Posts tonen met het label uitgeverspraktijken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uitgeverspraktijken. Alle posts tonen

zondag 8 mei 2016

Uitgeverij Xander pronkt met prijs die het zelf in het leven heeft geroepen

Uitgeverij De Geus was daar vroeger goed in: pronken met prijzen voor hun auteurs. En aangezien dat zo vaak buitenlandse auteurs waren uit exotischer landen dan Amerika en Frankrijk waren dat vaak prijzen die me helemaal niets zeiden. Auteur X uit IJsland had prijs zus-en-zo gewonnen. De Roemeen Y mocht trots zijn op de die-en-die-prijs. En zo ging de aanbiedingscatalogus soms pagina na pagina door. Zou De Geus ook wel eens prijzen hebben verzonnen? vroeg ik me wel eens af. Niemand die het zou zijn opgevallen. Maar die gedachte heb ik altijd verworpen. Bij deze uitgeverij werken integere mensen.
Zo bont als uitgeverij Xander heeft De Geus het dan ook nooit gemaakt. Ik kreeg hun vorig jaar verschenen roman Het kleine leven van Norbert Jones van Marloes Kemming in handen. 'Bekroond debuut van een veelbelovend literair talent', staat groot op de achterflap. Daaronder wordt uitgelegd dat het de 'debuutprijs Coffeecompany Book Award' betreft. Zelfs een citaat uit het juryrapport ontbreekt niet. Maar wat er nadrukkelijk niet staat: deze prijs is opgericht door Xander zelf om nieuwe auteurs te lokken. Hoofdprijs is publicatie bij Xander.
Tja.

PS. Na Marloes Kemming – de derde winnaar – lijkt de prijs te zijn opgeheven. Voor 2016 zijn geen nieuwe inzendingen gevraagd. Zouden kwaliteit en, vooral, verkoopresultaten van Marco van Houwelingen (winnaar 2013) en Olga Hoekstra (winnaar 2014) zijn tegengevallen?

woensdag 4 mei 2016

Zelden werd zo reikhalzend uitgekeken naar een pamflet van Abou Jahjah (Knack)

Wat is het uitgeverij De Bezige Bij waard om een pamflet van Dyab Abou Jahjah, aangekondigd voor september 2016, te publiceren? Een verhaal over principes, eigen auteurs eerst en miscommunicatie.

Welke auteur gaat uitgeverij De Bezige Bij binnenkort verliezen? De columnist Dyab Abou Jahjah? Of bestsellerauteurs Leon de Winter, Jessica Durlacher en Marcel Möring, die zich publiekelijk hebben gekeerd tegen de in hun ogen antisemitische activist? Sinds de prestigieuze Amsterdamse uitgever van bijna alle grote naoorlogse Nederlandstalige auteurs – van Reve en Mulisch tot Hermans en Claus – in februari jongstleden Abou Jahjah een contract voor twee boeken gaf, zijn de gemoederen zó hoog opgelopen dat het ondenkbaar is dat de uitgeverij het beide kampen ooit naar de zin kan maken. Wellicht heeft de Vlaming met Libanese wortels ook medestanders die dreigen op te stappen als De Bezige Bij het auteurscontract verscheurt.
Het laatste nieuws is de aankondiging van een bijzondere vergadering van Schrijversvereniging De Bezige Bij op 9 mei. De voorzitter Allard Schröder had aanvankelijk gezegd dat de vereniging – die door het verleden van de uitgeverij als coöperatie nog altijd grote invloed heeft – geen standpunt innam. Het uitgavebeleid was een zaak van de directie. Maar onlangs maakte het bestuur in een brief aan de leden bekend de publicatie van Abou Jahjahs pamflet Pleidooi voor radicalisering te steunen. Acht leden drongen er vervolgens aan eens goed te praten over 'de onrust over de identiteit' van de uitgeverij. Ofwel: 'over principes en fundamenten, maar ook wat daarvan de consequenties zijn', zo staat te lezen in de uitnodiging.
Om welke acht schrijvers het gaat is niet bekend – geen van de betrokkenen wil de interne ruzie uitvechten via de media. Het moge duidelijk zijn dat het handjevol auteurs dat zich wél heeft geroerd erbij is. Deze tegenstanders vallen uiteen in twee kampen. De Winter en Durlacher lijken hoe dan ook tegen een boek van Abou Jahjah met het befaamde Bij-logo te zijn. Zijn antizionistische en antisemitische uitspraken zijn zo schokkend dat het in het geheel niet uitmaakt wat hij beweert in zijn pamflet – dat, voor alle duidelijkheid, nog niemand heeft gelezen. 'Een stem als die van Abou Jahjah binnen de uitgeverij geeft me een onveilig gevoel', uitte Durlacher haar dreigement in diverse media.
Daartegenover staat Marcel Möring. Toen hij zich verdiepte in de opinies van de columnist – soms lang geleden gedaan in zijn tijd als voorman van de Arabisch Europese Liga (AEL) – schrok hij zich wezenloos. Maar: hij dreigt niet met opstappen, hij wacht af. 'Ik doe niet aan dreiging', schreef hij in NRC Handelsblad. 'Ik heb mijn uitgever gevraagd waarom deze agitator een contract heeft gekregen. Dat is alles. Ik sluit niet uit dat ik vertrek als hij het soort teksten publiceert waarvan wij hem kennen, maar dat is voorlopig niet aan de orde. Misschien schrijft hij een sprookje waarin islamitische, christelijke en Joodse kabouters gezellig samenleven in een grote paddenstoel. Dan zou ik zomaar kunnen blijven.'
De uitgeverij – eveneens zeer terughoudend naar de media – verdedigde Abou Jahjah aanvankelijk als een 'gerespecteerde stem in het debat'. Met de voor hen zo logische kanttekening dat het bijna overbodig leek het te zeggen: dat de uitgeverij vanzelfsprekend geen antisemitische geschriften wenst te publiceren. Contract of geen contract. Later gaf de uitgeverij toe dat de protesten van prominente fondsauteurs aanleiding hadden gegeven tot een fundamentele discussie 'over de rol van een moderne uitgever in prangende actuele kwesties en in het gepolariseerde debat van vandaag', zoals het in een van de schaarse uitingen heette.
Daar gaat het natuurlijk om: de rol van de uitgever. Kan een uitgeverij alle teksten uitgeven waarmee hij denkt geld te verdienen? De meeste uitgevers vinden van wel. De tijd van de verzuiling is voorbij. Kijk naar Prometheus. Die gaf net zo makkelijk een rechts-extremistische haatgeschrift van PVV-politicus Martin Bosma (De schijn-élite van de valse munters, 2010) uit als de memoires van GroenLinks-voorvrouw Femke Halsema (Pluche, 2016). Of neem, in Vlaanderen, Pelckmans. De uitgeverij beweerde vorig jaar bij hoog en bij laag Waarover men niet spreekt van islambasher Wim Van Rooy uitsluitend vanwege de gebrekkige kwaliteit niet uit te geven. Want ook Pelckmans vindt: het debat is gebaat bij grote diversiteit aan stemmen.
De enige reden waarom een uitgever werk van een auteur niet wil publiceren is dat hij persoonlijk niets met diens mening heeft. Lang niet iedereen zal bereid zijn Bosma of Van Rooy een podium te geven. Bosma was voor zijn tweede boek, Minderheid in eigen land, ook gedwongen dat in eigen beheer uit te geven. Maar een boek weigeren omdat andere auteurs in het fonds het ermee oneens zijn? Dat gebeurt nooit. Zoals Oscar van Gelderen van uitgeverij Lebowski schouderophalend in Het Parool zei: 'Als je meerdere succesnummers in je stal hebt, kan het natuurlijk ook altijd gebeuren dat mensen elkaar niet kunnen luchten of zien, los van politieke standpunten.'
Het opmerkelijke is dat uitgerekend De Bezige Bij haar uitgavebeleid recentelijk heeft laten bepalen door protesten van fondsauteurs. De uitgeverij zou in samenwerking met Das Magazin een bundel brengen van de tien beste jonge auteurs uit dit literair tijdschrift. Tot Jessica Durlacher na een tip protesteerde. Het tijdschrift had ooit JamalOuariachi's 'Handleiding Antisemitisme voor Beginners' gepubliceerd, waarin zij en echtgenoot Leon de Winter tamelijk onprettig figureren. Daar kon de uitgeverij zich absoluut niet mee associëren, of het verhaal nu ironisch was bedoeld of niet. Dat Ouariachi niet eens in De Tien voorkwam, maakte geen verschil. De uitgeverij verkoos toen de gevestigde bestsellerauteurs boven de aanstormende talenten. De Tien verscheen daarop elders.
Heeft de uitgeverij van deze kwestie uit 2013/2014 geleerd? Het lijkt er niet op. De Bezige Bij had destijds niet bijtijds de gevoeligheid onderkend om eventuele bezwaren bij anderen te kunnen wegmasseren. Dat is precies wat er dit keer ook misging. Abou Jahjah heeft in Vlaanderen een andere reputatie dan in Nederland, waar hij nog altijd bekend staat als de heetgebakerde activist die te vaak uit de bocht vloog. Zijn columns in De Standaard leest daar niemand. De hoofdredacteur Vlaanderen Katrijn Van Hauwermeiren – zelf een Vlaamse, zij het met jarenlange ervaring in Nederland – heeft daarom het potentiële risico van het binnenhalen van deze auteur onderschat. Net als haar baas Henk Pröpper.
Daar komt bij: Abou Jahjah stáát al op de fondslijst van De Bezige Bij. Zijn Dagboek Beiroet-Brussel, een verslag van de oorlog tussen Isräel en Libanon in 2007, is zelfs te koop via deuitgeverijsite. Tegen betaling van 20,95 euro wordt er on demand een exemplaar geproduceerd. Dit 256 pagina's tellend boek verscheen oorspronkelijk in 2008 bij Meulenhoff/Manteau. Deze imprint van Standaard Uitgeverij, destijds geleid door Harold Polis, ging in 2010 op in de zelfstandige uitgeverij De Bezige Bij Antwerpen. Toen die uitgeverij in 2014 werd opgeheven kwam het terecht bij De Bezige Bij. Dus, zou je zeggen, wie zou bezwaar aantekenen tegen een nieuw boek van zijn hand?
Maar nu is het te laat. Vlaamse Bezige Bij-auteurs als Stefan Hertmans en David Van Reybrouck hebben Abou Jahjah verdedigd. Zij hebben van dichtbij gezien hoe de columnist met het ouder worden zich steeds milder uitte. Goed, 'zijn heftige, provocatieve stijl van argumenteren [richt] vaak meer schade aan dan noodzakelijk', aldus Van Reybrouck in De Groene Amsterdammer. Maar: 'Voor de meesten [in Nederland] is Abou Jahjah niets minder dan de belichaming van de baarlijke duivel zelve. Die merkwaardige beeldvorming is in Vlaanderen inmiddels al jaren achterhaald.' Krijg dat nu echter nog maar eens uitgelegd aan de al te zeer geprovoceerde Durlacher en De Winter.
En Abou Jahjah zelf? Hij heeft het te druk met naar zijn mening belangrijker kwesties. In een op verzoek van NRC Handelsblad geschreven opiniestuk somde hij op: de positie van Israël in Europa, de positie van de islam en moslims, een radicale gelijkheid, de fundamenten van het internationale beleid. 'Dat zijn discussies die ik veel interessanter vind dan die rond mijn eigen persoon. Dat zijn zaken waarvoor ik me als activist inzet. En dat zijn de kwesties waarin ik me als schrijver verdiep en waarover ik nu voor De Bezige Bij een boek aan het schrijven ben. Als mijn criticasters daarover willen debatteren, dan zal ik met veel plezier van de partij zijn. Maar voor lege welles-nietesspelletjes en dovemansgesprekken moeten de dames en heren in kwestie mij excuseren. Sorry daarvoor.'
Ondertussen schrijft hij rustig door aan Pleidooi voor radicalisering waar, door alle heisa, reikhalzender naar wordt uitgekeken dan welk ander geschrift van zijn hand ooit.
(Eerder verschenen op Knack.be, 2 mei)

donderdag 31 december 2015

Colm Tóibín (2): Een illustratie van Tim Parks' stelling dat er één wereldliteratuur is

Er was nog iets anders dat me trof aan Nora nadat ik Tim Parks had gelezen. Hij schrijft ook herhaaldelijk over het ontstaan van een wereldliteratuur. Auteurs streven tegenwoordig eerder naar succes in de hele wereld dan in hun taalgebied, waardoor ze allerlei al te specifiek taalgebruik of al te lokale verwijzingen mijden. Parks vindt dat, terecht, een verarming.
Hoe wordt het succes op wereldschaal gemeten? Aan de mate waarin een boek aanslaat in Amerika, dat notoir weinig interesse heeft voor literatuur uit de rest van de wereld. Daarom lezen wij, om het naar de Nederlandse situatie te vertalen, op blogs als Tzum en NRC Boeken hoe een Herman Koch of Peter Buwalda in Amerika is ontvangen. Nooit of ze aanslaan in Duitsland of Italië.

En wat zet De Geus op het omslag van Nora? Dat de roman een 'New York Times-bestseller' is. Dat is alleen in het licht van deze theorie te begrijpen. Anders zou je zeggen: wat kan dat iemand in Nederland schelen? Ik zou nog net willen weten hoe succesvol Nora in Ierland is geweest. Het is interessant om te weten of Ierse lezers het boek typisch voor hun land beschouwen. Maar Amerika?

vrijdag 26 juni 2015

Uitgever Jonathan Galassi blikt terug op carrière met fictie (Athenaeum.nl)

Geen traditionele memoires, maar een roman waarin de Amerikaanse uitgever Jonathan Galassi van Farrar, Straus and Giroux ervaringen, ontmoetingen en anekdotes oprakelt. Wat een plezier moet hij hebben gehad om zijn herinneringen te verbasteren en te vermengen met een intrige waarvan een boekenliefhebber zeker plezier aan beleeft. Muse is inmiddels op de markt (hier te koop). De Nederlandse vertaling Toen boeken nog boeken waren (vertaling Lidwien Biekmann) verschijnt medio augustus (dan hier te koop). 

Eindelijk! Een Nobelprijs voor een Nederlandse auteur! In Jonathan Galassi's roman Muse in ieder geval. Alleen krijgt niet Hendrijk David de prijs, die al jaren iedere eerste donderdag van oktober met groeiende wanhoop bij de telefoon wacht op het verlossende gerinkel, maar de obscure essayist Dries van Meegeren, die aldus wordt beloond voor zijn jarenlange promotietour in Scandinavië. De officiële bekendmaking in Stockholm, die altijd samenvalt met de grote internationale boekenbeurs in Frankfurt, leidt onmiddellijk tot de gebruikelijke hectiek.

Publishers from nearly everywhere, who before today had never heard of Van Meegeren, swarmed the normally empty Dutch hall, anxious to buy themselves a Nobel Prize winner. The booth of De Bezige Bij, The Busy Bee, van Meegeren’s lucky publisher, resembled a rebooking desk in an airline terminal after a canceled flight.

Voor Paul Dukach, hoofdpersoon van Muse, is het maar een detail. Hij denkt op de Buchmesse alleen maar aan het bezoek dat hij aansluitend zal brengen aan Ida Perkins in Venetië. De bejaarde dichteres, winnares van maar liefst vijf National Book Awards en twee Pulitzers, is de reden dat hij als onbegrepen tiener in een provinciaal gat een levenslange liefde voor de letteren opvatte, literatuur ging studeren, en in het boekenvak terechtkwam, tegenwoordig als redacteur van de onafhankelijke uitgeverij Purcell & Stern. Voor het eerst in zijn leven zal hij zijn idool ontmoeten.
Toch loont het de moeite om langer stil te staan bij de Nederlandse Nobelprijs. Het toont aan waar het Galassi in Muse om te doen is. De 66-jarige Amerikaan werkt al veertig jaar in de uitgeverij, tegenwoordig als directeur van dé literaire uitgeverij van New York: Farrar, Straus and Giroux. Hij moet ergens hebben opgevangen hoe gefrustreerd Nederland is dat onze literatuur nog nooit een Nobelprijs ten deel is gevallen, hoezeer Harry Mulisch en Cees Nooteboom concurreerden om de eer de eersten te zijn, dat Mulisch elk jaar bij de telefoon wachtte... Galassi móést dat gewoon kwijt.
Muse is geen sleutelroman, die een op een zulke feiten openbaart. Maar Galassi heeft zijn intrige van Paul Dukach en Ida Perkins zonder twijfel bedacht om een alternatieve geschiedenis te schrijven van het naoorlogse Amerikaanse boekenvak. Alles wat hij in zijn carrière heeft meegemaakt, iedere persoonlijkheid die hij ontmoette, de talrijke bizarre anekdotes die hij hoorde – hij heeft het allemaal verwerkt. Wie de mensen kent, heeft regelmatig een o ja-Erlebnis. Howard Stern, die heeft iets van uitgever Roger Straus. Dmitry Chavchavadze: de dichter Joseph Brodsky. Enzovoorts.

Dmitry was considered the most important Georgian poet of the century, and the Swedish Academy had concurred, enNobeling him unprecedented early, at the age of thirty-eight. His poems in Russian were said to be at once hypnotically lyrical and cynically disaffected, but some saw the English-language versions, which he insisted on creating himself, as an unintentional pastiche that relied on an insufficient understanding of his target language. Still, his status as a freedom fighter combined with his brilliance and take-no-prisoners implacability conferred impregnable authority on Dmitry. "Is sheet!" he'd shout, about the work of a writer he didn't rate, which was most of them. "Sheet! Sheet! Sheet!!" This turned out to be a surefire argumentative technique, since few had the temerity to disagree.

Muse heeft een fascinerende, met schwung en merkbaar plezier opgezette intrige – daar niet van. Denk: in onbegrijpelijke code geschreven notitieboekjes die een befaamd dichter en ex-echtgenoot van Ida Perkins heeft nagelaten. Een levenslange rivaliteit tussen twee literaire uitgevers, wiens karakters niet meer van elkaar hadden kunnen verschillen, over het recht om Perkins te mogen uitgeven. En een geheim manuscript met explosieve inhoud dat alleen postuum kan worden uitgegeven. Een echte boekenliefhebber zal zeker de grap en de spanning ervan begrijpen.
Maar als dit verhaal verteld is, gaat Galassi dóór. Muse bevat een veel te lange epiloog omdat de auteur kostte wat kost wil laten zien hoe het boekenvak de laatste jaren is veranderd. En dus krijgt Dukach – toepasselijk vernoemd naar de componist Paul Dukas, tegenwoordig alleen nog bekend van 'De tovenaarsleerling' – een relatie met een content editor van internetretailer Medusa. Biedt grote baas George Boutis hem daar een baan aan, die hij afwijst omdat hij alleen kan werken vanuit zijn ouderwetse liefde voor literatuur. Daarom besluit hij maar een boek te schrijven. Over Ida Perkins uiteraard.
Ondanks de wat afstotelijke sentimentele klank is de Nederlandse titel van de roman daarom toepasselijker dan het origineel. Muse, dat verwijst naar Ida Perkins en bij uitbreiding naar de schone letteren als inspiratiebron voor alles wat Paul doet. Maar Toen boeken nog boeken waren verwijst naar het gevoel dat er een goede oude tijd was die iedere pagina van deze roman ademt. De tijd dat uitgevers markante gentleman-gokkers waren, boeken een betrekkelijk schaars goed omdat de oplage per definitie beperkt was, boekhandels centra van beschaving...
Oftewel, de tijd, zoals Galassi zelf verwoordt in zijn tegelijk soepele en barokke Engels:

when books furnished many a room, and their contents, the magic words, their poetry and prose, were liquor, perfume, sex, and glory to their devotees. These loyal readers were never many but they were always engaged, always audible and visible, alive to the romance of reading. Perhaps they still exist underground somewhere, hidden fanatics of the cult of the printed word.
(Eerder gepubliceerd op Athenaeum.nl, 18 jun)

Zie ook:
- Gokken op de Nobelprijs 2014 (toen Nooteboom op 25/1 stond)

donderdag 14 mei 2015

Uitgever betrapt op lezen achter het stuur

Nieuws op de BBC: een vrachtwagenchauffeur is betrapt op het lezen van een boek tijdens het rijden op de snelweg. Er zijn beelden van om het te bewijzen, hier te zien. Dat klinkt als een unieke overtreding, maar ik moest onmiddellijk denken aan een prominente Nederlandse uitgever die daar enkele jaren geleden ook een boete voor heeft gekregen. Dat klinkt logisch: een uitgever moet altijd lezen. Manuscripten van fondsauteurs. Onontdekte pareltjes uit vreemde literaturen. Eerste pogingen van nieuwe talenten. Maar helaas, het was de krant.

maandag 15 december 2014

De invloed van zetters op de literatuur

'Zoals te zien is in een met de hand geschreven vroege versie van de bundel (…) was de slotregel [van Ida Gerhardts gedicht Psychè] oorspronkelijk niet voorzien van een afsluitende punt. Zo wilde zij de eindeloosheid van het luchtruim en van de vrijheid van vlinder en ziel aanschouwelijk maken. Maar omdat in de drukproeven steeds opnieuw een punt aan de regel werd toegevoegd door een zetter die op de automatische piloot handelde of dacht dat hij een fout moest herstellen, zag Ida zich genoodzaakt af te zien van dit open einde.'
(Uit: Mieke Koenen, Dwars tegen de keer. Het leven van Ida Gerhardt, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2014)

Zou een dergelijke opgedrongen fout in het digitale tijdperk nog mogelijk zijn?

Meer naar aanleiding van de Gerhardt-biografie: hier.

donderdag 28 augustus 2014

Uitgeverspraktijken: de kopieerbeveiliging van Van Dale

Uitgeverij Van Dale wil piraterij voorkomen. Welke uitgeverij niet, zou je zeggen. Maar vergeleken bij het gemak waarmee andere mij, al dan niet op verzoek, pdf's van te verschijnen boeken sturen, doet Van Dale tenminste zijn best om illegale verspreiding van die bestanden te voorkomen. Op iedere pagina van de jubileumuitgave Verhalen over taal staat schuin 'recensie-exemplaar' gedrukt – zoals op geld in bordspelletjes vaak 'specimen' staat afgedrukt.
Maar wat me vooral verbaasde was deze toelichting in het colofon. Een toelichting die dus ook in het vandaag te verschijnen boek staat. 'In deze uitgave zijn enkele kenmerken aangebracht die het ongeoorloofd kopiëren van (een deel van) deze uitgave kunnen aantonen'. Wat zouden die kenmerken zijn? Enkele onopvallende taalfouten? Een grafisch foefje? Ik heb geen idee. Ik kwam bij het lezen niets geks tegen. En als ik ernaar zou vragen, zou men ongetwijfeld zwijgen.
In ieder geval heeft Van Dale ruime ervaring met dergelijke kopieerbescherming, zoals elders in Verhalen over taal te lezen is. Het neemt in woordenboeken niet-bestaande ofwel spookwoorden op, die het bij notaris laat vastleggen, om toekomstig plagiaat te kunnen aantonen. Zo'n spookwoord schijnt 'honduree' te zijn geweest, zoals volgens de 11e editie van de Dikke Van Dale uit 1984 het papiertje heet dat tussen afzonderlijke plakjes ham, kaas en dergelijke wordt gelegd.

Meer uitgeverspraktijken:
De uitgevers van Jannah Loontjes
Mondriaan is niet zo moeilijk te vinden
Over het lezen van ongecorrigeerde drukproeven
Luis Fernando Verissimo: afgewezen auteur neemt wraak

donderdag 13 februari 2014

Uitgeverspraktijken: Over het uitgeven van verzamelbundels

Het is goed te begrijpen dat Campert zijn columns bundelt. Niet iedereen leest de Volkskrant, waar ze in staan. Ik niet tenminste. En ze zijn fascinerend genoeg om langer mee te gaan dan dat ene weekend voor de krant in de oud-papierbak verdwijnt. Maar waarom worden die columns onbewerkt op de markt gebracht? Kaftje ertussen en klaar?
In een column uit Te vroeg in het seizoen schreef Campert over zijn herinneringen aan een reis naar Java, waarin hij kennismaakte met 'de omvangrijkste toneelspeler uit mijn heugenis'. De volgende aflevering besloot met dit ps:

Ik veroorloof mij een kleine correctie. Het onderschrift bij de foto in de column van vorige week moet luiden: 'Campert, Ida en Rendra. Uiterst rechts de vadsige auteur'

Waarom is dat niet geschrapt? In de bundeling staan geen foto's. Ook deze niet. Dus dat ps slaat nergens meer op. Dat het er toch staat is storend. En – denk je dan al snel – een teken van de liefdeloosheid waarmee uitgevers sommige boekjes op de markt brengen. Al ben ik de eerste om dat tegen te spreken, mocht dat niet het geval zijn.

Nog meer uitgeverspraktijken:
- De uitgevers van Jannah Loontjes
Mondriaan is niet zo moeilijk te vinden
Over het lezen van ongecorrigeerde drukproeven
Luis Fernando Verissimo: afgewezen auteur neemt wraak

zaterdag 20 april 2013

Uitgeverspraktijken: De uitgevers van Jannah Loontjens

Jannah Loontjes wordt sinds dit jaar uitgegeven door Ambo|Anthos. Eerst verscheen een dichtbundel, kort daarop gevolgd door 'een kleine filosofie van het schrijverschap', zoals de ondertitel luidt van Mijn leven is mooier dan literatuur.
In het voorwerk van het boek staan haar eerder verschenen titels gemeld. Niets bijzonders, ook al zijn die bij andere uitgeverijen uitgekomen. Opmerkelijk is wél dat de namen van die uitgeverijen worden genoemd. Waarom?
Het gaat om vijf verschillende uitgeverijen: Bert Bakker, Prometheus, De Beuk, Onomatopee en dus Ambo|Anthos. Ik weet dat de eerste twee samen een bedrijf vormen en dat Onomatopee bibliofiele uitgaven maakt, maar de lijst wekt toch de indruk dat Loontjes wel erg vaak van uitgeverij is gewisseld.
Een lijst met uitsluitend titels en genre-aanduiding had mij doen denken: zo, die is aardig productief geweest. Nu denk ik iets als: waarom is Loontjens nergens opgebloeid? Schrijft ze soms niet zo goed?
En het wordt nog uitzonderlijker: achterin Mijn leven is mooier dan literatuur maakt de uitgeverij reclame voor Loontjes' meest recente roman, Hoe laat eigenlijk. Met een afbeelding van het omslag, waarop duidelijk de naam 'Prometheus' is te lezen.
Heel genereus natuurlijk van Ambo|Anthos, maar zoiets gebeurt eigenlijk nooit.

Nog meer uitgeverspraktijken:
- Mondriaan is niet zo moeilijk te vinden
- Over het lezen van ongecorrigeerde drukproeven
- Luis Fernando Verissimo: afgewezen auteur neemt wraak

dinsdag 11 september 2012

Uitgeverspraktijken: Luis Fernando Verissimo laat afgewezen auteur wraak nemen


Op maandag heeft de hoofdpersoon van De spionnen van Luis Fernando Verissimo (Athenaeum-Polak & Van Gennep), een redacteur van een uitgeverij, altijd een vreselijke kater. De schrijvers van ongevraagde manuscripten krijgen daarom ongelezen een in zo hard mogelijke bewoordingen gestelde afwijzing.. ‘Een keer heb ik een vrouw die Corina heette aangeraden om te gaan stofzuigen en de wereld haar overduidelijke demente waan dat ze een dichteres zou zijn te besparen’, biecht hij op. Uiteraard heeft Corina elders groot succes geboekt – wat ze hem bij iedere nieuwe uitgave laat voelen door hem steevast een uitnodiging voor de presentatie te sturen. Mooi gevonden. En ongetwijfeld wel eens echt gebeurd - niet alle auteurs zijn toch zo goed opgevoed dat ze boven zoete wraak staan?

maandag 26 december 2011

Uitgeverspraktijken: Mondriaan is niet zo moeilijk te vinden


‘De afbeeldingen in dit boek zijn voor zover mogelijk opgenomen in overleg met de rechthebbenden; wie verder rechten kan doen gelden wordt verzocht contact op te nemen met de uitgeverij.’

Deze standaardzin staat ook in het colofon van Komrijs Kunstwonderen. Maar de waarheid is het niet. Kan het onmogelijk zijn. Direct onderaan het colofon, op de allerlaatste pagina, staat de illustratieverantwoording. Elf regeltjes, in klein corps. Daar ontbreekt Mondriaan, wiens Compositie nr. 3 uit 1922 is afgedrukt op pagina 160. Zouden de rechthebbenden van Mondriaan echt niet te vinden zijn? Of was het te duur om een afbeelding van zijn werk op te nemen? En heeft De Bezige Bij het dan maar gewoon gedaan zonder toestemming te vragen in de hoop dat de Amerikaanse stichting die Mondriaans werk beheert er nooit achter komen? De vraag stellen is hem beantwoorden.
Overigens is de Mondrian/Holtzman Trust inderdaad streng en duur. Zo eist de stichting dat de copyright-vermelding niet achterin wordt weggemoffeld, maar op de pagina zelf wordt afgedrukt. Ook dat is in Kunstwonderen niet gebeurd.

(Derde deel en slot van een kersttrilogie)

dinsdag 22 november 2011

Uitgeverspraktijken: Over het lezen van ongecorrigeerde drukproeven en typoscripten


Hoe vaak heb ik een boek als eerste gelezen? Het is me al vaak overkomen, van Clausewitz van Joost de Vries tot Zomerhuis met zwembad van Herman Koch kreeg ik de tekst soms maanden van tevoren. De tekst: dus niet een opgemaakte proef, maar een typoscript, alsof de auteur het Word-bestand van zijn roman persoonlijk voor mij heeft geprint. De reden is vaak: een interview voor BOEK, dat verschijnt rond het uitkomen van het boek maar ruim van tevoren gemaakt moet worden. En soms ook voor een recensie.
Zo kreeg ik ook Een soort familie van Kees van Beijnum in een wel heel vroege versie. Daar schreef ik onderstaand stukje over. Morgen volgt het volledige interview.

Dat een journalist een ongecorrigeerde drukproef leest om de auteur te interviewen of tijdig een recensie te schrijven, is niet bijzonder. In dit geval heeft uitgeverij De Bezige Bij een wel heel vroege versie van Een soort familie opgestuurd. Het zijn 244 A4-tjes met zeer veel tekst op één bladzijde. Op pagina 58 staat in blokletters: Thomas, tot hier. Even verderop staan een paar pagina’s achter elkaar losse fragmenten – soms een paar regels die middenin een zin lijken te beginnen en weer abrupt afbreken.
Kees van Beijnum bladert wat verwonderd door de stapel. ‘Dit is een nog ruwere versie dan ik al vreesde’, zegt hij. ‘Toen dit werd geprint, ging ik nog met een stofkam door mijn tekst. Iedere dag gaf ik mijn redacteur Thomas van den Bergh aan tot hoever ik was gekomen. Daarna volgen weggehaalde passages. Ik schrap ze nooit meteen. Het doet pijn om in eigen vlees te snijden, dus dat stel ik uit. Pas toen ik helemaal klaar was met deze versie, heb ik alles in één keer gedeleted.’
De auteur van pageturners als Dichter op de Zeedijk (1995), De oesters van Nam Kee (2000) en Paradiso (2008) bekijkt het maar positief. ‘Je krijgt zo een uniek inkijkje in de manier waarop een auteur en redacteur samenwerken. Ik kan er nu toch niets meer aan doen.’ Maar eigenlijk zou het zo niet moeten. ‘Ik sta voor de inhoud, de uitgeverij staat voor de presentatie. Die moet dat ook in deze fase van het boek op zijn voordeligst presenteren als het de wereld wordt ingestuurd.’
Dat er tijdsdruk op stond, maakt geen verschil. Een soort familie moet per se eind mei verschijnen. ‘De verschijning was al een keer uitgesteld omdat zich tijdens het schrijven onvoorziene perspectieven openden waardoor ik meer tijd nodig had. De roman is ook veel dikker geworden dan aangekondigd: 460 in plaats van 204 pagina’s. In juni kan het niet meer verschijnen, omdat alle aandacht uitgaat naar de Maand van het Spannende Boek en daarna de boekenbijlagen van de kranten sluiten.’

(Gepubliceerd in BOEK, nr. 3, 2010)