vrijdag 30 maart 2012

Hoe weinig je weet van de mensen om je heen

Wat kenden we elkaar slecht, verzucht een oud-klasgenoot op het Stedelijk Gymnasium van Tiel. Waarom praten we pas veertig jaar later over onze ervaringen en gevoelens op school?

(Geparafraseerd uit: No Satisfaction. Hoe we werden wie we zien - Chris van Esterik, Boom, 2011)


Een herkenbaar sentiment. Ik weet nog hoe verbaasd ik was toen ik in de vijfde klas hoorde dat iemand uit de parallelklas niet mee ging op Rome-reis omdat hij van zijn geloof niet mocht vliegen. Ik had altijd aangenomen dat iedereen min of meer hetzelfde was als ik – in zijn overtuigingen, levensstijl, achtergrond. Dat bleek helemaal niet het geval. Behalve een enkele goede vriend kende ik eigenlijk niemand van mijn klasgenoten, moest ik concluderen.

Het opmerkelijke aan dit boek van Chris van Esterik over de jaren zestig in een provinciestad is dat het me er onbedoeld op wijst dat het nog steeds geldt voor de honderden mensen die ik, privé of professioneel, weleens ontmoet of half ken. Je gaat je niet meer verdiepen in mensen als je ouder en bewuster van jezelf en je omgeving bent. Van hen weet ik eigenlijk ook niets.

Een van Van Esteriks klasgenoten was Dries van Ingen. De directeur van uitgeverij Boom, die ook dit boek heeft uitgegeven en die ik regelmatig op bijeenkomsten in het boekenvak zie lopen. Ik heb hem nooit gesproken, maar heb natuurlijk wel een beeld van hem.

In No Satisfaction praat hij schijnbaar onbekommerd over zijn jeugd. Zijn aan lager wal geraakte vader voedde hem op volgens het principe ‘management by terror’. Op het gymnasium identificeerde hij zich een tijdje met de kinderen van de elite bij wie hij opeens in de klas zat, maar na een tijdje veranderde hij van zijn lifestyle, zoals we nu zouden zeggen, en ging hij een lange, zwarte motorjas dragen. Hij was ook een van de eersten met een motor: een Horex 400cc, waarmee hij veel succes boekte op zijn jacht naar meisjes. Op het omslag van No Satisfaction staat hij met zijn motor afgebeeld. Slechts met enige verbeeldingskracht kan ik in die lachende, langharige brildrager de bijna kale Van Ingen van tegenwoordig herkennen.

Hoe had ik zo’n verleden ooit kunnen vermoeden als ik dit boek niet had gelezen?

Geen opmerkingen: