zaterdag 26 oktober 2013

1988: Geerten Meijsing krijgt de AKO Literatuurprijs van zijn zus (BOEK)


Vijfentwintig jaar geleden zag het literaire landschap er heel anders uit. Wat waren de hypes, de bestsellers en de laureaten van 1988? Aflevering 5: Geerten Meijsing krijgt de AKO Literatuurprijs van zijn zus.

‘Die Meijsings willen alles hebben’

Er bestaat geen slechte publiciteit, is een wijsheid uit de wereld van marketing en reclame. Zeker wanneer je een nieuw product in de markt zet, ben je blij als de consument alleen maar weet dat het bestaat. De Stichting achter de AKO Literatuurprijs zal dan ook stiekem zeer tevreden zijn geweest met de gekrakeel dat ontstond bij de tweede editie van de grootste Nederlandse literaire prijs voor één boek – al ging het dan niet om literatuur en schrijvers. De ophef was ongekend.
Aanvankelijk bleef het rumoer beperkt tot een onverwachte wisseling van juryvoorzitter. Vlak nadat de auteurs Bernlef en DoeschkaMeijsing en de literatuurwetenschappers J.J. Oversteegen en Frans Boenders aan het werk waren gegaan, overleed op 24 december 1987 Joop den Uyl. In allerijl nam voormalig staatssecretaris Hedy d’Ancona het roer over. In alle rust beoordeelden ze vervolgens de 144 ingezonden titels (een derde van het aantal titels dat de AKO-jury tegenwoordig moet wegen).
De boot was aan toen Geerten Meijsing op 19 mei 1988, live vanuit het Amstel Hotel in het televisieprogramma Uit de kunst, de vijftigduizend gulden kreeg voor Veranderlijk en wisselvallig. Zijn oudere zus zat in de jury! Geen wonder dat de andere genomineerden het tegen hem aflegden: Remco Campert, Willem Frederik Hermans, Tip Marugg, Willem van Toorn en Jacq Vogelaar. Wat waren de mooie woorden waard over de ‘geestige, uiterst toegankelijke schelmenroman’, die ook ‘beschrijving en bespiegeling’ biedt?
Nog altijd wordt het de organisatie nagedragen dat Doeschka Meijsing zich niet terugtrok uit de jury toen bleek dat Veranderlijk en wisselvallig een kans maakte. Ze wilde dat wel doen, zij het op het laatste moment, maar haar collega’s haalden haar over te blijven. Ze wilde zich ook van stemming onthouden. En toch was het verstandiger geweest als Geerten zijn boek helemaal niet had ingestuurd. Zoals ook Charlotte Mutsaers deed in 2000, toen haar man Jan Fontijn in de Librisjury zat.
In zijn sleutelroman over deze periode De grachtengordel maakte Geerten Meijsing weinig woorden vuil aan de affaire. Hij besefte dat het jurylid-maatschap van de zus van zijn alter ego ‘werkte in zijn voordeel’, maar dat ‘hoefde niet te worden aangedikt’ (p. 260). Dat deed hij dan ook niet. Hij noteerde later dat de zus op de avond van de prijsuitreiking ‘zijn ogen en gezelschap ontweek’ (p. 342). Maar over de beschuldigingen van nepotisme achteraf? Geen woord.
W.F. Hermans – zelf dus genomineerd voor de prijs – was wel vernietigend. Hij gaf Doeschka groot gelijk dat ze zich liet overhalen in de jury te blijven. ‘Ze was wel wijzer, en waarom? Die Meijsings willen alles hebben: de prijs, het jurylidmaatschap. De winnaar is immers verplicht het volgende jaar in de jury te gaan zitten. In 1989 [zou Geerten] wel een hart van steen moeten hebben, als hij er niet in zitten bleef wanneer straks zusje Meijsing toevallig voor de prijs wordt voorgedragen.’
Hermans schreef dit in NRC Handelsblad, als reactie op een brief die jurylid Frans Boenders hem had gestuurd om te verantwoorden waarom Hermans de AKO-prijs niet had gekregen. Boenders zag zich daarop gedwongen zijn oorspronkelijk brief ook te publiceren – vol onthullingen uit het juryberaad. Dat kwam hem weer te staan op ingezonden brieven van een ander jurylid: Bernlef, die Boenders ervan beschuldigde te liegen.
Juryleden die uit de school klappen en rollebollend over straat gaan. Het was een weinig fraai gezicht.

NOOT Geerten zat in 1989 níét in de jury en Doeschka won de AKO Literatuurprijs pas in 2008 voor Over de liefde.
(Eerder gepubliceerd in BOEK 5, 2013)

Zie ook eerdere afleveringen van deze rubriek hier, hier en hier

1 opmerking:

Geerten Meijsing zei

Je moet wel erg naïef of dom zijn als je niet kunt begrijpen dat ik in 1988 de AKO-prijs kreeg toebedeeld, juist ONDANKS HET FEIT dat mijn zuster, die helemaal niet van mijn boeken hield, in de jury zat. Die juryleden hebben vanzelfsprekend alle mogelijke moeite gedaan om mij bij voorbaat en bij voorkeur NIET die prijs te geven vanwege die omstandigheid. Iedereen stemde derhalve vóór, en D tegen (al was het uit fatsoen), maar haar stem gold niet! Die laster moet eens ophouden!
Geerten Meijsing, Siracusa