woensdag 20 maart 2019

Utrechtse boekhandels hebben eigen essays in Boekenweek (Boekblad)

De Utrechtse boekhandels Bijleveld en Savannah Bay bieden hun klanten in de Boekenweek elk hun eigen essay aan. Bijleveld publiceert Vrouwen en fictie van Virginia Woolf, Savannah Bay De moeder de boekwinkel van Thijs Joores.

In het 16 pagina's tellende Vrouwen en fictie, dat 2,50 euro kost, wijst Woolf op de historische beperkingen van vrouwelijke auteurs zoals gebrek aan eigen geld, eigen stem en eigen kamer, die mede hebben geleid tot typisch 'vrouwelijke' literatuur. Alleen schrijvers – mannen en vrouwen – die ontstijgen aan hun gender kunnen ware kunstenaars worden, aldus de Britse schrijfster.
Bijleveld verkoopt dit essay naast het 'officiële' Boekenweekessay van Murat Isik. ‘Uiteraard bieden wij ook het geschenk Jas van belofte van Jan Siebelink aan,’ zegt winkelchef Maartje Kroonen. 'Maar ik vond – met Bastiaan [Bommeljé, eigenaar van boekhandel en uitgeverij Bijleveld, md] – dat er ruimte was om ook een vrouwelijke stem te laten horen.' 
Bij uitgeverij Bijleveld verscheen vorig jaar de essaybundel Hoe lees je een boek van Virginia Woolf, en dus was de keuze snel gemaakt. 'Ik las die bundel als liefhebber van Woolf met veel plezier. Dus toen ik hier begin november in dienst trad en de mogelijkheid om een eigen essay voor de Boekenweek te maken ter sprake kwam, lag het voor de hand het uitermate passende betoog ‘Vrouwen en fictie’ te gebruiken.'
De oplage bedraagt 600 exemplaren, en het boekje zal vanaf 23 maart te koop zijn 'zolang de voorraad strekt'. Kroonen denkt dat ze ruim voor het einde van de Boekenweek ‘los’ zal zijn. 'Dit is de eerste keer dat we zelf een essay aanbieden, maar het gewone Boekenweekessay vindt altijd gretig aftrek bij ons.' 
Het verhaal van Joores – dat eigenaar Marischka Verbeek expliciet geen 'boekenweekessay' noemt – telt 4 pagina's op A5-formaat en wordt gratis weggegeven aan alle klanten van Savannah Bay. Verbeek wil er 'enkele honderden' laten printen, maar sluit niet uit op het laatste moment de oplage te verhogen – het ligt nu bij de vormgever en wordt maandag geproduceerd.
'Ik heb lang geprobeerd een alternatief geschenk te maken', vertelt Verbeek. 'Dat is niet gelukt. Ik wilde dat graag met uitgeverij Chaos maken, maar dat is een heel kleine uitgeverij. Zij hadden hun handen vol aan andere dingen. Toen heb ik dat idee losgelaten. Maar bij een brainstorm over de Boekenweek ontstond het idee voor een verhaal van onze jongste vrijwilliger. Nota bene een man, zodat het verhaal een typische Savannah Bay-twist heeft gekregen.'
De twintigjarige student Joores hield op die bijeenkomst een gloedvol betoog over de boekhandel als moeder. 'Niet een persoon, maar het organisme. Toen ik, onder de indruk, zei dat hij dat moest opschrijven, kwam hij met dit heel persoonlijke verhaal. Hij vertelt daarin dat hij na een dramatische gebeurtenis in zijn leven in de boekhandel de omgeving en de aandacht vond die troost bood.'
Verbeek neemt het verhaal mee naar de Boekenbal, in de hoop dit pleidooi voor de boekhandel aan minister Van Engelshoven te kunnen geven. De officiële presentatie is midden in de Boekenweek. Op woensdag 27 maart spreken Marja Pruis, Maartje Laterveer en Sayonara Stutgard over de essaybundels die zij hebben samengesteld respectievelijk uitgegeven. 'Thijs' verhaal verdient het om daar onder de aandacht te worden gebracht,' zegt Verbeek.
De bijeenkomst isoverigens ook het eerste evenement in het kader van het jubileum 'Transforming Stories': 35 jaar Savannah Bay'.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 16 mrt)

zie ook:

zondag 17 maart 2019

Ook voor de literatuur gelden de mediawetten (Athenaeum)

De mediacultuur heeft ook gevolgen voor de literatuur. Voor de opstelling van schrijvers om aandacht te krijgen, maar ook voor hun werk zelf. Sander Bax laat zijn interessante studie De literatuur draait door zien hoe.

De media praten graag over zichzelf. Kijk maar hoe massaal er werd bericht over het stoppen van Twan Huys' Late Night Show op RTL 4. Deze 'mediawet' staat niet in De literatuur draait door. De schrijver in het mediatijdperk, maar het zou me verbazen als Sander Bax zich hier niet bewust van is. Het zal hem daarom niet verwonderen dat hij direct bij verschijning mocht opdraven in programma's als Kunststof en VPRO Boeken om over dit onderwerp met voor de media hoog sex appeal te praten. Ook Trouwinterviewde hem al.
En dat terwijl Bax' studie naar de veranderende rol van de schrijver in een cultuur waarin de wetten van de media steeds dominanter worden, op een doorgeleerd publiek mikt. De neerlandicus – in het dagelijks leven universitair hoofddocent aan de Universiteit van Tilburg – deinst niet terug voor termen als 'focaliseren'. Hij hanteert liever wollige, maar preciezere formuleringen als 'hij verbindt daaraan de conclusie' in plaats van simpelweg 'hij concludeert'. Zouden de consumenten van KunststofVPRO Boeken en Trouw niet terugschrikken voor zulk wetenschappelijk taalgebruik?
Laat ik hopen van niet. De literatuur draait door is een fascinerend boek dat een betrekkelijk nieuw terrein ontgint en door de heldere, onbevooroordeelde manier van analyseren op een fundamentele manier aan het nadenken zet over de toekomst van de literatuur. Laat ik daarom eerder hopen dat de aandacht voor het boek in de mainstream media zich vertaalt in een relatief groot lezerspubliek. Het is ondanks de academische toon wel degelijk soepel geschreven. Dus waarom zou het voor de uitgeverij niet mogelijk zijn om er een paar duizend exemplaren van weg te zetten?

Uitgangspunt voor Bax' studie zijn drie andere mediawetten. Radio en tv, maar net zo goed de geschreven pers hechten veel waarde aan succes, zeker als dat kan worden uitgedrukt in cijfers ('vertaald in 32 landen', '250.000 stuks verkocht een half jaar'). De media hengelen naar persoonlijke, intieme, echte verhalen ('gebaseerd op een waargebeurde geschiedenis'). En ze wensen polarisatie. Onderwerpen kunnen alleen worden aangesneden als er een glashelder onderscheid gemaakt kan worden ('discussie! een klimaatalarmist versus een klimaatveranderingontkenner').
Schrijvers die een rol willen spelen in de publieke ruimte, moeten zich hiernaar voegen. Oók auteurs met een uiterst literair imago. Als Herman Koch in de media komt, wordt zijn succes in binnen- en buitenland aangehaald als rechtvaardiging daarvoor. Als Van der Heijden mag vertellen over Tonio, gaat het uitsluitend om het leed dat hem trof – niet om hoe hij als schrijver het persoonlijk drama heeft verwerkt tot kunst. En als Tom Lanoye aan het woord word gelaten over bankiers, dankt hij dat aan het populistisch beeld dat hij van hen schetst in zijn roman Gelukkige slaven.
Bax laat aan de hand van zeer uiteenlopende casestudies zien hoe dit werkt. Een mooi voorbeeld is dat van Abdelkader Benali en Kristien Hemmerechts die een controversiële bekendheid tot hoofdpersoon van een roman maakten. De eerste kickbokser Badr Hari in Bad Boy, de tweede Dutroux-handlangster Michelle Martin in De vrouw die de honden eten gaf. Beiden gebruikte literatuur om iets te doen wat de journalistiek per definitie nooit kan: in de ziel van de personages kruipen, onverbloemd hun motieven en diepste gevoelens bloot te leggen, om zo een bepaald type mens te tonen.
Dat had een aantal gevolgen. Benali en Hemmerechts kregen dankzij hun keuze alle ruimte in de media. In het geval van Hemmerechts stak zelfs een ware mediastorm op. Maar hun roman werd vervolgens gereduceerd tot een één op één weergave van de werkelijkheid. Hun boeken werden gelezen alsof het non-fictie was. En daar hadden beide schrijvers niet altijd afdoende weerwoord tegen. Mede omdat het hun plaats in de publieke ruimte zou kunnen kosten, lieten ze zich aanleunen dat ze eerder Badr Hari- respectievelijk Michelle Martin-kenners waren dan kunstenaars.
Het vereist voor schrijvers daarom een zekere behendigheid, zo kun je uit deze studie afleiden, om het eigen werk zó in de media te positioneren dat er aandacht voor is zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan het literaire karakter ervan. Een auteur die dat volgens Bax goed kan, is Ilja Leonard Pfeijffer. Onder de veelzeggende titel 'Genua als marketingconcept' laat hij zien hoe de momenteel bestverkopende onder de literaire auteurs zijn exotische woonplaats voortdurend inzet, óók in zijn werk, om er aandacht voor te krijgen. En hoe hij die aandacht weer gebruikt om zijn punt te maken over migratie.

Bax verbindt aan deze analyse de conclusie (sorry, ik kon het niet laten) dat de literatuur zelf wordt veranderd door de almaar groeiende dominantie van de mediacultuur. Romans zullen bijvoorbeeld vaker het wereldbeeld van de lezer bevestigen dan bevragen. Literatuur neemt daarbij kenmerken van genrefictie over – ten koste van het experiment, waar immers steeds minder aandacht voor is. Schrijvers zullen ook nog vaker kiezen voor hun eigen autobiografische verhaal, om vervolgens op tv te vertellen over hun rouw (Connie Palmen) of transitie tot man (Maxim Februari).
Is dit waar? Wat ik mis in De literatuur draait door is de historische dimensie. Bax verwijst wel naar de generatie naoorlogse schrijvers als Gerard Reve en Hella Haasse die als eerste massamedia inzetten om een positie te verwerven als publieke figuur, zoals hij dat noemt. Hij schreef zelf vier jaar geleden De Mulisch mythe, waarin hij uiteenzet hoe deze schrijver dat deed. Maar verschilt hun literatuur fundamenteel van dat van de eerder genoemde Tom Lanoye en A.F.Th. van der Heijden? Gebruiken de laatste twee vaker elementen van genrefictie? Is hun werk autobiografischer?
Ook verlang ik naar statistisch bewijsmateriaal. Waarom besloot de Volkskrant in de jaren vijftig om een auteur te interviewen? Wat nu? Waarover gingen die schrijversinterviews? Hoe werd er destijds over boeken gesproken op televisie en hoe nu? En is het type boeken dat een bestseller werd veranderd? Hoeveel van de top 100 bestverkochte boeken van 1958 boden een inkijk in iemands persoonlijke leven? En hoeveel in 2018 – het jaar waarin het autobiografische Wees onzichtbaar van Murat Isik de bestverkochte oorspronkelijk Nederlandstalige roman was?
Dit is echter niet bedoeld als kritiek. Integendeel. Het verlangen om meer te weten dan wat Bax kan bieden, bewijst alleen maar dat de onderzoeker vruchtbare grond heeft aangeboord, waarin nog heel veel om te spitten is. Bovendien heeft hij mij nu al nieuwe handvatten gegeven om toekomstige literaire bestsellers, zoals het kakelverse Otmars zonenvan Peter Buwalda, te beoordelen, waardoor ik nog nieuwsgieriger naar deze romans ben dan ik toch al was. Dat is me ook wat waard. Hoeveel wetenschappelijke letterkundige studies zijn daar immers toe in staat?
(Eerder gepubliceerd op Athenaeum.nl, 14 mrt)

zaterdag 16 maart 2019

Jack van Weimar: winnen Indie Boekprijs helpt tegen noodgedwongen onzichtbaarheid (Boekblad)

Jack van Weimar kreeg vorige week de allereerste Alice Indie Boekprijs in de categorie fictie voor Palimpsest– een thriller over 'de geheime oorsprong van de islam'.

Wat betekent deze prijs voor 'het beste onafhankelijk uitgegeven boek' voor u?
'Best veel. Vanwege het onderwerp van het boek blijf ik zelf het liefst uit de openbaarheid. Ook de dienstverlener die het hele uitgeefproces heeft begeleid, houdt afstand. Daarom brengen we Palimpsest uit onder de naam Gabriel Publicaties. Dan sta je al 2-0 achter in de promotie. Ik kan niet eens via mijn Facebook-pagina vrienden en bekenden laten weten dat ik een boek heb geschreven. Deze prijs zorgt er dan voor dat er toch aandacht voor is. En: het is een blijk dat het wordt gewaardeerd om zijn literaire kwaliteit. De duizend euro prijzengeld is mooi meegenomen. Boeken uitgeven is duur.'

U heeft wel recensie-exemplaren kunnen sturen. Dat heeft ook effect gehad: op de site van Gabriel Publicaties staan veel goede recensies.
'Ja. Een goede vriend heeft me daarbij geholpen. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Algemeen DagbladNederlands DagbladHet Laatste NieuwsDe Limburger – ze waren allemaal erg enthousiast. Bij Bol.com kreeg het vijf sterren. Het boek verscheen in april vorig jaar en de eerste druk van duizend exemplaren is nu bijna weg. Of de Alice Indie Boekprijs daarbij helpt, weet ik nog niet. Ik krijg pas over een paar weken weer een overzicht.'

Hebt u wel geprobeerd Palimpsest bij een reguliere uitgever onder te brengen?
'Zeker. Een heleboel zelfs. Vooral uitgeverijen die het in het verleden hebben aangedurfd om controversiële boeken te publiceren zoals die van Richard Dawkins en Salman Rushdie. Maar ik kreeg geen antwoord of ze zeiden: er zit wat in, maar we durven het niet aan. Een thriller over de bronnen van de islam: daar zijn ze huiverig voor.'

Waarom heeft u dan zo'n thriller geschreven?
'Ik zat voor mijn werk in het Midden-Oosten. Ik merkte daar dat mensen die voor Al-Qaida of IS streden, hun waarheid ontleenden aan documenten uit het verleden. Ze namen de echtheid ervan voor ongelooflijk solide. Alles was letterlijk zo gebeurd. Toen ging ik me daar in mijn vrije tijd in verdiepen. Puur uit belangstelling las ik de laatste stand van zaken in de koranwetenschap. En wat blijkt dat? Het idee dat Mohammed, anders dan Jezus, voor honderd procent zeker het leven heeft geleefd zoals beschreven in de koran, is niet waar. Ik dacht: wat zou het mooi zijn – en ja, nu blaas ik hoog van de toren – als meer mensen dat zouden ontdekken. Zodat er net als in het christendom een soort verlichtingsbeweging door de islam zou gaan en alleen een positieve boodschap overblijft. Toen ontwikkelde zich daar langzaam een verhaal bij.'

En u wilde het zo graag uitgeven dat u dacht: dan maar zelf.
'Vooropgesteld: het schrijven was heel leuk om te doen. En dat lezers om mij heen enthousiast waren. Maar ik hoorde steeds vaker uit die kring: je móét het uitgeven. Een kennis had gewerkt met een selfpublisher. Die heb ik toen ook benaderd. Dat bedrijf heeft me geholpen bij het hele proces, maar durfde het niet aan de eigen naam eraan te verbinden.'

Was het leuk om zelf uit te geven?
'Ja. Uitgeven is een heel ander vak, maar wel een heel leuk vak, ontdekte ik. Opeens zit je midden in discussies over het ontwerp van covers. Dat soort dingen, erg interessant.'

Kon u het net zo goed uitgeven als een professionele uitgeverij zou hebben gedaan?
'Er zijn om precies te zijn 166 versies van dit boek geweest. Dit om aan te geven dat ik niet over een nacht ijs ben gegaan. Ik heb ook met een strenge redacteur gewerkt. Had ik een boek van 450 pagina's ingeleverd, waren daar – toen ik het terugkreeg – nog maar 300 pagina's van over. Dat was even slikken. Gelukkig ben ik vanuit mijn beroep wel iets gewend.'

Hoe heeft u de distributie en sales georganiseerd?
'De boeken liggen bij CB. Vervolgens hebben we allerlei partijen gemaild: Bol.com, Bruna, goede boekhandels. Nadat het in de pers goed werd besproken, liep het in sommige plaatsen hard. Vooral het grote stuk in De Limburger hielp enorm. Bij een boekhandel in Venlo lag Palimpsest in hun top vijf.'

U ervoer geen vooroordelen tegen in eigen beheer uitgegeven boeken?
'Ik weet dat die vooroordelen bestaan. Mijn vrouw is bibliothecaris. Als ze in de a.i. (aanschafinformatie, md) ziet staan: "onafhankelijke uitgeverij", gaat dat boek direct op de stapel "niet doen". Uitgeverijen worden ook overstelpt door boeken en geven dan nog veel uit. Dus van boeken die het bij hen niet halen, denk je snel dat het niet veel voorstelt. Maar dat is niet automatisch waar. Daarom vind ik het zo goed dat Schrijven magazine met deze prijs de aandacht vestigt op de beste boeken in deze categorie. Ik heb het gehaald van bijna honderd inzendingen. Daar word ik erg blij van.'

En wat kunt u de boekhandel bieden om het hen nog aantrekkelijker te maken om een prijswinnende thriller in de winkel te leggen?
'Lastig. Het probleem blijft dat ik niet op tv wil of kan komen signeren. Ik wil wel op de radio, maar wil mijn gezicht buiten beeld houden. Er is – toch wel tot mijn verbazing –  nog weinig ophef geweest. En het boek is al een jaar oud. Maar de Deense cartoons destijds bestonden ook al een jaar voordat de boel explodeerde. Dus ik wil niet in een situatie komen dat ik voortdurend achterom moet kijken. Dat is het me niet waard.'

En met inkoopkorting van vijftig procent?
'Ha ha. Met alle plezier, ja.'

dinsdag 12 maart 2019

Willem van Zoetendaal maakte het mooiste boek ter wereld (Boekblad)

 Spul. Catalogus archeologische vondsten Noord-Zuidlijn Amsterdam van Willem van Zoetendaal – uitgeven door de vormgever zelf – is verkozen tot het mooiste boek ter wereld.

Dat maakte de jury gisteren bekend, die zich boog over de meer dan 600 inzendingen uit 34 landen voor de Schönste Bücher aus aller Welt in Leipzig. De jury prees het gemak waarmee het boek van 595 bladzijden te hanteren is, de perfect uitgebalanceerde sortering van 13.000 gefotografeerde artefacten die zijn gevonden bij de aanleg van de Noord-Zuidlijn, en het opvallende omslag dat heel weinig van de inhoud prijsgeeft maar toch nieuwsgierig stemt. 
Van Zoetendaal (1951) zelf blijft nuchter onder de prijs. 'Prijzen zijn betrekkelijk', reageert hij aan de telefoon. 'Prijzen vergelijken dingen die niet met elkaar te vergelijken zijn, al is dat bij boeken nog makkelijk. Een echte prijs vind ik dan ook een opdracht om een goed boek te maken.' Tegelijk ziet hij de uiverkiezing als 'waardering van mijn collega's' voor wat hij zelf noemt: 'het mooiste boek dat ik ooit heb gemaakt'.
Spul is voor hem zo gelukt 'omdat ik een aantal dingen kon die ik niet eerder heb kunnen doen.' Zoals: de toepassing van blauwe tekst, de verwerking van enorme hoeveelheid fotografie en de ultieme samenwerking met de opdrachtgever, de dienst Monumenten & Archeologie van de gemeente Amsterdam, en de fotograaf Harold Strak. 'Ik werk al vijfentwintig jaar met hem. Wij zijn een goed team. Hij kan alles zó fotograferen zoals ik het wil.'
Omdat Van Zoetendaal al zijn boeken zelf uitgeeft, bracht hij ook Spul zelf op de markt. 'Alleen dan kun je alles in eigen hand houden. Ik heb bijvoorbeeld speciaal gemaakt papier voor dit boek gebruikt, waardoor het niet tien centimeter dik is en dat transparant is zodat de lezer, als een archeoloog, de objecten door het papier heen ziet. Een uitgever zou zeggen: kan je geen goedkoper alternatief bedenken?'
Toch staat De Harmonie als co-uitgever van het boek, dat medio vorig jaar verscheen, vermeld. 'Zij vonden het zo'n mooi boek dat ze de distributie daarvan wilden verzorgen', zegt Van Zoetendaal. 'Als dank daarvoor heb ik ze als mede-uitgever vermeld.' Een groot deel van de oplage van 3850 exemplaren (waarvan 1100 in het Engels) ging naar de gemeente Amsterdam, de rest verspreidde de Harmonie via de retail.
'Er zijn nog zo'n tweehonderd exemplaren te koop', zegt Van Zoetendaal. 'Die zullen nu snel weg zijn. Een herdruk zit er niet in. Daarvoor is het boek te duur om te maken. Zo'n boek is er alleen maar omdat er nu eenmaal verantwoording van de opgraving moet worden afgelegd. Om het mensvriendelijk te houden kost het dan 79,50 euro in de winkel. Maar eigenlijk zou het 350 euro moeten kosten. Er zit in vier jaar zo ontzaglijk veel werk in.'
Daar komt bij dat Van Zoetendaal anders dan veel uitgeverijen, zoals hij uitlegt, zijn uitgaven niet in het goedkopere buitenland laat produceren. Spul is gedrukt door Rob Stolk en gebonden door Van Waarden – 'de beste binderij van Europa'. Hij doet dat omdat hij 'vakmanschap waardeert'. 'Je moet iets willen maken wat goed is. Concessieloos. Alleen dan kun je prijzen als deze winnen. Helaas gebeurt dat in Nederland vaak niet.' 
Desondanks scoorde Nederland dit jaar uitzonderlijk goed bij deSchönste Bücher aus aller Welt. Inclusief de hoofdprijs won Nederland in totaal vier van de veertien prijzen. Robert F. Kennedy Funeral Train van Rein Jelle Terpstra (ontwerp: Jeremy Jansen, uitgever: Fw:Books) won een gouden medaille, Anne Frank Huis van Elias van der Plicht (ontwerp: Irma Boom Office, uitgever Anne Frank Stichting) een zilveren, en The Migrant van Anaïs López (ontwerp: Teun van der Heijden, uitgever Anaïs López) een bronzen.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 8 mrt)

donderdag 7 maart 2019

Interview: Jeltje de Vries over de toekomst van boekhandel H. de Vries (Boekblad)

Een nieuwe naam, een nieuwe strategie en een nieuwe directie. Boekhandel De Vries Van Stockum gaat onder leiding van Jeltje de Vries sterk inzetten op sociale media om klanten naar de fysieke winkels en de webwinkel te leiden.

Boekhandels H. de Vries in Haarlem en Van Stockum Boekverkopers in Den Haag hebben eind vorig jaar de namen samengevoegd tot De Vries Van Stockum. De verandering, zeven jaar nadat het familiebedrijf H. de Vries de Haagse boekhandel overnam, symboliseert de generatiewissel aan het hoofd van het bedrijf. Dochter Jeltje de Vries is het nieuwe gezicht van de boekhandel, hoewel ze – tot haar vreugde – nog altijd samen met moeder Karin de Vries de directie vormt.'Ik kan dingen met haar bespreken – zij heeft tenslotte zo lang aan het roer gestaan hier, zij heeft alles wel zo'n beetje gezien,' zegt de 39-jarige Jeltje de Vries. 'Zij kan ook eigen dingen oppakken. We kunnen samen lachen. En hoe lang dat zo blijft? We hebben geen tijdpad afgesproken. Zij gunt mij ook tijd om een gezin op te bouwen. Ik heb drie jonge kinderen, ik wil geen overspannen moeder zijn die alleen maar aan het werk is, hoewel het moeilijk is de balans te behouden. Thuis blijf je net zo goed bezig: even deze app beantwoorden, snel dit of dat op gang trekken.'
De naamsverandering volgt ook uit een nieuwe strategie. Het bedrijf heeft de studieboekactiviteiten in Den Haag en Leiden verkocht aan Studystore en concentreert zich nu op de algemene en de zakelijke markt. Dat had tot gevolg dat het Van Stockum-filiaal in Leiden dicht ging. 'In dat pand, waar veel klanten waren gerelateerd aan de studieboekverkoop en dat moeilijk toegankelijk was voor kinderwagens en ouderen, konden we simpelweg niet blijven. De huur was te hoog voor de omzet die we er draaiden.'

Hoe is 'De Vries Van Stockum' gevallen bij de klanten in Haarlem en Den Haag?
'Heel goed eigenlijk. In Haarlem weet niet iedereen wat Van Stockum is. Dan hoor je soms angstig: "Jullie zijn toch niet overgenomen"? Als je dan het verhaal uitlegt is de reactie: "O gelukkig, alles blijft hetzelfde". En in Den Haag geldt hetzelfde voor de toevoeging van De Vries. We wilden één sterke naam neerzetten. Maar beide winkels hebben een sterke merknaam, die je niet wilt afstoten. Daarom voelt samenvoeging voor iedereen logisch.'

Kenden jullie daarom een goed cadeauseizoen?
'Daarom? Dat weet ik niet. Het was in ieder geval beter dan 2017. We hebben in december zo'n 4% geplust. Het titelaanbod speelde ook mee. Simpel van Ottolenghi bijvoorbeeld liep bij ons zó goed – dinsdag 8 januari verkochten we het duizendste exemplaar in Haarlem. Maar ook viel kerst dit jaar gunstig. We hadden een laatste koopzondag én een goede maandag voor de kerst. En misschien had de berichtgeving over moeizame bezorging ook een gunstig effect.'

Wat is de winst van de naamsverandering?
'Het is om te beginnen een efficiencyslag. We hadden twee websites, twee nieuwsbrieven, twee logo's, twee soorten briefpapier – alles was dubbel. Dat scheelt geen tienduizenden euro's, maar wel een boel dubbel werk. Het heeft ook intern voor een nieuwe energie gezorgd. En in de toekomst moet De Vries Van Stockum als sterker merk in de markt opereren dan de twee aparte namen dat deden. Dat zal uiteindelijk iets moeten opleveren.'

Nieuwe energie? Ging de naamsverandering gepaard met een reorganisatie?
'Dat niet. Wel zijn we gaan kijken naar waar mensen goed in zijn. Wat zijn hun talenten en hoe kunnen we die het beste gebruiken? De ene duikt in de voorraad, de ander organiseert graag evenementen. Daar moet je als boekhandel je voordeel mee doen. Voor een deel gebeurde dat uit noodzaak: toen winkelmanager Daan van der Valk vorig jaar uitviel met een hernia, namen mensen – vaak uit zichzelf – dingen van hem over. Toen Daan terugkeerde, hebben we dat niet geheel teruggedraaid. Dat draagt allemaal bij aan de nieuwe wind die hier waait.'

Hoe wordt De Vries Van Stockum een sterk merk?
'We gaan daarvoor sterk inzetten op sociale media. Via Facebook, waar we al langer zaten, en Instagram, waar we sinds kort actief op zijn, moeten we mensen naar onze nieuwe site – die hopelijk eind februari live gaat – en de winkel lokken. Het eerste doel is dan ook het aantal volgers vergroten. Zeker op Instagram moet die minstens vertienvoudigen. Ik heb Joyce Jansen ingehuurd die voor ons een contentstrategie heeft opgesteld om dat te bereiken. Die strategie is net af. Nee, ik vertel niet hoe die eruit ziet. Ik zou zeggen: Let op wat wij gaan doen. Kijk en geniet.'

Vind je dat boekhandels in het algemeen te weinig doen aan sociale media?
'Ja. En wat er gebeurt is vaak te kneuterig. Dan zie je een half bewogen foto van een stoffige boekverkoper met de tekst: "het lievelingsboek van Greta". Of onscherpe foto's van evenementen waar je alleen maar een schrijver ziet signeren achter een tafel. Inspireert dat? Nee. Als je bericht over een evenement moet je het gevoel kunnen uitlokken van: "was ik er maar bij geweest". Bij veel boekhandels wordt echter te weinig nagedacht over wat ze willen bereiken met hun posts op sociale media.'

Wie doet het bijvoorbeeld wel goed?
'Hier, kijk: de instagramfeed van Athenaeum Boekhandel. Het zijn alleen maar omslagen van boeken, waarvan mijn contentstrateeg terecht zegt dat er geen emotie in zit, maar het ziet er wél kakstrak uit. Er is over nagedacht. En ik hou van kakstrak.'

Maakt een overkoepelende naam het ook mogelijk om De Vries Van Stockum uit te bouwen tot een regionale keten zoals je die steeds meer ziet ontstaan?
'De primaire focus ligt nu op het lanceren van de vernieuwde website en het vergroten van de naamsbekendheid in de twee steden en online. Als dat op de rit staat, sluit ik niet uit dat we andere zaken openen. Tussen Haarlem en Den Haag? Dat ligt voor de hand. Het is wel zo fijn als je makkelijk alle filialen op een dag kunt bezoeken. Maar het hangt er maar net van af welke kansen zich voordoen.'

Is een dergelijke schaalvergroting noodzakelijk in deze tijd waarin het kanaal online een nog altijd groeiend marktaandeel heeft?
'Noodzakelijk? Ik weet niet of dat de goede term is. Maar het kan wel schaalvoordelen hebben als je meer winkels hebt. Denk aan het verdelen van bepaalde vaste lasten over meerdere profitcenters en nog betere marges.'

In ieder geval klinkt het niet logisch om het Van Stockum-filiaal in Leiden te sluiten?
'Dat was ook niet de eerste optie. Nadat we de studieboeken hadden afgestoten, dachten we lang dat we zouden reloceren. Maar er was in Leiden geen geschikt pand te vinden. Toen hebben we lang onderhandeld over huurverlaging. De eigenaar wilde daar absoluut niet aan meewerken. Dan is het wel zuur dat het pand, nadat wij hadden opgezegd, voor een huurprijs op de markt kwam die 17.000 euro per jaar lager lag. Toen kon het opeens wel. '

Waarom hebben jullie de studieboekactiviteiten verkocht?
'Simpel: daar was geen pepernoot meer mee te verdienen. De verkoop gaat steeds meer via studieverenigingen en die eisen steeds meer: kortingen, sponsorgeld. En voor wat je nog krijgt moet je veel doen: tot aan individueel thuisbezorgen aan toe. Studystore gaf heel veel weg. Absurde kortingen. Daar konden wij niet aan meedoen – al zie je dat zij er nu ook van terugkomen. De activiteit drukte echt op het resultaat. We hadden niet het volume dat je nodig hebt om met zulke smalle marges te kunnen werken. Dus we hoefden hier niet lang naar te kijken voordat we besloten te stoppen.'

Kun je ook zeggen: De Vries Van Stockum is door Studystore weggeconcurreerd?
'Of: zij hebben de markt verknald. Maar het ligt óók aan de studieverenigingen. Die zijn te machtig geworden. Ik ben in ieder geval blij dat we de resterende activiteiten aan Studystore hebben kunnen verkopen.'

Jullie gaan wel door met de zakelijke markt. Daar speelt niet dezelfde concurrentiestrijd?
'Dat zijn twee markten. Ten eerste het abonnementenbeheer. Dat is een lastige, dalende markt. Er gaat steeds meer digitaal, sommige bedrijven gaan het zelf doen en we winnen niet alle aanbestedingen. En de boekhandelskorting van uitgevers is nagenoeg verdwenen. Je moet het hebben van de fee die je kunt vragen voor de service die je verleent – abonnementenbeheer wordt daarom ook steeds meer een serviceproduct. Maar er zijn nog genoeg partijen actief op deze markt en wij hebben een stevige positie. Abonnementenbeheer is goed voor een derde van onze totale omzet. We moeten alleen anticiperen op de veranderingen. We denken daarom na over een andere manier om het beheer aan te bieden.'

Je kunt nog niet zeggen hoe?
'Nee. Carla Leonhardt, manager zakelijke markt, is in gesprek met diverse partijen. Dat valt niet mee. Uitgeverijen als Kluwer zijn soms stijve, vastgeroeste partijen die niet altijd even makkelijk te porren te zijn voor nieuwe ideeën. Terwijl de voorgestelde verandering fundamenteel is.'

En de tweede markt?
'De verkoop van boeken aan zakelijke klanten. Dat is nog altijd een goede, fijne markt, waarin je soms grote volumes in één keer kunt wegzetten. Ik zie bovendien nog kansen liggen. Recentelijk heeft acquisitie een beetje stil gestaan, omdat we wachten op de nieuwe site, maar als die er eenmaal is, verwacht ik daar veel van.'

Hoe gaat het met de algemene markt – de winkels dus?
'Den Haag kende in 2018 een mooi stabiel jaar. Daar willen we komend jaar meer halen uit onze samenwerking met Bagels & Beans. We organiseren nog niet echt veel samen. Ook willen we betere relaties met bedrijven in de omgeving, zoals we ook in Haarlem van alles doen met bijvoorbeeld een chocolatier en een wijnhandel. Winkelmanager Serena Wong gaat er dit jaar daarom iets vaker op uit. In Haarlem hadden we in 2018 iets meer uitdaging. Tot onze verwondering, overigens. Ook daar gaan we mee aan de slag.'

Hoe geeft je Haarlem een impuls?
'Door goed naar de rubrieken te kijken. Dat is natuurlijk een ongoing process. Daarom hebben we nu bijvoorbeeld een kast met vogelboeken. Als die rubriek groeit, doen we daar wat mee. Maar dat kan altijd nog scherper. Ik mis hier nog altijd die kop koffie in de heerlijke luie stoel. Wat zijn daarvoor de mogelijkheden? En al hebben we veel goede activiteiten gehad – Daan is daar ontzettend goed in –, kunnen we beter kijken naar wat we wel en niet doen. Liever een heel grote activiteit dan vier kleintjes die wel tijd en geld kosten maar waar je niet veel meer aan overhoudt dan een beetje publiciteit.'

Minder activiteiten? Terwijl iedereen altijd zegt: met meer reuring creëer je meer klantentrouw?
'Dat begrijp ik. Daarom deden we ook zo veel mogelijk. Maar reuring om de reuring? Ik ben er toch een beetje van teruggekomen. Iedere activiteit betekent opnieuw: planning maken, alles klaarzetten, nadenken over publiciteit enzovoort enzovoort. En dan komen er acht mensen die bij elkaar nog geen vijf boeken kopen. Wordt je daar blij van? Het is beter goed na te denken wat je doet en waarom. Ik vind ook: wij zijn in de eerste plaats een boekhandel, geen cultureel centrum.'

Het pand en het assortiment moet het doen?
'Het pand in Haarlem is natuurlijk al een beleving. Maar vergeet ook de medewerkers niet. Heel veel aankopen worden gedaan door mensen die binnenkomen zonder dat ze weten wat ze willen hebben. Ja: "een cadeau voor mijn vader." Boekhandelaren kunnen dat voor hen invullen. Ik ben iedere keer als ik meeloop in de winkel onder de indruk van hun vakkennis. Het is alleen jammer dat veel boekverkopers geen échte verkopers zijn. Ze ervaren het vaak als opdringerig om extra suggesties te doen. Ook daar is denk ik winst te behalen.'

Hoe gaat het met de omzet via de websites?
'Die is stabiel. Omdat de site rammelt zit er geen groei in. Maar omdat hij wordt gebruikt voor de verkoop in de zakelijke markt zit er wel een mooie omzet in. Daarom bouwen we nu aan een nieuwe site. Hij had er al moeten zijn, helaas is de deadline al zes keer uitgesteld. Maar daar kan iedereen in de boekhandel over mee praten. Ik sprak een tijdje terug Fabian Paagman. Bij hem was de deadline minimaal twaalf keer uitgesteld.'

Waarom rammelt de bestaande site?
'Omdat hij inmiddels twaalf jaar oud is. De code is sterk verouderd. In al die jaren is het ook zo'n ingewikkeld bouwpakket geworden. Iedere keer als een zakelijke klant een vraag had, voldeden wij daaraan. Zo werden er iedere keer nieuwe regels gecodeerd. Dat heeft tot gevolg dat de site nu vrij onoverzichtelijk is geworden en wij, als een zakelijke klant naar een bepaalde titel vraagt, wij zeggen: wij bestellen het voor u. Dat kost ons meer werk en dus geld. Het is alleen best lastig om een site te maken met precies het goede aantal functionaliteiten. We willen natuurlijk alle klanten helpen, maar we kunnen geen functionaliteit bouwen voor één klant. Dat is te duur.'

Hoe is de online omzet van particulieren?
'O, een stuk kleiner.'

Met name Van Stockum had altijd de naam dat ze redelijk mee konden doen als landelijke partij omdat ze zo vroeg waren met een webshop.
'Dat is al lang niet meer het geval. We hebben natuurlijk bestellingen uit het hele land, maar dat is een fractie van wat Bol heeft of een landelijke speler als Bruna. Maar dat vind ik geen reden om te zeggen: laat maar. Als de nieuwe site er is, wil ik daar eerst lokaal maar uiteindelijk landelijk reclame voor maken. Een site moeten we toch hebben, dus dan wil ik er ook een maximale omzet uit halen.'

De meeste boekhandelaren redeneren andersom: ik moet nu eenmaal een site hebben, maar mijn aandacht gaat naar de winkel want online kan ik het toch nooit winnen.
'Ik weet het. Maar ik niet. Ik heb daarom ook mensen aangenomen. Iemand voor de contentstrategie, zei ik al. Maar ook marketingmanager Sybranda Vink die verantwoordelijk wordt voor de stroomlijning van de communicatie intern, zodat iedereen veel beter weet wat hier gebeurt, wat we in huis hebben. Ik wil ook dat wat de mensen voor hun rubrieken in de winkel doen, ze ook voor de site doen. Ze krijgen er als het ware een extra kast bij, maar dan online. De nieuwe site kan dan veel meer een naadloze uitbreiding van de winkels worden, waar mensen hetzelfde vinden als in Haarlem en Den Haag.'

Van alle markten die in dit gesprek voorbij zijn gekomen: welke vindt je het leukst?
'Online. Nee, dat zeg ik te snel. Ik ben ook gek op de winkels. En de zakelijke markt heeft dat heerlijke dat je grote slagen kan maken. Je hebt daar echte high five-momenten. Maar ik geef toe: ik ben het meest gepassioneerd over de mogelijkheden van online, omdat ik denk dat we daar echt veel uit kunnen halen. Je kunt er ook gemakkelijker en sneller het effect meten van wat je doet.'

En dat terwijl je zelf niet heel actief bent op sociale media, viel mij op.
'Dat klopt. Ik ben daarin wat schuw. Maar ik zie de mogelijkheden en in functie van de winkel word ik ook actiever. Ik heb daarom al langer een eigen feed op Instagram die gericht is op de winkel: @Mybooksmystories. Ik heb laatst ook voor het eerst een foto van mezelf gepost: bij de kerstboom in de winkel. Met kloppend hart, dat wel, maar het kan niet anders. Daarvoor vind ik het te belangrijk voor de winkel om goed actief te zijn op sociale media.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, jan 2019)


maandag 4 maart 2019

Boekenweek 2019: wat doen uitgevers met het thema?

Het Boekenweekthema 2019 zorgde eerder dit jaar voor hoogoplopende beroering. Hoe gaan uitgeverijen ermee om? Een aantal verzet zich actief tegen de keuze van de CPNB, de meeste haken er echter traditioneel op in, zo blijkt uit de pas verschenen voorjaarsaanbiedingen.

De moeder de vrouw? Marketing manager Taïs Vezo van Atlas Contact was 'verbaasd' toen de CPNB in juni het thema van de Boekenweek 2019 bekend maakte, vertelt ze. Waarom zette het pr-bureau van het boekenvak van 23 tot en met 31 maart het debat over vrouwelijkheid en moederschap centraal? Waarom richtte het zijn pijlen niet op vrouwelijke auteurs? Toen ze vervolgens de talloze afwijzende reacties zag, dacht ze: misschien kunnen we er een positieve draai aan geven als we zélf zoiets opzetten.
Nog dezelfde dag stond de campagne 'De schrijver, de vrouw' in de steigers, waarover Vezo het bedrijf direct achter zich kreeg. Hierin zet de uitgeverij acht auteurs in de spotlights. Vijf Nederlandse: Mensje van Keulen, Maartje Laterveer, Vonne van der Meer, Nelleke Noordervliet en Niña WeijersEn drie buitenlandse: Nino Haratischwili, Elizabeth Jane Howard en Hilary Mantel. Ieder van hen figureert met een titel uit hun oeuvre in abri's door heel Nederland, in advertenties in landelijke media (zowel hun fysieke uitgave als hun websites), op sociale media en pos-materiaal voor de boekhandel.
'We zochten een mix van auteurs die al lang schrijven en jonge auteurs', verklaart Vezo de keuze. 'Ze hebben gemeen dat ze allemaal een krachtige stem hebben. Het is niet in de eerste plaats bedoeld om pas verschenen titels te promoten. De Cazulets-serie van Elizabeth Jane Howard loopt al een tijdje. En voor Niña Weijers gaat het om De consequenties, die in 2014 verscheen. En niet haar nieuwe roman Kamers, antikamers die in mei uitkomt.'
De uitgeverij verwacht ook niet de voor een uitgeverij behoorlijke investeringen terug te verdienen. 'De campagne is eerder een statement. Wij willen er een aantal vrouwelijke auteurs mee belichten die wij belangrijk vinden. Maar het is natuurlijk wel fijn dat de boekhandel zo enthousiast is. Toen we de campagne presenteerden op onze gebruikelijke sneak preview, kregen we alleen maar lovende reacties.'

De keuze van het Boekenweekthema riep dit jaar zeldzaam hoogoplopende discussie op. Direct na bekendmaking van 'De moeder de vrouw', naar het gedicht van Martinus Nijhoff, bleek Vezo lang niet de enige die er vraagtekens bij zette. Hoe ouderwets kon de CPNB zijn, was de breed gedeelde teneur op sociale media, dat het vrouwen met moederschap associeerde? Dat het geschenk en essay door twee mannen, respectievelijk Jan Siebelink en Murat Isik, werd geschreven, voelde daarbij als een trap na.
Alle media stonden stil bij de ophef. Er was een petitie die door de honderden auteurs werd ondertekend. Op de deur van de CPNB werd zelfs de tekst ‘Conservatieve Patriarchale Nuffige Barbaren’ gespoten. En er ontstond overleg tussen vertegenwoordigers van de boze auteurs en de marketeers om te proberen 'een positieve wending te geven aan de commotie', zoals de CPNB het noemde. Dat leidde tot de belofte van de laatste om een extra gedicht door een vrouwelijke auteur te laten maken en vanaf heden de opdracht voor de actietitels van de Boekenweek evenredig aan mannen en vrouwen te gunnen.
Nu de uitgeverijen hun voorjaarscatalogi naar de boekhandel hebben gestuurd, is het mogelijk te zien hoe uitgeverijen op dit gevoelige thema inspelen. Een aantal blijkt, net als Atlas Contact, 'de moeder de vrouw' anders te hebben geïnterpreteerd: als een mogelijkheid om – mede met het oog op Internationale Vrouwendag op 8 maart – sterke vrouwen onder de aandacht te brengen. Nijgh Cuisine brengt in dat verband bijvoorbeeld het kookboek Vrouwvolk van Marianne Pfeffer Gjengedal en Klaudia Iga Pérès, waarin de favoriete recepten van vrouwen als Coco Chanel en Björk zijn verzameld.
Vantilt zet opnieuw de twee 1001 vrouwen-boeken van Els Kloek in de etalage. 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis en het net verschenen 1001 vrouwen in de 20e eeuw kregen beide een volle pagina in de voorjaarscatalogus. Daarnaast verschijnt in februari De ongehoorde helft. De eerste vrouwen op het politieke pluche van Paul van der Steen: een nieuwe titel over het eerste vrouwelijke staatshoofd, burgemeester, staatssecretaris, minister, en commissaris van de koningin. 
'Mijn eerste reactie op het thema was ook: gênant en denigrerend', licht uitgever Marc Beerens toe. 'Maar daarna dacht ik: frappez toujours, natuurlijk kan ik hier wat mee. Kloek laat in haar boeken juist zien welke belangrijke rol vrouwen in de Nederlandse geschiedenis hebben gespeeld. Dat blijven we benadrukken. Alleen niet met de slogan van de CPNB. Ik kan het niet over mijn hart krijgen die te gebruiken. Daarom dopen we het thema om tot: "Vrouwen in de Nederlandse geschiedenis".'

Of ook uitgeverij Cossee protesteert tegen de keuze van het thema, mag de lezer zelf uitmaken. De uitgeverij brengt een heruitgave van De biecht van Marianne Philips (1886-1951) én haar Boekenweekgeschenk van 1950: De zaak Beukenoot – nota bene in de oorspronkelijke vormgeving. Het eerste boek past in een reeks herontdekte klassiekers van Nederlandse schrijfsters waar werk van Ida Simons, Dola de Jong, Josepha Mendels en A.H. Nijhoff is ondergebracht. Het tweede is bedoeld als knipoog.
'Marianne Philips stond al in de planning', vertelt Cossée. 'Na het succes van de boeken van Ida Simons, die ik had meegenomen uit het huis van mijn moeder toen we dat moesten leegruimen, brengen wij elk jaar een ten onrechte vergeten schrijfster, die zij graag las. Een boekverkoper noemde die reeks ooit: "uit de boekenkast van mijn moeder". Vanwege het Boekenweekthema presenteren wij deze boeken nu ook onder deze naam. Door alle commotie rondom het thema wilden we toen ook De zaak Beukenoot in onze Broekzakbibliotheek brengen. Om te laten zien dat ook vroeger al vrouwen goed genoeg waren om het Boekenweekgeschenk te schrijven – en omdat klassenjustitie, waar het boek over gaat, nog steeds voorkomt. Marianne Philips stuurde het in de voor de prijsvraag die CPNB toen organiseerde.'
Maar of dat een protest is? 'Dat laat ik in het midden', zegt ze. 'Je kunt deze uitgave interpreteren als: zo’n mannelijke voorkeur als de CPNB nu heeft, hadden ze niet altijd. Maar het kan ook een steun in de rug zijn, omdat we laten zien dat er altijd goede vrouwelijke schrijfsters zijn geweest en dat ze de moeite zijn om te herlezen. Want je moet een boek natuurlijk op zijn eigen merites beoordelen en dan blijken beide boeken nog heel interessant te zijn. De biecht is een van de eerste romans in de Nederlandse literatuur die ingaat op het belang en de gevolgen van psychotherapie.'
Daarnaast brengt Cossee als enige uitgeverij een boek over het gedicht waaraan de CPNB het motto ontleende: het essay De moeder de vrouw. Mythe en misverstand rond het beroemde gedicht van Martinus Nijhoff van Andreas Oosthoek. 'Hij beheert de nalatenschap van Nijhoff. Toen de CPNB hem om toestemming vroeg en er zo veel opschudding ontstond, wilde hij dit essay schrijven. Natuurlijk, reageerden wij, graag. Het is tegelijk een soort voorpublicatie van een groter boek in voorbereiding over de familie Nijhoff.'

Toch zijn de uitgeverijen die zich afzetten tegen het gekozen thema in de minderheid. Er zijn weliswaar meer sterke vrouwen-boeken. Denk aan Benoîte Groult, van wie Meulenhoff haar succesroman Zout op mijn huid herdrukt en het Iers dagboek uitgeeft. Maar er wordt lang niet altijd de link met de Boekenweek. Thomas Rap meldt in zijn catalogus alleen dat Wat zou Cleopatra doen? Levenslessen van 50 uitzonderlijke vrouwen van Elizabeth Foley en Beth Coates op 7 maart verschijnt. Daags voor de Internationale Vrouwendag dus. Boom koppelt De liberale strijd voor vrouwenkiesrecht van Fleur de Beaufort en Patrick van Schie alleen aan de herdenking van het eeuwfeest van het vrouwenkiesrecht.
De meeste uitgeverijen lijken het thema klassiek aan te pakken. Bijvoorbeeld met speciale bundelingen en bloemlezingen die het gekozen thema een op een vertalen en waarvan de verkoop moet pieken tijdens de Boekenweek zelf. Er is de al eerder aangekondigde essaybundel Wolf, die Maartje Laterveer samenstelde voor Atlas Contact over de vraag: wat maakt de vrouw? Dertien uiteenlopende essayisten, van Marja Pruis tot Naema Tahir, werken eraan mee. Maar de gebruikelijke thematische bundelingen overheersen.
Kampioen is Prometheus die een proza- en een poëziebloemlezing brengt. Isa Hoes bracht de mooiste verhalen bijeen in Mijn moeder is..., Ester Naomi Perquin de gedichten in Wij zijn de menigte die moeder heet. Maar de uitgeverij is de enige niet. Voor Meulenhoff verzamelden Eva Kelder en Annemarie de Gee nieuw geschreven verhalen over moeders in Ik, moeder. Manon Duintjer liet voor Ambo|Anthos overwegend non-fictieauteurs in Wat ik van mijn moeder leerde vertellen over, inderdaad, wat zij van hun moeder hebben geleerd. En Querido verzamelde de beste verhalen, liedjes en gedichten over moederschap van Annie M.G. Schmidt: Moeder, loop toch niet zo mank.
Daarnaast zijn er de boeken die hoe dan ook zouden verschijnen, maar die – soms met enig kunst- en vliegwerk – binnen het thema passen en daarom tot Boekenweek-titel worden verheven. Voorbeelden: de roman Een liefde, in gedachten van de Duitse schrijfster Kristine Bilkau (Cossee), de biografie Samenloop van omstandigheden van de acteur Saman Amini (Xander), de nieuwe essaybundel van Marja Puis Oplossingen – Het leven, mijn handreiking (Nijgh & van Ditmar) en het definitieve moeder en zoon-boek Klaar van F. Starik (Nieuw Amsterdam).
Er zijn natuurlijk de heruitgaven. Zo brengen zowel Querido als Podium werk van de dit jaar overleden Renate Dorrestein onder de aandacht. De eerste bundelt onder de titel De moeder de vrouw de romans Ontaarde moeders en Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor. De tweede herdrukt De stiefmoeder. Podium herlanceert daarnaast Ik omhels je met duizend armen van Ronald Giphart. Een andere heruitgave is bijvoorbeeld de midprice-editie van Jij bent niet zoals andere moeders van Angelika Schrobsdorff (Nieuw Amsterdam).
En er is lopend fonds met een relevante thematiek dat opnieuw onder de aandacht wordt gebracht – en mogelijk met extra korting in te kopen. Wereldbibliotheek wijst de boekhandel bijvoorbeeld op het bestaan van Mijn moeder en haar zoon van Markus van der Graaff, Tussen april en november van Tomas Espedal en Het behouden kind van Janneke Holward. Soms lijkt het er daarbij op alsof een uitgeverij alles op alles heeft gezet om maar iets te brengen. Zo heeft Leopold het 'mooiste kinderboek voor de Boekenweek' in huis: En toen Sheherazade, en toen van Imme Dros.

Toch zijn er uitgeverijen die de Boekenweek ogenschijnlijk aan zich voorbij gaan. De Arbeiderspers, Athenaeum-Polak & van Gennep, Balans, De Bezige Bij, A.W. Bruna en haar literaire imprint Signatuur, BBNC, de Fontein, Gottmer, KokBoekencentrum enzovoorts. Het aantal uitgeverijen waarvan de voorjaarscatalogus geen enkele verwijzing naar de Boekenweek bevat is legio – al heeft De Bezige Bij wel Boekenweekgeschenkauteur Jan Siebelink in huis. Is dat een teken dat het thema te gevoelig is?
Welnee, bezweert Arbeiderspers-uitgever Peter Nijssen. 'Het thema is altijd zo ruim geformuleerd dat iedereen wel iets in het fonds heeft dat erbij past en we zijn allemaal opportunistisch genoeg om geen principiële bezwaren te hebben. Maar die brede formulering is tegelijk de zwakte van ieder Boekenweekthema. Je kan er zó veel onder brengen dat er al gauw overkill optreedt. Je moet dan alleen iets doen als een goed idee hebt. Sommige jaren hadden we die, dit jaar niet. En natuurlijk gaan we, buiten de catalogus om, bestaand fonds opnieuw promoten bij boekhandel en publiek. Denk aan een titel als Magdalena van Maarten 't Hart, waar al 120.000 exemplaren van zijn verkocht.'
Ook voor De Bezige Bij telt het economisch argument. 'Inmiddels weten we van eerdere Boekenweken dat uitgaven rondom het Boekenweekthema geen extra uplift krijgen qua verkoop in die week', zegt pr-medewerker Soesja Schijven. 'De voorgaande jaren hebben wij ook geen herdrukken uit de backlist gemaakt die passen bij het thema. Daarnaast hebben we met Siebelink en zijn backlist genoeg moois om mee voor de dag te komen. Denk ook aan een aantal toepasselijke nieuwe uitgaven.' Zij wijst in dat verband op Moeders lichaam van Joris van Casteren, maar die titel is (in de najaarsaanbieding) nooit in verband gebracht met de Boekenweek.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, dec 2018)

vrijdag 1 maart 2019

'Een baboesjka spreekt' – Over 'Foon' van Marente de Moor (Ons Erfdeel)

Foon? De nieuwe roman van AKO-prijswinnaar Marente de Moor heeft een merkwaardige titel. “Foon” is geen bestaand woord. Het doet denken aan een koosnaampje voor “telefoon” of “microfoon”, maar die associatie rijmt niet met het omslag: een donker getinte foto van een houten hut in een ogenschijnlijk uitgestrekt bos. Het beeld straalt afzondering en verlatenheid uit, het tegendeel van de communicatie die een telefoon mogelijk maakt. Is “Foon” dan een naam? Ook dat voelt onwaarschijnlijk, al heb je nog geen letter van het boek gelezen. Alleen in een scifiroman heten locaties of personages Foon.
De titel kan dus niet anders dan een neologisme zijn, waarvan je moet vertrouwen dat de auteur de betekenis ergens in de roman zal uitleggen. En jawel, op pagina 177 wordt het geduld beloond. Nadja, de Russische vertelster van Foon, haalt een herinnering op aan haar jeugd. Ze lag ’s nachts vaak wakker van een “zware bromtoon, die als een monster onder mijn bed lag”. Haar ouders hoorden hem niet. Toen ze verhuisden, verhuisde de bromtoon gewoon mee. En toen legde haar vader het in een dronken bui uit.
“Wat jij nog hoort, en wij allang niet meer”, zei hij, “is de foon. Het is de achtergrondruis van het leven. De hele geschiedenis zit erin, van het liefste lied tot de angstige schreeuw, maar wees niet bang. Mensen die bang zijn voor geluiden zijn bang voor hun verbeelding. Ze sluiten hun geestesoog en roepen heel hard: het is niet echt! Maar de verbeelding bestaat, Nadja, niet alleen in ons hoofd. (...) Jij hebt nog een rijke verbeelding, maar geloof me, dat gaat over. Als je ouder wordt volg je de foon niet meer omdat ze wordt overstemd door het gejengel van alledag.”
Ofwel: de foon is een geritsel dat je alleen kunt horen als je je het kunt verbeelden. Het is het mysterie van het leven dat zich als kind aan je openbaart en je interpreteert met de onvaste kaders die ouders en school je aanreiken. Het is daarom ook iets dat je als volwassene niet meer hoort, omdat alles in het leven vast lijkt te liggen en de mogelijkheid om nog over het bestaan na te denken wordt dichtgeknepen door het dagelijkse geregel en gedoe. En omdat een volwassene precies denkt te weten hoe het hoort en hoe het moet.

Hoe raadselachtiger een titel is, hoe meer je geneigd bent die als sleutel te gebruiken om de roman te duiden. Bij Foon is dat in ieder geval vruchtbaar. Want al is Nadja inmiddels veertig jaar ouder, ook in de bossen van de oblast Pskov (op 200 kilometer van de grens met Letland), waar zij en haar man Lev zich hebben teruggetrokken, hoort zij sinds enkele jaren onverklaarbare geluiden. Geen bromtoon, maar een afschuwelijke “roestige jank” die uit de hemel lijkt te komen. “De Grote Geluiden”, zoals ze ze noemen, die alles overstemmen. Zijn die soms ook een verklanking van haar verbeelding?
Het verschil tussen het zachte, geheimzinnige neuriën van de jaren zeventig en het schelle, angstaanjagende fluiten van tegenwoordig is Nadja’s levensinstelling. Ooit was ze begeesterd door de wens zoöloog te worden – net als Lev, die haar biologie gaf op de middelbare school en met wie ze in de zomer na het eindexamen op expeditie ging. Toen ze zwanger werd van deze bijna twintig jaar oudere man, kwam daar een nieuwe droom voor in de plaats: een eigen reservaat, ver weg van de beschaving, waar ze kinderen natuurles gaven en waar ze verder min of meer zelfvoorzienend waren.
Maar dat bestaan heeft iedere glans verloren. Nadja is een aftandse vrouw geworden. Een seniele baboesjka, vindt ze. Met haar bejaarde man wisselt ze amper meer dan een paar woorden. Haar zoon, die zich wél heeft aangepast aan het hyperkapitalistische, nationalistische Rusland van Poetin, is onbegrijpelijk voor haar geworden. Van haar dochter is ze vervreemd. Het dorp is uitgestorven, op hun huishouden na – “onze belachelijke bedoening”, noemt ze dat. En hun natuurcentrum ligt volkomen op zijn gat. Ook de toeristen die er na het einde van het sovjettijdperk jonge beren kwamen verzorgen, zijn al jaren weggebleven.
Het enige wat Nadja nog rest, is het apocalyptisch gekras – en, als tegenwicht, het rustgevende geluid van de langsrazende trein die elke nacht haar woning passeert. Aanvankelijk krijg je de indruk dat vooral haar man last van de geluiden heeft, maar aan het slot van de roman kun je niet anders dan concluderen: de geluiden zijn een product van haar fantasie. Ze staan symbool voor de manier waarop ze zich afsluit voor een werkelijkheid die te pijnlijk is om te aanvaarden. Ze hoort ze omdat het verdringen van de werkelijkheid er alleen maar toe leidt dat deze zich af en toe luid moet ontladen.

Waarom heeft haar leven zo’n wending genomen? Het is die vraag die Foon zijn stuwende kracht geeft. Al op pagina 12 onthult De Moor dat haar hoofdpersoon zich een bepaald jaar niet wenst te herinneren. Vervolgens voert ze de lezer, als in een steeds sneller tollende draaikolk, naar deze centrale gebeurtenis. Cirkelend langs Nadja’s herinneringen en belevenissen komt ze steeds dichterbij totdat ze, net als de hoofdpersoon zelf, die het slachtoffer van weleer op bezoek krijgt, wel móét vertellen wat er is gebeurd. En je dan ook begrijpt dat niet alles is zoals Nadja het voorwendt.
Wat de gebeurtenis is, kan onvermeld blijven. Beter is het om de lof te zingen van De Moors pen. Via Nadja geeft ze niet alleen een veelkleurig portret van de Russische maatschappij en hoe die is veranderd door de overgang van het communisme naar de moderne tijd, waardoor je sovjetnostalgie van de oudere generatie begrijpt. Ze vindt daar ook voortdurend even levendige en robuuste als originele taal voor, die je het zeldzame gevoel geven naar een volstrekt authentieke vrouw te luisteren. Met iedere zin maakt ze het portret van dit archetypische personage subtieler en rijker.
Hopelijk inspireert dat voldoende in om Foon, ondanks de merkwaardige titel, zelf op te pakken en te ontdekken wat Nadja’s trauma is.
(Eerder gepubliceerd in Ons Erfdeel 2019/1)

dinsdag 26 februari 2019

Hoe poëzieboekhandels het hoofd boven water houden (Poëziekrant)

Het Poëziecentrum en Perdu waren lange tijd de enige poëzieboekhandels in het Nederlandse taalgebied. Sinds kort is er een derde bijgekomen: Index Poetry Books in Leiden. Door de kosten laag te houden en creatief alle mogelijkheden te benutten proberen ze alle drie te overleven van uitsluitend gedichtenbundels.

Niets zo onwaarschijnlijk als een poëzieboekhandel. De markt voor poëziebundels is zo bescheiden dat de kosten voor de inkoop van de voorraad, huur van winkelruimte en inzet van personeel niet zijn terug te verdienen. Op sommige rustige dagen worden zelfs de alledaagse kosten als energie en koffie niet goedgemaakt door het handvol klanten dat een debuut aanschaft of zijn collectie Koplands completeert. Als er eens een bestsellende bloemlezing is, kopen mensen die zelden in de speciaalzaak.
Toch hebben Christiaan van Minnen en Anne ter Beek in het voorjaar van 2018 Index Poetry Books geopend. In een doorgaande straat net buiten het centrum van Leiden, waar onder andere een stomerij, een paar kappers, een pizzeria en een kleine supermarkt de buurt bedienen, huisvest hun bescheiden winkel van enkele tientallen vierkante meters groot een enorme schat aan poëzie. Duizenden bundels Nederlandstalige poëzie, zeer rijkelijk aangevuld met bij voorkeur tweetalige exemplaren van poëzie uit alle windstreken.
'Vooral onze buitenlandse collectie maakt de winkel uniek', vertelt Van Minnen. 'Alle Nederlandse poëzie heb je zo in huis: alles wat bij [distributeur] CB op voorraad ligt, bundels van kleinere uitgeverijen. En wat niet meer wordt uitgegeven – Vestdijk, Leopold – zoek je antiquarisch. Maar dankzij onze bestaande contacten in het boekenvak hebben we steeds meer buitenlandse bundels die je in de hele Benelux nergens vindt. Zuid-Afrikaanse experimentele dichters. Bloemlezingen Servische poëzie. Noem maar op.'
De inrichting, gebaseerd op Engelse plattelandsboekhandels, appelleert met zijn donkerrode kasten aan ouderwets leesgenot – zonder dat de winkel zelf ouderwets overkomt. Je ziet jezelf onmiddellijk met je nieuwe aanschaf wegzakken in een oude leunstoel. 'We hebben de kasten allemaal zelf getimmerd', zegt Ter Beek. 'Daarom hebben we deze grote kasten in het midden, die we kunnen verplaatsen als er evenementen zijn, ook pas later neergezet. Zo konden we nog meer met name Amerikaanse en Engelse poëzie kwijt.'

Een businessplan hebben de twee eigenaren nooit gemaakt voor Index Poetry Books. 'Is er markt voor? Soms moet je iets gewoon doen', zegt Van Minnen. 'Steve Jobs, Elon Musk en Richard Branson hebben ook nooit een businessplan gemaakt. De grote dingen in de wereld worden niet gedaan door mensen die een starterscursus volgen bij de Kamer van Koophandel en allerlei visieteksten over hun markt naar de bank meenemen. De grote dingen worden gedaan door mensen die iets durven.'
Van Minnen en ter Beek zijn nu eenmaal hun hele leven al verslingerd aan poëzie. Beide afgestudeerde classici lezen van jongs af aan gedichten. Ter Beek noemt Neruda en Marsman als eerste liefdes. Van Minnen beschouwt John Donne als persoonlijke favoriet. Net als zijn vader, die iedere nacht in zijn studeerkamer met poëzie zijn ervaringen in de Tweede Wereldoorlog van zich af schreef, dicht hij ook zelf. In de jaren tachtig stond zeer regelmatig werk van hem in De Revisor. En dan is het gewoon leuk om een gespecialiseerde poëzieboekwinkel te hebben.
Maar beide geven toe dat je 'veilig moet zijn', zoals Van Minnen het noemt. Dat zijn ze dankzij hun andere bedrijf, dat enkele deuren verder is gevestigd in een soortgelijk half winkel-, half woonpand: Index Books – dat vakliteratuur levert aan universiteitsbibliotheken, overheden en dergelijke. Sinds de oprichting in 1991 maakt de library supplier een gestage groei door, die de laatste jaren alleen maar is versneld getuige de twee FD Gazelle Awards in 2016 en 2017 voor snelst groeiende bedrijven.
'We hebben uitgerekend dat we deze winkel, zelfs als er nooit iemand komt, voor jaren in de lucht kunnen houden – zolang we ons andere bedrijf maar strak en gezond weten te houden', vertelt Van Minnen. 'En als het niets wordt, hebben we in ieder geval een mooie walk-in closet voor onszelf vol poëzie', vult Ter Beek aan. 'Want dit is me toch een schatkamer', reageert Van Minnen. 'Zo vaak als ik een rondje door de winkel kan doen en wéér iets moois ontdek wat Anne heeft ingekocht.'

Dat neemt niet weg dat Index Poetry Books de kosten zo laag mogelijk houdt. De inkoop van zeker de startvoorraad is een investering. Gelukkig kreeg de winkel daar hulp bij. 'Leo Peeraer van uitgeverij P reed, zijn auto volgeladen met zijn volledige fonds, hierheen om alles ter consignatie neer te leggen. Dat hebben meer uitgeverijen gedaan. En dan ben je geneigd om voor die fondsen wat harder te lopen. Als iemand Spaanse poëzie zoekt, raad ik zijn prachtige tweetalige bloemlezingen aan', zegt Van Minnen.
Daarnaast zijn de voornaamste kosten de huur en het personeel. De eerste is relatief laag omdat ze niet op een A1-locatie zitten. 'Wat ook niet nodig is, omdat we het niet van toevallig langslopend publiek moeten hebben.' En de personeelskosten zijn beperkt: Index Poetry Books heeft een betaalde kracht die twee dagen per week in de winkel is om, naast het gebruikelijke werk in de winkel als het uitpakken van nieuwe voorraad, de volledige collectie ten behoeve van de eigen webwinkel te voorzien van metadata.
'De rest van de tijd staat ons eigen personeel er', zegt Van Minnen. 'Iedereen een dagdeel, wijzelf ook. Het is heel makkelijk om bijvoorbeeld een stapel reclameringen van bestellingen hier achter de computer te doen. Zo rustig is het wel. En als het te druk wordt, kan dat alleen maar omdat de omzet van de winkel zo aantrekt. De laatste periode hebben we dus uitsluitend mensen aangenomen die affiniteit met poëzie hebben. Voor hen is het werk in de winkel –tussen de boeken, met echt klantcontact – een soort arbeidsvitaminen.'

Ondanks het missionaire karakter van de winkel proberen Van Minnen en Ter Beek met deze lage aanloopverliezen wel degelijk in gestaag tempo een rendabele winkel neer te zetten. Om de daarvoor benodigde minimale maandelijkse omzet van vijftien- tot twintigduizend euro te halen kunnen ze niet afhankelijk zijn van het 'verrassend jonge' en, in deze stad vol expats, internationale publiek dat met een steeds grotere frequentie aanloopt en dan stuit op de vele onvermoede pareltjes op de planken.
Ook online moet de verkoop aantrekken. Internet is juist voor een speciaalzaak een vitaal kanaal, waarmee je tot ver buiten je regio liefhebbers kunt binden. 'En zelfs in het buitenland', reageert Van Minnen. 'Want hier staat meer Engelstalige poëzie dan in een goed gesorteerde boekhandel in Oxford.' De metadata moet de site daar aantrekkelijk genoeg voor maken. 'Als het klaar is, kun je de leukste dingen bij elkaar vinden. Wie in de jaren 1910 debuteerde. Wie aan absint verslaafd was. Wie feministische poëzie schreef. Enzovoorts.'
Daarnaast hebben de eigenaren tal van plannen. Van lespakketten voor het onderwijs tot stands bemensen op het groeiend aantal poëziefestivals. Van uitbouwen van de naamsbekendheid via het actief beheren van sociale media tot het trekken van publiek met evenementen in de winkel. Zo vond de presentatie van een Awater-nummer in de winkel plaats en traden er dichters op als Ingmar Heytze, Thomas Möhlmann, de Zuid-Afrikaanse Koleka Putuma en de Amerikaanse Shonda Buchanan.

En anders kan Index Poetry Books altijd inspiratie opdoen bij de twee concurrenten die het al decennia volhouden. Poëziecentrum heeft een vaste plek in het fraaie vijftiende eeuwse Toreken aan de Vrijdagmarkt van Gent, waar de liefhebbers uit het hele taalgebied naartoe trekken voor de zo compleet mogelijke collecties poëziebundels in de Lage Landen. Dat alles er ligt, zal shopmanager Lot De Smet niet beweren, maar 'gigantisch' is het wel, 'zeker voor zo'n klein oppervlak'.
Waar de Leidse winkel het regulier verkrijgbare Nederlandstalige aanbod aanvult met een breed buitenlands aanbod, doet Poëziecentrum dat met nóg meer Nederlandstalige poëzie. Dat houdt in: een kelder vol met antiquarische boeken, die mede dankzij het feit dat het centrum veel schenkingen krijgt, tegen spotprijzen te koop zijn. 'En als we oudere bundels dan nog niet hebben, zullen we altijd voor de klant op zoek gaan. Desnoods bellen we de dichter zelf op om te vragen of hij nog een exemplaar heeft.'
Ook maakt het Poëziecentrum ruim baan voor uitgaven in eigen beheer, die het in consignatie neerlegt. 'Bij elkaar kom je gemakkelijk aan zo'n honderd titels, dat tussen de rest van het aanbod staat', zegt De Smet. 'Ook al zit er weinig kwaliteitscontrole op die uitgaven, wij selecteren daar niet op. Het is niet aan ons om daarover te oordelen. Het is nu eenmaal moeilijk om poëzie uitgegeven te krijgen. Ik begrijp dat mensen er daarom voor kiezen. Door het vele administratieve werk is het van ons echt een inspanning.'
Daarbij kiest de winkel voor een zo breed mogelijk aanbod. De kinderpoëzie wordt aangevuld met bijvoorbeeld uitgaven van sprookjes op rijm. Er liggen relevante gadgets van Plint en Cossee. Alles om ook klanten die misschien zijn geïntimideerd door al die kasten vol met wat velen toch een moeilijk genre vinden, te kunnen verleiden ook eens binnen te stappen. 'Het is belangrijk dat niemand hier meteen terugschrikt, zodat we iedereen kunnen toeleiden naar poëzie. Dat is immers de hoofdtaak van het Poëziecentrum.'

Toch kan de shop van het Poëziecentrum nooit zo'n breed assortiment neerleggen dat het een doelgroep aanspreekt die groot genoeg is om zelfstandig te overleven. Als het geen onderdeel was van het Poëziecentrum, die met subsidie van onder meer het Vlaams Fonds voor de Letteren en de Stad Gent de Poëziekrant en eigen bundels uitgeeft en tal van poëzieactiviteiten ontplooit, zou de winkel niet rendabel zijn, geeft De Smet toe. De omzet dekt simpelweg niet alle kosten.
Die relatie is niet alleen belangrijk om operationele verliezen te dekken. Het biedt kansen: op bijvoorbeeld boekpresentaties doet de winkel de boekverkoop. Dan kunnen er wél in een keer tot tachtig exemplaren van een titel worden verkocht. 'Anders kopen we van populaire titels hooguit drie tot vijf exemplaren in. Van de rest hebben we meestal eentjes, en dan moeten we bij iedere verkoop opnieuw afwegen: heeft het zin die titel nog een keer bij te bestellen. Twee jaar na verschijnen is het antwoord vaak nee.'
En het helpt om de kosten te dekken. Zo staan de medewerkers ook in de shop, die tegelijk een baliefunctie heeft. Zo zijn de personeelslasten beperkt: De Smet, in dienst bij het centrum, is voor 40% shopmanager – tijd die ze vooral gebruikt om de inkoop te doen of een stand te bemannen op beurzen (zoals de Boekenbeurs, waar een hoge omzet wordt gedraaid, maar de kosten navenant zijn). Daarnaast is er een door de gemeente gesubsidieerde jongere in dienst om ervaring op te doen als verkoopmedewerker.

Voor Perdu geldt een soortgelijk verhaal. Het assortiment van de poëzieboekhandel in het steeds meer door toeristen overspoelde centrum van Amsterdam beweegt zich van het model-Poëziecentrum naar het model-Index. Ofwel: de nadruk verschuift van een zo compleet mogelijk Nederlandstalig aanbod, dat net als in Gent dankzij schenkingen wordt aangevuld met een ruim antiquarisch aanbod, naar een assortiment met steeds meer Engelstalige poëzie, vertelt bureaumanager Ruben Ing.
Dat komt niet door de toeristen, maar door praktische en inhoudelijk gedreven keuzes. De winkel verkoopt geen eigen beheer-uitgaven meer omdat de administratieve last te groot werd. 'En Engelstalig doen we steeds meer omdat de nieuwe generatie die poëzie nauwer volgt,' zegt Ing. 'De inkoopprijs van Engelse titels is gunstiger, omdat de oplagen hoger zijn en de productiekosten dus lager. Via onze distributeur Ingram kunnen we, ondanks verzendkosten, Amerikaanse poëzie goedkoper aanbieden dan Nederlandse.'
Die verandering, die de laatste anderhalf jaar versneld is waar te nemen, houdt de omzet stabiel. Toch is de winkel alleen 'niet levensvatbaar', erkent Ing De boekhandel is dan ook onderdeel van een groter geheel: Stichting Perdu. Deze geeft ook twee bundels per jaar uit en exploiteert een theater, achter de winkelruimte, waar plek is voor maximaal honderd toeschouwers. Iedere vrijdagavond verzorgt Perdu zelf een programma, de rest van de week is de zaal beschikbaar voor de verhuur – zoals voor boekpresentaties.
Via de Stichting, die wordt gesubsidieerd door onder andere de Amsterdams Fonds voor de Kunst, worden de kosten laag gehouden. Zo drijft de stichting en zeker de boekhandel op de kracht van vrijwilligers, maar kunnen zij worden aangestuurd door vier betaalde medewerkers. Tegelijk zijn er voordelen van kruisbestuiving, doordat Perdu bijvoorbeeld de boekverkoop verzorgt bij boekpresentaties, waarvan er in het hoogseizoen wel zes in een maand kunnen zijn. Op de beste avonden worden er tot zestig exemplaren verkocht.

Opmerkelijk is dat zowel Poëziecentrum als Perdu weinig aan online verkoop doet. Ze hebben als schaarse speciaalzaak in principe iedere poëzieliefhebber in het taalgebied als klant, zeker nu de plek voor poëzie in algemene winkels sinds de economische crisis nog kleiner is geworden en een bedrijf als De Slegte, met zijn groot tweedehands aanbod, in veel steden (zeker in Nederland) is verdwenen. Toch richten beide winkels zich in eerste instanties op klanten die afreizen naar Gent respectievelijk Amsterdam.
Het Poëziecentrum heeft alleen een online formulier waarmee klanten een bestelling kunnen plaatsen, vertelt De Smet. 'Maar een volwaardige webshop? We hebben dat ooit onderzocht, maar we kunnen niet op tegen partijen als Bol.com en Amazon. Zij kunnen bundels goedkoper aanbieden omdat ze betere deals met uitgevers hebben. Daarboven bieden zij gratis verzending. Daarnaast heb je alle data nodig: covers, titelbeschrijvingen. Voor bijzondere dingen is er niet eens data. Dat is voor ons onmogelijk om te dragen.'
Perdu heeft wel sinds een jaar of zeven een webshop waarop alle titels verkrijgbaar zijn, vertelt Ing. Hij oogt verzorgd en Ing klaagt niet over de extra kosten. Maar in verhouding levert het maar weinig op. 'Veel webbestellingen krijgen we niet: twee à drie per week'. Vandaar dat ook Perdu zich liever concentreert op klanten in de winkel. 'Dat hebben we ook veel liever, omdat we dan persoonlijk contact hebt. Dat is toch de leukste manier om poëzie te verkopen.'
(Eerder gepubliceerd in Poëziekrant, jan-feb 2019)

Zie ook dit recente interview met Van Minnen voor Boekblad.