woensdag 11 januari 2017

Boekstraat ontwikkelt zich tot rage in Vietnam (Boekblad)

Een jaar na de opening van de eerste 'boekenstraat' in Ho Chi Minh Stad ontwikkelen nu ook Hanoi en Danang winkelstraten met louter boekhandels.

Nagenoeg precies een jaar geleden ging de boekenstraat in Nguynen Van Binhstraat in District 1, het stadscentrum van de miljoenenstad, open: 144 meter lang met twintig boekhandels, die allemaal door een uitgeverij worden geëxploiteerd. De straat bevat ook twee 'boekcafés' en een aparte zone voor kinderen. Er wordt een breed gamma aan producten verkocht: van nieuwe en tweedehands boeken, inclusief een bescheiden Engelstalig aanbod voor toeristen, tot audio- en videoproducties. Het hele jaar door vinden er activiteiten en exposities plaats.
Het ontwikkelen van de straat kostte de uitgevers 9,4 miljard Vietnamese dong (393.000 euro). In het eerste halfjaar verkochten de deelnemende bedrijven al 240.000 boeken, goed voor een gezamenlijke omzet van 15 miljard dong. En dat in een land dat niet bekend staat om zijn grote leesliefde. Niet meer dan ongeveer dertig procent van de 95 miljoen inwoners tellende bevolking zegt weleens een boek te lezen. De kleine tweehonderd uitgeverijen publiceren dan ook maar 26.000 nieuwe titels per jaar – ofwel 1 titel per 3.650 inwoners.
Het succes heeft de aandacht getrokken van andere steden. Op 21 april van dit jaar opent hoofdstad Hanoi een ook in omvang nagenoeg identieke 'boekstraat' in de 19 decemberstraat – ditmaal echter gefinancierd door het stadsbestuur, die ook overweegt verspreid door de stad lege boekenplanken op te hangen waar mensen hun aankopen kunnen stallen, zodat ze door meerdere inwoners kunnen worden gelezen. De kleinere havenstad Danang heeft inmiddels als derde aangekondigd een boekenstraat te zullen neerzetten.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 6 jan)

dinsdag 10 januari 2017

Gouden Ganzenveer 2017 voor Arnon Grunberg

De Academie De Gouden Ganzenveer kent de Gouden Ganzenveer 2017 per acclamatie toe aan de literaire duizendpoot Arnon Grunberg. Dat maakte Gerdi Verbeet, voorzitter van de Academie De Gouden Ganzenveer, zojuist bekend in het tv-programma Jinek.
'Arnon Grunberg wordt steeds unieker', aldus de toelichting van de Academie. 'Hij beoefent letterlijk alle literaire genres, van romans tot columnistiek, van poëzie tot reportagejournalistiek, van verhalen tot toneel. De traditionele grenzen tussen die genres lijken voor hem niet te bestaan: zijn grenzeloze creativiteit en expansieve literaire persoonlijkheid maken van de hele geschreven cultuur één groot gebied. Daarbij zijn het volume en de regelmaat van zijn jaarlijkse productie onwaarschijnlijk groot en bovenal zijn er weinig Nederlandse schrijvers van nu voor wie engagement zo’n vanzelfsprekende houding ten opzichte van de wereld is als voor Grunberg. Als embedded journalist, als betrokken romanschrijver, als kritisch ingesteld essayist is geen vluchtelingenzee hem te hoog, geen oorlogsgebied hem te gevaarlijk, geen politiek onderwerp hem te netelig. Arnon Grunberg laat als weinig andere auteurs zien hoezeer een vaardige pen geheel kan samenvallen met de persoonlijkheid van een schrijver die middenin de wereld staat. Om al die redenen is Grunberg de ideale kandidaat voor bekroning met de Gouden Ganzenveer 2017.'
De prijsuitreiking vindt plaats op donderdag 6 april a.s. in Amsterdam. Een weerslag van deze bijeenkomst wordt vastgelegd in een speciale uitgave, waarvoor ik wederom – voor de twaalfde keer – de redactie verzorg.

maandag 9 januari 2017

Van In: groei dankzij een platform (Boekblad)

Van In maakt sinds de introductie van haar online platform Bingel ieder jaar een sprong vooruit. De Vlaamse educatieve uitgeverij verwacht verder te kunnen groeien na de overname van concurrent De Boeck. 'We hebben eerder dan de concurrentie gekozen voor digitale innovatie. Dat bleek de juiste richting.'

Winfried Mortelmans had even het gevoel dat hij een filmster was toen hij onlangs een bezoek bracht aan een lagere school. De kinderen waren wildenthousiast dat ze 'de man van Bingel' in het echt zagen – Van Ins digitaal platform voor het primair onderwijs. 'Eén kind kondigde aan dat hij al zijn vrienden ging vertellen dat hij mij gezien had. Die gaan kei-jaloers zijn, zei hij,' zo herinnert de algemeen directeur zich lachend. 'Bingel is ook een van de populairste sites onder kinderen. Hoogst ongebruikelijk voor iets van school.'
Bingel is de online uitbreiding van de lesmethoden voor wiskunde, spelling en taal, Frans, godsdienst en wereldoriëntatie. Voor ieder leerjaar is een eiland ontwikkeld, waar leerlingen oefeningen maken. Bij goed resultaat verdienen ze 'pingping', waarmee ze hun avatar kunnen personaliseren en mini-games kunnen spelen. Het systeem is adaptief: de oefeningen passen zich aan het niveau van de leerling. Via een dashboard kan de leerkracht ieders vorderingen op de voet volgen.
Sinds de lancering in 2011 is Bingel een groot succes. Niet minder dan 79 procent van de scholen in het Vlaamse lager onderwijs gebruikt het inmiddels. Gezamenlijk maken 280.000 leerlingen dagelijks een half miljoen oefeningen. En met plezier: 9 op 10 leerlingen zegt graag te 'bingelen'. Ook beveelt 90 procent van de leerkrachten die Bingel gebruiken, het platform aan. Bingel biedt dan ook concrete leerwinst, blijkt uit onderzoek, onder meer door het motiverende spelelement.

Het is daarom geen verrassing dat het goed gaat met Van In. De Belgische dochter van Sanoma Learning groeit sinds de introductie van Bingel jaarlijks met 5 % – tot circa 35 miljoen euro omzet in 2015. Alle methodes voor het lager onderwijs dragen daaraan bij. Omdat iedere school die ten minste één methode van Van In afneemt toegang krijgt tot het volledige platform en dus ook de oefeningen voor alle andere methodes kan aanbieden, werkt Bingel tegelijkertijd als perfect marketinginstrument.
Mortelmans benadrukt dat de marktleider zijn positie ook heeft kunnen verstevigen door te blijven investeren in de kwaliteit van de content. Toch kan hij niet ontkennen dat Bingel misschien de belangrijkste drager van de groei is. 'Wij profiteren ervan dat we eerder dan de concurrentie hebben gekozen voor digitale innovatie. En dat ook beter hebben gedaan. Digitalisering was voor ons geen doel op zich. We hebben niet zomaar een boek door een site vervangen.'
Een belangrijkste verklaring voor het succes, vindt Mortelmans, is dat Van In heeft geluisterd naar de behoeften van leerkrachten en leerlingen. 'We ondersteunen de leerkracht bij zijn leeropdracht, zodat hij zijn job – kinderen helpen zich te ontwikkelen – het best kan uitvoeren. De impact die wij hebben, bevat drie manieren. We verhogen het leerresultaat. We vergroten de motivatie van leerlingen. En we verbeteren de efficiency van het leerproces. Bingel doet dat allemaal.'
Ook de eenvoud van het platform is een kracht. Bingel sluit aan bij iedere visie op digitaal onderwijs. Kinderen de vrijheid geven zichzelf te ontwikkelen of kinderen alleen de oefeningen laten maken die de leerkracht selecteert, het kan allemaal. Daarbij zijn technische vereisten beperkt. Leerlingen hebben alleen een pc of tablet met internet nodig. Als de school dat niet zelf heeft, kan het de oefeningen als huiswerk opgeven. 'Bingel past bij ieder schoolprofiel', zegt Mortelmans.

Het mooie van Bingel is dat het succes niet beperkt blijft tot de lagere school. Diddit, een variant voor het middelbaar onderwijs, wint na de lancering in 2015 voor de eerste twee leerjaren snel terrein. Er zijn nu meer dan 80.000 gebruikers en Diddit is aanwezig in meer dan de helft van de Vlaamse scholen. 'Diddit is natuurlijk aangepast op deze leeftijdsgroep. We werken met meer volwassen minigames,  personalisering van profiel en design, maar dit werkt wel op dezelfde achterliggend technologie.’
Evenmin blijft het platform, dat in 2015 een International Educational Learning Resources Award won, iets Vlaams. Er zijn inmiddels lokale versies voor lagere scholen in Wallonië (waar Van In eveneens marktleider is), Zweden en Finland. Mortelmans: 'In Zweden, waar het vorig jaar is gestart, schieten de gebruikersaantallen momenteel elke maand met 50% omhoog. Het is ook mooi dat het in Finland, toch een gidsland als het gaat om kwaliteit van het onderwijs, zeer wordt geprezen.'
Bij deze expansie profiteert Van In ervan dat het onderdeel is van een internationale groep, vindt de directeur. 'Tien jaar geleden overheerste teleurstelling bij internationale educatieve concerns als Sanoma Learning', legt Mortelmans uit. 'De verwachting was dat bedrijven content zouden uitwisselen, maar dat bleek moeilijker dan gedacht. Zelfs wiskundemethodes zijn door de lokale context moeilijk te vertalen. Maar voor techniek zijn er wél grote synergievoordelen te bepalen.'
En dat wordt steeds meer waargemaakt. 'Onze zusterbedrijven profiteren van onze knowhow over Bingel. Andersom leren wij van hen. In Zweden gebruiken ze bijvoorbeeld veel meer tablets. Hoe gaan leerlingen daarmee om? Hoe gebruiken ze Bingel dan? Daar leren wij van. Ander voorbeeld: digitale assesment. Dat leeft minder in België, dus zijn wij daar softwaretechnisch niet mee bezig. Doordat we de expertise van de zusters kunnen gebruiken, hebben we straks wél een hoogwaardig product.'

Voor alle uitbreidingen in eigen land zijn investeringen nodig. En niet alleen voor de uitbreidingen overigens. Mortelmans moet hard lachen om de naïviteit daarover toen Bingel werd gelanceerd. 'Wij dachten: nu zijn we klaar voor de komende jaren. Niet dus. De investeringen van destijds zijn maar een fractie van de investeringen die we nu doen. Voor voortdurende verbeteringen én het gebruik van Bingel. Wat dacht je dat hosting van 500.000 oefeningen per dag kost?'
De noodzaak tot investeringen is de voornaamste reden dat Van In eerder dit jaar concurrent De Boeck (met een omzet van 16,9 miljoen euro nr. 4 in de markt) heeft overgenomen – naast het feit dat beider portfolio's opmerkelijk weinig overlap kende. 'Ook al zijn we hier marktleider, we zijn nog lang niet zo groot als onze Nederlandse zuster Malmberg. De markt is hier meer versnipperd en verdeeld over Vlaanderen én Wallonië.. Het budget voor leermiddelen per leerling is ook lager. Daarom moeten we op grotere schaal werken.'
Voorlopig gaat de meeste aandacht uit naar de integratie van beide bedrijven, die komend voorjaar moet zijn afgerond. De merknamen Van In en De Boeck blijven bestaan, maar de uitgeverij zal opereren als één bedrijf – met een kantoor in Vlaanderen (het huidige kantoor plus magazijn in Wommelgem van Van In) en een kantoor in Wallonië (een nog te vinden pand nabij Louvain-La-Neuve). Doordat zo dubbele functies kunnen verdwijnen, verliezen 38 van de 205 medewerkers hun baan.
Maar daarna, belooft Mortelmans, zal Van In doorgaan met innoveren en groeien.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, dec 2016)

Zie ook:
- Heel Vlaanderen bingelt (maart 2016)

donderdag 5 januari 2017

Esther Gerritsens schrijfles 1: maak alles ondergeschikt aan het verhaal (Schrijven)

Met ieder nieuw boek verrijkt Esther Gerritsen haar inzicht in het ambacht van schrijven. Wat heeft haar eigen oeuvre haar geleerd? Een schrijfcursus in vier lessen – 1: maak alles ondergeschikt aan het verhaal

Zet je eigen ego opzij. Wat de auteur wil is minder belangrijk dan wat het verhaal wil. Dus toen Esther Gerritsen in Superduif wilde schrijven over iemand met reddings-fantasieën en de geheime wens een superheld te zijn, realiseerde ze zich al gauw dat dat alleen geloofwaardig zou zijn als de hoofdpersoon niet te oud is. Elf, twaalf, hooguit dertien jaar. 'O nee, dacht ik. Dát wil ik niet. Dat is helemaal niet stoer.' Toch deed ze het. 'Je moet gehoorzaam zijn aan het materiaal, aan het thema, aan wat je in essentie wil vertellen. Anders wordt het niet het beste boek dat je kunt schrijven.'
Onlangs gebeurde het weer. Voor de roman waaraan Gerritsen momenteel werkt, heeft ze een scherpere man-vrouwverhouding nodig dan in deze tijd geloofwaardig is. Daarom verplaatste ze de handeling naar de tijd van haar grootouders. Zo dwong ze zichzelf voor het eerst in haar carrière als schrijver research te verrichten. 'Gelukkig vind ik dat alleen maar heel leuk. Het is een interessante periode. Ik zit niet voor niets in een leesclub waarin we uitsluitend over het interbellum lezen.'

Maar het gaat niet alleen om je eigen voor- en afkeuren. Ook bij het uitwerken van een verhaal moet een schrijver altijd scherp voor ogen houden wat hij of zij wil vertellen. 'Er zitten wel drie miljoen blauwdrukken in je hoofd', legt Gerritsen uit. 'Voor je het weet volg je die – zonder dat die voor jouw verhaal de beste manier is. Ik merk het vooral aan mijn columns. Ik schrijf soms automatisch een punchline. Dat hoort zo. Vaak haal ik die weg omdat het niet is wat ik eigenlijk wil zeggen.'
Voor Superduif had ze zo een paar stappen nodig voor het thema op de goede manier was uitgewerkt. De verhaallijn en de gedachtegang van de hoofdpersoon bleven in iedere versie hetzelfde. Ze had simpelweg drie versies nodig voor ze wist hoe die het beste tot zijn recht konden komen.
Gerritsen: 'Ik probeerde het eerst als een echt superheldenverhaal op te schrijven. Dat lukte niet, omdat het echte sciencefiction werd. Dat interesseert me niet wezenlijk. Het gaat mij om de vraag wáárom iemand een superheld wil zijn. En dus beschreef ik alle gedachten van Bonnie. Dat werd saai. Het verhaal was totaal naar binnen gekeerd, er was geen confrontatie. Toen verbood ik mezelf om de hoofdpersoon te laten fantaseren. Dus niet denken: wat zouden mijn klasgenoten ervan denken? Nee, laat haar tegen een klasgenoot zeggen dat ze een superheld is. En dan maar zien wat ervan komt.'

En dan ben je weer terug bij het ego van de schrijver. Hij of zij moet nooit denken, vindt Gerritsen, dat een wending te flauw of te belachelijk voor woorden is. Integendeel: alles is mogelijk in literatuur, probeer het maar uit. 'Alles wat je laat gebeuren, kun je immers ook weer schrappen.'
(Eerder gepubliceerd in Schrijven Magazine 6, 2016)

Zie ook:

zondag 1 januari 2017

De top 10 van 2016

Het was een jaar waarin ik voor mijn doen weinig heb gelezen – en dus in verhouding veel wat ik om een of andere reden, als interviewer, recensent of adviseur, móést lezen. Gelukkig heb ik genoeg moois kunnen lezen. In alfabetische volgorde:

Verloren illusies - Honoré de Balzac
Spinoza's achtbaan - Erik Bindervoet
De zevende functie van de taal - Laurent Binet
Hoe mooi alles - Mirjam van Hengel
De successtaker - Arjen Mulder

Zie ook mijn top 10-en van: 2015, 2014, 2013 & 2012.

woensdag 28 december 2016

interview: Stefan Hertmans over zijn succes in de Verenigde Staten (Boekblad)

Hoe ervaren schrijvers de boekhandels, uitgevers en boekenvakorganisaties waar ze mee samenwerken? Stefan Hertmans had onderschat hoe belangrijk de aanwezigheid van de auteur is bij de verkoop van de vertaalrechten van zijn werk.

U bent net terug uit de Verenigde Staten. Was het een triomftocht?
Het was in elk geval een erg aangename ervaring om daar zoveel erkenning te krijgen. Ik werd ontvangen door de redactie van NYT Book Review, deed voor hen een podcastinterview en een uitgebreid live radio interview in de befaamde The Leonard Lopate Show. Ik had signeersessies bij Barnes & Noble en nam deel aan het New Literature from Europe Festival. Ik ontmoette de redacteur en publiciteitsmensen bij de uitgeverij, en bovenal mijn legendarische uitgever Sonny Mehta, die al dertig jaar de leiding heeft over Knopf. Het boek is er in korte tijd aan zijn vierde druk toe en lezers die ik ontmoette waren erg enthousiast. Knopf kocht ook meteen de rechten voor mijn nieuwe roman (De bekeerlinge) en bereidt nu een pocketeditie voor van War and Turpentine.'

Waarom spreekt het boek daar zo aan? 
'In de besprekingen wordt veel nadruk gelegd op de specifiek literaire kwaliteiten van het boek, meer dan op de oorlogsthematiek. Ik vermoed dat er ook een soort ‘Stoner’-effect meespeelt: het verhaal over het leven van een bescheiden mens, die toch de grote tragedies van het leven doormaakt.'

Dacht u bij het schrijven van Oorlog en Terpentijn: dit boek heeft ook potentie buiten mijn eigen taalgebied?
'Ik heb dergelijke overwegingen helemaal niet gemaakt, het was al moeilijk genoeg om dit boek naar eigen waarheid te schrijven. Maar ik merk nu dat het verhaal blijkbaar iets universeels heeft dat voorbij de grenzen van een cultuur of een land reikt. Anders zouden de Chinezen en Japanners het ook niet gekocht hebben. Gabriel Garcia Marquez heeft ooit opgemerkt dat Honderd jaar eenzaamheid zo universeel was, juist omdat het over een dorp ging…'

Het boek is of wordt vertaald in 14 talen – van Afrikaans tot Zweeds. Heeft de Engelse vertaling voor u een speciale betekenis?
'Elk taalgebied brengt een eigen kleuring mee: de Slovenen en Italianen denken aan eigen oorlogservaringen, de Scandinaviërs kijken er op weer een andere manier naar. De Duitse uitgave was natuurlijk zeer belangrijk: hoe gaan Duitse lezers om met het feit dat een Vlaams auteur de oorlogsmisdaden uit de Eerste Wereldoorlog ter sprake brengt? De pers was in elk geval unaniem lovend. De Franse uitgave bij Gallimard was voor mij heel bijzonder, ten eerste omdat mijn eigen Franstalige landgenoten het boek daardoor leerden kennen, maar ook omdat de Fransen zelf een nauwe band hebben met literatuur over de Eerste Wereldoorlog. Het is bovendien een prachtig fonds. Daar komt binnenkort een pocket editie (Collection Folio). De mooie Engelstalige editie door Harvill Secker opende dan weer een enorm potentieel aan lezers overal ter wereld. En het feit dat Alfred Knopf in NY mijn uitgever werd, bleek de kers op de taart. Voor Nederlandse lezers bleek er vooral verbazing omdat men in Nederland weinig op de hoogte is/was over wat hun buren tijdens die eerste wereldoorlog is overkomen; ook verbazing bleek een goede reden om het boek te lezen. Er is ook zoiets als een kettingreactie: Internationale uitgevers houden elkaar in het oog en kopen vaak wanneer door hen gewaardeerde huizen hebben gekocht. Zopas zijn de rechten nog gekocht in twee taalgebieden die ik van belang vind: in het Spaans, en het Hebreeuws.'

Begrijpt u waarom de Engelse vertaling voor het boekenvak geldt als de heilige graal?
'Het Engelstalig bereik is natuurlijk mondiaal en daarom cruciaal, ook voor de auteur. Slechts twee procent van de literatuur die op de markt komt in het Engelse taalgebied is vertaalde literatuur. Als je daar dan bij hoort, mag je blij zijn dat je het Engelstalige publiek kan bereiken. Als dan bovendien ook nog eens de boekenbijlagen van The Economist en de New York Times die roman selecteren bij de vijf beste romans van het afgelopen jaar, dan betekent dit een mooie toekomst en vele nieuwe lezers voor het boek. NYT Book Review wordt internationaal als toonaangevend beschouwd, dus dat werkt door op andere uitgevers overal ter wereld.'

Merkt u ook verschillen in de uitgeef- en boekhandelscultuur in de landen waar Oorlog en terpentijn verscheen?
'Ik ben in nagenoeg alle landen geweest waar het boek is uitgegeven. Er zijn inderdaad grote verschillen. Sommige landen moeten het hebben van een onmiddellijk effect via media en pers, andere landen maken een dure mooie uitgave op beperkte schaal en gaan daarna over op een pocket editie die lang loopt (Frankrijk en Engeland bijvoorbeeld). Sommige uitgevers willen de auteur meteen uitnodigen voor de booklaunch, anderen kijken de kat uit de boom en nodigen de auteur pas uit wanneer het boek loopt. Maar in bijna alle gevallen had ik zeer goede contacten, ook wat voorbereiding en vertaling betreft.'

Heeft uw Nederlandse uitgever veel bijgedragen aan het mogelijk maken van deze vertalingen?
'Mijn Nederlandse uitgever heeft een duo rechtenmanagers in dienst dat uniek werk verricht voor de auteurs: Marijke Nagtegaal en Uta Matten. Zij combineren literaire kennis van zaken met durf, strategisch inzicht en verkooptalent en draaien hun hand niet om voor het opzetten van risicovolle veilingen tussen biedende uitgevers. Zij richten zich elk op verschillende taalgebieden en hebben zeker bijgedragen aan de manier waarop uitgevers op mijn boek hebben gereageerd door intensieve informatie en begeleiding. Niet elke uitgeverij heeft dat soort unieke expertise in huis. Maar het gaat ook om meer: wanneer het hele team bij De Bezige Bij enthousiast is over een boek en er potentie in ziet voor het buitenland, dan ontstaat een aanstekelijke energie die het boek zeer ten goede komt.'

U merkte dus niets van alle heisa rond De Bezige Bij?
'Mijn contacten met de Bezige Bij zijn altijd uitstekend geweest en gebleven. Ik heb in tijden waarin de media als het ware het vuur probeerden op te stoken en er onenigheid dreigde, er steevast voor gekozen om de professionaliteit en het enthousiasme van de medewerkers in de verf te zetten.  Het is inmiddels ook duidelijk dat een sterke uitgeverij als De Bezige Bij dit soort heisa overleeft en er wellicht nog sterker uit komt.'

Heeft het Vlaams Fonds voor de Letteren uiteindelijk meer bijdragen dan de uitgeverij?
'Het Vlaams Fonds voor de Letteren doet veldwerk, informeert, stimuleert, en volgt de situatie op de voet. Uitgevers die willen kopen kunnen bij een neutrale instantie als het VFL of Nederlands Letterenfonds voor een second opinion terecht. Ze spelen een bijzonder constructieve rol. Bovendien trekken ze met hun beleid rond het subsidiëren van vertalingen ook menig uitgever mee over de streep. Het is bijzonder om te zien hoe uitgevers en fondsen elkaar aanvullen en hun krachten bundelen. Op twintig jaar tijd heeft zich op dit vlak een enorme professionalisering voltrokken – en daar worden stilaan vruchten van geplukt.' 

In Frankfurt waren Vlaanderen en Nederland gastland. Heeft dat op enigerlei wijze bijgedragen aan de verspreiding van uw werk over de grens?
'Dat is niet meteen in te schatten, maar feit is dat het gastlandschap een grote aandacht voor de Nederlandstalige literatuur heeft teweeg gebracht en vele auteurs voor het eerst zijn vertaald. 
Ik had tevoren zelf onderschat hoe belangrijk de aanwezigheid van de auteur zelf op zulk een vakbeurs kan zijn. Maar door de toevallige ontmoetingen, gesprekken, kennismaking met mensen uit het vak, komen er ook vlotter afspraken tot stand. Ik denk wel dat ik er op bescheiden wijze toe heb bijgedragen dat mijn recente roman (De bekeerlinge) in enkele landen sneller werd gekocht – Kroatië, Zweden, andere – omdat ik persoonlijk contact had met de uitgevers.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 21 dec)

Zie ook:

zondag 25 december 2016

Interview Daan Stoffelsen over het einde van Recensieweb (Boekblad)

Daan Stoffelsen stond elf jaar geleden aan de wieg van Recensieweb. Deze week maakte de voorzitter van Stichting Recensieweb, tevens internetboekverkoper van Athenaeum Boekhandel en redacteur van de Revisor, het einde van het online recensieplatform bekend. Opluchting, spijt én trots vechten om voorrang.

Hoe was de afgelopen week?
'Het persbericht waarmee we definitief een streep zetten onder Recensieweb ging de deur uit. Dat was heel bepalend. Voor ons was het al duidelijk. Wij hadden er al vrede mee – ook omdat het archief van 2500 recensies en artikelen raadpleegbaar blijft bij De Leesclub van Alles. Maar wat zou de rest van de wereld ervan vinden? Verder was het een gewone week. Dinsdag zette ik snel een bericht over de P.C. Hooftprijs voor Bas Heijne op de Athenaeum-site, waarna ik me haastte naar een Revisor­-vergadering.'

En? Wat vond de rest van de wereld ervan?
'Veel reacties kwamen neer op: wat jammer, zo'n mooi initiatief. Dat is natuurlijk fijn om te horen. Onze recensenten zeiden dat ze het zagen aankomen, omdat de energie er een beetje uit was. Dat klopt.'

Wat zeggen die reacties over de plaats van Recensieweb in het literaire landschap?
'Ach, over de doden niets dan goeds. Het belang was vooral dát we er waren. Dat we met een redactiesysteem werkten en lieten zien dat je zo kwaliteitsvolle literaire kritiek op internet kon leveren. Zo hebben we eraan bijgedragen dat kritiek op internet een gelijkwaardige positie heeft bereikt met kritiek in gedrukte media – ook omdat boekenbijlagen kleiner zijn geworden en ze meer ruimte geven aan beeld en advertenties. Met bijvoorbeeld de Schaduwjury's van de AKO Literatuurprijs en marathoninterviews rond het Boekenweekgeschenk spraken wij af en toe zeker een woordje mee. Uitgevers haalden ook quotes bij ons voor blurbs.'

Als literaire kritiek op internet gelijkwaardig is geworden, kun je dan ook zeggen: mission accomplished?
'Zeker. Er is van alles bijgekomen. De Reactor, dat veel academisch talent trekt. Tzum publiceert steeds meer recensies. Literair Nederland bestaat al heel lang. De urgentie van Recensieweb in zijn oorspronkelijke vorm is daarom weg.'

Had de site ook invloed op de verkoop?
'Heeft literaire kritiek in het algemeen invloed op verkoop? Ik denk het niet. Literaire kritiek heeft een rol in het filteren van het aanbod, maar of positief of negatief over een boek wordt geschreven maakt niet uit. Die tijd is voorbij. En dan zijn wij geen NRC Handelsblad, laat staan De Wereld Draait Door. We zijn gewoon een site die wordt gevonden op Google en zo'n 15.000 bezoeken per maand heeft. Wat ik veel vind.'

Je noemt op Recensieweb daarnaast persoonlijke en financiële redenen om te stoppen. Wat zijn de persoonlijke redenen? De weggeëbde energie?
'Ja. En die was wel nodig – bijvoorbeeld om een plan te realiseren om meer meta-kritiek te bedrijven, door recensieoverzichten te maken of recensies te vergelijken, maar ook om geld aan te boren zodat we konden investeren in een mobiele versie van de site. De huidige hoofdredacteur kon het niet meer combineren met andere bezigheden. En ikzelf ben vooral een traditionele lezer. Het gaat mij om het analytisch lezen. Ik mis het inzicht en de ondernemerszin van een Roeland Dobbelaer van De Leesclub van Alles om er meer van te maken.'

Waren er geen opvolgers te vinden?
'We hebben natuurlijk gezocht. Maar door al die nieuwe sites kan nieuw talent zich breder verspreiden. En wij zijn geen fris studenteninitiatief meer. Er kwamen geen nieuwe studenten naar ons toe, zeker geen ondernemende.'

En er was dus ook geen geld meer. Verdiende Recensieweb subsidie van het Letterenfonds?
'We moesten er zelf geld in stoppen. Ook nadat alle kosten drastisch waren verlaagd, bleef dat een aardig bedrag. We zijn vroeger wel gesteund door het VSB-Fonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds, maar de aanvraag bij het Letterenfonds werd afgewezen. Er was zware kritiek op de commerciële en marketingkanten van onze laatste aanvraag. Ik denk ook dat meespeelde dat Recensieweb niet uniek genoeg meer was. Om diezelfde reden zullen uitgeverijen ook niet in ons willen investeren. Zoiets is ook maar één keer gebeurd in het verleden, toen A.W. Bruna Crimezone overnam. En later weer losliet overigens.'

Zette de koppeling van recensies met de webwinkel van Athenaeum geen zoden aan de dijk?
'Dat heeft ons niet zo veel opgebracht als we wilden. En dat is een understatement. Onze bezoekers zijn vooral scholieren en studenten. Die zijn minder loyaal en hebben minder geld.'

Met welk gevoel stop je nu met Recensieweb?
'Gemengde gevoelens. Opluchting dat we na een paar jaar ons afvragen hoe het verder moet, het nu kunnen afronden – terwijl het archief behouden blijft. Spijt. Ik geef uit handen wat ik zelf heb opgebouwd. Ik weet nog dat ik in het begin, als er een nieuwe recensie bij kwam, de html van alle pagina's handmatig ververste zodat de nieuwe recensie op alle pagina's te zien was. Maar ook trots, om wat we hebben bereikt. Voor de medewerkers is Recensieweb ook een goede opstap gebleken. Sommige zijn recensent of redacteur bij een uitgeverij geworden. Ikzelf heb in gedrukte media gepubliceerd, ben redacteur geworden bij de Revisor en nu jurylid van de ECI Literatuurprijs. Dankzij Recensieweb.'

En je hebt er misschien veel geleerd dat je kunt gebruiken voor de webshop van Athenaeum?
'Zeker. De site heeft een redactionele kant. Ik heb daar opvattingen over ontwikkeld. Ik heb geleerd hoe kritiek op internet werkt. Basale dingen als: hoe expliciet moet je een boek goed of slecht vinden? Wat is de structuur van een internetrecensie? Eigenlijk blijf ik daar doen wat ik bij Recensieweb gedaan. Met een belangrijk verschil: Athenaeum kan recensenten gelukkig wél betalen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 18 dec)

zaterdag 24 december 2016

Jacques Vriens aangenaam verrast door keuze voor 'Achtste-groepers huilen niet' (Boekblad)

Jacques Vriens toont zich aangenaam verrast door de keuze voor Achtste-groepers huilen niet als klassieker voor Geef Mij Maar Een Boek 2017. De auteur gaat zich zeker inzetten om de actie te ondersteunen.

Vriens had begrepen dat de actie mede bedoeld is om kinderen in staat te stellen een bibliotheek op te bouwen van jeugdklassiekers. 'Dan denk ik eerder aan Tonke Dragt of Paul Biegel. Zeker Biegel, hij is een van mijn favorieten.' Maar als kinderen dan toch voor twee euro een boek van een nog zo volop actieve auteur als hij aan kunnen aanschaffen, dan is het geweldig dat juist dít boek is uitgekozen. 'Achtste-groepers huilen niet is mij zo dierbaar.'
Hij legt uit: 'Het is gebaseerd op een verhaal van een meisje dat echt bij mij in de klas heeft gezeten toen ik nog meester was. Anke, heette ze – Akkie in het boek. Een ontzettend leuk kind, die ziek werd en zo dapper heeft proberen vol te houden. Ik wilde dit verhaal heel graag schrijven, maar het heeft zeker zeven, acht jaar geduurd voor ik het echt op papier kreeg. Het moest aangrijpend zijn, maar: met een zekere lichtheid.'
Vriens heeft gemerkt dat Achtste-groepers huilen niet veel kinderen heeft ontroerd en troost heeft geboden. 'Een moeder vertelde me ooit dat dit boek haar werd aangeraden voor haar dochter. Ze had het eerst zelf gelezen en gedacht: daar begin ik niet aan. Maar toen haalde het meisje het zelf uit de bibliotheek. Ze ging 's avonds naar boven en stond toen opeens om drie uur 's nachts naast het bed. Vreselijk huilend, zó was ze geraakt. Iedere keer als ik zoiets hoor ben ik zeer onder de indruk. Dat ik in staat ben geweest dat teweeg te brengen door iets te schrijven.'
Van Achtste-groepers huilen niet zijn sinds verschijnen in 1999 ongeveer 160.000 exemplaren verkocht en is nooit uit druk geweest. De 'prachtige verfilming', aldus Vriens, heeft daar in 2012 nog een 'enorme impuls' aan gegeven. Het boek stond destijds nog dertien weken in de Bestseller 60, met als hoogste positie 14. Maar of het ook zijn bestverkochte boek is, weet de schrijver niet. 'Het zou kunnen. Maar de Meester Jaap-serie heeft ook ongelooflijk veel verkocht. Ik heb de aantallen niet paraat.'
Hoe hoog de oplage van de Geef Mij Maar Een Boek-editie is, zal moet blijken. Belangrijker vindt Vriens, die de eerste Kinderboekenambassadeur was, het echter dat het boek mogelijk kinderen verleidt die niet zo veel lezen. 'Ik vind het heel belangrijk dat kinderen gaan lezen. Zeker in deze tijd waarin alles zo vluchtig en snel is en rust om te verdwijnen in een boek lijkt te zijn verdwenen. Ik zie het aan mijn eigen kleinkinderen. Die zijn voortdurend met laptops bezig. Gelukkig lezen zij nog wel. Dat moet natuurlijk van hun opa, dat snap je wel.'
Hij merkte onlangs nog hoezeer het nodig is op het belang van lezen te blijven hameren. 'Ik was op mijn oude middelbare school in Helmond. Daar bleek de leesvaardigheid bij sommigen zo laag dat ze geen tekst van twee bladzijden konden lezen. Toen hebben ze een uur per week lezen in de brugklas ingevoerd. De leraar vertelde mij dat ze in het begin klagen, maar na een week of zes is dat over en vindt iedereen het heerlijk: de rust om gewoon een uur in een boek te lezen.'
Voor Vriens is het dan ook vanzelfsprekend dat hij Geef Mij Maar Een Boek zal ondersteunen waar dat mogelijk is. 'Vrijdag was het nieuws blijkbaar uitgelekt. Toen kreeg ik al verzoeken van twee boekhandels om langs te komen. Ik zal zeker boekhandels gaan bezoeken, maar er zullen wel meer verzoeken komen. Ik heb daarom met de uitgeverij afgesproken dat goed te coördineren.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 20 dec)

Zie ook:

vrijdag 23 december 2016

'Achtste-groepers huilen niet' actieboek van Geef Mij Maar Een Boek 2017 (Boekblad)

Achtste-groepers huilen niet van Jacques Vriens is het actieboek van Geef Mij Maar Een Boek. Het is vanaf 10 februari 2017 te koop voor 2 euro.

Er is na Oorlogswinter van Jan Terlouw voor deze relatief jonge klassieker uit 1999 gekozen omdat 'het al bijna twintig jaar een plaats in de maatschappij inneemt', zegt Miriam de Koning, promotor van de actie. 'Het is ongeloof veel gelezen, wordt hoog gewaardeerd en blijft gelezen en gekocht worden. Het heeft bewezen stamina te hebben. Ook de verfilming uit 2012 is erg geliefd.' Daarbij is de actie bedoeld om een breed publiek kennis te laten maken met de Nederlandse leescultuur – dat hoeft niet per se met decennia oude klassiekers.
De actieprijs is verdubbeld omdat de productiekosten iets hoger zijn. De Koning: 'Dat wisselt natuurlijk ieder jaar. Het ene jaar is het boek dikker dan de andere keer. Om te voorkomen dat de prijs elk jaar verschilt houden we het nu voor langere tijd op twee euro, is de bedoeling. De boekhandel houdt zo ook meer marge over, die het kan besteden om de actie in zijn eigen omgeving breder onder de aandacht te brengen.' Volgens De Koning biedt het verhaal over de stoere achtste-groeper Akke die ziek wordt en uiteindelijk sterft 'veel aanknopingspunten die inspiratie kunnen bieden voor een actie. Behalve over ziek-zijn en omgaan met verlies ook over voetbal of school.'
Behalve de prijs blijft Geef Mij Maar Een Boek onveranderd. Daar was de eerste editie met meer dan een kwart miljoen verkochte exemplaren van Oorlogswinter succesvol genoeg voor. 'Het recept voor de taart blijft hetzelfde,' zegt De Koning. 'Bij de eerste editie vroegen lezers er al naar. Nu wordt het weer heel groot. Meteen nadat we het zaterdag bekend hebben gemaakt liep het aantal bestelling al in de duizenden. Het gaat steil omhoog. Ik ben echt blij verrast hoe boekhandels het weer oppakken.'
Uitgeverij Unieboek|Het Spectrum vindt de keuze voor Achtste-groepers huilen niet een 'enorme eer voor auteur én uitgeverij', zegt uitgeefster Susanne Diependaal. 'Het is prachtig dat Jacques met dit ontroerende verhaal nog steeds zo veel lezers weet te binden.' Voor de uitgeverij is het nieuws nog erg vers. Unieboek|Het Spectrum kon het daarom niet communiceren in de voorjaarsaanbieding, maar de uitgeverij zal de actie 'op alle mogelijke manieren ondersteunen.'
Dat houdt in: aandacht voor de actie, de auteur en diens overige titels op sociale media én op de beurzen in januari. Diependaal: 'We zullen banieren maken om er op de beurzen aandacht aan te besteden. Ik denk ook dat Achtste-groepers huilen niet bij veel boekhandels bekend en geliefd is en dat zij bereid zullen zijn om van andere titels van Jacques Vriens extra in te kopen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 19 dec)

Zie ook:

donderdag 22 december 2016

Interview Toine Donk & Daniël van der Meer van Das Mag: 'Ergens hebben we gelijk gehad' (Boekblad)

Toine Donk en Daniël van der Meer kunnen tevreden zijn. Hun vorig jaar met veel media-aandacht gelanceerde Das Mag is geen hype gebleken. De uitgeverij verkocht twee keer zo veel boeken als nodig was om uit de kosten te komen.

Een onwaarschijnlijk succes? Alle woorden waarmee je het eerste jaar van Das Mag wil omschrijven, klinken als een understatement. Ga maar na. Van Lize Spits Het smelt zijn 130.000 exemplaren in druk. As in tas van Jelle Brandt Corstius haalde de shortlist van de NS Publieksprijs – waarmee het een van de bestverkopende Nederlandstalige boeken van het afgelopen jaar is. En alle andere uitgaven haalden een herdruk. Alleen Anna in kaart gebracht van de Tsjech Marek Sindelka (1e druk: 3000 ex.) is daarvoor nog niet lang genoeg uit.
'Als we dit een jaar geleden hadden geweten, hadden we uit ongeloof over de grond gerold van het lachen', zegt Toine Donk. 'Een jaar geleden vond iedereen ons plan waanzinnig onverstandig. Toen Leon Ramakers, onze belangrijkste investeerder, tegen Derk Sauer, die ooit veel geld had gestoken in Nieuw Amsterdam, vertelde dat hij ons financieel steunde, zei die meteen: "dat geld zie je nooit meer terug". En nu hebben we twee keer zo veel boeken verkocht als begroot, vertaalrechten verkocht aan tien landen en worden twee boeken verfilmd.'
Het mag dan ook geen verbazing wekken dat beide oprichters van de jonge literaire uitgeverij blakend van zelfvertrouwen vertellen over hun ervaringen. 'Onze verwachtingen zijn op zoveel vlakken overtroffen dat ik het lastig vind om te bedenken wat die precies waren', zegt Daniël van der Meer. 'Ik weet nog wel hoeveel de boekhandels van onze eerste drie titels hadden ingekocht: 400 van Lize Spit, en niet veel meer van Walter van den Berg en Maartje Wortel. Als we waren afgegaan op die getallen, waren we gelijk gestopt.'

Waarom is Das Mag zo'n succes geworden?
DvdM: 'Het is onvermijdelijk dat we dan antwoorden dat we ergens toch gelijk hebben gehad. We hadden al het vermoeden dat het anders moest in de uitgeverij. Minder boeken maken, om voldoende aandacht te hebben voor redactie, marketing, alles. Niet aan roulette doen en hopen op een bestseller, maar voor ieder boek heel nauw samenwerken met auteurs en er alles aan doen om ieder boek tot zijn recht te laten komen. We ontdekken ze op ons zomerkamp en laten hen publiceren in Das Magazin, zodat wij al weten hoe een auteur schrijft en hoe die met onze redactie omgaat. En andersom natuurlijk. Ze treden ook op onze evenementen. Een boek publiceren is pas het hoogtepunt van de samenwerking.'

De uitgeverij heeft ook een flinke dosis geluk gehad. Van het surprisesucces van Lize Spit tot de DWDD-uitverkiezing van Walter van den Bergs Schuld.
TD: 'Absoluut. Lize is daarvan het beste voorbeeld. Niemand had verwacht dat het zo'n instanthit zou worden. Maar we doen wel alles om dat geluk proberen af te dwingen. Wij hebben een half jaar na verschijnen van Het smelt niet gedacht: het heeft 7.000 exemplaren verkocht in Nederland, heel goed voor een debuut. Nee, het stond in geen verhouding met het succes in Vlaanderen – waar het al maanden op 1 stond – en daarom hebben we opnieuw campagne voor het boek gevoerd. Met effect: drie maanden later zijn er in Nederland ruim 20.000 van verkocht. In een uitgeverij waar tweehonderd titels per jaar verschijnen is daar nooit tijd en energie voor. Alleen al de boekpresentaties iedere dag. Hoeveel energie kosten die? Ook gaat het geld naar de verkeerde dingen. Een boek op de markt brengen kost minimaal 5000 euro – voor printen, coverontwerp en zetten. Een grote uitgeverij geeft tweehonderd keer deze minimale kosten uit: in totaal een miljoen euro. Daarvan is nog geen euro naar goede medewerkers of hogere royalty’s gegaan. Wij besteden met onze tien titels maar 50.000 euro aan opstartkosten. En dan houden we 950.000 euro over om met goede redacteuren die boeken geweldig te maken en te proberen net zo veel te verdienen aan die tien boeken als andere uitgevers aan tweehonderd boeken.'

Jullie vergelijken je altijd met uitgeverijen die tweehonderd titels per jaar brengen. Maar verreweg de meeste uitgeverijen zijn kleine zelfstandige bedrijven zoals jullie.
TD: 'Dat is waar. Maar de uitgevers die kiloknallen vertegenwoordigen wel het overgrote deel van de markt.'

Vergelijk jullie eens met een kleine zelfstandige als Cossee, met wie jullie nauw samenwerken op het gebied van distributie en internationale rechtenverkoop. Hoe anders werkt Cossee?
DvdM: 'In de basis hebben wij dezelfde filosofie. Zij hebben een fantastisch fonds – al doen zij meer vertaalde fictie, waarvoor minder redactie nodig is maar ook de marketing lastig is omdat de auteur hooguit een paar dagen beschikbaar is. Zij doen het ook goed. Als een van de weinige kleine zelfstandigen redden ze het heel goed. Dat is ook waarom we graag met ze samenwerken.'
TD: 'En wij hebben een groot team dat normaal zo'n honderd titels per jaar doet. Wij hebben vijftien mensen, inclusief stagiairs: drie redacteuren – onder wie Daniël – een in-house designer, een online marketeer, iemand voor events, iemand voor financiën, ikzelf voor marketing en uitgeefexperimenten. En dat voor tien titels. Goed, ook voor ons magazine, zomerkamp en festivals. Maar toch: wij leggen ons toe op geweldige boeken en doen heel veel aan marketing en pr om iedere titel tot een succes te maken. Dat zijn de twee beslissende factoren in deze tijd: kwaliteit en promotie.'

Dat betekent dat jullie een véél hoger break-evenpoint per titel hebben andere uitgeverijen.
TD: 'Ongetwijfeld. Maar wij bekijken dat niet per titel. We kijken alleen naar het totaal aantal boeken. Per titel is het zo moeilijk te zeggen. Hoe kun je een paar ton aan personeelskosten eerlijk over de titels verdelen?'

Uitgevers berekenen in hun calculatie een verkoopprijs en een oplage waarmee ze bij een volledig verkochte eerste druk tenminste break-even draaien.
TD: 'Dat is ook zo'n bewering die je altijd hoort. Ik heb weleens Excel-calculaties van andere uitgeverijen onder ogen gehad. Zo ingewikkeld, zo inefficiënt om je lange-termijnstrategie te verwerken in een enkele druk. Wij kijken per boek alleen naar drukkosten, royalty’s, CB-kosten en eventuele vertaalkosten. Daar moeten we per exemplaar een bepaald bedrag aan overhouden. Vervolgens weten we dan hoeveel boeken we in totaal moeten verkopen om onze vaste kosten te dekken. Zo komen we aan ongeveer 140.000 verkochte boeken per jaar. En dit jaar halen we ongeveer het dubbele.'

Hoe bepaal je dan de oplage van de eerste druk?
TD: 'We schatten per boek in wat die kan doen – op basis van mogelijk publiek, de pr- en marketingplannen, enzovoort. We steken daar heel veel discussie in. Als je tien boeken per jaar doet, kan dat ook. Als je tweehonderd boeken doet niet. Ik heb van andere uitgevers gehoord dat ze de oplage soms bepalen op basis van NUR-code. Vreemd.'
DvdM: 'En de oplage moet iedere keer zo hoog mogelijk zijn. Andere uitgevers zijn soms zó voorzichtig en maken iedere keer een herdruk van 1000 exemplaren. Dan ben je 1) geen geld aan het verdienen, 2) kun je dus geen inschatting maken van wat je eigen boek doet, 3) ben je weinig betrokken bij dat boek, en 4) ben je iedere keer opnieuw tijd kwijt aan het aanpassen van colofon en het doorsturen naar de drukker. Van Het smelt waren de zevende en achtste druk 30.000 exemplaren ieder. We weten: die verkopen we toch wel, ook al duurt het nog twee jaar.'

Dan betaal je wel twee jaar lang meer voorraadkosten.
TD: 'CB vertelde ons onlangs dat onze overslagtijd enorm kort is. Volgens CB werken we zeer efficiënt. Ook in dit geval is het een voordeel als je maar tien boeken doet. Wie tweehonderd boeken in een oplage van 1000 laat drukken heeft 200.000 exemplaren op voorraad liggen. Onze voorraad ligt standaard op slechts ongeveer 50.000 exemplaren.'
DvdM: 'Maar ik geef toe: een uitgeverij die zestig jaar bestaat, heeft een enorme backlist die wel leverbaar moet blijven maar niet meer zo snel loopt. Wij verkeren als beginnende uitgeverij in een luxe-positie. Over tien jaar zal het voor ons anders zijn. Maar niet zo extreem anders, want er komen maar zo’n tien boeken per jaar bij.'

Laten we naar de lancering van Das Mag gaan. Waarom hebben jullie je destijds zo sterk afgezet tegen de gevestigde orde?
DvdM: 'Omdat er al zoveel uitgeverijen zijn. Als je er nog een wil beginnen, moet je duidelijk maken waarom dat nodig is.'
TD: 'Ook zochten we drieduizend crowdfunders. Dan moeten we het grote publiek bereiken. Om aandacht te genereren formuleer je scherper dan je binnenskamers zou doen. Hoewel we in ons grondprincipe – met de auteur zo intens mogelijk samen aan een tekst werken – sindsdien alleen maar radicaler zijn geworden.'

Sommige uitgevers reageerden als door een bij gestoken.
TD: 'Maar zeker niet iedereen was negatief.'
DvdM: 'Uiteindelijk vonden we het interessanter wat het publiek ervan vond. Wat welke uitgever zegt, kun je van tevoren uittekenen. Als ze het met ons eens waren, zouden ze het wel anders doen. Er ontstond nu een publieke discussie over de rol van uitgeverijen. En als er dan drieduizend mensen binnen een maand ons steunen en het bestaan van een andere uitgeverij dus belangrijk vinden, is dat een enorme aanmoediging.'
TD: 'Het mooie is dat die drieduizend mensen zich ook als oprichters beschouwen, zoals wij hen noemden. Ze willen niet alleen op de hoogte blijven van nieuwe titels, maar ook weten waarom wij doen wat wij doen. Daarom kwam het conflict met Bol.com naar buiten: via een stuk dat ik voor de oprichter schreef. Ik ben van plan nog meer stukken te schrijven over wat wij hebben geleerd en ben benieuwd wat dat oplevert.'
DvdM: 'Er is zo'n grote behoefte aan betrokkenheid dat we overwegen een soort jaarvergadering voor hen te organiseren.'

Tegenwoordig willen veel uitgevers met jullie samenwerken. Als jullie een goed idee hebben, zijn jullie welkom.
TD: 'Die wens bestaat veel langer, hoor. Voor het magazine werkten we al samen met uitgeverijen. Toen hebben we een gevoel ontwikkeld voor samenwerkingen die toegevoegde waarde hebben.'
DvdM: 'Ik heb soms ook het gevoel dat voorstellen van uitgevers worden gedreven door ideeënarmoede. Ze denken dat wij iedere dag een paar goede ideeën hebben en dat we daarmee automatisch een jong publiek aanspreken. Dat is natuurlijk niet zo.'

Laten we de aangekondigde veranderingen van destijds doorlopen. Te beginnen met de vormgeving. Die zou eindelijk mooi worden. Zijn jullie omslagen al bekroond?
TD: 'Ik vind onze boeken er prachtig uitzien. Maar ik geef toe: ze zijn nog niet van het niveau van ons tijdschrift. Boeken vormgeven blijkt lastiger. Voor een tijdschrift kunnen we Vruchtvlees de vrije hand geven. Maar voor een boek wil de auteur veel meer over vormgeving te zeggen hebben. Begrijpelijk. Hij heeft jaren aan zijn tekst gewerkt. Het is daarom belangrijk dat we, nog voor er ook maar een schets is gemaakt, de juiste ontwerper aan de auteur koppelen. Een ontwerper die het unieke karakter van het boek begrijpt. Dat zijn we nu aan het leren. Zoals we zoveel nog moeten leren. Voor Schuld hebben we een klassieke postercampagne gedaan: omslag en kop auteur door de hele stad. Daar geloven we niet meer in. Veel te saai.'
DvdM: 'Het 0-nummer van ons tijdschrift vonden we achteraf ook afzichtelijk. Maar dat moesten we maken om daarna de stap te kunnen zetten naar steeds mooiere vormgeving. Zo gaat het ook met ons boeken. Ons fotoboek De Amsterdammers van Maarten van der Kamp, dat deze maand uitkomt, is veel mooier dan wat we vorig jaar uitgaven.'

Dwingt de boekhandel jullie om omslagen aan te passen?
DvdM: 'Dat is het glazen bol-kijken van de boekhandel. Dit omslag werkt wel, dit niet. Dat glazen bol-kijken is nergens op gebaseerd. Want waarom is het boekenvak de laatste jaren dan zo achteruit gegaan? Boekhandels gissen ook maar wat. Geen enkele boekhandel was fan van het omslag van Het smelt. Het beeld had niets met de titel te maken, bijvoorbeeld. Toch liep het.'

Dus wat doen jullie als AKO en Bruna zeggen: we kopen alleen in als jullie het omslag aanpassen?
TD: 'Dat ís gebeurd! As in tas wilde AKO of Bruna – ik weet niet meer welke van de twee – alleen inkopen als het hoofd van Jelle erop stond. Dat wilden we echt niet. Maar vooruit: wij lieten speciaal voor hen een – ontzettend lelijke – sticker maken met zijn hoofd. Wat gebeurde er? Het boek verscheen, hij was in allerlei media en het boek begon opeens heel hard te lopen. De eerste druk van 20.000 exemplaren was in een week weg. En wij hadden nog geen tijd gehad de sticker op de AKO- of Bruna-exemplaren te plakken. Laat maar zitten, dachten we toen, die boeken vliegen de deur uit. Dus wij hebben nog 10.000 stickers over. Rollen en rollen stickers. Gelukkig neemt iedereen af en toe een rol mee en worden ze overal opgeplakt, zodat ze nog een marketingfunctie hebben.'
DvdM: 'Kortom, opmerkingen over omslagen zijn alleen maar wijsheid achteraf. Als een boek niets heeft gedaan, zeg je achteraf: het omslag was te blauw. Of: er zat geen sticker op.'
TD: 'Toch begrijp ik het ook wel. De boekhandel heeft een trauma opgelopen door het faillissement van Polare, waardoor ze nu heel conservatief moeten inkopen. Uitzonderingen daargelaten. Veel winkels hebben onze boeken echt omarmd.'

Veel boekhandels?
DvdM: 'De fysieke boekhandel is ons belangrijkste verkoopkanaal. Totdat Bol onze boeken uit de winkel haalde, was Bol goed voor maar 2,65% van onze afzet.'
TD: 'En van de fysieke winkels vooral de Libris- en zelfstandige boekhandels. AKO en Bruna hebben eigenlijk alleen Lize Spit en Jelle Brandt Corstius verkocht.'

Ik kan me ook voorstellen dat boekhandels niet blij waren dat jullie aanvankelijk luxe-edities voor dezelfde prijs exclusief via jullie eigen webshop verkopen.
TD: 'Zeker. Daar zijn we ook van teruggekomen. We maken luxe-edities nu juist voor de boekhandel. De luxe-editie van As in tas hebben we verzoek van de boekhandel als speciale editie voor de boekhandel herdrukt. Ik weet ook nog dat Schuld Boek van de Maand werd bij DWDD. Wij twitterden gelijk: te koop in onze webshop. Daar kreeg ik commentaar op: wordt Schuld door boekverkopers uitverkoren en dan twitter je dat. Ja, dat was fout. Overigens moet niemand het belang van onze webshop overschatten: 10.000 op een kwart miljoen exemplaren verkopen we zelf. We bieden online nu de optie om je lokale boekhandel op te zoeken en het boek daar te kopen. En dan nog valt er veel te winnen in onze relatie met de boekhandel. Denk aan online campagnes die mensen op lokaal niveau naar hun boekwinkel leidt. Maar dat ontwikkelen kost tijd.'

Het conflict met Bol.com over de leveringsvoorwaarden is nog steeds niet voorbij.
DvdM: 'Nee. De bal ligt bij hen. Zolang Bol niet wil verkopen tegen de oude voorwaarden, is alleen het e-boek via hun site te koop. We willen ons niet laten verleiden tot een race to the bottom.'

Dan de volgende aangekondigde verandering: de combinatieverkoop van e- en p-boek. Hebben jullie daar problemen mee gekregen?
DvdM: 'Nee. Wij maken een aparte, licht afwijkende editie van het papieren boek, die we samen met het e-boek verkopen. De klant merkt dat verschil niet. Die constructie is goedgekeurd door het Commissariaat voor de Media. Maar dat is verder niet zo bijzonder. De regels gaan veranderen. Veel meer uitgevers vinden het niet meer van deze tijd dat je apart moet betalen voor het papieren en het e-boek. Wij liepen er alleen op vooruit.'
TD: 'Eigenlijk is ons experiment met Goudvissen en beton van Maartje Wortel interessanter. Op een dinsdag stuurden we boekhandels een mail met: u kunt dit boekje donderdag al in de winkel hebben. Dezelfde dag was de eerste druk van 2.000 al op, veel meer dan we er op aanbieding van verkocht zouden hebben. We proberen zo het aanbiedingsproces te veranderen. Want een boekverkoper die op de beurs in een paar dagen gesprekken moet voeren over duizend titels, dat is toch bizar? Dan verzand je zó snel in platitudes. Ik begrijp ook wel dat zo'n aanpak als met Goudvissen en beton zich niet leent voor elk boek, maar we willen wel blijven experimenteren met het aanbieden.'

En auteurs krijgen inderdaad meer royalty’s?
TD: 'Natuurlijk. Wij beginnen bij 15% – tot 10.000 exemplaren. Dan 17,5% tot 100.000 exemplaren en daarboven 20%. Ik heb laatst uit de losse pols uitgerekend dat we daardoor een ton meer royalty’s hebben uitgekeerd dan wanneer we het standaardcontract hadden gehanteerd. Maar auteurs moeten zo veel mogelijk kunnen leven van hun werk en ruimte hebben om hun volgende boek nog beter te maken. Wat weer een voorwaarde is om daar meer exemplaren van te kunnen verkopen.'

Daarbovenop krijgen auteurs een 'Twittertarief' van 22,5% extra als zij doorgeleiden naar jullie webshop.
TD: 'Ook dat is simpele logica. Als wij een boek zelf verkopen, betalen we geen marge aan de boekhandel. Dan verdienen we daar een stuk meer mee. Waarom deelt een auteur daar niet in mee? Dat zou eigenlijk in het modelcontract moeten komen. Maar we hebben dat tarief wel veranderd. Onze oorspronkelijke opzet leidde tot een enorme administratie, omdat het alleen gold als de aankoop via een specifieke weblink werd gedaan. Daarom hebben we het versimpeld: auteurs krijgen nu 5% erbij voor alle exemplaren die we via de webshop krijgen, ongeacht hoe de klant daar terecht is gekomen. Zo zijn we het hele jaar bezig geweest met dingen simpeler te maken.'

O ja?
TD: 'Ja. Het modelcontract is heel raar. De royalty op papieren boeken, e-boeken en secundaire rechten worden allemaal anders berekend. Papieren boek: op de bruto-prijs. E-boek: over de verkoopprijs minus de marge van de tussenhandel. Nevenrechten als audioboeken: over de prijs na aftrek van bijvoorbeeld marketingkosten. Waarom? Wij hebben een model gemaakt waarin alle royalty’s worden berekend op de brutoprijs. Dat scheelt veel tijd en is veel inzichtelijker voor een auteur.'

En daarom stappen auteurs en masse over naar Das Mag – van Yves Petry tot Philip Huff, van Charlotte Mutsaers tot Marjolijn van Heemstra?
DvdM: 'Nee. Dat zou ook een verkeerde motivatie zijn. Voor alle auteurs die zijn overgestapt, geldt dat we al met hen hebben samengewerkt en dat we van elkaar weten hoe we werken. Dat is beide partijen dan goed bevallen. Auteurs die besloten hebben om over te stappen, hebben natuurlijk een sterke mening over wat ze van een uitgeverij verwachten. Dus we hebben een fijn gezelschap rebellen. In die overtuiging vinden ze elkaar. Wij nodigen hen allemaal eens in de zoveel tijd uit. We passen met z’n allen nog aan een eettafel. Dat blijken ze te hebben gemist bij andere uitgeverijen die alleen anonieme tuinfeesten organiseren.'

Die werkwijze impliceert dat het aantal auteurs dat kan overstappen beperkt is. Wat als de limiet is bereikt van schrijvers waarmee jullie werken?
TD: 'Dat is lastig, ja. Maar we gaan het basisprincipe van de uitgeverij niet verkwanselen. Ik zie het de komende jaren ook niet gebeuren dat dat verloren gaat.'
DvdM: 'Zó veel auteurs benaderen ons nu ook niet. Er zijn genoeg auteurs wel tevreden met hun uitgeverij.

Dus hoe zien jullie de toekomst voor jullie?
DvdM: 'Niet anders dan wat we afgelopen jaar hebben gedaan. We gaan eerder proberen beter te worden in wat we doen dan weer andere dingen ontplooien. Vergelijk het met een huis. Dat staat, de fundamenten zijn ijzersterk en nu proberen we het huishouden te runnen. Ondertussen kijken we naar elke plint: of die wel goed ligt. Zo belde onze drukker steeds met de vraag of hij papier moest bijbestellen. Nu hebben we afgesproken dat hij altijd een bepaald minimum voor ons op voorraad houdt, zodat hij ons niet hoeft te storen. Van die kleine dingen. Het huis hoeft niet groter te worden.'
TD: 'Tien tot vijftien boeken per jaar, dat is voorlopig wat het is. En die blijven maken met evenveel plezier en betrokkenheid als afgelopen jaar. Want dat dat er was bij het hele team, daar zijn we het meest tevreden over.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, nov 2016)