Posts tonen met het label literaire prijzen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label literaire prijzen. Alle posts tonen

dinsdag 23 april 2019

Interview: secretaris Bookspot Literatuurprijs Jeroen Kans over uitbreiding met non-fictieprijs (Boekblad)

De Bookspot Literatuurprijs wordt in november in twee categorieën uitgereikt: fictie en – voor het eerst – non-fictie. Beide winnaars krijgen 50.000 euro. De uitreikingsavond in november groeit hopelijk uit tot een waar Uitreikingsgala, vertelt secretaris Jeroen Kans van de organiserende Stichting Jaarlijkse Literatuurprijs.

Hoe was je een week?
'Goed, met een mooi einde. We hebben een tijdlang gewerkt aan de voorbereiding van deze nieuwe prijs en konden er eindelijk mee naar buiten komen. Normaal ben ik in het voorjaar niet intensief bezig met de prijs. In deze fase moet ik er vooral voor zorgen dat de juryleden de boeken krijgen. Het echte werk begint na de zomer vanaf de bekendmaking van de longlists. Maar deze week was ik relatief druk met de Bookspot Literatuurprijs.'

Eerder in de week was de bekendmaking van Annejet van der Zijl als auteur van het Boekenweekgeschenk. Wat dacht je toen?
'Dat kwam wel héél mooi uit. We wisten van niets, maar de keuze voor een non-fictieauteur – de tweede na Geert Mak in 2007 – onderstreept het belang dat de Stichting hecht aan non-fictie. We zien de belangstelling ervoor groeien. De verkoop van dit segment stijgt. En we vinden de waarde van non-fictie in deze tijden van desinformatie en nepnieuws groter dan ooit.'

Voorspel je dat de CPNB vaker voor non-fictieauteurs zal kiezen?
'Dat weet ik niet. Ik ken hun agenda niet.'

Was ook de aandacht voor de aankondiging van de nieuwe prijs een bewijs van de groeiende interesse in non-fictie? Het stond zelfs op Teletekst.
'Inderdaad. Dat was me de afgelopen twee jaar niet meer gelukt. Althans, met de shortlist. De winnaars haalden Teletekst nog wel. En nu stond het overal: van NRC tot Nederlands Dagblad. Ook Susan Smit besteedde er aandacht aan in haar boekenrubriek in Vijf Uur Live op RTL4. Ik denk dat de media er wel gevoelig voor zijn. Dat Annejet van der Zijl bij Jinek kwam vertellen dat zij het boekenweekgeschenk gaat schrijven, zegt ook dat dit relevant nieuws gevonden wordt.'

Hoe is het idee voor de non-fictieprijs ontstaan?
'Het speelde al een tijdje. We merkten, ook bij de jury, dat je toch appels en peren met elkaar vergelijkt. En dat dan vijf of zes fictietitels het haalden vóór de eerste non-fictietitel, hoewel dat ook heel goede boeken werden gevonden. Ik denk omdat non-fictie bij herlezing geen diepere laag heeft. Literatuur kun je een tweede keer lezen. Je ontdekt nieuwe dingen. Terwijl dat bij non-fictie niet het geval is. Neem De vergelding van Jan Brokken. Een geweldig boek, je gaat helemaal mee in zijn zoektocht. Maar als je dat een tweede keer leest, ken je de ontknoping al. Nadat de ideeën een tijdje binnen de stichting hebben geborreld, hebben we uiteindelijk besloten hier iets aan te gaan doen.

Dus toen benaderden jullie de sponsor: Bookspot.
'Ja. Wij wilden per se dat fictie en non-fictie qua prijzengeld gelijk werd behandeld. Anders zou je nog steeds denken dat het een belangrijker is dan het ander. Dan zou het geen zin hebben gehad. Dus we stelden voor het prijzengeld desnoods te halveren, maar Bookspot zei meteen: nee, we gaan op zoek naar extra geld. Dat er bleek te zijn.'

Hebben jullie ook uitgevers gepolst?
'Ik moet niet vergeten: ook het pleidooi van Haye Koningsveld van De Bezige Bij in NRC Handelsblad voor een grote non-fictieprijs was een belangrijke trigger. Er was in het vak dus behoefte aan. Haye vormde met Leonoor Broeder van Atlas Contact en Mireille Berman van het Letterenfonds een clubje die zo'n prijs probeerde op te zetten. In gesprekken met hen kreeg ik de bevestiging dat zo’n prijs er echt moet komen. Dat gaf extra overtuiging om met dit initiatief verder te gaan.'

De uitreiking van beide prijzen vindt tegelijk plaats. Waarom niet gescheiden zoals Libris doet met haar literatuur- en geschiedenisprijs? Dat is twee keer aandacht voor de sponsor.
'Ik denk dat we met de uitreiking echt een mooi nieuwsmoment kunnen creëren. Liever een keer een grote klapper dan twee keer een wat minder luide klapper. Bovendien zitten we op een ander denkspoor. We zouden de uitreiking willen uitbreiden met andere prijzen en zo een groot Uitreikingsgala organiseren. Dat zijn geen prijzen die we zelf op gaan zetten, maar prijzen van anderen die we eraan zouden willen koppelen. Het vereist alleen heel veel lobbyen en met mensen praten, dus dat is nu nog toekomstmuziek.'

De Gouden Uil is anders in 2000 gestopt met een gezamenlijke uitreiking van een fictie- en non-fictieprijs omdat de laatste te weinig aandacht kreeg.
'Maar dat is twintig jaar geleden. Ik denk dat de positie van non-fictie als genre sindsdien sterk is gegroeid. Ik denk ook dat wij met Bookspot iets neer kunnen zetten waarmee beide genres op gelijke manier volwaardig in de spotlights worden gezet.'

Maar wat schrijft de pers als Grunberg de fictieprijs en een onbekende auteur met een biografie van een provinciaal bestuurder de non-fictieprijs wint?
'De pers kun je niet sturen, dat klopt. Maar ik denk dat je dingen gewoon moet doen. Dat je je niet van tevoren moet laten tegenhouden door eventuele beren op de weg. We merken het wel. Daarbij: als zo'n boek de non-fictieprijs wint heeft het een bepaalde zeggingskracht die verder gaat dan de feiten. Het gaat er in deze prijs wel degelijk om dat het verhaal goed is opgeschreven en goed is opgezet. En dat maakt dat de biografie die je noemt zeer de moeite waard zal zijn voor een groot lezerspubliek.'

Verwacht je dit jaar nog meer inzendingen dan de 460 van 2018?
'De prijs stond altijd al open voor non-fictie. Een aantal uitgevers zal heus wel denken: hé – en iets meer titels insturen. Maar waarschijnlijk alleen dit jaar. Meer dan een heel kleine hausse zal het daarom niet zijn. We hebben wel de jury uitgebreid naar zeven, om de werklast te verdelen. Ook omdat we meer mensen in de jury wilden met een andere achtergrond dan die van recensent voor wie het lezen van boeken dagelijks werk is. Boekverkopers dus, die – hoe hardnekkig het romantische beeld ook is dat zij de hele dag lezen – dat vooral in de avonduren moeten doen.'

Je verwacht niet dat andere uitgevers opeens interesse hebben en alle titels insturen? Een uitgeverij als Verloren die veel proefschriften uitgeeft...
'Ik hoop het niet. Uitgeverijen zullen toch ook naar de criteria kijken en beseffen dat het geen zin heeft om alles op te sturen? Nee, dat komt wel goed.'

En waarom boekverkopers in de jury? Op de boekverkopers in het DWDD-panel hoor je steeds de kritiek dat ze nooit oordelen maar alleen verkopen.
'Ik heb geen mening over het panel. De boekverkopers die wij hebben, denken in ieder geval niet in termen van: effect op de verkoop. Daan Stoffelsen van Athenaeum zit erbij als redactielid van De Revisor. Jan Dertaelen van De Groene Waterman schrijft voor allerlei media. En Maartje Kroonen van Bijleveld is zeer actief in de literaire wereld. Ik heb alle vertrouwen in hun vermogen tot oordelen op literaire criteria.'

Wat ga je vandaag doen?
'Ik zou gaan wandelen met Chris Herschdorfer [directeur Atlas Contact], maar ik ben door mijn enkel gegaan. De dag ligt dus nog open. Ik ga zeker ook lezen. Inderdaad, non-fictie. Ik ben bezig met het laatste stuk van De Bourgondiërs van Bart Van Loo.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 14 april)

woensdag 14 maart 2018

Interview: Eva Meijer wint de Halewijnprijs 2017 – de literaire prijs van Bibliorura (Bibliotheekblad)

Het ligt voor de hand: een bibliotheek die een literaire prijs uitreikt. Dat vindt in ieder geval Bibliorura in Roermond, die sinds 2015 de organisatie van de Halewijnprijs op zich heeft genomen. Eva Meijer, laureaat van dit jaar, koestert mooie herinneringen aan de openbare bibliotheek. 'Ik vind het leuk dat mijn boeken nu hier staan en lezers ze kunnen ontdekken op dezelfde manier als ik vroeger obscure schrijvers ontdekte.'

Een bestsellerauteur noemt Eva Meijer (1980) zich 'zeker niet'. Maar na twee non-fictieboeken en drie romans gaat het 'best goed' met haar schrijverschap, zegt ze aan de telefoon. Het vogelhuis, dat in 2016 verscheen, is aan zijn vijfde druk toe. De roman stond op de longlist van de Libris Literatuurprijs en de ECI Literatuurprijs. Haar werk, zoals de studie Dierentalen, verscheen in het Engels en Duits. Vertalingen in het Arabisch, Fins, Frans, Pools en Turks zijn in de maak.
De bekroning van de Halewijnprijs – bestaande uit 1500 euro en een kleinplastiek in brons – past in dit patroon van groeiende erkenning. Meijer kreeg de voorkeur boven Murat Isik, David Nolens, Annel de Noré, Christine Otten en Chris de Stoop, die ook waren genomineerd voor de literaire prijs van de stad Roermond. 'Goede schrijvers, van wie sommigen al zijn gearriveerd', meent ze. 'Ik ging er niet van uit dat ik zou winnen. Maar toen werd ik gebeld in Mexico, waar ik op dat moment verbleef. Gelukkig wel nadat juryvoorzitter Pon Kranen eerst de vraag had gemaild of ze me kon bellen.'

Grote landelijke bekendheid geniet de Halewijnprijs niet, die sinds 1987 wordt uitgereikt. Maar de onderscheiding voor een relatief onbekende auteur wiens werk meer aandacht verdient, heeft in de literaire wereld een serieuze reputatie opgebouwd doordat het regelmatig auteurs bekroonde die daarna doorbraken naar een groot publiek. Denk aan Arthur Japin (1998) en Tommy Wieringa (2002). Andere winnaars waren onder andere Joke J. Hermsen (2008), ErikVlaminck (2013) en Benny Lindelauf (2016).
Sinds twee jaar verzorgt Bibliorura, de openbare bibliotheek van Roermond, de organisatie van de Halewijnprijs. Op vraag van de gemeente, vertelt Moniek Hueting, medewerker communicatie en webredactie van Bibliorura. 'Omdat wij het hart van de literatuur in Roermond zijn, is het niet meer dan logisch om de organisatie bij ons onder te brengen. Wij wilden dat graag doen, omdat we hiermee kunnen laten zien dat de bibliotheek lezen en literatuur belangrijk vindt.'
Bibliorura heeft ook de ervaring en de mensen in huis om de prijs lokaal een groter aanzien te geven. 'Wij zorgen voor een grote pr-campagne met advertenties in lokale media, flyers in de bibliotheek, driehoek-borden om lantarenpalen en aandacht op sociale media. Ook komt er een presentatie rondom het werk van Eva Meijer, van wie we al voor de bekendmaking extra titels hebben ingekocht. Wat het effect ervan is na twee jaar nog weinig over te zeggen, maar we horen wel dat het opvalt.'
Ook probeert Bibliorura de bekendheid van de prijs te vergroten met een jongerenprijs: de Reinaerttrofee. Scholieren van Bisschoppelijk College Broekhin maken sinds 2014 een keuze uit de genomineerde titels. Dit jaar viel de eer aan We hadden liefde, we hadden wapens van Christine Otten. Hueting: 'De Reinaerttrofee was al eerder ingesteld, maar wij proberen hem veel groter te maken door ook de andere twee middelbare scholen in Roermond erbij te betrokken.'

Uitreiking van de Halewijnprijs en Reinaerttrofee vond inmiddels plaats – op zondag 11 maart. Meijer kreeg toen te horen wáárom haar werk is uitverkoren. Bij de bekendmaking van de laureaat, die ook bekendstaat als dierenactivist, beperkte de jury zich tot een citaat uit haar rapport. De auteur is 'een groot literair talent met een belangrijke boodschap. (...) In een mooie natuurlijke schrijfstijl toont zij dat er een wereld te winnen valt, wanneer menselijke dieren oog krijgen voor communicatie van en met niet-menselijke dieren.'

Ben je een auteur met een boodschap?
'Ik wil graag mensen op een andere manier laten kijken. Daar gaat volgens mij alle filosofie, kunst en literatuur over: zekerheden ondergraven door te laten zien wat er zich net onder de oppervlakte van de werkelijkheid bevindt. En ja, dat gaat in mijn laatste twee romans vooral over dieren. Ik ben nu weer met heel andere thema's bezig. Ik vind dat dieren het slecht hebben, omdat ze of bij miljoenen in kleine hokjes worden opgesloten, of in hoog tempo hun leefgebied zien verdwijnen. En ik vind het belangrijk dat mensen daarom anders over dieren gaan denken.'

Maar je schrijft geen tendensromans, neem ik aan.
'Nee. Dat heeft ook geen zin. Je kunt mensen niet veranderen door hen een overtuiging door de strot te duwen. In mijn filosofische boeken als Dierentalen en De soldaat was een dolfijn schotel ik lezers daarom geen wereldbeeld voor, maar laat ik zien dat je ook op andere manieren naar dieren kunt kijken. Ik geef als het ware een aftrap om zelf te gaan denken.'

Doe je dat ook in je romans?
'Ja, maar anders. Door de ambiguïteit van het bestaan te laten zien. Het vogelhuis gaat over vogelonderzoeker Len Howard, die als eerste liet zien dat vogels individuen zijn, maar die ook minder goede dingen heeft gedaan. Zo is het leven, goed en kwaad zijn nooit eenduidig te scheiden. Dagpauwoog gaat over iemand die geweld wil gebruiken om een maatschappelijk probleem aan de kaart te zetten. Ook daarin zitten veel vragen.'

Prikkel je je lezers daadwerkelijk tot heroverweging van hun standpunten?
'Ik hoor soms dat lezers van Het vogelhuis daarna anders tegen vogels aankijken. Dat ze vogels niet langer zien als muzikaal behang, maar als wezentjes met eigen relaties en eigen projecten in het leven. Het is mooi als ze dat uit mijn boek halen. Dat maakt lezen zo relevant. Dankzij boeken kun je even in het hoofd van iemand anders verblijven. Iemand uit een ander land, iemand uit een andere sociale klasse. Of een dier.'

Zijn daarom bibliotheken relevant?
'Voor mij wel. Ik ging iedere dag naar de bibliotheek. Iedere dag haalde ik weer het maximum van drie boeken die je mee mocht nemen. De bibliotheek zat naast mijn school in Hoorn, dat maakte het makkelijk. En toen ik negen of tien was had ik alles uit en kon ik door met de boeken op de volwassenenafdeling. Mijn ouders hadden ook veel boeken, maar ik heb vooral in de bibliotheek allerlei auteurs ontdekt.'

Geldt de relevantie tegenwoordig nog steeds?
'Voor kinderen wel, denk ik. De bibliotheek stelt hele werelden aan hen ter beschikking. Dat is een enorme rijkdom. Maar toen ik een tijdje in Den Haag voor de bibliotheek werkte in de vestiging in de Schilderswijk zag ik dat die plek voor veel kinderen meer betekende dan de boeken die er lagen. Het was een plek om opgevoed te worden of om elkaar te ontmoeten. Voor hen had het sociale functie. En dat zal voor veel anderen gelden, die daar bijvoorbeeld iedere dag hun krantje komen lezen. Zeker nu mensen minder lezen en meer informatie digitaal te vinden is, is het goed dat de verschillende functies van de bibliotheek naast elkaar kunnen bestaan.'

En kom jij nog in de bibliotheek?
'Ik ben geen lid meer. Ik lees veel academische filosofie. Daarvoor log ik in bij de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. Andere boeken koop ik. Dat zie ik als mijn bijdrage aan het voortbestaan van de onafhankelijke boekhandel. Ik kom eigenlijk alleen nog in de bibliotheek om er op te treden. De presentatie van Het vogelhuis was bijvoorbeeld georganiseerd door De Nieuwe Boekhandel en de vestiging van de bibliotheek die ernaast zit. En soms ga ik naar de OBA voor een afspraak.'

Is de bibliotheek ook belangrijk voor je inkomsten uit leengeld?
'Nou nee. Ik kan er nog geen maand vaste lasten van betalen. Het maakte me ook niet zoveel uit. Ik vind het leuk dat mijn boeken nu hier staan en lezers ze kunnen ontdekken op dezelfde manier als ik vroeger obscure schrijvers ontdekte. Ik zou het ook mooi vinden als mijn boeken veel langer blijven staan dan in de boekhandel, al wordt de museum- en bewaarfunctie van de bibliotheek minder belangrijk door de digitalisering.'
(Eerder gepubliceerd op Bibliotheekblad.nl)

donderdag 14 september 2017

Interview: Walter van den Berg over de nominaties voor de Libris en Dioraphte prijzen (Boekblad)

Schuld van Walter van den Berg is een van de genomineerden voor de Dioraphte Literatour Prijs. In het voorjaar stond de roman die is verschenen bij Das Mag, al op de shortlist van de Libris Literatuurprijs. De auteur legt de betekenis en het belang van beide prijzen naast elkaar.

Sinds maandag kunnen jongeren tussen de 15 en 18 jaar stemmen voor de Dioraphte Literatour Prijs. Wat merk je daar van?
‘Een Facebook- en Twitterbericht van de organisatie, dat ik heel voorzichtig heb geretweet. Ik vind stemmen altijd lastig. Het gaat er voor mijn gevoel altijd om datgene wint die de meeste mensen kan mobiliseren. En ik denk niet dat ik uiteindelijk veel 15- tot 18-jarigen onder mijn volgers heb. Dus ik laat het maar gebeuren. Stemmen doet ook af aan de waarde van een prijs.’

Maar er wordt niet gecontroleerd of een stemmer de juiste leeftijd heeft.
‘Ik weet het. Dat gebruik ik ook als excuus om geen campagne te hoeven voeren. Stel je voor: straks voer ik hard campagne, maar win ik toch niet. Heel lullig. Dan ken ik kennelijk niet genoeg mensen die mij aardig vinden.’

Voert je uitgeverij wel campagne?
‘Daar hebben we het niet over gehad. Het zou kunnen, ik zal straks eens kijken op de Facebook-account van Das Mag. Of hen bellen.’

Ben je wel blij met deze nominatie?
‘Natuurlijk. Het is heel leuk. Literatuur voor jongeren is ongelooflijk ingewikkeld. Toen ik zelf tussen de 15 en 18 was, las ik hooguit Voetbal International. Terwijl literatuur voor sommige jongeren heel belangrijk is. Niet allemaal – er zijn ook jongeren die prima zonder literatuur kunnen leven. Maar voor sommigen wordt het leven met boeken makkelijker. Dan is het goed dat deze prijs hen attendeert op literatuur.’

Zo geformuleerd klinkt het alsof de nominatie voor jouw boek bijzaak is.
‘Een prijs is leuk voor een schrijver. Maar uiteindelijk is het de bedoeling van de organisatie om boeken onder de aandacht te brengen. Wélke boeken is inderdaad bijzaak.’

Is Schuld geschikt voor jongeren?
‘Dat denk ik wel. Er zitten veel lagen in. Je kunt het heel diep lezen, maar je kan ook alleen de spannende verhaallijn eruit halen. Dat maakt Schuld een makkelijk boek om doorheen te komen. En ondertussen raak je als niet-getrainde lezer, zoals jongeren over het algemeen zijn, andere lagen aan. Het is mooi dat de jury dat heeft herkend.’

Hoe verhoudt de Dioraphte Literatour Prijs zich tot de Libris Literatuur Prijs?
‘De Libris is de Nederlandse Booker Prize. Die nominatie was héél bijzonder. De Dioraphte is het dessert bij dat grote diner.’

Merk je het verschil aan bijvoorbeeld de verplichtingen die een nominatie met zich meebrengt?
‘Voor de Libris heb ik ook niet heel veel moeten doen. Een paar interviews tijdens de nominatieperiode. Alleen de winnaar moet daarna plotseling overal opdraven. Maar voor de Dioraphte is er helemaal niets. Met jou bellen is tot nu toe het enige. En ik val in voor een schrijver tijdens de Literatour. Over twee weken ben ik daarom op een school in Breda. Iets wat ik overigens met gemengde gevoelens doe. Ik heb een haat-liefdeverhouding met voorlezen op scholen. Haat, omdat het eng is: voor een klas gaan staan staan waarvan de meeste leerlingen niet geïnteresseerd zullen zijn. En liefde, omdat het ik het belangrijk vind die paar jongeren te bereiken met mijn boodschap: dat ze niet alleen zijn, dat ze niet raar zijn omdat ze een kutjeugd hebben of hebben gehad en dingen zijn gaan doen als verhalen schrijven of toneelspelen.’

Je zou zeggen dat juist de genomineerde auteurs mee moeten op Literatour.
Ik denk dat de organisatie van de tour bewust andere auteurs kiest dan de genomineerden om een zo groot mogelijk bereik aan schrijvers te halen.’

Ook je uitgeverij maakt zich minder druk over deze prijs?
‘Na de Libris-nominatie hadden ze een sociale media-campagne en kreeg ik een paar interviews via hen. En wat ze nu doen weet ik dus niet.’

En de boekhandel?
‘Voor de Libris zorgde de organisatie voor promotiemateriaal in de winkel. Maar nu gebeurt toch ook wat. Ik kreeg appjes van vrienden met foto's van Hoogstins in Amsterdam en Verkaaik in Gouda waar de genomineerde boeken bij elkaar liggen met een banier van de prijs. Zelf kom ik amper in boekhandels nu ik min of meer buiten de bewoonde wereld woon, maar het kan best dat er meer zijn.’

Heeft de Dioraphte Literatour Prijs dan, alles bij elkaar opgeteld, wel enig commercieel belang?
‘Dat weet ik niet. Bij de Libris verkocht ik tijdens de nominatieperiode duizend exemplaren, omdat het boek overal flink opgestapeld lag. Nu moet het nog blijken.’

Gaan in ieder geval meer jongeren je lezen?
‘Dat denk ik wel. Ze zitten sowieso in de leeftijd van de verplichte boekenlijsten. Dankzij de prijs en de Literatour krijgen ze een stapeltje boeken aangereikt die ze zouden kunnen lezen. Ik denk wel dat nu een aantal Schuld zullen bespreken tijdens hun mondelinge examen volgend jaar.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 7 sep)


maandag 11 september 2017

Interview Margot Vanderstraeten over Nederland vs België en fictie vs non-fictie (Boekblad)

Mazzel tov van Margot Vanderstraeten is een van de weinige non-fictietitels op de longlist van de ECI Literatuurprijs. Het boek over haar jaren als werkstudente bij een Antwerpse orthodox-joodse familie is in Vlaanderen een bestseller. Ze hoopt dat het boek nu ook in Nederland meer aandacht krijgt. Haar uitgeverij Atlas Contact doet er alles aan.

Gefeliciteerd met je plek op de longlist. Ook al is het nog maar de longlist.
‘Ik weet het: het is nog maar de longlist. Maar ik ben uiteraard blij. En ik heb meteen de opportunistische bijgedachte: hopelijk vragen de reguliere Nederlandse geschreven media die de lijst van vijfentwintig titels nu publiceren, zich af waarom ze Mazzel tov niet hebben besproken. Mijn boek is het enige dat in Nederlands nergens echt is gerecenseerd. Goed, NRC Handelsblad had een vermelding, en dat ik op tv bij VPRO-Boeken een sterk interview kreeg, was zeer mooi. Hebban maakte van Mazzel tov een zomerhit, prachtig. Maar: geen enkele serieuze bespreking, en dat terwijl het boek in Vlaanderen overal werd besproken en er inmiddels 20.000 exemplaren van zijn verkocht, waarvan ongeveer 17.000 in Vlaanderen. Dat is toch raar?’

Waarom is het in Nederland onder de radar gebleven?
‘Dat is giswerk. Misschien heb ik gewoon pech. Is het boek ondergesneeuwd geraakt door alle andere boeken die in dezelfde tijd – half april – zijn verschenen. Na twee maanden heeft het al geen zin meer om reguliere recensenten wakker proberen te schudden. Iemand zei ook dat het misschien aan mijn naam ligt. Vanderstraeten is te Vlaams. Maar mijn roman Mise en place heeft het goed gedaan in Nederland. Mijn bundel schrijversinterviews is er ook goed besproken.’

Heeft je uitgeverij er wel alles aan gedaan?
‘Dat gevoel heb ik wel – ook al zijn schrijvers natuurlijk nooit echt tevreden met de promotie van hun uitgeverij. Atlas Contact heeft alle gebruikelijke marketingtools aangesproken: recensie-exemplaren opsturen, dat opvolgen. En toen het een succes werd in Vlaanderen, hebben ze daar bij hun collega’s gepolst: “Hoe hebben jullie dat gedaan? Missen wij iets?” Nadat bleek dat de pers het in Nederland niet oppikte, is vertegenwoordigster Joyce in ’t Zandt er veel over aan boekhandels begonnen te vertellen. Iedereen op de uitgeverij is het ook gaan lezen nadat het in Vlaanderen aansloeg. Ik merk dat er veel enthousiasme is voor het boek. Ook anderen dan de direct betrokkenen stuurden me berichtjes over de ECI-longlist.’

Mazzel tov speelt in het orthodox-Joodse milieu in Antwerpen. Misschien ervaren pers en boekhandel dat te veel als buitenland.
‘Die locatie doet er niet toe. Ik noem een paar straten, dat is het. Het had evengoed in Brooklyn kunnen zijn gesitueerd. Ik begrijp wel dat het leuker is als je de wijk in Antwerpen kent, waar de Joodse gemeenschap groter, orthodoxer en zichtbaarder is dan in Nederland en waar je rondom de verhoogde spoorberm hun prachtig erfgoed ziet. Maar de geografie doet er niet toe. Mijn boek gaat over een aparte, gesloten gemeenschap, waar ik toevallig toegang toe heb gekregen. Hoe is het om midden in de maatschappij te leven met eigen normen, eigen instellingen, eigen netwerken? Dat is universeel.’

Heeft de boekhandel je boek goed ondersteund?
‘Dat gaat hand in hand met wat in de pers gebeurt. Als die het aandacht geeft, krijgt de boekhandel er beter zicht op. Uit zichzelf valt het moeilijk op in die enorme hoeveelheid boeken die verschijnen. Het helpt ook als ze het boek zelf hebben gelezen, zoals José Ferdinandusse van Het Leesteken in Purmerend. Zij stuurde mij een lange mail om te vertellen hoe geweldig ze het vond en dat ze het iedereen aanraadt. Ook Astrid Derijks van Boekhandel Derijks in Oss is laaiend enthousiast en schreef een stuk erover in een plaatselijke krant. Zulke mond-tot-mondreclame is het belangrijkste. Zo ben ik toch ook aan 3.000 verkochte exemplaren in Nederland gekomen. Wat uiteindelijk niet weinig is, laten we wel wezen.’

Welke boekhandels verkopen veel exemplaren van Mazzel tov?
‘Geen idee. Bij Atlas Contact kan een schrijver zelf de actuele verkoopcijfers per winkel bekijken, maar meer dan de grote lijn hoef ik niet te weten. De uitgeverij hoeft het me ook niet op de hoogte te houden, dat weten ze. Ze belden wel toen van Mazzel tov 10.000 exemplaren waren verkocht. Vanaf dat moment begon ik te tellen: als ik nu op 10.000 zit, dan zouden het er volgende week zoveel moeten zijn. Dat is toch vreselijk? Ik liet ook een voorschot uitbetalen, zodat niet alles boekhoudkundig op volgend jaar komt. Ik wil niet met cijfers bezig zijn, ik wil me bezig houden met het boek en het nieuwe verhaal waar ik aan ben begonnen.’

Hoe verklaar je dat er dit jaar zo weinig non-fictietitels op de longlist van de ECI Literatuurprijs staan: slechts drie op de vijfentwintig.
‘Dat is uiteindelijk subjectief. Dat bepaalt de jury.’

Maar non-fictie is, in Nederland en Vlaanderen, al enige jaren in opmars.
‘Ik weet het. Ik ben dit boek begonnen als een roman, ook al is het op ware feiten gebaseerd. Ik heb al mijn literaire vaardigheden ingezet. De dialogen zijn nooit letterlijk zo gezegd. Ik heb personages neergezet door sommige eigenschappen uit te vergroten in functie van het verhaal. Voor mij is er ook geen verschil tussen dit boek en de romans die ik hiervoor heb gesproken. Maar omwille van het commerciële argument hebben mijn uitgeefster Tilly Hermans en ik na lange gesprekken besloten het te brengen als non-fictie. Mijn meelezer Pascal Verbeken, zelf een heel goed journalist, adviseerde mij om die reden de ondertitel toe te voegen: “Mijn leven als werkstudenten bij een orthodox-joodse familie”. Het is misschien niet fraai op de cover, zo’n ondertitel, maar het verkoopt wel.’

Werd je door de uitgeverij in een hokje geduwd?
‘O nee. We hebben er lang over gesproken, de keuze was uiteindelijk aan mij. En al betekent het dat ik voor bepaalde literaire prijzen niet meer in aanmerking kwam, het boek heeft overduidelijk een groter publiek bereikt.’

Hoe leef je naar 13 september toe als de shortlist bekend wordt gemaakt?
‘Ik probeer me daar niet mee bezig te houden. Ik hoor het wel. De 13e komt Tilly toevallig naar Antwerpen om de marketing te bespreken met de Belgische afdeling en te kijken hoe we Mazzel tov in het najaar een extra push kunnen geven. Hoe zorgen we dat het niet wordt bedolven onder de lading nieuwe boeken en boekhandels alert blijven.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 4 sep)