dinsdag 21 mei 2019

Uitgevers spelen in op Ajax-hype (Boekblad)

De populariteit van Ajax heeft dit seizoen een nieuw hoogtepunt bereikt. Kick Uitgevers, Brandt en Inside stuurden allen boekhandels daarom een tussentijdse aanbieding met hun eigen Ajax-titel.

Hoezeer je ook verwacht dat ieder boek hetzelfde verhaal steekt, hebben de verschillende auteurs – onwetend van elkaars plannen – toch een eigen invalshoek gekozen. De vreugde van het voetbal: Ajax in de Champions League 2018-2019 van Jaap Vissers zoomt exclusief in op de Europese campagne. Zelfs nog voordat Ajax in de befaamde uitwedstrijd begin maart Real Madrid versloeg met 4-1 had Kick Uitgevers besloten een boek te brengen over Ajax' Europese campagne. 'Puur op basis van de bijzondere schoonheid van het spel, dachten we: hier moet een boek over komen', zegt uitgever Matty Verkamman. 'Nadat De Persgroep, waar de Amsterdamse krant Het Parool deel van is, besloot het te ondersteunen, zijn we aan de slag gegaan.'
Kick Uitgevers had pech kunnen hebben als Ajax alsnog was uitgeschakeld door Real Madrid. Maar nu de ploeg door de spectaculaire uitschakeling vorige week maar net de finale miste, kan het nog voor Vaderdag met het luxe boek komen. De vreugde van het voetbal telt 240 pagina's en bevat bijdragen van zestien prominente voetbalschrijvers en Ajax-watchers: van Youp van 't Hek en Freek de Jonge tot Auke Kok en Menno Pot. Verkamman: 'Het is een hell of a job om een boek zo snel te maken, maar het betaalt zich zeker uit. Het is voor ons financieel absoluut een aantrekkelijke uitgaven.'
Kick Uitgevers mikt op een oplage van 5500 exemplaren, maar besluit na het weekend waarschijnlijk dat te verhogen. Reden is de intekencampagne, waarbij iedere intekenaar zijn naam ín het boek ziet vermeld onder de kop 'Wij zijn trots op Ajax'. Die loopt buitengewoon goed. 'We gaan zeker de grens van 3000 intekenaars halen. En dat voor een boek van 39 euro. We hebben de boekhandel erbij betrokken, door hen een poster te sturen. Wij krijgen nu hun bestellingen binnen. Blankevoort en Venstra in Amstelveen vijftig, zestig. Twee boekhandels uit Leiden ieder veertig, vijftig. En dat zullen grotendeels intekenaars zijn.'
Maar de boekhandel die het beste scoort is Veenerick in Roelofarendsveen. De eigenaar Joris Koek had een uitrolposter buiten op de stoep neergezet, banners en posters opgehangen en had daarnaast flyers neergelegd in de cafés in het dorp waar massaal naar de Europese wedstrijden werd gekeken. Gevolg: een bestelling van tachtig exemplaren, waarvan 65 op intekening. 'En dat kon nog wel oplopen naar honderd ook, zei hij toen ik hem eerder vandaag aan de lijn had', zegt Verkamman. 'Toen Ajax twee jaar geleden de finale van de Europa League had gehaald, hadden we ook zo'n boek gemaakt, maar dat verkocht lang niet zo goed als dit boek.'
Uitgeverij Brandt komt En Johan zag dat het goed was: Ajax 2016-2019 in 32 portretten van Rodney Rijsdijk en Robbert Tilli. Dit boek van 192 bladzijden plus een katern van 32 pagina's met illustraties van Tilli, dat 20 euro kost, heeft de breedste scope. Het vertelt het verhaal aan de hand van portretten van alle betrokken spelers, trainers en clubiconen van de afgelopen drie jaar. 'Die jaren waren een enorme rollercoaster', zegt uitgever Paul Brandt. 'Je zag het beginnen te groeien in het eerste jaar onder Bosz. Daarna waren er ook enorme tegenslagen, met name de hartstilstand van Nouri. En dan dit voorjaar het team dat zo goed voetbal liet heeft laten zien.'
Brandt had al rond de jaarwisseling voor het eerst contact met auteurs. 'Toen was al duidelijk aan het worden wat voor bijzonder seizoen het werd', vertelt hij. 'Dat het zó zou aflopen en dat Ajax zó veel voetbalharten zou winnen met het attractief spel, wist ik ook niet. Dus de eerlijk gezegd gebiedt me te zeggen dat terwijl de auteurs stug doorwerkten, ik wachtte met het tekenen van de contracten. Als ondernemer moet je voorzichtig zijn. Uiteindelijk tekenden we op 15 maart – tien dagen na Real Madrid-uit. Toen wist ik: hier is publiek voor. Vervolgens heb ik bij iedere nieuwe wedstrijd óók gedacht: hoe verder ze komen, hoe beter voor het boek.'
Brandt gaat maandag naar de drukker voor een eerste oplage van 2500 exemplaren, waarna het 29 mei in de winkel ligt. 'AKO doet niet mee. Zij zetten in op het boek van Inside. Maar Bruna heeft het wel ingekocht, en mijn vertegenwoordiger meldde dat bijna iedere boekhandel op de LibrisBlz.-beurs het deze week heeft besteld. Ik heb daarom sterk de verwachting dat ik kan herdrukken. Maar je moet nu eenmaal altijd voorzichtig zijn met je eigen enthousiasme. Ik verwacht veel van de vrije publiciteit, maar ik zal zeker ook adverteren als dat nodig is. We zitten nu op de golf, daar wil ik maximaal gebruik van maken.' 
Het boek van Inside (waarvan uitgever Marieke Derksen vandaag niet bereikbaar was) geeft als enige een rechtstreekse weergave van het afgelopen seizoen van Ajax.Jongensdromen: Het gouden seizoen van Ajax van Willem Vissers – de journalist van de Volkskrant, die ook een column heeft geschreven voor het boek van Kick Uitgevers – heeft hierin 'de belangrijkste wedstrijdverslagen, reportages, interviews en columns chronologisch [bijeengebracht], waardoor een compleet beeld ontstaat van het verloop van het seizoen, het opportunisme en de euforie', zo meldt de uitgeverij op haar website. Het boek van 256 pagina's kost 15 euro en verschijnt komende woensdag – eerder dan de andere twee titels.
En dan zijn deze titels lang niet de enige waarmee de boekhandel een thematafel kan vullen. Ook het vorige maand verschenen nummer van Hard Gras lift mee op Ajax' nieuwe populariteit door een verhaal van Julien Althuisius over zijn poging om op Bali wifi te krijgen om daar Real Madrid-Ajax terug te zien zónder al te horen wat de uitslag is, op de cover te plaatsen. Iets ouder is Henk Spaans Nouri: de belofte, dat afgelopen najaar elf weken in de Bestseller 60 stond en daarin de derde plaats bereikte. 
Dat voetbalsucces op een ander niveau ook tot boekhandelssucces kan leiden, bewijst F.C. Twente. Nadat de ploeg uit Enschede kampioen van de Eerste Divisie werd, verscheen begin mei Wij zijn de allermooiste club van allemaal: FC Twente in de Eerste Divisie 2018-2019. Het door de club zelf uitgegeven boek kost 14,95 euro. De oplage van 2500 exemplaren was te koop in de fanclub en boekhandel Broekhuis. Binnen twee weken zijn er 1800 van verkocht. Gisterenavond signeerde aanvoerder Wout Brama het boek bij het Broekhuis-filiaal in Enschede. 'Ik zie de uitnodiging voor het Boekenbal tegemoet', grapte hij tegen Tubantia.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 17 mei)

maandag 20 mei 2019

Das Mag presenteert zomeraanbieding met speciale podcast (Boekblad)

Uitgeverij Das Mag heeft een podcast gemaakt rond haar nieuwe zomeraanbieding. Bob Kappen van Athenaeum Boekhandel (Amsterdam) interviewt de auteurs van de vijf boeken die daarin staan.

De podcast duurt 26 minuten. Na een introductie van Barbara Geenen, de Vlaamse vertegenwoordiger van (onder andere) Das Mag, praat Kappen steeds vijf minuten met achtereenvolgens Peter Buurman, Marian Donner, Fen Verstappen, Dorien van Linge en redacteur Isabel Harlaar, die de Deense schrijfster Caroline Albertine Minor introduceert.
De zomeraanbieding is de komende weken op de beurzen gewoon op papier beschikbaar. 'Maar daar vaak staat daar alleen maar droge informatie en verkooppraat in', zegt publiciteitsmedewerker Bowi van Onna. 'Om als boekverkoper echt feeling te krijgen met een nieuwe titel, is het leuk om meer van de schrijver te weten. Daarom hebben we deze podcast gemaakt als aanvulling.'
Er zijn uitgeverijen, zoals Atlas Contact, die met hetzelfde doel previews organiseren op hun eigen burelen. 'Maar in de praktijk is het best lastig om boekhandelaren te mobiliseren. Daarom dachten we: wij brengen de presentatie naar hen toe.'
Van Onna weet heel goed dat boekverkopers een enorm aanbod aan nieuwe titels moeten bekijken. Een podcast kun je echter tot je nemen op dode momenten. 'Tijdens de afwas, of tijdens het uitpakken van de CB-dozen 's ochtends. De korte duur maakt het ook heel behapbaar.' Ideaal zou zijn als boekverkopers ernaar zouden luisteren in de auto op weg naar de beurzen, maar Van Onna beseft dat het misschien te kort dag is.
Als interviewer wilde Das Mag per se een boekverkoper – 'omdat die kijkt met de blik van een boekverkoper'. Dat werd Kappen omdat Van Onna zelf in Athenaeum Boekhandel komt en de boekhandelaar tijdens presentaties ook heeft leren kennen als een fijne interviewer. 'Maar er zijn zeker mogelijkheden om de volgende keer een andere boekverkoper te promoten.'
Uit de introductie blijkt zonneklaar dat de podcast bedoeld is voor boekverkopers. Maar hij is zeker niet exclusief voor hen. Das Mag benadert boekverkopers gericht met een mailing, maar meldt het vandaag ook op alle sociale mediakanalen. 'Zo snijdt het mes aan twee kanten. Ook het grote publiek kan zo zien waaraan wij werken. Alvast kennismaken met deze nieuwe auteurs.'
Mede daarom mikt Das Mag niet op een bepaald aantal luisteraars. Van Onna: 'Als er honderd mensen naar luisteren, is dat niet veel. Maar als dat allemaal boekverkopers zijn, zou ik toch tevreden zijn. Dat kun je alleen moeilijk meten. En er zullen zeker meer dan honderd luisteraars zijn.'
De zomeraanbieding-podcast is zeker niet de eerste podcast die Das Mag heeft geproduceerd. Zo maakt de uitgeverij samen met De Groene Amsterdammer Boeken FM, waarin Joost de Vries en Ellen Deckwitz nieuwe titels bespreken, Laura H. naar het gelijknamige boek van Thomas Reub, en de podcast-only Sør van Marjolijn van Heemstra.
De interviews met de auteurs van de zomeraanbieding zijn hier te beluisteren.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 9 mei)

donderdag 16 mei 2019

Het vaste team freelancers achter de bestsellers van Tommy Wieringa, Paulien Corneliss en Rick Pastoor (Boekblad)

Een nieuw model in de uitgeverijwereld: een vast team van een freelancers dat wordt ingehuurd door een schrijver. Harminke Medendorp, Maarten Richel en Ruth Bergmans hebben zo al vier top tien-hits gescoord.

Dat steeds meer auteurs in eigen beheer uitgeven is inmiddels bekend. En dat ze regelmatig succes hebben ook. Van Paulien Cornelisse tot Walter en Natalia Rakhorst (Project gezond), van Frank Krake tot David de Kock & Arjan Vergeer (365 dagen succesvol) – de afgelopen jaren hebben selfpublishers nooit ontbroken in de Bestseller 60. Drie titels uit deze categorie haalden ook de top 100 bestverkochte boeken van 2018.
Minder bekend is dat een aantal auteurs werkt met een vast team: Harminke Medendorp voor redactie en uitgeefcoördinatie, Ruth Bergmans voor publiciteit en marketing en New Book Collective van Maarten Richel voor de distributie en sales. Zij zijn verantwoordelijk voor de bestsellers van Paulien Cornelisse (De verwarde caviaen Taal voor de leuk), Tommy Wieringa (Dit is mijn moeder) en Rick Pastoor (Grip – het geheim van slim werken). Dat op al deze boeken een andere uitgeverijlogo staat, is vanzelfsprekend, maar vertelt niet het hele verhaal. Ook omdat zij niet op factuur- maar op royaltybasis werken.
Half februari waren ze met zijn drieën naar een optreden van Paulien Cornelisse in Londen gegaan om het succes van hun uitgaven te vieren – en om hun auteur daar te verrassen. Maar ook om nieuwe plannen te maken. Het succes en de onderlinge chemie is zo groot dat het zeker niet blijft bij deze titels. Al willen ze dáár liever nog niet over praten. Daarvoor bevinden de nieuwe projecten zich nog in een te pril stadium.

Hoe zijn jullie bij elkaar gekomen als zakenpartners?
Medendorp: 'Via Paulien Cornelisse, zou je kunnen zeggen. Zij was bezig met haar kantoorroman, die gewoon bij haar vaste uitgeverij [Atlas Contact, md] uit zou komen. Ze had wensen op productiegebied. Wilde ook meer zelf ondernemen, zoals ze dat gewend was te doen met haar theaterproducties. Maar ze kwam er niet helemaal uit met haar uitgeverij en besloot het heft in eigen hand te nemen. Dus toen vroeg ze aan mij, omdat ik al – door haar – was gevraagd om de redactie van De verwarde cavia te verzorgen: "Kan ik het zelf organiseren, denk je?" "Waarom niet?", reageerde ik, "ga het vooral onderzoeken." Daarop heb ik met haar nagedacht over het team dat je nodig hebt. En zo kwamen we uit bij Ruth voor de promotie en Maarten voor de distributie en sales.'

Jullie kenden elkaar natuurlijk al lang.
Richel: 'Natuurlijk. We zijn generatiegenoten, die alle drie lange tijd in dienst hebben gewerkt en daarna zelfstandig zijn geworden. Ruth werd zeveneneenhalf jaar geleden freelancer, Harminke vijf jaar geleden. En ik begon in het najaar van 2014 voor mezelf. Alleen niet als freelancer. In het begin zat ik hier met Joke de Witte en Dian van der Zande. Ik deed wel in mijn eentje de verkoop. Inmiddels zijn we bij New Book Collective met zijn zessen: vier mensen voor de verkoop, twee voor de promotie.'
Medendorp: 'We hadden alleen nog nooit met elkaar samengewerkt – ook niet bij de bedrijven waar we hiervoor in dienst waren. Ik benaderde Ruth omdat ik steeds hoorde dat zij de beste was in haar vak. En zij was freelance, dat was een voorwaarde. Maarten kwam er daarna bij. Distributie en sales waren nog de missing link.'

En toen jullie elkaar hadden gevonden?
Medendorp: 'Toen dachten we: volgens ons zijn we – samen met Paulien als schrijver en uitgever – compleet, laten we eens kijken hoe ver we komen. Natuurlijk waren we niet echt compleet. Je hebt een vormgever nodig, goede persklaarmakers en correctoren, een drukker, vertegenwoordiging in Vlaanderen. Maar die zijn allemaal in te huren. Wij bleken met zijn drieën, met onze intussen behoorlijk lange ervaring, een volledig uitgeefteam te vormen waarin iedereen elkaar heel goed aanvult – en we allemaal een relevant netwerk konden meebrengen dat aansluit op het netwerk en kennis van de schrijver. Het enige wat we niet kunnen bieden is het vertegenwoordigen van vertaal- en nevenrechten. Maar dan kunnen we schrijvers wel koppelen aan goede mensen. Zo heeft Marleen Seegers, die ik kende via mijn vorige baan bij Podium, voor Paulien de rechten van De verwarde cavia aan meerdere landen verkocht.'

Is de samenwerking meer dan drie keer jullie specialisme bij elkaar opgeteld?
Medendorp: 'Ik denk het wel. We kunnen over elke stap in het proces met elkaar klankborden. Ik maak de calculatie, maar overleg daarover vanaf het begin met Ruth en Maarten. Is dit genoeg marketingbudget? Of willen we na twee maanden een extra duw geven en is het dan slim om de schrijver aan te raden daar al geld voor te reserveren? Maarten en Ruth zijn ook goede lezers en geven zo feedback op mijn redactie. En zo bespreken zij weer hun pr- en verkoopplannen in de groep. Is dit de goede mediamix in de publiciteitscampagne? Welke acties doen we met de zelfstandige boekhandel en wat met een partij als AKO?'

Hebben jullie wel individuele contracten met auteurs?
Bergmans: 'Ja. Maar anders dan bij onze gebruikelijke opdrachten. Normaal werk ik op uurtarief en stuur ik een factuur. Voor dit en de andere projecten die we met zijn drieën doen, werken we op basis van een omgekeerd royaltymodel. De auteur die ook investeert, krijgt de volledige omzet. Wij ontvangen daar een percentage van.'
Richel: 'New Book Collective werkt sowieso met dit model. Wij zijn afhankelijk van de omzet van de uitgeverij die wij vertegenwoordigen. Voor impresariaten en theatermakers is het een gebruikelijk model. Voor mij is het enige verschil dat ik nu betrokken ben bij het maakproces van een boek. Vanaf het allereerste begin zelfs.'

Waarom kiezen jullie voor betaling achteraf?
Bergmans: 'Het is natuurlijk een risico. Maar wij gaan dat alleen aan als we in een project geloven. We weten ook wat we zelf kunnen bewerkstelligen. Het verdienmodel werkt daarbij als een soort toets, omdat het ons dwingt om serieus na te denken over de vraag: hoe groot kan het succes worden? Het maakt ons ook mede-ondernemer. En natuurlijk werken we allemaal heel hard voor onze opdrachtgevers, het is toch anders als je er zo met huid en haar in zit.'

Leverde de eerste vier boeken meer op dan wanneer jullie je gebruikelijke uurtarief hadden gefactureerd?
Medendorp: 'Ja. Maar vergeet niet dat we er al een, in het geval van Rick zelfs twee jaar werk in hebben gestoken voor we onze eerste inkomsten zien.'
Bergmans: 'Tegelijk is geld absoluut niet onze drijfveer, omdat we dit eigenlijk naast ons gewone werk doen. De drijfveer is het plezier. Ook bij de schrijvers, die eigenaar van hun creativiteit willen zijn. Dat merk je bijvoorbeeld als Tommy ons foto's stuurt van een top 10 in een winkel. Dat is niet het plezier van een schrijver, maar dat van een uitgever.'

Beviel de onderlinge samenwerking meteen bij het eerste project?
Bergmans: 'Absoluut. Het grappige was dat we elkaar heel weinig hebben gezien. Het contact liep vooral via appen en bellen – Harminke en ik zijn door dit interview ook pas voor de tweede keer op het kantoor van Maarten. Maar het liep allemaal zo gesmeerd.'
Medendorp: 'Dit eerste project werkte ook goed omdat Paulien ervaring heeft als creatief ondernemer. Ze is gewend om tijd en geld te investeren. Daardoor waren we in staat om meteen serieus in te zetten, ook al was het onze eerste project. Het was spannend wat De verwarde cavia zou gaan doen. Een roman over een cavia op kantoor is iets totaal anders dan een taalboek. Maar dankzij haar lef konden we er echt voor gaan.'
Bergmans: 'En toen sloeg de cavia aan. Het boek haalde de top 10 van de Bestseller 60. Het kreeg een nominatie voor de NS Publieksprijs. En het ging maar door. Dus toen we een onverwachte evaluatie hadden – ik was bevallen en Harminke en Maarten kwamen op kraamvisite – dachten we snel: dit smaakt naar meer. Wat zouden we nog meer kunnen doen?'
Medendorp: 'We hebben alle drie onze eigen bedrijven, waar we voldoende werk en veel plezier aan ontlenen. Er was geen noodzaak om verder te gaan. Maar wij hebben zo'n goede chemie. Het is een feest om met elkaar te werken. Het zou zonde zijn om zoiets unieks niet voort te zetten.'

Hebben jullie daarop actief gezocht naar nieuwe projecten?
Bergmans: 'Dat ging heel organisch. Op het moment dat we bedachten hoe superleuk het zou zijn om het nog eens te doen, kwam Rick Pastoor via Harminke op ons pad.'
Medendorp: 'Ik begeleid freelance de boeken van De Correspondent. Dus toen Rick aan mede-oprichter Ernst-Jan Pfauth vroeg of hij een redacteur kende, kwam hij bij mij terecht. Ik was enthousiast over zijn idee. Vervolgens bleek halverwege het gesprek dat hij Gripin eigen beheer wilde uitgeven, met een team professionals. Ik was verrast, maar besefte later hoe goed dat past bij dit boek, waarin hij uitlegt hoe je je doelen kunt vaststellen om iets voor elkaar te krijgen. Het zelf uitgeven is een logische uitkomst van het boek. Dus zei ik direct: dan weet ik wel een team voor je. Overigens had Rick eerder met een uitgeverij gesproken, maar dat leidde niet tot een samenwerking.'
Bergmans: 'Dat was voor ons echt het moment om in het diepe te springen. Rick was anders dan Paulien nog voor het publiek onbekend. Zijn boek was zeker nog niet af, en het was in een genre – management – dat ons niet automatisch als een handschoen paste. Maar we hadden hem ontmoet, we werden enthousiast van zijn verhaal, en besloten het avontuur aan te gaan.'
Richel: 'Tommy Wieringa kwam niet veel later via mij. Omdat ik met hem rugby, praatten we wel eens over het boekenvak. Ik had hem ook een keer uitgelegd hoe we dat deden met Paulien. Een keer langs de zijlijn, biertje in de hand, kijkend naar de volgende wedstrijd. Daar is het plan voor Dit is mijn moeder uit voortgekomen. Harminke kende hij al, omdat zij zijn redacteur was van de novelle die hij bij Hollands Diep uitgaf. En Ruth werd het logische derde puzzelstukje.'
Bergmans: 'En nu is het niet zo dat we worden bedolven onder de ongevraagde manuscripten of zo, maar we worden zeker benaderd.'

Is jullie manier van werken geschikt voor iedere schrijver?
Richel: 'Onze drie auteurs zijn allemaal heel andere types. De enige overeenkomst is: ze wilden dit echt. Ze wilden niet alleen maar schrijver zijn, ze wilden hun boek ook uitgeven – en zich dus pro-actief bezig houden met alle facetten van het uitgeven. Denk aan kwesties als: wat zijn de prijzen en verschillen tussen alle soorten papier?'
Bergmans: 'Dat merkten we zo goed aan Tommy en Paulien: ze hadden allebei echt zin in het avontuur. Het is dan leuk om te zien hoe ze allebei met jaren uitgeefervaring, er anders mee omgaan dan Rick, die die ervaring niet heeft en zelfs in eerste instantie digitaal denkt. Hij stelt heel andere vragen, die ons doen nadenken over dingen die we eigenlijk vanzelfsprekend vinden, maar hij wil even sterk greep houden op het proces.'

Zijn het ook types die geen tegenspraak meer dulden?
Bergmans: 'Integendeel. Het is ook een voorwaarde om samen te kunnen werken: dat we alles – zij het respectvol – tegen elkaar kunnen zeggen. Anders is het onverstandig voor schrijvers om met ons te werken. Als hij of zij onze adviezen niet wil, kan hij het uiteindelijk maar beter zelf doen. Er zijn natuurlijk wel eens discussies, maar dan is het altijd: "onderbouw het maar". Die discussies dwingen ons allemaal om goed na te denken over ieder aspect van het uitgeefplan.'

Wat is het essentiële verschil tussen een uitgeverij en jullie drie als uitgeefteam?
Richel: 'Dat de schrijver de baas is. Hij investeert. En wat is gebruikelijk als iemand investeert? Dat hij de controle heeft en een mooi resultaat wil. Normaal is dat de uitgeverij, nu de schrijver.'
Medendorp: 'De schrijver is de captain van ons team. En die rol levert hem een transparantie op die hij zeer waardeert. Ik denk dat we dat zelfs dat we de kracht daarvan nog hebben onderschat. Elke stap in het uitgeefproces ligt open en bloot op tafel. Vanuit onze expertise adviseren wij de schrijver, maar hij hakt de knoop door.'

Kun je daar voorbeelden van geven?
Medendorp: 'Paulien heeft heel specifieke wensen voor het omslag. Het papier van Taal voor de leuk heeft een tweed-structuur. Dat is fors duurder. Maar zij kan helemaal zelf bepalen hoeveel geld zij daaraan uitgeeft. Tommy heeft een lievelingspersklaarmaker. Omdat diegene ook freelancer is, konden wij hem inhuren. Althans, dat deed Tommy; wij bemiddelen daar voor hem in en regelen het. Hetzelfde gold voor zijn vormgevers: Brigitte Slangen voor het omslag, Martien Frijns voor het binnenwerk en Floris Tilanus voor het logo van zijn uitgeverij. Hij kon met zijn lievelingsteam werken. En Rick wil de e-boekversie van Grip – een boek dat bedoeld is om mensen te helpen om hun werk en dromen te realiseren – gratis ter beschikking stellen aan non-profitorganisaties. Omdat hij graag mensen vooruit helpt. Binnen een week was het geregeld.'

Toch heb je een heel spectrum tussen de manier van werken van jullie en die van een uitgeverij. Denk aan Bertram + de Leeuw die kosten en baten deelt met de auteur.
Richel: 'Het is een glijdende schaal. Vroeger had je alleen het klassieke uitgeefhuis. Er zijn nu veel meer modellen om een boek naar de lezer te brengen. Maar het blijven wel allemaal uitgeefhuizen. Wij zijn dat niet. Wij hebben geen kantoor of overhead. Wij hoeven geen fonds of oeuvre te bouwen. We hoeven geen titels te doen om een catalogus te vullen. Wij werken puur projectmatig: titel voor titel. Projecten waarvan de schrijver de uitgever is.'

In het algemeen kun je wel stellen dat uitgevers steeds meer zeggenschap aan hun auteurs geven.
Medendorp: 'Ja. Dat komt doordat het netwerk van schrijvers steeds belangrijker wordt voor uitgevers. Schrijvers hebben een nog grotere rol gekregen in de promotie van hun werk. Je ziet dat schrijvers mede daarom ondernemender zijn geworden, wat wordt soms versterkt door het feit dat ze minder met hun boeken zijn gaan verdienen en daardoor voor meer opdrachtgevers werken. De uiterste consequentie van dat groeiende ondernemerschap is dat zij kiezen voor een model dat wij bieden. Maar je ziet ook dat steeds meer uitgeverijen tegemoet komen aan de ondernemingslust van schrijvers, door meer in gesprek te gaan over het uitgeefproces en schrijvers er meer controle over te geven.'

Zoals Atlas Contact doet door schrijvers toegang te geven tot hun verkoopgegevens bij CB? Of Pluim die een schrijverscoöperatie sticht?
Bergmans: 'Bijvoorbeeld. Hoe meer transparantie een uitgever biedt, hoe beter het is in ieder geval. Dat hebben wij wel gemerkt. Onze schrijvers kunnen ook zelf bij CB zien hoeveel exemplaren zij bij welke boekhandel hebben verkocht tegen welke korting. Daar zijn ze heel blij mee.'

Werken meer auteurs op een vergelijkbare manier als jullie auteurs met jullie?
Richel: 'Dat weet ik niet zo goed. Er zijn zeker meer auteurs die het zelf doen natuurlijk. Sonja Bakker. Fajah Lourens. Nanda Roep. Maar ik weet niet precies hóé zij het hebben aangepakt. Misschien komt Frank Krake het dichtst in de buurt. Hij had hetzelfde uitgangspunt als Paulien: hij wilde het graag zelf doen, wist dat hij niet alles kon en bedacht toen welke kennis hij moest inhuren. Ik heb veel bewondering voor zijn aanpak. Maar ik geloof niet dat er zo'n vast team bestaat als wij nu vormen?'

Wat zegt de groei van selfpublishing over de ontwikkeling in het vak?
Richel: 'Dat het vak enorm in beweging is. Zoals Anne Schroën [directeur KBb, md] in het vorige nummer van Boekblad zei: er is de afgelopen vijf jaar meer veranderd dan de vijfentwintig jaar daarvoor. Dat geloof ik ook. De klassieke uitgeverij is niet meer het goede model om uit de kosten te kunnen komen. Daarom is iedereen bezig het bedrijfsmodel flexibel te maken. En omdat iedereen andere oplossingen kiest, is er enorm veel variatie. Wat wij bieden is maar één van de oplossingen die zijn ontstaan.'
Medendorp: 'Dat denk ik ook. Toen ik twintig jaar geleden bij een uitgeverij ging werken, leerde ik calculeren. Toen ik vijf jaar geleden wegging, hanteerden we nog steeds dezelfde calculatiemodellen. En nu is dat aan het bewegen. Er is ook niet meer één werkwijze. Zo geeft Rick zijn boek enerzijds op een, laat ik zeggen traditionele manier uit, maar is hij tegelijkertijd een jaar voor verschijnen nieuwsbrieven over zijn onderwerp gaan versturen om zo mensen te interesseren en pre-orders te werven. Je ziet overal dat soort experimentele combinaties. Ook zie je schrijvers als Tommy die én hun uitgeverij trouw blijven én af en toe een boek elders uitbrengen. Heel interessant allemaal. Ik heb wel eens uitgevers horen verzuchten dat het vroeger leuker was. Nou nee. Het wordt alleen maar leuker en dynamischer.'
Bergmans: 'Het is ook niet voor niets dat wij als freelancers zo veel werk hebben. Uitgeverijen willen flexibeler werken en huren meer mensen van buiten in. Wat wij doen, had daarom tien jaar geleden ook niet gekund.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, mrt 2019)

maandag 13 mei 2019

Interview: Johan Fretz over boekhandels en de boekhandelsprijs (Boekblad)

De Boekhandelsprijs 2019 ging naar Johan Fretz voor zijn roman Onder de paramariboom. Een prijs toegekend door boekverkopers: de schrijver en theatermaker is er zeer blij mee – wetende wat de kracht van een boekhandelaar is als die zijn liefde voor een boek weet over te brengen op zijn klanten.

Hoe heb je de prijsuitreiking in boekhandel Scheltema ervaren?
‘Het was een prachtige verrassing. Ik wist vlak van tevoren dat ik de prijs had gewonnen, omdat ik te horen kreeg dat ik aanwezig moest zijn terwijl de andere genomineerden werden afgezegd. Even vroeg ik me af: hoe zou de uitreiking dan zijn? De vreugde-explosie heb ik toch al gehad toen ik hoorde dat ik de prijs kreeg? Maar het was alsnog erg leuk. Mijn ouders waren er, mijn vriendin, een aantal vrienden en natuurlijk iedereen van de uitgeverij, met wie ik zo lang aan het boek heb gewerkt. Heel mooi. Met deze prijs ben ik zó blij.’

Waren er ook boekverkopers wiens stemmen jou de prijs hebben opgeleverd?
‘Een aantal, ja. Zij vertelden me dat de winnaar normaal iets zegt als: “dank, fijn”, maar ik heb ook een voorstelling gemaakt van het boek [een roadtrip van een dubbelbloed met zijn moeder door Suriname, red.] waarmee ik door het hele land heb getoerd. En dus hield ik een tori van vijftien minuten. Een tori is in Suriname een verhaal dat is gestoeld op de realiteit, maar is aangevuld met verbeelding en humor. Net als het boek zelf. Ik ben een echte toriman. Ik heb ontdekt dat dat woord het best vangt wat ik doe.’

Wat betekent de Boekhandelsprijs voor je?
‘Het is een enorme erkenning voor dit boek dat ik met zoveel liefde heb gemaakt. Wat het zo mooi maakt, is dat die erkenning is gekomen op een moment dat ik er niet meer zo mee bezig ben. Ik kreeg als cabaretier altijd te horen: “O, dat is die schrijver”. En als schrijver: “O, dat is die cabaretier”. Ik probeerde daarom lang in het juiste hokje te passen. Ik wilde in beide werelden waarin ik actief ben, gezien worden. Maar nu wil ik gewoon tori’s maken. Of dat op het podium of in een boek is, maakt niets uit. En het is al mooi genoeg dat mijn publiek, hoewel misschien niet supergroot, is gegroeid. En nu wordt het boek dus toch echt als boek mooi gevonden.’ 

Hoe groot was tot op heden het publiek voor Onder de paramariboom?
‘Er zijn 3500 exemplaren verkocht op papier. De tweede druk is bijna op. En daarnaast een kleine duizend e-boeken. Het is dus geen bestseller, maar achter elk van die paar duizend lezers zit wel een verhaal. Alle reacties die ik heb gekregen van bijvoorbeeld andere dubbelbloeden hebben me enorm geraakt.’

Heeft de boekhandel zich voor je boek ingezet om die aantallen te bereiken?
‘Heel erg. Ik heb gemerkt wat de kracht is van een boekhandelaar die zich inzet voor je boek. Als die zijn liefde ervoor weet over te brengen op zijn klanten, kan hij zomaar honderd exemplaren verkopen. In één winkel. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij De Nieuwe Boekhandel in Amsterdam. Daar stond Onder de paramariboom wekenlang in de top 10. Ik vind het ook leuk om voor te dragen. Als ik van een boekhandelaar de kans krijg, horen mensen hoe licht van toon het boek is en hoeveel humor het bevat, ondanks een thema dat juist zeer beladen is geworden. Ook wie denkt: “Ik heb niets met Suriname”, of: “Ik heb al genoeg gehoord over het thema identiteit”, kan dan toch geraakt worden. Dat werkt goed.’

Heb je veel in boekhandels opgetreden sinds je boek in januari 2018 verscheen?
‘Dat niet, om eerlijk te zijn. Ik heb vooral in theaters opgetreden, waar soms een lokale boekhandel bij was. Ik was wel op speciale programma’s als dat van Wim Daniëls in Boxmeer, met boekhandel Van Dinter. Of bijzondere festivals zoals in de gevangeniskoepel in Haarlem, met Athenaeum Boekhandel. Op Bookstore Day was ik bij De Nieuwe Boekhandel. Maar ik zou graag in meer boekhandels voordragen.’

Is dit een open sollicitatie?
‘Absoluut. Ik had het er toevallig laatst over met Oscar [van Gelderen, red.], mijn uitgever. “Jij moet het niet doen met grote media”, vond hij. “Jij moet naar de boekhandel toe. Een grassroots-campagne.” En dan is die prijs natuurlijk een groot geschenk. Dat maakt het hopelijk mogelijk. Binnen een dag na de uitreiking kreeg ik al vier, vijf aanvragen. Als dat zich zo doorzet, wordt het een druk jaar.’

En dan hoop je dat deze prijs zorgt voor een verveelvoudiging van die 4500 verkochte exemplaren?
‘Natuurlijk. Tegelijk is de prijs ook een duw in de rug voor mijn verdere schrijverscarrière. Toen Onder de paramariboom verscheen, was ik een onbekende schrijver. Boekhandelaren dachten waarschijnlijk: “Wat is dat voor boek? Wie is die jongen?”. Nu hoop ik dat ze zich mij bij een volgend boek herinneren van deze prijs en – ook al moeten ze superveel lezen – toch denken: laten we dat eens aandachtig bekijken.’

De boekhandelsprijs bestaat uit een landelijke advertentiecampagne en een gelimiteerde gebonden uitgave – die meteen is verschenen. Waar ben je het meest gelukkig mee?
‘De gebonden uitgave. Hij ziet er prachtig uit. En hij is massaal ingekocht, zodat mijn boek nu overal goed ligt.’

Zorgt een advertentiecampagne niet voor meer zichtbaarheid?
‘Nu je het zegt. Maar dat kan ik moeilijk inschatten. Misschien kies ik voor de uitgave omdat ik die in mijn handen kan houden en kan bewonderen. Is het de romantiek van echte boeken. En misschien werkt het wel het beste als je het combineert: én de campagne én het boek in de winkel.’

Kom je zelf graag in de boekhandel?
‘O ja. Ik ben zo’n liefhebber die een boekhandel binnenloopt en toch weer vier, vijf boeken koopt terwijl thuis nog de boeken ongelezen op de stapel liggen die ik de vorige keer kocht. Maar het is zo heerlijk rustgevend om in een boekhandel rond te lopen. Alles is er: van politieke boeken tot fictie, en dan zie je weer een mooi fotoboek. Je kunt er zo fijn dwalen langs alle mogelijke werelden zonder ervoor op een scherm te staren of je te moeten verhouden met de drukte buiten. Ik kom er zeker twee keer per maand op een zaterdagmiddag. Soms vaker.’

Je koopt niets online?
‘Veel minder. Na verschijnen van Onder de paramariboom zette ik er berichtjes over op Facebook, met daarbij: “Nu te bestellen bij Bol.com”. Toen kreeg ik reacties van boekhandelaren dat ik dat niet moest doen. “Wij steunen je door je boek in te kopen, Bol.com niet. En dat is al zo’n grote speler.” Dat heeft me doen beseffen dat internet misschien wel heel makkelijk is als je ‘s avonds laat op de bank zit en iets wil hebben, maar dat je als schrijver ook medeverantwoordelijk bent voor die hele wereld van het boek. Sindsdien ga ik, als ik een boek niet per se morgen nodig heb, er altijd voor naar een boekhandel.’
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, mrt 2019)

zaterdag 11 mei 2019

Harlingen: boekhandel, bibliotheek en museum onder één dak (Boekblad)

Harlingen is een voor Nederland uniek concept rijker. Boekhandel Van der Velde, Gemeentemuseum het Hannemahuis en de plaatselijke bibliotheek hebben één gezamenlijke ingang. Alle drie verwachten ze daarvan te profiteren.

Wie argeloos langs de winkels in de Voorstraat van Harlingen slentert, denkt: daar zitten museum Hannemahuis, boekhandel Van der Velde en de bibliotheek naast elkaar. Het zijn drie volkomen verschillende panden – in kleur, in vorm, in grootte, in alles. Ieder markeert zijn aanwezigheid met uithangborden en vlaggen in een eigen huisstijl. Het museum en de boekhandel zijn bovendien gescheiden door een steeg (gang) die – bij een oppervlakkige blik – alleen met een glazen wand lijkt afgesloten. Pas als je naar binnen wilt, besef je dat de culturele instellingen één gezamenlijke ingang hebben.
'Bibliotheek, boekhandel, museum', staat er in grote letters boven de brede, groene deur, voorzien van een roestvrijstalen lijst, die de geringe boekhandelsetalages aan weerszijden ervan compenseert. Het geeft de bescheiden voorgevel toch iets markants. Binnen tref je een strakke, grijze vloer die ver naar achter doorloopt, met boven je de historische balken van het pand dat er ooit moet hebben gezeten. Eerst is er een aangenaam open ruimte met slechts een boekentafel. Links staan kasten vol literatuur, rechts een resem andere producten: tot agenda's en tassen aan toe.
De balie, een meter of vier de winkel in, is het kruispunt van de aan elkaar geschakelde panden. Hier worden boeken afgerekend, maar ook bezoekers doorgesluisd. Rechtdoor staat de rest van het 7.000 titels tellende assortiment: kinderboeken, modern antiquariaat en non-fictie als culinair en geschiedenis. Direct achter de balie zijn een trap en een lift bevestigd, die rechtsaf toegang verschaffen tot de bibliotheek. Tegenover de balie is een doorgang naar het museum. Een afbeelding van een pronkstuk aan het eind van de gang plus twee posters van de actuele expositie fungeren als voorproefje van de collectie.

Aan de basis van de voor het boekenvak unieke samenwerking stond burgemeester Roel Sluiter (PvdA). Hij betreurde het als groot lezer dat de 16.000 inwoners tellende stad na het faillissement van Wever geen assortimentsboekhandel meer had. In de Voorstraat zit een Bruna, bijna recht tegenover de museum-boekwinkel-bibliotheek. Aan de haven zit De Jong Boeken, dat nieuw en tweedehands verkoopt. Maar Harlingen verdiende meer. Daarom vroeg hij Van der Velde, waar hij in Leeuwarden zijn boeken kocht, of zij geen mogelijkheden zagen om in Harlingen een filiaal te openen.
'Nee dus', vertelt mededirecteur Ad Peek. 'Dat kon economisch niet uit. De kosten aan huur en personeel. De investeringen in een nieuwe winkel. En dan heeft Harlingen weinig achterland, omdat het tegen de zee aanligt. Maar toen vertelden we over onze samenwerking met de bibliotheken in Noord- en Zuidoost-Friesland die al zo'n tien jaar bestaat, maar vooral nauw is geworden in Dokkum. Toen was dat nog een plan, inmiddels is de winkel daar veertien maanden open. En die blijkt het heel goed te doen. Om precies te zijn: 27% beter dan verwacht.'
Het toeval wilde dat de bibliotheek al lange tijd moest verbouwen. Sinds 2004 nota bene. Omdat dat project maar aansleepte, opperde de gemeenteraad zelf of een samenwerking met het museum Hannemahuis een optie was. Er zat maar een pand tussen, en dat was van een fotograaf die zijn pensioen naderde. Zou de gemeente daar niet eens naar kunnen kijken? Aanvankelijk werd gedacht aan de VVV, maar toen die ervan afzag én tegelijkertijd Van der Velde een zelfstandige filiaal niet zag zitten, rees al snel het idee dat de Friese boekverkopers het tussenpand namen. Met één ingang.
Peek: 'Zo geef je de winkel wel een economische ondergrond. Er is meer loop. Alle bezoekers voor de bibliotheek en het museum lopen via de winkel. Dat betekent meer kans op verkoop. En wij verzorgen de levering aan de bibliotheek, zodat we een gegarandeerde afzet hebben. Daarnaast sluit binnenkort, na afloop van de huidige expositie, de balie van het museum en hun eigen museumwinkel. Wij gaan voor hen de kaartjes verkopen, plus alle aan het museum en exposities gerelateerde artikelen die wij voor hen gaan inkopen. Een kwart van de kastruimte voorin reserveren we daarvoor.'

Wie door de 180 m2 grote boekhandel naar achter loopt, vindt daar de horeca, waar koffie, thee en op zaterdag zelfgemaakt gebak wordt verkocht. Een strakke bar, een aantal kleine tafeltjes en een grote leestafel. Zodra het weer het toelaat, gaat in de geheel nieuw aangelegde binnentuin, waar museum Hannemahuis iedere zomer een beeldententoonstelling organiseert, het terras open. Het café hoort bij Van der Velde, maar opereert ook als museumcafé. De bibliotheek heeft zijn eigen leestafel en verschillende zithoeken, maar wie koffie bij zijn lectuur wil, kan hier terecht.
Hier zijn ook, twee weken na de opening, alle hoofdrolspelers samengekomen. Peek en zijn mededirecteur Rutger van der Velde. Hugo ter Avest, sinds 1986 achtereenvolgens conservator en directeur van museum Hannemahuis. En Paulien Schreuder, die nu vier jaar in verschillende rollen – nu als directeur – de 14 vestigingen van Bibliotheken Noord Fryslân leidt. Deze organisatie beheert daarmee alle bibliotheken in het noorden van de provincie, inclusief alle Waddeneilanden (minus Texel) én Dokkum, waar Van der Velde en de bibliotheek al eerder nauw samenwerken.
Allen geven hoog op over de samenwerking. 'Toen we eenmaal om tafel zaten, waren we er snel uit', zegt Ter Avest. Dat kwam ook, denkt hij, omdat ze alle werken vanuit dezelfde visie waarin de klant of bezoeker centraal staat. 'Ik vind het alleen maar logisch dat als je opdrachtgever – de gemeente voor ons – zegt dat je moet praten met de boekhandel, je je daarvoor openstelt', meent Schreuder. 'En zeker met deze boekhandel, met wie wij al in Dokkum goed samenwerken, en die lokaal is geworteld, zodat subsidiegeld ook lokaal wordt besteed en de plaatselijke economie ten goede komt.'
Ook de noodzakelijke zakelijke afspraken over het gemeenschappelijk beheer van drie panden waren snel gemaakt – inclusief gezamenlijke toiletgroep, verbindingssteeg en kelder (waar een kantine voor medewerkers zit). 'De schoonmaakkosten worden omgeslagen naar het aantal vierkante meter dat iedereen heeft', zegt Peek. 'De stookkosten rekenen we om naar ieders kubieke meters. We hebben onze eigen medewerkers, maar kunnen altijd bijspringen als een ander het onverwacht druk heeft.' En dat 'zonder dat we over en weer facturen sturen voor twintig minuten werk', vult Van der Velde aan.
Die afspraken zijn bovendien niet in beton gegoten, benadrukt Schreuder. 'Ik werd kort na de opening benaderd door iemand die sprak namens de eenzame ouderen van Harlingen. Voor hen was de bibliotheek een veilige plek waarheen hun vaste uitje van de dag ging. In de horeca-afdeling van Van der Velde voelden ze zich toch minder vrij. Dat kan natuurlijk. En dan heeft de bibliotheek ook een sociale functie, waardoor wij hier een oplossing voor gaan vinden. Daar zullen we ook makkelijk uitkomen, omdat er onderling een sterke basis van vertrouwen is.'

De drie organisaties zeggen dat ze een sterk overlappend publiek hebben. Boekenkopers en -leners houden allebei van lezen. En al heb je een voorkeur voor lenen, 'dan krijg je wel boeken cadeau of geef je ze cadeau', zegt Peek. Anders gezegd: niemand is uitsluitend boekenléner. 'Ik hoorde net van een medewerker dat iemand in de bibliotheek vroeg of we de nieuwe Wanda Reisel al hadden. Zo niet, ook goed: dan ging ze hem kopen bij Van der Velde,' vertelt Schreuder. En zelfs blijft kruisbestuiving beperkt, 'dan is tien procent winst nog steeds tien procent winst', meent Peek.
Ook museumbezoekers en lezers zijn vaak dezelfde mensen, stelt Ter Avest. 'Ik weet nog dat we in Leeuwarden recentelijk succesvolle tentoonstellingen van Alma Tadema en Escher hadden in het Fries Museum. Zó veel bezoekers kwamen daarna – hun tasjes van het museum in de hand – ook even bij ons', valt Van der Velde hem bij. 'Je zag het ook aan het openingsweekend hier in Harlingen. Het museum was toen gratis toegankelijk en trok maar liefst 800 mensen in twee dagen. Al die bezoekers kwamen via de winkel en veel van hen zag je zo een half uur hier rondlopen.'
Bibliotheek en museum hebben daarnaast een gezamenlijk doel, vervolgt Peek: een belezen samenleving. Die hou je overeind door het boek op zoveel mogelijk plekken zichtbaar te maken, maar dat kan in kleinere plaatsen als Harlingen alleen door samen te werken. Daarom is het zo belangrijk dat bibliotheek en Van der Velde een economische relatie hebben. Al een decennium verzorgt Van der Velde de sprinters, die het vroeger zelf 'bibliotheekklaar' maakte in een sociale werkplaats. Maar in navolging van Dokkum is die in Harlingen veel intenser geworden.
'Wij gaan als eerste naar de beurs en hebben contacten met uitgevers', vertelt Van der Velde. 'Wij hebben eerder zicht op wat eraan komt dan de bibliotheek. Wij gebruiken die kennis door voor hen in te kopen. Wij hebben een soort vrijgeleide gekregen om voor het actuele aanbod zelf bij NBD Biblion te bestellen. Zij kunnen toch het beste boeken verwerken voor bibliotheken, en hebben – mede onder druk van bibliotheken die boekhandels bestelden – enorm bewogen om deze dienstverlening mogelijk te maken. En wij maken geen omzet op levering meer, maar krijgen provisie op service.'

In het verleden is vaker de gedeelde liefde voor boeken en cultuur als verklaring gegeven om een intieme samenwerking met boekhandel en bibliotheek onder een dak te rechtvaardigen. Maar in de praktijk bleek de overlap tegen te vallen en zagen beide organisaties al gauw de meerwaarde niet meer. In Harlingen zal dat echter niet gebeuren, vermoeden de betrokken directeuren. Niet alleen omdat de economische relatie hechter is, maar ook omdat er bij voorgaande projecten boekhandel en bibliotheek ieder een eigen ingang hadden. Bezoekers voor de ene instelling konden heel makkelijk de ander mijden.
Die verwevenheid is ook in de inrichting benadrukt door zo min mogelijk onderscheid te maken tussen de drie instellingen. Zeker, de afscheiding tussen de drie panden is ook achter de gevel onmiskenbaar en ieder heeft zijn eigen interieur – het museum een eclectische mix, als gevolg van verbouwingen en vergroting; de bibliotheek zeer modern, met veel harde kleuren. Maar de signing is minimaal. Zo staat bij de trap alleen 'bibliotheek', meer aanduiding is er niet. Ook is door de verlichting geprobeerd overal in het gebouw dezelfde sfeer te creëren, merkt Schreuder op.
Dat die aanpak in het begin voor verwarring zorgt, als bijvoorbeeld gebruikers van de bibliotheek bij de boekhandelsbalie een boek proberen te ontlenen, dat zij dan maar zo. 'Dat gebeurt inderdaad', vertelt Van der Velde. 'Een keer vroeg iemand aan de balie naar een gereserveerd boek. Dat konden we niet vinden, waarna de klant zei: "het zou uit Sint-Annaparochie komen". Toen begrepen we dat hij bij de bibliotheek moest zijn. Maar zulke incidenten zijn zeldzaam, en mensen wennen er heus snel aan. Het scheelt ook dat wij iemand in dienst hebben die óók bij de bibliotheek werkt.'
Daarnaast komt er iets wat je een gemeenschappelijke activiteitenkalender kunt noemen. De boekhandel heeft zijn vaste actiemomenten met wisselende thema's. De bibliotheek heeft zijn eigen programma rond leesclubs en cursussen. En het museum heeft zijn exposities. Daar zijn op alle mogelijke manieren dwarsverbanden te leggen. Gaat de Boekenweek over moeders, dan kan het museum daar passende kunstwerken bij tonen. Zijn er lezingen over de maritieme collectie, dan zijn er genoeg toepasselijke boeken. Zo gaat ieder profiteren van de contacten en creativiteit van de andere.
'Bij de Boekenweek kun je voor het eerst zien hoe dat precies uitpakt', vertelt Ter Avest. 'Het is allemaal nog niet tot achter de komma uitgewerkt, maar het is duidelijk dat we elkaar versterken als we gezamenlijk als een soort cultuurcentrum naar buiten treden.' En juist omdat boeken letterlijk over alles kunnen gaan, is die verbinding altijd mogelijk, vult Peek aan. 'De activiteiten kunnen bovendien mooi centraal in dit horecagedeelte worden georganiseerd.' Al is dat niet de enige geschikte plek: het museum heeft ook een eigen zaal op haar zolder.

Net als de boekhandel verwachten Hannemahuis en bibliotheek groei bovenop respectievelijk de 12.600 bezoekers aan het museum in 2018 en de 2.927 leden die de bibliotheek had. 'De bibliotheek heeft ook bezoekers die niet zo snel naar een museum gaan', zegt Ter Avest. 'Denk aan laaggeletterden of mensen die er een cursus digitale vaardigheden volgen. Daar zouden wij meer mee kunnen doen.' En de bibliotheek is door het museum nu op zondag open. 'Dat trekt andere mensen', heeft Schreuder al gezien, 'die nooit tijd hadden, maar hier nu uren hun kinderen prentenboeken voorlezen.'
Ook hebben beide organisaties ruimtewinst. Het museum kan een deel van de eigen winkel inzetten voor iets anders. 'Wát, moeten we nog bedenken', zegt Ter Avest. 'Als het maar zorgt voor reuring; iets dat mensen opvalt vanaf de straat. En tegelijk kunnen we onze bezoekers nu koffie bieden. Eerst niet.' De bibliotheek kan nu binnenkort een makersplaats – waar kinderen zelf aan de slag kunnen – openen. 'Zo kunnen wij onze maatschappelijke rol nog beter pakken', zegt Schreuder. 'En we hoeven de zolder niet meer te gebruiken, waar het tussen de kauwen en vleermuizen niet meer veilig was.'
Of daarmee alle ambities die de organisaties nu uit de samenwerking ontlenen, ook waargemaakt kunnen worden, zal uiteraard moeten blijken. Maar dankzij de steun van de gemeente geeft ze in ieder geval de tijd om alle mogelijkheden te onderzoeken. Niet alleen door de 1,9 miljoen euro die Harlingen in de verbouwing stopte, ook doordat de gemeenteraad unaniem akkoord is gegaan met deze unieke constructie. En dat stemt ook Van der Velde tevreden, onderstreept Peek nog maar eens: de boekwinkel kan zo rekenen op stabiele, betrouwbare partners.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, feb 2019)

donderdag 9 mei 2019

Interview: Humberto Tan over journalistieke non-fictie (Boekblad)

Humberto Tan zit in de jury van de Brusseprijs voor het beste journalistieke boek van het jaar. Als journalistieke boeken mooi zijn geschreven en goed zijn uitgewerkt, 'wil je ze ook lezen ongeacht het onderwerp', vindt hij – een echte liefhebber van het genre.

Hoe was je week?
'Heel hectisch. Ik ben aan het repeteren voor een nieuw programma voor RTL4. En aan het einde van de week werd ik verrast door de lintjesregen. Ik had twee meetings, die voor mij werden gecanceld, en kreeg daarna eindeloos veel appjes die ik vrijdagavond, -nacht en zaterdagochtend moest wegwerken.'

Je werd Ridder in de orde van Oranje-Nassau voor al je vrijwilligerswerk. Ook je inzet voor Stichting Lezen & Schrijven werd genoemd.
'Inderdaad. Maar het was een opsomming van wat ik de afgelopen dertig jaar heb gedaan. Voor Stichting Lezen & Schrijven was ik alleen in de begintijd actief. Ik heb gebrainstormd met Prinses Laurentien, een paar presentaties gedaan, meegedaan aan bewustwordingscampagnes. Lang geleden allemaal.'

Waarom heb je je ervoor ingezet?
'Er waren in die tijd een miljoen Nederlanders die niet goed kunnen lezen en schrijven – opmerkelijk genoeg is dat niet veel veranderd. Dat vond ik zo aangrijpend dat ik me daar graag aan wilde verbinden.'

En dan is er sinds de oprichting in 2004 weinig veranderd...
'Jawel. Maar ik vind het cynisch om zo te denken. Bewustwording is de eerste, belangrijke stap. Veel mensen denken bijvoorbeeld dat vooral allochtonen moeite hebben met lezen en schrijven. Dat is dus niet zo. Daarom moet je mensen bewust maken van het probleem voordat er dingen in gang worden gezet. En dan moet je niet verwachten dat het in tien jaar is opgelost. Het is net als met armoede. Al jarenlang wordt armoede bestreden, toch is het niet weg. Maar dat wil niet zeggen dat je er niets aan moet doen.'

Hoeveel werk had je deze week aan de Brusseprijs?
'Niet meer zo veel. Deze week was alleen de bekendmaking van de shortlist. De week daarvoor hadden we het diner met de jury – Bas Haan, Brenda Stoter Boscolo en ik – om deze te bepalen. Er waren 178 inzendingen, die we hadden teruggebracht tot een longlist van twintig. Daar moesten we er nu vijf uit kiezen.'

Hoe ging het juryproces in zijn werk? Je hebt uiteraard niet alle inzendingen gelezen.
'We hebben de inzendingen verdeeld onder ons drieën. Ik had ruim vijftig titels, waarin ik veel crossreading heb gedaan. We moesten eerst kijken of de boeken aan de criteria voldeden. Is het journalistiek? Is het goed geschreven? En nog zo wat criteria. Op basis daarvan gingen we vergaderen.'

Zo kwamen jullie tot een ongekend grote longlist van twintig titels. Was de kwaliteit zo hoog?
'Ja. En die wordt ook herkend: het aantal verkopen zijn flink gestegen. De boeken die zijn gemaakt met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Producties hebben vorig jaar twee keer zo veel exemplaren verkocht. Ik denk dat er in deze tijd waarin er ook veel desinformatie is, behoefte is aan goede informatieve boeken. Als het mooi is geschreven en goed uitgewerkt, wil je ze ook lezen ongeacht het onderwerp. Zelf heb ik in ieder geval dankzij het jureren geweldige boeken gelezen die ik anders niet onder ogen zou hebben gehad.'

Het succes van journalistieke boeken is wel onverwacht. Juist journalistieke informatie kun je toch het best verspreiden via internet?
'Ik denk dat er altijd afwisseling is in ieders informatiebehoefte. Soms wil je op internet snelle informatie lezen, soms wil je worden meegezogen in een lang en goed verhaal. Ik lees zelf in ieder geval heel graag non-fictie. Niet voor niets hield ik laatst in De Wereld Draait Door daar een pleidooi voor.'

Hoeveel boeken lees je doorgaans?
'Dit jaar natuurlijk veel. In mijn tijd bij RTL Late Night ook, omdat ik veel onderwerpen uit boeken aan tafel kreeg. Toen haalde ik een à twee boeken per week. Maar anders? Een boek per maand?'

Koop je die zelf?
'Bijna nooit, sorry. Al die boeken die ik las voor RTL Late Night kreeg ik van uitgevers. En nu kan ik nog even vooruit met de inzendingen van de Brusseprijs. Ik heb nog veel afgevallen boeken liggen die ik toch graag wil lezen. Dat waren bijvoorbeeld biografieën of pamfletten die daarom niet direct in aanmerking komen voor deze prijs, maar wél erg interessant zijn.'

Was er flinke discussie over de shortlist?
'Viel mee. We hadden allemaal een top 5 gemaakt. Daar stonden bij elkaar elf verschillende boeken op. Over een aantal vonden we alle drie: meteen op de shortlist. Over de rest hebben we argumenten voor en tegen uitgewisseld. Dat was heel aangenaam. We zijn tot een mooie lijst gekomen waarover we het helemaal eens zijn. Deze vijf titels zijn stuk voor stuk boeken die qua onderwerp, uitwerking, journalistiek gehalte, taalgebruik echt heel goed zijn.'

Zie je trends onder de genomineerde boeken?
'Het gaat veel over internationale politiek. IS bij Laura H., maar ook in het boek over Frankrijk gaat het over radicalisering. En het boek van Arjen van Veelen gaat het veel over Trump en de Amerikaanse politiek.'

Zelf schreef je één journalistiek boek: Het Surinaamse legioen: Surinaamse voetballers in de eredivisie 1956-2000 dat verscheen bij Conserve. Heb je nog ambities op dit vlak?
'Ik ben met een boek bezig, dat ik dit jaar moet afronden. Maar dat is fictie – zij het gebaseerd op non-fictie. Ik kan er nog niet veel over zeggen. Ik maak het op verzoek. Ik beschouw mezelf ook niet als een typische schrijver. Ik vind het leuk om columns te schrijven, zoals voor het blad VTBL dat hoort bij het gelijknamige programma op RTL7 dat ik presenteer, maar ik vind niet dat ik de meest soepele pen heb. Ik ben als liefhebber van de mooie zin eerder een lezer.'

Wat doe je vandaag?
'Vanavond is een uitzending van VTBL. Om half tien, live. Maar dan ben ik om twaalf uur al op de redactie, om wedstrijden te bekijken, onderwerpen te bedenken, te praten over voetbal.'
(Eerder gepubliceerd op 28 apr, Boekblad.nl)

dinsdag 23 april 2019

Interview: secretaris Bookspot Literatuurprijs Jeroen Kans over uitbreiding met non-fictieprijs (Boekblad)

De Bookspot Literatuurprijs wordt in november in twee categorieën uitgereikt: fictie en – voor het eerst – non-fictie. Beide winnaars krijgen 50.000 euro. De uitreikingsavond in november groeit hopelijk uit tot een waar Uitreikingsgala, vertelt secretaris Jeroen Kans van de organiserende Stichting Jaarlijkse Literatuurprijs.

Hoe was je een week?
'Goed, met een mooi einde. We hebben een tijdlang gewerkt aan de voorbereiding van deze nieuwe prijs en konden er eindelijk mee naar buiten komen. Normaal ben ik in het voorjaar niet intensief bezig met de prijs. In deze fase moet ik er vooral voor zorgen dat de juryleden de boeken krijgen. Het echte werk begint na de zomer vanaf de bekendmaking van de longlists. Maar deze week was ik relatief druk met de Bookspot Literatuurprijs.'

Eerder in de week was de bekendmaking van Annejet van der Zijl als auteur van het Boekenweekgeschenk. Wat dacht je toen?
'Dat kwam wel héél mooi uit. We wisten van niets, maar de keuze voor een non-fictieauteur – de tweede na Geert Mak in 2007 – onderstreept het belang dat de Stichting hecht aan non-fictie. We zien de belangstelling ervoor groeien. De verkoop van dit segment stijgt. En we vinden de waarde van non-fictie in deze tijden van desinformatie en nepnieuws groter dan ooit.'

Voorspel je dat de CPNB vaker voor non-fictieauteurs zal kiezen?
'Dat weet ik niet. Ik ken hun agenda niet.'

Was ook de aandacht voor de aankondiging van de nieuwe prijs een bewijs van de groeiende interesse in non-fictie? Het stond zelfs op Teletekst.
'Inderdaad. Dat was me de afgelopen twee jaar niet meer gelukt. Althans, met de shortlist. De winnaars haalden Teletekst nog wel. En nu stond het overal: van NRC tot Nederlands Dagblad. Ook Susan Smit besteedde er aandacht aan in haar boekenrubriek in Vijf Uur Live op RTL4. Ik denk dat de media er wel gevoelig voor zijn. Dat Annejet van der Zijl bij Jinek kwam vertellen dat zij het boekenweekgeschenk gaat schrijven, zegt ook dat dit relevant nieuws gevonden wordt.'

Hoe is het idee voor de non-fictieprijs ontstaan?
'Het speelde al een tijdje. We merkten, ook bij de jury, dat je toch appels en peren met elkaar vergelijkt. En dat dan vijf of zes fictietitels het haalden vóór de eerste non-fictietitel, hoewel dat ook heel goede boeken werden gevonden. Ik denk omdat non-fictie bij herlezing geen diepere laag heeft. Literatuur kun je een tweede keer lezen. Je ontdekt nieuwe dingen. Terwijl dat bij non-fictie niet het geval is. Neem De vergelding van Jan Brokken. Een geweldig boek, je gaat helemaal mee in zijn zoektocht. Maar als je dat een tweede keer leest, ken je de ontknoping al. Nadat de ideeën een tijdje binnen de stichting hebben geborreld, hebben we uiteindelijk besloten hier iets aan te gaan doen.

Dus toen benaderden jullie de sponsor: Bookspot.
'Ja. Wij wilden per se dat fictie en non-fictie qua prijzengeld gelijk werd behandeld. Anders zou je nog steeds denken dat het een belangrijker is dan het ander. Dan zou het geen zin hebben gehad. Dus we stelden voor het prijzengeld desnoods te halveren, maar Bookspot zei meteen: nee, we gaan op zoek naar extra geld. Dat er bleek te zijn.'

Hebben jullie ook uitgevers gepolst?
'Ik moet niet vergeten: ook het pleidooi van Haye Koningsveld van De Bezige Bij in NRC Handelsblad voor een grote non-fictieprijs was een belangrijke trigger. Er was in het vak dus behoefte aan. Haye vormde met Leonoor Broeder van Atlas Contact en Mireille Berman van het Letterenfonds een clubje die zo'n prijs probeerde op te zetten. In gesprekken met hen kreeg ik de bevestiging dat zo’n prijs er echt moet komen. Dat gaf extra overtuiging om met dit initiatief verder te gaan.'

De uitreiking van beide prijzen vindt tegelijk plaats. Waarom niet gescheiden zoals Libris doet met haar literatuur- en geschiedenisprijs? Dat is twee keer aandacht voor de sponsor.
'Ik denk dat we met de uitreiking echt een mooi nieuwsmoment kunnen creëren. Liever een keer een grote klapper dan twee keer een wat minder luide klapper. Bovendien zitten we op een ander denkspoor. We zouden de uitreiking willen uitbreiden met andere prijzen en zo een groot Uitreikingsgala organiseren. Dat zijn geen prijzen die we zelf op gaan zetten, maar prijzen van anderen die we eraan zouden willen koppelen. Het vereist alleen heel veel lobbyen en met mensen praten, dus dat is nu nog toekomstmuziek.'

De Gouden Uil is anders in 2000 gestopt met een gezamenlijke uitreiking van een fictie- en non-fictieprijs omdat de laatste te weinig aandacht kreeg.
'Maar dat is twintig jaar geleden. Ik denk dat de positie van non-fictie als genre sindsdien sterk is gegroeid. Ik denk ook dat wij met Bookspot iets neer kunnen zetten waarmee beide genres op gelijke manier volwaardig in de spotlights worden gezet.'

Maar wat schrijft de pers als Grunberg de fictieprijs en een onbekende auteur met een biografie van een provinciaal bestuurder de non-fictieprijs wint?
'De pers kun je niet sturen, dat klopt. Maar ik denk dat je dingen gewoon moet doen. Dat je je niet van tevoren moet laten tegenhouden door eventuele beren op de weg. We merken het wel. Daarbij: als zo'n boek de non-fictieprijs wint heeft het een bepaalde zeggingskracht die verder gaat dan de feiten. Het gaat er in deze prijs wel degelijk om dat het verhaal goed is opgeschreven en goed is opgezet. En dat maakt dat de biografie die je noemt zeer de moeite waard zal zijn voor een groot lezerspubliek.'

Verwacht je dit jaar nog meer inzendingen dan de 460 van 2018?
'De prijs stond altijd al open voor non-fictie. Een aantal uitgevers zal heus wel denken: hé – en iets meer titels insturen. Maar waarschijnlijk alleen dit jaar. Meer dan een heel kleine hausse zal het daarom niet zijn. We hebben wel de jury uitgebreid naar zeven, om de werklast te verdelen. Ook omdat we meer mensen in de jury wilden met een andere achtergrond dan die van recensent voor wie het lezen van boeken dagelijks werk is. Boekverkopers dus, die – hoe hardnekkig het romantische beeld ook is dat zij de hele dag lezen – dat vooral in de avonduren moeten doen.'

Je verwacht niet dat andere uitgevers opeens interesse hebben en alle titels insturen? Een uitgeverij als Verloren die veel proefschriften uitgeeft...
'Ik hoop het niet. Uitgeverijen zullen toch ook naar de criteria kijken en beseffen dat het geen zin heeft om alles op te sturen? Nee, dat komt wel goed.'

En waarom boekverkopers in de jury? Op de boekverkopers in het DWDD-panel hoor je steeds de kritiek dat ze nooit oordelen maar alleen verkopen.
'Ik heb geen mening over het panel. De boekverkopers die wij hebben, denken in ieder geval niet in termen van: effect op de verkoop. Daan Stoffelsen van Athenaeum zit erbij als redactielid van De Revisor. Jan Dertaelen van De Groene Waterman schrijft voor allerlei media. En Maartje Kroonen van Bijleveld is zeer actief in de literaire wereld. Ik heb alle vertrouwen in hun vermogen tot oordelen op literaire criteria.'

Wat ga je vandaag doen?
'Ik zou gaan wandelen met Chris Herschdorfer [directeur Atlas Contact], maar ik ben door mijn enkel gegaan. De dag ligt dus nog open. Ik ga zeker ook lezen. Inderdaad, non-fictie. Ik ben bezig met het laatste stuk van De Bourgondiërs van Bart Van Loo.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 14 april)