maandag 11 september 2017

Interview Margot Vanderstraeten over Nederland vs België en fictie vs non-fictie (Boekblad)

Mazzel tov van Margot Vanderstraeten is een van de weinige non-fictietitels op de longlist van de ECI Literatuurprijs. Het boek over haar jaren als werkstudente bij een Antwerpse orthodox-joodse familie is in Vlaanderen een bestseller. Ze hoopt dat het boek nu ook in Nederland meer aandacht krijgt. Haar uitgeverij Atlas Contact doet er alles aan.

Gefeliciteerd met je plek op de longlist. Ook al is het nog maar de longlist.
‘Ik weet het: het is nog maar de longlist. Maar ik ben uiteraard blij. En ik heb meteen de opportunistische bijgedachte: hopelijk vragen de reguliere Nederlandse geschreven media die de lijst van vijfentwintig titels nu publiceren, zich af waarom ze Mazzel tov niet hebben besproken. Mijn boek is het enige dat in Nederlands nergens echt is gerecenseerd. Goed, NRC Handelsblad had een vermelding, en dat ik op tv bij VPRO-Boeken een sterk interview kreeg, was zeer mooi. Hebban maakte van Mazzel tov een zomerhit, prachtig. Maar: geen enkele serieuze bespreking, en dat terwijl het boek in Vlaanderen overal werd besproken en er inmiddels 20.000 exemplaren van zijn verkocht, waarvan ongeveer 17.000 in Vlaanderen. Dat is toch raar?’

Waarom is het in Nederland onder de radar gebleven?
‘Dat is giswerk. Misschien heb ik gewoon pech. Is het boek ondergesneeuwd geraakt door alle andere boeken die in dezelfde tijd – half april – zijn verschenen. Na twee maanden heeft het al geen zin meer om reguliere recensenten wakker proberen te schudden. Iemand zei ook dat het misschien aan mijn naam ligt. Vanderstraeten is te Vlaams. Maar mijn roman Mise en place heeft het goed gedaan in Nederland. Mijn bundel schrijversinterviews is er ook goed besproken.’

Heeft je uitgeverij er wel alles aan gedaan?
‘Dat gevoel heb ik wel – ook al zijn schrijvers natuurlijk nooit echt tevreden met de promotie van hun uitgeverij. Atlas Contact heeft alle gebruikelijke marketingtools aangesproken: recensie-exemplaren opsturen, dat opvolgen. En toen het een succes werd in Vlaanderen, hebben ze daar bij hun collega’s gepolst: “Hoe hebben jullie dat gedaan? Missen wij iets?” Nadat bleek dat de pers het in Nederland niet oppikte, is vertegenwoordigster Joyce in ’t Zandt er veel over aan boekhandels begonnen te vertellen. Iedereen op de uitgeverij is het ook gaan lezen nadat het in Vlaanderen aansloeg. Ik merk dat er veel enthousiasme is voor het boek. Ook anderen dan de direct betrokkenen stuurden me berichtjes over de ECI-longlist.’

Mazzel tov speelt in het orthodox-Joodse milieu in Antwerpen. Misschien ervaren pers en boekhandel dat te veel als buitenland.
‘Die locatie doet er niet toe. Ik noem een paar straten, dat is het. Het had evengoed in Brooklyn kunnen zijn gesitueerd. Ik begrijp wel dat het leuker is als je de wijk in Antwerpen kent, waar de Joodse gemeenschap groter, orthodoxer en zichtbaarder is dan in Nederland en waar je rondom de verhoogde spoorberm hun prachtig erfgoed ziet. Maar de geografie doet er niet toe. Mijn boek gaat over een aparte, gesloten gemeenschap, waar ik toevallig toegang toe heb gekregen. Hoe is het om midden in de maatschappij te leven met eigen normen, eigen instellingen, eigen netwerken? Dat is universeel.’

Heeft de boekhandel je boek goed ondersteund?
‘Dat gaat hand in hand met wat in de pers gebeurt. Als die het aandacht geeft, krijgt de boekhandel er beter zicht op. Uit zichzelf valt het moeilijk op in die enorme hoeveelheid boeken die verschijnen. Het helpt ook als ze het boek zelf hebben gelezen, zoals José Ferdinandusse van Het Leesteken in Purmerend. Zij stuurde mij een lange mail om te vertellen hoe geweldig ze het vond en dat ze het iedereen aanraadt. Ook Astrid Derijks van Boekhandel Derijks in Oss is laaiend enthousiast en schreef een stuk erover in een plaatselijke krant. Zulke mond-tot-mondreclame is het belangrijkste. Zo ben ik toch ook aan 3.000 verkochte exemplaren in Nederland gekomen. Wat uiteindelijk niet weinig is, laten we wel wezen.’

Welke boekhandels verkopen veel exemplaren van Mazzel tov?
‘Geen idee. Bij Atlas Contact kan een schrijver zelf de actuele verkoopcijfers per winkel bekijken, maar meer dan de grote lijn hoef ik niet te weten. De uitgeverij hoeft het me ook niet op de hoogte te houden, dat weten ze. Ze belden wel toen van Mazzel tov 10.000 exemplaren waren verkocht. Vanaf dat moment begon ik te tellen: als ik nu op 10.000 zit, dan zouden het er volgende week zoveel moeten zijn. Dat is toch vreselijk? Ik liet ook een voorschot uitbetalen, zodat niet alles boekhoudkundig op volgend jaar komt. Ik wil niet met cijfers bezig zijn, ik wil me bezig houden met het boek en het nieuwe verhaal waar ik aan ben begonnen.’

Hoe verklaar je dat er dit jaar zo weinig non-fictietitels op de longlist van de ECI Literatuurprijs staan: slechts drie op de vijfentwintig.
‘Dat is uiteindelijk subjectief. Dat bepaalt de jury.’

Maar non-fictie is, in Nederland en Vlaanderen, al enige jaren in opmars.
‘Ik weet het. Ik ben dit boek begonnen als een roman, ook al is het op ware feiten gebaseerd. Ik heb al mijn literaire vaardigheden ingezet. De dialogen zijn nooit letterlijk zo gezegd. Ik heb personages neergezet door sommige eigenschappen uit te vergroten in functie van het verhaal. Voor mij is er ook geen verschil tussen dit boek en de romans die ik hiervoor heb gesproken. Maar omwille van het commerciële argument hebben mijn uitgeefster Tilly Hermans en ik na lange gesprekken besloten het te brengen als non-fictie. Mijn meelezer Pascal Verbeken, zelf een heel goed journalist, adviseerde mij om die reden de ondertitel toe te voegen: “Mijn leven als werkstudenten bij een orthodox-joodse familie”. Het is misschien niet fraai op de cover, zo’n ondertitel, maar het verkoopt wel.’

Werd je door de uitgeverij in een hokje geduwd?
‘O nee. We hebben er lang over gesproken, de keuze was uiteindelijk aan mij. En al betekent het dat ik voor bepaalde literaire prijzen niet meer in aanmerking kwam, het boek heeft overduidelijk een groter publiek bereikt.’

Hoe leef je naar 13 september toe als de shortlist bekend wordt gemaakt?
‘Ik probeer me daar niet mee bezig te houden. Ik hoor het wel. De 13e komt Tilly toevallig naar Antwerpen om de marketing te bespreken met de Belgische afdeling en te kijken hoe we Mazzel tov in het najaar een extra push kunnen geven. Hoe zorgen we dat het niet wordt bedolven onder de lading nieuwe boeken en boekhandels alert blijven.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 4 sep)

maandag 4 september 2017

Interview: Simone van der Vlugt over haar overstap naar Prometheus (Boekblad)

Simone van der Vlugt publiceerde sinds 2007 al haar literaire thrillers bij Ambo|Anthos. Afgelopen week verscheen De doorbraak bij haar nieuwe uitgeverij: Prometheus. Ze wil niet beweren dat de ene uitgeverij beter is dan de andere. Alle uitgeverijen hebben hun sterke en minder sterke kanten. Wel heeft de schrijfster er de frisse wind gevonden die ze zocht.

Gefeliciteerd met het verschijnen van De doorbraak. Is het na al die boeken nog steeds bijzonder als er een nieuwe titel uitkomt?
'Absoluut! Het is een soort hoogtepunt in het jaar. Ik geniet van het schrijfproces, maar ook van de promotieperiode die daarop volgt. Het is heerlijk om een nieuwe titel in de boekhandel te zien staan.'

U miste het verschijnen wel vanwege een vakantie. Had u niet liever gehad dat De doorbraak volgens plan op 29 augustus uit zou komen?
'Eigenlijk zou De doorbraak zelfs in oktober pas uitkomen, maar in die maand verschijnt er heel wat. Daarom hebben we besloten om de publicatie van mijn boek te vervroegen. Om dat voor elkaar te krijgen moest ik in juni doorwerken tijdens mijn vakantie in Italië, maar dat had ik er voor over. Je wilt natuurlijk een zo gunstig mogelijk tijdstip hebben voor de verschijning. Gelukkig ging alles heel voorspoedig, dus ik ben erg blij met deze beslissing.'

Hoe verhoudt De doorbraak zich tot eerdere thrillers?
'Mijn thrillers hebben allemaal mijn eigen, specifieke schrijfstijl, maar onderling verschillen ze behoorlijk. Het ene boek is meer gericht op psychologische spanning, terwijl andere titels, zoals Toen het donker werd, veel vaart en cliffhangers hebben. Op die manier bereik je veel verschillende lezers, en houd je het schrijven voor jezelf leuk.'

Zet een overstap van uitgeverij aan tot het schrijven van andersoortige boeken – hoe klein dat verschil misschien ook is?
'Nee, want toen ik aan De doorbraak begon had ik nog geen idee waar dat verschil uit zou kunnen bestaan. Dus ik schreef zoals ik altijd had gedaan. Tijdens het redactieproces merkte ik pas iets van de verschillen, op stilistisch niveau. Daar wilde ik me graag verder in ontwikkelen, dus ik stond meer dan open voor suggesties. Wat overigens niet de reden was om naar Prometheus over te stappen, want ik werkte al met een onafhankelijke redacteur. Die beslissing heb ik kort geleden genomen omdat ik meer tijd wilde hebben om te sparren over een boek, terwijl sinds de crisis bij uitgeverijen juist bezuinigd wordt op redacteuren. Ik heb Monique Postma, die mijn redacteur was bij Lemniscaat, en die al mijn jeugdboeken heeft begeleid, gevraagd weer met mij te gaan werken. Wat trouwens geen problemen opleverde bij Ambo|Anthos. We hebben Toen het donker werd en Ginevra samen gedaan, en daarna is Monique meegegaan naar Prometheus. Bij mijn nieuwe uitgeverij werk ik ook nog met Marieke van Oostrom, dus ik heb nu twee redacteuren. Heel luxe! En heel fijn, als je stilistisch en verteltechnisch stappen wilt maken.'

U kondigde in oktober aan om Ambo|Anthos te verruilen voor Prometheus. 'Soms is een relatie gewoon op', zei directeur Tanja Hendriks daar later op Boekblad.nl over. Is dat een correcte analyse?
'Dat is een correcte analyse. Ik heb jarenlang prettig gewerkt met [directeur] Chris Herschdorfer en [redacteur] Wanda Gloude, maar we waren het ook weleens niet eens. Waarover vertel ik liever niet, dat is iets tussen ons drieën. Het contact is nog steeds prima, maar ik wilde een andere kant op, nieuwe dingen leren, kijken hoe het óók kan. Vroeger bleven mensen veertig jaar in dienst bij dezelfde baas, maar dat is tegenwoordig niet meer. Het is goed voor je ontwikkeling om op een gegeven moment met een nieuw team te gaan werken.'

Maar Ginevra verscheen in mei bij Ambo|Anthos. Was dat een laatste contractuele verplichting of blijft u hen trouw voor uw historische romans?
'Nee, Toen het donker werd was mijn laatste contractuele verplichting, dus ik was vrij om te doen wat ik wilde met mijn historische romans. Toen het stof van mijn overstap was neergedaald, was er veel veranderd bij Ambo|Anthos. De uitgeverij was verhuisd naar een nieuw pand, Chris en Wanda kozen ook voor die frisse wind en Tanja Hendriks werd directeur. Je zou kunnen zeggen dat Ambo|Anthos een nieuwe uitgeverij werd, en dat ik dus had kunnen blijven. Dat heb ik gedaan, met mijn historische romans. Ik heb een two-book deal gesloten, voor Ginevra en voor de historische roman waar ik nu aan ga beginnen.'

Heeft u bij deze uitgeverij ook maar iets minder inzet voor uw werk bespeurd?
'Totaal niet. Dat is ook niet in hun belang, aangezien mijn historische romans nog steeds bij Ambo|Anthos verschijnen.'

Waren er in de loop der jaren uitgevers die aan u trokken om, al dan niet met mooie beloftes, de overstap te wagen? Gold dat ook voor Prometheus?
'Dat is zeker gebeurd, en dat vind ik heel begrijpelijk. Als je een auteur wil overnemen moet je erop af, anders is een ander je voor. Maar Prometheus heb ik zelf benaderd. Ik heb een keer geluncht met Mai Spijkers en had het gevoel dat we elkaar goed begrepen. Het scheelde natuurlijk dat Esther Verhoef twee jaar eerder met een deel van haar werk naar Prometheus was overgestapt. Daardoor wist ik hoe die uitgeverij werkte.'

Wat verwacht u in het algemeen van een uitgeverij?
'Dat ze de belangen van de auteurs behartigen en betrokken zijn. Natuurlijk is een uitgeverij een bedrijf en moet er geld verdiend worden, en voor een auteur geldt hetzelfde, maar ik verbind me alleen aan een uitgeverij als er betrokkenheid en transparantie is.'

In oktober zei u ook (in NRC Handelsblad) dat u behoefte had aan 'een nieuwe, frisse wind'. Heeft u die gevonden bij Prometheus?
'Ja, de wind is gaan waaien en hij is verfrissend. Veel meer kan ik er nog niet over zeggen. De werkrelatie is nog pril, we moeten elkaar beter leren kennen en De doorbraak ligt net een week in de boekhandel. De betrokkenheid is bijvoorbeeld niet zo anders dan bij Ambo|Anthos. Maar ik wilde graag verandering, en die heb ik gekregen. Nu gaan we kijken of verandering ook verbetering is. De wil en het enthousiasme zijn er in ieder geval, aan beide kanten, dus ik heb er alle vertrouwen in.'

En hoe zet Prometheus De doorbraak nu in de markt?
'Er wordt een flink bedrag voor promotie aangesproken. Zo is er geïnvesteerd in een bijzonder mooi, goudkleurig omslag met een foto in reliëf, alsof het een polaroid is. En als de loop uit een boek raakt, zullen ze doorpakken. Dat budget moet je wel hebben als uitgeverij.'

En op wat voor manier is dát anders dan bij Ambo|Anthos?
'Uitgeverijen met elkaar vergelijken heeft geen enkele zin. Ze hebben allemaal hun sterke en minder sterke kanten. Ze maken gebruik van verschillende promotiekanalen, maar het is niet gezegd dat de ene aanpak beter is dan de andere. Ambo|Anthos heeft goede banden met vrouwenbladen, Prometheus met kranten als het NRC en Het Parool. Je hebt ze allebei nodig. Ambo|Anthos is sterk op het gebied van de sociale media, Prometheus heeft een wat meer literaire uitstraling en heeft daardoor een betere ingang naar andere media, zoals opiniebladen en televisie. Maar beide uitgeverijen onderhouden een goed contact met hun lezerspubliek, en met de grote boekhandelketens. En daar gaat het om.'

Prometheus is een zelfstandige uitgeverij, Ambo|Anthos is onderdeel van VBK. Merkt u daar wel iets van?
'Nog niet. De hele toestand met Atlas Contact heb ik natuurlijk op de voet gevolgd. Een holding heeft grote voordelen, maar ook nadelen. Als een uitgeverij in een holding zelfstandig beslissingen kan nemen, is er niets aan de hand. De vraag is of dat het geval zal zijn in deze snel veranderende tijden. Ik ben een groot tegenstander van streamen omdat ik denk dat het de verkoop kannibaliseert van e-boeken die je moet downloaden. Bovendien gaat er een raar soort boodschap vanuit. Streaming degradeert een boek tot een weggooiproduct, het ‘all you can eat’-principe. Het gevaar is dat de lezer hieraan gewend raakt en niet meer bereid is een redelijke prijs te betalen voor een boek. Zelfs geen vijf euro. Alles moet in massa beschikbaar zijn en het mag niets kosten. Daar doe ik niet aan mee. Ik maak me er wel zorgen over dat dat de weg is die VBK wil inslaan. We zullen zien waar dat in de toekomst toe leidt. Ik houd het goed in de gaten.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 28 augustus) 

zaterdag 2 september 2017

Interview Bas Haring over de bibliotheek: een collectie voor de jeugd, werkplekken voor volwassenen (Bibliotheekblad)

Als het aan Bas Haring ligt, beperkt de bibliotheek zich tot een collectie voor de jeugd en werkruimtes voor volwassenen. De schrijver en filosoof geeft een voorschot op zijn lezing tijdens Bibliotheekplaza.

Lid van de bibliotheek is Bas Haring al niet meer sinds zijn zestiende. Het werd hem te duur. ‘Al mijn geld ging eraan op’, verzucht hij. ‘Dan leende ik boeken – veel non-fictie, maar ook fijne leesboeken: Godfried Bomans, Maarten ’t Hart – maar liet ik ze uit luiheid te lang liggen en had ik weer een paar gulden boete. Best veel, als je jong bent. Met meerdere boeken liep dat op naar een paar tientjes per maand. Dat is honderden guldens per jaar. Toen ik zestien was, bedacht ik me: het is handiger om boeken te kopen.’
Daar kwam bij dat hij een boek niet meer durfde terug te brengen als het echt te laat was. ‘Ik vond dat niet kunnen: een boek na twee maanden alsnog inleveren. Dat deed ik dus pas als ik een echt boze brief kreeg en de boete hoger was dan de aanschafprijs. Gelukkig had je in De Bilt een dag per jaar, rond Koninginnedag, waarop je boetes werden kwijtgescholden. Toen ik daar toevallig achterkwam, heb ik het jaar erop alles bewaard tot die ene dag. Eigenlijk gemeen van me, maar het scheelde een boel geld.’
Ook toen de 49-jarige filosoof en schrijver vorig jaar vader werd, heeft hij zijn zoon geen lid gemaakt van de bibliotheek. Dat deed zijn schoonmoeder, die hem vaak meeneemt om nieuwe boeken te lenen. ‘Zelf koop ik liever boeken, ook voor hem. Boeken zijn toch goedkope producten: 15 tot 20 euro, dat is niet veel. En zeker boeken voor kinderen vind ik heel leuk om te hebben. Die wil ik gewoon niet hoeven teruggeven.’

Toch is Haring daarna vaak genoeg in de bibliotheek geweest om een visie op het bibliotheekwerk te hebben. Hij deelt die op 28 september met het vak tijdens Bibliotheekplaza. Wat hij precies gaat zeggen, weet hij nog niet. Pas een paar dagen van tevoren pakt hij, zoals altijd bij optredens, zijn aantekeningen van het voorgesprek erbij en gaat hij zich voorbereiden. Tot die tijd is zijn geest blanco – opgeslokt door zijn vele andere activiteiten, van het begeleiden van promovendi tot het opnemen van tv-programma’s.
De auteur van boeken als Kaas en de evolutietheorie (2001), Plastic panda’s (2011) en Waarom cola duurder is dan melk (2016) houdt natuurlijk vaak lezingen in de bibliotheek. ‘Dat zijn heel fijne plekken om op te treden. In een boekhandel denk je onwillekeurig: o jee, die meneer of mevrouw verkoopt misschien niet genoeg boeken. Dat geeft een spanning. In de bibliotheek heb je dat helemaal niet. Hun enige doelstelling als ze jou uitnodigen is dat je verhaal wordt gehoord door een breed publiek.’
En hij komt er om te werken. Van de OBA in zijn Amsterdam tot kleinere bibliotheken in plaatsen als Veghel en Veendam – als het zo uitkomt, bijvoorbeeld omdat hij tijd tussen afspraken nuttig wil besteden, plugt hij zijn laptop in en gaat aan de slag. Juist dit gebruik van de bibliotheek heeft zijn visie op het bibliotheekwerk sterk beïnvloed.

‘De bibliotheek begon met het ideaal om het volk te verheffen’, legt Haring uit. ‘De aanschafkosten van boeken waren hoog. Door ze voor de mensen te kopen en aan hen uit te lenen, verlaagde de drempel om te lezen. Dat was een goed idee. Maar het is nu een achterhaald idee. Boeken zijn niet meer zo’n fikse uitgave, zeker als je even wacht tot een pocketuitgave op de markt komt. Die kosten een tientje, even duur als een bioscoopkaartje. Boeken beschikbaar stellen kan dus niet meer de toegevoegde waarde zijn.’
Bibliotheek kunnen het volksverheffingsideaal wel een nieuwe invulling geven door mensen een plek te bieden om zich te kunnen terugtrekken en geconcentreerd te werken. ‘Voor sommige mensen is het heel moeilijk om zo’n plek te vinden. Thuis is het vaak te druk of is er te veel afleiding. Mensen maken er ook gebruik van. In alle bibliotheken waar ik kom zitten mensen te werken. Is het ook moeilijk om een vrije plek te vinden. Ik verbaas me er soms over hoe druk het is in de bibliotheek.’
Alleen jonge mensen hebben nog altijd een beperkt budget om boeken te kopen. Bovendien is het voor hun ontwikkeling goed om op een plek te zijn waar je bent omgeven door boeken. ‘Het geschreven woord is preciezer dan het gesproken woord. Moeilijker om te maken ook. Het is daarom een belangrijke vorm om kwaliteitsinformatie uit te wisselen. En dus moet er een plek zijn waar je boeken van de plank kunt pakken, de achterflap kunt lezen, even kunt bladeren. Ook om zo nieuwe dingen te ervaren.’
Hij weet waarover hij praat. ‘Toen ik in de tweede klas van de middelbare school zat, pakte ik De geverfde vogel van Jerzy Kosinski uit de kast. Het zei me niets. Wat wil je, ik was dertien. Dat bleek een heel schokkend boek dat veel indruk op me maakte. Ik kon dat alleen lezen omdat ik langs de kasten van de bibliotheek dwaalde en het fysieke boek in handen kreeg. Anders was ik er nooit op gestuit. De bibliotheek hoeft daarom trouwens ook geen digitale collectie te hebben. Laat dat maar aan de markt over.’

In essentie heeft de ideale bibliotheek van Haring dan ook een collectie voor de jeugd en werkplekken voor volwassenen. Dat hij in dat geval bijvoorbeeld minder geld overhoudt uit leengelden, maakt hem niets uit. ‘Dat stelt toch al niets voor. Ik verdien mijn geld toch al als een muzikant. De inkomsten uit royalty’s stellen weinig voor, het gaat om de lezingen die ik dan over het boek kan geven. En vergeleken bij royalty’s vallen inkomsten uit uitleningen helemaal weg.’
Is dat geen al te radicale visie op het bibliotheekwerk? ‘Welnee. Het is een andere invulling van het bestaande ideaal. Weet je wie de bibliotheek radicaal wilde veranderen? De bibliotheek zelf toen het zichzelf presenteerde als dé plek voor het aanleveren van informatie. Ken je Al@din nog? Een zoekmachine, met vragendienst, online en in de bibliotheek. Alsof de mensen naar de bibliotheek komen om te weten komen hoeveel inwoners Tanzania heeft en wat hun gemiddeld inkomen is. Dat vinden ze wel op internet.’
Haring ziet ook dat bibliotheken in de richting van zijn ideaalbeeld bewegen. De OBA verbouwt bijvoorbeeld om meer ruimte voor werkplekken te maken. ‘Helaas is de bibliotheek een verdedigende organisatie die vasthoudt aan het bestaande, terwijl je met elan en optimisme prachtige dingen kunt bereiken. Nu dreigt de bibliotheek de kant van V&D op te gaan. Ze zouden een uitdager van buiten moeten hebben, zoals Tesla in de autobranche. Je hebt wel Karmac, maar die richt alleen op het goedkoper aanbieden van de klassieke bibliotheektaak.’

Zelf heeft de bibliotheek sinds de nieuwe bibliotheekwet vijf functies. Als hem die worden voorgehouden, vindt hij daar zeker zijn eigen ideeën in terug. Maar de bibliotheek wil ook dingen die je best aan andere partijen over kunt laten. ‘Moet de bibliotheek laten kennismaken met kunst en cultuur? Dat kun je toch ook overlaten aan musea, bioscopen, theaters. Of het organiseren van ontmoetingen en debat? Dat hangt er ook maar vanaf waar de bibliotheek is gevestigd. In Amsterdam zijn genoeg andere mogelijkheden.’
En als bibliotheken actief op zoek gaan naar de vraag van de inwoners in hun werkgebied en hen daarbij proberen te helpen, gesteund door de collectie en bibliotheekdiensten, zoals de moderne community librarian wil? ‘Vind ik moeilijk’, denkt Haring hardop na. ‘Ik vraag me af of de rol als spin in het web van een community de rol is die de bibliotheek aankan. Zoals jij het uitlegt, kan het een mooie, relevante taak zijn, maar in de bibliotheek werken weinig extraverte mensen. Dus of ze deze taak kunnen vervullen?’
Dus nee, Harings bibliotheek van de 21e eeuw kan zich daarom het best beperken tot de twee functies die hij eerder heeft benoemd. Nou, vooruit. Ik weet dat de bibliotheek zich ook een functie toedicht in het bestrijden van laaggeletterdheid. Ik weer daar niets vanaf, maar ik kan me daar wel iets bij voorstellen.’
(Eerder gepubliceerd in Bibliotheekblad, 2017)

Wie sprak zich nog meer uit over bibliotheken?

dinsdag 29 augustus 2017

Ronald Giphart & de Asibot: Ooit schrijft de computer een goede roman (Taalunie:Bericht)

Ronald Giphart liet zich als eerste literaire schrijver ter wereld leiden door tekstsuggesties van een computer. Zijn verhaal 'De robot van de machine is de mens' is in november te lezen tijdens de actie Nederland Leest. Alleen Folgert Karsdorp, het brein achter de Asibot, weet welke zinnen de auteur en welke zinnen de computer schreef.

Arnon Grunberg kon zijn lachen niet inhouden. Een computer had zestig 'voetnoten' geproduceerd op basis van de meer dan tweeduizend dagelijkse columns die de schrijver op de voorpagina van de Volkskrant heeft geschreven. De tekst was soms gewoon onzin: 'Ik ben sceptisch over zeggelijke liefde. Voor lauwe seksualiteit', las hij proestend voor op een video van de krant. Hij hoeft voorlopig dus niet bang te zijn dat hij wordt vervangen – al toonde hij zich aangenaam verrast met sommige door de computer gegenereerde vondsten. 
Folgert Karsdorp kan zich Grunbergs reactie goed voorstellen. Een recurrent neuraal netwerk is in staat om, op basis van een grote input aan teksten, een coherente en grammaticaal correcte nieuwe tekst te scheppen met de lengte van Grunbergs voetnoten. Maar een column die ook ergens op slaat? Daartoe is de computer domweg niet in staat, legt de onderzoeker digitale methoden in de geesteswetenschappen uit, die is verbonden aan het Meertens Instituut. Grunberg had verwacht dat de computer al een soort parodie op zijn werk kon scheppen. Zelfs dat is nog te hoog gegrepen.

Goed alternatief
Dus toen de Stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek (CPNB) Karsdorp vroeg of hij een computer een verhaal kon laten schrijven, moest hij hen teleurstellen. De organisatie geeft voor de jaarlijkse actie Nederland Leest, die dit najaar is gewijd aan de robotisering van de samenleving, de klassieke science fiction-verhalenbundel Ik, robot van Isaac Asimov opnieuw uit. Hoe mooi zou het zijn geweest als Asimovs fantasieën werkelijkheid konden worden. Maar helaas.
Karsdorp had echter een goed alternatief: de computer als hulpmiddel. 'Eigenlijk is het ook niet zo interessant om de computer iets te vragen wat een mens ook kan. En waarschijnlijk beter', zegt hij. 'Het is veel interessanter om te bedenken hoe een computer een schrijver kan assisteren met wat hij wél beter kan. Dat is: ontzettend veel tekst lezen en onthouden – veel meer dan een mens ooit kan – en op basis daarvan suggesties doen. Of een schrijver erop wijzen dat een alinea lijkt op een passage uit de wereldliteratuur.'

Waarschijnlijkheid
Ronald Giphart nam daarop de uitdaging van de CPNB aan om een nieuw verhaal te schrijven met behulp van een systeem dat Karsdorp bouwde met computerlinguïsten als Mike Kestemont, Enrique Manjavacas en Ben Burtenshaw van de Universiteit Antwerpen. De Asibot, zoals hij werd gedoopt, oogt als een gewoon tekstverwerkingsprogramma, maar dan een met een aantal extra knoppen. Daarmee kon Giphart suggesties vragen voor een vervolg. Neutrale suggesties, maar ook suggesties in de stijl van Gerard Reve, Kristien Hemmerechts of Nescio.
Daarachter zit een database van ongeveer tienduizend Nederlandstalige boeken: van literaire romans tot vertaalde detectives, die Karsdorps team overal vandaan heeft gehaald. Met die kennis berekent de computer iedere keer wat het meest waarschijnlijke vervolg is. Stel, Giphart tikt een e. Wat zou de volgende letter zijn? In de meeste gevallen weer een e. Maar na twee e's is de derde letter hoogstwaarschijnlijk een n. Zo ontstaat vanzelf het woordje 'een'. En daarna suggereert de computer hoogstwaarschijnlijk een spatie.

Creativiteitsknop
Karsdorp: 'Op die manier komt de computer razendsnel met hele zinnen. Of meer, als de schrijver dat wil. Hij kan daarbij spelen met de waarschijnlijkheid. De Asibot heeft een zogeheten creativiteitsknop in de vorm van de schuif. Zet je die op 0, dan is de computer maximaal conservatief en komt hij altijd met de meest waarschijnlijke oplossingen. Zet je hem op 1, dan komt hij met totaal wilde suggesties en bedenkt hij zelfs nieuwe woorden. Correcte, maar nieuwe woorden, zoals samenstellingen.'
Om ook in andermans stijl te schrijven, wordt de computer opnieuw 'getraind', zodat het werk van die ene auteur groter gewicht krijgt in de suggesties. 'In principe zijn de mogelijkheden eindeloos. Wij hebben nu alleen de acht auteurs toegevoegd die hij wilde. Dat gaf Giphart een spirituele sensatie, vertelde hij, als hij opeens als Hemmerechts kon schrijven: donker, met veel dialogen. Zonder dat de computer overigens ooit letterlijk tekst van haar kopieert. Hij verzint steeds iets nieuws.'

Kleurenpalet
Karsdorp heeft het verhaal van Giphart inmiddels gelezen. 'De robot van de machine is de mens', heet het – een titel die óók door de Asibot is gegenereerd. Hij schat dat ongeveer de helft door de auteur zelf is geschreven, de rest dus door de Asibot. 'Toch is het moeilijk om precies te meten hoe groot de bijdrage van de computer is geweest. Soms heeft Giphart een suggestie van de computer niet overgenomen, maar riep dat wel inspirerende associaties op. Zo speelde de computer op de achtergrond ook een rol.'
Wel kan hij tot op letterniveau precies zien welke tekst Giphart zelf schreef en welke niet. De overgenomen suggesties kregen een kleur – voor iedere stijl een andere kleur. Als Giphart vervolgens in de suggesties begon te wijzigen, vervaagde de kleur. 'Deze kleuren zijn straks in het boekje niet zichtbaar. Dat zou te duur worden. Dat maakt het interessant voor de lezer. Zij kunnen raden wat van Giphart en wat van de computer is. Ik denk dat als je het niet weet, je het ook heel moeilijk kunt zien.'
Voor Karsdorp is dat kleurenpalet echter het interessantst. 'Om een goed hulpmiddel voor schrijvers te kunnen maken, moet je inzicht hebben in het schrijfproces – waar het ons voornamelijk om te doen is. Dat krijg je alleen maar als een schrijver zo gek is om hiermee te werken. Wij mochten Giphart tijdens het schrijven helemaal volgen. Elke aanslag, inclusief alle tikfouten, is vastgelegd. Dat is voor ons een prachtige informatiebron, waarmee we de Asibot kunnen verbeteren.'

Synthesizer
De volgende stap zou zijn om de Asibot op de markt te brengen. Zelf zal Karsdorp of zijn werkgever dat niet snel doen. 'Er is enorme rekenkracht nodig', zegt hij. 'Voor Gipharts Asibot is al één afzonderlijke server nodig. Dat vereist een grote investering. We hebben al een partner nodig om het publiek straks in november de gelegenheid te geven ermee te spelen. Maar er wordt wereldwijd heel veel geëxperimenteerd. Ook door grote partijen als Facebook, die hun chatbots natuurlijker willen laten communiceren.'
Het is dus slechts een kwestie van tijd voor er een soort synthesizer voor schrijvers te koop zal zijn, wil hij maar zeggen. 'En waarom zou een computer niet ooit een voetnoot van Grunberg of volledige roman kunnen schrijven die het publiek goed vindt? De Asibot was twintig jaar geleden ook niet mogelijk. De computers hadden de rekenkracht gewoon niet. Dus wat is er mogelijk over nog eens twintig jaar? Ik denk dat als mensen niet weten dat een tekst van een computer komt, ze die – nu al – eigenlijk best goed vinden.'

KADER: TrueLove.wrt
Gipharts 'De robot van de machine is de mens' zou wel eens een wereldprimeur kunnen zijn, vermoedt Karsdorp. Andere verhalen geschreven met behulp van computersuggesties kent hij niet in deze vorm. Literaire fictie volledig geschreven door een computer is echter al ouder. Zo publiceerde de Russische uitgeverij Astrel-SPb in 2008 TrueLove.wrt van PC Writer 1.0. Gevoed door 17 Russische klassiekers, een roman van Haruki Murakami en uitgebreide dossiers van de karakters produceerde de computer in drie dagen een verhaal van 285 pagina's. Volgens de recensenten was het een vloeiend leesbaar verhaal, zij het clichématig van inhoud en taal.
(Eerder gepubliceerd op Taalunie:Bericht)

Zie ook:

vrijdag 18 augustus 2017

Ballon Media start nieuwe imprint: Klavertje Vier (Boekblad)

Ballon Media lanceert dit najaar een nieuwe imprint: Klavertje Vier. Het is een kinderboekenfonds voor upmarket titels gericht op kinderen van 0 tot 9 jaar.

Ballon Media heeft al twee fondsen voor kinderboeken. Ballon Kids richt zich op scherp geprijsde kinderboeken voor de jongste kinderen, onder Blloan Junior verschijnen fictietitels voor kinderen van 7 tot 10. 'Wij willen nu ook andere, bijzondere boeken maken – zoals Mijn eerste voelboek van de Franse topillustrator Xavier Deneux – met allemaal extra's, die we onmogelijk voor 4,99 euro op de markt kunnen brengen', legt uitgever Alexis Dragonetti uit. 'Dat past niet bij het karakter van de bestaande labels, dat we bovendien onlangs hebben aangescherpt. Daarom komen we met een nieuw label.'
De naam Klavertje Vier is gekozen omdat die zo goed bij de slagzin past: 'Bijzondere boeken brengen geluk'. De eerste van de tien titels uit de najaarscatalogus verschijnen in september: Dierenhuisjes (‘In het bos’ en ‘In de tuin’) van Pavla Hanáčková en Irene Gough en het doolhovenboek Volg je mij van Fiona Byrne. Het aanbod is daarnaast heel divers. Wat het vooral tot één fonds maakt, is dat alle boeken iets extra's hebben. Of zoals Dragonetti het formuleert: dat ze allemaal 'toeters en bellen' hebben en mikken op de interactie tussen (groot)ouder en kind.
Ballon Media steekt meer dan 100.000 euro in de marketingcampagne om Klavertje Vier te lanceren. Het bedrijf gaat adverteren in algemene media als De Standaard en Het Nieuwsblad en vakpers als Boekblad. Consumenten zullen Klavertje Vier leren kennen via e-mail, Facebookadvertenties en informatie via de sociale media. Het fonds wordt ondersteund met pos-materiaal als een draagtas, wobbler en stapelstopper. Dragonetti: 'We geloven er echt in en dan moet je nu eenmaal investeren in marketing.'
Het fonds bestaat vooralsnog uitsluitend uit vertaalde titels die zijn aangekocht bij gerenommeerde buitenlandse uitgeverijen. Op termijn moet Klavertje Vier steeds meer lokale uitgaven bevatten. 'We geloven in gestage groei', zegt Dragonetti. 'We willen nu eerst zien of de markt er daadwerkelijk is die we denken te zien. Met buitenlandse aankopen heb je in één keer een fonds. Met eigen auteurs ga je juist eerder een langer commitment aan. Dan is het logischer die stap voor stap in een goed draaiend fonds onder te brengen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 14 aug)

woensdag 16 augustus 2017

De transformatie van uitgeverij Rubinstein (Boekblad)

Rubinstein is al lang geen luisterboekenuitgeverij meer. Na de verkoop van de backlist twee jaar geleden zelfs minder dan ooit. Hoewel het luisterboek onverminderd belangrijk is voor de uitgeverij richt het zich meer en meer op boeken, films en de exploitatie van rechten. Nu ook internationaal.
Een reeks historische, aan elkaar verbonden panden op het Prinseneiland, waar je je – als je de computers en andere moderne apparaten wegdenkt – dankzij alle originele details nog altijd in de negentiende eeuw kunt wanen. Algemeen directeur Adrienne Hak van Rubinstein leidt haar bezoeker met begrijpelijke trots rond. Voorin zitten de kantoren van de uitgeverij. Maar als je dieper door het L-vormig gebouw dwaalt, kom je van alles tegen wat je zelden aantreft bij een algemene uitgeverij.
Er zijn twee opnamestudio’s. Er is een keukentje, een magazijn en een grote ruimte met verhoging waar ooit een theater had moeten komen. Er is het kantoor van de pas ingetrokken Toonder Compagnie. Er is de flamencostudio waar de vrouw van Maurits Rubinsteins, die de uitgeverij in 1985 oprichtte, haar voorstellingen voorbereidt. Elders werkt Rubinstein zelf aan een nieuwe uitvinding. Hak betwijfelt of ze er al over mag vertellen.
In de gangen staan meubels en archiefstukken van de voormalige chocolatier Bensdorp. ‘Heeft Maurits gekregen toen hij probeerde De Chocoladefabriek op te richten,’ zegt Hak. ‘Dat moest een attractiepark voor kinderen worden. Er is twaalf jaar hard aan gewerkt, maar hij kreeg de financiering nooit rond. Nu staat het project op een laag pitje. Wel bellen nog dagelijks mensen met de vraag wanneer het open gaat.’
In totaal werken hier vijftien mensen – ‘inclusief iemand met gouden handjes,’ vertelt Hak, ‘hij kan alles maken. Hij is ooit aangenomen voor De Chocoladefabriek, maar werkt mee aan de animaties die we zelf maken bijvoorbeeld, voor pitches bij grote klanten als AH, maar ook aan decorstukken voor Maurits’ vrouw. En aan Maurits’ nieuwe project.’

Wie deze sfeer op zich laat inwerken, begrijpt dat Rubinstein er niet rouwig om is dat het de luisterboeken grotendeels heeft moeten loslaten. Er zijn altijd nieuwe ideeën waar de volgens Hak bruisende, creatieve geesten van het bedrijf zich enthousiast op richten. ‘Wij hebben ooit iemand aangenomen om het luisterboek het entertainmentkanaal in te krijgen. Hij bleek heel goed in het bedenken van spellen. Hij kreeg de vrije hand en bouwde in vier jaar een fantastische catalogus op. Dat hebben we volgehouden tot we vonden dat de bordspellen te ver van ons af begonnen te staan. Toen hebben we de portfolio inclusief collega aan Jumbo verkocht.’
In dertig jaar had Rubinstein een enorme backlist aan luisterboeken opgebouwd. Honderden en honderden titels, die het in 2015 bijna allemaal verkocht aan Storytel. Toen het Scandinavische bedrijf in Nederland twee jaar eerder in Nederland was begonnen had het content nodig. Het richtte daarom samen met de uitgeverij Rubinstein Audio op, waar de backlist werd ingebracht. Hak: ‚Maar Storytel ging zó hard. Ze waren continu op tv, in abri’s enzovoorts. Er werd van ons een soortgelijke marketingeffort gevraagd. Dat zagen wij niet zitten. Wij hebben niet dezelfde financiële slagkracht. Toen hebben wij ons aandeel in Rubinstein Audio verkocht.’
In totaal ging het om achthonderd titels. Rubinstein behield alleen de rechten op alles wat geen hardcore luisterboek was: producties met liedjes, hoorspelbewerkingen – plus een aantal uitgaven waar het bedrijf om andere redenen aan vasthield, zoals de titels van Maurits’ tante Renate Rubinstein. ‘Die blijven we zo goed mogelijk exploiteren. Nu Harry Potter opnieuw in de belangstelling staat, verpakken we die uitgave opnieuw: in Monsterverpakkking. En met een Kinderboekenweekthema als griezelen kunnen we iets doen met de rijmen en verhalen van Roald Dahl.’
Tegelijkertijd is de tijd voorbij dat Rubinstein het monopolie had. Hak, in dienst sinds 1995, kan zich levendig herinneren dat boekverkopers op beurzen nuffig tegen haar zeiden: wij zijn een bóékhandel, geen platenzaak. Maar nu het luisterboek is geaccepteerd en de nog altijd bescheiden markt is gegroeid nemen uitgevers publicatie van luisterboeken steeds vaker in eigen hand. Met als gevolg dat Rubinstein minder rechten kan verkrijgen.
‘Dat geeft niets’, bezweert Hak. ‘We hebben altijd gezegd: hoe succesvoller andere partijen met luisterboeken zijn, hoe succesvoller wij zijn. Wij pakken gewoon de mogelijkheden die er nog wel zijn. Zo produceren wij voor andere uitgeverijen, zoals Overamstel, en distribueren voor hen de fysieke cd’s. Studio 1 is onafgebroken in gebruik – de andere ook, maar dan veelal voor andere projecten. Daarnaast brengen wij nog altijd twintig tot dertig titels per jaar zelf uit.’
Hak schat dat anno 2017 luisterboeken goed zijn voor 25 tot 30 procent van de omzet. ‘De verkoop van simpelweg een cd plus hoesje loopt terug. Natuurlijk. Wat nog goed gaat, zijn een aantal kindertitels – zeker via het mass market kanaal zoals Kruidvat. Maar als je een cd echt toegevoegde waarde geeft door er een mooie uitgave van te maken, is daar zeker nog markt voor. Voorbeelden zijn het Album van de Indische poëzie, waarin alle gedichten ook zijn afgedrukt, of de reeks college’s van Govert-Jan Bach over zijn verre voorvader de componist. Ook special sales, zoals onlangs met de Persgroep, blijven goed lopen.’

Een belangrijke – nog altijd relatief nieuwe – groeimarkt voor Rubinstein zijn de boeken. De uitgeverij begon daar ooit mee toen het, inmiddels meer dan vijftien jaar geleden, de rechten verwierf op de Gouden Boekjes. ‘Zodra mensen weten dat je daarmee bezig bent, beginnen ze je met hun ideeën te benaderen’, zegt Hak. ‘Zo is Het muizenhuis van Karina Schaapman op ons pad gekomen. Via de Gouden Boekjes kwamen we ook in contact met Disney, voor wie we nu drie producten brengen: boek plus cd of dvd, Gouden Boekjes-bewerkingen van Disneyverhalen en novelizations.’
Zo groeide de fondslijst organisch. Maar Rubinstein zocht ook nieuwe titels en projecten om te groeien als boekenuitgeverij. Zeker na de verkoop van Rubinstein Audio is bewust de keuze gemaakt meer boeken te brengen. ‘Het is lastig om in één zin te vatten wat wij doen. Negentig procent is kinder- en jeugdboeken. Daarom zoeken we bijvoorbeeld gericht naar titels voor een oudere doelgroep. Maar we pakken alle juweeltjes uit de mogelijkheden die zich voordoen. Een mooi voorbeeld zijn de Getekende brieven van Peter Vos, dat begin dit jaar verscheen en onlangs is herdrukt.’
Daarbij wil de uitgeverij meer omzet uit de boeken halen. Rubinstein is van oudsher sterk in het alternatieve kanaal. Omdat veel boekhandels aanvankelijk de neus ophaalden voor luisterboeken én omdat het per definitie een kleine markt is, heeft het bedrijf altijd maximaal geprobeerd de producten te verkopen via entertainmentwinkels, speelgoedwinkels, benzinestations – naast het maken van speciale producties voor bijvoorbeeld supermarkten. Hoewel de boekhandel, momenteel goed voor ongeveer de helft van de omzet, nooit is verwaarloosd, zou meer aandacht voor dit kanaal meer verkoop kunnen opleveren, denkt Hak.
‘Onze redacteur Mascha de Vries wordt uitgever kinder- en prentenboeken, naast Dik Broekman als uitgever voor de Gouden Boekjes en volwassenboeken. Zo kan het portfolio worden uitgebreid, maar ook meer aandacht worden besteed aan het opzetten van acties met de boekhandel. De commercieel manager Lodewijk van Zonneveld, die per 1 juni met pensioen gaat, deed dat goed hoor. Toch denken wij dat we met onze concepten meer evenementen op de winkelvloer kunnen organiseren. We willen de boekhandel helpen die te organiseren, onder meer door te zorgen dat auteurs hun medewerking verlenen. We begrijpen heel goed dat de boekhandel niet altijd zomaar een paar honderd euro heeft om die te boeken.’

Kansen pakken die zich voordoen is altijd al onderdeel van het dna van het bedrijf geweest. Zo is ook in 2000 Rubinstein Royalty Management ontstaan. Illustratoren – met Francien van Westering, bekend van haar kattentekeningen voor Margriet, als eerste – vroegen of het bedrijf hen kon helpen met de interesse in afgeleide producten. Zelf hadden ze daar geen verstand van. Rubinstein ging daarop voor hen, maar al snel ook de characters van onder andere Fiep Westendorp, Roald Dahl en de Gouden Boekjes exploiteren.
‘We maken afspraken direct met retail – partijen als Hema en AH – die speelgoed en kleding met afbeeldingen van de Gouden Boekjes afdrukken,’ vertelt Hak, die zich zelf vooral met deze tak van het bedrijf bezig houdt, ‘maar we bellen ook fabrikanten – van rugzakken, dekbedden, wat niet al – of ze interesse hebben in onze licenties. Dat gaat goed. We vinden steeds beter onze eigen niche hierin. Zo moet je ook de intense samenwerking met Toonder Compagnie begrijpen. We maken niet alleen Gouden Boekjes met zijn karakters, maar gaan ook actief de licentie exploiteren. Als je weer een licentie erbij hebt, kom je ook makkelijker binnen bij grotere partijen.’
De focus van het agentschap ligt op boekgerelateerde characters. ‘In de boekhandel kunnen we daar helaas niet zo veel mee als we zouden willen. Het aandeel merchandising in de winkel is onbeduidend. Naar mijn idee laat de boekhandel daar kansen liggen. Buiten de boekhandel is het vaak opboksen tegen wereldwijde merken als SpongeBob, Dora en Minions. Daarbij vergeleken zijn wij een heel kleine partij.’

Wel bekijkt Rubinstein bij iedere nieuwe kans of andere activiteiten daarvan profiteren. De kruisbestuiving is groot. Alles wat Rubinstein doet, grijpt op elkaar in. Als de uitgeverij een boek brengt, gaat het tegelijk aan de slag met een luisterboekversie, de licentieverkoop, een special product – en sinds kort ook een animatie, via het nieuw opgerichte bedrijf Rubinstein Pictures (een samenwerking met de Vlaamse studio Grid). ‘Als Dik bij een partij is en ontdekt dat ze geen interesse hebben in onze boeken maar wel iets anders willen met onze merken, verkoopt hij net zo goed een licentie’, zegt Hak. ‘De functies zijn hier niet strikt gescheiden.’
De kruisbestuiving optimaal benutten is dan ook de gedachte uit de jongste uitbreiding: de internationale markt. ‘Een aantal boekprojecten willen we zelf in het buitenland exploiteren. De cd’s van Govert-Jan Bach geven we zelf in Duitsland uit. Voor een Engelse versie die we hebben laten maken zoeken we een lokale uitgever. Ook de drie Disney-merken zien we potentie in andere landen. Zeker de Gouden Boekjes-versies van Disney-verhalen. Deze Boekjes – in 2018 65 jaar in Nederland! – zijn in Europa alleen in Frankrijk een beetje bekend. Dat biedt mogelijkheden. Onze merchandise licentienemers zitten over de hele wereld. Ook het werkterrein van Rubinstein Pictures, die momenteel tv-series van Het muizenhuis en De fabeltjeskrant maakt, is wereldwijd.’

En: Rubinstein ontwikkelt een aantal loyalty-concepten voor supermarkten die het ook in het buitenland denkt te kunnen verkopen. Dat zijn de concepten waar in studio 2 aan wordt gewerkt, mede door de collega met de gouden handjes. Maar wat, daar kan Hak op dit moment nog niets over zeggen. ‘Straks gaat de concurrentie ermee aan de haal.’ De organische geschiedenis van Rubinstein wordt in ieder geval vervolgd. Waarbij iedere activiteit ooit zijn sporen zal achterlaten in de vele hoeken en nissen van het bedrijfspand.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, jun 2017)