woensdag 10 juni 2015

Een lofzang op 'Een handvol sneeuw' van Jenny Erpenbeck bij haar nominatie voor de Europese Literatuurprijs 2015

De jury onder leiding van Margot Dijkgraaf onthulde gisterenavond in Spui25 te Amsterdam de shortlist van de Europese Literatuurprijs 2015. Mij was gevraagd om een laudatio te houden voor Een handvol sneeuw van de Duitse schrijfster Jenny Erpenbeck. 

****

Er was een tijd dat ik verkondigde dat het een wonder was dat ik ook vandaag weer had overleefd. Als je erover nadenkt, kun je op zo veel manieren sterven. En toch. Ik was niet geschept door een dronken bestuurder. Ik had geen hartaanval gekregen. Er was geen vliegtuig neergestort op mijn studentenkamer waar ik ze zo laag kon horen overkomen. Het was mogelijk dat de afgelopen uren de eerste fatale celdeling had plaatsgevonden, maar dat liet onverlet dat ik in ieder geval vandaag had overleefd. 
Zou Jenny Erpenbeck ooit een soortgelijke gedachte hebben gehad? vroeg ik me af toen ik Een handvol sneeuw las. In deze melancholische en poëtische roman beschrijft zij het leven van een vrouw, gebaseerd op dat van haar grootmoeder, de schrijfster Hedda Zinner – een leven dat herhaaldelijk wordt afgebroken door de dood. Ze sterft als baby van acht maanden in Galicië. Ze pleegt zelfmoord als tiener in het door hongersnood geplaagde Wenen van vlak na de Eerste Wereldoorlog. Ze graaft, ergens nabij een goelag, haar eigen graf. Ze valt van de trap als gevierd DDR-schrijfster. Ze blaast een dag na haar negentigste verjaardag haar laatste adem uit in een bejaardentehuis in het eengemaakte Duitsland. Steeds schetst Erpenbeck hoe de omgeving reageert op haar overlijden en, kort of lang, wat er daarna gebeurt, om vervolgens de levensbeschrijving te hernemen. Wat als de vrouw niet was overleden, hoe zou haar leven dan verder zijn gegaan? Wat als de ouders van de baby een handvol sneeuw van de vensterbank hadden gegrist en onder het hemd van het kind hadden gestopt, waardoor het hart weer was gaan kloppen? "Het meisje" – ik citeer de fraaie vertaling van Elly Schippers –

"zou aan de hand van haar moeder hebben leren lopen, haar eerste weg: van de kast naar de kist; haar overgrootmoeder zou haar haar hebben gevlochten en er een liedje bij hebben gezongen: over een man die van een oude lap een jas maakt, van de jas als hij versleten is een vest, van het vest als het versleten is een das, van de das als hij versleten is een pet, van de pet als hij versleten is een knoop en van de knoop niks niemendal, maar van niks niemendal tot slot dit liedje, dan zouden de vlechten klaar geweest zijn; de grootmoeder zou voor het meisje snoep uit de winkel of zelfgebakken challe hebben meegebracht."

En zo verder, tot het meisje opnieuw op een punt komt dat ze niet doorleeft, maar sterft.
Voor mij was de gedachte aan het wonder van door te gaan met leven weinig meer dan een bezwering van mijn angst voor de dood. Voor Jenny Erpenbeck is de schitterende vorm die ze voor haar verhaal heeft gevonden het startpunt van een diepgravend onderzoek naar de vraag waardoor ons leven wordt gestuurd. Iedereen wordt geboren op een te fixeren plaats en tijd in de geschiedenis. Staat onze levensloop daarmee vast? Of zijn we evengoed speelbal van het toeval? Kunnen we zelf misschien invloed uitoefenen op ons lot? In hoeverre werken de keuzes die we ooit op goede gronden maakten, door als de omstandigheden, soms vele decennia later, volkomen zijn veranderd?
"De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen," luidt – naar Job 1:20-21 – de eerste zin van Een handvol sneeuw. Met andere woorden: ons leven wordt gestuurd door goddelijk ingrijpen. Maar Erpenbeck maakt duidelijk dat die visie, zo dominant aan het begin van de twintigste eeuw, wanneer een oude vrouw hem verwoordt, een te eenvoudige verklaring biedt. Het zijn voortdurend mensen die ons lot bepalen. Mensen die deelnemen aan een pogrom. Mensen die besluiten de tragische gevolgen daarvan te verzwijgen voor hun nabestaanden. Mensen die een totalitair systeem als de Sovjet-Unie in stand houden. Maar ook de mensen die wijzelf zijn. Want als de vrouw ergens in de jaren zestig van de trap valt, is dat geen noodlottig ongeval, maar een onoplettendheid van de vrouw die zich daar bovendien – in dat korte moment van haar val – een beetje voor schaamt.
Het zijn onze medemensen en wijzelf die ons leven bepalen. Maar hóé de daden van zo veel miljoenen invloed uitoefenen op dat leven, valt nooit te voorspellen. Een leven kan iedere dag een volkomen onverwachte wending krijgen. Ook dat toont Een handvol sneeuw. Er staat, na onze geboorte, maar een ding vast: er komt een moment, met een te fixeren plaats en tijdstip, dat we sterven. Erpenbeck illustreert dat heel mooi door de verschillende plekken waarop haar hoofdpersoon het leven laat, zo precies mogelijk te benoemen. Opnieuw in de vertaling van Elly Schippers:

"Op een dag in de zomer van 1941 heeft ze haar pikhouweel op een bepaalde plek in de aarde geslagen en is ze begonnen haar eigen graf te graven, natuurlijk zonder te weten dat uitgerekend die plaats op het oneindige aardoppervlak haar woning voor de eeuwige winter zou worden. 45.61404 graden noorderbreedte en 70.75195 oosterlengte zouden de mensen die verder anonieme plaats noemen waar ze op een dag in de zomer bij veertig graden hitte haar pikhouweel in het droge zand slaat, gras, kleine insecten en stof vliegen in het rond, tot op grote diepte is de aarde hier kurkdroog."

Het is slechts een van de vele ontroerende passages van deze even intelligente en diepzinnige als lyrische roman, die alleen maar kan worden omschreven als een meesterwerk dat hopelijk nog wordt gelezen als wij allemaal ten onder zijn gegaan aan een dronken bestuurder, een hartaanval of een voortwoekerende celdeling.

dinsdag 9 juni 2015

Dimitri Verhulst herschrijft de bloedige Bijbel (Knack)

In februari 2016 in de boekhandel: Bloedboek van Dimitri Verhulst, waarin de Vlaamse schrijver de eerste vijf boeken van de Bijbel in eigen woorden navertelt.

De Bijbel navertellen is een mode die ooit begonnen moet zijn toen de inhoud op het eerste concilie van Nicea in 325 definitief werd vastgesteld en die sindsdien nooit is geluwd. Sinds 2012 publiceert Guus Kuijer De Bijbel voor ongelovigen, waarvan deel 2 vorig jaar de shortlist van de AKO Literatuurprijs haalde. In september komt alweer het vierde deel uit, dat het verhaal van koning David bevat. Vorig jaar kwam ook de minder persoonlijke Bijbel in gewone taal op de markt. Iets langer geleden publiceerde Martin Michael Driessen Vader van God.
Nu wordt het oeroude verhaal 'opnieuw ontsloten in de mooiste taal die het zich kan wensen, die van Dimitri Verhulst', aldus de najaarsaanbieding van uitgeverij Atlas Contact. De auteur beperkt zich daarbij tot Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium die samen 'het verhaal [bevatten] van de schepping, de geschiedenis van het Joodse volk, de aankomst in het beloofde land en de vorming van de wetten die het fundament vormen onder de tien geboden.'
De titel Bloedboek doet vermoeden dat Verhulst vooral oog zal hebben voor de aanhoudende keten van moord en doodslag in de oudste Bijbelverhalen. Het boek kan daarmee een pendant zijn van Godverdomse dagen op een godverdomse bol, waarin hij de wereldgeschiedenis navertelt als één lange litanie van ellende. Het citaat in de catalogus onderstreept die gedachte:
'Indien er effenaf niks was in het begin, dan ook geen toekomst. Dus was er God, van wie niemand weet en weten zal van waar die zelf dan komt, hij had uit al dat niks gewoon zichzelf gemaakt, vraag niet hoe, vraag niet waarom, en die nadien, om zijn status te verdienen uit zijn krammen had te schieten en te scheppen, om te beginnen met de hele hemel en een ietepetieterige jammerbol, waarop vooralsnog geen sprietje onkruid stond.'
Het is niet de eerste keer dat Verhulst zich stort op Bijbelse materie. De intrede van Christus in Brussel (2011) beschrijft hoe iedereen zijn leven betert als ze bij geruchte vernemen dat de wederkomst van de Messias aanstaande is – een roman waar Verhulst later ontevreden over zei te zijn. De zeven laatste zinnen (2010) zijn zeven korte verhalen gebaseerd op de laatste woorden van Christus aan het kruis, naar het gelijknamige stuk van Joseph Haydn.
(Eerder gepubliceerd in Knack.be, 9 jun)

UPDATE: zie hier een interview met Verhulst over dit boek

Zie ook:

maandag 8 juni 2015

Bij het in ontvangst nemen van het eerste exemplaar van 'De bekentenissen van Petrus' van Jeroen Windmeijer

Dit verhaal, die ik zondagmiddag alleen in steekwoorden op een kladje had genoteerd, sprak ik gisteren uit bij de presentatie van De bekentenissen van Petrus van Jeroen Windmeijer. Mij was de eer gegund om in boekhandel De Kler het eerste exemplaar van zijn debuut, een literaire thriller in de stijl van Dan Brown, in ontvangst te nemen.

"Leiden kent vele tradities rond 3 oktober. De optocht, het uitdelen van haring en wittebrood, het reveille, de herdenkingsdienst in de Pieterskerk, het groot lunapark – een mooie negentiende-eeuwse omschrijving voor kermis. Toch ontbreekt er een traditie: een speciaal geschreven boek, waarvan het verhaal zich afspeelt tegen de achtergrond van Leidens eigen nationale feestdag.
Dat is helemaal geen uitzonderlijk idee. Nijmegen kent al sinds 2008 de vierdaagsethriller. Dit jaar verschijnt bij de lokale uitgeverij Logikos al het achtste boek in een reeks spannende verhalen die de vierdaagse en de stad als decor hebben. Hoewel? Achtste? Sinds 2013 verschijnen er ieder jaar zelfs twee vierdaagsethrillers omdat de initiatiefnemers ruzie hebben gekregen en ieder voor zich de reeks voortzet. Maar dat is een ander verhaal. Een thriller op zich.
Het lijkt mij, als boekenliefhebber en bewoner van de prachtige Sleutelstad, in ieder geval een uitstekend idee als iemand in Leiden deze traditie overneemt. De lokale uitgeverij Primavera Pers? Met De bekentenissen van Petrus – waarvan ik vorige week al een drukproef mocht lezen – hebben ze al het perfecte eerste deel van deze nieuwe traditie in hun fonds.
Dat het debuut van Jeroen Windmeijer zich in Leiden afspeelt is een van de leukste aspecten van zijn boek. Vanaf het eerste begin kun je de tocht van Peter en Judith, de twee hoofdpersonen, door de overvolle stad helemaal volgen. Het begint op de faculteit van archeologie. Daarna reist het duo naar de opgravingen in Roomburg, waar een bijzonder kistje is gevonden, dat de potentie heeft om de geschiedenis van de rooms-katholieke kerk op zijn kop te zetten.
En zo gaat het verder. De Boerhaavelaan. Het AZL – zoals het LUMC nog heette in 1996, het jaar waarin het boek zich afspeelt. En dan het centrum in: naar De Burcht, de Koornbrug, de Pieterskerk, de Hortus en dan weer naar Roomburg. De auteur beschrijft het allemaal minutieus.
Mooi is ook hoe hij het feestgewoel en de allengs grotere dronkenschap van de feestvierders een logische plaats geeft in het verhaal. Een keer slaagt Judith erin haar belager – lid van de geheime orde die achter hen aan zit – van zich af te schudden door te doen alsof hij een ex is die haar lastig blijft vallen. Omstanders grijpen onmiddellijk in.
Er valt nog veel meer lof over dit boek te zingen. Over de vaart waarmee het is geschreven, bijvoorbeeld. De vakkundig opgebouwde spanning: ieder hoofdstuk eindigt met een cliffhanger. De ingenieuze wijze waarop de Leidse en Bijbelse geschiedenis in elkaar is vervlochten. De intrigerende theorieën over de eerste christenen en het ontstaan van de kerk. Of de natuurlijk manier waarop de auteur twee verschillende manieren om te geloven tegenover elkaar zet, waardoor je zijn boek ook op een heel ander niveau kunt lezen.
Maar ik wil niet te veel verklappen. En het is natuurlijk veel beter als u het boek nu zelf aanschaft, het de auteur laat signeren, en u uzelf overtuigt van de kwaliteiten van De bekentenissen van Petrus.
Ook ik zal, nu ik het boek in zijn uiteindelijke vorm bezit, het boek herlezen. Ik zal daarbij op één ding scherp letten. In de drukproef kwam ik tegen: 'Leids ontzet' in plaats van 'Leidens ontzet'. Dat zal hopelijk verbeterd zijn. Als De bekentenissen van Petrus inderdaad het begin van een lange traditie van 3 oktoberthrillers wordt, kan het onmogelijk deze blunder bevatten."

Zie ook:
En ander Leidse boekennieuws:

zaterdag 6 juni 2015

Interview Marion Pauw: Liever geen e-boeken uitlenen via de bibliotheek (Bibliotheekblad)

De auteur van het geschenkboek voor de Maand van het Spannende Boek is een enorme fan van de openbare bibliotheek. Maar dat ze haar boeken ook digitaal uitlenen wil Marion Pauw niet. Een gesprek over koffiecorners, ooggetuige zijn en bibliotheken.

Rechercheur Plessen krijgt de automatenkoffie op het politiebureau niet doorgeslikt. Dus bespreekt ze de verkrachtingszaak met haar collega Verveer bij Starbucks. 's Ochtends tussen expatvrouwen met kinderwagens, 's middags tussen scholieren achter zoete ijsdrankjes op koffiebasis. Voor Plessen is de vier euro voor een mokka frappuccino 'iedere calorie waard', Verveer drinkt uit protest tegen zo veel geldverspilling liever een gratis glaasje water.
Toch is het toeval dat Marion Pauw – schepper van de twee rechercheurs – bij de Starbucks in Amsterdam-Zuid wil afspreken. Ze is zo druk met een nieuwe thriller dat ze vergeten was dat ze in Grijs gebied schreef over de Amerikaanse koffieketen. 'Ik kom hier ook niet zo vaak. Maar het is wel prettig dat hier zo lawaaierig is. Heb je niet zo het gevoel dat iedereen meeluistert. Hoewel? Als mensen meeluisteren tijdens een interview werkt dat misschien als filter voor wat je vertelt.'
En: deze Starbucks is dichtbij huis. Hooguit drie minuten fietsen. 'De centrale van de OBA is een geweldige plek', zegt ze bij een triple soy latte. 'Je kan daar lekker zitten, er zijn gratis tijdschriften, goede koffie. Maar: te ver weg. Dichterbij heb je het filiaal aan de Roelof Hartplein. Daar kun je tegenwoordig ook koffie krijgen, geloof ik. Het is goed dat bibliotheken de verblijfsfunctie hebben toegevoegd. Maar voor mij moet het echt in de buurt zijn.'

Pauw is pas de tiende Nederlandse auteur van het geschenkboek van de Maand van het Spannende Boek, die in 1989 werd bedacht. Ze publiceerde sinds haar debuut Villa Serena in 2005 met veel succes zes thrillers en een roman. Ze won in 2009 de Gouden Strop voor Daglicht. 'Ik snap daarom dat de CPNB aan mij dacht, maar ik was toch heel verrast. Ik dacht dat ze in het najaar iemand benaderen. Dat bleken ze al in juni te doen. Ik ben er wel ontzettend blij mee. Het is een grote eer.'
Grijs gebied gaat over een getuige van een gewelddadige aanslag op een jonge vrouw. De 63-jarige Albert is als buschauffeur gewend zich gedeisd te houden. Vooral geen agressie oproepen! Maar dat hij, 's nachts gezeten op zijn balkon, niet eens de politie belt, zit hem niet lekker. Zeker niet omdat een veel jongere voorbijganger wél ingrijpt en zo erger voorkomt. En al helemaal niet als blijkt dat de rechercheurs het verdacht vinden dat hij zich achteraf wel meldt als getuige. Wat moet Albert doen?
'Toen ik werd gevraagd, had ik geen idee. Vlak daarna hoorde ik een verhaal van een jonge vrouw die onder hetzelfde viaduct is aangerand – en dat iemand op het balkon daartegenover het had gezien. Dat vond ik zó fascinerend. Een zoektocht naar een dader is al zo vaak beschreven, maar het dilemma van zo'n getuige, die alleen maar blijf keken. Dat idee begon echt te leven. Tijdens het schrijven maakte ik het nog pijnlijker: een oude sukkel versus een jonge man die wel wat doet.'
Pauw concentreert zich in thrillers als Daglicht (2008) en Hemelen (2014) en haar binnenkort te verschijnen We moeten je iets vertellen op de karaktertekening van haar personages. Het 'puzzeltje', zoals ze het noemt, vindt ze minder boeiend. Ook in Grijs gebied staat het effect van de dramatische gebeurtenis op Albert centraal. 'Toch zit dit boek door de lengte – 25.000 woorden, ongeveer een derde zo lang als mijn thrillers – strakker op het plot. Het verhaal is actiematiger.'

Het krankzinnigste is dat Pauw een week voor het interview zélf getuige was van een misdrijf. Vanuit de auto zag ze hoe iemand in Amsterdam-Zuid in elkaar werd geslagen. Ze draaide haar raampje open om tegen een andere bestuurder te zeggen dat ze de politie ging bellen. Het was té heftig. Maar de jongen zag dat en kwam op haar af. 'Ik wilde meteen achteruit rijden. In een reflex haalde ik mijn voet van de koppeling. De motor slaat af en ik krijg mijn raampje niet meer omhoog.'
Ze raakt nog steeds geëmotioneerd van de gebeurtenissen die eindigden met een flinke klap in haar gezicht. 'Ik zit al jaren op kickboksen. Ik kan écht hard slaan. Maar op dat moment was dat helemaal weg. Ik zat ook lager. En vast, in de autogordel. Toen ik vlak daarna de hoek omreed, zag ik pas dat ik in mijn broek had geplast. Had ik helemaal niet door gehad. Dat zijn details die ik had moeten weten vóór ik Grijs gebied schreef. Fucking briljant. Die had ik zeker gebruikt.'

Pauw kent de openbare bibliotheek vooral als kind. Op haar dertiende verhuisde ze naar Putten. Ze kende daar niemand, vond moeilijk aansluiting en zat toen iedere avond op haar zolderkamer te lezen. 'Ik was een heel trouwe klant. Las vier, vijf boeken per week. Omdat ik net was overgestapt van young adult naar literatuur voor volwassenen vond ik er in al die jaren genoeg wat me interesseerde. Geen thrillers. Die lees ik gek genoeg nog steeds heel weinig.'
Toen ze ging studeren was het afgelopen. 'Ik feestte veel. Opeens had ik wél vrienden', lacht ze. Daarna is het er nooit meer van gekomen. 'Ik koop nu zo veel mogelijk, ook om schrijvers te ondersteunen. Nee, de leengelden wegen niet op tegen wat je verdient met verkoop. Ik heb net mijn jaarlijkse royaltystatement binnengekregen: de leengelden waren vorig jaar acht procent van mijn omzet. Toch mooi, maar niet meer dan dat. Vakantiegeld, dat is het.'
En nu we het toch over schrijversinkomsten hebben: Pauw wil niet dat bibliotheken haar werk als e-boek uitlenen. 'Ik snap wel dat bibliotheken dat willen, maar voor schrijvers is het ongunstig. Met papieren boeken is er nog verschil tussen een boek alleen maar lezen en een boek in de kast willen hebben. In dat laatste geval koop je hem. Maar digitaal is er geen verschil tussen lenen of kopen. Wie gaat er fijn een overzicht van zijn gekochte e-boeken op zijn iPad bekijken?'
Toch staan Daglicht en De wilden (2013) momenteel in de digitale bibliotheek. 'Goed dat je het zegt. Ik ga kijken of ik die toestemming kan intrekken. Ik heb al genoeg last van illegale downloads. Ik schat dat die me twintig tot dertig procent van mijn totale omzet kosten.'

Dat neemt allemaal niet weg dat Pauw 'enorme fan' van de openbare bibliotheek is. Bibliotheken, redeneert ze, 'maken lezen toegankelijk voor een groot publiek. Het is onzin dat je alle boeken zou moeten kopen. Zeker als je een veellezer bent of als je jong bent en dus weinig geld hebt om boeken te kopen. Het is echt jammer dat jongeren steeds minder lezen. Mijn eigen kinderen ook niet. En zelf heb ik trouwens ook alleen nog maar tijdens vakanties de rust voor een boek.'
Niet dat bibliotheken het lezen daadwerkelijk kunnen bevorderen. 'Het effectiefste middel daarvoor zijn megasellers als Komt een vrouw bij de dokter of Vijftig tinten grijs. Mensen die in geen tien jaar meer hebben gelezen of het misschien nooit hebben gedaan, raken door zulke successen geïntrigeerd. Zo maken zij kennis met boeken. Ik denk dat bibliotheken vooral worden bezocht door mensen die al lezen. Niemand denkt: laat ik een nieuwe hobby beginnen, laat ik gaan lezen en naar de bieb gaan.'
Pauw ontmoet die lezers tijdens de vele optredens in bibliotheken die ze heeft gedaan. 'De ene bibliotheek is de andere niet. Sommige doen het goed: organiseren veel, voeren goed promotie, hebben een groot, trouw publiek. Dat zie je vaak meteen als je binnenkomt. Bibliotheken zijn echt niet de minderen van boekhandels. Ook bij hen hangt het af van de mensen die er zitten. Overal waar ik kwam, waren ze ontzettend aardig, heel gastvrij en attent.'
Daarbij: bibliotheken zijn merkbaar moderner geworden sinds ze in de jaren tachtig in die van Putten kwam. 'Niet alleen hoe ze eruit zien, maar ook door toevoeging van allerlei functies. Overal is nu een koffiecorner met een tafel met tijdschriften en een aparte ruimte voor tijdschriften. Het is zonde dat ze dan toch worden wegbezuinigd omdat mensen minder lezen.'

Zie ook:

donderdag 4 juni 2015

Elly's Choice biedt abonnees meer keuze en start meer samenwerkingen

Abonnees van Elly's Choice krijgen vanaf vandaag een gevarieerder aanbod. Ook gaat de e-boekabonnementenservice breder samenwerken met partijen als RTL, ANWB en een aantal tijdschriften.

Sinds maandagochtend krijgen abonnees niet langer tien, maar vijf vaste titels iedere maand. Daarnaast krijgen ze de keuze uit een pakket van nog eens vijf titels. Er zijn drie pakketten: één met aanbod gericht op vrouwelijke lezers, één met aanbod gericht op mannelijke lezers en één met een literair aanbod. De prijs blijft 2,99 euro per maand voor tien boeken (bij afname van een jaarabonnement). Klanten kunnen daarnaast binnenkort ook extra pakketten bestellen. De prijs daarvan is 1,99 euro per maand voor vijf boeken (ook uitsluitend bij afname van een jaarabonnement).
De vijf maandelijkse titels zijn van breed geliefde auteurs van het niveau Herman Koch, vertelt Elly's Choice-eigenaar Boudewijn Jansen. Deze maand zijn het bijvoorbeeld Greame Simsion, Elle van Rijn en Rachel Joyce. Het 'mannenpakket' bevat bijvoorbeeld een boek over autocoureur Michael Schumacher of het true crime-boek Mocro Maffia, het 'vrouwenpakket' eerder chicklit zoals van Jill Mansell of de herinneringen van een jonge vrouw die baarmoederhalskanker kreeg: De dag dat ik dood ging van Tania Bongers. In het literaire pakket zit onder andere Rafaël van Christine Otten.
De veranderingen zijn ingegeven na een onderzoek onder Elly's Choice-gebruikers, waar een kleine vijfduizend mensen aan meededen. Jansen: 'Daar kwam duidelijk uit naar voren dat men boeken voor mannen en meer literatuur wilde. Ook bleek dat men het grootste voordeel van Elly's Choice vindt dat men boeken van nieuwe auteurs leest die men anders nooit zou lezen. Het basispakket en de aanvullende pakketten blijven dus een mix van bekende namen en nieuwe talenten bieden.'
Het aanbod bevat nu ook WPG-titels. In mei zat al Gebroken van Michael Robotham bij de selectie, deze maand gevolgd door boeken van Anita Terpstra en Rachel Joyce (alle drie uitgegeven door Cargo). In de eerste worp van Telekids Boeken zaten drie Ploegsma en Leopold-titels. Jansen: 'We zijn niet actief op zoek naar nieuwe uitgeverijen. Maar we houden natuurlijk niemand tegen ons te benaderen.'
De meerjarige samenwerking met RTL Nederland behelst meer dan alleen een kinderboeken-spin off. De tv-zender gaat in de toekomst ook aandacht besteden aan Elly's Choice zelf. Dat gebeurt op verschillende manieren. Op dit moment draait bijvoorbeeld de spot voor Telekids Boeken 'vijftig tot zestig keer per week', later volgen ook spots voor Elly's Choice. Jansen: 'Maar we kunnen bijvoorbeeld ook sterren kinderboeken laten voorlezen in bij Telekids of boeken voor volwassenen bespreken in Koffietijd. RTL en Elly's Choice bekijken ieder seizoen wat de mogelijkheden zijn. Daar kan ik nu nog niets over zeggen.'
De samenwerking met de tv-zender heeft twee redenen, zegt Jansen. Ten eerste wil hij het e-lezen meer promoten. 'Iedereen heeft een smartphone of tablet, maar velen weten nog niet hoe makkelijk je daarop kunt lezen. Dat willen we uitdragen.' Ten tweede hoopt Elly's Choice via het enorme bereik van een televisiezender meer mensen in aanraking te brengen met het product. 'De samenwerking met De Telegraaf zorgde voor een mooi begin, maar tv heeft een grotere impact. Kijk naar wat DWDD doet voor boeken.' 
Jansen is 'meer dan tevreden' over het aantal gebruikers van Elly's Choice: 50.000 mensen hebben sinds de lancering in augustus vorig jaar op zijn minst een proefabonnement van een maand gehad. Het is – samen met de verkoop van exclusieve aanbiedingen in Elly’s Shop – genoeg voor het bedrijf om 'positief te draaien', zegt hij. Maar Jansen geeft ook toe dat hij dacht dat de groei sneller zou gaan.
Daarom verdient de werving voor Elly's Choice volgens hem een extra impuls. Niet alleen met RTL. Er zijn partnerships gesloten met 'een hele reeks tijdschriften', zoals Magriet en Jan. En de ANWB gaat haar leden – 4.135.781 op 1 januari jl. – een proefabonnement van een maand aanbieden. Daarnaast krijgt Elly's Choice een prominente plaats in de fysieke winkels van de organisatie. Iedereen die iets koopt in de winkel krijgt een flyer (A5-formaat) mee. Deze liggen ook in de winkel. 'Op de site, die maandelijks 110 miljoen bezoekers trekt, komt een e-boek van de week en een e-boek van de maand en we hangen er een volledige e-boekshop achter.'
Zeer tevreden is Jansen in ieder geval over de b2b-markt. Bij de start gaven CheapTickets en Samsung al proefabonnementen van een maand weg aan een deel van hun klanten – inmiddels is de lijst uitgebreid met tientallen organisaties. Jansen noemt Texaco en ING. 'Ook hebben we de eerste deal gesloten me een scholengemeenschap, voor de kinderboeken, die het leuk vindt deze zo aan te bieden. Dat zijn allemaal zeker geen eenmalige deals. Samsung wil al met ons in het buitenland werken.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 1 jun)

Zie ook:

woensdag 3 juni 2015

Bart van Aken vertrekt bij Boekhandel Paard van Troje (Boekblad)

Bart van Aken, boekhandelaar van het jaar in 2013, vertrekt per 1 september Paard van Troje. Hij gaat een jaar stage lopen als kok. Hij blijft wel op de achtergrond betrokken bij de Gentse winkel.

Van Aken wil na twaalf jaar boekhandelen 'herbronnen', vertelt hij. 'Ik wil geen verzuurde boekhandelaar worden. Ik hoorde mezelf in discussies met uitgeverijen en een bedrijf als [distributeur] CB steeds dezelfde dingen. En dat al jaren. Ik ben boos en kwaad geweest. Ik heb me lang verzet. Dan is het een pak van mijn hart dat ik nu kan zeggen: zoek het zelf maar uit. Ik wil groeien. Vooruit. Alleen al omdat ik mijn besluit heb genomen, voel ik me weer helemaal zen.'
Hij heeft vooral moeite met de rol van CB. 'Het bedrijf duwt ons allemaal in een blinde paniek kopje onder: boekhandels, uitgeverijen, andere distributeurs. Dat gaat over limieten, over afspraken, over de interpretatie van afspraken. Ik heb nu anderhalf miljoen euro omzet en een kredietlijn van 60.000 euro terwijl ik vroeger met een omzet 700.000 euro een krediet van 120.000 euro had. Lachwekkend gewoon. Zij zeggen dat ze alleen met mij problemen hebben, maar ik hoor iedereen klagen.'
Van Aken – vorig jaar al tien weken uitgeschakeld door een hernia – gaat na de zomer een jaar stage lopen in keukens in Nederland, Vlaanderen en de Westkust van de Verenigde Staten. Door zijn voorliefde voor kookboeken had hij in het verleden topkoks als René Redzepi en Sergio Herman in zijn winkel gehad. Daardoor werd hij uitgenodigd op MAD: 'een soort inspiratieweekend voor chefs die Redzepi organiseert. Daar heb ik heel interessante chefs ontmoet.' Al die contacten heeft hij ingezet om stages te regelen.
'Wij hebben zelf een keuken in onze winkel', vertelt hij. 'Maar daarvoor heb ik een chef in dienst. Ik ben te druk met de boeken. Er gaat gigantisch veel tijd zitten in al het geregel en gedoe. Nu kies ik helemaal voor voeding. Het is een andere sector. Veel essentiëler en directer. Als je niet eet, ga je dood. Dat kun je niet zeggen van boeken. Nou ja, een paar mensen gaan misschien dood als ze niet lezen. Maar iedereen eet. Als je erover praat, krijg ik dan ook heel veel feedback.' 
De goed lopende winkel op de Kouter in Gent blijft van Van Aken, maar zal volledig worden gerund door zijn vrouw Annelies Joos en hun medewerkers. Hij blijft ook op de achtergrond 'als een soort curator' assisteren bij de inkoop. 'Dat vind ik wél geweldig om te doen. Ik wil alleen niet wéér een telefoontje krijgen van CB. En dan zie ik over een jaar wel of ik nog zin heb om terug de boekhandel in te gaan of iets anders wil doen. Dat weet ik nu echt niet.'
Van Aken begon in 1994 in het boekenvak bij ramsjboekhandel De Kaft in Leuven. Na onder meer bij platenfirma's te hebben gewerkt, opende hij in 2003 Paard van Troje in dezelfde stad met een gemengd aanbod van nieuw en ramsj. Later bereidde hij dat uit met een filiaal in Gent en een outletstore in Antwerpen. Toen het imperium ten onder dreigde te gaan, ging Van Aken alleen door met de vestiging in Gent – vanaf 2012 op een gunstig gelegen plek. Sindsdien gaat het crescendo met Paard van Troje.
Van Aken heeft een reputatie een actieve, enthousiaste en gedreven netwerker te zijn. Typerend is zijn laatste stunt – als dat woord in dit verband gepast zou zijn. Na de aardbeving in Nepal, een land waarmee hij een band heeft, nam hij het initiatief tot een benefiet. Dat groeide binnen de kortste keren uit tot een mega-evenement in de Vooruit in Gent waarop meer dan honderd kunstenaars en schrijvers werk doneerden voor een veiling en rockband dEUS optrad. Opbrengst: meer dan 100.000 euro.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 1 jun – en, een iets andere versie, op Knack.be)

Zie ook:

donderdag 28 mei 2015

Zin en onzin in de vergelijking van tv-series en literatuur – Robert McKee en Manon Uphoff

De Amerikaan Robert McKee doceert scenarioschrijven. En niet aan amateurs met vage ambities. Hij gaf les aan de schrijvers van series als Breaking Bad en Game of Thrones (waar ik overigens respectievelijk één en nul afleveringen van heb gezien). Dat deze man – door Schrijven magazine ooit getypeerd als 'de beste schrijfdocent ter wereld' – in Nederland twee seminars geeft, is dan ook nieuws. NRC Handelsblad bracht 26 mei een stuk over hem. Ook elders werd over hem geschreven.
De kop van het stuk in NRC luidt: 'Hij [=Walter White, de hoofdpersoon van Breaking Bad] heeft meer lagen dan Hamlet'. Dat vindt McKee namelijk. Prijst hij dus de tv-serie ten koste van literatuur? Allesbehalve. In de laatste alinea valt hij de stelling van Oek de Jong bij in diens essay Wat alleen de roman kan zeggen (zie hier). 'De roman is een krachtige kunstvorm en heeft een eigen, intrinsieke waarde. Een romanschrijver kan iets in de eerste of derde persoon vertellen en het innerlijk leven van een personage beschrijven. Dat is nog steeds niet mogelijk met de camera. Je kunt een gedachte niet verfilmen.'
Ik vind het mooi dat juist zo'n man dat zegt. Geen dédain over literatuur, maar een eerlijke vergelijking van de unieke mogelijkheden van verschillende kunstvormen. Een tv-serie kan iets wat een roman niet kan, een roman kan iets wat een tv-serie niet kan. En je kunt van beide houden om wat ze uniek maakt.

Helaas lijkt Manon Uphoff dat niet te beseffen. In het pamflet De blauwe muze, vorig jaar verschenen, schrijft ze in navolging van McKee dat de gewoonte om tv-series via dvd-boxen, betaaltelevisie en online platformen in korte tijd in zijn geheel te kijken ertoe heeft geleid dat personages in diepgang en complexititeit niet meer onder doen voor literaire personage. Maar anders dan de schrijfdocent beweert ze dat dat tv-series daarom superieurs zijn. 'Waarom de beste literatuur op tv te zien is', luidt de ondertitel van haar pamflet.
Het hoeft niet te verbazen dat ze er niet in slaagt deze bewering hard te maken. Sterker nog, ze doet niet eens moeite om hem te onderbouwen. Ze presenteert de bewering als een hard feit. En iedere keer dat Uphoff in (op zich interessante) analyses van series als The Sopranos en Mad Men (die ik overigens respectievelijk helemaal niet en tot en met seizoen vijf heb gezien) naar literatuur verwijst, raak je er alleen maar meer van overtuigd dat de schrijfster onzin verkondigt.

1. Michael Kumpfmüller schreef een volgens Uphoff geslaagde roman over hetzelfde thema als een van de genoemde tv-series. Aha, denk je dan: literatuur kan dus nog steeds minstens zo goed als televisie zijn.
2. De verbeelding van vrouwelijke lust in tv-series vergelijkt Uphoff met deze verbeelding in Vijftig tinten grijs. Tja. Uiteraard zijn tv-series dan superieur. Dat is alsof je Ajax vergelijkt met de tafeltennisvereniging bij mij om de hoek en dan beweert: er wordt in Nederland beter gevoetbald dan gepingpongd. Ja, nogal wiedes.
3. Makers van tv-series hebben meer vrijheid dan literaire auteurs, beweert Uphoff. Bewijs: Hemmerechts kreeg kritiek dat zij zich, in De vrouw die de honden eten gaf, verplaatste in de seksualiteit van een andere vrouw en tv-makers krijgen zulke kritiek nooit. Maar wie kreeg Hemmerechts die kritiek dan? Ik kan me niet herinneren dat daar nu zo'n punt van wordt gemaakt.
4. Ook de bewering dat veel schrijvers schrikken dat er belangwekkende verhalen buiten de literatuur worden verteld, onderbouwt Uphoff niet. Wie schrikt er dan? Het is integendeel bon ton onder schrijvers om de lof te zingen van tv-series. Daarbij vertelt film al meer dan een eeuw lang belangwekkende verhalen. Concurrentie met verhalen-verteld-in-beelden is al heel gewoon. 

woensdag 27 mei 2015

Uitgeverij Pelckmans: Ook educatieve uitgevers moeten verbreden om te overleven (Boekblad)

Nóg een uitgeverij erbij? De nieuwe ambitieuze Uitgeverij Polis wil een toonaangevende speler worden in het literaire veld en krijgt daarvoor een kontje van het educatieve Pelckmans. Een portret van een familiebedrijf dat moet verbreden.

De gewestelijke N117 in de Kempen, waaraan – tussen plukjes groen – vrijwel alleen bedrijven zijn gevestigd. Daar verwacht je niet zo’n fraai pand als dat van Uitgeverij Pelckmans. Vanbinnen en vanbuiten opgetrokken uit onbewerkt baksteen en beton, met veel ramen. Ook de binnenmuren zijn bijna allemaal van glas, waardoor de zon vrij spel heeft. Het is in 1968 gebouwd als een van de vroegste werken van bOb van Reeth, tegenwoordig een van de bekendste levende Vlaamse architecten.
Het is een pand dat onlosmakelijk is verbonden met de geschiedenis van het boekenvak, vertelt Thom Pelckmans als hij voorgaat naar zijn kantoor op de tweede verdieping. Ook voor zijn bedrijf er in 2012 introk, waren er uitsluitend uitgeverijen in gevestigd geweest (onder andere Biblo). Pelckmans heeft het interieur een flinke opknapbeurt gegeven en achter het pand een magazijn gebouwd. Vanuit zijn raam kan de directeur-eigenaar – die sinds kort steun krijgt van de ervaren boekenvakker Eric Willems – de vrachtwagens zien laden en lossen.
In dit kantoor zit het grootste deel van de educatieve divisie, goed voor 93 procent van de omzet van 23 miljoen euro. Uitgeverij Abimo, die Pelckmans twee jaar geleden overnam, is gehuisvest in Sint-Niklaas. ‘Maar daarvoor zoeken we iets nieuws’, zegt Pelckmans. ‘Niet hier, maar in de regio Gent. Dat is beter voor de medewerkers. Beter ook omdat we de identiteit van de verschillende units willen bewaken. Bovendien krijgen we daar dan ruimte met flexibele werkplekken voor andere medewerkers.’
Ook de nieuwe algemene uitgeverij Polis, waar de bestaande algemene fondslijn wordt ondergebracht, krijgt later dit jaar een eigen plek. ‘In Antwerpen, midden in de stad. We willen een plek waar onze schrijvers op bezoek kunnen komen. Voor educatieve auteurs hoeft dat niet, maar voor auteurs van algemene boeken is het belangrijk dat ze een stek hebben waar ze makkelijk terecht kunnen. Een plek die als een thuis kan voelen.’

Onderwijsnetten
Toen Thom Pelckmans (1973) begin jaren negentig als derde generatie bij het familiebedrijf begon en al snel de dagelijkse leiding van zijn vader en oom overnam, was de uitgeverij gespecialiseerd in lesmethodes voor het middelbaar onderwijs. Stap voor stap bouwde hij het aanbod uit. Eerst kwamen er nog ontbrekende methodes voor de middelbare school. Daarna volgde uitgaven voor de lagere school – methodes wereldoriëntatie, godsdienst, muzische vorming en agenda’s. En drie jaar geleden uitgaven voor Wallonië.
Die groei is des te opvallender in het licht van het aantal spelers op de markt voor middelbare schoolboeken. Hoewel Nederland bijna drie keer zo groot is, zijn er toch vijf grote uitgeverijen actief – tegen drie in Nederland. Naast Pelckmans zijn dat Van In, Plantyn, De Boeck en Die Keure. Voor het basisonderwijs komen daar Zwijsen en Averbode bij. Daar staat tegenover dat er meer vraag naar aparte methodes is – elk van de drie ‘onderwijsnetten’ (officieel, vrij confessioneel en vrij niet-confessioneel) vraagt zijn eigen methode.
‘Een heel concurrentiële markt dwingt je constant te vernieuwen, het aanbod breed te houden en steeds meer op maat van leerkrachten en leerlingen te werken’, zegt Pelckmans. Dat is de uitgeverij steeds beter gelukt – door niets overhaast te doen en uit te gaan van de medewerkers. ‘Je kunt niet alles tegelijk doen. Een uitgeverij is ook afhankelijk van het team. Je moet je mensen dus vragen: welke projecten willen jullie aanpakken? Zo kun je organisch groeien.’
Gevraagd naar dé typerende uitgaven voor het fonds vindt Pelckmans het moeilijk zich te beperken. ‘Het educatieve fonds voor het secundair onderwijs heeft vele sterke taalmethodes. Frappant Nederlands, Quartier Latin, Pegasus. Daarnaast hebben we Historia en Memoria voor geschiedenis, Meander en Echo voor godsdienst, Matrix wiskunde, Zenit voor aardrijkskunde. Ach, zo veel. En dan heb ik het niet eens over het basis- en volwassenenonderwijs.’

Importboekhandel
Pelckmans is niet altijd een educatieve uitgeverij geweest. Sterker: de eerste veertig jaar was het een importboekhandel. Een aantal Nederlandse uitgeverijen was in 1892 De Nederlandsche Boekhandel begonnen om de verkoop van hun uitgaven in Vlaanderen te bevorderen. Met veel succes. Pas toen de jonge twintiger Albert Pelckmans in 1933 de winkel in Antwerpen overnam, ging het bedrijf ook zelf boeken op de markt brengen. In 1986 werd uitgeven vervolgens de enige activiteit.
Pelckmans richtte zich pas sinds de jaren 1950 volop op de schoolboeken. Aanvankelijk bouwde het een literair fonds uit: Maurice Gilliams, Karel Jonckheere, het verzameld werk van Guido Gezelle. ‘En daarna hebben we nog van alles gedaan’, zegt Pelckmans. ‘We hadden een religieus fonds, dat eind jaren tachtig werd afgebouwd. We gaven nog langer geleden huis-, tuin- en keukenboeken uit. In de jaren zestig en zeventig waren we succesvol met het kinder- en jeugdboekenfonds L. Opdebeek.’
Pas sinds kort neemt Pelckmans opnieuw initiatieven om andere fondslijnen serieus uit te bouwen. ‘Onze educatieve operatie draait nu. We hebben een stevig team – zo’n vijftien uitgevers. Dat biedt ruimte om te kijken wat nog meer kan. Dat doe ik ook graag. Ik heb interesse in het algemene boek. Het kinder- en jeugdboek past heel goed bij de educatieve uitgaven. Ik denk bovendien dat een breed fonds vandaag de dag richting scholen en boekhandel een pluspunt is.’

Digitalisering
Daar komt nog iets bij. De uitgeverij is ondanks de aanhoudende groei in de afgelopen twintig jaar – van 7 miljoen euro in 1998 (280 miljoen Belgische Frank) naar 23 miljoen nu – nog altijd betrekkelijk klein onder de educatieve uitgeverijen. Sommige concurrenten maken deel uit van grotere, internationale concerns. Van In is, net als Malmberg, onderdeel van Sanoma. Plantyn is, net als Noordhoff, onderdeel van Infinitas Learning. Zwijsen België is onderdeel van WPG.
Dat heeft voor- en nadelen, zegt Pelckmans. ‘Zij hebben heel wat middelen om te investeren in productvernieuwing, deels over grenzen heen. Anderzijds maken grotere structuren de bedrijven weerbarstiger. In een kleinere entiteit als de onze zijn de lijnen korter. Om die reden vind ik het ook erg prettig dat wij de logistiek in eigen hand hebben. Een unicum voor uitgeverijen tegenwoordig. Als er iets is met een levering kunnen we razendsnel ingrijpen.’
Maar ook in Vlaanderen digitaliseert het onderwijs – zij het niet zo hard als in Nederland. ‘Wij hebben inmiddels allerlei extra oefenstof, toegankelijk via een site, gekoppeld aan leerlingvolgsystemen, die we steeds verder uitbouwen. We hebben tabletversies van methodes waarmee we pilots met scholen uitvoeren. Wel focussen we ons op content. We willen niet als andere uitgeverijen softwarepakketten leveren, om bijvoorbeeld de schooladministratie te faciliteren.’
Tot nu toe kan Pelckmans de investeringen dragen om bij te blijven. ‘Wij hebben niet minder digitaal lesmateriaal dan andere uitgeverijen’, zegt de directeur-eigenaar. Maar of dat in de toekomst ook zo is, durft hij niet te voorspellen. ‘Ik sluit nu een overname door een andere uitgeverij uit. Maar over vijf jaar? Misschien zijn we dan genoodzaakt een aantal partnerships aan te gaan. Ook daarom is verbreden noodzakelijk om op langere termijn zelfstandig te blijven.’

Verbreding
De eerste verbreding was de acquisitie van Abimo toen eigenaar Koen David een overnamekandidaat zocht. Deze uitgeverij verzorgt educatieve uitgaven op alle niveaus, vooral op het gebied van zorg in het onderwijs, en vertegenwoordigt een aantal Nederlandse uitgeverijen in Vlaanderen (onder andere Pica en Bazalt). Daarnaast heeft het ook een jeugdboekenfonds met auteurs als Marc de Bel, Luc Descamps, Piet De Loof, Dirk Bracke en Kristien Dieltiens.
Pelckmans: ‘We bouwen de uitgeverij langzaam uit. Inhoudelijk, door nieuwe auteurs aan te trekken en bestaande reeksen uit te breiden. Maar ook in de marktbenadering. We bouwen de promotieafdeling uit. We zien vooral kansen in het meenemen van Abimo-uitgaven naar scholen. Een prentenboek kan interessant zijn voor kleuterleidsters, een historische jeugdroman voor leraren geschiedenis. Het is een traag proces. Ik verwacht pas over een jaar echt resultaten te zien.’

Uitgeverij Polis
Een nieuwe kans deed zich voor toen De Bezige Bij zijn Vlaamse operatie besloot anders in te vullen en Harold Polis, uitgeverij van De Bezige Bij Antwerpen, daarop opstapte. Iedereen wist dat Polis zelf of onder een andere vlag een nieuwe uitgeverij zou beginnen. Pelckmans kende hem niet persoonlijk, maar toen hij – zoals meer Vlaamse uitgevers – een afspraak maakte, klikte het. Hun ideeën over een algemene uitgeverij bleken sterk overeen te komen.
‘Een uitgeverij is als een goed opinieweekblad’, zegt Polis die is aangeschoven. ‘Ik wil dichters, denkers, historici, academici, politici en anderen samenbrengen. Vanuit een duidelijke visie alle stemmen laten horen die relevant zijn voor het maatschappelijke debat. Het is daarbij belangrijk dat je coherent met auteurs werkt, ongeacht het genre waarin ze schrijven. Hier kan dat. Bij Pelckmans zit het in hun DNA om het op deze manier te doen.’
Pelckmans gaf al non-fictie uit op het gebied van filosofie, geschiedenis, religie, politiek en maatschappij. Vanuit die visie paste het om destijds het eerste boek te brengen van de populaire Vlaams-nationalistische politicus Bart De Wever. Toen hij echter met een dieetboek kwam, haakte Pelckmans af. Dát paste niet in het fonds. ‘Het is een ernstig fonds, dat mikt op serieuze auteurs en onderwerpen’, zegt Polis. ‘Dat spreekt me aan. Heel wat Vlaamse uitgevers zijn opportunistischer.’
De nieuwe uitgeverij Polis zal, inclusief de bestaande uitgaven, veertig tot vijftig titels per jaar brengen. De uitgever krijgt in wezen carte blanche om een goede mix van fictie, non-fictie en vertalingen te brengen. ‘Natuurlijk is er wel een businessplan’, zegt Pelckmans. ‘Ik hoop over twee, drie jaar zwarte cijfers te kunnen schrijven. Ook hebben we afspraken gemaakt over het belang van redactie. Of dat er niet wordt toegegeven op vormgeving. Maar hoe het fonds wordt ingevuld is helemaal aan Harold.’

Nederland
De uitbouw van Abimo en Polis en het zoeken naar synergievoordelen tussen de fondsen zijn niet de enige groeitrajecten. Meer niet-educatieve titels betekent ook: actiever de Nederlandse markt op. Tot op heden gaf Pelckmans co-edities uit met uitgeverijen als Klement, Ten Have en Walburg Pers. Binnenkort wil het een overeenkomst sluiten met een vaste partner die ook zorgt voor betere verdeling van eigen uitgaven. De eerste verkennende gesprekken zijn inmiddels gevoerd.
En als het even kan, zet Thom Pelckmans ook de beeldvorming recht. Bij de aankondiging van Polis werd het bedrijf – tot diepe ergernis van de directeur-eigenaar – in de Vlaamse pers getypeerd als een conservatief, rechts, Vlaams-nationalistisch huis. Een imago dat volledig is gebaseerd op het verleden, toen de vorige generaties Pelckmans nauw verbonden waren met de katholieke zuil. Tegenwoordig geeft Pelckmans voor iedereen uit – voor alle onderwijsnetten, voor alle politieke gezindten.
Wie daaraan twijfelt, zou zelf eens langs moeten gaan bij het fraaie pand aan de N117.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, apr 2015)

Uitgeverij Pelckmans, opgericht 1892
Fondslijnen: Pelckmans (educatief), Abimo (jeugd en educatief) en Polis (algemeen)
Werknemers: 70 medewerkers, 63 fte
Omzet: 23 miljoen euro (93% basis-, middelbaar en volwassenenonderwijs, 7% jeugd en algemeen)

Zie ook deze artikel over de Vlaamse uitgeverij anno 2015:
- De Vlaamse uitgeverij anno 2015, deel 1deel 2 en deel 3

maandag 25 mei 2015

Interview Stephan Enter over 'Compassie' (De Standaard)

Hoe kan een relatie ontsporen als je elkaar hebt leren kennen via internet? Stephan Enter onderzoekt die vraag in zijn nieuwe roman. 'Ik heb misschien wel de langste cunnilingusscène uit de Nederlandse literatuur geschreven.'

Echte lezers bestaan nog

Mensen ontmoeten hun geliefde niet meer op dezelfde manier als twintig jaar geleden. 'Toen kwam je iemand tegen op een sportvereniging, via vrienden of op je werk. Je wist meteen hoe die ander bewoog, hoe die rook, wat voor stem die heeft. Tegenwoordig ontmoeten veel mensen elkaar via internet. Dan heb je al die informatie niet. Je ziet een foto van iemand, leest de informatie van zijn of haar profiel, correspondeert per e-mail. Je hebt al een beeld van de ander voor je die ontmoet.'
Dat leidt tot de vreemdste situaties, weet Stephan Enter. 'Mensen blijken bijvoorbeeld van alles te verzinnen. Een vriend van mij datete al drie maanden een vrouw toen bleek dat ze man en kinderen thuis had. Of je hebt bij voorbaat een positief en leuk gevoel bij iemand waardoor je totaal verrast bent als ze bij de vierde ontmoeting opbiecht aan de antidepressiva te zitten. Als je iemand op een sportveld ontmoet, sta je nog blanco tegenover de ander en vallen de voortekenen je eerder op.'
De 41-jarige schrijver werkte al jaren aan een social comedy à la Jane Austen. Maar dit gegeven hield hem zo bezig dat hij dat project tijdelijk liet liggen – temeer omdat hij nog nooit een roman had gelezen die de effecten van internetdating onderzoekt. 'De online datingbureaus zwijgen er al helemaal over. Die schilderen internetdaten af als normaal of zelfs ideaal. Maar het is toch vreemd om bij de eerste ontmoeting meteen te weten dat je allebei actief op zoek bent naar een relatie?'
Het resultaat van een jaar broeden en schrijven verscheen vorige maand. Compassie beschrijft de korte relatie tussen de geborneerde Frank en de Nederlands-Duitse promovenda Jessica. Hij beschouwt zichzelf als een getalenteerde minnaar. De bijna-veertiger is gewend van vriendin naar vriendin te fladderen. Zij heeft daarentegen op haar 32e geen enkele ervaring in de liefde. Al snel denkt Frank te weten waarom: ze heeft een onaantrekkelijk lichaam en is daardoor te onzeker geworden.
'Maar hij vindt Jessica al té leuk voor hij daar achter komt. Door haar foto. Door haar profieltekst, die afwijkt van de gebruikelijke onzin over hoe funloving iedereen is. En in de e-mail zegt ze te twijfelen of hij bij haar past. Dat is juist wat bij een blasé persoon als Frank werkt. En dan ontstaat de situatie dat hij zich zo goed bij haar voelt dat hij, ondanks dat hij haar totaal niet aantrekkelijk vindt, besluit tot haar promotie bij haar te blijven, zodat ze tenminste een goede herinnering aan haar eerste relatie heeft.'

Er zullen meer lezers nieuwsgierig zijn naar een nieuwe Enter dan ooit tevoren. Met zijn vierde roman Grip brak de voortreffelijk stilist door naar een groter publiek. Sinds het verschijnen drieëneenhalf jaar geleden zijn er 50.000 exemplaren van verkocht in Nederland en Vlaanderen. Het boek over de vraag hoe om te gaan met vergankelijkheid aan de hand van een reünie won de Prijs van de Lezersjury van de Gouden Boekenuil. En het werd vertaald in het Duits, Noors, Italiaans, Frans en Hongaars.
'Grip heeft me veel gebracht', vertelt Enter in zijn Utrechtse bovenwoning. 'Financieel in de eerste plaats. Ik kan een aantal jaren vooruit zonder dat ik me druk hoef te maken over de vraag of ik een baantje moet zoeken. Dat is het prettigst, de vrijheid die succes geeft. En ik kreeg opeens uitnodigingen als voor de Avond van Wetenschap en Maatschappij. Een avond voor ministers en allerlei notabelen in de Ridderzaal in Den Haag waar ze dan ook een schrijver bij willen hebben.'
Het leukste waren de reisjes die hij – op kosten van buitenlandse uitgevers – kon maken om het verschijnen van vertalingen op te luisteren. 'Behalve dat het een luxe is als een week lang alles voor je wordt betaald, krijg je een mooi inkijkje in hoe het er in andere landen in de literatuur aan toegaat. Ik kan je vertellen dat een schrijver in elk land met meer egards wordt behandeld dan in Nederland. In Duitsland ben je meteen de zeer geëerde heer de schrijver.'
Toch verandert het succes wat hem betreft niets. Enter gaat onverminderd door met het enige wat hij werkelijk wil doen: romans schrijven. 'Ik ben na Grip veel gevraagd voor bijdragen aan bundels of stukken in tijdschriften, maar ik ga daar bijna nooit op in. Alleen als ik iets klaar heb liggen, anders leidt het maar af van mijn werk aan een roman. Ik wil iedere keer een zo goed mogelijk boek maken. Dat kost tijd. Iedere keer ook meer tijd dan ik me voorneem.'

Het mooie aan Enters doorbraak is dat het uitsluitend aan de kwaliteit van zijn werk is te danken. Hij is nog nooit op televisie geweest. Hij won nog nooit een grote prijs. 'Grip werd goed gerecenseerd en een paar keer genomineerd, maar het succes komt echt door mond-tot-mondreclame. Dat zag je aan de verkoopcijfers: vanaf het begin vertoonden die een langzaam opgaande lijn, met af en toe een piekje zoals toen ik de Prijs van de Lezersjury kreeg – waar ik overigens erg blij mee was.'
De schrijver houdt strikt vast aan zijn privacy. Je hoeft hem niet te vragen in hoeverre Franks ervaringen met internetdaten autobiografisch zijn. 'Laten we zeggen dat ik veel research heb gepleegd.' Je hoeft zelfs niets te vragen over iets anders dan zijn werk. 'Als ik over mijn boek kan praten, sla ik een uitnodiging van De Wereld Draait Door niet af. Zeker niet. Maar waarom zou ik opdraven om bijvoorbeeld over de Tour de France te praten? Dan ben je eerder je schrijverschap aan het prostitueren.'
Dat Grip desondanks zo veel lezers vond is voor hem dan ook een bewijs dat ze nog bestaan: 'echte lezers, die niet op basis van sensatie lezen', zoals Enter ze noemt. 'Ik ben natuurlijk hartstikke blij met 50.000 lezers, maar ik doe het niet voor zo veel mogelijk mensen. Lang dacht ik zelfs dat ik precies dezelfde boeken zou schrijven als ik na een kernramp de enige overlevende zou zijn. Nu ben ik daar van teruggekomen. Ik heb toch de uitdaging nodig: slikt het publiek wat ik bedenk?'

De eerste reacties op Compassie vielen Enter tegen. Drie sterren – op vijf – in De Volkskrant en NRC Handelsblad. Hij proefde in beide besprekingen een verlangen van de recensent naar een nieuwe Grip. Dat heeft hij juist niet willen maken. 'Waarom zou ik? Een boek schrijven moet geen maakwerk worden. Ik wil iedere keer iets schrijven dat kan mislukken. Dat is het mooiste van het avontuur van schrijven. Dat je met ieder boek ontdekt wat je mogelijkheden zijn. Dat je léért schrijven.'
Compassie is misschien zelfs het tegenovergestelde van zijn succesboek. Waar Grip een complex verhaal is dat zich op veel manieren laat duiden, is Compassie zeer helder. Boy meets girl en daarna gaat het fout. Het motto uit een sprookje van de gebroeders Grimm geeft bovendien meteen de plot weg: Jessica draagt haar schijnbaar uitzichtloze verdriet in hun korte relatie door aan Frank. Door te besluiten met een coda dat de moraal van het verhaal bevat, lijkt Compassie zelf ook op een sprookje.
Een van de uitdagingen die Enter zich in dit verhaal stelde was expliciet schrijven over seks. 'De recensent van Knack schreef destijds in zijn stuk over Grip dat ik waarschijnlijk in driedelig pak achter mijn computer zat te schrijven omdat er in mijn boeken nooit seks voorkwam. Nu heb ik misschien wel de langste cunnilingusscène uit de Nederlandse literatuur geschreven. Nou ja, misschien heeft Herman Brusselmans een langere geschreven. Dat weet ik niet.'
Belangrijker was echter de uitdaging om de balans te vinden tussen Franks liefde voor Jessica en zijn afkeer voor haar lichaam. Het moest geloofwaardig zijn hoe goed hij zich bij haar voelt omdat hij zich dankzij haar opgewektheid, warmte en de liefde van haar naasten voor het eerst wezenlijk voelt. En dat hij zich desondanks alleen met zelfopoffering toe kan zetten om met Jessica te vrijen. 'Scènes waar je om kunt lachen, maar waarbij je ook kunt denken: oei, pijnlijk.'
Zo hoopt Enter dat de lezer na afloop niet weet met wie hij compassie moet voelen. Met Jessica die onder de oppervlakte getormenteerd is en wordt belazerd. Of met Frank die voor het eerst beseft dat hij zich nooit heeft kunnen verbinden met een ander. 'Ik wil het niet benadrukken. Het woord "compassie" komt niet voor in het boek. Ik wil dat de vraag bij de lezer blijft hangen. Dat zie ik ook als het mooiste compliment dat ik kan krijgen: dat een lezer nog een paar dagen over het boek blijft nadenken.'
(Eerder gepubliceerd in De Standaard)

Zie ook:

vrijdag 22 mei 2015

Interview Jan Fontijn: 'Jacob Israël de Haan was verrast over schokeffect van Pijpelijntjes' (Knack)

Was Jacob Israël de Haans homoseksuele roman provocerend bedoeld? Waarom bleef hij in Palestina toen hij zeer serieuze doodsbedreigingen kreeg? Jan Fontijn geeft antwoord op deze vragen in zijn biografie van de Nederlandse auteur.

Jacob Israël de Haan (1881-1924) was een van de meest intrigerende schrijvers uit de Nederlandstalige literatuur. Hij schreef, amper twintig jaar oud, de eerste openlijk homoseksuele roman: Pijpelijntjes. Later werd de Joodse dichter en romancier een zionist. In 1919 vertrok hij als correspondent van het Algemeen Handelsblad naar Palestina, waar hij vijf jaar later werd doodgeschoten. Het was de eerste keer dat een Jood werd vermoord door een andere Jood, zoals de daad ook in Israël nu nog wordt herinnerd. De neerlandicus Jan Fontijn, die eerder een biografie van Frederik van Eeden publiceerde, beschreef De Haans fascinerende leven in het even interessante als lezenswaardige Onrust, dat afgelopen woensdag verscheen.
De Haan is hoofdzakelijk bekend om twee gebeurtenissen die niets zeggen over zijn kwaliteit als schrijver. Maar Fontijn is resoluut: 'Hij kon zeer goed schrijven. Dat is de voornaamste reden waarom hij mij zo intrigeert – naast zijn moed om Pijpelijntjes en, vier jaar later, Pathologieën te publiceren. Vooral zijn latere werk maakt hem een groot dichter. Zijn kwatrijnen beschouwde hij als een geestelijk dagboek. Die heb ik goed kunnen gebruiken om zijn stemmingen te peilen. En zijn feuilletons voor de krant – twee, drie per week – zijn fantastische goede reportages. Daar kon ik ook veel uit putten, die waren zeer persoonlijk.'

Wordt hij in 2015 nog gelezen?
'Volgens mij wel. Van Oorschot bracht in 1952 zijn verzameld werk in een tweedelige dundrukuitgave. Gerrit Komrij maakte dertig jaar later een bloemlezing die heel goed werd ontvangen. Het homomonument aan de Westermarkt in Amsterdam bevat een regel van hem. In zijn geboorteplaats Smilde wordt hij regelmatig herdacht. Er is een Jacob Israël de Haan Genootschap. Zijn twee romans worden regelmatig herdrukt [Pijpelijntjes vorig jaar nog door uitgeverij Astoria, md]. Men denkt er nu ook over zijn feuilletons te herdrukken. Ik heb mensen daar enthousiast voor weten te maken. Dus ja, hij is echt een levend auteur gebleven.'

Ook Pijpelijntjes heeft, nu homoseksualiteit alom geaccepteerd is, blijvende literaire waarde?
'Ik kan dat eigenlijk niet beoordelen, ik lees het misschien te veel met literair-historische ogen. Ik vind zelf in ieder geval van wel. De Haans dialogen doen me denken aan het werk van Harold Pinter: absurde gesprekken die in niets verzanden, veel woorden gebruiken maar niets zeggen, een voortdurend langs elkaar heen praten. Maar ik vind Pijpelijntjes nog steeds gedurfd. Ik hoor dat ook van anderen. Van studenten bijvoorbeeld, die het werk van Reve kennen en dit toch behoorlijk schokkend vinden. Het leven van twee homoseksuelen wordt heel indringend weergegeven.'

Waarom schreef De Haan Pijpelijntjes?
'Hij leerde de arts Arnold Aletrino kennen, die in navolging van iemand als de Duitse seksuoloog Magnus Hirschfeld wetenschappelijke artikelen schreef waarin hij probeerde niet langer polemiserend over het onderwerp te praten. De Haan liet zich uitgebreid door hem voorlichten en beschreef vervolgens het leven van twee mannen: recht voor zijn raap, een totale shock voor die tijd. In Pathologieën beschreef hij daarna onverbloemd de sadomasochistische kant van een relatie, meer dan vijftig jaar voordat Reve daarop verder gaat.'

Maar deed hij dat om te provoceren?
'Ik denk dat hij dat deed omdat hij vond dat het moest kunnen. Vanuit het idee: ik ben homoseksueel, het is deel van mijn leven, waarom kan ik dat niet rechtstreeks neerpennen? Hij paste daarin in de traditie van naturalistisch-realistische romanciers. Kijk naar wat Emile Zola zoveel jaar daarvoor durfde te schrijven. Hij beschreef uitvoerig het hoerenleven en welke seksuele aberratie ook. Dus, moest De Haan hebben gedacht, waarom kan dat in Nederland niet? Hij was verrast over het shockeffect van zijn eigen boek. Hij raakte door de roman zijn kinderrubriek in de socialistische krant Het Volk kwijt. Hij was daar woedend over. De Open Brief aan P.L. Tak, waarin hij daartegen protesteerde bij de hoofdredacteur, is één exclamatie van woede en teleurstelling.'

Hoeveel mensen hebben destijds Pijpelijntjes gelezen?
'Dat zou ik echt niet weten. Hoogstens duizend mensen. Aletrino en De Haans vrouw kochten de oplage van de eerste druk op [omdat De Haan zijn personages herkenbaar modelleerde naar Aletrino en hemzelf, md]. Kort daarna verscheen de tweede, herziene druk. Het was geen eye-opener voor een grote groep mensen: zo is dus het leven van een homoseksueel. Pijpelijntjes werd trouwens afschuwelijk besproken.'

Ondanks zijn literaire reputatie schrijft u gek genoeg niets over De Haans homoseksuele contacten.
'Omdat daar niets van bekend is. Hij kon er uiteraard niets over kwijt in zijn feuilletons, maar hij kon er bijvoorbeeld ook niet over schrijven in brieven aan Frederik van Eeden, vijfentwintig jaar lang een van zijn beste vrienden. Van Eeden was katholiek geworden toen De Haan in Palestina zat, hij wilde er eigenlijk niets over horen. Hij kon er, zeker na zijn twee romans, alleen indirect over schrijven. Hij toonde belangstelling voor homoseksuele auteurs als Georges Eekhoud, met wie hij correspondeerde, of Oscar Wilde, voor wie hij Reading Goal bezocht. Wilde had daar gevangen gezeten. En in zijn feuilletons schreef hij veel over zijn vriendschap met Adil. Ik denk dat hij een verhouding met hem had, maar daar is geen bewijs van.'

De Haan lijkt ook op jongens te zijn gevallen – gezien de voorliefde van zijn alter ego in Pijpelijntjes bijvoorbeeld.
'Ja. Hij schrijft in zijn feuilletons uitvoerig over zijn omgang met Arabische jochies. Hij vond het prachtig zoals ze met blote pootjes rondliepen of naakt de zee in doken. Hij heeft duidelijk een erotisch-esthetiserende blik. Maar het blijft de vraag of hij pedofiel was. Ik kan dat niet beoordelen.'

Hij was in ieder geval geen veelvraat. Hij onderdrukte zijn seksuele verlangens, zoals blijkt uit zijn kwatrijnen. Keerde hij daarom ook terug naar het Joodse geloof? Om daarin steun te vinden bij het onderdrukken van zijn verlangens.
'Dat denk ik wel. Al verweet hij God ook dat hij was wie hij was. Het is eigenlijk Uw schuld, schreef hij, U staat dit toe. Want ook de zonde komt van God. Daarnaast speelde heimwee naar zijn jeugd een rol. Hij kon op latere leeftijd met een zekere tederheid schrijven over de keren dat hij met zijn vader naar de synagoge ging, over de viering van feestdagen, over de gezelligheid van de kring thuis. Het was voor hem de tijd dat de wereld nog overzichtelijk was, toen hij zijn nog niet bewust was van zijn homoseksualiteit. Dat kreeg hij langzaam in de gaten toen hij – vijftien, zestien jaar oud – op de kweekschool zat. Dat moet voor hem een grote schok zijn geweest.'

Eenmaal zionist geworden vertrekt hij naar Palestina. Daar raakt hij echter al snel teleurgesteld. De Haan was orthodox gelovig, maar de seculiere zionisten hadden geen enkele boodschap aan hen. Ook vond hij het maar niets dat de zionisten deden alsof Palestina een leeg land was waar geen Arabieren wonen. Het samenleven tussen Joden en Arabieren was ook toen al zeer precair.
'Ja. Het is een rotzooitje hier, schreef hij. De zionisten hebben alles ingepikt, laten zich er goed voor betalen, maken snoepreisjes. En de orthodoxen worden gediscrimineerd – al is dat een te groot woord ervoor. Door zich actief voor deze groep en voor deze Arabieren in te zetten, maakte hij zich niet geliefd bij seculiere zionisten. In Nederland waren zij al snel woedend op hem. Zij zagen zijn feuilletons als anti-propaganda. En in Palestina waren ze ontzettend bang voor hem, ook al streed De Haan alleen maar met zijn pen. Zijn moordenaar van de Hagana – elitetroepen ter bescherming van de Joden in Palestina – dacht: ik heb de pogroms in Odessa meegemaakt, ik wil niet dat hij mijn wereld hier kapot maakt, hij moet uit de weg geruimd worden.'

Maar waarom koos De Haan ervoor zich zo in te zetten voor de orthodoxen en Arabieren? Het lijkt wel alsof hij er behoefte aan had bij de minderheid te behoren.
'Hij heeft altijd tot minderheden behoord. Als Jood hoorde hij er niet echt bij in Nederland. Als homoseksueel was hij een outsider. Hij was getekend als marginaal mens. Maar je merkt in zijn brieven dat hij voordeel zag in die positie: door afzijdig te staan kon hij scherper de Nederlandse burgerij portretteren en analyseren. Kon hij de hypocrisie in seksuele verhoudingen beter observeren.'

Hij had dus inderdaad een behoefte om bij de minderheid te behoren?
'Dat kun je je afvragen, ja. Toen hij naar Palestina trok zocht hij aansluiting bij de Agoedath-gemeenschap. Die waren immers net als hij orthodox. Hij moest daardoor een maatschappelijke teleurstelling slikken. Hij had gedacht dat hij als succesvol jurist zou worden binnengehaald als belangrijk iemand, maar de zionisten moesten hem niet. Toch moet hij het ook prettig hebben gevonden dat hij zo een point of view had om de machthebbers aan te kunnen vallen. Dat is zeker een wezenlijke trek van hem.'

Waarom?
'Carry van Bruggen, zijn zuster, schreef na zijn dood: 'Hij gaf veel'. Hij was vrijgevig: met zijn geld, maar ook met zijn energie. Maar ook: 'Hij eiste veel van mensen'. Ze mochten niet marchanderen met de waarheid. Als je zo'n instelling hebt, vervolgde zij, kom je in conflict. De Haan had dan ook geen talent als diplomaat. Anders had hij zeker een hoge functie kunnen bereiken. Nu gaf het hem iets radicaals. Bovendien hield hij er van om een beetje te pesten. Een paar maanden voor de moord bezocht hij Arabische vorsten als Abdoellah [van Jordanië, md] en Hoessein [van Hedjaz, Abdoellahs vader, md]. Hij wist heel goed dat de zionisten daar woedend over zouden zijn.'

Was de moord een verkapte zelfmoord? De Haan bleef ondanks zeer concrete doodsbedreigingen in Palestina.
'Hij zei regelmatig dat het hem niet zou verbazen als hij eerdaags vermoord zou worden. Hij werd ontslagen op de rechtsschool waar hij les gaf. Zijn studenten keerden zich van hem af. Hij werd in zijn gezicht gespuugd op straat. Er is ook een brief van zijn vrouw bewaard gebleven die hem schreef: in godsnaam, kom naar huis, ik kom je halen zodra ik vakantie heb. Die brief heeft hij niet meer gelezen. Toen was hij al vermoord. Als nuchter mens kan mij het ook alleen maar verbazen dat hij is gebleven.'

Waarom zou hij dan dood hebben gewild?
'Ja, zijn doodsdrift, daar heb ik hele bladzijden aan gewijd. In zijn poëzie ging het, zeker in zijn latere jaren, voortdurend over het conflict tussen het moment – het carpe diem, het genieten, de erotiek – en de eeuwigheid. Hij verlangde ernaar om los te komen uit het momentdenken en op te gaan in de eeuwigheid.'

Is hij in Israël eigenlijk nog bekend?
'Israël... De Haan zou geprotesteerd hebben tegen die naam, zeker als je het hebt over de periode voor de staat in 1948 werd gesticht. Het is het land van de Palestijnen. Maar hij wordt in Israël zeker gezien als belangrijk figuur in hun geschiedenis. De moord kun je vergelijken met die op premier Rabin vele decennia later. Er worden regelmatig publicaties aan hem gewijd. Zijn werk is ook deels vertaald in het Hebreeuws. Zijn gedichten, niet zijn romans.'
(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 20 mei)

Zie ook: