Posts tonen met het label bibliotheken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bibliotheken. Alle posts tonen

dinsdag 28 januari 2020

Samenwerking boekhandel en bibliotheek nog steeds niet zo vanzelfsprekend als het lijkt

Intensiveert de samenwerking tussen boekhandel en bibliotheek? Nieuwe initiatieven in Utrecht, Rotterdam en Harlingen wekken de indruk van wel. Een nauwkeuriger blik op de ontwikkelingen dwingt echter kanttekeningen te plaatsen.

Boekhandel Broese en Bibliotheek Utrecht zitten al decennia in hetzelfde pand aan de Oudegracht. En omdat beide organisaties volgend jaar naar het oude postkantoor aan het Neude verhuizen, zal dat de komende decennia zo blijven. Alleen: op dit moment zitten de ingangen direct naast elkaar. Wie straks van boekhandel naar bibliotheek wil, moet om het gebouw heen lopen. De afstand van anderhalf à twee meter wordt opeens honderdvijftig tot tweehonderd meter. Honderd keer zo ver.
'Het is daarom ons beider wens dat er binnen een doorgang komt', zegt directeur Erik van Doorn van Broese. 'We hebben voor het overgrote deel een overlappend publiek. We willen het hen daarom zo makkelijk mogelijk maken om zowel de bibliotheek als ons te bezoeken. Bovendien bieden we onze klanten zo een blik op die schitterende grote hal van de bibliotheek.' Ook directeur Ton van Vlimmeren van Bibliotheek Utrecht is enthousiast over het perspectief 'om van het Neude dé plek voor literair Utrecht te maken, waar leesliefhebbers straks 10.000 m2 aan boeken vinden.'
Het duurt nog even voor de doorgang is gerealiseerd. Omdat Broese eerst níét mee zou verhuizen, staat de doorgang op geen enkele bouwtekening. Dat vereist een nieuw traject van plannen, vergunning aanvragen etcetera. Mede daarom is het op dit moment ook de vraag wat het exact zal betekenen voor de samenwerking. 'Onze eerste zorg is dat de boekhandel opengaat', zegt Van Doorn. 'Daarna zullen we in gesprek gaan over wat we samen en wat we zelf willen doen.'
Maar een ding staat vast: de relatie tussen boekhandel en bibliotheek wordt hechter. 'Wij hebben in het verleden meer met Broese samen gedaan dan de laatste jaren het geval is', vertelt Van Vlimmeren. 'Toen duidelijk werd dat wij zouden verhuizen en zij niet, is de samenwerking ingezakt. Het gemeenschappelijk perspectief was verdwenen. Pas sinds juli, toen de beslissing viel dat Broese naar het Neude kwam, is dat terug. We zitten nog in de fase van bedenken wat we gaan doen, maar we hebben op de nieuwe locatie veel mogelijkheden voor gezamenlijke programmering.'

Alle openbare bibliotheken werken waarschijnlijk samen met een of meerdere lokale boekhandels. Door gezamenlijk lezingen, leesclubs en andere leesbevorderende activiteiten te organiseren, kunnen beide organisaties gebruik maken van elkaars promotiekanalen en zo het publieksbereik vergroten. Het scheelt ook in de kosten, als die gedeeld worden. En boekhandels kunnen met een boekentafel bij het evenement extra omzet maken. Waar in Nederland gebeurt dat niet?
Een mooi voorbeeld van een intense inhoudelijke samenwerking is Dordrecht. Direct bij de oprichting van kinderboekhandel De Giraf in 1994 deed eigenaar Wilma Verhoeven succesvol beroep op wat inmiddels Bibliotheek AanZet heet. Mede omdat zij zelf de Bibliotheekacademie heeft gedaan en daarna in de sector heeft gewerkt, wist zij met welke kennis en dienstverlening zij kon inspelen op de behoeftes van bibliotheken. 'Door de verbinding te zoeken, kunnen we samen optrekken naar het onderwijs en naar de stad. Dat is voor ons beider imago belangrijk, denk ik.'
In de loop van een kwart eeuw hebben De Giraf en AanZet van alles samengedaan: van de organisatie van activiteiten in de Kinderboekenweek of een informatieavond voor juffen en meesters, tot het leveren van boeken voor de Bibliotheek op School (dBos) bij een groot aantal basisscholen – een element van de samenwerking dat een 'fantastisch deel van mijn omzet uitmaakt'. De boekhandel heeft daarvoor toegang tot de ict-systemen van de bibliotheek en kan de exemplaren uitleenklaar maken.
Zeker sinds De Giraf in 2011 verhuisde naar een pand direct naast de bibliotheek werd de samenwerking intensiever. Op dat moment opende de bibliotheek zelfs een biebwinkel in De Giraf, die vijf jaar heeft bestaan. 'De naam dekte niet echt de lading', zegt collectiemanager Natascha Salvo van Bibliotheek AanZet. 'Het was bedoeld om onze onderwijsdiensten onder de aandacht van docenten te brengen. De Giraf heeft goede relaties met deze groep. Maar toen bibliotheekconsulenten voor dBos zelf veel op scholen kwamen, was de winkel niet meer nodig.'
Verhoeven en Salvo zijn allebei zo tevreden over de samenwerking dat die zeker moet worden gecontinueerd als AanZet op termijn verhuist naar het Stadskantoor van Dordrecht. 'Al is het wel jammer dat je niet meer zó makkelijk bij elkaar binnen loopt als je iets wil bespreken dat je het beste face to face kunt doen', zegt Salvo. 'Het is goed de innige relatie te behouden', zegt Verhoeven. 'Daar denk ik graag over mee. Aan de andere kant: ik zit nu op een fantastische plek in het centrum. Daar wil ik niet weg.'

In sommige gevallen is de samenwerking meer dan alleen inhoudelijk. Dan delen boekhandel en bibliotheek een gebouw. Door een doorgang, zoals straks in Utrecht. Of zelfs door de voordeur te delen, zoals bibliotheek Amstelland en boekhandel Venstra sinds 2013 in Amstelveen doen. En die vorm lijkt toe te nemen. Denk aan de gemeenschappelijke entree van boekhandel, bibliotheek en museum in Harlingen. Of aan Rotterdam, waar boekhandel Donner medio november een filiaal van 100 m2 groot opende in de centrale vestiging.
Initiatiefnemer daarvan was de Bibliotheek Rotterdam, die de begane grond een andere invulling heeft gegeven. Door ruimte te maken voor onder meer een Bieb to Go voor reserveringen, populaire en nieuwe bibliotheekboeken, een Starbucks en een boekhandel, wil de bibliotheek de inwoners beter in contact brengen met het educatieve, maatschappelijke en culturele aanbod van de stad. Anderzijds kunnen met name Starbucks en Donner nieuw publiek naar de bieb lokken.
'Wij vinden het ook heel belangrijk om het lezen en literatuur breed te bevorderen', vult unit manager bibliotheken Annerie Brenninkmeijer aan. 'En dan is het aanbod van een boekhandel complementair aan het onze. Als mensen een geleend boek zo mooi vinden dat ze het iemand cadeau willen doen, kunnen ze het bij Donner kopen. Wij kopen ook alleen boeken waar leners minstens een jaar belangstelling voor hebben. Zij kunnen boeken met hypewaarde aanbieden. Ten derde bieden zij aanvullende producten, zoals knuffels van kinderboekcharacters.'
Voor Donner was de kans 'te mooi om te laten liggen', aldus directielid Suzanne Hammecher eerder op Boekblad.nl. Zij krijgen – tegen een acceptabele huur – de beschikking over een filiaal op een commercieel interessante locatie. 'Recht tegenover de Markthal. Dat is een van de belangrijkste punten in de stad. En: een plek die enorm in ontwikkeling is. De bibliotheek is ook hard bezig om nieuwe publieksgroepen aan te trekken. Starbucks trekt altijd veel mensen. En dankzij de eigen ingang zijn we niet gebonden aan de openingstijden van de bibliotheek.'
Als gevolg hiervan, verwacht Hammecher, zal de samenwerking tussen Donner en bibliotheek op het gebied van leesbevordering en evenementen worden versterkt. 'Nu al weken wij, tijdens onze eigen verbouwing, voor grotere manifestaties al uit naar de bibliotheek of het nabijgelegen Arminius. Ook waren we tijdens evenementen in de bibliotheek al vaak aanwezig met boekentafels. Hoe het straks precies vorm krijgt, zal in de praktijk moeten blijken. De afspraken moet nog in detail worden uitgewerkt.'

Toch wordt de samenwerking tussen bibliotheek en boekhandel niet alleen maar steeds intensiever. Er zijn genoeg voorbeelden van verbroken relaties. De biebwinkel van boekhandel Wijs in de bibliotheek van Houten, waar recente bestsellers werden verkocht? Weg. De gecombineerde vestiging van bibliotheek en boekhandel in een informatiecentrum in Vlissingen? Mislukt. Het filiaal van Paagman in de centrale bibliotheek Den Haag? Een vervaagde herinnering.
Ook was er een project vanuit Libris: de catalogus van bibliotheken linkte door naar de webshop van een lokale boekhandel. Er deden al weinig bibliotheken aan mee, maar nu is er slechts één van over: de KopGroep Bibliotheken. De bibliotheekgebruikers in de kop van Noord-Holland kunnen zo online boeken aanschaffen bij Plukker in Schagen. In het verlengde daarvan biedt de bibliotheek inwoners van Den Helder de mogelijkheid om in Schagen bestelde boeken in School 7 af te halen.
Een recent voorbeeld van een afgelopen samenwerking is die tussen Bibliotheek Oost-Achterhoek en boekhandel De Kamer van Kramer in Neede. De bibliotheek deelde sinds het voorjaar van 2016 een pand met de boekhandel. Maar de eigenaren zagen zich gedwongen hun winkel per 1 november te sluiten. Directe aanleiding was het besluit van ING om 30% van haar servicepunten, waaronder in deze winkel, te sluiten. Daardoor zou de omzet onder een kritisch punt zakken.
Heel spijtig, vindt directeur Ton Mengerink van Bibliotheek Oost-Achterhoek het. Omdat de boekhandel de ingang van de bibliotheek was, kon deze 45 uur per week open zijn. Daarvan was 23 uur één bibliotheekmedewerker aanwezig, de rest van de tijd hielden de boekverkopers een oogje in het zeil – met op de achtergrond een servicebureau. De boekhandel werd daarvoor niet betaald. De enige tegenprestatie was de komst van 35.000 bibliotheekbezoekers per jaar door hun winkel.
'Zulke samenwerkingen stelt bibliotheken in staat om na bezuinigingen filialen toch langer open te houden', vertelt Mengerink. 'Ook in andere plaatsen keken we ernaar. Hier houdt het nu op. De sluis tussen boekhandel en bibliotheek is gesloten. Een al bestaande deur is nu de ingang geworden, waar we moeten investeren in elektronische beveiliging en dergelijke. En we zijn dus nog maar 23 uur open. Hopelijk komt er in het pand wel een andere winkelier, met wie we iets soortgelijks kunnen starten.'

Wat het resultaat van alle samenwerkingen ook is (geweest), het ligt voor de hand dat bibliotheek en boekhandel de mogelijkheden blijven onderzoeken. Ten eerste is er de aanhoudende druk van dreigende bezuinigingen (voor de bibliotheek) en dalende omzetten (voor de boekhandel). En ten tweede zetten beide hetzelfde product centraal. Ook al is het aantal functies van de bibliotheek uitgebreid en verkopen boekhandels steeds meer nevenproducten, beide zijn ondenkbaar zónder grote hoeveelheden boeken in huis. Dat maakt dat ze altijd als eerste naar elkaar kijken.
Een intensievere samenwerking dan alleen programmeren kan echter alleen succesvol zijn als beide organisaties daar baat bij hebben. Dat betekent dat bibliotheek en boekhandel volledig zelfstandig blijven opereren, zodat ze zich kunnen focussen op hun eigen doelen. En – als er wordt gekeken naar gezamenlijke huisvesting – dat beide een eigen ingang hebben op een voor hen beide perfecte locatie. In een bibliotheek waar net niet genoeg winkelend publiek langskomt, al ligt hij maar één straat verder van het centrum, is een boekhandel gedoemd te mislukken.
Hoe nauw het luistert, bewijst het voorbeeld Amstelveen. Directeur Daphne Janson van Bibliotheek Amstelland is ronduit positief. 'We voegen allebei iets toe. Boekhandel Venstra zit op de begane grond, wij daarboven. Al onze bezoekers moeten daarom door de winkel naar boven. Zonder dat we hebben vastgelegd wat de boekhandel inkoopt en wij in onze collectie opnemen, vult ons aanbod elkaar automatisch heel goed aan. Soms is een boek niet te koop, maar wel te leen. Soms is een geleend boek zo mooi, dat het daarna wordt gekocht om te houden of cadeau te doen.'
Maar directeur Pier Rienks van Venstra is – hoewel uiterst tevreden over gezamenlijke programmatie en de manier waarop die wordt georganiseerd – gereserveerder. 'Toen de bibliotheek moest bezuinigen en daarom in 2013 hun begane grond vrij kwam, was dat voor ons een grote kans. Waar kun je anders 800 m2 op de begane grond huren? In het winkelcentrum zaten we over drie verdiepingen. Het is heel moeilijk om mensen naar de kelder of de eerste verdieping te krijgen. Dat doen ze gewoon niet. Maar nu zitten we net náást het winkelcentrum. Dat is toch een nadeel.'
Alles bij elkaar noemt hij zijn houding 'gematigd negatief', vervolgt hij. 'De bibliotheek trekt 400.000 bezoekers per jaar. Maar die komen niet met het idee te gaan winkelen, zoals bezoekers van het winkelcentrum. Ze hebben een andere mindset. We hebben ook minder bezoekers van buiten Amstelveen. Die rijden wel naar het winkelcentrum, waar ze onder kunnen parkeren, maar zijn geen lid. Het gevolg is dat we wel een grotere winkel hebben, maar dat we niet meer boeken verkopen.'
Alleen de combinatie van alle factoren maakt dat het 'net voldoende is om met plezier boekverkoper te zijn', zegt hij. 'We hebben wel extra omzet omdat we hier wél ruimte hebben voor aanpalende producten – 30% van het aanbod is non-books – en een grand café. Vorig jaar hadden we bijna 100.000 kopjes koffie en thee geserveerd. Dat is heel veel. Ook is de huurprijs aangepast, omdat we zeven dagen per week de voordeur open houden voor de bibliotheek en het informatiecentrum van de gemeente.'

Zou de samenwerking gebaat zijn bij een nauwere commerciële relatie tussen boekhandel en bibliotheek, zoals in Noord-Friesland gebeurt? De bibliotheek koopt niet meer in bij NBD/Biblion. Dat wordt overgelaten aan Boekhandel Van der Velde, die door de nauwe relaties met uitgevers beter weet wat wanneer verschijnt. De boekhandel heeft daarvoor een extra inkomstenbron – weliswaar geen omzet op inkoop, maar provisie op service. Zouden andere bibliotheken ervoor te porren zijn meer lokaal in te kopen of een soortgelijke constructie op te zetten?
'Ik weet dat de boekhandel dat graag wil', vertelt Jacinta Krimp van KopGroep Bibliotheken. 'Ik begrijp dat ook. Maar als we dat zouden doen, verliezen we snelheid. NBD Biblion is erop ingericht om boeken in bulk uitleenklaar te maken en op te sturen. Via de selectieservice doen zij ook de aanschaf. En ze zijn de laatste jaren heel goed bezig om daarin nog verder te gaan. Zo zijn er gesprekken met uitgeverij om nog eerder – al voor verschijnen – toegang te krijgen tot digitale versies van nieuwe titels, zodat zij al kunnen beginnen met de titelbeschrijving.'
De bibliotheekdirecteuren die er voor dit stuk naar zijn gevraagd, onderschrijven deze visie. 'Zelfs als we forse korting zouden krijgen, wat vanwege de vaste boekenprijs niet mag, zou ik het liever niet doen, omdat we dan zelf alle handling moeten verrichten', zegt bijvoorbeeld Van Vlimmeren van Utrecht. 'Het zou mooi zijn als de inkoop voor bibliotheken meer wordt gebaseerd op gebruikersdata', zegt ook Janson van Amstelland. 'Maar ik zie een lokale boekhandel niet investeren in de benodigde software. Daar heb je gewoon een partij als NBD Biblion voor nodig.'
Dat neemt niet weg dat KopGroep Bibliotheken in wezen zo veel mogelijk wél lokaal bestelt. Sprinters en lokale uitgaven koopt het in bij Plukker. En ook dat geldt voor de andere bibliotheken. AanZet gaat daarin waarschijnlijk het verst, omdat de boekhandel de dBos-titels levert. 'Maar ook als de bekende ANV Debutantenprijs eraan komt, die in Dordrecht wordt georganiseerd, bestellen alle vestigingen in het werkgebied extra exemplaren van de genomineerde titels', zegt Salvo. 'Dan nemen we altijd de moeite om lokaal te bestellen.'
(Versies van dit stuk verschenen in Bibliotheekblad en Boekblad)

Zie ook:

zaterdag 11 mei 2019

Harlingen: boekhandel, bibliotheek en museum onder één dak (Boekblad)

Harlingen is een voor Nederland uniek concept rijker. Boekhandel Van der Velde, Gemeentemuseum het Hannemahuis en de plaatselijke bibliotheek hebben één gezamenlijke ingang. Alle drie verwachten ze daarvan te profiteren.

Wie argeloos langs de winkels in de Voorstraat van Harlingen slentert, denkt: daar zitten museum Hannemahuis, boekhandel Van der Velde en de bibliotheek naast elkaar. Het zijn drie volkomen verschillende panden – in kleur, in vorm, in grootte, in alles. Ieder markeert zijn aanwezigheid met uithangborden en vlaggen in een eigen huisstijl. Het museum en de boekhandel zijn bovendien gescheiden door een steeg (gang) die – bij een oppervlakkige blik – alleen met een glazen wand lijkt afgesloten. Pas als je naar binnen wilt, besef je dat de culturele instellingen één gezamenlijke ingang hebben.
'Bibliotheek, boekhandel, museum', staat er in grote letters boven de brede, groene deur, voorzien van een roestvrijstalen lijst, die de geringe boekhandelsetalages aan weerszijden ervan compenseert. Het geeft de bescheiden voorgevel toch iets markants. Binnen tref je een strakke, grijze vloer die ver naar achter doorloopt, met boven je de historische balken van het pand dat er ooit moet hebben gezeten. Eerst is er een aangenaam open ruimte met slechts een boekentafel. Links staan kasten vol literatuur, rechts een resem andere producten: tot agenda's en tassen aan toe.
De balie, een meter of vier de winkel in, is het kruispunt van de aan elkaar geschakelde panden. Hier worden boeken afgerekend, maar ook bezoekers doorgesluisd. Rechtdoor staat de rest van het 7.000 titels tellende assortiment: kinderboeken, modern antiquariaat en non-fictie als culinair en geschiedenis. Direct achter de balie zijn een trap en een lift bevestigd, die rechtsaf toegang verschaffen tot de bibliotheek. Tegenover de balie is een doorgang naar het museum. Een afbeelding van een pronkstuk aan het eind van de gang plus twee posters van de actuele expositie fungeren als voorproefje van de collectie.

Aan de basis van de voor het boekenvak unieke samenwerking stond burgemeester Roel Sluiter (PvdA). Hij betreurde het als groot lezer dat de 16.000 inwoners tellende stad na het faillissement van Wever geen assortimentsboekhandel meer had. In de Voorstraat zit een Bruna, bijna recht tegenover de museum-boekwinkel-bibliotheek. Aan de haven zit De Jong Boeken, dat nieuw en tweedehands verkoopt. Maar Harlingen verdiende meer. Daarom vroeg hij Van der Velde, waar hij in Leeuwarden zijn boeken kocht, of zij geen mogelijkheden zagen om in Harlingen een filiaal te openen.
'Nee dus', vertelt mededirecteur Ad Peek. 'Dat kon economisch niet uit. De kosten aan huur en personeel. De investeringen in een nieuwe winkel. En dan heeft Harlingen weinig achterland, omdat het tegen de zee aanligt. Maar toen vertelden we over onze samenwerking met de bibliotheken in Noord- en Zuidoost-Friesland die al zo'n tien jaar bestaat, maar vooral nauw is geworden in Dokkum. Toen was dat nog een plan, inmiddels is de winkel daar veertien maanden open. En die blijkt het heel goed te doen. Om precies te zijn: 27% beter dan verwacht.'
Het toeval wilde dat de bibliotheek al lange tijd moest verbouwen. Sinds 2004 nota bene. Omdat dat project maar aansleepte, opperde de gemeenteraad zelf of een samenwerking met het museum Hannemahuis een optie was. Er zat maar een pand tussen, en dat was van een fotograaf die zijn pensioen naderde. Zou de gemeente daar niet eens naar kunnen kijken? Aanvankelijk werd gedacht aan de VVV, maar toen die ervan afzag én tegelijkertijd Van der Velde een zelfstandige filiaal niet zag zitten, rees al snel het idee dat de Friese boekverkopers het tussenpand namen. Met één ingang.
Peek: 'Zo geef je de winkel wel een economische ondergrond. Er is meer loop. Alle bezoekers voor de bibliotheek en het museum lopen via de winkel. Dat betekent meer kans op verkoop. En wij verzorgen de levering aan de bibliotheek, zodat we een gegarandeerde afzet hebben. Daarnaast sluit binnenkort, na afloop van de huidige expositie, de balie van het museum en hun eigen museumwinkel. Wij gaan voor hen de kaartjes verkopen, plus alle aan het museum en exposities gerelateerde artikelen die wij voor hen gaan inkopen. Een kwart van de kastruimte voorin reserveren we daarvoor.'

Wie door de 180 m2 grote boekhandel naar achter loopt, vindt daar de horeca, waar koffie, thee en op zaterdag zelfgemaakt gebak wordt verkocht. Een strakke bar, een aantal kleine tafeltjes en een grote leestafel. Zodra het weer het toelaat, gaat in de geheel nieuw aangelegde binnentuin, waar museum Hannemahuis iedere zomer een beeldententoonstelling organiseert, het terras open. Het café hoort bij Van der Velde, maar opereert ook als museumcafé. De bibliotheek heeft zijn eigen leestafel en verschillende zithoeken, maar wie koffie bij zijn lectuur wil, kan hier terecht.
Hier zijn ook, twee weken na de opening, alle hoofdrolspelers samengekomen. Peek en zijn mededirecteur Rutger van der Velde. Hugo ter Avest, sinds 1986 achtereenvolgens conservator en directeur van museum Hannemahuis. En Paulien Schreuder, die nu vier jaar in verschillende rollen – nu als directeur – de 14 vestigingen van Bibliotheken Noord Fryslân leidt. Deze organisatie beheert daarmee alle bibliotheken in het noorden van de provincie, inclusief alle Waddeneilanden (minus Texel) én Dokkum, waar Van der Velde en de bibliotheek al eerder nauw samenwerken.
Allen geven hoog op over de samenwerking. 'Toen we eenmaal om tafel zaten, waren we er snel uit', zegt Ter Avest. Dat kwam ook, denkt hij, omdat ze alle werken vanuit dezelfde visie waarin de klant of bezoeker centraal staat. 'Ik vind het alleen maar logisch dat als je opdrachtgever – de gemeente voor ons – zegt dat je moet praten met de boekhandel, je je daarvoor openstelt', meent Schreuder. 'En zeker met deze boekhandel, met wie wij al in Dokkum goed samenwerken, en die lokaal is geworteld, zodat subsidiegeld ook lokaal wordt besteed en de plaatselijke economie ten goede komt.'
Ook de noodzakelijke zakelijke afspraken over het gemeenschappelijk beheer van drie panden waren snel gemaakt – inclusief gezamenlijke toiletgroep, verbindingssteeg en kelder (waar een kantine voor medewerkers zit). 'De schoonmaakkosten worden omgeslagen naar het aantal vierkante meter dat iedereen heeft', zegt Peek. 'De stookkosten rekenen we om naar ieders kubieke meters. We hebben onze eigen medewerkers, maar kunnen altijd bijspringen als een ander het onverwacht druk heeft.' En dat 'zonder dat we over en weer facturen sturen voor twintig minuten werk', vult Van der Velde aan.
Die afspraken zijn bovendien niet in beton gegoten, benadrukt Schreuder. 'Ik werd kort na de opening benaderd door iemand die sprak namens de eenzame ouderen van Harlingen. Voor hen was de bibliotheek een veilige plek waarheen hun vaste uitje van de dag ging. In de horeca-afdeling van Van der Velde voelden ze zich toch minder vrij. Dat kan natuurlijk. En dan heeft de bibliotheek ook een sociale functie, waardoor wij hier een oplossing voor gaan vinden. Daar zullen we ook makkelijk uitkomen, omdat er onderling een sterke basis van vertrouwen is.'

De drie organisaties zeggen dat ze een sterk overlappend publiek hebben. Boekenkopers en -leners houden allebei van lezen. En al heb je een voorkeur voor lenen, 'dan krijg je wel boeken cadeau of geef je ze cadeau', zegt Peek. Anders gezegd: niemand is uitsluitend boekenléner. 'Ik hoorde net van een medewerker dat iemand in de bibliotheek vroeg of we de nieuwe Wanda Reisel al hadden. Zo niet, ook goed: dan ging ze hem kopen bij Van der Velde,' vertelt Schreuder. En zelfs blijft kruisbestuiving beperkt, 'dan is tien procent winst nog steeds tien procent winst', meent Peek.
Ook museumbezoekers en lezers zijn vaak dezelfde mensen, stelt Ter Avest. 'Ik weet nog dat we in Leeuwarden recentelijk succesvolle tentoonstellingen van Alma Tadema en Escher hadden in het Fries Museum. Zó veel bezoekers kwamen daarna – hun tasjes van het museum in de hand – ook even bij ons', valt Van der Velde hem bij. 'Je zag het ook aan het openingsweekend hier in Harlingen. Het museum was toen gratis toegankelijk en trok maar liefst 800 mensen in twee dagen. Al die bezoekers kwamen via de winkel en veel van hen zag je zo een half uur hier rondlopen.'
Bibliotheek en museum hebben daarnaast een gezamenlijk doel, vervolgt Peek: een belezen samenleving. Die hou je overeind door het boek op zoveel mogelijk plekken zichtbaar te maken, maar dat kan in kleinere plaatsen als Harlingen alleen door samen te werken. Daarom is het zo belangrijk dat bibliotheek en Van der Velde een economische relatie hebben. Al een decennium verzorgt Van der Velde de sprinters, die het vroeger zelf 'bibliotheekklaar' maakte in een sociale werkplaats. Maar in navolging van Dokkum is die in Harlingen veel intenser geworden.
'Wij gaan als eerste naar de beurs en hebben contacten met uitgevers', vertelt Van der Velde. 'Wij hebben eerder zicht op wat eraan komt dan de bibliotheek. Wij gebruiken die kennis door voor hen in te kopen. Wij hebben een soort vrijgeleide gekregen om voor het actuele aanbod zelf bij NBD Biblion te bestellen. Zij kunnen toch het beste boeken verwerken voor bibliotheken, en hebben – mede onder druk van bibliotheken die boekhandels bestelden – enorm bewogen om deze dienstverlening mogelijk te maken. En wij maken geen omzet op levering meer, maar krijgen provisie op service.'

In het verleden is vaker de gedeelde liefde voor boeken en cultuur als verklaring gegeven om een intieme samenwerking met boekhandel en bibliotheek onder een dak te rechtvaardigen. Maar in de praktijk bleek de overlap tegen te vallen en zagen beide organisaties al gauw de meerwaarde niet meer. In Harlingen zal dat echter niet gebeuren, vermoeden de betrokken directeuren. Niet alleen omdat de economische relatie hechter is, maar ook omdat er bij voorgaande projecten boekhandel en bibliotheek ieder een eigen ingang hadden. Bezoekers voor de ene instelling konden heel makkelijk de ander mijden.
Die verwevenheid is ook in de inrichting benadrukt door zo min mogelijk onderscheid te maken tussen de drie instellingen. Zeker, de afscheiding tussen de drie panden is ook achter de gevel onmiskenbaar en ieder heeft zijn eigen interieur – het museum een eclectische mix, als gevolg van verbouwingen en vergroting; de bibliotheek zeer modern, met veel harde kleuren. Maar de signing is minimaal. Zo staat bij de trap alleen 'bibliotheek', meer aanduiding is er niet. Ook is door de verlichting geprobeerd overal in het gebouw dezelfde sfeer te creëren, merkt Schreuder op.
Dat die aanpak in het begin voor verwarring zorgt, als bijvoorbeeld gebruikers van de bibliotheek bij de boekhandelsbalie een boek proberen te ontlenen, dat zij dan maar zo. 'Dat gebeurt inderdaad', vertelt Van der Velde. 'Een keer vroeg iemand aan de balie naar een gereserveerd boek. Dat konden we niet vinden, waarna de klant zei: "het zou uit Sint-Annaparochie komen". Toen begrepen we dat hij bij de bibliotheek moest zijn. Maar zulke incidenten zijn zeldzaam, en mensen wennen er heus snel aan. Het scheelt ook dat wij iemand in dienst hebben die óók bij de bibliotheek werkt.'
Daarnaast komt er iets wat je een gemeenschappelijke activiteitenkalender kunt noemen. De boekhandel heeft zijn vaste actiemomenten met wisselende thema's. De bibliotheek heeft zijn eigen programma rond leesclubs en cursussen. En het museum heeft zijn exposities. Daar zijn op alle mogelijke manieren dwarsverbanden te leggen. Gaat de Boekenweek over moeders, dan kan het museum daar passende kunstwerken bij tonen. Zijn er lezingen over de maritieme collectie, dan zijn er genoeg toepasselijke boeken. Zo gaat ieder profiteren van de contacten en creativiteit van de andere.
'Bij de Boekenweek kun je voor het eerst zien hoe dat precies uitpakt', vertelt Ter Avest. 'Het is allemaal nog niet tot achter de komma uitgewerkt, maar het is duidelijk dat we elkaar versterken als we gezamenlijk als een soort cultuurcentrum naar buiten treden.' En juist omdat boeken letterlijk over alles kunnen gaan, is die verbinding altijd mogelijk, vult Peek aan. 'De activiteiten kunnen bovendien mooi centraal in dit horecagedeelte worden georganiseerd.' Al is dat niet de enige geschikte plek: het museum heeft ook een eigen zaal op haar zolder.

Net als de boekhandel verwachten Hannemahuis en bibliotheek groei bovenop respectievelijk de 12.600 bezoekers aan het museum in 2018 en de 2.927 leden die de bibliotheek had. 'De bibliotheek heeft ook bezoekers die niet zo snel naar een museum gaan', zegt Ter Avest. 'Denk aan laaggeletterden of mensen die er een cursus digitale vaardigheden volgen. Daar zouden wij meer mee kunnen doen.' En de bibliotheek is door het museum nu op zondag open. 'Dat trekt andere mensen', heeft Schreuder al gezien, 'die nooit tijd hadden, maar hier nu uren hun kinderen prentenboeken voorlezen.'
Ook hebben beide organisaties ruimtewinst. Het museum kan een deel van de eigen winkel inzetten voor iets anders. 'Wát, moeten we nog bedenken', zegt Ter Avest. 'Als het maar zorgt voor reuring; iets dat mensen opvalt vanaf de straat. En tegelijk kunnen we onze bezoekers nu koffie bieden. Eerst niet.' De bibliotheek kan nu binnenkort een makersplaats – waar kinderen zelf aan de slag kunnen – openen. 'Zo kunnen wij onze maatschappelijke rol nog beter pakken', zegt Schreuder. 'En we hoeven de zolder niet meer te gebruiken, waar het tussen de kauwen en vleermuizen niet meer veilig was.'
Of daarmee alle ambities die de organisaties nu uit de samenwerking ontlenen, ook waargemaakt kunnen worden, zal uiteraard moeten blijken. Maar dankzij de steun van de gemeente geeft ze in ieder geval de tijd om alle mogelijkheden te onderzoeken. Niet alleen door de 1,9 miljoen euro die Harlingen in de verbouwing stopte, ook doordat de gemeenteraad unaniem akkoord is gegaan met deze unieke constructie. En dat stemt ook Van der Velde tevreden, onderstreept Peek nog maar eens: de boekwinkel kan zo rekenen op stabiele, betrouwbare partners.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, feb 2019)

vrijdag 15 februari 2019

Eveline Aendekerk (CPNB): 'samen op zoek naar onze toegevoegde waarde' (Bibliotheekblad)

Eveline Aendekerk liep afgelopen vrijdag stage bij Theek 5 in Oosterhout. Het bezoek volgde een week nadat de nieuwe directeur van de CPNB – aangetreden op 1 september vorig jaar – in haar nieuwjaarsspeech aankondigde om samen met bibliotheken, boekhandels en uitgevers de taak van haar organisatie scherp te krijgen. Vooruitlopend op dit traject krijgt Nederland Leest haar oude focus terug.

Eveline Aendekerk (47) was in haar jeugd vaak te vinden in de bibliotheek van Oosterhout. Minstens een keer per week, schat ze. In haar herinnering was het een gebouw met kasten en kasten vol boeken. 'Een soort bos'. Ze struinde langs de kasten, koos nieuwe boeken, stempelde die af en vertrok. 'Veel interactie op die plek was er niet. Ik wist ook zelf altijd welke boeken ik wilde. Wel ging mijn moeder, toen mijn zusje nog klein was, met haar aan een tafel puzzelen terwijl ik boeken uitzocht. Dat moet er dus ook zijn geweest.'
Afgelopen vrijdag was ze voor het eerst in dertig jaar terug in het filiaal van Theek 5. 'Want toen ik in 1989 naar Amsterdam ging om er te studeren, had ik daar mijn infrastructuur. In Oosterhout had ik niets meer te zoeken in de bibliotheek. Ik hoorde wel van Theo Peeters, die in 1988 aantrad als directeur, dat hij zich als doel had gesteld om alle grote schrijvers van Nederland uit te nodigen. Al vrij snel kwam toen Harry Mulisch. Daar had ik dus bij kunnen zijn! Maar ik kan me er niets van herinneren. Sterker: in mijn herinnering waren er nooit evenementen in de bibliotheek.'
De verandering in drie decennia kon niet groter zijn, ontdekte Aendekerk. 'Het ziet er om te beginnen niet meer uit als wat je je vroeger voorstelde bij een bibliotheek. Het is gewoon een fijne plek: een soort half café, heel open, laagdrempelig en zichtbaar opgegaan in een grotere culturele organisatie. Je loopt naadloos van de bibliotheek naar het theater en terug. Het voelt er echt dynamisch. Als een organisatie van deze tijd. En tegelijkertijd, zo verzekerde Theo me, is de collectie even groot als in mijn tijd.'
Die verbouwing – gecombineerd met een veel grotere activiteitenagenda en takenpakket – vertaalt zich in fors grotere bezoekcijfers. 'Voor de nieuwbouw, die in november 2015 klaar was, kreeg de bibliotheek per jaar zo'n 140.000 mensen over de vloer. Nu komen er 240.000 bezoekers per jaar. Dat is 100.000 meer! Gigantisch. Dat een nieuw concept qua inrichting en presentatie zo'n groot verschil kan maken. Afgelopen week werd ook de 750.000e bezoeker sinds de opening  verwelkomd.'

Wat heb je gedaan op je stage?
'Ik heb vooral heel veel met Theo gepraat – en hem ten overstaan van zijn team verwelkomd bij het genootschap ‘Vrienden van de CPNB’. Een mooi gezelschap bijzondere mensen die veel betekend hebben voor de CPNB en het vak. Daar is Theo, oud-bestuurslid van de CPNB, er absoluut een van.'

Wat heb je uit het gesprek opgestoken?
'Heel veel. Een van de punten is dat ik nu begrijp hoeveel tijd van een bibliotheekdirecteur opgaat aan het lobbyen en contact onderhouden bij de verschillende gemeenten. Theek5 is actief in en wordt gefinancierd door 8 gemeenten, en bij allemaal moet de bibliotheek voortdurend zichtbaar zijn. Gebeurt dat niet, zei Theo, dan vergeten ze je en zie je dat terug in de besluitvorming. Ik had me nooit zo helder gerealiseerd hoe kwetsbaar een bibliotheek is door de afhankelijkheid van zijn subsidiegever. Iedere wethouder in zijn werkingsgebied wil iets anders, denkt anders over de bibliotheek, vertaalt maatregelen uit Den Haag anders – en dan kan er zomaar een voor de bibliotheek zeer ingrijpend besluit worden genomen. Ik herken het overigens wel: in mijn vorige baan als directeur van Dance4life waren we ook afhankelijk van subsidies en fondsen.'

Maar je hebt vast niet alleen op zijn kantoor gezeten.
'Zeker niet. We hebben de hele bibliotheek in Oosterhout doorgelopen. Van de medewerkers was en is misschien nog bij velen het cliché: dat zijn een beetje stoffige mensen. Maar ik zag ook hier weer hoe achterhaald dat beeld is! Er werken veel jonge mensen – vooral meiden, dat dan wel – die heel actief met van alles bezig zijn. Omdat de Nationale Voorleesdagen net waren begonnen, vertelden de medewerkers wat ze allemaal deden aan voorlezen. Erg indrukwekkend. Ze zijn ook voortdurend op pad naar kinderdagverblijven, scholen en mensen thuis. Daarna zijn we nog naar de bibliotheek in Dongen gegaan, die net nieuw is en ook samen met drie andere instellingen in één gebouw zit en nu is genomineerd voor Beste Bibliotheek. Er werden daarom vrijdag een paar filmpjes opgenomen.'

Hoe zou je na je bezoek de taak van de openbare bibliotheek omschrijven?
'Ook daar hebben we lang over gepraat. De bibliotheek heeft tegenwoordig vijf wettelijke taken – waardoor de maatschappelijke rol van de organisatie veel groter is dan in de jaren tachtig. Ik vind dat heel goed. Maar bij alles loopt er voor mij als een rode draad de taalverwerving doorheen. Je moet de taal machtig zijn, wil je boeken kunnen lezen, in debat kunnen gaan of zinvolle ontmoetingen hebben.'

En hoe kan de CPNB daar bij helpen?
'Dat heb ik natuurlijk ook aan Theo gevraagd. Het opvallende was dat hij zei: daar wil ik nog even over nadenken. En hij was niet de eerste. Ik kreeg van meerdere bibliotheekdirecteuren, die ik de afgelopen maanden heb gesproken, dezelfde reactie. Er is veel waardering voor de CPNB, maar het is voor bibliotheken ook een beetje diffuus wat onze toegevoegde waarde kan zijn. Theek 5 doet bijvoorbeeld niet aan al onze campagnes mee. Deels omdat de bibliotheek daar de middelen niet voor heeft. En deels omdat de bibliotheek ook zijn eigen agenda heeft – met zes thema's per jaar. Wat kies je dan? En waarom?'

Aan welke campagnes doet Theek 5 wel mee en welke niet?
'De Voorleesdagen. Die zijn superbelangrijk voor hen. De Boekenweek natuurlijk. Ook voor de Boekenweek voor jongeren zet de bibliotheek zich steeds meer in. Maar Theek 5 deed vorig jaar bijvoorbeeld niet mee aan Nederland Leest, terwijl dat nota bene de CPNB-campagne voor bibliotheken is. En dat geldt voor meerdere bibliotheken. Ik vind dat interessant. Waarom is dat? Ik heb de indruk dat bibliotheken vooral inzetten op campagnes die inhaken op leesbevordering over de hele leeslijn van 0 tot 18 jaar, terwijl aan andere campagnes minder behoefte is.'

Hoe krijg je de toegevoegde waarde van de CPNB voor bibliotheken helder?
'Daarom gaan we op 11 en 12 februari met al onze convenantpartners de spreekwoordelijke hei op: boekhandels, uitgevers en bibliotheken. Er is zoveel veranderd de afgelopen jaren dat we opnieuw de opdracht van de CPNB scherp moeten proberen te krijgen. Het lezen heeft bijvoorbeeld meer concurrentie gekregen van andere vormen van vrije tijdsbesteding. Waar we boeken kopen verschuift van de fysieke boekhandel naar online, maar niet voor alle genres in dezelfde mate. Uitgevers kunnen hun boeken op steeds meer manieren aan de man krijgen. En bibliotheken hebben de vijf wettelijke functies gekregen. Bij hun is de verandering misschien wel het grootste – zeker als je het vergelijkt met 2001, toen de bibliotheken erbij kwamen. Dat heeft allemaal gevolg voor wat de CPNB moet doen.'

Waarom is de verandering bij bibliotheken groter dan bij het commerciële boekenvak?
'Boekhandels hebben een duidelijk doel dat onveranderd is gebleven: boeken verkopen. Bibliotheken hebben juist heel andere taken gekregen. Boekhandels zijn daarnaast afhankelijk van de markt. Dat maakt hen evengoed kwetsbaar, maar díe afhankelijkheid schept wel meer duidelijkheid op lange termijn dan de kwetsbaarheid als gevolg van financiering door de overheid. En dat is ook gebleken. Bibliotheken hebben daarom de afgelopen jaren veel tijd besteed aan het opnieuw uitvinden van zichzelf.'

Kan het zijn dat er een scheiding wordt aangebracht in wat de CPNB gaat doen: leesbevorderende campagnes voor de bibliotheek en commerciële campagnes voor de boekhandel?
'Dat zou kunnen. Dat hangt af van de uitkomst van de gesprekken. Ik denk alleen niet dat het zo zwart-wit zal zijn. Bibliotheken hebben misschien weinig aan de Kookboekencampagne, maar zeker wel aan de Boekenweek. Andersom biedt de Boekenweek voor Jongeren zeker mogelijkheden voor boekhandels.'

Is daarbij ruimte voor nieuwe campagnes?
'Ik denk niet dat iemand daar op dit moment behoefte aan heeft. We kunnen wel campagnes veranderen of samenvoegen. Of schrappen, om er daarna iets nieuws voor de in plaats te maken. Maar echt nieuwe campagnes? Je ziet in januari al én de Maand van de Spiritualiteit én de Nationale Voorleesdagen én de Poëzieweek. Vanwege de partners waarmee we samenwerken kunnen we de timing niet veranderen. Dus ik snap goed dat bibliotheken daar nu een keuze uit maken. Je kan niet alle drie tegelijk tot in de puntjes goed uitvoeren.'

Vooruitlopend op de heidagen zijn wel al een paar knopen doorgehakt. De CPNB stopt met de Airport Library.
'Ja. Een bibliotheek runnen op Schiphol om reizigers het mooiste van (literair) Nederland te laten zien, hoe mooi die ook is, dat is niet onze kerntaak. Dat kunnen anderen beter. We zijn daarom op zoek naar een nieuwe moeder voor de Airport Library. Of beter gezegd: het ministerie van OCW. Omdat zij deze bibliotheek financieren, praten zij met partijen bij wie het beheer het beste past. Geen commerciële partijen, maar organisaties die zich bemoeien met de promotie van de literatuur naar het buitenland. Het streven is om hier in de eerste helft van 2019 duidelijkheid over te verschaffen.'

En Nederland Leest krijgt zijn oorspronkelijke focus terug: iedereen leest tegelijkertijd hetzelfde boek.
'Ja. Het idee van One city, one book is in zijn simpelheid ijzersterk, maar het concept van de campagne was verwaterd. Iemand zei mij dat de actie eerder Nederland Lult was geworden. En dat past niet bij de CPNB. Wij zijn voor de promotie van het boek en het lezen, niet om debat te faciliteren. Zoals de campagne was verworden, zou je eerder denken dat een partij als De Balie die organiseert. Daarom keren we terug naar een leesbevorderingsactie rond één boek. Dat hebben we overigens eerst getoetst bij de bibliotheken, die dezelfde behoefte hadden. Waarom zouden we dan wachten om de campagne te veranderen?'

Kun je al zeggen welk boek centraal staat in Nederland Leest?
'Ik kan alleen zeggen dat de auteur van het boek helaas niet meer leeft, maar dat we daar mooie oplossingen voor hebben bedacht. Dat gaat goed komen.'
(Eerder gepubliceerd op Bibliotheekblad.nl)

Ik sprak Aendekerk ook al twee keer voor Boekblad. Zie hier en hier.

zondag 9 december 2018

Anne Zeegers van de Schrijverscentrale over schrijvers & bibliotheken (Bibliotheekblad)

Het aantal schrijversoptredens in bibliotheek waarvoor De Schrijverscentrale bemiddelt, neemt al enkele jaren af. Directeur Anne Zeegers wil graag het tij keren. Ze ziet nieuwe kansen om de samenwerking te verstevigen met haar grootste klant. Ook is de bijdrage van de bibliotheek onontbeerlijk om de opbrengst van een schrijversbezoek op  de leesbevordering te vergroten.

De cijfers zijn onmiskenbaar. Het aantal keer dat De Schrijverscentrale bemiddelt voor een optreden van een jeugdauteur in een bibliotheek is drastisch afgenomen. Tussen 2011 en 2013 ging het van 1512 naar 1188 bemiddelingen. Na een aantal jaar stabiel te zijn gebleven op dat niveau waren het er in 2017 nog maar 981. Het aantal bemiddelingen voor optredens van schrijvers voor volwassenen laat een soortgelijk beeld zien. In 2011 waren het er 814, na een eerste daling schoot het iets omhoog, maar in 2017 waren het er maar 612.
Samengevat: De Schrijverscentrale stuurde vorig jaar bijna een kwart minder schrijvers naar bibliotheken dan zes jaar eerder. Fors, vindt ook directeur Anne Zeegers, die de redenen daarvoor kent. 'Bibliotheken hebben een ongelooflijke bezuinigingsslag doorgemaakt, waardoor veel filialen zijn gesloten. Ze hebben minder locaties om optredens te organiseren. Ook werd door het wegvallen van de NBD Biblion-subsidie op lezingen – ooit 200.000 euro – een schrijversbezoek duurder.'
Daar komt de nieuwe Bibliotheekwet bij. Iedere openbare bibliotheek heeft nu wettelijk vastgelegd vijf functies, waardoor de actieradius van deze instellingen enorm is verbreed. 'Wat ik zie is dat veel bibliotheken hun beleid vertalen naar drie pijlers: de klassieke bibliotheek, de educatieve bibliotheek en de maatschappelijke bibliotheek. Mijn indruk is dat de aandacht voor het maatschappelijke domein wat door lijkt te staan. Dat gaat ten koste van de leesbevordering en de boekencollectie.'

Zeegers snapt 'heel goed' dat de bibliotheek met zijn tijd mee moet gaan, zo vertelt ze, en ook rekening moet houden met de voorwaarden van de gemeente als subsidiegever. 'Maar ik hoop ook dat er uiteindelijk een schommelbeweging gaande is', redeneert ze in haar lichte kantoor in Amsterdam. 'Dat de bibliotheek op een gegeven moment pas op de plaats maakt, opnieuw weegt hoe alle genomen initiatieven zich verhouden tot de kerntaak en zich concentreert op waar het goed in is. En dat is toch het stimuleren van het lezen.'
De kerntaak van de bibliotheek, zoals zij die benoemt, is burgers helpen zich te ontwikkelen opdat ze goed kunnen functioneren in de maatschappij. 'Maar: dat begint bij kunnen lezen. Er zijn inmiddels vele studies die aantonen dat leesvaardig zijn een essentiële voorwaarde voor mensen is om volwaardig te participeren in een ingewikkelde samenleving. De bibliotheek is bij uitstek geschikt om ervoor te zorgen dat de leesvaardigheid wordt vergroot. Zij hebben de ervaring, de kennis en de mensen.'

Welke nadruk een bibliotheek ook legt, daar horen altijd boeken bij – en dus eigenlijk ook schrijversoptredens. 'Een maatschappelijke bibliotheek, die zich concentreert op taalontwikkeling en programma's voor laaggeletterden, kan daarvoor heel goed schrijvers uitnodigen. Schrijvers als Karin Giphart, die haar boeken laten hertalen voor NT1- en NT2-leerlingen. En dat gebeurt ook. Bibliotheken doen geregeld een beroep op ons bij projecten in het kader van het Tel mee met Taal-programma.'
Hetzelfde geldt voor een bibliotheek die inzet op discussie en debat. 'Schrijvers verwoorden ook maatschappelijke dilemma's en hoe je je daartoe kunt verhouden. Bezoeken van schrijvers nodigen daarom bij uitstek uit tot debat over de thema's die zij aan de orde stellen. Dat is waar al sinds het begin Nederland Leest over gaat. Een bestaand boek is altijd aanleiding om te praten over een belangrijk maatschappelijk thema, zoals recentelijk over democratie, de invloed van robots op ons leven, en voeding.'
Zeegers ziet daarbij mogelijkheden voor bibliotheken om meer samen te werken met maatschappelijke organisaties. 'Wij bemiddelen al veel voor logopedieverenigingen, de politie, verenigingen van huisvrouwen, noem maar op. Als bibliotheken stuiten op financiële beperkingen, zoals soms gebeurt, wijzen wij hen al op de mogelijkheid om samen te werken met lokale partners en de kosten te delen. Dat kan structureler. Door beter in kaart te brengen voor wie wij allemaal bemiddelen, hopen we daar een bijdrage aan te kunnen leveren.'

Wat in ieder geval niet de daling van het aantal bemiddelingen van de Schrijverscentrale voor de bibliotheek verklaart, is dat de organisatie is ingeslapen. Sinds Zeegers in september 2015 aantrad als directeur van toen nog Schrijvers School Samenleving (SSS), is ze direct gestart met een moderniseringsslag. De naamsverandering anderhalf jaar geleden sloot aan bij de nieuwe koers om De Schrijverscentrale zichtbaarder te maken, meer tegemoet te laten komen aan de behoefte en het effect van een schrijversbezoek te vergroten. Met als resultaat: een nominatie voor de Astrid Lindgren Memorial Award dit jaar.
'We hebben de interne organisatie aangepakt', vertelt Zeegers. 'Het hele proces van aanvraag tot facturatie is nu geautomatiseerd, zodat wij meer tijd hebben voor persoonlijk advies aan de aanvragers. Wij zijn meer samenwerkingen aangegaan en hebben bestaande samenwerkingen, zoals met de CPNB, geïntensiveerd. En we zijn onze kennis en kunde meer gaan delen. We plaatsen op de site ideeën en succesverhalen om andere te inspireren en versturen nu diverse nieuwsbrieven aan verschillende doelgroepen.'
Ook de 1500 actieve auteurs in het bestand – onlangs aangevuld met zo'n twintig spoken word-artiesten – zijn zichtbaarder geworden. Ze hebben de mogelijkheid gekregen om een profiel aan te maken: met een cv, voorbeeld-lessen, de eerste hoofdstukken van het laatste boek zodat klassen die van tevoren kunnen lezen, opzet van een lezing. Wat een auteur maar wil. Een stuk of duizend hebben dat ook gedaan. 'De zoekfunctie gaan we doorontwikkelen, om nog beter te filteren op de wens van aanvragers.'

Om zicht te krijgen op de opbrengst van het schrijversbezoek op leesbevordering in het onderwijs. liet De Schrijverscentrale daar samen met Stichting Lezen onderzoek naar verrichten. Uit de resultaten, in september gepubliceerd, blijkt zonneklaar dat een optreden het lezen stimuleert. De helft van de basisschoolleerlingen en drie op de tien middelbare scholieren wil vaker boeken gaan lezen van de optredende auteur. Ook wordt 69% van de basisscholieren en 62% van de middelbare scholieren aan het denken gezet.
Maar er dreven ook verbeterpunten boven. De voorbereiding van een schrijversbezoek kan beter om het effect ervan te optimaliseren. Slechts 53% van de basisscholieren en 35% van de middelbare scholieren heeft voorafgaand aan een schrijversbezoek een boek van hem of haar gelezen. 'Wij willen docenten daarom nog meer handvatten bieden om de voorbereiding te verdiepen. Dit najaar zijn we begonnen met een pilot met een Menukaart voor basisscholen, met allerlei praktische en inspirerende lestips in een vlog van de auteur.'

Daarbij is de rol van bibliotheken essentieel. Zij hebben vaak direct contact met de scholen en kunnen daarom een goede voorbereiding stimuleren. 'Cubiss heeft bijvoorbeeld een werkboekje gemaakt waar kinderen in kunnen schrijven wat ze van een bezoek vonden. Op onze site is een daar een link naar te vinden. Misschien kunnen wij meer soortgelijke instrumenten gaan aanbieden. We hebben een expertmeeting georganiseerd en gaan in overleg met de vele partijen die betrokken zijn bij de organisatie van een schrijversbezoek – zoals docenten, bibliotheek, uitgevers, KB – verder verkennen hoe we het beste de kennis van ons en Stichting Lezen kunnen verspreiden.'
Ook voor de beschikbaarheid van boeken zijn bibliotheken belangrijk. De scholen die steeds vaker zelf auteursoptredens organiseren – blijkens het gestegen aantal bemiddelingen van 799 in 2011 naar 1204 in 2017 – kunnen dat niet doen met de schoolbibliotheek alleen. 'Deze groei houdt verband met de opkomst van De Bibliotheek op School. Die is waardevol. Maar deze collecties hebben wel vaak maar een paar boeken per auteur. Ondersteuning van de bibliotheek is dan nodig om voor of na een schrijversbezoek over honderd exemplaren te beschikken. Want een schrijver die op school komt, bezoekt 3 tot 4 klassen achter elkaar.'
(Eerder gepubliceerd in Bibliotheekblad)

woensdag 14 maart 2018

Interview: Eva Meijer wint de Halewijnprijs 2017 – de literaire prijs van Bibliorura (Bibliotheekblad)

Het ligt voor de hand: een bibliotheek die een literaire prijs uitreikt. Dat vindt in ieder geval Bibliorura in Roermond, die sinds 2015 de organisatie van de Halewijnprijs op zich heeft genomen. Eva Meijer, laureaat van dit jaar, koestert mooie herinneringen aan de openbare bibliotheek. 'Ik vind het leuk dat mijn boeken nu hier staan en lezers ze kunnen ontdekken op dezelfde manier als ik vroeger obscure schrijvers ontdekte.'

Een bestsellerauteur noemt Eva Meijer (1980) zich 'zeker niet'. Maar na twee non-fictieboeken en drie romans gaat het 'best goed' met haar schrijverschap, zegt ze aan de telefoon. Het vogelhuis, dat in 2016 verscheen, is aan zijn vijfde druk toe. De roman stond op de longlist van de Libris Literatuurprijs en de ECI Literatuurprijs. Haar werk, zoals de studie Dierentalen, verscheen in het Engels en Duits. Vertalingen in het Arabisch, Fins, Frans, Pools en Turks zijn in de maak.
De bekroning van de Halewijnprijs – bestaande uit 1500 euro en een kleinplastiek in brons – past in dit patroon van groeiende erkenning. Meijer kreeg de voorkeur boven Murat Isik, David Nolens, Annel de Noré, Christine Otten en Chris de Stoop, die ook waren genomineerd voor de literaire prijs van de stad Roermond. 'Goede schrijvers, van wie sommigen al zijn gearriveerd', meent ze. 'Ik ging er niet van uit dat ik zou winnen. Maar toen werd ik gebeld in Mexico, waar ik op dat moment verbleef. Gelukkig wel nadat juryvoorzitter Pon Kranen eerst de vraag had gemaild of ze me kon bellen.'

Grote landelijke bekendheid geniet de Halewijnprijs niet, die sinds 1987 wordt uitgereikt. Maar de onderscheiding voor een relatief onbekende auteur wiens werk meer aandacht verdient, heeft in de literaire wereld een serieuze reputatie opgebouwd doordat het regelmatig auteurs bekroonde die daarna doorbraken naar een groot publiek. Denk aan Arthur Japin (1998) en Tommy Wieringa (2002). Andere winnaars waren onder andere Joke J. Hermsen (2008), ErikVlaminck (2013) en Benny Lindelauf (2016).
Sinds twee jaar verzorgt Bibliorura, de openbare bibliotheek van Roermond, de organisatie van de Halewijnprijs. Op vraag van de gemeente, vertelt Moniek Hueting, medewerker communicatie en webredactie van Bibliorura. 'Omdat wij het hart van de literatuur in Roermond zijn, is het niet meer dan logisch om de organisatie bij ons onder te brengen. Wij wilden dat graag doen, omdat we hiermee kunnen laten zien dat de bibliotheek lezen en literatuur belangrijk vindt.'
Bibliorura heeft ook de ervaring en de mensen in huis om de prijs lokaal een groter aanzien te geven. 'Wij zorgen voor een grote pr-campagne met advertenties in lokale media, flyers in de bibliotheek, driehoek-borden om lantarenpalen en aandacht op sociale media. Ook komt er een presentatie rondom het werk van Eva Meijer, van wie we al voor de bekendmaking extra titels hebben ingekocht. Wat het effect ervan is na twee jaar nog weinig over te zeggen, maar we horen wel dat het opvalt.'
Ook probeert Bibliorura de bekendheid van de prijs te vergroten met een jongerenprijs: de Reinaerttrofee. Scholieren van Bisschoppelijk College Broekhin maken sinds 2014 een keuze uit de genomineerde titels. Dit jaar viel de eer aan We hadden liefde, we hadden wapens van Christine Otten. Hueting: 'De Reinaerttrofee was al eerder ingesteld, maar wij proberen hem veel groter te maken door ook de andere twee middelbare scholen in Roermond erbij te betrokken.'

Uitreiking van de Halewijnprijs en Reinaerttrofee vond inmiddels plaats – op zondag 11 maart. Meijer kreeg toen te horen wáárom haar werk is uitverkoren. Bij de bekendmaking van de laureaat, die ook bekendstaat als dierenactivist, beperkte de jury zich tot een citaat uit haar rapport. De auteur is 'een groot literair talent met een belangrijke boodschap. (...) In een mooie natuurlijke schrijfstijl toont zij dat er een wereld te winnen valt, wanneer menselijke dieren oog krijgen voor communicatie van en met niet-menselijke dieren.'

Ben je een auteur met een boodschap?
'Ik wil graag mensen op een andere manier laten kijken. Daar gaat volgens mij alle filosofie, kunst en literatuur over: zekerheden ondergraven door te laten zien wat er zich net onder de oppervlakte van de werkelijkheid bevindt. En ja, dat gaat in mijn laatste twee romans vooral over dieren. Ik ben nu weer met heel andere thema's bezig. Ik vind dat dieren het slecht hebben, omdat ze of bij miljoenen in kleine hokjes worden opgesloten, of in hoog tempo hun leefgebied zien verdwijnen. En ik vind het belangrijk dat mensen daarom anders over dieren gaan denken.'

Maar je schrijft geen tendensromans, neem ik aan.
'Nee. Dat heeft ook geen zin. Je kunt mensen niet veranderen door hen een overtuiging door de strot te duwen. In mijn filosofische boeken als Dierentalen en De soldaat was een dolfijn schotel ik lezers daarom geen wereldbeeld voor, maar laat ik zien dat je ook op andere manieren naar dieren kunt kijken. Ik geef als het ware een aftrap om zelf te gaan denken.'

Doe je dat ook in je romans?
'Ja, maar anders. Door de ambiguïteit van het bestaan te laten zien. Het vogelhuis gaat over vogelonderzoeker Len Howard, die als eerste liet zien dat vogels individuen zijn, maar die ook minder goede dingen heeft gedaan. Zo is het leven, goed en kwaad zijn nooit eenduidig te scheiden. Dagpauwoog gaat over iemand die geweld wil gebruiken om een maatschappelijk probleem aan de kaart te zetten. Ook daarin zitten veel vragen.'

Prikkel je je lezers daadwerkelijk tot heroverweging van hun standpunten?
'Ik hoor soms dat lezers van Het vogelhuis daarna anders tegen vogels aankijken. Dat ze vogels niet langer zien als muzikaal behang, maar als wezentjes met eigen relaties en eigen projecten in het leven. Het is mooi als ze dat uit mijn boek halen. Dat maakt lezen zo relevant. Dankzij boeken kun je even in het hoofd van iemand anders verblijven. Iemand uit een ander land, iemand uit een andere sociale klasse. Of een dier.'

Zijn daarom bibliotheken relevant?
'Voor mij wel. Ik ging iedere dag naar de bibliotheek. Iedere dag haalde ik weer het maximum van drie boeken die je mee mocht nemen. De bibliotheek zat naast mijn school in Hoorn, dat maakte het makkelijk. En toen ik negen of tien was had ik alles uit en kon ik door met de boeken op de volwassenenafdeling. Mijn ouders hadden ook veel boeken, maar ik heb vooral in de bibliotheek allerlei auteurs ontdekt.'

Geldt de relevantie tegenwoordig nog steeds?
'Voor kinderen wel, denk ik. De bibliotheek stelt hele werelden aan hen ter beschikking. Dat is een enorme rijkdom. Maar toen ik een tijdje in Den Haag voor de bibliotheek werkte in de vestiging in de Schilderswijk zag ik dat die plek voor veel kinderen meer betekende dan de boeken die er lagen. Het was een plek om opgevoed te worden of om elkaar te ontmoeten. Voor hen had het sociale functie. En dat zal voor veel anderen gelden, die daar bijvoorbeeld iedere dag hun krantje komen lezen. Zeker nu mensen minder lezen en meer informatie digitaal te vinden is, is het goed dat de verschillende functies van de bibliotheek naast elkaar kunnen bestaan.'

En kom jij nog in de bibliotheek?
'Ik ben geen lid meer. Ik lees veel academische filosofie. Daarvoor log ik in bij de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. Andere boeken koop ik. Dat zie ik als mijn bijdrage aan het voortbestaan van de onafhankelijke boekhandel. Ik kom eigenlijk alleen nog in de bibliotheek om er op te treden. De presentatie van Het vogelhuis was bijvoorbeeld georganiseerd door De Nieuwe Boekhandel en de vestiging van de bibliotheek die ernaast zit. En soms ga ik naar de OBA voor een afspraak.'

Is de bibliotheek ook belangrijk voor je inkomsten uit leengeld?
'Nou nee. Ik kan er nog geen maand vaste lasten van betalen. Het maakte me ook niet zoveel uit. Ik vind het leuk dat mijn boeken nu hier staan en lezers ze kunnen ontdekken op dezelfde manier als ik vroeger obscure schrijvers ontdekte. Ik zou het ook mooi vinden als mijn boeken veel langer blijven staan dan in de boekhandel, al wordt de museum- en bewaarfunctie van de bibliotheek minder belangrijk door de digitalisering.'
(Eerder gepubliceerd op Bibliotheekblad.nl)