dinsdag 17 oktober 2017

Interview Jamal Ouariachi over de Frankfurter Buchmesse en de verkoop van de vertaalrechten op zijn werk (Boekblad)

Vorig jaar reisden tientallen Nederlandse auteurs af naar de Buchmesse. Dit jaar is Jamal Ouariachi een van de weinigen – in de hoop nog meer buitenlandse uitgevers te verleiden om zijn prijswinnende roman Een honger aan te kopen. De massaliteit van het evenement schrikt de Frankfurt-debutant niet af, zo vertelde hij vorige week, voorafgaand aan de beurs.

Waarom ga jij naar Frankfurt?
'Omdat er woensdagmiddag een borrel is van de European Union Prize for Literature. Ik heb dit jaar gewonnen voor Een honger. De prijsuitreiking was al in mei, maar nu organiseert de stichting die erachter zit nog een borrel. Ik ga woensdag heen en donderdag terug. Ik heb in die tijd samen met Josje Kraamer, mijn redacteur van Querido, ook een aantal afspraken met buitenlandse uitgevers. Wie weet levert dat wat op.'

Er is pas dit jaar voor het eerst werk van jou aangekocht.
'Ja. Toen ik die prijs kreeg, was er opeens veel belangstelling. De dag na de uitreiking waren er meteen biedingen uit twee of drie landen. Door zo'n prijs sta je net iets meer in de aandacht. Ook zal het schelen dat mijn boek nu in aanmerking komt voor vertaalsubsidie van de Europese Unie. Een honger is een dik boek, dan zijn de vertaalkosten een struikelblok. Daarom waren het denk ik ook vooral uitgevers uit Oost-Europese landen die toehapten. Zij hebben niet veel geld. Voor hen zijn subsidies belangrijker dan voor rijke uitgevers uit het Engelse taalgebied.'

In de vertalersdatabase van het Nederlands Letterenfonds tel ik zeven aangekondigde vertalingen.
'Het zijn er inmiddels negen: Albanees, Bulgaars, Hongaars, Macedonisch, Pools, Tsjechisch, Servisch, Sloveens en Spaans.'

Heeft het Letterenfonds in het verleden wel zijn best gedaan voor jouw werk.
'Zeker. Mijn roman Vertedering uit 2013 was opgenomen in 10 Books from Holland. Een honger later ook. Ik ben ook wel eens uitgenodigd voor borrels en etentjes als er buitenlandse uitgevers hier worden rondgeleid. Maar soms leidt het gewoon tot niets. Dat begrijp ik wel. Acquirerend redacteuren krijgen een enorme stapel manuscripten op hun bureau. Een manuscript moet maar net iets hebben wat eruit springt. Zo is het ook met buitenlandse uitgevers. Zij krijgen talloze aanbiedingen – en alles zou even goed zijn.'

Ook Querido heeft zijn best gedaan?
'Ook, ja. Ze hebben proefvertalingen gemaakt, onder andere in het Frans, die in Septentrion is verschenen, de Franstalige versie van Ons Erfdeel.'

En nu ga je hen dus helpen door in Frankfurt je eigen werk te pitchen.
'Het is niet echt mijn hobby. Achter mijn bureau kan ik beter met taal overweg dan in een gesprek. Maar we proberen wel het momentum te pakken. En ja, dan kan ik wel uitleggen waarom mijn boek aantrekkelijk zou zijn voor een uitgever. Daarom vind ik het ook goed om op die borrels met buitenlandse uitgevers te praten. Daar hoorde ik bijvoorbeeld dat pedofilie – een belangrijk element van Een honger – in Duitsland een taboe is. Daar kun je absoluut niet over schrijven. Muidhonger van Inge Schilperoort wordt in Duitsland ook niet aangekocht. Nu ik dat weet, kan ik uitleggen dat mijn roman over veel meer of niet in de eerste plaats gaat dan over pedofilie alleen.'

Wanneer beschouw je je bezoek aan Frankfurt als een succes?
'Als er nog een paar landen bij komen. Ik heb nog weinig grote landen. Alleen Spanje. Duitsland gaat dus niet lukken, maar voor Frankrijk en Engeland heb ik de strijd nog niet opgegeven. Eind augustus zijn ook de filmrechten verkocht aan NL Film. Dat is toch een extra impuls aan mijn verhaal.'

Doe je het ook voor de inkomsten?
'Het zijn geen hoge voorschotten. Maar alles bij elkaar is het toch aardig wat. Het geld begint nu langzaam binnen te komen. Dat duurt even. Gelukkig zit Querido er bovenop. Ik beschouw het hoe dan ook als extra. Een honger is al twee jaar geleden verschenen, ik ben met een nieuw boek bezig en dan krijg ik deze buitenlandse voorschotten nog. Ik moet er alleen deze week een etmaal hard voor werken.'

Wordt deze Buchmesse eigenlijk je eerste keer?
'Ja.'

Dus je was misschien wel de enige Nederlandse schrijver die er vorig jaar niet was, toen Nederland en Vlaanderen gastland waren?
'Misschien is dat ook alleen maar goed. Er was toen zo'n invasie aan Nederlandse auteurs dat je nog iets extra's nodig had om op te vallen. Nu heb ik mijn handen vrij.'

Wat verwacht je van de Buchmesse?
'Het schijnt zo extreem massaal te zijn dat ik geen hoge verwachtingen heb. Ik heb misschien ook niet meer dan een, twee uur de tijd om rond te dwalen. Met de naar het schijnt enorme afstanden kan ik dan nog weinig zien. Het geeft niet.'

Die massaliteit kan ook deprimerend werken op schrijvers. Dan zie je hoeveel er al is geschreven.

'Dat ben ik wel gewend. Ik heb jaren bij boekhandel Scheltema gewerkt. Daar lag al zo ontiegelijk veel dat je bij jezelf een verstandsverbijstering moet afdwingen om te denken: hier voeg ik nog iets aan toe. Nee, ik vond het eerder een stimulerende omgeving. Als iets me al deprimeerde, was het wat wordt gekocht. "Er ligt hier zoveel moois, mensen, en dan kopen jullie dát?"'

Zie ook:
- Hoe thema's & motieven herkennen: een case study aan de hand van 'Een honger'
- Jamal Ouariachi, 'Vertedering'
- Interview Jamal Ouariachi over zijn debuut

zaterdag 14 oktober 2017

Interview Martin Slagter: Alleen in je eigen taal begrijp je alle bijbetekenissen en kleurnuances (Taalunie:Bericht)

Sommige opleidingen in het hoger onderwijs kun je eigenlijk alleen in het Nederlands aanbieden. Volgens Martin Slagter van de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie kun je alleen in je moedertaal goed leren filosoferen.

Drie jaar bestaat de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie nog maar. Deze maand levert de Hbo-opleiding de eerste denkers af die hun kennis van de wijsbegeerte in gaan zetten als journalist, bestuurder, docent of iets anders. 'Het zijn een klein aantal studenten die bijvoorbeeld dankzij vrijstellingen het versnelde traject hebben gevolgd', zegt oprichter Martin Slagter. 'De eerste lichting gaat nu het vierde en laatste jaar in.' 
Je zou denken: een nieuwe studie, die doet alles in het Engels – van het eerste college tot de laatste scriptie. Inmiddels is twee derde van de universitaire masteropleidingen exclusief Engelstalig. Ook het aantal bachelor- en hbo-opleidingen die volledig in deze taal worden gegeven groeit ieder jaar. Dus wat ligt meer voor de hand dan dat ook de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie voor Engels kiest?
Niet dus. 'Wij hebben heel bewust voor het Nederlands gekozen', vertelt Slagter. 'Voor internationaal georiënteerde wetenschappen als medicijnen, economie en natuurkunde – overwegend bètastudies – snap ik dat een universiteit wil aansluiten bij de internationale gemeenschap en daarom kiest voor Engels. Maar voor filosofie heeft dat geen enkele zin. De keuze voor Engels werkt zelfs contraproductief.'

Alleen in je moedertaal
Filosofie, legt hij uit, draait om de nuance. 'Daarvoor is taal cruciaal. Het gaat erom dat je alle bijbetekenissen en kleuren van woorden kunt begrijpen. Dat je je argumenten kracht bij zet met beeldspraak en andere stijlfiguren. Dat kun je alleen in je moedertaal. Een debat voeren of een essay schrijven – wat iedere filosoof moet kunnen – zijn complexe activiteiten. Dat lukt alleen in een taal die je heel goed beheerst.'
Dat is in het Nederlands al moeilijk genoeg. 'Het onderwijs schiet schromelijk tekort. Het reguliere Hbo denkt: studenten beheersen Nederlands, ze hebben dat op de Havo geleerd. Maar het is erbarmelijk gesteld met de taalvaardigheid. Ze hebben een gering syntactisch vermogen, een absurd kleine woordenschat en weinig tot geen gevoel voor de connotatieve betekenis van woorden.'

Studiepunten voor Nederlands
Daarom probeert de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie de taalvaardigheid van de studenten te verbeteren. In het basisjaar krijgen ze modules spelling en schrijfvaardigheid. De eerste is een reader die 'iets meer dan de Havo-stof' behandelt en wordt afgesloten met een tentamen. Er zijn alleen facultatief bijspijkerlessen. De tweede module zijn zeven avondcolleges plus een zaterdagochtend om het schrijven intensief te trainen.
Slagter: 'Dat is goed voor zes studiepunten. Best fors dus. Maar we willen hen echt leren hun gedachten goed te verwoorden. In het tweede jaar bereiden we dat uit met de module taalfilosofie/metaforen. Dan krijgen studenten taalfilosofie van onder andere Wittgenstein, maar leren ze ook zelf beeldend te schrijven. We willen hen zo helpen een eigen stijl te ontwikkelen.'

Twee aparte categorieën
Volgens Slagter overschatten de voorstanders van Engelstalig hoger onderwijs de kennis van deze taal schromelijk. Bij hun studenten en henzelf. 'Je kan wel een diploma op niveau C2 hebben, maar in de praktijk valt het tegen. Niet voor niets heb je in de filosofie bij internationale debatwedstrijden, die veelal in het Engels worden gehouden, twee aparte categorieën: moedertaalsprekers en niet-moedertaalsprekers.'
Ook andere argumenten om het onderwijs Engelstalig te maken wijst hij af. Dat hoger onderwijsinstellingen buitenlandse studenten trekken die veel geld in het laatje brengen, vindt hij geen valide argument. 'Het Nederlands moet je koesteren. Het is een mooie taal die je niet zomaar moet weggeven. En helemaal niet zo klein als vaak wordt gedacht: het is de achtste grootste taal in de EU. Van de 24 officiële talen.'

Andere perspectieven
Slagter erkent wel dat buitenlandse studenten andere perspectieven in filosofische debatten in kunnen brengen. 'Maar wat heb je eraan als voor die studenten het Engels evenmin hun moedertaal is? Dan brengen ze hun gedachten ook gebrekkig onder woorden. Bovendien hebben wij studenten van verschillende leeftijden en met heel diverse achtergronden. Het is dus niet dat we tekort komen aan perspectieven.'
Van het argument dat Engelstalig opgeleide filosofen in de hele wereld aan de slag kunnen, is hij evenmin onder de indruk. 'De globalisering biedt kansen, zeker. Jongeren kunnen de hele wereld over zwerven. Maar in de praktijk gebeurt dat nauwelijks. Kijk naar de cijfers: 3 tot 4 procent van de Nederlandse jongeren gaat in het buitenland werken. De grote bulk werkt gewoon in een Nederlandstalige omgeving.'

Denken en jezelf uitdrukken
Zijn Slagters eerste filosofen die nu hun diploma krijgen, daarom beter dan bijvoorbeeld de studenten die in 2018 beginnen aan de eerste geheel Engelstalige bachelor filosofie aan de Vrij Universiteit in Amsterdam? 'Dat kun je niet zeggen. Academische filosofie is om te beginnen anders dan onze toegepaste filosofie. Ik denk wel dat onze studenten vaardigheden hebben geleerd die ze breed kunnen toepassen: denken én hun gedachten goed uitdrukken.'
(Eerder gepubliceerd op Taalunie:Bericht, okt 2017)

woensdag 11 oktober 2017

Interview Afrikaanse auteur Willem Anker over het Zuid-Afrika en Nederland (Boekblad)

De Zuid-Afrikaanse schrijver Willem Anker is deze week in Nederland ter gelegenheid van de Week van de Afrikaanse roman. Zijn met de Hertzogprijs bekroonde Buys verscheen eerder dit jaar in vertaling bij Podium. Hij kijkt zijn ogen uit in de Nederlandse boekhandels.

U bent sinds donderdag in Nederland. Heeft u een druk programma?
'Nogal. Elke dag heb ik wel iets. Vrijdag was de openingsavond van de Week van de Afrikaanse roman in Den Haag, zaterdag was ik in Culemborg, maandag in Utrecht op de universiteit, dinsdag in Schiermonnikoog en daarna heb ik nog optredens in België. Ik ben erg onder de indruk van wat Ingrid Glorie, die de week organiseert, allemaal voor elkaar heeft gekregen.'

Merkte u tot nu toe veel belangstelling voor Afrikaanse literatuur?
'Daar lijkt het wel op. Mensen in het publiek kennen namen als Breyten Breytenbach en Antjie Krog. Al gaan hun vragen heel snel over politieke kwesties. Over identiteit. Over anders-zijn.'

Maar de grote belangstelling had u wellicht verwacht – gezien de historische relaties tussen Nederland en Zuid-Afrika.
'Dat weet ik niet. Het is voor mij de eerste keer dat ik in het land ben waar mijn achternaam vandaan komt. Het is me wel opgevallen dat Podium veel Afrikaanse literatuur in vertaling brengt – heel mooi om daar nu tussen te staan. Dan moet er een markt voor zijn. Andersom is Nederlandse literatuur bij ons een stuk minder goed te vinden. In de winkel zul je hoogstens een of twee vertaalde boeken vinden. Als ik Nederlandse literatuur wil lezen moet ik naar de universiteitsbibliotheek in Stellenbosch, waar ik woon.'

Uw achternaam: wist u dat er in Nederland twee schrijvers zijn die Anker heten: Robert en Jan Willem Anker?
'Jazeker. Ik ken hun werk niet, maar ze zijn kennelijk erg bekend. Als ik op mijn eigen naam google kom ik steeds op Jan Willem Anker. Veel meer dan op mijn eigen naam. Een heel merkwaardige ervaring. In Zuid-Afrika is deze achternaam juist helemaal niet bekend. Ik moet hem vaak spellen aan de telefoon.'

En dan is er natuurlijk de verwantschap in taal. Wat merkt u daarvan?
'Bij de openingsavond sprak Christine Otten, die het gesprek leidde, Nederlands en de schrijvers Afrikaans, eentje zelfs Kaaps-Afrikaans. Een paar keer vroeg Otten aan de zaal of we moesten overstappen op Engels. Maar nee, het was geen probleem. In Culemborg konden we ook Afrikaans praten. Alleen op de universiteit gaf ik mijn lezing in het Engels en discussieerden we daarna ook in het Engels. Ik vind het goed dat dit mogelijk is. In de global village waar Engels zo dominant is, is het belangrijk dat andere talen levend blijven. Dan helpt het als talen zo nauw met elkaar contact hebben.'

Is het dan het summum voor een Afrikaanse schrijver om in het Nederlands te worden vertaald?
'Ik neem aan van wel. Ik weet dat veel schrijvers het bijzonder vinden. Er wordt daarnaast veel naar het Engels vertaald. Dat is ook belangrijk, al weet je nooit wat voor exposure je dan krijgt. Mijn roman verschijnt trouwens medio volgend jaar in het Engels bij Pushkin Press.'

Kunt u ook zelf de Nederlandse vertaling van uw roman lezen?
'Lezen wel, maar beoordelen of het ook goed gedaan is? Ik denk dat Rob van der Veer en Karina van Santen een geweldige prestatie hebben geleverd, maar ik vind het moeilijk om dat zélf te beoordelen. Het Nederlands en Afrikaans kennen al veel valse vrienden. Maar omdat mijn roman rond 1800 speelt, heb ik verouderde Afrikaanse woorden of zelfs Nederlandse woorden gebruikt, die bij ons vanzelf ouderwets klinken. De vertalers moesten daar Nederlandse equivalenten voor vinden. Ik kan bij de keuzes die ze hebben gemaakt, niet precies het register aanvoelen.'

Helpt het u om publiek voor uw boek te interesseren dat uw roman over een Nederlandse Afrikaan gaat: Coenraad de Buys, die leefde in de tijd dat Nederland zijn Afrikaanse kolonie verloor.
'O nee. Hij is zelfs niet eens zo bekend in Zuid-Afrika. Ja, in sommige delen van het land is hij een mythische figuur, maar hij wordt niet op school behandeld tijdens geschiedenisles. Ik denk daarom eerder dat hij juist staat voor iets groters: de mentaliteit van iemand die op de grens leeft. Wat hij meemaakte is hetzelfde als wat kolonisten in die tijd in Amerika meemaakte. Zo gaat Buys over vragen die in de hele wereld actueel is. Vragen als: van wie is het land eigenlijk? En hoe kunnen mensen met verschillende culturen met elkaar leven?'

Bent u tevreden over Podium als uitgever?
'Zeker. Het contact was vriendelijk en professioneel. Maar ik heb nog niet veel geschreven. Ik kan het eigenlijk niet vergelijken. Het boek ziet er in ieder geval schitterend uit. Maar dat geldt voor zo veel boeken in Nederland. In alle boekhandels die ik tot nu toe heb bezocht kwam ik in de verleiding om boeken te kopen die ik al heb. Ze zijn zo mooi.'

Bent u hier veel in boekhandels geweest?
'Ik doe in mijn vrije tijd niet anders dan boekhandels bezoeken. Zondag, toen ik vrij was, heb ik er heel wat in Amsterdam bezocht. En maandag nadat ik bij de universiteit klaar was, heb ik er drie of vier in Utrecht afgelopen. Schitterend om te zien dat je hier niet alleen grote stapels Stephen King en Dan Brown hebt, maar dat bijvoorbeeld filosofie een hele eigen sectie heeft.'

Is het zo armoedig in Zuid-Afrika?
'Er is bij ons een recessie. Veel boekhandels hebben het moeilijk. Er zijn in grote steden wel een aantal goede winkels, zoals Protea in Stellenbosch, maar het zijn er niet veel. Toen ik in de jaren 1990 naartoe verhuisde om er te studeren waren er meer boekhandels. De leescultuur is ook niet zo goed als in Nederland. Toch ben je als Afrikaanstalige schrijver in verhouding beter af dan als Engelstalige schrijver in Zuid-Afrika. Voor hen is het moeilijker, ook door internationale concurrentie, om goed op te vallen in boekhandels.'

Hoe goed heeft Buys – toch winnaar van dé literaire prijs in uw taalgebied – dan in Zuid-Afrika verkocht?
'Heel goed. Er is nu een derde druk op de markt. Hoeveel exemplaren bij elkaar in druk zijn, weet ik eigenlijk niet. Misschien een stuk of 5.000. Nou ja, vraag dat maar na bij mijn uitgever NB Uitgewers. Misschien overdrijf ik.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 4 okt)

zie ook:

maandag 9 oktober 2017

Ballon Media: doordachte groei met strips en kinderboeken (Boekblad)

Ballon Media lanceert dit najaar kinderboekenimprint Klavertje Vier. Het is een nieuwe loot van de uitgeverij die sinds de start in 2008 bijna is verdubbeld in omzet. 'Onze babyboekenreeks "Kleine stapjes" is straks in 71 talen te koop.'

Een nieuwe imprint in de markt zetten kost nogal wat. Alleen al het marketingbudget van upmarket kinderboekenfonds Klavertje Vier, dat Ballon Media dit najaar lanceert, bedraagt meer dan 100.000 euro, zo staat te lezen in de eerste aanbieding. Alle andere investeringen bij elkaar zijn daar een veelvoud aan. Dan wil een uitgever toch zeker weten dat de markt er daadwerkelijk is. En de risico's niet nog groter maken dan ze al zijn.'Natuurlijk hebben wij marktonderzoek gedaan', zegt uitgever Alexis Dragonetti. 'Daarom geloven wij dat de markt er is voor de bijzondere kinderboeken van Klavertje Vier die allemaal iets extra's zoals een 3D-doolhof hebben. Maar we publiceren eerst alleen aangekochte titels. Dan heb je in één keer een fonds. Met eigen auteurs ga je eerder een langjarig commitment aan. Dan is het logischer die stap voor stap in een goed draaiend fonds in te brengen.'
Groeien wil het bedrijf dus wel. Maar: gestaag – daar gelooft de 48-jarige eigenaar van Ballon Media in. 'Ik zeg intern: een berg beklim je niet een keer, maar stapje voor stapje in een bestendig tempo. Dat klinkt logisch, maar er wordt ongelooflijk vaak tegen gezondigd. Er zijn zoveel uitgevers die series en merken introduceren zonder te weten of er een markt voor is. Maar goed: elk zijn temperament. Ik ben zo niet. I'm a publisher, not a gambler. At least not a big one.'

De doordachte aanpak van Ballon Media heeft het bedrijf geen windeieren gelegd. Sinds Dragonetti de uitgeverij op 1 april 2008 oprichtte met een fusie van kinderboekenuitgeverij De Ballon (circa 6 miljoen omzet) en de Nederlandstalige divisie van de stripuitgeverijen van Média-Participations (circa 3 miljoen omzet), steeg de omzet naar 15,5 miljoen euro in 2016. Met een operationeel resultaat van 8 procent is het ook een gezond bedrijf.
'Er zijn een aantal parameters die ik goed in de gaten hou om de risico's zo klein mogelijk te houden', vertelt de uitgever. 'De verhouding tussen de verschillende fondsonderdelen. De verhouding tussen verkoop in het Nederlandse taalgebied en het buitenland. En de verhouding tussen eigen titels en uitgaven van anderen waarvoor wij marketing en sales doen. Een uitgeverij moet nooit helemaal afhankelijk zijn van één fonds of één klant. Opnieuw de logica zelve, maar lang niet iedereen houdt zich daaraan.'
Ballon Media kent twee fondsonderdelen: kinderboeken en strips. Onder de imprints Ballon Kids en Blloan Junior – beide massmarket labels voor een groot publiek – geeft het zo'n 150 nieuwe kinderboeken per jaar uit. Onder de imprints Ballon Comics en Blloan – voor familiestrips respectievelijk artistieke strips – verschijnen jaarlijks 200 nieuwe titels. De fondsen die Ballon Media verdeelt zijn bijna allemaal stripfondsen.
Dragonetti: 'De verhouding is daarmee momenteel nagenoeg precies fifty-fifty. Wij concentreren ons ook op twee productcategorieën. Kansen om andere fondsen te verdelen of uitgeverijen over te nemen heb ik laten lopen. Met meer categorieën versnippert de aandacht te veel. Voor elk fonds moet je immers aparte digitale strategieën ontwikkelen en nadenken hoe je buiten het boek om – maar wel het boek versterkend – kunt bestaan. Voor strips, waarvoor we met Standaard Uitgeverij het platform Yieha hebben, is dat al zó anders dan voor kinderboeken.'
Bovendien passen de fondsen goed bij elkaar. Als verkooppunten van strips al boeken verdelen, zijn dat vaak commerciële kinderboeken zoals van Ballon Media. Ook kan de content van het ene fonds makkelijk worden herverpakt. 'Dat staat nog in de kinderschoenen. Maar we komen nu met avi-boekjes van Jommeke, het vlaggenschip van de strips waarvan we jaarlijks bijna een miljoen exemplaren verkopen.'

De verhouding tussen verkoop in het Nederlandse taalgebied en het buitenland is 60-40. Ballon Media ziet België en Nederland als één markt, hoewel strips in de laatste een nichemarkt zijn en daarom een andere benadering vereist is. Anders dan veel Vlaamse uitgeverijen stuurt Ballon Media de marketing en sales in Nederland rechtstreeks vanuit Antwerpen aan. Van de zeven vertegenwoordigers bewerken er twee de Nederlandse markt – aangevuld met vier Vlamingen die elk een stuk Zuid-Nederland meepakken.
Maar vooral het buitenland is een groeimarkt voor kinderboeken. 'Wij zorgen ervoor dat onze uitgaven cultureel neutraal zijn, zodat je ze op verschillende markten zonder aanpassing kan verkopen', zegt Dragonetti. 'Dat is moeilijker dan het lijkt, maar we zijn er erg goed in geworden. Ik denk omdat we een Vlaams bedrijf zijn. Omdat onze thuismarkt zo klein is, moeten we in Vlaanderen altijd kijken naar de mogelijkheden over de grens.'
Inmiddels geeft Ballon Media onder eigen naam zelf uit in het Frans, Spaans en Italiaans – mét een goede partner voor marketing en sales, zoals Hachette in Frankrijk. 'We kijken per taalgebied wat de beste mogelijkheid is. Dit zijn grote taalgebieden, dan loont het de moeite. Voor andere landen kiezen we voor rechtenverkoop of uitgaven in co–productie. Zo verkochten we in Bologna onze babyboekenreeks "Kleine stapjes" aan het 71e taalgebied: Mongools.'

De verhouding tussen eigen titels en marketing en sales voor titels van derden is 67-33. De grootste klant is Média-Participations. Dat volgt rechtstreeks uit de ontstaansgeschiedenis van Ballon Media. Dragonetti kon negen jaar geleden alle Nederlandstalige rechten van uitgeverijen als Dupuis en Dargaud-Lombard – waar hij lange tijd directiefuncties vervulde – overnemen om de uitgaven met meer focus en dus meer rendement zelf te exploiteren.
Dragonetti: 'Om die reden is Média-Participations voor 20% eigenaar. Ik zelf heb 51%. Wij doen alles geheel zelfstandig: van de keuze welke Franse titels worden vertaald tot het bepalen van de oplage en papiersoort. Media-Participations zit in de raad van bestuur en kan zo van binnenuit zicht houden op hoe wij dat doen. Zo'n relatie is natuurlijk bestendiger dan een louter commercieel partnership, waarvan het contract altijd een einddatum heeft.'
En, niet onbelangrijk, het biedt Ballon Media mogelijkheden die een traditionele importeur nooit heeft. Dat bleek toen tekenaar Charel Cambré en scenarist Marc Legendre aan Dragonetti voorstelde om een nieuw deel te maken van de Franstalige reeks Robbedoes. Aangezien de uitgever al een overeenkomst had met Dupuis voor een lokale spin-off kon hij binnen dertig seconden, herinnerde het duo later, akkoord gaan. Eind mei verscheen zo – onder groot succes – deel 1 van de nieuwe reeks: Happy family.

Met de lancering van Klavertje Vier en toenemende exploitatie van titels over de grens ligt de nadruk van de groei bij de kinderboeken. In de stripmarkt, waarin Ballon Media uitsluitend Nederlandstalige titels uitgeeft, is dat niet zo makkelijk. 'Het is al jaren een stabiele markt', zegt Dragonetti daarover. 'Al moet je veel inspanningen verrichten om je te handhaven. Er is daarom wel grote dynamiek. Reeksen krijgen een restyling. Er worden succesvolle spin-offs gelanceerd, zoals onze Robbedoes.'
Ballon Media probeert ook strips levendig te houden door er een nieuwe beleving omheen te organiseren. Dit jaar opende op het station van Antwerpen Comics Station, een indoor pretpark rond populaire stripfiguren. Volgend jaar volgt het Internationale Stripfestival Antwerpen, dat tot een groot publieksevenement moet uitgroeien. Voor beide werkt Dragonetti samen met Standaard Uitgeverij. Bij elkaar hebben ze 85% van de markt. 'Een zegen, die concentratie', zegt hij. 'Anders zouden dit soort initiatieven onmogelijk zijn.'
Maar dat wil niet zeggen dat Ballon Media zich neerlegt bij de status quo. De uitgeverij hoopt veertig jaar na het debuut van De Kiekeboes – nog altijd de laatste familiestrip die doorbrak naar een groot publiek – een nieuw character te lanceren die een miljoenomzet kan bereiken. Hoe, daarover zegt de ook in dit opzicht voorzichtige Dragonetti niets over. Dat de uitgeverij de digitale mogelijkheden optimaal wil benutten laat hij echter duidelijk doorschemeren.
'En ja, dat kost ook wat. Dus dat moeten we heel goed voorbereiden. Zodra ik meer kan vertellen, hoort u van ons.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad magazine, sep 2017)

zondag 8 oktober 2017

Boek.be moet uitgeverij Egmont toelaten op Boekenbeurs (Boekblad)

Boek.be moet de aan Vlaams Belang gelieerde uitgeverij Egmont dit jaar een stand geven op de Boekenbeurs. Dat heeft de rechter in Antwerpen gisteren bepaald.

Boek.be overtreedt de antidiscriminatiewetgeving door deelname van Egmont systematisch te weigeren. De Groep Algemene Uitgevers, een van de drie ledenorganisaties van Boek.be, hoeft de uitgeverij niet toe te laten, wat Egmont automatisch recht op een stand zou geven. De rechter bevestigde dat GAU het recht heeft op grond van haar eigen statuten zelf te beslissen wie lid wordt en wie niet. Het probleem zit hem bij de niet-leden die een stand krijgen. Als kranten als De Morgen en ngo's als milieuorganisatie Natuurpunt een stand krijgen, dan kan die uitgeverij Egmont niet worden geweigerd. 
GAU-voorzitter Alexis Dragonetti noemt de uitspraak 'onwaarschijnlijk'. Er zijn geen reglementaire bepaling voor het toekennen van niet-leden als standhouder, legt hij uit, maar 'de facto zijn alle mediapartners, sponsors en ngo's betrokken bij de Boekenbeurs – in het geval van de laatste categorie bijvoorbeeld door het actief onder de aandacht brengen van het evenement bij haar leden. Als we dat criterium van de rechter niet zouden mogen hebben, zouden we in feite iedereen die daar om vraagt, een stand moeten geven. Dat is totaal absurd.'
Dat Egmont net als Natuurpunt de Boekenbeurs zou kunnen promoten bij haar leden, in dit geval die van Vlaams Belang, is volgens Dragonetti iets anders. 'De standpunten van Natuurpunt gaan over ecologie. Het is een boodschap van algemeen nut, het is geen politiek standpunt zoals Egmont. Alle andere politieke partijen zouden we evenmin een stand geven. Er is op de Boekenbeurs geen plaats voor politiek – alleen voor een inhoudelijk debat over een boek. Politici kunnen hun boek voorstellen, zoals ook gebeurt. Ook Vlaams Belang-voorzitter Tom van Grieken stond dit jaar al geprogrammeerd op een van de podia.'
Boek.be gaat daarom in hoger beroep tegen de uitspraak. Dit heeft echter geen opschortende werking, waardoor een dwangsom van 500.000 euro dreigt als Egmont vanaf de openingsavond op 28 oktober niet op de Boekenbeurs staat. 'Wij gaan het vonnis dus strikt uitvoeren. Het heeft helemaal geen zin om dat niet te doen. We willen we het debat ten gronde voeren. Dat is naar onze mening nu niet gebeurd, of in ieder geval niet genoeg.' Reden: de rechtszaak heeft versneld plaatsgevonden om de uitgeverij eventueel dit jaar nog een stand op de Boekenbeurs te geven.
Uitvoering van het vonnis stelt de Boekenbeurs-organisatie wel voor problemen. De plattegrond voor de editie-2017 is eind mei al vastgesteld. Uitgevers zijn sindsdien bezig met het ontwerpen en inrichten van hun stand. Dragonetti: 'Het grondplan moet nu zo snel mogelijk en eigenlijk vandaag nog opnieuw worden getekend. Een aantal uitgevers moeten mogelijk verhuizen.' Dat betekent ook dat de plattegronden die al zijn gedrukt, bijvoorbeeld voor de speciale bijlage van Knack, niet meer kloppen. 'Als het al is gedrukt, is er niets meer aan te doen. Maar op de Boekenbeurs moet een correct grondplan hangen.'
Het Vlaams Belang reageerde verheugd op de uitspraak. Van Grieken zei tegen diverse Vlaamse media: 'Gezond verstand zegeviert. De organisatoren verweten uitgeverij Egmont discriminatie zou propageren, maar nu heeft de rechtbank duidelijk gezegd dat Boek.be zelf de antidiscriminatiewet overtreedt.' Het is juist dat verwijt van discriminatie dat Dragonetti steekt. 'De advocaten van Egmont halen gewild en juridisch handig een aantal dingen door elkaar – de deelname aan de beurs als standhouder en de aanwezigheid van boeken – om aan te tonen dat wij discrimineren. Dat is niet zo.'
Ten eerste behandelt de GAU aanvragen van potentiële leden los van hun fondslijst. 'Egmont is geen uitgeverij, maar een instrument van het Vlaams Belang. Egmont en Vlaams Belang zijn op hetzelfde adres gevestigd, de dagvaarding komt van de juridische dienst van de partij en de bestuurders van de partij zijn actieve mandatarissen van het Vlaams Belang. Maar dit jaar hebben we wel Polemos toegelaten. Deze uitgeverij verspreid ook extreemrechts gedachtegoed, maar is wél een echte uitgeverij. Polemos heeft nu ook voor het eerst een stand op de Boekenbeurs.'

Ten tweede zijn de Egmont-boeken altijd welkom geweest op de beurs – via een stand van een boekhandel of verdeler. Zij deden dat niet omdat, volgens Egmont, niemand dat durfde. Dragonetti vindt dat echter onzin. 'Zij kruipen in een slachtofferrol, maar geloof me: de economische logica is altijd sterker dan de politieke logica. Geld wint het altijd van ideeën. Als die boeken ongelooflijk zouden verkopen, zouden Fnac, Standaard Boekhandel en anderen die echt neerleggen. En dan nog: ze zijn bij deze winkels gewoon te bestellen en staan ook op Boekenbank.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 4 okt)

zaterdag 7 oktober 2017

Aftellen naar 26 oktober: 'Wij hebben alles bij ons' van Arjen van Meijgaard

Nog maar een paar weken en dan is hij uit: de debuutroman van Arjen van Meijgaard. Wij hebben alles bij ons wordt op 26 oktober om 19.30 uur gepresenteerd bij Boekhandel Douwes in Den Haag. Het is het vierde deel van de Extazereeks van het literair tijdschrift Extaze, dat wordt uitgegeven door In de Knipscheer.

Wij hebben alles bij ons gaat over de problematische relatie tussen Victor en zijn vader, zo vat De uitgeverij op haar website samen. 'Na de scheiding van zijn ouders is de afstand tussen hem en zijn vader in dubbel opzicht groot geworden. Vader en zoon ontmoeten elkaar sporadisch, maar na een toevallige ontmoeting bij de tandarts worden de banden, zij het moeizaam, weer aangetrokken. Wanneer Victor zijn vader helpt verhuizen naar Portugal, komt de fragiele relatie tussen hen op scherp te staan. Drie dagen zijn ze aan elkaar overgeleverd in de benauwde cabine van een gammel busje. Victor kent de verhalen over zijn vader, veelal vrouwengeschiedenissen. Maar wie is die man werkelijk? En wat weet die man van hem? Langzaam wordt duidelijk dat ze meer op elkaar lijken dan Victor had gehoopt. Niet alleen door de gesprekken met zijn vader verliest hij grip op het leven, ook door zijn eigen buitenechtelijke affaire met Valerie, ooit zijn jeugdliefde. In een luchtige stijl worden de levens van beide mannen beschreven en reist de lezer mee op de zoektocht naar houvast en verklaringen.'

vrijdag 6 oktober 2017

Interview Thijs Goverde over het belang van de Kinderboekenweek voor zijn inkomen (Boekblad)

Voor Thijs Goverde is de Kinderboekenweek misschien wel de belangrijkste periode van het jaar. Dán verdient hij zijn geld. Dit jaar treedt hij op met zijn in augustus verschenen boek: De steen van de schimmen (Ploegsma). Het is deel twee in de serie ‘Jorrik de Ork’, die bestaat uit boeken én een live action role-playing game (larp). Het idee was vorig jaar aanleiding om van uitgever te wisselen.

Kijk je uit naar de Kinderboekenweek?
‘Jazeker. Het is wel een periode van heel hard werken. Ik ben – vanaf vandaag – alle dagen weg en heb soms vijf optredens van een uur op een dag: van ’s ochtends vroeg in Ede tot ’s avonds laat nog eens in Arnhem voor ouders. En dan lees ik niet alleen voor, ik ga aan de slag met een toneelstukje, zwaardvechten of wat dan ook. Alleen op donderdag 5 oktober heb ik vrij.’

Want dan staken de leraren op de basisschool.
‘Precies. Eerlijk gezegd komt me dat wel goed uit, omdat het té druk is. Bijna al mijn optredens zijn op scholen. Daar zit de grote doelgroep. Allemaal voor de leesbevordering’

Hebben de optredens geen commercieel nut?
‘O, zeker wel. Het wordt altijd enorm gewaardeerd door mijn uitgever dat ik mijn neus vaak op scholen laat zien. Dat is terug te zien in de verkoop. En de optredens zelf zijn financieel gezien belangrijk. Er zijn onder de auteurs die van de schrijverij kunnen leven grofweg drie categorieën: zij die het moeten hebben van optredens, zij die veel verkopen en zij die de prijzen winnen en de subsidies binnenhalen. Ik behoor tot de eerste categorie.’

Betekent dat dat je zo veel mogelijk optreedt? En komt het schrijven zelf dan niet in het gedrang?
‘Ik ben zo’n veertig, vijftig dagen per jaar weg. Dat valt mee. Ik doe het ook graag. Ik kan niet zeggen dat optreden secundair is naast het schrijven. Het is allebei: iets maken. Optreden is geweldig, maar als het voorbij is, is het spijtig genoeg weg. En schrijven is moeilijk en saai, maar als het af is, heb je iets tastbaars dat blijft. Daar komt bij dat ik zoals alle schrijvers ik een gemankeerd ego heb. Indirecte feedback via verkoopcijfers of af en toe een recensie is mij niet genoeg. Ik heb het nodig om af en toe aangestaard en bewonderd te worden.’

Heb je een uitgever nodig om de optredens te regelen?
‘De uitgeverij doet erg zijn best. Ze zorgen voor flyers die ik kan signeren, en een banner met mijn hoofd of mijn laatste boek die ik achter me kan uitvouwen. Ze zetten ook in hun folders: nodig hem uit. Maar de meeste optredens krijg je omdat de bibliotheek een plaats verderop zegt: die Goverde is leuk. Of omdat De Schrijverscentrale van de scholen en organisaties bij wie ik ben geweest hoort dat het leuk was. Als dan iemand belt voor Paul van Loon en die kan niet, wijzen ze op mij.’

Wat maakt jouw optredens leuk?
‘Ik maak een hele cabareteske act rond een personage uit mijn boek. Dat werkt heel goed. En dat moet ook wel. Schrijvers die niet minstens met een accordeon op pad gaan, worden niet meer uitgenodigd.’

En wat doe je dit jaar?
‘Dit jaar concentreer ik me op Jorrik de ork. Het hangt af van de klas wat ik precies doe. Kennen ze het personage nog niet, dan lees ik voor uit deel 1: Jorrik de Ork, dat vorig jaar verscheen. Heeft de juf die als voorbereiding op mijn bezoek voorgelezen, dan lees ik voor uit deel 2. Het komt mooi uit deze serie goed rijmt met het thema van de Kinderboekenweek: griezelen. Ploegsma heeft het omslag van deel 2 ook van mooi griezelig omslag voorzien. Alle lof voor de illustrator.’

Deze serie hoort bij een larp. Hoe is dat ontstaan?
‘Een vriend van mij organiseert larps en vroeg mij of ik een kinder-larp kon maken. Ik bedacht gelijk dat ik ook boeken rond deze verhalen wilde maken. Ik dacht dat larp en boeken elkaar kunnen kruisbestuiven. Dat gebeurt nu ook: kinderen die het boek hebben gelezen komen naar de larp – vier keer per jaar een uitgebreide middag, waar ze orks kunnen meppen, maar ook zelf smeden, kruiden zoeken, vuurtje stoken, kortom: buiten zijn. Zo loopt ook leesbevordering hand in hand met het bevorderen van buiten spelen.’

Zag je uitgeverij meteen de commerciële potentie van de combinatie boek en larp?
‘Ik zat toen nog bij Holland. Daar reageerden ze met scepsis: wordt het dan een boek of een soort handleiding bij de larp? Dat was toen de aanleiding om bij hen te vertrekken. Er werken daar fantastische mensen. Ik heb ook twintig jaar bij hen uitgegeven. Maar de laatste vijf jaar liep het niet meer zo lekker. Er werd steeds over mijn ideeën of over de uiteindelijke boeken gezegd: mwah. Dat is fnuikend. Ik wilde dat niet meer. Ploegsma zag het idee wel meteen helemaal zitten.

Merkwaardig dat Holland zo’n kans laat liggen.
‘Dat zou je kunnen zeggen. Aan de andere kant was het ook heel fijn dat Holland zich nooit laat leiden door commerciële overwegingen. Dat heeft me ook veel ruimte gegeven in de jaren dat zij mijn werk uitgaven.’

Hoe lang ga je nog door met de combinatie larp-boek?
‘Dat durf ik niet te voorspellen. Twee jaar? Vijf jaar? Tien jaar? Ik heb nog veel ideeën, ook voor ander soort boeken: young adult, een graphic novel. Het lijkt me mooi dat kinderen als ze klein zijn over Jorrik de Ork lezen en als ze groot zijn diezelfde wereld door andere ogen bekijken. Maar het is veel werk, omdat je ook iedere keer de plots voor de larp moet schrijven, contacten onderhouden met de figuranten, zorgen voor bouwwerken enzovoort. Dat gaat me niet in de koude kleren zitten.’

Merk je bij Ploegsma, onderdeel van WPG, iets van het conflict bij zusteruitgeverij Querido Kind?
‘Daarvoor sta ik er te ver van af. Ik neem aan dat als de redacteuren weg gaan, ze daar goede redenen voor hebben – al is het vreemd om me te realiseren dat ik zélf altijd naar de Wibautstraat ga en de reden voor hun vertrek is dat ze niet daarheen willen verhuizen. Ik begrijp in ieder geval mijn collega’s heel goed dat zij weg willen als het team opstapt. WPG of Singel, dát maakt schrijvers niets uit. Het gaat om de goede band die je hebt met je uitgever en je redacteur.’

Merk je dan ook geen verschil tussen het zelfstandige Holland en concernuitgeverij Ploegsma?
‘Eigenlijk niet. Nogmaals: het gaat alleen om hoe de mensen met wie je werkt met je geesteskind omgaan. Dat zit in kleine dingen. Als ze bij wijze van spreken tien seconden aarzelen, kun je al denken: met deze mensen wil ik nooit meer te maken hebben. Dat is veel belangrijker dan concernpolitiek. Waar ik me dan ook nooit zo voor heb geïnteresseerd.’

maandag 2 oktober 2017

Interview: Janneke Schotveld over haar schrijverschap en het Kinderboekenweekgeschenk (Boekblad)

Ze schoot meteen in de stress. Alleen al de oplage van het kinderboekenweekgeschenk. Gaan straks zó veel kinderen een boek van haar lezen? Toen CPNB-directeur Eppo van Nispen na een lang betoog eindelijk besloot met de – op dat moment voor Janneke Schotveld nog steeds verrassende – vraag of de auteur van Superjuffie het geschenk 2017 wilde schrijven, begonnen haar knieën te knikken. 'Ik dacht als eerste: jamaar straks krijg ik een writer's block! Ik kan er niets aan doen, zo ben ik. Maar natuurlijk zei ik onmiddellijk ja.'
De erkenning is domweg te groot om te weigeren. Het kinderboekenweekgeschenk mogen schrijven, dan tel je écht mee als kinderboekenauteur. 'Ik krijg, als populair schrijfster, zat erkenning van kinderen en juffen. Van boekhandelaren ook. Ik heb daar niets over te klagen. Maar dat je voor zoiets wordt gevraagd, is iets extra's. Er spreekt een enorm vertrouwen in mij uit dat ze 300.000 exemplaren van mijn werk drukken. Dat ze denken dat er zo veel lezers voor zijn. Geweldig.'
En een writer's block kreeg ze natuurlijk niet. Schotveld had een paar dagen nodig om van de schrik te bekomen, maar greep toen in haar stapel losse ideeën naar de kattensoep – het idee dat er van verdwenen katten mogelijk een soep wordt getrokken. 'Ik ben daar omheen gaan werken: personages bedenken, plot uitdenken. Toen heb ik net zo lang doorgewerkt als kon. De drukker moest het bijna zelf komen halen, zo lang bleef ik schaven. Ik heb op Kattensoep extra mijn best gedaan om er een echt boek van mij van te maken.'

De rest van het interview is te lezen in de – ook voor niet-abonnees – gratis toegankelijke special over kinderboeken van Boekblad. Zie hier.