zondag 31 december 2017

De top 10 van 2017

Ik heb dit jaar bijna alleen maar boeken en literaire tijdschriften gelezen omdat ik die om een of andere manier moest lezen – voor een advies, een interview, een recensie. Ook in deze top 10 van het afgelopen jaar staan zeven titels die ik las voor mijn werk. Gelukkig blijkt daar juist uit dat ook verplicht lezen heel fijn kan zijn. Sterker, kan leiden tot ontdekkingen. Van de overige drie titels heb ik er twee voorgelezen voor mijn kinderen en een cadeau gekregen voor mijn verjaardag. In alfabetische volgorde:

De verrader - Paul Beatty
De tuinen van Dorr - Paul Biegel
De wadden - Mathijs Deen
Tussen april en september - Tomas Espedal
Hoe Tortot zijn vissenhart verloor - Benny Lindelauf
Ghosts of the tsunami - Richard Lloyd Parry
Verdriet is een ding met veren - Max Porter
De waren - Daniel Rovers


Zie ook de top 10-en van:

maandag 25 december 2017

Interview Elma van Vliet over haar doorbraak in het buitenland

Al sinds Mam, vertel eens in 2004 verscheen, maakt Elma van Vliet in Nederland furore. Nu lijkt een doorbraak in het buitenland aanstaande, met de rechtenverkoop aan Penguin US als voorlopig hoogtepunt. Dat is een gevolg van maatschappelijke veranderingen, denkt de schrijfster, die zich eerder bedenker en ontwikkelaar van creatieve concepten noemt. En de inspanningen van haar agent Marianne Schönbach.

Wanneer ben je in zee gegaan met een agent?
'Al in 2005. Niet dat ik toen een agent zocht. Ik wist niet eens wat dat was. Ik kwam uit de telecombranche en had nog maar een jaar eerder voor het eerst met een uitgever gesproken. Maar ik zocht mensen die me konden helpen bij mijn missie: mensen verbinden in een steeds drukkere wereld waarin we het contact met elkaar verliezen. Iemand zei toen dat ik eens met Marianne Schönbach moest praten. Wij hadden direct een ongelooflijke klik. Zij snapte mij.'

Wilde je toen al alles op alles zetten om succes te hebben in het buitenland?
'Rechtenverkoop was helemaal niet aan de orde. Ik had in 2001 Mam, vertel eens gemaakt omdat mijn moeder erg ziek was en ik bang was dat ze zou overlijden zonder dat ik alles had kunnen vragen wat ik van haar wilde weten. Dát was mijn diepe wens. Dat Het Spectrum een paar jaar later de gok wilde nemen om zoiets ongekends als een leeg boek met een aantal vragen uit te geven, was al een fantastische bonus. In die jaren daarna was ik vooral bezig met de reacties op het boek, dat leidde tot nieuwe delen, te beginnen met Pap, vertel eens. Wel zei Marianne meteen dat ze een redacteur in Duitsland kende die ze het boek wilde laten zien: Ilka Heinemann van Droemer Knaur. Inderdaad werd zij er helemaal verliefd op en verscheen het daar.'

Inmiddels zijn de rechten verkocht aan tien landen, waarbij vooral dit jaar een versnelling lijkt te zijn opgetreden. Hoe komt dat?
'Er zijn denk ik twee verklaringen. Ten eerste is de wereld de afgelopen vijf jaar steeds sneller gaan draaien, en de behoefte aan verbinding daarom steeds groter. In een onafhankelijk onderzoek dat ik dit jaar heb laten uitvoeren naar wat mensen in december cadeau willen krijgen, zegt 85% van de ondervraagden dat ze liever aandacht dan spullen willen. En dat zie je niet alleen in Nederland, dat is universeel. Ook uitgevers in het buitenland zijn daarom op zoek naar waardevolle boeken die kunnen voldoen aan deze behoefte. En ten tweede is het de expertise van Marianne.'

Haar buitenlandse netwerk dus?
'Ook. Maar zij heeft mij in alle gesprekken die we in de loop der jaren hadden, ook overtuigd dat ik mensen meer moeten vertellen wat ik doe. Dat ik van mezelf een merk moet maken, dat ik het verhaal achter de producten moet vertellen. Ik ben daarom, ongeveer een jaar of twee geleden, gaan bloggen en columns schrijven. In de feedback die ik krijg zie ik dat het werkt: mensen zien met hoeveel liefde alles wordt gemaakt.'

Dat zie je ook terug in een opverende verkoop?
'Ja. Toen ik meer ging vertellen over mijn missie is het balletje gaan rollen. Ook in het buitenland: Spanje inclusief Latijns-Amerika, Brazilië, Finland, Turkije, Polen en, mede dankzij een stukje in Publishers Weekly, dus ook Amerika. Daarvoor was het grote talent van Marianne van wezenlijk belang. Zij kent alle uitgevers in de hele wereld. Zij zocht dus niet zomaar naar een uitgeverij, maar naar precies het juiste uitgeefteam voor mij. Een uitgeverij die net als ik het verschil wil maken. Marianne heeft me dit jaar ook meegenomen naar de Buchmesse. Ik heb een presentatie gegeven en met allerlei uitgevers gepraat, zodat we van elkaar weten wat we willen met de Vertel Eens-boeken.'

Hoe rijmt jouw behoefte aan een ideale match met het feit dat er voor de Amerikaanse rechten een veiling is geweest?
'Ik heb gekozen op de motivatiebrieven van uitgevers. Ik moest een klik voelen – met mijn missie, maar ook voor de boeken. Ik wil uitgevers die de mooiste edities willen maken, zodat mijn boeken, eenmaal ingevuld, van generatie op generatie kunnen worden doorgegeven. Het moeten familie-erfstukken worden zodat over een zeventig jaar een meisje de verhalen van haar overgrootouders kan lezen. Dan moet je echt goed en mooi papier gebruiken. Vergeleken bij hun plannen was hoeveel geld uitgevers boden niet relevant. Voor mij niet, althans. Marianne heeft naar de zakelijke aspecten van de overeenkomst gekeken. Zo verdelen we de taken.'

Waren er in het buitenland geen vergelijkbare boeken op de markt? Door de eenvoud laat jouw concept zich gemakkelijk kopiëren?
'Al zo lang mijn boeken uitkomen heb ik met copycats te maken. Ook daarom had ik maar een wens: zo mooi mogelijke boeken maken – een wens die Het Spectrum gelukkig steunt. Iedereen herkent de liefde die in mijn boeken zit; liefde die vaak ontbreekt bij kopieerders die in een middagje het boek overschrijven. Ook buitenlandse uitgevers herkennen dat. En boekverkopers trouwens. Tot op de dag van vandaag raden zij hun klanten Vertel Eens-boeken aan – en niet de kopieën. Ik ben hen daarvoor heel erg dankbaar.'

Toch kunnen buitenlandse uitgevers jouw boeken niet een op een vertalen.
'Nee. Niet zoals je een roman kunt vertalen. Er zijn allerlei culturele verschillen. Vragen over Sinterklaas of de Tweede Wereldoorlog, daar kun je niets mee in Amerika. Daar vraag je eerder naar The Fourth of July. In Italië zei de uitgever dat de rol van vaders bij hun echt anders is dan in het in hun ogen zo geëmancipeerde Nederland. Daar denk ik dan over na. Dat verrijkt mij ook weer.'

Geef je buitenlandse uitgevers alle ruimte om aanpassingen te maken?
'Dat gaat in overleg. Ik bewaak het merk, maar geef hen het vertrouwen om er een zo goed mogelijk product van te maken. Zij kennen hun eigen land zo veel beter. Alleen als je iets durft door te geven kan het zich vermenigvuldigen. Als je iets bij jezelf houdt juist niet. Maar hoe het precies zal gaan? Het buitenland is voor mij een avontuur dat nu nog maar pas begint. Laten we anders over een jaar nog eens een kopje koffie drinken.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 25 dec) 

woensdag 20 december 2017

Diversiteit bij kinderboeken neemt toe, maar Nederlandse uitgeverijen blijven achter bij Angelsaksische (Boekblad)

Kinderboekenuitgevers besteden steeds meer aandacht aan culturele diversiteit. De maatschappelijke werkelijkheid komt al veel meer aan bod in kinderboeken dan de buitenwereld denkt. Toch lopen Nederlandse uitgevers achter bij hun Angelsaksische collega's.

Nederlandstalige kinderboeken moeten de cultureel diverse werkelijkheid weergeven. Er is geen uitgever te vinden die dat tegen zal spreken. 'Kinderen vinden het heel fijn als zij zich met de hoofdpersoon of een ander personage kunnen identificeren', zegt bijvoorbeeld uitgeefster Thille Dop van Luitingh-Sijthoff – en dus moeten er personages zijn met alle denkbare achtergronden, 'óók meisjes met Turkse roots wier beste vriendin wordt opgevoed door een lesbisch stel'.
Daar zijn twee redenen voor. Om te beginnen een ideële. Uit alle onderzoeken blijkt hoe belangrijk lezen is: van het opbouwen van je woordenschat en het ontwikkelen van je fantasie tot je latere kansen op de arbeidsmarkt. Het is daarom belangrijk dat iedereen het plezier van lezen ontdekt. Daarnaast is er natuurlijk het commerciële argument. Hoe breder de doelgroep die een uitgever kan aanspreken, hoe groter de afzetkansen. Ofwel: hoe cultureel diverser het fonds, hoe groter de markt.
Maar wie maakte zich, zeg, een jaar of tien geleden druk over culturele diversiteit in prentenboeken, jeugdromans en young adult? Bijna niemand, op een enkele activist na. In slechts een paar jaar tijd, waarin ook op andere terreinen de discussie over raciale kwesties is opgelaaid en bijvoorbeeld de opinie over de wenselijkheid van een Zwarte Piet drastisch is veranderd, is de roep om een aanbod dat ook kinderen met een andere achtergrond aanspreekt, echter enorm aangezwollen.
Opeens wordt het onderwerp regelmatig besproken op discussiemiddagen: van een workshop van Selma Noort op de Middag van het Kinderboek tot een speciale boekensalon in Bijzondere Collecties. Er zijn ook initiatieven ontstaan om 'superdiverse' boeken op de markt te brengen voor niet-witte kinderen: in Vlaanderen Studio Sesam, in Nederland Rose Stories. Studio Sesam lanceerde in 2015 een eerste reeks van tien titels, dit najaar gevolgd door een tweede reeks.
En er is steeds meer media-aandacht voor het onderwerp. Eerder dit najaar kreeg Brian Elstak veel pers voor zijn prentenboek Tori, dat bij Das Mag is verschenen. Op verschillende plaatsen, waaronder Boekblad.nl, mocht hij vertellen dat zijn verhaal – oorspronkelijk in 2014 als animatiefilm verschenen – veel opmerkingen uitlokte in de trant van: eindelijk een kinderboek met in de hoofdrol kinderen met een kleurtje. Iets wat hij als vader die kinderboeken kocht zelf óók had gemerkt.

Nederlandse kinderboekuitgevers zorgen in deze discussie voor enig tegengeluid. Er mag best meer diversiteit in het totale aanbod, vindt uitgeefster Susanne Diependaal van Unieboek|Het Spectrum, maar het probleem is pas de laatste tijd veel zichtbaarder geworden. 'De vraag is harder gegroeid dan het aanbod', noemt zij dat. 'Door de discussies in de samenleving, maar ook doordat iedereen via sociale media makkelijker zijn ideeën of klacht kan uiten, komt die vraag veel meer tot ons dan vroeger.'
Daarbij: er zijn veel meer titels waarin diversiteit een rol speelt dan men geneigd is te denken. 'Het is alleen niet altijd zichtbaar op het omslag of in de titel. Kijk naar een serie als Dummie de mummie: Dummie is Egyptisch, Ebbie, een van de beste vrienden van Goos en Dummie is donker, en Klaas heeft een Jamaicaanse vriendin, maar omdat Dummie het beeld van de boeken grotendeels bepaalt merk je daar weinig van. En er is zoveel meer. Van de Lisa & Jimmie-serie van Vivian den Hollander tot Superjuffie van Janneke Schotveld, waarin een Hakim en Mimoun voorkomen zonder dat nadruk op hun achtergrond wordt gelegd. In het recent verschenen Niet thuis van Jacques Vriens zit een kind met een Surinaamse achtergrond, maar ook daar wordt geen speciale nadruk op gelegd.'
Er komt ook steeds meer op de markt – niet in de laatste plaats omdat schrijvers bewust bezig zijn met dit onderwerp en kritisch kijken naar het beeld van de samenleving dat zij hun lezers voorzetten, merkt Diependaal. 'Wij geven na bijna twintig jaar Villa Mosterd en de wraak van Graaf Gruwel van Tosca Menten opnieuw uit, maar we hebben op initiatief van de schrijfster de naam van een aantal personages veranderd om zo te laten zien dat de samenleving is veranderd.'
Deze manier om diversiteit een plek te geven in het aanbod lijkt haar beter dan al te expliciet een prentenboek over een Marokkaans meisje te maken. 'Als je een boek uitgeeft met een hoofdpersoon met een migratieachtergrond en dat nadrukkelijk communiceert sluit je weer andere lezers uit. Elstak zei daarom ook tegen Boekblad dat het iets dubbels heeft om te benadrukken dat zijn hoofdpersoon een kleur heeft. Straks denken kinderen en ouders dat het alleen geschikt is voor gekleurde kinderen, in plaats van voor iedereen.'

Andere kinderboekenuitgevers uiten zich in soortgelijke bewoordingen. Directeur/uitgever Melanie Lasance van Gottmer vindt dat er 'niet genoeg' cultureel diverse kinderboeken zijn, maar zegt ook: 'Diversiteit is bij ons nooit zo'n issue geweest. Niet omdat we het niet belangrijk vinden, maar omdat we het als vanzelfsprekend beschouwen. Het is sinds jaar en dag onze missie om een gevarieerd aanbod te maken waarin zo veel mogelijk kinderen zich in kunnen herkennen.'
Zij onderstreept dat met een hele lijst voorbeelden. Van verschillende titels van Helen Oxenbury tot het vorig jaar verschenen Timo en de oppasninja van Lisa Boersen. 'Oxenbury geeft al sinds de jaren 1970 kinderen in alle kleuren een rol. Wij vonden dat altijd zo vanzelfsprekend dat we het nooit als USP hebben beschouwd. Volgend jaar brengen we opnieuw Zó veel uit 1995 van haar uit, een verhaal waarin alleen maar donkere mensen voorkomen. Misschien krijgt dat in deze tijd meer aandacht.'
Ook Dop zegt boeken uit te geven die kinderen willen lezen. 'En omdat er zoveel verschillende kinderen zijn, geven we zo breed mogelijk uit. We laten de hele wereld binnen in onze titels, tot Chinese en Poolse kinderen aan toe. We leggen het er alleen niet dik bovenop. Ieder kind zit in een klas, ieder kind is lid van een club – en dus komen daarin kinderen van allerlei achtergronden voor. Maar het is meer iets voor een niche-uitgeverij om daar de nadruk op te leggen.'
De kritiek dat kinderen met een kleur nooit de hoofdrol hebben, dat nooit hun specifieke problemen centraal staan en dat zij te clichématig worden neergezet, verwerpt zij. 'Wij bieden een afspiegeling van de samenleving. Onze boeken geven weer wat daar gebeurt. Neem het vieren van verjaardagen. Jehova's getuigen mogen hun verjaardag niet vieren, maar de realiteit in de klas is dat verjaardagen worden gevierd en dus komt dat terug in onze boeken. Met alle respect voor Jehova's getuigen.'
Ook Diependaal vindt dat trouwens. 'Eigenlijk kun je het als uitgeverij niet gauw goed doen. Als een lid van een vriendenclub die Mo heet, het Suikerfeest niet viert, krijg je de kritiek dat hij niet realistisch is. En als je hem dat feest wel laat vieren, kunnen lezers dat stigmatiserend vinden. Maar in een klas vieren alle kinderen Sinterklaas en sommige anderen het Suikerfeest. Dan kun je dat clichématig vinden, het is wel de werkelijkheid.'

Meer dan het aanbod zien uitgevers het probleem bij auteurs. Er zijn te weinig schrijvers met een andere achtergrond. Dat geldt voor auteurs van fictie voor volwassenen, maar dat geldt nog meer voor auteurs van prenten- en kinderboeken. Alleen: wat moet je daaraan doen? Uitgevers twijfelen tussen domweg afwachten tot de auteurs hen met een geweldig idee benaderen of actief op zoek gaan naar nieuwe stemmen om nadrukkelijk een bredere markt te kunnen bedienen.
Dop zit op de eerste lijn. 'Wij brengen binnenkort het debuut van Afran Groenewoud. Een auteur met een andere achtergrond, ik weet niet eens precies welke omdat dat er niet toe doet. Wij geven hem uit omdat we het idee waarmee hij ons benaderde zo goed vonden. Dat is het enige wat telt – al sinds ik in de jaren negentig Amber Nahar uitgaf. Het is waar dat we minder manuscripten krijgen van mensen met een andere achtergrond, maar we bekijken alles op dezelfde manier.'
Lasance is daarentegen actiever op zoek. Voor een reeks sprookjesboeken benaderde Gottmer Rodaan Al-Galidi om een deel met Arabische sprookjes samen te stellen, dat in oktober is verschenen. 'We praten ook met hem over de vraag of hij eventueel andere boeken voor ons kan schrijven. Daarnaast waren wij eind oktober – als een van de weinige uitgeverijen – met een flinke delegatie aanwezig bij een pitch van Rose Stories. Naar aanleiding daarvan gaan we zeker mensen uit andere culturen uitnodigen.'

Al met al heeft de aandacht die uitgevers én hun auteurs hebben voor diversiteit effect. Het aanbod wordt gestaag veelkleuriger. Maar: het gaat nu eenmaal niet zo snel, waarschuwen Lasance en Diependaal. Als zich nu een auteur meldt met een goed idee voor een jeugdroman die speelt in een Marokkaans-Amsterdamse gemeenschap, dan kan het zomaar twee jaar duren voor het boek is geschreven en daadwerkelijk in de winkel ligt. Ook Elstak had jaren nodig voor zijn idee in de winkel lag.
Toch lijkt het Nederlandse boekenvak achter te blijven bij met name het Angelsaksische boekenvak. Voor zover er cijfers zijn, ondersteunen die deze bewering niet. Uit gegevens van het Cooperative Children's Book Center blijkt dat sinds 1994 ieder jaar ongeveer 10% van de Amerikaanse kinderboeken óf is geschreven door een auteur met een kleur óf multiculturele content bevat. Dat is niet veel, al steeg dit percentage tussen 2013 en 2015 naar 20% - wat nog altijd niet representatief is.
De achterstand laat zich vooral voelen in de aandacht die het onderwerp in Amerika en Engeland krijgt. Zo heeft de Britse tak van Penguin Random House vorig jaar het WriteNow-programma opgezet om 'nieuwe schrijvers die ondervertegenwoordigd zijn in de boekwereld' te vinden –schrijvers uit sociaal-economische achterstandsgroepen, lhbt-communities en culturele minderheden. Dit voorjaar werden twaalf schrijvers geselecteerd die nu onder begeleiding hun manuscript publicabel maken.
Dat Nederlandse uitgeverijen zulke ontwikkeltrajecten opzetten, lijkt vooralsnog ondenk­baar. Dop zegt dat zoiets eerder gezamenlijk met andere uitgeverijen moet worden opgezet. Lasance zegt er wel over na te denken, 'al is daar nog niets concreets over te zeggen'. En Diependaal werkt liever met al voltooide verhalen. 'Een wedstrijd uitschrijven is enerzijds heel gaaf en inspirerend, maar je loopt ook het risico dat geen van de verhalen passend genoeg is voor jouw fonds. Dan geef je wellicht iets uit waar je niet achter staat.'
De enige die in het Nederlandse taalgebied ontwikkeltrajecten uitzetten zijn Sesam Studio en Rose Stories. Met subsidie, anders is de uitgebreide coaching niet te betalen. Maar dat er belangstelling voor auteurs met een andere achtergrond is, is duidelijk. Kreeg Sesam Studio de eerste keer zo'n 120 aanmeldingen, voor de tweede editie was dat met 220 inzendingen bijna verdubbeld. En het leidt tot kwaliteit. Zo kreeg Floor Tinga, auteur van Stapelgek, daarna een contract bij De Eenhoorn.

Ook tonen Angelsaksische uitgeverijen zich meer bereid om hun voelhoorns optimaal af te stellen. Zij werken in toenemende mate met zogeheten sensitivity readers of minority readers: proeflezers die een manuscript lezen met het oog op de geloofwaardigheid of realiteitsgehalte van minderheden die de auteur niet uit eigen ervaring kent. Zwarte college kids kunnen dan praten zoals zwarte college kids en niet zoals de auteur op grond van de vooroordelen en clichés denkt zoals ze praten.
In Nederland zijn deze 'proeflezers van gevoelig materiaal' een onbekend verschijnsel. 'Ik heb tot nog toe geen proeflezers gehad', zegt Dop. 'Maar ieder boek wordt zeer zorgvuldig geredigeerd. Ik heb hier Hannerlie Modderman, een van de beste kinderboekenredacteuren van Nederland. Die voelt dat haarfijn aan en redigeert alle teksten en checkt de feiten.'
Diependaal doet dat wel degelijk – voor sommige titels: 'We willen als uitgeverij iedere doelgroep bereiken. Een boek moet kloppen. Maar ik ga niet voor een boek over een voetbalelftal voor de leeftijdsgroep 8+ iemand inschakelen om te zien of die ene speler met islamitische achtergrond zich waarheidsgetrouw gedraagt. Dat gaat wat ver. Maar volgend jaar brengen we van Arend van Dam een groot boek over slavernij. Verhalende non-fictie is dat, over een zeer gevoelig onderwerp. Daarvoor zijn we heel actief in contact met meelezers.'
Toch komen – soms grote – missers voor. Nog dit jaar publiceerde Standaard Uitgeverij een nieuw deel van Suske & Wiske waarin een Afrikaan werd afgebeeld als 'halve aap', aldus de schrijfster die de uitgeverij op Facebook aan de schandpaal nagelde. Kennelijk hadden noch de tekenaar van Mami Wata noch uitgevers, redacteuren of wie dan ook op de burelen van het bedrijf in de gaten dat een dergelijke stereotype tekening anno 2017 niet meer kan. Een gespecialiseerde proeflezer had dit kunnen voorkomen.

In het verlengde hiervan maken Angelsaksische uitgevers meer werk van diversiteit op de werkvloer te krijgen. Een zo breed mogelijk medewerkersbestand leidt immers tot een zo breed mogelijke netwerk om nieuwe auteurs te vinden of afzetkanalen voor hun boeken te vinden. In Engeland heeft Penguin Random House een zogeheten 'inclusion tracker' gelanceerd om ervoor te zorgen dat het personeel in 2025 de maatschappelijke verscheidenheid reflecteert.
De Publishers Association heeft het onderwerp zelfs tot overkoepelend beleid verklaard. Met een tienpuntenplan dat in september is gelanceerd moet binnen vijf jaar 15 % van het personeel van de Britse uitgeverij afkomstig zijn uit Aziatische en Afrikaanse minderheden. Ieder lid van de PA wordt opgeroepen om onder meer sollicitatieprocedures te bekijken op verborgen vooroordelen, een intern diversiteitsbeleid en een mentoraatsprogramma op te zetten.
Nederlandse uitgevers beamen dat het personeelsbestand erg blank is – en in de kinderboekenwereld trouwens ook erg vrouwelijk. Zij zouden graag zien dat dat anders was, maar daarmee reageren nog geen kandidaten met een andere achtergrond. Zij zien het ook niet meteen als hun taak het vak te promoten bij culturele minderheden. Dat is eerder aan het NUV. 'Als zij met een interessant idee hierover komen, zal ik daar zeer geïntrigeerd naar kijken', zegt Diependaal.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, nov 2017)

Zie ook:

zaterdag 16 december 2017

Joris van Casterens 'Een botsing op het spoor': De lichaamsdelen waren vastgevroren aan de rails (Athenaeum.nl)

Er houden meer mensen een trauma over aan iemand die voor een trein springt dan je geneigd bent te denken. Dankzij Van Casterens indrukwekkende reportage Een botsing op het spoor is er eindelijk openheid over een veelvoorkomend maar verzwegen probleem.

De trein heeft vertraging 'wegens aanrijding met een persoon'. Iedere reiziger weet wat dat betekent: een springer. Maar weet hij het werkelijk? Hij leest er daarna nooit iets over – zelfs niet in het plaatselijke sufferdje waar gouden bruiloften en verbredingen van de stoep doorgaans wél tot nieuwsberichten leiden. Dat komt, blijkt uit 'the making of' bij Joris van Casterens Een botsing op het spoor, omdat de NS zwijgt over treinzelfmoorden. Altijd, in alle toonaarden. De organisatie hoopt zo kopieergedrag te vermijden.
Wie echt wil weten hoe groot de impact van een treinbotsing is, moet daarom deze reportage van de veelvuldig geprezen journalist (Lelystad, Mensen op Mars) lezen. Een botsing op het spoor is een flinterdun werkje: nog geen zeventig kleine bladzijden, maar het is Van Casteren op zijn best. In zijn uitgebeende stijl vertelt hij het verhaal van alle mogelijke betrokkenen: de machinist, maar ook de passagiers, de lijkopruimers, de politie en de nabestaanden. Stuk voor stuk was het voor hen een zeer ingrijpende gebeurtenis. Juist omdat het zonder poespas wordt verteld, maakt dat zo'n indruk.
Uitgangspunt is de dubbele zelfmoord van Gerda en Mirella – moeder en dochter – en hun vijf honden. Op maandagochtend 28 november 2016 wachtten zij bij de spoorwegovergang Sionsweg-Scheidingsweg, even onder Nijmegen, de sprinter naar Roermond op. Een hondje overleeft de aanrijding. Het is dat detail dat Van Casteren triggerde om juist deze van de 220 treinzelfmoorden die jaarlijks in Nederland plaatsvinden te onderzoeken. Stel dat hij die hond kon terugvinden, dacht hij. Hoewel hem dat lukt, staat hij daar terecht uiteindelijk niet echt bij stil.
Want de meeste impact heeft het ongeluk op degenen die er dichtst bij betrokken zijn. De machinist in de eerste plaats. Het is in zijn kille eenvoud gruwelijk om de opsomming van de springers te lezen die hij in zijn tienjarige carrière op de trein heeft meegemaakt. De eerste keer had hij een vrouw onthoofd. Een andere keer was het lichaam nauwelijks als zodanig herkenbaar. De laatste keer had het slachtoffer, omdat hij helemaal niet zo hard reed, hem aangestaard. En altijd was het de machinist zelf die, eenmaal uitgestapt, het lijk in al zijn rauwheid als eerste zag.
En wat te denken van de omstanders die, wachtend bij de gesloten spoorbomen, moeder en dochter eronderdoor zagen lopen, hun dood tegemoet? Maar ook voor wie een treinzelfmoord feitelijk gewoon werk is, is het iedere keer buitengewoon traumatisch. De twee medewerkers van het uitvaartcentrum die in de regio het lijk verwijderen, moesten in dit geval op deze koude morgen de uiteengereten lichaamsdelen loswrikken van de rails waaraan ze waren vastgevroren. 'Als je er te veel bij stilstaat ga je er zelf aan onderdoor', zegt een van hen.
Lezing van Een botsing op het spoor overtuigt je zo zonder meer van maatregelen om het zelfmoordenaars moeilijker te maken. Van hoge boetes voor lopen op het spoor tot waarschuwingsborden die mogelijke daders hulp beloven. En natuurlijk moeten onbewaakte spoorwegovergangen dicht, zoals onlangs bij Winsum is gebeurd na een aantal opzienbarende ongelukken. Het is bewonderenswaardig hoe Van Casteren het beleid van de NS logenstraft, die hierdoor hopelijk inziet dat zwijgen in dit geval problemen eerder verergert dan voorkomt.
Het enige wat je de auteur eventueel kan verwijten is dat hij niet nóg verder heeft gegraven. Als Van Casteren op een gegeven moment over de vloer komt bij de nabestaanden, daar stuit op moeizame familieverhoudingen en je je afvraagt wat er precies is voorgevallen (incest?), doet Van Casteren geen moeite meer dat te ontrafelen. Zo sla je Een botsing op het spoor dicht met een gevoel van onbevredigde nieuwsgierigheid. Maar dát verhaal viel natuurlijk buiten de scope van deze schitterende reportage die het verdient de reputatie van een klassieker te krijgen.
(Eerder gepubliceerd op Athenaeum.nl)

Zie ook:

donderdag 14 december 2017

Interview Gideon Samson over vakbonden en agenten (Boekblad)

Op de Dag van de Belletrie, georganiseerd door de Auteursbond, gaven schrijvers een kijkje in hun eigen keuken. De veelvuldig bekroonde kinderboekenschrijver Gideon Samson was een van hen. Het is goed dat de Auteursbond er is, vindt hij. 'Het idee dat er bij alle zakelijke dingen tóch een instantie is waar je terecht kunt.'

Waarom heb je de uitnodiging voor deze Dag aangenomen?
'Toen Marcel van Driel mij vroeg om te praten over mijn innerlijke drive, zei hij dat meerdere mensen onafhankelijk van elkaar mijn naam voor dit onderwerp hadden genoemd. Ik kan me dat best voorstellen. Ik denk dat ik iets kan vertellen waar mensen naar willen luisteren.'

Wat dan?
'De Israëlische schrijver Etgar Keret zei ooit dat hij het idee heeft dat veel schrijvers schrijven om controle over het leven te krijgen, terwijl dat bij hem precies andersom is. Dat herken ik. Ik ben een controlfreak in het dagelijkse leven, maar tijdens het schrijven wil ik juist de controle verliezen. Ik schrijf niet met een schema, maar intuïtief. Ik weet 's ochtends niet wat er aan het einde van de middag op papier zal staan. Dat verklaart ook mijn innerlijke drive. Ik heb die manier van schrijven nodig, bijna als een soort therapie.'

Voor het publiek, dat vrijwel uitsluitend uit schrijvers bestaat, is dat anders?
'Dat weet ik niet. Er zullen zeker schrijvers zijn om half negen gaan zitten, koffie op, en er vijfduizend woorden uitrammen volgens een van tevoren opgesteld schema. En dat kan ook een goed boek opleveren. Het is interessant om daar met elkaar over te praten.'

Is het daarom belangrijk dat de Auteursbond een Dag organiseert om met elkaar van gedachten te wisselen over de schrijfpraktijk?
'O ja. Schrijven is een eenzaam beroep. Misschien is dat voor velen de reden om te schrijven. Ik vind het ook heerlijk om me voor maanden af te zonderen om iets moois te maken. En toch is het fijn om af en toe bij elkaar te komen en te weten dat je niet de enige bent die voor zo'n leven kiest. Daarnaast zijn schrijvers gewoon leuke, sympathieke mensen – zeker in de kinderboekenwereld, waar iedereen elkaar met je en jij aanspreekt en elkaar fantastisch vindt.'

Ben je al lang lid van de Auteursbond?
'Pas een jaar of twee. Daarvoor was ik gewoon laks. Dacht ik niet over dit soort dingen na. Ik wil ook het liefst zo veel mogelijk van mijn energie gebruiken voor het maken van zo mooi mogelijke boeken. Daarnaast is het idee van een vakbond voor iemand van mijn leeftijd – 32 jaar – vreemd. Iets van vroeger. Iemand van mijn generatie denkt eerder, als ik een geschil met mijn uitgeverij Leopold zou hebben: dat kan ik zelf wel oplossen.'

Waarom ben je toch lid geworden?
'Ik moest een keer in een uithoek van Nederland optreden. De avond ervoor at ik daar met Martine Letterie en Annemarie Bon. Zij zeiden allebei – eigenlijk terecht – dat het een schande was dat ik nog geen lid was. Ze hielden een vurig pleidooi. Een dag later was ik lid. Een Auteursbond is natuurlijk ook belangrijk, al ben ik tot nu toe altijd een slapend lid geweest.'

Waarin schuilt het belang van de Auteursbond?
'Het idee dat er bij alle zakelijke dingen tóch een instantie is waar je terecht kunt. Ik moet alles zelf doen: mails beantwoorden, afspraken maken, onderhandelen over geld. Het liefst zou ik iemand hebben die dat allemaal overneemt. Dat kan de Auteursbond natuurlijk niet doen, daar zou ik eerder een agent voor moeten hebben. Maar dat zij zich hard maken voor bijvoorbeeld het auteursrecht, leenrecht en modelcontracten is al heel fijn. Daar profiteren veel schrijvers van.'

Wordt de Auteursbond in het licht van de veranderingen in het boekenvak ook steeds belangrijker?
'Dat vind ik in het algemeen moeilijk om te zeggen. Voor mezelf ben ik eerder geneigd dat te ontkennen, maar dat komt door mijn persoonlijke ontwikkeling. Toen ik debuteerde dacht ik: wat fijn dat ze me willen uitgeven. Nu is het eerder andersom: ik denk dat Leopold blij is dat ze mij kunnen uitgeven. Ik ben geen verlegen mannetje meer, ik weet beter wat ik wil. Iets wat de uitgeverij volgens mij prettig vindt, omdat dat een gelijkwaardiger gesprek mogelijk maakt.'

Maar de opkomst van het digitaal lezen dan? De Auteursbond zet zich ook in voor een fatsoenlijke royalty voor schrijvers.
'Ik kan me goed voorstellen dat dat belangrijk is, maar kan er moeilijk over oordelen. In mijn geval is digitaal lezen maar een heel klein onderdeel van mijn inkomsten.'

Liever dan een vakbond zou je dus een agent willen?
'Ja. Alle zakelijke aspecten kosten me zoveel energie. Ik kan niet even snel in drie regels een antwoord op een mail geven. Ik stel het dus uit. En terwijl de mails blijven binnenkomen, sleep ik ze als een steen om mijn nek mee. Dan zou een agent een uitkomst zijn. Eentje die begrijpt wat ik doe én die zichzelf kan terugverdienen. Dat laatste zal niet meevallen. In de kinderboekenwereld gaan geen bakken met geld om.'

Maar het is voor een agent wel mogelijk om zichzelf terug te verdienen?
'Dat denk ik wel. Hoewel de scheidslijn minder strak wordt getrokken dan vroeger is er in de kinderboekenwereld nog altijd een tweedeling tussen literaire en commerciële kinderboeken. Mijn werk wordt ingedeeld in de literaire hoek. Niet onterecht, maar ik denk wel – als ik praat met kinderen in het land – dat ik mede daardoor niet het volledige potentieel aan lezers bereik. Daar moet winst te behalen zijn.'

Is dat niet eerder een taak van de uitgeverij?
'Oók. Ik praat hier veel over met Leopold. Zij doen ook veel voor mij. Maar ik ben niet de enige schrijver in hun stal. De uitgeverij heeft een groot fonds, ik begrijp dat ze zich voor alle auteurs moeten inspannen.'
(Lichtelijk bewerkte versie van interview voor Boekblad.nl, 7 dec)

dinsdag 12 december 2017

Nieuwe directeur Peter Hendriks: 'Malmberg moet zijn horizon verbreden' (Boekblad)

De cultuur opener maken, zoeken naar groeimogelijkheden en de uitrol van het nieuwe business modellen. Peter Hendriks, de nieuwe directeur van Malmberg, vertelt over zijn eerste maanden bij de educatieve uitgeverij.

Wat gaat het toch eigenlijk traag met die digitalisering in het onderwijs, dacht Peter Hendriks altijd. In de wetenschappelijke uitgeverij, waar hij zelf werkte, was de content allang verrijkt elektronisch toegankelijk via databases, terwijl zijn kinderen nog met vijf kilo papier in hun rugtas naar school gingen. Docenten en leerlingen hadden toch zo snel mogelijk efficiëntere leermiddelen moeten kunnen krijgen?
'Als je eenmaal in die wereld stapt, blijkt het uiteraard genuanceerder te liggen', zegt de nieuwe directeur van Malmberg nu. 'Leraren zijn vaak terughoudend om de digitale slag te maken. Zij houden – heel begrijpelijk – vast aan een bewezen manier van werken. Maar ook leerlingen geven nog steeds aan hoe prettig ze het vinden om vanuit een boek te werken. En de iPad is niet de oplossing voor alles, zoals je als buitenstaander geneigd bent te denken. Je moet blended concepten aanbieden, omdat je sommige leerelementen het beste via folio en andere, zoals verwerken, oefenen en toetsen het beste via digitale oplossingen leert. Je moet daarbij aansluiting houden met de transitie van het onderwijs, anders slaan je producten domweg niet aan.'
En dan is Malmberg, vindt Hendriks, allesbehalve een achterblijver naast de grootste educatieve spelers in Nederland: ThiemeMeulenhoff, Noordhoff en Zwijssen. 'Malmberg is op tijd op de digitale trein gesprongen. Kijk naar de bezetting op ons kantoor: meer dan een de helft van onze mensen is continu bezig met digitale ontwikkeling en serviceverlening – en dat terwijl het een grote uitdaging is om goede it-mensen te krijgen, omdat iedereen aan hen trekt. Malmberg heeft gelukkig ook de omvang om de vaak serieuze investeringen hierin op te kunnen brengen.'

Bijna dertig jaar werkt Hendriks in de uitgeverijsector. Tot twee jaar geleden altijd bij de opvolgers van het bedrijf waar hij in 1988 als trainee begon: Wolters Kluwer. Nadat Kluwer de wetenschappelijke tak had verzelfstandigd en deze vervolgens fuseerde met de eveneens afgestoten wetenschappelijke divisie van Bertelsmann tot Springer, belandde Hendriks in de directie van deze uitgeverij. Daar bleef hij tot Springer fuseerde met Nature, de laatste vijf jaar als chief publishing officer.
Na zijn vertrek bij Springer Nature zat hij daarna al snel in het circuit van start-ups en commissariaten. 'Maar toen ik werd gebeld voor deze functie kon ik de verleiding niet weerstaan en ging ik in gesprek met moederbedrijf Sanoma. Malmberg is zo'n prachtig bedrijf, dat echt impact heeft op het aanbod van educatie in Nederland.' Hendriks' voornaamste taak werd het om de uitgeverij 'de volgende stap te laten maken in de transitie naar een uitgeverij met een integraal aanbod van folio en digitaal. Want dat je de beste bent, wil nog niet zeggen dat je het goed doet.'
Hij trof een 'redelijk verzuilde organisatie' aan. Malmberg is nog altijd primair georganiseerd rond wat hij 'deelmarkten' noemt: basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo. 'Malmberg is een verzameling mini-bedrijven compleet met winst- en verliesrekening. Maar een digitale uitgeverij draait om het ontwikkelingen en exploiteren van digitale concepten en platformen die marktoverstijgend zijn. Dat vereist een geïntegreerde klantgerichte organisatie.'
Hendriks formuleert het scherper dan het in werkelijkheid is om zijn punt duidelijk te maken. 'Er is al veel te winnen door een cultuur van openheid te bevorderen. Dat begint bij mij. Ik heb na mijn aantreden op 1 mei ook mijn managementteam gevraagd als Malmberg-executive naar de hele onderneming te kijken. Die mindset straalt door naar de kernteams en zo naar het hele bedrijf.'
En dan zie je dat er in vijf maanden al veel gewonnen is. 'Ja, dat gaat heel snel. Medewerkers – over het algemeen hoogopgeleid en zeer gemotiveerd – kijken meer over de grens van hun unit heen naar wat goed is voor onze klanten. Dat zie je terug in samenwerkingsverbanden tussen units en in investeringsbeslissingen die worden genomen. De “concurrentie” is tenslotte buiten en niet binnen.'

Hendriks kan deze beweging naar een nieuwe organisatie beheerst en doordacht uitvoeren omdat Malmberg opereert in een stabiele, cyclische markt. 'Wel is marktwerking er na de invoering van de wet op de gratis schoolboeken niet op vooruit gegaan, door de consolidatie aan de kant van de distributie en de verplichte aanbesteding. Traditionele boekenfondsen met verhuurmodellen belemmeren de snelheid van innovatie.'
Dat ziet Hendriks bijvoorbeeld terug in de problemen met digitale leveringen die er dit jaar waren. 'Dat is mij echt een doorn in het oog. Docenten en leerlingen willen eenvoudig toegang krijgen via één handeling, maar het is nu onnodig complex georganiseerd. Dat maakt digitale levering voor scholen bovendien duurder dan het kan zijn. Eigenlijk geldt dat ook voor de levering van fysieke boeken. Als je bedenkt hoe vaak een boek wordt verplaatst voor het van de Chinese drukker bij de leerling belandt. Dat moet beter kunnen.'
Toch treden vanuit met name de IT-wereld nieuwe spelers toe op deze markt, die totaaloplossingen bieden aan basisscholen: leermiddelen, software én hardware. 'Gelukkig hebben wij fantastische content, dat blijft ook in de toekomst de basis voor Malmberg. Als wij echter willen groeien, moeten we wel nog meer veranderen van een methode-ontwikkelaar in een aanbieder van oplossingen voor scholen, docenten en leerlingen. Dat betekent dat ook wij onze horizon moeten verbreden.'

Welke kant Malmberg precies op beweegt, kan Hendriks niet zeggen. Hij werkt de komende maanden nog aan zijn strategisch plan. 'Er zijn opties genoeg om te groeien. Denk aan de thuismarkt. Ouders zijn steeds meer bereid te investeren in hun kind. Huiswerkbegeleidingsinstituten schieten als paddenstoelen uit de grond. Een andere optie is de groeiende educatieve corporate markt. Sanoma is daarmee met Sam al gestart: een apart bedrijf dat zich specifiek richt op safety-trainingen en wordt geleid door mijn voorganger Harold Rimmelzwaan.'
Sanoma heeft eerder dit jaar haar belang in de Nederlandse tv-branche verkocht, daarmee ontstaat meer focus op learning; 'Sanoma heeft een prachtige positie in Noord-Europa met vijf marktleiders. Daarbij wordt de digitale transitie door samenwerking met de uitgeverijen in andere landen, zoals het Belgische Van In, versneld. Methodes waren vaak specifiek aan een land gebonden. Maar voor het creëren en uitrollen van digitale oplossingen geldt dat niet. Van Ins Bingel-platform voor het basisonderwijs, is al uiterst succesvol in Zweden en Finland.'
Dat vereist ook op dit niveau een open houding. 'Niet denken dat je zelf de beste van de klas bent, maar van elkaar leren. Als ik naar het succes van Bingel kijk, denk ik: petje af, wat kunnen wij daar mee?'

Wat wel zeker is: op de lokale markt draait het in de toekomst om the battle of the platforms. En dan moet je wel een platform hebben om mee te battelen. Hendriks is daarom 'erg gecharmeerd' van het MAX-model dat Malmberg dit jaar heeft gelanceerd. Het platform, bij de start voor twaalf methodes in het voortgezet onderwijs, biedt alle leerstof digitaal, aangevuld met jaarlijks een eigen boek voor iedere leerling. De technologie is bovendien adaptief en verrijkt met toetsen en tools voor docenten.
'Max is echt een gepaste stap voorruit', zegt Hendriks. En het slaat behoorlijk goed aan, zonder aantallen te willen noemen. 'Het eerste jaar was duidelijk boven verwachting, hoe vaak gebeurt dat? Met Max wordt bovendien het traditionele concept van een methode voor vier tot zes jaar – en in het basisonderwijs nog langer – definitief vervangen door een jaarlijks releasemodel, waarbij leerlingen altijd de meest actuele en bijgewerkte versie hebben. En dat voor een vergelijkbare prijs als een traditionele methode. Niet voor niets hebben Europese collega's al veel belangstelling voor Max.'
Dus ook al heeft Hendriks zijn strategisch plan nog niet klaar, 'de lijnen zijn helder'. Malmberg 'gaat dergelijke modellen verder uitrollen'. En er komt natuurlijk een versie voor het basisonderwijs, al dan niet in samenwerking met onze Belgische collega’s. En dan komt het – uiteindelijk toch zo snel mogelijk, weet Hendriks nu – wel goed met de transitie van het onderwijs.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, nov 2017)

Zie ook:

woensdag 6 december 2017

Interview Onno Wesseling over de prijs die hij van zijn voormalige uitgevers kreeg (Boekblad)

Annemie Jans en Eric Visser, oud-eigenaren van De Geus, geven vijf jaar lang elk jaar 5.000 euro aan een Nederlandstalige auteur uit hun fonds. Eerste winnaar van De Pluim is Onno Wesseling, die twee romans bij De Geus heeft gepubliceerd. Er zijn ook andere manieren dan een zo hoog mogelijk voorschot om een schrijver te laten merken dat je zijn werk graag uitgeeft, vindt hij.

Dat moet een aangename verrassing zijn geweest.
'Héél aangenaam. Annemie en Eric hadden deze prijs een jaar geleden bij hun afscheid aangekondigd, maar ik had er geen rekening mee gehouden dat ik hem zou kunnen krijgen. Toen ze mij en mijn vrouw uitnodigden voor een etentje in een goed restaurant in mijn woonplaats Amstelveen was ik hem eerlijk gezegd alweer vergeten. Ik snapte daarom niet dat er voor nóg twee mensen was gedekt. Na een minuut of tien kwamen uitgever Nele Hendrickx en mijn redacteur Ad van den Kieboom binnen. Waarom? Annemie verloste me gelukkig snel uit mijn lijden: "Herinner je die prijs nog?" Ja, het is echt een heel grote erkenning, ook vanwege de reden waarom ik hem kreeg.'

Want?
'Eric vertelde dat hij bij de oprichting van De Geus vooral verhalenvertellers in zijn fonds wilde opnemen. Zo zie ik mezelf ook: als een verhalenverteller.'

Bent u daarom in 2013 bij De Geus gedebuteerd met De eeuw van Carlos Moreno Amador?
'Ik heb vooral voor De Geus gekozen om hun kritische houding. Toen Sebes & Bisseling mijn boek uitzette, waren uiteindelijk twee uitgeverijen heel enthousiast. De eerste – ik noem geen naam – beloofde al die mooie dingen die je als debutant wil horen, zoals: "we gaan je boek uitgeven als hardcover". De Geus was net zo enthousiast, maar Ad zei óók: "er moet nog wel het een en ander aan je manuscript worden gedaan". Hij gaf daar gelijk concrete voorbeelden van. Dus toen er een veiling kwam en beide ongeveer evenveel boden voor een two book-deal, dacht ik: bij De Geus zullen ze minder snel tevreden zijn en langer met de redactie doorgaan.'

En dat bleek?
'Jazeker. De Geus had een duidelijk idee van wat ze met het boek wilde. Sander van Vlerken, die toen nog uitgever was, besloot toch geen hardcover te maken om de prijs laag te houden. Dat vond ik vervelend om te horen, maar hij kon goed uitleggen waarom.'

Wat gaat u met het prijzengeld van 5.000 euro doen?
'Dat gaat vooral op aan publiciteit. Dat is ook de reden van De Pluim: auteurs ondersteunen die niet de aandacht krijgen die ze verdienen. Dat maakt het ook een prijs van deze tijd, waarin het zo moeilijk is geworden om zonder bestseller toch aandacht te krijgen. Ik ben niet veel besproken in landelijke dagbladen. Dat wil zeggen: een keer, in het Algemeen Dagblad. Daarnaast gebruik ik een deel gewoon om te leven. Schrijven is zoals bekend geen vetpot.'

Wat voor campagne gaat u precies voeren?
'We hebben er wel over gesproken tijdens het etentje, maar dat moet ik nog allemaal uitwerken met Nele, Ad en de andere mensen van Singel Uitgeverijen, die De Geus heeft overgenomen. Ook wil ik de ideeën bespreken met Remco Houtepen van Venstra – de winkel waar ik al mijn hele leven, vanaf het moment dat ik er mijn schoolboeken haalde, vaste klant ben. In de boekhandel weten ze toch het beste wat werkt en wat niet. '

Toch heeft het ook iets geks: hadden Jans en Visser – met alle respect uiteraard – dat geld destijds niet al kunnen investeren in publiciteit voor uw werk?
'Dat vind ik moeilijk om te beantwoorden. Ik ken het beschikbare budget niet. Ik weet ook dat de lezersmarkt erg onder druk staat en alle boeken illegaal kunnen worden gedownload, waardoor het uitgeven van een boek – toch al een gok – nog onzekerder is geworden. Er zijn in het verleden boeken uitgegeven waar behoorlijk op is toegelegd. Niet per se door De Geus, maar door uitgeverijen in het algemeen. Dan kan ik me voorstellen dat een uitgeverij niet te veel risico wil nemen. Tegen die achtergrond kan ik De Geus alleen maar prijzen voor de manier waarop ze mijn boeken in de markt hebben gezet. Er is echt nagedacht over hoe dat het beste kan. Er werd ook serieus geluisterd naar voorstellen van mijn kant.'

Hoe ging dat met Suiker uit 2016?
'Publiciteitsmedewerker Fran van den Bogaert heeft daarvoor fantastisch werk verricht. Dankzij haar zat ik bijvoorbeeld op de radio bij Kunststof en Opium. En alle journalisten die zeiden te reageren, belde ze net zo lang na tot ze inderdaad reageerden. Helaas werkt zij niet meer voor De Geus.'

Geldt dezelfde redenering voor voorschotten en royalty’s? Die hadden niet hoger hoeven te zijn?
'Er zijn ook andere manieren om te laten blijken dat je een schrijver graag wilt uitgeven. Dat ik een two book-deal kreeg bijvoorbeeld, terwijl ik van Suiker nog niet meer dan een concept had.'

Toch zijn er steeds meer uitgeverijen die auteurs hogere royalty’s geven. Steeds meer auteurs exploiteren hun werk zelf om er meer aan over te houden.
'Ik heb het geluk dat mijn vrouw, die operazangeres en -regisseur is, de kostwinnaar is. Ik hoef niet uitsluitend van het schrijven te leven. Dan vind ik het belangrijkste dat ik een uitgeverij heb die probeert zo veel mogelijk lezers voor mijn boek te vinden. Dat doet De Geus. En misschien klinkt hogere royalty’s aanlokkelijk, maar ik weet helemaal niet of dat realistisch is. Of wat voor consequenties dat heeft. Daarvoor weet ik te weinig van de economische aspecten van het uitgeven.'

Tot slot: hoe is het bij De Geus nu Jans en Visser weg zijn?
'Dat ga ik komend jaar merken. Omdat ik sinds de overname druk bezig was met het schrijven van mijn derde boek, heb ik nog weinig te maken gehad met Singel Uitgeverijen. Ik heb het manuscript een paar weken geleden ingeleverd. De fase waarin je echt contact hebt met een uitgeverij begint nu.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 29 nov)