zaterdag 28 juli 2018

Interview Maarten Asscher: Het Alfabet van Asscher (Boekblad)

Na decennia als uitgever, kunstambtenaar en boekhandelaar heeft Maarten Asscher onlangs afscheid genomen van het boekenvak. Ter gelegenheid van zijn recente afscheid geeft hij zijn visie – van de A en B van Athenaeum Boekhandel tot het hele XYZ van het boekenvak.

Amsterdam
Utrecht mag Wereldboekenstad zijn geworden, Amsterdam is de enige stad waar een academisch-culturele boekhandel als Athenaeum kan bestaan. De combinatie van universiteit, historisch centrum, cultuurtoerisme en dichtheid aan musea en andere culturele instellingen zorgt voor een evenwicht waarbinnen deze boekhandel kan floreren. Dat heb je nergens in Nederland op deze schaal. Dat is echter niet iets om je verheven over te voelen. Dat schept juist de verplichting om daar ontzettend zuinig op te zijn. Dat evenwicht kan namelijk ook verstoord worden, door massatoerisme bijvoorbeeld. Het Spui is een boekenplein, maar ook hier rukt de patat- en colaverpaupering op. Het pand van De Amsterdamse Kinderboekhandel om de hoek is nu een chocoladewinkel geworden. De politiek kan er alerter op zijn, maar ook ondernemers en bewoners moet zelf zorgen dat het hier geen Zaanse Schans wordt.

Big Data
Zou big data een uitgever werkelijk helpen om te weten welke nieuwe schrijvers hij moet publiceren of hoe hij een schrijversloopbaan moet coachen? Big data kan daarin hoogstens een hulpmiddel zijn, waarvoor het vak bovendien alleen collectief instrumenten kan ontwikkelen. Geen enkel individueel bedrijf heeft daarvoor de investeringsruimte. Het idee dat je een 'bestseller predictor' kan ontwikkelen, vind ik tamelijk amateuristische borrelpraat van een buitenstaander. Het begint er al mee dat een bestseller voor iedere uitgever anders is, want afhankelijk van wat voor bedrijf je wil zijn. Voor een Autorenverlagals Cossee, die schrijvers ruimte geeft om zich te ontwikkelen, is het iets anders dan een A.W. Bruna, die op veel kortere termijn geld met boeken wil verdienen.
[Een reactie (min of meer hierop) van mij: hier]

Collectiviteit
Het is jammer dat collectiviteit zo'n ouderwetse reputatie heeft. Het roept het nostalgische beeld op van heren die onder elkaar alles afdekken. Collectiviteit is juist een tijdloos en onderscheidend karakter van het vak, dat hoognodig een eigentijdse status moet krijgen. Dat kan wellicht door te beseffen dat het niet meer gaat om instituties, hoewel een lightweight pr-bureau als de CPNB nog altijd een geweldige instelling is, maar om gezamenlijk dingen ontwikkelen die bedrijven individueel niet kunnen realiseren. Een bescheiden voorbeeld zou een reserveringssysteem zijn dat alle boekhandels kunnen gebruiken voor hun publieksactiviteiten. Door klanten ook een kleine reserverings-fee te vragen, kun je de ontwikkelkosten gemakkelijk terugverdienen.

De Wereld Draait Door
De manier van denken in Hilversum en in de wereld van de literatuur zijn heel anders. De kans is dus verwaarloosbaar dat er nieuwe formats voor tv-programma's over boeken worden gemaakt. Tegen die achtergrond moeten we koesteren dat De Wereld Draait Doornaast VPRO's Boekenstructureel aandacht aan literatuur besteedt, al is niet meer dan tien minuten per maand. Het effect is nu eenmaal groot. Dat weet ik al sinds ik als uitgever opeens twee herdrukken van Papillon van Henri Charrière kon opleggen omdat Gordon op tv zei dat dit het enige boek was waarbij hij had gehuild. DWDD draagt tegelijkertijd bij aan de emancipatie van boekverkopers. In de jaren vijftig waren dat nog meneren in stofjassen of dames in de provincie, nu worden ze steeds meer gezien als kosmopolitische jonge professionals die overtuigend over literatuur kunnen praten. Dat biedt ook de vele academici die in de boekhandel werken perspectief. Zij kunnen zelden doorgroeien naar managementfuncties, maar zij kunnen wel hun kennis en creativiteit inhoudelijk kwijt - door het gesprek over literatuur aan te gaan tijdens lezingen, leesclubs etcetera.

ECI
Ook al het het tegenwoordig Bookspot, het blijft dezelfde formule als de ECI, en het is onbegrijpelijk dat het nog steeds bestaat. Het idee dat je mensen een beperkte keuze geeft in wat ze lezen in ruil voor 20% korting. Het geheim van de leescultuur is juist de onbeperkte zee aan mogelijkheden, waarin je geloodst wordt door professionele informatie van recensenten, boekhandelaren, word of mouth-aanbevelingen. Mensen willen geen beperkingen, zeker niet zolang boeken niet te duur zijn. En dat zijn ze niet in Nederland. Bookspot wil wel een community starten, maar dat lukt alleen op basis van inhoudelijke argumenten, terwijl je aan hun indeling kunt zien dat die is gemaakt door mensen die zelf niet van lezen houden, maar een soort algoritme hanteren.

Financiële gezondheid
De markt is nu drie jaar achter elkaar gegroeid. Het vak is zich dus aan het herstellen van de crisis, maar voor echte financiële gezondheid maakt het weinig uit. Die is in wezen altijd precair. Kijk maar naar concerns: van BGN/Selexyz en Libridis tot nu Shared Stories en Standaard Uitgeverij – het is er altijd roerig. Dat komt omdat de marges in boekenbedrijven nu eenmaal gering zijn. Een belangrijkere graadmeter voor de gezondheid van het vak vind ik dan ook hoe het met de creativiteit gaat. Dat is de werkelijke rijkdom van het vak. Zolang er elke dag weer nieuwe dingen worden bedacht blijft het vak overeind. Dan blijft het ook nieuwe mensen aantrekken. Waarom gingen de jongens van Das Mag niet apps of tv-programma's ontwikkelen? Omdat ze zagen dat het boekenvak een geweldig lanceerplatform is voor nieuwe dingen.

Oscar van Gelderen
In het begin van zijn carrière was hij een ongeleid projectiel. Maar hij is gerijpt en heeft de context gevonden waarbinnen hij goed kan werken en maakt nu interessante, veelzijdige keuzes. Hij geeft in alle genres uit, ook shittygenres als true crime, maar dan wel iets bijzonders, zoals Astrid Holleeder. Hij is ook niet bang om origineel te zijn, door bijvoorbeeld de Argentijnse klassieker Zamavan Antonio di Benedetto uit 1956 te vertalen – waarvoor ik het voorwoord schreef. Uiteindelijk wordt een uitgever in zijn necrologie beoordeeld op welke echt belangrijke auteurs hij publiceerde. Dat is bij hem alleszins respectabel: Meir Shalev, John Williams, Eduardo Mendoza, Dave Eggers.

Hebban
Hebban is een met zorg opgezette en actieve webcommunity voor lezers, maar het zou wat inhoudelijker mogen. Het zit bijzonder slim in elkaar, met al die lijstjes, challenges, beoordelingen en tips per genre, maar het meeste is user-generated contentvan wisselende kwaliteit, die bovendien hoofdzakelijk uitmondt in sterren-beoordelingen. In plaats van veel onbekende recensenten zouden ze meer schrijvers aan het woord kunnen laten of scherper bepaalde voorkeurstitels kunnen kiezen. Nu ben je als gebruiker heel intensief bezig met navigeren en zoeken, en is de inhoudelijke opbrengst in termen van ideeën en aanbevelingen betrekkelijk gering.

Internetboekhandels
Iedere fysieke boekhandel moet goed op internet aanwezig zijn. Goed betekent: technisch functioneert alles, de service is in orde én de site straalt een echte identiteit uit, net als de fysieke winkel. Een literaire boekhandel moet dus een webwinkel hebben die inhoudelijk de moeite waard is en evengoed met klanten het gesprek aangaat. Helaas gaan nog te veel mensen naar Bol, omdat ze niet weten dat hun eigen boekhandel een even schitterende site heeft – want gebruikmakend van dezelfde fulfillment van CB. Daar zit nog heel veel groeipotentieel. Ook voor Athenaeum, hoewel onze omzet na verbouwing van de webwinkel in twee jaar tijd al is verdubbeld. Internet is nu goed voor ruim een derde van de omzet.

Jammer
Ik hou erg van de zandbakmentaliteit. Werk spelenderwijs. Soms lukt het, zoals Spui25, dat begon als een avondje over humor tijdens een Boekenweek en nu een heel belangrijk activiteitencentrum voor Athenaeum Boekhandel en heel Amsterdam is. Soms lukt het niet, zoals de kleine vestiging in het NRC-gebouw. Ik dacht dat het tot een soortgelijke hotspot zou uitgroeien, maar de krant had andere prioriteiten, dus na twee jaar stopte Athenaeum ermee. Maar ook dan hoef je geen spijt te hebben, als je ervan kunt leren. Het snel opzetten van deze winkel bleek een ervaring voor het in zes weken optuigen van het filiaal op de Roeterstraat. Echt jammer vind ik alleen dingen die je niet kunt beïnvloeden. Toen ik in 1998 merkte dat Meulenhoff, waar ik uitgever was, meevoer op een Titanic genaamd PCM, kon ik niet anders dan weggaan.

Kobo
Zo'n abonnement bij Bol is goed voor het ontwikkelen van lezen als levensstijl en het stimuleren van boekenbezit, omdat je boeken die een plaats in je leven hebben gekregen, ook fysiek een plek in je huis wil geven. Maar een fundamentele verandering van de boekencultuur? Nee. Sterker: die krijgt juist een grotere focus op de productie en verkoop van papieren boeken die er echt toe doen en een paar generaties meegaan, omdat het de wegwerpboeken en snel voorbijgaande hypes zijn die vooral digitaal worden gelezen. Een nuttige publieksfunctie van digitaal lezen is wanneer je op vakantie bent. Dankzij mijn Kindle kan ik in een dorpje in Frankrijk toch de Times Literary Supplement lezen.
[Meer Kobo: hier]

Literair agenten
Met grote vertraging krijgen ook in Nederland literaire agenten een rol. Gelukkig maar. Nu uitgeverijen, zeker concerns, steeds meer opschuiven richting marketing en promotie is het noodzakelijk dat andere professionals de rol overnemen waarvoor zij minder ruimte hebben: het acquireren en begeleiden van schrijvers tot zelfs het redigeren van teksten. Mensen als Lolies van Grunsven, Paul Sebes en Willem Bisseling doen dat heel goed. Doordat zij betere voorschotten en royalty's kunnen bedingen voor hun auteurs, zijn het in feite de uitgeverijen die hun werk betalen. Terecht. Zij outsourcen immers een deel van hun werk.
[Meer literair agenten: hier]

Das Mag
Toine Donk, die samen met Daniël van de Meer Das Mag heeft opgericht, is ooit begonnen bij het Athenaeum Nieuwscentrum. Hij heeft daar zijn zin voor het hippe kunnen scherpen. Ik ben daar trots op, want zij doen het heel goed. Dat zij weinig titels uitgeven, juich ik toe: ze concentreren zich op alles uit een titel halen wat er mogelijk in zit. Of de verhouding weinig titels en veel medewerkers op termijn houdbaar is, zal moeten blijken. Zij geven uit in het moment. Zij streven niet na om een traditie van honderd jaar te starten of hofleverancier te worden – wat dertig jaar geleden nog het hoogste goed was – maar willen steeds opnieuw verrassen. Dat past bij de huidige markt. Een uitgeverij bouwt weinig waarde meer op, omdat bijna alle boeken na een x aantal maanden weer weg zijn, en je dus steeds op nul begint.
[Meer Das Mag: hier]

Joost Nijsen
Een volhouder. Toen de successen met Joris Luyendijk, Kluun en Renate Dorrestein voor hem tegelijk kwamen, viel hij bijna in de val van schaalvergroting. Hij begon meer titels uit te geven. Gelukkig kon hij na de onvermijdelijke koersval op eigen benen door. En dat doet hij nu al twintig jaar, met nog altijd heel mooie dingen, zoals zijn serie vertaalde verhalenbundels. Ook dat hij als uitgever een stem in het vak heeft, door er hardop over na te denken in zijn columns en prospectussen, maakt hem een eigenzinnig man. Zoals alle markante uitgevers uit het verleden is hij zijn eigen type.
[Meer Nijsen: hier]

Van Oorschot
Ik ben nog altijd zeer blij dat Athenaeum mede-eigenaar van Van Oorschot is en op termijn meerderheidsaandeelhouder zal worden. Het past bij onze missie als boekhandel om het voortbestaan van een dergelijke onafhankelijke uitgeverij te garanderen, die een vergelijkbaar belang voor de boekencultuur nastreeft. De huidige uitgever Mark Pieters heeft hard gewerkt aan het achterstallig onderhoud en het openen van de poort. Hij durft ook dingen, zoals een 1440 pagina's tellend Japans epos in vertaling uitgeven. Als dat beleid succesvol blijkt, deelt de boekhandel daarin. Meer hoeft dat niet te zijn. Ik vind dat een groot verschil met de combinatie VBK en Bruna. Wat die uitgeverij en boekhandel precies met elkaar willen, is mij onduidelijk, maar het lijkt erop dat ze lezers willen vangen in een Bookchoice- of Bliyoo-model. Ik loop daar niet warm voor. 

Fabian Paagman
Hij is een echte ondernemer, die een rol in het vak wil spelen als propagandist – óók in Europa. Heel goed, al heeft hij een andere stijl. Zo'n winkel als de Paagman-winkel aan het Plein zou hier niet kunnen, met gigantische stapels thrillers en true crime vóór in de winkel. Maar misschien past dat in zo'n winkelgebied het beste. Het enige waar ik nooit iets in heb gezien zijn de Triple A-boekhandels, waar hij een belangrijk lid van is. Waarom speciale edities laten maken die buiten CB om worden geleverd voor een paar procent extra korting? Het drijft de tarieven van CB op, zodat je uiteindelijk alleen jezelf én anderen ermee treft.
[Meer Paagman: hier]

Querido Kind
Wat daar vorig jaar is gebeurd, weet ik niet precies. Maar op het moment dat, bij het vertrek van Singel Uitgeverijen uit WPG, het volwassenen- en kinderboekenfonds van Querido uit elkaar werd geknipt, stond vast: dat gaat ooit mis. Die fondsen zijn al zo lang samen, er zijn zoveel dwarsverbanden. Het zal dus ook niemand verbazen dat het onlangs weer tot een hereniging van de beide Querido's is gekomen. Zelf zie ik dat vooral als een overwinning van de creatieve menselijke factor op geschuif met business units binnen grotere concerns. 

Caroline Reeders
Zij stond hoog op het lijstje om mij op te volgen. Met haar Amsterdamse achtergrond en brede verleden in het vak is ze zeer geschikt. Ze heeft gewerkt bij uitgeverijen, boekenimporteur Van Ditmar, in krantenland en bij Mindbus. Als 52-jarige heeft ze de goede mix van rijpe ervaring en het vermogen om zich op nieuwe terreinen te begeven. Ongetwijfeld gaat ze die ruimte ook benutten. Dit voorjaar werd op het Spui een verbinding gemaakt tussen de boekhandel en het Nieuwscentrum, waardoor ook de indeling van de winkel verandert. Nu loopt iedereen daarom ongetwijfeld binnen met het idee: je kan zien dat er een nieuwe directeur zit. Ik vind dat prima.
[Meer Reeders: hier]

Scheltema
Athenaeum Boekhandel heeft de eerste verliesgevende jaren doorstaan omdat Johan Polak de verliezen aanzuiverde. Scheltema heeft de Polare-mislukking overleefd omdat Boudewijn Poelmann hetzelfde heeft gedaan. Zo zie je maar: het is goed dat mecenaat bestaat. Samen zijn de winkels de beeldbepalende boekhandels in Amsterdam, met ieder een duidelijke eigen identiteit. Ik ben blij dat Scheltema zo'n mooi boekenpaleis is geworden, al leek hun huidige locatie me aanvankelijk een ongelukkig hoekje. Toen zij een tijdje dicht waren, kreeg Athenaeum opeens klanten op het Spui die – met alle respect – plantengidsen of boeken over treinmodelbouw wilden. Daarin schuilt de verleiding om je eigen identiteit te laten verwateren en ook voor die mensen een paar planken te gaan inrichten. Voor de lange termijn is dat erg gevaarlijk.

Toekomst
Mijn essaybundel Toch zit het andersis niet voor niets op mijn laatste werkdag verschenen. Mijn vertrek markeert het begin van meer aandacht voor het schrijven. Ik heb al langer een idee voor een autobiografische roman over het huis van mijn grootouders in Engeland waar ik vroeger jaarlijks in de zomer ben geweest. Zoiets wordt niets als je dat alleen in de avonduren en af en toe een weekje vrij schrijft. Daar kan ik nu tijd voor maken. Maar alleen thuis zitten scheppen? Ik wil me graag blijven voeden door allerlei contacten. Ik blijf daarom actief in besturen, stichtingen en genootschappen. Die kan ik allemaal ook iets meer prioriteit geven.

Unieboek|Het Spectrum
Deze uitgeverij richt zich op het informeren van het brede publiek op het gebied van hobby, tuineren, wonen, vrije tijd etcetera. Op hun manier doen zij dat heel goed. Maar dit is bij uitstek het type informatie waarvan je je kunt afvragen of het boek het ideale medium blijft om dat over te brengen. Gebeurt dat niet steeds meer via televisie, speciale tijdschriften en internet? Je ziet hen steeds meer multimediale projecten opstarten, waarbij onduidelijk is wat de rol van het boek precies is. Het is daarom heel goed mogelijk dat dit over tien, twintig jaar geen uitgeverij meer is, maar een multimediale contentontwikkelaar. Excusez le mot.

VBK
VBK heeft zich indertijd overeten aan de acquisitie van ThiemeMeulenhoff. Het sprak niet vanzelf dat ze op eigen kracht konden voortbestaan. ING hielp het bedrijf. Toen de aangekondigde termijn van vijf jaar was afgelopen, gooide het zichzelf in de armen van Jansen, Vlek & Fentener van Vlissingen. Het is erg jammer dat de communicatie daarover zo mis is gegaan en er aanvankelijk werd gelogen dat deze drie geen meerderheidsaandeel zouden krijgen – al werd dat later alsnog een minderheidsaandeel. Dat heeft voor veel schade gezorgd bij Atlas Contact, ook mijn uitgeverij. Zonder vertrouwen van auteurs gaan dergelijke veranderingen niet. Daarnaast heeft het concern nu twee strategische aandeelhouders met hele eigen bedoelingen. Ik hou daarbij mijn hart vast. Jansen en Vlek zeggen Bookchoice naar 80 landen te gaan 'uitrollen'. Hoe denken ze dat te doen? Hebben ze dan wel verstand van het bedrijf, dat zó aan het Nederlandse taalgebied is verbonden? Soms is het misschien een voordeel om naast schrijver ook boekenvakker te zijn, Ik ga me in elk geval vooral op mijn roman storten. 

WPG
Toen ik in 1980 bij De Arbeiderspers begon als drukproefcorrector dacht ik: dit is hoe een concern moet zijn. Helaas hebben ze zich misrekend aan de overname van A.W. Bruna en Standaard Uitgeverij, die ze kochten op de top van de markt én op het moment dat met name Bruna extreem succesvol was. WPG werd toen afhankelijk van de bank, die hen later dwong het nodige tafelzilver te verkopen: Singel Uitgeverijen, de gebouwen. Heel treurig. Wat is er nu nog over? Wat is hun zelfbeeld op het gebied van boeken? Wat hebben De Bezige Bij, Zwijsen en A.W. Bruna gemeenschappelijk? Vooral een literaire uitgeverij kan beter onafhankelijk zijn, maar de geschiedenis van De Bezige Bij laat zich niet zomaar terugdraaien. 

Xander
Oprichter Sander Knol van Xander laat zien dat iedereen, ongeacht zijn achtergrond, in het boekenvak een eigen bedrijf kan beginnen. Je hoeft niet zoals Das Mag een jonge buitenstaander met andere ideeën te zijn. Knol was bij ECI en de Boekerij een radertje in een corporate netwerk, maar met Xander laat hij zien een echte uitgever en ondernemer te zijn, die dingen durft. Met succes. Zijn prospectus en boeken zien er goed uit. Dankzij het unieke weefsel van CB, vaste boekenprijs en CPNB kan iedereen ook in no-time een uitgeverij beginnen. Dat wil niet zeggen dat het makkelijk is, maar het is in Amerika, Groot-Brittannië of Rusland echt een stuk moeilijker.

Young Athenaeum
Twee jaar nadat Athenaeum is begonnen met young adult ben ik er nog altijd erg blij mee. De rubriek is zelfs uitgebreid: hij begint nu met boeken voor kinderen vanaf acht jaar. Het lukt goed om de verbinding te leggen tussen Literaire young adult met hoofdletter L en de rest van het assortiment, en zo nieuwe lezers te kweken. Er is overwogen om De Kinderboekhandel op de Nieuwezijds Voorburgwal over te nemen, maar het bleek niet mogelijk om een interne verbinding te maken. En de huur was met 30.000 euro per jaar voor nauwelijks 60 m2 te hoog, zeker voor een weinig kinderrijke buurt als deze. 

Ziel & zaligheid
Rijk en beroemd wordt je in deze sector niet. Het boekenvak is een behoorlijk marginale business, voor welk bedrijf je ook werkt. Je moet het doen voor de lol en inspiratie. En dat biedt het boekenvak zeker. Je hoeft je maar aan een paar spelregels te houden, die vooral te maken hebben met collectiviteit en collegialiteit. Die zijn allesbehalve benauwend. Als je de spelregels herkent – zoals vele nieuwe toetreders wel doen maar bijvoorbeeld oud-Polarebaas Paul Dumas niet deed – kun je er zoals ik makkelijk veertig jaar met ziel en zaligheid werken. Ik heb, afgezien van vijfeneenhalf jaar in het Haagse kunstbeleid, in ieder geval nooit de behoefte gevoeld om een ander vak uit te oefenen. Het heeft me van A tot Z geboeid.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad Magazine 6, 2018)

woensdag 25 juli 2018

Het vertaalbeleid van de Taalunie: Hoe vertaal je Aldi en Albert Heijn in het Russisch? (Taaluniebericht)

We kunnen alleen van Murakami, Pamuk en Ferrante genieten doordat ze perfect in het Nederlands worden vertaald. Dat is nog niet zo simpel. Het Expertisecentrum Literair Vertalen en de Taalunie zetten zich daarom al bijna twintig jaar met succes in om vertalers – uit én in het Nederlands – te professionaliseren.
Je pakt een woordenboek, zoekt de betekenis van de Franse of Russische woorden op en je hebt een vertaling. Het lijkt zo makkelijk. Niet voor niets trekt de vertaalwedstrijd die NRC Handelsblad en Bureau Verstegen & Stigter jaarlijks uitschrijven honderden deelnemers. Dit jaar waren het er 581, die in totaal 726 vertalingen maakten van gedichten.
Maar wie alleen op een woordenboek leunt, maakt hooguit een wazige Nederlandstalige reproductie van het origineel. Alsof je door een bewasemd raam staart en slechts vage contouren ziet van de echte buitenwereld. Op de Grote Vertaaldag in Utrecht, waar de winnaars onlangs werden gehuldigd en in workshops hun inzendingen bespraken, klapte een van de juryleden uit de school. Het leeuwendeel van de vertalingen was ronduit “bagger”. Waarom? Daarvoor was één woord genoeg: “Woordenboek.”

Als vertalen zo simpel was, waren er ook geen vertalers meer nodig. Vertaalcomputers zouden dan al het werk kunnen doen. Maar vijftig jaar na de eerste experimenten zijn ze nog lang niet goed genoeg, vertelde hoogleraar taal- en spraaktechnologie Antal van den Bosch tijdens zijn lezing in het centrale programma.
Iedere student vertalen heeft ooit de vertaaldriehoek van Vauquois gezien, legde hij uit. Het laagste niveau is direct vertalen: een Engelse zin wordt woord voor woord vertaald in het Nederlands. Daarboven komt een transfersysteem, waarbij ook rekening wordt gehouden met de verschillende grammaticale structuren van beide talen. Maar de droom was een interlinguasysteem. De Engelse zin wordt op zo’n abstract niveau geanalyseerd dat hij perfect wordt omgezet in het Nederlands – of welke andere taal dan ook.
“Maar dat is nooit gelukt”, zei Van den Bosch. “Ook met de nieuwste Google Translate niet. Die is goed genoeg voor veel doeleinden, maar zeker niet voor literaire vertalingen – het type vertalingen waar de hoogste eisen aan worden gesteld.”

Coördinator Gea Schelhaas van het Expertisecentrum Literair Vertalen (ELV) – dat het vertaalbeleid van de Taalunie uitvoert – vertel je daarmee niets nieuws. Een roman, gedicht of toneelstuk omzetten naar het Nederlands is verschrikkelijk moeilijk. “Je moet niet alleen de brontaal en de doeltaal perfect beheersen, je moet ook de culturele context van beide talen kennen. Een handleiding voor stofzuigers kun je een-op-een vertalen. Dat is rechttoe rechtaan. Een roman of gedicht vertalen gaat ook om interpretatie.”
Ze geeft een voorbeeld. Wie in het Nederlands zegt dat hij altijd boodschappen doet bij de Aldi of juist bij de Albert Heijn, zegt iets fundamenteels over zichzelf. Hoe zet je dat om in het Russisch als beide supermarktketens in Rusland onbekend zijn? Dat lukt je alleen goed als je de gevoelswaarde van Aldi en Albert Heijn kent. “Zo moet een vertaler een heel referentiekader hebben. Ook om kinderliedjes of een grap zó te vervangen dat ze in de doeltaal dezelfde associaties oproepen en hetzelfde effect hebben.”

Dat goed kunnen is van groot belang, vindt senior beleidsadviseur Martijn Nicolaas van de Taalunie. “Zonder literaire vertalingen heb je een beperkt zicht op de wereld. Journalisten kunnen je als correspondent ter plaatse wel vertellen wat er gebeurt in andere landen, maar literatuur laat zien hoe het is om dat mee te maken en daar te wonen. Daar kennis van kunnen nemen is essentieel in deze tijd met zoveel internationale contacten. Je zult minder angst hebben voor wat er over de grens gebeurt.”
Het hoort nadrukkelijk bij het beleid van de Taalunie om dat te ondersteunen – zowel de vertalingen in het Nederlands als de vertalingen uit het Nederlands. “Niemand wil dat het beeld van Nederland beperkt blijft tot de clichés van tulpen, molens en kaas. Of het beeld van Vlaanderen tot friet en bier”, zegt hij. “Wij willen met vertalingen, ook van kwalitatieve non-fictie en graphic novels, de volledige rijkdom van de Nederlandstalige cultuur uitdragen, zodat Nederland en Vlaanderen letterlijk toegang tot de hele wereld hebben.”

In 1995 ontwikkelde de Taalunie daarom een cursusprogramma om de professionaliteit van vertalers te vergroten. In 2001 volgde de oprichting van het ELV om dat beleid uit te voeren en verder te ontwikkelen. Dat richtte zich in eerste instantie op het opzetten van opleidingen. Er is een mentoraatsprogramma gestart, waarbij beginnende vertalers onder begeleiding van een ervaren vertaler aan hun eerste boekvertaling werken. Daarnaast is er met steun van de Taalunie een transnationale master gestart aan de KU Leuven en de Universiteit Utrecht.
Schelhaas: “We kijken daarbij steeds waar behoefte aan is. Dreigt er op termijn een tekort aan vertalers in een bepaalde taal? Of is er maar één toneelvertaler? We sluiten ook aan op het beleid van het Nederlands Letterenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren, die de Nederlandstalige literatuur in het buitenland promoten. Als zij focussen op China, organiseren wij meer cursussen voor vertalers Nederlands-Chinees. En brengen we onder studenten Nederlands in China de mogelijkheid om vertaler te worden onder de aandacht.”
Dat beleid heeft goed gewerkt, verzekert ze. Er is de afgelopen jaren een duidelijke aanwas van nieuwe vertalers die steeds meer opdrachten krijgen en prijzen beginnen te winnen. Een voorbeeld is Lisa Thunnissen. Zij heeft haar vertaling van De cowboykampioen van Aura Xilonen uit het Spaans deels onder begeleiding van een mentor gemaakt, kreeg daar eerder dit jaar een nominatie voor de Filter Vertaalprijs voor – een belangrijke jaarlijkse vertaalprijs – en is nu zelf co-moderator van een online cursus Nederlands-Spaans van het ELV.

Nu er aanzienlijk meer cursussen en opleidingen zijn dan twintig jaar geleden, ook met de particuliere Vertalersvakscholen in Amsterdam en Antwerpen, richt het ELV zich meer op uitbreiding van de expertise. Er is bijvoorbeeld in Europees verband een leerlijn ontwikkeld, waardoor iedere vertaler duidelijk kan zien welke kennis of vaardigheid hij nog mist. In 2019 volgt het eerste Handboek literair vertalen. En de site van het ELV moet een verzamelpunt van kennis worden – met artikelen en een vertalersdatabase.
Het succes betekent echter niet dat er geen zorgen meer zijn. De voornaamste is het gestaag verdwijnen van talenstudies aan de universiteiten. “Vooral in Nederland”, zegt Nicolaas. “In Vlaanderen speelt dat minder. Nieuwe vertalers moeten van de universiteit komen, maar als talen niet meer worden aangeboden in het curriculum wordt dat onmogelijk gemaakt. Hoe vertaal je dan uit, zeg, het Roemeens? Via een vertaling naar het Frans of Engels. Daar gaat onherroepelijk kwaliteit verloren. Denk aan het doorfluistereffect. Ook zou het goed zijn als er op zoveel mogelijk plekken in de wereld Nederlands gestudeerd kan worden.”

De tweede zorg is de honorering. Ontvingen de winnaars van Nederland Vertaalt slechts een bos bloemen en de eer, professionele literaire vertalers krijgen ook maar 6,6 cent per woord. Dankzij de werkbeurzen van de Letterenfondsen kan daar maximaal 10,5 cent per woord bij komen. Maar weinig blijft het. Veel vertalers hebben dan ook werk ernaast. “Wij kunnen daar weinig aan doen”, zegt Schelhaas. “Wel proberen we op een studiedag vertalers ook zakelijk wijs te maken, zodat ze niet ja zeggen tegen alles wat uitgevers voorstellen.”
Al die inspanningen houden de hoop levend dat vertalers ons zulke perfecte vertalingen van Haruki Murakami, Orhan Pamuk en Elena Ferrante blijven geven dat we niet eens in de gaten hebben dat het om vertaalde boeken gaat.

Alle inzendingen van Nederland Vertaalt 2018 zijn hier te lezenHet ELV is een partnerschap van de Taalunie, de KU Leuven en de Universiteit Utrecht, in samenwerking met het Nederlands Letterenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren. Voor meer informatie: www.literairvertalen.org

dinsdag 24 juli 2018

De Crime Compagnie tevreden over Kobo Plus-effect Linda Jansma (Boekblad)

Dat 'In de naam van de vader' van Linda Jansma aanvankelijk exclusief als serie op Kobo Plus te lezen was, heeft het boek allerminst slecht gedaan. De Triple A-boekhandels hebben hun boycot niet doorgezet.

Drie weken ligt de thriller nu in de winkel. Het doet ook mee aan de Linda-actie. En de verkoop tot nu toe is goed, zegt uitgever Ilse Karman van De Crime Compagnie. 'We zijn heel tevreden. In naam van de vader staat niet in de Bestseller 60, maar dat komt ook omdat het momenteel druk in de winkel is. Je hebt hoge aantallen nodig om de lijst te halen.'
Ook over de belangstelling voor de exclusieve serie op Kobo Plus heeft Karman allerminst te klagen. Net als product manager digital Joep Lucassen van Bol.com en country manager content Erik Rigters van Kobo voor Nederland en Duitsland vorige maand op Boekblad.nl, blikt zij 'heel tevreden' terug op het experiment.
'We wisten natuurlijk niet wat we konden verwachten', vertelt ze, 'maar de voorschotten waren bijvoorbeeld veel sneller terugverdiend dan verwacht. Ook Linda's andere boeken trokken aan. Mensen gingen binnen hun abonnement meer titels van haar backlist lezen. En het bijt de printuitgave niet, voor zover wij kunnen zien. Kobo Plus heeft echt een ander publiek.'
De Crime Compagnie heeft niet simpelweg de vier delen van de serie geprint en het boek vervolgens in stilte op de markt gebracht. Zowel de redactie van de eerder verschenen afleveringen van 40.000 woorden ieder als marketing rond verschijnen was groot.
Karman: 'Het boek is geschreven als serie, dus met cliffhanger na ieder deel. Ook moet je sommige informatie herhalen als er een maand tussen verschijnen van twee delen zit. Daarbij zaten er nogal wat deadlines aan vast. Linda heeft het sneller geschreven dan anders. Om al die reden hebben we het nog eens volledig geredigeerd. Er zijn ongeveer 35.000 woorden geschrapt. Eigenlijk kun je het boek als een nieuw product zien waarvan de ebookserie fungeerde als een soort van ‘ouderwetse’ voorpublicatie. '
Daarnaast ging de uitgeverij 'flink met dit boek aan de slag', zoals Karman het verwoordt. Er was onder meer een radiocampagne, buitenborden voor Bruna en tafelposters voor AKO. Alles bij elkaar heeft dat de boekhandel overtuigd. 'De inkoop was goed.'
Oók van de zogeheten Triple A-boekhandels. Nadat Linda Jansma's Kobo-deal naar buiten kwam, reageerden de boekhandels Paagman, Broekhuis, Van der Velde, Scheltema, Broese, De Drvkkery en Waanders verontwaardigd. Zij kondigden bij monde van Fabian Paagman een boycot aan van Jansma en Willem Asman, wiens nieuwe thriller enkele weken eerder op Kobo Plus was te lezen.
'Ik heb daarna met enkele Triple A-boekhandelaren gesproken', vertelt Karman. 'Dat waren buitengewoon leuke gesprekken, ik kan niet anders zeggen. Zij hebben In naam van de vader gewoon ingekocht. Paagman deed sowieso weinig met onze boeken. Zo bekeken maakte wat hen betreft de boycot weinig uit. Maar ook dit boek ligt daar nu.'
Paagman bevestigt dat. 'Wij hebben er niet nauwgezet opgelet dat er geen enkele Linda Jansma de winkel meer in kwam. We hebben inderdaad ook enkele exemplaren van dit boek hebben verkocht. Maar daar ging het ook niet om. De aankondiging van de exclusieve Kobo Plus-deal was een moment om dit fenomeen aan te kaarten, dat je veel breder ziet. Denk aan Nicci French dat eerst exclusief een luisterboek was.'
Hij legt uit dat dergelijke exclusieve deals de verkoop in de boekhandel schaadt. 'Uitgevers doen dat niet om ons moedwillig te schaden. Hun visie is dat dit soort acties de verkoop aanjaagt. Wij zien juist aan de GfK-cijfers dat het de verkoop van de fysieke boek in de boekhandel wel degelijk schaadt. Wij willen daarover met uitgevers in gesprek blijven, en daarom moet je af en toe een steen in de vijver gooien.'
Want dat uitgevers ermee doorgaan is duidelijk. Kobo Plus kondigde zes nieuwe projecten voor dit jaar aan, waarvan de eerste begin juli online zou moeten komen – iets wat tot nu toe niet is gebeurd. Daarnaast heeft de e-boekabonnementendienst exclusief de oorspronkelijk Canadese serie Royally Yours, naar aanleiding van de koninklijke bruiloft van Harry en Meghan, in het Nederlands gebracht.
Ook De Crime Compagnie blijft met Kobo Plus samenwerken. Karman gaat een tweede serie doen met Linda Jansma plus een serie met een andere auteur uit haar fonds. Wat en hoe kan ze nog niet zeggen zolang alle handtekeningen nog niet zijn gezet. Wel is het de bedoeling dat een serie eind dit jaar online komt en de andere serie begin 2019.
'En wij hebben de vertaling verzorgd van Royally Yours', vertelt Karman. 'In december brengen wij daar de printuitgave van.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 20 jul)

zie ook:

zondag 22 juli 2018

Interview Arno Snoek (Boekhandel Snoek) over voetbalboeken in Rotterdam (Boekblad)

Wie zegt dat signeersessies geen belangstelling meer trekken? Arno Snoek kreeg deze week talloze camera's en fotografen over de vloer – omdat hij Ajacied Sjaak Swart naar zijn Rotterdamse boekhandel Snoek had gehaald. Dat voetbalevenement leeft in de havenstad meer dan het WK.

Hoe was je week?
'Het werd gezellig door de signeersessie van Sjaak Swart woensdagmiddag. Dat was heel prettig. Verder is er niets schokkends gebeurd. Business as usual, ja. Al is het lastig door de openbrekingen in de stad.'

Waarom?
'Wij zitten op de Meent, vlak naast de Coolsingel. Die is nog voor jaren afgesloten. Er wordt in de buurt ook veel gebouwd. En de binnenstad moet autoluw worden, waardoor er nog maar weinig parkeerplaatsen zijn. Het moet toch ook mogelijk zijn dat mensen even langs rijden om snel iets te halen?'

Wat maakte de signeersessie van Sjaak Swart tot het hoogtepunt?
'De man zelf. Hij is een buitengewoon aimabel mens. Maakt makkelijk contact, is belangstellend. En het bracht behoorlijk wat mensen op de been. En media dus. Ik moet zeggen dat ik verrast was dat het zoveel teweeg bracht.'

Verrast?
'Ja. Kick is een Rotterdamse uitgeverij. Ik vraag hen altijd: wat staat er op jullie programma? Dat bleek een boek over Sjaak Swart te zijn. Dat is zo'n nationale legende dat ik meteen zei: lijkt me leuk als hij komt signeren. Ik dacht geen moment aan de rivaliteit tussen Feyenoord en Ajax.'

De buitenwereld wel.
'Zeker. Een minuut nadat ik, anderhalve week geleden, het persbericht de deur uit had gedaan, belde De Telegraaf al. Later volgde Metro en noem maar op. Het ANP kwam naar de signeersessie, RTV Rijnmond, de televisieafdeling van het AD. Dat heb je met literatuur niet zo snel.'

Vertaalde dat zich in een goede verkoop?
'Het was een uitstekende dag.'

Merkte je onder je klanten iets van die rivaliteit?
'Ach, nee. Niets noemenswaardigs. Klanten vonden het alleen maar leuk. Iemand attendeerde mij er wel op dat sommigen op sociale media een grote bek hadden. Dat heb je altijd. Maar die mensen durven toch niet binnen te komen.'

Verkoopt Snoek – onder andere gespecialiseerd in voetbalboeken – ook andere Ajax-titels?
'We hebben wel meer dan alleen voetbal.'

De helft van de berichten op de Facebookpagina van Snoek in de afgelopen maanden ging over voetbal.
'Dat is toeval, omdat er een paar boeken tegelijk uitkwamen. De biografie van Kuyt, een dikke pil over Van Hanegem, Kraan en de donderstenen van Feyenoord – met anekdotes van Coen Moulijn, Henk Schouten en Cor van de Gijp – het jaarboek van Feyenoord.'

Terug naar mijn vraag: verkopen jullie meer Ajax-titels?
'Niet ieder boek over de eerste de beste Ajacied. Maar als het dat belang overstijgt, zeker wel. Ik heb ook de biografie van Johan Neeskens. En er zijn trouwens genoeg Amsterdammers die voor Feyenoord hebben gespeeld. Denk alleen al aan de grote Johan Cruijff, die op zijn 37e naar Rotterdam kwam en ons voor het eerst in tien jaar kampioen maakte en met Feyenoord de beker veroverde.'

Vond u het een goed idee dat Nieuw Amsterdam de Kuyt-biografie uitbracht onder het label Nieuw Rotterdam?
'Dat ik ludiek. Zoals Jules Deelder heeft bedongen dat in zijn boeken staat: De Bezige Bij, Rotterdam. Verder maakt het mij niet uit.'

Leeft deze weken ook het WK in de winkel?
'Niet echt. Nederland doet niet mee. Feyenoorders zijn altijd meer met de club bezig dan met het Nederlands elftal. En er zijn ook geen WK-titels. Ja, boeken over hoe het Nederlands elftal weer goed kan worden, maar dat haalt het niet bij het jaarboek. Dat wordt gemaakt door een van de supportersverenigingen en doet het altijd goed. Ik denk dat dat mijn best lopende voetbalboek is momenteel.'

Was het dan druk vanwege de aankomende vakantie?
'Er komen nog altijd mensen boeken kopen om mee op vakantie te gaan, al hoor ik ook vaak dingen als: Ik kan niet alles meenemen, ik mag maar zo veel bagage in het vliegtuig meenemen. Zo gaat dat dan. Het is altijd meegenomen dat de CPNB er tegenwoordig meer aandacht aan besteed. Jammer is het alleen dat de zomer in Rotterdam altijd zo rustig is.'

Hoe rustig?
'Het centrum is altijd erg stil. Wat dat betreft ben ik wel jaloers op onze hoofdstad. Er komen natuurlijk wel toeristen naar de stad, maar ik zie ze niet op de Meent banjeren, terwijl dat toch midden in de stad is. Het is helaas een gegeven waar we rekening mee moeten houden.'

Ga je vandaag de WK-finale kijken?
'Weet ik niet. Frankrijk-Kroatië is geen affiche dat me aanspreekt. Misschien met een half oog. Ik blijf er niet voor thuis. En in principe ben ik op de zaak. We zijn zondagmiddag altijd open tot 17 uur. Alleen de aanvangstijd verschilt. De ochtenden zijn in Rotterdam altijd uitgestorven. De klandizie is helemaal verplaats naar de middagen. Ook op zaterdagen, en zeker op zondag. Dus of ik om 12 uur of 13 uur open, maakt niet zo veel uit – de verkoop begint eigenlijk pas om half drie.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 15 jul)

vrijdag 20 juli 2018

Xander bedankt boekhandels voor succes 'De zeven zussen'-serie (Boekblad)

Xander uitgevers heeft boekhandels vorige week bedankt voor hun inzet om Lucinda Rileys 'De zeven zussen'-serie tot een succes te maken. En dat terwijl de internationale bestseller lang geen Nederlandse uitgever kon vinden.

Zelden zal de tekst op een bedank-taart van uitgevers zo snel zijn verouderd. Xander Uitgevers stuurde vertegenwoordigers Eric Winkel en Remko Polack naar de elf winkels met de hoogste verkoopaantallen omdat de drie titels bij elkaar de grens van 75.000 exemplaren hadden verkocht. 'Maar het gaat zo snel. Iedere dag gaan er 1000 tot 1200 exemplaren bij CB de deur uit. Ik denk dat we deze week al over de 100.000 gaan', vertelt marketing- en pr-medewerker Marieke Hofstede.
De uitgeverij verklaart het succes uit het verslavende element van de serie. Hofstede: 'Lucinda geeft steeds hele kleine aanwijzingen over hoe het verder gaat en wat het echte verhaal is van de adoptie van de zeven zussen. Als je een deel uithebt, wil je daarom meteen weten hoe het verder gaat met de volgende zus. En dan is er natuurlijk de toewijding van de boekhandel, die al voor verschijnen van het eerste deel voor ons doen heel veel leesexemplaren aanvroegen.'
'De zeven zussen'-serie is een typisch voorbeeld van het succes van mond-tot-mondreclame – 'gecombineerd met onze serieuze investering in marketing', voegt Hofstede daaraan toe. Deel 1 (over Maia) verscheen in september, maar kwam pas in week 20 van dit jaar in de Bestseller 60 – en steeg daarna door naar de top 20. Deel 2 (Storm) en deel 3 (Schaduw) haalden al een stuk sneller de bestsellerslijst. Deel 3 zelfs al in de week na verschijnen.
'Wat ook heel bijzonder is voor een serie, is dat we van een volgend deel méér verkopen dan het vorige deel', zegt Hofstede. 'Dat gebeurt anders nooit, maar wij horen dat buitenlandse uitgeverijen hetzelfde meemaken. Waarschijnlijk hebben lezers het eerste deel van de bibliotheek of een buurvrouw geleend, en kunnen daarna niet wachten tot ze een volgende deel kunnen lenen. En kopen hem dan. Wel bereiken we met de midprice van deel 1 nu veel nieuwe lezers.'
Toch hoeft het succes niet te verbazen. De serie, waarvan het eerste deel al in 2014 in het Engels verscheen, is ook in het buitenland een groot succes – met name in Duitsland en Engeland. Het is eerder opmerkelijk dat Riley niet eerder in het Nederlands is verschenen – te meer daar er sinds 1994 al vier titels van haar zijn vertaald: Covergirl (1995, Bzztôh), Terug naar Wharton Park (2011, De Kern), Het meisje op de rotsen (2012, De Kern) en De lavendeltuin (2013, De Kern).
Hofstede: 'Dat komt omdat Lucinda op een gegeven moment is overgestapt van een regulier agentschap naar het zelf verkopen van de internationale rechten. Sander Knol [uitgever van Xander, md] kwam 'De zeven zusters' ook af en toe tegen, dacht: daar moet ik eens naar kijken, maar omdat scouts er nooit over begonnen en agenten het nooit aanboden vergat hij het ook weer. Tot hij het wéér een keer tegenkwam en toen echt is gaan zoeken naar de rechten.'
Knol heeft de uitgeefrechten uiteindelijk kunnen verwerven door domweg contact te leggen via het contactformulier van Rileys website. 'Hij kreeg meteen een mailtje terug waaruit bleek dat Nederland het enige land was waar de rechten nog niet waren verkocht', vervolgt Hofstede. 'Haar man had het in het begin wel aangeboden bij Nederlandse uitgevers en diverse agentschappen, maar niemand had het ooit opgepikt. Dat gebeurt soms. Het aanbod is ook zó groot.'
De late start van Xander met de serie had als voordeel dat de uitgeverij de eerste delen in versneld tempo op de markt kon brengen, zodat het geduld van lezers minimaal wordt beproefd. Deel 4 (Parel) verschijnt al in augustus. 'Daarna lopen we gelijk met het internationale schema. Deel 5 – dit jaar uitgekomen in het Engels – komt begin volgend jaar, deel 6 – dat Lucinda nu schrijft – eind 2019 en het slotdeel begin 2020.'
In de tussentijd zal Xander de fans blijven voeren met vertalingen uit Rileys backlist. Blijkens haar Wikipedia-pagina zijn dat zestien titels, deels verschenen onder de auteursnaam Lucinda Edmonds. Hofstede: 'Wij wilden alleen niet beginnen met een van de boeken die al eens eerder in het Nederlands zijn verschenen. Dit najaar komt daarom als eerste De nachtroos, dat oorspronkelijk uitkwam in 2013.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 17 jul)

maandag 16 juli 2018

Interview Jeroen Overstijns (Standaard Uitgeverij): 'Het bedrijf werkt breed, maar wel helder' (Boekblad)

Een klein half jaar is Standaard Uitgeverij inmiddels zelfstandig. Met een fris optimisme dat de algemeen directeur Jeroen Overstijns eigen is, werkt het Vlaamse bedrijf gestaag een nieuwe strategie uit – om stap voor stap één heldere lijn in de waaier van activiteiten te krijgen.

Lange tijd was Jeroen Overstijns als literair criticus een van de bekendste namen in het Vlaamse boekenwereldje. Een jaar of vijftien besprak hij achtereenvolgens Nederlandstalige en Angelsaksische literatuur, een deel van die periode was hij ook chef van de boekenbijlage van De Standaard. Minder bekend was dat hij boeken besprak in zijn vrije tijd. Het was een bijbaan. Met uitzondering van zijn jaren bij de krant maakte hij carrière in het uitgeven voor juridische en financiële professionals.Alleen wie wist dat Overstijns bij Wolters Kluwer werkte, was niet verbaasd dat hij boven kwam drijven als directeur van Standaard Uitgeverij. In 2016 volgde hij Peter Quaghebeur op in die rol. Na de verzelfstandiging van de Vlaamse divisie van WPG werd hij met vier mede-investeerders – onder wie voormalig WPG-directeur Koen Clement – zelfs eigenaar van de uitgeverij. Dat maakte hem op een andere manier opnieuw een van de bekendste namen in het Vlaamse boekenwereldje.

Droomde u er als criticus van eens een algemene uitgeverij te leiden?
'Nee. Dingen overkomen mij. Als je er hard aan trekt om ergens te komen, merk je dat de realiteit meestal wispelturig is en die je een andere kant op duwt. Ik werkte bij de business-to-businessuitgeverij. WPG vroeg mij daarom om Standaard Uitgeverij Professional te leiden. Nadat die was verkocht aan Larcier en ik mee verhuisde, werd ik gevraagd terug te keren om WPG België te leiden. De discussie die uiteindelijk leidde tot verzelfstandiging, speelde nog niet bij mijn terugkeer maar borrelde wel al binnen de organisatie. Dus ook mede-eigenaar worden is een kwestie van een mogelijkheid die zich voordeed.'

Wat vond u destijds van Standaard Uitgeverij?
'Ik heb honderden boeken besproken. Literaire fictie. In die tijd gaf Standaard Uitgeverij die weinig uit, dus ik heb zelden een uitgave van ons besproken. Als onderdeel van WPG vertegenwoordigde het wel fondsen als De Bezige Bij, waar ik veel van besprak. Een erg indrukwekkend fonds. Ook nu. De laatste jaren heeft het een nieuwe adem gevonden. Ze geven veel boeken uit die ik graag lees. Als kind verslond ik wel de strips van Standaard Uitgeverij. Met je spaargeld de nieuwe Kiekeboekopen! Het is geweldig om nu de helden van mijn jeugd uit te geven.'

U kunt natuurlijk ook moeilijk toegeven dat u de thrillers van Standaard Uitgeverij eigenlijk rommel vond.
'Dat vooroordeel is even gemakkelijk als fout. Niet alles wat buiten de smaak van de literaire goegemeente valt, is meteen rommel. Iets is rommel ongeacht het genre of de complexiteit. Of het nu gaat om thrillers of literatuur, het wordt rommel als het slecht wordt gemaakt en uitgegeven. En dat deed en doet Standaard Uitgeverij niet. Neem tv-kok Jeroen Meus die in ons fonds zit. Heel populair, geen literatuur, maar fantastisch goed gemaakt. Of onze imprint Oogappel. Een fonds dat zich breed richt op baby's en peuters, maar opnieuw: heel goed gemaakt. Toegegeven: mijn persoonlijke leestijd gaat vooral naar literatuur, maar ik lees ook thrillers en veel meer non-fictie dan vroeger. En belangrijker: mijn persoonlijke smaak is gelukkig niet leidend bij ons uitgavebeleid.'

Heeft u in uw huidige rol wel baat bij uw ervaring als criticus?
'Misschien voel ik eerder de kwaliteit en het potentieel van een titel. Ik lees ook anders dan de gemiddelde boekenconsument. Maar dat doet er niet veel toe. Mijn uitgevers, die een uitstekende smaak hebben, beoordelen manuscripten, ik niet. Ik voel me er misschien meer bij betrokken dan de gemiddelde manager. Af en toe kan ik dan mijn mond niet houden over bijvoorbeeld een omslag.'

Hoe staat het boek ervoor in Vlaanderen?
'Niet anders dan in Nederland. Volgens de laatste officiële GfK-cijfers – van eind maart – stabiliseert de verkoop. Zelf ben ik geneigd daar optimistisch over te zijn. Er zijn natuurlijk moeilijkheden en mogelijkheden, maar tot mijn verbazing is men in het boekenvak geneigd vooral te praten over de moeilijkheden. Een onterecht doemdenken. Het boek is in een tijd waarin de mogelijkheden om je vrije tijd te vullen groter zijn dan ooit, nog altijd een krachtig economisch en cultureel iets.'

Doemdenken? Als je een uitgever vraagt hoe het met zijn bedrijf gaat, zegt hij áltijd 'goed'.
'Maar in het vak hoor ik vaak veel negativiteit, terwijl ik er absoluut in geloof dat het boek zijn waarde blijft behouden. Je moet alleen durf en creativiteit tonen om dat te laten zien. Dat gaat niet vanzelf, ook voor ons. Wij hebben nog een hele weg te gaan. Het zou saai zijn als dat niet zo was. Ik heb alleen een afkeer van het cynische.'

Geeft u eens een voorbeeld van durf en creativiteit.
'De stripmarkt stabiliseert. Dan kun je zitten kniezen. Maar ik zie het als een heilige plicht en verantwoordelijkheid om de lezer desnoods op een andere manier te bedienen. Daarom hebben wij geïnvesteerd in een pretpark: Comics Station Antwerp, waar wij voor een derde eigenaar van zijn. En dan blijkt dat mensen er graag naartoe gaan. Het is pas een jaar open. Winstgevend is het dus nog niet, maar het is op de goede weg. Tweede voorbeeld. Er kunnen geen populaire familiestrips als Suske & Wiske of FC De Kampioenen meer gelanceerd worden, hoorde je. Wij hebben toch een reeks gemaakt naar aanleiding van de tv-serie De buurtpolitie. Dat bleek de succesvolste lancering in jaren. Ik ben heel arrogant over mijn collega’s, maar je kan niet anders dan bevestigen dat wij daarin gewoon de beste zijn.'

Toch iets over de moeilijkheden. Wat zijn de prangendste?
'Er is een tijdelijke moeilijkheid en een eeuwige moeilijkheid. De tijdelijke is druk op de fysieke verkooppunten. Een uitgever leeft bij de gratie van een divers en breed aanbod aan retailers. Maar door de stagnatie van de boekenmarkt, de afnemende wens van consumenten om door de winkelstraat te struinen, en de opkomst van een performante speler als Bol.com, die sinds kort ook in Vlaanderen een dominante partij is, loopt dat terug. Ik ben blij met Bol.com, want die zijn heel erg goed in hun vak, maar de hele koek mag er niet kleiner door worden.'

Het bezoek aan de boekenbeurs in Antwerpen loopt ook al jaren gestaag terug.
'De organisatie heeft daarom kort geleden de opdracht gekregen daaraan te werken. Maar vergeet niet: het is nog altijd de derde grootste beurs in België en zelfs de tweede grootste in Vlaanderen. En dat voor een product dat nu ook weer niet zó veel economische betekenis heeft. De boekenbeurs blijft een gigantisch evenement waar men in Nederland jaloers op is. Omdat het zo groot is, kunnen wij bijvoorbeeld bij de komende editie een idee voor onze strips uitvoeren dat anders alleen maar een leuk idee was gebleven. Nee, ik zeg nog niet wat.'

Biedt de kort geleden ingevoerde gereglementeerde boekenprijs in Vlaanderen geen soelaas?
'Dat is geen oplossing. Heel eenvoudig: omdat retailers niet meer aan de knop prijs kunnen draaien, is het boek als product voor veel van hen iets minder interessant geworden. Zeker supermarkten, waar lezers komen die heel prijsbewust zijn, kiezen voor andere producten om mee te stunten. Dat wordt niet gecompenseerd door meer verkoop elders. Dat merken niet alleen wij, maar alle Vlaamse uitgevers.'

De wet is toch ook bedoeld om assortimentsboekhandels te steunen. Dus als supermarkten niet meer met boeken stunten: prima.
'Er kan eventueel een klein effect ten gunste van de boekhandel optreden. Zeker. Maar om dan te zeggen: de gereglementeerde boekenprijs is de redding van de boekhandelaar? Nee. Dat zit hem in heel andere dingen: zijn vakkennis, zijn manier van omgaan met klanten, zijn interne organisatie, de beleving die hij biedt in de winkel. Daar komt bij dat in de moeilijke jaren zonder vaste prijs toch al alleen de veerkrachtige boekverkopers – en uitgeverijen trouwens – zijn overgebleven. Wat mij en bijna alle uitgevers betreft moeten we met de minister in overleg over een andere manier om het vak te steunen.'

Zoals met de nu gestarte imagocampagne: vier acties met boekencheques om de consument naar de boekhandel te lokken, waar de overheid 300.000 euro in steekt?
'Dat is natuurlijk ook niet dé zaligmakende oplossing. Die illusie moeten we niet hebben. Maar ik ben er wel erg blij mee, omdat 1) de overheid hiermee wel aangeeft de noden van het boekenvak te begrijpen, en 2) bereid is met ons samen te werken in het opzetten van een gezamenlijke marketingcampagne. Dat is ook erg hoopgevend voor de toekomst.'

Wat moet de boekenmarkt dan wel een boost geven?
'Een beter aanbod. Als iets de markt een impuls kan geven, dan is het betere boeken. Daarom moeten we allemaal werken aan de kwaliteit van onze boeken, nieuwe auteurs blijven vinden, een nieuwe aanpak blijven zoeken om boeken in de markt te zetten. En als je dan een hype hebt van het niveau Harry Potter, Stieg Larsson of Vijftig tinten grijs helpt dat de hele markt naar boven, omdat mensen die niet of weinig lezen dan plots het plezier daarvan ervaren en naar de boekhandel gaan en soms ook iets anders kopen.'

En wat is de eeuwige moeilijkheid die u net noemde?
'Die sluit aan bij wat ik net zei. Het managen van de creativiteit. Het ondersteunen van de auteur bij het in wereld helpen van hun tekeningen en teksten. Twintig jaar geleden kon een uitgeverij nog denken: we drukken het, een kaft erom en klaar. Dat is allang niet meer zo. Dus dat is iedere dag een geweldige uitdaging.'

Want als je het niet goed doet, kiezen auteurs ervoor om het zelf te doen. In Nederland een Paulien Cornelisse, in Vlaanderen een Marnix Peeters en Pieter Aspe. Die laatste zat bij jullie en heeft nu zijn eigen uitgeverij.
'Maar is dat selfpublishing? Het is een geleidende schaal tussen het uitgeven volledig overlaten aan een uitgeverij en alles volledig zelf doen. Vanaf wanneer noemt je het selfpublishing? Er komt een verschrikkelijk complex apparaat bij kijken om een boek op de markt te brengen. Denk alleen al de logistiek en het managen van de voorraad, het afspraken maken met al die verkooppunten, met alle promotiekanalen. Dat willen auteurs niet zelf doen. Waar het om gaat is dat auteurs meer invloed willen hebben op wat met hun boeken gebeurt. Dus als auteurs klagen, moet je met elkaar gaan praten over wat zij willen en hoe we daar het beste aan kunnen beantwoorden. Aspe is daarom niet bij ons weg, we hebben – vertrekkend vanuit het idee dat we elkaar nodig hebben – het alleen anders georganiseerd.'

En hoe managet Standaard Uitgeverij in het algemeen de creativiteit?
'Het is onze missie om helden van hier zichtbaar te maken – en dat als beste te doen. Dat is onze ziel, en onze grootste kwaliteit. In de voorbije jaren wilden we als uitgeverij iets anders zijn, zoals een tv-productiehuis. Maar dat zijn we voorlopig niet. We zijn in eerste plaats een uitgeverij. Daar zijn we naar teruggekeerd. We hebben nu wel een pretpark, maar dat doen we niet zelf. Daar heeft een apart management, met ervaring in die sector.'

Hoe bleek dat de keuze om tv te produceren een verkeerde was?
'Omdat de tv-producties die we maakten niet zo'n succes bleken. Je kunt twisten over de oorzaken ervan, maar een groot succes was het niet. Ondertussen ging veel tijd zitten in deze diversificatie, waardoor de aandacht op de kern verslapte. Niet dat auteurs wegliepen – denk ook aan wat ik net zei – maar intern rees de vraag: wat zijn we nu eigenlijk? Een uitgeverij of een mediabedrijf? En voor de overstap waren we nog niet klaar. Ik snap dat de poging gewaagd is, maar we moeten ook durven zeggen dat we onszelf wat ontkend hebben op die manier, en dat we eerst en vooral goed zijn in boeken, strips en creativiteit. Ook medewerkers hebben helderheid nodig om optimaal te presteren.'

Die duidelijkheid is er nu? Standaard Uitgeverij heeft anders zo'n breed en divers fonds dat je je soms afvraagt: wat is precies het profiel.
'Het bedrijf werkt inderdaad breed, maar wel helder. Wat wij maken zijn in de eerste plaats complexloze, maar ontzettend goed gemaakte uitgaven voor een brede waaier aan doelgroepen: volwassenen en kinderen, boekenlezers en striplezers. Die breedheid is best een uitdaging. De spreidstand dreigt soms te groot te worden. Maar vroeger was het nog breder, toen we nog een b2b-uitgeverij – die ik weliswaar met veel plezier leidde maar feitelijk weinig te maken had met de rest van de business.'

Zit die breedte ook in: voor grote en kleine doelgroepen?
'Echte upmarket titels doen we niet. We hebben geen ambitie om een uitgeverij Polis te zijn. Of om een kunstboekenuitgeverij te starten. Wat we doen is gericht op een breed publiek. Een mooi voorbeeld is het rechtenmanagement voor René Magritte, dat wij ook beheren vanuit onze ambitie om creativiteit in de wereld te zetten. Wij hebben daarom een virtual reality-ervaring gemaakt waar vorig jaar in Knokke zo'n 50.000 mensen een kaartje voor kochten. Dat was ook niet voor de vernissage-elite bedoeld, wat natuurlijk best had gekund.'

Hoe gaan jullie om met de uitdaging om er één lijn in te krijgen?
'Daar kijken we nu rustig naar. Wat we wel al hebben gedaan, is minder titels uitgeven. Na dat jarenlang te hebben getoeterd geven we dit jaar bijna een derde minder uit, om meer aandacht aan ieder project te kunnen geven. De consequentie is dat we vaker nee zeggen auteurs. Dat is niet makkelijk, maar noodzakelijk om je profiel helder te krijgen. Ook willen we onze kwaliteitseisen in sommige gevallen hoger leggen. Dat kon voor sommige titels echt beter, vonden we.'

Helpt het bij die operatie dat Standaard Uitgeverij nu zelfstandig is?
'We kunnen sneller schakelen. Domweg omdat er een niveau minder is. Er is een raad van bestuur met vijf aandeelhouders voor in de plaats gekomen, maar wij zitten heel sterk op één lijn. De discussie over onze missie was bijvoorbeeld binnen een paar minuten beslecht. Het zijn, anders dan Nederlanders, ook mensen die fenomenen als Aspe en De buurtpolitie snappen. Dat geeft natuurlijk geen garantie op succes, het geeft wel rust.'

Heeft het ook nadelen dat jullie los zijn van WPG?
'Om heel eerlijk te zijn: het maakt geen gigantisch verschil. We opereerden al vrij zelfstandig. Eerder werd de culturele kloof steeds groter, en dat voelden we. Zeker sinds de opkomst van commerciële televisie in Vlaanderen, waren beide delen van het taalgebied cultureel meer uit elkaar gegroeid, én groeide er tegelijk een grote Vlaamse creativiteit en zelfbewustzijn, waar deze uitgeverij ook van profiteerde. Wij konden onder de koepel-WPG de import doen van de Nederlandse fondsen. Er was ook IT-ondersteuning, maar dat was alles. En die import doen we nog steeds, nota bene met precies dezelfde mensen. Misschien doen we het zelfs beter dan voorheen, omdat we hier zo dol zijn op de uitgaven van De Bezige Bij en A.W. Bruna. Dan blijf je daar met hart en ziel op focussen.'

In die jaren waarin jullie en WPG uit elkaar groeiden, deden Vlaamse uitgeverijen anders steeds verwoeder pogingen om de Nederlandse markt te veroveren. Was het daarbij niet nuttig onderdeel te zijn van een Nederlands concern?
'Niet echt. Dat wil zeggen: voor uitgaven voor volwassen. Voor onze kinderboeken, zoals het Oogappel-fonds, en strips als Suske & Wiske heeft WPG ons een veel breder verspreidingsgebied gegeven. Dat heeft ons zeker geholpen. Los daarvan bleven we op onze honger zitten. Nu doet New Book Collective de verspreiding van onze volwassen titels in Nederland, gewoon omdat we met hen een klik hadden, maar blijft WPG het doen voor de kindertitels.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad Magazine 6, 2018)

Zie ook: