dinsdag 24 september 2013

Schrijversacademie wil 600 tot 700 schrijvers per jaar opleiden (Boekblad)


De Schrijversacademie wil op termijn 600 tot 700 Nederlandse en Vlaamse schrijvers per jaar opleiden. De nieuwe schrijfopleiding onderscheidt zich van de concurrentie door vis-à-vis- en online-onderwijs te combineren.

De Schrijversacademie is opgezet door oud-directeur van de Schrijversvakschool Kees Spijker, hoofdredacteur van BOEK en secretaris van de AKO Literatuurprijs Jeroen Kans en opleidingsinstituut NTI. De eerste groep begint op 12 oktober in Amsterdam aan de twaalf maanden durende opleiding. Daar zijn inmiddels ‘bijna tien aanmeldingen’ voor, aldus Spijker gisteren tijdens de presentatie.
De Schrijversacademie positioneert zich naast schrijfopleidingen als de Schrijvers-vakschool en de schrijfopleidingen aan ArtEz (Arnhem) en Rietveld (Amsterdam). Maar waar die zijn gebonden aan een locatie, geeft de Schrijversacademie frontaal én online les. ‘Alleen op een locatie les - dat betekent dat je iedere keer vanuit, zeg, Coevorden naar Amsterdam moet,’ aldus Spijker. ‘Dat is al een barrière. Maar als je dan een paar keer niet kan – wat altijd gebeurt – haak je vrij snel af.’
Toch is het onderwijs niet exclusief online. Aan het begin en het einde van iedere opleiding komen de groepen bij elkaar. Kans: ‘Studenten leren ook van elkaar. Maar je deelt niet zo snel je werk met elkaar, als je elkaar van een klein fotootje op internet kent. Je deelt je creatieve werk met elkaar. Je stelt je kwetsbaar op. Het groepsproces werkt daarom alleen maar als je elkaar in het echt hebt gezien.’
Er bestaan verschillende online cursussen – onder meer van het tijdschrift Schrijven en het instituut. Maar dat zijn losse cursussen. De Schrijversacademie biedt acht volledige opleidingen: van romans schrijven tot redacteur worden. Naast tal van inhoudelijke modules, waarover een deelnemer maximaal 18 maanden mag doen, is er ook aandacht voor de schrijver als ondernemer.
De Schrijversacademie is niet de enige recente nieuwe schrijfopleiding. Querido is bijvoorbeeld gestart met de QueridoAcademie. NRC Handelsblad en Editio zijn samen ‘de eerste online creative writing academy’ begonnen. ‘Je bent nooit uniek’, reageert Spijker daarop. ‘Ideeën hangen in de lucht. Voor uitgeverijen speelt ook mee dat ze hun auteurs kunnen promoten [door hen te laten doceren], hen zinvol kunnen inzetten en misschien ook wat extra omzet willen genereren.’
Maar zijn ook meer mensen gaan schrijven? Spijker: ‘Er speelt een heel weefsel aan ontwikkelingen. Het is bijvoorbeeld makkelijker dan vroeger om een boek te laten maken in een kleine oplage. Dat stimuleert mensen om ook een goed boek te maken – en dan komen ze erachter dat ze eerst willen leren schrijven.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 19 sep)

Zie ook: Brave New Books een & twee

maandag 23 september 2013

In medias res beginnen (Schrijven)


Stel dat hier een paginalange beschrijving van de natuur stond: het ruisen van het bos, het gekwinkeleer van vogels, de inval van het licht? Waarna er langzaam werd ingezoomd op het hutje, verscholen in het lover, en de bewoners, die wakker werden, zich uitrekten en eindelijk opstonden? En dat ook het uiterlijk van de man en de vrouw minutieus werd beschreven?
Zou je dan ooit het punt bereiken waarop het eigenlijke verhaal begint? Waarschijnlijk niet. Intens verveeld zou je een ander boek hebben gepakt.
In de literatuur geldt daarom dat je in medias res moet beginnen. Ofwel: in het midden van de zaak. Horatius schreef in de eerste eeuw voor Christus al dat de ideale epische dichter niet ab ovo (letterlijk: vanuit het ei) begint, maar in medias res. Hij verwees daarmee naar Homerus, wiens – toen al eeuwenoude – Ilias begint bij de hoogoplopende ruzie tussen Achilles en Agamemnon, die zal leiden tot de climax van de inmiddels tien jaar voortslepende oorlog.
De meeste schrijvers zien hiervan doordrongen. Toch gaat het vaak genoeg fout. Dan begint het verhaal met een proloog met zinnen als: ‘Het bloed druipt van mijn voorhoofd, mijn hart bonkt als een wilde, ik heb me nog nooit zo angstig gevoeld. Als hij nu binnenkomt, ben ik er geweest. Ik moet maken dat ik weg kom. Hoe lang heb ik nog?’ Waarna het eigenlijke verhaal bij het begin begint.
Wat hier fout aan is, is het ontbreken van sympathie voor of identificatie met de hoofdpersoon. Als de lezer niet eerst met hem heeft meegeleefd, voelt hij ook geen spanning wanneer de hoofdpersoon in de problemen komt. Bovendien houden schrijvers van zulke prologen, die vaak voorkomen in thrillers, zo veel mogelijk vaag om zijn lezer later op het verkeerde been te kunnen zetten. Maar als deze niets weet – wie, wat noch waarom – laat die hele proloog hem koud.
In de openingsscène moet een schrijver direct de hoofdpersoon introduceren en het conflict aanduiden waarin hij verwikkeld is, zonder al te veel weg te geven. En dan vervolgens die lijn doorzetten. Dat wil zeggen dat je niet na een paar pagina’s alsnog ab ovo begint, maar dat je de voorgeschiedenis aan de hand van flashbacks in het verhaal verweeft. ‘Uitvouwend schrijven’, noemt RenateDorrestein dat in Het geheim van de schrijver.
Een mooi voorbeeld is Joe Speedboot van Tommy Wieringa. De eerste zin wekt interesse: waarom is de ik al ‘meer dan tweehonderd dagen van de wereld’? Daarna volgt in drie pagina’s de hele roman in een notendop: de verlamming van Fransje Hermans, zijn levenslust versus de burgerlijke onmacht van zijn familie, en de nieuwe dorpsbewoner met zijn raadselachtige naam aan wie Fransje zich zal optrekken.
De openingsscène hoeft niet lang te zijn. TomLanoye heeft in Het goddelijk monster een paar zinnen nodig: dat Katrien Deschryver haar man per ongeluk heeft neergeschoten en dat dat typisch iets voor haar is, is intrigerend genoeg om alles van haar te willen weten. De openingszin van Tolstojs Anna Karenina (‘alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, alle ongelukkige gezinnen zijn ongelukkig op hun eigen wijze’) is zo krachtig en origineel dat je in de huiselijke beschrijvingen daarna direct bewijzen wilt zoeken.
Uiteraard bestaan er geweldige romans die niet ‘in het midden’ beginnen. Madame Bovary van Gustave Flaubert opent met een levensbeschrijving van Charles Bovary. Hij schetst eerst het contrast waartegen Emma later des te scherper afsteekt. De procedure van Harry Mulisch start met een stug hoofdstuk vol filosofische en fysische termen, juist om de toevallige lezer van zijn boek te prikkelen.
Alles kan – zolang je de lezer maar bij direct de lurven pakt. Een pakkende stijl, zoals in het geval-Flaubert, kan genoeg zijn. Daarom zijn er ook uitstekende romans met een proloog zoals hierboven beschreven. Een recent voorbeeld is Straus Park van P.B. Gronda, dat begint met een vrijpartij voor hij ab ovo aan zijn verhaal begint. Die vrijpartij is zo stomend en vol tegenstrijdigheden dat hij de lezer nieuwsgierig maakt naar deze man en vrouw.
(Eerder gepubliceerd in Schrijven 3, 2013 - het grote dogma-nummer)

zondag 22 september 2013

De boekenapotheek: Joost de Vries en Arjen Lubach gaan de mentale stagnatie tegen


Leid je aan verveling, nostalgie of wanhoop? Het lezen van literatuur kan iedere klacht genezen. Aflevering 4 in een serie voorpublicaties uit De boekenapotheek, dat in oktober 2013 bij uitgeverij Podium verschijnt.
Mentale stagnatie
Clausewitz – Joost de Vries
IV – Arjen Lubach

Net zoals het lichaam hebben ook hersenen regelmatig oefening nodig om in vorm te blijven. Als die van jou door te weinig gebruik – of door een intensieve omgang met mensen die hun hersenen te weinig gebruiken – al kraken bij een sudoku voor beginners, heb je een mentale defibrillator nodig: boeken met een hoog puzzelgehalte. Dit type boeken heb je in twee varianten: de literaire breinbreker en de thriller.
De debuutroman Clausewitz van Joost de Vries behoort tot de eerste categorie. Hoofdpersoon Tim Modderman zoekt zijn literaire held: de mysterieuze Ferdynand Lefebvre, over wie hij een proefschrift schrijft. De speurtocht naar de kluizenaar voert hem langs uitgerangeerde dichters, hysterische feministes van de oude stempel en doorgedraaide academici.
Wie is Lefebvre en wie zijn de mensen die hem vroeger gekend hebben? Lefebvre bezit eigenschappen van uiteenlopende auteurs als A.F.Th. van der Heijden en Hermann Hesse. Maar ook de personen die Modderman raadpleegt lijken verdacht veel op bekende figuren uit de wereld van cultuur, politiek en wetenschap. De kracht van deze schitterend geschreven roman is dat hij je verleidt om, met behulp van slechts een paar aanwijzingen, te raden wie wie is. Clausewitz biedt de lezer zijn eigen speurtocht.
In de spannende thriller IV van Arjen Lubach gaat het niet om de verwijzingen naar de werkelijkheid buiten het boek, maar om de raadsels van het verhaal zelf. Centraal staat een staatsgeheim, waarvan de onthulling verregaande gevolgen kan hebben. Een emeritus hoogleraar middeleeuwse schriftcultuur had het bijna ontrafeld, maar moest dat met de dood bekopen. Zijn dochter Elsa, wiskundige, gaat na zijn dood vastberaden verder met de zoektocht.
Wat is dat schokkende geheim? Elsa krijgt steeds nieuwe aanwijzingen in de vorm van puzzels die haar vader heeft achtergelaten. Daarmee stelt Lubach zijn lezers voor de uitdaging om sneller dan Elsa de waarheid te achterhalen. In alle rust, want anders dan Elsa word je niet achtervolgd door politie en misdadigers. Hoe meer je weet van de Nederlandse geschiedenis, hoe groter de kans op succes.
Aan welk boek je de voorkeur geeft is afhankelijk van je smaak, maar De Vries en Lubach zullen je stilstaande geest weer in beweging krijgen.

Zie ook aflevering 12 en 3 van deze reeks voorpublicaties en deaankondiging van het boek


zaterdag 21 september 2013

Christophe van Gerrewey, 'Trein met vertraging'


Het debuut van Christophe van Gerrewey beviel me niet (zie hier). Trein met vertraging, zijn onlangs verschenen tweede roman, juist wel.
Van Gerrewey volgt een aantal personages tijdens een treinrit van Oostende naar Antwerpen Centraal, die ergens bij Gent om onduidelijke redenen een half uur vertraging oploopt. Sommigen reizen het hele traject mee, sommigen stappen ergens op of juist uit. De meeste personages zijn reizigers, een is een conducteur – of ‘treinbegeleider’, zoals dat bij de Belgische spoorwegen heet.
Het is mooi hoe de auteur alle ervaringen van het treinreizen, mij heel goed bekend (ook op het beschreven traject), in zijn roman heeft verwerkt. Van de ergernis om vertragingen – groter naarmate je aanwezigheid op de plaats van bestemming dringender is – tot het al dan niet versluikt staren naar vrouwen elders in de coupé. De irritatie over het holle geklets naast je. Het mijmeren over het uitzicht. De alomtegenwoordige gsm’s. Enzovoort.
Trein met vertraging is echter vooral mooi omdat de reis een metafoor is voor onderweg zijn in je leven – of juist niet. De twee belangrijkste personages zitten vast in hun leven. Een jonge vrouw (Roos) heeft een relatie verbroken. Een man (Dirk) prutst aan een artikel dat is geweigerd. Net zomin als ze weten waarom de trein stil staat, krijgen ze geen vat op de oorzaak van hun blokkade.
Hoe moeten zij nu verder? Van Gerrewey geeft een elegant antwoord op deze vraag, dat ik aan toekomstige lezers van deze roman laat om zelf te ontdekken.

Of ben ik als lezer verplicht de metafoor te analyseren? Ergens in deze roman (p.42-47) klaagt Dirk over het onvermogen en de onwil van lezers om na te denken en te interpreteren. Mensen zetten plusjes of minnetjes bij wat ze lezen – of beluisteren of zien of meemaken – en dat is het dan. Wat een tekst hen zou kunnen leren over de wereld of henzelf, hoe weinig ook, doet niet meer ter zake.
Ongetwijfeld deelt Van Gerrewey deze opvatting. En ongetwijfeld vond hij mijn beknopte bespreking van zijn debuut een archetypisch voorbeeld van deze vorm van literatuur ondergaan. Ik haakte af om de stijl en om het in mijn ogen pretentieuze gezeur van de personages over onbenullige bijzaken. Ik ging niet in op wat de schrijver in dit boek aan de orde wil stellen.
Toch blijf ik bij wat ik toen schreef: wat doet de inhoud van een roman ertoe als het lezen van dat boek vervelend is? Hoe particulier die ervaring van verveling ook is en hoezeer een recensie van een boek dan ook een getuigenis wordt. Ik hecht nu eenmaal meer waarde aan het esthetische genoegen dat het lezen van een roman mij biedt dan wat die roman mij te leren heeft.
En ja, het genoegen dat ontbrak bij Van Gerreweys debuut, kreeg ik wel van Trein met vertraging. Door de ingenieuze vorm. Door de originaliteit. Door de herkenning als mede-treinreiziger. Door de stijl, die soms al te precies en daardoor wat omslachtig is, maar toch iets aantrekkelijks houdt – veel meer dan het eerdere boek. En ook de diepgang, waarvan het aanvoelen voor mij genoeg is.

vrijdag 20 september 2013

Steeds meer boekhandels worstelen met een verlaagde kredietlimiet (Boekblad)


CB stelt zich strikter op in het hanteren van een kredietlimiet. De distributeur moet wel nu de financiële gezondheid van veel boekhandels is teruggelopen. De vraag is: worden de getroffen boekhandels – zo’n vijfentwintig in totaal – in het ondernemen gehinderd? Sommige boekverkopers zeggen: ja. CB is het daar niet mee eens.

Een boekhandel met een te lage kredietlimiet mist omzet. Dat is zonneklaar, vindt een boekhandelaar, die anoniem wil blijven. Sinds CB eerder dit jaar het bedrag verlaagde waarvoor hij op krediet kan inkopen, vertelt hij, heeft hij niet meer alle gewenste titels op voorraad. Kan hij niet meer alle toptitels in stapels neerleggen. En klanten beloven dat hij hun bestellingen snel in huis heeft, heeft hij opgegeven: als hij tegen zijn limiet zit, moet hij soms te lang wachten op levering.
Om een aantal redenen vindt hij deze ontwikkelingen erg zuur. Een fysieke boekhandel moet zich onderscheiden van een internetboekhandel door het persoonlijke contact met de klant. Maar hij wordt daarin beperkt, terwijl internetboekhandels zelden uit voorraad leveren: een partij als Bol.com koopt de meeste titels pas in als een consument die heeft besteld. Ondertussen stapelen de boeken zich op in de magazijnen van CB. Maken ze niet meer kans om lezers te vinden als ze in de boekhandel liggen?
Juist Nederlandse uitgeverijen hebben last van de te lage kredietlimiet, vertelt de boekverkoper. CB levert uit op volgorde van de numerieke code van fondsen. Daardoor krijgt hij eerst Engelstalige boeken geleverd (Volgens CB gebeurt dit echter sporadisch). Juist de Nederlandse boeken blijven liggen als hij zijn grens heeft bereikt. Gelukkig springt een aantal uitgevers bij: zij leveren hem rechtstreeks of nemen het risico bij CB over. Bij een van de fondsen leidde dat tot een verviervoudiging van de omzet in zijn winkel.

De laatste paar maanden circuleren in het vak steeds vaker verhalen over een verlaagd kredietlimiet bij CB en de gevolgen daarvan. Het zijn er genoeg om directeur Michael van Everdingen van de Koninklijke Boekverkopersbond (KBb), te bewegen om het onderwerp aan te kaarten bij CB-directeur Hans Willem Cortenraad. Maar het gaat ook niet om zó veel boekhandels, zegt CB. Op 3400 geregelde debiteuren in Nederland en Vlaanderen spreekt de distributeur momenteel naar eigen zeggen met circa 25 klanten over een kredietlimiet. Bij ongeveer 15 boekhandels gaat het om een verlaging van die limiet en bij nog eens een tiental ondernemers is er een gat tussen hun behoefte aan limiet en het bedrag waarvoor Coface, sinds medio vorig jaar de kredietverzekeraar van CB (nadat Interpolis uit de detailhandel stapte), garant wil staan.
Dat aantal is meer dan in het verleden, geeft CB toe. Dat is logisch. In de tijd dat de markt groeide, boekte bijna iedereen omzetgroei en winst. Moest het krediet omhoog? Het was doorgaans geen probleem. Maar nu bevindt het vak zich al een aantal jaar in crisis. Dat heeft gevolgen voor de financiële gezondheid van boekhandels. Ook gezonde boekhandels hebben steeds minder vet op hun botten. Er komt voor steeds meer boekverkopers een moment dat CB aan de bel trekt.
De distributeur is sinds begint dit jaar strikter geworden over kredietlimieten. Ingegeven door het verhoogde risico op faillissementen trekt CB direct aan de bel zodra het een signaal ontvangt dat een boekhandel mogelijk in problemen komt. De tijd van coulance is voorbij. Vierentwintig uur te laat betalen en CB belt de ondernemer op. Dat is de ‘veranderde aanpak kredietverzekering’, waarover het jaarverslag 2012 van CB rept.
‘We moeten wel zo streng zijn,’ licht Cortenraad toe. ‘Het gaat niet om ons eigen geld, maar om dat van de uitgevers. We hebben nu een dekkingsgraad van negentig procent als het gaat om de garantie op betalingen. Dat is een mooi percentage in vergelijking met andere branches. Maar eigenlijk moet het naar honderd procent. Het gebeurt wel dat we grote bedragen moeten afschrijven – ruim 3 miljoen euro, toen Selexyz failliet ging – maar we moeten zo veel mogelijk incasso realiseren.’

Hoe logisch ook dat CB steeds vaker kredietlimieten verlaagt, het geeft wel aanleiding tot irritatie bij getroffen boekverkopers. Zo zou de verlaging simpelweg per mail opgelegd worden. En omdat CB een quasi-monopolie heeft, dat door het verdwijnen van Libridis nog groter is dan twee jaar geleden, heb je de voorgestelde limiet maar te slikken. Bij een opkomende partij als Veldboeket kan een boekhandel wel van alles, maar niet alles inkopen.
Volgens Cortenraad is het één keer fout gegaan met de communicatie. In alle andere gevallen heeft CB vanaf het eerste signaal herhaaldelijk contact met de boekhandel in kwestie. Daarbij biedt CB de ondernemer, die vaak niet voldoende kennis over zijn eigen financiële situatie heeft, hulp aan om daar verbetering in aan te brengen. Een kredietverlaging is nooit een dictaat, zegt Cortenraad, al zegt hij te beseffen dat het nieuws – omdat het slecht nieuws is – wel zo over kan komen.
CB verlaagt het krediet echter nooit in één keer. Cortenraad geeft als een voorbeeld een boekhandel waarvan de limiet terug moet van 70.000 naar 40.000 euro. CB bouwt dat af met 250 euro per week. Het duurt 30 maanden voordat de nieuwe limiet is bereikt. Coface – die CB overigens tot een bepaalde omzet zelf de limiet laat vaststellen – verzekert in dit specifieke geval nu al 40.000 euro. Het risico op het verschil is al die tijd voor CB. Zo zoekt de distributeur iedere keer naar een regeling.
Ook die geluiden, dat CB zich constructief opstelt, hoor je in het vak. De KBb, die geen gevallen zegt te kennen waarin CB niet goed overlegt, zit eveneens op die lijn: het is alleen maar goed voor de boekhandelaren dat CB er zo strikt op zit, vindt de branchevereniging, want dan ziet de boekhandel tijdig dat hij in de gevarenzone zit. In de dagelijkse drukte heeft een boekverkoper niet altijd de benodigde aandacht voor het managen van risico’s.

De getroffen boekverkopers vragen zich eveneens af of CB niet alle boekhandels gelijk moet behandelen. Waarom wordt hun limiet verlaagd en die van andere boekhandels niet? CB wijst erop dat iedere klant uniek is en dat het bedrijf uitsluitend reageert op het betaalgedrag en de cijfers van klanten. Daarbij wordt geen enkele partij op wat voor manier dan ook voorgetrokken.
Zou CB anderzijds ruimhartiger moeten zijn met limieten om boekverkopers in staat te meer te ondernemen, juist in deze tijden van crisis? ‘Ik kan wel zeggen dat ik het met die redenering eens ben,’ reageert Cortenraad, ‘maar noem mij een boekhandel waar wij de duimschroeven zo hard hebben aangedraaid dat die is beperkt in zijn mogelijkheden.’ In tegenstelling tot de anonieme boekhandelaar uit het begin zegt hij: ‘Er is geen boekhandel gekort in zijn levering omdat zijn limieten zijn teruggedraaid. Maar wij hebben geen ruimte om onze ogen dicht te knijpen. Het gaat om geld van uitgevers.’
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine 8, 2013)

Zie ook: