zondag 13 april 2014

Drie tips voor schrijvers van A.H.J. Dautzenberg (Schrijven)

Wipneus en Pim - B. van Wijckmade
‘Sinds ik kon lezen, tegen het einde van de kleuterschool, heb ik deze reeks ik weet niet hoe vaak gelezen. Ik schreef ze zelfs over om anderen cadeau te doen. Wipneus en Pim confronteerden me met werelden waarin alles kon. Kabouters die in vleermuizen veranderden. Betoverde bossen die mensen vangen. Ik vind ze nu slecht geschreven, maar ik koester ze als de eerste poort naar de literatuur. Ik voel zelf geen moraal en geen grenzen als ik schrijf. Ik sluit niet uit dat dat voortkomt uit Wipneus en Pim. Het is wel ontnuchterend om te weten dat de auteur van de meeste delen later is veroordeeld voor seksueel misbruik. Het wemelt ook van de ontvoerde prinsjes bij Wipneus en Pim.'

‘Melville las ik toen ik na mijn studie op volle kracht was gaan lezen. Ik kende het verhaal, dankzij de film met Gregory Peck. De grote walvis, de manische kapitein. Mooie zwart-wit beelden, hoor. Maar het boek! Man, man, man – overrompelend. De found footage, de encyclopedische lemma's, de passages toneel. De wisselingen van perspectief: eerste persoon, auctorieel en terug naar eerste persoon. Het verhaal is alleen maar het cement voor de andere bouwstenen. En ondanks alle experimenten voelt het als een eenheid. Alles kan ook qua vorm, leerde ik daaruit, als het maar goed gebeurt.'

Aanhangsel bij De mythe van Sisyphus - Albert Camus
‘In dit essayboek legt Camus uitgebreid zijn intellectuele programma uit. Vervolgens projecteert hij dat in dit aanhangsel op het werk van Kafka: 'De hoop en het absurde in het werk van Kafka'. Die interpretatie irriteerde me mateloos. Vooral de stelligheid ervan. Kafka's bedoeling zou het zijn dat men zijn werk twee keer las. Nee, Kafka wilde dat zijn werk vernietigd werd. Dat men het dus nul keer las. Daardoor besefte ik dat je als schrijver – ik was in die tijd net begonnen – niet te veel moet luisteren naar wat men van je werk vindt. Voor je het weet drijf je weg van je eigen intenties. Andersom moet een schrijver ook niet te veel uitleggen. Laat het aan de lezer om betekenis aan een tekst te geven.'
(Eerder gepubliceerd in Schrijven magazine 2, 2014)


Zie ook eerdere tips van Maartje Wortel en Frank Westerman.

Geen opmerkingen: