Posts tonen met het label autobio. Alle posts tonen
Posts tonen met het label autobio. Alle posts tonen

woensdag 2 januari 2019

De top 10 van 2018

Ja, het jaar is al om. Toch nog mijn top 10 van 2018 – al was het maar omdat ik die ook heb gepubliceerd in 2012, 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017. Dit jaar las ik relatief veel boeken die al langer geleden zijn gepubliceerd. Dat laat zich aflezen uit deze lijst.

Moedervlekken - Arnon Grunberg
Een andere tongval - Antjie Krog
Foon - Marente de Moor
Het drama van de afhankelijkheid - Connie Palmen
Het bureau - J.J. Voskuil
Tjaikovskistraat 40 - Pieter Waterdrinker

zondag 31 december 2017

De top 10 van 2017

Ik heb dit jaar bijna alleen maar boeken en literaire tijdschriften gelezen omdat ik die om een of andere manier moest lezen – voor een advies, een interview, een recensie. Ook in deze top 10 van het afgelopen jaar staan zeven titels die ik las voor mijn werk. Gelukkig blijkt daar juist uit dat ook verplicht lezen heel fijn kan zijn. Sterker, kan leiden tot ontdekkingen. Van de overige drie titels heb ik er twee voorgelezen voor mijn kinderen en een cadeau gekregen voor mijn verjaardag. In alfabetische volgorde:

De verrader - Paul Beatty
De tuinen van Dorr - Paul Biegel
De wadden - Mathijs Deen
Tussen april en september - Tomas Espedal
Hoe Tortot zijn vissenhart verloor - Benny Lindelauf
Ghosts of the tsunami - Richard Lloyd Parry
Verdriet is een ding met veren - Max Porter

Zie ook de top 10-en van:

zondag 1 januari 2017

De top 10 van 2016

Het was een jaar waarin ik voor mijn doen weinig heb gelezen – en dus in verhouding veel wat ik om een of andere reden, als interviewer, recensent of adviseur, móést lezen. Gelukkig heb ik genoeg moois kunnen lezen. In alfabetische volgorde:

Verloren illusies - Honoré de Balzac
Spinoza's achtbaan - Erik Bindervoet
De zevende functie van de taal - Laurent Binet
Hoe mooi alles - Mirjam van Hengel
De successtaker - Arjen Mulder

Zie ook mijn top 10-en van: 2015, 2014, 2013 & 2012.

woensdag 7 september 2016

Gouden Ganzenveer 2002-2016 – mijn werk geëxposeerd in Amsterdam

Sinds gisteren is het zover. Bijzondere Collecties, de erfgoedbibliotheek van de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek, toont de vijftien publicaties die sinds 2002 jaarlijks zijn gemaakt over de laureaten van de Gouden Ganzenveer. Aanvankelijk werd ieder jaar een andere toonaangevende vormgever gevraagd. Sinds 2007 ontwierp Piet Gerards Ontwerpers de uitgave. Dat betekent dat het boekje dat is gewijd aan Xandra Schutte, de laureaat van dit jaar, de tiende is die hij heeft gemaakt.
Het dubbele jubileum van vijftien jaar Gouden Ganzenveer-boekjes en tien jaar ontwerp door Piet Gerards is aanleiding voor de expositie. Ik heb er niets mee te maken. Maar het voelt wel degelijk als een expositie van mijn werk. Ik heb elf van de vijftien boekjes geschreven en geredigeerd. En ik heb – vanzelfsprekend, zou ik zeggen – de tentoonstellingsteksten geschreven.

De kleine expositie is nog tot en met 18 september te zien op de Oude Turfmarkt 129 in Amsterdam. Zie www.bijzonderecollecties.nl.

woensdag 24 augustus 2016

De intieme stem van Elena Ferrante

'Nog voordat de inhoud me meesleepte, trof me dat ik in het schrijven Lila's stem hoorde. En dat niet alleen. Vanaf de eerste regels moest ik aan De blauwe fee denken, de enige tekst die ik tot dan toe van haar had gelezen, behalve de opstelletjes van de lagere school dan, en ik begreep wat me indertijd zo was bevallen. De  blauwe fee had dezelfde eigenschap die mij nu zo trof: Lila wist via haar schrijfstijl te praten.'
(Elena Ferrante, De geniale vriendin, pag. 226)

Het is een cliché om een citaat uit een boek te lichten en vervolgens te zeggen dat hetzelfde geldt voor dat specifieke boek. Alsof het boek zichzelf recenseert, lekker makkelijk. En toch. Ik las deze reactie van Elena op de brief van Lila en dacht: dat is precies waarom dit eerste deel van de Napolitaanse romantetralogie mij zo snel zo dierbaar is geworden. Je hóórt haar stem, een zeldzame eigenschap van fictie.
Daarmee bedoel ik dat Elena alleen tot mij lijkt te spreken. De meeste vertellers steken hun verhaal af voor een groot gehoor, ongeacht wie er in het publiek zit. Iedereen mag het horen. Maar Elena is een vrouw van vlees en bloed die op een laat uur op bezoek is gekomen, het tijdstip waarop alleen intieme gesprekken kunnen worden gevoerd, en mij – en mij alleen – zo eerlijk mogelijk haar verhaal in het oor fluistert: intiem, persoonlijk, intelligent, scherpzinnig. Alleen als die illusie optreedt, kun je de gewaarwording hebben dat je bij het lezen een stem hoort.
Zo gaat het citaat een paar regels later verder:

'Ik las en intussen zag en hoorde ik haar. Haar in haar schrijfstijl gevatte stem sleepte me mee, bracht me nog meer in verrukking dan wanneer we onder vier ogen praatten: hij was volledig gezuiverd van de residuen van de alledaagse dialoog, van de chaos van het mondelinge.'

Precies, dacht ik opnieuw. Dat is de reden waarom ik na De geniale vriendin meteen door wilde gaan met deel twee van de Napolitaanse romans: De nieuwe achternaam – desnoods ten koste van alle afspraken met familie, vrienden en kennissen waarmee mijn agenda zich vult. Als een stem in literatuur tegen je praat zoals Elena tegen mij, hoor je zó veel liever haar verhaal dan de per definitie warrige en half gelogen verhalen van de echte mensen in je leven, hoe dierbaar ze je ook zijn.
Inmiddels ben ik verdergegaan met deel twee. Maar ik zeg erbij: ik probeer de neiging te onderdrukken om het lezen van zulke intieme literatuur voorrang te geven. Uiteindelijk heb je in het echte leven aan personages alleen troost, en zo veel meer aan het contact met familie, vrienden en kennissen.

Zie ook:

donderdag 10 maart 2016

Diabetes in het Boekenweekgeschenk van Esther Gerritsen

Toen ik vorig jaar zocht naar literaire romans waarin diabetici een rol spelen, kon ik weinig vinden. Een verhaal van Kevin Barry, De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch, die ik allebei recent had gelezen. Maar verdomd als het niet waar is: in het Boekenweekgeschenk Broer van Esther Gerritsen – dat vanaf zaterdag in een oplage van 655.235 exemplaren wordt verspreid via boekhandels in Nederland en Vlaanderen – is het titelpersonage een diabetespatiënt.
Marcus heet deze broer van hoofdpersoon Olivia. Hij is 'wandelcoach' van beroep. Hij wandelde met mensen uit het bedrijfsleven terwijl hij hen adviseert over hun loopbaan. En uitgerekend hem wordt een been afgezet. Hij trekt daarna tijdelijk bij Olivia's gezin, waardoor zij onder ogen moet zien dat ze niet de persoon is die ze dacht te zijn. De diabetespatiënt fungeert, juist door zijn bijzondere status als 'zieke', als katalysator bij het verwerven van inzicht bij de mensen om hem heen.
Meteen op de eerste pagina wordt uitgelegd hoe het zo ver is kunnen komen dat Marcus zijn been verliest:

Marcus was een waardeloze suikerpatiënt, die zijn dokters tot wanhoop dreef.
‘Ik weiger mijn leven erdoor te laten bepalen!’ riep hij graag, hij at en dronk waar hij zin in had, vergat op tijd te spuiten, sloeg controles over, werd doodziek en vroeg zich dan geschrokken af hoe dit toch had kunnen gebeuren.

Ik hou niet zo van de term 'suikerpatiënt', omdat niet-diabetici dan denken dat je geen suiker mag. Met diabetes dien je voorzichtig te zijn met alles waar koolhydraten in zit. Gelukkig gebruikt Gerritsen in de rest van de novelle de term suiker nog maar een keer – tegen drie keer diabetes. Een keer gebeurt dat in een scène waarin Olivia's zonen zich online verdiepen in de fantoompijn waaraan Marcus leidt als de operatie achter de rug is. Het is 'alsof je prikkeldraad om je benen hebt of door de brandnetels loopt. Of dat er mieren onder je huid kruipen,' lezen op de site.

Opmerkelijk is ook: op de dag dat ik het interview had gepland dat ik Gerritsen heb afgenomen over het Boekenweekgeschenk moest ik 's ochtends zelf naar het ziekenhuis voor een reguliere controle. Een synchroniteit die auteurs als Harry Mulisch en A.F.Th. van der Heijden ten volle zouden uitbuiten. Ik noem het een mooi toeval.

Zie ook:
- Interview met Esther Gerritsen over Boekenweekgeschenk

woensdag 20 januari 2016

Lees ik wat iedereen leest? (in 2015)

De top 100 van 2015 is weer bekend gemaakt. Niet eens zo veel: elf titels – maar wel drie uit de top 10. Ook de drie kinderboeken zijn er wel eens meer geweest.

19. De gorgels - Jochem Myjer
45. Boer Boris gaat naar zee - Ted van Lieshout & Philip Hopman
48. De onderwaterzwemmer - P.F. Thomése
77. Rupsje Nooitgenoeg - Eric Carle

Interessant is ook de top 100 meest uitgeleende boeken die dit jaar voor het eerst is samengesteld door de CPNB. Daarvan heb ik er door de overvloed aan thrillers, jeugdboeken en romantische fictie nog minder van gelezen.

28. Hemelen - Marion Pauw
56. Ik kom terug - Adriaan van Dis
82. Boer Boris gaat naar zee - Ted van Lieshout & Philip Hopman
96. Kom hier dat ik u kus - Griet Op de Beeck

Zie ook de lijsten van 201120122013 en 2014.

vrijdag 8 januari 2016

'De ochtendgave' van A.F.Th. van der Heijden bereikt recordverkopen in Nijmegen

De roman die A.F.Th. van der Heijden in opdracht van de gemeente Nijmegen schreef is in deze plaats niet aan te slepen. Dekker van de Vegt alleen al verkocht 1400 exemplaren van De ochtendgave.

De roman verscheen pas op 11 december. Sindsdien is de vraag 'enorm', zegt directeur Monique Kauffman. 'Het gebeurt zelden dat je zoveel exemplaar van één titel in zo'n korte tijd verkoopt. We hadden groot ingeslagen en flink bijbesteld, zodat we nooit nee hebben hoeven verkopen. De vakantie is nu afgelopen, het gaat niet meer zó hard, maar ik stond gisteren een tijdje in de winkel en toen zag ik er een paar voorbij komen.'
Ook andere Nijmeegse boekwinkels verkopen voor hun doen enorme aantallen. Bij Boekhandel Augustinus gaat het 'heel hard', zegt medewerker George Simissen. 'Gelukkig hebben we nog wat voorraad.' Boekhandel Roelants, met drie vestigingen in de stad, zit bij elkaar boven de 300, vertelt medewerker Anouk Geurts – inclusief twintig gesigneerde exemplaren die het van de uitgeverij kreeg. 'Toen we aankondigden dat we die kregen, waren die meteen gereserveerd. Het boek staat nummer 1 in onze top 15.'
Iedere stad heeft zijn lokale helden die ter plekke veel verkopen. Ook Nijmegen: Jaap Robben, Hanneke Hendrix of van een oudere generatie Thomas Verbogt, hoewel die al lang uit de stad vertrokken is. 'Nijmegen is een goede voedingsbodem voor literatuur', zegt Kauffman, 'maar deze roman, dat zich hier afspeelt en nog steeds herkenbare plekken beschrijft, hoewel het in de jaren 1670 is gesitueerd, overtreft alles.'
Zijn Nijmegenaren het echt als een boek van en voor hun? Geurts: 'De interesse in de eigen stad speelt zeker een rol. Mensen zijn daardoor heel nieuwsgierig naar dit boek. Al heb ik nog geen reactie gekregen van iemand die het boek inmiddels heeft gelezen.' Is de belangstelling zelfs zo groot dat ook niet-lezers een exemplaar aanschaffen? Simissen: 'Eh, ons publiek zijn sowieso allemaal lezers.'
A.F.Th. van der Heijden aanvaardde al in 2008 de opdracht om een boek te schrijven ter gelegenheid van de viering van 330 jaar Vrede van Nijmegen. Hij kreeg 30.000 euro voor een boek van 120 pagina's dat hij in 2009 inleverde. Hij kreeg het niet tijdig af. Er werd toen voor februari 2010 een roman van 600 pagina's aangekondigd, maar na de dood van zijn zoon Tonio later dat jaar leek het even alsof hij nooit meer zou schrijven. Uiteindelijk kwam het 256 pagina's tellende boek uit met een vertraging van zes jaar.
Opmerkelijk genoeg heeft geen van deze drie boekverkopers De ochtendgave zelf al gelezen.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 5 jan)

Bij wijze van post scriptum een klein autobiografisch detail. Toen ik lang geleden literaire avonden in Leiden organiseerde, hadden we Dick Matena te gast. Zijn vriend A.F.Th. van der Heijden was meegekomen. Hij had toen net het verzoek van Nijmegen gekregen en had dat kennelijk nog in overweging. Hij begon er met mij over om te polsen wat ik ervan dacht. Wat hij precies vroeg weet ik niet meer – of het bedrag redelijk was? of een dergelijk voorstel normaal? Wat ik nog wel weet is dat ik dacht: waarom zou een schrijver van zijn postuur die kan schrijven wat hij wil en al tientallen lopende projecten heeft, deze lokale opdracht aannemen? Het is het Boekenweekgeschenk niet, dat bovendien beter wordt betaald (naar het schijnt). Ik was hogelijk verbaasd toen ik las dat Van der Heijden de opdracht tóch aannam.

Zie ook:
Bespreking Tonio
Bespreking De helleveeg
A.F.Th. wint de Libris

dinsdag 29 december 2015

Karl Ove Knausgård, 'Vrouw' en mijn top 10 van 2015

'En dan was de kunst de enige plek die overbleef waar je nog enige levensernst kon vinden. Het enige wat ik daarin zocht, was levensvervulling. Schoonheid en levensvervulling. Soms vond ik dat ook en dan nam het totaal bezit van me, maar het leidde nergens toe, leverde niets op, was misschien slechts een ontlading van een overspannen ziel, kleine lichtflitsen in het duister van het gemoed.'
(Uit: Vrouw, Karl Ove Knausgård)

Herkenbaar. Zoals zo veel (maar lang niet alles) uit de zesdelige romancyclus Mijn strijd. Soms lees ik een boek, fictie of non-fictie, dat me zo grijpt dat het me verzoent met het bestaan. Boeken zoals sommige delen van Knausgård, ja. En tegelijk vraag ik me ook af: waar leidt het toe? Met lezen produceer je niets. Je laat er niets blijvends mee achter. Over een jaar of wat kan ik me nauwelijks herinneren wat er in een boek stond. Het is dat ik met lezen een deel van mijn brood verdien. Daarmee kan ik het altijd weer rechtvaardigen als al dat lezen me opeens ijdel escapisme lijkt.
Ook als ik een jaarlijstje maak, vraag ik me weleens af wat dat lezen me doet. Zeker, ik heb veel boeken gelezen waarvan ik heb genoten. Maar wat waren nou de boeken die er echt uitsprongen? Die me zo omverbliezen dat ik niet anders kan dan er jarenlang van te getuigen? Kortom: hoe groot is het percentage boeken dat ik lees dat ik niet had kunnen missen? Dat het er niet meer zijn kan me licht bedroeven. Met nadruk op: licht. De meeste titels in het lijstje hieronder had ik dus best kunnen vervangen door een aardige handvol andere titels die ik ook goed vond.
Eerst enige statistiek. Ik heb iets meer dan 135 boeken gelezen dit jaar. Dat zijn er veel minder dan vorig jaar, maar ik heb zeker niet minder gelezen (nou ja, een fractie), dus dat kan alleen maar betekenen dat ik dikkere boeken heb gelezen. Volgens mijn gegevens was de gemiddelde dikte vorig jaar 228 bladzijden per boek. Dit jaar is dat 261. Nooit eerder las ik in een jaar gemiddeld zulke dikke boeken. Het dikste boek dat ik dit jaar las was – daar is-ie weer – Vrouw van Karl Ove Knausgård (1075 bladzijden), maar ook De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch, het tweede deel van Otterspeers Hermans-biografie en het eerste deel van De Thibaults van Roger Martin du Gard tikten aan.

Mijn top 10 van dit jaar is (in alfabetische volgorde):
Jonge gasten - Colin Barrett
Donker ligt het eiland - Kevin Barry
Compassie - Stephan Enter
Een handvol sneeuw- Jenny Erpenbeck
De Thibaults (deel 1) - Roger Martin du Gard
Wat we zien als welezen - Peter Mendelsund
Een honger - Jamal Ouariachi
Muidhond - Inge Schilperoord
Dertig dagen - Annelies Verbeke

Nee, Vrouw staat er niet bij. Ik heb het met plezier gelezen, maar het komt wel over als een nogal lang uitgevallen voetnoot bij de eerste vijf delen van de cyclus. Knausgård schrijft over de reacties op zijn boeken: zijn boze oom, het hernieuwde contact met een jeugdvriend, de vijandige Noorse pers, de ineenstorting van zijn vrouw, de plotse welstand. Hij schrijft over het schrijven van dit boek. Hij overpeinst hoe zijn kinderen de romans later zullen waarderen. Ook het vierhonderd pagina's tellende essay is, welke kant op het ook uitwaaiert, in alle opzichten een reflectie op wat hij zélf heeft gedaan met dit romanproject. Alles bij elkaar mist het boek een échte focus op plotniveau. Vrouw is ook het enige deel van de cyclus dat niet los te lezen is.

Zie ook:

zaterdag 19 september 2015

Over de fysieke ervaring van het lezen

Nooit eerder las ik een boek over vertalen. Alleen daarom al was Schrijven als een ander – ondertitel: Over het vertalen van literatuur – van Maarten Steenmeijer zeer de moeite waard. Maar wat me het meest trof heeft daar in essentie niets mee te maken. Hij legt uit dat literatuur niet alleen een intellectuele ervaring is, 'maar ook en misschien wel eerst en vooral een fysieke ervaring': het ondergaan van de muzikaliteit van de tekst, de intimiteit van een stem die tegen jou fluistert.
Dat kan ik alleen maar onderschrijven. Ik vind het zelfs zo evident dat het me verbaast waarom ik zo'n expliciete uitleg nooit eerder las. Of het moet J.M. Coetzee zijn, die in zijn briefwisseling met Paul Auster uitlegt niets te 'zien' tijdens het lezen, maar vooral gevoelig is voor de toon. Ik verwees daar hier al eerder naar. Dat komt nog het dichtst bij wat Steenmeijer en ik bedoelen.
Na omstandig te hebben gewezen op de overeenkomsten tussen muziek en literatuur, de verschillende 'klanken' van taalfamilies en de problemen daarvan voor het vertalen, werpt Steenmeijer de vraag op of onze hersenen bij het lezen van een goed geschreven tekst – net als bij het horen van muziek – endorfine aanmaakt. 'Een stof die niet alleen pijn stilt, maar waarvan we ook blij of zelfs gelukkig worden'.
Dat zou ik ook wel willen weten. Op grond van mijn eigen ervaring zou ik zeggen: dat kan haast niet anders. Ik heb ook altijd maar beperkte belangstelling voor 'in principe onuitputtelijke interpretatiemogelijkheden'. Ik lees vooral om de 'verslavende muzikaliteit' van mijn favoriete werken. Ik citeer wederom Steenmeijer. Ik hoef niet zo nodig te interpreteren, ik wil vooral ondergaan.

Zie ook:

woensdag 2 september 2015

De voor mij onterecht onbekende Maarten Maartens

Er heeft dus een schrijver bestaan die Maarten Maartens heet. Beter gezegd: er was ooit een schrijver die Jozua van der Poorten Schwartz heette en die dit pseudoniem koos. Ik had nog nooit van hem gehoord. Hij schreef weliswaar in het Engels, maar toch. Ik ben ook wel eens, in bladen als De boekwereld, gestuit op namen als Max Beerbohm en George Gissing. Tijdgenoten van wie ik me voorstel dat ze een vergelijkbare statuur op het tweede plan genieten. En dat zijn geen Nederlanders.
Maarten Maartens heeft nota bene een eigen museum in Doorn – al zijn de bibliotheek en handvol zalen die in oorspronkelijke staat zijn bewaard in het tegenwoordig als conferentieoord functionerend gebouw Zonheuvel misschien wat veel eer voor een woord als 'museum'. Daar vindt later deze maand (op 26 september) een grootste herdenking, inclusief symposium en concert, plaats ter gelegenheid van zijn honderdste sterfdag. 'Het dagprogramma sluit af met een menu op basis van recepten uit het persoonlijke kookboek van Maartens,' meldt het persbericht.
Ik zal echt iets van hem moeten lezen. Een schrijver met zo'n naam, voor mij gaat daar een onweerstaanbare lokroep van uit. Maar wat? Afgaande op Wikipedia is God's Fool uit 1892 zijn bekendste roman, die in1975 nogmaals in het Nederlands is vertaald. De verhalenbundel Vrouwen die ik heb gekend, de laatste, inmiddels 38 jaar oude uitgave van deze schrijver in Nederland. Of misschien wel de bundel nooit eerder gepubliceerde vroege verhalen die tijdens de herdenking wordt gepresenteerd?
Zie voor meer informatie over de herdenking: www.maartenmaartens.nl.

Zie ook:

donderdag 13 augustus 2015

Het hotel van Simenon: 'Maigret in Sancerre'

Een toepasselijker boek om deze zomervakantie te lezen was er niet: Maigret in Sancerre van Georges Simenon (in 1931 verschenen als M. Gallet décéde). Het lijk wordt gevonden in een kamer van het Hôtel de la Loire. Ik verbleef een paar honderd meter verderop. Ik liep er elke ochtend op weg naar de bakker langs.
Al op pagina 13 van de Zwarte Beertjes-uitgave uit 1969 – uiteraard met een omslag van Dick Bruna – las ik in de vertaling van K.H. Romijn:

'Het was zeven uur 's avonds toen de trein op het station van Tracy-Sancerre stopte en daarna moesten ze nog een kilometer lopen langs de rijksweg, de hangbrug over de Loire oversteken.
De Loire bood niet het machtige schouwspel van een grote rivier, maar dat van een groot aantal snelstromende beekjes tussen zandbanken, die de kleur van te rijp koren hadden.
Op een van de eilandjes zat iemand in een licht nanking kostuum te vissen. Aan de kade zag men de gele gevel van Hôtel de la Loire.'

Het klopt nog steeds. Het treinstation aan de andere kant van de rivier. De gele kleur van het pleisterwerk van het hotel. De zandbanken, waarop de hele dag vissers zitten. Alleen de hangbrug is vervangen.
Maar ik ontdekte ook dat Simenon moedwillig de geografie heeft veranderd. Het is natuurlijk een mooie locatie: een hotel aan het water, gelegen in de – dankzij de wijn – bekende stad. Maar zo is het in werkelijkheid niet.
Het Hôtel de la Loire ligt in Saint-Thibault: een dorp dat bij de gemeente Saint-Satur hoort. Dat ligt tegen het op een heuvel gelegen Sancerre aan. Van het hotel naar het centrum van Sancerre is het zo'n vier kilometer rijden.
Ook situeert Simenon een 'klein kasteel' direct naast het hotel. Volledig verzonnen omdat hij dat nodig had voor het plot.

Staat het Hôtel de la Loire stil bij zijn plek in de literaire geschiedenis? Ik ben er niet binnen geweest. Mijn frans is niet goed genoeg om ernaar te vragen. Ik zag ter plekke dat het tegenwoordig is gelegen aan de Quai de Loire Georges Simenon. En inmiddels vond ik op de site van het hotel dat een van de kamers naar de auteur is vernoemd.
Ook heeft de schrijver – die de streek in Maigret in Sancerre een tweederangs vakantiebestemming noemt – wel degelijk in het hotel verbleven. Maar: jaren later. Om precies te zijn: in november/december 1937, toen hij daar Les Soeurs Lacroix schreef. Zo las ik op Toutsimenon.com.
Blijkbaar heette het hotel destijds Hôtel de l'Étoile. Zou de naam zijn veranderd in Hôtel de la Loire omdat Simenon die heeft gebruikt? Dan is het sindsdien ook geel geverfd omdat Simenon dat een passende kleur vond.

Zie ook: 

dinsdag 30 juni 2015

Het schaakgedicht van Ineke Riem

Ik schaak nooit meer. Ik heb er geen tijd meer voor over, eerlijk gezegd. Ik lees de wekelijkse column van Hans Ree in NRC Handelsblad, probeer het probleem van de week op te lossen, volg de berichtgeving van grote toernooien. Dat is al wat er van schaken in mijn leven is overgebleven. Maar als ik de sport tegenkom in een roman of een gedicht die ik lees – de activiteit waar ik wél tijd voor over heb, heel veel tijd zelfs – licht mijn hart altijd even op.
In de poëziebundel Alle zeeën zijn geduldig van Ineke Roem kwam ik het gedicht 'Één zet, één kus' tegen. Daarin vergelijkt ze een schaakwedstrijd met de strijd tussen twee geliefden. Zij, de ik uit het gedicht, kan niet schaken. Maar ze laat zich gewillig verslaan door hem, haar tegenstander. Waarom? Om hem revanche te bieden voor alle keren dat de dame, dus zijzelf, niet meer durfde en een van beiden 'laat maar' zei. Met andere woorden: revanche voor alle keren dat het niet tot vrijen kwam. Tot slot vraagt ze een liefdevolle kus voor haar nederlaag ten teken dat haar offer wordt aanvaard.

Mijn paard springt schichtig, niet
om te winnen. Mijn lopen hinkt,
denkt op krukken één zet vooruit:

de val. Ooit had mijn toren
het hoog in de bol, nu wankelt hij
en wacht op jouw slag.

Schaken in literatuur of, vaker nog, in film wordt vaak ondeskundig als metafoor voor strijd of doorgeslagen hyperintelligentie ingezet. Een blik op de stelling en je weet: deze auteur kan niet schaken. Of niet echt. Misschien is het daarom logisch dat de beste schaakliteratuur angstvallig concrete stellingen vermijdt. Zo kan nooit een echte schaker tegenwerpen: wat een broddelwerk, die zetwisseling past niet bij het niveau dat de spelers zouden moeten hebben.
In 'Weerstand', onderdeel van Stephan Enters roman-in-verhalen Spel uit 2007, wordt bijvoorbeeld geen zet daadwerkelijk gedaan. Schaken is een zinnebeeld voor het verwerven van kennis en kunde, op welke manier dat het beste kan, hoe sommige manieren voor bepaalde mensen het beste werkt. Ik zeg het een beetje abstract omdat de inhoud van het verhaal hier niet ter zake doet. Hoewel het verhaal is doordrenkt van de schaaksport, krijg je feitelijk geen enkele blik op het bord.
Maar ik dwaal af. Of ook Riem eigenlijk niet kan schaken, durf ik niet te beweren, maar: 'al mijn laffe pionnen', zoals ze in de eerste strofe schrijft, die ze 'in een opwelling' in een keer naar voren schuift – dat klinkt niet alsof ze het vroeger veel heeft gedaan. Je kan maar een pion per zet vooruitschuiven. Mooi is wel hoe ze de verschillende stukken in het spel in oplopende sterkte, van pion naar koning, opvoert. Ook de verspringende strofen, die zo suggereren dat twee spelers om en om een zet doen, is heel toepasselijk.

Mijn stukken hinderen het spel.
Veeg ze weg en revancheer je
voor alle keren dat de dame

niet meer durfde.
Zet koning laatmaar schaak.
Één kus in ruil voor de nederlaag?

Zie voor het hele gedicht uiteraard Alle zeeën zijn geduldig. Te koop in de betere boekhandel. 

Zie ook: diabetes, de notaris en Maarten in de literatuur

maandag 8 juni 2015

Bij het in ontvangst nemen van het eerste exemplaar van 'De bekentenissen van Petrus' van Jeroen Windmeijer

Dit verhaal, die ik zondagmiddag alleen in steekwoorden op een kladje had genoteerd, sprak ik gisteren uit bij de presentatie van De bekentenissen van Petrus van Jeroen Windmeijer. Mij was de eer gegund om in boekhandel De Kler het eerste exemplaar van zijn debuut, een literaire thriller in de stijl van Dan Brown, in ontvangst te nemen.

"Leiden kent vele tradities rond 3 oktober. De optocht, het uitdelen van haring en wittebrood, het reveille, de herdenkingsdienst in de Pieterskerk, het groot lunapark – een mooie negentiende-eeuwse omschrijving voor kermis. Toch ontbreekt er een traditie: een speciaal geschreven boek, waarvan het verhaal zich afspeelt tegen de achtergrond van Leidens eigen nationale feestdag.
Dat is helemaal geen uitzonderlijk idee. Nijmegen kent al sinds 2008 de vierdaagsethriller. Dit jaar verschijnt bij de lokale uitgeverij Logikos al het achtste boek in een reeks spannende verhalen die de vierdaagse en de stad als decor hebben. Hoewel? Achtste? Sinds 2013 verschijnen er ieder jaar zelfs twee vierdaagsethrillers omdat de initiatiefnemers ruzie hebben gekregen en ieder voor zich de reeks voortzet. Maar dat is een ander verhaal. Een thriller op zich.
Het lijkt mij, als boekenliefhebber en bewoner van de prachtige Sleutelstad, in ieder geval een uitstekend idee als iemand in Leiden deze traditie overneemt. De lokale uitgeverij Primavera Pers? Met De bekentenissen van Petrus – waarvan ik vorige week al een drukproef mocht lezen – hebben ze al het perfecte eerste deel van deze nieuwe traditie in hun fonds.
Dat het debuut van Jeroen Windmeijer zich in Leiden afspeelt is een van de leukste aspecten van zijn boek. Vanaf het eerste begin kun je de tocht van Peter en Judith, de twee hoofdpersonen, door de overvolle stad helemaal volgen. Het begint op de faculteit van archeologie. Daarna reist het duo naar de opgravingen in Roomburg, waar een bijzonder kistje is gevonden, dat de potentie heeft om de geschiedenis van de rooms-katholieke kerk op zijn kop te zetten.
En zo gaat het verder. De Boerhaavelaan. Het AZL – zoals het LUMC nog heette in 1996, het jaar waarin het boek zich afspeelt. En dan het centrum in: naar De Burcht, de Koornbrug, de Pieterskerk, de Hortus en dan weer naar Roomburg. De auteur beschrijft het allemaal minutieus.
Mooi is ook hoe hij het feestgewoel en de allengs grotere dronkenschap van de feestvierders een logische plaats geeft in het verhaal. Een keer slaagt Judith erin haar belager – lid van de geheime orde die achter hen aan zit – van zich af te schudden door te doen alsof hij een ex is die haar lastig blijft vallen. Omstanders grijpen onmiddellijk in.
Er valt nog veel meer lof over dit boek te zingen. Over de vaart waarmee het is geschreven, bijvoorbeeld. De vakkundig opgebouwde spanning: ieder hoofdstuk eindigt met een cliffhanger. De ingenieuze wijze waarop de Leidse en Bijbelse geschiedenis in elkaar is vervlochten. De intrigerende theorieën over de eerste christenen en het ontstaan van de kerk. Of de natuurlijk manier waarop de auteur twee verschillende manieren om te geloven tegenover elkaar zet, waardoor je zijn boek ook op een heel ander niveau kunt lezen.
Maar ik wil niet te veel verklappen. En het is natuurlijk veel beter als u het boek nu zelf aanschaft, het de auteur laat signeren, en u uzelf overtuigt van de kwaliteiten van De bekentenissen van Petrus.
Ook ik zal, nu ik het boek in zijn uiteindelijke vorm bezit, het boek herlezen. Ik zal daarbij op één ding scherp letten. In de drukproef kwam ik tegen: 'Leids ontzet' in plaats van 'Leidens ontzet'. Dat zal hopelijk verbeterd zijn. Als De bekentenissen van Petrus inderdaad het begin van een lange traditie van 3 oktoberthrillers wordt, kan het onmogelijk deze blunder bevatten."

Zie ook:
En ander Leidse boekennieuws: