Posts tonen met het label boeken-tv. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeken-tv. Alle posts tonen

dinsdag 3 december 2019

Ook toen al. Godfried Bomans over de mening van BNers

'Wat mij altijd weer verbaast, is de veronderstelling dat iemand die een zekere bekendheid geniet, over mijn aalles een mening moet hebben. Het feit dat ik een liefhebberij heb om met woorden te spelen, wettigt blijkbaar het vermoeden dat ik over zaken als rassendiscriminatie en de buitenlandse politiek van De Gaulle iets zinnigs te vertellen heb. De mensen vragen je dat rustig. Waarom? Omdat men schrijft. Hier schijnt iets magisch van uit te gaan.'
(uit: Godfried Bomans, De brandmeester, Van Oorschot, 2019)

Wanneer hij dit schreef, weet ik niet. De verantwoording in de recent verschenen bloemlezing eh... schiet wat tekort. Laat ik het daarop houden. Het zal ergens in de jaren 1960 zijn geweest. Nederland had nog maar twee televisienetten. Tot 1964 zelfs nog maar één. Er waren nog geen tientallen talkshows per dag. Ook waren er minder radiostations. Wel waren er aanzienlijk meer kranten dan tegenwoordig. En ook toen al gold de wet: een scheet van een BN-er is interessanter dan een doordachte opinie van een terzake deskundige specialist. Het enige verschil is dat in de tijd van Bomans schrijvers blijkbaar BN-er konden zijn. Dat is niet meer zo. Of gold Bomans in zijn tijd ook als de uitzondering: de schrijver die wél op tv mocht komen omdat hij niet saai over zoiets als 'literaire verbeelding' wil praten?

zondag 24 februari 2019

Interview: Jeroen van Kan over zijn overstap van literaire televisie naar literaire evenementen (Boekblad)

Jeroen van Kan heeft de VPRO verruild voor de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam (SLAA). Hij gaat niet meer literatuur onder de aandacht brengen via de televisie, maar via evenementen in de breedste zin van het woord. Hij bereikt in dat geval minder mensen tegelijk, het is voor hem niet minder belangrijk.

Hoe was je week?
'Zeer druk. Ik ben op 1 februari begonnen bij de SLAA – en dus met kennismaken met allerlei mensen en vergaderen. Tegelijk zit ik nog tot eind mei bij de VPRO. Behalve de reguliere uitzendingen van VPRO Boeken nemen we op 17 maart een speciaal programma op voor de Boekenweek. Daar moet nog veel voor worden voorbereid. Ondertussen heb ik contact met veel mensen die willen weten waarom ik deze overstap heb gemaakt en wat ik bij de SLAA ga doen.'

Ik natuurlijk ook. Waarom naar de SLAA?
'De SLAA is een ontzettend fijne plek. Ik kwam altijd al graag bij hun activiteiten. Ik krijg hier ook veel vrijheid om mooie dingen te doen. En het is in mijn eigen stad. Heel fijn om in Amsterdam te werken.'

Je had genoeg van Hilversum, na bijna twaalf jaar – met een onderbreking – voor de VPRO te hebben gewerkt?
'Het was een voorrecht om programma's voor eerst De Avonden en daarna VPRO Boeken te maken. Ik heb allerlei internationale auteurs kunnen spreken. Maar ik vraag me af hoe houdbaar de vrijheid is die ik er had om mijn gang te kunnen gaan. De VPRO wil dat het programma vanaf januari 2020 eigentijdser wordt. Hoe, weten ze nog, maar ik heb er bij voorbaat geen goed gevoel over. De vrijheid van de makers zal minder worden. Daarmee is mijn overstap overigens geen negatieve keuze. Integendeel. Het is een positieve keuze veer de SLAA.'

Bij de SLAA behoud je wel je vrijheid?
'Alleen al de vorm geeft meer vrijheid. Een zaalprogramma kun je iedere keer invullen zoals je wil: een voordracht, een interview, of iets totaal anders. En ik wil ook nieuwe vormen verzinnen om literatuur buiten een zaaltje te brengen.'

Zoals?
'Je kunt dichters een gedicht laten schrijven over een kunstwerk in het Stedelijk Museum en dan een rondleiding langs die kunstwerken geven. Met een koptelefoon op, zodat andere bezoekers er geen last van hebben. Of fictiepunten in de openbare ruimte. Je laat schrijvers een verhaal maken bij een park of een terras, dat je via een QR-code op een sticker in een app op je telefoon kunt openen. En dat je dan kunt kiezen om het te lezen of voorgelezen te krijgen. Maar ik ben net begonnen. Het duurt nog wel even voor zulke experimenten worden uitgevoerd.'

Waarom wil je de zaal uit?
'Omdat het potentiële publiek groter is dan alleen de mensen die de moeite nemen om naar een zaal te komen. Er zijn genoeg lezers die dat niet doen. Dus moet je andere activiteiten bedenken om hen te bereiken.'

Je gaat voor maximale impact?
'Precies.'

Zo bekeken is het gek dat je vertrekt bij de VPRO. Op zondag 10 februari trok VPRO Boeken 142.000 kijkers (exclusief uitgesteld kijken). Zo veel mensen bereik je nooit met de activiteiten van de SLAA.
'In absolute aantallen gemeten is dat waar. Maar toch voelt dat niet als minder, omdat ik op deze plek creatiever kan zijn. Het tv-programma heeft elke keer dezelfde format: een gesprek met twee auteurs van ieder een kwartier. Maar de activiteiten van de SLAA zijn iedere keer anders, zodat je een veel bredere groep kunt aanspreken. Je hebt ook interactie met publiek. Mensen zijn erbij en reageren op wat je doet. Op het tv-programma krijg ik ook weleens een reactie, maar dat gaat dan over iets in het decor.'

De vrijheid en creativiteit wegen dan zwaarder dan de harde cijfers.
'Ja. Ik heb ook iets missionairs. Er zijn vele wegen om mensen naar het lezen te leiden.  Het is goed als dat op tv gebeurt, maar er zijn meer manieren. Er is de laatste tijd een verschuiving richting beleving – een vreselijk woord overigens – zoals je kort geleden bijvoorbeeld zag op de Das Mag-avonden. Ik ben daar een keer geweest, ook al was ik dubbel zo oud als de meeste aanwezigen. Rob Wijnberg hield er een praatje over Richard Rorty. Na afloop kochten toch een paar mensen dat moeilijke boek van Rorty. Het is heel mooi als je dat kan bereiken.'

Literaire evenementen zijn essentieel voor de literaire cultuur?
'Zeker. Ik ben daar zelf een voorbeeld van. Toen ik de op de middelbare school zat, vond er elk jaar in Theater De Meervaart een literair festival plaats. Iemand van de organisatie vroeg in de klas of iemand gedichten schreef. Ik stak mijn vinger op en werd prompt geprogrammeerd tussen Diana Ozon, Jules Deelder en Johnny van Doorn. Ik werd net zo serieus genomen. Erg indrukwekkend. Ik wil niet zeggen dat ik anders niet door zou zijn gegaan met poëzie, maar het heeft me wel geholpen.'

Ga je bij de SLAA met het boekenvak samenwerken?
'Dat kan heel goed. Soms lopen de belangen gezamenlijk op. Met de aandacht die wij geven aan het korte verhaal kan de boekhandel zijn minder populaire winkeldochters onder de aandacht brengen. En uitgevers benaderen ons voor hun auteurs. Als het een literaire auteur is maken we, afhankelijk van onze inschatting van de belangstelling voor hem of haar, daar dankbaar gebruik van.'

Is dat anders dan hoe je samenwerkte met uitgevers voor VPRO Boeken?
'Eigenlijk is er geen wezenlijk verschil. De urgentie is voor uitgevers alleen minder groot bij de SLAA dan bij een tv-programma. Bij de VPRO ben je voortdurend bezig uitgevers af te remmen. En of dat nu minder wordt? Ik denk het niet. Ik heb in al die jaren relaties opgebouwd met uitgevers. Met de ene ga ik alleen zakelijk om, met de ander ben ik bevriend. Van de een weet je dat je hem kunt vertrouwen op zijn oordeel, van de ander niet – soms ook door zijn fonds. Maar de basis blijft altijd het boek zelf. Dat moet je lezen, en als je het goed vindt, wil je daar iets mee doen.'

Tot slot: welke plannen heb je vandaag?
'Om te beginnen VPRO Boeken kijken, dit keer met Guillermo Arriaga en Franca Treur. Het wordt live-on-tape opgenomen. Wat je ziet is wat is opgenomen, er is niets gemonteerd. Als het op tv komt, is het daarom de eerste keer dat ik het kan terugzien. Al kijk ik het ook niet altijd. Het is soms een marteling, omdat ikzelf een aaneenschakeling van gemiste kansen zie. De kijker ziet dat gelukkig niet. En daarna pak ik denk ik een boek. Ik wil het boek van Rüdiger Safranski over de Duitse romantiek uitlezen. En ik heb nog boeken liggen die ik moet lezen voor het programma. De verhalenbundel Straf van Ferdinand von Schirach en het laatste boek van F. Starik. Daar komt Vrouwkje Tuinman over praten. Eigenlijk was dat de afgelopen jaren mijn voornaamste werk: lezen. Ik ben blij dat ik het iets minder kan doen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 17 feb)

dinsdag 28 augustus 2018

Hebban en Vlogboek maken online boekenprogramma 'Boekblik' (Boekblad)

Hebban start op 3 september met het actuele boekenprogramma 'Boekblik'. Jörgen Apperloo van Vlogboek maakt de filmpjes van drie tot vijf minuten.

Boekblik besteedt aandacht aan de boekenactualiteit: nieuwe titels, evenementen en nieuwe boekverfilmingen of toneelbewerkingen. Het programma wil kijkers attenderen op titels en activiteiten die ze niet mogen missen en zet in elke aflevering een auteur of fenomeen in de spotlight. Het eerste seizoen bestaat uit acht afleveringen die om de twee weken worden gepubliceerd. 
Het initiatief voor Boekblik ligt bij Apperloo, die al sinds 2014 boeken bespreekt op het kanaal Vlogboek. 'Ik volg zelf een aantal Youtube-kanalen waarin de nieuwe films worden aangekondigd en besproken. Zoiets mis ik als het over boeken gaat. Er zijn wel allerlei sites die boekennieuws brengen, maar omdat we naar een Youtube-maatschappij gaan, kan het niet anders of er moet ook vraag zijn naar filmpjes met boekennieuws.'
Omdat Apperloo een dergelijk programma niet kan maken zonder steun van een redactie, zocht hij contact met Hebban – de community waarvoor de boekvlogger sinds vorig jaar geregeld themavideo's produceert. 'Hebban heeft de overzichten met nieuwe titels en boekverfilmingen gewoon liggen. Ik niet. Wij gaan in overleg bespreken waar we aandacht aan besteden.'
Apperloo krijgt wel de vrijheid om zijn eigen stempel op Boekblik te drukken. 'Zij zijn van de feelgood, young adult, community. Ik ben scherper. Ik ben meer geneigd buiten de lijntjes te kleuren. Dat kan nog steeds. Ik eindig daarom iedere aflevering met iets grappigs, waarin ik een schrijver of de literatuur op de hak neem. Een beetje zoals Lucky TV: aanhakend op de actualiteit en toch er geheel los van staand. Maar dan niet zo flauw.'
De nieuwe activiteit gaat enigszins ten koste van Vlogboek, dat momenteel 1.171 abonnees heeft. Apperloo is van plan de wekelijkse frequentie terug te brengen tot om de week, al hangt dat uiteindelijk af hoeveel tijd de productie van Boekblik hem daadwerkelijk kost. Omdat de eerste aflevering nog niet is voltooid, weet hij dat niet. Het nieuwe programma betekent echter niet dat zijn enthousiasme voor zijn Youtube-kanaal is verflauwd.
'Ik heb nog genoeg ideeën', zegt hij. 'Vlogboek is ook langzaam geëvolueerd van alleen boekbesprekingen naar meer essayistische filmpjes. Dat is een vorm die mij goed ligt. En het aantal abonnees blijft groeien. Er zijn nog steeds mensen die het ontdekken en mij voeden met hun enthousiasme. Zo bekeken is Boekblik ook pr voor Vlogboek, al kom ik daar minder prominent in beeld door het gebruik van ander beeldmateriaal en werk van een illustrator.'
Anders dan verwacht bij de conceptie verschijnt Boekblik te midden van een kleine hausse aan boekenprogramma's op de reguliere televisie. Momenteel is Matthijs van Nieuwkerks Moby Dick te zien, volgende maand volgt Stine boekt sterren. Apperloo is enthousiast over het eerste programma, waarvan hij wegens vakantie slechts een aflevering heeft gezien (van de drie die inmiddels zijn uitgezonden). 
'Een fijn programma, waarin tenminste normaal gedaan wordt over lezen. Vanwege de discussies over ontlezing in de toon vaak: wat is het toch bijzonder om een boek te kunnen lezen. In Moby Dick niet. Er wordt gewoon gepraat over boeken die iemand heeft gelezen. Het laat toch zien dat het mogelijk is op de reguliere tv iets met boeken te doen. Want hoe meer boeken-tv, hoe beter. Ik hoop daar nu mijn steentje aan te kunnen bijdragen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 24 aug)

Zie hier de teaser van Boekblik. Vlogboek is hier terug te vinden.

zaterdag 14 juli 2018

Boekverfilmingen krijgen meer bezoekers en waardering (Boekblad)

Boekverfilmingen doen het beter dan films met een origineel script. Ze trekken meer bezoekers en krijgen meer waardering van critici. Hetzelfde geldt voor tv-series en theatervoorstellingen.

Dat blijkt uit onderzoek van het consultancybedrijf Frontier Economics in opdracht van de Publishers Association (PA). De Britse branchevereniging wil hiermee aantonen dat uitgeverijen van veel groter belang voor de creatieve industrie zijn dan men zou denken op basis van een strikte segmentering naar kunstvorm – in het verlengde daarvan: dat het auteursrecht blijvende bescherming verdient. 
In de jaren 2007-2016 waren 52% van de twintig best bezochte films die zijn geproduceerd in Groot-Brittannië gebaseerd op een (strip)boek. Deze films brachten in eigen land 44% meer inkomsten op dan films met een origineel scripts. Gekeken naar de opbrengst wereldwijd is dat percentage zelfs nog hoger: 53%. Boekverfilmingen kregen bovendien gemiddeld een halve ster meer van critici (op een schaal van maximaal vijf sterren).
In tv-drama's is het aandeel boekverfilmingen nog hoger: 40% tegen 26% gebaseerd op een origineel script (de rest zijn waargebeurde verhalen of bewerkingen van andere films of tv-series). Uit de top 100 best bekeken series in de periode 2013-2017 trok tv-drama gebaseerd op een boek in Groot-Brittannië 58% meer kijkers dan origineel tv-drama. Deze tv-bewerkingen van boeken worden bovendien vaker herhaald. 
In het theater verkochten bewerkingen van boeken in 2016 drie keer zo veel kaartjes dan oorspronkelijke toneelstukken. Deze toneelstukken zijn doorgaans ook langer te bezoeken. De vier langstlopende producties in het Londense West End zijn allen gebaseerd op literaire bronnen.
'Verhalen vertellen is de kern van de creatieve industrie en vaak beginnen de beste verhalen als boek', reageerde directeur Stephan Lotinga van de PA dan ook op het onderzoek. 'Dit onderzoek toont de enorm positieve commerciële impact aan die Britse uitgeverijen hebben op film, televisie en theater, omdat de ideeën van onze ongelooflijke auteurs de bron zijn van zoveel succesvolle producties.'
Maar het omgekeerde is ook waar, erkent het rapport: bewerkingen van het boek voor de bioscoop, tv-scherm of podium hebben op hun beurt een positieve impact op de verkoop, hoewel dit onderzoek – dat immers een andere focus heeft – daar alleen anekdotisch bewijs voor levert. Zo werd 23% van de totale verkoop van My Cousing Rachel van Daphne Du Mourier sinds 1992 behaald in 2017, toen een verfilming in de bioscoop was.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 10 jul)

dinsdag 5 juni 2018

Recensie: 'The Bookshop' brengt de enkelingen bij elkaar (Boekblad)

Gek eigenlijk dat The Bookshop, die vanaf 7 juni in de Nederlandse bioscoop is te zien, wordt ondersteund door de CPNB. De film laat een heel ander aspect van de boekhandel zien dan de slogan 'een boek kan zoveel doen'.

The Bookshopgaat ondanks de titel niet over de boekhandel. Zeker, Florence Green opent in de film van Isabel Coixet naar de gelijknamige roman van Penelope Fitzgerald een boekwinkel. Maar de tegenkrachten die ze daarmee oproept in het kleine kustplaatsje Hardborough hebben weinig met haar nering te maken. De aristocrate Violet Gamart, die zich de natuurlijke leider van de gemeenschap voelt, wil haar pand hebben om er een kunstcentrum in te vestigen. Ook als er speelgoed of tweedehandskleding zou zijn verkocht.
Maar de keuze voor een boekhandel is ook niet toevallig. De film draait om de strijd tussen de gegoede klasse, die in het Groot-Brittannië van 1959 nog aan de touwtjes trekt, en de opkomende gewone man, die een steeds belangrijke rol in de maatschappij heeft. Niet voor niets zie je in het begin van de film een verkiezingsposter van Labour hangen. Het boek staat zo symbool voor een democratische, laagdrempelige kunstvorm waarvan iedereen kan genieten. De schilderijen en sculpturen van Violet Gamart zijn de kunst van de elite.
De film doet er echter niet sentimenteel over. The Bookshop is – in tegenspraak met de ondersteuning van de CPNB – geen propagandafilm voor het lezen of de boekhandel. Hij laat namelijk ook zien dat boeken misschien makkelijk toegankelijk zijn en in theorie iedereen geraakt kan worden door een verhaal, maar dat er in werkelijkheid maar een enkeling ontvankelijk voor is. Zo ontvankelijk, dat hij of zij nooit zonder een boek kan en de een na de ander verslindt in plaats van slechts af en toe die ene bestseller te lezen waar iedereen over praat.
In het dorp aan zee heerst vooral scepsis over Florence' boekhandel. De lokale bankier moet een grote aarzeling overwinnen om haar een lening te verstrekken. Een veerman houdt haar voor dat het hele dorp maar één lezer kent: Edmund Brundish. Die – hoe kan het anders? – een zonderling is. Hoe denkt ze daar een rendabele zaak mee op te bouwen? En die onverschilligheid jegens de boekhandel verandert ook niet. Er is niemand in de film wiens leven verandert doordat Florence hem of haar een boek in de handen drukt.
Nou ja, niemand? Er is dus altijd die enkeling. Florence krijgt een assistente: Christine, een jong meisje van lage komaf die min of meer door haar ouders wordt gedwongen met een bijbaantje bij te dragen aan het gezinsinkomen. Zij verklaart openlijk niet van lezen te houden. Toch moet ze van Florece ooit A High Wind in Jamaica van Richard Hughes proberen. Als ze dat doet, aangespoord door de verwikkelingen van het plot, is ze gelijk verkocht. Later opent zij zélf een boekwinkel.
Wat de boekhandel wel doet, blijkens de film, is de enkelingen bij elkaar brengen. Florence en Brundish zijn de twee grote liefhebbers van literatuur in Hardborough, maar pas door de boekhandel komen ze bij elkaar. Dat verklaart ook de tagline van de film, die beter bij het plot past dan de CPNB-slogan: 'One never feels alone in a bookshop'. Niet alleen kunnen grote lezers – altijd eenzaam van karakter, volgens Jonathan Franzen – gezelschap vinden bij personages, ze vinden in de boekhandel ook gezelschap bij elkaar.
Dat is misschien niet de inclusieve boodschap van de CPNB, die zoveel mogelijk boeken onder zo veel mogelijk mensen wil brengen. Maar: het is ook een mooie boodschap. Alleen jammer dat het bestaan van een boekverkoper niet tot in detail klopt, iets wat altijd storend is in een film of boek als je toevallig kennis van zaken hebt. Want Florence' The Old House Bookshop mag er dan schitterend uitzien, menig boekverkoper zal zich afvragen hoe ze die – óók in 1959 – overeind houdt.
Florence Green lijkt zich weinig aan te trekken van haar publiek. Ze legt uitsluitend neer wat ze mooi vindt, niet wat aan kan slaan bij haar publiek, om tenminste te blijven voortbestaan. En als ze dan toch tegen de keer een boek wil promoten – het succès de scandalein Londen: Nabokovs Lolita, dat op dat moment al vier jaar oud is– koopt ze meteen het krankzinnige aantal van 250 exemplaren (!) in. Ook valt op dat in de categorie 'New arrivals' hetzelfde kinderboek blijft staan, hoewel de handeling vele maanden bestrijkt.
Tegelijk moet ik erkennen dat je zulke details ook niet kan zien. Deze missers liggen er niet dik bovenop, zodat het goed mogelijk is te genieten van het in stemmige kleuren gefilmde The Bookshop. De gelauwerde Spaanse regisseur Coixet heeft de film met merkbaar respect voor de roman gefilmd, en Emily Mortimer als Florence Green en Bill Nighy als Edmund Brundish geven hun personage met gevoel voor de kwetsbare psychologie van de grote lezer gestalte.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 1 jun)

Zie ook:

maandag 7 mei 2018

CPNB ondersteunt campagne voor verfilming 'The Bookshop' (Boekblad)


De CPNB steunt de marketingcampagne voor de film The Bookshop naar de roman van Penelope Fitzgerald. Ook uitgeverij Karmijn van de Nederlandse vertaling betrekt de boekhandel bij de promotie van film én filmeditie.

De Nederlandse filmdistributeur Cinéart stelt gratis boekenleggers en affiches beschikbaar aan boekhandels met daarop het beeld van de film én de slogan van de CPNB: 'Een boek kan zoveel doen'. Deze zijn sinds woensdag via Cinéart te bestellen, dat boekhandels ook de mogelijkheid geeft om kaartjes weg te geven. De CPNB organiseert daarnaast samen met de distributeur een preview exclusief voor boekhandelaren. Deze vindt plaats op zondag 27 mei om 11 uur in de Amsterdamse bioscoop Cinecenter. De film gaat vervolgens op 7 juni in première.
De CPNB was enkele jaren betrokken bij Film by the Sea en de uitreiking van de Parel voor de Beste Boekverfilming. Omdat de organisatie door gedwongen bezuinigingen zich meer wilde focussen op haar kerntaken kwam daar vorig jaar een einde aan. Uit liefde voor deze film van Isabel Coixet, die ook de prijs voor beste boekverfilming van het jaar op de Frankfurter Buchmesse won, wordt daar eenmalig een uitzondering op gemaakt.
'De boekwinkel heeft in The Bookshop de hoofdrol', vertelt woordvoerder Peter Rosendaal van de CPNB. 'Enkele van ons hebben hem al gezien en werden geraakt door de intense liefde voor boeken én de boekwinkel. De gepassioneerde acteurs in dit romantische epos leven zich in in het belang van lezen en de liefde voor het boek blijkt oneindig. The Bookshop laat zo zíén wat wij altijd beweren: een boek kan zoveel doen.'
De samenwerking ontstond toevallig toen hoofd marketing Annette van Reijersen van de CPNB en Esther Kollmann, de marketeer van Cinéart, elkaar tegenkwamen en over de film in gesprek raakten. 'Het kost ons niets. Het is een samenwerking met gesloten beurzen', aldus Rosendaal. 'Wij hopen dat de boekverkopers net zo ontroerd raken door The Bookshop dat ze de verfilming én de roman uit 1978 aandacht geven, zodat veel mensen die ook gaan lezen.'
Uitgeverij Karmijn brengt binnenkort een filmeditie van De boekhandelop de markt. Deze editie die maandag naar de drukker gaat, heeft de filmposter als omslag en bevat een fotokatern van vier pagina's met stills uit de film. 'Het boek heeft goed verkocht: 4.000 exemplaren – veel voor een vertaalde literaire roman, die bovendien veertig jaar oud is en is geschreven door een auteur die niet meer leeft. Maar het zijn echt heel mooie foto's, het was zonde om die niet te gebruiken. De eerste oplage is 1500 exemplaren,' vertelt uitgeefster Wilma Seijbel.
Karmijn ondersteunt bovendien de marketing. Vertegenwoordiger Huub van Aalst deelt komende week posters uit op de inkoopbeurzen. 'We kregen daar veel vraag naar.' Ook heeft Seijbel bij Cinéart enkele boekverkopers aangedragen voor een promotiefilmpje dat de distributeur wil maken. 'Het idee is dat de boekverkopers iets vertellen over waarom zij hun vak zo mooi vinden.' Dit filmpje wordt dan rond de première verspreid via sociale media.
Zelf heeft Seijbel de film begin april gezien. Zij had daarvoor enkele boekverkopers uitgenodigd die De boekhandel destijds goed hebben verkocht – onder wie Wim Krings (Krings, Sittard), Gerda Aukes (Den Boer, Baarn) en Carina Proveniers (Het Witte Huys, Rhoon). 'We vonden het unaniem een héél mooie film. Echt ontzettend goed gedaan, met mooie, toegankelijke muziek ook. Het loopt wel iets anders af dan het boek. Dat verraste ons, maar het was zeker acceptabel.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 4 mei)

vrijdag 28 oktober 2016

'Genius' geeft redacteuren de kans zich te vergelijken met Maxwell Perkins (Boekblad)

Sinds 20 oktober in de bioscoop: Genius. De film over de relatie tussen Maxwell Perkins en Thomas Wolfe laat de archetypische verhouding zien tussen een dienstbare redacteur en zijn dominante bestsellerauteur.

Als er ooit een film moest komen over een literaire redacteur zou hij natuurlijk over Maxwell Perkins (1884-1947) gaan. De redacteur van Scribner's geldt als de eerste die meer deed dan alleen tik- en taalfouten aanstrepen. Hij begeleidde auteurs als F. Scott Fitzgerald en Ernest Hemingway bij het schrijven en trad op alle mogelijke manieren op als hun mentor. Hij kreeg in 1978 een biografie: Max Perkins. Editor of Genius van A. Scott Berg, en zijn Wikipedia-pagina is maar liefst in zes verschillende talen te lezen.
Regisseur Michael Grandage concentreert zich in Genius, gebaseerd op genoemde biografie, op de intensiefste relatie die Perkins had. Eind jaren twintig ontdekt hij het genie van Thomas Wolfe (1900-1938), wiens werk dan door talloze uitgeverijen is geweigerd. Hij redigeert zijn instant-bestseller Look Homeward, Angel (1929) en de nog veel succesvollere opvolger Of Time and The River (1935). Voor Perkins was Wolfe de zoon die hij nooit had, Wolfe vond in hem een vader. Later raakten ze echter van elkaar verwijderd.
De film is misschien een tikje te schematisch, de relatie tussen redacteur en schrijver is wél mooi uitgewerkt. Perkins – door Colin Firth neergezet als gereserveerde man die zelfs in pyjama nog zijn hoed op houdt – voldoet precies aan het beeld dat redacteuren tachtig jaar later nog altijd graag aan de buitenwereld presenteren. Hij leest altijd (zelfs als hij zijn dochter vermanend toespreekt) buigt zich nauwgezet over manuscripten. Je kan je hem alleen slecht voorstellen op boekpresentaties die hij volgens zijn vrouw óók heeft.
De schrijvers zijn typische egoïsten, zoals Wolfe – in de vertolking van Jude Law een man die zijn emoties nooit binnenboord kan houden – die ieder nieuw gespreksonderwerp uitsluitend gebruikt als haakje voor zijn eigen monologen. En anders zijn het wel zielige neuroten, zoals F. Scott Fitzgerald die niet goed weet hoe het verder moet met zijn leven en zijn carrière en zich daarom graag wat extra's laat toestoppen door Perkins. Dat hij al genoeg voorschotten heeft geïnd waarvoor hij nog geen werk heeft ingeleverd, doet er niet toe.
Juist die wezenlijk verschillende karakters van redacteurs en schrijvers passen wonderwel op elkaar, bewijst Genius. 'Redacteuren horen anoniem te zijn, het gaat om de auteurs,' zegt óók Perkins als Wolfe zijn tweede roman aan hem opdraagt. Hijzelf is tevreden met de rijen fraai gebonden hardcovers in de goedgevulde kasten achter hem, waarvan hij alleen weet hoe verantwoordelijk hij er voor is. Laat de auteur maar genieten van de groupies en de royalty’s. Laat de auteur zich maar aanpraten hoe briljant hij is.
Want wat gebeurt er als de verhouding verandert? Dan loopt het onherroepelijk spaak. Door Wolfe's opdracht aan Perkins komen de praatjes in de wereld dat hij zijn succes alleen te danken heeft aan de soms rigoureuze ingrepen van zijn redacteur. Zelf zou Wolfe te woorddronken zijn om zijn verhaal recht te kunnen doen. Hoe blij hij aanvankelijk ook met Perkins was, dát is natuurlijk niet de bedoeling. Prompt laat hij zich verleiden door een gunstige bod van een concurrent – in Wolfe's geval Harper's.
Het mooiste aan de film is echter niet de verhouding tussen twee mannen die, als elke redacteur en auteur, afhankelijk van elkaar zijn. Dat is dat Genius daadwerkelijk aandacht besteedt aan het redigeren. Perkins leest een lange alinea van Of Time and The River voor en gaat er vervolgens zin voor zin doorheen. Hij zegt niet hóé het anders moet, het is immers Wolfe's boek, maar legt uit wat er mis aan is. Die gedachte is niet geloofwaardig. Die formulering is cliché. En dan net zo lang aandringen tot Wolfe het geheel naar zijn zin heeft herschreven.
Dat  is misschien wel nooit in een film vertoond. Iedere redacteur die Genius de komende weken in de bioscoop gaat zien, kan zich daarom voor eens spiegelen aan de beroemdste redacteur die er ooit is geweest. Hij kan zich afvragen, ook al is het fictie: was Perkins echt zo goed? Heeft hij Wolfe's werk beter gemaakt? Of – en dat is de angst van iedere redacteur, zoals Perkins die verwoordt – was het boek in de allereerste versie zoals die moest zijn en heeft hij het alleen maar veranderd of, erger, misvormd?
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 24 okt)

vrijdag 8 april 2016

Boekhandel eert Wim Brands: 'van groot belang voor het vak' (Boekblad)

De boekhandel reageert geschokt op het overlijden van Wim Brands. Als radio- en tv-presentator was hij van groot belang voor het vak.

Willeke van der Meer van boekhandel Kooyker in Leiden had na de verhuizing naar een nieuw pand Brands vorig jaar bewust als eerste gast uitgenodigd. 'Hij had toen net de bloemlezing uit [De Nederlandse literatuur van de XXIe eeuw, md]. We merkten: dat is voor ons publiek. Dus wij dachten: dan hebben we meteen een trekker. Dat bleek ook het geval te zijn.'
Volgens de boekverkoopster zorgde Brands ervoor 'dat de lezer in contact bleef met de boekhandel'. Hij bracht op radio en vooral televisie 'elke keer nieuwe boeken onder de aandacht. Een heel gevarieerd aanbod: literatuur, geschiedenis, literatuur, waarover hij op een diepgaande manier met de auteurs sprak. Ik zag het als een keurmerk als hij er aandacht aan besteedde. Zeker voor ons publiek. De boeken uit zijn programma moesten wij hebben. Recent nog Het oerboek van de mens. Nadat hij er aandacht aan had besteed, hebben we er vijftig exemplaren of zo van verkocht.'
Fabian Paagman van Paagman in Den Haag looft de manier waarop Brands 'goede, levendige gesprekken' hield, waarin 'hij altijd wegbleef van populaire, commercieel makkelijke titels'. Het ging hem om de inhoud. 'Hij had daar oprechte interesse voor. En omdat hij zo'n integere persoon was, waren zijn adviezen extra waardevol. Als hij boeken besprak, had dat direct een weerslag op de vraag in de winkel en dus voor onze voorraadbepaling.' Als de VPRO Brands' boekenprogramma doorzet met een andere presentator zal die dan ook niet meteen dezelfde invloed hebben. 'Wie een boek in de krant bespreekt, maakt niet uit. Maar op televisie is de drager veel belangrijker.'
Hij vergelijkt Brands invloed met die van De Wereld Draait Door. 'Voordat DWDD prominent aandacht aan boeken gaf, was hij lange tijd de enige die iets deed in de droogte van goede media-aandacht voor boeken. De commerciële impact nu is onvergelijbkaar. Maar dat geeft niet. Beide programma's hadden een andere doelgroep. Het belangrijkste is dat er diversiteit is.'
Brands had ook een maandelijkse talkshow bij Donner in Rotterdam. Leo van de Wetering mailt daar – 'na een doorwaakte nacht' – over: 'Na een live gesprek voor de radio in 2012 met Bert Keizer, in het directiekantoor van Donner aan de Lijnbaan, heb ik hem brutaalweg gevraagd of hij met ons een programma wilde maken. Met een korte onderbreking rond het faillissement van Polare, heeft hij maandelijks bij Donner zijn gasten ontvangen, totdat hij in januari plotseling zijn programma opschortte – tot aan de zomer, zo luidde het. Hij werd vervangen door Marcel Möring, die tijdelijk het stokje zou overnemen. Het is heel verdrietig te beseffen dat Wim, deze onvergelijkelijke ambassadeur van het boek, nooit meer aan het woord zal komen.'
Van de Wetering prijst Brands' betekenis voor specifieke auteurs en voor het vak in zijn geheel. 'Wim representeerde de afgelopen tien jaar als niemand anders het lezen, het glorieuze lezen van boeken. En hoe een goed gesprek met Wim de verkoopcijfers omhoog kon stuwen: denk recentelijk nog aan Arita Baaijens en haar Zoektocht naar het paradijs.' Hij zal daar later nader op ingaan in een column voor Boekblad magazine.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 5 apr)

maandag 14 maart 2016

Sprekend Nederland: Alle vooroordelen over accenten in kaart gebracht (Taalunie:Bericht)

Wat zegt je accent over wie je bent? Of beter gezegd: welke vooroordelen koesteren anderen over je tongval? Dat onderzoekt de omroep NTR in het project Sprekend Nederland.

Dirk de Bekker was wel wat gewend. De programmamaker van de NTR is zelf opgegroeid in Rosmalen, bij Den Bosch. Zeker sinds hij in Hilversum werkt heeft hij al zo vaak opmerkingen gehoord over zijn zachte g. 'Niet per se negatief, maar men zegt er altijd wat over. Dat getuigt vaak van vooroordelen die niet stroken met de werkelijkheid. Dat ik veel drink bijvoorbeeld. Dat valt best mee.'
Maar dat het zó erg was? Voor het project Sprekend Nederland liet hij mensen elkaar beoordelen louter op basis van hun tongval. Ze konden elkaar niet zien. 'Wat mensen dan durven te zeggen over de ander!' Een Twentse zou zeker onmodieus gekleed zijn. Een Hagenaar klinkt nogal asociaal. 'Mijn mond viel open van verbazing. Ik had niet verwacht dat de vooroordelen zó sterk waren.'
Voor zijn collega Sander Nieuwenhuijsen werkten de 'Spreekhokken', zoals de filmpjes heten die ze samen hebben gemaakt, nog sterker als eye-opener. De Bekker: 'Hij komt uit de Randstad.  Hij heeft dus het prestige-accent en was zich helemaal niet bewust van de beeldvorming bij het horen van accenten. Hij was zelf nog nooit aangesproken op zijn accent.'

De Bekker en Nieuwenhuizen zetten Sprekend Nederland voor de NTR niet alleen op uit persoonlijke interesse van de eerste. Als wetenschapsjournalist wist hij dat er alleen kleinschalig onderzoek naar dit onderwerp is gedaan. 'Ze laten vijftig mensen in een experimentele setting zinnen inspreken. Of gaan bij de Hema staan met een voicerecorder. Er is geen grote dataset van accenten.'
Door een samenwerkingsverband op te zetten tussen publieke omroep en wetenschap kon die dataset er wél komen. Het basisidee was: een app maken waarin mensen zelf zinnen kunnen inspreken en die van anderen mogen beoordelen. En daaromheen allerlei programma's om grote groepen mensen te interesseren voor het onderwerp en te verleiden de app te gebruiken.
De Bekker: 'Meestal gaat het andersom. Er is een tv-programma en er komt een app bij. Wij zetten de app centraal. Ook komt doorgaans de wetenschap met een idee, waarna wij er een programma over maken. Nu stelden wij een idee voor. Taalwetenschappers reageerden gelijk enthousiast omdat ze de mogelijkheid zagen een grote dataset te verwerven waar ze nog jaren onderzoek mee konden doen.'

Sprekend Nederland ging van start met de lancering van de app op 3 december. Sinds-dien is er online en op tv op allerlei manieren aandacht aan besteed. Het wetenschaps-programma De Kennis van Nu (NPO2) wijdde een aflevering aan het project. De Vlaamse muzikant Bent van Looy bezocht drie taalgemeenschappen – korte filmpjes die later op NPO3 worden uitgezonden. En eind mei is een grote live-show op NPO1.
De Kennis van nu liet genadeloos zien hoe Marokkaanse Nederlanders worden behandeld. Acteur Omar Ahaddaf mocht géén proefrit maken, kon zijn fietsslot niet laten openzagen en kon géén afspraak maken om een huis te bezichtigen. Presentator Diederik Jekel werd door dezelfde mensen wel tegemoetkomend bejegend. 'Deepdown zijn mensen racistisch', aldus sociolinguïst Stefan Grondelaers in de uitzending.
De Bekker vindt het niet moeilijk om voor alle verschillende zenders en doelgroepen andere ideeën te bedenken over accenten. 'Gesproken taal is zo'n rijk onderwerp. Je kunt zo veel verschillende invalshoeken bedenken. We denken ook nog na over items voor het lokale cultuurprogramma Landinwaarts en het historische programma Andere tijden. We willen Sprekend Nederland zeker een jaar ondersteunen.'
In de live-show gaan groepen sprekers van hetzelfde accent de strijd aan om de titel 'Het Mooiste Accent van Nederland', vertelt hij. Iedere groep wordt aangevoerd door een accent-ambassadeur, een BN'er met die tongval. 'Daar doorheen gewoven zit de wetenschap. Want de live-show is het moment om de eerste resultaten van het onderzoek bekend te maken.'

Veel kan De Bekker daar nu nog niet over zeggen. Het streven is om de app 100.000 keer te laten downloaden. Na twee maanden hebben bijna 10.000 mensen dat gedaan. Zij hebben gezamenlijk 200.000 stemopnamen gemaakt en al bijna een miljoen keer andere opnamen beoordeeld. 'Maar het enige wat ik daaruit kan afleiden is dat men in Flevo-land het minst en in Friesland de app het meest downloadt.'
Maar het gaat ook niet alléén om de wetenschap: onderzoeken waar welke accenten worden gesproken en welke vooroordelen aan welk accent kleven. 'Het is ook het doel van Sander en mij om mensen bewust te maken van de vooroordelen zodat er wat aan kan worden gedaan. Ook op ons werk. Nederland is een lappendeken van klankkleuren, maar die diversiteit hoor je in de massamedia niet terug.'

En Vlaanderen?
De Bekker en Nieuwenhuijsen hadden het project graag uitgevoerd voor het hele taalgebied. 'Het had het project nog groter en ingewikkelder gemaakt, maar ook het ideaalplaatje', zegt De Bekker. Maar de VRT stelde zich afwachtend op. Eerst zien wat Sprekend Nederland oplevert. 'Van Stefan Grondelaers – zelf een Vlaming – hebben we wel begrepen dat Vlamingen banger zijn om het vooroordelen te hebben. Het onderwerp ligt nog controversiëler. Maar wie weet komt het nog.'
(Eerder gepubliceerd op Taalunie:Bericht)

donderdag 24 december 2015

Verkiezing Belangrijkste Boek van Nederland in samenwerking met DWDD (Boekblad)

Minister Jet Bussemaker van OCW geeft op 4 januari in Amstelveen het startschot van het Jaar van het Boek. De verkiezing van het Belangrijkste Boek van Nederland wordt georganiseerd in samenwerking met De Wereld Draait Door en de regionale kranten van de Persgroep.

De opening vindt plaats in de bibliotheek van Amstelveen, waar ook boekhandel Venstra is gevestigd. Naast een toespraak van minister Bussemaker, die exact om 16 uur het Jaar van het Boek opent, vertelt voorzitter Eppo van Nispen van de Stichting Jaar van het Boek wat er in 2016 allemaal wordt georganiseerd en houdt Nico Dijkshoorn een ode aan het boek. Meteen daarna treedt de publiciteitsmachine in werking. Zo ontvangen boekhandels en bibliotheken kort daarna pos-materiaal.
De verkiezing van Belangrijkste Boek van Nederland begint in april. Dan wordt de shortlist van honderd titels, verdeeld over tien categorieën (fictie en non-fictie), gepresenteerd waarop het publiek kan stemmen. Net als bij de NS Publieksprijs kan iedereen ook titels buiten deze shortlist aandragen. Elke categorie krijgt een eigen ambassadeur, die allemaal op verschillende momenten een keer optreden bij De Wereld Draait Door.
Op dit moment stelt een commissie van tien mensen van de Koninklijke Bibliotheek en de Bijzondere Collecties van de UvA de shortlist samen, vertelt Klaas de Boer, secretaris van de Stichting Jaar van het Boek. Ook is er een groslijst van mogelijke ambassadeurs samengesteld, die nu met DWDD wordt besproken. 'Zij moeten zich immers ook goed kunnen uiten op tv.' De ambassadeurs krijgen ook nog een stem in de shortlist.
De uitslag van de verkiezing wordt bekend gemaakt in september, tijdens een special van De Wereld Draait Door. In die maand vindt ook 'gedurende enkele weken' een parade plaats in de Tolhuistuin in Amsterdam, 'waar op alle mogelijke manieren het boek wordt gevierd', aldus De Boer. Het programma moet nog worden ingevuld. In ieder geval zal er aandacht zijn aan de titels op de shortlist van de verkiezing.
Hoe de kranten van de Persgroep aandacht besteden aan de verkiezing is nog niet vastgelegd. De Boer: 'In ieder geval wordt het behoorlijk wat'. De kranten die tot dit concern behoren zijn de regiotitels van Algemeen Dagblad (in vrijwel de hele Randstad, met uitzondering van Amsterdam), BN/De Stem, De Gelderlander, De Stentor, Eindhovens Dagblad, Het Parool, PZC en Tubantia.
Naast de verkiezing en de parade vinden alle reguliere activiteiten van de partijen die samenwerken in de stichting plaats onder de vlag van het Jaar van het Boek. Daarnaast organiseert iedere partij aparte evenementen en acties. Ook andere partijen wordt het gestimuleerd om aan te haken. Op de site van het Jaar, waar het logo vrij te downloaden is, staat een kleine greep. Bij de opening wordt een volledige lijst vrijgegeven.
De partijen die samenwerken binnen de stichting zijn onder andere de CPNB, Stichting Lezen, KB, de Nederlandse Taalunie, de Vereniging van Openbare Bibliotheken, het Letterkundig Museum, Stichting Bibliotheek van het Boekenvak – maar opvallend genoeg níet de Koninklijke Boekverkopersbond (KBb) en de Groep Algemene Uitgevers (GAU). Beide organisaties ontbreken op de lijst organisaties op de website. Ook inbreng uit Vlaanderen ontbreekt: de overkoepelende brancheorganisatie Boek.be wordt niet genoemd.
De Boer legt uit dat KBb wel meedoet, maar geen directe partner is. Met de GAU is de stichting nog in gesprek. 'We hebben hen om een bijdrage gevraagd en een begroting gestuurd, maar ze willen meer onderbouwing waar dat geld aan wordt besteedt. Prima, dat kan. Ik hoop dat ze alsnog meedoen. De uitgevers zijn een belangrijke partij. Hetzelfde geldt voor Boek.be. Het is jammer dat ze nu niet meedoen, maar dat kan zeker alsnog.'
Het budget van de Stichting zit 'tegen het een miljoen euro aan', zegt De Boer die geen specifiekere details wil geven. Een 'substantieel' deel bestaat uit een bijdrage van het ministerie van OCW. De rest wordt opgehoest door alle partijen die zijn verenigd in de stichting. 'Dat budget gaat overigens niet alleen om geld, maar ook om diensten en producten, zoals de bouw van de site.'
Is het niet vreemd dat twee weken voor de officiële openingshandeling dan nog zo veel onzeker is? 'Nee hoor,' reageert De Boer laconiek. 'Pas in maart moeten we helemaal klaar zijn. Dan begint het Jaar echt. We lopen niet achter bij onze planning. En vergeet niet: we zijn al twee jaar in gesprek met de GAU. Maar pas de plannen concreet komt, worden knopen doorgehakt. Zo gaat het altijd.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 21 dec)

dinsdag 2 september 2014

Snijder, Luckerhof, Cajot en Braaksma in DWDD-Boekenpanel (Boekblad)

Veronie Snijder (boekhandel Kramer), Casper Luckerhof (De Kennemer Boekhandel), Wouter Cajot ('t Stad Leest) en Grietje Braaksma (De Bijenkorf) vormen vanaf de eerste uitzending op 30 september het Boekenpanel van De Wereld Draait Door.

Deze vier boekverkopers, waaronder één uit Vlaanderen, zijn geselecteerd na de screentests die het tv-programma van de VARA had georganiseerd. Onder andere Henk Goslinga (Vermeer), Elise Walinga (Riemer en Walinga), Daan van der Valk (H. de Vries), Leon Berkers (Hub Berkers) en Lisa Snijders (Stevens) waren daarvoor uitgenodigd. In totaal zouden vijftien boekverkopers een screentest hebben gedaan, waarna er zes doorgingen naar een tweede ronde. De kandidaten moesten in de studio praten over Geachte Heer M. van Herman Koch en een persoonlijke favoriet.
Veronie Snijder zei vanochtend in De Gelderlander: 'Er werd een tijdje geleden contact met me opgenomen met de vraag of ik in het boekenpanel wilde. Hoe ze aan mijn naam kwamen, weet ik niet, maar ik hoefde er niet over na te denken. Ik vind het een leuk programma en ik lees veel. Ik vind het wel eng om op tv te komen, maar ik verheug me er vooral heel erg op.'
Wouter Cajot is 'heel blij dat hij hiervoor is gevraagd'. Hij vond het verrassend dat hij als Vlaming werd gevraagd voor dit Nederlands tv-programma, maar hij denkt niet dat hij daarom is getypecast. 'Ik weet niet waarom ze mij vroegen, maar we hadden een goed gesprek, we hadden een klik en toen zijn we verder gegaan.' Ik weet ook niet of zijn aanwezigheid in het programma een verkoopeffect zal hebben in Vlaanderen. 'Maar er zijn veel Vlamingen die naar De Wereld Draait Door kijken.'
Ook Casper Luckerhof, die op vrijdag en zaterdag in de winkel van zijn vader werkt, weet niet waarom hij is gevraagd. Maar nu hij is geselecteerd, vindt hij het vooral 'erg mooi' dat hij 'enthousiast mag praten over boeken die ik zelf het mooist, leukst en meest inspirerend vindt.'
Het boekenpanel gaat zich volgens een insider op Tzum komend seizoen meer richten op oorspronkelijk Nederlandstalige uitgaven en meer aandacht besteden aan non-fictie. De website berekende dat in de afgelopen twee seizoenen slechts drie van de vijftien boeken van de maand oorspronkelijk Nederlandstalig waren. In totaal werden er twaalf non-fictietitels genoemd. Cajot en Luckerhof wilden niet tegen Boekblad reageren op deze beleidswijziging. 'Kijk op 30 september naar onze eerste uitzending. Verder geef ik geen commentaar,' aldus Cajot. En: 'Wij hebben geen beperkende instructies gekregen. We gaan gewoon een leuk programma maken,' aldus Luckerhof.
Anders dan Cajot durft adjunct-directeur Jef Maes van Boek.be wel te veronderstellen dat de Vlaamse inbreng aan het programma de verkoop gunstig zal beïnvloeden. 'In Vlaanderen wordt heel wat minder naar de Nederlandse televisie gekeken dan pakweg twintig jaar geleden. Maar als er één programma is dat nog kijkers trekt in Vlaanderen, dan is het DWDD,' laat hij weten. 'Dat dit een effect heeft op de Vlaamse boekenkoper is reeds bewezen. Denken aan het succes van Woesten van Kris van Steenberge en Ventoux van Bert Wagendorp nadat deze door het boekenpanel werden besproken.'
Met een Vlaamse boekhandelaar in het panel zal het programma 'wellicht nog meer Vlaamse kijkers trekken', denkt Maes. 'Zeker met de aandacht die wij, de boekhandels en de uitgevers. er op gaan vestigen. Daarnaast heb je ook nog het effect via sociale media. Het effect zou natuurlijk vele malen groter zijn mocht zo'n panel in een veel bekeken Vlaams programma zitten, maar dát het een effect zal hebben, daar ben ik vrij zeker van.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 29 aug. Een aangepaste en kortere versie stond op Knack.be, 1 sep)

Wat was het effect van de allereerste uitzending van het Boekenpanel in 2012? Zie hier.

zondag 3 augustus 2014

Giphart leent uit: Een 'objectief beeld' van het bibliotheekwerk op de regionale tv (Bibliotheekblad)


RTV Utrecht zendt deze zomer de informatieve serie Giphart leent uit uit. De regionale tv-zender toont zo, met steun van de Utrechtse bibliotheken en BiSC, wat de moderne bibliotheek zijn publiek te bieden heeft. Een concept dat andere bibliotheken kunnen kopiëren.

Zo gaat het eraan toe in het oudercafé van de Bibliotheek IJsselstein. De peuters springen en dansen, proberen twee helften van een kokosnoot aan elkaar te plakken, spelen met rubberen slangen. Soms met hun moeder, soms alleen – terwijl hun moeder dan koffie drinkt en praat met een medewerker van de bibliotheek of het Centrum voor Jeugd en Gezin. 'De kinderen worden ook voorgelezen. En wij ondersteunen de ouders als die bijvoorbeeld om een boek vragen over het krijgen van een broertje of zusje,' zegt Liesbeth Versteeg van de bibliotheek.
Het oudercafé en Versteeg zijn te zien in de 22 minuten durende eerste aflevering van Giphart leent uit die vrijdag 25 juli ieder uur werd uitgezonden op RTV Utrecht – en sindsdien kan worden herbekeken op de site van de zender. Presentator Ronald Giphart, bekend van romans als Ik ook van jou (1992) en IJsland (2010), toont in deze zevendelige serie wat de bibliotheken in de provincie Utrecht allemaal doen anno 2014. Zoals hij zelf zegt in de introductie: 'De bibliotheek is allang niet meer de plek waar alleen maar boeken worden uitgeleend, maar waar ook heel veel dingen gebeuren.'
En dus gaat Giphart, samen met chauffeur Adri Zwambag van de Vervoerscentrale, in verschillende filialen van bibliotheek Lek & IJssel naar een oudercafé, de opening van een Boekspot, een cursus reisfotografie, de provinciale finale van de Nationale Voorleeswedstrijd en het toeristisch informatiepunt. Ook leest hij zelf voor en geeft hij boekentips. 'Mijn oudste zoon printte voor hij naar Vietnam ging allemaal informatie uit. Koop nou deze Rough Guide, zei ik. Dan heb je alles bij de hand en als hij na terugkeer naar Vietnam ruikt heb je een levenslang aandenken.'

De serie is een initiatief van de zeven Utrechtse bibliotheken en financieel ondersteund door het Prins Bernhard Cultuurfonds en de provincie. Het Bibliotheek Service Centrum (BiSC) voerde de regie. 'Het vloeit voort uit ons gezamenlijk marketingbeleid,' vertelt projectleider Marten Groen van BiSC. 'Het medium televisie hadden wij nog niet eerder gebruikt, hoewel dat toch een hoog bereik heeft. Het is nu weliswaar de vakantieperiode, maar het blijkt dat een deel van onze doelgroepen nu toch veel kijken: ouderen gaan bijvoorbeeld niet allemaal in de zomer op vakantie, en ook minder bedeelden, vaak ook de groepen met een taalachterstand, zijn in de zomer welkom in onze bibliotheken.’
De bedoeling van Giphart leent uit is: informeren, vertelt Groen. 'Wij wilden weergeven waar de bibliotheek voor is in de samenleving en dat dat veel meer is dan het uitlenen van boeken alleen. De diensten die aan bod komen zijn heel divers. In iedere aflevering staat één bibliotheek centraal – en dan zo dat alle bibliotheken zich in alle afleveringen kunnen herkennen. De precieze invulling is helemaal uitgedacht door RTV Utrecht, die eindverantwoordelijk is voor de inhoud. Zij hebben ook Giphart benaderd. Wij hebben niet zelf aan de knoppen gezeten.'
De eerste aflevering heeft veel weg van een lange promospot. Groen bestrijdt dat echter: 'Het is geen bedrijfsfilm, de serie geeft een objectief beeld van het bibliotheekwerk.' Wel vindt hij het jammer dat Giphart in zijn eerste leestips zijn zoon aanraadt een boek te kopen. 'Dat had misschien anders gekund, maar dat geeft niet. Bij de Boekspots gaat het er ook om dat mensen elkaar – onder auspiciën van de bibliotheek – boeken “uitlenen”. Het gaat ook om het grotere geheel van leesbevordering. Als Gipharts zoon maar boeken blijft lezen en gebruiken.'
Wat het budget voor de serie precies is, wil Groen niet vertellen. Maar de bibliotheken krijgen er – naast de promotionele aandacht –wel iets voor terug. 'Het materiaal moet te hergebruiken zijn. Bijvoorbeeld op de sites van de lokale bibliotheken.'

Giphart – die in 2007 nog een talkshow had op RTV Utrecht – nam de presentatie op zich om zijn 'steentje bij te dragen aan het in stand houden van de leescultuur,' zei hij vorige week, toen hij nog midden in de opnames was. 'Schrijvers zijn daarvan afhankelijk. Een geweldige bibliotheekdekking is een belangrijke onderdeel van de leescultuur, maar door alle bezuinigingen vindt er een kaalslag plaats. Vestigingen verdwijnen of zijn kleiner geworden. De aantallen uitleningen loopt terug. Daarom is het belangrijk dat bibliotheken aandacht krijgen.'
Het is wat Giphart betreft terecht dat de serie een positieve insteek heeft. 'Je kan natuurlijk ook een kritisch programma maken en de onderkant laten zien. Die bestaat ook. Het gaat niet met alle bibliotheken in de provincie goed. Maar nu het culturele aanbod verschraalt naar niveaus die nooit eerder zijn gezien, moeten we een gezamenlijke inspanning doen om dat tegen te gaan. Literatuur leert je over de wereld en over jezelf. Dat mag niet verloren gaan. Het enthousiasmeren – tot een oproep om vrijwilliger te worden aan toe – staat daarom voorop.'
Prompt somt de oud-juryvoorzitter van de verkiezing van de Beste Bibliotheek van Nederland een hele reeks mooie initiatieven op die hij door deze serie heeft leren kennen. Initiatieven vooral die het voortbestaan van het bibliotheekwerk mogelijk maken. De onbemande bibliotheek in Cothen. Of de Boekspots op veel drukke plekken in de provincie. Maar hij noemt ook initiatieven op die laten zien hoe uitgebreid het bibliotheekwerk is geworden. Het project om laaggeletterden in Kanaleneiland te steunen. Of het verzamelpunt van lokale schrijvers in Leersum.
Heeft Giphart dan ook gemerkt dat er, ondanks jaren van bezuinigingen, nog veel drang is om de relevantie van de bibliotheek te bewijzen? 'Zeker. Zoals een vriend uit Loenen aan de Vecht zei: "Heel erg, die bezuinigingen, maar het geeft ook energie om nieuwe initiatieven te ontplooien." In Loenen hebben ze met alle bezoekers gezamenlijk een gedicht gemaakt, om de poëzie onder de mensen te brengen. Dat was misschien niet gebeurd als bibliotheken nog op een geldberg zaten. En het is ook echt nodig. Want als je niet oppast, dan verdwijnt de bibliotheek en komt het nooit meer terug.'

Als het aan Groen en Giphart ligt zenden andere regionale zenders een soortgelijk programma uit over hún bibliotheken – gepresenteerd door een schrijver uit hún regio. Maar als dat niet binnen de financiële mogelijkheden hoort, kunnen andere bibliotheken elementen hergebruiken. 'We hebben bijvoorbeeld een item over Bibliotheek op School,' zegt Groen. 'Dat wordt nu landelijk uitgerold. Andere bibliotheken kunnen dat misschien gebruiken, ook al is het dan gefilmd in een van onze vestigingen. Het is nooit onze bedoeling geweest om het exclusief te houden.'
(Eerder gepubliceerd op Bibliotheekblad.nl, 31 jul)

woensdag 23 april 2014

Masterpiece, de X factor voor schrijvers, geen succes

De Italiaanse tv-zender Rai3 durfde het afgelopen najaar aan: een X factor-achtig programma voor schrijvers, met onder meer de Britse schrijfster Taiye Salasi in de jury. Zie hier voor de opzet van Masterpiece, zoals het programma was getiteld.

Nu de wedstrijd is beslecht, is de onvermijdelijke conclusie: Masterpiece was niet het succes waar de makers op hoopten. De show werd binnen een maand van het scherm gehaald. Een reden werd niet gegeven, maar het kan haast niet anders of het kwam door de te lage kijkcijfers. Het bleek evenwel geen afstel, maar uitstel. In maart kwam Masterpiece terug met een aangepast format. De clips waarin de kandidaat-schrijvers voorlazen waren nog maar half zo lang.

Zijn auteurs dus niet geschikt voor talentenjachten op tv? Volgens Claude Nogat op PublishingsPerspectives is dat een te haastige conclusie. Masterpiece faalde ook omdat de makers de wetten van het genre onvoldoende in acht namen. De opzet verhinderde kijkers om mee te leven met kandidaten in de loop van de serie. En het publiek kon geen invloed uitoefenen op het verloop of de uitslag van de wedstrijd. Alleen in de finale mocht een in de studio aanwezig publiek op basis van een samenvatting en enkele fragmenten van alle deelnemers een voorkeur uitspreken. Maar vervolgens werd daar niets mee gedaan: de jury mocht toch een ander laten winnen.

Zo werd op 30 maart de 36-jarige Servische immigrant Nikola Savic tot de eerste en vermoedelijk laatste winnaar van Masterpiece uitgeroepen. Sinds vorige week ligt zijn roman Vita Migliore ('Beter leven') in een fenomenale oplage van 100.000 exemplaren in de winkel. De komende weken moeten aantonen of het programma ook echt een nieuwe schrijver heeft opgeleverd – of dat het overgrote deel van de oplage in de papierversnipperaar is verdwenen.


Interessant is daarbij de vraag wat uitgeverij Bompiani, wier redacteur Elisabetta Sgarbi de beslissende stem op Savic uitbracht, met het manuscript heeft gedaan. Sgarbi zei op televisie dat Via Migliore nog een redactieronde nodig had. Maar een boek redigeren, produceren en distribueren in twee weken? Onmogelijk. Wanneer is de finale dan opgenomen? In november al? Wordt - wellicht - vervolgd.