren boekhandels. De acht gouden boekhandels in Nederland krijgen van iedere gids twee exemplaren gratis, de zestig zilveren boekhandels één exemplaar – op voorwaarde dat ieder verkocht exemplaar wordt nabesteld. Dat heeft ertoe geleid dat grote boekhandels als Broese (Utrecht) en Waanders (Zwolle) die zich ruime een collectie reisgidsen kunnen veroorloven, één hele plank voor het Gagarandeerd Onregelmatig-fonds heeft.
Toch zet dat onvoldoende zoden aan de dijk. 'Daarom ook doen we veel moeite om het aantal abonnees van de nieuwsbrief te verhogen', aldus Vellinga. 'Iedere maand verloten we ons volledige leverbare fonds – nu veertig titels, ter waarde van 622,90 euro  – onder nieuwe inschrijvers.'

De strategie werkt voor de uitgever van de Wandelroute van het jaar 2018. Het aantal verkochte exemplaren is gestegen naar 25.000 per jaar. In de zomer van 2017 ging het 100.000e exemplaar over de toonbank – een feit dat dit jaar nog eens is gevierd met de uitgave Alle 13 goed, een 'best of' die iedereen gratis krijgt bij besteding van ten minste 20 euro op de webshop van Gegarandeerd Onregelmatig. Vorig jaar was nog verlieslatend, maar het break-evenpunt is in zicht.
De belangrijkste concurrentie komt van internet. Andere uitgevers brengen amper nog wandelgidsen op de markt. Alleen het wandelnetwerk NIVON doet dat nog structureel. Daarnaast hebben bijvoorbeeld reisgidsuitgevers incidenteel een wandelgids. Ook uit het buitenland waait zo nu en dan iets over. De ANWB, die wel alle gidsen van Gegarandeerd Onregelmatig op de plank heeft staan, is na een korte opleving eerder dit decennium alweer zo'n 2,5 jaar geleden gestopt met uitgeven van wandelgidsen.
'Maar op internet zijn ontelbare gratis routes te downloaden', zegt Metz. 'Daar kun je niet mee concurreren. Sterker: onze routes zijn óók gratis te downloaden. Voor een deel als service naar de kopers van onze gidsen, omdat routes na een half jaar al niet meer kunnen kloppen. Er is een hek neergezet, een landgoed gaat dicht, er is een nieuw paadje gelegd etcetera. We werken daarbij samen met wandelzoekpagina.nl, dat jaarlijks een miljoen bezoekers trekt.'
Gegarandeerd Onregelmatig moet het dan ook niet hebben van de routes zelf – net zomin als kookboekuitgevers boeken verkopen dankzij sec de recepten. De gidsen bieden altijd méér: extra informatie, sfeer. De uitgaven moeten ware cadeautjes zijn – om te hebben of om te geven. Vellinga: 'Daarom is het juist goed dat veel vrouwen met ons meelopen. Voor hen is een wandeling vaker een uitje. Mannen willen eerder lopen; kilometers maken.'

Om deze reden richt Gegarandeerd Onregelmatig zich ook het liefst op het uitgeven van themagidsen. De mooiste wandelingen in Salland of Midden-Brabant? Daar is weinig onderscheidend aan. Maar de mooiste vinexwandelingen? Campuswandelingen op de terreinen van Nederlandse universiteiten? Of wandelingen in de geest van Jac. P. Thijsse, langs de Verkadeplaatjes van weleer? Alleen de titels doen al vermoeden: die uitgaven bevatten meer dan routes alleen.
'Het zijn ook de uitgaven die we zelf het liefste maken', zegt Vellinga. 'Helaas verkopen themagidsen toch minder goed. Dat komt omdat boekhandels in bijvoorbeeld Salland bij een gids over Salland denken: doe er maar tien, daar leg ik een stapel van neer. Terwijl in een gids Campuswandelingen maar één route in de buurt van de boekhandel is. Dan zeggen ze: vooruit, we nemen er eentje. Die vervolgens, in de kast in plaats van op een tafel, niet opvalt.'
Ook zijn de uitgevers bij de ontwikkeling van dergelijke gidsen afhankelijk van auteurs. Zij zijn niet in een positie om opdrachten te verstrekken. 'De opbrengsten voor auteurs zijn minimaal. Je kunt er hooguit een nieuwe wandeljas of gps van kopen, terwijl er wel veel tijd in gaat zitten. De auteurs zijn ook vaak 65-plussers die financieel vrij zijn en genoeg tijd hebben, maar nog genoeg dadendrang hebben. Wij volgen daarom vooral hun ideeën.'
Gelukkig levert dat nog steeds voldoende mooie uitgaven op. En evenzoveel redenen om er met lezers op uit te trekken.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, okt 2018)

woensdag 12 december 2018

Interview Mizzi van der Pluijm en Dimitri Verhulst over de schrijverscoöperatie van uitgeverij Pluim (Boekblad)

Tien maanden bestaat uitgeverij Pluijm nu. Met het oprichten van een schrijverscoöperatie, die voor een deel eigenaar van het bedrijf wordt, krijg de uitgeverij steeds meer vorm. Uitgever Mizzi van der Pluijm en co-voorzitter Dimitri Verhulst van de coöperatie lichtten toe waarom de eerste samenkomst van de schrijvers zo veel belofte voor de toekomst inhoudt.

Eerst was daar uitgeverij Pluim. Toen het niet gelukt was om Atlas Contact te kopen van VBK startten Mizzi van der Pluijm en Rianne Blaakmeer met hulp van drie financiers per 1 januari een eigen bedrijf. Vanuit een steeg van het Amsterdamse centrum gaven zij inmiddels zes titels uit, zoals Ik, J. Kessels van P.F. Thomése en De overblijfvader van Henk Rijks. Maar zij waren vooral druk met het opzetten van Pluim. Zij werken daarbij nauw samen met twee andere spraakmakende jonge uitgeverijen: Das Mag en De Correspondent.
En sinds 4 oktober is er Schrijverscoöoperatie Pluim, aan wie Van der Pluijm 4,99 % van haar eigen aandelen heeft gegeven. Wie lid kan worden, zullen de schrijvers de komende maanden zelf uitmaken. De 37 auteurs die een boek bij de uitgeverij hebben uitgegeven of hebben afgesproken om hun eerstvolgende boek bij Pluim onder te brengen, stellen in onderling overleg de reglementen vast. Dimitri Verhulst en Lieke Marsman zitten het bonte gezelschap van jonge en gevestigde auteurs voorlopig voor.
'We willen het maximaal democratisch aanpakken', zegt Verhulst. 'We wilden niemand reglementen in de maag stampen. Daarom hebben we iedereen na de eerste bijeenkomst op 18 oktober naar huis gestuurd met een aantal denkoefeningen. Achter de vraag wie kan er lid kan worden, liggen bijvoorbeeld vragen als: Moet je een boek uitgegeven hebben? En volstaat het dan om één boek uit te geven? Mogen buitenlandse auteurs lid zijn? In december beslissen we wat de antwoorden zijn.'

Hoe waren de eerste tien maanden van uitgeverij Pluim?
Van der Pluijm: 'Daar kijk ik nog niet op terug. Ik zit midden in de opbouw. De uitgeverij is nog niet helemaal af: kijk naar wat er nog gedaan moet worden voor de schrijverscoöperatie. En we zijn met een klein team. We geven dit jaar daarom acht titels uit, waaronder een specialvan Jaap Scholten, samen met AFdH, en een boekje voor Nachoem M. Wijnberg ter gelegenheid van de uitreiking van de P.C. Hooftprijs aan hem. Dat aantal groeit volgend jaar naar twintig en daarna naar het beoogde maximum van vijfentwintig. We willen alle titels wel de aandacht geven die ze verdienen, zodat ze een jaar in plaats van een paar weken in leven blijven. We hebben er ook veel ideeën voor. Maar dat kost veel tijd.'
Verhulst: 'De intentie was bij het begin: minder uitgeven, maar die titels beter uitgeven. Onder meer om die reden hebben schrijvers zich aangesloten bij Pluim. Veel schrijvers leiden onder de beperkte levensduur van een boek. Ooit werd gezegd dat het drie maanden was, ik vrees dat het nu veel minder is.'
Van der Pluijm: 'Op zes weken wordt het gemiddelde tegenwoordig geschat. Precies daarom zie je dat er steeds meer kleine, onafhankelijke uitgeverijen in de Bestseller 60 staan. Zij zijn in de gelegenheid om hun uitgaven wél aandacht te geven. Dat betaalt zich uit.'

Je had de kans om alles opnieuw uit te denken. Waar leidde dat toe?
Van der Pluijm: 'Eigenlijk vind ik het ook te vroeg om die vraag te beantwoorden. Wat zijn tien maanden? Wel hebben we een aantal belangrijke keuzes gemaakt. We hebben, samen met Das Mag, een eigen vertegenwoordiger voor Vlaanderen, en maken dus geen gebruik van een kantoor dat honderden boeken per jaar moet doen. We hebben de royaltystaffel aangepast, zodat bestsellerschrijvers aan het eind op hetzelfde uitkomen, maar dat beginnende schrijvers en schrijvers in het middensegment – door een verhoging van 50% van de basisroyalty – worden gesteund. We maken aparte brochures per titel, waarin een nieuw boek ook in een oeuvre wordt geplaatst om te laten zien wie de schrijver is. Ik noem dat allemaal niet wereldschokkend, maar het zijn wel kleine stappen richting iets nieuws. Ik hoop juist dat, als de uitgeverij is opgezet, we samen met Das Mag kunnen denken over de volgende innovaties. Nee, ik ga niet toeteren over wat ik gá doen. Je moet het eerst doen.'

Heb je veel geleerd van Das Mag?
Van der Pluijm: 'Heel veel. Omdat Daniël van der Meer en Toine Donk wisten hoe je een bedrijf moest opzetten. Ik niet. Ik heb geleerd van hen hoe je met een groep mensen een beperkt aantal titels brengt. Of hoe goed deze tijd is voor een start-up dankzij alle technische mogelijkheden. Je hoeft niet langer systemen aan te schaffen om het proces in je uitgeverij in kaart te brengen of je productie te stroomlijnen.'

Probeer je ook meer nadruk te leggen op de redactie, zoals je in het voorjaar in een opiniestuk schreef en onlangs nog in een interview vertelde?
Van der Pluijm: 'Dat beeld wil ik graag rechtzetten. Ik vind dat het in het gesprék over het boekenvak te veel nadruk ligt op de commerciële kant en te weinig op de redactionele kant. Dat Rianne en ik Pluim samen hebben opgezet, geeft aan dat we ook de commercie belangrijk vinden. Een uitgever moet natuurlijk proberen zo veel mogelijk exemplaren van een boek te verkopen als mogelijk is. De media moet alleen het blijvende belang van redactie niet onderschatten.'

En dan nu een schrijverscoöperatie. Waarom?
Van der Pluim: 'Omdat schrijvers de basis en de ziel van het bedrijf zijn. Zij verdienen het om de gelegenheid te krijgen mee te spreken over het beleid en de toekomst van de uitgeverij waar zij al hun werk onderbrengen. Om dat concreet te maken hebben we deze coöperatie opgericht. Ook maken we met de coöperatie duidelijk waar wij staan. Dat ons uitgangspunt echt is dat de schrijver centraal staat – en niet alleen maar een gemakkelijk gedane uitspraak, die je immers vaker hoort.'

De traditionele redenering is: uitgevers hebben het ondernemersrisico door teksten te exploiteren, schrijvers zijn leveranciers van de grondstof. Waarom volgt Pluim die gedachte niet meer?
Van der Pluijm: 'Ik vind dat een paternalistisch uitgangspunt. Door de technologische veranderingen gaat het ook niet meer op. Schrijvers zijn veel meer ondernemers geworden die niet langer afhankelijk zijn van een uitgeverij om hun werk te verspreiden.'
Verhulst: 'Ik ben het niet eens met de bewering dat schrijvers alleen leverancier van de grondstof zijn. Schrijvers zijn bijvoorbeeld ook lezers, die bekommerd zijn om de literatuur in het algemeen en daarom graag willen meedenken over hoe een uitgeverij zich daarvoor inzet.'
Van der Pluijm: 'Inderdaad. Dat meedenken is ook een vorm waarin een schrijver een bijdrage levert aan een uitgeverij. Meedenken met en onderdeel zijn van.'

Is een aandeel van 5% groot genoeg om te kunnen meedenken?
Van der Pluijm: 'Ja. De coöperatie heeft daarmee alle rechten van een aandeelhouder. Auteurs kunnen meepraten met andere aandeelhouders en ze kunnen een veto uitspreken over zaken die echt wezenlijk zijn over de uitgeverij: verkoop, fusie, overnames, opvolging van mij.'
Verhulst: 'Bovendien levert het werkingsmiddelen op. Er zal een pot ontstaan waaruit we zieke of oude schrijvers zouden kunnen steunen. Ook hebben wij als schrijvers, die zelden administratieve wezens zijn, te maken met zaken als een complexe fiscaliteit. Welk btw-tarief hoort bij welke inkomsten? In plaats van in ons eentje de rotbelasting in te vullen, zouden we – omdát we in een coöperatief zitten – die zaken kunnen bundelen en iemand aanwerven die dat voor ons doet.'
Van der Pluijm: 'Ieder jaar wordt die pot aangevuld naar gelang de verdiensten van de uitgeverij.'
Verhulst: 'Dat maakt ons tot die gekke uitgeverij waarvan alle auteurs van elkaars boek hopen dat die het goed doet. Kom daar eens om!'

Is duidelijk vastgelegd waarover de coöperatie wel en niet meepraat?
Van der Pluijm: 'Natuurlijk. Een coöperatie is een containerbegrip. Er bestaan zoveel vormen van coöperaties. We zijn daarom van tevoren met een groep schrijvers naar een advocaat gegaan om te praten over wat de wensen zijn en hoe je daar juridisch vorm aangeeft. Daar is uitgekomen dat de uitgeverij nog steeds gerund wordt door Rianne en mij. Wij nemen alle uitgeefbeslissingen. De schrijvers praten mee over de manier waarop de uitgeverij opereert. En over wat je als groep kan doen.'
Verhulst: 'Neem nieuwe mogelijkheden als Bookchoice en Kobo Plus. Schrijvers willen meepraten over hoe hun werk onder lezers wordt gebracht in plaats van alleen maar te mogen aanvinken: meedoen ja of nee.'

Bij De Bezige Bij, de bekendste schrijverscoöperatie in de Nederlandse geschiedenis, praten schrijvers destijds mee over welk boek wel en niet werd uitgegeven.
Van der Pluijm: 'Ik heb de coöperatie van De Bezige Bij bestudeerd, ook omdat je moet weten wat je doet. Dit is duidelijk een verschil tussen die coöperatie – ook de enige die ooit in het Nederlandse boekenvak heeft bestaan – en de onze.'

Wanneer is het idee van een coöperatie gerezen?
Van der Pluijm: 'De kiem is gelegd tijdens de gesprekken over het al dan niet uitkopen van Atlas Contact. In gesprekken met schrijvers bleken zij dat te willen. Als de uitkoop doorgegaan was, hadden we ook een coöperatie opgezet. Toen dat niet lukte, moest eerst Pluim worden opgezet. En nu konden we dit tot stand brengen.'

En waarom hadden schrijvers die wens?
Verhulst: 'Intrinsiek ben ik te lui om me met dit soort zaken bezig te houden. Het liefst zit ik thuis te schrijven. Maar ik moest ook vaststellen dat ik langzaamaan verbitterde. Ik vond het algehele klimaat in de letteren allemaal te weinig en te inhoudsloos. Dat gaat van het niveau van de recensies tot de beleving en plaats van de literatuur in de maatschappij. Ik werd daar moedeloos van. Ik stond op een goed moment voor de keuze: ofwel een oude, zeurende vent worden ofwel er middenin gaan staan en proberen er iets aan te doen. En toen gebeurde het ongelooflijk prettige dat er een nieuwe uitgeverij ontstond. Hoe vaak komt het nu voor in een schrijverscarrière dat je als een blanco blad opnieuw kunt beginnen en dat je kan en mag meepraten?'

Maar VBK had al jaren een schrijversstatuut.
Verhulst: 'Schrijversstatuut? Dat verneem ik nu voor het eerst.'
Van der Pluim: 'Het lijkt me niet goed om de situatie te vergelijken met die bij Atlas Contact. Dat is niet eerlijk tegenover de mensen daar.'

Laat ik het anders formuleren: waarom was een schrijversstatuut niet goed genoeg en moest Pluim een schrijverscoöperatie hebben?
Van der Pluijm: 'Om mensen echt een stem te geven heb je aandelen nodig. Bij alle andere vormen kan een schrijver ook meepraten. Naar een schrijver die zegt wat hij ervan vindt, wordt sowieso altijd geluisterd. Maar een werkelijke stem is een aandeel.'
Verhulst: 'Persoonlijk vind ik het niet van belang welke naam erop kleeft. Ik vind het vooral belangrijk dat ik ernstig word genomen in mijn hoedanigheid van auteur die ook iets anders doet dan alleen maar teksten leveren. Anders dan veel collega's, wat ik van hen hoor, werd ik regelmatig gepolst naar mijn mening over sommige zaken. Maar zoals Mizzi zegt: het feit dat je een stem krijgt als aandeelhouder, maakt het net iets meer. Met een aandeel krijg je heel concreet draagkracht. Dat is voor mij en ik vermoed voor heel wat schrijvers betekenisvol.'

Waar blijkt uit dat veel schrijvers dit willen?
Verhulst: 'Je voelt echt de nood onder de collega's. Ik vind het ook niet onlogisch dat iedereen zich vervreemd voelt van de uitgeverij. Ik weet zelf nog dat ik als lezende tiener het gevoel had dat er een gezicht kleefde aan een uitgeverij. Uitgeverijen als De Arbeiderspers, uitgevers als Angèle Manteau. Een uitgeverij stond voor iets. Was een soort familie. Dat was zo sterk dat ik bij mijn debuut wist naar welke uitgeverij ik het manuscript moest sturen. In de loop der jaren ben ik dat gevoel kwijtgespeeld.'
Van der Pluijm: 'Dat komt mede door de verzakelijking. Vroeger had je gentlemen's agreements. Dat is verdwenen, waardoor je nieuwe manieren zoekt om je tot elkaar te verhouden en om recht te doen aan de behoefte van mensen om over meer te praten dan alleen het omslag en marketingplan van je eigen boek.'
Verhulst: 'Vergeet de veranderingen bij uitgeverijen en verloop van mensen niet. Dat gaat zo snel. Dan kreeg ik weer een brief waarin werd uitgelegd hoe de uitgeverij was geherstructureerd. Eerlijk gezegd volgde ik dat niet meer. Ik kon het ook niet meer volgen. Maar het zorgt wel voor vervreemding. Ik hoop dat we nu dit tijdperk kunnen afsluiten waarin schrijvers het gevoel hebben de literatuur te moeten ondergaan. Dat we ons maar hebben te schikken naar hoe anderen de literatuur structureren.'

Hoe was eerste bijeenkomst?
Van der Pluijm: 'Er waren 27 schrijvers aanwezig. De rest moest optreden of had andere verplichtingen.'
Verhulst: 'En dan denk je: zet schrijvers bij elkaar om te praten over vragen wie er lid mag worden van de coöperatie en je bent vertrokken voor een discussie van 17 uur. Maar het was geen kiekenkot. Tot mijn verbazing verliep het waanzinnig gestructureerd. Daarbij was zeker niet de hoofdvraag: hoe houd ik mijn eigen spaarvarken vet? Het ging niet over percentjes in contracten. Het ging integendeel meer over wat een coöperatie kon zijn. Over hoe we schrijvers, óók buiten de uitgeverij, kunnen helpen. En over literatuur in het algemeen. Dat deed me zeer deugd.'
Van der Pluijm: 'Inderdaad. Ik was daar ontzettend door geraakt. Het ging over het vak, de literatuur, hoe je schrijvers een podium kunt geven. Ik dacht: dít is waarom ik als meisje in de uitgeverij wilde werken. Ik leefde mijn eigen droom.'
Verhulst: 'Je had, zoals ik, dat romantisch idee van de Bloomsbury Group?'
Van der Pluijm: 'Ja. Of Simone de Beauvoir en Sartre. Ik had gedacht: zo zit het hele literatuur in elkaar. Was me dat even een teleurstelling.'
Verhulst: 'Maar kijk. Nu doen we het toch.'

En hoe gaan Pluim en de Schrijverscoöperatie dan de literatuur bevorderen?
Van der Pluijm: 'Daar kwamen gisteren ook goede ideeën uit, maar ik denk dat we die op dit moment voor ons moeten houden.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, okt 2018)

zie ook:

zondag 9 december 2018

Anne Zeegers van de Schrijverscentrale over schrijvers & bibliotheken (Bibliotheekblad)

Het aantal schrijversoptredens in bibliotheek waarvoor De Schrijverscentrale bemiddelt, neemt al enkele jaren af. Directeur Anne Zeegers wil graag het tij keren. Ze ziet nieuwe kansen om de samenwerking te verstevigen met haar grootste klant. Ook is de bijdrage van de bibliotheek onontbeerlijk om de opbrengst van een schrijversbezoek op  de leesbevordering te vergroten.

De cijfers zijn onmiskenbaar. Het aantal keer dat De Schrijverscentrale bemiddelt voor een optreden van een jeugdauteur in een bibliotheek is drastisch afgenomen. Tussen 2011 en 2013 ging het van 1512 naar 1188 bemiddelingen. Na een aantal jaar stabiel te zijn gebleven op dat niveau waren het er in 2017 nog maar 981. Het aantal bemiddelingen voor optredens van schrijvers voor volwassenen laat een soortgelijk beeld zien. In 2011 waren het er 814, na een eerste daling schoot het iets omhoog, maar in 2017 waren het er maar 612.
Samengevat: De Schrijverscentrale stuurde vorig jaar bijna een kwart minder schrijvers naar bibliotheken dan zes jaar eerder. Fors, vindt ook directeur Anne Zeegers, die de redenen daarvoor kent. 'Bibliotheken hebben een ongelooflijke bezuinigingsslag doorgemaakt, waardoor veel filialen zijn gesloten. Ze hebben minder locaties om optredens te organiseren. Ook werd door het wegvallen van de NBD Biblion-subsidie op lezingen – ooit 200.000 euro – een schrijversbezoek duurder.'
Daar komt de nieuwe Bibliotheekwet bij. Iedere openbare bibliotheek heeft nu wettelijk vastgelegd vijf functies, waardoor de actieradius van deze instellingen enorm is verbreed. 'Wat ik zie is dat veel bibliotheken hun beleid vertalen naar drie pijlers: de klassieke bibliotheek, de educatieve bibliotheek en de maatschappelijke bibliotheek. Mijn indruk is dat de aandacht voor het maatschappelijke domein wat door lijkt te staan. Dat gaat ten koste van de leesbevordering en de boekencollectie.'

Zeegers snapt 'heel goed' dat de bibliotheek met zijn tijd mee moet gaan, zo vertelt ze, en ook rekening moet houden met de voorwaarden van de gemeente als subsidiegever. 'Maar ik hoop ook dat er uiteindelijk een schommelbeweging gaande is', redeneert ze in haar lichte kantoor in Amsterdam. 'Dat de bibliotheek op een gegeven moment pas op de plaats maakt, opnieuw weegt hoe alle genomen initiatieven zich verhouden tot de kerntaak en zich concentreert op waar het goed in is. En dat is toch het stimuleren van het lezen.'
De kerntaak van de bibliotheek, zoals zij die benoemt, is burgers helpen zich te ontwikkelen opdat ze goed kunnen functioneren in de maatschappij. 'Maar: dat begint bij kunnen lezen. Er zijn inmiddels vele studies die aantonen dat leesvaardig zijn een essentiële voorwaarde voor mensen is om volwaardig te participeren in een ingewikkelde samenleving. De bibliotheek is bij uitstek geschikt om ervoor te zorgen dat de leesvaardigheid wordt vergroot. Zij hebben de ervaring, de kennis en de mensen.'

Welke nadruk een bibliotheek ook legt, daar horen altijd boeken bij – en dus eigenlijk ook schrijversoptredens. 'Een maatschappelijke bibliotheek, die zich concentreert op taalontwikkeling en programma's voor laaggeletterden, kan daarvoor heel goed schrijvers uitnodigen. Schrijvers als Karin Giphart, die haar boeken laten hertalen voor NT1- en NT2-leerlingen. En dat gebeurt ook. Bibliotheken doen geregeld een beroep op ons bij projecten in het kader van het Tel mee met Taal-programma.'
Hetzelfde geldt voor een bibliotheek die inzet op discussie en debat. 'Schrijvers verwoorden ook maatschappelijke dilemma's en hoe je je daartoe kunt verhouden. Bezoeken van schrijvers nodigen daarom bij uitstek uit tot debat over de thema's die zij aan de orde stellen. Dat is waar al sinds het begin Nederland Leest over gaat. Een bestaand boek is altijd aanleiding om te praten over een belangrijk maatschappelijk thema, zoals recentelijk over democratie, de invloed van robots op ons leven, en voeding.'
Zeegers ziet daarbij mogelijkheden voor bibliotheken om meer samen te werken met maatschappelijke organisaties. 'Wij bemiddelen al veel voor logopedieverenigingen, de politie, verenigingen van huisvrouwen, noem maar op. Als bibliotheken stuiten op financiële beperkingen, zoals soms gebeurt, wijzen wij hen al op de mogelijkheid om samen te werken met lokale partners en de kosten te delen. Dat kan structureler. Door beter in kaart te brengen voor wie wij allemaal bemiddelen, hopen we daar een bijdrage aan te kunnen leveren.'

Wat in ieder geval niet de daling van het aantal bemiddelingen van de Schrijverscentrale voor de bibliotheek verklaart, is dat de organisatie is ingeslapen. Sinds Zeegers in september 2015 aantrad als directeur van toen nog Schrijvers School Samenleving (SSS), is ze direct gestart met een moderniseringsslag. De naamsverandering anderhalf jaar geleden sloot aan bij de nieuwe koers om De Schrijverscentrale zichtbaarder te maken, meer tegemoet te laten komen aan de behoefte en het effect van een schrijversbezoek te vergroten. Met als resultaat: een nominatie voor de Astrid Lindgren Memorial Award dit jaar.
'We hebben de interne organisatie aangepakt', vertelt Zeegers. 'Het hele proces van aanvraag tot facturatie is nu geautomatiseerd, zodat wij meer tijd hebben voor persoonlijk advies aan de aanvragers. Wij zijn meer samenwerkingen aangegaan en hebben bestaande samenwerkingen, zoals met de CPNB, geïntensiveerd. En we zijn onze kennis en kunde meer gaan delen. We plaatsen op de site ideeën en succesverhalen om andere te inspireren en versturen nu diverse nieuwsbrieven aan verschillende doelgroepen.'
Ook de 1500 actieve auteurs in het bestand – onlangs aangevuld met zo'n twintig spoken word-artiesten – zijn zichtbaarder geworden. Ze hebben de mogelijkheid gekregen om een profiel aan te maken: met een cv, voorbeeld-lessen, de eerste hoofdstukken van het laatste boek zodat klassen die van tevoren kunnen lezen, opzet van een lezing. Wat een auteur maar wil. Een stuk of duizend hebben dat ook gedaan. 'De zoekfunctie gaan we doorontwikkelen, om nog beter te filteren op de wens van aanvragers.'

Om zicht te krijgen op de opbrengst van het schrijversbezoek op leesbevordering in het onderwijs. liet De Schrijverscentrale daar samen met Stichting Lezen onderzoek naar verrichten. Uit de resultaten, in september gepubliceerd, blijkt zonneklaar dat een optreden het lezen stimuleert. De helft van de basisschoolleerlingen en drie op de tien middelbare scholieren wil vaker boeken gaan lezen van de optredende auteur. Ook wordt 69% van de basisscholieren en 62% van de middelbare scholieren aan het denken gezet.
Maar er dreven ook verbeterpunten boven. De voorbereiding van een schrijversbezoek kan beter om het effect ervan te optimaliseren. Slechts 53% van de basisscholieren en 35% van de middelbare scholieren heeft voorafgaand aan een schrijversbezoek een boek van hem of haar gelezen. 'Wij willen docenten daarom nog meer handvatten bieden om de voorbereiding te verdiepen. Dit najaar zijn we begonnen met een pilot met een Menukaart voor basisscholen, met allerlei praktische en inspirerende lestips in een vlog van de auteur.'

Daarbij is de rol van bibliotheken essentieel. Zij hebben vaak direct contact met de scholen en kunnen daarom een goede voorbereiding stimuleren. 'Cubiss heeft bijvoorbeeld een werkboekje gemaakt waar kinderen in kunnen schrijven wat ze van een bezoek vonden. Op onze site is een daar een link naar te vinden. Misschien kunnen wij meer soortgelijke instrumenten gaan aanbieden. We hebben een expertmeeting georganiseerd en gaan in overleg met de vele partijen die betrokken zijn bij de organisatie van een schrijversbezoek – zoals docenten, bibliotheek, uitgevers, KB – verder verkennen hoe we het beste de kennis van ons en Stichting Lezen kunnen verspreiden.'
Ook voor de beschikbaarheid van boeken zijn bibliotheken belangrijk. De scholen die steeds vaker zelf auteursoptredens organiseren – blijkens het gestegen aantal bemiddelingen van 799 in 2011 naar 1204 in 2017 – kunnen dat niet doen met de schoolbibliotheek alleen. 'Deze groei houdt verband met de opkomst van De Bibliotheek op School. Die is waardevol. Maar deze collecties hebben wel vaak maar een paar boeken per auteur. Ondersteuning van de bibliotheek is dan nodig om voor of na een schrijversbezoek over honderd exemplaren te beschikken. Want een schrijver die op school komt, bezoekt 3 tot 4 klassen achter elkaar.'
(Eerder gepubliceerd in Bibliotheekblad)

vrijdag 7 december 2018

Boekhandel Het Witte Huys in Rhoon sluit medio 2019 (Boekblad)

Boekhandel Het Witte Huys in Rhoon sluit per 1 juli volgend jaar. Door de combinatie van nieuwe concurrentie en groeiende onlineverkopen heeft eigenaar Carina Proveniers besloten het huurcontract niet te verlengen.

Het Witte Huys – opgericht in 2009 – maakte het einde van de winkel nu al bekend in de lokale krant De schakel om met een positieve noot te kunnen eindigen, vertelt Proveniers. 'Mensen zijn toch geschokt door het nieuws en komen weer heel bewust naar ons voor hun boeken. Ik ben heel dankbaar dat ik ten minste tien jaar heb kunnen doen wat ik het allerleukst vond. Hierdoor kan ik dat nog ruim een half jaar met plezier blijven doen: het klantcontact, het boeken aanraden.'
De directe aanleiding om te stoppen is de komst van een Bruna-filiaal in het nabijgelegen Hoogvliet in de zomer van 2017. De omzet van Het Witte Huys heeft daardoor een gevoelige klap gekregen. Proveniers wil liever niet in de openbaarheid hoe groot die precies is. 'Deze Bruna zit in een winkelcentrum waar verder niet veel te doen is, maar waar wel drie supermarkten zitten. Daar doen mensen dus hun boodschappen en dan is het makkelijk om tegelijk bij de Bruna een boek te kopen.'
Gevoegd bij de almaar sterkere concurrentie van internetwinkels, maakte dat voortzetting van de winkel is niet langer financieel verantwoord. 'Ik ben aangesloten bij RDC', vertelt Proveniers. 'Ik heb daardoor sinds een jaar een prachtige webshop, die heel goed toegankelijk is. Maar mensen gaan daardoor niet opeens massaal bij mij bestellen. De site wordt vooral gebruikt door vaste klanten, die hun bestelling vervolgens in de winkel komt halen. Mensen die elders bestellen, zijn onzichtbaar en kan ik dus maar heel moeilijk bereiken.'
Proveniers en Claudia Griffin, met wie ze Het Witte Huys bestiert, hebben er alles aan gedaan om én de winkel aantrekkelijk te houden én hem online op de kaart te zetten. 'We hebben een koffie- en theehoek', somt ze op. 'Maandelijks wisselende exposities. Een leesclub. Heel veel activiteiten. We zijn ook heel actief op sociale media. We hadden ook een Whatsapp-service. Dat idee hebben we direct van Arno Koek overgenomen omdat de winkel al een eigen 06 heeft, waarop mensen bestelden en waarmee ze via Tikkie konden betalen.'
Maar de werkelijkheid is: hoe gehecht de klanten ook zijn aan de winkel – de vele geschokte reacties op Proveniers besluit waren 'hartverwarmend' – deze groep wordt gestaag kleiner. 'Ik was een tijd een ophaalpunt voor GLS. Als je dan ziet wat mensen via internet bestellen! Winterbanden, tenten, trampolines. En de concurrentie van Youtube en Netflix is erg groot. Ik herinner me dat kinderen kwamen vragen of het nieuwe deel van De Grijze Jager er was. Dat is voorbij. Ze volgen nu vloggers. En ondertussen gaat de huur niet omlaag. Eerder omhoog.'
Het Witte Huys opende haar deuren aan het begin van de crisis. Aanvankelijk was dit gunstig, vertelt Proveniers. 'Verschillende boekhandels in de regio verdwenen. Wij verkregen daardoor een bijzondere regionale functie. Aan de andere kant: Rotterdam is makkelijk te bereiken. En de problemen van Donner maakte mensen bewust van het belang van een boekhandel, maar na een tijdje ebt dat effect weer weg. Ook hadden we toen De vergelding van Jan Brokken, dat in Rhoon speelt. We verkochten 1000 exemplaren in één maand.'
Tegelijk heeft de winkel door de startmoment midden in crisis 'weinig vet op de botten' kunnen kweken. 'Het einde is daarom vooral in emotionele zin positief. Niet financieel, ben ik bang. En dan moet je als ondernemer realistisch zijn: er moet wél verdiend worden. Ik heb wel overwogen om te bezuinigen door bijvoorbeeld minder in te kopen. Maar dan moet je meer bestellen voor klanten en denken ze al snel: dan kan ik het net zo goed zelf online bestellen. Zo kom je in een vicieuze cirkel terecht.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 4 dec)

woensdag 5 december 2018

Jonge auteurs over Judith Herzberg: 'Zonder meer een van onze grootste dichters' (Taalunie:Bericht)


Gedicht van Judith Herzberg op een muur in Leiden

De bekroning van Judith Herzberg is volkomen terecht, vinden schrijvers van een jongere generatie. Op donderdag 29 november ontving de dichteres de Prijs der Nederlandse Letteren uit handen van koning Willem-Alexander. Ester Naomi Perquin, Jibbe Willems, Lot Vekemans en Fikry El Azzouzi buigen zich over haar vakmanschap.

'Een paar jaar geleden was ik geselecteerd voor het festival Neue Stücke aus Europa in Wiesbaden', herinnert toneelschrijver Jibbe Willems (1977) zich. 'Toen ik door de stad liep en voor een standbeeld bleef staan, tikte iemand me op de schouder. Ik draaide me om. Het was Judith Herzberg. "Hm," zei ze. "Wilhelm I." En onder die woorden klonk, of wilde ik horen, de ellende die zijn bloedlijn in gang zou zetten.'
Dat is precies de kracht van de laureaat van de Prijs der Nederlandse Letteren, beweert hij stellig: 'Die terloopse, onnadrukkelijke zinnen waaronder een wereld van lijden en schuld zit. Ze zijn poëtisch, humoristisch ook, vol overlevingsdrang, maar onder alle oppervlaktes schuilt een immense duisternis.'

Inwendige harde schijf
Willems is bepaald niet de enige bewonderaar. Judith Herzbergspoëzie is niet voor niets breed verkrijgbaar: van haar debuutbundel Zeepost uit 1962 tot de bloemlezing Doen en laten, waar er in een kwart eeuw meer dan 100.000 exemplaren van zijn verkocht. En haar toneelwerk wordt steeds weer opnieuw opgevoerd. Zoals momenteel Kras, waarmee Toneelschuur Producties dertig jaar na de eerste uitvoering in een regie van Paul Knieriem door Nederland toert.
Vele schrijvers van een jongere generatie rekenen zich tot de schare bewonderaars. Dichteres des Vaderlands Ester Naomi Perquin (1980) noemt Herzberg 'zonder meer één van onze grootste dichters'. Zij is, vermoedt ze, 'de dichter die de meeste plaats inneemt op mijn inwendige harde schijf. Bij zoveel gebeurtenissen, gedragingen en stemmingen schieten me zinnen van haar te binnen.' Ze geeft als voorbeeld deze regels uit 'Zoals':

Zoals je soms een kamer ingaat, niet weet waarvoor,
en dan terug moet langs het spoor van je bedoeling,
zoals je zonder tasten snel iets uit de kast pakt
en pas als je het hebt, weet wat het was

'Dat is én talig heel sterk, een hechte constructie van klanken, én het zegt iets dat je nog niet wist', concludeert Perquin. 'Iets over het verschil tussen denken en weten misschien.'

Al decennia relevant
Ook als toneelschrijver is Herzberg 'een van onze belangrijkste auteurs', vindt Willems. 'Alleenal het feit dat ze steeds opnieuw wordt "ontdekt" door een nieuwe generatie  –zoals nu De Theatertroep en Paul Knieriem – bewijst dat zij al decennia relevant weet te zijn, de tijd weet te overstijgen en toch nog iets weet te zeggen over de wereld en de mensen om ons heen. Dat is nastrevenswaardig.'
Ze is voor 'een hele generatie toneelauteurs een inspiratiebron geweest', valt Lot Vekemans (1965) hem bij. 'Ze heeft eind jaren tachtig mijn verlangen naar het schrijven van toneel gevoed, toen ik opvoeringen zag van de monoloog De Caracal, indrukwekkend gespeeld door Marion Brandsma,of Krasin de opvoering van Maatschappij Discordia. Ze deed dat zoals een brandende kaars dat doet. Houd er de lont van een nog niet brandende kaars tegenaan en het vuur wordt twee keer zo hoog.'

Een nachtje komen slapen
Die inspiratie geldt zeker ook Vekemans eigen toneelwerk. 'Herzbergs werk had op een goede manier iets verontrustends. Ik denk doordat ze haar personages in een herkenbare situatie plaatst en hen bijna vluchtige gesprekken laat voeren, die echter steeds meer zicht geven op hun ontspoorde levens. In haar toneelwerk doet leven eigenlijk altijd onbedoeld pijn, haar personages prikken voortdurend onopzettelijk in elkaars wond in een poging hun eigen wond bedekt te houden.'
Dankzij haar bewondering leerde ze Herzberg uiteindelijk zelfs kennen. 'Toen ik in 2004 samen met mijn geliefde een herberg begon, is dat vernoemd naar een gedicht van haar: "Het volle leven".Toen ik daar toestemming voor vroeg en de vergoeding wilde weten, zei ze: "Ze zeiden dat ik maar moest vragen of ik een nachtje mag komen slapen."' Het gedicht staat er nog steeds op de muur in Appelscha:

Het volle leven

Zullen we
zei ze
samen
in een groot bed
in een hotel-
kamer gaan liggen
met pyjama's
aan en
dan de knecht
taart
laten brengen?

Nooit eerlijk
Net als Vekeman kwamen de meeste auteurs al vroeg in aanraking met Herzbergs werk. Voor Perquin is ze zelfs één van de eerste die ze las. 'En misschien wel de meest bepalende, achteraf bekeken', peinst ze. 'Ik was elf, twaalf toen ik gedichten van haar onder ogen kreeg. Ik weet niet eens meer hoe. Misschien hing ze ook op de WC, daar had mijn moeder een handje van, van gedichten op de WC hangen.'
Vooral Herzbergs manier van kijken naar de mens sprak haar aan. 'Vooral dat heel precieze waar ruimte is voor eigenschappen waar grote mensen nooit eerlijk over waren. De donkerte, de narigheid, de eenzaamheid. En de ontroering over ons getob, onze pogingen. Het luchtte mij op dat er iemand was die er van af wist. En het maakte indruk dat iemand een vorm vond om al die dingen te zeggen.'

Jiddisch en Berbers
Maar ook wie Herzberg veel later las, kon niet anders dan onder de indruk zijn. Dat geldt voor Fikry El Azzouzi (1978), die enigszins beschaamd bekent dat hij als jurylid van de Prijs der Nederlandse Letteren het gedichten en toneelstukken aanvankelijk niet kende. 'Maar haar poëzie raakte me. Dat gebeurt niet vaak. Herzbergobserveert, stelt zichzelf op een of andere manier kwetsbaar op. Ik denk dat dat me raakte. Haar gedichten zijn ook grappig, hoopvol, maar soms ook bitter.'
Een gedicht dat hem ontroerde is 'Jiddisch', omdat Herzberg daarin zijn eigen verwaterde relatie met het Berbers lijkt te hebben verwoord:

Verdrietige intieme taal
het spijt me dat je in dit hoofd
verschrompelde.
Het heeft je niet meer nodig
maar het mist je wel.

Alleen het hoogstnodige
Wat steeds terugkomt in de bewondering voor Herzberg is haar taal. Eenvoudig en complex tegelijk. 'Terloops, onnadrukkelijk', zei Willems al. Ook Vekemans roemt de precisie van taal, die haar aan de compositie van een muziekstuk doet denken. 'Alleen het hoogstnodige staat op papier, waardoor de gaten tussen de woorden zichtbaar worden: dat wat niet gezegd kan worden. Dat geeft haar toneelwerk iets pijnlijks. Tegelijk is er ook altijd lichtheid en humor.'
'Wat mij opviel is het persoonlijke, de gewone dingen die ze uit het leven kiest', meent El Azzouzi, 'Haar toneelwerk gaat vaak over banale dingen gaat of ze begint met banale dingen, maar dan blijkt het het over veel meer te gaan. Ze puurt de banaliteit mooi uit zodat het die overstijgt. En uiteindelijk zit alles erin: tragedie, ontroering en humor die een diepere werkelijkheid toont.'

Maar dat eenvoudige?
Alleen Perquin vraagt zich af of je Herzberg taal wel 'eenvoudig' moet noemen. 'Knap is het zeker, maar dat eenvoudige? Daar ben ik nog niet uit. Je moet bedenken dat er definities van de mensheid in haar werk zitten. Gedragsanalyses. Grote ontdekkingen. Waarnemingen van fenomenen die je tot je het las, alleen instinctief hebt gekend. Je kunt dat heel simpel opschrijven, maar daar is niets eenvoudigs aan. Daar zit zó veel vakmanschap in.'
(Eerder gepubliceerd op Taalunie:Bericht, 30 nov)

maandag 3 december 2018

Interview: Walter Jansen van Jansen & De Feijter werd geboycot omdat hij de kleur van Piet ter discussie stelde (Boekblad)

Boycot Jansen & Feijter in Velp! Nadat Walter Jansen vorige week in een open brief had opgeroepen om in gesprek te gaan over de kleur van de pieten bij de lokale intocht, sloeg een lezer in De Gelderlander terug. Jansen maakt zich er niet druk om. Hij heeft geen effect gemerkt van de ingezonden brief.

Hoe was je week?
'Hectisch, maar plezierig. We hadden bijna elke avond een lezing. Dat is niet onze core-business, maar wel belangrijk voor onze beide winkels – naast Jansen & de Feijter in Velp is dat Het Colofon in Arnhem. Zo presenteerden we woensdag een lokaal boek over een rooms-katholieke begraafplaats, dat we mede hebben gemaakt, en kwam vrijdag Paulien Broekema. Daarnaast was het overdag druk in de winkel.'

Niets gemerkt van de boycot dus?
'Ik heb er dagen niet van geslapen. Nee, serieus: daar heb ik niets van gemerkt. Ik heb de man uitgenodigd om langs te komen voor een kopje koffie. Daar heeft hij geen gehoor aan gegeven. Illustratief voor de hele pietendiscussie op dit moment.'

Wat is er precies gebeurd?
'De Gelderlander had een artikel over de intocht in Arnhem die dit jaar heel anders zou zijn – wat overigens uiteindelijk niet doorging. Daarin kwamen organisatoren aan het woord uit de omliggende dorpen. Ook uit Velp. Die zei dat de kleur van piet onveranderlijk was, omdat dat is vastgelegd in de statuten van de stichting Sinterklaas in Velp. Dat was mij en Anneke [de Feijter, md] te absoluut. Dan doe je de discussie op slot. Wij hebben daarop een brief geschreven om te zeggen: kunnen we niet praten over de statuten? Net als Gert-Jan Segers van de ChristenUnie, die dat maandag tot mijn vreugde zei, denken wij: hoe moeilijk kan het zijn om te luisteren als een bepaalde groep moet heeft met een feest? Het plezier wordt er niet minder om als je aanpassingen doet. Tradities moet je in stand houden, maar dat kan alleen door ze flexibel te houden en ze af en toe aan te passen.'

En dat leverde je een oproep tot een boycot op?
'Ach ja. Zodra je hier wat dan ook over zegt, weet je: ik had beter mijn mond kunnen houden. Maar we hebben er geen spijt van.'

Waarom heb je je mond dan niet gehouden?
'Winkeliers moeten zich eigenlijk altijd buiten iedere discussies houden om al hun klanten te vriend te houden, ik weet het. Maar ik vind niet dat dat altijd de doorslag moet geven. Een boekhandel is ook een omgeving waarin je je omgeeft met boeken die schuren; boeken die je in een ongemakkelijke positie brengen door je in het hoofd te laten kruipen van iemand met wie je het niet eens bent. En dat betekent dat je soms moet laten blijken wat die confrontatie met je heeft gedaan. Dit was zo'n moment.'

Waarom was de zwarte pietendiscussie zo'n moment?
'Om verschillende redenen. Als winkelier ben ik medeverantwoordelijk voor de intocht. Bol.com en Zalando betalen die niet, maar wij, de lokale ondernemers. In deze discussie ontkom je er ook niet aan een standpunt in te nemen. Dat begint al met je etalage. Zet ik er een zwarte piet neer, dan krijg ik een opmerking. Zet ik er geen neer, dan krijg ik ook een opmerking. En het is belangrijk dat juist hierover een gesprek plaatsvindt. Dat sluit aan bij wat Beatrice de Graaf zei, die donderdagavond in Arnhem vertelde over haar boek Tegen de terreur: als je stopt met luisteren, begint de oorlog. Zij vreest ook dat deze discussie kan leiden tot geweld. Gelukkig gaan we er in Velp nu over praten. Ik heb met de voorzitter van de winkeliersvereniging afgesproken om het onderwerp in februari te agenderen. Dat lijkt me goed moment. Dan is het stof neergedwarreld.'

Vind je dat meer boekhandelaren hun mening in de pietendiscussie moeten laten horen?
'Iedereen worstelt ermee. Zoals gezegd: dat is onvermijdelijk. Maar niet iedereen zal dat willen. Ik weet nog dat een aantal boekhandelaren, toen Fortuyn opkwam, samen met een aantal uitgevers een pamflet tegen populisme wilde uitbrengen. Toen kreeg ik al uit de branche te horen: wij moeten ons niet met politieke discussies bemoeien. Dat is ook een standpunt. Prima. Iedere boekhandelaar moet het voor zichzelf bepalen.'

Is ondertussen de Sinterklaasdrukte in Velp goed op gang gekomen?
'Zeker. Bij ons begint dat al in oktober. Dan heb je mensen die denken: straks is het druk, laat ik nu maar dingen kopen, dan heb ik het gehad. Maar ook hier komt de echte topdrukte steeds later. Dat heb je pas in de laatste week.'

Verwacht je een goede Sint en Kerst?
'Je bent altijd afhankelijk van het aanbod. Dit jaar is dat mooi breed. Niet alle titels zijn per se bestsellers, maar we hebben in de volle breedte titels die goed aanslaan. En gelukkig zit ik een dorp waar mensen nog altijd naar de lokale boekhandel gaan. Online profiteert juist van deze periode en groeit ook harder, hoor ik iedere keer van LibrisBlz, maar hier valt dat mee. Wel probeer ik de klanten extra te motiveren door een lokale advertentiecampagne met de tekst: "Sint, als uw pieten gaan staken, zullen wij over uw pakjes waken". Vorig jaar kwam de bezorging immers al in de knoop en kwamen sommige pakjes pas op 6 december. Wij leveren juist veel service. Zo gingen we vrijdag ook met een paar dozen naar een bejaardenhuis, zodat mensen daar hun cadeaus konden uitkiezen. Dat levert geen grote verkopen op, maar is – net als de activiteiten – wel belangrijk voor de positie die je lokaal inneemt.'

Gaf Black Friday een mooie impuls?
'Daar hebben we dit jaar voor het eerst aan mee gedaan. Je kunt helaas niets met korting op boeken – ik zag, anders dan de KBb, wel iets in het wetsvoorstel van D66 om lokaal af en toe iets te kunnen doen met de prijs in relatie tot een culturele activiteit. Daarom zochten we het bij de niet-boeken. We hebben een restpartij kekke lampjes ingekocht en gaven korting op cd's, tijdschriften en buitenlandse boeken. Dat liep goed.'

Je denkt niet: wat moet ik met weer zo'n Amerikaanse traditie?
'Integendeel. Het is een redelijk nieuw fenomeen, maar je moet iedere kans aangrijpen om de belangstelling aan te wakkeren. Juist de levendigheid maakt een fysieke boekhandel zo aantrekkelijk. Daarom ben ik ook zo blij met Bookstore Day, waarvan deze week de datum van de volgende editie bekend werd gemaakt. Zo zonde dat er nog ondernemers zijn die er niet aan meedoen, al stijgt het elk jaar.'

En wat ga je vandaag doen?
'Wandelen! Ik doe dat steeds vaker, al lees ik daardoor wel steeds minder – en nee, ik zet geen luisterboek op; in de natuur moet je naar de vogels en de wind luisteren. Op zondag is er altijd ruimte voor een flinke tocht van vijftien tot twintig kilometer. Ik heb het geluk maar het dorp uit te hoeven lopen en in zo'n mooie omgeving uit te komen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 25 nov)

zaterdag 1 december 2018

Interview CEO Michael Tamblyn van Kobo over e-readers en de e-boekmarkt (Boekblad)

Alle mogelijke manieren uitproberen om meer mensen digitaal te laten lezen én bestaande klanten meer te laten lezen. Met die strategie boekt Kobo al jaren wereldwijd een gestage groei, vertelt CEO Michael Tamblyn bij de promotie van een nieuwe e-reader in Amsterdam.

Trots probeert Michael Tamblyn de nieuwe premium e-reader van Kobo te buigen. De Kobo Forma, sinds 23 oktober te koop, heeft een compleet vernieuwde e-inktechnologie. Het scherm zit niet meer gesandwicht tussen twee glasplaten, maar in een dunne laag plastic. En dat geeft het apparaat een zekere mate van flexibiliteit. En duurzaamheid. Tamblyn laat hem nog net niet op de grond vallen om ook te laten zien tegen welke schokken de e-reader bestand is. Zelfs een val van twee meter hoog zou hij moeten overleven.
'Elke nieuwe reader is een benchmark van hoe mensen op dat moment digitaal lezen', zegt de CEO van Kobo. 'Elke nieuwe reader, waar we gemiddeld een jaar of twee aan werken, begint bij de vraag wat onze meest gepassioneerde consumenten wensen. Welke blokkades om meer te lezen ervaren zij? Dat heeft ons in het verleden gebracht tot devices met lampjes die je partner niet langer wakker houden 's nachts. Tot waterbestendige readers, omdat de helft van de klanten dichtbij water leest – in bad, op het strand. Tot de Comfort Light Pro-schermverlichting, die blauw licht filtert zodat je slaap niet wordt aangetast.'
In dit geval was de leidende wens van de lezer: een groter scherm. 'Hoe meer het normale formaat van een hardcover wordt benaderd, hoe gelukkiger lezers zijn. Maar als we het scherm groter zou maken, dreigde de reader zwaarder en fragieler te worden. En dus hebben we a) het hele industriële design van de reader hertekend. Hij is nu asymmetrisch en heeft knoppen op de rug, zodat de Forma toch maar 197 gram weegt. En hebben we b) de e-inktechnologie totaal vernieuwd.'

Tamblyn is echter niet in Nederland om alleen reclame te maken voor het nieuwste product van Kobo. Een nieuwe reader is altijd een goed moment om met journalisten te praten over het belang van readers, digitaal lezen, de e-boekmarkt en de vraag hoe het dochterbedrijf van het Japanse Rakuten daarop inspeelt. De Canadees die ooit de eerste online boekhandel van zijn land oprichtte en sinds 2009 in de Kobo-directie zit, maakt daarom voorafgaand aan de Frankfurter Buchmesse een intensieve toer door Europa.
Hij is blij met de ontwikkeling van het bedrijf. Kobo is eigenlijk de enige van 'de eerste generatie e-boekbedrijven' die als specialist de concurrentiestrijd met giganten uit de techindustrie heeft overleefd. 'Wij namen vanaf het begin aan dat e-boeken een wereldwijde markt zou zijn. Niet een markt, zelfs de Amerikaanse niet, zou groot genoeg zijn voor een lokale kampioen. En: maar een paar bedrijven zouden op die schaal kunnen opereren. Ons zou dat alleen lukken door samen te werken met lokale partijen die hun klanten wilden behouden als zij digitaal zouden gaan lezen.'
De omzet komt nu gelijkelijk verdeeld over de hele wereld: een derde Noord-Amerika, een derde Azië, een derde Europa. 'Aanvankelijk meden we Amerika. Omdat dat het slagveld zou worden tussen Apple, Amazon, Google en Barnes & Noble gingen wij eerst naar Europa, zodat we hier een sterke presentie hadden als deze bedrijven de oversteek zouden wagen. Tegelijk konden we hier ons model perfectioneren, zodat Walmart in Amerika – waarmee sinds de zomer samenwerken – ziet dat  het kan werken voor hen.'
Over de samenwerking in Nederland is Tamblyn vol lof. Niet alleen over het partnerschap met Bol.com (en via Tolino opnieuw met Libris), maar ook over de sterke boekcultuur, de hoge acceptatiegraad van readers en samenwerking met uitgevers. 'Zij zijn werkelijk bereid nieuwe dingen te proberen. Daarom experimenteren we hier met de abonnementenservice Kobo Plus. Met heel goede resultaten trouwens, nu het abonnement de verkoop van losse e-boeken niet blijkt te kannibaliseren.'

Vanaf de oprichting kende Kobo een gestage groei geleid. De kern van dat succes is de strategie om alle mogelijkheden te benutten om én meer lezers te overtuigen ook digitaal te gaan lezen én bestaande klanten meer laten lezen. Daarom ontwikkelt Kobo voortdurend betere devices, maar probeert het ook klanten beter te verleiden om sneller een volgend boek te openen en biedt het nieuwe modellen aan (abonnementen als Kobo Plus) en andere vorm van een titel aan (luisterboeken).
'De aanname was dat e-readers een overgangstechnologie was', zegt Tamblyn over het eerste element. 'In de toekomst zou iedereen op smartphones en tablets lezen. Maar in de praktijk blijkt je telefoon de fysieke verschijningsvorm van je hele digitale leven. Alles wat je moet doen, zit in dat apparaat. Alles wat er gebeurt, is daar te beleven. De telefoon is een hele drukke plek. En boeken zijn juist een ontsnapping van de drukte. Onze premium e-reader verkoopt daarom ook veel beter dan wij zelf dachten.'
Toen het bedrijf in 2013 met de eerste Kobo Aura HD als premium reader kwam, 'dachten dachten we: dit is een nicheproduct; goed voor hooguit 5% van de verkoop. Nu is het, samen met de middelste reader in ons gamma, goed voor de helft van de afzet. De rest is voor ons instapmodel, waarvan in mei ook een nieuwe versie uitkwam: Kobo Clara HD. Maar eigenlijk is het logisch. Als je kiest voor digitaal lezen, wil je de best mogelijke leeservaring. Zoals een muziekliefhebber ook investeert in de beste koptelefoon of een sportliefhebber een tv-scherm koopt dat zo groot is dat hij amper aan zijn muur past.'
Het bedrijf ziet weliswaar het aantal klanten groeien dat leest via de app – dus op een smartphone en laptop. 'Maar de fanatiekste lezers, die minstens een boek per week lezen, prefereren bijna allemaal een e-reader. Tegen ieders verwachtingen in van een jaar of drie, vier geleden, is de readermarkt daarom zeer consistent. In Amerika en Engeland was er in het begin een enorme piek, toen in één jaar iedereen een reader met Kerst kreeg, maar zeker in West-Europa laat de markt een solide jaarlijkse groei zien. Heel fijn.'

Ook probeert Kobo voortdurend een 'betere boekverkoper' te zijn, zoals Tamblyn het noemt. 'Het grootste risico is dat iemand een boek uitleest en dan wat anders gaat doen. Er kan zomaar drie weken overheen gaat voor hij weer gaat lezen. We moeten hem verleiden zoals Netflix zijn gebruikers verleid tot bingewatchen. Dat kan, is onze overtuiging, nooit door een algoritme alleen. Wij investeren daarom ook in getrainde boekverkopers die met behulp van big data dát boek uit de zes miljoen kiest die je wil lezen.'
Of dat lukt, is moeilijk te meten. 'Er zijn wel aanwijzingen. Dat zit in de groei van de backlist. In het begin was de e-boekmarkt gedreven door bestsellers. Die kozen mensen. Nu ontdekken ze veel vaker titels die al ouder zijn, maar wel nieuw voor hen. Ook de groei van selfpublished auteurs is tekenend. Wereldwijd is die nu goed voor 10% van onze e-boekomzet. In sommige markten, zoals de Amerikaanse, is die zelfs 25%. Voor een deel komt dat omdat selfpublished auteurs veel professioneler zijn geworden.'

De groei van Kobo loopt nu parallel met de groei van de e-boekmarkt. Die markt is per definitie beperkt. Niemand gelooft nog dat digitaal papier vervangt. Ook Tamblyn niet. 'Sommige boeken blijf je op papier kopen. Boeken voor kinderen. Boeken om cadeau te geven. Kookboeken. Andere boeken worden in digitale vorm eerder digitale services, zoals reisgidsen wiens functie wordt overgenomen door Tripadvisor. De fanatiekste e-lezers kopen dan ook gemiddeld nog 16 papieren boeken per jaar.'
Hoe groot kan de markt maximaal worden? In Nederland is het nu 7,4%, in Amerika en Engeland is het tussen de 20 en 30%. Dat ziet Tamblyn als de natuurlijke grens om potentieel geïnteresseerden met betere devices of nieuwe businessmodellen over te halen digitaal te gaan lezen. Wie daarboven wil groeien, zal eerdere andere of nieuwe content moeten bieden die als fysiek boek amper of niet bestaan. Denk aan series of korte vormen. Om die reden is Kobo vorig jaar begonnen zelf content te maken.
'Kobo Originals zijn niet begonnen om uitgevers in de weg te zitten', zegt Tamblyn. 'Wij hebben er alleen maar baat bij als het hun goed gaat. Maar hun manier van werken is geoptimaliseerd om een bepaald soort boek te produceren en vermarkten. Kobo Originals zijn daarom een experiment die we ook voor hen doen. Hoe werken series met cliffhangers? Wat is het effect als je ze daarna samenvoegt tot boek? Wat is de ideale prijs? Zeker, wij willen het zelf ook begrijpen. Maar niet om die lessen voor onszelf te houden.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, okt 2018)

zie ook: