zondag 8 september 2019

Interview: Vincent Elzinga neemt Kennemer Boekhandel over (Boekblad)

Vincent Elzinga wordt op 1 oktober de nieuwe eigenaar van de Kennemer Boekhandel. Van schrijven over boekhandels, als redacteur van 'Boekblad', tot het runnen van zijn eigen boekhandel: 'Ik werd direct gegrepen door het praten met klanten en het adviseren van hen. Dát, bedacht ik, is wat ik wil doen.'

Hoe was de afgelopen week [= de laatste week van augustus]?
'Een heel leuke, maar chaotische week. Ik heb mijn gewone uren gedraaid, was maandag naar De Beste Boeken Live. En de overname is rondgekomen. Ik neem de Kennemer Boekhandel al per 1 oktober over. Dat is vrij kort dag, dus ik moet tussendoor enorm veel regelen – met de notaris, de accountant, de bank, CB, Libris, noem maar op. En sinds vrijdag regent het felicitaties en lieve berichtjes van klanten en boekenvakkers. Iedereen is heel blij dat de Kennemer wordt voortgezet.'

Begon ook de drukte na de zomer weer?
'Ja. Donderdag was het opeens ontzettend druk in de winkel. Maar ik moet zeggen dat we een drukkere augustusmaand hadden dan verwacht. Er was natuurlijk een zomerdip, mensen gaan nu eenmaal met vakantie, maar die viel me dit jaar alleszins mee.'

Er kwam deze week in ieder geval een einde aan een augustus met opvallend weinig grote nieuwe titels.
'Ik zag de nieuwe Simone van de Vlugt, Jamie Oliver, Anne-Gine Goemans en David Lagercrantz binnenkomen, ja. Maar vooral op De Beste Boeken Live zag ik wat eraan komt. Ik kijk erg uit naar de nieuwe boeken van Oek de Jong en Anne-Gine Goemans, die me met hun optredens heel nieuwsgierig hebben gemaakt naar hun titels. Het was weer een goede editie.'

Hoe lang speelde de overname al?
'Eigenlijk heb ik er al drie jaar, vanaf het moment dat ik hier begon te werken, met Rob [Luckerhof] en Faminda [Breeuwsma] over gesproken: Zou het leuk zijn om deze winkel over te nemen? Kan ik dat? Vervolgens was het aan hen om te beslissen wanneer ze daadwerkelijk wilden verkopen. In januari – misschien iets eerder – werden de gesprekken concreet. Ik heb toen Kees Schafrat gevraagd mij te adviseren bij de gesprekken en onderhandelingen – dat was erg fijn en nuttig.'

Want jij hebt nooit getwijfeld dat je de winkel wilde hebben?
'Het is een geweldige winkel met een ontzettend leuke klantenkring, waar heel veel kan. Het assortiment past heel erg bij mijn smaak en mijn persoonlijkheid. Ik heb alleen lang gedacht dat ik het met iemand samen wilde doen. Al vanaf mijn werk bij Boekblad wist ik hoeveel tijd erin gaat zitten. Boekhandelaar is geen 9 tot 5-baan. Ik wilde er zelf nog een leven naast hebben. Onder anderen Willeke van der Meer van Kooyker spoorde mij aan het alleen te doen. Ze zei dat het heel prima te doen is in je eentje, als je maar een goed team om je heen verzamelt. Toen heb ik de knoop doorgehakt: toch alleen. Het is natuurlijk ook een kans uit duizenden.'

Want?
'Hoe vaak komt er nou een goedlopende boekhandel te koop zo dicht bij Amsterdam, waar ik woon, met zo'n assortiment, met zulke mooie evenementen en zulke fijne klanten?'

Is de Kennemer Boekhandel ook een gezonde winkel met een goede toekomst?
'Jazeker. De omzet toont een heel stabiele groei. De winkel is gevestigd in een hoogopgeleide buurt van Haarlem, waar eveneens klanten uit Bloemendaal en Overveen komen. Het zijn mensen die houden van lezen, graag papieren boeken hebben, van neuzen en rondkijken houden, en weten dat je een winkel de omzet moet gunnen. Dat biedt perspectief.'

Maar het pand is van de huidige eigenaren, jij moet huur betalen. Maakt dat geen verschil voor de rentabiliteit?
'Nee. Als eigenaar moet je fiscaal jezelf ook huur rekenen voor je eigen pand. En ik denk dat ze makkelijk meer kunnen krijgen dan ze mij vragen. Rob en Faminda willen ook graag dat de winkel blijft bestaan. En niet alleen daarom is het heel prettig dat ik bij hen huur: we kennen elkaar, weten wat we aan elkaar hebben.'

Wat ga je veranderen aan de winkel?
'De winkel is prima: het assortiment, de inrichting, de evenementen. Dus een grote verbouwing is absoluut niet aan de orde. Alleen op detailniveau zal ik in het assortiment andere accenten leggen. Het grote aantal klassiekers blijft. We horen geregeld verraste klanten zeggen: "mooi dat jullie dat nog hebben staan". Maar je moet ook blijven verrassen met het aanbod. De evenementen deden Rob en ik al samen. Misschien dat ik af en toe iets heel anders probeer om te kijken of dat aansluit bij de klanten.'

Hoe ben je eigenlijk bij de Kennemer Boekhandel terechtgekomen?
'In mijn tijd bij Boekblad is het werken in de boekhandel zo veranderd, zo veel dynamischer geworden, dat ik graag wilde kijken of het bij mij zou passen. Ik had boekhandelservaring opgedaan tijdens de opleiding Boekhandel en Uitgeverij: ik liep stage bij Boekhandel Bloemendaal en was daar in de vakanties blijven hangen – die klanten komen na sluiting van die winkel grappig genoeg nu bij de Kennemer. Ik vroeg na Boekblad aan Remco Houtepen of ik een aantal weken bij Venstra in Amstelveen mee mocht lopen. Dat kon, en het beviel enorm goed. Casper Luckerhof, die stage heeft gelopen bij Boekblad, zei vervolgens op een feestje dat zijn ouders iemand zochten. Ik ging op gesprek, we hadden meteen een klik, en aan het eind vroegen ze: wanneer kun je beginnen? Oké, dacht ik, zo makkelijk kan het gaan.'

Waarom leek de boekhandel je zo leuk?
'Iedere boekhandelaar die ik in de loop der jaren sprak, pakte de zaken anders aan. Iedere boekhandel die ik bezocht, was een ander type. Maar allemaal waren ze op alle vlakken heel creatief bezig en bedachten en deden dingen waarvan ik dacht: dat wil ik ook. Het was het hele pakket bij elkaar dat het vak voor mij zo aantrekkelijk maakte.'

Maar in de praktijk op de vloer bleek het heel anders te zijn?
'Gelukkig niet, anders zou ik mijn werk voor Boekblad niet goed hebben gedaan. Wat me wel verraste was hoe ontzettend leuk ik het vond om op de vloer te staan. Ik had het idee dat ik het liefste achter de schermen zou werken: van de sociale media bijwerken tot de inkoop. Maar ik werd bij Venstra direct gegrepen door het praten met klanten en het adviseren van hen. Dát, bedacht ik, is wat ik wil doen.'

Het lage salaris maakte niet uit?
'Het was misschien nog lager dan ik had gedacht, ja. Overigens wel volgens cao. Boekhandels hebben zoveel hoogopgeleide medewerkers; in andere beroepen zouden ze een veelvoud kunnen verdienen. Het is bijna niet voor te stellen dat ze iedere dag met zoveel enthousiasme aan de slag gaan, maar ze vinden het zo leuk dat ze niet over het salaris klagen. Gaat mijn inkomen ook veranderen nu ik eigenaar/ondernemer word? Ha nee, ik pomp de winst direct weer terug in de zaak.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 1 sep)

vrijdag 6 september 2019

Interview: Alex Boogers over het boekenvak – de veranderingen van twintig jaar (Boekblad)

In twintig jaar schrijverschap heeft Alex Boogers het boekenvak flink zien veranderen. 'De uitgever neemt nu het zwaard in eigen hand om het landschap van de sociale media te veroveren.' Een gesprek over uitgeverijen, boekhandels en leesbevordering met de juryvoorzitter van de verkiezing voor Boekverkoper van het jaar.

Wat is er in twintig jaar eigenlijk niet veranderd in het boekenvak? Alleen al de manier waarop hij destijds bij uitgeverij Podium binnenkwam, barst Alex Boogers in een Rotterdams restaurant direct los. 'Ik benaderde [uitgever] Joost Nijsen met een brief. Een brief! Ik stelde mezelf voor als het meisje M.L. Lee dat haar manuscript níét toestuurde omdat hij niet zat te wachten op de verhalen die zij te vertellen had. Natuurlijk wilde Joost dat manuscript toch lezen, waarna zich een bloeiende correspondentie ontwikkelde. Dat leidde tot mijn debuutHet boek Estee. Maar tot aan de publicatie had Joost geen idee met wie hij te maken had. In deze tijd zou dat onmogelijk zijn.'
Ook het belang van typecasting is gegroeid. 'Het waanzinnige van sneeuw – mijn tweede roman – is een klassiek liefdesverhaal, maar tegen de achtergrond van zwetende kleedkamers, kickboksen en rauw geweld. Toen werd ik prompt de kickboksende schrijver. In die tijd was dat een diskwalificatie. De schrijvers uit het elitaire milieu hadden weinig op met vechtsport. Nu zou je zeggen: geweldig, een unique selling point, daar moet je iets mee. Want dat is hoe schrijvers tegenwoordig bekend worden: om het verhaal dat ze zíjn, en dan hebben ze ook nog een boek. Ik vond de kwalificatie vijftien jaar geleden vervelend, ik wilde die werelden aanvankelijk scheiden. Maar nu omarm ik het als mensen mij "de bokser" noemen. Dat ben ik immers óók.'
En vergeet de opkomst van de pr-machine niet. 'Ik heb nog meegemaakt dat Joost recensies voor me uitknipte en opstuurde met in de kantlijn opmerkingen als: "Eentje om in te lijsten". Soms had ik ook een interview. Maar daarna was het: op naar het volgende boek. Nu neemt de uitgever het zwaard in eigen hand om het landschap van de sociale media te veroveren, en dan zie je je naam en je boek op al die platformen overal terugkomen. Ik heb het allemaal: Twitter, Facebook, Instagram. Dat werd me een jaar of tien geleden aangeraden door mijn toenmalig redacteur. Ik doe er eerlijk gezegd weinig mee. Ik zet er foto's op van jongeren bij mijn lezingen op scholen, om te laten zien: je kan ze opgeven, want ze lezen toch niet, maar je kunt ze óók benaderen.'

Een constante daarentegen is dat je altijd bij Podium bent gebleven.
'Maar dát is juist veranderd. In de tijd dat ik de literatuur ontdekte, waren schrijvers nog vaak honkvast. Ze waren trouw aan hun uitgever. Sterker, ik wist niet eens dat dat kon: overstappen. Pas toen ik andere schrijvers leerde kennen, bleek dat zij vanuit hun ontevredenheid over het uitblijven van succes of de gang van zaken dachten: bij die uitgeverij kan ik dit doen, krijg ik dat, beloven ze me zus of zo. En steeds vaker stappen ze daadwerkelijk over. Ook omdat de generatie na mij veel meer gewend is om zelf via sociale media reclame voor hun eigen werk te maken, en daarom met meer recht van spreken dan vroeger een uitgeverij kan aanspreken als ze niet actief genoeg hun werk aan de man brengen.'

Jij zult toch door andere uitgeverijen aanbiedingen hebben gekregen?
'Natuurlijk. Maar ik heb een ongelooflijk gevoel van loyaliteit. Podium is toch de uitgeverij die niet na twee boeken tegen me zei: jammer, dit gaat niet lukken. Hoewel ik nooit voor een groot verlies heb gezorgd, begon het pas bij mijn vijfde boek De tijger en de kolibrie te lopen. Ten tweede: als iets niet gaat zoals het hoort, steek ik eerst mijn hand in eigen boezem. Ik vraag me af: welke steken heb ik zelf laten vallen? Vanuit die houding heb je zinvolle gesprekken met je uitgever over wat zij kunnen en moeten doen. Ook denk ik dat iedere uitgeverij, als je het over twintig jaar bekijkt, het netto ongeveer even goed heeft gedaan, met wisselende accenten. Dan scoort die ene met promotie, omdat ze een lijntje met een tv-programma hebben. Dan heeft die andere een sterke redactie, waar de schrijvers in dat fonds zich prettig bij voelen. Maar na zoveel jaar komt het bij allemaal onderaan de streep op hetzelfde uit.'

Podium heeft goed gereageerd op jouw klachten?
'Het is zeker niet alleen pais en vree geweest, ik schaam me niet om dat te zeggen. Ik ben ook weleens gefrustreerd geweest dat de uitgeverij niet alles deed wat ik had gewenst. Maar wat moet je dan? Wegrennen? Nee. Ik ben niet van de school dat het gras aan de andere kant groener is. Ik wil redelijk zijn, altijd denkend: wat is er mogelijk? Ik begrijp dat Podium klein is en daarom scherp moet schieten. Ze kiezen zorgvuldig hun strategie uit. Als het dan mislukt, zijn er verder weinig middelen, terwijl grote uitgeverijen er dan nog een bak geld tegenaan kunnen smijten. Maar die schieten juist weer met hagel. Is het daar dan beter? Ik weet dat niet. Zo hebben de uitgeverij en ik steeds gesprekken over de mogelijkheden in een altijd veranderende markt, met – tot nu toe – altijd bevredigend resultaat. Joost is in ieder geval een uitgever die niet roept: "kan niet! mag niet!", maar denkt in oplossingen.'

Wat betekent het precies dat je 'redelijk' wil zijn?
'Ik heb altijd meegedacht met de uitgeverij. Ik heb in de beginjaren nooit het hoogste voorschot bedongen, omdat ik me er niet prettig bij voel als een uitgeverij er zelf bij inschiet. Dat is mijn achtergrond. Mijn vader zei altijd: "Wordt jij een jongen die later zijn handje ophoudt of ga je werken voor je geld?" Een voorschot dat niet wordt terugverdiend voelt als een gift waar ik geen recht op heb. Iets soortgelijks geldt voor marketingbudgetten. Ook dat moet redelijk zijn. Ik weet nog dat Joost voorstelde om te adverteren op de voorpagina's van kranten. Hij vond het daar het moment voor. Ik reageerde sceptisch: "Wat voor effect heeft dat eigenlijk?" Hij moest toen héél hard lachen. Zo vaak als hij was gebeld door een auteur die wilde dat er voor hem werd geadverteerd en hij de boot af moest houden met precies dezelfde zin: "Maar wat voor effect denk je dat dat heeft?"'.

'Geen idee. Joost belde mij vlak voor de bekendmaking – als eerste, omdat ik inmiddels de oudstgediende ben – en legde uit dat de slagkracht van de uitgeverij wordt vergroot en hij meer tijd zal hebben voor zijn schrijvers. Hij vond de overname goed nieuws. Ik ga ervan uit dat het dat is.'

Zelf viert Boogers zijn schrijversjubileum bescheiden. Op 2 november staat hij er – op verzoek van Podium – bij stil tijdens een middag in boekhandel Donner, waar enkele collega's hem toespreken. 'Ik hoop dat ze me niet alleen pauwenveren in de reet steken. Het mag ook een ouderwetse roast zijn. Maar ik hoop nog meer dat het niet alleen over mij gaat, maar dat het een viering van het boek en van de literatuur wordt.' Daarnaast is het jubileum een mooie aanleiding om de verkiezing voor Boekverkoper van het jaar in goede banen te leiden. Ook dat is immers een manier bij uitstek om het boek in de breedte te promoten.
'Daar werk ik heel graag aan mee', zegt hij dan ook. 'Ik vind het van het grootste belang om zo vaak mogelijk de boekverkoper een duwtje in de rug te geven. Dat móét je gewoon doen. Je kan wel fijn de schrijver willen uithangen, maar uiteindelijk moet iemand lijfelijk jouw boek overhandigen aan de lezer. Iemand moet tegen hem zeggen: "Weet je wat geweldig is? Dít boek." Boekhandelaren staan met de poten in de modder, elke dag weer. Mede door het pittige arbeidersmilieu waar ik vandaan kom, heb ik daar diep respect voor.'
Hij laat de keuze voor de winnaar aan de jury. De jury bezoekt alle genomineerde boekverkopers, hij kan slechts een dag met hen mee. Maar hij kent genoeg boekhandels – als klant en als schrijver die overal te gast is geweest – om er een mening over te hebben. 'Ik was vorig jaar in Amerika. De boekwinkels in San Francisco waren zo'n onderdeel van de gemeenschap. Er was van alles voor kinderen beschikbaar: alsof het mini-speeltuinen waren, maar dan met boeken. Actuele onderwerpen kregen veel aandacht: een hele kast over Black Lives Matter bijvoorbeeld. De buurt werd sterk bij activiteiten betrokken. In de koffiehoeken kun je er echt afspreken. Daar werd ik heel enthousiast van.'

Dat vind je even belangrijk voor Nederland?
'Zeker. Een boekhandelaar moet een duidelijk beeld hebben van wat hij wil met het boek. Hij moet het onderdeel van de gemeenschap maken. Niet alleen een bepaalde laag bedienen: de senioren die nog altijd lezen, maar ook die groepen die weinig lezen en niet snel boekhandels bezoeken. Hij moet ook aan anderen dan de elitaire bovenlaag tonen: het boek is van en voor iedereen. Dat klinkt idealistisch, vind je niet? Dan is de belangrijkste vraag: waarom klinkt het idealistisch? Omdat het in de praktijk achterblijft – de vele goede boekverkopers niet te na gesproken, die dit daadwerkelijk proberen. Ik snap dat er geld moet worden verdiend. Dus als er een populair sportboek of een nieuwe thriller verschijnt, legt een boekverkoper er stapels van neer en maak hij daar flink reclame voor. Maar dat mag nooit het enige zijn. Geef mensen de boeken die ze zoeken. Maar ook: bied aan. Voed op. Maak lezers die nog niet weten dat ze het zijn.’

Kun je een voorbeeld geven?
'Een winkel als Coelers in Rotterdam schiet me te binnen. Die werd gerund door een paar lieftallige dames. Ze deden veel voor de gemeenschap. Nodigden schrijvers uit – ja, mij ook – en hadden op die avonden naast een justje en een wijntje allerlei lekkernijen. Heel leuk. Dat ging lang goed, maar toch zijn ze dit jaar omgevallen. Dat bewijst dat je, nu het leesklimaat veranderd en het lokaal publiek is gekrompen, ook moet uitreiken naar iedereen in de omgeving. Dat je moet weten wat er leeft onder jongeren, wat er speelt op scholen, waar bibliotheken mee bezig zijn. Je moet weten wie wel en niet leest, met welke schrijvers je welke groepen aanspreekt, debat- en discussieavonden organiseren, een koffietafel verzorgen. Daarmee wil ik niet zeggen dat Coelers heeft gefaald. Het is ook ontzettend moeilijk om iedereen in dit dorp of in deze buurt aan het lezen te krijgen.'

Welke boekhandel doet wat jij beoogt?
'Ik was eens in Zutphen bij een avond van Someren & ten Bosch die ze hadden georganiseerd met een school. Daar zaten gewoon 150 jongeren. Te gek. Op zulke momenten denk ik altijd: het kán dus wel. En zo heb je meer boekverkopers die hun enthousiasme echt weten te verspreiden. Margreet de Haan [van 't Spui]. Arno Koek [van Blokker]. Monique Burger [van De Nieuwe Boekhandel], die jammer genoeg weggaat. Remco Houtepen [van Venstra]. Monique van Oosterhout [van v/h Van Gennep]. En dat zijn echt niet de enigen.'

In hoeverre hebben boekhandels bijgedragen aan jouw succes?
'Veel. Als iemand als Remco Houtepen achter je boek staat, staat hij er ook écht achter. Over mijn roman Alleen met de goden uit 2015 zei hij nog net niet tegen zijn klanten: "als je dit niet meeneemt, doe ik je wat aan." Maar hoe groot de rol precies is? Ik denk wel groter dan in het begin van mijn carrière, toen mijn werk ook goed verkrijgbaar was en steun van boekverkopers kreeg. Toen was de rol van de recensent belangrijker. Sinds het boekverkoperspanel van De Wereld Draait Door is de invloed van boekverkopers echter gegroeid. Begrijpelijk ook. Een recensent kan prachtig verwoorden waarom een boek wel of niet goed is, maar een boekverkoper praat de taal van de gemiddelde lezer die een winkel binnenstapt en argeloos vraagt: "Goed boek?" Lezers moeten worden aangejaagd. Daarom is het panel zo aangeslagen. Vlak daarna begon Gerda Aukes ook met de Boekhandelsprijs. Boekverkopers namen steeds meer het heft in eigen handen.’

Zijn boekverkopers in deze tijd noodgedwongen ook beter geworden in het aan de man brengen van boeken?
'Ik ging als jongen naar de boekhandel om de nieuwste boeken te kunnen lezen. Ik kocht niets, daar was ik te arm voor. Maar ik pakte iets wat me aansprak, ging op de trap zitten en verdween in andere werelden. Ik ben de boekverkoper nog dankbaar dat hij dat me liet doen – na even te hebben gecontroleerd dat ik de boeken heel voorzichtig opengeslagen hield. Nu zou diezelfde boekverkoper naar die jongen gaan om hem een boek aan te reiken: "Probeer dit eens". Die hulp is nog beter.'

Je hebt zelf inmiddels twee boeken geschreven over het belang om iedereen, maar met name jongeren, het boek te bezorgen dat voor hem of haar lijkt te zijn geschreven. Waarom?
'De lezer is niet dood is ontstaan uit een lezing over – met een vreselijk woord – ontlezing. Ik kreeg daar een vreemd applaus op. Zo van: "Yes! Eindelijk wordt het eens gezegd." Ik liet de tekst aan Joost lezen. Begreep hij dat enthousiasme? Hij zei toen dat deze discussie enorm leeft en dat we de lezing moesten uitgeven. Vorig jaar werd dat schotschrift opgevolgd door het pamflet Lang leve de lezer. Maar de emotie erachter heb ik al lang. Ik verzet me sterk tegen het cultuurpessimisme. Van die cynische artikelen waarin staat dat jongeren niet meer lezen, of dat een journalist ineens valt over een woord als ‘leesplezier’, alsof jongeren geen plezier aan lezen mogen hebben, enzovoorts. Dat cynische geluid steeds. Journalisten die zulke stukken voor een paar honderd euro schrijven zouden voor dat geld scholen moeten bezoeken en moeten proberen van jongeren lezers te maken. Want dat kan wel. Ik merk het iedere keer als ik er ben. En ook al breng je daar maar één jongere in aanraking met het boek, waardoor hij voortaan iets anders tegen de dingen aankijkt, dan heb je in mijn ogen het hoogste bereikt wat je kunt bereiken. Je hebt iemand bewogen.’

Geven steeds meer mensen de strijd voor het boek op?
'Het is een carrousel. Er zijn altijd mensen die het boek dood verklaren. Altijd wijzen ze daar er een andere oorzaak voor aan. Maar je het ziet verhaal gewoon voortleven – soms alleen in een andere gedaante, zoals nu het luisterboek.'

Ik bespeur juist een tegenbeweging. Een recent rapport van de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad zegt bijvoorbeeld net als jij dat de strijd voor het boek begint met leesplezier en dat je dat vergroot door ervoor te zorgen dat iedereen het juiste boek voor zichzelf vindt.
'Ik ken dat rapport niet. Maar het is waar, het begint in eerste instantie toch vooral met begrijpend lezen en leesplezier. Voor iedereen is er één boek. Je moet het zoeken en toe-eigenen. Voor mij als puber was dat de autobiografie van Mohammed Ali, die ik zag staan toen ik bij toeval in de bibliotheek kwam. Ik kende hem van zijn partijen op tv, was nieuwsgierig en er ging een wereld voor mij open. Zijn stem kwam tot leven. Dát is leesplezier: de ontdekking dat je jezelf in een boek herkent, waarna je op verkenning durft uit te gaan. Het onderwijs moet ruimte bieden aan zo’n verkenningstocht. Dat kan als het gedeelte voor literatuur zwaarder meetelt en een aanzienlijk percentage van het totale cijfer voor het vak Nederlands beslaat, zodat leerlingen, die vooral praktisch zijn ingesteld, aangemoedigd worden om het belang van hun inspanningen in te zien. De docenten zouden meer tijd aan literatuur moeten kunnen besteden. Het vakgebied, kortgezegd, moet op de schop.'

De docent moet zich net als de boekhandelaar opnieuw uitvinden?
'Ja. Ik heb veel docenten gesproken die aanhoudend met vuur en bevlogenheid de literatuur brengen. Bewonderenswaardig, zeker. Maar dat gebeurt wel in de marges van hun dichtgetimmerde lesprogramma. Moet dat niet anders? Waarom is literatuur niet het belangrijkste onderdeel? Het lijkt er bijna op of je niet van de Nederlandse literatuur mag houden. Dat voelt als een eigenaardig soort zelfhaat. We bestaan immers uit de verhalen die we maken, die we lezen, die ons raken. Vraag maar aan de boekhandelaar die als een fanatieke geloofsboodschapper het woord verspreidt. Je moet uitreiken.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine 7/8, 2019)

maandag 2 september 2019

Nieuw in de winkel: Kakkerlakjes (Boekblad)

Slaat het nieuwe concept aan? Marije Sietsma en Marleen Pelle, die de Kakkerlakjes – 'boekjes met verstuurallure' – bedachten, zullen het snel weten. Ze rijden momenteel met een camper langs boekhandels om de displays en molens met de eerste 32 titels uit te leveren.

Sinds vorige week woensdag is Sietsma van uitgeverij Loopvis op pad. Pelle van boekhandel Hijman Ongerijmd is er op de meeste dagen bij. 'Ik rij zo'n 500 kilometer per dag en slaap soms ook in de camper, met een molen als knuffel', lacht Sietsma. 'We hebben Limburg, Noord-Brabant en Zeeland al gehad. Gisteren deed ik de hele kustlijn: Den Haag, Leiden, Haarlem en zo verder. Op zaterdagochtend doe ik de laatste van de ruim 90 winkels die Kakkerlakjes hebben ingekocht.'
De ontvangst in de boekhandel is de tweede test voor de zestien pagina's tellende boekjes die worden geleverd met bijpassende envelop. De eerste was dit voorjaar een crowdfundingscampagne via Voordekunst. In zeven weken haalde het concept 21.365 euro bij 283 donateurs op – ongeveer een vijfde van het benodigde startkapitaal. 'Voor crowdfunding is dat een heel hoog bedrag. En dan ook nog voor iets wat helemaal niet bestaat en dus moeilijk uit te leggen kan zijn. Eigenlijk ging het heel makkelijk.'
En nu kan Sietsma proeven hoe enthousiast de boekhandels zijn. 'Ik had het idee om de displays en molens zelf langs te brengen toen begin dit jaar dertig winkels ze hadden ingekocht. Dat het er zó veel zijn geworden, had ik niet verwacht. Sommigen steunden het project echt door de molens van tevoren te betalen of ook te doneren bij Voordekunst, zoals zelfs sommige uitgevers hebben gedaan. Overal zijn ze erg blij als ik kom. De molens krijgen een mooie plek. En soms worden er al boekjes verkocht nog voordat ik weer weg ben.'
De verkooppunten zijn vrijwel allemaal assortimentsboekhandels. Daar past het product ook het beste bij, denkt Sietsma, hoewel de Kakkerlakjes zijn bedoeld voor een heel brede doelgroep. Bij grotere partijen zitten echter soms zakelijke afspraken in de weg. Zo kon The Read Shop ze niet inkopen omdat ze van Paperclip Cards niet anders verstuursbaars mogen verkopen. Op een later moment gaat Sietsma ook andere type winkels benaderen. Dit weekend staat ze daarom op de cadeauwinkelbeurs ShowUp in Vijfhuizen.
Aanvankelijk was het plan om Kakkerlakjes in juni te lanceren. Dat is uitgesteld 'omdat boekhandels het met een nieuw product altijd eerst willen aanzien', legt Sietsma uit. 'Om dat in slappe zomermaanden te doen, is niet gunstig voor mij en niet leuk voor de boekhandel. Nu gaan daarentegen de schoolagenda's de winkel uit en kunnen wij die plaats mooi innemen. Daarom reizen we ook van het Zuiden naar het Noorden. En auteurs zijn óók terug van vakantie, zodat zij zelf ook aandacht aan hun titel geven op sociale media.'
Ook het aantal te verschijnen titels is aangepast. In plaats van vier tot zes titels iedere twee maanden, worden dat er acht. 'De molen moet een levendig iets zijn, zodat klanten iedere keer willen kijken of er wat nieuws bij zit. Met twee keer per jaar een worp is de incentive veel kleiner. En ik merk dat auteurs graag willen meewerken. In het begin was het nog spannend, maar het zingt echt rond onder schrijvers en illustratoren. Ze bieden zichzelf aan. Anderen zeggen dat ze er nóg een willen maken.'
Daarbij wil Sietsma de bestaande titels die verschijnen in een oplage van 2.000 exemplaren per stuk, niet eindeloos herdrukken. De kakkerlakjes moeten ook een zekere verzamelwaarde hebben. Een 'vleugje schaarste', noemt Sietsma dat. Aan de andere kant is ze niet bang voor al te lege molens – en boekhandelaren die daarom smachten naar de nieuwe worp. 'Als we moeten herdrukken doen we het zeker. Omdat alles in Nederland wordt geproduceerd, kunnen we ook supersnel leveren.'
(Eerder verschenen op Boekblad.nl, 28 aug)

zondag 1 september 2019

Interview Karla De Ceulener van Salvator in Mechelen over de goede tijden voor de Vlaamse onafhankelijke boekhandel (Boekblad)

De onafhankelijke boekhandel in Vlaanderen heeft in het eerste half jaar flink geplust: 12,1% in omzet, 5,9% in afzet. Ook Salvator van Karla De Ceulener in Mechelen. Een van de redenen voor de groei van de onafhankelijke boekhandel is, hoe paradoxaal dat ook klinkt, de aanhoudende groei van de online verkoop.

Hoe was je week?
'Emotioneel. Vorige week zaterdag is onze poes Ozlo gestorven die altijd in de winkel was. Ik dacht: dat zal op klanten een beetje weerslag geven. Maar het is ongelofelijk hoeveel reacties we kregen – via Facebook, mail, van mensen in de winkel. Dat ging tot gisteren door, en waarschijnlijk zal het nog even duren voor het ophoudt. Maandag werd ik ook gebeld door drie journalisten. Normaal doe je ik weet niet hoeveel moeite om iets in de pers te krijgen en lukt het nog niet. Nu plaatsten we één berichtje op Facebook en gebeurde dit.'

Iedere klant kende Ozlo?
'Hij was de bekendste poes van Mechelen. Meer nog, het bekendste huisdier van de stad. Jarenlang kwam hij iedere dag van boven, waar wij wonen, elke dag naar de winkel. Hij kwam op alle mensen toe. Hij was er ook bij boekvoorstelling, dan zat hij altijd bij een luisteraar op schoot. Zo was hij gewoon. Wij zetten hem toen op de site en onderaan de nieuwsbrief. Mensen vragen me nu of we een nieuwe poes nemen. Die zal er over een paar weken of maanden vast komen, maar mensen verwachten een kopie van Ozlo. Dat bestaat natuurlijk niet.'

Was de boekhandelskat goed voor de omzet?
'Misschien kwam een enkeling eens langs om hem te zien en kocht die persoon ook wat. Maar dat weet ik niet. Ozlo droeg wel bij aan de sfeer, die maakt dat klanten hier graag komen. De ene boekhandel heeft koffie, de andere weer iets anders en wij hadden de poes. Het zal niet makkelijk zijn om die sfeer op een of andere manier te behouden. De reacties op Ozlo's dood bewijzen ook hoezeer je als boekhandel onderdeel van de gemeenschap bent. Dat zullen we vanzelfsprekend moeten blijven.'

Dat brengt me op hét nieuws van deze week: het gaat goed met de onafhankelijke boekhandel in Vlaanderen. Is Salvator ook gegroeid?
'Ja. Tot en met juni was de verkoop heel goed. In juli en augustus is de omzet iets gestagneerd, wellicht door het warme weer en trekt het nu weer aan. Maar dan nog zitten we in de zomer gelijk of iets boven vorig jaar.'

Hoe komt dat?
'Allereerst door het succes van bepaalde titels. De Bourgondiërs van Bart Van Loo, echt een boek voor ons type winkel, hebben wij heel goed verkocht. We zitten al boven de 300 exemplaren, wat heel veel is voor ons. En met een verkoopprijs van 34,99 euro zorgt dat voor een heel goede omzet. Daarnaast verkochten we titels goed die we zelf hebben gelezen: Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer, De pruimenpluk van Dimitri Verhulst of de thriller die nu overal zoveel aandacht krijgt: Hars van Ane Riel.'

En een tweede reden?
'De groei van het onlinekanaal. Daarom is er een grote tegenstroming op gang gekomen. Er zijn steeds meer mensen die dat bewust afwijzen en lokaal willen kopen, bij de boekhandel in hun eigen stad. Een groot deel van dit soort mensen gaan naar de onafhankelijke boekhandel – niet naar een ketenwinkel of grootwarenhuis. Ook al zijn wij maar een kleine speler, met zo'n tien procent marktaandeel, wij profiteren hier bovenmatig van.'

En het bewustzijn dat je lokaal moet kopen om lokale winkels overeind te houden, wordt alleen maar groter.
'Unizo, de Vlaamse vereniging van zelfstandige ondernemers, werkt heel sterk aan het vergroten van het besef dat het een verarming van het straatbeeld en van de gemeenschap betekent als je alleen nog online koopt. Maar ook de boekhandel moet hierop inspelen. Het gaat niet vanzelf. En dus bieden wij een brede voorraad, hebben we mensen achter de kassa staan die daar iets van af, geven we advies als we voelen dat de klant daar nood aan heeft, organiseren we literaire avonden en andere evenementen voor verschillende doelgroepen. En dat werkt.'

Is Salvator dat de laatste tijd steeds meer gaan doen?
'Eigenlijk niet. Wij pakten het altijd al zo aan. Het verschil is dat het publiek het steeds meer opmerkt. Juist omdat ze het onpersoonlijke zien en ervaren van online verkoop, hebben ze steeds meer nood aan beleving. Wordt dat ook steeds meer gewaardeerd als je dat biedt.'

Daarnaast was je deze week ook druk met de verkoop van schoolboeken.
'Inderdaad. Er zijn nog maar twee onafhankelijke boekhandels in Vlaanderen die dat doen: Beatrijs in Oudenaarde en wij. Ik doe dat volledig buiten de winkel om: ik ga naar de scholen toe en verkoop alles daar. Zo hebben de klanten er geen last van. Het is echt iets heel anders, maar ik pak het wel vergelijkbaar aan: door een goed persoonlijk contact te onderhouden met een aantal scholen hier in het Mechelse. Vele zijn overgestapt naar een partij als Iddink, maar omdat die misschien wel duizend scholen hebben, kunnen die dat niet bieden.'

Terwijl Iddink goedkoper is?
'Dat weet ik niet. Misschien iets. Maar ik betaal dat terug in een service die zij niet kunnen bieden.'

Heb je iets meegekregen van de discussie die de afgelopen week in Vlaanderen is losgebarsten: dat leermiddelen te duur zijn geworden?
'Natuurlijk. Ik kan daar ook goed inkomen, ook al praat ik daarmee misschien tegen mijn winkel in. Uitgeverijen hebben er iets commercieels van gemaakt, met werkboeken voor ieder vak. Als ouders dan aan het einde van het schooljaar zien dat die maar voor de helft zijn ingevuld, vragen ze zich af: waar betalen we voor? Maar ik kan daar niets aan doen, ik ben uiteindelijk maar een doorgeefluik. Het is aan de scholen om zich goed af te vragen of al die werkboeken echt nodig zijn. En aan de uitgevers zelf.'

In Nederland is het probleem opgelost door invoering van 'gratis schoolboeken'. Daarmee verloren kleine winkels hun schoolboekhandel.
'Vooralsnog is zoiets hier nog helemaal niet aan de orde. Dat zijn zorgen voor de toekomst. Maar ik ben me ervan bewust dat schoolboeken op termijn een eindig verhaal is. Dat is ook een reden dat ik het gescheiden hou van de winkel. Salvator mag niet afhankelijk zijn van schoolboeken. Maar zolang het goed gaat, blijf ik ermee doorgaan.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 25 augustus)

dinsdag 20 augustus 2019

De combinatiewinkel rukt op. Wat zijn de ervaringen van winkeliers die meer dan alleen boeken verkopen? (Boekblad)

Audax zet met de aankoop van De Marskramer vermoedelijk in op combinatiewinkels. Wat zijn de ervaringen van de ondernemers die nu al boeken én een totaal ander product verkopen?

Audax mag zich de nieuwe eigenaar noemen van De Marskramer. Ze voegen daarmeefranchiseformules Marskramer (44 winkels), Prima (25 winkels), Novy (17 winkels) en Toys2Play (6 winkels) aan hun boekhandelswinkels The Read Shop, Plantage en – natuurlijk – AKO. De vraag waarom beantwoordt het bedrijf niet. Zelfs op de vraag hoeveel combinatiewinkels er momenteel zijn van The Read Shop met drogisterijformules DA of D.I.O, wil het ingehuurde pr-bureau niet ingaan.
Toch ligt de diepere bedoeling van de aankoop voor de hand. Daarop wijst de voorgeschiedenis van het vorig jaar overgenomen RDC. Die pionierde in combinatiewinkels. Ook is er een veelzeggende opmerking van directeur Jos Boot van Audax Retail in FD waarin hij met zoveel woorden zegt dat het bedrijf een geheel nieuwe formule wil ontwikkelen waarin een breed gamma aan producten, waaronder boeken en tijdschriften, een logisch geheel vormt. Die formule kan nu makkelijker worden neergezet.
En dat Audax zoiets wil, ligt ook voor de hand. Combinatiewinkels rukken op. Tegen de achtergrond van het almaar groeiende onlinekanaal proberen steeds meer winkeliers, zeker in kleinere plaatsen, met een uitgekiende mix van producten én genoeg klanten te trekken én te kunnen besparen op de grootste kostenpost: personeel. Ook zijn er steeds meer zogeheten multifranchisers die in wezen hetzelfde doen, maar dan niet onder één dak.
Op dit moment zijn er al tientallen ondernemers in Nederland die én boeken, tijdschriften en kantoorartikelen én een totaal ander product verkopen. Wat zijn de ervaringen van deze pioniers die vermoedelijk tot de voorhoede van een nieuw type retailer behoren?

PIET HOEKMAN
Boeken, kantoormeubilair, woonaccessoires en damesmode in Yerseke

Piet Hoekman had het snel in de gaten: wie in Yerseke alleen boeken wil verkopen, moet heel, heel hard werken om zijn hoofd boven water te houden. Aanvankelijk maakte het niet veel uit, vertelt hij. 'Ik was jong en vrijgezel. Als je 25 gulden in een week overhield, was ik bij wijze van spreken de koning te rijk. Maar om zo mijn hele leven door te gaan? Straks ben ik zeventig, stop ik met werken en heb ik nóg niets verdiend.'
Amper twintig was Hoekman toen hij in 1980 een boekhandel begon in het Zeeuwse dorp van tegenwoordig 7.000 inwoners. 'Boeken zitten in mijn genen', vertelt hij. 'Mijn opa was kort na de Tweede Wereldoorlog in Goes een boekhandel aan huis begonnen, die mijn vader daarna heeft uitgebouwd. En ik wilde graag voor mezelf beginnen.' Dus toen hij in Yerseke stuitte op een klein pandje van 25m2 in de winkelstraat, zag hij zijn kans schoon.
Vrijwel vanaf het begin heeft hij bedrijven ernaast opgezet. Eerst was dat een verzendboekhandel. 'Ik had ondertussen mijn vrouw leren kennen. Zij ging de winkel in. Zo kon ik naar buiten. Ik ben ook meer een handelsman. Mij moet je niet achter een toonbank zetten. En die verzendboekhandel liep goed. Van sommige uitgaven van De Alk – over luchtvaart, scheepvaart en dergelijke – verkocht ik een paar duizend exemplaren per titel.'
Zeker nadat hij hiermee voldoende eigen vermogen had opgebouwd om zich in 1990 een verhuizing naar een groter pand te kunnen veroorloven, verbreedde Hoekman zijn terrein. Hij trok omliggende panden bij zijn winkel, brak muren door en creëerde zo onder één dak zijn eigen winkelcentrum van 400 m2 groot, waar hij naast boeken en kantoorartikelen, woonaccessoires en mode verkoopt. Ook heeft hij een postagentschap en een ING-servicepunt terwijl er op het industrieterrein een vestiging van kantoormeubilair is.
'Andere boekhandels hebben horeca', zegt Hoekman. 'Sommige winkels zijn halve restaurants. Dat heeft in een werkend dorp als dit geen zin. Maar toen er in 2010 een pand naast ons vrij kwam, wilde mijn dochter daar woonaccessoires verkopen. Zij zag dáár markt in. Dat bleek ook. En toen ze ontdekte dat enkele van deze leveranciers ook mode aanboden, redeneerde zij: dat moeten wij ook, anders willen de leveranciers straks niet meer met ons werken. Zo groeide dat organisch.'

Veertig jaar na de start is de boekhandel nog steeds geen vetpot. Eerder het tegendeel, nu er geen groei meer in boeken zit. Nadat Hoekman in 2012 door de verplichte Europese aanbestedingen de levering van schoolboeken aan het Calvijn College als klant verloor (3500 leerlingen, 7 vestigingen in Zeeland), overwoog hij even ermee te stoppen. Maar hij kon het niet over zijn hart verkrijgen. 'Wie in het dorp Hoekman denkt, denkt boeken. Mijn bijnaam is ook "Piet Boek".'
Hij investeert er alleen niet meer in. 'We hebben alles ooit gedaan. Schrijvers naar hier halen, kraampjes met boeken gehad. Het heeft geen zin meer, ook omdat er nog altijd boekhandels in omliggende plaatsen zijn. Vroeger ving je omzetverlies nog op met het groeiende aantal toeristen, maar door internet gebeurt dat ook niet meer. En mijn dochters – twee zitten in de zaak, de derde voor de helft – zien dat andere producten beter lopen.'
Het is alleen dankzij het brede aanbod van zijn bedrijf dat Hoekman de boekenomzet stabiel kan houden. 'Mensen komen binnen voor de kleding – en de man gaat dan bij de boeken kijken. Of ze komen hun bestelling van Bol.com bij het postagentschap retourneren en lopen gelijk rond. We verkopen pas sinds eind maart hippe, leuke dameskleding en je ziet nu al dat het ook de boeken een boost geeft, al kan ik daar nog geen staatjes van laten zien.'
De combinatie boeken-woonaccessoires-mode, hoe onwaarschijnlijk die misschien in eerste instantie ook lijkt, biedt wel degelijk ruimte voor vernuftige verbindingen. 'Ik overweeg om in de zomer een laag bankje bij de deur van de mode neer te zetten met daarop stapeltjes zomerromans. Als de klanten dan met een leuk zomers jurkje naar buiten stappen, zijn ze in de stemming om daar iets fijns bij te lezen te kopen.'
En er zijn natuurlijk synergievoordelen. Zoals een centrale kassa bij de boekhandel – al zijn er nu drie. Binnenkort gaat Hoekman overkoepelende automatisering laten bouwen. En je hoeft niet per se de hele tijd in elke afdeling personeel hebben staan. Hebben de medewerkers dan ook voldoende productkennis van alle afdelingen? 'Zeker wel', bezweert Hoekman. 'Maar met vriendelijkheid, een goede babbel en een beetje lef kom je ook een heel eind.'

CLAUDIA VAN DER HOEK-KANTERS
Bruna, Blokker en Top1Toys in 's-Gravendeel

Er was om te beginnen een samenloop van omstandigheden. Kapster Claudia van der Hoek-Kanters en haar man Antall Van der Hoek, zelfstandig hovenier, wilden graag iets anders doen. Zijn ouders, sinds de start 23 jaar geleden uitbater van de Bruna in 's-Gravendeel, hadden naast de winkel in het pand dat zij bezaten, een ruimte die leeg was komen te staan. Bij gebrek aan een nieuwe huurder begon het echtpaar een filiaal van de Prima.
En de Van der Hoeks hadden een visie. Als zij de Bruna zouden overnemen, wat direct de bedoeling was, moesten de boeken één bedrijf worden met de huishoudelijke artikelen en het speelgoed dat ze inmiddels aan het assortiment hadden toegevoegd. De reden was simpel: omdat de Bruna in de loop naar de Jumbo zat, trok die veel traffic. De Prima, net om de hoek, niet. Door een muur door te breken konden mensen binnendoor lopen.
Zo ontstond de combinatiewinkel van Bruna, Blokker en – op de eerste verdieping – Top1Toys. Het totale oppervlak is 550 m2. 'We waren overgestapt van de Prima naar de Blokker omdat het assortiment van de eerste te klein was', vertelt Van der Hoek. 'En het concept van Blokker sluit beter aan bij de nieuwe formule van de Bruna: ze denken allebei in werelden. Blokker bijvoorbeeld in hiushouden en koken, Bruna in reizen en kinderen.'

De Bruna en Blokker zouden als zelfstandige winkel levensvatbaar zijn in de plaats van circa 9000 inwoners, vermoedt Van der Hoek. Prima en Top1Toys wellicht niet. Zeker is dat alle formules profiteren van de samenvoeging. 'Via de hoofdingang, bij de Bruna, komen nu wekelijks 5500 mensen binnen. Ze pakken daar een mandje en gaan echt winkelen. Omdat de folder breed wordt verspreid, zie ik ook meer mensen uit omliggende dorpen bij ons bestellen.'
De verkopen zijn ernaar. De omzet van huishoudelijke artikelen is niet te vergelijken door de wisseling van formule, maar groeit 'flink'. De omzet van Bruna is 'redelijk stabiel'. Ook dat is niet goed te vergelijken omdat Van der Hoek is gestopt met tabak en speelgoed niet langer onder deze formule valt. 'We concentreren zich met Bruna echt op boeken en wenskaarten en dergelijke. En daar zit een stijgende lijn in.'
Hieruit blijkt ook dat de franchisegevers alle drie moesten inschikken. Hoe aanvullend de formules ook zijn, enige overlap is er altijd. Bruna verkoopt ook speelgoed, Blokker heeft een assortimentje pennen en kladblokken. Van der Hoek: 'Natuurlijk moesten we wennen aan elkaar. Het is de eerste plek in Nederland waar deze formules samenwerken. Maar omdat iedereen de voordelen ziet, pasten ze zich allemaal makkelijk aan.'
Een belangrijk voordeel is de besparing op personeel. Maar Van der Hoek voegt daar gelijk aan toe dat het bedrijf dat niet maximaal doorvoert. 'Blokker heeft wekelijks een folder, Bruna ook regelmatig. Dat betekent vaak het schap ombouwen. Dat kan wel met twee man op de vloer, maar zeker in het eerste jaar – als het voor de klanten wennen is – willen we alle tijd voor hen nemen. Er moet altijd iemand met hen kunnen praten.'
Dat is deels een gevolg omdat er geen overkoepelend kassasysteem is. De winkel heeft drie aparte kassa's en wie bijvoorbeeld bij Bruna wat koopt, moet ook de Bruna-kassa gebruiken. 'Je moet daar geen ding van maken, dan doet de klant dat ook niet. En we maken het zo makkelijk mogelijk: door per formule een andere kleur op de vloer te hebben en hen goed de weg te wijzen. Wel hebben we een papieren zak met sticker waarop alle logo's staan.'

Zelf heeft Van der Hoek geen voorkeur voor een van de drie formules, hoewel ze inmiddels genoeg ervaring heeft met allemaal. Het gaat haar en haar man niet om boeken of huishoudelijke artikelen verkopen. Het gaat hen om het ondernemen. En dan blijkt het een bijzonder creatieve uitdaging om drie verschillende formules, met al zijn specifieke problemen en kansen, samen te smeden tot iets wat meer is dan de som der delen.
Denk aan een probleem als de benodigde magazijnruimte. Die blijkt groter dan voorzien. 'Er lopen inmiddels aannemers rond, om een verdieping erop te zetten.' Maar denk vooral aan een kans als die van crossmarketing, waarop Van der Hoek juist vanwege het denken in werelden bij Bruna en Blokker volop op inzet. 'In de marketing kun je beide heel goed combineren. Als de man staat te koken tussen Blokker-producten, staat er een vrouw naast met het kookboek.'
  
KRISTEL VAN DIJK
D.I.O./The Read Shop in Nistelrode

Kristel van Dijk heeft nooit anders gekend: boekhandel en drogist onder één dak. Ze werkte enkele jaren als journalist voor vakbladen in de drogisterijsector toen ze in gesprek raakte met de initiators van de combinatiewinkel D.I.O. en The Read Shop. Ze was er in de loop der jaren van overtuigd geraakt dat winkels meer beleving konden bieden dan ze deden en zag in dit idee de kans om haar overwegingen in de praktijk te toetsen.
In juli 2013 opende ze in Nistelrode de eerste combinatiewinkel van deze twee formules in Nederland. In dit Brabantse dorp van 6.500 inwoners tussen Oss en Uden in zag ze voldoende ruimte. In het centrum was alleen een Kruidvat-filiaal. Daar kon best een kwaliteitsdrogist bij waar mensen terecht konden voor deskundig advies. Boeken, tijdschriften en kantoorartikelen waren nergens te koop. 'Daar is het hier te klein voor.'
Wat de combinatiewinkel precies doet voor de boekenomzet kan Van Dijk per definitie moeilijk inschatten. Maar dát de combinatie de verkoop van de afzonderlijke productgroepen versterkt, daarvan is ze overtuigd. 'Alles leidt tot meer traffic. Mensen komen binnen voor het een en kopen ook het ander. Ik heb nauwelijks klanten alleen voor D.I.O of alleen voor The Read Shop. Ze rekenen alles ook af bij één kassa.'
Ze heeft het assortiment sindsdien dan ook uitgebreid met nieuwe producten en services. In 2016 voegde ze speelgoed en cadeauartikelen van Prima toe aan het aanbod. En ze heeft een hele rits 'extra diensten', zoals ze het op haar website noemt: een schoenreperatieservice, een verkooppunt van Oma Meijel Breit (babyslofjes voor het goede doel), de mogelijkheid om inktcartridges te laten vullen – en meer.
'Het dorp heeft geen eigen schoenmaker meer', vertelt Van Dijk. 'Met de schoenreparatie-service kunnen mensen hun schoenen hier afgeven. Een schoenmaker waarmee ik samenwerk haalt ze op en brengt ze later gerepareerd en wel terug. Ik verdien er weinig op, maar het zorgt wel voor traffic. Mensen moeten anders hiervoor naar Oss of Uden, waar ze dan gelijk ook andere dingen kopen. Nu houd ik ze vast in het dorp.'

De winkel heeft een L-vorm. Direct rechts van de ingang zit het The Read Shop-deel van zo'n 90 vierkante meter. Links, waar de winkel door naar achter loopt, heeft de drogisterij (plus het overige assortiment) circa 300 vierkante meter. Voor beide delen overlegt ze met aparte regiomanagers. Maar ondanks soms tegengestelde belangen botst dat nooit. Ook omdat Van Dijk uiteindelijk de eindbeslissing neemt. Zij weet wat het lokaal het beste werkt.
Het relatief geringe oppervlakte van The Read Shop kan het idee wekken dat de boekhandel voor Van Dijk secundair is – net als haar eigen achtergrond en het feit dat al het voltallig personeel gediplomeerd drogist is om goed advies te kunnen geven. De eigenaresse bezweert echter dat dat niet het geval is. 'Iedereen die ik aanneem, weet dat ze ook voor de boekhandel werken. Ze volgen ook regelmatig cursussen van The Read Shop.'
Het scheelt wel, geeft ze toe, dat ze geen assortimentsboekhandel uitbaat met een breed en diep assortiment. 'Hier staan de topboeken, aangevuld met populaire categorieën als kook- en kinderboeken. Dat werkt heel goed: als iemand binnenloopt, kan hij makkelijk denken: "o ja, die heb ik in de top 10 zien staan". Of: "die kan ik mooi cadeau" doen. Ze hoeft dat niet online te bestellen. Sterker: vaste klanten bestellen het liefst bij mij.'
Zes jaar later is Van Dijk daarom onverminderd enthousiast over de combinatie boeken en drogisterijproducten. 'Het maakt het werk ook heel afwisselend', zegt ze. 'Het is wel heel veel wat je bij moet houden. Maar ook dat wende na een tijdje.' Dus waarom zouden er niet veel meer combinatiewinkels kunnen komen? 'Ik weet niet welke aantallen Read Shop en D.I.O. voor ogen hadden, maar ik had regelmatig stagiairs die daarna een eigen winkel begonnen.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, mei 2019)

zaterdag 17 augustus 2019

Internationale neerlandistiek biedt veel kansen (en zou er nog meer kunnen bieden)

Nederlands studeren over de grens doe je niet alleen uit liefde voor de taal. De studie heeft allerlei voordelen. Dat zeggen ook neerlandici uit de eerste onderzochte landen Italië en Polen. Al zouden voordelen nog groter kunnen zijn. 

Italië is een van de belangrijkste handelspartners van Nederland en Vlaanderen. Ter illustratie: jaarlijks maken 164.000 Nederlanders een zakenreis naar Italië. Nog eens 266.000 Italianen reizen voor hun werk naar Nederland. Het is dus niet vreemd dat bijna de helft van de afgestudeerde Italiaanse neerlandici een baan vindt in het bedrijfsleven. De helft van de Italiaanse neerlandici gebruikt de taal daadwerkelijk ook beroepshalve. 'Dat het economisch belang van het Nederlands zó groot was, wist ik niet', zegt Francesca Terrenato.
Het sluit aan bij de ontwikkelingen van de vakgroep Nederlands aan de Sapienza Universiteit in Rome, die zij leidt. Steeds meer Italianen kiezen ervoor onze taal te gaan studeren. 'Noord-Europa in het algemeen lijkt meer kansen te bieden op werk dan Italië zelf, ook bijvoorbeeld in het toerisme. Mede door de ontwikkelingen in Groot-Brittannië kijken studenten, die vroeger vooral naar Londen ambieerden te gaan, nu vaker naar Amsterdam en andere steden in Nederland en Vlaanderen.'
En de handel is natuurlijk niet de enige vruchtbare relatie tussen beide taalgebieden. Nederlanders en Vlamingen vieren hun vakantie massaal in Italië – waardoor een op de elf neerlandici werk vindt in het toerisme, bijvoorbeeld als gids. Ook verspreiden de afgestudeerden de Nederlandstalige kunst en cultuur in eigen land, bijvoorbeeld door het organiseren van culturele avonden en natuurlijk als vertaler. Een kwart van de studenten wil later (literair) tolk en vertaler worden.

Neerlandici zijn 'breed inzetbaar'
In Polen zijn de baankansen voor neerlandici in het bedrijfsleven nóg groter. Bijna 9 op de 10 studenten heeft binnen drie maanden na het behalen van de bul een baan. Voor driekwart van de afgestudeerden is dat in het bedrijfsleven, en bijna allemaal spreken ze daar ook Nederlands. Er zijn veel relevante vacatures als financieel, HR- of marketingmede-werker. En de concurrentie is gering, ondanks het feit dat bijna nergens ter wereld universiteiten zoveel neerlandici afleveren als in Polen.
'Of ze allemaal hun droombaan vinden is iets anders', nuanceert professor Jerzy Koch van de Adam Mickiewicz Universiteit in Poznań (die jaarlijks vijftig studenten aanneemt). 'Maar ik hoor van werkgevers dat mijn studenten inderdaad erg gewild zijn. Ze zijn leergierig en kunnen zich aanpassen. Bovendien zijn ze, zoals ook andere studenten van kleine talen, breed inzetbaar. Een student Duits of Engels spreekt meestal alleen die taal. Een neerlandicus spreekt naast Nederlands vaak ook Duits en Engels.'
Anders dan Italië is het belang van Nederlands en Vlaams toerisme naar Polen beperkt. Daar staat tegenover dat de culturele uitwisseling groeit. Zeker op literair gebied, merkt Koch. 'Ik heb net voor een dikke studie naar Nederlandse literatuur in het Pools een overzicht gemaakt van alle recente vertalingen. Dan zie je dat de afgelopen tien, vijftien jaar uit het hele spectrum wordt vertaald: van populaire literatuur tot de belangrijke dichters en romanciers. En heel veel kinderboeken, zoals van Annie M.G. Schmidt.'

Grondig in kaart gebracht
Al deze gegevens over Italië en Polen staan in de veldanalyses naar het belang van het Nederlands in beide landen, die de Taalunie onlangs heeft gepubliceerd. Niet dat Terrenato en Koch erdoor verrast waren – daarvoor hebben ze genoeg contacten met Nederlandstalige instellingen, oud-studenten en dergelijke. Maar het is wel voor het eerst dat de situatie zo grondig in kaart gebracht is dankzij een intensieve literatuurstudie, bevraging van partnerinstellingen en enquêtes onder docenten, studenten en alumni.
'We kregen altijd rapportages van afdelingen Nederlands aan buitenlandse universiteiten', vertelt senior beleidsadviseur Karlijn Waterman. 'Maar dat ging bijvoorbeeld over aantallen studenten. We wisten weinig over de omgeving waarin neerlandici werkten. We wilden dat systematisch in kaart brengen om nieuwe ideeën te krijgen voor beleid voor het Nederlands buiten onze grenzen. We kozen voor Polen en Italië als eerste landen omdat de taal daar elk op een eigen manier succesvol is. In Italië bijvoorbeeld vooral op vertaalgebied.'
De intensieve aanpak wordt ook herkend. Terranato is 'blij' met het rapport dat 'veel denkmateriaal en inzichten levert, en een beeld van de toestand en de kansen van de Nederlandse cultuur als academisch vak in ons land.' Koch vindt dat de Taalunie doeltreffend te werk is gegaan om uit te zoeken hoe de situatie precies is – en tegelijk de achterban te laten zien: verdere snoei in het budget van het Nederlands buiten de grenzen kan echt niet meer.'

Acties om de zichtbaarheid te vergroten
De veldanalyses leggen niet alleen de huidige situatie, maar ook de kansen voor het Nederlands in Polen en Italië bloot – op economisch, cultureel en diplomatiek gebied. 'Er is – begrijpelijk - binnen de academische wereld de neiging te kijken naar de impact van een studie binnen die wereld. Maar kennis van vreemde talen levert ook geld op', zegt Waterman. 'Ook kan kennis van het Nederlands worden gebruikt als ondersteuning van het buitenlands beleid en de promotie van onze culturen.'
Neem het economisch belang van de taal. Op dit moment lopen 11% van alle Europese exportbedrijven geld mis ter waarde van 100 miljard euro door gebrek aan talenkennis, blijkt uit onderzoek. Door betere contacten te leggen met het bedrijfsleven en hen ook beter te informeren over de voordelen van Nederlandstalige werknemers, met hulp van de Nederlandse ambassade en de Vlaamse vertegenwoordiging ter plaatse, bevorderen neerlandici rechtstreeks de handelsrelaties met Nederland en Vlaanderen. 
Ook voor de afdelingen Neerlandistiek zelf zijn de kansen duidelijk geworden, vindt Terrenato. Alleen al het bestaan van het rapport is voor haar een instrument om de belangen van de vakgroep te verdedigen binnen de universiteit. 'Maar er staan ook acties opgesomd om de zichtbaarheid en aantrekkelijkheid van ons vak te vergroten. Als we die uitvoeren, zullen wij meer studenten krijgen en het vak een betere positie verwerven. Want het aantal studenten werkt in dit verband het sterkst.'

Meer ondersteuning nodig
Daar staat tegenover dat het moeilijk is om alle kansen te benutten. Vakgroepen staan al onder hoge werkdruk. Waar halen ze de tijd vandaan om nieuwe activiteiten te ontwikkelen waarmee ze hun ambassadeursrol voor Nederland en Vlaanderen verder versterken? Meer ondersteuning vanuit het taalgebied zou het mogelijk maken. En dat is helemaal geen gekke gedachte als je de Nederlandse en Vlaamse investeringen in het onderwijs van de eigen taal over de grens vergelijkt met die van andere landen.
Uit een nieuw vergelijkend onderzoek van de Taalunie naar het talenbeleid in Europa blijkt dat Nederland en Vlaanderen 7,5 cent per inwoner uitgeeft aan het onderwijs van het Nederlands in het buitenland – waarvan 4,5 cent in universitair onderwijs. In andere landen gaat het om veel grotere bedragen. Hongarije investeert 15 cent per inwoner, Portugal 2,80 euro per inwoner en Duitsland 5,30 euro per inwoner. 'En landen buiten Europa, zoals China en India, investeren nóg meer', zegt Waterman.
Terrenato en Koch hebben in ieder geval ideeën hoe ze extra geld kunnen besteden. Er is in Italië te weinig contact met lokale bedrijven, maar ook met bijvoorbeeld een netwerk van Nederlandse en Vlaamse universiteiten. Ook zou Terrenato graag geld hebben voor contracten voor jonge onderzoekers. En Koch betreurt het dat de Poolse universiteiten met een vakgroep Nederlands niet ieder jaar een Vertaalatelier kunnen aanbieden omdat er geen structurele subsidie vanuit Nederland en Vlaanderen voor is.
Beiden zijn dus positief over de rol van het Nederlands in hun landen, maar zoveel is ook zeker: de kansen en mogelijkheden van de internationale neerlandistiek zouden nog veel beter benut kunnen worden.
(Eerder gepubliceerd op Taaluniebericht.org)

woensdag 14 augustus 2019

Interview Jürgen Snoeren over boeken uitgeven en verkopen bij ANWB (Boekblad)

Hij is verantwoordelijk voor het uitgeven en verkopen van boeken bij ANWB. En dan schrijft Jürgen Snoeren zelf ook nog fictie. Vanwege de gestaag krimpende markt experimenteert het bedrijf om nieuwe afzetgebieden te ontdekken. 'Als je geen risico neemt, zul je nooit nieuwe markten aanboren.'

Eind vorige maand presenteerde Jürgen Snoeren in boekhandel Scheltema de thriller Dodenstoel die hij onder het pseudoniem Johan Andersen heeft geschreven. Pas toen iemand hem die middag erop wees, drong tot hem door dat hij alles tegelijk is: uitgever, boekverkoper én schrijver. Sinds vier jaar leidt hij de uitgeverij van ANWB. Vorig jaar kreeg hij het category management boeken voor de 83 ANWB-winkels erbij. En schrijven doet hij er al zijn hele leven naast, nadat hij twintig jaar geleden debuteerde met een literaire novelle.
'Heeft dat tot inzichten geleid? Zo'n sterk woord moet je niet gebruiken', zegt hij resoluut. 'Het maakt je gevoeliger voor alle aspecten in de keten. Als uitgever sta je niet altijd stil bij de logistieke problemen van een boekhandel om alles op de plank te houden en de operatie rendabel te laten draaien. Een boekverkoper heeft niet altijd op het netvlies hoe onzeker een boekproductie is. Als een boek twee weken te laat is vanwege een foutje van een drukker, moet hij niet meteen de boel afbreken. Een uitgever kan er soms echt niets aan doen. Ik kan het daarom iedere uitgever aanraden een tijdje in de retail te werken. En andersom.'

Maar je keuze voor de ANWB was niet bewust om uitgever én boekverkoper te worden?
'Nee. Ik werd gevraagd – in eerste instantie interim – om het fonds van de uitgeverij op te knappen. De ANWB is een mooi bedrijf, dat tot de 15 grootste uitgeverijen van Nederland behoort. Dat vergeten veel mensen. En met reisgidsen en kaarten had ik nog nooit gewerkt, dat maakte het een mooie uitdaging. Het was ook een realistische uitdaging. Er zat hier veel kennis, er werkten goede mensen, ze hadden goede titels. Het fonds had alleen meer focus nodig. Vervolgens bleef ik, omdat de klus nog niet af was. Toen we na een reorganisatie onder ANWB Retail kwamen te vallen, kreeg ik het category management erbij, zodat er steeds genoeg nieuwe opdrachten zijn om het leuk te blijven vinden.'

Wat moest er met het fonds gebeuren?
'De markt voor de reisgids krimpt gestaag. De omzet heeft zich na de crisis van tien jaar geleden weliswaar goed hersteld. In Nederland was de impact ervan kleiner dan in andere landen. Maar er zijn onmiskenbare demografische ontwikkelingen: veel jongeren kopen geen reisgidsen meer. En er is een verschuiving naar digitaal. Steeds meer mensen breiden hun reis voor op hun telefoon, iPad of laptop. 's Ochtends zoeken ze daar op welke musea in de buurt die middag open zijn. Die ontwikkeling is versneld door het verdwijnen van de roamingkosten per 1 juli 2017. Je kunt nu rustig op een terras een half uur scrollen zonder dat je bang hoeft te zijn voor een rekening van 300 euro. Het eerste jaar moesten mensen er nog aan wennen, maar in het voorjaar van 2018 zagen we een opvallende daling van de markt. In die periode gaan veel mensen op stedentrips, maar zonder roamingkosten hoefden ze niet meer zo snel een gids voor twee dagen Parijs. Op die ontwikkelingen moet je een antwoord verzinnen.'

En dat luidt?
'Om te beginnen heb ik het aantal series teruggebracht. We hadden er zes – of zelfs zeven, als je de kunstreisgidsen meetelt. We hebben er nu drie die elkaar goed aanvullen: de kleine en compacte ANWB Extra met alle basale informatie, de wat dikkere ANWB Ontdek voor wie zich meer in zijn bestemming wil verdiepen en de ANWB Wereldreisgidsen voor wie dat na de reis ook nog wil gebruiken als naslagwerk. Dat levert, ondanks de internationaal gezien relatief geringe marges, een goede, stabiele inkomstenstroom op, die ons in staat stelt te experimenteren om zo mee te bewegen met de consument en – niet te vergeten – de 4,6 miljoen leden. Zij willen namelijk geen platte informatie meer over hotelletjes en restaurants. Ze willen inspiratie. Het is niet meer: "help mij bij mijn reis", maar: "raad mij mijn volgende reis aan". Dat betekent dat je boeken moeten brengen die belevenis bieden.'

Hoeveel mensen gaan dit jaar met een ANWB-gids op pad?
'Een kleine 500.000 stuks bij elkaar. Daarmee zijn we nog altijd de grootste aanbieder van reisgidsen in Nederland, goed voor een redelijk stabiel marktaandeel van circa 26 procent – dat varieert afhankelijk van de mode in bestemmingen, maar ook van hoeveel titels en exemplaren je in de markt hebt. De totale vernieuwing van de Extra-serie, met 120 titels een mega-operatie, heeft ook impact gehad.'

Wat betekent dat voor de omzet?
'De afzet is gedaald, maar de doorgevoerde prijscorrecties hebben eerst een paar jaar voor een stijging van de omzet gezorgd. Vorig jaar was die stabiel en dit jaar is de omzet gedaald. Zoals bij alle reisgidsenuitgevers. Het zijn moeilijke tijden in onze markt vanwege de ontwikkelingen die ik net schetste.'

Sterft de reisgids op middellange of lange termijn uit?
'De markt zal blijven krimpen, maar er zal altijd behoefte blijven aan een papieren gids. Laat ik naar mezelf kijken. Als ik voor een weekje zon op een eiland google, verzuip ik in informatie over vliegmogelijkheden, hotels, autoverhuurders. Dan betaal ik liever 100 euro meer aan een organisatie die dat allemaal voor mij uitzoekt. Je ziet daarom de klassieke reiswinkel van vroeger een beetje terugkomen. Iets soortgelijks geldt voor reisinformatie: je wil dat iemand die voor je bij elkaar brengt en cureert. Sommigen gebruiken daarvoor Tripadvisor, Zoover of een andere reissite. Anderen willen liever een degelijke papieren gids, waarmee je op de bank kunt lezen over je bestemming of die je in je binnenzak bij je kunt steken. Dat zal nooit verdwijnen. Net zoals er altijd mensen een papieren boek boven een e-boek verkiezen.'

De ANWB zet niet in op digitale versies van haar gidsen?
'We hebben wel e-boekversies van onze Extra-gidsen. Gemaakt als test, en omdat een deel van de leden dat van ons verwacht. Maar de markt in de breedte zit niet te wachten op één op één vertalingen van een gids, juist omdat het een product is dat men in handen wil houden. Ook de wet op de vaste boekenprijs helpt niet mee, omdat die weinig mogelijkheden biedt voor combinatieverkoop van e-boek en papieren boek. De btw-plannen vormen een ander struikelblok: omdat de verlaging alleen gaat gelden voor facsimile-achtige digitale uitgaven zet de overheid een dikke rode streep door alle mogelijke innovatie. Wil je iets digitaals doen met non-fictie zoals een reisgids, moet je deze juist grondig verbouwen om de gebruiker meerwaarde te bieden.'

De potentie is ook nog steeds te klein om een vernieuwende reis-app te maken?
'Ja. We hebben de e-boekversies eigenlijk alleen als extra service. Wat we eraan verdienen is meegenomen. Dus laat staan dat het zin heeft om in zoiets groot te investeren. De droom die we tien jaar geleden hadden van volledige interactieve, 24/7 geüpdate apps voor iedere bestemming is onhaalbaar. De economics kloppen niet. Misschien als je met alle uitgeverijen in Nederland samen iets doet. Maar zelfs dan is het twijfelachtig, omdat je dan concurreert niet alleen met partijen als Google en Booking, maar ook met alle andere online informatie over een bestemming. Er zijn genoeg mensen met een eigen sitetje over musea in Parijs. Het is niet voor niets dat zelfs grote markten als Duitsland en Frankrijk geen digitale reisgidsencultuur hebben. Alleen Lonely Planet heeft iets wat in de buurt komt, maar die opereert op een volstrekt andere schaal.'

En dus zoekt ANWB het in andere type boeken.
'Je kunt verschillende richtingen op denken. Je kunt bijvoorbeeld makelaar in reisinformatie worden. Maar wij blijven doen waar we goed in zijn: uitgeven. Wij kunnen dat goed. We hebben het vertrouwen van consumenten en leden. We hebben een positie op deze markt. En als je de gidsen goed aanpast aan de eisen van de tijd, zoals de veranderde balans tussen informatie en beleving, en gespitst blijft op de schommelende populariteit van bestemmingen, kun je daar nog goed aan verdienen. Het is een klassieke valkuil bij innoveren om te denken dat al het oude niet goed meer is. Nee, onze klassieke reisgidsen blijven de basis. Daar moeten we op blijven focussen. Daarnaast zoeken we naar andere soorten uitgaven om reiscontent aan te bieden.'

Aan wat voor boeken moet ik denken?
'Een mooi voorbeeld is La douce Paris van Janny van der Heijden, dat onlangs verscheen. Een personality, bekend van Heel Holland Bakt, die door Parijs rijst, haar plekjes uitkiest, met recepten en van alles. Dat willen mensen graag: zien hoe iemand anders reist en zich daardoor laten inspireren. Het is een nieuwe spin aan het begrip stedengids. Ook hebben we het vergelijkbare Een zomer in Italië van Rik Felderhof: dagboek, reisboek en biografie in één. Fietsen met Erik Dekker, waarin hij vertelt over zijn belevenissen in de Tour de France aan de hand van routes die mensen na kunnen fietsen. En Fijn weekend, een overzicht van 52 weekendtripjes dat eigenlijk niets anders doet dan de lezers tippen: ga daar ook eens kijken.'

Is het moeilijk zulke boeken te bedenken?
'Het is niet makkelijk. Net als andere aanbieders van reisgidsen is het enorm zoeken. Naar juiste ideeën en auteurs, de inhoudelijke contentstragie, het goede prijspunt, de doelgroep voor iedere propositie, de mate van luxe uitstraling, enzovoorts. En van alles wat je bedenkt, kun je – anders dan een gids – geen 120 delen maken. Je moet daarom af en toe in het diepe springen, zoals we met Janny hebben gedaan. Het is zoals Steve Jobs zei: "je moet niet de markt volgen, maar de markt maken; je moet mensen vertellen waar ze behoefte aan hebben". Dat heb ik altijd erg inspirerend gevonden. Het hele vak zou zich dat ook mogen aantrekken. Uitgeverijen hebben altijd te veel de neiging de markt te volgen.'

Wat kan wel bij ANWB en wat niet?
'Op het spectrum tussen de pure informatie van een klassieke reisgids en de pure beleving van een fotoboek zijn meerdere plekken waarvoor je proposities kunt ontwikkelen. Er zijn nu eenmaal verschillende doelgroepen: jong versus oud, veel versus minder te besteden, leden versus niet-leden. Alle grote uitgeverijen zijn daarmee bezig. Maar alles wat we doen, moet binnen de driehoek reizen, vrije tijd en lifestyle passen. Dat zijn de echte ANWB-thema's waar de rest van de organisatie zich ook op richt. We zullen daarom nooit zomaar een lifestyle-boek uitgeven.'

Hoe hebben de eerste experimenten het gedaan?
'Het is nog te recent om daar harde uitspraken over te doen. Felderhof was vorig najaar het eerste boek-nieuwe stil. Dat heeft het goed gedaan. Janny van der Heijden is goed ontvangen. Voor Erik Dekker is veel belangstelling. Maar wat is de potentie precies? Je kunt je voorstellen dat we van La douce Paris 5.000 exemplaren verkopen, maar ook 50.000 exemplaren. Anderzijds is het risico groter dat een titel niet aanslaat en maar paar honderd exemplaren verkoopt. Dat moeten we ontdekken. Maar: als je geen risico neemt, zul je nooit nieuwe markten aanboren.'

Accepteert de boekhandel de nieuwe koers van ANWB?
'Het is een kwestie van gewenning. Over Fietsen met Erik Dekker kreeg ik soms de vraag, zelfs intern: is dát een ANWB-boek? Erik Dekker is toch sport? Nee: het gaat over vakantie en vrije tijd, het bevat routes en ANWB heeft miljoenen fietsende leden. Dus hoe ANWB wil je het hebben? Het gaat erom dat je de verhalen die iemand als Erik te vertellen heeft, op zo'n manier verpakt dat het bij ons past. We hebben het in dit geval redelijk vaak moeten uitleggen. Maar de boekhandel reageert tot nu toe positief. Ze zijn natuurlijk altijd blij met nieuwe dingen, omdat ze met alles wat afwijkt van de norm bij hun klanten aandacht kunnen trekken. Ook straalt de vernieuwing af op het hele fonds. Want als je in de catalogus naast de herziene uitgaven van reisgidsen opeens een Rik, Janny of Erik zet, zie je dat mensen rechtop gaan zitten. Ze hebben meer aandacht voor het hele fonds. Dus zelfs als deze boeken niet aanslaan, heeft het een gunstig effect.'

Waren de ANWB-gidsen terrein aan het verliezen in de boekhandel?
'Nee hoor. Wij hebben vaste vertegenwoordigers op de weg. Dat is niet meer bij iedere uitgeverij het geval. Die persoonlijke aandacht wordt zeer gewaardeerd. De reguliere boekhandel is goed voor ongeveer de helft van de afzet, dus het is ook logisch dat we daar veel aandacht voor hebben.'

Zie je de krimpende markt bij de boekhandel terug in de vorm van minder aandacht voor reizen?
'Ik heb niet de indruk dat het drastisch terugloopt. Reizen heeft alleen niet altijd de focus van de boekhandelaar. Het is ook geen swingend en sexy genre. Een reisgids wordt nooit Boek van de Maand bij DWDD. Anderzijds zijn boekverkopers heel benaderbaar, als je aanbiedt om samen met hen naar het schap te kijken. Dat is een voordeel als grootste partij: er is altijd bereidwilligheid om er nog een plank toe te voegen of bestemmingen aan te vullen. Daarom is het zeker geen verwaarloosd genre in de boekhandel.'

Hoe gaat het met de boekverkoop in de eigen winkels?
'ANWB Retail staat zoals alle winkels onder druk. Wij hebben wel een aparte positie door de combinatie van producten. En ze zijn voor een deel op het ANWB-lid gericht. We bieden services en diensten aan die je nergens anders in de winkelstraat vindt. Het aantal winkels blijft daarom stabiel. Het aandeel boeken hebben we wel teruggebracht. Het assortiment was in de loop der jaren te breed geworden: thrillers, damesromans, invulboekjes. Na een kritische blik op de afzet en de focus van ANWB kwamen we tot de conclusie dat wij die niet moeten verkopen. De leden verwachten en willen ook geen damesromans bij ons vinden. Ons aanbod gaat nu weer puur over vrije tijd, reizen, vakantie, mobiliteit – al die thema's die bij de ANWB horen. En de dekking daarvan is beter.'

Daarmee is de concurrentie met de reguliere boekwinkel minder geworden?
'In zekere zin wel. Dat maakt het ook makkelijker om te zeggen: "zoekt u een thriller? dan kunt u aan de overkant bij de Bruna zijn". En andersom doet de Bruna dat als iemand om een kaart vraagt, want de gewone boekhandel is traditioneel minder actief in het segment-vrije tijd.'

Wat voor gevolg had deze beweging op de omzet?
'We hebben iets ingeleverd. Ook al hadden de genres die we hebben weggesneden geen groot aandeel in de omzet, we specialiseren ons wel in een krimpend marktsegment. Daar staat tegenover dat de ruimte ervoor kleiner kon worden, waardoor de omzet per vierkante meter is gestegen. Daarom zijn we niet ontevreden over deze ingreep. Het aandeel eigen titels in de afzet is automatisch ook gestegen.'

Hoe hou je bij deze dubbele rol tijd over om te schrijven?
'Ik zeg altijd: het is netflixen of schrijven. Ik doe het als ontspanningsoefening 's avonds. Als tegenwicht voor de stress overdag. En in deze baan gaat het beter dan ooit. Toen ik zelf schrijvers begeleidde, lukte het lange tijd niet om te schrijven. Ik had moeite mijn eigen stem te vinden. Maar toen ik ophield met dat werk, hief dat als het ware mijn writers' block op. Ik heb een tijd fantasy geschreven, maar na overleg met mijn agente Marianne Schönbach die me erop wees dat de fantasymarkt terugliep en ik misschien iets anders met mijn talent kon doen, dacht ik aan een thriller. Ik heb veel thrillerschrijvers begeleid, dan krijg je zelf ook af en toe een goed idee. Een daarvan heb ik uitgewerkt tot proposal. HarperCollins zag dat zitten.'

Profiteer je daarbij van je bekendheid in het vak?
'Nee. Daarom verschijnt Dodenstoel onder pseudoniem. Toen Luiting-Sijthoff mijn fantasy publiceerde, werd ik neergezet als de schrijvende uitgever. Begrijpelijk, een uitgeverij zoekt argumenten om een boek aan te prijzen. Maar ik wilde een streep zetten onder alles wat ik daarvoor heb gedaan. Ik wilde niet dat mensen zouden denken: daar heb je een uitgever die zo nodig moet schrijven. Of: hij wordt uitgegeven omdat hij vriendjes in het vak heeft. Of: die fantasyschrijver kan geen vast geen thriller maken. Nee, als je het boek nu goed of slecht vindt, komt dat door het boek en niet omdat je me kent. Daarom wordt mijn day job bijna nergens genoemd in de communicatie van HarperCollins. Gelukkig is het wel goed ingekocht.'
(Eerder verschenen in Boekblad magazine 6, 2019)