donderdag 18 januari 2018

Interview Hans Hagen over de sluiting van kinderboekhandels - en het ontbreken van poëzie in winkels (Boekblad)

Wat is een kinderboekenschrijver zonder kinderboekhandels? Hans Hagen – samen met zijn vrouw Monique Hagen kinderboekenambassadeur – reageert op de aangekondigde sluiting van De Boekenwurm (Maastricht), een filiaal van De Kinderboekhandel (Amsterdam) en de Weesper Boekhandel, die voortkwam uit een kinderboekhandel. Het verlies aan kennis is het ergste, vindt Hagen.

Wat dacht je toen je het nieuws hoorde?
'Ik wist al dat de winkel in Maastricht het moeilijk had. Maar er gaat veel kennis verloren. Ook in Weesp. Nathalie Scheffer van de Weesper Boekhandel was heel actief, ook voor scholen. Ik ben eens aan het begin van de Kinderboekenweek op een avond voor leerkrachten geweest, waar zij werden geïnformeerd over nieuwe titels. Daar kwamen veel mensen op af. Alleen in Amsterdam valt de schade mee. Het personeel van De Kinderboekhandel blijft werken op de hoofdvestiging. En die is maar een paar minuten fietsen verderop.'

Het verlies aan kennis is dus het ergste?
'Het vak van jeugdbibliothecaris is ook al aan het verdwijnen. Je kan er in ieder geval niet meer voor leren. Dan worden kinderboekhandels dé plek waar verkopers het overzicht hebben en advies kunnen geven. Als dat verdwijnt, is dat heel erg.'

Is het sluiten van de winkels ook een gevoelige klap voor de verkoopcijfers van kinderboekschrijvers?
'Dat kan ik niet beoordelen. Er zijn ook kinderboekhandels bijgekomen. In Alkmaar en Amsterdam-Noord bijvoorbeeld. En je mag hopen dat de klanten van deze winkels nu ergens anders heengaan. Naar een andere boekhandel, wat ik zou aanraden, of online. Ik heb helaas geen cijfers over het aantal speciaalzaken. Maar ik dacht dat Bart en Carole de Mooij lang naar opvolgers hebben gezocht voor hun kinderboekhandels in Arnhem en Nijmegen, dat geeft wellicht aan hoe moeilijk het voor sommigen is in deze specialistische sector. Aan de andere kant gaat het met De Giraf in Dordrecht bijvoorbeeld heel goed, hoorde ik gisteravond toen ik daar een lezing gaf, vooral ook door de contacten met heel veel basisscholen.'

Zie je de afdeling kinderboeken bij algemene boekhandels toenemen?
'Dat wel. Het kinderboek is een van de genres die weinig te lijden hebben gehad onder de crisis. De omzet is min of meer op peil gebleven en de laatste tijd zelfs gegroeid. Een op de vier verkochte boeken is een kinderboek. Ik kan me voorstellen dat algemene boekhandels daar dan meer ruimte voor maken.'

Is dat een vergelijkbaar aanbod?
'Het is redelijk schraal, eerlijk gezegd. Specialistische titels of backlist liggen er nauwelijks. In Maastricht kun je dan straks terecht bij Dominicanen. Een imposante winkel, maar toen ik daar was vond ik het assortiment – hoe zeg ik dat netjes? – vrij gemakkelijk. Toch wil ik er niet denigrerend over doen. Het is goed dat er iets ligt in algemene boekhandels. Maar het is niet vergelijkbaar.'

Als Kinderambassadeur maken jij en Monique je nu bijvoorbeeld sterk voor poëzie. Jullie hebben net een Tiplijst gemaakt met zeventig titels. Die vindt je alleen in kinderboekhandels?
'Poëzie blijft eigenlijk overal achter, op een enkele uitzondering na, zoals de Literaire Boekhandel in Utrecht. Poëzie is het eerste waar ik naar kijk als ik ergens binnenloop. Op het plankje ligt hooguit het bekende werk of nieuwe titels die een paar maanden de kans krijgen. Erg jammer.'

Hebben algemene boekhandels voldoende kennis van het kinderboek?
'Als ik lezingen geef voor leescoördinatoren van basisscholen die bijvoorbeeld de cursus Open Boek hebben gevolgd, is daar meestal een kinderboekhandel bij. Zij hebben echt de contacten met scholen. Maar algemene boekhandels kunnen dit opvangen, zeker als de mensen van kinderboekhandels in het vak blijven. Iemand als Marjoleine Wolf is na het einde van Helden & Boeven ook naar De Amsterdamse Boekhandel gegaan. Hanneke Koene van De Boekenwurm begint een cultureel centrum in haar eigen huis. Ze woont in een dorp buiten Maastricht. Daar zullen mensen haar toch moeilijker weten te vinden.'

Zijn de overgebleven kinderboekhandels mee met hun tijd?
'Dat vind ik wel. Ik zie wel steeds meer spullen eromheen: gadgets, veel Plint-spullen, opschrijfboekjes. Waarschijnlijk is dat nodig om het hoofd boven water te houden. Er wordt ook steeds meer plat gepresenteerd.'

Ze voelen ook nog als prettige, moderne winkels?
'O ja. Ik hou van gezellig rommelige winkels zoals Kakelbont in Utrecht, maar ook van strakke zoals de Utrechtse Kinderboekhandel. Mij maakt dat niet uit. De bestaande winkels hoeven niet te veranderen. Ik hoor wel dat een verbouwing veel aandacht geeft en nieuw publiek geeft en daarom vanuit bedrijfseconomisch oogpunt zinnig is. Maar voor de sfeer hoeft dat niet. Als het maar klopt.'

Kinderboekhandels zijn ook niet te klein, zoals Daniel Albering van De Kleine Kapitein in Rotterdam beweert?
'Dat was ook de reden om de vestiging van de Amsterdamse boekhandel te sluiten. Maar of dat in alle gevallen zo werkt? Daniel heeft zelf in zijn winkel heel veel dingen naast de boeken. In Rotterdam werkt dat blijkbaar, maar het kan ook een rommelig effect geven. Dan kan een winkel juist weer te groot zijn. Ik vind het daarom allemaal zo onvergelijkbaar. Ik vind het in ieder geval fijn dat het allemaal naast elkaar kan bestaan. Je zou ook niet willen dat alle kinderboekhandels op elkaar gaan lijken.'

Vind je het een taak van de kinderboekenambassadeur om ook te pleiten voor kinderboekhandels?
'We zijn in eerste instantie aangesteld om het belang van lezen bij een breed publiek onder de aandacht te brengen. Ouders vooral, bij wie we erop hameren dat een kind met een lezende ouder vijf keer zo veel kans heeft om later zelf een goede lezer te worden. Maar ook leerkrachten. We proberen een beetje boven de partijen te staan. Maar als daar aanleiding toe is zullen we op onze Facebook-pagina zeker wijzen op het belang van deze boekhandels.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 10 jan)

maandag 15 januari 2018

Interview Leon Verdonschot over the making of 'Rico' (Boekblad)

Zelden kwam zo'n grote bestseller zo vlak voor Kerst uit. Rico van Leon Verdonschot verscheen op vrijdag 22 december. Dit was alleen mogelijk dankzij krankzinnig hard werken van alle betrokkenen, aldus de schrijver. En het geluk dat er niets mis ging. Pas na Rico Verhoevens titelgevecht op 9 december viel het besluit dat het portret van de kickbokser nog voor de feestdagen moest verschijnen.

Gefeliciteerd met je eerste plaats in de Bestseller 60. Had je dat verwacht?
'Dank. Ik ben er héél blij mee, ik wil daar absoluut niet lichtvoetig over doen. Ik had het niet verwacht. Rico heeft veel volgers op Instagram, maar het was afwachten hoeveel daarvan ook het boek willen hebben. Kickboksen is ook niet zo'n grote sport. Rico is groter dan zijn sport. Zeker het afgelopen jaar is een sportieve volksheld geworden. Dat kon ik niet voorzien toen ik aan het boek begon.'

Hoe is dit boek bij Voetbal Inside terecht gekomen?
'Vos, mijn vorige boek, kwam uit bij Lebowski, dat net als Voetbal Inside onderdeel is van Overamstel. Vos [over de Vlaamse zanger Luc de Vos, red.] heeft het in Vlaanderen heel goed gedaan, dus ik was er nogal vaak om te overleggen over pr. Af en toe sprak ik daar met Marieke Derksen van Voetbal Inside. Ook over Rico. Zij was door hem gefascineerd door zijn gevecht met Badr Hari. Toen kwamen een aantal dingen samen. Ik wilde altijd al een boek maken over vechtsport. Ik kickboks zelf ook. En Rico's management wilde na een documentaire over hem een boek maken. Zij waren daarover met een aantal uitgevers in gesprek. Marieke had daarom contact met hen. Zij bracht ons bij elkaar. Het management dacht eigenlijk aan een boek op basis van een paar interviews bij een omelet. Ik wilde hem een jaar lang volgen. Maar toen we een paar keer vrijblijvend hadden afgesproken, was er zo'n goede klik dat het snel rond was. Vanzelfsprekend heb ik toen niet meer aan andere uitgevers gedacht.'

Heel natuurlijk dus. Is dat de reden dat je meerdere uitgevers hebt gehad: onder andere Thomas Rap, Brandt, Lebowski?
'Ja. Ik heb de meeste boeken bij Rap uitgebracht, maar als zij een project niet zagen zitten, zocht ik een andere uitgeverij. Zo kwam Bruce en ik, over Bruce Springsteen, bij Brandt en Vos bij Lebowski. Dat was prima. Ik ben daarom ook nooit weggegaan bij Rap. Dat zou ik pas doen als ze me zouden tegenhouden om projecten bij andere uitgeverijen onder te brengen. Maar bij Rap feliciteerden ze me juist als eerste met de nummer 1 voor Rico.'

Hoe beviel de samenwerking met Voetbal Inside?
'Heel goed. Rimpelloos. Marieke Derksen is net als Oscar van Gelderen van Lebowski een one man army. Als je hen om half een 's nachts appt, krijg je na vijf minuten antwoord. Een out of office-reply? Ondenkbaar. Ik hou daar wel van, een uitgever die drijft op enthousiasme. Een uitgever die niet denkt in praktische problemen, maar gewoon doet. Dat geeft mij veel energie.'

Waar bleek dat uit?
'Ik wilde per se een goede redacteur. Ik wilde graag dat Andreas Donker dat doet, die ik al jaren goed ken en ook redacteur van Vos was. "Geen probleem," zei Marieke meteen, "geef z'n nummer maar, dan maak ik een contract."'

Waarom verscheen het boek zó dicht op Kerst?
'Aanvankelijk hadden we geen verschijningsdatum afgesproken. Ik zou Rico een jaar volgen, dus dan zou het boek eind vorig jaar, begin dit jaar uitkomen. Maar ik wist niet wanneer Rico zou vechten. Soms weet hij dat ook maar zes weken van tevoren. Toen bleek dat hij op 9 december een titelgevecht had. In Ahoy, met een pittige tegenstander: Jamal Ben Saddik. Dat móést in het boek. Als hij zou winnen, zou alles perfect samenkomen. Maar je wil ook dat het boek vóór de feestdagen in de winkel ligt. Toen hebben we afgesproken dat Marieke in november een kant-en-klaar boek zou krijgen. Behalve het laatste hoofdstuk. Als Rico zou winnen, zou ik dat meteen daarna gaan schrijven. Andreas zou het, desnoods om drie uur 's nachts, meteen daarna redigeren. Zodat Marieke het 11 december 's ochtends had. Dan kon het net.'

Alleen als hij zou winnen?
'Ja. Als Rico zou verliezen, zouden we het boek tot nader order uitstellen. Een nederlaag zou geen mooi einde zijn. Hij zou dan ook geen zin hebben om het boek te promoten. Ieder interview zou beginnen met: "Jij hebt dus verloren". Ik zat dus mijn nagels helemaal op te vreten toen Rico in de eerste ronde een paar flinke klappen kreeg. Straks wordt niet alleen Rico uit de ring geslagen, dacht ik, maar ook mijn boek van de drukpers. Goddank won hij. In de kleedkamer grapte hij na afloop: "Laat ik het spannend voor je maken met een technische knock-out in de vijfde ronde." In de euforie van de overwinning ben ik toen zelfs in de nacht al begonnen met het laatste hoofdstuk.'

Daarna ging niets mis?
'Er had van alles mis kunnen gaan. Bij de drukker, bij de belevering, bij de inkoop. Maar nee. De boekhandels hadden er wel te weinig van ingekocht, zo bleek. Op sommige plekken was het zaterdag uitverkocht. Gelukkig was het absoluut niet zo dat het toen overal uitverkocht was.'

Is een boek over een kickbokser wel een boek voor de traditionele boekhandel?
'Toch wel. Het is mede aan boekhandels te danken dat het zo'n succes is. Overal waar ik ben geweest lag het heel goed. Zeker toen het op 4 binnenkwam in de bestsellerlijst, maar ook daarvoor al. Wat ik heb begrepen van de salesafdeling van Overamstel is dat boekhandels vonden dat er nog wel één nieuw, potentieel groot boek bij kon in de periode voor Kerst. Normaal verschijnt er vanaf begin december eigenlijk niets meer. Nu kwam mijn boek nog. Daarom kochten ze het behoorlijk goed in.'

Ik kan me namelijk voorstellen dat Rico veel wordt gekocht door mensen die normaal geen boeken kopen.
'Deels wel, ja. Bij de signeersessie op de dag van verschijnen waren veel jonge mensen die zeiden dat dit hun eerste boek was. Hun eerste boek! Zoiets vergeten ze nooit meer. En dat is het boek dat ik heb geschreven. Geweldig. Maar ik merk dat het een heel breed publiek trekt. Rico is ook niet echt een sportboek. Het is eerder een portret van iemand die toevallig sport. Het gaat heel veel over zijn moeilijke jeugd – het afgelopen jaar overleed zijn vader – en relaties.'

Waarom gingen jullie uitgerekend signeren bij de AKO op Schiphol?
'We hadden de dagen voor Kerst, van vrijdagochtend tot zaterdagochtend, helemaal volgepropt met interviews. We zouden niet optreden. Omdat zo laat pas werd besloten of het boek zou verschijnen, konden we daar toch geen afspraken voor maken. Maar toen we het schema voor de media hadden gemaakt, hadden we toch nog een gat. AKO had al eerder belangstelling getoond voor een signeersessie. Zij konden het op korte termijn organiseren. Zij stelden Schiphol voor: goed bereikbaar én groot genoeg om veel mensen te kunnen opvangen. Dat bleek heel goed uit te pakken. We hebben bijna 400 boeken verkocht. Iedereen stond er twee uur voor in de rij. Hartverwarmend.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 8 jan)

vrijdag 12 januari 2018

Interview Max Porter: 'In boekhandels is juist meer ruimte voor vreemde, half-poëzieachtige romans als de mijne' (Boekblad)

De winnaar van de Europese Literatuurprijs 2017 weet heel goed wat het is om boeken te verkopen en uit te geven. Max Porter werkt al jaren in het boekenvak. 'Eigenlijk gaat het een boekhandelaar en een uitgever om die ene vraag: hoe krijg je een boek in de handen van een lezer om het daadwerkelijk te lezen?'

Een van de mooiste dingen aan de Europese Literatuurprijs, vindt Max Porter, is de invloed van boekverkopers erop. Dat hij deze prijs begin november in ontvangst mocht nemen voor Verdriet is een ding met veren is in eerste instantie te danken aan de boekhandelaren die zijn debuutroman op de longlist zette. Ook in de jury die beslist over shortlist en winnaar zijn boekverkopers nadrukkelijk aanwezig. Zij vullen twee van de vijf juryplaatsen – dit jaar Janna Navis (Dominicanen) en Lilian Zielstra (Godert Walter).
'Ik won de prijs dus niet om een of andere politieke reden,' zegt de schrijver twee dagen na de uitreiking in zijn Haagse hotel. 'Ik won hem omdat mensen het boek echt waardeerden. Ik vertrouw niemand meer dan boekverkopers, die zoveel boeken per jaar lezen en gewend zijn om tegen mensen te zeggen: "ik weet dat het er raar uitziet, ik weet dat het onderwerp een beetje vreemd is, maar vertrouw me, het zal je raken." Het idee dat dát met mijn boek is gebeurd in boekhandels overal in Nederland vind ik zeer opwindend.'

De 36-jarige Porter heeft een liefde voor boekhandels die verder gaat dan die van de meeste schrijvers. Hij heeft zelf tot zijn immense genoegen zeven jaar in London in boekhandels gewerkt voordat hij de overstap maakte naar de uitgeverij. Wat begon als een tijdelijke baantje tijdens de grote Kerstdrukte, bleek al snel zo de moeite waard dat hij zijn plannen voor een promotie liet varen. Voor Daunt Books zette hij twee nieuwe vestigingen op. In 2009 kreeg hij daarvoor de Young Bookseller of the Year Award.
'Verdriet is een ding met veren is eigenlijk een liefdesbrief aan de boekhandel', legt hij uit. Het boek gaat over een jong gezin dat moet leren leven met het verlies van de moeder. Een kraai is de vader en de twee jongens daarbij tot steun – als vriend, oppas, therapeut. 'Die kraai haalt daarvoor van alles erbij: fabels, gedichten, atlassen, mythen, politieke biografieën. Hij houdt nooit op met verzamelen. Precies zoals je in een boekhandel eindeloos van sectie naar sectie kunt browsen om overal iets van je gading te halen.'
Let wel: van fysieke boekhandels – niet van internet. 'Alleen in een boekhandel kun je worden verrast door de boeken die een boekverkoper heel slim naast elkaar heeft gezet. Een schitterend vormgegeven boek over Engelse bomen bijvoorbeeld. Een algoritme zou me nooit naar een dergelijke titel leiden, omdat het niet meer van mij weet dan wat ik eerder heb besteld. Het weet niet waar ik nog meer door geprikkeld kan worden. Daar zijn nog vele, vele jaren mensen voor nodig.'

Het doet Porter dan ook goed te merken dat het dieptepunt voor de boekhandel in Engeland voorbij is. 'De boekhandels die het bloedbad hebben overleefd, richten zich niet meer op makkelijk te verkopen boeken. Ze kunnen toch niet concurreren met internet en supermarkten. En dus richten ze zich op hun eigen ontdekkingen, zoals dat voor sommigen Verdriet is een ding met veren was. En niet alleen onafhankelijke boekhandels, ook in ketens als Waterstones krijgen boekverkopers de ruimte om daarmee het verschil te maken.'
Er is weliswaar een cultuur ontstaan waarin uitgevers te veel vertrouwen op marketing en te weinig op de intrinsieke kwaliteiten van een boek, zegt Porter. 'Al die eindeloze sociale media-campagnes waarin de superlatieven over elkaar buitelen, alsof een uitgeverij iedere week een boek kan publiceren dat zijn lezers tot tranen toe roert. Het is te veel. Maar door deze cultuur bij boekhandels is er paradoxaal genoeg juist meer ruimte dan ooit voor zulke vreemde, poëzie-achtige romans als de mijne.'

Dat Porter een paar jaar geleden redacteur bij Granta Books werd, was niet omdat hij dat als een promotie beschouwde. Hij miste alleen 'het werken op papier', zoals hij dat noemt. Daarbij ziet hij in essentie geen verschil tussen boeken verkopen en boeken uitgeven. 'Het gaat allebei om die ene vraag: hoe krijg je een boek in de handen van een lezer om het daadwerkelijk te lezen? En zowel de boekverkoper als de uitgever moet dat doen door een pleidooi voor een boek te houden; door ervoor te zorgen dat het opvalt.'
Een uitgever doet dat door de titels waar hij echt in gelooft zo goed mogelijk te maken – zo wijst hij op de parallellen – een boekverkoper doet dat door zijn assortiment zo persoonlijk en smaakvol mogelijk samen te stellen. Een uitgever zorgt ervoor dat zijn boek zo goed mogelijk wordt vormgegeven, een boekhandelaar zorgt ervoor dat zijn winkel zo aantrekkelijk mogelijk is ingericht. Een uitgever streeft een ideale mix tussen frontlist en backlist na, een boekverkoper zoekt het ideale midden tussen nieuwe titels op tafels en klassiekers in de kast.
'Ik heb als uitgever ook veel baat bij mijn tijd in de boekhandel', zegt Porter. 'Ik heb meer en breder kunnen lezen. Uitgevers concentreren zich noodgedwongen op hun eigen fonds. Ik blijf er bescheiden door. Uitgevers vinden vaak dat hun roman alle aandacht van de boekhandel verdient, terwijl ik weet dat er iedere maand weer vijftig nieuwe uit de doos komen. En ik ken domweg de praktijk. Toen ze bij Granta The Vegetarian van Han Kang een mat wit omslag wilde geven, kon ik zeggen: niet doen, dat is bij het uitpakken al vies.'

Ook een eventuele overgang naar fulltime schrijverschap – mede mogelijk gemaakt door het prijzengeld van de Europese Literatuurprijs: 5.000 euro – ziet Porter niet als een promotie. Hij houdt te veel van zijn baan om ermee op te willen houden. 'Ik ben zo verbonden met de wereld. Zoals iedereen in het boekenvak. Niet voor niets gaan boekverkopers en uitgevers via hun Twitter- en Facebookpagina's vaak voorop in het protest tegen de uitwassen van het huidige cultureel conservatisme. Ik zou gek zijn om die band op te geven.'
Veel liever gebruikt hij zijn ervaring als schrijver om zijn werk beter te kunnen doen. Hij weet nu immers hoe het is om te worden uitgegeven en verkocht. 'Het is niet makkelijk om boeken te verkopen. Een auteur moet er hard voor werken, door zo veel mogelijk evenementen af te gaan. Ik zal daarom nu harder zijn. Als een auteur klaagt dat hij al een evenement deze week heeft gedaan, zal ik zeggen: kom op, doe er vier. Maar tegelijk voel ik meer sympathie, omdat ik nu zijn angsten ken.'
Hij geeft twee voorbeelden. 'De tijd tussen inleveren van manuscript en een reactie is erg beangstigend. Hoe langer het duurt, hoe paranoïder je denkt: O, ze vinden het niets! Ik reageer nu onmiddellijk. Ook begrijp ik nu hoe pijnlijk een één ster-recensie op Amazon is. Als uitgever denk je: wat kan jou het schelen, kijk alleen al naar de rommel die die ene lezer nog meer leest. Nee dus. Een schrijver geeft er wél om. Al heb je de Europese Literatuurprijs gewonnen, als iemand je boek de grond in boort, doet dat iedere keer pijn.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, dec 2017)

zondag 7 januari 2018

Shaun Bythell, 'Dagboek van een boekverkoper' (Boekblad)

Hoe houdt een tweedehandsboekverkoper het vol in tijden van Amazon? De Schotse boekhandelaar Shaun Bythell laat in zijn Dagboek van een boekverkoper zien hoe hij het hoofd boven water houdt. Met een talent van marketing, waar ook zijn boek een uiting van is.

Shaun Bythell weet wat je moet doen met een Amazon Kindle als het scherm beschadigd is en je je Virginia Woolf niet kunt uitlezen. Hij heeft daar een 'revolutionaire techniek' voor, legt hij uit in een Kindle Tutorial die hij tweeëneenhalf jaar geleden op Youtube heeft gezet: een geweer. Een keer goed mikken en het ding is onherstelbaar gerepareerd. Waarna je de bebrilde veertiger de essaybundel Three Guineas uit de boekenkast ziet pakken en hij in zijn comfortabele luie stoel bij de piano rustig verder leest.
Bythell is eigenaar van de tweedehandsboekhandel The Bookshop in Wigtown – het Schotse boekendorp zoals Hay-on-Wye (Wales), Damme (Vlaanderen) en Bredevoort (Nederland). Sinds hij de winkel in 2001 overnam heeft hij internet zijn branche ingrijpend zien veranderen. En niet ten goede. Klanten lezen steeds vaker op een lelijk, grijs scherm. En als ze toch vasthouden aan een voorkeur voor papier zoeken ze op internet naar de goedkoopste uitgave. Hoe valt dan nog te verdienen aan gebruikte boeken?
Het Dagboek van een boekverkoper, dat Bythell vanaf 5 februari 2014 – een willekeurige datum – een jaar lang bijhield, is het antwoord op die vraag. Twaalf maanden lang beschrijft hij zijn pogingen om het hoofd boven water te houden. Met eindeloze tochten naar mensen, vaak nabestaanden, die van een boekencollectie af willen. Met de steeds terugkerende frustraties over zijn medewerkers en klanten. En met een hele reeks initiatieven om een extra bron van inkomsten aan te boren.

Bythell stapte als zovelen het boekenvak in met een te romantisch beeld, erkent hij in het begin van zijn dagboek. Toen hij dertig en zoekende was en de eigenaar van The Bookshop hem zijn winkel aanbood, zag hij een idylle voor zich 'waarin je bij een behaaglijk haardvuur lurkend aan je pijp Gibbons Decline and Fall tot je neemt terwijl een stroom innemende klanten zich op intelligente wijze met je onderhoudt, waarna ze met tassen vol boeken en met achterlating van stapels flappen het pand verlaten.'
Dat de werkelijkheid natuurlijk anders is, maakt dat hij naar eigen zeggen wel is gaan voldoen aan dat andere cliché van de boekverkoper – die van eenzelvige mopperaar in een stoffige, overvolle zaak. Dankzij 'het niet-aflatende spervuur van domme vragen van klanten, de precaire financiële situatie van mijn zaak, de eindeloze discussies met mijn personeel en al die dodelijke vermoeiende zeikers die altijd zo nodig een paar penny moeten afdingen' is hij 'kribbig, contactgestoord, misantropisch' geworden.
Toch valt dat mee. Lezend in Bythells amusante, zij het soms wat langdradig dagboek krijg je de indruk dat hij op een masochistische manier juist geniet van de dagelijkse ontberingen. Neem de klant die zegt jarenlang naar een boek op zoek te zijn, het vervolgens vindt tussen de 100.000 titels die The Bookshop op voorraad heeft en het dan laat liggen omdat hij 23 pond te duur vindt. Eerder dan daar boos en verontwaardigd over te zijn, voel je bij hem een diepe verwondering over de onnavolgbare kronkels in het hoofd van mensen.
En er staan mooie ervaringen tegenover. Zo zijn er klanten met hilarische opmerkingen, zoals het leesclublid dat zegt vergeten te zijn wat Dracula zoal heeft geschreven. Of de bejaarde vrouw die stokoude erotische fotoboeken te koop aanbiedt en er bij één zegt: 'Kijk eens of je mij herkent'. En er zijn klanten die hij tuk heeft. Als iemand met een bepaalde blik in zijn ogen klaagt dat een boek te duur is, verhoogt hij de prijs direct nadat de klant zijn hielen heeft gelicht. En ja hoor, later koopt die klant het boek alsnog. Mokkend, dat wel.
Ook heeft Bythell er plezier in om The Bookshop op de kaart te zetten. Hij heeft een Random Book Club opgezet, waarvoor hij de leden maandelijks een willekeurig boek opstuurt. Hij werkt actief mee aan het succesvolle boekenfestival in Wigtown. En zijn onder boekverkopers zeldzaam talent voor marketing. Zo gebruikt hij Facebook en Youtube voor een anarchistisch soort humor dat hem fans – en dus klanten – over de hele wereld oplevert. Ook publicatie van dit dagboek is in wezen marketing.

Het is daarom zonneklaar dat Bythell ondanks alles niets anders wil zijn dan tweedehands boekverkoper. Hij zal tot zijn laatste snik proberen vol te houden. Want dat is wel degelijk de vraag, maakt hij duidelijk. De digitalisering heeft voordelen –­ denk aan de geweldige uitbreiding van het klantenpotentieel, die zonder webwinkel beperkt zou blijven tot lokale lezers en aanwaaiende toeristen. Maar de nadelen wegen daar niet tegenop. De transparantie die hem dwingt tot het hanteren van lagere prijzen is er maar een van.
Ook de afhankelijkheid van partijen als Amazon en Abebooks stemt tot nadenken. Beide sites bieden geweldige platformen, maar ze bevorderen ook keiharde concurrentie. Als Bythell bestellingen moet annuleren omdat een boek verkeerd is neergezet en dus onvindbaar gevonden, wordt de betrouwbaarheid van zijn winkel automatisch lager ingeschaald. En als iemand dezelfde editie voor een lagere prijs aanbiedt, verlaagt de prijsvergelijkssoftware van Monsoon die The Bookshop gebruikt automatisch ook zíjn prijs.
En dat alles tegen hoge marges tot 30%, zoals Amazon hanteert. Het verbaast dan ook niet om in een interview in The Bookseller, bij het verschijnen van de oorspronkelijke Engelstalige uitgave, te lezen dat Bythell inmiddels niet meer handelt via de Amerikaanse webwinkel. Na wat wordt omschreven als een 'kleine, onschuldige administratieve inbreuk' werd hij geschorst. Het kost hem 12.000 pond omzet per jaar. 'Maar het genoegen om niet meer met Amazon zaken te hoeven doen is me iedere penny waard'.

Het ergst is evenwel de toekomst waarin letterlijk iedere tekst digitaal leverbaar is. Bythell koestert de momenten waarop hij bijvoorbeeld de Italiaanse uitgave van de Decamerone uit 1679 verkoopt. Hij had het ooit overgenomen uit de nalatenschap van nakomelingen van Italiaanse immigranten. Het boek stond al tien jaar in de winkel te versloffen. En dan zet het toch zijn voor iedereen onzichtbare geschiedenis voort, die zo'n onverwoestbaar product eeuwenlang van lezer tot lezer doet gaan.
Komt aan die cultuur een einde aan als iedereen er genoegen meeneemt om de tekst van Boccaccio te downloaden op zijn Kindle? Dan wel een on demand geprinte versie? Van de kleine groep liefhebbers die bereid is te betalen voor een zeldzaam boek kunnen maar een heel klein groepje antiquairs bestaan – en níet het soort handelaar in oude boeken voor een breed publiek als Bythell wil zijn. Het is daarom dat hij een Kindle kapot heeft geschoten en die, opgeplakt op een houten schild, als een waarschuwing in zijn winkel heeft opgehangen.
(Eerder verschenen in Boekblad magazine, dec 2017)

woensdag 3 januari 2018

Hoe schrijf je een boek over eigen leed? Een dramatisch verhaal is nog geen goede autobiografie (Livre)

Opschrijven wat je hebt meegemaakt is geen garantie voor een goed boek. Nog meer dan bij een verzonnen roman bepaalt compositie of je de lezer meesleept. Elke Geurts laat dat zien in haar ultieme scheidingsboek Ik nog wel van jou.

En toen vertelde de man van schrijfster Elke Geurts dat hij niet meer van haar hield. Na vierentwintig jaar samenzijn wilde hij bij haar weg – al trok hij niet van de ene dag op de andere de deur achter zich dicht. Haar hele wereld lag in duigen. Dus hoe kon Geurts anders dan op haar blog, waar ze al jaren haar wel en wee met haar lezers deelde, daarover schrijven. Niets hield haar meer bezig. En toen het dagboek over haar scheiding populair werd, moest er natuurlijk een boek komen. Maar hoe schrijf je een boek over eigen leed? 
Ik heb zoveel meegemaakt, ik kan er wel een boek over schrijven. Dat is geen boutade van een oma die op een verjaardagsfeest, al dan niet met een glas te veel op, maar aan het woord blijft. Er zijn duizenden mensen die dat werkelijk doen. Ze vertellen over hun ervaringen met een levensbedreigende ziekte, de zoektocht naar het oorlogsverleden van hun vader of hun tijd als hooligan bij Ajax. Je kan het zo gek niet verzinnen of er zijn een paar mensen te vinden die een autobiografisch boek over hebben geschreven.
Ook beroemde schrijvers, die hun brood verdienen met fictie. Een van de bekendste voorbeelden uit de laatste jaren is waarschijnlijk A.F.Th. van der Heijden die in 2011 precies een jaar na het dodelijke verkeersongeval waarbij zijn zoon om het leven kwam, het vuistdikke Tonio publiceerde. Uit het buitenland komt de zesdelige cyclus Mijn kamp van Karl Ove Knausgård. Verveeld met het onwaarachtige karakter van fictie, poogt hij zo eerlijk mogelijk verantwoording af te leggen van wat hij écht heeft gedaan.

Maar hoeveel mensen hebben meegemaakt en hoe bijzonder hun verhaal is, veel autobiografische verhalen zijn vervelend om te lezen. Neem een willekeurig inkijkje in het genre 'leven met een zeldzame ziekte'. Er is een diagnose die met ongeloof wordt begroet. Er zijn beperkingen en tegenslagen en familieleden die er niet goed mee omgaan. Er is het nieuwe evenwicht dat met vallen en opstaan wordt bereikt. Er zijn getrokken levenslessen. Enzovoorts. Eigenlijk weet je zonder te lezen al wat erin staat.
Stijl kan zo'n boek niet redden. Er zijn geweldige schrijvers die toch de mist in gaan met een boek over eigen leed. Een voorbeeld is Jowi Schmitz. Zij publiceerde in 2014 haar weblog over de premature geboorte van haar tweede zoon als Te vroeg geboren. Los van elkaar zijn het fraaie miniatuurtjes over haar angst en verlangen, maar achter elkaar is het een onduidelijk geheel. Verhaal-lijnen worden lukraak onderbroken. Details verwijzen nergens meer naar. Er zijn geen heldere personages.
Het geheim van een goed autobiografisch boek is dan ook, nog meer dan bij romans, compositie. Dat is precies wat Tonio en Mijn kamp zo geweldig maken. Van der Heijden en Knausgård doorbreken iedere chronologie. De eerste doorsnijdt het verslag van het ongeluk en de nasleep met herinneringen die kriskras door Tonio's leven gaan, een zoektocht naar zijn laatste uren en beschouwingen over zijn rouw op dat moment. Zo weet je ondanks de voorspelbaarheid van het verhaal toch nooit waar het heen gaat.

Hoe doet Elke Geurts dat in het afgelopen november verschenen Ik ook van jou? Al vanaf de eerste zinnen weet je dat het goed zit. Zij begint niet bij de dramatische mededeling van haar man, maar bij een discussie met hem over de titel van dit boek. En de beschrijving van de fase in het scheidingsproces waar ze op dat moment inzitten. En de knallende, gewelddadige ruzie die zal volgen. Het is zonder meer wervelend, zoals Geurts de lezer onmiddellijk midden in het drama plaatst en je niet meer loslaat.
Zelfs voor wie zoals ik haar blog op de voet heeft gevolgd, is het opnieuw adembenemend. Door tegelijk te vertellen wat er is gebeurd én vanaf een later moment terug te blikken op deze gebeurtenissen ontstaat een spannend perspectief. Je vergeet dat je het wel en wee van een scheiding wel kent, maar raakt nieuwsgierig in wat deze ervaringsdeskundige erover te vertellen heeft. En ontdekt dan hoe pijnlijk en eerlijk zij haar ziel blootlegt en zo iedere lezer prikkelt zijn eigen gevoelens en gedachten over scheiding te heroverwegen.
(Eerder gepubliceerd in Livre)

dinsdag 2 januari 2018

Interview Joris van Casteren over zijn anatomie van een treinbotsing


Het komt bijna dagelijks in Nederland voor: zelfmoord via de trein. Toch wordt er niet over gepraat. In Een botsing op het spoor reconstrueert Joris van Casteren met huiveringwekkende precisie wat er gebeurt als mensen besluiten zich te laten overrijden.

Nog nooit had Joris van Casteren – met toch al meer dan twintig jaar ervaring als journalist en schrijver – zo'n heftig interview afgenomen. Machinist René Smeets werd meerdere malen door emoties overmand toen hij de auteur vertelde over de dubbele zelfmoord op zijn boemeltje van Nijmegen naar Roermond. En over de vier keer daarvoor dat hij in zijn tienjarige carrière op de trein iemand aanreed die zich van het leven wilde beroven.
'Het was ontzettend moeilijk voor hem, omdat ik precies wilde weten wat er was gebeurd', vertelt Van Casteren. 'Hij moest al die ongelukken herbeleven. Tegelijk had hij gelukkig een nonchalance en humor, waardoor hij er helder over kon vertellen. Ook mij ging het niet in de koude kleren zitten. Hij vertelde me details! Sommige waren zó heftig, over een vrouw die hij had onthoofd, dat ik die niet eens wilde opschrijven.'

Toch mocht Smeets niet ontbreken. In Een botsing op het spoor beschrijft Van Casteren met anatomische nauwkeurigheid wie allemaal tegen wil en dank betrokken raakt bij een spoorsuïcide. Passagiers. Wachtenden bij de spoorwegovergang. Forensisch rechercheurs. Medewerkers van het uitvaartcentrum. Nabestaanden. En ook de machinist. 'Allemaal houden ze daar op een of andere manier een trauma aan over.'
Zelfmoord via de trein komt zo'n 220 keer per jaar voor, de keren dat de zelfmoordenaar overleeft niet eens meegerekend. Iedere treinreiziger heeft wel eens vertraging opgelopen 'wegens aanrijding met een persoon', maar omdat er zo verhullend en met zo veel distantie over wordt gesproken, weet bijna niemand hoe groot de impact van iedere zelfdoding is. Van Casteren wilde daar verandering in brengen.
'Smeets is pas de eerste machinist die hierover praat', zegt hij. 'Het beleid van de NS is erover zwijgen, omdat ze bang zijn voor copycats. Mijn geluk was dat deze lijn werd geëxploiteerd door Veolia. Via via kon ik de topman van Arriva, dat Veolia heeft overgenomen, spreken. Die kon ik ervan overtuigen – ook omdat hij iets van mij had gelezen – dat ik geen hijgerig nieuwsstuk wilde maken, maar een gedetailleerde reconstructie.'

De botsing vond plaats op 28 november 2016 op de spoorwegovergang Sionsweg-Scheidings­weg even onder Nijmegen. Een moeder en een dochter die een teruggetrokken leven leiden in een nabij buurtschap, waren met hun vijf honden onder de spoorboom gekropen. Ze wachtten tot de trein, nog vol optrekkend vanaf station Heyendaal, hen met zo'n honderd kilometer per uur zo raken. Slechts een hondje overleefde de klap.
'Ik heb al eens boek geschreven over een been dat in de IJssel was gevonden', vertelt Van Casteren. 'Ik was eigenlijk wel klaar met de ledenmaten. Maar toen Frank Westerman me het krantenbericht hierover liet zien, werd ik gegrepen door dat hondje. Stel je voor dat ik de persoon kon vinden bij wie dat hondje nu is, dacht ik. Dat geeft zo'n verhaal ook een literaire en esthetische waarde.'

De ironie wil dat van Casteren het nieuwe baasje van het getraumatiseerde hondje slechts een zin geeft. Hij wilde liever niet praten – herinneringen ophalen was niet goed voor de hond. Maar dat is misschien de enige betrokkenen die onzichtbaar blijft. Alle anderen komen in het 10.000 woorden tellende verhaal aan bod – tot aan de medewerkers van het uitvaartcentrum die de vastgevroren lichaamsdelen van de rails moesten verwijderen.
'Eigenlijk schrijf ik alleen nog maar boeken', zegt Van Casteren. 'Journalistiek is zo snel geworden. Alles om als eerste iets op Twitter te melden. Er staan daardoor te veel fouten in nieuwsberichten, ook over dit ongeluk. In weekbladen had ik wel meer tijd, maar ik had het gevoel dat ik mijn stijl misbruikte om iedere week hetzelfde trucje te doen. Dan ga ik liever tot op de bodem tot ik de werkelijkheid in zijn geheel heb blootgelegd.'
Het idee wil dat hij de trend mee heeft. Non-fictie is steeds populairder. 'Helaas merk ik dat niet. Zoals veel schrijvers verkoop ook ik niet spectaculair. Alleen Lelystad en Het been in de IJssel lopen door. En dat terwijl een verhaal als Een botsing op het spoor belachelijk veel tijd kost. Voor je iedereen hebt gevonden en zo ver hebt dat ze willen praten. En iedere keer daarheen reizen. Maar ik hoop dat ik zulke verhalen kan blijven maken.'
(Eerder gepubliceerd in Livre)