Posts tonen met het label juridisch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label juridisch. Alle posts tonen

zondag 8 oktober 2017

Boek.be moet uitgeverij Egmont toelaten op Boekenbeurs (Boekblad)

Boek.be moet de aan Vlaams Belang gelieerde uitgeverij Egmont dit jaar een stand geven op de Boekenbeurs. Dat heeft de rechter in Antwerpen gisteren bepaald.

Boek.be overtreedt de antidiscriminatiewetgeving door deelname van Egmont systematisch te weigeren. De Groep Algemene Uitgevers, een van de drie ledenorganisaties van Boek.be, hoeft de uitgeverij niet toe te laten, wat Egmont automatisch recht op een stand zou geven. De rechter bevestigde dat GAU het recht heeft op grond van haar eigen statuten zelf te beslissen wie lid wordt en wie niet. Het probleem zit hem bij de niet-leden die een stand krijgen. Als kranten als De Morgen en ngo's als milieuorganisatie Natuurpunt een stand krijgen, dan kan die uitgeverij Egmont niet worden geweigerd. 
GAU-voorzitter Alexis Dragonetti noemt de uitspraak 'onwaarschijnlijk'. Er zijn geen reglementaire bepaling voor het toekennen van niet-leden als standhouder, legt hij uit, maar 'de facto zijn alle mediapartners, sponsors en ngo's betrokken bij de Boekenbeurs – in het geval van de laatste categorie bijvoorbeeld door het actief onder de aandacht brengen van het evenement bij haar leden. Als we dat criterium van de rechter niet zouden mogen hebben, zouden we in feite iedereen die daar om vraagt, een stand moeten geven. Dat is totaal absurd.'
Dat Egmont net als Natuurpunt de Boekenbeurs zou kunnen promoten bij haar leden, in dit geval die van Vlaams Belang, is volgens Dragonetti iets anders. 'De standpunten van Natuurpunt gaan over ecologie. Het is een boodschap van algemeen nut, het is geen politiek standpunt zoals Egmont. Alle andere politieke partijen zouden we evenmin een stand geven. Er is op de Boekenbeurs geen plaats voor politiek – alleen voor een inhoudelijk debat over een boek. Politici kunnen hun boek voorstellen, zoals ook gebeurt. Ook Vlaams Belang-voorzitter Tom van Grieken stond dit jaar al geprogrammeerd op een van de podia.'
Boek.be gaat daarom in hoger beroep tegen de uitspraak. Dit heeft echter geen opschortende werking, waardoor een dwangsom van 500.000 euro dreigt als Egmont vanaf de openingsavond op 28 oktober niet op de Boekenbeurs staat. 'Wij gaan het vonnis dus strikt uitvoeren. Het heeft helemaal geen zin om dat niet te doen. We willen we het debat ten gronde voeren. Dat is naar onze mening nu niet gebeurd, of in ieder geval niet genoeg.' Reden: de rechtszaak heeft versneld plaatsgevonden om de uitgeverij eventueel dit jaar nog een stand op de Boekenbeurs te geven.
Uitvoering van het vonnis stelt de Boekenbeurs-organisatie wel voor problemen. De plattegrond voor de editie-2017 is eind mei al vastgesteld. Uitgevers zijn sindsdien bezig met het ontwerpen en inrichten van hun stand. Dragonetti: 'Het grondplan moet nu zo snel mogelijk en eigenlijk vandaag nog opnieuw worden getekend. Een aantal uitgevers moeten mogelijk verhuizen.' Dat betekent ook dat de plattegronden die al zijn gedrukt, bijvoorbeeld voor de speciale bijlage van Knack, niet meer kloppen. 'Als het al is gedrukt, is er niets meer aan te doen. Maar op de Boekenbeurs moet een correct grondplan hangen.'
Het Vlaams Belang reageerde verheugd op de uitspraak. Van Grieken zei tegen diverse Vlaamse media: 'Gezond verstand zegeviert. De organisatoren verweten uitgeverij Egmont discriminatie zou propageren, maar nu heeft de rechtbank duidelijk gezegd dat Boek.be zelf de antidiscriminatiewet overtreedt.' Het is juist dat verwijt van discriminatie dat Dragonetti steekt. 'De advocaten van Egmont halen gewild en juridisch handig een aantal dingen door elkaar – de deelname aan de beurs als standhouder en de aanwezigheid van boeken – om aan te tonen dat wij discrimineren. Dat is niet zo.'
Ten eerste behandelt de GAU aanvragen van potentiële leden los van hun fondslijst. 'Egmont is geen uitgeverij, maar een instrument van het Vlaams Belang. Egmont en Vlaams Belang zijn op hetzelfde adres gevestigd, de dagvaarding komt van de juridische dienst van de partij en de bestuurders van de partij zijn actieve mandatarissen van het Vlaams Belang. Maar dit jaar hebben we wel Polemos toegelaten. Deze uitgeverij verspreid ook extreemrechts gedachtegoed, maar is wél een echte uitgeverij. Polemos heeft nu ook voor het eerst een stand op de Boekenbeurs.'

Ten tweede zijn de Egmont-boeken altijd welkom geweest op de beurs – via een stand van een boekhandel of verdeler. Zij deden dat niet omdat, volgens Egmont, niemand dat durfde. Dragonetti vindt dat echter onzin. 'Zij kruipen in een slachtofferrol, maar geloof me: de economische logica is altijd sterker dan de politieke logica. Geld wint het altijd van ideeën. Als die boeken ongelooflijk zouden verkopen, zouden Fnac, Standaard Boekhandel en anderen die echt neerleggen. En dan nog: ze zijn bij deze winkels gewoon te bestellen en staan ook op Boekenbank.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 4 okt)

maandag 15 augustus 2016

Diederik van Leeuwen, voorzitter Stichting Leenrecht: ‘Bibliotheken en uitgevers moeten de leestaart samen groter maken’ (Boekblad)

Bibliotheken dragen jaar na jaar minder geld af voor het uitlenen van boeken. Sluiten de afspraken met de rechthebbenden nog aan bij de huidige bibliotheekpraktijk? En wat speelt er op Europees niveau? Het ministerie van OCW is onlangs een onderzoek gestart. Diederik van Leeuwen, voorzitter van Stichting Leenrecht en voormalig directeur van Bibliotheek.nl, over leenrecht, schoolbibliotheken én de impact van e-boeken.

Natuurlijk merken auteurs en uitgevers het. De inkomsten uit het uitlenen van boeken nemen zo fors af, dat kan niet anders. De incasso loopt terug met acht ton per jaar – op een totaal van 12,5 miljoen euro in 2015, en dat al enkele jaren achter elkaar. Zoals thrillerschrijver Jacob Vis het eerder dit jaar scherp verwoordde: ‘Ik heb twee keer zo veel boeken geschreven als vijftien jaar geleden, maar ik haal maar half zo veel inkomen uit mijn leenvergoedingen als vijftien jaar geleden.’
Hoe kan dat? ‘De achteruitgang van de incasso loopt gelijk met de achteruitgang van de uitleencijfers. Logisch’, zegt Diederik van Leeuwen voorzitter van Stichting Leenrecht. ‘Twintig jaar geleden werden 160 miljoen boeken uitgeleend, nu ongeveer de helft.’ Maar dat is niet het hele verhaal, gaat hij in één moeite door. Om te beginnen: kloppen de uitleencijfers wel? Vijfentwintig jaar na oprichting van de Stichting Leenrecht hebben bibliotheken nog altijd geen uniforme manier van uitleningen registreren en rapporteren. ‘Volgens het CBS lenen bibliotheken zo’n 80 miljoen materialen uit, volgens een eerste analyse van ons zou het aantal uitleningen in werkelijkheid eerder 110 miljoen zijn. Deze verschillen geven al aan dat we een uitdaging hebben de definities van een uitlening scherp te krijgen. En natuurlijk vooral over welke uitlening al dan niet moet worden afgedragen. Is een te laat teruggebracht boek een verlengde uitlening als daar een boete voor wordt betaald? En wat als de bibliotheek boetes afschaft?’

Mediatheek
Een belangrijke recente ontwikkeling is de groei van de schoolbibliotheek. Deels is dat een gevolg van bezuinigingen in de bibliotheeksector. Filialen sluiten, waarvoor uitleenpunten terugkomen in zorgcentra, gemeentehuizen en, niet zelden, scholen. Voor een ander deel komt het door het leesbevorderingsbeleid. Met subsidie van de overheid hebben openbare bibliotheken bestaande schoolbibliotheken opgetuigd, opdat leerlingen meer gaan lezen. De Bibliotheek op school (dBos) heet dat programma.
Mediatheken op scholen hoeven geen vergoeding voor het uitlenen te betalen. Maar het probleem is: wanneer is een mediatheek een volbloed schoolbibliotheek en wanneer de facto een vestiging van een openbare bibliotheek? ‘Ook hier zie je allerlei lokale varianten met dito interpretatie van het leenrecht’, zegt Van Leeuwen. ‘Sommige bibliotheken schuiven een kratje boeken naar binnen en registreren niets. Andere scholen runnen met behulp van de lokale bibliotheek zelfstandig een mediatheek die ook toegankelijk is voor omwonenden.’
De huidige regels stammen uit een tijd dat de bibliotheek vooral boeken uitleende via eigen vestigingen in dorp, wijk en stad. Ondertussen is niet meer duidelijk waar nu de grens ligt tussen wel moeten en niet hoeven betalen door de mengvormen van uitlenen die zijn ontstaan. ‘Bibliotheken zijn niet van kwade wil. Maar feit is dat soms ten onrechte geen vergoeding wordt betaald of dat er andere ongewenste effecten optreden. In Den Bosch bijvoorbeeld heeft de bibliotheek filialen gesloten en schoolbibliotheken geopend. In het jaarverslag juicht de bibliotheek: “Aantal uitleningen weer voorbij de 1 miljoen!” Heel mooi. Maar de uitleenvergoeding is daar ondertussen wel gehalveerd. Hoe leggen we dat uit aan de auteur? Tegelijkertijd zou het ook heel vreemd zijn de bibliotheek te beperken in deze blijkbaar succesvolle aanpak.’

Ontmoetingsplek
Een andere reden waarom de jaarlijkse incasso van leenrechtgelden daalt is de opkomst van wat Van Leeuwen ‘overige initiatieven’ noemt. Denk aan: minibiebs, particuliere buurtbibliotheken, ruilbibliotheken. ‘Dat zijn vaak sympathieke, kleinschalige initiatieven,’ zegt hij. Zeker als vrijwilligers in kleine kernen de lokale ontmoetingsplek, ter plekke vaak de enige collectieve voorziening, verrijken met een bescheiden collectie, juicht iedereen dat toe..
Maar ook hier geldt: sommige initiatieven zijn wel degelijk verplicht de rechthebbenden schadeloos te stellen – zeker buurtbibliotheken die een alternatief willen zijn voor een wegbezuinigd filiaal. Van Leeuwen: ‘Wij kunnen niet alle initiatieven najagen. Handhaving kost immers ook geld. Maar we zullen wel in 2017 een voorlichtingscampagne starten die zich onder andere richt op lokale politici van gemeenten die buurtbibliotheken subsidie geven.’

E-boeken
Naar verwachting veel groter is de impact van het e-boek op de toekomst van het leenrecht. Bibliotheken willen dezelfde vrijheid om e-boeken beschikbaar te stellen aan het publiek – en niet afhankelijk zijn van uitgevers die hun titels niet of pas jaren na verschijnen vrij geven. Onder het leenrecht zouden bibliotheken geen toestemming nodig hebben van uitgevers en auteurs. Om die reden is de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) een proefprocedure gestart tegen Stichting Leenrecht. De bedoeling is zo snel mogelijk op het hoogste niveau duidelijkheid te krijgen over de vraag of e-boeken onder het leenrecht zouden moeten vallen. In zijn advies heeft de advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie op 16 juni jl. verklaard dat er in de aard geen verschil is tussen papieren boeken en e-boeken, en de auteurswet op dit punt ruim moet worden geïnterpreteerd. Dit betekent in zijn visie dat bibliotheken e-boeken onder het leenrecht zouden mogen uitlenen. Van Leeuwen: ‘Het Hof moet dit najaar nog een definitief oordeel vellen, maar het advies geeft wel de geest weer die rondwaart in Brussel waarbij auteurs, makers en muzikanten meer beschermd gaan worden tegen, zoals dat gesteld wordt, puur op winst beluste tussenpartijen.’
Stichting Leenrecht heeft formeel geen mening over deze kwestie, omdat binnen haar gelederen organisaties vertegenwoordigd zijn die hierover geen consensus hebben. ‘Het is tegelijkertijd ook heel moeilijk in te schatten wie hier nu winnaar of verliezer wordt. Persoonlijk denk ik dat in Nederland de lees-taart beter in gezamenlijkheid groter gemaakt kan worden dan elkaar proberen taartpunten af te snoepen. Veel verstandiger zou het zijn op brancheniveau in samenhang naar alle afspraken en wetgeving te kijken, want daar heeft de advocaat-generaal een punt: als je de huidige wetgeving te strikt hanteert staat dit nieuwe ontwikkelingen in de weg.’ En de op winst beluste partijen? ‘Daar hebben we in Nederland gelukkig minder last van. We kunnen het in ons polderlandje prima onderling oplossen met afspraken die passen bij de huidige ontwikkelingen.’
Het is nu dan ook een goed moment om een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de stand van zaken in het uitlenen van auteursrechtelijk beschermd materiaal en de impact van al deze ontwikkelingen te gaan bepalen. Het ministerie van OCW heeft mede op ons verzoek daarom onlangs een onderzoeksbureau aan het werk gezet’.

One copy one user
Sommige uitgevers beweren dat een onbeperkt e-boekaanbod van bibliotheken commerciële marktpartijen de ruimte ontneemt om nieuwe businessmodellen op te zetten. ‘In de eerste plaats gaat de uitspraak van het Hof straks over het one copy / one user-model, dus dat is al een beperkt model mocht dat de standaard gaan worden. Daarbij kun je je afvragen wat die alternatieven toevoegen en met wie je als uitgever zaken wil doen. Een bedrijf met een all you can read-abonnement heeft er baat bij dat klanten niet te veel lezen, anders moeten ze de rechthebbenden te veel betalen. Ze moeten precies zo veel lezen dat de uitgever aan boord blijft.’
En wat als een commerciële partij te succesvol wordt? Denk: Amazon. ‘We weten wat hun businessmodel is: zo veel mogelijk schakels tussen maker en lezer eruit halen. Op termijn wil dit soort bedrijven ook de rol van uitgevers minimaliseren. Dan krijg je een dominante commerciële partij die de voorwaarden dicteert. Met bibliotheken – die ideële doelen hebben, niet in de laatste plaats leesbevordering – zijn naar mijn ervaring goede afspraken te maken waar het hele boekenvak van profiteert.’
Bibliotheek.nl startte in 2014 met e-lending, is inmiddels naar 300.000 accounts gegroeid en heeft in maart dit jaar het 3 miljoenste e-boek uitgeleend, nog los van de succesvolle jaarlijkse Vakantiebieb. Toch gelooft Van Leeuwen niet in onbeperkt digitaal lezen. ‘Er zal altijd een beperking in moeten zitten, bijvoorbeeld in de uitleentermijn of het aantal e-boeken dat een lid mag lezen. Het gaat er om dat bibliotheken hun kerntaken kunnen blijven uitvoeren én dat auteurs en uitgevers hun geld moeten kunnen verdienen. De uitdaging van deze tijd is om hierin een balans te vinden.’
Dat die gevonden gaat worden, daarvan is Van Leeuwen overtuigd. Hij merkt hoe constructief partijen zich binnen Stichting Leenrecht opstellen. ‘Binnen de stichting is consensus over de volgorde waarin we nu stappen willen zetten: we wachten de uitspraken van het Hof in Luxemburg en de uitkomsten van het OCW onderzoek af. Pas daarna voeren we de discussie over mogelijke gevolgen en maatregelen.’

Hoe werkt het leenrecht?
Bibliotheken mogen volgens de auteurswet ieder papieren boek uitlenen. Zij betalen auteurs daarvoor een vergoeding, die in overleg tussen bibliotheken en rechthebbenden momenteel is vastgesteld op 13,25 cent per uitlening. Soortgelijke afspraken zijn gemaakt voor onder andere dvd’s, cd’s, kunst en partituren – maar níet voor e-boeken. Bibliotheken kunnen die, tot hun verdriet, alleen per titel inkopen bij de uitgever. Stichting Leenrecht incasseert de uitleenvergoedingen van bibliotheken en verdeelt die onder makers (70 %) en de uitgevers (30%). Van het deel voor makers gaat 83% naar Lira, die dat verdeelt onder schrijvers en vertalers, en 17% naar Pictoright, die dat verdeelt onder beeldmakers.

Wat betekent het leenrecht voor schrijvers en uitgevers?

Het leenrecht vormt een belangrijke bron van inkomsten voor schrijvers en uitgevers, met name in de categorieën die veel worden geleend door bibliotheken, zoals kinderboeken, streekromans en thrillers. Zo zijn kinderboekenschrijvers vaak voor éénderde tot soms wel de helft van hun inkomen afhankelijk van leenrecht. Hetzelfde geldt voor vertalers van populaire buitenlandse titels. Een streekromanschrijfster als Gerda van Wageningen haalt zestig procent van haar inkomen uit de uitleen. Voor uitgevers van dit soort titels zijn de inkomsten via de bibliotheek een essentieel onderdeel van de exploitatie.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, jul 2016)

Zie ook:

vrijdag 15 juli 2016

Duitse vertaling van Gerbrand Bakkers dagboek kan gewoon verschijnen (Boekblad)

Kan de Duitse vertaling van Gerbrand Bakkers Jasper en zijn knecht in september gewoon verschijnen? Zijn dagboek bevat talloze namen van echt bestaande personen, over wie je in Duitsland niet ongevraagd mag schrijven. Het probleem is inmiddels opgelost.

Groot alarm op het weblog van Gerbrand Bakker vorige week. 'Lang nadat Andreas Ecke Jasper und sein Knecht vertaald had,' schreef de auteur 'stond iemand op de Duitse uitgeverij er eens goed bij stil. Wacht eens even, mag je in Duitsland eigenlijk wel… Nee, dat mag je niet. Je mag over niemand schrijven zonder toestemming. "Ach, even een belletje of een mailtje," zei iemand. Er staan ontstellend veel namen in het boek! Zo gaat dat met dagboeken, je schrijft over alles en iedereen. '
Bakker 'zag het misschien te zwaar', zegt zijn uitgeefster Eva Cossée die ook voor het bij de Arbeiderspers verschenen deel in de reeks Privé-domein de buitenlandse rechten van Bakker beheert. Toen hij zijn blog postte, had zij al een afspraak met hem 'om er een ochtendje voor te gaan zitten met een kop koffie om de alternatieven te bespreken. Het boek verschijnt in september, over ruim twee maanden. We hebben het allemaal ruim op tijd geregeld.'
Het is bovendien niet zo dat uitgeverij Suhrkamp het probleem pas onlangs ontdekte, zoals Bakker dacht. 'Ik heb het manuscript meteen gelezen toen het in december af was en heb daarna de redacteur bij Suhrkamp uitgelegd wat voor soort boek het is: een dagboek waarin hij uitgebreid over kennissen in Schwarzbach [het dorp in de Eifel waar hij woont] en familie, vrienden en collega's in Nederland schrijft. De redacteur begon meteen over het Duitse persoonlijkheidsrecht.'
Duitsland kent strenge regels op dit gebied, legt Cossée uit. 'Je mag alleen over een ander schrijven – positief of negatief – als die toestemming geeft. Anders moet je de naam veranderen. Als het om een publieke persoonlijkheid gaat mag je alleen zonder toestemming vooraf over zijn publieke optreden schrijven. Je mag dus wel schrijven wat je van Angela Merkels uitspraak Wir schaffen das vindt, maar niet over een mogelijk onaangenaam voorval uit haar jeugd in Leipzig. Eigenlijk wel fijn. Niemand kan schaamteloos op je schelden.'
Behalve Mein Kampf van Adolf Hitler is de roman Esra van Maxim Biller uit 2003 daarom het enige boek dat officieel in Duitsland is verboden. Biller beschreef hierin het huwelijk met de actrice Ayşe Romey. Nadat zij zich herkende in het negatieve portret van de hoofdpersoon, won ze een jarenlange juridische strijd, tot aan de Duitse Hoge Raad, tegen haar ex en zijn uitgever Kiepenheuer & Witsch. Vertalingen van de roman konden wel gewoon verschijnen – zij het niet in het Nederlands.
Uiteindelijk heeft Cossée in overleg met de auteur 'twintig tot vijfentwintig' passages van Jasper en zijn knecht aangepast. 'Dat betekent concreet dat we soms namen hebben veranderd, alleen de voornaam hebben gebruikt of toestemming hebben gevraagd. Dakdekker Rudi is inmiddels overleden, maar zijn weduwe gaf de toestemming meteen. Voor de Nederlandse schrijvers hoefde dat niet. Dat zijn publieke persoonlijkheden. Dat ze dat niet in Duitsland zijn doet niet ter zake, al is bijvoorbeeld Dolf Verroen ook daar bekend.'
Geldt dat ook voor de passage over Anton Dautzenberg, waarin Bakker onthult dat bij deze schrijver in zijn jeugd een moedervlek op zijn arm is weggesneden, waarna een stuk vel uit Dautzenbergs lies naar de arm is getransplanteerd zodat er nu schaamhaar op zijn arm groeit? Cossée: 'Daar heeft Dautzenberg toestemming voor gegeven! Hij vond dat juist leuk. Zulke zinnetjes zijn natuurlijk ook te leuk om weg te halen. Dat vond Gerbrands Duitse redacteur ook.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 12 jul)

Zie ook:


maandag 27 juni 2016

Vlaamse Auteursvereniging: ‘Andere berekening royalty's nadelig voor auteurs’ (Boekblad)

Een andere berekening van de royalty's pakt nadelig uit voor auteurs. Dat beweert Nathalie Ariën van de Vlaamse Auteursverenging (VAV). 

Een auteur krijgt volgens het modelcontract 10 % royalty op de verkoopprijs. Maar: als de uitgever een handelskorting van 50 % of meer verleent, krijgt hij royalty op de exploitatieinkomsten. ‘Dat is de facto een halvering van de inkomsten van de auteur, terwijl het een commerciële beslissing van de uitgeverij is om die korting te verlenen. Een auteur staat daar volledig buiten’, zegt Ariën.
Uitgevers voegen deze mogelijkheid steeds vaker toe aan artikel 6.1(2) van het modelcontract. ‘Uitgevers zeggen dan dat ze dit artikel bijna niet toepassen, maar als het eenmaal in het contract staat, kan dat wel. En ze doen het bijna allemaal’, aldus Ariën. ‘De toevoeging gaat als een lopend vuurtje door de uitgeverswereld. Daarbij is het voor de auteur niet transparant. Sommige distributeurs vragen standaard meer dan 50 %, zodat op die transacties de andere royaltyberekening wel van toepassing is en op andere niet. Maar voor de auteur is dat nauwelijks duidelijk.’
Ook Nederlandse uitgevers van Vlaamse auteurs maken zich volgens de VAV aan deze praktijk schuldig. ‘De 50 % royalty op exploitatieinkomsten is dan alleen op toepassing bij verkopen op de thuismarkt van de auteur. Maar Vlaanderen is doorgaans wel het deel van het taalgebied waar de auteur het grootste deel van zijn verkopen haalt. Vroeger zagen uitgevers Nederland en Vlaanderen nog als één markt.’
Het is niet de enige klacht van de VAV over uitgevers. Als een auteur zo veel exemplaren heeft verkocht dat hij voor zijn titel een hoger royaltypercentage kan krijgen, veranderen de uitgevers de uitgave – andere vormgeving, ander formaat, ander omslag of iets dergelijks – zodat de titel een nieuw ISBN krijgt en de auteur te horen krijgt: u staat weer op nul verkopen. ‘Creatief omgaan met staffelen’, noemt Ariën dat die hier één geval van kent. ‘Terwijl het contract manusctriptgebonden is, niet uitgavegebonden.’
De VAV krijgt steeds meer klachten over deze praktijken. De vereniging is daarop in gesprek gegaan met een (grote) uitgeverij die nu zou overwegen de 50 % op exploitatieinkomsten-bepaling te schrappen. ‘Ons belangrijkste wapen is de auteur zelf. Als hij weigert een contract met dergelijke bepalingen te tekenen is er geen boek. Tegelijk is de auteur ook ons zwakste wapen. Velen zijn nog altijd blij dát ze een contract krijgen.’
In het najaar begint de VAV onderhandelingen met de Vlaamse Uitgeversverbond (VUV) over herziening van het modelcontract uit 2011. Door allerlei nieuwe ontwikkelingen is dat aan actualisering toe. Ook moet het voor veel auteurs te omslachtige contract worden vereenvoudigd. In die onderhandelingen wil de VAV de gewraakte toevoeging eruit halen – of ten minste laten opnemen dat uitgevers verplicht worden om hun auteurs te melden wanneer zij de andere royaltyberekening zullen toepassen. Ariën houdt dat die meldingsplicht uitgevers tegenhoudt om het (te) vaak te hanteren.
VUV-voorzitter Rudy Vanschoonbeek was niet bereikbaar voor commentaar.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 22 jun)

Zie ook:

donderdag 16 juni 2016

NUV pleit voor invoering van uitgeversrecht (Boekblad)

Het Nederlandse Uitgeversverbond (NUV) pleit voor invoering van een uitgeversrecht. Bestaande intellectuele eigendomsrechten bieden onvoldoende bescherming om investeringen te kunnen terugverdienen.

Het NUV schrijft dat in een brief aan eurocommissaris Günther Oettinger voor digitale economie en samenleving in het kader van een Europese consultatie over het auteursrechtstelsel. De brancheorganisatie pleit concreet voor invoering van een recht van uitgevers op billijke compensatie voor het kopiëren uit boeken en artikelen, en voor betere wettelijke mogelijkheden om piraterij te bestrijden.
Uitgevers verrichten belangrijke maatschappelijke en culturele taken, schrijft het NUV. Zij kunnen die alleen blijven uitvoeren als ze investeren in personele, financiële en technische middelen – en als die investeringen worden beschermd. Dat is nu onvoldoende het geval. Knipsel- en aggregatiediensten, die 'zelf geen bijdrage leveren aan de totstandkoming van content', parasiteren daarom op uitgeversinvesteringen.
'Dergelijke modellen gaan ten koste van de mogelijkheden van uitgevers om innovatieve en hoogwaardige producten en diensten te ontwikkelen', vervolgt het NUV. 'Meer rechtszekerheid ten aanzien van de reikwijdte van investeringsbescherming zorgt voor een eerlijke marktcompetitie en de mogelijkheid om meer te investeren in onderzoek en productontwikkeling.'
De positie van uitgevers is toch al kwetsbaar omdat ze afhankelijk zijn van het verkrijgen van rechten van oorspronkelijke makers – die zij zelden bezit, maar vrijwel altijd in licentie exploiteert. 'Doordat uitgevers veel samenwerken met de in totaal 50.000 freelancers die werkzaam zijn in de uitgeefsector, beschikken zij in veel gevallen niet over eigen wettelijke auteursrechtelijke beschermingsrechten.'
Het gebrek aan billijke compensatie voor kopiëren is daar in feite een voorbeeld van. Het Europese Hof van Justitie verklaarde onlangs, in de zaak van printerfabrikant HP tegen Vlaamse auteursrechtorganisatie Reprobel, dat alleen auteurs recht hebben op een dergelijke compensatie – omdat dát in de wet staat. Een Duitse rechter veroordeelde daarop uitgevers tot het terugbetalen van miljoenen euro's aan kopieervergoedingen.
'De uitspraken zullen vermoedelijk ook in Nederland grote gevolgen hebben voor de aanspraak op reprorechtvergoedingen door uitgevers', schrijft het NUV. '[Deze] rechtspraak miskent [echter] dat uitgevers een belangrijke bijdrage leveren aan de totstandkoming van werken en daarmee ook in de waarde daarvan. [...] Ook uitgevers worden geschaad in hun exploitatiemogelijkheden door [het maken van] kopieën.'
Daarnaast wil het NUV betere instrumenten om piraterij te kunnen bestrijden. De aanpak van illegale uploaders kost nu extra veel geld aan administratie en proceskosten omdat uitgevers zich alleen kunnen baseren op bestaande, niet zelden verouderde auteurscontracten. Als dan procesvolmachten niet volledig blijken te zijn afgedekt 'kan dat resulteren in forse proceskostenveroordelingen ten laste van de uitgever'.
Het NUV benadrukt wel dat invoering van uitgeversrechten niet ten koste mag gaan van huidige afspraken met auteurs en gebruikers. 'Bestaande auteursconctracten, waarin bijvoorbeeld afspraken worden gemaakt over de verdeling van opbrengsten en verlening of overdracht van rechten, blijven nu en in de toekomst van groot belang voor een succesvolle exploitatie van werken.'
Over het leenrecht voor e-boeken – een hot issue in het kader van de Europese herziening van het auteursrechtstelsel – schrijven de uitgevers niet. Of het moet de opmerking zijn dat invoering van het uitgeversrecht 'geen rechtvaardiging vormt voor verdere wijzigingen aan het auteursrechtstelsel'. Met andere woorden: e-boeken mogen niet onder het leenrecht vallen.
Bibliotheken willen dat leenrecht juist wel – om ook in het digitale tijdperk alle inwoners maximale toegang te kunnen geven tot informatie. De Vereniging van Openbare Bibliotheken heeft daarom een zaak tegen Stichting Leenrecht aangespannen om dat via jurisprudentie gedaan te krijgen. Een dezer dagen doet het Europees Hof van Justitie een eerste uitspraak daarover.
Ook is het ministerie van OCW onlangs een onderzoek gestart naar het functioneren van het leenrecht anno 2016. Naast het leenrecht voor e-boeken speelt hier onder meer ook de explosieve groei van het aantal schoolbibliotheken. Omdat die zijn uitgezonderd van de wettelijke verplichting tot het compenseren van auteurs, klagen auteurs over een forse daling van hun inkomsten uit het leenrecht.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 13 jun)

Zie ook:

vrijdag 18 maart 2016

Museum der Letteren en Manuscripten is dus toch oplichterij

Het is dus inderdaad oplichterij, las ik gisteren bij de BBC. De Britse omroep noemt het zelfs 'one of the biggest ever art-market scams', waar 18.000 Fransen de dupe van zijn geworden.
Toen ik ooit, bijna vier jaar geleden alweer, het Museum der Letteren en Manuscripten in Brussel bezocht – een dependance van een gelijknamige museum in Parijs – vond ik het al een merkwaardig verhaal. De collectie van inmiddels 130.000 kattenbelletjes, notities, documenten en dergelijke van beroemde tot zeer beroemde mensen was bijeengebracht door de beleggingsmaatschappij annex antiquair Astrophil. Veel meer schreef ik er niet over. Herinneren wat ik precies vond toen ik de sites van museum en van Astrophil bestudeerde, weet ik niet. Maar vreemd vond ik wel. Of ik het ook niet vertrouwde, durf ik niet zeggen. Maar dat zou wel terecht zijn geweest.
Het businessmodel van Astrophil was simpel. Gerard Lheritier, de grote man achter het bedrijf, kocht manuscripten waarvan hij vervolgens aandelen in verkocht. Zo kon iedereen een stukje Proust bezitten. Of Calvijn. Of Lodewijk XIV, Markies de Sade, Jean-Baptiste Lully, wie maar je held was. En omdat de markt voor documenten steeg, werden de aandeelhouders een rendement van, zeg, 8 procent beloofd. Het stukje Proust zou binnen een jaar immers minstens zo veel in waarde stijgen.
Het probleem was: Lheritier kon die 8 procent alleen uitkeren als hij geld binnenkreeg van nieuwe investeerders. Immers, legt de BBC uit, als hij voor 50.0000 een Einstein-document kocht, verdeelde hij dat in 400 aandelen van 30.000 euro. Zo haalde hij een winst binnen van 11,5 miljoen euro waarmee hij iedereen zijn dividend kon betalen.
Daarmee is Astrophil dus een klassiek voorbeeld van een piramideschema. Ooit zou Lheritier op een grens stuiten. Gebrek aan aantrekkelijke nieuwe manuscripten om in te kopen. Een overvloed aan beleggers die hun geld terug wilden. Zoiets. En dan zou het hele systeem in elkaar klappen. Want als Lheritiet zijn Einstein-document had moeten verkopen om zijn beleggers te blijven betalen, dan zou blijken dat de waarde ervan niet was gestegen tot de 12 miljoen euro waar hij vanuit ging.
Alleen: het kwam nooit zo ver. De Franse jusititie kreeg vermoedens van de fraudeleuze aard van Astrophil en greep in, al zeker twee jaar geleden, nog voor – zegt Lheritiers advocaat – ook maar één belegger klaagde.
De musea in Brussel en Parijs zijn inmiddels gesloten.

Zie ook:
- Museum der Letteren en Manuscripten in Brussel

woensdag 10 februari 2016

Auteurs bereiden actie voor om dalende leenrechtvergoedingen

Auteurs, kom in actie voor behoud van de leenrechtvergoedingen. Die oproep deed het bestuur van de Vereniging van Letterkundigen (VvL) vrijdag aan haar leden. Nieuw onderzoek van Stichting Leenrecht maakte wat hen betreft glashelder dat actie dringend geboden is. Ook komt er diepgravend onderzoek naar de staat van het leenrecht.

Tientallen auteurs en vertalers van kinderboeken, non-fictie, thrillers, literaire fictie en andere genres waren bijeengekomen in De Observant in Amersfoort.  Allemaal deelden ze dezelfde zorg over hun al jaren dalende inkomsten uit leenrechtvergoedingen. Thrillerschrijver Jacob Vis verwoordde die het meest helder. 'Ik heb twee keer zo veel boeken geschreven als vijftien jaar geleden', vertelde hij, 'maar ik haal maar half zo veel inkomen uit mijn leenvergoedingen als vijftien jaar geleden. Hoe komt dat? Is dit een algemeen verhaal? En wat kunnen we daaraan doen?'
Een eerste stap om die vragen te beantwoorden was al genomen. Ter gelegenheid van het 25-jarige bestaan had Stichting Leenrecht een marktverkenning uitgevoerd naar de staat van het leenrecht. Consultant Bo Barink en manager van Stichting Leenrecht Arjen Polman lichtte dit gloednieuwe rapport toe. Kort samengevat concludeerden zij dat het aantal uitleningen mogelijkerwijs niet daalt, maar dat er minder uitleningen worden geregistreerd door de opkomst van schoolbibliotheken, nieuwe modellen als de minibieb, digitaal lenen via Bibliotheek.nl en andere uitleenvormen zoals verhuur door commerciële partijen.
Zo wees Barink erop dat iedereen overal kan lezen dat overheden bezuinigen op bibliotheken en dat er daarom filialen zijn gesloten. Maar wat bleek hem uit de cijfers? Tot 2013 is de exploitatie van de gezamenlijke openbare bibliotheken gestegen. En de verdwenen bibliotheken zijn gecompenseerd met servicepunten in scholen, wijkcentra, zorginstellingen en dergelijke. Tel daarbij de opkomende 'sociale bibliotheken' zoals ruilbibliotheken, flexbibliotheken en leeszalen op en je komt op nog altijd circa zevenduizend plekken waar de bibliotheek aanwezig is.
Evenmin is sprake van ontlezing. Zeker, het aantal leden van de openbare bibliotheek is gedaald van 4 miljoen in 2005 naar 3,8 miljoen in 2014, maar veel afhakers kunnen gebruik maken van wat Barink de 'meeneembibliotheek' noemde. Daarbij blijkt uit de tijdsbestedingsonderzoeken van SCP dat de ontlezing alleen een rol speelt voor kranten en tijdschriften. Nederlanders besteedden anno 2013 evenveel tijd aan het lezen van boeken als in 1990 – en maar een fractie minder dan in 1975. Ook de voor dit rapport geïnterviewde bibliothecarissen merkten niets van ontlezing.
Al deze ontwikkelingen bij elkaar gevoegd maakt het denkbaar dat de Nederlander méér boeken is gaan lenen. Binnen de openbare bibliotheek vond de afgelopen vijftien jaar ook een verschuiving plaats van het soort leden: fors minder volwassen leden, significant meer jeugdleden. Omdat jeugdleden gemiddeld 48 boeken per jaar lezen en volwassenen slechts twintig, zouden er meer uitleningen plaats moeten vinden. Maar dat is niet terug te zien in de cijfers. Lenen jeugdleden dan meer via de Bibliotheek op school? Lenen ze meer digitaal? Het eerste wordt niet altijd goed geregistreerd, het tweede telt niet als uitlening.

Maar hoe groot is de verschuiving naar uitleningen via andere bibliotheekvormen? Daarvoor is nader onderzoek nodig. Zoals in 1990, bij de introductie van het leenrecht, moet zo gedetailleerd mogelijk in kaart worden gebracht waar mensen hoeveel boeken lenen. Alleen als exact duidelijk is hoeveel uitleningen onder de radar plaatsvinden, waarover geen vergoeding wordt afgedragen, is het mogelijk om wet- en regelgeving te veranderen – variërend van invoering van een ander Leenrecht-model tot het verruimen van de mogelijkheden van Stichting Leenrecht om vergoedingen te incasseren. 
Dat onderzoek komt er ook. Een aanwezige ambtenaar van OCW vertelde dat zij momenteel bezig is met de offerteaanvraag en het opstellen van een begeleidingscommissie. Behalve Stichting Leenrecht, VOB en KB was ook VvL nadrukkelijk uitgenodigd daar onderdeel van uit te maken. De vraag was alleen nog of de auteursvereniging voor de lichte of de zware variant koos. Vicevoorzitter Jeroen Thijssen en bestuurslid Janny van der Molen, die de bijeenkomst leidden, hapten onmiddellijk toe: de zware variant. De bedoeling is dat het onderzoek nog voor de zomer van start gaat.
Tegelijkertijd zouden schrijvers nu al moeten beginnen met het inventariseren van standpunten, zoals Barink het omschreef. Zo vallen uitleningen via een schoolbibliotheek niet onder het leenrecht. Maar is dat uitgangspunt nog wel terecht als deze door de Bibliotheek op school geüpgradede collecties in de plaats komen van wijkbibliotheken? En kun je eigenlijk wel spreken van een dergelijke verschuiving? Of – een onderwerp waar VvL-juriste Janne Rijkers over sprak – moeten schrijvers inkomsten uit digitale uitleningen laten binnenkomen via uitgevers of, collectief, via Lira?
Ten derde is het belangrijk dat schrijvers meer aan voorlichting doen. Overheden hebben bijvoorbeeld in het kader van 'leefbaarheidsbevordering' subsidiemogelijkheden opgezet voor ruilbibliotheken. De Provincie Brabant faciliteert deze onder het motto 'Ruilen is het nieuwe lenen'. BiSC heeft, ook met steun van de provincie, Boekspots geïntroduceerd. Als schrijvers al deze betrokken instellingen niet uitleggen dat deze initiatieven leiden tot minder inkomsten uit leenvergoedingen en het daarom onmogelijk wordt om nog te schrijven – wie doet het dan wel?
Daarom riep Thijssen op tot steun van zijn VvL-leden. 'We moeten de wereld laten weten dat wij schrijvers en vertalers er zijn, dat wij een recht hebben en dat we daar klinkende munt voor willen. We zijn al twee, drie jaar bezig met dit dossier. We hebben gesprekken gevoerd met partijen als VNG, VOB en Kunst van Lezen, maar we kunnen niet alleen. We moeten naar de politiek, in Den Haag en in de gemeenten, we moeten naar bibliotheekdirecteur, we moeten de publieke opinie bespelen. Help daarbij. Schrijf brieven, onderteken petities, geef advies.'

De bedoeling was om na de presentaties te discussiëren over het leenrecht aan de hand van zeven stellingen. Deze luidden bijvoorbeeld: 'De openbare bibliotheek valt niets te verwijten, zij doen wat zij kunnen om in ieder geval te overleven.' Of: 'Ik vind het belangrijk dat een breed gevarieerd boekenaanbod is voor kinderen. Wanneer je leenrecht afbouwt, draag je bij aan de verschraling van het aanbod. Dat is waarom ik vind dat een schoolbibliotheek wel degelijk leenrecht moet betalen.' Of simpelweg: 'Laat de bibliotheek extra betalen voor boeken die via schoolbibliotheken worden uitgeleend.'
Helaas kwamen ze niet aan de orde. De presentatie van de marktverkenning leek grotendeels over de hoofden van de aanwezigen heen te zijn gegaan – deels door de ingewikkelde uitleg met te veel juridisch jargon, deels omdat Barink de aanwezigen afleidde door bij herhaling te spreken van 'boekjes' in plaats van 'boeken'. De ruimte die voor discussie was ingeruimd ging daarom grotendeels op aan vragen die in wezen vroegen om meer toelichting over wat leenrecht eigenlijk inhoudt en hoe de uitkering van de vergoeding precies is georganiseerd.
Een voorbeeld was de vraag of het auteursrecht niet kon worden aangepast: dat de leenrechtexemptie werd afgeschaft, zodat bibliotheken alleen met toestemming van de auteur boeken mogen uitlenen. De OCW-ambtenaar zei dat de kans op een dergelijke wetswijziging minimaal is. En ook dan is eerst degelijk onderzoek nodig om zo'n wijziging te motiveren. Een andere auteur wilde weten of de vergoeding per uitlening niet omhoog kon. Waarom was dat 13,16 cent per uitlening (in 2015) en niet drie keer zo veel? Ook daarvoor, werd gereageerd, moet eerst onderzoek worden verricht.
Voor Barink waren de reacties uit de zaal aanleiding om schrijvers op te roepen 'hun rol' te pakken. Als vertegenwoordiger namens het neutrale Stichting Leenrecht kan hij niet verder gaan dan veranderingen signaleren. Schrijvers moeten zelf bepalen wat die voor hun positie betekenen. 'En dat begint al bij de onderhandelingen over het onderzoek. Iedereen wil weten hoe het zit, maar niet iedereen heeft exact dezelfde belangen. Het is daarom denkbaar dat er partijen zijn die zeggen: zo'n onderzoek kost veel geld, moeten we dit of dat wel onderzoeken? En dan ben je te laat.'
Hij werd daarin, in andere bewoordingen, bijgevallen door vice-voorzitter Kees Schaepman van Lira. 'Wij zijn gewend rekeningen te houden met alle partijen. Schaden we de bibliotheek niet die zo veel goeds voor schrijvers doet? Schaden we onze uitgevers niet? We houden zo veel met andere partijen rekening tot we zelf een soort restpost zijn. Dat moeten we niet doen. Ik weet dat ik een beetje demagogisch klink, maar we moeten opkomen voor onze rechten. Laten we niet afwachten tot we alle gegevens hebben, want dan ben je vaak te laat. Laten we nu bedenken wat we moeten doen.'

Wordt dus ongetwijfeld vervolgd.
(Eerder gepubliceerd op Bibliotheekblad, 8 feb)

Zie ook: