Posts tonen met het label leesbevordering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leesbevordering. Alle posts tonen

vrijdag 2 augustus 2019

Interview: Felicitas von Lovenberg over de verantwoordelijkheid van het boekenvak voor leesbevordering (Boekblad/Boekenpost)

Ook een uitgeverij heeft de verantwoordelijkheid om lezen te promoten, vindt Felicitas von Lovenberg. De Duitse uitgeefster schreef Lezen in tijden van Netflixom argumenten aan te dragen in de strijd tegen ontlezing.

Felicitas von Lovenberg koestert geen illusies. De uitgeefdirecteur van Piper Verlag weet ook wel dat een boek over het belang van lezen alleen wordt gelezen door mensen die daar toch al van zijn overtuigd. Toch is het volgens haar belangrijker dan ooit om Lezen in tijden van Netflix te publiceren. 'Het is goed om onszelf eraan te herinneren waarom we lezen, zodat we daar gewapend met argumenten met anderen vaker over kunnen praten.'
In het eerste deel van haar boek, dat vorige maand in Nederlandse vertaling verscheen en de aanleiding was voor een debat tijdens Bookstore Day in boekhandel Broese (Utrecht), somt ze alle goede redenen op. Lezen is goed voor je gezondheid. Lezen stimuleert je kritisch vermogen. Lezen heft je eenzaamheid op. Enzovoort. In de andere twee delen geeft ze enkele persoonlijke bespiegelingen op vragen als waar te lezen, of je moet kiezen voor papier of digitaal, en waarom het bezit van een eigen bibliotheek zo'n genot geeft.
'De oorspronkelijke titel in het Duits is Gebrauchsanweisung fürs Lesen ('Gebruiksaanwijzing voor het lezen'), vertelt ze aan de telefoon vanuit München. 'Dat komt omdat het onderdeel is van een serie waarvan de delen allemaal zo heten. Deze serie van Piper bestond vorig jaar veertig jaar. We wilden voor het jubileum een bijzonder deel brengen. Toen ik dit idee kreeg, besefte ik onmiddellijk hoe noodzakelijk het is dit boek te maken. Juist in deze tijd.'

Want ook in Duitsland is de ontlezing enorm. Een jaar geleden presenteerde de overkoepelende branchevereniging Börsenverein des Deutschen Buchhandels daarover een rapport met de veelzeggende titel Boekenkopers – Quo vadis?. Daaruit bleek dat het percentage Duitsers dat A-boeken kocht, was gedaald van 54% van de bevolking in 2012 naar 41% in 2017. Anders gezegd: de boekhandel verloor in zes jaar tijd 7,3 miljoen klanten.
'Iedereen wist wat de olifant in de kamer was', zegt Von Lovenberg. 'Iedereen heeft er namelijk ervaringen mee. Ik ook. Een jaar of acht geleden was het nog heel normaal om tijdens diners te praten over boeken en naar huis te gaan met ideeën voor wat je nu wilde gaan lezen. Nu praat men alleen over tv-series, politiek, opera's. Ook al zit je met z'n tienen aan tafel: het gaat niet over boeken. Door de studie kon iedereen opeens de olifant zíén.'
De studie zette daarom een proces in gang om het boek terug op de kaart te zetten – een proces waar Von Lovenbergs boek in zekere zin onderdeel van is. 'Van het ontwikkelen van digitale hulpmiddelen om mensen te helpen bij het vinden van hun volgende boeken tot het aanboren van nieuwe doelgroepen door boekhandels, er werd opeens van alles in gang gezet door uitgeverijen, boekhandels en de branchevereniging', prijst zij de spirit in het vak.
Met succes. In 2018 groeide het aantal boekenkopers met 300.000 mensen, een stijging van 1%. 'Al heeft dat ook te maken met een groeiend besef bij mensen dat, zoals Zadie Smith schreef, sociale media meer kapot heeft gemaakt aan de cultuur dan in de eeuwen daarvoor is opgebouwd. Steeds meer mensen beseffen dat ze een bevredigender leven leiden als ze hun telefoon op z'n minst een paar uur per dag terzijde leggen en opnieuw een boek pakken.'

Von Lovenberg wil het boek terugbrengen als cultureel kompas door aan te sluiten bij de hedendaagse zoektocht van zelfverbetering. 'Er is zoveel aandacht voor het verbeteren van je gezondheid, fitheid, levensverwachting en meer. Waarom niet laten zien dat boeken hetzelfde doen – wat nog maar een paar jaar uit onderzoek bekend is? Zodat mensen eerst na de sportschool gaan voor hun fysieke gezondheid en daarna een boek pakken voor hen geestelijke gezondheid.'
Er is ook kritiek op die redenering denkbaar, zoals in Nederland Arie Storm die uit in zijn pas verschenen essay Het horrortheater van de Nederlandse literatuur. Hij verzet zich hierin tegen leesbevorderaars als CPNB en Stichting Lezen omdat ze in zijn ogen zo ver op de knieën gaan om mensen aan het boek te krijgen, dat de aandacht voor literatuur als kunstvorm erdoor verdwijnt. En als het niet meer uitmaakt wat men leest, is de literatuur ten dode opgeschreven.
'Dat geluid ken ik in Duitsland ook', reageert de uitgeefster, die tot 2016 zelf criticus bij de Frankfurter Allgemeine Zeitung was. 'Vooral journalisten maken dit punt. Maar als we massaal lezers verliezen, waarom zouden we dan roepen: je mag geen thrillers lezen, je moet van poëzie genieten? Velen die toch al moeite hebben in hun gefragmenteerde levens om tijd te vinden een boek ter hand te nemen, moet je niet wegjagen met een oordeel over die boeken.'
Beter dan te wijzen op de zeggingskracht en schoonheid van poëzie, kun je mensen overtuigen een boek te proberen door uit te leggen dat lezen helpt ter voorkoming van depressies. 'Dat zal hen eerder over de streep trekken om toch dat boek te pakken – ook al is het een thriller. En als een paar mensen die daarom de gewoonte oppikken vervolgens ook de diepte en het plezier van poëzie ontdekken, wat altijd een minderheid zal zijn, is dat meegenomen.'
Daar komt bij dat mensen veel meer dan vroeger bewust zijn van wat ze lezen op welk moment. 'Zoals je soms naar een restaurant met misschien wel een Michelin-ster gaat en soms gewoon een Frankfurter Bockwurst wil bij een kiosk. Zo wil men de ene keer een lekkere thriller, de andere keer een goed boek waar je moeite voor moet doen. Dat kiest iedere lezer helemaal zelf. Het idee dat er een bepaalde hiërarchie is waaraan je je hebt te houden, is verdwenen.'

Het belangrijkste vindt Von Lovenberg dan ook dat mensen het plezier van lezen (opnieuw) ontdekken. Dat begint al op school, dat niet te veel nadruk moet leggen op het analyseren van meesterwerken uit de canon die voor veel leerlingen nog te moeilijk zijn. Geef leerlingen de ruimte om hun eigen gang te gaan. 'Ik had zelf het geluk leraren te hebben gehad die mijn verbeelding en creativiteit stimuleerden. Dat heeft zo'n groot verschil gemaakt.'
Gelukkig ziet ze dat ook in Duitsland veranderen. Te beginnen op de school van haar zevenjarige zoon. 'Die is nog maar net begonnen met lezen. Hij heeft via school toegang gekregen tot Antolin: een computersysteem waarin duizenden boeken zijn opgenomen. Hij kan die lezen, daarna een quiz daarover doen, maar ook een eigen leesplank bijhouden. Hij vindt het geweldig. Dus ja, zo krijgt hij vanzelf gevoel en liefde voor het product boek.'
Maar ook uitgeverijen als Piper Verlag hebben een verantwoordelijkheid, vindt ze. Om te beginnen door hun werk goed te doen: geweldige boeken maken en daar een zo groot mogelijk publiek voor vinden. 'Dat klinkt vanzelfsprekender dan het is', legt ze uit. 'Boeken hebben bijvoorbeeld tegenwoordig maar een kort leven. Verkopen ze niet direct, dan verdwijnen ze na een paar maanden uit de winkel. Dus je moet veel beter dan vroeger uitkienen wanneer je een titel brengt.'
Daarnaast dienen uitgeverijen te experimenteren met de inhoud – om aansluiting te vinden bij de moderne consument. Als die door Netflix en digitale leesplatformen gewend raakt aan respectievelijk series en kortere teksten, moet je de mogelijkheden onderzoeken van serialization en shortform fiction. 'Alleen: niet om het experimenteren zelf. Je moet als uitgever brengen waar je zelf echt in gelooft, anders prikt de consument daar direct doorheen.'
Vervolgens heeft de uitgeverij de verplichting meer marketinginspanningen te doen dan voorheen. Niet alleen voor het eigen fonds. 'Zo hadden we in München, de stad met de hoogste concentratie uitgevers van Duitsland, een soort open deur-week. Zeven avonden op rij nodigde steeds één uitgeverij lezers uit om met hen kennis te maken. Van licentieverkopers tot omslagontwerpers: iedereen vertelde wat hij deed. Dat was erg leuk en succesvol, met zo'n honderd bezoekers per avond.'

Natuurlijk heeft Piper ook e-boek- en luisterboekversies van haar titels in de catalogus. Vooral luisterboeken promoten het lezen, denkt Von Lovenberg. 'Ze vergroten de mogelijkheden om te lezen. Je kunt immers luisteren tijdens het koken of autorijden. Voor het eerst in de geschiedenis kun je multitasken tijdens het lezen. En al is dat niet hetzelfde als lezen: als je naar Madame Bovary luistert, heb je wel degelijk dat verhaal meegekregen.'
Maar het sterkste argument voor het luisterboeken is: luisteraars zijn minder kritisch dan lezers. 'Vergelijk de online recensies van consumenten van de papieren versie en het luisterboek van dezelfde tekst. De eerste zijn altijd wat negatiever. Dat komt omdat lezen een grotere inspanning vereist. Je vraagt je daarom sneller af: is dit boek wel deze moeite waard? Maar door de positieve ervaring van het luisteren, ga je het ook sneller nog een keer doen.'
Of het e-boek een soortgelijke marktverbredende kracht heeft, betwijfelt ze. De keuze voor analoog of digitaal, schrijft ze in Lezen in tijden van Netflix, valt in het voordeel van de eerste uit. Wie van papier leest, begrijpt de tekst beter en onthoudt hem ook langer. Bij gebrek aan fysiek object, inclusief persoonlijke vingerafdruk vanwege de achtergelaten gebruikssporen als een vlek of ezelsoor, vervluchtigt de inhoud razendsnel. Wil je dan nog meer lezen?
'Bovendien blijkt dat kinderen die een eigen bibliotheek aanleggen, later ook lezers worden. Of een e-boekbibliotheek hetzelfde effect zal hebben, is moeilijk te zeggen. Maar het risico bestaat wel dat de huidige e-boeken, net als de VHS-banden van weleer, ooit onleesbaar worden. Nee, wat betreft is de gunstigste ontwikkeling van e-boeken dat uitgeverijen daardoor hun papieren uitgaven mooier zijn gaan maken. Zodat een eigen bibliotheek nog begeerlijker wordt.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, juni 2019 – en in Boekenpost)

woensdag 11 januari 2017

Boekstraat ontwikkelt zich tot rage in Vietnam (Boekblad)

Een jaar na de opening van de eerste 'boekenstraat' in Ho Chi Minh Stad ontwikkelen nu ook Hanoi en Danang winkelstraten met louter boekhandels.

Nagenoeg precies een jaar geleden ging de boekenstraat in Nguynen Van Binhstraat in District 1, het stadscentrum van de miljoenenstad, open: 144 meter lang met twintig boekhandels, die allemaal door een uitgeverij worden geëxploiteerd. De straat bevat ook twee 'boekcafés' en een aparte zone voor kinderen. Er wordt een breed gamma aan producten verkocht: van nieuwe en tweedehands boeken, inclusief een bescheiden Engelstalig aanbod voor toeristen, tot audio- en videoproducties. Het hele jaar door vinden er activiteiten en exposities plaats.
Het ontwikkelen van de straat kostte de uitgevers 9,4 miljard Vietnamese dong (393.000 euro). In het eerste halfjaar verkochten de deelnemende bedrijven al 240.000 boeken, goed voor een gezamenlijke omzet van 15 miljard dong. En dat in een land dat niet bekend staat om zijn grote leesliefde. Niet meer dan ongeveer dertig procent van de 95 miljoen inwoners tellende bevolking zegt weleens een boek te lezen. De kleine tweehonderd uitgeverijen publiceren dan ook maar 26.000 nieuwe titels per jaar – ofwel 1 titel per 3.650 inwoners.
Het succes heeft de aandacht getrokken van andere steden. Op 21 april van dit jaar opent hoofdstad Hanoi een ook in omvang nagenoeg identieke 'boekstraat' in de 19 decemberstraat – ditmaal echter gefinancierd door het stadsbestuur, die ook overweegt verspreid door de stad lege boekenplanken op te hangen waar mensen hun aankopen kunnen stallen, zodat ze door meerdere inwoners kunnen worden gelezen. De kleinere havenstad Danang heeft inmiddels als derde aangekondigd een boekenstraat te zullen neerzetten.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 6 jan)

zondag 11 december 2016

SSS krijgt alsnog subsidie dankzij ambitie om de opbrengst voor leesbevordering te vergroten (Boekblad)

Schrijvers School Samenleving (SSS) krijgt alsnog subsidie voor de periode 2017-2020. Dat adviseert de Raad voor Cultuur nadat SSS op haar aandringen een aangepast beleidsplan had ingediend.

SSS heeft in haar bijgewerkt beleidsplan 'een stap vooruit gezet' en verdient daarom de gevraagde subsidie van 650.000 euro, aldus de Raad. 'De ambities zijn duidelijker beschreven dan in de eerdere aanvraag,' schrijft de belangrijkste adviseur van het ministerie van OCW, 'maar moeten nog wel uitgewerkt worden.' Dat houdt in dat SSS over twee jaar een voortgangsrapportage moet schrijven om hen te informeren over het beleid waartoe verschillende experimenten en pilots hebben geleid.
Directeur Anne Zeegers is 'heel blij' met het advies van de Raad. 'Wij hadden voor onze tweede plan simpelweg meer tijd om onze plannen te laten rijpen en konden daarom explicieter en concreter zijn.' Dat SSS een voortgangsrapportage moet schrijven is in wezen haar eigen suggestie, aldus Zeegers. 'Wij hebben allerlei plannen, maar we kunnen niet vanaf de tekentafel alle effecten daarvan overzien. Wij hebben ruimte nodig om pilots uit te voeren. De Raad heeft daar begrip voor.'
SSS blijft haar kerntaak trouw: het verspreiden van verhalen en van literatuur door het organiseren van ontmoetingen tussen auteurs en lezers. Het heeft de Raad overtuigt dat die ontmoetingen ook in de toekomst fysiek en niet virtueel plaats moeten vinden. In de live ontmoeting schuilt de meerwaarde. Wel gaat SSS de opbrengst voor de leesbevordering zo groot mogelijk maken. Dat uit zich in meer inspanningen voor de auteurs én voor de organisatie die hen uitnodigen, als ook door meer samenwerkingen aan te gaan.
Auteurs krijgen de mogelijkheden om zich op een binnenkort nieuw te lanceren website uitgebreid te presenteren – met bibliografie en foto, maar ook met filmpjes of anderszins. Ook gaat SSS auteurs met workshops en intervisies begeleiden. Zeegers: 'Dat geldt zowel voor nieuwe auteurs als voor auteurs die al langer bij scholen, bibliotheken en literaire organisaties komen en eens wat anders willen doen. Wij gaan hen inspireren.'
Daarbij komen meer auteurs in aanmerking voor bemiddeling. Op aandringen van de raad zal SSS niet alleen auteurs accepteren die bij een erkende uitgeverij hebben gepubliceerd, maar ook auteurs die schrijven voor radio, film en tv of spoken word-artiesten. 'Voor de selectie gaan we werken met scouts – mogelijk panels van boekhandelaren, programmeurs van festivals en jeugdplatforms – en onderzoeken in een pilot aan de hand van welke kwaliteitscriteria we hen kunnen selecteren.'
De organisaties die auteurs uitnodigen krijgen met de nieuwe website een beter zicht op de mogelijkheden. 'Daarnaast introduceren we een online inspiratie- en kennisplatform, waar we ervaringen, tips & tricks en best practices samenbrengen voor organisatie, sponsoring en promotie van een schrijversbezoek. Deze informatie wordt ook via de nieuwsbrief verspreid.'
SSS zet samenwerkingen op of verstevigt die met De Schoolschrijver, Stichting Lezen, CPNB en uitgevers. Zo voeren SSS en Stichting Lezen begin volgend jaar een onderzoek uit naar de bijdrage van schrijversbezoeken aan leesbevordering. Van uitgevers – van wie de raad een groter financieel commitment verlangt – wordt voorgesteld dat zij bijdragen door bijvoorbeeld auteurs te helpen met het materiaal voor hun etalage op de SSS-site, maar mogelijk ook door een deel van de kosten voor trainingen voor hun auteurs op zich te nemen en boekverkopers te steunen die hun auteur uitnodigt – zoals nu al met jeugdboekenschrijvers het geval is.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 7 dec)

Zie ook:

dinsdag 20 september 2016

Interview Jef van Gool (Literatuurplein): 'Het zal moeilijk worden Literatuurplein los te laten' (Bibliotheekblad)

Of hij nu de kwaliteit van de aanschafinformaties voor bibliotheken beoordeelde of een informatieve website over boeken beheerde, Jef van Gool had tijdens zijn lange carrière in de bibliotheekwereld altijd maar één doel: mensen kennis laten maken met boeken en enthousiasmeren voor lezen. De leesbevorderaar in hart en nieren neemt nu afscheid.

Het is dat bibliotheekorganisaties af en toe fuseren, reorganiseren of splitsen. Anders zou de LinkedIn-pagina van Jef van Gool er karig uit hebben gezien. De productmanager Literatuurplein, zoals zijn laatste functie luidt, werkte veertig jaar voor dezelfde organisatie. Alleen: in 1976 heette die nog het Nederlands Bibliotheek en Lectuur Centrum. In 1992 werd dat de Vereniging van Openbare Bibliotheken, waarna hij na de ontvlechting in 2011 bij Stichting Bibliotheek.nl terecht kwam. En op 15 september nam hij afscheid van de Koninklijke Bibliotheek, waar BNL vorig jaar in opging.
Uit alle fases van zijn carrière heeft de geboren en getogen Vlaming allerlei producten, beleidsvoorstellen en boeken bewaard. In de dagen voor zijn laatste werkdag moest het allemaal worden opgeruimd. Met spijt in zijn hart. 'Ik ben blij dat de KB me vier maanden na mijn AOW-leeftijd heeft laten blijven', vertelde hij tussen de werkzaamheden door. 'Ik had best nog langer willen blijven. Het zal onwezenlijk zijn niet meer elke dag naar mijn werk te gaan. Literatuurplein is zo'n integraal deel van mijn leven geworden. Ook 's avonds en in het weekend was ik ermee bezig. Als Nieuwsuur de shortlist van de ECI Literatuurplein bekend maakt, moet dat meteen online. Actualiteit is actualiteit.'
Gelukkig is pensionering niet hetzelfde als stoppen met werken. Van Gool zette al enige tijd geleden het bedrijfje Boekrijk op, waar hij tot nu toe weinig mee heeft gedaan. Hij zal zich onder die vlag bezig houden met lezen, literatuur, leesbevordering. 'Er komen mooie opdrachten aan. Dat is nog niet concreet, ik kan er daarom weinig over zeggen. Maar ik ga mijn kennis van boeken op veel verschillende manieren inzetten. En als ik dan fulltime blijf werken, waarom niet? Mijn leeftijd is geen enkele reden om minder actief te zijn.'

Veertig jaar dezelfde werkgever, maar niet veertig jaar hetzelfde werk. In 1976 was een website als Literatuurplein.nl nog volstrekt ondenkbaar.
'Zeker. Het was een kwestie van kansen krijgen en pakken. Maar voor een deel heb ik ook mijn eigen werk geschapen. Ik schreef in 1984 de eerste notitie over leesbevordering, waarna dat een belangrijk component van mijn werk werd. In de jaren negentig kwam het digitale op. Alle producten die wij voor de openbare bibliotheek maakten – documentatiemappen, keuzelijsten, reizende tentoonstellingen – konden dan, als de actualiteit daarom vroeg, nog dezelfde dag bij de bibliotheek zijn. Dat vond ik interessant. Toen heb ik eerst BiblioWeb opgezet. Vanaf 2001 begon ik met de plannen voor Literatuurplein.'

Maar het draaide wel veertig jaar om leesbevordering.
'Dat zou je kunnen zeggen. Ik ben ooit binnengekomen als ‘redacteur-vergelijker’ voor de aanschafinformatie. Ik maakte, aan de hand van het genre science fiction, een rapport over de kwaliteit van de a.i-tjes ten opzichte van andere informatiebronnen. Dat heeft nogal wat stof doen opwaaien. Het leidde tot een volkomen nieuw recensentenbestand voor het genre en een aanpassing van het recensiebeleid. Daarna werd ik snel hoofd Lektuurvoorlichting volwassenen – lektuur met een k, zoals het in die tijd werd gespeld. De materialen die we naar bibliotheken uitzetten, onder meer keuzelijsten over alle mogelijke maatschappelijke onderwerpen: van abortus tot zelfdoding, hadden in wezen dezelfde functie als Literatuurplein nu. Dat is: inspireren door goede boeken aan te reiken, vergezeld van passende informatie daarover.'

Hoe kwam het dat je het eerste rapport over leesbevordering schreef?
'Het ministerie van OCW had een studie uitgevoerd naar boekpromotie, zoals dat toen heette. Daar werd met geen woord gerept over wat de openbare bibliotheek allemaal deed op dat gebied. Ik heb dat in beeld gebracht. Daarbij waren dit de jaren waarin het boekenvak de uitleningen van bibliotheken als de grootste bedreiging zag. Er was geen enkele samenwerking, alleen maar animositeit richting bibliotheken. Ik pleitte ervoor dat je hier anders naar moest kijken. Boekenvak en bibliotheek hebben juist een groot gezamenlijk belang: leesbevordering, zoals het toen in Duitsland al heette. Daaruit groeide het Samenwerkingsverband Leesbevordering en later Stichting Lezen.'

Beschouw je jezelf als geestelijk vader van Stichting Lezen.
'Nee. Ik heb er mede aan de basis van gestaan en er de eerste beleidsnota voor geschreven. Meer niet. De Nationale Voorleesdag met de Nationale Voorleeswedstrijd, daar mag je me wel de initiator van noemen. Een voorleeswedstrijd was toen ook niet vanzelfsprekend. Kinderen die onderling strijd leverden, daar was echt weerstand tegen. En nu is het niet meer weg te denken.'

Ben je daar het meest trots op?
'Daar ben ik trots op. Maar Literatuurplein is echt mijn kindje. Dat heb ik vanaf nul opgebouwd, uitgebouwd en beheerd. Het zal moeilijk worden dat los te laten. Gelukkig heb ik in Sophie Ham een goede opvolgster. Zij heeft Nederlands gestudeerd en komt uit de schoot van de KB.'

Wat is het effect geweest van al die inzet voor leesbevordering?
'Het is natuurlijk moeilijk in cijfers aan te tonen. Wat zou er zijn gebeurd als ik het niet had gedaan? Wel is het bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur in de nieuwe wet benoemd als een van de vijf kernfuncties van de bibliotheek. Dat is niet mijn verdienste, maar het geeft aan dat de bibliotheek leesbevordering echt heeft opgepakt en het zelf heeft erkend als een essentiële taak. Kijk bijvoorbeeld naar Boekstart – waar ik zelf niets mee te maken heb gehad. Er is bijna geen bibliotheek die niet koffertjes aan de jongste inwoners van hun werkgebied aanbiedt en zo vanaf het begin inzet op kennismaken met boeken.'

En toch schijnt de ontlezing al die decennia maar door te zijn gegaan. Denk je dan toch soms: al mijn werk is mislukt?
'Zeker niet. Kijk ook naar hoe belangrijk de bibliotheek nog altijd is – juist voor het kennismaken met boeken en enthousiasmeren voor lezen. Het bezoek van kinderen trekt de laatste jaren weer aan. Dat heeft te maken met wat de bibliotheek hen te bieden heeft en hoe zij dat doet. Naast de collectieve acties van de bibliotheken zijn er de initiatieven op lokaal vlak, zoals het betrekken van leeskringen bij de bibliotheek en lezers de mogelijkheid bieden schrijvers te ontmoeten. Heel belangrijk. En niet te vergeten: de collectieve acties via de CPNB. Ik ben heel blij dat de bibliotheek destijds volwaardig lid van deze stichting is geworden. Daar is een actie als Nederland Leest uit voortgekomen, een van de grootste leesbevorderingscampagnes van het jaar.'

Wat is het effect van ontwikkelingen als de bezuinigingen en de sluiting van vestigingen op de leesbevordering?
'En vergeet de afname van aanschafbudgetten niet. Ik weet nog dat uitgevers vroeger in één keer uit de kosten konden zijn als de NBD de bestelling van de bibliotheken had geplaatst. Bestellingen tot 1400 exemplaren waren geen uitzondering. Al die sluitingen, bezuinigingen op personeel en inkrimping van de collectie hebben natuurlijk gevolgen gehad voor de kwaliteit van de dienstverlening. Maar omdat leesbevordering een kerntaak is geworden, wordt daar onverminderd op ingezet. De laatste jaren zijn vanuit Kunst van Lezen overal leescoördinatoren gekomen, die linken leggen met scholen en gemeenten. Cruciaal voor de samenhang.'

Maar er staan wel veel minder boeken in bibliotheken waar tot lezen aangezette leden en bezoekers naar kunnen grijpen.
'Dat is jammer, ja. Gelukkig wordt dat opgevangen door goede regionale afspraken over een gezamenlijke collectie, zodat veel titels tenminste in één vestiging aanwezig zijn, en is het interbibliothecaire leenverkeer sterk geprofessionaliseerd. Daarbij heb je tegenwoordig e-boeken. Ondanks de verplichting om voor ieder e-boek afspraken te maken met de rechthebbenden is de collectie inmiddels tien- tot twaalfduizend titels groot, een derde van het totale aanbod. Toen BNL in het begin nog niets kon bieden, heb ik overigens nog de eBooks Eregalerij opgezet. Een kleine collectie, maar wel een met inhoudelijke meerwaarde door aanvullende informatie en gerealiseerd in samenwerking met anderen – precies zoals ik vind dat de bibliotheek meerwaarde geeft aan een collectie boeken.'

Wat vind je ervan dat bibliotheken zich steeds minder op hun collectie richten en steeds meer op de bibliotheek als ontmoetingplaats?
'Dat sluit mooi aan bij leesbevordering. De bibliotheek kan dé plek zijn waar lezers elkaar ontmoeten. Daar is nog veel meer uit te halen. Maak een aparte ruimte in de bibliotheek voor literatuur, waar de catalogi van uitgevers liggen, pc's met literaire informatie, promotiemateriaal van leeskringen en zo veel meer. Organiseer boekpresentaties in de bibliotheek, sluit aan bij festivals, nodig writers in residence uit. Er kan zo veel.'

Hoe gaat het nu met Literatuurplein?
'Goed. Het bezoek blijft groeien. De site trekt jaarlijks 5,1 miljoen bezoekers die bij elkaar 21,2 miljoen pagina's bekijken. Een gemiddelde sessie duurt 7:47 minuten, waarbij gemiddeld 4,92 pagina's per sessie wordt bekeken. De site heeft daarbij een behoorlijke autoriteit opgebouwd. Dat is in 2009, voorafgaand aan de ontvlechting van de VOB onderzocht. Maar ook daarna zie ik het aan meldingen op Twitter en Facebook. Niet zelden staat informatie het eerst of exclusief bij ons. Met name over die informatie wordt redelijk veel getweet.'

En de site is voldoende geïntegreerd in de bibliotheek?
'Zeker. Alle rubrieken zijn als widget aan de bibliotheken aangeboden voor hun individuele sites. Met name het nieuws wordt massaal overgenomen. Als een auteur sterft en ik maak daar een nieuwsbericht over, is dat op tientallen sites te lezen. Zo hebben we 2,3 miljoen bezoekers per jaar via de bibliotheken. Gezamenlijk zijn zij goed voor 10,3 miljoen pageviews. En dat is maar goed ook. De externe redactie wordt betaald uit de inkoopgelden. Ofwel: de bibliotheken betaalden op die manier vanuit hun eigen budget voor een deel van de inhoud. Ik denk dat we heel zuinig moeten zijn op Literatuurplein en dat nu snel verder moeten ontwikkelen.'

Wat moet er worden ontwikkeld?
'O, een heleboel! Er ligt een heel plan met wel tien punten. De site is niet responsive, waardoor het er niet uitziet op de mobiele telefoon. Doodzonde. De vindbaarheid is niet optimaal omdat de url van auteurspagina's uitgaat van een ID-nummer, zoals vroeger normaal was, en niet van de naam van de auteur. De wereldkaart kan levendiger. De samenwerking met de DBNL, die nu ook in de KB is opgenomen, biedt allerlei nieuwe mogelijkheden.'

Er komt geen community bij? Een digitale variant van de leeskring, dat hoort toch bij uitstek bij Literatuurplein? Zeker nu Hebban zich stormachtig ontwikkelt als community.
'Ik heb ooit geprobeerd een forum op te bouwen. Maar ik kwam er al snel achter dat het niet samengaat: een informatieve, actuele site en een forum. Voor het laatste moet je heel anders schrijven en andere dingen opzetten om te zorgen dat de leden reageren en met elkaar in gesprek komen. Daarom is Literatuurplein de informatieve, actuele site – en nog altijd een unieke site ook, dankzij de koppeling van de CB- en NBD-databanken en de grote hoeveelheid informatie waarmee die is verrijkt. En wat nu De Boekensalon heet en van NBD Biblion is, is de community voor de openbare bibliotheek.'

Maar daar wil NBD vanaf. Althans: het gelijknamige blad is verkocht aan een commerciële uitgever. De online community niet. Moet de KB die overnemen.
'Laat ik zeggen: er zijn gesprekken over. Maar voor Literatuurplein is het zeker niet essentieel. Bovendien is de fysieke bibliotheek zelf de belangrijkste community. Daar staan de boeken, daar is een plek, daar zijn allerlei faciliteiten.'

Heb je in de begintijd van Literatuurplein, het tijdperk van goeroes die het einde van het papieren boek verkondigden, gedacht dat de site kon uitgroeien tot dé online bibliotheek van Nederland die alle fysieke bibliotheken overbodig maakt?
'Nee. Literatuurplein is met alle informatie ondersteunend aan bibliotheekinstellingen in het land. Ik geef toe dat ik in het begin wel dacht dat de groei van digitaal lezen sneller zou gaan. In Lezers en lasers, mijn boek uit 2002, nam ik allerlei scenario's op waarbij men ervan uitging dat mensen zelfs al in 2010 alleen nog digitaal zouden lezen. Niet dus. Het digitaal lezen zet wel door, maar het is niet verdringend. Daarom is Literatuurplein ook ondersteunend. De fysieke bibliotheek met al haar mogelijkheden en acties blijft de belangrijkste plek om mensen met lezen in aanraking te brengen. Vergeet niet: met vier miljoen leden is het nog altijd de succesvolste culturele instelling van Nederland.'
(Eerder gepubliceerd op Bibliotheekblad.nl, 16 sep)

zaterdag 17 september 2016

Interview Mirjam Mous: de lezers zelf maakten de opkomst van YA mogelijk (Boekblad)

Hoe ervaren schrijvers boekhandels, uitgevers en de boekenvakorganisaties? In de rubriek 'Schrijvers & het boekenvak' Mirjam Mous, een van de drie auteurs die een verhaal schreef voor 3PAK, het geschenk van de Literatour. Ze hoopt dat jongeren de bundel daadwerkelijk in de boekhandel ophalen – desnoods door hun ouders te sturen.

Mirjam Mous (1963) schreef sinds haar debuut Monsters Mollen! uit 1998 – verschenen bij Van Holkema & Warendorf, de imprint van Unieboek|Het Spectrum die nog altijd haar uitgever is – tientallen boeken voor alle leeftijdscategorieën. Ze publiceerde onder meer de meidenboeken-reeksen De strandtent en Maffe meiden en een aantal thrillers voor jongeren. Juist die laatsten boekten succes. Boy7 (2009), Vals Spel (2010) en PassWord (2012) waren allemaal Tip van de Jonge Jury, net als het 12+-boek Doorgeschoten (2004).

Worden uw werken voor de oudste jeugd inderdaad het minste gelezen?
'Ik weet niet hoe het bij andere auteurs is, maar bij mij is het precies andersom. Ze worden in elk geval veel meer uitgeleend en veel meer verkocht dan de boeken voor jonge kinderen. Vooral mijn thrillers.'

Heeft de opkomst van YA de leeslust van 15- tot 18-jarigen vergroot? 
'Ik denk dat het de leeslust in elk geval in stand kan houden. Op een gegeven moment voel je je te groot voor kinderboeken, maar kun je misschien ook nog niet echt genieten van boeken voor volwassenen, waarin levens worden geleid en dingen gebeuren die nog ver van je afstaan. YA vult de leemte tussen die twee boekenwerelden. Het genre is trouwens niet alleen geschikt voor 15- tot 18-jarigen. Vaak is het ook al favoriet bij lezers vanaf 11 jaar en er zijn volwassenen die het graag lezen.'

Is de opkomst van YA te danken aan het boekenvak – of aan anderen? 
'De inzet van de mensen uit het boekenvak heeft vast een rol gespeeld. Maar volgens mij hebben vooral de lezers zelf veel invloed. Als een scholier een boek aanraadt aan zijn klasgenoten heeft dat meer effect dan het advies van een ouder. En er zijn veel jonge, enthousiaste vloggers en bloggers, die zich met YA bezighouden.'

Heeft u daar al schrijfster ook aan bijgedragen?
'Ik meen van wel. Door op scholen en in bibliotheken over mijn boeken te vertellen. Na afloop willen de leerlingen bijna allemaal mijn boeken lezen. Ik krijg regelmatig berichtjes van enthousiaste scholieren, die "om" zijn. En van moeders, die me mailen: "dank je wel, je hebt mijn zoon aan het lezen gekregen." Haha, erg leuk!'

Wat voegt een evenement als de Literatour daaraan toe?
'Voor mij is de Literatour hetzelfde als een Kinderboekenweek en Boekenweek. Het straalt uit dat lezen leuk en cool mag zijn. Dat het een feestje kan zijn. We roepen dat lezen belangrijk is en dat het zo erg is dat de jeugd na de basisschool niet meer leest. Neem ze dan ook serieus. Met een boekengeschenk en een boekenbal, zodat ze er ook gewoon bijhoren. En ja, dat vind ik belangrijk. De schrijversbezoeken zouden niet alleen tijdens de Literatour maar het hele schooljaar moeten plaatsvinden – net als op de basisschool, net als lezingen voor volwassenen – wat gelukkig op nogal wat scholen ook zo is. Op sommige scholen is het heel normaal om te zeggen dat je lezen leuk vindt. Maar er zijn nog steeds klassen waar lezers dat niet durven uiten omdat er een lezen-is-voor-sukkels-klimaat hangt. Al kan de Literatour er maar een beetje aan bij dragen dat negatieve klimaat te doorbreken... Voor mij is het dan al geslaagd. Lezen moet te gek mogen zijn. Want dat is het!'

U schreef voor het geschenkboek van Literatour Domino Day. Wat maakt dat verhaal aantrekkelijk voor jongeren?
'Datgene wat, hoop ik, ook mijn boeken voor veel jongeren aantrekkelijk maakt. Ik begin niet met een rustige omschrijving maar sleur ze meteen het verhaal in, zodat ze verder willen lezen, en tracht alles zo op te schrijven dat je het als een film voor je ziet. Ik schrijf zeer direct, probeer het hoofdpersonage zo dicht op de huid te zitten dat zijn paniek, wanhoop, angst, onzekerheid op de lezer overslaat. Er zit vaart in, spanning, maar ook humor. Ik doe mijn best om de lezer op het verkeerde been te zetten, mee te laten denken. Jongeren zijn gewend aan veel prikkels en meestal snel afgeleid. Door onverwachte wendingen houd ik ze bij het verhaal. En de tekst moet klinken, net als muziek een bepaald ritme hebben, waardoor het lezen haast vanzelf gaat.'

De verhalen van u en Helen Vreeswijk worden gratis online verspreid. Wie dan ook het verhaal van Alex Boogers en de fysieke bundel wil, moet naar boekhandel en bibliotheek. Is dat de manier om jongeren daarheen te krijgen?
'Ik heb gehoord dat jongeren liever papieren boeken lezen dan op een e-reader of tablet. Dus hopelijk vinden ze het de moeite waard het geschenk op te halen. Maar misschien sturen ze gewoon hun moeder of vader naar de boekhandel, haha... Ik kan niet in de toekomst kijken.'

Doen uitgevers genoeg om jongeren aan het lezen te krijgen?
'Ik kan alleen over mijn eigen uitgeverij Unieboek|Het Spectrum oordelen en die doet dat erg goed. Ze hebben elk jaar een nieuw promoteam van lezers om YA-boeken te promoten, een eigen YA-magazine en een YA-site met heel veel volgers. Ze organiseren YA-bijeenkomsten met auteurs en werken veel samen met boekhandelaren. Soms hebben ze leuke YA-acties zoals tijdelijke kortingen en goodiebags. Bovendien onderzoeken ze regelmatig wat de doelgroep wil.'

Wat zouden uitgevers nog meer kunnen doen?
'Ik denk dat mijn uitgever al het mogelijke doet. Hoe het bij andere uitgevers gaat, weet ik niet. Bloggen, vloggen, dicht bij de jongeren staan en ze er actief bij betrekken – dat zijn allemaal ingangen.'

Doen boekhandels genoeg om jongeren aan het lezen te krijgen?
'Veel boekhandels wel, anderen zijn wat minder op jongeren gefocust. Welke? Te veel om op te noemen. Ik kan wel wat voorbeelden geven. In De Wolken in Voorburg heeft een YA leesclub en houdt binnenkort een Young Adult Sunday met workshops en ontmoetingen met auteurs. Bij Stevens in Hoofddorp hielden ze zelfs een sleepover in de boekwinkel. Door dit soort activiteiten wordt lezen groter dan een boek, iets wat je kunt delen, aan elkaar doorgeven.'

Wat zouden boekhandels nog meer kunnen doen?

'Kinder- en jeugdboeken niet in een hoekje of op de bovenste verdieping wegstoppen, maar juist uitnodigend in het zicht leggen. Samenwerken met scholen en bijvoorbeeld lezingen met boekverkoop organiseren. Maar ook informatieavonden voor leerkrachten Nederlands houden en hen enthousiast maken. Er zijn uiteraard al boekhandelaren die dat doen.'
(Eerder in licht verkorte vorm gepubliceerd op Boekblad.nl, 14 sep)

Zie ook:

dinsdag 13 september 2016

Someren & Ten Bosch (Zutphen) start literaire avonden voor jongeren (Boekblad)

Boekhandel Someren & Ten Bosch in Zutphen start dit najaar met een reeks literaire avonden voor bovenbouwleerlingen. Alex Boogers is de eerste auteur die, op 15 september, wordt ondervraagd door jongerenleesclub Nescio.

De avonden, waarvan er voorlopig een is gepland, zijn beperkt toegankelijk voor volwassenen. Van de dertig plaatsen in de boekhandel zijn er vijftien gereserveerd voor bovenbouwleerlingen, tien voor volwassenen en vijf voor docenten Nederlands. 'Maar als het uit de hand dreigt te lopen – en we kríjgen veel enthousiaste reacties – maken we er misschien staanplaatsen bij', zegt eigenaar Ine Soepnel.
De avonden zijn een gemeenschappelijk idee van de boekhandel en Nescio. Soepnel: 'Wij denken al lang na over hoe we jongens – een moeilijke doelgroep, helemaal als het pubers zijn – kunnen betrekken bij het mooie product in onze winkel. Toen de schrijver Bas Steman die hier in Zutphen woont, vertelde over zijn ervaringen met de jongerenleesclub, ontstond dit idee.'
Steman heeft Nescio opgezet toen hij merkte hoe zijn zoon Jip worstelde met de leeslijst en hij vond dat hij zijn eigen enthousiasme voor literatuur in moest zetten. Nescio bestaat uit vijf leerlingen van (sinds dit schooljaar) 5 vwo, die gezamenlijk de Nederlandse literatuur lezen en zo helemaal zijn gegrepen door de letteren. In januari van dit jaar schreef hij er hier over in de Volkskrant.
Voor de eerste keer nodigden Someren & ten Bosch Alex Boogers uit. Vanwege zijn Alleen met de goden is hij 'buitengewoon geschikt' voor de doelgroep, denkt Soepnel. Daarbij publiceerde hij begin dit jaar met De lezer is niet dood een schotschrift over lezen op school. De jongerenleesclub bereidt het gesprek voor, waarna twee leden van hen het interview afnemen.
Hoe het daarna verder gaat, weet Soepnel nog niet. Maar na een mailing naar docenten Nederlands verwacht ze dat de boekhandel te klein is en de avond misschien beter naar een grotere locatie verhuist. 'Terwijl we het nu per se in de winkel willen doen, om jongeren te laten zien dat een boekhandel niet eng of stoffig is maar een prachtige schatkamer waar van alles te ontdekken valt.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 26 aug)

donderdag 4 augustus 2016

Wielrenner citeert Mulisch

Een sporter die Harry Mulisch citeert. Hoewel topsport echt niet synoniem is voor ongeletterd, is een dergelijk blijk van belezenheid zeldzaam. De baanwielrenner Jenning Huizenga deed het in de toelichting op zijn besluit te stoppen als gevolg van de ziekte van Lyme. Hij zei tegen Nos.nl:

In het boek 'De elementen' schreef Harry Mulisch "Wat je wil zijn, ben je niet". Deze mooie zin heb ik altijd onthouden. Nu kan ik daar zelf aan toevoegen " Wat je was, ben je niet". Ik was baanwielrenner. Helaas kan ik dat niet meer zijn door de ziekte van Lyme.

Zou het toeval zijn dat het uitgerekend een wielrenner is? Dé sporter met de reputatie te lezen is ook een wielrenner: Bouke Mollema. Ook in de laatste Tour kwamen het verhaal weer voorbij dat hij in zijn hotelkamer las. Dikke boeken zelfs, volgens zijn kamergenoot.

Zie ook:
- Robin van Persie: de literair relevantste voetballer van het moment
- Bouke Mollema, kampioen van leesbevorderaars

maandag 25 januari 2016

Why I Love This Book viert eerste lustrum (Boekblad)

Met de publicatie van de duizendste video viert Why I Love This Book zijn vijfjarig jubileum – en sluit de site de eerste fase in zijn bestaan af. In de komende vijf jaar gaat oprichter Marc Barteling de zaken groter aanpakken.

In de jubileumvideo raadt Matthijs van Nieuwkerk Kees de jongen van Theo Thijssen aan. De keuze voor Van Nieuwkerk, wiens tip al tijdens Manuscripta in Zwolle is opgenomen, is niet toevallig: 'Ik maak filmpjes met lezers, schrijvers en BN'ers. Hij is het alle drie', zegt Barteling. Bovendien blijkt uit Van Nieuwkerks pleidooi zonneklaar wat de bedoeling is van Why I Love This Book: in minder dan een minuut legt hij even helder als bevlogen uit waarom hij de klassieker van Thijssen ieder jaar in januari herleest. 'Je mist meer dan je meemaakt, behalve als je Kees de jongen leest, want dan maak je reusachtig veel mee. En als je maar blijft dromen, houdt het leven nooit op.'
In zo'n korte tijd zo veel filmpjes te maken vond Barteling niet gemakkelijk. 'We begonnen met alleen lezers te filmen, waarvoor we veel naar evenementen gingen. Boeken- en andere culturele evenementen. Later werd het wel makkelijker omdat we auteurs gingen filmen, die over hun eigen boek en een favoriet boek praten. Dan had ik er meteen twee. Nu komen ze ook naar mijn studio in de Oude Kerk in Amsterdam. Maar het is vooral een kwestie van doorzetten geweest, dan kom je vanzelf op duizend.'
In totaal zijn de video's inmiddels meer dan 500.000 keer bekeken – met als absolute uitschieter die waarin Stephen Fry de loftrompet afsteekt over Ulysses van James Joyce: 121.252 views. Dat aantal groeit steeds sneller omdat de filmpjes op steeds meer plekken te zien zijn. Zo plaatsen Bol, ECI en Paagman alle auteursvideo's op de relevante productpagina's, zet Bol elke week een nieuwe video op de redactionele boekenpagina, heeft Scholieren.com 200 filmpjes bij even veel titels staan en De Boekensalon een groot aantal films bij boeken waarvoor deze site discussietips aan leesclubs geeft. Daarnaast zijn er talloze sites die met enige regelmaat video's doorplaatsen.
Barteling begon Why I Love This Book puur uit enthousiasme. 'Omdat ik het een goed idee vond en boeken leuk vind', vat hij samen. Gaandeweg boorde hij enkele inkomstenbronnen aan: een commissie als affiliate partner van diverse sites, een vergoeding van de evenementen waar hij naartoe gaat en – vooral – het maken van auteursvideo's in opdracht van uitgeverijen. Barteling vraagt daar sinds afgelopen zomer 100 euro per auteur voor. Uitgeverijen als WPG, VBK, Singel, LannooMeulenhoff en Xander zijn zo klant van Why I Love This Book geworden.
'Het houdt nog steeds niet over', zegt Barteling. 'De inkomsten gaan op aan een video-editor die ik voor twee dagen in de week inhuur, en een freelancer die me helpt met publiciteit. Ook heb ik geïnvesteerd in betere apparatuur. En dan blijft er een klein beetje voor mezelf over. Maar ik moet nog steeds af en toe freelance klussen aangaan [onder andere met het bouwen van sites en het geven van trainingen]. Dat vind  ik eigenlijk vervelend. Ik heb nog zoveel plannen, het is zonde dat ik dan mijn tijd daaraan moet besteden.'
Om een stap vooruit te kunnen zetten heeft Barteling afgelopen zomer de Stichting Why I Love This Book opgericht – met als bestuursleden schrijver Ronald Giphart, advocaat Hans Bousie en hoofdredacteur van De Boekensalon Annemarie van der Poel. 'Het idee is dat er naast een commerciële tak – de auteursvideo's voor uitgeverijen, waarvan ik hoop dat ze die standaard opnemen in hun checklist bij het opstellen van een marketingplan – een ideële tak blijft. Ik wil allerlei projecten opzetten die goed aansluiten bij wat ik nu doe, omdat ze te maken hebben met video, online en boeken. Daarvoor kan ik dan als stichting subsidie aanvragen bij allerlei fondsen. Daar ben ik nu bezig.'
Ideeën die Barteling heeft zijn onder meer een project om auteur in de vorm van een reeks video's aanwezig te laten zijn bij leesclubs. Met deze video's kunnen auteurs een impuls geven aan de discussie ter plekke over hun boek. Een ander idee draait om het filmen van zangers, rappers en andere muzikanten die vertellen over hun favoriete boek toen ze op de middelbare school zaten. Zo kunnen middelbare scholieren door hun idolen worden geïnspireerd om te gaan lezen.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 22 jan)

zondag 4 oktober 2015

Interview: Wat heeft Simon van der Geest met de bibliotheek? (Bibliotheekblad)

De veelgelauwerde kinderboekenschrijver Simon van der Geest, auteur van het Kinderboekenweekgeschenk 2015, vindt toegang tot bibliotheken essentieel. Zelf kon hij dankzij de bibliotheek Noors leren toen hij een tijdje in Noorwegen woonde.

De Bibliotheek op school is een goed initiatief. Niet dat Simon van der Geest de pretentie heeft er alles van te weten. Maar wat de schrijver er van leerkrachten en bibliotheekmedewerkers over hoort, stemt hem positief. 'Het is goed dat iemand met bredere kennis naar de schoolbibliotheek kijkt. Iemand die echt het hele arsenaal kent en kan inspelen op wat een school nodig heeft. Je kan niet van alle leerkrachten en schooldirecties vragen om die kennis zelf in huis te hebben.'
De tweevoudig winnaar van een Gouden Griffel – in 2011 voor Dissus en in 2013 voor Spinder – heeft zelf een goede schoolbibliotheek gemist in zijn jeugd. 'Ik zat op zo'n klein plattelandsschooltje. Ze hadden wel wat, maar dat waren ouderwetse boeken waar geen reet aan was. Pim, Frits en Ida [van Godfried Bomans], herinner ik me dat we moesten lezen. Vergeelde exemplaren. Daarom was ik zo blij dat elke vrijdag de bibliobus kwam. Of was het eens in de twee weken?'
Of dergelijke schoolbibliotheken nu helemaal zijn verdwenen, durft Van der Geest niet te zeggen. Hij is doorgaans te kort op school om de bibliotheken ter plekke goed te bestuderen. En – belangrijker – hij wordt uitgenodigd door scholen met budget voor schrijversbezoeken, scholen die zoiets belangrijk vinden, scholen waarop mensen rondlopen die zich actief voor het lezen inzetten. 'Ik krijg alleen de goede dingen te zien. Toch denk ik dat de Bibliotheek op school begint te werken.'

De auteur van Per Ongelukt!, het kinderboekenweekgeschenk van dit jaar, was niet alleen afhankelijk van wat hij via school kon lezen. Thuis, in het dorp De Meije, hadden Van der Geest en zijn broertje boeken. En hij is altijd lid geweest van de bibliotheek. Korte tijd in zijn geboorteplaats Gouda: 'een magische plek, dat oude, monumentale, heel smalle pandje, dat ik me herinnerde als een enorm gebouw.' En vanaf zijn zesde in Bodegraven, dat op zo'n zes kilometer fietsen lag.
'Het was daarom een behoorlijk offer om erheen te gaan', herinnert hij zich. 'Soms was er wel een buurvrouw die zei: 'Ik ga naar de bieb, wie rijdt er mee?' We moesten ook zeggen dat we uit De Meije kwamen, dan kreeg je een zes weken-stempel. Maar hoe vaak kwam ik er? Dat herinner ik me niet meer. Ik was geen lezer die alles las wat los en vast zat, al staat me wel bij dat ik de bibliobus binnen de kortste keren uit had. Later gebruikte ik de bieb ook om af te spreken. Het was een fijne plek.'
Hij haalde uit de bibliotheek strips, die hij destijds veel las, of informatieboeken voor werkstukken. En een aantal auteurs waar hij wel bijna alles van las. 'Dan ontdekte ik een auteur, omdat ik daar een boek voor mijn verjaardag van had gekregen of omdat iemand me iets voorlas. Dat kon ik zó goed vinden, dan wilde ik méér. Dat kon dankzij de bibliotheek. Roald Dahl, Paul Biegel, veel Joke van Leeuwen. Auteurs als Thea Beckmann las ik juist niet omdat iedereen die al las.'

Van der Geest is niet zijn hele leven lid van de openbare bibliotheek geweest. Tijdens zijn omzwervingen door Nederland schreef hij zich niet na elke verhuizing opnieuw in. Maar vaak had hij een goede reden om het wél te doen. 'Ook in Noorwegen, waar ik een tijdje heb gewoond. Daar leende ik kinderboeken om Noors te lezen. Die zijn heel geschikt om een nieuwe taal te leren. Kleine beer en kleine tijger [van de overigens Duitse Janosch, md] vond ik in die tijd heel tof.'
Tegenwoordig woont hij in Haarlem, waar hij ook regelmatig naar de bibliotheek gaat. 'Dat is wel altijd werkgerelateerd, al is de grens tussen lezen voor werk en lezen voor plezier vaag.  Soms haal ik boeken van een collega van wie ik denk: daar moet ik eens wat van lezen. En soms boeken voor research. Ik ben maak nu een bewerking van Pudding Tarzan van Ole Lund Kirkegaard, dan leen ik daar bijvoorbeeld de verfilming van. Nu ze ook goede koffie schenken ga ik er af en toe ook werken.'

Dat er bibliotheken bestaan vindt Van der Geest 'essentieel'. Vooral voor kinderen. 'Ik moet gelijk denken aan Stephen Krashen [de Amerikaanse emeritus hoogleraar educatie die, net als Van der Geest zelf, sprak op het 25-jarig jubileumcongres van Stichting Lezen, md]. Hij toonde met allerlei statistieken aan hoe belangrijk het is om voor je plezier te lezen, met alle voordelen die het oplevert als je daardoor geletterdheid wordt. Dat plezier begint bij de bibliotheek.'
Hij merkt het alleen al aan zijn eigen kinderen van inmiddels drie en zes jaar oud. 'Wij lezen heel veel voor. Het is leuk om hen veel verschillende boeken aan te bieden. Om hen te laten proeven van wat er is en dan op hun voorkeuren in te kunnen spelen. Dan is een bibliotheek echt handig. We hebben ze gelijk lid gemaakt – met Boekstart, ook een hartstikke goed programma – en gaan regelmatig met hen naar de bibliotheek. Dat is echt een uitje voor ze.'
Dat desondanks overal filialen sluiten, noemt hij 'echt heel erg'. 'Ik weet nog dat ik een jaar of vier geleden in Den Haag was en ze me vertelden dat er acht filialen gesloten gingen worden. Acht! Verbijsterend. Straks staat er alleen in het gemeentehuis nog een kast boeken. Juist in de prachtwijken, waar veel sociale problemen zijn, moet de drempel van een bibliotheek zo laag mogelijk zijn. Gelukkig zijn er wel initiatieven als de Voorleesexpress. Dat is heel tof.'
Aan de andere kant: 'Ik hoor dat de nieuwe bibliotheek in Gouda het heel goed doet.' Inderdaad kreeg De Chocoladefabriek na een jaar 30 % meer bezoekers dan de vier voormalige vestigingen bij elkaar. Het aantal uitleningen steeg 25 %. 'Blijkbaar zijn er dus manieren om bezuinigingen te combineren met mogelijkheden om te vernieuwen. Doordat Gouda, voor zover ik begrijp, met een slim concept andere vormen vindt waardoor het meer wordt dan een gebouw alleen.'

Van der Geest hoort verhalen over schoolbibliotheken, bezuinigingen en nieuwe concepten meestal tijdens optredens. Hij doet het regelmatig – twee tot vier keer per maand en in de Kinderboekenweek dagelijks – en hij doet het graag. 'Het is een van de leukste dingen van het schrijver zijn. In contact komen met kinderen en de lol van het lezen te bezingen. Ik vertel vaak over het ontstaan van mijn boeken en probeer het dan over creativiteit: Wat is dat? Hoe kom je eraan?'
Niet zelden staat het meest recente boek centraal. Momenteel is dat Spijkerzwijgen, dat dit voorjaar verscheen: een verhaal over onverbrekelijke banden, gegoten in een spannend avontuur, dat speelt in de polders van zijn vaders jeugd. 'Ik vertel de verhalen van mijn vader die ik heb gebruikt voor het boek: de schijtbalk, of de keer dat een zwaan hem in de sloot sloeg. En vraag dan: wie heeft een opa die wel eens iets vertelt? En dan komt het los, hartstikke tof.'
Het liefst treedt hij daarom op in bibliotheken of scholen, waarbij vaak een bibliotheek betrokken is. Hij wil, in een rustige ruimte, voor een groep staan. 'Het is toch een soort van theater wat ik dan doe. In de boekhandel zit je vaak alleen te signeren. En de bibliotheek organiseert het altijd goed. Ze zorgen er bijvoorbeeld voor dat er een kistje met mijn boeken rondgaat zodat de klas iets van mij kan lezen en zich echt kan voorbereiden op mijn komst.'
Tijdens de komende Kinderboekenweek heeft hij er dan ook bij de CPNB op aangedrongen dat hij veel klassenbezoeken kan doen. Op school of in de bibliotheek.
(Eerder gepubliceerd in Bibliotheekblad.nl)

Zie ook:

vrijdag 4 september 2015

Riemer (Groningen) opent speciale boekhandel voor 'aarzelende lezers' (Boekblad)

Boekhandel Riemer in Groningen opent op wereldalfabetiseringsdag (dinsdag 8 september) een instore winkel voor 'aarzelende lezers'. Initiatiefnemer en beheerder van de winkel is Stichting Lees-goed.

Boekwinkel Lees-goed krijgt een kleine dertig vierkante meter in de kelder van Riemer. Het aanbod bestaat uit ongeveer vijfhonderd speciale uitgaven voor moeilijke lezers, van uitgeverijen als Eenvoudig Communiceren of voor het onderwijs gemaakte titels van Zwijsen en Noordhoff, aangevuld met literatuur en kinderboeken die goed aansluiten bij de doelgroep. De winkel krijgt een aparte leestafel, waar Stichting Lees-goed advies kan geven. Ook zal ruim informatie voorhanden zijn over bijvoorbeeld dyslexie.
Stichting Lees-goed is opgezet door Klazien de Ruiter en Pietie Solissa. De Ruiter (66) ging vorig jaar met pensioen als docent Nederlands aan het Gomaruscollege in Zuidhorn, waar zij ook taalcoördinator was. Solissa (58) werkte tot het faillissement bij Polare Groningen. De stichting richt zich op leesbevordering voor kinderen maar ook de grote groep laaggeletterden in Nederland. Zij doet dat door projecten aan te bieden aan scholen en kinderdagverblijven en samen te werken met instellingen als bibliotheken en Centra voor Jeugd en Gezin.
'Klazien kennen wij door onze contacten in het onderwijs al jaren', vertelt Harmen Riemer, mede-eigenaar van de boekhandel. 'Zij is een heel enthousiaste leesbevorderaarster en heeft tal van goede tools ontwikkeld om kinderen aan het lezen te krijgen. Zij zocht voor haar stichting een plek met een goed assortiment waar ze mensen naar kon verwijzen. Aanvankelijk zocht ze zelf een pand, maar daar liep ze in vast. Onder andere vanwege de vraag: hoe krijg je zo'n winkel rendabel? De doelgroep is natuurlijk heel vaag.'
Daarom benaderde De Ruiter begin dit jaar boekhandel Riemer. Harmen Riemer: 'Wij zagen het als een win-winsituatie. Zij kunnen van onze expertise gebruik maken voor bijvoorbeeld automatisering of interieur, wij halen hun expertise in huis. Wij krijgen regelmatig ouders over de vloer die ons om advies vragen: met welk boek krijg ik mijn kind aan het lezen? Daarin kunnen we nu een stap verder gaan. Ook wordt onze naam aan de activiteiten van Lees-goed verbonden, waardoor we weer in nieuwe netwerken komen. We verzorgen nu al enkele schoolbibliotheken.'
De winkel zal het niet moeten hebben van passanten die impulsaankopen doen. Stichting Lees-goed zal vooral extern acquisitie plegen. Het richt zich daarbij in eerste instantie op kinderen die moeite hebben met leren lezen, simpelweg omdat die doelgroep makkelijker via onder meer het onderwijs te bereiken is. 'Daarnaast is het marketing-technisch een uitdaging om laaggeletterden te benaderen', zegt Riemer. 'Die stappen niet uit zichzelf boekhandels binnen, maar de stichting gaat toch proberen kanalen aan te boren.'
Riemer ziet de nieuwe shop-in-shop dan ook niet als een commercieel, maar hoofdzakelijk als een ideëel avontuur. De boekhandel stelt de ruimte, inclusief kosten voor bijvoorbeeld licht en elektra, om niet ter beschikking. Riemer kan dat doen omdat het geen omzet verliest. De vierkante meters waren vrij omdathet aanbod gospel-cd's, waarvoor de kelder zes jaar geleden was verbouwd, de afgelopen jaren toch al was versmald. Daarnaast is het magazijn in de kelder weggehaald en de voorraad elders ondergebracht.
Staan daar ook inkomsten tegenover? Riemer: 'Wij verdienen eraan door gewoon onze marge te pakken op alles wat via de kassa wordt verkocht. Daarnaast verdelen wij en de stichting de inkomsten van de verkoop aan schoolbibliotheken en dergelijke, waar we ook het meeste aan verwachten. Maar of we daarmee verlies leiden, quitte spelen of een kleine winst kunnen maken: ik heb echt géén idee. We zouden heel tevreden zijn als we over twee of drie jaar een klein plusje kunnen maken.'

Boekwinkel Lees-goed wordt op 8 september om 14.00 uur officieel geopend door kinderboekenauteur Tjibbe Veldkamp. Daarna zijn er in de Week van de alfabetisering, die doorloopt tot en met zaterdag 12 september, verschillende activiteiten, zoals een voorleesparkoers in de Nieuwe Ebbingestraat, waar Riemer is gevestigd, optredens van singer-songwriters, een filmmiddag, een gratis voorleescrèche en een wedstrijd songtekst schrijven voor jongeren van tien tot achttien jaar.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 26 aug)

Zie ook: