zondag 9 maart 2014

Interview: Floortje Dessing over reizen en lezen (Bibliotheekblad)

Floortje Dessing (geen familie) is een van de vijftien auteurs die een bijdrage hebben geleverd aan het cadeau van de bibliotheek voor hun leden tijdens de Boekenweek. Ze is sinds anderhalf jaar weer lid van de bibliotheek, maar koopt de boeken die ze nodig heeft als voorbereiding voor haar reizen. Hoewel daar misschien verandering in komt. 'E-boeken lenen is helemaal geschikt voor mij.'

Spanning voor een reis heeft Floortje Dessing nooit. Absoluut niet. 'Toen ik voor het eerst alleen naar Amerika vloog – twintig was ik – was er genoeg om gespannen over te zijn', vertelt de programmamaakster. 'Het alleen zijn. Het feit dat ik drie maanden zeilles ging geven, terwijl ik alleen maar had gefantaseerd dat ik daar ervaring mee had. Maar dat viel allemaal weg tegen het overweldigende geluk dat ik voelde.'
Daarom vond ze het zo bijzonder om in Ondertussen ergens anders, het cadeautje van de bibliotheek voor zijn leden in de Boekenweek, te schrijven over een reis waar ze wél tegenop zag: in december vorig jaar, naar Kabul. 'Toen dacht ik: o my god, waar begin ik aan. Ik zat met een knoop in mijn maag in het vliegtuig. Althans, in het eerste vliegtuig. In het tweede, op weg naar Kabul, kreeg de opwinding de overhand.'
Dessing moest zich voorbereiden op een mogelijke ontvoering. Ze moest een brief schrijven aan haar baas dat ze uit vrije wil naar Afghanistan was vertrokken. Als het onverhoopt mis zou gaan, zou die worden gepubliceerd. Ze moest met haar familie praten over de gevaren. En dat allemaal omdat ze voor Floortje naar het einde van de wereld een uitzending ging maken over een circusschool.
'Er zijn geen landen waar ik niet naartoe durf te gaan. Maar de risico's zijn in sommige landen gewoon groter. Twee weken nadat we terug waren uit Kabul is er een restaurant opgeblazen waar veel Westerlingen kwamen. Dertien doden. Wij zijn daar ook langs gelopen. Daarom bereid ik me goed voor en ga ik er met experts heen. Mijn cameraman was er al 52 keer eerder geweest.'
Ook naar Syrië, Zuid-Soedan of de Centraal Afrikaanse Republiek zou nu afreizen? 'Ja. Ik ben zelfs bezig om te kijken of ik naar Syrië kan voor het Rode Kruis. Ik ben ambassa­deur voor het Rode Kruis en probeer daarom het onderwerp op de agenda te houden. Ik ben er al eerder geweest en vind het van een dubbele moraal getuigen als je alleen komt als het goed gaat. Ik wil ook ervaren hoe het er is als het slecht gaat.'
Alleen: 'Het moet geen Russische roulette worden. Zo van: we zien wel of we het overleven. Ik ben niet suïcidaal. De risico's moeten wel aanvaardbaar blijven.'

Ongeveer tweehonderd dagen per jaar is Floortje Dessing (1970) in het buitenland. Niet dat ze het bijhoudt. 'Ik ben hier in ieder geval meer niet dan wel', zegt ze. Ze zit nu nog in de opnames voor Floortje naar het einde van de wereld. Ze is net terug uit Canada en vertrekt overmorgen naar Zambia. En als deze uiterst drukke periode achter de rug is, rust ze uit in het buitenland. Zuid-Afrika, dit keer.
'Weet je wat het ook is. Hier is het winter, koud, guur. En ik hou van buiten zijn, actief zijn, sporten en dat is ingewikkeld in de winter in Nederland. In Zuid-Afrika kan ik veel makkelijker met de fiets erop uit. Na al die jaren ken ik ook overal mensen. Sommige zoek ik regelmatig op. Ik ben daarom veel mobieler geworden. Ik ga straks ook bij een vriendin in Kaapstad logeren.'
Al bijna twintig jaar maakt Dessing reisprogramma's op tv: Reisgids, Yorin Travel, RTL Travel en sinds 2007 3 op reis. In het huidige seizoen, waarin ze afreist naar afgelegen plekken, is haar programma een ware kijkercijferhit. De eerste aflevering trok 1,7 miljoen kijkers. De aflevering over een zakenman die als een Robinson Crusoë op een Australisch eiland woonde, haalde zelfs meer dan twee miljoen kijkers.
In haar bijdrage voor Ondertussen ergens anders maakt ze duidelijk waarom ze zo graag programma's maakt: laten zien wat er elders gebeurt en zo vooroordelen tegengaan. 'Er woont [in Afghanistan] een volk dat voor het grootste gedeelte dingen wil waar wij ook gelukkig van worden: werk, gezondheid, een familie, dat soort basale zaken', schrijft ze. 'En nu heb ik de kans dat beeld bij te stellen.'
Het is niet dat ze de wereld kan veranderen – die illlusie heeft ze niet. 'Maar ik ben blij als ik mensen meer kan laten zien. Dat maakt mijn vak zo bijzonder. Zo hebben we drie jaar geleden in Noord-Korea gedraaid. Ook alledaagse scènes in een stadspark, wat niet geregisseerd was. Mensen weten weinig van Noord-Korea, maar hebben er toch een beeld van. Het is mooi als ik dat kan nuanceren.'

Behalve tv-programma's maak je ook boeken: 365 dagen onderweg, 100 wereldplekken die je  gezien moet hebben en 25 wereldroutes die je gedaan moet hebben. Wat doe je liever?
'Allebei. TV en boeken hebben ieder een eigen publiek. Het vult elkaar aan. Ik kan niet alles wat ik zie, bedenk of meemaak kwijt op tv. Dan is een boekje een mooi middel om die verhalen te delen. En ze verkopen als een dolle.'

Zitten er nog boeken in de pijplijn?
'Zeker. Prometheus die de distributie en verkoop doet – ik geef ze zelf uit via mijn uitgeverij [Keff & Dessing, md] – dringt ook steeds aan: maak er weer eentje. Maar wanneer? Ik werk al zeven dagen in de week, ik moet ook af en toe niet werken. In die zin is tv-maken mijn core-business, waar ik mijn geld mee verdien. Ik zou het kunnen omgooien, maar daarvoor vind ik het te leuk. Ik kijk nu alweer uit naar de reis die ik in juli voor 3 op reis ga maken: langs de Ring of fire, een ring van vulkanen van Kamtsjatka naar Indonesië.'

Kun je niet schrijven in het vliegtuig?
'Dan ben ik bezig met voorbereiden. En na afloop ben ik ook bezig met het programma. Ik lees dan wel veel over het land van bestemming.'

Leen je die van de bibliotheek? Reisgidsen en reisboeken heb je maar tijdelijk nodig, dus bij uitstek geschikt om te lenen.
'Nee. We kopen ze. We hebben op de redactie zo'n 150 Lonely Planets staan. Daarnaast download ik die op de iPad. Andere boeken zijn vaak zo gespecialiseerd, die kun je niet lenen. Ik ga daarvoor naar gespecialiseerde reisboekhandels in Amsterdam: Pied à Terre over de Overtoom en A La Carte op de Utrechtsestraat.'

Lees je van papier of digitaal?
'Ik sleepte altijd fysieke boeken mee. Ik hou daar zo van. Die sensatie van een boek vasthouden. Maar sinds een jaar of een half jaar ben ik helemaal om. Gewoon omdat het zo veel makkelijker is. We reizen altijd met ontzettend veel spullen. We hebben altijd gezeik met de overvolle handbagage. Dan is alle boeken, films en series op één iPad zo veel praktischer. En als me niet bevalt wat ik lees, kan ik meteen iets nieuws kopen. Ik koop ze bij Amazon, Kobo en Bol.'

Waarom leen je ze niet van de bibliotheek?
'Kan dat?' En na enige uitleg over het e-boekaanbod van debibliotheek: 'Fantastisch. Toen ik in 2012 een half jaar thuis zat wegens ziekte, ben ik lid geworden van de OBA – nadat ik als kind al heel veel gebruik maakte van de bibliotheek in Heemstrede. De OBA is een héérlijke plek om te verblijven, maar dat halen en brengen van boeken is niets voor mij. Ik vergeet boeken steeds terug te brengen. Dan is e-boeken lenen helemaal geschikt voor mij. Echt, ideaal.'

Heb je wel eens een programma gemaakt op basis van een boek?
'Nee. Lezen is wel inspirerend. Als ik Bill Bryson lees, krijg ik zin om in zijn voetsporen te treden. Of Isabelle Allende. Zij schrijft fictie, maar ze roept wel het verlangen op in Zuid-Amerika te zijn. De eerste aflevering van Floortje naar het einde van de wereld ging wel over een Nieuw-Zeelander die een boek had geschreven over zijn leven in absolute afzondering. Maar ik kwam al googelend op dat idee. Pas daarna heb ik het e-boek besteld en gelezen.'

Bezoek je boekhandels in het buitenland?
'Soms. In Thailand bijvoorbeeld heb ik er niet zo veel aan. Ik lees geen Thais. In Japan kom ik er wel omdat de boeken zo mooi zijn. Zij beheersen de kunst van het boek uitgeven tot in de perfectie. De typografie of lay-out kan zo fantastisch zijn. Maar in Amerika ga ik altijd naar Barnes & Nobles of andere grote winkels.'

En bibliotheken?
'Daar heb je als buitenlander nog minder te zoeken. Voor de wifi? Tja, dat heb je tegenwoordig ook overal. Alleen als de gebouwen bijzonder zijn, kom ik in bibliotheken. Zo hebben we gedraaid in de Bibliotheek van Alexandrië of de bibliotheek van Seattle, van Rem Koolhaas. Prachtige gebouwen.'

En de Airport Library op Schiphol?
'O ja. Die is ontzettend leuk. Uniek in de wereld. Hij is niet zo groot, maar de laatste keer zag ik er toch een man of acht, negen zitten. Terwijl die mensen net zo goed hadden kunnen winkelen. Wat dat betreft kom je overal wel boeken tegen. Laatst nog in Canada: een boom waarin een gat was uitgehakt waar boeken lagen die je gewoon kon lenen. Ik vind het fantastisch dat zulke dingen bestaan.'

De leden van de deelnemende openbare bibliotheken kunnen Ondertussen ergens anders tijdens de Boekenweek, van 8 tot en met 16 maart, gratis krijgen. Behalve Floortje Dessing schreven onder meer minister Frans Timmermans, schrijver Adriaan van Dis, entrepeneur Olcay Gulsen, programmamakers Erica Terpstra en Joris Linssen, violist André Rieu en kunstenaar Joost Conijn over hun ervaringen met reizen – het thema van de Boekenweek 2014. Bibliotheken uit heel Nederland geven lees- en kijktips bij de aangestipte thema's. Zo zocht de ZINiN Bibliotheek Nijverdal twee boeken over Afghanistan uit bij Dessings verhaal.

Zie ook:
- Arnon Grunberg over reizen - en meer

zaterdag 8 maart 2014

Bukowski's schijt aan alles blijft het origineelst (Knack)

Een mens moet ergens werken om zijn drank te kunnen betalen. En de huur en heel af en toe nieuwe kleren. Dus waarom niet bij de posterijen? Henri Chinaski geeft op de allereerste pagina van Postkantoor al toe dat het een vergissing was. Hij valt in met Kerst, en verdomd: een vrouw met een grote kont en grote tieten nodigt hem uit na zijn ronde terug te komen. Zo'n wip wil hij elke dag wel. Chinaski wordt vaste invaller. Maar zo leuk als die eerste dagen wordt het nooit meer.

De alcoholistische misantroop Charles Bukowski, die zondag 9 maart precies twintig jaar geleden overleed, werkte jarenlang zelf bij de post voor hij een roman over zijn ervaringen schreef die hem in een klap dé underground-schrijver van Amerika maakte. Hij was net als zijn alter ego een paar jaar postbesteller in Los Angeles en, na een onderbreking van enkele jaren, meer dan een decennium werkzaam op de sorteerafdeling. In de eerste functie begon hij in 1952 met een jaarsalaris van 1615 dollar, dat meer dan verdubbelde toen hij eindelijk een vaste aanstelling kreeg.

Van jongsaf aan wilde Bukowski al schrijver worden. Bij gebrek aan succes als tiener borg hij zijn droom lang weg. Als dertiger ging hij dichten. Zijn werk verscheen uitsluitend in kleine oplagen bij onbekende uitgevers. De vaste column in een onbeduidend tijdschrift 'Notities van een vieze oude man', begonnen in 1967, leverde ook al weinig op. Pas toen de uitgever John Martin van de Black Sparrow Press hem drie jaar later 100 dollar per maand beloofde als hij fulltime gaat schrijven, kon hij eindelijk zijn gehate baan opgeven.

Prompt schreef Bukowski, in een roes van drie weken met weinig slaap en veel alcohol, een meesterwerk dat bijna 45 jaar na voltooiing nog altijd in druk is. Een werk ook dat vele epigonen binnen en buiten Amerika aan het schrijven heeft gekregen. Hoeveel romans zijn er sindsdien niet verschenen met een nihilistische hoofdpersoon die alles en iedereen vervloekt en alleen is geïnteresseerd in seks en verdovende middelen? Honderden, duizenden.

De Nederlandse vertaling van Susan Janssen uit 1977 kende minstens acht drukken. Maar na de uitgave van de herziene vertaling in 2005 werd het stil rond Bukowski. Tot deze maand, waarin uitgeverij Lebowski alle romans van de cultschrijver herlanceert. De 'held van de tegencultuur' was uitgever Oscar van Gelderen zo dierbaar dat hij iets met hem moest doen. 'Het is een vormende auteur, die je jong leest en je hele leven met je meedraagt en daar moet je iets mee doen’, zei hij vorig jaar in Boekblad.

Dat lijkt aan te slaan. Naast het eigen feestje van Lebowski in Amsterdam, waar zaterdag schrijvers als Auke Hulst en Alex Boogers het rauwe proza van Bukowski eer bewijzen, opent ook een fototentoonstelling in het American Book Center met werk van Joan Gannij. Iedereen kan in deze Amsterdamse boekhandel ook een selfie maken met een blow-up van Bukowski. Daarnaast is de persaandacht enorm – ook in Vlaanderen, waar onder meer Herman Brusselmans, vrijdag jl. in De Standaard, over Bukowski schreef.

Herlezing van Postkantoor blijkt hoe terecht die aandacht is. Niet zozeer door het plot of de hoofdpersoon – de roman is een tamelijk structuurloos portret van een drop-out, die schijt heeft aan alles, om het in de taal van Bukowski te zeggen. Ook op zijn werk wijst Chinaski radicaal iedere betrokkenheid af. Hij wil zich niet inspannen om de makkelijke klusjes te kunnen doen, hij trekt zich niets aan van het gezeik van zijn baas. Hij wil alleen maar weer naar huis. Om een fles open te trekken.

Nee, de onverminderde kracht en dus ook de literaire waarde hiervan, is Bukowski's taal. Met een spaarzaam, maar uiterst effectief ingezet idioom, krijgen Chinaski's woorden – tegelijkertijd een laconiek commentaar op de gebeurtenissen en een uitvergroting ervan – zo'n vat op de lezer dat je het gevoel krijgt zelf Chinaski te zijn. Ook bij herlezing van de uitstekende vertaling heeft de rauwe, directe stem vanuit de zijlijn van de burgerlijke samenleving nog niets van zijn frisheid verloren.

'Ze reden me naar huis en hij ging met haar weg. Ik deed de deur open, zei ze gedag, zette de radio aan, vond een halve liter scotch, zoop die toen op, terwijl ik lachte, me goed, eindelijk ontspannen, vrij voelde, m'n vingers brandde aan korte sigarenpeukjes, toen haalde ik nog net het bed, de rand van het bed, struikelde, viel, viel schuin op de  matras neer, sliep, sliep, sliep... De volgende ochtend was het ochtend en ik leefde nog steeds. Misschien schrijf ik wel een roman, dacht ik. En dat deed ik toen.'

Hoeveel navolgers Bukowski ook heeft gekregen, het origineel is nog altijd het beste.
(Eerder gepubliceerd op Knack.be. Een andere versie stond in BOEK 2014/1)

vrijdag 7 maart 2014

De opschepper Jan Cremer op het wereldwijde web

De schelmenroman Ik, Jan Cremer was in 1964 en de jaren erna een bestseller, zeker. Maar hoeveel exemplaren er in een halve eeuw zijn verkocht? Op het omslag van de 40e druk uit 1980 stond: 350.000 exemplaren verkocht. Op het omslag van de 50e druk uit 2000: 550.000 exemplaren. En bij de jubileumeditie die vandaag verschijnt staat vermeld: 55e druk, 1.150.000 exemplaren verkocht.

Pardon!?

Dat zou betekenen dat de laatste vijf drukken gemiddeld elk 100.000 exemplaren groot was. Als de claim dus ook maar ergens op is gebaseerd, is hier wel heel creatief geboekhoud. Zelfs wanneer je de verkopen erbij optelt van deel twee (verschenen in 1966) en drie (2008) én de vertalingen, dan geloof ik het nog niet. Ik, Jan Cremer 3 stond zes jaar geleden slechts twee weken in de Bestseller 60.

Hoe groot de oplage is van de nieuwe jubileumeditie weet ik niet. Erg groot kan die niet zijn. Duizend exemplaren? Vijftienhonderd? Ik, Jan Cremer wordt immers toch alleen nog gelezen door een kleine groep met literair-historische interesse? Toen Pauw & Witteman dinsdag jl. over dit boek praatte, bleek dat bijna niemand in het publiek het had gelezen. 'Ze zijn ook zo jeugdig', zei Witteman.

Literair-historische interesse was in ieder geval mijn motivatie, toen ik het eind september 1994 las. Ik vond er weinig aan. Ik, Jan Cremer bevatte een vitalistische impuls, maar de inhoud schokte me niet en de stijl was oppervlakkig. De taal is misschien niet verouderd, dat is al heel wat. Maar twintig jaar geleden dacht ik al: dit ben ik snel weer vergeten. Dat is ook gebleken.

Zo lang Cremer nog leeft – en ik gun de pocher nog vele jaren in goede gezondheid – zal hij echter aandacht krijgen van de pers. Ik stuitte de afgelopen weken al op interviews in Humo, de Volkskrant, Haarlems Dagblad (ook elders overgenomen), Tubantia – afgenomen ter gelegenheid van het jubileum uiteraard. Na zijn dood zal het afgelopen zijn met Cremers naamsbekendheid.

En dat in weerwil van de mondiale roem waarover hij zich altijd laat voorstaan. Zelfs Fidel Castro las Ik, Jan Cremer, schept hij op in Haarlems Dagblad. ,,Hoe ik dat weet? Nou, via Mulisch, een rode rakker destijds. Die had een audiëntie bij Castro. En het eerste wat die zei toen die het woord Nederland hoorde. ’Holland? Cremer!’’ Mulisch kan het toch niet meer tegenspreken.

Het grappige is dat je die wereldwijde roem tegenwoordig makkelijk kan controleren. In hoeveel talen heeft Jan Cremer een pagina op Wikipedia? Drie: in het Nederlands, Duits en Italiaans. Ter vergelijking: Harry Mulisch heeft er 63 en Arnon Grunberg 12. In hoeveel talen is Cremers werk eigenlijk vertaald? Volgens de Literaire Vertalingen database van het Nederlands Letterenfonds: Engels, Duits, Japans, Spaans en Deens.

En google voor de grap is op 'Jan Cremer site:.es'. Je krijgt wel bijna 50.000 hits, maar de kwaliteit ervan is matig. In plaats van sites waar je iets over de auteur en zijn werk te weten kan komen, krijg je bij de eerste resulaten vermeldingen op de Spaanstalige versies van Lastfm en Ebay. Ga je naar pagina 10, dan heb je al alleen maar sites waar toevallig de woorden 'cremer' en 'jan in een andere context voorkomen.


Die wereldroem, die heeft de zelden nog gelezen Jan Cremer alleen in zijn eigen taalgebied.

donderdag 6 maart 2014

Het Boekenweekgeschenk: 'Een mooie jonge vrouw' van Tommy Wieringa (BOEK)

Een mooie jonge vrouw van Tommy Wieringa is het beste Boekenweekgeschenk sinds Spitzen van Thomas Rosenboom (2004). Zo, dat is gezegd.
Een mooie jonge vrouw is een intrigerend en overweldigend verhaal. In slechts 96 pagina's – de voorgeschreven lengte van het meest geliefde cadeauboek van het jaar – beschrijft Wieringa volstrekt geloofwaardig hoe de viroloog Edward Landauer en de veel jongere Ruth Walta elkaar hebben ontmoet, de komst van het kind hen uit elkaar drijft, ze uit elkaar gaan en hoe vervolgens Edwards waanvoorstellingen en wanhoop hem over een grens duwen.
Ogenschijnlijk ligt de oorzaak van de mislukte relatie in het leeftijdsverschil. De titel legt daar de nadruk op. Edward wordt dagelijks gewezen op die vijftien jaar. Is het niet zijn schoonvader die ernaar informeert, dan schiet de gedachte hem wel te binnen omdat Ruth met heel andere dingen bezig is dan hij. Edward begint daardoor te vrezen dat hij, richting de vijftig kruipend, te oud voor haar wordt.
Maar er is iets veel belangrijkers: Edwards onvermogen zich in anderen te verplaatsen. Daarom duurt het zo lang voor hij een vaste relatie krijgt. Hij wil alleen maar iemand om bij hem te zijn op zijn oude dag. En daarom groeien hij en Ruth weer uit elkaar. Edward kan niemands pijn voelen: hij gebruikt proefdieren zonder wroeging – terwijl Ruth uit principe vegetariër is en werkt voor een non-profitorganisatie.
Hoe dat verschil Edward en Ruth uit elkaar trekt als er een kind komt, is de vondst van het Boekenweekgeschenk. Dat moet hier dan ook worden verzwegen. Maar dat Een mooie jonge vrouw tegelijk een exposé is over de vraag hoe belangrijk medeleven is, maakt van de novelle grootse literatuur.

Tommy Wieringa Een mooie jonge vrouw (96 p.) – CPNB, tussen 8 en 16 maart gratis bij aankoop van 12,50 euro aan boeken.
(Eerder gepubliceerd in BOEK 1, 2013)

Zie ook:

woensdag 5 maart 2014

De Chocoladefabriek in Gouda: een bibliotheek gericht op 'maken'

Prinses Laurentien opende afgelopen vrijdag niet zomaar een nieuwe centrale van de Bibliotheek Gouda. Het nieuwe concept van De Chocoladefabriek, gericht op het maken, moet alle bibliothecarissen in Nederland inspireren.
  
De opening van een nieuw bibliotheekgebouw is altijd een feestelijk moment voor alle betrokkenen. De opening van De Chocoladefabriek, de nieuwe bibliotheek van Gouda, was meer dan dat, vonden de betrokkenen zelf. Hier opende een pand zijn deuren dat voor heel Nederland een feest behoort te zijn. Ook al zeiden de sprekers het bij de lancering van hun nieuw bibliotheekconcept afgelopen vrijdag niet met zo veel woorden, het leek hen eigenlijk niet meer dan logisch dat Dichter des Vaderlands Anne Vegter aan de plechtigheid bijdroeg met enkele gedichten en dat Prinses Laurentien, erevoorzitter van de VOB, de openingshandeling verrichtte. 
De nieuwe vestiging is een direct gevolg van de noodzaak voor de gemeente Gouda om te bezuinigen én het bibliotheekwerk te moderniseren, zei Hans Oosters, voorzitter van de Bibliotheek Gouda. Door samen te werken met het Streekarchief Midden-Holland, Drukkerswerkplaats Gouda en Horecaonderneming Kruim en uit te gaan van een heldere visie, waren alle partijen erin geslaagd 'elkaar te inspireren en hoger te komen'. Voor de bibliotheek betekende het nieuwe pand sluiting van de filialen in Bloemendaal en Goverwelle en verhuizing van de centrale uit het centrum. Wel kwamen een Plug-in Bibliotheek en twee 'kinderbibliotheken' in scholen.
Op het eerste gezicht is bezichtiging van de bibliotheek een lichtelijk teleurstellende ervaring. Het gebouw is neergezet als fabriek voor Steenland Chocolate. Schitterende tegels en ornamenten uit de jaren 1920 verwacht je dan, zoals vaak bij herontwikkeld industrieel erfgoed. Helaas. In het gebouw besef je pas goed dat overal stond vermeld dat de fabriek in 1971 is gebouwd. En dus je zie het indertijd modieuze vuilgrijze plafond boven het opengelaten leidingwerk, of de goedkope witte bakstenen waarmee sommige muren zijn gebouwd. De nieuwe toevoegingen, zoals de signing op pallethout, zijn daarbij passend goedkoop. 
Dan moet je praten met medewerkers en gebruikers. De medewerkers prijzen het licht en de ruimte die in het stokoude historische pand. En de gebruikers herinneren zich de oude functie van de fabriek op Klein Amerika 20 als stadskantoor, waar iedereen ooit wel eens moest zijn – voor een rijbewijs, aangifte van een geboorte of iets dergelijks. Dat was pas een foeilelijk pand, met zijn systeemplafonds en afstotelijke balies. 'Toen ik hoorde dat de bibliotheek hierheen ging, dacht ik echt: nee toch!', vertelde een bezoeker bij haar vertrek. 'Maar het is echt schitterend geworden. Ik wist niet dat dit eronder tevoorschijn kon komen.'
Daarna moet je je verdiepen in de opzet van de bibliotheek. Architect Jan David Hanrath heeft met hulp van Piet en Gerard Steenland tot in de kleinste details de oorspronkelijke fabriek gereconstrueerd. De inname en uitleenbalies staan op de plek waar ook vroeger werd ingeladen en gelost. 'Laden & lossen', staat er dan ook boven de terminals. De boekenkasten staan exact op de plek van de oude productielijnen. Op de vloer wordt dat in woord en beeld precies uitgelegd. De gebruikte materialen zijn knipogen naar de fabrieksbestemming. Pallethout dus (ook voor presentatiemeubelen), stellingkasten en haspels die los uit het plafond hangen voor iedereen die stroom nodig heeft. 
De reconstructie is bovendien allesbehalve een gimmick. Het 'maken' van chocoladeproducten is vertaald in het bibliotheekconcept waarin 'maken' centraal staat, legt Rob Bruijnzeels uit, die het namens Het Ministerie van Verbeelding heeft uitgewerkt. De collectie is de basis van wat alle gebruikers kunnen maken. De collectie moet hen inspireren. Die staat dus in het hart van het gebouw. Maar de collectie krijgt betrekkelijk weinig ruimte. Daaromheen staan drie werkplaatsen (de drukkers-, media- en jeugdwerkplaats) en een trap die als tribune dient. 'En alles wat gemaakt wordt, moet weer inspireren. Zo ontstaat een cyclisch proces, hopen we.'
Volgens Bruijnzeels wordt het centraal stellen van de collectie gezien als ouderwets. Hij vindt juist het alom toegepaste retailconcept 'van de vorige eeuw'. Dat reduceert de gebruiker tot consument, terwijl de bibliotheek Gouda de gebruiker aan de knoppen zet. Dat past veel meer bij deze tijd waarin er een toenemende behoefte aan delen, reflectie en context nodig is. 'De komende maanden zal dus ook pas blijken of het werkt. Maar het is een feit dat de bibliotheek nu al door veel instellingen wordt benaderd. Bovendien kunnen de partners vanuit het paradigma maken makkelijker samenwerken. Iedereen vindt automatisch zijn rol.'
Als je met al deze kennis nog eens rondkijkt, kun je de uitwerking – en zeker de vloer – wel degelijk erg waarderen. En de consequente manier waarop het concept is uitgewerkt bewonderen. Vooral in de open inrichting. Het streekarchief, de werkplaatsen, café-restaurant Kruim en het podium hebben ieder een eigen hoek in het gebouw, maar er is vrijwel geen schot aangebracht. De jeugd- en mediawerkplaats zijn wel enigszins afgeschermd, maar zeker niet onzichtbaar. Dat maakt het bij nader inzien heel goed te begrijpen dat de bestuurders, de prinses en de bezoekers opgetogen huiswaarts keren – denkend: hier moet de rest van Nederland maar eens komen kijken.
(Eerder in een langere versie gepubliceerd op Bibliotheekblad.nl, 4 maart 2014)

Zie ook:

maandag 3 maart 2014

Libris Literatuurprijs 2014: de statistiek - slechts één keer waren er meer Vlamingen

Dit is de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2014:

Robbert Welagen - Het verdwijnen van Robbert

De meeste gelauwerde auteur in dit gezelschap is natuurlijk Tom Lanoye. Voor Gelukkige slaven krijgt hij zijn negende shortlistnominatie (1x AKO, 3x Libris, 5x Gouden Boekenuil). Alleen Grunberg en Van der Heijden zijn vaker genomineerd. Hertmans en Pfeijffer volgen met vijf nominaties. Voor Marente de Moor is het de tweede keer. Theunissen en Welagen zijn de debutanten in dit gezelschap.

De shortlist is opvallend Vlaams – met Hertmans, Lanoye en Theunissen is precies de helft Vlaams. Slechts één keer waren er meer genomineerden Vlaams: in 2010 – toen met Tom Lanoye, Peter Terrin, Walter Van den Broeck en winnaar Bernard Dewulf. Meestal zijn het er een of twee – en vier keer nul. In totaal is 22,2 % van de genomineerden Vlaams.

De Moor is de enige vrouw in het gezelschap. Daarmee is het aantal vrouwelijke auteurs op de shortlist van de Libris nu 24,2 %. De vrouwen doen het daarmee iets beter dan de Vlamingen.

Deze shortlist betekent ook dat twee van de vijf Gouden Boekenuil-kanshebbers ook in de race zijn voor de Libris-prijs. Dat is ook niet voor het eerst. Zie daarvoor het huidige nummer van BOEK, waarover ik over dit verschijnsel heb geschreven. Later op dit blog.

De winnaar wordt op 13 mei bekend gemaakt. Mijn persoonlijke voorkeur is (al heb ik één boek niet gelezen): Ilja Leonard Pfeijffer – die met deze nominatie bovendien de 25e auteur is geworden die voor alle drie grote prijzen de laatste selectie haalde.

Zie ook:
- De Gouden Boekenuil 2014 - de statistiek: voor de 8e keer nul vrouwen
- Tommy Wieringa wint de Libris 2013
- A.F.Th. van der Heijden wint de Libris 2012

zondag 2 maart 2014

Prijsvraag Merijn de Boer. En de winnaar van een gesigneerde exemplaar van 'De nacht' is....

De vraag was: wie kan twee zinnen schrijven met in de eerste dertien werkwoorden en twee of drie zelfstandige naamwoorden, en in de tweede het tegenovergestelde. Zoals Merijn de Boer in De nacht slecht proza typeerde. Zie voor de volledige uitleg hier.

De twee winnaars met hun inzendingen zijn:

Anja Mostertman:
Paula zou hijgend hebben willen durven blijven staan gluren als haar jonge, aantrekkelijke collega-onderzoeker niet geschrokken zou zijn gaan staan. Een paar minuten later betrad Sanne op haar slippers in een roze string met bijpassende BH de woonkamer van het hostel op loopafstand van de Bodleian Library om Paula over haar angstige ervaring met een insluiper op haar kamer te vertellen.

Odile Schmidt-Nouhan:
Het roze getinte gouden lam
Heldhaftige vrouwe; bid, sta op, bezwijk, slaap niet ondertussen, streef ernaar, draai om je as, onderzoek, besnuffel; kijk en ontdek, let op mij! Kind van je moeder, vader, burcht, land, continent, aardbol, Melkweg, tunnelvisie; vlucht niet weg maar praat met mij, uitstellend stuk lafaard, koddig deugwelletje: mijn roze leerlinge.

Dat de telling niet hélemaal klopt, zij hun vergeven. Beide ontvangen een gesigneerd exemplaar van Merijn de Boers hilarische roman.


zaterdag 1 maart 2014

Drie tips voor schrijvers van Maartje Wortel (Schrijven)

Brieven aan een jonge dichter – Rainer Maria Rilke
‘Van mijn docent poëzie op de Rietveld Academie, waar ik de afdeling Beeld en Tekst deed, moesten we over dit boek een essay schrijven. Iedereen vond het boek verschrikkelijk, behalve ik en nog een meisje, dat sindsdien mijn beste vriendin is. Ik werd er helemaal opgewonden van. Rilke schreef precies over wat ik wilde: schrijven, hoeveel zweet dat ook zou kosten. De overgave die erin zit, daar heb ik veel aan gehad. Hoe pathetisch het ook klinkt: al is er maar één iemand die hetzelfde wil als jij, dan is dat zo’n steun in de rug.’

A Clockwork Orange – Anthony Burgess
‘Elke keer als ik over mijn eigen werk denk: “Is dit niet raar?”, lees ik een pagina uit A Clockwork Orange. De taal van deze roman heeft iets De Jeugd van Tegenwoordig-achtigs. Het is daardoor niet echt toegankelijk. Het schijnt dat men het eerst niet wilde uitgeven omdat lezers het niet zouden begrijpen. En toch is het heel goed. Dat leert je dat een schrijver nooit ver genoeg kan gaan in zijn vocabulaire. Het is misschien stom om te zeggen, omdat je die rijkdom nog niet in mijn taal vindt, maar Burgess is wel een stimulans bij de zoektocht naar andere stemmen.’

Turks fruit – Jan Wolkers
‘Op dit boek ben ik gewoon jaloers. Alle grote thema’s zitten erin. De taal. De beelden. En alles zonder enige schaamte opgeschreven. Hij heeft zich er helemaal ingegooid. Je voelt dat dit echt Wolkers is – zonder dat de hoofdpersoon per se met hem hoeft samen te vallen. Dat werkte als een aanmoediging bij het schrijven van mijn nieuwe roman. Misschien merkt de lezer er niets van – IJstijd heeft mijn stem behouden: vrij korte zinnetjes, beeldende taal – maar zelf heb ik het gevoel een stap te hebben gezet. Het is losser van toon en thematiek. Ik heb minder het gevoel van schaamte dat mensen mijn boeken misschien raar vinden.’


Zie ook:

woensdag 26 februari 2014

Arnon Grunberg - 'Voetnoot 2'

Wie de Volkskrant leest, kan al een paar jaar iedere ochtend Arnon Grunbergs commentaar op het nieuws lezen. Een voetnoot per keer. Wie zoals ik geen abonnement heeft en de krant hoogstens af en toe onder ogen krijgt, kan een ruime selectie voetnoten in één keer lezen in de bundelingen die uitgeverij Nijgh & van Ditmar publiceert. Onlangs las ik deel twee, met meer dan honderd teksten, binnen vierentwintig uur uit. 
Wat is de beste manier om deze teksten te waarderen? Wie elke dag een voetnoot leest, zal nooit een overdosis krijgen en alle verwijzingen naar de actualiteit begrijpen. Wie de bundel leest, krijgt daarentegen alleen de beste teksten te lezen – waarvan relatief veel persoonlijke over zijn moeder, zijn seksleven of zijn petekind – en vallen eerder de constanten of juist tegenstrijdigheden in Grunbergs opvattingen op. Ik weet het niet, ik zou eerst beide ervaringen moeten hebben.
Wat me vooral opviel aan Voetnoot 2 was zijn soms opvallend expliciet verwoordde politieke en morele oordelen. Grunberg wijst tbs af omdat levenslange opsluiting minder humaan is dan de doodstraf. Hij keert zich tegen de heksenjacht op pedoseksuelen. En hij spreekt zich herhaaldelijk uit tegen het strafbaar stellen van illegalen. Allemaal keurige standpunten die ik van harte onderschrijf. Nou ja, over tbs en doodstraf moet ik nog wat langer nadenken.
Wie Grunberg nog houdt voor een cynische of op zijn best ironische auteur die alle waarheden ondermijnt, zou daarom zijn voetnoten moeten lezen. Dan ontdek je snel dat Grunberg wel degelijk ergens in gelooft. De voetnoten sporen de lezer aan om zich niet blind te staren op het karikaturale karakter en gedrag van zijn hoofdpersonen, maar te proberen de condition humaine en de maatschappelijke misstanden bloot te leggen waar ze symbool voor staan.

Zie ook: