Posts tonen met het label e-boekenmarkt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label e-boekenmarkt. Alle posts tonen

woensdag 20 januari 2021

Hoe jongeren aan de klassiekers te krijgen? (Boekblad)

Hoe jongeren aan het lezen te krijgen? Ook Schwob probeerde die vraag te beantwoorden voor de leeftijdsgroep 20-35 jaar. De specifieke focus die het programma voor vergeten meesterwerken uit de literatuur aan de vraag gaf, bleek bijzonder vruchtbaar. 'Jongeren zoeken verbinding.'

In Jachtseizoen moeten Bekende Nederlanders als kickbokser Rico Verhoeven of rapper Boef vier uur lang uit handen zien te blijven van de mannen van StukTV, die het online tv-programma hebben bedacht. De inmiddels meer dan veertig afleveringen van het achtervolgingsprogramma op het eigen Youtube-kanaal zijn stuk voor stuk miljoenen keren bekeken. De serie heeft ook diverse prijzen voor online media gewonnen, zoals de Hashtag Award en de VEED Awards. Dus waarom zou iemand zich hier níét door laten inspireren?

Het concept laat zich bijvoorbeeld vertalen naar een online serie die jongeren kan verleiden om moderne klassiekers te lezen. Stel je een bekende lezer voor die samen met een vriend in een bibliotheek de opdracht krijgt op zoek te gaan naar een bepaalde titel. Via diverse aanwijzingen en opdrachten wordt het team langs een atlas, geschiedenisboeken, filosofieboeken, dagboeken en meer geleid die gezamenlijk de historische context van een klassieker schetsen – om uiteindelijk het boek zelf te vinden. En dan elke maand een nieuwe aflevering.

Jongeren worden via teasers op sociale media als Instagram en TikTok én de bekendheid van de influencer geprikkeld om de circa twintig minuten durende video's te bekijken op het Youtube-kanaal 'Modern Classics'. Zonder dat ze het in de gaten hebben, krijgen ze zo informatie mee over, zeg, de slavernij, de manier waarop dat nawerkt in het leven van de Afro-Amerikanen in het hedendaagse Amerika en de literaire kracht waarmee Alice Walker dit thema heeft uitgewerkt in De kleur paars – om een van de Schwob-titels van 2020 te noemen.

Wie vervolgens geïntrigeerd genoeg is om naar de plaatselijke openbare bibliotheek te gaan, wordt daar niet aan zijn lot overgelaten. In de bibliotheek kan hij zelf een vergelijkbare escape room-achtige speurtocht volgen die via vergelijkbare aanwijzingen en opdrachten leidt naar een reeks verwante boeken over slavernij en de invloed op het heden. Denk aan romans als Beminde van Toni Morrison of De ondergrondse spoorweg van Colson Whitehead. Wie vastloopt in zijn speurtocht kan deskundige hulp krijgen van een bibliothecaris.

 

Dit idee is bedacht tijdens de hackathon die Schwob – het initiatief van het Nederlands Letterenfonds om vergeten pareltjes uit de wereldliteratuur onder de aandacht te brengen – organiseerde over de vraag: Hoe krijgen we lezers in de leeftijd 20 tot 35 jaar zo ver om een klassieker te lezen? Deze hackathon was het begin van de zoektocht van Schwob om, bijna tien jaar na de introductie van het programma, het potentiële lezerspubliek uit te breiden – naar jongeren, die een andere relatie met klassiekers hebben dan oudere lezers.

'In 2014, een paar jaar na de start had ik alle deelnemende uitgevers uitgenodigd op een lunch', licht beleidsmedewerker Alexandra Koch toe. 'Daaruit bleek dat ze naast geld en tips het allerbelangrijkste vonden dat er ook hulp kwam bij het zoeken naar lezers voor de ondersteunde uitgaven. Geld was er: een subsidieregeling als tegemoetkoming van de productiekosten. Tips ook: via de website en mijn contacten met vertalers en buitenlandse uitgevers, bracht ik auteurs en titels onder hun aandacht. Maar nu de oplagen steeds meer onder druk kwamen te staan, zou er meer moeten worden gedaan om de lezers te bereiken.'

Zo ontstond een jaar later de Schwob-actie. Aanvankelijk twee keer per jaar, nu vier keer per jaar worden de verschillende titels van alle uitgevers (vijf per seizoen) gecombineerd gepresenteerd. Bij de allereerste lancering deden circa dertig boekhandels mee, een jaar later waren dat er al honderd en nu zijn het er zo'n 120. 'Dat zijn eigenlijk alle literaire boekhandels in Nederland en Vlaanderen', zegt Koch. Een paar keer werd de zichtbaarheid van de titels vergroot met eerst een Schwobfest (in Haarlem) en daarna een Leesclubfestival (in Utrecht).

'Toen we steeds dichter bij de lezers kwamen, begon ik ook te zien wie dat zijn. De bekende deelnemers van leesclubs dus: ervaren lezers van in de vijftig jaar of ouder, die vaak al dertig jaar lang veel lezen en een Schwob-boek willen omdat het voor hen een mooie verrassing is. Ze zoeken in het boek een aanvulling op een al rijke leeservaring. Maar als je 23 bent, sluit je je niet aan bij zo'n leesclub. Dat wil je gewoon niet als de gemiddelde leeftijd dertig jaar ouder is, jij de enige onder de vijftig bent en iedereen al veel meer heeft gelezen.'

En dat terwijl jongeren wél een onontgonnen belangstelling hebben voor bewezen klassiekers. Daar raakte Koch van overtuigd toen Schwob – sinds de jaren 2013-2015, toen het Europese subsidie kreeg – een stagiair kreeg. Iedere keer dat ze een nieuwe zoekt, blijkt de animo voor de plek groot. Jongeren moeten alleen op een andere manier worden bereikt. 'Voor hen heeft een Schwob-boek ook een andere functie. Het is geen aanvulling, maar onderdeel van een alternatieve canon. Dát idee prikkelt hen.'

 

Aanvankelijk probeerde Koch jongeren te bereiken met 'eigen' leesclubs. 'Een leesclub heeft voor hen een andere functie dan voor vijftigers. Niet voor niets werd Literaturfest van Das Mag de huwelijksmarkt van Amsterdam genoemd. Ze willen onder elkaar zijn.' Kiki Bolwijn had drie keer een op jongeren gerichte leesclub bij de inmiddels verdwenen Literaire Boekhandel in Utrecht, waar zij toen werkte. Voor dit jaar hadden Janine Mooij en Mathijs Sanders van de Rijksuniversiteit Groningen een leesclub gepland, uitgebreid met lezingen en bijeenkomsten, bij twee filialen van boekhandel Van der Velde.

Twee ontwikkelingen deden Koch besluiten het over een andere boeg te gooien. Dat was ten eerste het PISA-onderzoek, waaruit bleek hoe laag de leesvaardigheid en het leesplezier van Nederlandse 15-jarigen was. 'Ik schrok daar enorm van. En vroeg me af: hoe komt dat? Spreken we ze misschien verkeerd aan? Ze grijpen sneller naar een beeldscherm dan naar een boek. Ze lezen misschien anders: springerig, in plaats van in de diepte te duiken. En wat heeft dat voor gevolgen voor de manier waarop wij ze willen verleiden? Ik wilde hen toen zelf over deze vragen horen.'

Ten tweede bemoeilijkte het coronavirus haar gastbijdrage aan de masteropleiding redacteur/editor aan de Universiteit van Amsterdam. 'Elk jaar moeten studenten een eigen vergeten boek kiezen en daar een presentatie over maken. Zo leren ze nadenken als uitgevers: waarom kies je voor een boek? Hoe breng je het op de markt? Toen Lisa Kuitert van de opleiding en ik dat aan het voorbereiden waren kwam het idee op: ik kan het deze studenten vragen. Dankzij Zoom en het gemak waarmee iedereen dat tegenwoordig gebruikt, was dat makkelijk te organiseren.'

En toen was daar de hackathon. Op vrijdag 6 november kwamen bijna zestig mensen in hun eigen werkkamers digitaal bij elkaar. Niet alleen de toekomstige boekenvakkers van de UvA, maar ook studenten communicatie van de Thomas More Hogeschool in Mechelen – toekomstige reclamejongens en -meisjes – en professionals uit het boekenvak: uitgevers, boekhandelaren en literaire programmamakers. In een middag- en ochtendsessie werkten kleine groepen vanuit verschillende invalshoeken een idee uit voor jongeren

 

De organisatie kijkt met bijzonder groot genoegen terug op de hackathon. Behalve Koch zijn dat boekverkoper Steven van Ammel van Passaporta in Brussel (ook lid van de Schwob-commissie uit de Raad van Advies van het Letterenfonds) en freelancer redacteur, programmamaker en boekverkoper Marieke de Groot (onder andere verbonden aan boekhandel Boekholt Pantheon in Amsterdam). De gerichte aanpak van een hackathon had een veel grotere opbrengst dan een vrije brainstorm ooit had kunnen opleveren.

'Het was electrifying', zegt Van Ammel. 'Op voorhand denk je: de tijd is zeer beperkt, mensen kennen elkaar nog niet en komen nu digitaal bij elkaar. Maar het werkte juist heel goed. Ik denk dat het ook heeft geholpen dat het nu niet eens breed ging over: hoe jongeren weer aan het lezen te krijgen. Door de invalshoek van Schwob, dat nu eenmaal over moderne klassiekers gaat, spitste de vraag zich toe: hoe krijgen we ze aan het lezen van de lijst van inmiddels meer dan honderd boeken op de Schwob-lijst. Dat leverde veel gefocuster ideeën op.'

Ook een deelnemer als Bas Steman was enthousiast. De Zutphense schrijver heeft als initiatiefnemer van leesclub Nescio, waarover hij eerder dit jaar Lekker Boekie! publiceerde, al veel ideeën bedacht én uitgevoerd om pubers (zijn zoon en diens vrienden) aan het lezen te krijgen – een iets jongere doelgroep dan waar Schwob zich nu op richt. Toch vond hij de hackathon 'veel inspirerender dan gedacht'. Deels omdat het digitale format zo goed werkte, deels omdat hij ervan overtuigd is dat de gespuide ideeën tot iets echt bruikbaars kan leiden.

 

Veel ontwikkelde formats vertonen overeenkomsten met de boekenspeurtocht in de bibliotheek. De inzet van sociale media als promotiekanaal of plek om lijstje met je favoriete klassiekers te delen. Het gebruik van podcasts en video's. Het toevoegen van een spelelement, zoals quizjes, waarmee je de strijd kunt aangaan met andere lezers of groepen lezers. Het organiseren van en bijeenkomst, waar jongeren kunnen praten over het boek, maar óók feest kunnen vieren. Het kwam allemaal steeds terug. (Zie kader voor een selectie ideeën.)

Wat bij alles opvalt, analyseert Koch, is dat je jongeren 'ergens moet ophalen', zoals zij het noemt. 'Het lezen an sich is geen reden genoeg om een boek op te pakken. Je moet ze een reden geven om er tijd voor vrij te maken. Dat kan op drie manieren. Via het onderwerp: het thema is ook nu relevant. Via een spel: leuk, je kunt iets winnen. Of via een sociaal aspect: het boek als aanleiding tot ontmoetingen. Iemand opperde daarom een feest waarbij iedereen via de kleur van zijn kleding aangeeft welk boek hij heeft gelezen.'

Ook Steman is dat opgevallen – zowel in zijn leesclub als tijdens de Hackathon. 'Interesse is er wel degelijk. Alleen denken pubers en jongeren dat literatuur iets is voor oude mannen. Dat lezen saai is. De vraag is dan: hoe creëer je ondanks het vooroordeel toch leesbereidheid? Dan helpt het wel degelijk als je een boek pitcht in een filmpje van twee minuten waarin iemand enthousiast als ambassadeur optreedt. Dat hoeft geen BN'er te zijn. Dat het enthousiasme geloofwaardig is, is het belangrijkste.'

'We moeten ook niet vergeten dat voor mensen buiten het vak het boek maar een klein percentage van hun leven is', zegt De Groot. 'Hun wereld is veel groter. En dus is het helemaal niet erg om hen te bereiken via influencers – als we maar de goede kiezen. Of om sociale media te gebruiken. Zoals iemand zei: hiphop en Instagram Stories vertellen óók verhalen. Ze gebruiken andere middelen en bereiken een andere diepte, maar het zijn wel verhalen. Dus via die weg kun je mensen naar boeken leiden: van Lady Gaga naar Jane Austen.'

 

De hackaton bevestigde voor Koch de stelling van de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco dat de nieuwe generatie eerder horizontaal dan verticaal leest. 'Ze zoeken verbinding: met de thema's uit het boek, met populaire tv-series, met passende muziek – terwijl ik eerder nadenk over vragen als: hoe verhouden personages zich tot elkaar. Vanuit die achtergrond is het logisch dat ze benaderd willen worden via Youtube-filmpjes of influencers. Vroeger zou ik hebben gedacht: wat oppervlakkig. Maar vanuit hun wereld is dat helemaal niet zo.'

Niet voor niets is de gezochte verbinding vaak thematisch. Dus: bloedserieus. Een klassieker gaat voor jongeren niet over de positie in de literatuurgeschiedenis of de autobiografische achtergronden van de auteur, maar over de betekenis voor actuele discussies over de opwarming van de aarde, het feminisme, Black Lives Matters, enzovoorts. 'Ze zoeken allemaal de koppeling met wat er in de wereld om hen heen gebeurd,' zegt ook De Groot. 'En dat linken ze aan een festival, een talkshow, bibliotheken, een podcast.'

Belangrijk is alleen dat je de juiste terminologie gebruikt.Laat een woord als 'leesclub' vallen en een jongeren begint al te gapen, bleek tijdens de hackathon. Herhaaldelijk zeiden de deelnemers bij het opwerpen van een dergelijke idee 'dat je het dan wel anders moet noemen'. Steman heeft dezelfde ervaring. 'Ze willen graag reflecteren. Hoe dieper hoe beter. Maar je moet ze niet op zoek laten gaan naar thema's, motieven, perspectieven. Ik noemde het liever "paaseitjes".'

En: dat je verbindt met het juiste boek. 'Het belang van matching', noemt Koch dat. 'Niemand wil tijd besteden aan een boek waarvan je na vijftig bladzijden denkt: niets voor mij. Zelfs in deze groep lezers, die redacteur willen worden, zeggen ze dat het voorschrijven van boeken die niet aansluiten funest waren voor het leesplezier. Daarom waren er veel ideeën die begonnen met óf een cliffhanger, zoals boektrailers op Youtube, die interesse moeten opwekken, óf vragenlijstjes over je eigen smaak die het matchen vergemakkelijken.'

 

Het is nu zaak de ideeën uit te bouwen. Koch wil een alliantie vormen met een aantal grotere organisaties met een belang om jonge lezers 'literatuur met hoofdletter L' te laten lezen, zoals zij zegt. Denk aan Stichting Lezen, uitgevers uit de Schwob-kerngroep, boekverkopers, maar ook een mediapartner die eventuele podcasts en Youtube-kanalen kan promoten. Gezamenlijk moeten zij een shortlist aan projecten kiezen, zodat er in 2021 enkele pilots kunnen worden uitgevoerd. 'Om te zien wat de potentie heeft om uit te groeien tot iets blijvends'.

En waarom zou dat niet de boekenspeurtocht in de bibliotheek à la Jachtseizoen kunnen zijn?

 

Hoe jongeren aan klassiekers te krijgen?

* Een 'cheat sheet-podcast' waarin je in 15 minuten op een aansprekende manier wordt bijgepraat over klassiekers. Je bevredigt zo de behoefte om 'mee te kunnen praten', maar prikkelt de luisteraar en passant zo sterk dat hij het boek ook wil lezen.

* Benader jongeren op de plek waar ze zijn: het ov. Met pop-upwinkel op Utrecht CS, exclusieve uitgaven bij stationskiosken (AKO's) en kortingen bij aankoop van een internationale treintickets op literatuur uit het land van bestemming.

* Maak het persoonlijk. Wie wordt getriggerd door een booktrailer kan juist niet het eerste hoofdstuk downloaden, maar krijgt daar per post een mooi vormgegeven, gepersonaliseerd boekje

* Bied een stappenplan. Ben je geïnteresseerd in Lady Gaga? Lees dan wat zij leest of lees boeken over andere sterke vrouwen? En zo leid je jongeren stap voor stap naar Jane Austen.

* Een leesclubplatform: maandelijks bespreken clubs online of live een klassiekers. Live bijeenkomsten bieden meer dan alleen het bespreken van het boek, bijvoorbeeld een rondleiding langs het Amsterdam van Joseph Roth. Lidmaatschap van het platform biedt (financiële) voordelen.

* Een Schwobdag, bijvoorbeeld ingebed in een festival als ILFU, met diverse activiteiten (van lezingen tot poetry slams). Wie het hele jaar via het platform heeft gelezen, heeft voor iedere deelname een button gekregen. Die neemt hij mee op zijn totebag, zodat hij ter plekke andere lezers kan ontmoeten.

* Een app, waarop je over boeken kunt chatten. Maar ook: vriendenlijsten kunt maken, punten kunt verzamelen (ook met quizjes en spelletjes), daarmee iets winnen én gelijkgestemde kunt leren kennen. Schwobbelen als het nieuwe tinderen.

* De meme van de week. Verrassende vondsten die viral kunnen gaan. Zoals: wat is de connectie tussen Harry Mulisch en hiphop?

* Een alternatieve canon, samengesteld door jongeren zelf – waarbij verschillende studenten- of studieverenigingen hun eigen keuzes verdedigen in debatwedstrijden.

(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, nov/dec 2020)

 

zaterdag 15 augustus 2020

Puck: boekentippen als een echte boekverkoper

Een digitale boekentipper die klanten op basis van individuele vragen suggesties voor een nieuw boek doet. Dat wil het vorige week gelanceerde Puck: boeken tippen zoals een echte boekverkoper dat doet.

Puck werkt eenvoudig. Op haar website stelt de digitale boekverkoopster ('Hoi, ik ben Puck de Boekenbot') enkele persoonlijke vragen, waarna er vijf suggesties uitrollen – en na verdieping nog meer boeken. De chat is verrijkt met uitroepen als 'interessante keuze', om het zo meer op een echt gesprek te laten lijken. Hoe simpel het ook kan worden uitgelegd, er schuilt wel degelijk vernieuwende technologie achter. Alle digitale boekentippers die in het verleden zijn ontwikkeld, werken allemaal volgens het principe 'wie dit leuk vond, vindt ook dit leuk'. Puck is de eerste die zuiver afgaat op persoonlijke voorkeuren van de klant.

 

Het allereerste idee voor Puck komt van Studio Winegum – een adviesbureau dat sinds de oprichting in 2017 is gespecialiseerd in het digitaliseren van de klantenservice voor een breed gamma aan bedrijven. Na het uitbreken van de pandemie hadStudio Winegum en hun team tijd over voor innovatie. 'Hoewel de samenleving sinds maart in een klap volledig leek te digitaliseren zagen wij de kans onze kennis over chatbots in te zetten,'vertelt Martinus. 'Wat te doen met de gespecialiseerde kennis over chatbots en machine learning?'

 

Dat werd boeken. Studio Winegum, dat geen enkele ervaring in de boekenbranche had, ging daarvoor een samenwerking aan met Bookarang dat al jaren AI inzet voor het boekenvak. Martinus: 'Via via kwam ik bij eigenaar Victor Bergen Henegouwen uit. Zijn team werkt al jaren aan dit soort digitale aanbevelingen. Maar zoals hij mij vertelde: Bookarang is een artificial intelligence bedrijf en is niet zo van de voorkant. Dat is nu juist het sterke punt van Winegum. Bookarang heeft de database, het algoritmeen de API geleverd, wij hebben de persona en de vragen van Puck ontwikkeld en de chatbot en de websitegebouwd.'

 

Uit een test onder duizend consumenten bleek dat Puck – dat half juni in een bètaversie online ging – aanslaat. Bijna de helft (46%) las de flaptekst van de aanbevolen boeken. Twee van de vijf (41%) zei daadwerkelijk een van de gesuggereerde boeken aan te willen schaffen. Bovendien heeft de boekentipper effect op het leesgedrag: een kwart (26%) verwacht meer te gaan lezen door het persoonlijke advies dat ze krijgen. Tweederde (65%) gaf aan Puck blijvend te willen gebruiken. Mede door deze gunstige uitkomsten besloten Winegum en Bookarang Puck officieel te lanceren.

 

'Natuurlijk zijn er andere routes naar een suggestie dan deze "verras mij"-weg', vertelt Martinus. 'Een boekverkoper die een klant voor zich heeft, kan bijvoorbeeld ook vragen naar diens lievelingsboek. Dat kan je ook digitaal doen. Maar dat kost veel tijd. De chatbot moet de titel herkennen en heel verfijnde vervolgvragen stellen. We wilden echter niet eerst eindeloos blijven programmeren tot alle mogelijkheden zijn gerealiseerd. Het leek ons het beste om nu live te gaan en Puck, mede op basis van alle feedback, door te ontwikkelen.'

 

Puck werkt momenteel samen met Libris. Wie na het lezen van de flaptekst van de suggestie doorklikt op 'naar de boekhandel' wordt doorverwezen naar het betreffende boek op Libris.nl. Op termijn komt daar een tussenpagina waar de klant zijn eigen boekhandel kan kiezen. 'We willen niet exclusief voor een partij zijn. We horen bijvoorbeeld dat sommige gebruikers een abonnement hebben bij Kobo of zo. Daar willen wij ook naar doorverwijzen. Maar zo staan er genoeg aanpassingen op het programma. Als eerste gaan we een "cadeauroute" maken. Libris en andere partijen hebben daar veel behoefte aan. Die moet er voor de feestdagen zijn.'

 

Studio Winegum en Bookarang verdienen een kleine commissie aan iedere titel die via Libris.nl wordt verkocht. Maar die kleine bedragen zijn niet de manier waarop ze hun investeringen terug willen verdienen. De returnzit hem eerder in het verkopen van licenties van de boekentipper zelf. Bibliotheken, uitgeverijen of boekhandels die Puck – of hun eigen versie daarvan – voor hun eigen site willen overnemen, zijn van harte welkom. Daarnaast kan de technologie worden ingezet op andere markten waar consumenten een enorme keus heeft: auto's, wijnen, huizen, potentiële partners.

 

Ook daarom is Puck nu al in de markt gezet. 'Dan kunnen we kijken waar de appetitezit', noemt Martinus dat. Om dezelfde reden wordt de digitale boekverkoopster niet met een grootscheepse campagne op de markt gezet – nog los van het feit dat daarvoor niet het benodigde budget voor handen is. Studio Winegum en Bookarang mikken op een gestage groei van de naamsbekendheid door aandacht in de pers (SublimeFM besteedde er al aandacht aan) en op sociale media en mond-tot-mondreclame van tevreden gebruikers. Ook gaat Libris haar sociale media-kanalen daarvoor inzetten.

(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 11 aug)

woensdag 15 juli 2020

Bookchoice zet zichzelf opnieuw op de kaart (Boekblad)

Een landelijke campagne met tv-commercials en online advertenties betaalt zich uit. De E-boekabonnementendienst Bookchoice, die de afgelopen twee jaar in de luwte opereerde, ziet de ledentallen opnieuw stijgen.

Nadat Bookchoice, dat haar leden maandelijks acht e- en audioboeken aanbiedt vanaf 3,99 euro per maand, een zelfstandige BV werd binnen de Shared Stories Group, heeft het bedrijf zich eerst gefocust op het product. Van het aanbod tot het platform, van de samenstelling van het team tot de vestigingslocatie – 'het kon allemaal beter, vonden we zelf,' vertelt Djurre de Wit, sinds augustus 2018 directeur van Bookchoice. Zelfs de markt werd opnieuw gedefinieerd: alleen nog het Nederlandse taalgebied. 

'De kwaliteit van onze selectie moest beter, zegt De Wit. 'We hebben nu mensen in dienst die precies weten wat er uitkomt, welke promotiepakket daarbij hoort en wat past bij ons publiek. We maken ook veel meer een keuze vanuit Bookchoice zelf. Wat vinden wíj dat past bij onze leden? Dat heeft ertoe geleid dat we meer grote titels, voornamelijk thrillers en lekker lezende romans, sneller na verschijnen kunnen aanbieden.' Ter illustratie: de selectie van augustus bevat In hechtenis van Nicci French, dat in week 15 uitkwam.

Inmiddels werkt Bookchoice samen met in principe alle uitgeverijen – en zeker niet alleen met zusterbedrijf VBK. 'Wij maken 100% onafhankelijk onze keuzes, zodat we de beste selectie kunnen maken. We zoeken daarin een balans tussen grote titels, die we nodig hebben voor onze groei, én minder bekende titels die we voor uitgeverijen een groter platform geven. Omdat wij maar acht titels per maand aanbieden, is de kans groot dan onze lezers die proberen. In april zagen we dat met Anya Niewierra. Nadat de eerste lezers Het bloemenmeisje begonnen aan te raden op ons platform, zagen we de populariteit exploderen.'

Ook de site kon beter. 'Ons platform was erop gericht de boeken goed te laten zien. En niet om het mensen zo makkelijk mogelijk te maken om lid te worden, wat eigenlijk cruciaal is voor een bedrijf dat draait om lidmaatschappen. Het platform hebben we daarom helemaal vernieuwd. De focus ligt nu op conversie, wat in feite betekent dat het gebruiksgemak zo hoog mogelijk is. Informatie over de selecties, onze lidmaatschappen en onze services zijn duidelijker weergegeven, zodat je makkelijker keuzes kunt maken.'

De achterliggende techniek is tegelijk verbeterd. De site werkt sneller, functioneert makkelijker op een smartphone en is stabieler. 'Op de eerste dag van een nieuwe maand willen veel leden nieuwe titels downloaden', legt De Wit uit. 'Dat kunnen dus ook luisterboeken zijn. Dat zijn flinke bestanden. Een site moet dat wel aankunnen. Ik moet er wel bij zeggen dat de site nog te veel gericht is op e-boeken. Sommige leden weten niet eens dat je de titels ook als luisterboeken kunt downloaden. Dat is een aandachtspunt voor dit jaar.'

Om dat allemaal mogelijk te maken, is ook gekeken naar het personeelsbestand. 'Het team telde veel boekspecialisten. We hebben er meer een e-commerceteam van gemaakt. Om dat mogelijk te maken zijn we verhuisd naar een fijn kantoor, voorzien van alle gemakken, op een centrale plek in Amsterdam [de Willemsparkweg in Oud-Zuid, red.]. Dat is noodzakelijk wil je online talent naar je toe trekken.'

Vorige maand was het tijd voor de volgende stap: een landelijke campagne. Bookchoice heeft daarvoor voor het eerst in haar geschiedenis tv-commercials ingekocht. Die zijn nog steeds te zien via de Talpa-zenders SBS6 en NET5. 'Daar zit volgens ons een publiek waarvan wij weten dat ze veel lezen, maar die we nog onvoldoende hebben bereikt. Tegelijk hebben we juist veel leden die niet op een andere manier lezen. Juist dat maakt Bookchoice aantrekkelijk voor uitgeverijen.'

De campagne heeft effect, zegt De Wit. Hoewel hij geen exacte aantallen wil noemen, heeft Bookchoice nu 'tienduizenden' leden. 'Het is natuurlijk afwachten of alle nieuwe leden dat over drie maanden nog zijn. Maar we zien wel – al langere tijd overigens – dat we steeds beter leden vasthouden. Dat blijkt niet alleen uit de aantallen die lid blijven, maar ook uit de maandelijkse meting onder onze leden. Daarin vragen we ze ook of ze Bookchoice hun vrienden zouden aanraden. Die cijfers zijn ook verdubbeld.'

Leden zijn ook belangrijker geworden, voegt De Wit daaraan toe. 'Zíj zijn onze levensader.' In het verleden werd Elly's Choice – zoals Bookchoice heette bij de lancering 5,5 jaar geleden – groot doordat het bedrijf veel maandabonnementen weggaf via andere bedrijven: van vliegmaatschappijen tot loyaliteitsprogramma's van andere bedrijven. Dat gebeurt nog steeds. Maar waar dergelijke abonnementen vroeger puur marketing was, krijgt Bookchoice tegenwoordig vrijwel altijd een vergoeding voor iedere verzilvering.

Op korte termijn blijft Bookchoice focussen op én verbetering van het product én groei van het aantal leden. De Wit: 'Ik denk daar in beide gevallen nog ruimte voor is. Ik noemde al het beter aanbieden van luisterboeken. Ook onze mobiele app krijgt binnenkort een grote update. Op de langere termijn zouden we kunnen kijken of bijvoorbeeld het aanbod kan worden uitgebreid met andere genres [zoals Elly's Choice al vrij snel deed, red.]. Maar op dit moment ligt daar geen concreet plan voor.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 8 jul)

zaterdag 22 februari 2020

Waarom boekhandels zelf boeken verkopen via Bol.com (Boekblad)

Bol.com verhoogt per 1 maart de verkoopcommissie voor boeken. Plaza-verkopers zoals Binnert Overdiep, Paagman en Vos & Van der Leer voorspellen dat zij daarom hogere prijzen moeten rekenen. Of ermee stoppen? Nee, daarvoor zijn de voordelen te groot.

Het was groot nieuws in de e-commercewereld. In reactie op de komst van Amazon maakt Bol het aantrekkelijker voor partners om producten op hun platform te verkopen. De vaste verkoopcommissie, die in veel gevallen 83 cent bedroeg, gaat omlaag voor goedkopere producten. Voor items tot 10 euro betalen verkopers straks 20 cent, voor items tussen de 10 en 20 euro betalen 40 cent. 'Het gevolg hiervan is dat het aanbod in deze prijscategorieën omhoog gaat', zei directeur Huub Vermeulen onlangs tijdens de Webwinkel Vakdagen. 
Maar. Voor artikelen in de productcategorieën boeken, digitaal, film, muziek en games software introduceert Bol.com een nieuwe vaste verkoopcommissie. Deze mediatoeslag bedraagt 1 euro per verkocht artikel. Gemiddeld komt de stijging neer op circa 30 procent. 'Dat is een enorme verslechtering', zegt Eduard Kuijt van Binnert Overdiep in Heerenveen daarom ook, die online boeken verkoopt onder de merknaam Internetboekhandel.nl. 'Voor alle boeken betaalde ik een vaste commissie van 83 cent. Voor boeken tot 10 euro wordt dat 1,20 euro. Dat loopt op naar 1,83 euro voor boeken boven de 20 euro.'

Prijzen gaan omhoog
Waarom Bol.com een mediatoeslag introduceert, is onduidelijk. Op haar eigen site geeft het geen toelichting. Maar ook Boekblad en Kuijt kregen geen duidelijk antwoord op vragen daarover. Kuijt: 'Het is vaak lastig praten met Bol.com. Het is wat dat betreft een gesloten bolwerk.' Vermoedelijk is de reden echter gelegen in het feit dat boeken een vaste prijs kennen. Op alle andere producten kan een online prijzenoorlog met Amazon ontstaan, op boeken niet. Dus: wat Bol.com elders aan commissie weggeeft, haalt het terug via aanbieders van boeken.
In ieder geval betekent het dat prijzen voor boeken en cd's van partners omhoog gaan. Dat voorspellen zowel Fabian Paagman van Paagman in Den Haag als Kuijt. 'Alleen voor mijn kantoorartikelen zal ik de prijzen mogelijk verlagen, omdat de commissie daarvan omlaag gaat.' Dat komt overigens niet alleen door de hogere verkoopcommissie, voegt Kuijt eraan toe. Belangrijk zijn ook de verzendkosten, die PostNL en andere vervoerders verhogen. 'Logisch, want verzenden is altijd te goedkoop geweest'.

Vaste prijs of niet
Voor alle duidelijkheid: boeken hebben uiteraard een vaste prijs. De verhoging zit hem in de kosten van verzenden en administratief afhandelen. Dat Bol.com de prijzen anders presenteert, doet daar niets aan af. Bol.com doet namelijk alsof het zelf de vaste prijs hanteert, waar het (in sommige gevallen) een toeslag voor verzending voor rekent, terwijl het bij de prijzen van partners de verkoopprijs én de kosten voor verzending bij elkaar optelt. Vervolgens staat er dat de partners boeken gratis verzenden. Zo lijkt het altijd alsof Bol.com de goedkoopste is.
Het is een voortdurend punt van discussie tussen Bol.com en de partners. Waarom maakt Bol.com de prijsopbouw niet beter inzichtelijk zoals Amazon wel doet bij producten van partners?

Welke boekhandels verkopen via Bol.com?
Volgens Bol.com zijn er op dit moment 'duizenden aanbieders' van nieuwe boeken. 'Wij verwachten dat dit aantal aankomend jaar verder blijft groeien', aldus woordvoerder Tamara Vlootman. Wie echter kijkt naar een aantal recente bestsellers ziet vaak maar een handjevol aanbieders staan – zelden meer dan tien. Daarvan zijn drie boekverkopers die je bij actuele bestsellers steeds tegenkomt. Behalve Binnert Overdiep en Paagman is dat Vos & Van der Leer uit Dordrecht.
Daarnaast stuit je op aanbieders als Boeken-tip, waarachter het inmiddels failliete Veldboeket Lektuur schuil gaat, of BeterBoek International, dat verwijst naar een privé-adres in Eindhoven. Arnaud Makkenze van Vos & Van der Leer vermoedt dat daar mogelijk een boekhandel achter schuil gaat die liever niet openlijk via Bol.com verkoopt. Of wellicht een andere professional in het boekenvak. Kuijt: 'Ik heb eens een directeur van een uitgeverij "betrapt" op het verkopen via Bol met een privé-account. Dat is nu niet meer actief.'

Waarom doen ze het?
De reden dat deze boekhandels actief zijn via Bol.com is voornamelijk: omzet. 'Bol heeft een miljoenenpubliek. Die trek ik in Heerenveen niet', zegt Kuijt. Ter illustratie: in de atypische afgelopen decembermaand, waarin niet overwegend de gebruikelijke longtail werd verkocht maar juist wel de reguliere bestsellers, had Internetboekhandel.nl via Bol 5.365 bestellingen. 'Een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Dat maakt de omzet als Plaza een essentieel onderdeel van mijn totale online omzet.'
Vos & Van der Leer, die op een veel kleinere schaal opereert, hanteert een vergelijkbare redenering. 'Ieder boek die je verkoopt is er één', zegt Makkenze. 'Het maakt mij niet uit of je dat linksom of rechtsom doet. En Bol is nu eenmaal de handigste marktplaats die er is. Daarbij heeft Bol in wezen alleen een link met het CB. Als het daar weg is, zegt Bol dat het uitverkocht is – maar heb ik vaak nog een exemplaar staan. Dan komen klanten bij mij. Zo had ik gisteren toch zeven bestellingen. Dat is genoeg om het de moeite waard te maken.' 
Alleen Paagman legt een ander accent. 'Wij doen het vooral voor de learnings', zegt Paagman. 'Het moet natuurlijk geen geld kosten, maar het is geen moneymaker. De marges zijn zó dun dat als je er op jaarbasis tien- tot vijftienduizend euro aan over houdt, het al veel is. We hebben er in sommige periodes ook weleens actief gestuurd op het krijgen van wat minder orders, omdat de kosten niet opwogen tegen de baten. Maar het is wél heel informatief. Zo zien we via onze Plaza-verkopen beter welke trends spelen. Daardoor kunnen we beter inkopen voor de winkel.'

Effect op de dagelijkse praktijk
Dat sluit aan bij wat Kuijt zegt: 'Een boekhandel kan niet zomaar een account op Bol aanmaken, je moet je bedrijf erop inrichten. Als je ervoor tekent, moet je ook de belofte die Bol aan zijn klant doet, waarmaken. Je kunt dus nooit denken: ik kijk morgen wel naar die bestellingen. En als PostNL de pakjes komt ophalen, móéten ze klaar liggen. Je moet structuur in je werkzaamheden aanbrengen om ervoor te zorgen dat dat ook gebeurd en er vervolgens enorm gedisciplineerd aan vasthouden.'
Een boekhandel moet daarbij durven rekening te houden met zijn Bol-klanten. Kuijt: 'Stel, na een uitzending van DWDD krijg je een aantal online bestellingen. Zijn de exemplaren in de winkel voor hen? Of voor je eigen klanten? Het is zuur om tegen hen nee te zeggen, maar toch gaan de eersten voor. Gelukkig kun je ook al 's avonds bijbestellen en heb je in de loop van de dag nieuwe voorraad. Ook durven we nu van sommige titels echt veel exemplaren in te kopen, als we voorzien dat we die ook online goed verkopen. In het begin durfden we dat nog niet.'

Ook indirect voordeel
Naast de rechtstreekse bijdrage aan de omzet kan verkoop via Bol ook bepaalde aspecten van de bedrijfsvoering mogelijk maken – juist omdat de boekhandel zo op een grotere schaal opereert. Dat geldt voor Paagman bijvoorbeeld voor same day delivery. 'Dat kan alleen uit omdat we dat aanbieden voor bestellingen via Bol en via onze eigen site.' Voor Kuijt geldt het voor klassieke muziek-cd's. 'Ik heb er redelijk wat in de winkel staan, terwijl de omzet eigenlijk te klein is om dat te rechtvaardigen. Zo veel liefhebbers zijn er niet voor in Heerenveen en omstreken. Door de combinatie met online-omzet kan het wél.'
Paagman snapt desalniettemin waarom relatief weinig boekhandels gebruik maken van het platform van Bol. Ten eerste: online boekverkoop is 'een heel specifiek kunstje, dat je er niet even bij doet. Als je dat hebt uitbesteed, zoals veel Libris-winkels aan Libris, ga niet ook een operatie optuigen voor Bol.com.' Ten tweede: 'juist in het boekenvak heerst een bepaalde ambivalentie, om niet te zeggen antipathie, tegen Bol. Dan wil je daar niet mee samenwerken.' Kuijt sluit zich bij dat laatste aan.

Kansen voor boekhandels
Toch wenst Kuijt een open, serieus gesprek over boekverkoop via het Plaza van Bol in het boekenvak. 'Het is óók een manier om handel te drijven. En als je alles bij elkaar optelt, kan het platform daarbij helpen om je hele toko overeind te halen. Daarom moet er niet besmuikt of stiekem over worden gedaan, maar moeten boekverkopers met elkaar in gesprek over de beste manier waarop we het platform kunnen benutten. En met uitgevers, die er ook baat bij hebben als wij showrooms op A1- of A2-locaties in stand houden.'
Om de gedachten te bepalen vertelt Kuijt dat in sommige branches leveranciers te afhankelijk van Bol zijn geworden. 'In sommige gevallen is Bol goed voor 60 tot 70% van de omzet. Dat is natuurlijk een ongezonde situatie: één klant die zo groot is. Bol komt dan in een positie dat het steeds betere condities kan eisen: hogere marges, een bijdrage aan pr-kosten, noem maar op. Op een gegeven moment is dat onhoudbaar.' Dáár zitten kansen voor Plaza-verkopers, zoals hij uit eigen ervaring kan vertellen.
Want wat besloot een speelgoedleverancier, van wie BinnertOverdiep ook producten verkoopt. 'Die is gestopt met verkopen aan Bol. Het heeft in plaats daarvan ons en een aantal andere retailers benaderd om hun spullen via Plaza op Bol aan te bieden. Zo zijn ze een niet steeds groter percentage van hun marge kwijt aan Bol én behouden ze de showroom-functie van winkels voor hun producten. Want wij leggen de producten uiteraard in de winkel. Dit gebeurde overigens in overleg met Bol.com.'
Eigenlijk, vindt Kuijt, moet Bol.com volledig platform worden. 'Ze associëren zich graag als platform, maar spelen tegelijk – een beetje stiekem – winkeltje. Als Bol, die alle data verzamelt, ziet welke producten populair zijn, gaan ze daar vervolgens voor zichzelf een leverancier van zoeken. Terwijl dat niet nodig is. Als je de Plaza van Bol vergelijkt met die van Amazon en Alibaba, heeft de enige van deze drie die niets zelf verkoopt het beste rendement: Alibaba. Dus waarom zou Bol dat niet doen?'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 17 feb)

maandag 18 november 2019

Daniël van der Meer van Bookaroo blikt terug: 'We hadden na de campagne niet dezelfde energie' (Boekblad)

Bookaroo stopt. De initiatiefnemers Toine Donk en Daniël van der Meer gaan samenwerken met Bazarow, die hun ambitie waar moet maken: de fysieke boekhandel laten profiteren van online boekenkopers. 'Er bestáát een publiek voor wie het uitmaakt waar het zijn boeken koopt.'

Bookaroo zoog vier maanden geleden alle aandacht in het boekenvak naar zich toe. Onder grote belangstelling van de algemene media verkocht de website in twee weken meer dan 10.000 boeken die werden geleverd door de fysieke boekhandel. Met die campagne bewees Bookaroo levensvatbaar te zijn. Maar in de praktijk was dat niet zo vanzelfsprekend als de initiatiefnemers van Bookaroo hadden gehoopt. Uit behoefte aan een groter team gaat Bookaroo op in Bazarow, vertelt Daniël van der Meer – die wegens vakantie van Donk dit keer het woord voert over de ontwikkelingen bij de website.

Zijn jullie op dit moment opgelucht of teleurgesteld?
'Opgelucht. Na een waanzinnige start in juli zagen we natuurlijk de terugloop. Toine en ik moesten toen vaststellen dat als we Bookaroo overeind wilden houden en laten groeien, we dat met een groot team moesten doen. Bookaroo was alleen Toine en ik plus twee oud-stagiairs, terwijl wij ook gewoon een uitgeverij moesten runnen. Dat betekende: investeren. In die periode hebben we zeker momenten van teleurstelling gekend. Maar dat de gesprekken met Bazarow, die – onverwacht voor ons – iets soortgelijks bleek te beogen als Bookaroo, tot deze samenwerking hebben geleid, geeft ons nu opluchting.'

Beschouwen jullie Bookaroo als mislukt?
'Nee. Wij wisten vooraf echt niet of het ons zou lukken om in twee weken 10.000 boeken te verkopen. Ook tijdens de campagne niet. Dat we daar toch in zijn geslaagd, is de grootste winst: we hebben aangetoond dat er een publiek bestáát dat vatbaar is voor het idee dat het uitmaakt waar je je boeken koopt. Dat dat online niet op één plek hoeft. Ook Libris merkte in die periode een opleving van het aantal bestellingen op hun site.'

Maar zoals het in het persbericht heet: het team was te klein voor de ambitie. Maakten jullie een inschattingsfout?
'Door onze aanpak wisten we niet goed op welke toekomst we ons moesten voorbereiden. Zouden we de 10.000 niet halen en na twee weken stoppen? Of zou Bookaroo daarna doorgaan? We hebben onvoldoende kunnen nadenken over die fase erna. En we hadden ons verkeken op de energie waarmee we die fase in zouden gaan. We hadden zo veel tijd en moeite in de campagne gestopt, dat we daarna niet met dezelfde energie verder konden – en dan verhuisde Toine ook nog en kreeg ik een kind. Daarin zit zeker een inschattingsfout. Maar ik denk ook dat de buitenstaander onderschat hoeveel werk zo’n IT-project is.'

Was de site niet goed genoeg?
'Natuurlijk kun je dingen opnoemen die beter moesten. Maar het belangrijkste werkte: iemand bestelde een boek en wij zochten de boekhandel die dat boek kon leveren. Bij één op de paar honderd bestelling leidde dat tot een vraag of ontdekking van een verbeterpunt. Lastiger was het om de belangstelling levend te houden. Kijk naar onze sociale media. Tijdens de campagne waren we daar zeer aanwezig. We hadden een duidelijk verhaal: we moeten zoveel boeken verkopen. Maar na twee weken viel dat verhaal weg, en moesten we het hebben over de boeken zelf. Daar hadden wij geen mensen voor. En Bazarow wel. Wat zij doen op hun site, hun sociale media, online magazine en met hun nieuwsbrief is opvallend goed.'

Hadden jullie publiek, de schrijvers en de deelnemende boekhandels Bookaroo meer moeten uitdragen?
'Het zou naïef zijn op het publiek te vertrouwen. Ik denk dat we onze natuurlijke achterban tijdens de campagne hebben uitgeput. Ieder boek dat ze overwogen te kopen in de komende maanden, hebben ze toen aangeschaft. Die blíjven niet boeken kopen. Ik weet ook als geen ander dat niemand automatisch naar een bepaalde site gaat als er geen directe aanleiding voor is. En dan moet je vechten tegen twintig jaar Bol.com waarvan iedereen de app op zijn telefoon heeft. Dat kost ontzettend veel tijd om dat te doorbreken.'

En schrijvers en boekhandels?
'Schrijvers bleven heus wel naar ons doorlinken. Ik hoop ook dat ze dat zullen doen met Bazarow. En van boekhandels hebben we ontzettend veel steun gehad. Maar we begrijpen dat hun prioriteit bij de eigen winkel ligt. Er kwamen ook goede ideeën uit de koker van boekhandelaren, maar om die te kunnen realiseren is gewoonweg een investering noodzakelijk. Hopelijk kunnen we daar nu een deel van uitvoeren met Bazarow. De enige manier voor het bereiken van online inkomsten is als boekhandels samenwerken. Want de goede ideeën en de voedingsbodem zijn er.'

Wanneer kwamen jullie in contact met Bazarow?
'Ongeveer twee weken na het einde van de campagne. We wisten niet van elkaars plannen voordat die naar buiten kwamen. We zitten niet in elkaars natuurlijke netwerk. Maar we zagen allebei hoe opvallend gelijk de plannen zijn. Bazarow wilde ook boekhandels een rol geven in hun plannen. Pas toen ze over Bookaroo hoorden, legden zij eerst de focus op het steunen van de schrijver en vertaler. Toine heeft het uiteindelijk een berichtje gestuurd om ervaringen uit te kunnen wisselen en te kijken waar wij matchten.'

Daarop ontstond al snel het idee om samen te werken?
'Zeker toen het ons duidelijk werd dat wij een groter team nodig hadden, lag dat voor de hand. Bazarow had dat team al. Vervolgens kost het gewoon enige tijd om tot overeenkomst te komen. Omdat wij Bookaroo zijn begonnen om de fysieke boekhandel te steunen, was het noodzaak dat dat element overeind zou blijven.'

Is het in de praktijk een overname?
'Over de exacte deal doen we geen uitspraken. Wel gaan we voor langere tijd samenwerken. Dat houdt in dat Toine en ik voor ten minste vijf jaar bij Bazarow betrokken zijn als adviseur. Wij hebben in korte tijd heel veel ervaring opgedaan. We hebben los daarvan ook mee ervaring met het boekenvak. En we hadden nog allerlei ideeën voor Bookaroo die we nu met Bazarow hopen te realiseren. Wij brengen dus ervaring, expertise en ideeën in.'

Wordt Bazarow de webwinkel voor jullie uitgeverij Das Mag?
'Als we voor onze boeken verwijzen naar een online verkoopplek zal dat Bazarow zijn. En ik hoop dat meer uitgeverijen dat voorbeeld volgen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 14 nov)

dinsdag 6 augustus 2019

Immer-app lanceert volgende maand tweede pilot (Boekblad)

In januari lanceerde Niels 't Hooft de Immer-app waarmee hij het digitaal lezen wil verbeteren. Nu staat hij aan de vooravond van de lancering van een tweede pilot. Dit najaar zet hij de eerste stap naar commercialisering.

De app ging van start met slechts één titel: Goede mannen van Arnon Grunberg. 't Hooft kijkt er zeer tevreden op terug. 'Er was veel aandacht voor van de media, met name uit de techhoek: van Nu.nl-tech tot de techpodcast van NOS op 3, maar ook bijvoorbeeld van Dagblad van het Noorden en Viva. Ook maakte Apple het App van de dag. Het is gelukt een vrij algemeen publiek ermee te bereiken, die de app hoog waardeerden. Het gemiddeld rapportcijfer is een 8,5.'
Harde cijfers houdt 't Hooft voor zich. Maar: de conversie bleek hoog. 'Van de mensen die Immer in de appstore bekeken, heeft 54% hem ook gedownload. Normaal is dat ongeveer een kwart. En van de downloaders, die het eerste hoofdstuk gratis konden lezen, heeft 3% vervolgens de hele roman gekocht. Normaal doet 1 tot 2% in-appaankopen. En dat voor een product dat relatief duur is: 10,99 euro in de eerste weken, 12,99 euro daarna.'
Het belangrijkste was echter: de vernieuwende aspecten van Immer werden zeer gewaardeerd. Zo loopt de tekst van Goede Mannen niet eindeloos door, maar is hij opgeknipt in logische fragmenten zodat je steeds een afgerond stuk tekst op je scherm ziet. '83% van de gebruikers vond dat fijner lezer dan een gewoon e-boek. En tweederde vond het zelfs fijner lezen dan een papieren boek. Vooral dat laatste had ik niet verwacht.'
Ook de nieuwe manier om progressie te meten werd geapprecieerd – via drie ringen, die respectievelijk aangeven hoe ver je bent in het hoofdstuk, het deel en het boek. 'Wel minder unaniem', zegt 't Hooft. 'Het enige wat uiteenlopende meningen losmaakte, was de muziek. Je kan tijdens het lezen naar het Canto Ostinato van Simeon ten Holt luisteren. Sommigen vinden dat tof, anderen lezen liever in stilte of zetten hun eigen muziek op.'
Op 5 september – als alles volgens plan gaat – lanceert 't Hooft een tweede pilot. Dat is een afzonderlijke app, omdat deze anders door alle bijbehorende muziek te zwaar wordt. Deze keer draait het om 't Hoofts eigen novelle Lotus – die tegelijk in het Nederlands en Engels uitkomt. 'Dat is het project waarmee het eigenlijk allemaal mee begon en waarvoor ik subsidie heb gekregen van het Nederlands Letterenfonds en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.'
In deze app past 't Hooft meer vernieuwingen toe. 'Er zit bijvoorbeeld animaties in die bij het verhaal horen. De overgangen tussen de acht hoofdstukken zijn anders: met een bloem die zich blad voor blad uitvouwt. Er wordt meer gedaan met achtergrondkleuren. En de achtergrondmuziek is geen bestaand stuk, maar een game-achtig audiolandschap, waarbij de muziek afhankelijk van waar je bent in het verhaal verandert, aanzwelt en wegzakt.'
De volgende stap is een app waarin de gebruiker een zeer groot aanbod aan titels kan vinden, zodat hij functioneert als online boekhandel. 't Hooft: 'Daarvoor willen we ook de ervaring rondom het lezen verbeteren. Denk aan: hoe kies je een boek uit het aanbod? Hoe begin je vervolgens met lezen? Hoe hou je bij hoe ver je bent in verschillende boeken? Wanneer kies ervoor om een boek uit te lezen of hem terzijde te leggen?'
Ook dit traject begint met een pilot – 'van tientallen tot honderd boeken'. Daarvoor heeft 't Hooft content nodig. Hij wil daarvoor samenwerken met een klein aantal uitgeverijen. En natuurlijk: geld. 't Hooft werkt aan een pitch deck, waarmee hij durfinvesteerders hoopt te interesseren. 'In die fase zoek ik angel investors, die heel vroeg instappen. Ik overweeg dit te combineren met een aantal subsidie-aanvragen.'
Het streven is om deze pilot volgend jaar te lanceren.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 1 aug)

dinsdag 23 juli 2019

Wachten op een verdienmodel: boekenvak is nieuwsgierig naar digitale literatuur maar aarzelend (Boekblad)

Uitgevers investeren in nieuwe online verkoopkanalen en de mogelijkheden voor promotie op sociale media. Niet in digitale varianten van hun product zoals apps, games en VR-installaties. Daarvoor zijn de kosten te hoog en de kans om die terug te verdienen te onzeker. Belangstellig voor digitale literatuur is er echter wel, merkt het Letterenfonds die deze probeert aan te wakkeren.

Wat hebben deze drie mensen met elkaar te maken? De jongen die naar een club gaat waar hij niemand kent, de vrouw die op een kat past van iemand die ze nog nooit heeft ontmoet, en de man die 's nachts door de stad dwaalt om een afbeelding van een klein dik mannetje op muren te spuiten. Je kunt het lezen op de website: pingpongproject.nl. En wel in de volgorde die je zelf kiest. Het verhaal van ieder personage telt drie hoofdstukken, waartussen je vrijelijk kunt navigeren.
Ping Pong – opgezet als een soort literaire ensemblefilm – is gemaakt door auteur Basje Boer in samenwerking met een grafisch ontwerper, fotograaf en een multidisciplinair ontwerp- en ontwikkelbureau. Het team kreeg hiervoor inhoudelijke en financiële steun van het Nederlands Letterenfonds en Stimuleringsfonds Creatieve Industrie in het kader van Literatuur op het Scherm. Vorige maand presenteerden alle makers in de 2018-editie hun nieuwe werk in Amsterdam.
En nu? Waarschijnlijk: niets. De site zal enige tijd in de lucht zijn, ongetwijfeld enkele lezers trekken maar zeker geen miljoenenpubliek, en binnen afzienbare tijd verdwijnen. Want dat is het anno 2019 het lot van digitale literatuur.

Er was een tijd dat mainstream uitgevers durfden te experimenteerden met digitale literatuur. Daarmee wordt niet bedoeld: het converteren van een bestaande tekst naar een digitaal bestand en dat vermarkten. Het e-boek is, vooralsnog, weinig meer dan een nieuwe zak voor oude wijn. Maar: het inzetten van nieuwe technologieën voor het vinden van andere vormen van literatuur of verrassende manieren om tekst onder de aandacht te brengen van bestaande of onontgonnen doelgroepen.
Dat hoefde niet revolutionair te zijn. Denk aan de app die Van Oorschot ooit maakte, waarin elke dag een nieuw gedicht uit een van de uitgaven in het eigen fonds stond. Of de app bij de roman Alles ruikt naar chocolade van Sidney Vollmer (Podium), waarin je – dat was vernieuwend in 2011 – ook kon luisteren naar de tekst of de muziek waar de auteur naar verwees (via links naar Youtube en Spotify). Doordat de achtergrond vergeelde naarmate je verder in het boek kwam, kreeg je een gevoel van hoe ver je bent.
Sinds bleek dat uitgeverijen hun soms flinke investeringen bij lange na niet terugverdienden, is het stil geworden. Slechts zelden ontvangt Boekblad persberichten van nieuwe apps, laat staan van een literaire game of VR-installatie. Een van de weinige uitgeverijen die tijd en geld spendeert aan experimenten is Singel Uitgeverijen. Zo werkten dit bedrijf mee aan de Immer-app van Niels 't Hooft, die een nieuwe vorm van digitaal lezen biedt (waarin de tekst is opgedeeld in logische hapklare brokken) en na bijna twee jaar ontwikkelen sinds januari is te downloaden in de Appstore van Apple.
'We hebben best een rijk verleden op dit punt', zegt uitgever audio Esther van Dijk van Singel Uitgeverijen. 'In het verleden hadden we een app van Grunberg, eerst rond zijn roman Huid en haar, daarna rond De man zonder ziekte. We hadden de behoorlijk succesvolle Vertragingsapp, waarop je teksten – die regelmatig werden vervangen – kon vinden die je precies kon lezen in de tijd waarin je aangaf te hebben. Of de game Hartenjager, waarin je liefdesbrieven kon sturen naar de hoofdpersoon van Huid en haar. En voor kinderboeken een Hoe overleef ik?-app.'
Maar wie in de Apple en Android Appstores grasduint op trefwoorden als 'poëzie' of 'literatuur' vindt bitter weinig. Een app met inhoud bevat eerder Bijbelteksten, informatie uit reisgidsen of recepten dan iets wat op literatuur lijkt. De enkele uitzondering is vaak een kinderboek. Zo werd de app bij Een huis voor Harry van Leo Timmers (Querido) met enkele duizenden keren gedownload. Omdat het boek Prentenboek van het Jaar was, kreeg het in januari de benodigde aandacht om zulke aantallen te halen.
Ook veel apps van Singel Uitgeverijen zijn niet meer online. Van Dijk: 'We hebben de codes nog in het archief, maar de kosten zijn te hoog om ze opnieuw beschikbaar te maken én te houden. Je moet constant investeren om bij te blijven met de eisen van Apple en Android. Op een gegeven moment heeft dat het eigenlijk geen zin meer.'

Omdat uitgeverijen achterblijven is het Nederlands Letterenfonds – die meerdere van bovengenoemde apps heeft ondersteund – in het gat gesprongen. 'Het is onze missie om de diversiteit en vernieuwing van de literatuur te stimuleren', verklaart verantwoordelijk beleidsmedewerker Suzanne Meeuwissen. 'We willen ook een modern fonds zijn. Als je ziet dat de wereld om ons heen verandert, kunnen wij daarbij niet achterblijven. Juist ook omdat literatuur een reflectie op die werkelijkheid is. Dan kun je niet volhouden: publiceren kan uitsluitend in de traditionele boekvorm.'
Kijk naar de hoeveelheid schermtijd per Nederlander. Alleen al via de smartphone steeg het aantal uur online (via browser en apps) van 40 uur per week in 2016 naar 61 uur in 2018, volgens onderzoek van SIDN. Dan moeten schrijvers en hun uitgevers daar toch ook aanwezig zijn? 'En dan staat VR waarschijnlijk voor een revolutie', aldus Meeuwissen. 'Sommigen zijn ervan overtuigd dat al over een vier jaar bijna iedereen een VR-bril op heeft. Dan wordt het zéér interessant om daar literaire producten voor te ontwikkelen. Maar dat kan alleen als je nu al onderzoekt wat wel en wat niet werkt.'
De eerste projecten van het Letterenfonds dateren van 2004. Sinds 2013 is er een volwaardige regeling Digitale literaire projecten, waarvoor gemiddeld 13 literaire organisaties of uitgeverijen een aanvraag indienen voor maximaal 20.000 euro (op een totaal budget van momenteel 111.400 euro). Daarnaast organiseert het fonds allerlei projecten. Dat loopt van expertmeetings tot het programma Literatuur op het Scherm, waarin om de twee jaar een aantal teams van auteurs, ontwerpers, makers en programmeurs een product maken.
En zelfs dan is de betrokkenheid van uitgeverijen beperkt. Veel subsidieaanvragers komen uit andere branches. Denk: ontwerpers en ontwikkelaars uit de creatieve industrie. 'Zij zijn ook gewend aan het feit dat een innovatief product begint met een R&D-traject, dat tijd en geld kost', zegt Meeuwissen. 'Uitgevers denken sneller aan een concreet product en wat dat kan opleveren. Zij zijn soms wel bij aanvragen betrokken, maar je ziet hen echt zoeken naar hun rol in het project. Als distributeur? Marketeer? Iets anders?'

De subsidies van het Letterenfonds leidde tot een resem aan apps, games en VR-installaties. Wat allemaal precies, hoopt Meeuwissen aan het begin van de zomer eindelijk te kunnen laten zien. Dan moet de website diglit.nl online gaan. Tot de succesvolste behoren de apps Poëzie Museum, een virtueel museum op het Museumplein in Amsterdam van gedichten geselecteerd door Anna Enquist, Puzzling Poetry, waarin je gedichten bij elkaar puzzelt, en de app Een verre reis naar een verhaal van Toon Tellegen.
'Hoe meet je het succes van zulke nieuwe dingen?', stelt Meeuwissen de retorische vraag. 'Deze drie apps zijn allemaal zo'n 4000 keer gedownload. Dat is heel mooi. En Tellegen vond de muziek die voor de app was gecomponeerd zo goed dat hij met de band Half Way Station op pad ging. Die optredens trekken ook publiek. Zo rollen zulke projecten door. Een aantal VR-installaties hebben op allerlei festivals in binnen- en buitenland enorm veel nieuwsgierige bezoekers getrokken.'
Maar om nou te zeggen: dit succes bewijst dat er een markt is die groot genoeg is om de kosten terug te verdienen? Dat kan Meeuwissen niet beamen. 'De app van Een verre reis was betaald: 1,09 euro per download. De andere waren gratis. Wat dat betreft hebben VR-installaties meer kans om inkomsten te genereren in de vorm van entreetickets voor de festivals waarop ze stonden. Het is in theorie mogelijk om bij voorbeeld twee euro extra te vragen aan wie zich intekent om de installatie te zien.'

Dat neemt niet weg dat er wel degelijk interesse is in het boekenvak voor digitale literatuur. Uit het gebruikersonderzoek 2016-2017 van het Letterenfonds bleek dat 65% van de vakgenoten 'stimuleren van digitale innovatie' belangrijk vindt. Onder jonge boekenvakkers was dat zelfs 83%. Mede daarom organiseerde Meeuwissen een jaar geleden de 'literaire hackathon'. Teams van redacteuren en hun schrijvers konden onder begeleiding van het agentschap Hackastory in twee dagen een idee uitwerken tot prototype.
Daar kwamen drie teams op af. Elco Lenstra van Hollands Diep met auteur Roelof ten Napel. Saskia Veen van Lebowski met auteur Anneleen van Offel. En Sarra Hassouni van Rose Stories met auteur Maria Lam.Ook Esther van Dijk van Singel Uitgeverijen meldde zich aan – als nieuwsgierig toehoorder praatte ze met alle teams over de vraagstukken waar ze op stuitten. Welke resources heb je nodig om het uit te werken? Wat zijn de financiële implicaties? Welke partners heb je nodig?
'Het is altijd goed om je horizon te verbreden', verklaart Lenstra zijn deelname. 'Je moet nooit bij voorbaat nee zeggen – en denken dat we tot in eeuwigheid alleen boeken maken. Ik was sceptisch over de mogelijkheid proza en poëzie te combineren met spelelementen of in apps. Dan is het juist goed om het toch te proberen. Omdat we de ruimte kregen om te verzinnen wat we wilden – Hackastory keek wel of het technisch mogelijk was – kwamen we in twee dagen ook tot een heel mooi product.'
Dat was de app Vink – terug te vinden op: hackastory.com/vinkhollandsdiep. Het idee was: wie de gratis app op zijn telefoon zet, vindt daar elke dag een paar gedichten, die hij of zij kan weggeven aan iemand. Op het moment dat je het cadeau doet, verdwijnt het gedicht daadwerkelijk uit jouw app. De ontvanger kan de tekst vervolgens óók doorgeven. Vink werkt zo als marketinginstrument voor de bundel waarin het gedicht staat, én als tool om te ontdekken welke gedichten resoneren bij welk publiek.
Alleen: de gemaakte producten en opgedane inspiratie kregen geen vervolg. Ook al was Overamstel met twee teams vertegenwoordigd en merkte Lenstra brede belangstelling voor hun deelname binnen het bedrijf: er is, na wat verkennende vervolgafspraken, niets met Vink gedaan. 'Als je bedenkt hoe arbeidsintensief het zou zijn om voor Vink alleen al de rechten op alle poëzie te regelen, heb je daar al een fulltime baan naast voor nodig', zegt Lenstra. 'Dat kan niet in de kleine bedrijven die uitgeverijen vaak zijn.'

Meeuwissen snapt goed dat uitgeverijen terughoudend zijn. Al vanaf het begin stonden alle geopperde ideeën op gespannen voet met de vraag naar het achterliggende verdienmodel. Nadat velen enthousiast pioneerden in de begintijd van de digitale revolutie en vervolgens ontdekten dat hun duurbetaalde apps verzopen in het gigantische, want wereldwijd ontwikkelde aanbod en ze – zelfs tegen prijzen van twee, drie euro – amper werden verkocht, ontstond koudwatervrees.
Daar komt nog de onzekerheid bij over alle ins en outs rond nieuwe vormen van digitale literatuur. Welke kennis heb je ervoor nodig? Met wie moet je daarvoor samenwerken? Hoe zet je die in de markt? Hoe genereer je er publiciteit voor? 'En vergeet de rechten niet', zegt Meeuwissen. 'Uitgevers zijn huiverig om bepaalde rechten te verkopen als ze nog niet weten hoeveel die precies waard zullen zijn. Zie de luisterboekrechten. Uitgevers die ze vijf jaar geleden te goedkoop hebben verkocht, hebben daar spijt van nu er opeens een markt voor het luisterboek blijkt te zijn.'
Uitgevers stappen pas in als er zicht komt op een verdienmodel, legt ze uit. Dat zag je met e-boeken. Die zijn goedkoper te produceren en duurder te verkopen dan apps, en toen het kritische punt in zicht kwam, stortten alle uitgevers zich erop. Je ziet het nu opnieuw met de audiomarkt. Nu het publiek een bepaald volume heeft, brengen alle uitgeverijen luisterboeken. En dan zie je de experimenteerlust terugkeren met met e-novelles, digitale feuilletons en – in de luisterboekenmarkt – podcasts.

Lenstra en Van Dijk beamen dat er veel aarzeling is binnen de branche. 'Kijk naar de betrekkelijk geringe omvang van de e-boekmarkt', zegt bijvoorbeeld de eerste. 'Hoe groot is, daarbinnen, het publiek voor digitale literatuur? En als je een telefoon-based app maakt, concurreer je opeens met Facebook, Netflix en wat je nog meer op je telefoon hebt. Dan moet je op zijn minst met een uitgeverij-overstijgend initiatief komen. Zoals Vink. Maar ook dat is lastig, omdat uitgevers gratis materiaal moeten afstaan zonder dat ze enig idee hebben wat ze ervoor terugkrijgen.'
De beste zakelijke kansen liggen voor uitgevers, aldus de scan digitale literatuur die KVB Boekwerk in 2017 publiceerde, op twee terreinen. Een: digitale literatuur als marketinginstrument. En twee: de digitale mogelijkheden voor 'serial fiction'. Meeuwissen voegt daaraan toe dat voor uitgevers 'iets generieks' het aantrekkelijkst is. Dus geen app, game of VR-installatie voor één titel, maar een product dat je kunt inzetten voor een in theorie oneindig aantal teksten. Zodat de investeringen in de techniek kunnen worden uitgesmeerd over een groot aantal boeken.
Maar hoe groot zijn die 'zakelijke kansen' in de praktijk? Van Dijk is sceptisch. 'Een app als marketing? Natuurlijk, het kan. Maar ik heb in de praktijk nog nooit gezien dat het werkte. Ten eerste kun je het niet meten. In hoeverre hebben diverse Grunberg-apps en niet zijn naamsbekendheid de verkoop van zijn werk gestimuleerd? Ten tweede is de zichtbaarheid gering. Vergelijk de exposure van een app met die van een abricampagne van een maand op alle stations. Dan gaat het marketingbudget eerder naar het laatste.'
Lenstra en Van Dijk verwachten daarom uitgevers in de nabije toekomst afwachtend blijven. 'Het is té arbeidsintensief', zegt Lenstra. 'Vernieuwing zal daarom eerder komen van buiten het vak; van mensen wiens fulltime baan het is technologie in te zetten voor nieuwe producten. Het boekenvak kan hooguit een bijdrage leveren door vakspecifieke kennis aan te dragen. Ik merkte in de hackathon dat techneuten weinig weten van onze markt. Dat je bijvoorbeeld niet uitgeeft op basis van data, maar deels op de gok.'
'Singel Uitgeverijen is behoorlijk vooruitstrevend', meent Van Dijk. 'Maar ook wij zijn geen app-makers. Onze corebusiness is boeken uitgeven, dus wij hebben daar ook helemaal niet de knowhow voor. Het enige wat we kunnen doen is samenwerken met mensen die met een goed idee komen – zoals Niels 't Hooft voor zijn Immer-app. Af en toe moet je in zoiets stappen, omdat áls er over een paar jaar opeens anders wordt gelezen, je daar als uitgeverij wel bij wil zijn. Je moet met de technologische vernieuwingen mee.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine 5, 2019)