zondag 20 januari 2019

Musebooks: ook kunstboeken kunnen worden gedigitaliseerd (Boekblad)

Ook kunstboeken zijn tegenwoordig goed op je laptop of tablet lezen. Vanuit Hasselt probeert Musebooks de wereldwijde markt daarvoor te veroveren met een eigen techniek. In potentie is die markt 500 miljoen dollar groot.

Waarom kun je zo weinig kunstboeken digitaal lezen? Noël Slangen vond het maar vreemd. De communicatieadviseur, die in Vlaanderen ook bekend is als columnist en oud-politicus, wist als fanatiek stripliefhebbers dat je heel goed strips digitaal kunt lezen. Via het Amerikaanse Comixology (dochterbedrijf van Amazon), het Franse Izneo of het Vlaamse Yieha (van Standaard Uitgeverij en Ballon Media). Dan moest toch ook een platform te bouwen zijn waarop je perfect de afgebeelde schilderijen in een monografie over Rembrandt of de catalogus van een Rubens-tentoonstelling kunt bekijken?
Sinds 2016 zijn er daarom Musebooks. Dit is een digitale applicatie waarop consumenten ieder kunstboek op drie manieren kunnen lezen. Ten eerste als doorlopende tekst, met de afbeeldingen op de plek waar ze worden besproken. Deze versie lijkt nog het meest op een e-boek. Ten tweede is er een databank van alle afbeeldingen in hoge resolutie, waar gebruikers kunnen inzoomen. En ten derde is de titel beschikbaar als doorbladerbaar boek – alsof je door de pdf's scrollt. Uiteraard is het mogelijk om moeiteloos tussen tekstweergave, beeldweergave en paginaweergave te switchen.
De Musebooks worden gemaakt door het gelijknamige bedrijf dat Slangen een jaar eerder had opgericht met eigenaar Peter Ruyffelaere van kunstboekenuitgeverij Ludion en ondernemerDominique de Rijcke, die verschillende digitale bedrijven bezit. Het vijf man sterke bedrijf wordt geleid vanuit de Campus Corda – een bedrijvencommunity in Hasselt, waar verschillende innovatieve start-ups zijn gevestigd – door Sophia Rochmes en Kutlu Taskin Tuna. De eerste is een Amerikaanse kunsthistorica, de tweede is een Vlaamse bedrijfskundige die in het verleden als market data analist voor Twitter werkte.
Waarom er – zo veel jaren na de lancering van het e-boek – nu pas een digitaal platform is voor kunstboeken, heeft een aantal oorzaken, legt Rochmes uit. 'Er was geen disruptieve factor die de markt opschudde. Er is niet zoiets als digitale piraterij van kunstboeken, waardoor uitgevers de noodzaak voelen om zelf iets te ontwikkelen voor deze doelgroep. En voor musea is zoiets geen prioriteit. Ze zetten van alles online: afbeeldingen van de collectie tot allerlei data over tentoonstellingen en kunstenaars. Soms maken ze een digitale versie van een catalogus. En dat is het dan: iets eenmaligs.'
Dat partijen als Google hier niet op zijn gesproken, vult Tuna aan, is een gevolg van keuzes maken. Ja, het bedrijf is al in 2002 begonnen met het massaal digitaliseren van boeken. 'Maar Google Books concentreert zich op tekstboeken – niet op boeken waar afbeeldingen minstens zo belangrijk zijn. En dat zijn er zo veel dat nog altijd niet iedere roman of leerboek digitaal beschikbaar is.' En ja, Google Arts & Culture maakt sinds 2011 afbeeldingen in extreem hoge resolutie van kunstwerken. 'Maar kunstboeken zijn gewoon nog niet aan bod gekomen. Dat is normaal. Ook Google kan niet alles doen.'

De eerste taak van Musebooks was dan ook het ontwikkelen van een geheel nieuwe techniek en manier van presenteren. Er waren daarbij twee grote uitdagingen. Het bedrijf moest de pdf van uitgeverijen, waar het proces mee begint, converteren in 'iets waar we mee konden spelen', aldus Tuna. Ofwel: tekst, afbeeldingen, voetnoten en andere elementen moesten uit elkaar worden getrokken. 'Maar de voornaamste uitdaging was het vinden van een presentatie die het aantrekkelijkst was voor kunstliefhebbers. Dat werd uiteindelijk het idee van tekstweergave, beeldweergave én paginaweergave.'
Dat moest tegen zo laag mogelijke kosten. De drie oprichters legden een startkapitaal van 66.000 euro in – dat daarna in verschillende financieringsrondes werd aangevuld met een half miljoen door een tiental business angels en investeringsmaatschappijen zoals de Vlaamse Jonge Ondermenigen (VLAJO) en de Limburgse Reconversie Maatschappij (LRM). 'We hadden maar twee developers', zegt Tuna. 'Door strak lean management wisten we onze burn ratio laag te houden. Vanuit een grafische model van wat we wilden, maakten de developers steeds betere versies van wat uiteindelijk hét Musebook werd.'
Tegelijk moest er een e-commerceplatform komen. De specifieke techniek maakt het onmogelijk om de Musebooks via Amazon of Bol.com te verkopen. Klanten kunnen de kunstboeken alleen lezen via een account op de webbrowser Musebooks.worlds of via de app, die beschikbaar is voor iOS en Android. Zij moeten bovendien permanent online blijven. Het is niet mogelijk om de digitale kunstboeken te downloaden, om de simpele reden dat de afbeeldingen in hoge resolutie het boek zo zwaar maakt dat het geheugen van laptop of smartphone te veel zou worden belast.
De verkoopprijs wijkt, ondanks de rijke inhoud van een Musebook, niet af van de reguliere e-boekprijzen. Er zijn introducerende titels over Gustav Klimt en Leonardo da Vinci voor 2,99 euro. Een Taschen-achtige uitgave als Art of Islam kost 9,95 euro. How to Use Graphic Design van Michael Bierut is te koop voor 19,95 euro. 'Uitgevers stellen de prijzen van hun eigen titel vast', zegt Rochmes, 'maar wij adviseren 40% van de prijs van het papieren boek als norm te nemen. Zoals gebruikelijk bij e-boeken. Nu de technologie er is, kost het produceren ons niet veel. En wij krijgen 50% van de royalty’s.'
En natuurlijk waren er partners nodig die de – vooralsnog hoofdzakelijk Engelstalige – content konden aanleveren. Musebooks werkt daarvoor momenteel samen met uitgeverijen als Ludion, Abrams en Thames & Hudson. Ook is ieder nummer van het tijdschrift Openbaar Kunstbezit Vlaanderen (zes per jaar) digitaal te lezen. En daarnaast zijn er tal van prominente musea die, vaak in relatie met een expositie, hun catalogi via Musebooks aanbieden. Dat gaat van het Koninklijke Musea voor Schone Kunsten (KMSK) in Brussel tot het MoMa in New York en de Tate Galleries in Londen.
Rochmes schat de verhouding tussen uitgevers en musea op fifty-fifty. 'Het kost ons tussen de zes maanden en twee jaar om tot een overeenkomst te komen. Uitgevers zijn wel makkelijker over te halen, zeker als ze al hebben geëxperimenteerd met digitale uitgaven of de digitale rechten hebben geregeld. Dat komt vooral omdat boeken uitgeven hun kerntaak is. Voor musea is het bijzaak. Daarbij hebben ze vaak vaste zakelijke relaties met uitgevers. Het is makkelijker als we die uitgevers eerst aan boord hebben. Maar zoals gezegd: bij gebrek aan een disruptieve factor is lang niet iedere uitgever even gretig.'

Tweeëneenhalf jaar na de lancering gaat het naar eigen zeggen goed met Musebooks. Het bedrijf heeft inmiddels meer dan 50.000 gebruikers. De meesten zijn bezoekers van onder meer de Bosch-tentoonstelling in het Noordbrabants Museum en de Breughel-expositie in het KMSK, die bij aanschaf van de catalogus met een 'bookkey' gratis toegang kregen tot de digitale versie. Gezamenlijk kochten zij ook ruim 2000 exemplaren. En het aanbod groeit steeds harder: waren er begin dit jaar nog zo'n 100 titels beschikbaar, inmiddels zit dat al boven de 250.
Ook verwerft Musebooks inkomsten uit het ter beschikking stellen van de techniek voor anderen. Zo digitaliseert het bedrijf met enige regelmaat gidsen voor regionale of stedelijke toeristische centra in voornamelijk het eigen Vlaanderen. Een voorbeeld is de Limburgse vakantiegids, gemaakt voor de Provincie Limburg die uitsluitend op de site van deze organisatie is te lezen. Ook heeft Musebooks voor TEFAF een stadsgids voor Maastricht gemaakt. Wie een kaartje voor de kunstbeurs kocht, kreeg een bookkey om hem gratis te raadplegen. 'Maar dat is allemaal extra', aldus Tuna.
Daarmee is het bedrijf uiteraard nog niet winstgevend. Maar dat heeft nu eenmaal tijd nodig. Tuna: 'Er ís nog geen markt voor digitale kunstboeken. Die moeten wij zelf maken. Maar de potentie is er zeker. De wereldwijde markt voor kunstboeken is vier miljard dollar. Wij schatten de markt voor digitale kunstboeken op 500 miljoen euro. En ik doe het berekenen van marktwaarden als beroep – naast mijn werk bij Musebooks doceer ik onder andere dit soort dingen aan de University Colleges Leuven-Limburg. Ik durf daarom wel te zeggen dat ik behoorlijk goed ben in dergelijke berekeningen.'
Om de markt te ontwikkelen, volgt Musebooks drie routes. Ten eerste adverteert het bedrijf online, voornamelijk op sociale media. Hoewel het in principe liefhebbers in de wereld wil binnenhalen, focust het vooralsnog op vier markten: Nederland, België, Amerika en Groot-Brittannië. 'We hebben hiervoor gekozen vanwege de taal van de boeken én omdat klanten in het Nederlandse taalgebied erg open staan voor digitale boeken. Ik kan niet onthullen hoeveel geld we hierin steken, maar we zijn tevreden over de ratio tussen de kosten en het aantal nieuwe gebruikers die het oplevert,' meent Tuna.
In een volgende ronde gaat Musebooks zich ook richten op de Duits- en Franstalige markten. 'Om die reden hebben we de interface inmiddels in deze talen beschikbaar. Maar we hebben ook al een overeenkomst met het National Palace Museum in Taiwan om hun uitgaven via ons beschikbaar te maken. Het grootste deel is Engelstalig, maar een aantal titels zijn in het Chinees. We hebben inmiddels een uitgave gemaakt om te laten zien dat onze techniek ook Chinese karakters aankan. Die hebben we deze zomer meegenomen op een handelsdelegatie van Startups.be naar China en Hong Kong om contacten te leggen.'
Naast betaalde online advertenties is iedere titel in de catalogus ook een marketinginstrument. 'Ieder boek heeft zijn eigen aantrekkingskracht, dat we proberen te benutten', zegt Tuna. 'Daarom werken we ook graag met musea en kunstinstellingen', vult Rochmes aan. 'Door de bookkeys levert het niet veel omzet op, maar we krijgen wel zo veel gebruikers die in aanraking komen met ons product en zo kopers worden. De musea en instellingen helpen ons bovendien Musebooks promoten door op een enthousiaste manier aandacht te besteden aan de digitale versie van hun catalogus.'
Tot slot zoekt Musebooks groei op de professionele markt, zegt Rochmes. 'Bibliotheken van universiteiten en onderzoeksinstellingen besteden in de VS zo'n 75% van hun aankoopbudget aan digitale bronnen. Ook kunsthistorici, inclusief de studenten, willen betaalbare bronnen waar veel materiaal bij elkaar is gebracht. Juist voor deze markt zijn we daarom begonnen met onze eerste catalogue raisonné: van René Magritte. Zulke werken zijn doorgaans interessanter voor researchers dan het algemene publiek. Dat vereist overigens wel aanpassing van onze techniek.'
En als ook deze groep eenmaal klant is bij Musebooks – wie zal dan nog ooit de vraag opwerpen: Waarom kun je zo weinig kunstboeken digitaal lezen?
(Verscheen eerder in Boekblad magazine, dec 2018)

zaterdag 19 januari 2019

Uitgeverij Leopold viert heel 2019 dertig jaar Kikker (Boekblad)

Kikker is dertig jaar na verschijnen van 'Kikker is verliefd' onverminderd populair. Uitgeverij Leopold heeft dus alle reden om het dertigjarig jubileum van Max Velthuijs' personage uitgebreid te vieren.

De aftrap van het Kikker-feestjaar begon op 4 januari. Die dag plaatste de uitgeverij het speciaal geschreven lied Kikker viert feest op Youtube. 'Het is de eerste keer dat we zoiets doen', vertelt medewerker marketing & publiciteit Rosanne van de Poll. 'Het is bedoeld voor het onderwijs dat ons vaak om lesmateriaal vraagt, maar ook om de online zichtbaarheid te vergroten. We gaan het zeker nog veel verspreiden via nieuwsbrieven, sociale media en dergelijke'. Het lied is inmiddels een kleine duizend keer bekeken.
Daarnaast mikt de uitgeverij op maximale zichtbaarheid. Leopold heeft daarom een stand op én de Nationale Onderwijs Tentoonstelling (NOT) én de Negenmaandenbeurs. Kikker is kikker is het actieboek van Geef een prentenboek cadeau 2019, die begint op 5 april. En er verschijnen in nieuwe titels: het kartonboek Kikker geeft een feestje (feb) en de 160 pagina's tellende bundel Mijn mooiste voorleesboek van Kikker (mrt), dat zeven verhalen bevat. In de zomer volgt een persactie met de klassieke prentenboeken en Kikker-merchandise.
'De verkoop van de Kikker-titels is nog altijd goed', zegt uitgever Manja Heerze. 'Waarschijnlijk komt dat niet alleen door de universele thema's van Max Velthuijs – jezelf zijn of bang zijn voor een ander – maar ook door de karakters van de vriendjes. Die zijn van een puurheid waarin de lezers een facet van zichzelf kunnen zijn. Misschien ook niet onbelangrijk: Kikker is al die jaren zichzelf gebleven. De inhoud staat voorop, en niet in dienst van de commercie.' Kinderen is daarbij ook populair bij volwassenen. 'Met Valentijnsdag geven ze elkaar bijvoorbeeld Kikker is verliefd cadeau. We hoeven daar geen acties voor te doen, maar zorgen wel altijd dat het boek voor 14 februari goed zichtbaar is.' 
Leopold heeft Velthuijs, die op 25 januari 2005 overleed, beloofd om 'heel goed' voor Kikker te blijven zorgen, vertelt Heerze. 'En dat doen we. Alle twaalf prentenboeken die hij heeft gemaakt zijn daarom nog in druk – in groot formaat, sommige ook in klein formaat. Maar om het levend te houden is het ook belangrijk dat we steeds met nieuwe dingen komen. Max begreep dat heel goed. Door te werken met nagelaten schetsen of iets nieuws te maken op basis van bestaand werk, lukt dat goed. En iedere keer als er iets nieuws is, krijgt de verkoop een nieuwe impuls.'
Ze geeft als voorbeeld de uitgave Ik ben kikker! met handpop die in het voorjaar van 2016 verscheen. 'Toen Max nog leefde is er ooit een Kikker-knuffel gemaakt. Op basis daarvan konden we dit nieuwe boek bedenken zonder dat je in platte merchandising vervalt. Omdat in de Stichting Max Velthuijs, die zijn auteursrechten beheert, mensen zitten als zijn beste vriend, en zijn oud-uitgever Liesbeth van Houten en Annemarie van Haeringen – mensen die hem lang hebben meegemaakt – weten we dat we in zijn geest blijven werken. En ook omdat hier nog altijd redacteuren zitten die met Max hebben gewerkt.'

Leopold zoekt én krijgt bij het in leven houden van Kikker steun van de boekhandel. Ook in dit jubileumjaar. Er zijn speciale papieren tassen, cadeaupapier en een speciale display gemaakt. In die laatste zitten in totaal 19 exemplaren van 12 verschillende titels. Heerze: 'In de aanbiedingscatalogus was hij nog van karton. Maar nadat we, zoals altijd, voor de beurzen hebben gesproken met de grote inkopers en een paar kleinere boekhandels, hebben we besloten hem duurzamer te maken, zodat hij jaren mee kan gaan. Van hout dus. Zo veel belangstelling proefden we wel om Kikker langdurig goed neer te zetten.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 15 jan)

donderdag 17 januari 2019

Over Jonathan Robijn, 'De stad en de tijd' en 'Congo blues' (Ons Erfdeel)

WIE IS DIE JONGE VROUW?

Congo Blues, de eerste roman van de Vlaamse auteur Jonathan Robijn, begint op de koude ochtend van nieuwjaarsdag. Morgan, een aan lager wal geraakte jazzpianist met Congolese roots, treft vlak bij zijn Brusselse huis een jonge vrouw aan. Ze lijkt te slapen, maar reageert niet op zijn vragen of op een voorzichtige tik op de schouder. Is ze dronken? Morgan heeft geen idee. Om zich niet schuldig te voelen als ze dood zou vriezen, sleept hij haar met enige moeite mee naar binnen.
Wie is deze vrouw van hooguit twintig jaar die zo lijkt op Morgans overleden lief? Waarom heeft ze in haar jaszak een envelop met een miljoen Belgische franken in gloednieuwe biljetten? Waarom doet ze, eenmaal wakker, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat zij in het bed van een vreemde man ligt? En waarom staat ze een paar dagen later opnieuw voor zijn deur? Om “een of twee nachten” te logeren, maar om daarna – zo lijkt het – nooit meer weg te gaan?
Gaandeweg neemt de vrouw, die Simona blijkt te heten, Morgan steeds meer op in haar leven. Een van de eerste dingen die ze hem vraagt, is haar te vergezellen naar het station. “Ik moet iemand zien, maar ik ben liever niet alleen”, is haar enige verklaring. Op het station neemt ze plaats op een bank. Morgan gaat een bank verderop zitten. De trein uit Luik arriveert, mensen stappen in en uit, en drie minuten later rijdt de intercity verder naar Oostende. Dat is alles. Wat is er gebeurd?

Vergelijk dat met het eerste verhaal uit Robijns debuut De stad en de tijd – een bundel van negen verhalen van elk zo’n dertig pagina's, die vier jaar eerder verscheen. Hoofdpersoon van ‘De indringer’ is een burgerlijke parfumeur met een goedlopende zaak in Brussel, die ten tijde van de wereldtentoonstelling van 1958 veel exotische bezoekers trekt. Hij heeft de grootste verwachtingen voor zijn nageslacht, een zoon en twee dochters, maar dat loopt anders.
De indringer blijkt een lid van het organisatiecomité van de wereldtentoonstelling te zijn. De man van Congolese afkomst wordt verliefd op de jongste dochter, weet het vertrouwen van de parfumeur te winnen, blijkt ook in staat te zijn geuren samen te stellen en treedt in dienst van de man die zijn schoonvader is geworden. Hij zal dat vertrouwen later misbruiken door de zoon, die niet de brave student in Londen is die zijn vader denkt dat hij is, te chanteren en zo zélf erfgenaam van de parfumerie te worden.
Het verschil tussen beide verhalen maakt precies duidelijk waarom de roman wel een aanrader is en de verhalen op zijn best vingeroefeningen zijn. In beide is sprake van een indringer die het leven van de hoofdpersoon overhoop gooit. Maar waar de geheimzinnige vrouw in Congo Blues op een intrigerende manier raadsels oproept die de lezer het verhaal in trekt, doet de buitenstaander in ‘De indringer’ dat niet. Ook als lezer blijf je een buitenstaander, en volg je onbewogen de gebeurtenissen.
‘De indringer’ begint wel met de opmerking dat de hoofdpersoon “de indruk [had] dat de wereldtentoonstelling zijn leven ondersteboven zou gooien en toch zou het nog meer dan twintig jaar duren voor hij besefte dat zijn voorgevoel hem niet had verraden”. Maar deze zin werkt als een etiket die aangeeft op welke manier de titel moet worden geïnterpreteerd. Het haalt juist eerder de verrassing uit het plot, omdat je aan het einde denkt: o ja, zo is die eerste zin dus bedoeld. Meer niet.

In beide boeken toont Robijn zich in de eerste plaats een verteller. Hij wil het niet hebben van zijn stijl of psychologisch inzicht, het draait om het verhaal zelf. Dat kan gaan over de invloed van de koloniale periode op de Belgen die deze decennia na hun vertrek uit Congo nog voelen, zoals in Congo Blues. Of het conflict tussen ambitie en liefde, de breuk binnen een familie of het verlangen naar het verleden – om wat thema’s uit de bundel te noemen. 
In de jaren tussen debuut en roman heeft hij echter geleerd hoe hij een verhaal beter kan verpakken. Niet meer als een alwetende verteller die zo rechttoe rechtaan het plot uiteenzet dat je alleen maar aan de leiband van de auteur kunt lopen, maar door te vertellen vanuit één hoofdpersoon die ook niet weet wat hem overkomt. Zo onderga je samen met Morgan het effect dat de entree van de vrouw in zijn leven heeft. Je wordt met hem nieuwsgierig naar zijn eigen verleden.
Robijn verhoogt de spanning door Morgan te laten dwalen door een onkenbare wereld zoals de Franse Nobelprijswinnaar Patrick Modiano dat altijd doet. Hij benoemt veel specifieke details: van de namen van straten en kroegen tot het gedrag van allerlei mensen op feestjes. Maar omdat Simona hem iedere uitleg over haar doen en laten onthoudt, blijft Morgan in het duister tasten over de betekenis van alles. Wat doet hij bijvoorbeeld op dat feestje van de mysterieuze Walter, bij wie Simona hem heeft geïntroduceerd?
Dit werkt alleen als je details gebruikt die het mysterie eerder vergroten dan oplossen. Dat doet Robijn. Als Simona en Morgan op genoemd feestje komen, zegt iemand: “Je bent gek, Agnes, dat betekent een verlies van driehonderdduizend.” Even later vallen plaatsnamen: Cagnes-sur-Mer, Vincennes, Sterrebeek. Het is precies genoeg om een onbestemde sfeer van rijkdom te schetsen. Nog mooier is als deze Walter uitlegt waarom er feest is: “Ik ben jarig vandaag. Blijkbaar vindt iedereen dat een drieëndertigste verjaardag gevierd moet worden.” Een zin die een hele wereld oproept.

Het sluit aan bij een ander aspect waarin Robijn beter is geworden: stijl. In zijn verhalenbundel zette hij zijn verhalen grof in de verf, waardoor ze nogal ongeloofwaardig werden. Zo gaat de zoon in ‘De indringer’ zich te buiten aan drugs. ‘Hij werd daarin bijgestaan door Bianca García Sánchez, die niet alleen onbegrijpelijk Engels sprak maar ook, dankzij haar roemruchte afkomst, het zonnige, zuiderse, opvliegende karakter van een rasechte zigeunerin had.” Kan het clichématiger?
Vergelijk dat met een typering uit het zo veel bescheidener, subtieler en daardoor levensechter geschreven Congo Blues. Als Simona onverwacht is verdwenen en Morgan naar haar op zoek gaat, staat hij voor een receptionist van een hotel waar ze verbleef. “Uit zijn mond kwamen de onverstaanbare woorden van iemand die zijn onzekerheid al een tijdje niet meer de baas is, maar die er tegelijkertijd niet in slaagt om die emotie te camoufleren.” Dat vind ik wél origineel en intrigerend.

Robijn houdt de mysterieuze sfeer van zijn roman tot het einde toe vast, ook als Morgan vanaf ongeveer de helft van het boek steeds meer over Simona komt te weten. Hij ontmoet allemaal mensen, hoofdzakelijk voormalig kolonialen (zoals zijn eigen stiefmoeder), die hem iets wijzer over haar kunnen maken. Haar relatie met Walter – die ik hier niet zal onthullen – wordt bijvoorbeeld uiteindelijk helder. Maar omdat niemand echt de waarheid weet, blijft hij aarzelen met het trekken van conclusies.
Dat is zonder meer knap gedaan. Aan het slot heb je daarom én een idee van de verwevenheid van de vermogens die ooit zijn vergaard in de Belgische kolonie, met de ontheemden die op een of andere manier uit Congo in Brussel zijn beland, én een consistente leeservaring die niet is verpest omdat de schrijver zo nodig keurig uit de doeken wil doen hoe hij alles heeft bedoeld. Robijn vertelt een boodschap zonder die zijn lezers in het gezicht te duwen.
Daarom is het des te spijtiger dat zijn uitgeverij dat wél heeft gedaan. Op de achterflap – die ik gewoontegetrouw godzijdank pas na afloop heb gelezen – schrijft Cossee onomwonden welk “weinig bekend hoofdstuk uit de koloniale geschiedenis” de auteur heeft geïnspireerd, toen hij daar tijdens zijn werk voor Artsen Zonder Grenzen over hoorde. Waarom? Het dreigt een prachtige literaire roman te reduceren tot een flauwe tendensroman of invuloefening.
Wie door deze bespreking nieuwsgierig is geworden naar Congo Blues, kan ik daarom alleen maar aanraden: vermijd de achterflap.
(Eerder gepubliceerd in Ons Erfdeel)

dinsdag 15 januari 2019

Weduwe Willem Donker zet uitgeverij Donker voort (Boekblad)

Jos Exler, de weduwe van Willem Donker, verkoopt uitgeverij Donker niet. Zij zet het in 1938 opgerichte familiebedrijf voort – met hulp van Maarten Muntinga als uitgever.

Willem Donker wilde de uitgeverij aanvankelijk verkopen, vertelt Exler, toen hij in het laatste jaar zijn energie verloor. 'Maar hij kreeg er te weinig voor. Hij dacht er tweeëneenhalve ton voor te krijgen, maar het boekenvak bleek daarvoor te veel veranderd. Hij was daarover teleurgesteld en besloot toen te leven van titels die blijven doorlopen.' Denk aan onder andere De kleine prins van Antoine de Saint-Exupéry, Tao van Poeh van Benjamin Hoff en De zin van het bestaan van Victor E. Frankl.

Ook Exler – al 45 jaar actief als couturier, met een eigen atelier in Delfshaven – dacht na Donkers overlijden begin oktober de uitgeverij van de hand te doen. Er was zeker belangstelling. Vier kandidaten benaderden haar met een serieus bod. 'Te laag natuurlijk. Maar ik dacht vooral: straks geef ik de sleutel af, dat is alsof ik Willem weggeef. Dat was zo'n emotionele gedachte. Tegelijk zat ik daar op zijn stoel, voor de archiefkast waar alle uitgaven sinds 1938 in staan, alle zaken af te handelen en ik vond dat zó leuk: het werk met boeken, vormgevers, noem maar op. Het begon echt te kriebelen. Alsof Willems geest in mij gevaren was.'

Uitgeverij Donker is, mede dankzij genoemde steadysellers, een gezond bedrijf. 'Ik had Maarten Muntinga, een van de mensen die geïnteresseerd waren om de uitgeverij te kopen, gevraagd een onderzoek te doen. Hij ontdekte toen hoe prachtig het bedrijf echt was. Dat komt mede omdat Willem altijd zuinig aan heeft gedaan, ook voor zichzelf: hij gaf zichzelf maar een bescheiden salaris. "De liefde zit in het maken", zei hij altijd. "En het verdriet in het magazijn".'

Daar komt bij dat Exler een atelier (met zes medewerkers) heeft dat alleen op afspraak is te bezoeken. Dat schept ruimte om de uitgeverij te leiden, die al een geoliede machine is, benadrukt ze. 'Dagelijks is hier een medewerker. De boekhouder komt twee keer per week. Een vormgever ook. Een mevrouw helpt regelmatig bij het versturen van boeken. En Maarten is hier drie keer per week.' En al is ze zelf 72 jaar, 'ik heb nog energie als een meid van veertig'.

Exler plant vier tot vijf titels per jaar te gaan maken. 'Gewoon: bescheiden. De boekhandel zit niet te wachten op duizend nieuwe titels.' In het najaar komt de eerste aanbieding. 'Daar komt in ieder geval een boek in waar Willem al mee bezig was: Tafelverhalen door de eeuwen heen – een vertaling uit het Italiaans. Daarnaast gaan we op zoek naar nieuwe titels. Daar zullen zeker Rotterdam-boeken tussen zitten. Ik heb inmiddels drie manuscripten toegestuurd gekregen, die ik ga beoordelen.'

Uitgeverij Donker zet ook de verzamelde correspondentie van Erasmus voort. Zestien delen zijn al verschenen, er volgen er nog vijf. 'Gisteren had ik een mevrouw uit Maastricht over de vloer voor een jasje dat ik voor haar heb ontworpen. Omdat ze een dik boek in haar tas had zitten, raakten we daarover aan de praat. "Ik lees alleen moeilijke boeken", vertelde ze. "O ja, ik heb zestien delen-Erasmus staan." En toen zei ze: "Stuurt u die mij maar toe". Heel leuk om mijn atelier en de uitgeverij zo te mengen.' (Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 11 jan)

maandag 14 januari 2019

Eerste druk 'Maan' van Lucinda Riley bedraagt 50.000 exemplaren (Boekblad)

de gereserveerde exemplaren
Gisteren gelanceerd bij boekhandels Jaspers in Badhoevedorp: Maan van Lucinda Riley. Met een eerste druk van 50.000 exemplaren en een tweede druk van 20.000 exemplaren is dat de eerste grote titel van 2019.

Xander Uitgevers plande verschijning van het vijfde deel van 'De zeven zussen'-serie kort na de feestdagen omdat 'er in een vaak rustige januari maand bij de boekhandel ruimte en behoefte is voor een grote lancering', vertelt marketing- en pr-medewerker Marieke Hofstede. 'Hiermee geven we hen een goed begin van het jaar. Heel veel vaste klanten komen deze week naar de winkel om hun reservering op te halen. Het blijkt ook wel. We kregen vorige week al zo veel reserveringen en bestellingen dat we maandag, nog voor verschijnen, de tweede druk hebben opgelegd. Die komt begin volgende week.'
Maan verscheen in oktober in het Engels. Xander had daarna tijd nodig om te vertalen. Dus verschijning midden in het toch al drukke cadeauseizoen lag niet voor de hand. Maar het bleek ook ingewikkeld om zó kort op de feestdagen het boek uit te brengen, vertelt Hofstede. 'Drukkers zijn soms dicht met de feestdagen. Het CB heeft een aangepaste dienstverlening. De freelancers die aan het boek hebben gewerkt, willen ook vrij zijn in deze periode. Maar door het goed te plannen is het toch gelukt.'
De marketing voor Maan begon al in november. De uitgeverij adverteerde veel online om mensen een exemplaar te laten reserveren. Dat lijkt goed gelukt: bij Jaspers stond gisteren een hele rij klaar voor de klanten. 'En dat geldt voor heel veel boekhandels in Nederland. Ook bij Bruna en Bol waren heel veel reserveringen. Nu vervolgen we de marketing met een postercampagne op stations en een radiocampagne. Ook hebben we héél veel afspraken met winkels en ketens gemaakt voor in store-promotie: posters, etalages, noem maar op. We willen echt de kracht van de winkel inzetten.'
Xander had in de aanbiedingsfolder boekhandels gevraagd om een idee in te dienen voor een launchparty. 'Dat hebben we bewust kort gehouden, omdat we het niet te veel willen invullen', zegt Hofstede. 'Omdat het zo direct na de feestdagen was, kregen we niet heel veel reacties: een stuk of vijf. Toen ik met hen in gesprek ging, bleek Jaspers zo enthousiast – ze wilden meteen flyers drukken, stoepbordposters maken, een etalage inrichten – dat ik al snel dacht: dat is de beste keuze. Het was gisteren ook heel leuk. Lucinda had in een filmpje een stuk of zes vragen van lezers beantwoord. Onze uitgever Sander Knol organiseerde een quiz, waarbij je het eerste exemplaar kon winnen. En er was een flamencodanseres om de sfeer van het nieuwe deel aan de zo'n dertig, vijfendertig aanwezigen mee te geven.'
In totaal zijn van de vier tot nu toe verschenen delen van 'De zeven zussen'-serie inclusief e-boeken 600.000 exemplaren verkocht. Daar zit nog veel groei in, blijkens het succes in de kerstperiode waarin toch weer veel nieuwe lezers de reeks ontdekken. Met het nieuwe deel erbij komt de grens van één miljoen in zicht. Dat zou een ideaal moment zijn om Riley naar Nederland te halen. 'Die behoefte is groot: bij ons, bij de boekhandel, bij lezers. Ze heeft ook toegezegd dit jaar te komen. Maar wanneer weten we nog niet. Ze is nu druk aan het schrijven van deel zes. Daarvoor geven we haar natuurlijk alle tijd.'
Daarbij vergeleken is de verkoop van De nachtroos, de standalone-titel die in oktober verscheen, duidelijk lager. De roman stond na verschijning slechts vijf weken in de Bestseller 60, met de 34e plaats als hoogste notering. Toch is Xander tevreden over deze uitgave, waarvan er 28.000 p- en e-boeken zijn verkocht en die deze week terugkeerde in de lijst: op 60. Hofstede: 'De verkoop is niet vergelijkbaar, nee, maar je ziet dat het in de slipstream meegaat. We hebben al twee herdrukken kunnen opleggen. Boekhandels en lezers geven dit boek zeker ook aandacht.'
Dat Maan volgende week op 1 binnenkomt in de bestsellerlijst lijkt vanzelfsprekend. Toch houdt Hofstede een kleine slag om de arm: 'Het is afwachten wat Michelle Obama gaat doen.' Maar ze geeft toe dat de medewerkers van de uitgeverij deze keer geen weddenschap hebben afgesloten over de plek waarop het nieuwe 'Zeven zussen'-deel binnen zal komen. 'Vorige keren ging dat van 30 tot 1, maar nu is nog weinig te raden over – zo hoog komt het wel binnen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 10 jan)

Zie ook – hier en hier – deze eerdere berichten over het succes van Lucinda Riley in Nederland.

zondag 13 januari 2019

Interview: Frederike Scholing van Boekhandel Lovink over het cadeauseizoen 2018 en de btw-verhoging (Boekblad)

Boekverkopers kunnen deze week niet alleen de balans van 2018 opmaken. Ze moeten sinds woensdag ook de btw-verhoging naar 9% doorvoeren. Frederike Scholing van boekhandel Lovink had na de overname door een stichting een buitengewoon goed jaar. De btw-stijging zal de groei niet weer afnemen, verwacht ze.

Hoe was je week?
'Goed. Ik ben opgelucht dat december weer achter de rug is. Het is natuurlijk een geweldige maand. Leuk, dynamisch. Maar het is wél op je tenen lopen en dan ben ik altijd blij als alles weer gewoon is. Hoewel het dit jaar door de btw-verhoging niet helemaal gewoon is. Al moet je dat niet overdrijven.'

De drukte was na de kerst niet meteen voorbij?
'Nee. Het liep daarna goed door. We hadden maandag zelfs een drukke Oudjaarsdag. Maar het was natuurlijk niet die enorme toeloop op de laatste zaterdag en maandag voor kerst, toen we niet eens tijd hadden om te lunchen.'

Kijk je met een goed gevoel terug op het cadeauseizoen 2018?
'Absoluut. Vooral in november. Al het hele jaar, sinds een stichting in mei de winkel van Boeije Jansen overnam, boeken we een forse omzetstijging van tien tot vijftien procent – ook in december. Maar de maand voor Sinterklaas plusten we dertig procent. Echt extreem. Ik denk dat mensen weer meer boeken als cadeau hebben gekocht.'

Welke titels liepen – naast de landelijke bestsellers – goed?
'Lovink wordt vooral gewaardeerd om het brede aanbod. Hoe meer er ligt, hoe meer dat elkaar versterkt. Daarbinnen waren natuurlijk de Weemoedts en Obama's gigantisch. Lokaal deed een boek over kasteel de Cloese, dat in Lochem ligt, het erg goed. Dat verscheen eind november bij Matrijs: precies op het goede moment. Het kost 24,95 euro, dus dat zet zoden aan de dijk.'

Waarom is de omzet van de winkel sinds mei zo opvallend gestegen?
'Die is heel typisch, ja. We hebben denk ik de wind mee. Een nieuw team brengt nieuwe energie met zich mee. Het besef is bij klanten ook gegroeid, na een paar moeilijke jaren, dat het echt nodig is om lokaal te kopen als je de winkel wil behouden. We zijn zichtbaarder dan vroeger. Sinds september zit onze medewerker Jeroen Schwartz in het DWDD-panel, maar ook doen we bijvoorbeeld mee aan de top 10 van NRC Handelsblad. En in het voorjaar is boekhandel Heusinkveld in Holten is omgevallen. Dat is tien kilometer verderop, maar de mensen zijn dan toch op Lochem aangewezen. Dat draagt allemaal bij.'

In Holten is wel een Primera geopend én komt er nog een The Read Shop.
'Maar de man van de boekhandel had een hoge gunfactor. In de Primera zit nu een voor de bevolking anoniem figuur. Ik denk dat deze winkels samen het daarom toch minder goed doen.'

Ligt de omzetgroei ook aan jou?
'Ja. Ik onderschat mijn eigen positie zeker niet. Ik zorg ervoor dat we heel actief zijn en scherp inkopen. In 2019 wil ik dat verder finetunen. Maar het is niet dat ik sinds mei opeens mijn eigen accenten kon zetten. Ik was daarvoor al bedrijfsleider en had daarom al de winkel steeds meer naar mijn hand gezet. Dat is een heel organisch proces geweest. De overdacht was vooral een psychologisch en emotioneel moment, ook voor de vorige eigenaar.'

De stichting die nu de winkel bezit, laat je niet vrijer dan je al was?
'Dat wel. Ik heb meer meer vrijheid en meer verantwoordelijkheid gekregen, maar het is niet zo dat ik na de officiële overdracht een andere koers ben gaan varen. Het driekoppig bestuur en ons team neemt me wel taken uit handen waardoor ik me veel op de werkvloer kan begeven en me op de in en verkoop kan richten. Ieder heeft zo zijn eigen expertise, daar maken we goed gebruik van.'

Ben je woensdag aan het grote omprijzen begonnen?
'Wel iets, maar niet veel. We hebben een briefje opgehangen voor de klanten om uit te leggen dat de prijs aan de kassa kan verschillen van wat er op de prijssticker staat. Klanten hebben daar begrip voor. Zij snappen heel goed dat het niet te doen is om de hele voorraad in een keer aan te passen.'

Maar hoe voeren jullie de prijswijzigingen door?
'Dat gebeurt in het systeem automatisch. En af en toe scannen we een boek om te controleren of de prijs correct is. Zeker nieuwe titels die we in december hebben besteld en dit jaar binnenkomen, moeten we aanpassen. Een collega houdt dat scherp in de gaten. Maar het valt me op dat in het algemeen de prijsverhoging redelijk is: rond de drie procent. Alleen in sommige gevallen komt er wel vijf euro bij. Ook viel mij op dat najaarstitels die eerder 19,95 kostten alvast een paar euro duurder waren.'

In dat geval, redeneren sommigen, is het toch goed dat boeken eindelijk duurder worden? De gemiddelde prijs is al jaren nauwelijks gestegen.
'Ik ben daar geen voorstander van. Ik vind de prijs van boeken heel reëel, als je bedenkt wie er allemaal aan moeten verdienen. Maar boeken moeten wel betaalbaar blijven voor zo veel mogelijk mensen. Er is al zo veel op cultuur bezuinigd. Daarom ben ik eigenlijk ook tegen de hele btw-verhoging. Straks worden boeken een luxe-artikel.'

Accepteren klanten de prijsverhogingen?
'Ik heb tot nu toe geen ongenoegens gehoord en ben daar ook niet zo bang voor. Voor koopkrachtigen maakt een paar euro ook niet zoveel uit, voor mensen met een krap budget telt wel iedere euro.'

Zal de btw-verhoging daarom invloed hebben op de omzet?
'Dat denk ik niet. En ik schat in dat voor  90% van alle gevallen de boekhandel niet de dupe van de prijsverhoging wordt. De klant betaalt het verschil. Ik begreep daarom de opmerking van Kees Schafrat van boekhandel Broekhuis in Tubantia deze week niet dat hij op 1 januari in een klap een auto armer is geworden. De prijsverhogingen heffen dat verlies toch weer op? Kennelijk is er veel onduidelijkheid over de btw.'

Tot slot: wat doe je vandaag?
'Zoals bijna iedere zondag. Eerst een wandeling met mijn hond maken en de kranten lezen en daarna een boek. Ik ben bezig in Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer. Ik ben vanaf het eerste uur een groot liefhebber van zijn werk en ook van deze roman ben ik zeer onder de indruk. Zijn taal is zo ongelooflijk goed: tegelijk verfijnd en bombastisch, ieder woord staat op de juiste plaats. En in deze omgeving ben ik zeker niet de enige die dat vindt. Hoewel Grand Hotel Europa pas in de tweede week van december verscheen, staat het boek bij ons op 2 in hele maand-top 10.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 6 jan)

donderdag 10 januari 2019

Uitgeverij Horizon – portret van de Vlaamse uitgeverij van Overamstel (Boekblad)

In minder dan vier jaar tijd heeft Geert Cortebeeck Horizon uitgebouwd tot een uitgeverij van non-fictie die, ondanks de sterke concurrentie, meetelt in Vlaanderen. Hij dankt dat mede aan Overamstel Uitgevers, waar Horizon een imprint van is.

Het was de Vlaamse uitgevers niet ontgaan. Horizon, de Vlaamse imprint van Overamstel Uitgevers, had aan het begin van de Boekenbeurs – de jaarlijkse hoogmis van het Vlaamse boek – drie titels in de (van strips geschoonde) top 20: Mijn kleine oorlog van Rudi Vranckx, Omdat het kan van Eva Daeleman en Asem van Leen Dendievel. Ze feliciteerden er uitgever Geert Cortebeeck van harte mee, vertelt hij met enige trots. Dat had hij binnen vier jaar toch maar mooi geflikt.
De bestsellers geven goed de breedte van het fonds aan. Een bundeling van dagboekfragmenten over dertig jaar verslaggeving aan het front – van de val van de Muur tot het einde van IS-kalifaat – door de verslaggever van de VRT. Het lifestyle boek 'over veerkracht, levenslust en ont-moeten', zoals de ondertitel luidt van Omdat het kan, van een voormalig radio- en tv-presentatrice. Eneen psychologisch boek over angst van een bekende actrice (tegenwoordig te zien in de soap Thuis).
'Alle non-fictie past binnen het fonds', vertelt Cortebeeck. 'Ook sport- en muziekboeken. Als het maar is geschreven door een Belg of een duidelijke link met België heeft, zoals vertaalde boeken over Vlaanderen in de Middeleeuwen en de biografie over Jacques Brel van Olivier Todd. Het enige wat we niet publiceren zijn kookboeken, omdat Carrera die binnen Overamstel uitgeeft. Ze hebben al de Vlaamse Nederlander Sergio Herman, in 2019 volgen bij hen de eerste echte Vlaamse kookboeken.'
Ook moet ieder boek geschikt zijn voor een ruim publiek. Aan uitgeven voor niches doet Horizon, net als andere imprints van Overamstel, niet. En dat blijkt uit de resultaten – niet alleen van dit najaar, maar sinds de start van de uitgeverij. Cortebeeck schat dat ongeveer twee op de drie titels de bestsellerlijst heeft gehaald. 'De best verkopende boeken uit onze nog korte geschiedenis zijn Leven zonder filter van Fleur van Groningen,De Zonnekoning van Johan Op de Beeck en Mijn kleine oorlog van Rudi Vranckx.’

De geboorte van Horizon lag in de vennootschap die Overamstel in 2014 in België oprichtte. Cortebeeck, toen nog uitgever non-fictie van Manteau (WPG Uitgevers België), had via via van de plannen vernomen. Hij zocht daarop contact met algemeen directeur Martijn Griffioen van Overamstel. Omdat het ook toen Boekenbeurs was en Cortebeeck zijn auteurs niet in de steek wou laten, spraken ze in Antwerpen af. Ze waren er snel uit, hij zou een Belgische uitgeverij op de kaart zetten.
 'Ik was altijd al een fan van Overamstel', blikt hij terug in nota bene hetzelfde restaurant waar hij voor het eerst zijn huidige baas ontmoette. 'Hun slogan vat het uitgeefvak perfect samen: We love books, and we love selling them. Ze vielen me in de berichtgeving van Boekblad vaak op als innovatief en vooruitdenkend bedrijf. Ze deden misschien niets revolutionairs dat nergens ter wereld werd gedaan, maar ze bleven – en blijven nog steeds – voortdurend bij de tijd door nieuwe dingen te lanceren met social media, podcasts, noem maar op. Ik was daarom zeer geïnteresseerd in deze uitgeverij.'
Op 1 januari van het jaar erop begon Cortebeeck 'met een blanco blad', zegt hij. Hij kan echter niet ontkennen dat hij toen auteurs belde van wie hij al eerder boeken had uitgegeven bij Manteau. Toen hij drie maanden later met een persbericht naar buiten trad en de eerste titels presenteerde, zat daar bijvoorbeeld een nieuw 'seksboek' van Goedele Liekens bij. Met zijn netwerk als basis stond Horizon meteen op de kaart. De top 20 non-fictie informatief van 2015 telde gelijk twee titels van zijn fonds.
Sindsdien is Horizon ieder jaar gegroeid. Dat laat zich het best illustreren door de gestage uitbreiding van het personeelsbestand. Cortebeeck begon met slechts een redacteur. 'Aanvankelijk deed L&M Books de marketing & sales. Dat was een heel fijne samenwerking, maar Overamstel wil dat zo veel mogelijk in eigen hand houden. Ik vorm nu een klein maar hecht team met Maja Matthys (acquirerend redacteur), Emilie Laddyn (pr & marketing) en Melanie Droessaert (sales). De laatste twee behartigen ook de marketing & sales in Vlaanderen voor de Nederlandse fondsen van Overamstel.'

Maar ook het fonds verbreedt. Dit jaar is Horizon begonnen met fictie. Werd aanvankelijk gezegd dat andere imprints van Overamstel al genoeg literaire en commerciële fictie uitbracht, nu heeft Horizon daar zelf de ruimte voor gekregen – mits, opnieuw, de titels zijn geschreven door een Belg of een duidelijke link met België hebben én een ruim publiek kunnen bedienen. Een van de eerste titels was de verhalenbundel voor de jeugd Alles Kids! van voormalige K3-zangeres Kristel Verbeke.
'De fictie-lijn begon eigenlijk toevallig', vertelt Cortebeeck. 'Ik las begin dit jaar het laatste boek van Jean d'Ormesson. België is nog altijd een tweetalig land, velen spreken goed Frans of zijn zelfs tweetalig opgevoed en dan kijk je nog altijd naar wat er in Frankrijk zoal verschijnt – terwijl Nederland eigenlijk vooral Angelsaksisch is georiënteerd. Een geweldig boek, vond ik, dat in Frankrijk meteen nummer 1 stond en waarvan er uiteindelijk 250.000 exemplaren zijn verkocht. Dat moest vertaald worden.'
Het mooie van Overamstel vindt Cortebeeck dat hij daar zonder dralen ruimte voor kreeg. 'Toen ik dit in Amsterdam in een vergadering vertelde, zei Martijn Griffioen meteen: let's try. Vanwege de Franstalige oriëntatie van België lag het ook voor de hand dat Horizon deze roman bracht en niet Lebowski of Hollands Diep. Misschien had Martijn altijd al in zijn hoofd dat wij na een aantal jaar fictie zouden gaan doen en wachtte hij alleen op het goede moment. Het is typisch voor zijn aanpak: altijd doorbouwen.'
Ik leef altijd van Jean d'Ormesson verscheen inmiddels in september. Met mooie recensies tot gevolg, benadrukt de uitgever. 'Maar deze literaire roman is eigenlijk een beetje een vreemde titel in het fonds. Het heeft niets met Vlaanderen te maken, en ik zal me eerder richten op genres voor een groot publiek. Vooral thrillers, het genre dat ik het beste ken. Bij Manteau heb ik dat ook af en toe uitgegeven. Ik ben dit jaar opnieuw gaan bellen en kom volgend jaar met een paar mooie titels. Nee, ik noem nu geen namen.'

Ondanks de stapsgewijze uitbreiding van het fonds moet Horizon klein van omvang blijven. Een titel of vijfentwintig per jaar, meer wil Cortebeeck niet brengen. Dat betekent: nog scherper kiezen. 'Dankzij de groeiende naam en faam van Horizon heb ik ook de luxe dat auteurs nu bij mij aankloppen. Ik zou makkelijk veertig, vijftig titels kunnen uitgeven. Maar ik moet soms een auteur teleurstellen. Want alleen dan kunnen wij onze belofte aan de auteur waarmaken: wij zijn er voor jou en je boek.'
Die toewijding aan iedere individuele titel is noodzakelijk om daar ook succes mee te hebben, denkt hij. Bij Manteau deed Cortebeeck tot wél veertig titels per jaar. 'Ik heb daar dertien jaar graag gewerkt. Echt. Maar met zulke aantallen kun je een boek niet optimaal begeleiden en is er ook minder ruimte voor ondernemerschap. Concerns willen graag dynamisch en innovatief zijn, maar het is moeilijk dat te realiseren. Bij Overamstel, dat op een onafhankelijke schaal opereert, kan dat wel.'
Hij geeft drie voorbeelden van uitgeven zoals hij voorheen niet kon. 'Rudi Vranckx, las ik, heeft aan het front altijd een boek van Martha Gellhorn bij zich waarin haar beste stukken als oorlogsjournaliste zijn verzameld: The Face of War. Ik dacht: hij doet ook al dertig jaar verslag van conflicten, hij kan ook zo'n boek maken. Rudi bleek dat een goed idee te vinden. Toen hebben wij al zijn boeken en artikelen herlezen. Daar was anders nooit tijd voor geweest. Dan had hij Mijn kleine oorlog helemaal zelf moeten samenstellen.'
Tweede voorbeeld. 'Voor Alles Kids! van Kristel Verbeke zouden we vroeger afhankelijk zijn geweest van de klassieke pr: exemplaren naar de pers sturen en dan maar hopen op recensies en interviews. En misschien een boekvoorstelling. Nu was er ruimte om iets nieuws te proberen: een scholenwedstrijd. Via sociale media werden scholen uitgedaagd om iets te maken met de thema's die zij aansnijdt: een tekst, een liedje, van alles. Het is nog te vroeg om te zeggen wat dat heeft opgeleverd, maar de pers is het zeker niet ontgaan.'
En het derde voorbeeld: Mark De Geest. 'Hij is zo’n auteur die bij ons heeft aangeklopt. Hij had zijn vorig boek bij een concern gepubliceerd, maar was ontevreden dat hij helemaal geen contact met de uitgeverij had. Ja, bij het ondertekenen van het contract en bij het inleveren van het manuscript. Hij vond dat zo jammer. Nu hebben wij in september zijn boek over de Eerste Wereldoorlog uitgegeven: Een dure vrede. Op de Boekenbeurs vertelde hij me opgetogen: jullie waren er wél, in elk stadium van het uitgeefproces.'

Daar staat tegenover dat iedere titel succes moet hebben. Missers kan Horizon zich slechts beperkt veroorloven. Interne kruissubsidiëring is evenmin mogelijk. 'Maar dat geeft niet', relativeert Cortebeeck. 'Ik heb dat nooit een gezonde manier van uitgeven gevonden. Ik kom van oorsprong uit de tv-wereld – de reden waarom ik bij Manteau ook Bekende Vlamingen kon uitgeven. Daar is populariteit helemaal doorslaggevend. Andere uitgeverijen, met andere doelstellingen, moeten maar poëzie publiceren.'
De enige kruisbestuiving waar Horizon aan doet is die tussen Nederland en Vlaanderen, vooral op het gebied van vernieuwende marketing en sales. 'In Nederland gebeuren die vaak eerder. En natuurlijk zijn Nederland en België twee aparte landen met ieder zijn eigen cultuur en eigen boekenmarkt. Denk alleen aan de populariteit van sportboeken in Nederland en die van kookboeken bij ons. Maar als Overamstel succes heeft met bijvoorbeeld podcasts kunnen we dat zeker kopiëren. Wat we hebben gedaan.'
Ook de manier waarop in Nederland de Vlaamse titels van Horizon worden gepromoot bevalt Cortebeeck zeer. 'Ik heb in zeventien jaar in het boekenvak alles al meegemaakt. Een externe partner. Een zusterbedrijf binnen het concern die de marketing en sales doet. Een Belg die vanuit Nederland de titels doet. Maar Overamstel hanteert toch de efficiëntste manier. Per titel wordt gekeken of het geschikt is voor Nederland en zo ja, dan wordt iedere titel ondergebracht bij de Nederlandse collega wiens pr-netwerk het beste aansluit.'
En nee, dan bereikt niet iedere titel de Nederlandse boekhandel. 'Rudi Vranckx komt af en toe ook in Nederland op tv. Johan Op de Beecks werk is ook voor Nederland interessant. Maar Eva Daeleman? In Nederland is al eens een boek verschenen van een Nederlandse presentatrice die de begeerde mediawereld vaarwel zei om tot zichzelf te komen. Nou, prima. Ik ben niet ontevreden met de omzet in Nederland, al is het moeilijk te meten omdat Bol.com hun omzet met onze titels niet splitst naar land.'
'Onze ambitie,' besluit hij. 'is uiteraard om in Vlaanderen én Nederland de verkoopcijfers te blijven verhogen, zonder onze focus op een streng geselecteerd aantal titels door auteurs van eigen bodem te verliezen.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, nov 2018)

zondag 6 januari 2019

Geen enkele roman redt het met één gegeven. Over Connie Palmen (Septentrion)

Een populair idee wil dat de meeste auteurs iedere keer hetzelfde boek schrijven, maar dat uitsluitend echte schrijvers aan een oeuvre werken: een ingenieus, samenhangend bouwwerk waarin het kernthema in iedere roman, verhaal en essay – die natuurlijk voortdurend naar elkaar verwijzen – van een andere kant wordt belicht. Als dat waar zou zijn, geldt dat in extremis voor Connie Palmen, over wie de mythe gaat dat haar afstudeerscriptie de kiem bevat waaruit alle teksten zijn voortgekomen.
Die scriptie heette Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates (1992). Nadat Palmen (Sint Odiliënberg, 1955) al cum laude was afgestudeerd in de neerlandistiek, behaalde ze hiermee de graad van doctorandus in de filosofie. De kern van haar betoog is de theorie dat zelfs iemand als Socrates, die per se niets op schrift wilde vastleggen omdat hij dan verkeerd begrepen kon worden, niet kon ontkomen aan het feit dat anderen over je praten, een beeld van je vormen, hun ideeën op je projecteren – kortom, je een reputatie bezorgen. Dat Socrates weigerde daartegenin te gaan, toen hij er eenmaal van was beschuldigd een slechte invloed uit te oefenen op de Atheense jeugd, kostte hem zijn leven.
Mensen, legt Palmen uit, zijn weerloos tegen de verhalen die over hen de ronde doen. Maar: ze zijn ook niet verantwoordelijk voor die verhalen. Iedereen heeft een publieke naam, die je in de kleine kring van bekenden en kennissen of juist in de grote arena van de maatschappij een zekere roem oplevert, maar die zegt niets over wie je werkelijk bent, maar des te meer over de mensen die over je praten. 'De Palmen waar u het over heeft, daar kan ik niks aan doen', concludeert ze dan ook.
In haar romans speelt die verhouding tussen de valse identiteit, gesymboliseerd door de eigennaam die iedereen kent, en de echte identiteit een rol. Dat gaat van de gevaarlijke aantrekkingskracht van roem op stalkers die menen dat je via televisieoptredens of romans persoonlijk tot je spreken, zoals ze behandelt in Geheel de uwe (2002), tot het onderzoek naar het ware verhaal van misschien wel het meest besproken paar in de literatuurgeschiedenis: de Engelstalige dichters Ted Hughes en Sylvia Plath.
Meteen in de eerste alinea van Jij zegt het (2015) begint Hughes, wiens stem Palmen laat spreken, er al over: 'Voor de meeste mensen bestaan wij alleen in een boek, mijn bruid en ik. De afgelopen vijfendertig jaar heb ik met een machteloos afgrijzen moeten aanzien hoe onze echte levens bedolven raakten onder een modderstroom van apocriefe verhalen, valse getuigenissen, roddels, verzinsels, mythen, hoe onze ware, complexe persoonlijkheden werden vervangen door clichématige personages, vernauwd tot simpele imago's, op maat gesneden voor een sensatiebelust lezerspubliek.'

Vanaf haar debuut De wetten (1991) heeft Palmen zelf in het zenit van de belangstelling gestaan. Beroemd is het verhaal dat de redactie van NRC Handelsblad, het baken van de intellectuele elite in Nederland, te kampen had met een stuk dat uitviel en toen op het laatste moment besloot de lovende bespreking van deze debutant op de voorpagina van de boekenbijlage te plaatsen. Dat stuk bleek het lezerspubliek onweerstaanbaar te prikkelen, binnen de kortste keren was Palmen the talk of the town.
Haar status als Bekende Nederlander werd daarna vergroot door haar relaties. Eerst met de journalist en presentator Ischa Meijer, enkele jaren na diens dood met oud-politicus Hans van Mierlo. Beiden maakte haar ook interessant voor media die doorgaans weinig belangstelling voor literatuur tonen. Bovendien verrichte Palmen onverbloemd zelfonderzoek in haar romans. Marie Deniet, hoofdpersoon vanDe wetten, en Catharina alias Kit Buts, hoofdpersoon van De vriendschap (1995), zijn duidelijk herkenbaar als alter ego's. Het parcours dat Kit aflegt van een ongeïnteresseerd basisschoolkind in Limburg tot leergierige studente in Amsterdam is dat van haar.
Het toppunt van deze lijn in haar oeuvre is I.M. (1998). Aan de hand van haar eigen ervaringen met Meijer, met wie de vonk overslaat als hij haar uitnodigt voor zijn radioprogramma, beschrijft ze de kracht van een verschroeiende liefde tussen een man en een vrouw die vanaf het eerste contact weten voor elkaar bestemd te zijn, en van de altijd aanwezige pijn waartoe dit samenzijn is gedoemd als deze – in dit geval door de dood – wordt verstoord. Velen, zo niet iedereen leest de roman echter als een egodocument. Ook omdat Palmen de eigen namen van haarzelf en de journalist gebruikt.
Daar komt nog bij dat Palmen niets heeft van de typische Nederlander die liever zijn hoofd niet boven het maaiveld steekt en als dat toch gebeurt, zijn prestaties direct relativeert. Palmen laat zich er vanaf haar entree in het publieke domein op voorstaan dat haar roem terecht is. Zij schrijft rijke, gelaagde romans, waarin iedere zin bijdraagt aan de uitdieping van thema en plot. Waarom zou ze daar bescheiden over doen? Ze heeft toch het beste van zichzelf erin gestopt? Het ís nu eenmaal beter dan het gros wat wordt gepubliceerd.
Die trotse, zelfverzekerde houding schemert door in haar stijl. Palmen kan met verbluffend gemak grote woorden inzetten voor essentiële thema's. Ook dat zie je terug in de eerste pagina's van Jij zegt het. Denk vooral aan die zinnetjes die een aparte alinea krijgen. 'Het was echt'. 'Het was zij of ik.' 'In het verslindende geweld dat liefde heet, had ik mijn gelijke gevonden'. Of: 'Haar dood is mijn dood'. Maar het wonderlijke is: het werkt. Omdat de resolute toon gepaard gaat met diepgang en intensiteit vergroot het alleen maar het geloof van de lezer in het verhaal dat hem wordt voorgeschoteld.

Tegen deze achtergrond van oeuvre en persoonlijkheid is het gemakkelijk te denken dat Palmens hele werk draait om dat ene thema van wie je bent in de ogen van anderen. Toch zou je haar romans en essays tekort doen als je ze daartoe zou willen reduceren. Want ging De Wetten, waarin Marie Deniet een rondgang maakt langs zeven mannen (aangeduid als onder meer 'de astroloog', 'de priester' en 'de kunstenaar') niet ook over de zoektocht naar de liefde en een eigen plek als schrijver binnen het literaire landschap?
Misschien is het feit dat haar werk het hele leven omvat, beter zichtbaar geworden sinds Palmen gestopt is om uit haar eigen leven het basisgegeven te putten voor haar literaire experimenten. Lucifer (2007) is een sleutelroman over de componist Peter Schat, wiens vrouw in 1981 tijdens een vakantie in Griekenland onder verdachte omstandigheden om het leven kwam. Jij zegt het is als het ware een vertaling in proza van The Birthday Letters, de gedichtencyclus waarin Hughes vlak voor zijn dood na meer dan vijfendertig jaar het absolute zwijgen verbrak over de zelfmoord van Plath.
In beide gevallen zet ze in met de verhalen die er de ronde doen. Zoals de ik-persoon in Lucifer schrijft zijn die het (plus het feit dat ze bij elkaar opgeteld geen kloppende som opleveren) die haar aansporen om het hoe en waarom van de tragische gebeurtenis tot de bodem uit te zoeken. 'Zonder dat ze het wisten, waren in het afgelopen halfuur de vragen en vermoedens geuit die mij het komende jaar door de tijd zouden leiden. Ik herinner me dat ik op het puntje van mijn stoel zat en geen woord wilde missen van wat er gezegd werd.'
Maar gaat de roman uiteindelijk louter en alleen over de onkenbaarheid van de waarheid achter de verhalen? Allerminst. Zoals de titel aangeeft – een verwijzing naar het gelijknamige toneelstuk van Joost van den Vondel uit 1654 –  gaat het verhaal boven alles over hoogmoedige opstand tegen de machten boven je, het reiken naar het onbereikbare, de onvermijdelijke val. Daarom realiseerde de ik-persoon dat er achter de verhalen over de moord of zelfmoord van Schats vrouw meer schuilde. En zegt ze daar niet ook: 'Sowieso redt geen enkele roman het met één gegeven, of met één idee.'
Hetzelfde geldt voor Jij zegt het. Dat is niet in de eerste plaats een vehikel om de verhouding tussen fictie en werkelijkheid tot op het laatste cijfer achter de komma te meten, maar een onderzoek naar de relatie tussen het verlangen naar de liefde en het verlangen naar de dood. Kan een liefde zo sterk zijn dat hij het verlangen naar de dood opheft? Of roept hij juist het verlangen te verdwijnen op, zo sterk dat je met het afnemen van het verlangen op zoek gaat naar andere, absolutere vormen van verdwijnen?
En dan heb ik nog steeds het gevoel dat ik beide romans tekort doe door ze terug te brengen tot een vermeende kern. Het werk van echte schrijvers – waar Palmen er onmiskenbaar een van is – laat zich niet terug brengen. Want als er iets waar is van het verschil tussen auteurs voor wie het schrijven een kantoorbaan van 9 tot 17 uur is, en auteurs voor wie het schrijven het leven zelf is, dan is het dat hun werk inderdaad een alomvattend bouwwerk is. Alleen niet van één thema, maar van het leven zelf.
(Eerder, in Franse vertaling, gepubliceerd in Septentrion)

woensdag 2 januari 2019

De top 10 van 2018

Ja, het jaar is al om. Toch nog mijn top 10 van 2018 – al was het maar omdat ik die ook heb gepubliceerd in 2012, 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017. Dit jaar las ik relatief veel boeken die al langer geleden zijn gepubliceerd. Dat laat zich aflezen uit deze lijst.

Moedervlekken - Arnon Grunberg
Een andere tongval - Antjie Krog
Foon - Marente de Moor
Het drama van de afhankelijkheid - Connie Palmen
Het bureau - J.J. Voskuil
Tjaikovskistraat 40 - Pieter Waterdrinker