zaterdag 16 maart 2013

Amsterdam is gaststad op Boekenbeurs Buenos Aires (Boekblad)


Amsterdam is volgende maand ciudad invitada de honor op de Feria del Libro de Buenos Aires. Het Nederlands Letterenfonds presenteert de Nederlandse literatuur in een paviljoen van 130 vierkante meter.

Amsterdam is van 23 april tot en met 13 mei de eerste gaststad van de grootste boekenbeurs van Latijns-Amerika, die vorig jaar 1,4 miljoen bezoekers trok. ‘De beurs was op zoek naar een duidelijker focus en hoopt dat te vinden door een stad zich te laten presenteren,’ vertelt Tiziano Perez van het Nederlands Letterenfonds. ‘Wij hebben al sinds 2007 het concept “Café Amsterdam”, waarin we de naam van de stad gebruiken om de literatuur in een mix met andere kunstvormen te presenteren. Toen we daarover in gesprek raakten is Amsterdam de eerste uitgenodigde stad geworden.’
Het paviljoen herbergt een expositieruimte en een podium. In de expositieruimte zijn tentoonstellingen te zien van onder meer de recentste selectie best verzorgde boeken, Nederlandse boeken die in het Spaans beschikbaar zijn en werk van illustratoren. Die laatste expositie is gebaseerd op An Elephant Came By, die eerder al in Nederland, Madrid en Beijing te zien was. Op het podium treden negen auteurs op: Cees Nooteboom, Anne Vegter, Herman Koch, Arnon Grunberg, Carolina Trujillo, Gerbrand Bakker, Wouter van Reek, Maarten Asscher en Jan van Mersbergen.
Vijf uitgeverijen hebben inmiddels toegezgd met het Letterenfonds mee te reizen: De Bezige Bij, Meulenhoff, Querido, Signatuur en Prometheus. Een mooie selectie, vindt Perez. Zij zijn met name aanwezig tijdens de vakdagen (23-25 april) en de eerste publieksdagen. ‘Ook in het programma concentreren wij ons op de eerste tien dagen,’ zegt Perez. ‘We kunnen simpelweg niet voor twintig dagen programmeren. En ook niet van de auteurs verlangen om zo lang te blijven.’
Vorige week waren op uitnodiging van het Nederlands Letterenfonds vier journalisten uit Argentinië te gast in Amsterdam. Perez: ‘Dat werkt altijd goed, om op die manier voorkennis te creëren – met name voor auteurs als Bakker en Van Mersbergen, die nu voor het eerst in het Spaans zijn vertaald. En voor Vegter, die nog helemaal niet is vertaald. Ook schept het verbondenheid met het programma bij de belangrijkste Argentijnse media, die er zeker aandacht aan zullen besteden.’
Wat dat betreft komt het mooi uit dat Máxima, geboren Argentijnse, tijdens de beurs koningin van Nederland wordt. ‘Dat trekt natuurlijk aandacht, en daar zullen wij ook gebruik van maken. Op 30 april hebben wij een programma georganiseerd waarin een aantal Nederlandse schrijvers een brief aan de koningin voorlezen.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 11 maart 2013)

vrijdag 15 maart 2013

Interview: Kees van Kooten over het Boekenweekgeschenk (Bibliotheekblad)


Kees van Kooten schreef het Boekenweekgeschenk 2013. Voor het eerst in zijn meer dan veertig jaar omvattend schrijverschap heeft hij in De verrekijker ook verhalen verzonnen. ‘Ik wist niet of ik dat kon, dat was voor mij dan ook het spannendste aan het schrijven.’

'Ik hoop dat een nabestaande het geschenk leest en zijn vinger opsteekt'

Natuurlijk is het een grote eer om het Boekenweekgeschenk te schrijven. Zo veel mensen die ze verzamelen, het liefst gesigneerd. Ook zijn vader had ze allemaal op een rij staan, vertelt Kees van Kooten. Maar wat hij zo jammer vindt: het grote publiek laat het geschenk thuis een paar weken op een tafeltje liggen, als ze het al in de boekhandel aannemen, en dan is het alweer verdwenen.‘Daarom dacht ik: ik maak er een agenda van,’ zegt hij in Brasserie Keyzer in Amsterdam. ‘Mensen kunnen het een jaar lang in hun zak bij zich dragen en kijken wanneer alle festivals zijn: Crossing Border, Nederland Leest, enzovoort. Het geschenk heeft er precies het goede formaat voor. Ik moet ook altijd eerst een vorm hebben voor ik kan beginnen. En een woord: de “Literagenda” werd dat.’
Bovendien paste het idee van een agenda perfect bij de oorlogsgeschiedenis over zijn vader die hij in De verrekijker wilde vertellen. ‘Hij was een vertegenwoordiger in agenda’s. We hadden ze ook altijd in huis. En hij heeft mij een hele reeks agenda’s nagelaten waarin hij in een minuscuul handschrift een soort dagboek bijhield.’

Kees van Kooten (71) had al een jaar of twintig geleden het Boekenweekgeschenk kunnen schrijven. Toen moest hij voor de eer bedanken. Zijn verplichtingen als televisiemaker en columnist lieten hem geen tijd. Pas nadat hij in 1998 stopte bij de VPRO kreeg hij de ruimte om werk van langere adem te maken. Annie, het eerbetoon aan zijn moeder. Een kinderboek. Poëzievertalingen van Billy Collins.
En dus ook het geschenk. ‘Toen Eppo [van Nispen tot Sevenaer, directeur van de CPNB] me bij de viering van het Nederland Leest-boek van Remco Campert [in november 2011] zei dat we een keer moesten praten, verwachtte ik al wat hij me ging vragen. Ik had toen een half jaar om het te schrijven. Dat was geen probleem. Ik heb voor televisie en mijn columns altijd al deadlines gehad. Krankzinnige deadlines vaak.’
Het onderwerp drong zich vanzelf op: ‘De eerste weken van het nieuwe jaar hebben voor mij nog altijd iets fris. Ik was dus aan het opruimen. Selecteerde boeken om naar het Waterlooplein te brengen of bij mensen in de bus te doen, als ik ergens in het land optreedt. En toen kwam ik weer het album tegen dat mijn vader had bijgehouden over de mobilisatie en de meidagen van 1940. Daar moest ik iets mee.’
Van Kooten hield veel van zijn vader, vervolgt hij. ‘Hij was een goed mens. Toch heeft hij mij ook een trauma bezorgd, omdat ik maar geen lange broek kreeg. Dat is ook verdwenen, dat kruispunt in je leven. Zelf kreeg hij pas een lange broek op zijn zeventiende, las ik in zijn agenda’s. Waarschijnlijk dacht hij: laat ik een keer streng opvoeden. Ik heb het hem inmiddels vergeven, hoor.’

Cruciaal voor het verhaal was de vondst van de brief van het Regelingsbureau Regiment Grenadiers. Op 1 augustus 1940 vroeg kapitein R.A. van Holthoon zich af op wiens last Van Kootens vader een veldkijker van J. Treurniet had gevorderd en waar die was gebleven. ‘Ik kon me niet voorstellen dat mijn vader langs de dijk iemands veldkijker wederrechtelijk had ingenomen. Daarom ging ik op zoek.’
De verrekijker beschrijft de zoektocht – langs archieven, maar ook tijdens denkbeeldige tochten naar de plaats van het incident: Berkel en Rodenrijs. ‘Voor het eerst heb ik dingen verzonnen. Ik wist niet of ik dat kon, dat was voor mij dan ook het spannendste aan het schrijven. Omdat Annie M.G. Schmidt daar ooit woonde, die altijd met overspel bezig was, gaf ik alle personages een seksuele relatie. Dat beviel me goed.’
Ook al voert Van Kooten zijn verhaal op die manier naar een goed aangekondigde en toch verrassende ontknoping, de ware toedracht weet hij nog altijd niet. ‘Ik stond op het punt om zelf naar Berkel en Rodenrijs te gaan om alle Treurniets op te zoeken. Maar mijn vrouw Barbara zei terecht: ik zou dat niet doen. Straks verschijnt het geschenk in een oplage van honderdduizenden exemplaren, gebruik dat.’
Van Kooten heeft alle volledige namen van iedereen die mogelijk meer weet in het boek opgenomen. Ook die van de dienstmaats van zijn vader. ‘Uit mijn tv-tijd weet ik dat je altijd brieven krijgt van mensen die zich menen te herkennen in wat wij hadden verzonnen. De meeste betrokkenen zullen nu dood zijn, of ze moeten 103 jaar oud zijn. Maar ik hoop dat een nabestaande het geschenk leest en zijn vinger opsteekt.’

Tijdens de tournee in de Boekenweek treedt Van Kooten ook weer in openbare bibliotheken op. Hij doet dat graag. ‘Daar komt een nog geïnteresseerder publiek. In theaters komen vaak mensen kijken die me alleen kennen van tv en verwachten dat ik iets in die trant doe. En dan lees ik een verhaal uit Episodes over mijn ervaringen als opa. In bibliotheken is het publiek heel serieus.’
Probleem is wel dat veel bibliotheken geen podium hebben of weinig faciliteiten voor licht en geluid. ‘Gelukkig wordt het steeds beter. De OBA hier of de bibliotheek in Amstelveen hebben goede zalen. Het is vooral jammer dat als ik tussen de boeken sta er niet meer dan zeventig, tachtig man in kunnen en veel mensen teleurgesteld moeten worden. Ideaal zijn zalen van 300 tot 400 man.’
Toch zijn de beperkingen nooit reden om een uitnodiging van een bibliotheek af te slaan. Zo veel sympathie heeft hij wel voor het instituut. ‘De bibliotheek is een vrijplaats, waar je kan lezen, maar ook elkaar kan ontmoeten of kunt converseren over literatuur of iets heel anders. Terwijl je een kopje koffie of thee drinkt. Het is heel erg jammer dat dat verdwijnt.’
De bezuinigingsgolf waardoor zo veel bibliotheken moeten sluiten vindt hij verschrikkelijk. ‘Maar het is een verloren strijd, vrees ik. Politici kennen de veelzijdige rol van bibliotheken niet of onderschatten die. Als je er één op de sluitingen aanspreekt, zegt die: je kan boeken toch downloaden. Ze kennen het woord “cultuur” niet eens meer. In partijprogramma’s is het vervangen door “algemeen welzijn” of “ontspannen”.’

In ieder geval steunt Van Kooten de openbare bibliotheek indirect. Voor zijn optredens in bibliotheken vraagt hij nooit de hoofdprijs. ‘Ik wil dat mensen maximaal 12,50 euro betalen en na aftrek van de kosten delen we de recette: 80 procent voor mij en 20 procent voor de bibliotheek. Een prima deal, waar we allemaal aan verdienen. Zet dat maar in Bibliotheekblad.’
(Eerder verschenen in Bibliotheekblad maart 2013)

donderdag 14 maart 2013

Jan Brokken - De vergelding (BOEK)


De vergelding van Jan Brokken werd direct na verschijning een enorm succes. Half februari bereikte het boek over Rhoon in de Tweede Wereldoorlog de eerste plaats van de bestsellerlijst. Dat moet een gevolg zijn van Brokkens fantastische vertelkunst. Er verschijnen immers nog wekelijks boeken over de oorlog die lang niet zo goed worden verkocht – en vaak over gruwelijke misdaden die veel erger zijn dan wat in het Zuid-Hollandse dorp in 1944 gebeurde.
Brokken heeft met hulp van een plaatselijke wethouder minutieus uitgepluisd wat er gebeurde en waarom. Op 11 oktober wordt op de dijk sabotage gepleegd. De gebroken electriteitskabel doodt een Duitse soldaat, waarna een officier – toch al in paniek om het naderende einde van de oorlog – zeven mensen laat fusilleren. Sindsdien vraagt Rhoon zich al bijna zeventig jaar gepijnigd af wie toch aanleiding heeft gegeven voor deze wrede daad.
Vanaf de eerste bladzijde heeft Brokken stevige greep op het materiaal. Hij slaagt er fraai in de spanning op te bouwen. Zonder te verklappen wat er gaat gebeuren werkt hij gestaag naar de vergeldingsactie toe. Dat werkt goed, maar heeft ook een nadeel. Als hij eenmaal de in zijn ogen vermoedelijke dader aanwijst, gaat het boek nog zo’n honderd bladzijden door. Te lang, lijkt dat. Van iedereen vertelt hij hoe het verder is vergaan na oktober 1944 – niet zelden tot hun overlijden aan toe.
Laat deze anticlimax het plezier in De vergelding echter niet verpesten: het boek gaat óók over de vele tinten tussen goed en kwaad tijdens de oorlog en de verwerking daarvan erna. Brokken beschrijft om welke gegronde redenen mensen keuzes maakten. Ze wilden hun zoon redden. Te eten hebben. Na de bevrijding wraak nemen voor hun lijden. Het waren keuzes die hen voor altijd werden nagedragen. Ook daarom steekt Brokken met kop en schouders uit boven andere boeken over de Tweede Wereldoorlog.

Jan Brokken - De vergelding (382 p.) – Atlas Contact, € 19,95, ISBN 978 90 450 2271 0
(Eerder verschenen in BOEK 2, 2013)

Zie ook deze boeken over de Tweede Wereldoorlog:

woensdag 13 maart 2013

Kees van Kooten prijst Peter Buwalda aan


Kees van Kooten beklaagt zich in het Boekenweekgeschenk De verrekijker erover dat iedereen in de trein tegenwoordig van een scherm leest. Dan schrijft hij (op pagina 24/25):

Nooit meer [heeft u] die opwindende constatering dat een leuk mens tegenover u in de trein hetzelfde boek openslaat als waar u thuis in bezig bent, zodat u na een beleefd kuchje kunt opmerken dat het de eerste vijftig bladzijden even doorbijten is, maar wacht maar tot Siem Sigerius via zijn laptop op een pornosite zijn dochter Joni denkt te herkennen, want daarna kunt u dat meesterwerk niet meer wegleggen.

Wat zal het effect zijn van een dergelijke aanbeveling in een boek dat vanaf aanstaande zaterdag in circa 750.000 exemplaren wordt verspreid en, neem ik aan, door tenminste tien- en tienduizenden mensen wordt gelezen in de komende weken?
Toen De Wereld Draait Door ooit tien minuten fans liet uitleggen wat er zo geweldig is aan Bonita Avenue van Peter Buwalda, schoot het boek omhoog in de Bestseller 60. Is het Boekenweekgeschenk net zo invloedrijk?
Het is slim van Van Kooten dat hij wel iets over de inhoud zegt, maar titel noch auteur van het boek noemt, zodat de lezer die Buwalda nog niet kent, geprikkeld wordt die informatie te achterhalen. En als hij eenmaal die moeite heeft genomen, is beginnen aan het boek nog maar een kleine stap.

dinsdag 12 maart 2013

Boekhandel H. de Vries gaat chocolade en ijs verkopen (Boekblad)


Boekhandel H. de Vries in Haarlem verkoopt tijdens de Boekenweek (16 t/m 24 maart) twee exclusieve chocolade-producten. Als het mooie weer wordt, volgt een speciaal H. de Vries-ijsje.

Het gaat om een Boekbonbon met pralinevulling (winkelprijs 7,95 euro) en een Boekenweekboek met vulpen (11,40 euro). Beide producten zijn gemaakt door chocolaterie Pierre uit Haarlem. H. de Vries brengt hiermee tegelijk, in de winkel en online, een top 10 van chocoladeboeken onder de aandacht. Daaronder vallen onder meer Sjakie en de chocoladefabriek van Roald Dahl (De Fontein), Het kleine nutella boekje van Paola Balducci (Becht) en de Chocolade encyclopedie (Fontaine uitgevers).
 ‘Sinds een jaar heeft Chocolaterie Pierre een filiaal in Haarlem,’ vertelt winkelmanager Daan van der Valk. ‘Ik ken die winkel omdat ik zelf ook van chocolade hou. Het is een kleine winkel met daarachter een open ruimte, waar je kunt zien hoe ze de chocolade zelf maken. Ik stuurde toen een mailtje met de vraag of we iets samen kunnen doen. Wij zijn goed in de verkoop van kookboeken, waarbinnen we een assortiment chocoladeboeken hebben. Ik kreeg snel een antwoord, met dit idee, en binnen een week was het geregeld.’
H. de Vries koopt van beide producten twintig stuks in. Als de voorraad op is, kan Chocolaterie Pierre ‘ze in een mum van tijd in productie nemen’, zegt Van der Valk. ‘En als niemand het wat vindt, kan hij de chocolade weer omsmelten. Wat dat betreft loop ik geen risico. De actie is vooral bedoeld om onze klanten op elkaars winkel te wijzen. Wij verwijzen naar hem, zij hebben een top 10 aan chocoladeboeken staan met de mededeling dat die bij ons te koop zijn. Dat we zo’n duizend meter van elkaar gevestigd zijn, is daarbij niet erg.’ 
Van der Valk is vooral opgetogen over het feit dat deze samenwerking zo snel en makkelijk is te organiseren. ‘Heel veel winkels staan eigenlijk te popelen om elkaar te helpen. En het is gewoon leuk om te doen – voor ons ook om op deze manier oud fonds weer een boost te kunnen geven. In dezelfde week heb ik ook met ijssalon Otelli een soortgelijke actie opgezet. Als het goed weer wordt, nemen zij voor ons het IJsje van De Vries in productie. Omdat we ook veel ijsboeken hebben. We moeten alleen nog bedenken hoe we het in de markt zetten, waarschijnlijk met een prijsvraag.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 8 maart 2013)

maandag 11 maart 2013

Kees van Kooten. 'Alle treitertrends' (BOEK)

Een taalvernieuwer die moeiteloos nieuwe woorden uit zijn mouw schudt. De reputatie van Kees van Kooten is alom bekend. Hoe werd hij een taalvernieuwer? In de  columns die hij van 1969 tot 1973 schreef, is precies na te gaan hoe Van Kooten zijn sterkte punten als schrijver ontdekte.

Bij Eddie was het turfmolm

Kees van Kooten begon zijn officiële carrière als schrijver toen hij op zijn 28e een column kreeg van Haagse Post. Vier jaar lang schreef hij iedere week een ‘treitertrend’ in de vorm van een dialoog of groepsgesprek. Totdat hij vond dat het tijd was om iets anders te gaan doen. Hij stopte uit masochisme, zei hij in het gesprek met zichzelf dat de reeks columns besloot. Omdat je beter kunt stoppen op een moment dat je nog gemist zult worden. Het gaf hem ‘een middelbareschoolgevoel, wanneer je het net met iemand uit had gemaakt. Dat komt er nog het dichtste bij.’
Nu alle treitertrends voor het eerst zijn samengebracht in één bundel is goed te zien hoe Van Kooten zich heeft ontwikkeld als beginnend schrijver. De eerste columns bevatten een haarscherp gevoel voor holle taal dat zo veel gesprekken vult. Begrijpelijk: met zulke dialogen had hij toen al een paar jaar succes op radio en tv. Maar naarmate hij langer bezig is, zie je hem de grenzen van de taal opzoeken. Sommige teksten zijn zo uitbundig dat het niet voor te stellen is dat die ook als sketch werken. Volkomen over the top. In andere staat het taalexperiment zelfs centraal.
Een mooi voorbeeld hiervan is de aankondiging van een zangeres in het casino van Knokke, die door een onbenullig incident haar stem verloren heeft. Subliem mengt Van Kooten Nederlands, Duits, Engels, Frans en Spaans door elkaar, met erg grappig effect. Of neem het verhaal over Pip en Zip: hoewel geschreven in proza, hanteert Van Kooten het wat houterige ritme en rijm van een tweederangskinderboekenauteur. Dat levert schitterende knullige zinnen op als: ‘Pip en Zip zijn vrolijk want, is die Pip een rare klant, klimt in toren als een paal, wordt me dit een gek verhaal!’
In het verlengde hiervan zie je Van Kootens reputatie als taalvernieuwer langzaam groeien. Vooral als hij namen voor een verschijnsel moet bedenken, is hij uiterst trefzeker. Weduwnaarmos, Borstbraam, Leverstrem, Duimvocht, Brulslijm – wie zou eraan twijfelen dat dit géén echt bestaande ziektes zijn? ‘[De oorzaak] ligt bij iedereen anders,’ schrijft hij over de eerste ziekte. ‘Bij Eddie was het turfmolm. Die nieuwe dokter wist van iemand die het van oude kranten kreeg. [...] De Noormannen hebben het indertijd mee hiernaartoe genomen.’
Het is dus maar goed dat Van Kooten zich als columnist zelden op de actualiteit heeft gericht. Anders waren dit soort juweeltjes zonder twijfel in de vergetelheid geraakt. Wie leest er nog commentaren op het nieuws van 1970? Dat is goed te merken als Van Kooten wél naar de actualiteit verwijst. Die stukken zijn moeilijk te begrijpen geworden. Het scenario voor een Rawhide-aflevering? Omdat ik die westernserie niet ken, snapte ik de column niet. Ook de grimmige aanval op Herman van Veen is slecht na te voelen. Wat voor reputatie had die man toen?
In plaats daarvan specialiseerde Van Kooten zich op het blootleggen van tijdloze hypocrisie. Acteurs die echt niet uit geldgewin optreden in reclamefilmpjes: daar zijn ze artistiek veel te integer voor. Een zanger die omslachtig probeert uit te leggen waarom een hit van hem geplagieerd is. Of een autorijder die liever geen dure Wolseley, Mercedes of Plymouth Convertible rijdt omdat die zo onhandig zijn bij het parkeren. Zulke stukjes hadden – lichtjes aangepast aan de actualiteit, bijvoorbeeld voor de nieuwprijs van een Mercedes – ook vandaag geschreven kunnen worden.
Een subgenre dat vaak terugkomt is dat van de snoevers die tegen elkaar opbieden. Wie weet de goedkoopste vlucht naar New York? Wie was er het eerst in Ibiza? Wie drinkt de meest exotische thee? Die zijn vooral geslaagd als Van Kooten het uit de hand laat lopen. Een nachtvlucht van 78 gulden van een Iers regionaal vliegveld naar een lokaal vliegveldje bij New York, ach. Dat had iedereen kunnen bedenken. Maar dat ‘je moet kunnen aantonen dat je minimaal vijftien parachutesprongen hebt gemaakt, anders kom je er niet tussen’ – dat is weer leuk bedacht.
Toch zijn paradoxaal de beste stukjes die niet alleen spitsvondig zijn, maar ook engagement verraden – en dus vaak expliciet verwijzen naar de actualiteit van toen. Van Kooten voert bijvoorbeeld een hoofdredacteur op die zich opwindt over een opgepakte Tsjechoslowaakse dissident, vlak na een interview met zijn krant. ‘De redactie is nu bezig het geval tot en met de bodem uit te zoeken en recht te zetten.’ Maar gaandeweg blijkt dat ook een Nederlandse radio-omroep hem had geïnterviewd. Naar aanleiding van welk gesprek is hij opgepakt? Dát vindt de hoofdredacteur pas belangrijk.

Kees van Kooten - Alle treitertrends (400 p.) – De Bezige Bij, € 15,-, ISBN 978 90 234 7653 5
(Eerder gepubliceerd in BOEK 2, 2013)

Zie ook: Kees van Kootens bij presentatie boekenweekgeschenk.

zondag 10 maart 2013

Des romans français: Carole Martinez, ‘Het kasteel der fluisteringen’


Carole Martinez schetst in Du domaine des murmures (in vertaling verschenen als Het kasteel der fluisteringen) een wereld die ver van de onze ligt. Het is 1187, Esclarmonde, de dochter van een kasteelheer, weigert te trouwen met de man die haar vader voor haar heeft bedacht. In plaats daarvan wil ze zich voor eeuwig verbinden aan God. Ze laat zich opsluiten in een kleine cel, naast een kapel die voor haar gebouwd wordt. Haar leven zal bestaan uit bidden en het helpen van mensen die langs haar getraliede raam komen.
Het lijkt een ‘gewoon’ kluizenaarsbestaan te worden van een non, maar dan gebeuren er dingen die haar voor de buitenwereld heilig maken. Ze krijgt een kind. We weten hoe de vork in de steel zit, leven met het geheim mee en zien hoe Esclarmonde haar leven als heilige vorm probeert te geven en tegelijkertijd worstelt met de aardse werkelijkheid en de liefde voor haar kind en voor God.
Martinez trekt ons mee in de middeleeuwse wereld van kruistochten, oorlogszuchtige bisschoppen en opgejutte gelovigen die tot alles in staat zijn, zaken die in de twintigste eeuw hun equivalent hebben. Ze houdt de lijn met het heden open door te suggereren dat in de ruïnes van de kapel de stem van Esclarmonde nog steeds het verhaal van haar leven fluistert voor wie het horen wil.

Je suis l’ombre qui cause. Je suis celle qui s’est volontairement clôturée pour tenter d’exister. Je suis la vierge des Murmures. À toi qui peux entendre, je veux parles la première, dire mon siècle, dire mes rêves, dire l’espoir des emmurées.

Opgesloten lijkt het of ze afzijdig van de wereld leeft, maar het meisje zit er middenin. Niet alleen door de verhalen van pelgrims die uit alle hoeken van het land aan haar raam voorbij trekken en haar hun problemen voorleggen. Maar vooral door het kind dat ze heeft gebaard en dat deels bij haar in de cel opgroeit. Zolang hij nog door de tralies kan, houdt ze hem zoveel mogelijk bij zich, maar ze weet dat hij ooit buiten de muren van haar cel zijn leven zal leiden terwijl zij opgesloten blijft. Het kind brengt haar veel vreugde en afleiding, maar ook twijfel en grote eenzaamheid.

Et, pour la première fois, Dieu ne m’était d’aucune aide. M’avait il abandonnée comme je venais d’abandonner mon fils? J’ai tenté de prier pour combler la solitude immense. Mais rien ne venait à bout d’une peine trop grande pour tenir tout entière en mon corps, pour tenir tout entière en cette petite pièce ou dans l’infime paysage qu’encadrait ma fenestrelle. Il me semblait que la forêt elle-même n’aurait pu contenir ce désert-la.

We krijgen alles door de ogen van Esclarmonde te zien, daardoor werkt de suggestie goed dat haar stem fluisterend het verhaal vertelt. Zelfs wanneer haar vader op kruistocht gaat om de heilige stad Jerusalem te bevrijden, lijkt het of ze erbij is en vertelt ze wat hem overkomt. Ze is overal en tegelijkertijd is ze alleen en eenzaam in haar cel.
We leven mee met het meisje, zien de wereld om haar heen veranderen en zich tegen haar keren, zonder dat zij er iets aan kan doen. Het overkomt haar, hoewel alles het gevolg lijkt van dat ene besluit om zich aan God te geven.
Martinez geeft door haar levendige fantasie en indrukwekkende inlevingsvermogen de middeleeuwen, hoewel ook barbaars en wreed, een magisch glans, die het in het heden ver te zoeken lijkt te zijn.

Le monde de mon temps était poreux, pénétrable au merveilleux. Vous avez coupé le voies, réduit les fables à rien, niant ce qui vous échappait, oubliant la force des vieux récits. Vous avez étouffé la magie, le spirituel et la contemplation dans le vacarme de vos villes, et rares sont eux qui, prenant le temps de tendre l’oreille, peuvent encore entendre le murmur des r temps anciens ou le bruit du vent dans les branches.

Du domaine des murmures is een prachtige onderdompeling in vervlogen tijden, die minder ver achter ons liggen dan we denken.

zaterdag 9 maart 2013

Halid Ziya Usakligil, 'Verboden liefde'


Pas op. Dit stuk bevat spoilers.

Op het buikbandje van Verboden liefde breekt Orhan Pamuk een lans voor deze Turkse klassieker. Voor Turken heeft deze roman, zegt de Nobelprijswinnaar, dezelfde betekenis als Madame Bovary voor de Fransen, Effi Briest voor de Duitsers en Anna Karenina voor de Russen.
Een terechte vergelijking?
De roman is ontstaan in hetzelfde tijdperk. Usakligil publiceerde in 1898 de eerste aflevering van zijn oorspronkelijk als feuilleton geschreven boek. En ook in Verboden liefde draait alles om overspel.
Maar wat deze roman vóór heeft op zijn soortgenoten is dat de titel op meerdere manieren te interpreteren is.
In de boeken die Pamuk noemt, is onmiskenbaar de vrouw naar wie de romans zijn genoemd, de hoofdpersoon. Emma Bovary, Effi Briest en Anna Karenina verliezen – om totaal verschillende redenen – hun hart aan een andere man dan hun echtgenoot en gaan daar uiteindelijk aan ten gronde.
In Verboden liefde is Bihter deze vrouw. De 22-jarige jonge vrouw met de veel oudere Adnan trouwt uit verlangen naar een rijk, illuster leven vol aanzien. Als blijkt dat daarmee de verlangens van haar hart niet worden vervuld, valt ze voor Behlûl, de jonge neef van Adnan. Ze hebben een gelukkige relatie tot hij genoeg van haar krijgt.
Maar is deze relatie de verboden liefde?
Verboden liefde is ook het verhaal van Nihal, de jonge dochter van Adnan uit zijn eerste huwelijk. Zij is zeer egocentrisch, leidt aan een overdreven sterke binding met haar vader, en voelt een diepe jaloezie tegenover Bihter. Alles wat in huis gebeurt, lijkt Nihal nu tegen haar gericht te zijn. Ook dat doet Bihter verlangen naar een man die ze werkelijk lief kan hebben.
Als Nihal ouder wordt, ontstaat het idee dat zij heel goed kan trouwen met Behlûl. Maar helaas: zijn overspel met de vrouw van zijn aanstaande schoonvader maakt deze relatie onmogelijk. Nadat Behlûl zijn liefde aan Nihal heeft verklaart, neemt Bihter wraak op Behlûls loze beloften door alles te bekennen.
Het eindresultaat is: Bihter pleegt zelfmoord en Behlûl vlucht. Nihal blijft alleen achter met haar vader – precies zoals ze altijd heeft gewild.
Wat is dus de verboden liefde?
Zeker, de overspelige relatie. Maar ook het wettige huwelijk van Adnan en Bihter. De wens van Adnan om op zijn vijftigste nog een jonge vrouw in zijn huishouden te halen, verstoort het evenwicht – met alle gevolge van dien. De liefde die de dochter voor haar vader voelt is door de dood van haar moeder zo intens geworden, dat die niet meer natuurlijk is – met alle gevolgen van dien. En het huwelijk tussen Nihal en Behlul wordt onmogelijk gemaakt omdat Behlul niet kon wachten tot hij de ware onmoette en wilde experimenteren met het hart van een vrouw.
Zo lijkt alle liefde in deze roman verboden te zijn. Een opmerkelijk sombere boodschap voor een laat-negentiende eeuwse, naturalistische roman.

Halid Ziya Usaklıgil, Verboden liefde (vertaling Hanneke van der Heijden, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2008)

Zie ook:
- Daniyal Mueenuddin, 'In Other Rooms, Other Wonders'
- Aravind Adiga, 'De laatste man in de toren' 

donderdag 7 maart 2013

Ilja Leonard Pfeijffer, 'La Superba' (BOEK)


Iedere migrant verdwaalt in zijn eigen fantasie, met welke droom hij ook vertrok naar het land van zijn verlangens. In zijn grote Genuese roman geeft Ilja Leonard Pfeijffer vorm aan het thema van deze tijd in de stijl van de filmmaker Federico Fellini.

Labyrint, spiegelpaleis en virtuele wereld in één

Wie kent die betreurenswaardige migrant niet uit krant en literatuur. Zo’n migrant als Rashid of Djiby, twee personages uit Ilja Leonard Pfeijffers superieure roman La Superba. In hun eigen land droomden zij van Europa, het Eldorado waar iedereen een Mercedes rijdt en men zich maar bij de balie hoeft te melden om gratis geld te krijgen. De hele familie spaarde om de overtocht van hun beste kracht te betalen. Maar na een lange reis vol onmenselijke ontberingen staan ze in het rijke continent – in hun geval: in Genua – louter bloot aan racisme, vernedering en uitbuiting. Zonder kans op verlossing.
Maar betalen andere migranten niet een even grote tol voor hun verhuizing, vraagt Pfeijffer zich af? Migranten als de excentrieke bejaarde Engelsman Don die in de Genuese bars met zijn smakelijke anekdotes de zon vormt waaromheen de andere gasten draaien. Op het eerste gezicht lijkt hij benijdenswaardig. Maar omdat hij altijd dezelfde verhalen vertelt, heeft hij steeds nieuwe mensen nodig om zijn eenzaamheid te bestrijden. Bovendien leeft de eenzame alcoholist in een onbeschrijfelijke armoede. En na zijn dood blijken al zijn avonturen in Cambridge en bij de geheime dienst nog verzinsels ook.
Of neem hemzelf. Pfeijffer is vier jaar geleden bij toeval per fiets in de Ligurische kustplaats terecht gekomen – in het reisboek De filosofie van de heuvel legt hij uit hoe. Hij voelde zich onmiddellijk thuis in de over vijfentwintig kilometer uitgestrekte stad met het mooie, nog levendige centro storico, waar iedereen onmiddellijk verdwaalt in de smerige steegjes. Waarom kon hij niet uitleggen. Maar de nieuwe plek, nieuwe mensen en nieuwe taal voelden als een bevrijding. In de steeds kleiner wordende cirkeltjes waarin zij leven in Nederland ronddraaide, zou hij vervallen in lethargie of depressie.
Hoe het Pfeijffer werkelijk is vergaan in Genua, weet ik niet. Dat doet er ook niet toe. Zijn alter ego raakt in La Superba, genoemd naar de bijnaam van de stad, verstrikt in zijn wens erbij te horen – zozeer dat hij aan het einde zelfs het geloof in zijn eigen identiteit opgeeft. Hij probeert de codes te kraken, maar faalt iedere keer. Als hij ‘het mooiste meisje van Genua’ heeft veroverd, verprutst hij het. In ieder gesprek met een oudere Genuees maakt hij een faux pas, omdat hij de sociale status van zijn gesprekspartner verkeerd inschat. En als hij een nauwelijks gebruikt theatertje wil kopen, is zijn vertrouwen op de rechtstaat te Nederlands.
Zo blijkt dat niet alleen Rashid en Djiby zijn verdwaald in hun fantasie, zoals Pfeijffer het noemt. Ook Don en Ilja kunnen niet meer terug toen het betere leven elders bleek tegen te vallen. De twee Afrikanen zouden de eer van henzelf en hun familie bezoedelen als ze hun nederlaag erkenden en terugkeerden. Don kan niet terug omdat hij in Engeland helemaal geen leven heeft. En Ilja niet meer vanwege een mengsel van eergevoel en geldzorgen. Als gevierde schrijver kan hij onmogelijk met hangende pootjes terugkeren. Bovendien zit de belastingdienst achter hem aan.
Genua is de ideale stad om al deze migrantengeschiedenissen te situeren, laat Pfeijffer zien. Het is de stad van waar vroeger miljoenen en miljoenen Italianen naar Amerika trokken en nu iedere zomer duizenden toeristen passeren, om de boot naar Corsica of Sardinië te nemen. Tegelijk staat het oude centrum symbool voor de manier waarop je kunt verdwalen in je leven. Het is een doolhof, spiegelpaleis en virtuele wereld in één. Wie daarin belandt, komt er nooit meer uit. Wie er iets zoekt, zal het nooit vinden. Alleen bij toeval kunnen bewoners en toeristen op een kerk of bar stuiten die ze misschien willen bezoeken.
De vorm van La Superba sluit aan bij de thematiek van verlangen, verhuizen en verdwalen. Pfeijffer biedt geen rechtlijnig plot, maar weidt – hoewel in chronologische volgorde – caleidoscopisch uit over zijn personages. Dat hij bij herhaling ontkent een roman te schrijven, maar slechts notities maakt die hij aan een vriend in Nederland stuurt, versterkt het gevoel van opzettelijke wanorde. Tegelijk voert Pfeijffer een onmiskenbaar sterke regie over zijn verhaal. Ieder detail draagt bij aan de rode draad van het boek: hoe levens vastlopen. Ook voor het feit dat we de losse notities toch lezen, geeft hij een mooie verklaring.
Het maakt van La Superba een tot in de puntjes doordacht en uitgewerkte roman, die door de exuberante personages en stijl van Pfeijffer doet denken aan de beste films van Federico Fellini. Sterker: door de schijnbare plotloosheid, de steeds terugkerende reflecties van de schrijver op de roman zelf die de lezer dwingend in de richting van zijn interpretatie stuurt en de nadruk op seksuele extravagantie, zou de filmmaker – als hij nog had geleefd – misschien overwegen dat hij in lange tijd niet zo’n mooi boek in handen had gehad dat erom smeekt om door hem te worden verfilmd.

Ilja Leonard Pfeijffer - La Superba (352 p.) – De Arbeiderspers, € 19,95, ISBN 978 90 295 8727 3
(Eerder gepubliceerd in BOEK 2, 2013)

Meer literatuur (deels) gesitueerd in Italië:

dinsdag 5 maart 2013

‘Benali Boekt’ toont opnieuw aan hoe moeilijk boeken-tv is (Knack)


Op Nederland 2 begon zondag een nieuw seizoen van Benali Boekt. In de eerste uitzending had het programma moeite om Een hart van steen beeldend te illustreren.

Samen met Renate Dorrestein bezoekt tv-presentator Abdelkader Benali een babywinkel. Hij stond te trappelen om een gezin te stichten, vertelt hij, maar na het lezen van Dorresteins succesroman Een hart van steen – over een gezinsdrama met fatale afloop – twijfelt hij. Een gezin kan een concentratiekamp voor kinderen zijn, zoals de schrijfster het eerder in de uitzending had verwoord. Kan zij daarom adviseren bij de aankoop van een babypakje?
Het valt niet mee om zoiets abstracts als literatuur in beeld te brengen. Bovenstaande scène zegt genoeg: te potsierlijk voor woorden. Hij eindigt met de wijze raad van Dorrestein om eerst schoentjes te kopen. Bij het geheel witte paar dat ze uitkiest zegt ze tegen Benali dat hij erop moet borduren: ‘gekregen van tante Renate’. Hij lacht en belooft dat te zullen doen.
Toch is de eerste aflevering van het nieuwe seizoen van Benali Boekt aardig. Op een luchtige manier vertelt het programma over de ontstaansgeschiedenis van de roman (‘ik stond kopjes koffie af te wassen, liet alles vallen, ging naar mijn werkkamer, schreef de eerste zin en een half jaar later was het boek af’), de persoonlijke achtergronden, het effect bij de lezer en het nationale en internationale succes.
Alleen de visualisatie is moeizaam. Archiefbeelden van oude interviews zijn prima natuurlijk. Een bezoek aan Dorresteins ouderlijk huis in Amstelveen met zus Hilde, aan wie ‘Een hart van steen’ is opgedragen, biedt ook meerwaarde. Maar de grote Amerikaanse weerklank, getuige een voorschot van een half miljoen gulden, wordt besproken in de Kentucky Fried Chicken, onder het genot van een aardbeien-shake. Tja.
Ook is het jammer dat Benali boekt de kans mist om een link te leggen met de actualiteit: Dorresteins non-fictieboek De blokkade over haar writer’s block. Ze vertelt wel over haar zusjes, die op haar twintigste zelfmoord pleegde en van grote invloed is geweest op haar carrière. Maar niet over de gevreesde beroepsziekte van schrijvers die zij óók door haar zusje heeft gekregen, zo schrijft ze in De blokkade.
Hopelijk lukt het in de komende afleveringen beter om de besproken boeken te visualiseren en een koppeling met het laatste nieuws te maken. Die boeken zijn Opwaaiende zomerjurken van Oek de Jong (10 maart), Jan Rap en zijn maat van Yvonne Keuls (17 maart), Bint van F. Bordewijk (24 maart), De zaak 40/61 van Harry Mulisch (31 maart) en Boven is het stil van Gebrand Bakker (7 april).

‘Benali Boekt’, Nederland 2, iedere zondag om 18.50 uur. Meer informatie en oude uitzendingen te zien op benaliboekt.ntr.nl.

Zie ook: