woensdag 9 januari 2013

KBb en CvdM leggen zich neer bij uitspraak Hoge Raad in SplinQ-zaak (Boekblad)


De Koninklijke Boekverkopersbond (KBb) en het Commissariaat voor de Media aanvaarden de uitspraak van de Hoge Raad, die het cashback-programma van SplinQ niet in strijd met de wet acht.

KBb-directeur Michael van Everdingen had ‘natuurlijk’ gehoopt ‘dat de Hoge Raad er anders naar gekeken had’, maar cashback-programma’s vallen niet onder de werking van de wet: SplinQ kan advertentie-inkomsten van boekverkopers doorsluizen naar individuele boekenkopers. ‘Affiliate marketing kan dus op deze manier de vaste boekenprijs omzeilen. Dat is dan een gegeven, waar ik verder ook niets aan kan doen.’
Van Everdingen wijst erop dat er een wetswijzigingen aankomt die cashback alsnog verbiedt. ‘Maar je moet je vooral afvragen: hoe erg is het nu? Hoe groot is het effect? Ik denk dat KBb-leden zich niet gek moeten laten maken en moeten focussen op waar ze zelf goed in zijn. Zolang je de klant aan je bindt, blijven ze bij jou. Bij de KBb werken we er ook aan boekverkoper in beweging te krijgen om de klantenbinding te verbeteren.’
Ook Bastiaan Mons, coördinator vaste boekenprijs van het Commissariaat voor de Media, wil niet zeggen dat hij teleurgesteld is door de uitspraak. ‘Uit het oogpunt van een gelijk speelveld voor boekverkopers vonden wij het van belang dat de Hoge Raad keek naar het oordeel van het gerechtshof van Amsterdam [dat het cashback-programma van SplinQ niet in strijd met de wet achtte]. De Hoge Raad deelt het oordeel van het hof . Daarmee is de kous af, wat betreft deze procedure.’
De uitspraak van de Hoge Raad betekent niet dat het Commissariaat per definitie alle cashback-programma’s in de toekomst accepteert. Als die iets anders zijn georganiseerd, zouden ze wél in strijd met de wet kunnen zijn. ‘We moeten dat van geval tot geval zorgvuldig beoordelen,’ zegt Mons.
In de wijziging van de vaste boekenprijs die nu bij de Eerste Kamer ligt, wordt deelneming aan cashback-programma’s verboden. Volgens SplinQ-directeur Ferenc Varga blijft zijn werkwijze dan legaal omdat boekverkopers feitelijk niet deelnemen, maar adverteren, zo vertelde hij eerder deze week op Boekblad.nl: wat SplinQ vervolgens met de advertentie-inkomsten doet, is hun zaak niet.
Mons zegt daarover dat de herziene wet in de praktijk moet worden getoetst. ‘Maar als je de Memorie van Toelichting leest, is duidelijk wat de wetgever met het nieuwe artikel bedoelt: het is een reactie op het arrest waarin het gerechtshof van Amsterdam  oordeelde dat de wet onvoldoende grondslag vormt om op te treden tegen boekverkopers die aan cashback programma’s deelnemen. Er wordt uitgelegd wat die cashback is en dat zowel directe en indirecte korting waar verkopers aan meewerken ongewenst is – waarbij de feitelijke deelneming bepalend is en niet de vraag of je als boekverkoper weet dat de derde aan de koper een geldelijk voordeel verstrekt.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 4 jan 2012)

dinsdag 8 januari 2013

SplinQ eist forse schadevergoeding nadat Hoge Raad cashback-programma goedkeurt (Boekblad)

SplinQ mag haar klanten laten delen in de advertentie-inkomsten die zij krijgt van boekverkopers. Dat blijkt uit de uitspraak van de Hoge Raad op 21 december. SplinQ eist nu een ‘forse schadevergoeding’ van het Commissariaat voor de Media.

Met het oordeel van de Hoge Raad is een einde gekomen aan een juridische strijd van bijna vijf jaar. Het hoogste rechtscollege van Nederland ging mee in de redering van het gerechtshof in haar uitspraak van juni 2011 dat het cashback-programma niet in strijd is met de wet op de vaste boekenprijs. SplinQ is geen boekverkoper, maar een partij die doorlinkt naar boekverkopers en daarom het recht heeft advertentie-inkomsten van deze boekverkopers te delen met haar klanten.
SplinQ-directeur Ferenc Varga is ‘heel blij’ met de uitspraak. ‘Het heeft nogal wat voeten in de aarde gehad voor we in het gelijk zijn gesteld.’ Hij bereidt nu een claim tegen het Commissariaat voor de Media voor ‘omdat we veel extra kosten hebben moeten maken voor vijf jaar lang procederen’. Ook heeft SplinQ inkomsten misgelopen omdat boekverkopers niet op de site konden adverteren.
‘Hoeveel omzet wij hebben misgelopen is moeilijk te zeggen,’ vertelt Varga, ‘omdat we pas drie weken bezig waren toen het Commissariaat boekverkopers publiekelijk waarschuwde dat zij niet op onze site mochten adverteren. We kunnen niet zeggen: we hadden jarenlang zo veel omzet en toen de constructie niet meer mocht, viel zo veel omzet weg.’
Na de uitspraak van het gerechtshof anderhalf jaar geleden konden boekverkopers al adverteren op SplinQ. Bol.com en Bruna hebben dat toen meteen gedaan. Daarnaast bieden warenhuizen als V&D en Wehkamp onder veel meer ook boeken aan. ‘Maar er waren ook partijen die niet met ons in zee durfden gaan,’ zegt Varga. ‘Zij wilden niet het risico lopen dat het later allemaal voor niets zou blijken te zijn. Begrijpelijk, vind ik.’
De uitspraak van de Hoge Raad kan een Pyrrusoverwinning voor SplinQ zijn. In het voorstel van de herziene wet op de vaste boekenprijs, die in februari 2013 door de Eerste Kamer wordt behandeld, staat een artikel dat volgens het Commissariaat voor de Media boekverkopers verbiedt om aan cashback-programma’s mee te doen, zo schreef CvdM onlangs nog op haar site. Varga zet echter vraagtekens bij deze redenering.
‘In het wetsvoorstel wordt het nogal vaag omschreven,’ zegt Varga. ‘Er staat dat de boekverkoper niet mag deelnemen aan programma’s van derden waarbij de eindafnemer een geldelijk voordeel kan halen. Maar de boekverkoper neemt niet deel aan SplinQ, hij adverteert op onze site.’ Het zou ook raar zijn, vindt Varga, als een boekverkoper wel mee mag doen aan Google Adwords, waarbij de eigenaar van de site een deel van de advertentie-inkomsten krijgt, en niet via Google. ‘Rechtsongelijkheid’, vindt Varga dat.
Hoeveel omzet SplinQ in 2012 heeft behaald met het doorgeleiden van boekenkopers naar onder meer Bol en Bruna, kan Varga niet zeggen. ‘Ik kan wel zien wat de totale omzet via Bol is, maar niet hoeveel daarvan boeken zijn – Bol verkoopt natuurlijk veel meer dan boeken alleen.’ Gevraagd naar een schatting zegt hij wel dat boeken eerder goed is voor 10 procent dan 1 procent van de omzet. Ondanks het feit dat ‘boeken’ de bovenste categorie is in het zoekscherm van SplinQ, is het daarmee echter ‘zeker niet’ de belangrijkste categorie.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 2 jan 2013)

maandag 7 januari 2013

Literaire tijdschriften Kort Verhaal en Parmentier zoeken laatste kans op overleven (Boekblad)


Het Nederlands Letterenfonds is per 1 januari 2013 gestopt met de subsidiëring van papieren literaire tijdschriften. Twee van de twaalf ondersteunde tijdschriften vrezen nu voor hun voortbestaan: Kort Verhaal en Parmentier.

Het einde van Kort Verhaal werd afgelopen zomer al aangekondigd toen uitgeverij Atlas-Contact besloot ermee op te houden. Toch gaven de redacteuren niet op. En sinds er een vervangende subsidiegever werd gevonden in het Lira-fonds is de redactie weer in gesprek met de uitgeverij over voortzetting. ‘Er is een tamelijk sluitende begroting te maken,’ zegt redacteur Peter Verstegen. ‘Het verlies kan gering zijn.’
De ‘nogal moeizame besprekingen’ met Atlas-Contact is zijn vlak voor kerst begonnen. ‘De uitgeverij wil er een sterk digitaal tijdschrift van maken,’ zegt Verstegen. ‘En wij willen het blad zo lang mogelijk in papieren vorm uitbrengen. Daar kan het nog op afspringen. Over een week of twee moet het duidelijk zijn. En als er nog andere uitgevers interesse hebben, kunnen zij hun kans schoon zien.’
Deze week kondigde Parmentier, dat geen uitgever heeft maar door een stichting op de markt wordt gebracht, het laatste nummer aan – gewijd aan het doek dat is gevallen. Naast de subsidie van het Nederlands Letterenfonds verloor Parmentier ook de ondersteuning van de provincie Gelderland. Daarmee was voortzetting van het blad, dat naar eigen zeggen 150 abonnees en een oplage van 300 heeft, niet langer verantwoord.
‘Uiteraard is er naarstig gezocht naar alternatieve inkomstenbronnen’, schrijft hoofdredacteur Arnoud van Adrichem, ‘maar die bleken onvindbaar in een land dat een financiële crisis te boven probeert te komen.’ Toch zinspeelt Van Adrichem op een doorstart – als website, app of lijvig jaarboek. ‘De redactie sluit niets uit, maar vooralsnog bevinden zich achter de wolken nog meer wolken.’
De redactie heeft inkomsten proberen aan te boren door te zoeken naar adverteerders, sponsors en een mecenas, vertelt Van Adrichem in een nadere toelichting. ‘Daarnaast is er gekeken naar samenwerkingsmogelijkheden met andere partijen in het literaire veld.’ Voor de toekomst is de redactie in gesprek met ‘een kleine Vlaamse uitgeverij’, die het blad mogelijk als jaarboek voorzet. ‘Vanzelfsprekend hoort daar een website bij. Daarop zouden de teksten uit het rijke archief kunnen worden geplaatst, becommentarieerd, geactualiseerd en misschien ook aangevuld met nieuwe bijdragen.’
De andere tijdschriften die nu zonder subsidie verder moeten zijn: Awater, Armada, De Gids, Hollands Maandblad, Liter, De Parelduiker, De Revisor, Tirade en de Friese bladen De Moanne en Ensafh. De Gids is een nauwe samenwerking met De Groene Amsterdammer aangegaan, anderen genieten steun van een uitgever – zoals De Revisor, waarvan redacteur Daan Stoffelsen bij de presentatie van het laatste nummer uitgebreid uitgeverij Querido bedankte.
Medio januari moet bovendien duidelijk zijn of deze of andere tijdschriften tot de drie gelukkigen behoren die de nieuwe subsidie van het Nederlands Letterenfonds krijgen. Samen met het Prins Bernhard Cultuurfonds heeft het Letterenfonds 100.000 euro beschikbaar gesteld voor digitale verschijningsvorm en innovatieve plannen op het gebied van publieksbereik en het bereiken van nieuwe lezers.
Ook Parmentier heeft, samen met een aantal andere literaire tijdschriften, een aanvraag voor deze subsidie ingediend om ‘de digitale archieven veilig te stellen en te exploiteren’, aldus Van Adrichem. ‘Parmentier haakt in de toekomst graag aan bij de bouw van een website, portal of app waarsachtr de complete archieven worden aangeboden.’
Naast deze subsidie, waarvan de helft structureel is, heeft het Nederlands Letterenfonds binnen de regeling Digitale Literaire Projecten 30.000 euro per jaar gevonden voor de ontwikkeling van het digitale deel van het tijdschrift, vertelt senior beleidsmedewerker Suzanne Meeuwissen. ‘Het stond 2 januari in de Staatscourant, daarmee is deze regeling officieel goedgekeurd.’ Tijdschriften kunnen vanaf 15 februari een aanvraag indienen.

Zie ook:

zondag 6 januari 2013

Ramsey Nasr krijgt de Gouden Ganzenveer


De dichter en acteur Ramsey Nasr krijgt de Gouden Ganzenveer 2013. Dat maakte juryvoorzitter Paul Schnabel zojuist bekend in het tv-programma Kunststof.

Nasr krijgt de prijs voor zijn veelzijdigheid. De voormalig stadsdichter van Antwerpen bespeelt volgens de Academie De Gouden Ganzenveer, die de prijs toekent, veel taalregisters. ‘Juist omdat dat fenomeen niet gevangen wordt binnen de klassieke literaire prijzen vindt de Academie dat hij in aanmerking komt voor de Gouden Ganzenveer.’
De Gouden Ganzenveer is een van de meest prestigieuze prijzen in het Nederlandse taalgebied. Hij wordt toegekend door een uitgelezen gezelschap prominenten uit de wereld van cultuur, wetenschap, politiek en bedrijfsleven aan iemand die zich heeft ingezet voor het geschreven woord in een toenemend multimediale samenleving. Eerdere winnaars zijn onder meer Remco Campert, Adriaan van Dis, Joost Zwagerman, Annejet van der Zijl en – als enige Vlaming – Tom Lanoye.
Nasr (1974) doorliep de Studio Herman Teirlinck en was vervolgens lange tijd acteur bij het Zuidelijk Toneel. Hij debuteerde als dichter in 2000 met de bundel 27 gedichten en geen lied. Vanaf januari 2005 was hij een jaar stadsdichter in Antwerpen, waarna hij in 2009 Dichter des Vaderlands in Nederland werd. Eind deze maand maakt hij plaats voor een opvolger. Binnenkort wordt hij bij Toneelgroep Amsterdam na dertien jaar weer fulltime acteur.
Naast poëzie schreef dr. h.c. Ramsey Nasr – dankzij een eredoctoraat van de Universiteit Antwerpen – toneel, libretto’s en proza. Zijn proza is nauw verbonden met tv-zender Canvas. Zo schreef hij in 2008 Homo safaricus naar aanleiding van zijn deelname aan het programma ‘Wildcard: Tanzania’ en twee jaar later In de gouden buik van Boedhha naar aanleiding van het vervolg ‘Wildcard: Birma’.
Nasr krijgt de prijs uitgereikt op 25 april tijdens een feestelijke bijeenkomst in Amsterdam waar later dit jaar een boekje over verschijnt.
(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 6 jan 2013)

zaterdag 5 januari 2013

Boekhandel Kramer sluit vestiging in Lichtenvoorde (Boekblad)


Boekhandel Kramer in Winterswijk heeft het filiaal in Lichtenvoorde per 1 januari gesloten. Het omzetverlies van 30 procent in 2012 was zo groot dat huurverlenging niet verantwoord was.

De voornaamste reden voor het slechte afgelopen jaar was het vertrek van het inpandige postkantoor in april. In plaats van een bijdrage aan de exploitatie, door de huur die de eigenaren van het postkantoor betaalden, zorgden zij voor extra concurrentie: zij openden elders in Lichtenvoorde een Primera. ‘En drie boekhandels in een plaats van 17.000 inwoners is gewoon te veel,’ zegt Jaap Snijders van boekhandel Kramer. Naast Kramer en Primera heeft Lichtenvoorde een Read Shop.
Toen per 1 januari de huur voor vijf jaar moest worden verlengd, besloot Snijders de winkel te liquideren. ‘Het is een kruispunt van wegen’, omschrijft hij de situatie. ‘De huur was te hoog om verder te gaan. Het vertrek van het postkantoor – nadat eerder al de studieboeken en bibliotheekleveringen waren weggevallen. Maar ook de toegenomen concurrentie van internet en e-readers speelt een rol. Er worden wel meer e-readers verkocht, maar er zit geen rendement op. En mensen komen bij wijze van spreken je winkel binnen om te zeggen dat ze geen boeken meer kopen, omdat ze nu een reader hebben en er 3.000 boeken illegaal op hebben gekopieerd.’
Zelf gaat Snijders, die het filiaal in Lichtenvoorde leidde, aan de slag in de hoofdvestiging in Winterswijk, dat zijn vrouw Veronie Snijders runt. Voor de vier medewerkers is ontslag aangevraagd. ‘In Winterswijk gaat het goed. Althans, als ik hoor dat de omzet landelijk op –8 of –9 procent zit, doen wij het met –3 procent redelijk. En we zitten daar in een eigen pand, zodat er geen druk van de huur op zit. Wel gaat de spiraal al sinds 2008 naar beneden. Jaar in jaar uit min of min, dat kan ook niet eeuwig door gaan.’
Voor 2013 gaat Snijders uit van ‘een kleine min’ in Winterswijk. ‘We zullen alles in de strijd gooien om dat tegen te gaan. We zijn een actieve boekhandel met veel literaire activiteiten en acties. We liggen goed in de markt. Maar als de consument minder geld in de portemonnee heeft door de maatregelen van de regering, dan zal dat de detailhandel ergens raken.’
Helemaal uitgespeeld is de rol van boekhandel Kramer in Lichtenvoorde nog niet. Kantoorvakhandel Hulshof die zich meer wil richten op een breder publiek, gaat nu een bescheiden assortiment tijdschriften, wenskaarten en boeken voeren. Boekhandel Kramer krijgt daarin een adviserende rol en zal Hulshof de boeken leveren. Snijders: ‘Het zal gaan om populaire top 100-titels, die Hulshof zonder recht van retour inkoopt. We zullen zien hoe het gaat, maar we gaan het zeker voor een jaar proberen.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 2 jan 2013)

Zie ook:
- winkelsluitingen in Eindhoven, Steenwijk en Maarssen.

donderdag 3 januari 2013

We noemen hem Maarten


In De geschiedenis van een genotzoeker van de Britse schrijver Richard Mason heet een personage Maarten. Het is mogelijk dat deze vermogende Amsterdammer naar mij is vernoemd. Toen Masons vorige roman De verlichte kamers in het Nederlands verscheen, heb ik hem in Den Haag geïnterviewd voor Border Kitchen. Hij zocht toen nog namen voor de personages in het boek waaraan hij net was begonnen. Typisch Nederlandse namen, die passen bij het einde van de negentiende eeuw. Middenin het interview vroeg hij het publiek om suggesties. Of ‘Maarten’ toen genoemd werd, herinner ik me niet, maar Maarten is het geworden. Zij het niet voor de hoofdpersoon. Die heet Piet.
De geschiedenis van een genotzoeker is niet het enige buitenlandse literaire werk waarin een Maarten voorkomt. In De trofee van de Roemeense schrijver Mircea Cartarescu duikt er een op – in het derde deel dat zich in Amsterdam afspeelt. Meer ken ik er niet. Als iemand me op andere niet-Nederlandstalige literaire werken met een Maarten kan attenderen, graag.

In de Nederlandse literatuur komen daarentegen zat Maartens voor. Denk aan de demente hoofdpersoon van Hersenschimmen van Bernlef. Of aan de observator van het kantoorleven in Het Bureau van J.J. Voskuil. Gewend ben ik er dus wel aan, om af en toe een Maarten in boeken tegen te komen. Het is gewoon een naam als ieder ander, die me niet meer (of minder) aanzet om me te identificeren met het personage. 
Gek genoeg geldt dat niet voor alle namen, heb ik gemerkt. Toen in een roman van een personage met de naam van mijn indertijd driejarige dochter haar ‘kutje’ ter sprake kwam, had ik moeite dat te scheiden. Dat gaat dus niet over mijn dochter, moest ik mezelf voorhouden. Gelukkig maar dat het een naam is die de laatste paar decennia uit de mode is geraakt. Ik zal hem in de toekomst niet vaak tegenkomen.

Verder komt Maarten voor in:
- Het derde huwelijk, Tom Lanoye: de ontslagen locatiescout Maarten Seebregs
- Kinderen van het Ruige Land, Auke Hulst: de klasgenoot Maarten Bikkel
- Catwalk, D. Hooijer: de te dikke broer van Fons Kolenbrander, met wie hij een detectivebureau runt
- De allestafel, Thomas Heerma van Voss: de vriend van de hoofdpersoon die tot het laatst contact blijft zoeken.
- Schuim, Robert Anker: de zoon van Dirk, die hem opvolgt als directeur van het cargadoorsbedrijf.
(NB. Deze lijst wordt langzaam bijgewerkt)

woensdag 2 januari 2013

Interview Tim Krabbé: ‘Ik peins er niet over mijn boek zelf te vertalen’ (Knack)


Schrijvers blikken terug op 2012. Aflevering 4: Tim Krabbé houdt in Nederland de nieuwsmedia op afstand. In Amerika lukt het hem niet een uitgever te vinden.

Bij iedere schietpartij op een school weten de media Tim Krabbé tegenwoordig blindelings te vinden. Als auteur van Wij zijn maar wij zijn niet geschift, een diepgravende analyse van de moordpartij op Columbine High School, geldt hij als specialist. ‘Meestal zeg ik nee, omdat er dan nog zo weinig bekend is. Na Newtown [waar Adam Lanza 26 mensen doodde] werd ik ook gebeld of ik dezelfde avond op tv kwam. Daar heb ik geen zin in – kreten roepen als je nog niets weet van de motieven.’
Hetzelfde geldt voor studenten die een scriptie schrijven over geweld. Ook zij weten Krabbé te vinden, ook zij krijgen nul op het rekest. ‘Die regelmatige mailtjes onderstrepen dat het boek nog leeft’, zegt de schrijver. ‘Maar alles wat ik over het onderwerp te zeggen heb staat in mijn boek. Wat moet ik daar aan toevoegen? Als ik er nog iets aan zou moeten toevoegen, was het geen goed boek.’
Desondanks heeft Krabbé de faam van Eric Harris en Dylan Klebold, die op 20 april 1999 15 mensen (inclusief zichzelf) vermoorden op hun eigen Columbine High School, overschat. ‘Volgens de laatste reclame van mijn uitgever zijn er 15.000 exemplaren van verkocht. Dat is redelijk, maar niet echt fantastisch. Het is minder dan gehoopt. Kennelijk neemt de klank van de affaire af, ook al blijft het de meest fascinerende schietpartij. Bij Newtown werd er ook weinig over Columbine gepraat.’
De ontvangst van Wij zijn maar wij zijn niet geschift noemt Krabbé goed. En ondanks het radicaal andere beeld dat hij schetst – niet de schreeuwer Klebold was de gek, maar de koele Harris – en de vele nuanceringen die hij aanbrengt, heeft hij geen weerleggingen gelezen.
Aan de andere kant: de geïnteresseerden die zich echt fanatiek met Columbine bezighouden beheersen geen Nederlands. Op het online forum, gewijd aan de schietpartij, is negentig procent van de deelnemers Amerikaans, schat Krabbé. ‘Er zijn Nederlandse posters die ongeveer weergeven wat ik beweer – dat de gangbare analyse onzin is. Dat vindt men dan interessant, maar daar blijft het bij omdat niemand het boek zelf kan lezen. Ik voel me daar een roepende in de woestijn.’
Driekwart jaar na publicatie van Wij zijn maar wij zijn niet geschift ziet het er niet naar uit dat daar verandering in komt. Krabbés uitgever kan geen Amerikaanse uitgeverij interesseren voor het boek. ‘Er zijn er zeker twee geweest waar het afketste op het idee: er is al een goed boek over de zaak, wat kan een Nederlander ons daar meer over vertellen? Niemand heeft het boek zelf gelezen. De brief aan Engelstalige uitgevers die ik heb geschreven, heeft ook niet geholpen.’
Het definitieve boek over Columbine dat al zou bestaan, is van Dave Cullen. Volgens Krabbé is dat een ‘waardeloos prul’: inhoudelijk vol fouten, stilistisch van een Readers Digest-niveau. ‘Cullens toon is constant snerend. Zoals alle slechte schrijvers vertelt hij zijn publiek voortdurend wat ze moeten vinden. Gênant dat Amerika zich over zo’n interessante zaak met zo’n boek laat afschepen.’
Vooralsnog geeft Krabbé niet op. ‘Het is ook crisistijd. Misschien durven uitgevers zo’n riskant project nu niet aan,’ zegt hij. ‘Een vertaling van zo’n omvangrijk boek kost iets in de orde van 30.000 euro, ik weet het niet precies. En net zoals wij om begrijpelijke redenen moeite hebben een Amerikaanse uitgever te overtuigen, zal die dezelfde barrières hebben bij het overtuigen van het publiek. Ik kan me hun reserves dus wel voorstellen.’
Zou hij dan desnoods zélf een Amerikaanse vertaling van Wij zijn maar wij zijn niet geschift op de markt willen brengen? ‘Ik peins er niet over. Veel te duur. Een boek moet een uitgever hebben, die er ook propaganda voor kan maken, het kan distribueren enzovoorts. Zó werkt het in het boekenvak, al is het misschien anders met e-books. En mijn Nederlandse uitgever zie ik ook niet zo snel zelf een vertaling uitbrengen.’
(Eerder verschenen op Knack.be, 28 dec 2012)

Zie ook:

maandag 31 december 2012

Interview Koen Peeters: ‘Optimism is a writer’s duty’ (Knack)


Schrijvers blikken terug op 2012. Aflevering 3: Koen Peeters wacht nog op de vertaling in het Kinyarwanda van zijn grote Rwanda-roman ‘Duizend heuvels’.

Prachtige besprekingen kreeg Peeters’ even poëtische als filosofische mozaïek over verleden en heden van de kleinste Belgische kolonie in Afrika, toen Duizend heuvels ruim een half jaar geleden verscheen. De schrijver is de eerste om het te erkennen. ‘Alleen in Nederland heeft het niet veel gedaan,’ zegt hij. ‘Er stond een mooi interview met mij in Vrij Nederland van Tomas Vanheste, maar daarnaast – misschien ligt Rwanda toch verder van Nederland dan van België.’
En toch heeft het boek niet gekregen wat het verdient, vindt Peeters. ‘Ik schrijf geen boek vanuit een marketingstrategie. Ik wilde over Rwanda schrijven omdat het een intrigerend, complex, interessant onderwerp is. Maar ik ben ervan overtuigd dat ieder boek vroeg of laat krijgt waar het recht op heeft. Ik kan dat niet staven, het is meer een geloof dan een veronderstelling. Optimism is a writer’s duty. En voor Duizend heuvels moet het nog komen, waar het recht op heeft.’
Het succes van Peeters’ Rwanda-boek contrasteert opvallend met David van Reybroucks Congo-boek. ‘Mijn boek is misschien complexer’, bespiegelt Peeters, ‘al wil ik de lezer absoluut niet onderschatten. Ik wilde recht doen aan de complexiteit van Rwanda en meer dan één verhaal vertellen. Ik wil ook geen boeken schrijven die je snel leest, even voor het slapen gaan. Ik wil boeken schrijven om de lezer te bewapenen, zelfs om beter te leven. Ik mis soms die sérieux in de literatuur.’
Duizend heuvels is geen boek over een huis-tuin-en-keuken-onderwerp, vervolgt hij. ‘Je moet er een stap in de wereld voor zetten. Het is mijn persoonlijke overtuiging dat dat verrijkend is. Je moet ver weg gaan om beter naar jezelf te kijken. Dompel je onder in een vreemde wereld en je kijkt ook met bevreemding naar wat je achtergelaten hebt. Ik vind dat zinvol.’
We kunnen in het Westen dan ook veel leren van zwart Afrika. ‘Je moet het continent dan alleen niet beschouwen als primitief, zoals dat gebeurt in tv-programma’s als Dr. Livingstone [een reisprogramma van VIER met Martin Heylen en Philippe Geubels]. Dat gaat niet over Afrika of over mensen of over ontmoeten – dat is het actualiseren van de raciale clichés door BV’s. Ik vind dat kwalijk. Dan kun je beter Duizend heuvels lezen, dat recht doet aan de complexiteit van Rwanda.’
Maar om meetbaar groot succes gaat het helemaal niet. Peeters zoekt niet naar dezelfde verkoopcijfers als Congo of dezelfde kijkcijfers van Dr. Livingstone. Eerder zou Duizend heuvels zijn bestemming bereiken met het verschijnen van vertalingen in het Frans, Engels en – ‘het liefst’ – het Kinyarwanda.
‘Ik heb goede gesprekken over het boek gehad met Rwandezen die Nederlands kunnen’, vertelt Peeters. ‘Zij erkennen dat het verder gaat dan vertellen over de verschrikkingen van de genocide, maar ook gaat over de Rwandezen van vandaag. Hoe zij verder moeten leven. Vergeet niet: de helft van de Rwandezen vandaag is jonger dan twintig. Met de reactie van deze groep lezers was ik heel blij.’
Een geïnteresseerde buitenlandse uitgever is helaas nog niet gevonden. ‘Het is een werk van lange adem’, zegt Peeters. Zelf is hij er niet mee bezig – hij werkt aan een nieuw boek. ‘Maar de uitgever loopt ermee rond op de Buchmesses in de wereld – al draagt hij nog een hele stapel boeken. Misschien moet je me over een jaar terugbellen. Kan ik je dan een uitnodiging geven voor de presentatie van de vertaling in Hotel Milles Collines in Kigali.’
In het interview met Vanheste sprak Peeters over het korte geheugen van België: de genocide van 1994 en de eigen rol daarin, leeft al lang niet meer. Of Duizend heuvels daar verandering in heeft gebracht, durft hij niet te zeggen. ‘Het was alleszins een steen in de vijver die cirkels heeft veroorzaakt.’
(Eerder verschenen op Knack.be, 26 sep 2012)

Eerdere afleveringen uit deze serie staan hier en hier.
En mijn bespreking van Duizend heuvels staat hier.

zondag 30 december 2012

De top 10 van 2012


De man zonder ziekte - Arnon Grunberg
De vaste hand waarmee Grunberg zijn lezer naar de ontknoping voert en de subtiliteit waarmee de diepere lagen van het boek worden onthuld, bewijzen dat Grunberg zich blijft vernieuwen. (Zie bespreking en interview)

Blindgangers - Joke J. Hermsen
Mooi opgebouwd. Mooie gesprekken. (Zie bespreking)

Pier en Oceaan - Oek de Jong
Wat een intens genot om een week lang mee te leven met Abel Roorda. (Zie bespreking)

Liefde – Karl Ove Knausgard
Het eerste deel van het zesdelige Mijn Kamp, zoals de oorspronkelijke Noorse titel luidt, viel me niet mee. Zó goed als iedereen zei, was het toch niet? Maar toen mijn verwachtingen goed waren afgesteld, was ik verkocht door dit tweede deel. Wat schrijft Knausgard lucide. Wat is hij genadeloos over zichzelf.

Iep! - Joke van Leeuwen
Ter voorbereiding op een interview met Joke van Leeuwen las ik haar werk voor kinderen. De oudste boeken had ik in de jaren tachtig heel goed als kind kunnen lezen. Gelukkig heb ik dat niet gedaan. Ik had toen vast niet gezien hoe goed het is. (Zie interview)

Gerard Reve. De late jaren - Nop Maas
De jaren waarin ik Reve heb gekend - als schrijver, als media-figuur en, dankzij een interview met zijn partner Joop Schafthuizen, bij hem thuis. Zeer fascinerend kijkje achter de schermen. (Zie ook hier en hier)

Post Mortem - Peter Terrin
Van het niveau dat een AKO Literatuurprijs verdient. (Zie ook hier en hier)

Het bamischandaal - P.F.Thomése
Een van de twee boeken waarom ik hardop heb gelachen dit jaar. Zij het niet zo veel als om de eerste J. Kessels-roman – pardon, novel. (Zie bespreking)

Het boek ONT - Anton Valens
Een van de twee boeken waarom ik hardop heb gelachen dit jaar. (Zie bespreking en interview)

Grand Central Belge - Pascal Verbeken
Mijn fascinatie en liefde voor België werd dit jaar het best bevredigd door Pascal Verbeken. Zijn heldere pen en zijn inzicht riepen het acute verlangen op weer naar België op vakantie te gaan. Wat we dit najaar dan ook hebben gedaan.

NB. In alfabetische volgorde. De boeken die dit jaar ook bij herlezing meer dan de moeite waard waren, zoals Grip van Stephan Enter, tel ik niet mee.

zaterdag 29 december 2012

Interview Filip Rogiers: ‘Ik heb als schrijver al zoveel verloren jaren gekend’ (Knack)


Schrijvers blikken terug op 2012. Aflevering 2: Filip Rogiers, winnaar van de Vlaamse Debuutprijs, voelt zich nu officieel een literair auteur.

In ‘prachtige, poëtische taal’ schrijft Filip Rogiers over de ‘soms grote drama’s in een kleine wereld’, oordeelde dit jaar de jury van de Vlaamse Debuutprijs. Hij schrijft in de verhalenbundel Nauwelijks lichaam over ‘kleine luyden die subtiel, zijdelings onder de voet worden gelopen door grote problemen’. En: Rogiers ‘blaast het literair wat veronachtzaamde kortverhaal met verve nieuw leven in’.
De debutant nam er begin oktober met nog meer genoegen kennis van dan willekeurig welke andere schrijver die lof krijgt toegezwaaid. Voor de journalist van De Standaard betekende de prijs niets minder dan de ‘officialisering van mijn schrijverschap’.
‘Ik heb me altijd een schrijver geweten,’ zegt Rogiers. ‘Al van voor ik in de journalistiek stapte. Het schrijven komt voor mij ook op de eerste plaats – niet in tijdsbesteding, maar wel in de pikorde. Mensen die mij goed kenden wisten wel dat ik ermee bezig was. Ik publiceerde af en toe ook, in tijdschriften, maar dan leek het alsof het uit de journalistiek voortkwam. Dat was in mijn beleving absoluut niet zo.’
Nu hij zich officieel schrijver durft te noemen, hoopt hij ook dat hij vaker en makkelijker schrijft. ‘Nauwelijks lichaam was de oogst van vijftien, twintig jaar schrijven. Dat klinkt romantisch, maar dat is het niet. Soms heb ik meer dan een jaar totaal niets geschreven. Ik schrijf traag. Het stempel van goedkeuring dat deze prijs geeft, biedt me hopelijk meer tijd en ruimte voor de literatuur.’
Maar dan twee maanden na de toekenning van de Debuutprijs is dat er nog niet van gekomen. Heel 2012 is eigenlijk onvruchtbaar geweest: tot veel meer dan paar aanzetten, waar hij af en toe een zin aan toevoegde of die hij in zijn geheel weer weggooide, is Rogiers niet gekomen. ‘Ik heb een vrij drukke job’, verexcuseert hij zich. Een ramp is het ook niet: ‘Ik heb als schrijver al zoveel verloren jaren gekend.’
Zijn baan opzeggen voor het schrijverschap zal hij in ieder geval niet. ‘Ik geloof niet in het geïsoleerde schrijverschap. Mijn werk is voortgevloeid uit de situaties waarin ik als journalist terecht kwam en de mensen die ik heb ontmoet. Ik wil die banden met de maatschappij niet doorsnijden. Ik zal dus naast mijn werk doorschrijven en hopelijk over twee, drie jaar met een nieuw boek komen.’
Behalve de ‘officialisering’ heeft de Debuutprijs Rogiers complimenten van lezers en collega’s opgeleverd, en uitnodigingen voor optredens en interviews. ‘Laatst werd ik  in het programma van de Lange Nacht van het Korte verhaal in Turnhout gepropt. Een ongelooflijk cadeau. Ik amuseer me daar goed mee, meer dan met optredens als politiek-maatschappelijk journalist.’
Alleen zijn hoop dat Nauwelijks lichaam een tweede leven kreeg, is niet uitgekomen. Aanvankelijk waren er maar 169 exemplaren van de bundel verkocht, onder meer omdat Standaard Boekhandel het niet aanbood. ‘Ik heb geen zicht op de verkoop nu, maar het zou me verwonderen als die plots een steekvlam te zien zou geven. Op de Boekenbeurs heb ik twee keer twee uur gesigneerd en twee keer zeven exemplaren verkocht.’
En wat heeft hij met de prijs gedaan: 6.200 euro en een Montblanc Meisterstuck ter warde van 870 euro? ‘Ik heb een nieuwe bril aangeschaft. Die had ik al een meer dan een jaar nodig. En een mooi kleedje voor mijn geliefde, in Parijs.’ En schrijft hij nu met zijn nieuwe, dure pen? ‘Nee. Ik schrijf op de computer. Een pen gebruik ik alleen om notities te maken als ik op reportage ben. Dan is een bic veel handiger.’
(Eerder verschenen op Knack.be, 24 dec 2012)

In deze serie interviewde ik eerder Elvis Peeters. Zie hier.