Posts tonen met het label kinder- en jeugdboeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kinder- en jeugdboeken. Alle posts tonen

zondag 5 juli 2020

Interview: Thille Dop over vijf jaar kinderboeken uitgeven bij Luitingh-Sijthoff (Boekblad)

Luitingh-Sijthoff Kind, Jeugd & YA bestaat vijf jaar. Senior uitgever Thille Dop viert dat onder meer met de uitgave van een pamflettistisch essay van Katherine Rundell over kinderboeken. Breedte in het fonds is en blijft voor Dop cruciaal.  'Als ik nu kijk naar de mix van het fonds, denk ik: ja, dat is gelukt.'

Hoe was je week?
'Lekker druk. Ik was voor het eerst in drie maanden weer op kantoor om samen met acquirerend redacteur Hannerlie Modderman het eerste lustrum van het kinderboekenfonds van Luitingh-Sijthoff te vieren. We hebben kaartjes geschreven, ons cadeau ingepakt – met speciaal ontworpen inpakpapier met illustraties van Tjarko van der Pol – en een filmpje opgenomen voor de nieuwsbrief. Heel fijn om weer op het werk te zijn. Er komen zoveel meer ideeën naar boven als je even op een collega kunt afstappen of met iemand naar buiten kunt gaan. Ik mis de spontaniteit en creativiteit als je alleen thuis werkt. Dan concentreer je eigenlijk alleen op de praktische werkzaamheden.'

Heb je het lustrum wel volgens plan kunnen vieren?
'Veel plannen zijn in het water gevallen. Een feestje op de uitgeverij. Acties met de boekhandel. We hebben nu alleen een online consumentenactie, waarbij we feestpakketten weggeven, en mooie POS-materialen gemaakt voor de boekhandel om ze te bedanken voor de fijne samenwerking. En drie speciale uitgaven: Waarom je kinderboeken moet lezen, zelfs al ben je oud en wijs van Katherine Rundell en de heruitgaven van Hoe ik nu leefvan Meg Rosoff en de mini-editie van De kleine walvis van Benji Davies. Rosoff was vijftien jaar geleden mijn eerste acquisitie als uitgever, waarna ook internationaal deuren voor mij opengingen. Drie lustra geleden dus. Ik vond het een mooie samenloop van omstandigheden om de klassieker die het nu is, opnieuw te brengen. En Davies was in 2017 de auteur-illustrator van het  Prentenboek van het Jaar.'

Voelt het feest dan nog wel feestelijk?
'Natuurlijk is het jammer als je door het coronavirus niet alle plannen kunt uitrollen en niets kunt vieren met de auteurs en illustratoren. Maar het is nog steeds een mooi moment om stil te staan bij wat we hebben bereikt en ons af te vragen wat we de komende vijf jaar gaan doen. En dan ben ik gewoon ontzettend trots op wat Hannerlie en ik – uiteraard met hulp van de collega's van sales, pr en marketing – hebben neergezet. Daarom voelt het zeker als een feest.'

En dat hebben jullie deze week intern wél gevierd?
'We hebben met z'n tweeën geluncht en nieuwe ideeën besproken. We gaven elkaar een mooie bos bloemen. Ook van de uitgeverij kregen we die. Heel leuk.'

Waarom markeer je het jubileum met zo'n programmatisch boek als Waarom je kinderboeken moet lezen, zelfs al ben je oud en wijs?
'Het begint ermee dat Rundell een auteur van ons is. Wij hebben inmiddels drie boeken van haar uitgegeven, die in Engeland en elders enorm zijn bejubeld. Zij is een van de grote kinderboekenschrijvers van dit moment. Maar zij is ook heel maatschappelijk betrokken. Ze schrijft regelmatig essays in onder andere de London Review of Books. Toen ik dit essay van haar las, onderschreef ik haar mening direct – en die vanKinderboekenambassadeur Manon Sikkel in het voorwoord. Namelijk dat het lezen van kinderboeken ontzettend belangrijk is. Het vergroot je kijk op de wereld en doet een beroep op je fantasie en creativiteit, bij zowel kinderen als volwassenen. Dat er soms door volwassenen op kinderboeken wordt neergekeken, begrijp ik totaal niet.'

Rundell roept juist volwassenen op om kinderboeken te gaan lezen.
'Er is bij volwassenen veel dedain over kinderboeken. Ook in Nederland. Denk aan een column van Peter Buwalda in de Volkskrant. Of Tommy Wieringa die bij De Wereld Draait Door zegt dat hij De Gorgels niet aan zijn kinderen wil voorlezen. Vaak zeggen volwassen ook: 'kinderboekje'. Zetten ze het genre weg met een verkleinwoord. Rundell laat daarentegen zien waarom kinderboeken zo belangrijk zijn. Ze bevatten alle grote thema's. Kijk maar naar de sprookjes van Grimm, waar zij naar verwijst. Maar ze zijn vaak wel hoopvoller. Als volwassenen daarom kinderboeken lezen, zullen ze herinneren hoe heerlijk dat vroeger was en sneller beseffen hoe belangrijk het is die herinneringen ook aan hun kinderen te geven.'

Moet een commercieel bedrijf als een kinderboekenuitgeverij ook bijdragen aan leesbevordering?
'Als commercieel bedrijf willen we juist heel graag het lezen voor kinderen bevorderen. En het plezier in lezen stimuleren. Maar het is dan wel fijn als de boeken ook bij de lokale boekhandel worden gekocht zodat zowel boekhandel als uitgeverij nog lang voor iedereen boeken kunnen uitgeven en verkopen.'

Hoe staat het kinderboekenfonds van Luitingh-Sijthoff er na vijf jaar voor?
'Ik heb eerder Pimento en Moon vanaf nul opgebouwd. Dit is mijn derde fonds. Maar mijn ideeën erover zijn hetzelfde gebleven. Ik wil boeken brengen die kinderen graag lezen én volwassenen graag willen kopen – voor hun kinderen of voor henzelf. Ik wil een heel breed fonds: van graphic novels, zoals Julius Zebra, en titels die scoren bij de Kinderjury tot meer literaire boeken die in aanmerking komen voor Griffels en Penselen. Maar in welke categorie het ook valt, het boek moet wel kwaliteit hebben: van de gedichten van Kees Spiering en de jeugdromans van Wilma Geldof tot de toegankelijk en humoristisch boeken van Manon Sikkel. Als ik nu kijk naar de mix, denk ik: ja, dat is gelukt.'

In de volle breedte is het fonds even sterk?
'Ach, je bent continu aan het sleutelen aan het fonds. Uiteraard heb ik ook boeken uitgegeven die het niet goed hebben gedaan. En zijn er onderdelen binnen het fonds die soms een extra push nodig hebben. Ik zou wel meer auteurs van eigen bodem willen hebben zoals Enne Koens en Floortje Zwigtman. Maar in de basis staat het. Kijk naar het succes dat we hebben gehad bij de Kinderjury, zoals met Marte Jongbloed en Manon Sikkel, én de Griffels en Penselen, vorig jaar met vier Vlag en Wimpel-vermeldingen. Het enige wat ik echt nog mis is een character met de populariteit van een Kikker of Nijntje. Maar daar moet je aan bouwen.’

En komende winter wordt het nog breder met de introductie van Ezelsoortjes.
'Dat is een nieuwe serie voor beginnende lezers om het plezier in lezen weer centraal te stellen. Kinderen en jongeren blijken volgens allerlei onderzoeken steeds minder plezier aan lezen te beleven. De cijfers liegen er niet om; ze zijn wat mij betreft een wake-upcall voor Nederland. Als je voor deze groep schrijft, moet je rekening houden met allerlei beperkingen. In Nederland geven de richtlijnen voor het AVI-niveau houvast. Maar intussen zijn die zo strak dat het moeilijk wordt om leuke, spannende, humoristische verhalen te schrijven. Technisch lezen is maar één kant van het verhaal. Wij zullen daarom steeds wisselende auteurs de opdracht geven: hou rekening met de doelgroep – de lengte is bijvoorbeeld maximaal 4000 woorden – maar schrijf vooral een boek dat kinderen meesleept. Enne Koens en Marte Jongbloed schrijven de eerste twee delen, die we willen lanceren tijdens de NOT in januari 2021. Als die doorgaat.'

Ook de omzet en winst is na vijf jaar op het gewenste niveau?
'Het loopt erg goed, zonder meer. We hebben alleen nog geen grote backlist. Die is voor kinderboeken belangrijker dan voor volwassenboeken. Als een kinderboek eenmaal de status van een klassieker heeft, blijft het lopen. Dat merken wij bijvoorbeeld met De kleine walvis, waarvan na vijf jaar nog elke dag exemplaren worden verkocht. Successen voor volwassenen zijn vaker hypes die na een tijdje over zijn. Of vergelijk Annie M.G. Schmidt met Simon Vestdijk of Gerard Reve. Zij blijft wél nieuwe lezers vinden. Daarom is een character zo belangrijk. Ik weet niet exact hoe belangrijk Annie M.G. Schmidt voor de omzet van Querido is – of Dikkie Dik voor Gottmer, of Dolfje Weerwolfje voor Leopold – maar dat zal behoorlijk zijn.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 27 jun)

zondag 3 mei 2020

'Toen het oorlog was' - Wat vertel je kinderen van tien jaar over de oorlog? (Bibliotheekblad)

Als iemand gaten in het boekenaanbod kan aantreffen, is het wel een collectiespecialist. Maaike Landman van Probiblio spande zich ook in om het gat te vullen. Dankzij haar maakte het educatief bureau Patsboem! een schitterend boek over de Tweede Wereldoorlog voor kinderen vanaf 10 jaar.

Het is zo'n informatief jeugdboek waarvan volwassenen een hoop kunnen opsteken – óók als ze denken al het nodige van het onderwerp te weten. Toen het oorlog was behandelt alle denkbare aspecten van de Tweede Wereldoorlog: van een opsomming van de hoofdrolspelers tot een uitleg van de relevante symbolen; van een korte tijdlijn tot een schets van onze tradities om te herdenken. Het is een overzichtelijk, helder geschreven, rijk geïllustreerd en aantrekkelijk vormgegeven boek. En alles aangevuld met ervaringsverhalen.'Ik was zó blij toen ik het kreeg opgestuurd dat ik drie dagen heb lopen stuiteren', zegt Maaike Landman dan ook, collectiespecialist jeugdboeken van Probiblio. 'Meteen toen ik de envelop opendeed, dacht ik: wauw! Het is geen boek om achter elkaar door te lezen. Je bladert erin, je pikt er wat uit, je legt het weer weg. Maar het is zo prachtig geïllustreerd, door de tekeningen van Irene Goede en de keuze van de foto's, en de informatie is zo goed leesbaar, dat je het steeds opnieuw oppakt. Dat hoor ik ook van de mensen om mij heen.'

Dat Landman zo verheugd is, is niet voor niets. Zij legde de kiem voor een non-fictieboek over de Tweede Wereldoorlog als Toen het oorlog was. Omdat zij BoekToer collecties voor basisscholen in Noord- en Zuid-Holland heeft samengesteld, viel haar al langer een belangrijke lacune op. 'De pakketten over de Tweede Wereldoorlog bevatten een aantal mooie leesboeken, maar informatieve boeken waren er nauwelijks. Heel suf eigenlijk. Het is een onderwerp dat ieder jaar terugkomt en dat behandeld moet blijven worden. Een onderwerp ook waar kinderen graag werkstukken of spreekbeurten over maken. En dan is er bijna niets!'
Voor alle duidelijkheid: er bestaan wel degelijk informatieve boeken over de oorlog. Maar meestal voor een oudere doelgroep dan 10-12 jaar. 'Je hebt bijvoorbeeld de Ooggetuigen-serie, een deel uit de serie Vet Oud! of kleine Junior-boekjes. Prachtige boeken, maar de informatie is gericht op 12- tot 15-jarigen en daarom te moeilijk voor de basisschool. De Ooggetuigen-serie zijn bovendien flink verouderd en oorspronkelijk uitgegeven door een Engelse uitgeverij, waardoor de informatie vanuit de Engelse situatie wordt beschreven. Toch heel anders dan de Nederlandse situatie.'

Drie jaar geleden besloot Landman zelf het initiatief te nemen. Ze sprak tijdens een busreis naar de Frankfurter Buchmesse met Frans Meijer, oud-directeur van de Bibliotheek Rotterdam. Door Groeten van Leo, het boek dat Martine Letterie in 2013 over zijn in de oorlog vermoorde halfbroertje had gepubliceerd, kwamen ze over het gebrek aan geschikte jeugdboeken te spreken. Meijer stimuleerde haar daarop om er werk van te maken. Als ze eenmaal de juiste uitgever enthousiast had gemaakt, zou dat boek er heus wel komen.
'Ik wist een ding zeker: ik ging het niet zelf schrijven. Ik zitten middenin de kinderboeken, ik heb geen enkele illusie dat ik het beter kan dan al die fantastische schrijvers. Maar een uitgeverij vinden bleek een werk van lange adem. Ik ben niet zo thuis in die wereld. En als ik dan toch een gesprek had bij een organisatie of instelling, zei men bijvoorbeeld: goed idee, maar er is toch dat Vet Oud!-boek? En dan liep het spoor dood. Tot ik via via in contact kwam met Gottmer. Die uitgeverij was heel enthousiast.'

De schrijver werd uiteindelijk een collectief: Annemiek de Groot, Roos Jans, Juul Lelieveld en Liesbeth Rosendaal van Patsboem! – een bureau van zes medewerkers dat educatief materiaal maakt voor onder andere uitgeverijen, musea, instellingen en bibliotheken. Patsboem! denkt mee over concepten en werkt dat vervolgens uit tot lesmethodes, workshops, lesbrieven, tentoonstellingen, scheurkalenders, wat dan ook. Voor de OBA maakte het bedrijf een 'mediawijsheid tablettour', waarmee kinderen de bibliotheek kunnen ontdekken.
'Hoewel het nooit zo is bedoeld, is geschiedenis ons specialisme geworden', vertelt Rosendaal. 'Drie van ons zijn historicus. Een van onze grootste opdrachtgevers is het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Wij maken voor hen al vijf jaar ieder jaar het Denkboek voor kinderen: een boek vol verhalen over het herdenken van de oorlog en het vieren van de vrijheid, bedoeld om hen aan het denken te zetten. Daarom kwam Gottmer bij ons uit. De uitgeverij heeft natuurlijk zelf auteurs in huis, maar ik vermoed dat die hun vingers er niet aan wilden branden.'

Bijna iedereen die Toen het oorlog was in handen krijgt of erover hoort, is verbaasd. Bestond zo'n boek echt niet? Ook bij Patsboem! krabden ze zich achter de oren: wáárom hebben we dit niet eerder opgepakt? 'Wij zitten zo in het onderwerp', zegt Rosendaal. 'We hebben veel over de oorlog voor kinderen geschreven. En toch kwamen we niet op het idee.' Pas nu het boek is geschreven en verschenen, is het duidelijk geworden: het is nogal een complexe opdracht. 'Dit was een van onze moeilijkste projecten.'
Waarom? 'Probeer maar eens te omschrijven wat voor boek het is', vervolgt Rosendaal. 'Zelfs de uitgever had er moeite mee de juiste woorden te vinden voor de opdracht die ze ons gaven. "Een leuk boek over de oorlog", dat kan je niet zeggen. "Een luchtig boek over de oorlog" evenmin. Maar zoiets moest het wel worden: een boek dat duidelijk en correct is zonder iets te bagatelliseren, maar dat ook niet te zwaar is zodat je het toch wil lezen. Dat betekent dat je heel goed moet zoeken naar de juiste toon.'
En: goed weten wat je kinderen wel en niet voorschotelt. 'Het uitgangspunt was steeds: wat moet je weten?, en: wat hoort een kind om zich heen?', zegt Jans. We moesten daarom wel uitleggen wat de Holocaust is, een heel belangrijk onderdeel van de oorlog. Alleen: zonder stapels lijken laten zien. Kinderen hoeven er geen nachtmerries van te krijgen. En we maakten juist een hoofdstuk over dieren. Dat is niet het belangrijkste onderdeel van de oorlog, maar via dieren kun je goed duidelijk maken hoe groot de impact van de oorlog is zonder het meteen gruwelijk te maken.'

De structuur van het boek was even belangrijk, leggen Rosendaal en Jans uit. 'Het is zo'n groot onderwerp. Waar begin je?', vertelt de laatste. 'En niet ieder kind vindt elk onderwerp even boeiend. De een vindt techniek heel interessant, de ander juist niet. Zo kwamen we al snel uit op een boek om in te bladeren. En dan niet: hier heb je 500 lemma's, veel plezier ermee. Dan verzuip je erin. We hebben ze zo geordend dat we én de chronologie vasthielden én onderwerpen konden groeperen rond uiteindelijk tien thema's.'
De lemma's zijn verrijkt met kaders 'om over na te denken'. Zo werd het geen puur informatief boek. 'Het is bij ons ingebakken om er een educatieve draai aan te geven. Daarom zijn er ook lesbrieven', zegt Rosendaal. 'Die kaders zijn daarnaast een plek om grijze gebieden te kunnen laten zien. De tijd is voorbij dat we zwart-wit over de oorlog denken, we kunnen tegenwoordig kritisch zijn op de gebeurtenissen van destijds. Was het bijvoorbeeld wel echt nodig om een bom op Hiroshima te gooien? Kinderen stellen zich misschien dezelfde vragen.'

Met Toen het oorlog was is er nu een mooie aanvulling voor educatieve themacollecties voor scholen of presentaties in bibliotheken ter gelegenheid van 75 jaar bevrijding – al is het ten tijde van schrijven onduidelijk of de coronacrisis dat wel mogelijk maakt. 'Bibliotheken hebben het goed aangeschaft', zegt Landman. 'Dat is een goed begin. Ik heb alleen nog geen initiatieven gehoord om er ook iets mee te doen. Misschien komt dat nog. En ik zit in de commissie Tiplijst Makkelijk Lezen. Daar komt het boek op.'
Maar het sloeg zeker niet alleen aan bij bibliothecarissen. De eerste druk van het in november verschenen druk is op: 4.000 exemplaren. De tweede druk verscheen medio maart. 'Vooral leerkrachten stonden hierom te trappelen, merken we. We krijgen heel veel reacties van hen. Dat ze zelf lesmateriaal erbij maken of nu bijvoorbeeld bij vragen van kinderen kunnen verwijzen naar het boek. En we lezen ook heel graag recensies van kinderen zelf. Heel mooi, zelfs wanneer ze zeggen dat ze er niets aan vonden omdat ze de oorlog als onderwerp saai vinden.'
(Eerder gepubliceerd in Bibliotheekblad apr 2020)

donderdag 31 oktober 2019

Interview Susanne Diependaal over de wederopstanding van kinderboekenfondsen Van Holkema & Warendorf en Van Goor (Boekblad)

Van Holkema & Warendorf is succesvol vernieuwd, Van Goor keert terug naar zijn roots. Susanne Diependaal spreekt aan de vooravond van de Kinderboekenweek over de jeugdboekenmarkt en de positie van de uitgeverijen daarin. ‘Als de slinger de andere kant op gaat, zoals altijd gebeurt, zijn wij er klaar voor.’

De tijd is voorbij dat Susanne Diependaal in het najaar met haar auteurs langs scholen en boekhandels reisde. De senior uitgeefster van Van Holkema & Warendorf en Van Goor, de kinderboekenfondsen van Unieboek|Het Spectrum, zit tijdens de Boekenweek voor Jongeren (20 t/m 29 september) en de Kinderboekenweek (2 t/m 13 oktober) vooral op kantoor. Dat neemt niet weg dat ze er zoals ieder jaar naar uitkijkt. ‘Het is de enige week in het jaar dat kinderboeken het nieuws en de bestsellerlijst domineren. Op de Buchmesse hoor je de uitgevers van boeken voor volwassenen dan ook wel eens zeggen dat er eigenlijk een speciale Bestseller 60 voor kinderboeken moet komen.’
De Kinderboekenweek betekent altijd een mooie verkooppiek. ‘Ook in de Sint- en Kerstperiode worden veel kinderboeken verkocht, maar die periode is meer verspreid en dus zie je niet altijd duidelijk één, maar als het goed is een wat uitgesmeerdere piek in de GfK-cijfers.’ Dit jaar zal het niet anders zijn. ‘Reizen en vervoer’ vindt Diependaal een aansprekend thema. ‘Ik ben alleen wel erg benieuwd wat de nieuwe opzet van het Kinderboekenbal doet. Er zullen geen kinderen meer bij zijn, waardoor het meer een soort vakborrel wordt. De CPNB organiseert een persmoment met kinderen de volgende ochtend op een school. Ik ben benieuwd of we daar effect van zien in de media.’
De Boekenweek voor jongeren wint aan belang, maar leidt nog niet tot een vergelijkbare piek. ‘Het eerste jaar had ik twee auteurs in 3PAK. Dat zag ik niet meteen heel duidelijk terug in sales van hun backlist. Hun populariteit nam wel toe: meer volgers op sociale media, meer bibliotheekuitleningen. Dat is ook belangrijk. Auteurs staan mede dankzij de tours die tijdens deze week worden georganiseerd, midden in de doelgroep. Zo hadden wij een fantastisch omslag gemaakt voor het nieuwe boek van Daniëlle Bakhuis. Maar toen zij het in een mbo-klas liet zien, werd er niet enthousiast op gereageerd. We hebben dus een nieuw omslag laten maken.’
Van Holkema & Warendorf en Van Goor spelen tegen deze achtergrond vooral in op de Kinderboekenweek. Zoals ieder jaar hebben Vivian den Hollander en Dagmar Stam een thematitel gemaakt: Instappen maar!. Ook is er het jaarlijkse avi-leesboekje, eveneens van Den Hollander: Goede reis, opa!. ‘Bij onze uitgeefpitch heerste korte verwarring over de titel; ze dachten even dat het ging over de dood. Gelukkig ontkracht het omslag ieder misverstand.’ En het boek van de in 2018 gestarte jaarlijkse samenwerking rond het Kinderboekenweekthema van Tosca Menten en Jozua Douglas heeft de CPNB uitgekozen tot Kerntitel: Pech onderweg.
‘De auteurs hebben ieder een andere uitgeverij, daarom doen we de exploitatie om en om’, zegt Diependaal. ‘Vorig jaar deed Luiting-Sijthoff het boek [toen deed Manon Sikkel ook mee, red.], dit jaar zijn het nog twee auteurs en publiceert De Fontein, volgend jaar wij. Het is leerzaam om zo een kijkje in elkaars keuken te nemen. De marketeers hebben met elkaar gebrainstormd, zodat je elkaars kracht leert kennen. Je ziet ook hoe zij bijvoorbeeld naar contracten kijken. Het is tekenend voor het kinderboekenvak dat dit kan. Het is een bijzonder vriendelijk vak.’

Wat heb je geleerd van deze samenwerking?
‘De kracht van netwerken bijvoorbeeld. Wat het kan opleveren als je daar gericht tijd voor vrij blijft maken in je agenda. Een ander aspect is: auteursmanagement. Het is interessant te zien hoe een andere uitgeverij dat doet.’

Zijn auteurs de afgelopen twintig jaar veeleisender geworden?
‘De sociale media hebben alles veranderd. Het is een zegen: je kunt heel gericht targeten. We weten precies welke bloggers en Instagrammers we moeten benaderen om een titel onder de aandacht te brengen. Maar het is tegelijkertijd ook intenser geworden: auteurs zien precies wat de uitgeverij en ik doen. Een keer een foutje in een post levert meteen reacties op. Dat is soms lastig. Het is ook heel makkelijk geworden om via meerdere kanalen te communiceren. Dat heeft wel als voordeel dat je als uitgever altijd onder handbereik bent. Daardoor krijg je soms zo’n nauwe band dat het bijna meer dan een werkrelatie is. Gelukkig is er te midden van al die drukte online ook een groeiende behoefte zichtbaar van terug naar de basis willen.’

Hoe bedoel je?
‘Auteurs willen een inhoudelijke relatie met de uitgeverij. Zeker ook schrijvers van kinderboeken. Hun werk is hun kindje. Wie een kinderboek maakt, wil daar een gesprek over kunnen voeren. Daarom begeleiden mijn redacteuren hun auteurs inhoudelijk zelf en maken hun werk intern persklaar. Dat kun je eigenlijk niet uitbesteden als je inhoudelijk wilt kunnen meedenken met de maker. Ik deed dat altijd al, maar toen ik merkte dat auteurs op ons afkomen vanwege de in house-redactie, ben ik er nog bewuster op gaan sturen. We leggen regelmatig agenda’s naast elkaar en gaan zo nodig schuiven, zodat we deze belofte waar kunnen maken.’

Diependaal is eigenlijk bij toeval het kinderboekenvak ingerold. Als ze maar bij een uitgeverij werkte, daar ging het om. Ze vond na de opleiding Boekhandel en Uitgeverij aan de Hogeschool van Amsterdam een baan als bureauredacteur bij Uitgeverij PBO (zoals Prometheus toen heette). Omdat eigenaar Mai Spijkers Carry Slee binnenhaalde, begon hij een kinderboekenlijn. Diependaal was degene op de bureauredactie die de kinderboeken wilde doen. Kort daarop kwam Van Goor erbij, en toen dat in 2004 overging naar Unieboek verhuisde zij mee. Ondertussen groeide ze naar assistent-uitgever, acquirerend redacteur en – sinds 2014 – uitgever.
Nu zou ze niet anders meer willen. ‘Ik raak nooit uitgekeken op kinderboeken. Ik vind het zo mooi om aan de fantasie van kinderen te appelleren en hen stiekem iets bij te brengen. Kinderboeken zijn ook een mooie tegenhanger van al het digitale. Veel ouders lezen nog altijd traditioneel voor. En het is leuk om twee doelgroepen tegelijk aan te spreken. De kinderen enerzijds, die voor het verhaal en de illustraties vallen. Én anderzijds de ouders, grootouders en leerkrachten die de boeken moeten kopen. Dat doe je door de kwaliteit die je denkt te brengen, zó te verpakken dat zij denken: ja, waar voor ons geld. Dat heb je bij geen enkel ander genre.’
Omdat ze twee fondsen onder zich heeft, is ze ook nauwelijks beperkt tot een bepaalde niche. Van Holkema & Warendorf richt zich op de basisschooljeugd: van de Dribbel-boekjes voor de kleinsten, via de boeken van Vivian den Hollander, de non-fictie van Arend van Dam en de 7+-titels van Janneke Schotveld tot de schoolromans van Jacques Vriens. De titels van Van Goor beginnen wel bij de basisschool maar lopen door tot jeugdromans voor 15-jarigen. Van Holkema & Warendorf omschrijft ze als ‘vriendelijk en dichtbij’: ‘Ook als een zwaar onderwerp wordt aangeraakt, een kind slaat het boek altijd dicht met een goed gevoel.’ Van Goor is wat uitdagend voor de lezer, de uitgaven zijn eerder ‘gelaagd’.
Dummie de mummie van Tosca Menten hebben mensen op het eerste gezicht wel eens als plat beschouwd’, vertelt ze. ‘Totdat je de boeken leest, en je ontdekt hoeveel je leert over Egypte of het land waar de personages heen reizen. Het gaat ook over universele thema’s als vriendschap en loyaliteit. Door de meerdere lagen zit de serie bij Van Goor, waar het een commercieel succes is geworden. Of neem een boek dat we dit najaar brengen: Prinses Kevin van Michaël Escoffier. Een prentenboek over verkleden, diversiteit, gender, dat opvalt door de combinatie van de thema’s en de lay-out. Dat zouden we niet bij Van Holkema & Warendorf brengen. Onze Kidsweek-titels zitten juist wel daar, want: voor de basisschoolleeftijd.’

Hoe gaat het met Van Holkema & Warendorf?
‘Toen ik dat in 2014 erbij kreeg, was het fonds voor een groot deel steady. Veel bekende Nederlandse auteurs, bestaande series en characters. Het was: blijven doen waar we goed in waren, terwijl de doelgroep verandert, nieuwe interesses krijgt. Er moest een betere mix komen tussen bestaande auteurs en een nieuwe generatie. We moesten hierbij ook lastige beslissingen nemen. Als uitgever moet je van ieder boek kunnen uitleggen waarom je het uitgeeft, waarom het in je fonds past. Om dat te realiseren, was het nodig om te vernieuwen.’

Hoe?
‘Het is een mix van wat wij vinden dat erbij hoort, van waar de doelgroep naar op zoek is en van wat je auteurs willen maken. In die tweede categorie zit bijvoorbeeld Minecraft- en Fortnite-fan fiction. In die laatste categorie vallen de recente titels van Arend van Dam en Janneke Schotveld. Beiden wilden iets anders doen dan wat ze tot die tijd deden. Goed, doe maar, zeiden wij. Arend kwam met De reis van Syntax Bosselman, dat de Thea Beckmanprijs en een Zilveren Griffel won. En Janneke had de alternatieve sprookjesbundel De kikkerbilletjes van de koning, dat heel goed is besproken en een Vlag en Wimpel won. We hebben daarvoor ruimte gecreëerd door kritisch naar andere uitgaven te kijken.’

En sindsdien plust Van Holkema & Warendorf weer?
‘Ja. Sinds 2017 gaat het goed met het fonds, dat in 2018 werd bekroond met al die mooie recensies en in 2019 met de fantastische prijzen. Het vernieuwde fonds staat er en hoe.’

Maar dat geldt niet voor Van Goor?
‘Van Goor heeft van oudsher het gelaagdere profiel dat ik schetste. Maar omdat we zo veel succes hadden met de Twillight- en Hunger Games-boeken, die ik puur acquireerde omdat ik ze zo bijzonder vond, hebben we veel commerciële YA-titels gedaan. En met veel succes. Die markt is echter – wereldwijd – gedaald. Daardoor verandert je positie in de boekhandel. Dat dwong ons terug te gaan naar onze roots. Van Goor is onderscheidend ten opzichte van Van Holkema & Warendorf en consumenten blijken bereid meer te betalen voor “bijzondere” projecten. Daar zetten we sinds ongeveer anderhalf jaar meer op in. Een van de bijzondere projecten is Een spectaculaire wereld vol vlinders – een prachtig vormgegeven non-fictieboek dat voor alle leeftijden is en aandoet als een koffietafelboek. Een ander niet-standaard project is Rariteiten – een heerlijk uitdagend zoek-de-verschillenboek voor alle leeftijden. De begeleidende tekstjes zijn erg leuk voor de oudere lezer (ook voor volwassenen!), maar het zijn toch vaak de jongere kinderen die in no time de verschillen ontdekken. Juist die kinderboeken die voor alle leeftijden zijn, laten mijn hart sneller kloppen.’

Waarom is YA ingezakt?
‘Het genre is dankzij verfilmingen van bijvoorbeeld Twillight en Hunger Games, die veel meer bezoekers trokken dan kinderfilms, ontdekt door het grote publiek. Volwassenen gingen ook YA lezen. De boekhandel, die de populariteitsgroei zag, legde deze titels sneller neer tussen de titels voor volwassenen. Nu de hype over het hoogtepunt heen is, moeten lezers weer gerichter op zoek naar YA. Het genre ligt vaak niet naast de fictie voor volwassenen, zoals in Amerikaanse en Britse boekhandels gebeurt, maar bijna uitsluitend bij de kinderboeken. Daarnaast is het toenemend gemak waarmee jongeren Engels lezen een bedreiging. Ze beschouwen zichzelf al snel als tweetalig, hebben vanuit die bravoure vaak – onterechte – kritiek op de vertalingen en kiezen dan liever de goedkoopste optie: bij Book Depository, dat geen verzendkosten rekent, kun je voor de prijs van één Nederlandstalige titel twee of drie Engelstalige krijgen.’

Hoe verweert de uitgeverij zich tegen deze concurrentie?
‘We brengen, als het haalbaar is, de vertaling altijd simultaan. Schaduwjaar van Kim Liggett, dat we dit najaar uitgeven, verschijnt zelfs eerder. Heel fijn dat dat mocht van de Amerikaanse agent. Ook maken we de simultaan verschenen uitgaven anders. Bijvoorbeeld: toen Veronica Roth met een nieuwe serie kwam – Carve the Mark – hebben we de binnenkant van de paperback met goud bedrukt en een toffe boekenlegger erin gestopt. Ook breng ik de vertaling steeds vaker, als het origineel in paperback verschijnt, in hardcover. Jongeren betalen dan iets meer voor de vertaling, maar hebben ook het gevoel waar voor hun geld te krijgen. Daarmee lukt het ons nog steeds om oplagen te drukken waarmee we YA heel rendabel kunnen exploiteren en is het – ook op langere termijn – een fondslijn die zijn weg vindt en blijft vinden. We geven wel iets minder YA-titels uit, om de titels die we publiceren goed onder de aandacht te kunnen brengen bij de doelgroep die we voor ogen hebben.’

Hoe gaat het met de kinder- en jeugdboekenmarkt als geheel?
‘De markt is stabiel. Maar als je de bestsellers eruit haalt – Het leven van een loser, Dagboek van een muts en De waanzinnige boomhut – daalt hij. De bestsellers krijgen ook steeds meer aandacht. Kinderen zijn loyale lezers, en door sociale media worden succesvolle series alleen maar succesvoller. Boekhandels leggen die titels dan ook vaker neer. Heel begrijpelijk, al gaat dat soms ten koste van debutanten, ook doordat er minder fysieke winkels zijn die ruim kinderboeken neerleggen. Wij zijn mede daardoor minder titels gaan doen: dit jaar 12 minder dan in 2018. Zo is er meer focus. Tegelijk geloof ik ook hier in een tegenbeweging.’

Want?
‘Boekhandels die vinden dat kinderen ook literatuur moeten lezen naast het commerciële geweld, willen dat altijd neerleggen. Wij voorzien hen daar graag in. Wij zijn nu ons Van Goor-fonds met veel liefde een stuk aan het herprofileren. En als de slinger de andere kant op gaat, zoals altijd gebeurt, zijn wij er klaar voor.’

Speelt ook de ontlezing jullie parten?
‘Dat er steeds minder kinderen zijn die boeken lezen klopt. Maar de toename van het aantal series maakt de ontlezing ook deels minder zichtbaar. Want als een kind een serie ontdekt, vraagt hij voor zijn verjaardag het volgende deel. Als hij een losse titel heeft gelezen, vraagt hij wellicht eerder iets anders dan een boek. Moet een uitgever actief de ontlezing tegengaan? Ik kan idealistisch zeggen: ja. Maar er is geen simpel plan hoe dat precies te doen, anders dan kindvriendelijke boeken blijven maken die aansluiten bij hun belevingswereld, en er extra’s omheen brengen, zoals fandagen of festivals in samenwerking met partijen als Kidsweek, RMO en Efteling. We hebben wel het initiatief van Zwijsen omarmd om te promoten dat kinderen 15 minuten per dag in de klas lezen. Zulke dingen kiezen we heel bewust omdat je die maar beperkt kunt doen. Het levert niet direct iets voor de deelnemende uitgeverijen op, maar is wel een heel belangrijke boodschap.’

Compenseert de groei van digitaal het verlies?
‘De e-omzet stijgt. YA doet het goed. Kinderboeken van grotere namen als Janneke Schotveld, Tosca Menten, Sanne Rooseboom en Jacques Vriens ook. Alleen full colour uitgaven zoals prentenboeken lenen zich er minder voor en zijn duurder om te maken, terwijl consumenten e-books het liefst voor een kleine prijs willen lezen. We hebben wel aan allerlei platformen meegedaan, bijvoorbeeld voor kinderen met dyslexie, maar omdat je uitgaven dan in licentie geeft, levert dat niet altijd veel op. Digitaal groeit dus zeker, maar compenseert niet de daling van papier.’

Waar zie je dan groeimogelijkheden?
‘Een voor ons nog te onontgonnen gebied is het onderwijs. Ik zou graag boeken in combinatie met digitale lesbrieven aanbieden. Maar het is een lastige markt om tussen te komen, al staan we altijd met veel enthousiasme op de NOT. We zijn in de klas niet zo aanwezig als bijvoorbeeld Zwijsen en Deltas. Iets anders is de kloof tussen YA en fictie voor volwassenen. Ik wil graag op de grens uitgeven – zó dat de boekhandel, die niet van dubbele NUR’s houdt, meer YA bij de kasten voor volwassenen neerzet omdat ze voor een breder publiek geschikt zijn. YA is ook breder geworden dan 15-18 jaar. Wij komen dit najaar met 10 Blind Dates van Ashley Elston. Dat geeft mij een Bridget Jones-gevoel; als ik dat inzet in de marketing, bereik ik vooral 30-plussers, maar met een YA-NUR bereik ik hen weer niet. Dus hoe doe ik dat? Ik heb er lol in om daar creatieve oplossingen voor te bedenken.’

En kinderen met een niet-westerse achtergrond? Ik denk aan de oproep om cultureel diverse kinderboeken te maken.

‘Daar is vraag naar vanuit de consument. Tegelijk zie ik dat de sales van de boeken die daaraan voldoen, niet toeneemt. Wil men het kopen? Of wil men dat het bestaat? Dat neemt niet weg dat we ons er nog bewuster van zijn geworden dat iedereen zich in kinderboeken moet kunnen herkennen. We praten erover met auteurs en illustratoren. We zien ook dat het aanbod uit het buitenland toeneemt. Tegelijk moet de afzender wel kloppen. Neem Brian Elstak die twee jaar geleden een grote aanhang verwierf voor Tori omdat bij hem het hele pakketje klopte. Ik moet er ook de auteurs voor hebben. Want de mooiste boeken zijn de boeken die er bij de auteur echt uit moesten. ‘
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine sep 2019)

zondag 6 oktober 2019

Interview: uitgever Mariska Budding van Kluitman tussen twee Boekenweken in (Boekblad)

Hoogtij voor kinder- en jeugdboekenuitgevers zoals Mariska Budding. Afgelopen week was de Boekenweek voor Jongeren, komende week begint de Kinderboekenweek. En dan staan de iconische Kluitman-karakters ook nog in de aandacht dankzij de jaarlijkse kinderspostzegelactie, [zo vertelde zij op 29 september jl.].

Hoe was je week?
'Het was een normale week met veel afspraken – met auteurs over hun plannen voor de toekomst, en met collega's over het programma in Frankfurt en de boeken van komend voorjaar.'

De Boekenweek voor jongeren hield je niet bezig?
'Als uitgever niet echt. Auteurs hebben het er vooral druk mee, omdat zij overal scholen bezoeken. En ik volg van een afstand natuurlijk hoe het hen vergaat.'

Wordt de impact van deze Boekenweek wel groter? De oplage van 3PAK is flink gestegen.
'Het feit dát hij er is, is al belangrijk. Het is de enige keer dat het vak zich richt op de doelgroep die juist in een fase is – vanaf het begin van de middelbare school – dat ze afhaken als lezers. De groep jongeren die graag lezen, kun je het hele jaar wel bereiken. Maar daarnaast moet je een moment hebben om de anderen te laten zien dat lezen meer dan een verplichting is, maar dat het juist iets leuks is.'

Heeft de week commercieel effect?
'Dat is wel de bedoeling, maar het effect is niet groot. Natuurlijk worden juist nu veel boeken uit de najaarsaanbieding uitgeleverd. Daarom merken we wel een plus in de omzet. Maar het is nog lang geen Kinderboekenweek, wanneer allerlei titels in de Bestseller 60 belanden.'

Sluit het fonds van Kluitman voldoende aan bij deze week?
'De focus ligt op de jeugd van 4 tot 12 jaar, maar we brengen zeker ook boeken voor oudere leeftijden. Een YA-auteur als Sarah Crossan is vrij populair, maar ik wil die niet positioneren als exclusief voor deze doelgroep. Ik geloof in het crossover-effect van YA. Deze boeken zijn ook geschikt voor volwassenen, wat blijkt uit de verkoop. Ze was 16 van Marlies Allewijn werd zelfs zo goed gekocht door volwassenen dat we nu met een editie voor volwassenen komen, met apart voorwoord.'

Ik zie wel steeds vaker persberichten voorbij komen over een nieuwe lijn novelles voor jongeren van 12+ en 14+.
'Die zijn inderdaad wél expliciet gericht op jongeren. Ik had al langer het idee: jongeren moet zo veel. En als ze dan lezen, grijpen ze naar een – mooi, maar dun – boek als Oeroeg. Zeg, de Boekenweekgeschenk-formule. Dus waarom zouden wij niet voor hen dunne, gebonden en niet te dure boeken (want onder de 10 euro) maken om hen daarmee ook te verleiden daarna meer te gaan lezen? Ik geloof echt dat dat kan.'

Wanneer is Kluitman daar precies mee begonnen?
'Afgesloten van Natasza Tardio was in 2017 de eerste. Daarna volgden titels van Marlies Slegers en Mirjam Hildebrand en inmiddels hebben we het uitgebouwd tot twee titels per aanbieding. Voor dit najaar zijn dat Stief van Marion Pauw en De verleiding van Stine Jensen. Het hoeven nadrukkelijk geen thrillers te zijn, alle genres komen in aanmerking.'

Slaat het concept aan?
'Absoluut. Ik hoorde van de week nog van een auteur dat zij op een schoolbezoek merkte hoe enthousiast de leerlingen waren. En: dat de leerlingen het voor de lijst mogen lezen. Ook dat is belangrijk.'

Sinds woensdag gaan ook basisschoolleerlingen langs de deur met de Kinderpostzegels. Dit keer met allemaal karakters van Kluitman.
'En daar krijgen wij ontzettend veel leuke reacties op.'

Is dat een commercieel buitenkansje?
'Nee. Het is vooral een eer. De karakters als Dik Trom en Pietje Bell zijn zo bekend. Mensen denken daarom niet opeens: die moeten we kopen. Het roept vooral nostalgie op, blijkt uit de reacties. "Dik Trom is mijn favoriet", laten mensen ons weten. Of: "Ik heb alles van De Kameleon gelezen". Er is vorige week wel net een nieuwe deel van De Kameleon verschenen.'

En dan begint komende week de Kinderboekenweek. Kijk je ernaar uit?
'Zeker. Een van onze titels heeft een zilveren penseel gewonnen: Vriendschap is alles, dat Karst-Janneke Rogaar heeft geïllustreerd. Dinsdag horen we of dat goud is geworden, heel spannend. En een van onze titels is een kerntitel: Ik reis de wereld rond, vertaald en bewerkt door Annemarie Dragt. De invloed van die selectie is groot. Nog voor de Kinderboekenweek is begonnen zijn we een derde druk gestart. Het staat ook in de kinderboeken-top 10.'

Wordt dat wel twee drukke weken?
'Voor een uitgever minder. Voor de marketing meer. We hebben veel plannen gemaakt die zij gaan uitvoeren. Ik ga natuurlijk wel naar het Kinderboekenbal – voor het eerst zonder kinderen erbij; ik ben heel benieuwd hoe dat zal zijn – en we hebben een perslunch voor het verschijnen van Stief. Maar toch ben ik ook komende week meer bezig met Frankfurt, dat er al snel aankomt.'

Tot slot. Wat doe je vandaag?
'Iets leuks met mijn gezin, maar ik weet nog niet wat. We gaan vaak op zondag naar musea. Laatst waren we naar het vernieuwde Naturalis. Dat is prachtig geworden, echt een aanrader.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 29 sep)

vrijdag 20 september 2019

Interview: Margje Woodrow over bibliotheken, jeugdthrillers en leesbevordering (Bibliotheekblad)

Met ieder nieuw boek wordt Margje Woodrow populairder. Dat de schrijfster van jeugdthrillers dit jaar is gevraagd om een bijdrage te leveren aan het geschenk voor de Boekenweek voor Jongeren onderstreept dat.'Een jeugdthriller verdraagt geen ruis. Er moet meteen iets gebeuren en vervolgens mag niets de actie vertragen.'

Aanvankelijk voelde Margje Woodrow zich behalve vereerd ook beschroomd. Een verhaal schrijven voor 3PAK, het geschenk van de Boekenweek voor jongeren, brengt een hoop media-aandacht met zich mee. Straks kijken er in september honderdduizenden mensen bij De Wereld Draait Door of Pauw naar de schrijfster van de jeugdthrillers. Het idee alleen al. Maar de spanning is weg. Het tv-optreden, realiseert ze zich nu, is juist de perfecte kans om haar verhaal te vertellen.
Het is een verhaal over leesplezier, legt ze uit in LocHal – de nieuwe bibliotheek op tien minuten rijden van haar huis, waar ze tegenwoordig graag afspreekt uit pure trots dat zo'n blikvanger in Tilburg staat. 'In de media wordt vaak met de vinger gewezen naar de jeugd. Die leest niet meer. Want ja, ze willen niet aan die verplichte leeslijst. Maar er is al lang een beweging op gang gekomen, waarin veel meer aandacht is voor leesplezier. En dan lezen jongeren wel.'
Ze wijst op het recente rapport van de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad over dit onderwerp. 'Daar staat in wat ik al jaren denk. Voor de basisschool: dat de aandacht voor technisch en begrijpend lezen is doorgeslagen. Voor de middelbare school: dat je aandacht schenkt aan alle genres en leerlingen zo ontdekken waarvan ze houden. Met jeugdthrillers krijg je de jeugd aan het lezen. Ik zie dat iedere keer tijdens mijn schoolbezoeken.'
Daarom vindt ze de aanpak van CPNB ook slim en uitnodigend. 3PAK biedt een mooie mix van een literair auteur als Karin Amatmoekrim, een auteur van een populair genre als zijzelf én een muzikant en instagrammer als Joost Klein. 'Als ik op scholen vertel dat ik samen met hém een bundel maak, veren ze op. Zijn nummers en filmpjes zijn enorm populair, zijn verhaal willen ze zeker ook lezen.’

Zelf ontdekte Woodrow (1975) het plezier van lezen in de bibliotheek van Uden, waar ze is opgegroeid. Elke vrijdagavond was het vaste prik: samen met haar vader haalde ze een nieuwe stapel in huis. Strips, leesboeken, het laatste nummer van het tijdschrift Hoefslag. 'We mochten altijd zo veel meenemen als we wilden. Daarna haalden we pinda's, dat hoorde er ook bij. En thuis speelden we soms biebje: met zo'n ouderwetse stempel. Magisch was dat.'
Als puber verdrongen andere interesses het lezen. Dankzij haar leraar Nederlands Meneer Muller in 5 havo kwam het echter terug. 'Hij las veel voor. In het begin werd er een beetje lacherig over gedaan, zeker als hij Jan Wolkers voorlas. Maar je ging er wel van lezen, ook omdat je het voor hem wilde doen. En toen we voor de lijst moesten lezen, wilde je wel indruk maken op je mondeling. Wilde je meer te vertellen hebben dan alleen: "het is een leuk boek".'
Toen ze daarna naar de Pabo ging, bleven boeken altijd een belangrijke rol spelen. Sterker: haar eindscriptie ging over leesplezier. 'Met een focus op Astrid Lindgren, een van mijn favoriete schrijfsters. Haar Gebroeders Leeuwenhart heb ik wel dertig keer gelezen. Ik onderzocht hoe zij haar lezers meesleept in haar verhalen en dacht na hoe je dat over kon brengen in de klas. De ideeën die ik toen opdeed, heb ik meteen daarna in praktijk gebracht.'
Ruim vijftien jaar stond ze voor de klas – op een jaar na altijd groep 8. 'Ik heb veel boeken gekocht voor mijnleerlingen. En leeskussens, die ze overal mochten neerleggen, als ze maar een meter uit elkaar zaten. In die tijd kwam de tempotoets op om het technisch lezen te testen. Killing voor het leesplezier, dus dat schafte ik zoveel mogelijk af. Net als de traditionele boekbespreking. Bij mij liet ik ze pitches houden: waarom moet de klas jouw boek wel of niet lezen. En ik las heel veel voor.'
In het begin ging ze wekelijks met de klas naar de hoofdvestiging van de openbare bibliotheek in Tilburg. Later bracht de bibliotheek boeken naar de school. 'Een rode krat, met een heel gevarieerd aanbod – al wilde iedereen natuurlijk dezelfde populaire boeken hebben. De bibliotheek kwam ook met steeds meer projecten. Een challenge om met elkaar een lijst te lezen. Een project waarbij je eerst het boek leest en dan de film ziet. Heel leuk allemaal.'
Privé raakte de bibliotheek daarentegen meer op afstand. Met haar kinderen ging ze vroeger vaak naar de vestiging in Udenhout. 'Ik vond het belangrijk dat zij ook lazen.' Nu ze 16 en 13 zijn hebben zij ook andere interesses gekregen, hoewel ze tijdens vakanties zeker een aantal boeken verslinden. 'De bibliotheek heeft voor mij wel meerdere functies gekregen: als ontmoetingsplek, een plek die mensen inspireert en een schakel tussen scholen. Daar kom ik nog steeds voor.'

Het schrijven kwam bij toeval in Woodrows leven. Niet als journalist, zoals ze in haar jeugd altijd had gedroomd, maar als schrijver van jeugdthrillers. Door een ziekte van haar zoon had ze veel tijd stuk te slaan in ziekenhuizen. Daar begon ze verhalen te schrijven over haar eigen middelbare schooltijd. 'Dat was zó leuk. Het voelde als verliefd zijn. Ik ging daarom een cursus volgen bij Script+. Gewoon als hobby, om mij de technieken aan te leren.'
Haar docente Mirjam Oldenhave stimuleerde haar echter om er meer mee te doen. 'Zij heeft mij het zetje gegeven de verhalen op te sturen en me ook geholpen met het manuscript, dat uiteindelijk mijn debuut Examendeal werd. Dat is een spannend verhaal, gebaseerd op mijn eigen ervaringen: stomme dingen als die keer dat ik een proefwerk jatte, die ik vervolgens uitvergrootte. Het was niet echt een thriller, maar zo kwam ik wel in die hoek terecht.'
Sindsdien volgden met een nagenoeg ijzeren regelmaat vijf boeken: Geraakt (2014), Kater (2015), Verwoest (2017), Snitch (2018) en Buitenspel (2019). Haar met veel vaart geschreven, slim geconstrueerde en herkenbare verhalen trekken met iedere nieuwe titel een steeds groter publiek. De Prijs van de Jonge Jury ging dit jaar nog naar Mel Wallis de Vries – de koningin van het genre – maar de eveneens genomineerde Woodrow zat haar op de hielen.
Bijzonder aspect van haar boeken is dat ze de plots opzet samen met haar zoon. Dat begon met VerwoestWoodrow vroeg hem simpelweg kritisch mee te lezen. Hij had zo veel boeken verslonden, waarom niet? Vervolgens begon hij zich ook te bemoeien met de structuur. 'En dat werd alleen maar intensiever. Voor Snitch hebben we samen een grote mindmap gemaakt – over alles: wie? wat? waar? hoe? Het schrijven deed ik, maar hij kwam per hoofdstuk met nieuwe ideeën.'

Boven alles wil Woodrow haar lezers een paar uur leesplezier geven. Daarom schrijft ze ook thrillers. Hoe trek je een veertienjarige beter een verhaal in dan door – zoals in Buitenspel – binnen twintig pagina's iemand te laten sterven en een reeks personages te introduceren die allemaal een motief voor een dramatische daad hebben? Het meepuzzelen waartoe een thriller uitnodigt, dwingt je dóór te blijven lezen.
De vaart versterkt het verslavende karakter van het plot, zegt ze. 'Snelheid is héél belangrijk. Nog meer dan voor een thriller voor volwassenen, waar een auteur de tijd kan nemen om personages te introduceren. Er moet meteen iets gebeuren en vervolgens mag niets de actie vertragen. Een jeugdthriller verdraagt geen ruis. Dat is ook een handicap. Ik zou soms best de personages meer willen uitdiepen. Maar daarom voor volwassenen schrijven? Nee, op dit moment niet.'
En de setting moet herkenbaar zijn. Woodrows personages hebben dezelfde leeftijd als haar lezers. Ze zitten op sporten, zijn vergroeid met hun telefoon en praten over onderwerpen als de nieuwste mode en de scheiding van hun ouders. En: ze zitten op het vmbo. 'Heel bewust, ja. In jeugdboeken zitten personages vaak op de havo of vwo. Maar ik wil vmbo-leerlingen, zo'n grote groep, proberen te bereiken. Dan moeten mijn personages daar ook op zitten.'
Maar: het draait Woodrow nooit om het leesplezier alleen. Ze probeert haar lezers ook een spiegel voor te houden. Als ze schrijft over – opnieuw het voorbeeld van Buitenspel – de grenzen die worden overschreden met naaktfoto's en -filmpjes die scholieren elkaar rondsturen, hoopt ze dat het verhaal hen daarover aan het nadenken zet. 'In het verhaal is het wel uitvergroot, maar dat soort dingen gebeuren echt op scholen. Ik wil hen daar de risico's van laten zien.'
Zo ook in het verhaal dat ze voor 3PAK schreef. Dat gaat over spot-accounts die op Instagram bestaan – een online plek om met foto's en cartoons grappen over docenten te maken. 'Maar dat gaat regelmatig ook echt te ver. Ik hou van zelfspot, als leraar stond ik het ook toe dat ze grappen over me maakten. Maar het mag niet te ver gaan. En dat gebeurt hier wel. Het is een typisch Margje-verhaal, denk ik. Ik ben heel benieuwd naar de reacties in september.'
(Eerder gepubliceerd in Bibliotheekblad)

zondag 4 augustus 2019

Interview Emile Op de Coul van uitgeverij Condor over zijn grootste hit: Dog Man (Boekblad)

Condor zette zichzelf vorig jaar op de kaart door een mini-boekje van haar eerste uitgave via Donald Duck te verspreiden: Dog Man van Dav Pilkey. Deze week herhaalde de jongste uitgeverij van WPG Kindermedia deze grote marketingactie. En Dog Man is inmiddels echt een succes, vertelt uitgever Emile Op de Coul.

Hoe was je week?
'Het was een week waarin we met mooie nieuwe plannen en boeken bezig waren, maar vooral uitkeken naar het verschijnen van de nieuwe Donald Duck. De gehele oplage van 210.000 exemplaren bevatte – voor de tweede keer – een mini-boekje met een preview van het nieuwe Dog Man-boek. Zo'n marketingactie, uitzonderlijk groot voor een individuele titel, staat maanden in de planning. Dan is het bijzonder als het eindelijk zo ver is.'

Geen last gehad van de hitte?
'Nee hoor. Ik reis met de trein, daar was het nog het warmst. Op Amsterdam Amstel zag ik ook mensen massaal schuilen in de restauratie om te profiteren van de airco daar. Maar op kantoor is het lekker koel. Het is eerder een reden om langer hier te blijven.'

Je hebt elke avond tot tien uur overgewerkt – en zo de kosten van de airco terugbetaald?
Ironisch: 'Zeker.'

Terug naar Donald Duck. Waarom heeft Condor vorig jaar dit medium gebruikt om met een mini-boekje een toen nog volslagen onbekende serie te promoten?
'Een uitgeverij richt zich vooral op de boekhandel. Die moet een titel opmerken, goed inkopen, er aandacht in de winkel aan besteden. Maar we wilden in dit geval graag ook de kinderen zelf bereiken. Wat werkt dan beter dan een voorproefje in het populairste kinderblad?'

Condor moest zo groot aanpakken om een plek te veroveren in de overvolle graphic novel-markt voor middle grade lezers?
'Inderdaad. Er is heel veel naast de succesvolle series zoals Leven van een loser en De Boomhut in x verdiepingen. Dan moet je meer doen dan alleen een boek uitbrengen. Een dergelijke actie helpt om je te onderscheiden. En met succes: we zagen vorig jaar direct na verschijnen van het mini-boekje een piek in verkoop en naamsbekendheid. We merken ook dat kinderen die op bezoek zijn bij de uitgeverij, Dog Man na Dolfje Weerwolfje en De Gorgels het best herkennen. En dat voor een personage waarvan pas sinds juni 2018 boeken verkrijgbaar zijn. Heel erg leuk om te merken.'

Is de piek hoog genoeg om de investering te rechtvaardigen?
'Wij denken van wel. Er zijn van drie verschenen delen bij elkaar inmiddels ruim 30.000 exemplaren verkocht. En de potentie is groot als je kijkt naar het succes elders. In Pilkeys thuisland Amerika kende het laatste deel – deel 6, dat afgelopen december uitkwam – een startoplage van 5 miljoen exemplaren. Een astronomisch aantal. Maar ook buiten Amerika slaat het aan, waar de oorspronkelijke uitgever Scholastic veel moeite voor doet.'

Maar de Bestseller 60 haalde Dog Man nog niet.
'Nee, maar het derde deel haalde wel de top 10 kinderboeken: in week 25 stond het op nummer 10. En als ik daarentegen naar de GfK-cijfers kijk, blijkt dat  Dog Man en de gekloonde kat de afgelopen weken steevast bij de tien best verkochte kinderboeken hoorde.'

Een nieuw mini-boekje in Donald Duck moet het laatste zetje geven?
'Hopelijk! We hebben het mini-boekje voor het derde deel dit keer bewust niet direct na de release verspreid. We wilden eerst zien wat Dog Man en de gekloonde kat op eigen kracht kon. Heel veel, zo bleek. We moesten voorafgaand aan de actie met het mini-boekje twee drukkers inschakelen voor een herdruk om de voorraad op peil te houden. Ik ben benieuwd naar het effect de komende weken.'

Hoe kon het dan eigenlijk dat een nieuwe uitgeverij de rechten op Dog Man wist te verwerven?
'In dit geval was het een voordeel dat Condor onderdeel is van WPG Kindermedia – nog altijd marktleider in Nederland. En soms is het een kwestie van timing. Toen ik naar de rechten informeerde, nu een kleine twee jaar geleden, was Dog Man net bezig groot te worden.'

Is de markt voor graphic novels nog niet verzadigd?
'Integendeel, die blijft groeien. Zeker internationaal, waar bijvoorbeeld naast Scholastic – die al de aparte imprint Graphix heeft voor auteurs als Dav Pilkey en Reina Telgemeier – ook Random House en HarperCollins een nieuw imprint voor dit genre beginnen. Het genre was altijd al populair bij kinderen die niet veel lezen. Nu er ook kleur bij komt, geldt dat nog meer. Dog Man is geheel in kleur, Leven van een loser en De Boomhut in x verdiepingen niet. Daar zit nog veel potentie.'

Graphic novels in kleur is over, zeg, vijf jaar de norm?
'Dat denk ik niet. Maar als je kijkt naar de veranderingen in de beeldcultuur en in hoe kinderen met hun vrije tijd omgaan, maakt kleur een boek erg toegankelijk voor kinderen. Dus als kleur iets toevoegt aan een boek en het past bij de stijl, heeft dat absoluut meerwaarde.'

Hoe gaat het, los van Dog Man, met uitgeverij Condor?
'Erg goed. Ik vond het al een eer om het fonds van VI Kids, waaruit Condor is voortgekomen, te mogen verbreden tot een volwaardig kinderboekenfonds. Maar als je dan ook nog dankzij Dog Man en een aantal andere succesjes de wind mee hebt, is het heel fijn werken. We kunnen en mogen heel veel dingen doen.'

Andere succesjes?
'Dat zit vooral in de erkenning. Dog Man zat bij de laatste drie van de Kinderjury. Dromen van succes van Barbara Barend en Marlies van Cleeff won de Hotze de Roos-prijs. Dat betekent heel veel voor een nieuwe uitgeverij. Ook beleven we veel plezier aan series als Wombat & Vos van Terry Denton en de serie waar we dit najaar mee beginnen: Hilda van Stephen Davies, op basis van de gelijknamige strip van Luke Pearson. Ook die gaan we groots in de markt zetten.'

Directeur Dineke Kuijpers zei in januari al dat Condor 'de verwachtingen overtreft'.
'Inderdaad. We hebben de gestelde verkoopdoelen vorig jaar overtroffen, en ook dit jaar zitten we boven begroting. Dog Man springt er uiteraard uit, maar ook in de breedte lukt het om een plekje in de toch volle markt te veroveren.'

Wat ga je vandaag doen?
'We gaan woensdag op vakantie. Daar ga ik me vandaag op voorbereiden: tassen inpakken, de dakkoffers op de auto schroeven, vakantieboeken uitzoeken. Ik neem in ieder geval de thriller Buiten bereik van Iris Boter mee. Ik heb haar ontmoet tijdens een etentje na de Kinderjury, ik ben er zeer benieuwd naar. Het gaat over een zoon die op vakantie gaat met zijn vader, maar alleen terugkomt. Toepasselijk ook, om in de vakantie te lezen – al hoop ik dat na onze vakantie iederéén thuis komt.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 28 jul)