Posts tonen met het label zelf schrijven & uitgeven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zelf schrijven & uitgeven. Alle posts tonen

vrijdag 31 januari 2020

Amsterdam Publishers grootste Europese specialist in Holocaust memoires (Boekblad)

Concentratiekamp Auschwitz-Birkenau is [maandag jl.] 75 jaar geleden bevrijd. Ter gelegenheid daarvan publiceert Amsterdam Publishers twee nieuwe Holocaust-memoires. De in Oegstgeest gevestigde, maar internationaal opererende uitgeverij heeft zich ontwikkeld tot de grootste Europese uitgeverij op dit gebied.

De nieuwe titels zijn My Lvov. Holocaust Memoir of a Twelve-Year-Old Girl van Janina Hescheles en Remembering Ravensbrück. From Holocaust to Healing van Nathalie Hess.Het aantal Holocaust-memoires in het fonds van Amsterdam Publishers komt daarmee op twaalf. Andere titels zijn onder meer Outcry van Manny Steinberg en See You Tonight and Promise to Be a Good Boy van Salo Muller, waarvan het Nederlandstalige origineel bij Verbum is verschenen. Eind dit jaar zal het fonds zijn gestegen naar 15 titels, onder meer met titels van tweede- en derdegeneratieslachtoffers die vertellen hoe de Holocaust in hun leven doorwerkt.

Het specialisme is bij toeval op het pad gekomen van uitgeefster Liesbeth Heenk. De kunsthistorica schreef zelf boeken over Van Gogh, vertelt ze, maar had genoeg van reguliere uitgeverijen. 'Ik wilde mijn werk graag zelf publiceren. En omdat ik in Londen ben gepromoveerd leek het logisch om het in het Engels te doen – en de titels via Amazon wereldwijd te publiceren. Dat was in 2012. Maar ik wilde ook boeken van anderen in het Engels uitgeven. Zo heb ik onder meer The War Never Ended van Simon Hammelburg uitgebracht.'

Deze Engelse uitgave van een Nederlandse auteur bleek een trigger voor internationale auteurs. 'Vanuit het niets kreeg ik een mail van Manny Steinberg uit Los Angeles. Hij had in Amerika een boek in eigen beheer uitgegeven. Dat was geflopt. Hij vroeg of ik er belangstelling voor had. Dat had ik. En vervolgens bleek het enorm succesvol. Het verscheen in 2014 en loopt nog steeds goed door. Ik heb er inmiddels ook edities van uitgegeven in het Frans, Duits, Italiaans en Chinees. De Tsjechische uitgeverij Víkend heeft ook een vertaling ervan gepubliceerd. Toen volgden er meer.'

Heenk vindt de uitgave van memoires ongelooflijk belangrijk. 'De Holocaust leeft vandaag de dag enorm. Toen ik exact een jaar geleden Rescued From The Ashes van Leokadia Schmidt bracht, werd het e-boek in één dag 30.000 keer gedownload. Maar ik zie het ook op mij heen. Toen ik de afgelopen week in Duitsland een krant open sloeg, gingen de eerste drie pagina's over de toespraak van de Bondspresident in Yad Vashem – en meteen daarna volgden berichten over swastika-stickers en verboden neo-nazigroepen. Juist voor die groepen is het zeer belangrijk dat zulke boeken blijven verschijnen. Helaas is het niet zo eenvoudig om te zorgen dat zij ze ook lezen.'

Ook in Amerika – een van haar belangrijkste markten is de belangstelling groot. Sommige staten verplichten scholen aandacht te besteden aan de Holocaust. 'Leerlingen moeten dan boeken lezen van een lijst. Mijn grootste wens is dat mijn uitgaven op die lijst komen.' Daarbij vergeleken is de aandacht voor de Holocaust in het Nederlandse onderwijs matig. 'De generatie van mijn kinderen kent eigenlijk alleen Anne Frank. Gelukkig verkoopt Eindstation Auschwitz van Eddy de Wind nu zo goed. Ik ben daar heel blij mee. Ik heb het zelf ook gekocht en ga het spoedig lezen.'

Behalve Holocaust-memories geeft Amsterdam Publishers een breed spectrum aan titels uit: van literaire romans en reisgidsen tot titels in de categorie 'mind, body en spirit'. Zeker 90% daarvan is Engelstalig, de rest is verschenen in diverse talen inclusief Nederlands. Heenk , die ook het (inmiddels niet meer te verkrijgen) handboek Succesvol publiceren op Amazon heeft geschreven, verkoopt ze via webshops wereldwijd als on demand geprinte paperback of e-boek. Alleen bij groot succes laat ze een oplage maken. 'In alle boekhandels ter wereld zijn de uitgaves van Amsterdam Publishers te bestellen.'

In eigen land zijn de uitgaven van Amsterdam Publishers alleen te bestellen via Bol.com. Boekhandels kunnen ze niet inkopen bij CB. 'De Engelstalige Holocaustmemoires lopen hier niet zo goed. Ik krijg hooguit een bestelling per maand. Ik zou natuurlijk meer aandacht kunnen besteden aan de lokale marketing, maar als eenmanszaak concentreer ik me op de wereldmarkt. Ik werk veel met freelancers en stagiairs. Met hen moet ik al alle zeilen bijzetten om de titels zichtbaar te maken. Dat is niet eenvoudig, als je bedenkt dat er op Amazon meer dan 100.000 nieuwe e-boeken per maand bij komen. Gelukkig lukt dat heel goed!'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 27 jan)

dinsdag 12 november 2019

Over de talent pools van uitgeverijen (Schrijven Magazine)

Steeds meer uitgeverijen organiseren kampen, workshops en eigen publicatiemogelijkheden voor ongepubliceerd literair talent dat ze al vroeg aan zich willen binden. Wat bestaat er allemaal? Hoe kom je erbij? En hoe werkt het? Schrijven Magazine zocht het uit.

Das Mag had Sofie Lakmaker al vroeg in het vizier. De 25-jarige schrijfster deed in 2017 mee aan het jaarlijkse zomerkamp van de uitgeverij. Ze werd daarna uitgenodigd om een verhaal bij te dragen aan de eerste editie van de Sampler – Das Mags jaarlijkse uitstalkast van onbekend en ongepubliceerd talent. En pas na publicatie van De geschiedenis van mijn seksualiteit daarin kreeg ze van eigenaren Toine Donk en Daniël van der Meer een contract voor een boek, waar Lakmaker nog altijd hard aan werkt.Een heel prettige manier om kennis met elkaar te maken, vond ze dat. De uitgeverij ontdekte zo hoe serieus ze het schrijven aanpakte, maar ook hoe ze omging met feedback van redacteuren en hoe ze dacht over marketing en promotie. 'En ik wist natuurlijk wat ik aan hén had', zegt Lakmaker. 'Als je een contract krijgt bij De Bezige Bij zou ik niet hebben geweten waar ik terecht zou komen. Nu wel. Door het intensieve contact bouw je een vertrouwensband op. En vertrouwen, daar kies je toch je uitgeverij op uit.'

De intensieve betrokkenheid van Das Mag bij opkomende literaire sterren die niet onder contract staan, is niet uniek. Steeds meer uitgeverijen doen op een of andere manier aan talentontwikkeling. Dat varieert van een commerciële schrijfopleiding zoals de Querido Academie, dat in de eerste plaats moet bijdragen aan de winst van het moederbedrijf maar waarbij de banden met de uitgeverij vanzelfsprekend heel nauw zijn, tot talentenpools zoals die van Lebowski die een bijna ideële doelstelling heeft.
Das Mag was wel de eerste die hiermee begon. De uitgeverij organiseerde al in 2014 het eerste zomerkamp op een hoeve in de Limburgse heuvels bij Sippenaeken. Ieder jaar krijgen daar twintig jonge schrijvers tussen de 18 en 25 jaar tegen betaling van 250 euro (exclusief eten en drinken) tien dagen lang elke dag opnieuw feedback van de medewerkers van Das Mag en/of bekende schrijvers – van Joost de Vries en Maartje Wortel tot Ellen Deckwitz – de bij het schrijven van een nieuw kort verhaal.
Daar is in 2018 de Sampler bijgekomen, dat voor een deel een voortzetting is van het tijdschrift Das Magazin. Het idee is hetzelfde: een jonge schrijver de kans geven met een redacteur te werken. Het verhaal is langer (3.000 tot 7.000 woorden) en het eindresultaat wordt gepubliceerd. Das Mag gebruikt het traject ook om de junior redacteuren de kans te bieden om ervaring op te doen met het werken met auteurs. Zo werd Lakmaker begeleid door Bowi van Onna, die in dienst is als pr-medewerker.
De uitgeverij heeft met beide initiatieven het doel nieuw talent te vinden, geeft Toine Donk toe. Ooit voor verhalen in hun tijdschrift, nu voor boeken. 'In de eerste anderhalf jaar van onze uitgeverij waren we zo druk met boeken die veel beter liepen dan gedacht [zoals Het smelt van Lize Spit, oud-deelneemster van het zomerkamp] dat we te weinig oog hadden voor debutanten. Dus toen viel er daarna een soort gat. Met het zomerkamp en zeker de Sampler vinden we die nu weer wel.'

Inmiddels heeft Das Mag navolging gekregen van Atlas Contact en Lebowski. De eerste organiseerde vorig jaar voor het eerst een zogeheten Debutantenacademie, waar twaalf auteurs aan deelnamen. Dit is echter nadrukkelijk bedoeld voor auteurs die al bij de uitgeverij een contract hebben getekend. 'Wij merkten op dat we eigenlijk best veel nieuwe auteurs hadden. Het leek ons waardevol ze bij elkaar te zetten en workshops aan te bieden', zegt redacteur non-fictie Marcella van der Kruk.
De eerste editie van de Debutantenacademie vond najaar 2018 plaats. Hij bestond uit twee bijeenkomsten waarin werd uitgelegd hoe de uitgeverij werkt: van het hele redactieproces tot de boekpromotie, zodat nieuwe schrijvers – die daar hooguit een beperkt beeld van hebben – weten wat de uitgeverij voor hen kan betekenen. Ook waren er workshops presenteren, voordagen en geïnterviewd worden. 'En we wilden faciliteren dat debutanten elkaar leerden kennen, zodat ze advies en steun bij elkaar zouden kunnen vinden.'

Lebowski begon begin 2018 met haar Talent Pool. Een groep van zes deels wisselende auteurs krijgt drie keer per jaar workshops van ervaren fondsauteurs. Zo gaf Ivo Victoria inhoudelijk commentaar op de roman waaraan ze werken, en bracht Erik-Jan Harmens hen de fijne kneepjes bij van optreden – dit omdat de uitgeverij meent dat een moderne schrijvers zijn eigen teksten overtuigend op het podium moet kunnen brengen. Ook kregen deelnemers les in de mogelijkheden van sociale media voor een auteur.
'We wilden graag iets doen voor jonge auteurs', zegt redacteur Saskia Veen. 'Je krijgt soms verhalen of romans opgestuurd waarvan je het talent ziet, maar ook dat deze teksten nog tijd nodig hebben. Je durft dus niet meteen te zeggen: we gaan ervoor met deze schrijver. We wilden hen wel de kans bieden om rustig verder te werken. Natuurlijk binden we deze schrijvers op deze manier aan ons, maar ze staan nog niet allemaal onder contract. Als we één auteur per jaar vastleggen, zijn we tevreden. Zo hebben we nu Anneleen Van Offel binnengehaald.'
Behalve begeleiding krijgen de schrijvers ook kans om hun carrière uit te bouwen. Aan iedere workshopdag is een event gekoppeld waarin ze hun teksten mogen voordragen samen met bekende Lebowski-auteurs. En toen zorgverzekeraar Anderzorg in contact kwam met de uitgeverij omdat ze schrijvers zochten om bedtimestories te maken voor millennials met slaapproblemen, schoof Lebowski de Talent Pool-auteurs naar voren. Zo hadden vier van hen een betaalde opdracht te pakken.

Anders dan bij Atlas Contact staat het iedereen vrij om zich aan te melden bij Das Mag en Lebowski. Voor het zomerkamp – dat deze zomer eenmalig niet doorging – moet je een verhaal van maximaal 500 woorden opsturen. De auteurs van de beste verhalen moesten op gesprek komen, zodat de uitgevers hun nieren konden proeven. Schrijven voor de Sampler gebeurde aanvankelijk op uitnodiging, maar de editie van 2020 stond voor het eerst open voor iedereen die een verhaal van maximaal 500 woorden opstuurde.
'Wij hebben nu drie keer de inzendingen opengegooid', vertelt Veen over de Lebowski Talent Pool. 'Ze moesten hun tekst opsturen – tot nu toe alleen romans, maar we denken eraan om de Talent Pool uit te breiden naar non-fictie en storytelling voor audio – met een korte motivatie en een toelichting waarop ze vastliepen, zodat ze gericht konden worden geholpen. Dat gebeurt behalve in de workshops ook tijdens één op één-begeleiding, waarin we gericht toewerken naar een debuut. Ook al staat het niet vast dat wij die uitgeven, ze krijgen evenveel aandacht als onze andere auteurs.'

Lakmaker had zich aangemeld voor het zomerkamp van Das Mag om eindelijk eens commentaar op haar teksten te krijgen. Daarvoor had ze natuurlijk iedere schrijfcursus kunnen volgen, erkent ze, maar dat het kamp was verbonden aan een uitgeverij overtuigde haar ervan dat de kwaliteit gegarandeerd was. Bovendien: schrijvers die hun geld mede verdienen met cursussen geven, wantrouwt ze. Zijn die wel goed genoeg? Een workshop onder auspiciën van Das Mag roept die gedachte bij haar niet op.
Ze kreeg er geen spijt van. 'Ik vond het eng. Ik stelde me heel kwetsbaar op door eigen teksten te laten lezen. Maar ik dacht ook: als ik er toch ben, wil ik het aan de beste laten lezen. Je moet kiezen aan welke redacteuren en auteurs het mocht laten lezen. Ik tekende dan me in voor gesprekken met Toine Donk en Pluim-uitgever Mizzi van der Pluijm, die er ook was. En ik wilde ongezouten horen waar het op stond. Terwijl ik na een dag of twee met andere deelnemers alleen nog voetbalde. Hen liet ik niets lezen.'
Het kamp werkte verlossend. Lakmaker begon daarna prompt verhalen op te sturen naar uitgeverijen. Das Mag en Pluim, uiteraard. Daarop werd ze uitgenodigd voor de Sampler. 'Nadat ik in een paar weken een eerste versie had geschreven, werd ik heel serieus begeleid. Ik had meerdere afspraken met Bowi, waarna het verhaal nog 34 keer is veranderd of zo. Uiteindelijk gingen ook redacteur Marscha [Holman] en Daniël [van der Meer] erover heen.'

Ook Anneleen van Offel heeft goede ervaringen met de talentenpools van uitgeverijen. De Vlaamse schrijfster, die woordkunst studeerde aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen, deed in 2016 mee aan het zomerkamp. 'Het was vervelend dat na mijn opleiding de lessen in één keer ophielden. Dan is het heel fijn dat je tien dagen intensieve begeleiding op hoog niveau kan krijgen. Heel nuttig voor je verdere technische ontplooiing. En ook omdat je er mensen kunt leren kennen.'
In haar geval was dat redacteur Jasper Henderson van Lebowski, die toen een workshop gaf en haar een jaar later voorstelde om zich aan te melden voor de Talent Pool. 'Ik werkte toen al aan mijn roman Hier is alles veilig. Hij was daarin geïnteresseerd, maar vond hem niet af genoeg. De Talent Pool was een ideale tussenfase, omdat je de kans krijgt op één op één-begeleiding – nu van Saskia Veen –, mag optreden, verhalen kunt schrijven. Ik heb er alleen maar bij te winnen gehad.'
Daarbij gaat het absoluut niet alleen om uitgeverijen die zo snel mogelijk talent aan zich willen binden, blijkt uit haar verhaal. 'Saskia polste waarover ik het wilde hebben in de workshops. Zo leerde ik van Erik-Jan Harmens aan de hand van mijn eigen tekst om te schrappen. En dankzij een workshop van Ivo Victoria, over het inzoomen op een detail, wist ik hoe ik mijn roman moest beginnen. Ik worstelde ermee dat ik het begin veel informatie over het verleden kwijt moest. Ik wist niet hoe. Via het detail viel het op zijn plaats.'
(Eerder gepubliceerd in Schrijven Magazine 4, 2019)

woensdag 31 juli 2019

De schrijfgeheimen van Carry Slee (Schrijven magazine)

Dertig jaar na het begin van een uiterst succesvol schrijverschap onthult Carry Slee haar schrijfgeheimen. In Durf te schrijven! draagt ze de overtuiging uit dat iedereen met behulp daarvan als schrijver kan slagen.

Ook toen Carry Slee in de jaren tachtig haar baan in het onderwijs eraan had gegeven om een carrière als schrijver na te jagen, waren er schrijfboeken. Ze herinnert zich titels als Hoe schrijf ik een boek?De auteur ontschiet haar. Maar om nou te zeggen dat de auteur van populaire kinderboeken als SpijtAblijvenen de Timboektoe-serie er iets van heeft geleerd? 'Ik heb ze niet eens uitgelezen', vertelt ze in haar woonkamer in Bergen.
Reden: de schrijfboeken waren te abstract. 'Show, don't tell. Dat soort dingen stonden er natuurlijk allemaal in. Maar dan dacht ik: wat bedóél je precies? Nu ik zelf een boek heb gemaakt om de vragen over schrijven te beantwoorden die ik dagelijks krijg – vooral van jongeren, maar zeker ook van volwassenen –, wilde ik daarom veel voorbeelden geven. De toon in schrijfboeken was ook zo plechtig. Zo weinig toegankelijk. Dat kon veel levendiger.'
Slee ontwikkelde de vaardigheid om te schrijven daarom alleen door te doen. Heel veel te doen. 'Het verzinnen was er altijd al. Als kind vertelde ik verhaaltjes aan mijn poppen, die ik later opschreef voor mijn plezier. Maar ik moest echt op zoek naar een manier om de tekst ook leuk te maken. Dat je erin zet wat erin moet en weglaat wat weg moet. Dat heeft lang geduurd. Eigenlijk leer ik na tachtig boeken ook nog steeds bij.'
Ze herinnert zich een vriendin – neerlandicus van beroep – die een dikke pil las waar ze een jaar aan had gewerkt. Ze vond er niets aan. 'Maar ze zag wel wat mijn kracht was, zoals iedere schrijver een andere kracht heeft. Dat is het realistische. Waar het niet realistisch genoeg was, werkte het niet. Ook vond ze dat ik meer dialogen moet gebruiken. Er stond al veel dialogen in, maar zo kon ik het principe show, don't tell veel sterker toepassen.'
Tegen deze achtergrond kon het niet anders of Durf te schrijven! werd een heel toegankelijk, praktisch schrijfboek vol opdrachten, dat zich onderscheid door een overvloedig gebruik van voorbeelden. Als ze uitlegt wat de keuze voor een perspectief betekent, geeft ze drie verschillende versies van hetzelfde verhaal. Ook geeft ze haar eerste gepubliceerde verhaaltje in de Bobo prijs én de verbeterde versie die ze dankzij haar ervaring nu kan maken.
Wat zijn de drie belangrijkste lessen – en het opvallendste advies – die je uit het boek kunt halen?

1. Durf te schrijven
Dit is niet voor niets de titel van Slee's schrijfboek. Ze gelooft dat iedereen een verhaal in zich heeft. Je moet alleen durven om én het op te schrijven én te leren hoe je dat het beste doet. 'Het begint er al mee dat je omgeving vaak zegt: waarom zou jij een boek schrijven? Dat had ik ook. Mijn lerares Nederlands had een heel literaire smaak, zij vond mijn opstellen niets. En dus dacht ik dat ik het niet kon, terwijl haar oordeel uiteindelijk iets over haarzelf zei.'
Slee wil haar lezers daarom 'in zichzelf laten geloven, door te laten zien waar ook ik allemaal tegenaan ben gelopen', vervolgt ze. 'Eigenlijk is de twijfel aan je eigen werk het ergste. Die gaat pas weg als je jezelf hebt bewezen, maar je zult toch eerst moeten schrijven en alles tegenkomen wat je daarvan afhoudt voor je jezelf kunt bewijzen.' En dat 'alles' mag je letterlijk nemen – tot aan de neiging aan toe om je te laten afleiden door van alles.
Maar ze bedoelt 'durven schrijven' ook in een andere betekenis. 'Je moet het verhaal durven opschrijven zoals dat het beste is. In Spijtmoest Jochem zelfmoord plegen. Ik worstelde ermee, maar anders zou het een slap verhaal worden. Durf om dezelfde reden ook stukken tekst weg te gooien die er niet in thuis horen. Ik vond dat zelf moeilijk, omdat dat betekende dat ik die dag niets had gedaan. Maar het moest.'

2. Maak het verhaal van jezelf
Een verhaal moet je als schrijver zelf raken. 'Anders wordt het een droog epistel', zegt Slee. 'En lezers voelen het als je maar wat verzint als schrijver'. Dat betekent echter niet dat iedereen per definitie alleen autobiografische boeken kan produceren. Een schrijver kan namelijk ieder onderwerp tot het zijne maken. Dat doe je door je in te leven – een vaardigheid die iedere goede schrijver volgens Slee bezit. 'Je moet het alleen oefenen.'
De truc is de juiste aanpak te vinden. 'Spijt gaat, zoals gezegd, over pesten. Maar omdat ik zelf nooit ben gepest, vond ik het moeilijk om in het hoofd van Jochem te kruipen. Het lukte me daarom eerst niet goed om het boek te maken dat me voor ogen stond, een boek dat de gevolgen van pesten toont. Tot ik besefte: ik moet het vertellen vanuit iemand die het ziet gebeuren. Wat dát kon ik me wel voorstellen. Zijn wanhoop, zijn angst om iets te zeggen.'
Vervolgens zorgt inleving ervoor dat je het verhaal op de juiste manier vertelt. Via deze weg zullen de woorden en daden van je personages bij hen passen – en niet bij jou. Zo zal bijvoorbeeld ieder karakter op zijn eigen manier praten. 'Tegelijk moet je, als je een verhaal van jezelf hebt gemaakt, er ook niet té dicht op zitten. Want dan ga je zeggen hoe zielig of leuk iets is. Je moet de lezer ruimte geven dat te voelen. Show, don't tell dus.'

3. Gebruik de juiste ingrediënten naar eigen kwaliteiten
'Hou het bij jezelf' betekent volgens Slee ook: leer je sterke punten kennen en handel daarnaar. De een is een goede observator die een situatie tot in detail kan beschrijven, de ander weet een personage met veel vaart tot handelen aan te zetten. Wie het eerste type is, kan zich daarom beter niet aan een actiethriller wagen. Om dat te ontdekken, moet je goed naar jezelf luisteren. 'Wat je het leukst vindt om te schrijven, kan je vaak ook het beste.'
Maar je moet ook heel bewust keuzes maken. 'Mensen beginnen vaak zomaar aan een boek. Er valt ze bijvoorbeeld een mooie zin in, en daar laten ze alle keuzes van afhangen. Het gevolg is dat ze een heel boek schrijven voor ze erachter komen dat het niet werkt, zoals mij ook is overkomen. Beter is het om eerst na te denken: welke perspectief is het mooist? Vanuit de volwassene? Vanuit het kind? Zo begin je gefundeerd aan een verhaal.'
Dat neemt niet weg dat iedere tekst, afhankelijk van het genre, ook een aantal vaste ingrediënten bevat. En die moet je domweg leren toe te voegen. 'Zelf ben ik niet goed in beschrijvingen. Ik hou daar ook niet van. Maar in mijn realistische verhalen moet de lezer wel weten waar het zich afspeelt. Als dat op straat is, moet je fietsers zien, auto's horen, merken wat voor gebouwen er staan. En dus heb ik mezelf daarin getraind. Tegenwoordig gaat dit beter.'

4. Zoek een erkende uitgever
Het is ook Slee niet ontgaan dat steeds meer auteurs in eigen beheer uitgeven. Toch pleit ze voor erkende uitgeverijen. Niet alleen omdat zij veel werk uit handen nemen: van de pr tot de verkoop aan de boekhandel. Omdat ze een direct financieel belang hebben zijn ze eerlijker over hun mening over de tekst dan wanneer je zelf een freelance redacteur inhuurt. 'En alle medewerkers zijn één team. De kracht daarvan is groter dan een verzameling freelancers.'
(Eerder gepubliceerd in Schrijven magazine 3/2019)

maandag 1 juli 2019

Querido Academie gaat samenwerken met boekhandels (Boekblad)

Querido Academie organiseert vanaf deze zomer cursussen in vier boekhandels verspreid over het land. Het schrijfopleidingsinstituut van Singel Uitgeverijen kan met deze samenwerking verder groeien.

De vier winkels zijn: Venstra (Amstelveen), Dekker van de Vegt (Nijmegen), De Vries Van Stockum (Haarlem en Den Haag). In al deze winkels vindt in juli of augustus een proefles plaats. De eerste daarvan, op dinsdagavond 2 juli in Nijmegen, was direct zo populair dat Querido Academie daar een tweede proefles aanbiedt. In september begint vervolgens de basiscursus Creatief Schrijven 1 – de intro, die zes bijeenkomsten tot aan eind november telt.

'Wij zochten een plek dichter bij onze cursisten én we groeiden uit ons jasje', verklaart Jeroen Kans, hoofd Querido Academie, de samenwerking. 'Normaal geven we les op de Weteringschans, dat doordeweeks tot de nok gevuld is met medewerkers van de uitgeverij. Wij kunnen alleen les geven op vrijdagmiddag en op zaterdag. We hebben dan twee geschikte lokalen, waar zaterdag 's morgens en 's middags twee klassen zijn. Er kan niemand meer bij. Als je dan uitbreiding zoekt, is het leukste een boekige plek. En dan kom je al snel bij een boekhandel uit, waar je cursisten de opdracht kunt geven voorbeelden in boeken op te zoeken.'

Bovendien, vult Kans aan, 'past het in het beleid van Singel Uitgeverijen om ervoor te zorgen dat de boekhandel de plek blijft waar hét gebeurt. Daar moeten we als vak met zijn allen aan werken, en zo kunnen wij er een steentje aan bijdragen. Voor boekhandels zijn de cursussen daarom een extra manier om zich te onderscheiden in de gemeenschap. Het is ook weer iets anders dan een signerende auteur. Wij ondersteunen hen met folders, ansichtkaarten, posters om de cursus onder de aandacht te brengen. En we bieden hen een vergoeding per deelnemer. Dat zit in de tientjessfeer.'

Querido Academie is daarmee niet revolutionair, erkent Kans. Op individuele basis vinden al langer schrijfcursussen in boekhandels plaats. Querido-auteur Olga Majeau gaf dit voorjaar een vierdaagse cursus bij boekhandel Logica (IJsselstein). Polis-auteur Kathy Mathys gaf vroeger workshops bij Latte's & Literature (Breda) en komend najaar in Buchbar (Antwerpen). Niet publicerend auteur Conny Plomp gaf in april een workshop creatief schrijven bij Kniphorst (Wageningen). Enzovoorts. Maar: het is wel voor het eerst dat een opleidingsinstituut op zo'n schaal zo gestructureerd schrijfopleidingen bij winkels aanbiedt.

Er zijn dan ook mogelijkheden om op te schalen. Kans: 'Libris heeft onze cursussen onder de aandacht van boekhandels gebracht. Op termijn verwacht ik vanuit die hoek meer belangstelling. In eerste instantie willen we echter ontdekken of het werkt, om daarna uit te breiden naar twee keer per jaar in dezelfde winkel. Dan begint in januari een tweede cyclus. Wel zijn wij een relatief kleine organisatie. Omdat wij ook overal zelf naartoe moeten – we willen bijvoorbeeld altijd bij de eerste les aanwezig zijn – beperkt ons dat vooralsnog enigszins.'

De cursussen vinden, met uitzondering van een enkele proefles, na sluitingstijd plaats. De boekhandel moet er daarom voor zorgen dat een medewerker aanwezig is. 'Dat is voor sommigen een bezwaar', zegt Kans. 'Ik begrijp dat. Maar boekverkopers hoeven in wezen niet meer te doen dan de deur voor ons te openen. Daarna kunnen ze bijvoorbeeld tegelijk administratief werk verrichten. In Den Haag en Haarlem is dat opgelost doordat een boekverkoper meedoet aan de cursus. En als ze slim zijn, houden ze de kassa open. Een aantal cursisten zullen zeker met een stapeltje boeken naar huis gaan.'

De uitbreiding naar cursussen buiten Amsterdam is een teken dat Querido Academie groeit. Draagt het opleidingsinstituut, dat is opgericht in 2013, daarmee al bij aan de winst van Singel Uitgeverijen? 'Dat is wel de bedoeling', aldus Kans.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 21 jun)

Zie ook:

donderdag 16 mei 2019

Het vaste team freelancers achter de bestsellers van Tommy Wieringa, Paulien Corneliss en Rick Pastoor (Boekblad)

Een nieuw model in de uitgeverijwereld: een vast team van een freelancers dat wordt ingehuurd door een schrijver. Harminke Medendorp, Maarten Richel en Ruth Bergmans hebben zo al vier top tien-hits gescoord.

Dat steeds meer auteurs in eigen beheer uitgeven is inmiddels bekend. En dat ze regelmatig succes hebben ook. Van Paulien Cornelisse tot Walter en Natalia Rakhorst (Project gezond), van Frank Krake tot David de Kock & Arjan Vergeer (365 dagen succesvol) – de afgelopen jaren hebben selfpublishers nooit ontbroken in de Bestseller 60. Drie titels uit deze categorie haalden ook de top 100 bestverkochte boeken van 2018.
Minder bekend is dat een aantal auteurs werkt met een vast team: Harminke Medendorp voor redactie en uitgeefcoördinatie, Ruth Bergmans voor publiciteit en marketing en New Book Collective van Maarten Richel voor de distributie en sales. Zij zijn verantwoordelijk voor de bestsellers van Paulien Cornelisse (De verwarde caviaen Taal voor de leuk), Tommy Wieringa (Dit is mijn moeder) en Rick Pastoor (Grip – het geheim van slim werken). Dat op al deze boeken een andere uitgeverijlogo staat, is vanzelfsprekend, maar vertelt niet het hele verhaal. Ook omdat zij niet op factuur- maar op royaltybasis werken.
Half februari waren ze met zijn drieën naar een optreden van Paulien Cornelisse in Londen gegaan om het succes van hun uitgaven te vieren – en om hun auteur daar te verrassen. Maar ook om nieuwe plannen te maken. Het succes en de onderlinge chemie is zo groot dat het zeker niet blijft bij deze titels. Al willen ze dáár liever nog niet over praten. Daarvoor bevinden de nieuwe projecten zich nog in een te pril stadium.

Hoe zijn jullie bij elkaar gekomen als zakenpartners?
Medendorp: 'Via Paulien Cornelisse, zou je kunnen zeggen. Zij was bezig met haar kantoorroman, die gewoon bij haar vaste uitgeverij [Atlas Contact, md] uit zou komen. Ze had wensen op productiegebied. Wilde ook meer zelf ondernemen, zoals ze dat gewend was te doen met haar theaterproducties. Maar ze kwam er niet helemaal uit met haar uitgeverij en besloot het heft in eigen hand te nemen. Dus toen vroeg ze aan mij, omdat ik al – door haar – was gevraagd om de redactie van De verwarde cavia te verzorgen: "Kan ik het zelf organiseren, denk je?" "Waarom niet?", reageerde ik, "ga het vooral onderzoeken." Daarop heb ik met haar nagedacht over het team dat je nodig hebt. En zo kwamen we uit bij Ruth voor de promotie en Maarten voor de distributie en sales.'

Jullie kenden elkaar natuurlijk al lang.
Richel: 'Natuurlijk. We zijn generatiegenoten, die alle drie lange tijd in dienst hebben gewerkt en daarna zelfstandig zijn geworden. Ruth werd zeveneneenhalf jaar geleden freelancer, Harminke vijf jaar geleden. En ik begon in het najaar van 2014 voor mezelf. Alleen niet als freelancer. In het begin zat ik hier met Joke de Witte en Dian van der Zande. Ik deed wel in mijn eentje de verkoop. Inmiddels zijn we bij New Book Collective met zijn zessen: vier mensen voor de verkoop, twee voor de promotie.'
Medendorp: 'We hadden alleen nog nooit met elkaar samengewerkt – ook niet bij de bedrijven waar we hiervoor in dienst waren. Ik benaderde Ruth omdat ik steeds hoorde dat zij de beste was in haar vak. En zij was freelance, dat was een voorwaarde. Maarten kwam er daarna bij. Distributie en sales waren nog de missing link.'

En toen jullie elkaar hadden gevonden?
Medendorp: 'Toen dachten we: volgens ons zijn we – samen met Paulien als schrijver en uitgever – compleet, laten we eens kijken hoe ver we komen. Natuurlijk waren we niet echt compleet. Je hebt een vormgever nodig, goede persklaarmakers en correctoren, een drukker, vertegenwoordiging in Vlaanderen. Maar die zijn allemaal in te huren. Wij bleken met zijn drieën, met onze intussen behoorlijk lange ervaring, een volledig uitgeefteam te vormen waarin iedereen elkaar heel goed aanvult – en we allemaal een relevant netwerk konden meebrengen dat aansluit op het netwerk en kennis van de schrijver. Het enige wat we niet kunnen bieden is het vertegenwoordigen van vertaal- en nevenrechten. Maar dan kunnen we schrijvers wel koppelen aan goede mensen. Zo heeft Marleen Seegers, die ik kende via mijn vorige baan bij Podium, voor Paulien de rechten van De verwarde cavia aan meerdere landen verkocht.'

Is de samenwerking meer dan drie keer jullie specialisme bij elkaar opgeteld?
Medendorp: 'Ik denk het wel. We kunnen over elke stap in het proces met elkaar klankborden. Ik maak de calculatie, maar overleg daarover vanaf het begin met Ruth en Maarten. Is dit genoeg marketingbudget? Of willen we na twee maanden een extra duw geven en is het dan slim om de schrijver aan te raden daar al geld voor te reserveren? Maarten en Ruth zijn ook goede lezers en geven zo feedback op mijn redactie. En zo bespreken zij weer hun pr- en verkoopplannen in de groep. Is dit de goede mediamix in de publiciteitscampagne? Welke acties doen we met de zelfstandige boekhandel en wat met een partij als AKO?'

Hebben jullie wel individuele contracten met auteurs?
Bergmans: 'Ja. Maar anders dan bij onze gebruikelijke opdrachten. Normaal werk ik op uurtarief en stuur ik een factuur. Voor dit en de andere projecten die we met zijn drieën doen, werken we op basis van een omgekeerd royaltymodel. De auteur die ook investeert, krijgt de volledige omzet. Wij ontvangen daar een percentage van.'
Richel: 'New Book Collective werkt sowieso met dit model. Wij zijn afhankelijk van de omzet van de uitgeverij die wij vertegenwoordigen. Voor impresariaten en theatermakers is het een gebruikelijk model. Voor mij is het enige verschil dat ik nu betrokken ben bij het maakproces van een boek. Vanaf het allereerste begin zelfs.'

Waarom kiezen jullie voor betaling achteraf?
Bergmans: 'Het is natuurlijk een risico. Maar wij gaan dat alleen aan als we in een project geloven. We weten ook wat we zelf kunnen bewerkstelligen. Het verdienmodel werkt daarbij als een soort toets, omdat het ons dwingt om serieus na te denken over de vraag: hoe groot kan het succes worden? Het maakt ons ook mede-ondernemer. En natuurlijk werken we allemaal heel hard voor onze opdrachtgevers, het is toch anders als je er zo met huid en haar in zit.'

Leverde de eerste vier boeken meer op dan wanneer jullie je gebruikelijke uurtarief hadden gefactureerd?
Medendorp: 'Ja. Maar vergeet niet dat we er al een, in het geval van Rick zelfs twee jaar werk in hebben gestoken voor we onze eerste inkomsten zien.'
Bergmans: 'Tegelijk is geld absoluut niet onze drijfveer, omdat we dit eigenlijk naast ons gewone werk doen. De drijfveer is het plezier. Ook bij de schrijvers, die eigenaar van hun creativiteit willen zijn. Dat merk je bijvoorbeeld als Tommy ons foto's stuurt van een top 10 in een winkel. Dat is niet het plezier van een schrijver, maar dat van een uitgever.'

Beviel de onderlinge samenwerking meteen bij het eerste project?
Bergmans: 'Absoluut. Het grappige was dat we elkaar heel weinig hebben gezien. Het contact liep vooral via appen en bellen – Harminke en ik zijn door dit interview ook pas voor de tweede keer op het kantoor van Maarten. Maar het liep allemaal zo gesmeerd.'
Medendorp: 'Dit eerste project werkte ook goed omdat Paulien ervaring heeft als creatief ondernemer. Ze is gewend om tijd en geld te investeren. Daardoor waren we in staat om meteen serieus in te zetten, ook al was het onze eerste project. Het was spannend wat De verwarde cavia zou gaan doen. Een roman over een cavia op kantoor is iets totaal anders dan een taalboek. Maar dankzij haar lef konden we er echt voor gaan.'
Bergmans: 'En toen sloeg de cavia aan. Het boek haalde de top 10 van de Bestseller 60. Het kreeg een nominatie voor de NS Publieksprijs. En het ging maar door. Dus toen we een onverwachte evaluatie hadden – ik was bevallen en Harminke en Maarten kwamen op kraamvisite – dachten we snel: dit smaakt naar meer. Wat zouden we nog meer kunnen doen?'
Medendorp: 'We hebben alle drie onze eigen bedrijven, waar we voldoende werk en veel plezier aan ontlenen. Er was geen noodzaak om verder te gaan. Maar wij hebben zo'n goede chemie. Het is een feest om met elkaar te werken. Het zou zonde zijn om zoiets unieks niet voort te zetten.'

Hebben jullie daarop actief gezocht naar nieuwe projecten?
Bergmans: 'Dat ging heel organisch. Op het moment dat we bedachten hoe superleuk het zou zijn om het nog eens te doen, kwam Rick Pastoor via Harminke op ons pad.'
Medendorp: 'Ik begeleid freelance de boeken van De Correspondent. Dus toen Rick aan mede-oprichter Ernst-Jan Pfauth vroeg of hij een redacteur kende, kwam hij bij mij terecht. Ik was enthousiast over zijn idee. Vervolgens bleek halverwege het gesprek dat hij Gripin eigen beheer wilde uitgeven, met een team professionals. Ik was verrast, maar besefte later hoe goed dat past bij dit boek, waarin hij uitlegt hoe je je doelen kunt vaststellen om iets voor elkaar te krijgen. Het zelf uitgeven is een logische uitkomst van het boek. Dus zei ik direct: dan weet ik wel een team voor je. Overigens had Rick eerder met een uitgeverij gesproken, maar dat leidde niet tot een samenwerking.'
Bergmans: 'Dat was voor ons echt het moment om in het diepe te springen. Rick was anders dan Paulien nog voor het publiek onbekend. Zijn boek was zeker nog niet af, en het was in een genre – management – dat ons niet automatisch als een handschoen paste. Maar we hadden hem ontmoet, we werden enthousiast van zijn verhaal, en besloten het avontuur aan te gaan.'
Richel: 'Tommy Wieringa kwam niet veel later via mij. Omdat ik met hem rugby, praatten we wel eens over het boekenvak. Ik had hem ook een keer uitgelegd hoe we dat deden met Paulien. Een keer langs de zijlijn, biertje in de hand, kijkend naar de volgende wedstrijd. Daar is het plan voor Dit is mijn moeder uit voortgekomen. Harminke kende hij al, omdat zij zijn redacteur was van de novelle die hij bij Hollands Diep uitgaf. En Ruth werd het logische derde puzzelstukje.'
Bergmans: 'En nu is het niet zo dat we worden bedolven onder de ongevraagde manuscripten of zo, maar we worden zeker benaderd.'

Is jullie manier van werken geschikt voor iedere schrijver?
Richel: 'Onze drie auteurs zijn allemaal heel andere types. De enige overeenkomst is: ze wilden dit echt. Ze wilden niet alleen maar schrijver zijn, ze wilden hun boek ook uitgeven – en zich dus pro-actief bezig houden met alle facetten van het uitgeven. Denk aan kwesties als: wat zijn de prijzen en verschillen tussen alle soorten papier?'
Bergmans: 'Dat merkten we zo goed aan Tommy en Paulien: ze hadden allebei echt zin in het avontuur. Het is dan leuk om te zien hoe ze allebei met jaren uitgeefervaring, er anders mee omgaan dan Rick, die die ervaring niet heeft en zelfs in eerste instantie digitaal denkt. Hij stelt heel andere vragen, die ons doen nadenken over dingen die we eigenlijk vanzelfsprekend vinden, maar hij wil even sterk greep houden op het proces.'

Zijn het ook types die geen tegenspraak meer dulden?
Bergmans: 'Integendeel. Het is ook een voorwaarde om samen te kunnen werken: dat we alles – zij het respectvol – tegen elkaar kunnen zeggen. Anders is het onverstandig voor schrijvers om met ons te werken. Als hij of zij onze adviezen niet wil, kan hij het uiteindelijk maar beter zelf doen. Er zijn natuurlijk wel eens discussies, maar dan is het altijd: "onderbouw het maar". Die discussies dwingen ons allemaal om goed na te denken over ieder aspect van het uitgeefplan.'

Wat is het essentiële verschil tussen een uitgeverij en jullie drie als uitgeefteam?
Richel: 'Dat de schrijver de baas is. Hij investeert. En wat is gebruikelijk als iemand investeert? Dat hij de controle heeft en een mooi resultaat wil. Normaal is dat de uitgeverij, nu de schrijver.'
Medendorp: 'De schrijver is de captain van ons team. En die rol levert hem een transparantie op die hij zeer waardeert. Ik denk dat we dat zelfs dat we de kracht daarvan nog hebben onderschat. Elke stap in het uitgeefproces ligt open en bloot op tafel. Vanuit onze expertise adviseren wij de schrijver, maar hij hakt de knoop door.'

Kun je daar voorbeelden van geven?
Medendorp: 'Paulien heeft heel specifieke wensen voor het omslag. Het papier van Taal voor de leuk heeft een tweed-structuur. Dat is fors duurder. Maar zij kan helemaal zelf bepalen hoeveel geld zij daaraan uitgeeft. Tommy heeft een lievelingspersklaarmaker. Omdat diegene ook freelancer is, konden wij hem inhuren. Althans, dat deed Tommy; wij bemiddelen daar voor hem in en regelen het. Hetzelfde gold voor zijn vormgevers: Brigitte Slangen voor het omslag, Martien Frijns voor het binnenwerk en Floris Tilanus voor het logo van zijn uitgeverij. Hij kon met zijn lievelingsteam werken. En Rick wil de e-boekversie van Grip – een boek dat bedoeld is om mensen te helpen om hun werk en dromen te realiseren – gratis ter beschikking stellen aan non-profitorganisaties. Omdat hij graag mensen vooruit helpt. Binnen een week was het geregeld.'

Toch heb je een heel spectrum tussen de manier van werken van jullie en die van een uitgeverij. Denk aan Bertram + de Leeuw die kosten en baten deelt met de auteur.
Richel: 'Het is een glijdende schaal. Vroeger had je alleen het klassieke uitgeefhuis. Er zijn nu veel meer modellen om een boek naar de lezer te brengen. Maar het blijven wel allemaal uitgeefhuizen. Wij zijn dat niet. Wij hebben geen kantoor of overhead. Wij hoeven geen fonds of oeuvre te bouwen. We hoeven geen titels te doen om een catalogus te vullen. Wij werken puur projectmatig: titel voor titel. Projecten waarvan de schrijver de uitgever is.'

In het algemeen kun je wel stellen dat uitgevers steeds meer zeggenschap aan hun auteurs geven.
Medendorp: 'Ja. Dat komt doordat het netwerk van schrijvers steeds belangrijker wordt voor uitgevers. Schrijvers hebben een nog grotere rol gekregen in de promotie van hun werk. Je ziet dat schrijvers mede daarom ondernemender zijn geworden, wat wordt soms versterkt door het feit dat ze minder met hun boeken zijn gaan verdienen en daardoor voor meer opdrachtgevers werken. De uiterste consequentie van dat groeiende ondernemerschap is dat zij kiezen voor een model dat wij bieden. Maar je ziet ook dat steeds meer uitgeverijen tegemoet komen aan de ondernemingslust van schrijvers, door meer in gesprek te gaan over het uitgeefproces en schrijvers er meer controle over te geven.'

Zoals Atlas Contact doet door schrijvers toegang te geven tot hun verkoopgegevens bij CB? Of Pluim die een schrijverscoöperatie sticht?
Bergmans: 'Bijvoorbeeld. Hoe meer transparantie een uitgever biedt, hoe beter het is in ieder geval. Dat hebben wij wel gemerkt. Onze schrijvers kunnen ook zelf bij CB zien hoeveel exemplaren zij bij welke boekhandel hebben verkocht tegen welke korting. Daar zijn ze heel blij mee.'

Werken meer auteurs op een vergelijkbare manier als jullie auteurs met jullie?
Richel: 'Dat weet ik niet zo goed. Er zijn zeker meer auteurs die het zelf doen natuurlijk. Sonja Bakker. Fajah Lourens. Nanda Roep. Maar ik weet niet precies hóé zij het hebben aangepakt. Misschien komt Frank Krake het dichtst in de buurt. Hij had hetzelfde uitgangspunt als Paulien: hij wilde het graag zelf doen, wist dat hij niet alles kon en bedacht toen welke kennis hij moest inhuren. Ik heb veel bewondering voor zijn aanpak. Maar ik geloof niet dat er zo'n vast team bestaat als wij nu vormen?'

Wat zegt de groei van selfpublishing over de ontwikkeling in het vak?
Richel: 'Dat het vak enorm in beweging is. Zoals Anne Schroën [directeur KBb, md] in het vorige nummer van Boekblad zei: er is de afgelopen vijf jaar meer veranderd dan de vijfentwintig jaar daarvoor. Dat geloof ik ook. De klassieke uitgeverij is niet meer het goede model om uit de kosten te kunnen komen. Daarom is iedereen bezig het bedrijfsmodel flexibel te maken. En omdat iedereen andere oplossingen kiest, is er enorm veel variatie. Wat wij bieden is maar één van de oplossingen die zijn ontstaan.'
Medendorp: 'Dat denk ik ook. Toen ik twintig jaar geleden bij een uitgeverij ging werken, leerde ik calculeren. Toen ik vijf jaar geleden wegging, hanteerden we nog steeds dezelfde calculatiemodellen. En nu is dat aan het bewegen. Er is ook niet meer één werkwijze. Zo geeft Rick zijn boek enerzijds op een, laat ik zeggen traditionele manier uit, maar is hij tegelijkertijd een jaar voor verschijnen nieuwsbrieven over zijn onderwerp gaan versturen om zo mensen te interesseren en pre-orders te werven. Je ziet overal dat soort experimentele combinaties. Ook zie je schrijvers als Tommy die én hun uitgeverij trouw blijven én af en toe een boek elders uitbrengen. Heel interessant allemaal. Ik heb wel eens uitgevers horen verzuchten dat het vroeger leuker was. Nou nee. Het wordt alleen maar leuker en dynamischer.'
Bergmans: 'Het is ook niet voor niets dat wij als freelancers zo veel werk hebben. Uitgeverijen willen flexibeler werken en huren meer mensen van buiten in. Wat wij doen, had daarom tien jaar geleden ook niet gekund.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, mrt 2019)

zaterdag 16 maart 2019

Jack van Weimar: winnen Indie Boekprijs helpt tegen noodgedwongen onzichtbaarheid (Boekblad)

Jack van Weimar kreeg vorige week de allereerste Alice Indie Boekprijs in de categorie fictie voor Palimpsest– een thriller over 'de geheime oorsprong van de islam'.

Wat betekent deze prijs voor 'het beste onafhankelijk uitgegeven boek' voor u?
'Best veel. Vanwege het onderwerp van het boek blijf ik zelf het liefst uit de openbaarheid. Ook de dienstverlener die het hele uitgeefproces heeft begeleid, houdt afstand. Daarom brengen we Palimpsest uit onder de naam Gabriel Publicaties. Dan sta je al 2-0 achter in de promotie. Ik kan niet eens via mijn Facebook-pagina vrienden en bekenden laten weten dat ik een boek heb geschreven. Deze prijs zorgt er dan voor dat er toch aandacht voor is. En: het is een blijk dat het wordt gewaardeerd om zijn literaire kwaliteit. De duizend euro prijzengeld is mooi meegenomen. Boeken uitgeven is duur.'

U heeft wel recensie-exemplaren kunnen sturen. Dat heeft ook effect gehad: op de site van Gabriel Publicaties staan veel goede recensies.
'Ja. Een goede vriend heeft me daarbij geholpen. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Algemeen DagbladNederlands DagbladHet Laatste NieuwsDe Limburger – ze waren allemaal erg enthousiast. Bij Bol.com kreeg het vijf sterren. Het boek verscheen in april vorig jaar en de eerste druk van duizend exemplaren is nu bijna weg. Of de Alice Indie Boekprijs daarbij helpt, weet ik nog niet. Ik krijg pas over een paar weken weer een overzicht.'

Hebt u wel geprobeerd Palimpsest bij een reguliere uitgever onder te brengen?
'Zeker. Een heleboel zelfs. Vooral uitgeverijen die het in het verleden hebben aangedurfd om controversiële boeken te publiceren zoals die van Richard Dawkins en Salman Rushdie. Maar ik kreeg geen antwoord of ze zeiden: er zit wat in, maar we durven het niet aan. Een thriller over de bronnen van de islam: daar zijn ze huiverig voor.'

Waarom heeft u dan zo'n thriller geschreven?
'Ik zat voor mijn werk in het Midden-Oosten. Ik merkte daar dat mensen die voor Al-Qaida of IS streden, hun waarheid ontleenden aan documenten uit het verleden. Ze namen de echtheid ervan voor ongelooflijk solide. Alles was letterlijk zo gebeurd. Toen ging ik me daar in mijn vrije tijd in verdiepen. Puur uit belangstelling las ik de laatste stand van zaken in de koranwetenschap. En wat blijkt dat? Het idee dat Mohammed, anders dan Jezus, voor honderd procent zeker het leven heeft geleefd zoals beschreven in de koran, is niet waar. Ik dacht: wat zou het mooi zijn – en ja, nu blaas ik hoog van de toren – als meer mensen dat zouden ontdekken. Zodat er net als in het christendom een soort verlichtingsbeweging door de islam zou gaan en alleen een positieve boodschap overblijft. Toen ontwikkelde zich daar langzaam een verhaal bij.'

En u wilde het zo graag uitgeven dat u dacht: dan maar zelf.
'Vooropgesteld: het schrijven was heel leuk om te doen. En dat lezers om mij heen enthousiast waren. Maar ik hoorde steeds vaker uit die kring: je móét het uitgeven. Een kennis had gewerkt met een selfpublisher. Die heb ik toen ook benaderd. Dat bedrijf heeft me geholpen bij het hele proces, maar durfde het niet aan de eigen naam eraan te verbinden.'

Was het leuk om zelf uit te geven?
'Ja. Uitgeven is een heel ander vak, maar wel een heel leuk vak, ontdekte ik. Opeens zit je midden in discussies over het ontwerp van covers. Dat soort dingen, erg interessant.'

Kon u het net zo goed uitgeven als een professionele uitgeverij zou hebben gedaan?
'Er zijn om precies te zijn 166 versies van dit boek geweest. Dit om aan te geven dat ik niet over een nacht ijs ben gegaan. Ik heb ook met een strenge redacteur gewerkt. Had ik een boek van 450 pagina's ingeleverd, waren daar – toen ik het terugkreeg – nog maar 300 pagina's van over. Dat was even slikken. Gelukkig ben ik vanuit mijn beroep wel iets gewend.'

Hoe heeft u de distributie en sales georganiseerd?
'De boeken liggen bij CB. Vervolgens hebben we allerlei partijen gemaild: Bol.com, Bruna, goede boekhandels. Nadat het in de pers goed werd besproken, liep het in sommige plaatsen hard. Vooral het grote stuk in De Limburger hielp enorm. Bij een boekhandel in Venlo lag Palimpsest in hun top vijf.'

U ervoer geen vooroordelen tegen in eigen beheer uitgegeven boeken?
'Ik weet dat die vooroordelen bestaan. Mijn vrouw is bibliothecaris. Als ze in de a.i. (aanschafinformatie, md) ziet staan: "onafhankelijke uitgeverij", gaat dat boek direct op de stapel "niet doen". Uitgeverijen worden ook overstelpt door boeken en geven dan nog veel uit. Dus van boeken die het bij hen niet halen, denk je snel dat het niet veel voorstelt. Maar dat is niet automatisch waar. Daarom vind ik het zo goed dat Schrijven magazine met deze prijs de aandacht vestigt op de beste boeken in deze categorie. Ik heb het gehaald van bijna honderd inzendingen. Daar word ik erg blij van.'

En wat kunt u de boekhandel bieden om het hen nog aantrekkelijker te maken om een prijswinnende thriller in de winkel te leggen?
'Lastig. Het probleem blijft dat ik niet op tv wil of kan komen signeren. Ik wil wel op de radio, maar wil mijn gezicht buiten beeld houden. Er is – toch wel tot mijn verbazing –  nog weinig ophef geweest. En het boek is al een jaar oud. Maar de Deense cartoons destijds bestonden ook al een jaar voordat de boel explodeerde. Dus ik wil niet in een situatie komen dat ik voortdurend achterom moet kijken. Dat is het me niet waard.'

En met inkoopkorting van vijftig procent?
'Ha ha. Met alle plezier, ja.'

woensdag 19 september 2018

Sweek start met publicatie eigen boeken (Boekblad)

Sweek, het platform voor social & mobiel lezen en schrijven, begint met het zelf uitgeven van boeken. Onder het label Sweek Originals verschijnt op 28 september de eerste titel: Moord in Zuid-Afrika van Arine Prins en Hugo Verkley.

Binnen een maand na publicatie van dit non-fictieboek waarin Prins vertelt over de moord op haar man Peet van Es, volgen nog twee boeken: de legal roman Pleite (5 oktober) en een non-fictieboek over een actuele moordzaak (12 oktober) – Sweek kan nog niet bekend maken over welke zaak precies. In november verschijnt bovendien tijdens de boekenbeurs van Guadalajara de eerste Spaanstalige Sweek Original.
'Het was altijd al de bedoeling om met de content die mensen op Sweek plaatsen zelf iets te gaan doen', legt directeur Peter Paul van Bekkum uit. 'Nu is dat een papieren en digitaal boek, maar dat kan ook een tv-serie, film of elke andere verschijningsvorm zijn. Dit waren de pareltjes waarmee we wilden beginnen.'
Toch vindt geen van de drie Nederlandstalige boeken zijn oorsprong op Sweek. Voor Moord in Zuid-Afrika werd het bedrijf rechtstreeks benaderd door Prins, waarna Van Bekkum een auteur zocht: Hugo Verkley (in 2014 nog winnaar van de Brave New Books Award). Pleite werd hem aangeboden door de auteur, een Rotterdamse advocaat die het pseudoniem Dallau hanteert. En het derde boek handelt over een actuele moordzaak die door een nieuwsmedium vijf jaar nauwgezet is gevolgd. 'Wel hebben we meerdere Sweek-talenten op het oog om in 2019 uit te geven.'
Bovendien heeft Van Bekkum voor Moord in Zuid-Afrika gesproken met een reguliere uitgeverij. 'Die wilde het graag uitgeven. Maar die had het in april of mei 2019 willen brengen. Zo werkt het boekenvak: lang van tevoren plannen om bijvoorbeeld de verschijningsdata goed op elkaar af te stemmen. Ik heb veel respect voor die werkwijze, maar in dit geval wilde ik daar niet op wachten. De moord, die veel in het nieuws is geweest, is nu actueel, net als de achterliggende onderwerpen: Plaatsmoorde en landonteigening van blanken in Zuid-Afrika.'
Het gaf Sweek de gelegenheid te experimenteren met zelf uitgeven. 'We doen alles zelf: van de productie – via de pod-faciliteiten van CB – tot de intensieve marketingcampagnes. Dat is best een gok, omdat wij de expertise nog niet hebben. Misschien kan die uitgever Moord in Zuid-Afrika naar grotere hoogte stuwen dan wij. Maar als ik zie hoe de boekhandel nu reageert, is het zeker geen kansloze strijd.'
Het boek uitgeven is ook niet het enige experiment. 'Wij gaan het boek ook integraal op Sweek zetten en willen actief de community erbij betrekken. Alleen: niet het hele boek in één keer, maar hoofdstuk voor hoofdstuk die allemaal gedurende een bepaalde tijdspanne zijn te lezen. Wie niet kan wachten op het vervolg, kan uiteraard het boek of het e-boek bestellen.' 
Met Sweek gaat het ondertussen goed, zegt Van Bekkum. 'We blijven gestaag groeien. We naderen een miljoen gebruikers, waarvan vijfendertig- tot veertigduizend in Nederland. We hebben inmiddels een aantal schrijfwedstrijd met uitgevers hier gedaan. Je kan niet zeggen dat nu opeens iedere uitgever een schrijfwedstrijd wenst, maar dat hoeft ook niet. Je moet niet te veel wedstrijden tegelijk hebben lopen. We werken wel voor 2019 aan een hele grote voor meerdere genres tegelijk. Ik kan nog niet zeggen met welke uitgever dat is.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 14 sep)

Zie ook:

vrijdag 27 april 2018

Tommy Wieringa geeft in eigen beheer uit (Boekblad)

Tommy Wieringa geeft begin volgend jaar in eigen beheer een verhalenbundel over zijn moeder uit: Dit is mijn moeder. Het is nadrukkelijk bedoeld als een eenmalig uitstapje.

Wieringa werkt voor de projectbegeleiding, redactie, marketing en publiciteit samen met hetzelfde team als Paulien Cornelisse, dat in 2016 met de kantoorroman De verwarde cavia de stap waagde naar het zelfstandig uitgeverschap. Redactie doet Harminke Medendorp, promotie Ruth Bergmans en marketing en sales New Book Collective.
De reden voor het avontuur is Wieringa's vriendschap met Maarten Richel, eigenaar van New Book Collective. Beiden spelen in Amsterdam samen rugby in het veteranenteam van Ascrum (met Richel als captain). Daar ontstond ooit het plan om een keer samen een boek te maken. 'Als onze samenwerking zo goed verloopt als op het veld, dan wordt het een fijn avontuur', aldus de auteur in het persbericht.
Volgens Richel zijn ze beide gestaag naar dit project gegroeid. 'We spelen al jaren samen en praten dan na afloop ook over boeken en uitgeven. Op een gegeven moment begon ik een bedrijf, hadden we het ook een keer over hoe Paulien Cornelisse het deed en zijn we langzaam naartoe gegroeid. Het is ook niet dat Tommy opeens zei: en nu heb ik iets voor je. Omdat Cornelisse succesvol was, hebben we ook heel bewust hetzelfde team samengesteld.'
Wieringa wil het persbericht niet nader toelichten, vertelt Bergmans. 'Ze wilden ooit dit plan, geboren uit vriendschap, uitvoeren, alleen maar omdat het leuk is. En nu hij zo met zijn moeder bezig is, leek dit het ideale moment. Zijn volgende grote roman verschijnt gewoon bij De Bezige Bij.'
Voor Wieringa is het zelfstandig uitgeven een uitstapje dat is te vergelijken met publicatie van De dood van Murat Idrissi, dat vorig jaar bij Hollands Diep verscheen. Wieringa zei destijds: 'Het gebeurt wel vaker dat schrijvers een uitstapje maken naar een andere uitgeverij. Ik wilde graag weer een boek bij Robbert [Ammerlaan, uitgever Hollands Diep] uitgeven, en het juiste moment daarvoor is nu.'
Dit is mijn moeder wordt een 'persoonlijk en levendig portret' van Wieringa's moeder, die in 2015 overleed. Hij onderzoekt 'de gecompliceerde verhouding tussen een moeder en een zoon, soms pijnlijk en soms hilarisch, en beschrijft en passant een paar paradijsvogels in haar hofhouding, onder wie een handvol natuurgenezers, een Nubische echtgenoot en een boeddhistische lama.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 23 apr)

Zie ook:
- Ook bestsellerauteurs geven nu zelf uit, afl. 1 en afl. 2

dinsdag 17 april 2018

Ploegsma zoekt met schrijfwedstrijd auteur voor detectiveserie (Boekblad)

Ploegsma zoekt met een schrijfwedstrijd een auteur voor een spannende detectiveserie voor kinderen van 9 tot 12 jaar. Eerdere ervaringen hiermee waren erg positief, aldus uitgever Martine Schaap.

De uitgeverij ziet in deze niche een gat in de markt. Ploegsma geeft zelf de detectiveserie Spekkie en Sproet van Vivian den Hollander uit voor kinderen vanaf een jaar of zes. Ook zijn er jeugdthrillers van auteurs als Mel Wallis de Vries beschikbaar voor kinderen van ten minste elf jaar. 'Voor de tussengroep is op dit gebied minder beschikbaar zegt Schaap. 'We krijgen regelmatig reeksen uit het buitenland aangeboden, maar die titels zijn voor Nederlandse kinderen weer niet zo herkenbaar.'
Het beste leek daarom zelf een auteur te zoeken, meende de uitgeefster. 'Auteurs uit onze stal zijn druk bezig met eigen series en onderwerpen. We zagen niet een, twee, drie één van hen dit doen. Vivian den Hollander geeft ook al haar detectivetalenten aan Sprekkie en Sproet. Daarom dachten we: laten we weer een wedstrijd uitschrijven. Dat hebben we twee keer eerder gedaan: in ik dacht 2009 en 2011. Met name de eerste keer was dat erg succesvol. We wilden toen boeken over hockey brengen, omdat zo veel meisjes hockeyen. Daar is de serie I love Hockey van Barbara Scholten uit voortgekomen. Hockeyhobbels en kunstgrasknieën was destijds de eerste titel.' 
De nieuwe wedstrijd werd eind maart aangekondigd. Tot nu toe zijn er een stuk of tien inzendingen binnen. Maar Ploegsma verwacht dat de grote bulk nog komt. Auteurs moeten er immers behoorlijk wat voor doen: een opzet maken, een synopsis van het eerste deel opstellen en de eerste 5000 woorden daarvan schrijven. Schaap: 'Maar de aandacht ervoor is groot. Het bericht op Facebook alleen al is – even kijken – 23.856 keer bekeken, 161 keer geliked, 80 keer gedeeld en heeft 112 reacties opgeleverd. Dat komt dus wel goed. Inzenden kan nog tot 1 juli.'
Hoewel een schrijfwedstrijd een goed middel is, begrijpt Schaap ook dat niet iedere uitgeverij het ieder half jaar inzet. 'Je moet het werk niet onderschatten. Je bent aardig wat tijd kwijt met jureren en iedereen feedback geven. We gaan niet corresponderen met de inzenders, maar die krijgen wel een uitgebreidere reactie dan inzenders van ongevraagde manuscripten.' Ook kost het de uitgeverij prijzengeld. Naast het voorschot van 1250 euro voor de winnaar, is er ook een tweede prijs (500 euro) en een derde prijs (boekenpakket ter waarde van 250 euro).
Toch is Ploegsma zeker niet de enige uitgeverij die schrijfwedstrijden uitschrijft. Andere werken echter samen met online schrijfcommunity Sweek, die juist zo veel mogelijk wedstrijden lanceert om haar gebruikers aan te sporen daadwerkelijk te schrijven en te publiceren. Zo zoekt momenteel uitgeverij De Crime Compagnie via Sweek een nieuwe thrillerauteur. Moon, de kinderboekenuitgeverij van Overamstel, maakt later deze maand bekend wie haar YA Contest op Sweek heeft gewonnen.
Waarom heeft Ploegsma niet voor deze weg gekozen? 'Sweek is meer een schrijf/lees community voor onderlinge feedback. En we vonden het leuk het bericht via onze eigen nieuwsbrief en FB pagina’s de wereld in te sturen. Gezien de eerdere ervaringen zijn we niet bang dat we te weinig inzendingen, of inzendingen van geringe kwaliteit zullen ontvangen', antwoordt Schaap.
Het uitbreiden van het fonds met een detectiveserie voor kinderen tussen 9 en 12 jaar is overigens niet ingegeven doordat WPG, het moederbedrijf van Ploegsma, onlangs Querido Kind aan Singel Uitgeverijen heeft verkocht. Schaap: 'Wij varen geen nieuwe koers. Het enige effect van de verkoop is dat we meer tijd hebben om nieuwe initiatieven te ontplooien. Maar wij hebben altijd van een breed aanbod aan boeken gehouden. Daar past deze serie prima in.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 12 apr)

zie ook: