woensdag 28 december 2016

interview: Stefan Hertmans over zijn succes in de Verenigde Staten (Boekblad)

Hoe ervaren schrijvers de boekhandels, uitgevers en boekenvakorganisaties waar ze mee samenwerken? Stefan Hertmans had onderschat hoe belangrijk de aanwezigheid van de auteur is bij de verkoop van de vertaalrechten van zijn werk.

U bent net terug uit de Verenigde Staten. Was het een triomftocht?
Het was in elk geval een erg aangename ervaring om daar zoveel erkenning te krijgen. Ik werd ontvangen door de redactie van NYT Book Review, deed voor hen een podcastinterview en een uitgebreid live radio interview in de befaamde The Leonard Lopate Show. Ik had signeersessies bij Barnes & Noble en nam deel aan het New Literature from Europe Festival. Ik ontmoette de redacteur en publiciteitsmensen bij de uitgeverij, en bovenal mijn legendarische uitgever Sonny Mehta, die al dertig jaar de leiding heeft over Knopf. Het boek is er in korte tijd aan zijn vierde druk toe en lezers die ik ontmoette waren erg enthousiast. Knopf kocht ook meteen de rechten voor mijn nieuwe roman (De bekeerlinge) en bereidt nu een pocketeditie voor van War and Turpentine.'

Waarom spreekt het boek daar zo aan? 
'In de besprekingen wordt veel nadruk gelegd op de specifiek literaire kwaliteiten van het boek, meer dan op de oorlogsthematiek. Ik vermoed dat er ook een soort ‘Stoner’-effect meespeelt: het verhaal over het leven van een bescheiden mens, die toch de grote tragedies van het leven doormaakt.'

Dacht u bij het schrijven van Oorlog en Terpentijn: dit boek heeft ook potentie buiten mijn eigen taalgebied?
'Ik heb dergelijke overwegingen helemaal niet gemaakt, het was al moeilijk genoeg om dit boek naar eigen waarheid te schrijven. Maar ik merk nu dat het verhaal blijkbaar iets universeels heeft dat voorbij de grenzen van een cultuur of een land reikt. Anders zouden de Chinezen en Japanners het ook niet gekocht hebben. Gabriel Garcia Marquez heeft ooit opgemerkt dat Honderd jaar eenzaamheid zo universeel was, juist omdat het over een dorp ging…'

Het boek is of wordt vertaald in 14 talen – van Afrikaans tot Zweeds. Heeft de Engelse vertaling voor u een speciale betekenis?
'Elk taalgebied brengt een eigen kleuring mee: de Slovenen en Italianen denken aan eigen oorlogservaringen, de Scandinaviërs kijken er op weer een andere manier naar. De Duitse uitgave was natuurlijk zeer belangrijk: hoe gaan Duitse lezers om met het feit dat een Vlaams auteur de oorlogsmisdaden uit de Eerste Wereldoorlog ter sprake brengt? De pers was in elk geval unaniem lovend. De Franse uitgave bij Gallimard was voor mij heel bijzonder, ten eerste omdat mijn eigen Franstalige landgenoten het boek daardoor leerden kennen, maar ook omdat de Fransen zelf een nauwe band hebben met literatuur over de Eerste Wereldoorlog. Het is bovendien een prachtig fonds. Daar komt binnenkort een pocket editie (Collection Folio). De mooie Engelstalige editie door Harvill Secker opende dan weer een enorm potentieel aan lezers overal ter wereld. En het feit dat Alfred Knopf in NY mijn uitgever werd, bleek de kers op de taart. Voor Nederlandse lezers bleek er vooral verbazing omdat men in Nederland weinig op de hoogte is/was over wat hun buren tijdens die eerste wereldoorlog is overkomen; ook verbazing bleek een goede reden om het boek te lezen. Er is ook zoiets als een kettingreactie: Internationale uitgevers houden elkaar in het oog en kopen vaak wanneer door hen gewaardeerde huizen hebben gekocht. Zopas zijn de rechten nog gekocht in twee taalgebieden die ik van belang vind: in het Spaans, en het Hebreeuws.'

Begrijpt u waarom de Engelse vertaling voor het boekenvak geldt als de heilige graal?
'Het Engelstalig bereik is natuurlijk mondiaal en daarom cruciaal, ook voor de auteur. Slechts twee procent van de literatuur die op de markt komt in het Engelse taalgebied is vertaalde literatuur. Als je daar dan bij hoort, mag je blij zijn dat je het Engelstalige publiek kan bereiken. Als dan bovendien ook nog eens de boekenbijlagen van The Economist en de New York Times die roman selecteren bij de vijf beste romans van het afgelopen jaar, dan betekent dit een mooie toekomst en vele nieuwe lezers voor het boek. NYT Book Review wordt internationaal als toonaangevend beschouwd, dus dat werkt door op andere uitgevers overal ter wereld.'

Merkt u ook verschillen in de uitgeef- en boekhandelscultuur in de landen waar Oorlog en terpentijn verscheen?
'Ik ben in nagenoeg alle landen geweest waar het boek is uitgegeven. Er zijn inderdaad grote verschillen. Sommige landen moeten het hebben van een onmiddellijk effect via media en pers, andere landen maken een dure mooie uitgave op beperkte schaal en gaan daarna over op een pocket editie die lang loopt (Frankrijk en Engeland bijvoorbeeld). Sommige uitgevers willen de auteur meteen uitnodigen voor de booklaunch, anderen kijken de kat uit de boom en nodigen de auteur pas uit wanneer het boek loopt. Maar in bijna alle gevallen had ik zeer goede contacten, ook wat voorbereiding en vertaling betreft.'

Heeft uw Nederlandse uitgever veel bijgedragen aan het mogelijk maken van deze vertalingen?
'Mijn Nederlandse uitgever heeft een duo rechtenmanagers in dienst dat uniek werk verricht voor de auteurs: Marijke Nagtegaal en Uta Matten. Zij combineren literaire kennis van zaken met durf, strategisch inzicht en verkooptalent en draaien hun hand niet om voor het opzetten van risicovolle veilingen tussen biedende uitgevers. Zij richten zich elk op verschillende taalgebieden en hebben zeker bijgedragen aan de manier waarop uitgevers op mijn boek hebben gereageerd door intensieve informatie en begeleiding. Niet elke uitgeverij heeft dat soort unieke expertise in huis. Maar het gaat ook om meer: wanneer het hele team bij De Bezige Bij enthousiast is over een boek en er potentie in ziet voor het buitenland, dan ontstaat een aanstekelijke energie die het boek zeer ten goede komt.'

U merkte dus niets van alle heisa rond De Bezige Bij?
'Mijn contacten met de Bezige Bij zijn altijd uitstekend geweest en gebleven. Ik heb in tijden waarin de media als het ware het vuur probeerden op te stoken en er onenigheid dreigde, er steevast voor gekozen om de professionaliteit en het enthousiasme van de medewerkers in de verf te zetten.  Het is inmiddels ook duidelijk dat een sterke uitgeverij als De Bezige Bij dit soort heisa overleeft en er wellicht nog sterker uit komt.'

Heeft het Vlaams Fonds voor de Letteren uiteindelijk meer bijdragen dan de uitgeverij?
'Het Vlaams Fonds voor de Letteren doet veldwerk, informeert, stimuleert, en volgt de situatie op de voet. Uitgevers die willen kopen kunnen bij een neutrale instantie als het VFL of Nederlands Letterenfonds voor een second opinion terecht. Ze spelen een bijzonder constructieve rol. Bovendien trekken ze met hun beleid rond het subsidiëren van vertalingen ook menig uitgever mee over de streep. Het is bijzonder om te zien hoe uitgevers en fondsen elkaar aanvullen en hun krachten bundelen. Op twintig jaar tijd heeft zich op dit vlak een enorme professionalisering voltrokken – en daar worden stilaan vruchten van geplukt.' 

In Frankfurt waren Vlaanderen en Nederland gastland. Heeft dat op enigerlei wijze bijgedragen aan de verspreiding van uw werk over de grens?
'Dat is niet meteen in te schatten, maar feit is dat het gastlandschap een grote aandacht voor de Nederlandstalige literatuur heeft teweeg gebracht en vele auteurs voor het eerst zijn vertaald. 
Ik had tevoren zelf onderschat hoe belangrijk de aanwezigheid van de auteur zelf op zulk een vakbeurs kan zijn. Maar door de toevallige ontmoetingen, gesprekken, kennismaking met mensen uit het vak, komen er ook vlotter afspraken tot stand. Ik denk wel dat ik er op bescheiden wijze toe heb bijgedragen dat mijn recente roman (De bekeerlinge) in enkele landen sneller werd gekocht – Kroatië, Zweden, andere – omdat ik persoonlijk contact had met de uitgevers.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 21 dec)

Zie ook:

Geen opmerkingen: