donderdag 23 augustus 2012

Unibet: Nolens en Nooteboom grote kans op Nobelprijs (Knack)


Vijfentwintig keer de inzet. Dat keert wedkantoor Unibet uit als Leonard Nolens op 1 oktober de Nobelprijs voor literatuur krijgt toegekend. Cees Nooteboom is een nog grotere kanshebber.

Daarmee gooit de Vlaamse dichter hoge ogen bij de eerste bookmaker die zijn quotering bekendmaakte. In het voorjaar maakte de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde bekend dat het Nolens samen met Nooteboom had voorgedragen – als een van de honderden namen die de Zweedse Academie ieder jaar binnenkrijgt. Volgens Unibet was dat dus helemaal geen vreemde keuze.
Nolens was nooit eerder in beeld bij wedkantoren. Met zijn quotering nu staat hij gelijk op de gedeeld twaalfde plaats in het lijstje favorieten. De grootste kanshebber is volgens Unibet de Chinese auteur Mo Yan (6,5/1), gevolgd door Haruki Murakami (8/1) en Cees Nooteboom (10/1). Ook internationale sterren als Philip Roth, Umberto Eco, Ismail Kadare en Alice Munro doen het goed, net als de verrassende Andrea Camilleri en Chimamanda Ngochi Adichie.
Ook de lage uitkering bij een Nobelprijs voor Nooteboom doet de hoop opleveren dat de Nederlandstalige literatuur voor het eerst de prestigieuste literaire prijs ter wereld kan winnen. De inmiddels 79-jarige auteur prijkt al jaren op de lijsten van bookmakers, maar nooit eerder zo hoog. Zo had Ladbrokes hem vorig jaar op twee dagen voor de bekendmaking op 33/1 staan.
De quoteringen van Unibet, die tot 1 oktober nog vaak zullen veranderen, zijn hier bij te houden.
(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 22 aug 2012)

UPDATE Ook Ladbrokes heeft zijn Nobelprijs-quotering bekend gemaakt. Die wijken weinig af van Unibet. Ook bij deze bookmaker Cees Nooteboom hoog: op de gedeeld tweede plaats (met 12/1) en Nolens op 25/1. Opvallend: Herman Koch staat op deze lijst, zij het dat de kans niet groot wordt ingeschat dat hij de prijs krijgt gezien zijn quotering: 66/1.

dinsdag 21 augustus 2012

Uitgevers over het beginnen van een zelfstandige uitgeverij (Boekblad)


Geen tijd meer verliezen aan het grotere geheel

Ieder jaar verlaten uitgevers en redacteuren een groot bedrijf om hun zelfstandige uitgeverij op te zetten. Sinds dit jaar geven Sander Knol (Xander Uitgevers), Marie-Anne van Wijnen (De Kring) en Pieter Rouwendal (Brevier)uit voor eigen risico. ‘Je kunt alles doen zoals jíj het wilt’, vindt Sander Knol.

‘Ik zie niet in wat het nut is van het samenvoegen van uitgeverijen’, zegt Pieter Rouwendal. ‘Als je al die bedrijven met zoveel verschillende kleuren en achtergronden bij elkaar brengt in één mega-uitgeverij, krijg je een grote grijze massa. Terwijl je als kleine zelfstandige een eigen kleur en identiteit kunt vasthouden, zodat je meer herkenbaarheid in de markt hebt. Dat is belangrijk om je uitgaven onder de aandacht te brengen. Ook lijdt een mega-uitgeverij aan omzetdwang, waardoor kleine titels voor een kleiner publiek in het gedrang komen.’
‘De setting van een concern beviel mij wel’, vertelt Sander Knol. ‘Er zijn allerlei faciliteiten en vastigheden. Als je er werkt, denk je dat uitgeven niet zonder kan. Maar als je erover nadenkt, is dat eigenlijk niet zo. Wat is de essentie van uitgeven? Acquisitie, auteursmanagement, titels in de markt zetten. Daar heb je echt geen concern voor nodig. En omdat ik zeker de laatste drie jaar eerlijk gezegd niet zo veel plezier bij concerns meer had, dacht ik nu: ik ga verder zonder.’

Een eigen uitgeverij beginnen is van alle tijden – of dat nu een principiële of pragmatische keuze is. Talrijk zijn de uitgevers die eerst het vak hebben geleerd bij een groot bedrijf en daarna voor eigen rekening en risico boeken op de markt brachten. Henricus Nijgh in 1837. Angèle Manteau in 1938. Joost Nijsen in 1997. Ook dit jaar zijn het er alweer drie. Naast Rouwendal (ex-Kok) en Knol (ex-Het Spectrum, ex-The House of Books, ex-Meulenhoff Boekerij) is dat Marie-Anne van Wijnen (ex-Veen, ex-Nieuw Amsterdam).
Niet allemaal verlieten ze uit vrije wil hun werkgever. Rouwendal moest weg bij Kok als acquirerend redacteur non-fictie toen de uitgeverij opging in VBK Media en verhuisde van Kampen naar Utrecht. Bij Knol en Van Wijnen is het onduidelijker. ‘Verschil van inzicht over het te voeren beleid’, heette het indertijd in de persberichten die hun vertrek als directeur dan wel uitgever meldden. Dat kan van alles betekenen. Feit is dat ze alle drie vrijwillig besloten voor zichzelf te beginnen in plaats van elders te solliciteren.
Vooralsnog zijn ze vooral enthousiast. Knol is nog geen half jaar geleden begonnen, Rouwendal en Van Wijnen amper een maand. Pas in het najaar verschijnen hun eerste titels – toch nog behoorlijk snel. Xander uitgevers wil veertig A-titels per jaar brengen in een breed scala aan genres, vertaald en onvertaald. Brevier mikt op 12 tot 24 boeken per jaar in het genre theologie en psychologie. En De Kring richt zich op 20 uitgaven, fictie en non-fictie, per jaar.
 ‘Ik was te veel bezig met gedoe’, zegt Knol. ‘Rond de verkoop van Meulenhoff Boekerij ben je een half jaar met niets anders bezig dan dat. Nu heb ik de abstractie van de bestuurstafel ingeruild voor de ambachtelijkheid van het uitgeven zelf. Dat is heerlijk.’
Knol geniet van de vrijheid van handelen. ‘Ik heb altijd hard gelopen, maar als je het voor jezelf doet, geeft dat een ander gevoel. Ik heb een grotere betrokkenheid. Er gaat geen tijd meer verloren aan dingen die van belang zijn voor het grotere geheel. Je tijd is alleen beperkt. In een bedrijf met 45 man is overal wel tijd voor te vinden, nu moet ik scherpe keuzes maken.’

Twee uitgevers die al langer een eigen bedrijf hebben, zijn Dirk Demuynck (ex-Standaard Uitgeverij, ex-Lannoo) en Marc van Gisbergen (ex-De Geus). Beiden begonnen in 2009 met een algemene uitgeverij. Demuynck brengt hoofdzakelijk non-fictie, in diverse genres Om beter in te spelen op de moeilijkere marktomstandigheden heeft hij het uitgaveprogramma teruggebracht van 25 naar 10. Van Gisbergen heeft juist veel succes. Momenteel staan vijf titels uit zijn fonds van thrillers, literatuur, kinderboeken en non-fictie in de Bestseller 60.
‘Ik voelde de drang de schotten tussen promotie, redactie, vormgeving te doorbreken’, zegt Demuynck van Witsand. ‘Soms werken die elkaar tegen, omdat hun ideeën niet op elkaar zijn afgestemd. Als je alles in één hand concentreert, kun je dat beter doen. En dus beter waarmaken wat je auteurs belooft.’
Van Gisbergen leidde eerst met een aantal anderen United Media Company voor hij Marmer oprichtte dat een principieel éénpersoonsbedrijf is. ‘De organisatie van een uitgeverij werkt op projectbasis’, legt hij uit. ‘Ieder project draait om de kwaliteit van de uitgaven en de positionering daarvan voor een bepaalde doelgroep. Als één persoon alles doet, ben je optimaal flexibel. Maar dan moet je wel je handen vrij hebben om uit te geven en niet leidinggevend bezig zijn.’
Daarbij denkt Van Gisbergen niet aan traditionele managerstaken. ‘Uitgeven is intuïtief en creatief. Soms neem je beslissingen vanuit je onderbuik. Als je in een team werkt, moet je altijd anderen overtuigen. Redeneren dus. En dan gaat iets soms ten onrechte niet door. Ook beheers je kosten beter als je niemand in dienst hebt. Je hoeft geen projecten te beginnen om te voorkomen dat redacteuren met hun armen over elkaar zitten. Je hoeft evenmin rekening te houden met hun specialismen. Ik kan alle genres brengen, omdat ik voor iedere uitgave een gespecialiseerde freelancer inhuur.’

Als groot voordeel van een eigen uitgeverij ten opzichte van een concern geldt bovenal de flexibiliteit. Lean and mean betekent: slagkracht. ‘Toen de NCRV in juli 2010 vroeg of wij een kookboek rond Ramon Beuk konden maken, hadden wij dat zes maanden later gepubliceerd’, zegt Van Gisbergen. ‘Fullcolour, 288 pagina’s, met 140 foto’s en 50 recepten. Sommigen verklaren je voor gek, maar het kán als je mensen scherp op een deadline zet. En Terug naar mijn Roti werd kookboek van het jaar.’
Die flexibiliteit geldt voor Demuynck op alle terreinen. ‘Het product evolueert snel. Niemand weet wat er met het e-boek precies gebeurt. Zeker is dat wij daar snel op kunnen inspelen. Ook op het vlak van retail verandert veel. Maar omdat alle contacten met belangrijke spelers zijn geconcentreerd in één persoon, kan ik sneller op hun wensen reageren. Ik ken de klanten beter. Ook kon ik in deze moeilijke tijden makkelijker terugschakelen naar een lager niveau en minder titels brengen.’
Tegelijk leidt niets een zelfstandige af van zijn kerntaak. Knol vergelijkt zijn situatie met die van collega’s bij VBK. ‘Dat dat bedrijf te koop staat, geeft veel onzekerheid. Ook voor de auteurs. Zij zeggen nu tegen mij: Xander is jouw broodwinning, dus je zult wel hard lopen, het is meer een partnership. Evenmin heb je last van bedrijfspolitiek, interne gevoeligheden of vaste gewoontes: we doen het nu eenmaal zo. Je kunt alles doen zoals jíj het wilt.’
Niemand mist echt de feedback van collega’s – ook al weten meer mensen meer dan één. En al helemaal niet de vele vergaderingen die het werken met anderen met zich meebrengt. ‘Je hebt weinig ruggespraak met ervaren collega’s’, zegt Van Gisbergen, ‘maar ik heb heel veel freelancers om me heen met wie ik veel overleg en met wie ik ook naast het werk contact heb.’
Rouwendal wijst er wel op dat de vele freelancers die hij dankzij platforms als LinkedIn makkelijk denkt te vinden, een ander belang hebben. ‘Iedereen kijkt naar een boek vanuit zijn eigen interesse en niet vanuit het belang van het boek, zoals je wel doet als je in dienst van een uitgeverij werkt.’

De mogelijke voordelen van het werken in een concern worden grotendeels weerlegd door de zelfstandige uitgevers met – op dit moment – hooguit één personeelslid. Dat een concern meer kan investeren, maakt hen weinig uit. E-boeken zijn niet duur. En geen apps uitbrengen is niet erg. Een kleine zelfstandige kan afwachten tot het echt nodig is om ze te ontwikkelen. ‘Daarbij denk ik dat de toekomst e-boeken lenen wordt’, zegt Van Gisbergen. ‘Dat kost niets.’
Knol geeft toe dat hij ‘geen ongelezen manuscript van een kinderboekauteur voor een miljoen euro’ kan kopen. ‘Maar dat geeft niet. Zo’n investering geeft schijnzekerheid, het volgende grote succes is altijd iets onverwachts. Ook kan ik niet gebruikmaken van een backlist die in 120 jaar is opgebouwd. Ik moet het fonds helemaal zelf uit de klei trekken.’
Demuynck ziet maar één financieel nadeel van zijn schaalgrootte: dat hij niet kan betalen om bij de kassa te liggen of voor een goede plek in de catalogi van boekhandels. ‘Daar staat tegenover dat de toegang tot de boekhandels me enorm is meegevallen. Daar had ik van tevoren schrik van. Voor concerns ligt de rode loper uit naar de boekhandel, maar vanaf het begin namen alle ketens mijn boeken af.’
Evenmin betreuren de kleine zelfstandigen het dat ze nu alle klusjes zelf zouden moeten doen. ‘Dat moet helemaal niet’, zegt Rouwendal. ‘Mijn taak is coördineren, niet zelf uitvoeren. Daarin is ook niet veel veranderend in vergelijking met vroeger.’ En anders is het niet erg. Van Gisbergen is zijn eigen postkamer: als er een nieuwe uitgave komt, verstuurt hij zelf vijftig pakjes naar de pers. ‘En de administratie doe ik ook zelf. Maar een nadeel? Soms is dat ook leuk werk.’
(Eerder gepubliceerd in Boekblad Magazine 11, 2012)

Zie ook:

zaterdag 18 augustus 2012

Boekenmusea: Louis Couperusmuseum in Den Haag (Knack)


Aflevering 7. Natuurlijk is het Louis Couperus Museum in Den Haag in zijn geheel gewijd aan de schrijver. Maar er is wel ieder half jaar iets anders te zien. 

Een schrijvershuis moet geen schrijn zijn, vindt de curator van het Louis Couperus Museum. Zo’n bedevaartsoort waar het interieur van de beroemde auteur voor de eeuwigheid is geconsacreerd. Met zijn originele bureau, een pluk van zijn haar, manuscripten, het oeuvre in eerste druk, schilderijen van zijn dierbaren. Zie het Multatulimuseum in Amsterdam. Hoe zeer je diens werk ook bewondert, je komt er één, hooguit twee keer in je leven en dan heb je het gezien. Hoeveel bewonderaars er dan ook zijn, in zo’n museum zal meestal stilte heersen.
Het Louis Couperusmuseum pakt het daarom dynamischer aan. Ieder half jaar wordt de statige Haagse parterre van Albert Vogel, de voordrachtskunstenaar die tot zijn dood in 1982 het oeuvre van zijn stadgenoot tot leven wekte, volledig verbouwd. Steeds worden nieuwe invalshoeken bedacht om een ander aspect van Couperus onder de aandacht te brengen. Couperus als columnist. Een hommage aan biograaf Frederic Bastet. De visies op Nederlands-Indië van Couperus en Multatuli. De verwantschap van Eline Vere met Anna Karenina en Emma Bovary. Het expositie-archief geeft een rijk overzicht.
Slechts een klein deel van de tentoonstelling is permanent. Dat is – ook hier – het verfijnde bureau dat Couperus kocht na het succes van zijn roman Eline Vere, dat hij zijn hele leven met zich meesleepte. Daarop staan een fraaie lamp en een boekenplank met enkele van zijn werken. Een facsimile van het handschrift van De stille kracht en de verweerde stoel wekken de indruk dat Couperus ieder moment thuis kan komen om verder te werken – precies zoals op de twee foto’s te zien is waaraan de schrijver achter een bureau zit.
Curieus is het wassen beeld van Couperus in rokkostuum dat in de achterkamer staat. Sjoerd Didden heeft hem goed getroffen met zijn zachte lippen, wijkende haarlijn, lange, onverzorgde nagels en knijpbrilletje op de neus. En toch is het niet goed voor te stellen dat dit Couperus is. Als wassen beeld krijg je visioenen dat deze man aanschuift in talkshows en in lange zinnen vol bijwoorden, bijvoegelijke naamwoorden en tal van hernemingen praat over Langs lijnen der geleidelijkheid. Een accuraat olieverfdoek zoals er hangt van zijn vader en grootmoeder zou beter passen.
Dat de aanpak van het Louis Couperus Museum werkt, blijkt aan de huidige expositie. Samen met vier andere Haagse musea besteed het nog tot en met 23 september aandacht aan de schilder Isaac Israëls. De link is vergezocht: voor zover bekend hebben de twee Hagenaars elkaar maar een keer ontmoet, op een een boot in Nederlands-Indië. Couperus wijdt er in zijn feuilleton voor de Haagsche Post, later gebundeld in Oostwaarts (1923), maar een regel aan: ‘aan boord niemand anders dan Isaac Israëls’. Maar het werkt wel. Ook op een gewone woensdag gaat voortdurend de bel.
De bescheiden tentoonstelling toont een aantal doeken en een tekening van Israels. Steeds is daarbij wel iets over Couperus te vertellen. Bij een portret van de actrice Fie Carelsen: dat zij in 1915 mee speelde in de uitvoering van De menaechi van Plautus in een vertaling van Coupeurs. Bij een beeltenis van componist Alexander Voormolen: dat hij zich bij enkele muziekstukken heeft laten inspireren door de schrijver, zoals zijn concert voor hobo en orkest dat niet zou bestaan zonder De boeken der kleine zielen. Zachtjes klinkt deze muziek over de tentoonstellingsruimte.
Wie de expositie gezien heeft, kan denken: dat museum heb ik ook weer gezien. Maar waarschijnlijker is de gedachte: hier kom ik terug. Want wie wil volgend jaar de grote jubileumtentoonstellingen missen die het museum organiseert ter gelegenheid van de honderdvijftigste geboortedag van de schrijver? Beide zijn gewijd aan het gezin waarin Couperus geboren en getogen is. De kinderwagen die in ieder schrijversmuseum tot de vaste collectie zou behoren, komt dan tevoorschijn. Het helaas incomplete servies van zijn ouders. En nog veel meer.
(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 17 aug 2012)

Zie ook:

donderdag 16 augustus 2012

Edinburgh organiseert reprise van International Writers Conference 1962 (Knack)


Vijftig jaar geleden maakte Gerard Reve furore op de International Writers Conference in Edinburgh. Het Book Festival in de Schotse hoofdstad organiseert komend weekend een heropvoering van dit beroemde symposium.

Het is dankzij Gerard Reve zelf dat de International Writers Conference nog altijd beroemd is in de Nederlandse literatuur. De eerste brief uit Op weg naar het Einde beschrijft in vijftig schitterende, heldere pagina’s zijn wederwaardigheden in Edinburgh. Het is de eerste proeve van het Reviaanse geoudehoer, toen nog ingetogen, dat zijn handelsmerk werd. En dan speelde hij ook nog een belangrijke rol tijdens de debatten in het vaak afgeladen, tweeduizend plaatsen tellende auditorium.
Opgefokt door het geklets van andere schrijvers over normale mensen en abnormale afwijkingen als homoseksualiteit, verklaarde Reve op de tweede conferentiedag woedend dat hij zich ‘tot het uiterste zal verzetten tegen elke poging om de auteur zijn onderwerp voor te schrijven en dat ik mij, als homoseksueel, zeker nooit door iemand zal laten verbieden homoseksualiteit tot onderwerp van mijn werk te kiezen.’ Vierentwintig uur later concludeert hij: ‘Ik schijn (…) de held van de dag te zijn geworden’.
Precies een halve eeuw later heeft het Edinburgh Book Festival opnieuw een International Writers Conference op het programma gezet. Vijftig auteurs over de hele wereld zijn uitgenodigd om vanaf vrijdag vier dagen te discussiëren over dezelfde thema’s die in 1962 centraal stonden. Onder hen bevinden zich de in Turnhout residerende Chika Unigwe en wereldsterren als Nathan Englander, Elif Shafak, Ben Okri en Joyce Carol Oates. Geen Nederlandstalige schrijvers.
Met de reprise wil het Book Festival het startpunt herdenken van de golf aan boekfestivals en schrijverssymposia die sindsdien over de wereld raast. De heftige ruzies, felle debatten en ordinaire jalousie de métier in Edinburgh inspireerden talloze anderen om hun eigen festival te organiseren. En schrijvers kwamen graag: zij zagen hoe William S. Burroughs dankzij Edinburgh beroemd werd. Binnen twee jaar na zijn deelname aan de conferentie was zijn werk overal ter wereld vertaald.
Ook Reve nam de spanningen waar. Zijn vriend en reisgenoot Angus Wilson maakte zich druk dat de conferentie bedoeld zou zijn om de Franse scheppers van de nouveau roman, onder aanvoering van Robbe-Grillet, te glorifiëren. Twee nachten kon hij niet slapen omdat hij steeds nieuwe invallen voor zijn verdediging moest noteren. Maar zelf haalde hij zijn schouders op. ‘We weten allemaal dat hun boeken even onleesbaar zijn als de nieuwe kleren van de keizer onzichtbaar.’
Over homoseksualiteit zal in de editie van 2012 waarschijnlijk geen woord vallen. Wie wil tegenwoordig nog discussies over de toekomst van de roman, nationale literatuur, hedendaagse censuur, het politieke gehalte van literatuur en stijl versus inhoud onderbreken met een pleidooi het taboe op homoseksualiteit te slechten? Homoseksuele personages zijn in de Westerse literatuur allang vanzelfsprekend. En als iemand er toch over begint, zal niemand er nog de held van de dag mee worden.
Misschien is het feit dat homoseksualiteit in de literatuur nauwelijks een issue is, ook de reden dat de Britse pers in hun stukken over de conferentie van 1962 niet over Reve schrijft. Terwijl hij zijn interventie nota bene plaatste tijdens de ruzie die wél steeds wordt aangehaald: tussen de Schotse schrijvers Alexander Trocchi en Hugh MacDiarmid. De eerste viel de Schotse literatuur aan om zijn provincialisme, de tweede noemde zijn opponent daarop ‘kosmopolitisch vuilnis’.
Meer informatie over de Writers Conference op het Edinbugh Book Festival hier.
(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 14 aug 2012)

woensdag 15 augustus 2012

Verkoop Kobo piekt tijdens vakantieperiode (Boekblad)


De verkoop van de Kobo-readers bij Libris/Blz gaat ‘buitengewoon goed’, zegt directeur Caroline Damwijk. Vooral sinds het begin van de vakantieperiode is er een piek. Alleen het gebrek aan continue voorraad is een probleem.

De tweets verraadden vorige week al de goede verkopen. Verschillende boekhandels lieten hun klanten wel heel enthousiast weten dat ze weer Kobo’s in huis hadden. Boekhandel Stevens (Hoofddorp) twitterde: ‘Zojuist hebben we 40 zwarte Kobo ereaders besteld. Dat we dat ooit nog eens zouden doen hadden we nooit voorspeld. Zo!’ En boekhandel Veenendaal (Amersfoort) liet weten: ‘Yes! Weer 30 keer de zwarte #kobo ereader besteld: vrijdag [10 aug] is hij er weer! Reserveren kan via boekhandel.veenendaal@planet.nl. Op=Op.’
‘Het gaat boven verwachting’, reageert Caroline Damwijk die van Kobo geen cijfers mag geven. ‘De meeste ondernemers verkopen echt véél meer readers dan ze hadden gedacht. Het lijkt ook wel alsof hij zichzelf verkoopt. Mensen komen binnen om twee tijdschriften te kopen en zeggen dan: doe er ook maar een Kobo bij. Van sommige ondernemers hoor ik dat ze meer moeten praten om er een accessoire bij te verkopen dan het ding zelf.’
Lisa Snijders van boekhandel Stevens noemt het ‘bizar, zo veel wij er verkopen’. In totaal al ‘een paar honderd’, maar vooral sinds 1 juli zijn het er veel: zo’n 160 stuks in vijf weken. Zelfs toen de zwarte reader tijdelijk niet meer leverbaar was, namen ze net zo makkelijk de lila reader mee. ‘Je hebt klanten die hem kopen alsof het een potje boter is en klanten die eerst vier keer kijken en lang aarzelen, maar uiteindelijk kopen ze hem allemaal. En altijd met een hoesje, lampje, oplader, een complete set. Vooral die extra’s hebben een goede marge.’
Ook Mabel van Zijl van boekhandel Veenendaal vindt de verkoop boven verwachting. ‘Toen we begonnen dachten we een stuk of drie, vier readers per maand te verkopen, maar dat is opgelopen tot twintig, vijfentwintig per maand. In vijf maanden hebben we van alle kleuren bij elkaar zo’n honderdvijftig in totaal verkocht. Nu merk je dat veel mensen voor de vakantie een reader hebben gekocht. Na de vakantie zal de verkoop wat inzakken, maar in december verwacht ik een nieuwe piek. Dat is toch de tijd van wat duurdere cadeaus. Maar misschien blijft de verkoop wel goed doorlopen als straks al die gebruikers met enthousiaste verhalen thuiskomen.’
Het enige probleem is de gebrekkige voorraad. Na de vele tweets over nieuwe leverbaarheid vorige week is de voorraad bij CB nu alweer op. ‘Het komt in kleine hapjes beschikbaar en we vechten voor elke hap,’ zegt Damwijk. ‘We hameren er in onze wekelijkse contacten met Kobo, telefonisch en per mail, continu op: voorraad! voorraad! voorraad! Dat is het enige wat je kunt doen: relatiebeheer, en zo hopen dat je vooraan staat.’ Het is volgens haar geen optie om met minder marge genoegen te nemen om zo voorrang te krijgen op andere retailers wereldwijd.
De regelmatig terugkerende periodes van niet-leverbaarheid zijn voor Libris/Blz geen reden om minder marketing te bedrijven voor Kobo. Een van de acties is het Kobo Happy Hour - al is dat vooral gericht op klanten die al een reader hebben. Zij kunnen op zaterdagochtend in de winkel een code ophalen waarmee ze met korting de titel van die week kunnen downloaden. Het succes daarvan hangt af van de bekendheid van de titel, zegt Damwijk. ‘Mensen kopen niet zonder meer een goedkope download.’ In de winkels hebben Snijders en Van Zijl wel het idee dat de actie steeds meer aansluit.
Vraag blijft wel of de winkels de klanten na het verkopen van een Kobo kwijt zijn. Libris/Blz kan dat nog niet zeggen, Damwijk en de haren zijn nog bezig zulke gegevens ‘inzichtelijk te maken voor de ondernemers’. Snijders ziet wel regelmatig Kobo-klanten een week of een maand later terugkomen om ook nog een papieren boek te kopen. ‘We hadden natuurlijk wel de angst de klant kwijt te raken, maar dat gebeurt niet.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 13 aug 2012)

dinsdag 14 augustus 2012

Jan Willem Anker, 'Een beschaafde man' (BOEK)


Iedere tegenslag trotseerde hij
Lord Elgin? Die naam doet wereldwijd een belletje rinkelen. Hij was de man die het Parthenon op de Akropolis van Athene stripte van zijn mooiste beeldhouwwerken. Tweehonderd jaar na dato zijn het de topstukken van het British Museum die de meeste bezoekers trekken. Nog altijd halen de Elgin marbles de krant als Griekenland weer een poging doet zijn kunstschatten terug te krijgen.
Thomas Bruce, de zevende graaf van Elgin, zal blij zijn met deze postume roem, mag je afleiden uit de roman Een beschaafde man die Jan-Willem Anker schreef over zijn leven. Geboren in een verarmde adellijke familie en al vroeg wees geworden, zon hij van jongsaf aan op een mogelijkheid om zijn naam te vestigen. Toen hij ambassadeur werd in Constantinopel zag hij zijn kans schoon.
De Britse kunst vooruit helpen door de hoogtepunten van de Griekse beschaving naar Londen te brengen, was niet eens zijn eigen idee. En ook de beslissing om geen genoegen te nemen met kopieën, werd hem ingefluisterd. Maar toen hij de stap zette, hield hij hardnekkig aan zijn droom vast. Een geamputeerde neus. Schulden. Een scheiding. Buitenlandse aanbiedingen. Iedere tegenslag trotseerde hij.
Anker heeft de tragiek van dit leven in zijn toegankelijk geschreven roman haarscherp vastgelegd. Je kan bijna niet geloven dat het een debuutroman is, zo doelgericht heeft hij de cruciale gebeurtenissen in een zinvol verband gebracht zonder dat ooit het geraamte van het verhaal door het proza heen schemert. Alleen zou hij iets minder oubollige gezegden van het type ‘alles liep op rolletjes’ mogen gebruiken.

Jan-Willem AnkerEen beschaafde man (366 p.) – De Arbeiderspers, € 21,95, ISBN 978 90 295 8322 0
(Eerder gepubliceerd in BOEK 4, 2012)

Meer historische romans:

maandag 13 augustus 2012

Boekhandel Wever begint internetboekhandel voor Friese boeken (Boekblad)


Boekhandel Wever in Franeker start half september met de internetboekhandels Frieseboekhandel.nl en Fryskeboekhannel.nl. Op deze sites zijn alle boeken in het Fries en boeken over Friesland bij elkaar gebracht.

Initiatiefnemer Peter Wever vindt de gespecialiseerde webshop net zo voor de hand liggend als het klinkt. Toch kwam de internetboekhandel voor Friese boeken er nooit omdat het stuk liep op de distributie. ‘Veel kleine uitgeverijen doen alles zelf. Bellen zelf als er een nieuwe titel uitkomt, brengen dat zelf langs. Boekverkopers moesten vrij veel moeite doen om een compleet overzicht te krijgen, waardoor de voorraad Friese boeken in Friese boekhandels nooit optimaal waren.’ Ook de pogingen van alle betrokken partijen om er gezamenlijk iets aan te doen werkte averechts. ‘Er was geen gesloten front.’
Wever heeft nu zelf initiatief genomen om een volledig assortiment op een coherente manier aan te bieden. Hij selecteert uit het CB-bestand op NUR en trefwoorden de relevante titels. Daarnaast heeft hij samenwerkingsverbanden gesloten met alle Friese uitgeverijen die niet via CB leveren. Een grote als Stichting Afûk, die de Friese taal en Friesland promoot, die een up to date databestand levert en bestellingen dagelijks zelf afhandelt. En talrijke kleine uitgeverijen, die een deel van hun voorraad bij Wever in het magazijn leggen.
Een harde commerciële doelstelling heeft Wever niet. ‘Wij zijn naast twee duidelijk aan onze winkels in Harlingen en Franeker gelieerde sites, die gebruik maken van het Intres-model, internetboekhandel.nl begonnen. Met een eigen systeem, eigen dedicated server, eigen betalingsmogelijkheden, noem maar op. Dat systeem zetten we nu in voor Frieseboekhandel.nl – en binnenkort voor een aantal andere webwinkels. We hoeven dus geen tonnen te investeren. We gaan nu kijken hoe groot de behoefte hieraan is en over een jaar trekken we conclusies. Er zullen ook wel copycats komen, maar dat geeft niet, omdat er ook een ideële doelstelling achter zit.’
Frieseboekhandel.nl en Fryskeboekhannel.nl zijn al online, maar dat is alleen om geïnteresseerden een beeld te geven van de site. Pas half september, bij de start van de Maand van het Friese boek, moeten de sites volwaardig operationeel zijn. Zo zijn er tegen die tijd e-boeken op de webwinkel te vinden. En dan gaat Wever ook ‘op de trom slaan’, onder meer met een radiospotje op Omrop Fryslân en de start van een verhalenwedstrijd. Ieder ingestuurd Friese verhaal voor de wedstrijd zal ook als epub-bestand te koop worden aangeboden.
Een speciale doelgroep die Wever hoopt te bereiken zijn Friezen buiten Friesland. ‘Ook zij vinden nu voor het eerst alle boeken bij een site met een voor de hand liggende naam bij elkaar.’ In reguliere boekhandels elders in Nederland staan geen Friestalige boeken. Online via Bol zijn alleen die titels te krijgen die via CB worden gedistribueerd, legt Wever uit. ‘En wie uit het buitenland bijvoorbeeld Afûk mailt, moet maar afwachten of die het naar, zeg, Canada wil sturen. Wij zijn volledig geoutilleerd om alles te versturen naar de hele wereld.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 10 aug 2012)

zondag 12 augustus 2012

Des romans français: Eric Fottorino, 'Le dos crawlé'


De belevingswereld van een jongetje van dertien jaar, daar verplaatst Eric Fottorino zich in in Le dos crawlé. Een riskante onderneming van de oud-hoofdredacteur en -directeur van Le Monde en Prix Femina-winnaar (voor Baisers de cinéma, 2007). Want een jongetje kan denken dat hij van Lisa houdt, maar denkt hij echt: Sa mère elle m’obsède mais je l’aime pas. Of denken volwassenen dat hij zo denkt? Maakt het wat uit? Fottorino lijkt die aanname te weerspreken.
Kent een kind de betekenis van geobsedeerd zijn? Maakt hij het onderscheid tussen liefde en seksuele obsessie? Volgens mij vermoedt de schrijver slechts dat een kind zo doet en denkt. Toch is dat niet storend of ongeloofwaardig. Het lukt Fottorino consequent in de huid te kruipen van een baasje dat de wereld van de liefde aftast, fantaseert over verre reizen, zijn ontluikende seksuele gevoelens een plek probeert te geven, soms misschien in wat volwassen bewoordingen, dan weer echt als een kind.
Marin verblijft gedurende de zomervakantie aan de Atlantische kust bij zijn oom Abel. De dagen zijn lang en warm en hij slijt ze voornamelijk aan het strand, bij voorkeur in het bijzijn van Lisa, een meisje van tien op wie hij verliefd is. Met grote regelmaat wordt Lisa voor de deur bij oom Abel afgezet door haar vader of moeder, die niet eens de moeite nemen om uit te stappen, maar direct weer verder rijden. Vaak blijft ze logeren en wordt ze pas dagen later weer opgehaald. Marin worstelt met zijn verliefdheid voor Lisa en zijn fascinatie voor Lisa’s moeder, die een decennium eerder de plaatselijke missverkiezing won.

Comme je l’aime Lisa. Et comme je peine à lui dire. Mais quand je ferme les yeux pour penser à elle c’est sa mère que je vois en cuisses dorées de 1964 et elles se ressemblent si fort qu’on croirait une pomme coupée en deux.

Tegelijkertijd krijgt hij stukje bij beetje te horen hoe onsympathiek en zelfs gemeen Lisa’s moeder tegen haar dochter kan zijn.

Elle dit que je salis la glace quand je me regarde dedans.

Marin kan niet veel meer dan luisteren en er een relativerende draai aan geven wanneer Lisa huilend van woede en verdriet het bovenstaand nader toelicht.

Tout à l’heure la mer était très loin. Le sable était sec sous nos pieds. On entendait à peine les vagues. Maintenant on est presque dans l’eau. Le chagrin de Lisa a inondé la plage. Des enfants jouent. Des enfants comme nous mais on est plus des enfants moi et Lisa.

Fottorino beschrijft zeer realistisch de langzame kindertijd uit de jaren zeventig, de jaren dat hij zelf tiener was. Op knappe wijze lukt het hem de onbezonnen jeugdjaren van Marin hier en daar te perforeren met elementen uit het leven van volwassenen, en te laten zien hoe een kind dat op z’n eigen manier verwerkt.
Net als aan een lange trage vakantie komt ook aan het boek plotseling een einde, door een op het eerste gezicht onverwachte ontknoping die later toch her en der bleek aangekondigd. En ook dat is knap gedaan door Fottorino.

Sur les vagues après les bouées deux baigneurs glissaient dans le soleil. Le bras tendus ils nageaient le dos crawlé. Moi et Lisa on les buvait des yeux et on les aurait regardés toute la vie.
(Eerder gepubliceerd op Athenaeum.nl)

zaterdag 11 augustus 2012

Boekenmusea: Tijl Uilenspiegel, held van velen (Knack)


Aflevering 6. Het Tijl Uilenspiegelmuseum belicht de literaire held vanuit alle invalshoeken. Dus ook de extreem rechtse.

Kinderen kunnen hun lol op in het Tijl Uilenspiegelmuseum in Damme. Een lachspiegel laat hen zien hoe de held uit de Middeleeuwse volksverhalen de mens naar zichzelf wil laten kijken. Op zolder kunnen ze moderne kinderboeken lezen die op Tijls avonturen zijn gebaseerd. En zich laten fotograferen als de schelm in een van zijn beroemdste streken: het verhaal waarin Tijl achterop bij zijn vader op een paard zit en iedereen zijn achterste laat zien. Omdat iedereen hem daarom naroept, toont hij zijn vader hoe hij onterecht wordt uitgescholden.
De voor een letterkundig museum ongewone aandacht voor kinderen is niet het enige opvallende pluspunt. Het Tijl Uilenspiegelmuseum is een voorbeeldig museum. Het geeft aandacht aan alle aspecten van het archetypische personage: de ontstaansgeschiedenis, de historische context, de drukgeschiedenis, de twee belangrijkste schrijvers Hermann Bote en Charles De Coster, verwante auteurs en de vele manieren waarop Tijl is geclaimd. Het laat originele uitgaven zien en moderne verbeeldingen van de verhalen. Er zijn video’s te zien en spelletjes te spelen. En dat alles aantrekkelijk en hedendaags vormgegeven.
Behalve volledig is het museum ook eerlijk. Zoals sommige biografen hun held soms te veel vereren, doen ook musea gewijd aan één persoon of personage dat. Maar het Tijl Uilenspiegelmuseum heeft er geen enkele moeite mee te erkennen dat de werkelijke nar niet in Damme is begraven, zoals men eeuwenlang dacht. Evenmin verbloemt het dat de belangrijkste impuls voor het voortbestaan van de Tijl-mythe tegenwoordig een commerciële is. Precies zoals in Damme gebeurt: hoeveel kroegen en restaurants zetten Lamme Goedzak of Nele niet in om toeristen te lokken?
De grootste groep bezoekers zijn allicht de liefhebbers van oude boeken, die toch al in groten getale naar het boekendorp boven Brugge trekken. Het museum bezit veel mooie exemplaren. Fragmenten uit een vijftiende eeuwse uitgave. Een Deense editie waaraan de vertaler eigen verhalen heeft toegevoegd. Een bewerking van Neerlands’ beroemdste kinderboekenschrijver J.C. Kievit. En natuurlijk de zogeheten Valse Broer Jansz-uitgave uit 1628, waarin Tijl Uilenspiegel voor het eerst een Dammenaar heet te zijn.
De meeste aandacht gaat naar de beroemdste Belgische bewerking van Tijl Uilenspiegel: de in het Frans geschreven roman van Charles De Coster, waarvan het museum veel documenten toont. In zijn La Légende et les Aventures héroïques, joyeuses et glorieuses d'Ulenspiegel et de Lamme Goedzak au pays de Flandres et ailleurs – zoals de officiële titel luidde in 1867 – veranderde de schelm in een vrijheidstrijder tegen onrecht en verdrukking ten tijde van de Spaanse overheersing. In kleine kring was zijn werk een sensatie, maar de grote doorbraak kwam pas na zijn dood in 1879.
Voor een breder publiek is de uitgebreide collectie, soms hoogst curieuze Uilenspiegeliana minstens zo interessant. Nadat De Coster van Tijl dé Vlaamse held bij uitstek maakte, probeerde iedere politieke stroming hem voor hun karretje te spannen. Zo werd Tijl communist, flamingant, nationaal socialist en – bij Hugo Claus’ bewerking uit 1965 – nihilist, die het failliet van de moderne waarden aankondigt. Een satirisch tijdschrift in DDR, met een oplage van 600.000 exemplaren, heette naar de schelm, maar het blad van de jonge nationaal socialist net zo goed.
(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 10 aug 2012)

vrijdag 10 augustus 2012

Guus Bauer brengt boek met augmented reality-omslag (Boekblad)


Guus Bauer presenteert op Manuscripta zijn novellebundel Dichter en Bauer met een augmented reality-omslag. De kopers van het boek kunnen interactief dwalen op de zolder van de auteur.

Het omslag van Dichter en Bauer is gebaseerd op het schilderij Der arme Poet van Carl Spitzweg uit 1839. Het laat Bauer zelf zien op zijn bed met een slaapmuts op en een laptop op schoot, temidden van zijn spullen: boeken, een racefiets, een trommel enzovoort. Wie het boek koopt, kan met zijn smartphone, iPad of webcam de marker scannen en deze wereld betreden. Het is dan mogelijk om op zijn laptop interviews te lezen die Bauer zelf af heeft genomen, en recensies en manuscripten te openen. Mogelijk kan men ook Bauer heen en weer laten lopen en op zijn trommeltje laten slaan – de exacte functionaliteiten staan nog niet vast.
Een vriend van Bauer die een jaar geleden een 3D-studio is begonnen, heeft de zolder van Spitzweg nagebouwd, de auteur gescand en hem in de afbeelding aan het werk gezet. ‘Dan worden er duizenden opnamen van je gemaakt,’ zegt Bauer. ‘Doordat het omslag driedimensionaal is, is het mogelijk om alles vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Nadien is de zolder driedimensionaal uitgeprint: als een moderne kijkdoos. Met hulp van onder meer een in Frankrijk wonende Nederlander, betrokken bij The Matrix, is een animatie gemaakt. Alles bij elkaar zou dat tienduizenden euro’s hebben gekost, maar voor mij hebben ze dat gratis gedaan. Ik ben betrokken bij een innovatieteam. Ik schrijf teksten voor hen, zij hebben dit project aangepakt als testcase en gebruiken dat weer om er opdrachten mee binnen te halen.’
Het omslag – volgens Bauer ‘zou het zomaar een wereldprimeur kunnen zijn’ – trekt veel belangstelling, vertelt hij. Toen CPNB-directeur Eppo van Nispen, zelf door zijn tv-verleden bekend met augmented reality, ervan hoorde, vroeg hij hem gelijk om Dichter en Bauer op Manuscripta te presenteren. Verschillende tv-programma’s hebben de auteur uitgenodigd om er in de week na Manuscripta over te praten. ‘En daarna ga ik boekhandels in het land af. Ik heb ook een proef laten zien in boekhandel Scriptum in Schiedam voor zo’n 100 mensen: 92 hebben erop ingetekend. Dat is wel bittersweet. Bitter omdat ze niets van de inhoud weten, het gaat hen om de gimmick. En toch ook sweet omdat het er zoveel zijn.’
Dichter en Bauer dat 62 dubbele pagina’s telt en bij Hoogland & van Klaveren verschijnt, bevat twee novellen of in de woorden van de auteur: ‘zwerfverhalen’. ‘De grap is dat ik dat combineer met de allermodernste technieken. Voor mij is het ook een sleutelboekje. Ik heb er teksten uit mijn oude boeken in verwerkt en verwijzingen naar een aantal nieuwe romans, waaronder Het geheim van Treurwegen dat eind dit jaar verschijnt bij Signatuur. Ook heb ik titels verwerkt van zo’n tweehonderd van de rond de twaalfhonderd interviews met schrijvers die ik inmiddels heb gemaakt.’
Bauer is van plan dezelfde augmented reality-techniek te gebruiken voor Het geheim van Treurwegen. ‘Dat speelt in de Eerste Wereldoorlog. Ik heb daar allerlei materiaal van, zoals een originele kopie van het verdrag van Versailles. Dat kun je dan laten zien.’ Moet Bauer dan wel betalen? ‘Misschien wel, dat weet ik nog niet.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 10 aug 2012)