Posts tonen met het label AKO Literatuurprijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label AKO Literatuurprijs. Alle posts tonen

vrijdag 7 april 2017

Hoe leest een jurylid? (De Boekensalon)

Een jurylid van een literaire prijs leest fundamenteel anders dan een recensent of gewone lezer. Wat valt daarvan te leren?

Hoe te voorkomen dat je tijd verspilt aan middelmatige boeken

Wie een roman leest, wil begrijpen waarom de auteur hem heeft geschreven. Wat betekent het dat de hoofdpersoon in het begin een mislukte vakantie beleeft met zijn gezin? Waarom kiest de auteur voor zo’n geserreerde stijl? Wat wil de auteur over het thema liefde zeggen? Hoe verhoudt zich dat tot eerdere romans over datzelfde thema – of de tijdgeest? En wat zegt dat mij als lezer? Om daar een goed en volledig antwoord op te geven is het noodzakelijk om het boek helemaal te lezen. Oók als hij 750 pagina’s dik is.
Hoe is het dan mogelijk dat een literaire jury van vier of vijf professionele lezers – de voorzitter niet meegerekend, die als publiek persoon is aangesteld om aandacht voor de prijs op te wekken – in korte tijd zo’n enorme stapel boeken kan verstouwen? De jury van de Libris Literatuurprijs, waarvoor alleen romans in aanmerking komen, kreeg dit jaar meer dan tweehonderd boeken thuisgestuurd. De ECI Literatuurprijs, die openstaat voor alle literaire fictie en non-fictie, ontving meer dan het dubbele aantal inzendingen: ongeveer 450. Hoe slagen de juryleden zich erin tot al die boeken te verhouden?
Het antwoord is natuurlijk: niet. Ik heb zelf vier jaar in de jury van de AKO Literatuurprijs gezeten. De eerste keer was in 2009, toen Erwin Mortier de prijs voor Godenslaap kreeg. De laatste keer in 2012, toen Peter Terrin hem won met Post mortem. In die jaren werden alle inzendingen verdeeld onder de juryleden, zodat ieder boek door ten minste twee lezers werd beoordeeld. We moesten de boeken een A, B of C geven. Zodra een boek één A had, las een derde jurylid hem. Had een boek twee A’s, dan las iedereen hem.
Niet ieder boek wordt dus door ieder jurylid gelezen. Maar belangrijker is dat een jurylid anders leest.

Wie een stapel romans leest om een prijs toe te kennen, is op zoek naar het beste boek. Het draait niet in de eerste plaats om het kunnen duiden van ieder afzonderlijk boek, maar om het vinden van dat ene boek dat de lezer onmiddellijk bij de lurven pakt, een originele draai aan het thema geeft, onvergetelijke personages schept, ambachtelijk perfect in elkaar zit, stilistisch even oorspronkelijk als toepasselijk is.
Het effect van deze zoektocht naar de speld in de hooiberg is het wegvallen van de noodzaak om een boek helemaal te lezen. Een beetje lezer weet ruim van tevoren dat die coming-of-age roman of verhalenbundel over dolende twintigers niet hét boek is. Soms zie je het zelfs al op de eerste bladzijde. Hoe lang moet je dan doorlezen? Ieder jurylid maakt daar zijn eigen afweging in – als hij of zij maar voor zichzelf kan verantwoorden dat het boek een eerlijke kans heeft gekregen. Zelf vond ik zeventig bladzijden lezen het absolute minimum.
Het gevolg van deze fundamenteel andere leeshouding dan een recensent of gewone lezer is dat een jurylid vanaf de eerste zin op zoek gaat naar argumenten om een boek terzijde te leggen. Hij neemt, bij al het verlangen om zich te laten verrassen en mee te voeren, een negatieve leeshouding aan. Bevat deze stijl te veel clichés? Heb ik dit niet eerder gelezen, maar dan beter gedaan? Herhaalt deze auteur zichzelf? Voel ik daar verveling opborrelen? Kortom, wat mankeert er aan dit boek?

Wie wil er zo een boek lezen? Je zou zeggen: niemand. Wie wil vanaf zin 1 op zoek naar wat er mis is aan een boek? Toch is het goed om er een voorbeeld aan te nemen. Af en toe, een keer om de, zeg, tien of twintig boeken. Door radicaal te kiezen voor de meest kritische leeshouding denkbaar scherpt iedere lezer zijn vermogen aan om te verwoorden wat een boek ontbeert. Het voorkomt dat je je te makkelijk laat meeslepen door een plot van een verder middelmatig boek of dat je jezelf dwingt tegen beter weten door te ploegen.

Dat is geen onbelangrijke vaardigheid. Zeggen ze niet dat het leven te kort is voor het lezen van middelmatige boeken? Kritisch kunnen lezen voorkomt dat je te veel tijd en energie verspilt aan boeken die al die aandacht niet waard zijn.
(Eerder gepubliceerd in De Boekensalon 1, 2017)

zaterdag 26 september 2015

Shortlist ECI Literatuurprijs 2015: de statistiek

Voor de helft zeer vaak genomineerde auteurs, voor de helft debutanten bij de selectie van de laatste zes. Dat is de shortlist van de ECI Literatuurprijs dit jaar.
Jeroen Brouwers (Het hout) spant de kroon: voor hem is het al de tiende nominatie voor een van de drie grote literaire prijzen. Hij won er al twee. Ook voor Stephan Enter (Compassie), P.F. Thomése (De onderwaterzwemmer) is het bepaald niet de eerste keer – voor beide hun vijfde keer. Ook Thomése heeft ooit een keer een grote prijs gewonnen, zij het inmiddels 24 jaar geleden.
Daartegenover staat Inge Schilperoord (Muidmond) en Annelies Verbeke (Dertig dagen), die nooit eerder toegang kregen tot de avond waarop de winnaar bekend werd gemaakt. Mark Schaevers (Orgelman) won met dit boek weliswaar al de Gouden Boekenuil, maar het is zijn eerste boek waarvoor hij een shortlistnominatie kreeg.
Met twee Vlamingen (Schaevers & Verbeke) en twee vrouwen (Schilperoord & Verbeke) geeft de jury relatief veel kans aan de twee minderheidsgroeperingen waarop traditioneel wordt gelet. Hiermee komt het totaal aantal Vlamingen in 29 jaar AKO/ECI-prijs op 17,9 procent. Het percentage vrouwen is iets hoger: 22,0 procent.
Over mezelf alleen dit: ik heb toch vijf van de zes boeken gelezen. Dat is weleens minder geweest - de jaren dat ik zelf in de jury zat niet meegerekend. De enige die ik niet heb gelezen? Zie de afbeelding bij dit bericht.

Zie ook:

dinsdag 11 november 2014

Afgaande op wat de juryleden zelf beweren, wint Stefan Hertmans de AKO Literatuurprijs 2014 (Knack)

Wie wint de AKO Literatuurprijs 2014? Het is niet te voorspellen wie de jury aanwijst. Tenzij je afgaat op wat juryleden in het openbaar schreven. Dan wint waarschijnlijk Stefan Hertmans. [UPDATE: En inderdaad hij won.]
  
Zo lang er grote literaire prijzen bestaan, wijzen de media van tevoren een favoriet aan. Dat gebeurt op basis van eigen voorkeur, verkoopcijfers, analyses over wie aan de beurt zou zijn, juryrapporten of een combinatie daarvan. Helaas, het zijn slagen in de lucht. De jury beslist welk boek hun collectieve voorkeur heeft. Dus alleen wat de juryleden publiekelijk hebben laten weten over hun persoonlijk oordeel is een goede indicator welk boek donderdag aanstaande in Den Haag de hoofdprijs ontvangt.
Natuurlijk mag de jury niet uit de school klappen. Maar juryleden zijn vaak als criticus verbonden aan een krant en tijdschrift, waar ze romans, verhalenbundels of literaire non-fictie bespreken die ze later op de shortlist zetten. Dat geldt zeker dit jaar met Toef Jaeger (NRC Handelsblad), Joost de Vries (De Groene Amsterdammer), Daniëlle Serdijn (De Volkskrant) en Veerle vanden Bosch (De Standaard). Karl van de Broeck (ex-Knack) is het enige jurylid dat niet op geregelde basis boeken bespreekt.

Wat hebben zij geschreven over de genomineerde boeken? Ter herinnering: de kanshebbers op de AKO Literatuurprijs 2014 zijn – in alfabetische volgorde:
- Voor jou van K. Schippers

Toef Jaeger schreef over Stikvallei van Frank Westerman, dat ze vier ballen gaf. 'Schitterende verhalen'. En: 'geslaagd boek'. Anders dan eerder werk stond zijn ijdelheid hem niet in de weg. 'Bevlogenheid staat voorop.' Maar zij verwijt hem ook hinderlijke mooischrijverij.
Joost de Vries besprak de drie delen van Guus Kuijers De bijbel voor ongelovigen. 'Een originele, literaire onderneming die zijn weerga niet kent', vond hij. En: 'De leukste boeken die ik de afgelopen tijd las'. Vooral de spot en twijfel die uit Kuijers bewerking spreken maken de reeks zo literair. Over Stikvallei was hij een stuk minder enthousiast. Met het onderwerp heeft Westerman 'goud in handen'. Maar hij verwijt hem 'ongeconcentreerd' en 'soms behoorlijk ongeïnspireerd schrijven'. Bovendien zet hij zijn thematiek – hoe ontstaan mythes – te zwaar aan.
Daniëlle Serdijn gaf Zeer helder licht van Wessel te Gussinklo de maximale vijf sterren. 'Laat zich vanaf de eerste pagina's kennen als een klassieker.' En: 'Deze roman is een tiran. Maar een heerlijke tiran.' Voor jou van K. Schippers gaf ze vier sterren. Best veel dus, maar erg expliciet is haar lof niet. Eerder routineus: 'Voor jou is een eerbetoon aan geestverwanten, geschreven in de relaxte stijl die Schippers eigen is. Losjes en vanzelfsprekend. Als altijd', besluit ze haar stuk.

Dit zegt nog weinig. Maar: vier juryleden publiceerden eind vorig jaar hun top 3 van 2013. En laat nu alle genomineerde boeken, met uitzondering van Te Gussinklo, in dat jaar zijn gepubliceerd. Wat blijkt dan? Stefan Hertmans behoorde voor Vanden Bosch en Serdijn tot de allerbeste boeken van het kalenderjaar. Geen van de andere genomineerden viel die eer te beurt. Jaeger en De Vries prefeerden Arnon Grunberg respectievelijk Arie Storm – boeken die de shortlist niet eens haalden. 
Alles bij elkaar is dat nog steeds te weinig informatie om met zekerheid het boek aan te wijzen dat donderdag de 50.000 euro krijgt. Maar het meeste enthousiasme lijkt er in de jury voor Hertmans te zijn. En het minste voor Westerman, gezien de toch wat zuinige lof voor hem in twee recensies. De outsider is Te Gussinklo, omdat zijn roman mogelijk in 2014 in verschillende eindejaarslijstjes kan opduiken.
(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 10 nov)

PS. Mijn persoonlijke favoriet is Frank Westerman, maar juist zijn boek lijkt niet genoeg steun te hebben in de jury.

Zie ook:

donderdag 2 oktober 2014

Koppernik haalt met eerste uitgave meteen AKO Toplijst (Boekblad)

Groot succes voor een kleine uitgeverij. Met zijn eerste en tot nu toe enige uitgave haalt uitgeverij Koppernik meteen de Toplijst van de AKO Literatuurprijs.

'We zouden vrijdag voor 22 uur worden gebeld als Zeer helder licht van Wessel te Gussinklo zou zijn genomineerd,' zegt Bart Kraamer van Koppernik. Hij en Chris de Jong, de andere uitgever, zaten daarom in een café bij hun mobiele telefoon te wachten. 'Om precies één minuut voor tien, toen we er al geen rekening meer mee hielden, werden we inderdaad gebeld. Dit is natuurlijk geweldig voor onze naamsbekendheid. We zijn in één klap niet meer onbekend.'
Zeer helder licht verscheen op 21 februari. Dankzij de unaniem lovende recensies liep de verkoop behoorlijk. De eerste druk van 1500 exemplaar is uitverkocht. Van de tweede druk van 1000 exemplaren zijn er nog zo'n 800 over. Een derde druk kan snel volgen, denkt Kraamer. 'Het hangt af van hoeveel exemplaren AKO nu gaat bestellen. Dat horen we vandaag of morgen.'
Koppernik komt voort uit uitgeverij Karaat, die Kraamer in 2009 met Luc de Rooij begon. Karaat geeft maximaal zes boeken per jaar uit. Het fonds omvat vertaalde auteurs als Alejandro Zambra, Valeria Luiselli, F. Scott Fitzgerald en de Nederlander Joep Kuiper. 'Toen wilden we een dik essay van Te Gussinklo uitgeven over de opkomst en ondergang van rijken en religie en het streven van de mens om structuur aan het leven te geven. Gevoelsmatig wisten we meteen: dat past niet.'
Kraamer richtte daarop met De Jong Koppernik op. Wat het verschil tussen Karaat en Koppernik is, kan hij moeilijk uitleggen. 'Het is vooral een gevoel. De laatste gaat breder. Er is meer mogelijk. Het is wel een nadeel dat we opnieuw een naam onder de aandacht moesten brengen, maar men weet wel dat Koppernik bij Karaat hoort. Te Gussinklo en toekomstige uitgaven staan ook in de folders van Karaat.'
De naam van de uitgeverij verwijst naar de echte naam van de sterrenkundige Nicolaas Copernicus, zoals wordt uitgelegd in de roman Doctor Copernicus van John Banville uit 1976 – wat een van de favoriete boeken van Kraamer is. In 2001 verscheen een vertaling in het Nederlands daarvan in een bundeling met de romans Kepler en The Newton Letter. 'We zouden Doctor Copernicus graag opnieuw uitgeven, maar daar zijn nog geen concrete plannen voor.'
Op 15 oktober ligt de volgende uitgave van Koppernik in de winkel: Bruiloftslied van Stig Dagerman (1923-1954), waarin de Zweedse auteur het doen en laten beschrijft van enkele bruiloftsgasten. 'Een dramatische roman vol kleurrijke personages, levenswijsheid en humor,' aldus de aankondiging. Komend jaar verschijnt het essay Wij zullen aan God gelijk zijn van Te Gussinklo die de reden voor de oprichting van de uitgeverij vormde.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 29 sep 2014)

dinsdag 30 september 2014

AKO Literatuurprijs 2014 Toplijst: de statistieken

De media hebben steeds meer oog voor de statistieken van de shortlist van de AKO Literatuurprijs. Dankzij NRC Handelsblad weten we dat dit jaar de gemiddelde leeftijd van de genomineerde auteurs hoger is dan ooit: maar liefst 65 jaar. Interessant. Al ogen dat soort beweringen in een serieuze krant opeens triviaal, anders dan wanneer ik zelf wat gegevens op een rij zet op een verder weinig gelezen blog. Kennelijk vind ik dat toch de meest geëigende plek voor trivialiteiten. Enfin, hierbij enkele gegevens – mede omdat de krant fouten heeft gemaakt.

Voor het overzicht eerst de Toplijst:

Zeer helder licht - Wessel te Gussinklo
De bijbel voor ongelovigen (deel 2) - Guus Kuijer
Oorlog en terpentijn - Stefan Hertmans
Gelukkige slaven - Tom Lanoye
Voor jou - K. Schippers
Stikvallei - Frank Westerman

* 'Twee Vlamingen op AKO-shortlist', of iets dergelijks, schreven de Vlaamse media, die traditiegetrouw nergens anders op letten. Vlaanderen heeft maar twee keer beter gescoord. In 2006 en 2010 stonden drie Vlaamse schrijvers bij de laatste zes. Vier keer eerder waren het er twee. Het record is nog altijd in handen van de Librisprijs: de jury van die prijs zette in 2010 vier Vlamingen bij de laatste zes.

* 'Geen vrouwen op AKO-shortlist', of iets dergelijks, stond er op Teletekst. Maar bijzonder is dat niet. Het is de 7e keer in 27 edities. (NRC Handelsblad schreef: 5x sinds 1991 - dat moet zijn: 6x)

* Een debutant op de shortlist van een van de drie grote prijzen. Dat is – voor zijn jeugdboeken al zeer veel onderscheiden – Guus Kuijer, met het tweede deel van zijn 'Bijbel voor ongelovigen'. Voor Lanoye is het de 10e keer, voor Westerman de 8e keer, voor Hertmans de 6e keer en voor K. Schippers en Te Gussinklo de 3e keer. Daarmee zijn deze auteurs, na bekendmaking van deze lijst, gemiddeld 5,17 keer genomineerd. Dat moet ook een record zijn.

* Westerman staat voor de 5e keer op de Toplijst van de AKO. Dat is géén record. Arnon Grunberg stond daar al zeven keer, inclusief een keer onder zijn pseudoniem Marek van der Jagt.

* Tot slot: mijn persoonlijke favoriet is Stikvallei van Frank Westerman. Dat vond ik echt een schitterend boek. Wel zeg ik er meteen bij dat ik Kuijer en Te Gussinklo niet heb gelezen. Misschien vind ik die nog schitterender als het er ooit van komt deze boeken te lezen.

Zie ook:
- Nederlandse en Vlaamse jury's hebben dezelfde smaak
- Libris Literatuurprijs 2014: de statistiek
- Gouden Boekenuil 2014: de statistiek


zaterdag 26 oktober 2013

1988: Geerten Meijsing krijgt de AKO Literatuurprijs van zijn zus (BOEK)


Vijfentwintig jaar geleden zag het literaire landschap er heel anders uit. Wat waren de hypes, de bestsellers en de laureaten van 1988? Aflevering 5: Geerten Meijsing krijgt de AKO Literatuurprijs van zijn zus.

‘Die Meijsings willen alles hebben’

Er bestaat geen slechte publiciteit, is een wijsheid uit de wereld van marketing en reclame. Zeker wanneer je een nieuw product in de markt zet, ben je blij als de consument alleen maar weet dat het bestaat. De Stichting achter de AKO Literatuurprijs zal dan ook stiekem zeer tevreden zijn geweest met de gekrakeel dat ontstond bij de tweede editie van de grootste Nederlandse literaire prijs voor één boek – al ging het dan niet om literatuur en schrijvers. De ophef was ongekend.
Aanvankelijk bleef het rumoer beperkt tot een onverwachte wisseling van juryvoorzitter. Vlak nadat de auteurs Bernlef en DoeschkaMeijsing en de literatuurwetenschappers J.J. Oversteegen en Frans Boenders aan het werk waren gegaan, overleed op 24 december 1987 Joop den Uyl. In allerijl nam voormalig staatssecretaris Hedy d’Ancona het roer over. In alle rust beoordeelden ze vervolgens de 144 ingezonden titels (een derde van het aantal titels dat de AKO-jury tegenwoordig moet wegen).
De boot was aan toen Geerten Meijsing op 19 mei 1988, live vanuit het Amstel Hotel in het televisieprogramma Uit de kunst, de vijftigduizend gulden kreeg voor Veranderlijk en wisselvallig. Zijn oudere zus zat in de jury! Geen wonder dat de andere genomineerden het tegen hem aflegden: Remco Campert, Willem Frederik Hermans, Tip Marugg, Willem van Toorn en Jacq Vogelaar. Wat waren de mooie woorden waard over de ‘geestige, uiterst toegankelijke schelmenroman’, die ook ‘beschrijving en bespiegeling’ biedt?
Nog altijd wordt het de organisatie nagedragen dat Doeschka Meijsing zich niet terugtrok uit de jury toen bleek dat Veranderlijk en wisselvallig een kans maakte. Ze wilde dat wel doen, zij het op het laatste moment, maar haar collega’s haalden haar over te blijven. Ze wilde zich ook van stemming onthouden. En toch was het verstandiger geweest als Geerten zijn boek helemaal niet had ingestuurd. Zoals ook Charlotte Mutsaers deed in 2000, toen haar man Jan Fontijn in de Librisjury zat.
In zijn sleutelroman over deze periode De grachtengordel maakte Geerten Meijsing weinig woorden vuil aan de affaire. Hij besefte dat het jurylid-maatschap van de zus van zijn alter ego ‘werkte in zijn voordeel’, maar dat ‘hoefde niet te worden aangedikt’ (p. 260). Dat deed hij dan ook niet. Hij noteerde later dat de zus op de avond van de prijsuitreiking ‘zijn ogen en gezelschap ontweek’ (p. 342). Maar over de beschuldigingen van nepotisme achteraf? Geen woord.
W.F. Hermans – zelf dus genomineerd voor de prijs – was wel vernietigend. Hij gaf Doeschka groot gelijk dat ze zich liet overhalen in de jury te blijven. ‘Ze was wel wijzer, en waarom? Die Meijsings willen alles hebben: de prijs, het jurylidmaatschap. De winnaar is immers verplicht het volgende jaar in de jury te gaan zitten. In 1989 [zou Geerten] wel een hart van steen moeten hebben, als hij er niet in zitten bleef wanneer straks zusje Meijsing toevallig voor de prijs wordt voorgedragen.’
Hermans schreef dit in NRC Handelsblad, als reactie op een brief die jurylid Frans Boenders hem had gestuurd om te verantwoorden waarom Hermans de AKO-prijs niet had gekregen. Boenders zag zich daarop gedwongen zijn oorspronkelijk brief ook te publiceren – vol onthullingen uit het juryberaad. Dat kwam hem weer te staan op ingezonden brieven van een ander jurylid: Bernlef, die Boenders ervan beschuldigde te liegen.
Juryleden die uit de school klappen en rollebollend over straat gaan. Het was een weinig fraai gezicht.

NOOT Geerten zat in 1989 níét in de jury en Doeschka won de AKO Literatuurprijs pas in 2008 voor Over de liefde.
(Eerder gepubliceerd in BOEK 5, 2013)

Zie ook eerdere afleveringen van deze rubriek hier, hier en hier

vrijdag 27 september 2013

Toplijst / Longlist AKO Literatuurprijs 2013

De jury van de AKO Literatuurprijs maakt vanavond de toplijst (alias longlist) bekend. Ik zit er, na vier jaar trouwe dienst, niet meer in. Ik heb dan ook niet alle boeken van de tiplijst gelezen – dat zou anders heel toevallig zijn. Maar ik kom toch tot vijftien van de vijfentwintig boeken. Ik vind die niet allemaal even goed, maar wel allemaal longlistwaardig. Als het aan mij zou liggen is dit de shortlist:

Griet Op de Beeck, Vele hemels boven de zevende
Jan Brokken, De vergelding
Oek de Jong, Pier en oceaan
Ilja Leonard Pfeijffer, La Superba
Allard Schröder, De dode arm
Bart Slijper, In dit gevreesd gemis

Zie voor de werkelijke toplijst vanaf vanavond laat hier.

UPDATE. Dus niet Op de Breeck, De Jong en Slijper. Wel: 'De boerenoorlog' van Martin Bossenbroek, 'Feest van het begin' van Joke van Leeuwen en 'Hoe ik een beroemde Nederlander werd' van Wouter Godijn.

vrijdag 8 februari 2013

De kanshebbers op de AKO Literatuurprijs ook in de running voor Libris Literatuurprijs en Gouden Boekenuil


De jury van de afgelopen AKO Literatuurprijs , waar ik deel van uit maakte, kreeg opmerkelijk weinig kritiek. Het is dan ook geen verrassing dat alle boeken op de Toplijst die dit jaar in aanmerking komen voor de Libris Literatuurprijs en de Gouden Boekenuil op de longlists van die prijzen staan, die deze en vorige week bekend zijn gemaakt. Nou ja, bijna allemaal – er is één uitzondering.
De vier boeken van de zes die nog kans maken op de Libris en Gouden Boekenuil zijn Het boek Ont van Anton Valens, De man zonder ziekte van Arnon Grunberg, Dinsdag van Elvis Peeters en Post Mortem van Peter Terrin. Liefde heeft geen hersens van Mensje van Keulen staat alleen op de Libris-longlist. Het laatste boek van onze Toplijst is Grip van Stephan Enter. Dat is uit 2011 en komt dus niet meer in aanmerking voor één van de voorjaarsprijzen.
Andere boeken op de longlist van de Libris Literatuurprijs waarover ik geschreven heb, zijn: Pier en oceaan van Oek de Jong, Een kamer in Rome van Sipko Melissen, Vrij man van Nelleke Noordervliet en Euforie van Christiaan Weijts.
Andere boeken op de longlist van de Gouden Boekenuil waarover ik geschreven heb, zijn: opnieuw Oek de Jong en Christiaan Weijts – en Vader van God van Martin Michael Driessen, Geen sterveling weet van Gerard Koolschijn, Gerard Reve, deel 3 van Nop Maas en Duizend heuvels van Koen Peeters.
Tot slot: Van de achttien titels op de Libris-longlist heb ik er dertien gelezen, van de twintig titels op de Gouden Boekenuil-longlist heb ik er zestien gelezen. Dat is een fractie minder dan vorig jaar. Zie hier.

Zie ook:

woensdag 26 december 2012

Interview Elvis Peeters: ‘De AKO-shortlist halen is moeilijker dan de AKO winnen’


Schrijvers blikken terug op 2012. Aflevering 1: Elvis Peeters won de AKO Literatuurprijs niet, maar had met drie boeken een zeer vruchtbaar jaar.

Peter Terrin was niet de enige Vlaming die kans had op de AKO Literatuurprijs 2012. Alle aandacht voor de Mens van het jaar van Knack Focus was de afgelopen maanden zo groot dat je bijna zou vergeten dat ook Elvis Peeters, het pseudoniem van het duo Jos Verlooy en Nicole van Bael, een kans maakte op de begeerde prijs. Peeters was genomineerd voor Dinsdag, een roman over een sympathieke oude man die bij nader inzien te amoreel is om die sympathie te verdienen.
Toch klaagt Peeters allerminst. Hij vindt het ‘heel fijn’ dat het boek de shortlist haalde. Hij realiseert zich dat de kans daarop slechts 6 op circa 400 inzendingen is, terwijl de kans om vervolgens de prijs te winnen 1 op 6 is. ‘Het is heel wat moeilijker om op de shortlist te geraken,’ zegt hij, ‘en als je dan niet wint, is het echt niet zo dat je boek zo veel slechter is dan de winnaar. Het hangt maar net af van de toevallige constellatie van de jury wie de prijs krijgt.’
Elvis Peeters stond in 2006 al op de shortlist van de Libris Literatuurprijs met De ontelbaren. Hij liet zich toen niet de pret bederven door verwachtingen te creëren. Dat deed hij nu weer niet. ‘Het was vooral prettig dat de AKO veertien dagen voor de bekendmaking een literaire namiddag had georganiseerd met alle schrijvers. Daardoor kenden we elkaar allemaal al en was de sfeer collegialer. We wisten dat een van ons ging winnen. Het maakte het makkelijker Peter te feliciteren. We gunden het hem.’
Vanaf de verschijning in het voorjaar stond Dinsdag onder gunstig gesternte. De ontvangst was beter dan verwacht. ‘De reactie op onze vorige roman Wij was overweldigend,’ zegt Peeters. ‘En nu kwamen wij met een minder controversieel, intimistischer boek – 24 uur uit het leven van een oude man. Je weet niet welk publiek daar voor valt. Ook is het altijd de vraag of recensenten en lezers hetzelfde in een boek relevant vinden als wij – de amoraliteit van de hoofdpersoon. Die vraag konden we dit keer positief beantwoorden.’
De nominatie een half jaar later bracht een nieuwe impuls voor de roman, waarvan de verkoop langzaam stil begon te vallen. ‘Die maand voordat de winnaar bekend is, profiteer je mee van de aandacht – in Nederland meer dan in Vlaanderen, denk ik. Het boek ligt ook weer in alle boekhandels. De verkoop ging in september druppelsgewijs, maar het weekend na bekendmaking van de shortlist ging het, tja, niet stormendgewijs, maar het was wel beduidend meer.’
Hoeveel exemplaren er inmiddels van Dinsdag zijn verkocht, weet Peeters niet. ‘Meer dan 5.000 exemplaren in elk geval’, aarzelt hij. ‘Er zijn drie of vier drukken van geweest’. Daarmee komt het in de buurt van zijn bestverkopende boek tot op heden: Wij. ‘Daarvan is onlangs een een midprice-editie uitgekomen. Dat is de zesde druk of zo. Ach, we horen dat de uitgever tevreden is, dan is het oké voor ons.’
Veel belangrijker vindt Peeters het schrijven zelf – en dat bleek in 2012 beter te gaan dan verwacht. ‘Na een roman als Dinsdag ga je promotie doen. De dagen zijn te versnipperd met lezingen en interviews om iets van lange adem te maken. We zouden dan losjes zijn begonnen met het perspectief: over twee, drie jaar komen we met een nieuwe roman. Maar in het voorjaar werden we gevraagd een novelle te maken [voor de Belgica-reeks van uitgeverij Voetnoot] die nog dit jaar moest verschijnen. Door de strakke deadline hebben we elkaar enorm opgejut.’
Zo verscheen na Dinsdag en het kinderboek Twee stenen dit jaar zelfs een derde Elvis Peeters: Oradour, waarin een man en een vrouw een nacht doorbrengen in de ruïnes van het in 1944 door de Duitsers verwoeste dorp Oradour-sur-Glane. ‘We hadden dat onderwerp liggen, maar wisten dat het niet genoeg stof bood voor een roman. Hiervoor was het ideaal. Vorige week was Knack er lovend over. De ontvangst van ons werk blijft gestaag vooruit gaan.’
(Ook verschenen op Knack.be, 27 dec 2012)

zondag 2 december 2012

Gerard Reve, Nop Maas & de AKO Literatuurprijs


Hoeveel eigen mening staat Nop Maas zichzelf toe in zijn duizenden bladzijden tellende kroniek van Gerard Reve’s leven? In het algemeen: weinig. Hij stelt zich op als het doorgeefluik van alle feiten die hij verzameld heeft. Maar dat hij het toch erg matig besproken Bezorgde ouders, verschenen in 1988, een van de hoogtepunten uit het oeuvre vindt, moge duidelijk zijn. Als Hanny Michaelis aan de auteur schrijft dat ze de roman een meesterwerk vindt, noteert Maas: ‘terecht’. En als de jury van de nog nieuwe AKO Literatuurprijs Bezorgde ouders niet nomineert schrijft hij:

‘De AKO-jury bestond [naast Hans Warren] uit de literatuurkenners Erik Jurgens, Hendrik van Gorp, Hannemieke Stamperius en Jacq Firmin Vogelaar. De prijs ging dan ook naar Het koekoeksjong van Brigitte Raskin.’

Meesterlijk, die subtiele terechtwijzing.

Zie ook:

donderdag 8 november 2012

'Post Mortem' van Peter Terrin op 17 nieuw binnen in de Bestseller 60

Wat zal dit jaar het verkoopeffect zijn van de winnaar van de AKO Literatuurprijs? Een dag na de bekendmaking vorige week gingen in veel boekhandels de resterende exemplaren op voorraad over de toonbank. In de loop van de week kwam de nieuwe druk binnen, waarvoor de drukker in de nacht van maandag op dinsdag al het startsein had gegeven. Dat alles leidde tot de binnenkomst van Post mortem van Peter Terrin op 17 in de Bestseller 60.
Dat is de slechtste prestatie sinds 2006, toen De bekoring van Hans Münstermann op 31 binnenkwam. Ligt het aan de gebrekkige beschikbaarheid? Vreest het publiek de moeilijkheidsgraad van de inderdaad gecompliceerde roman? Of vreest de boekhandelaar zijn publiek daarom teleur te stellen, waardoor hij liever andere romans adviseert? De tijd zal het leren. Persoonlijk hoop ik dat Post mortem nog weken, maanden in de top tien bivakkeert.
Voor de verkoopresultaten van AKO-winnaars in het verleden: zie hier. Een kleine aanvulling daarop: Marente de Moor kwam binnen op 7, steeg door naar 4 en hield het in de Bestseller 60 vol tot week 8 van het volgende jaar. Dat maakt 16 weken in totaal. Ook een gebonden versie stond één week, in de week na de uitreiking, bij de zestig bestverkopende boeken.

PS. Ook een andere genomineerde staat een week na de uitreiking in de Bestseller 60: Grip van Stephan Enter. Op 53. Dat is, voor zover ik me kan herinneren, wel uniek.

PS 2. Ook de heruitgave van De donkere kamer van Damokles van Willem Frederik Hermans staat, zoals hier voorspeld, in de bestseller 60: op 36.

dinsdag 30 oktober 2012

AKO Literatuurprijs 2012: 'Post mortem' van Peter Terrin

Post mortem dus, van Peter Terrin. Na een ongebruikelijk korte vergadering van zo'n driekwartier koos de jury voor deze intrigerende en ingenieuze roman, die zich niet eenvoudig laat navertellen maar wél een belevenis is om te lezen. Het boek raakt je in het hart en zet je aan het nadenken. Het boek stelt expliciet relevante vragen over de verhouding tussen werkelijkheid en fictie in deze gemediatiseerde wereld, waarbij de fictie het nadrukkelijk overwint.

PS. De Gouden Pinguïn, ook gisteren uitgereikt, ging naar Herman Verbruggen.

maandag 29 oktober 2012

AKO Literatuurprijs 2012: de ontknoping nadert

Eerst was er een Tiplijst. Toen volgde een Toplijst – met deze kenmerken. En vanavond is er, na ongetwijfeld een verhitte juryvergadering, een winnaar. Om ongeveer 22.15 uur is de bekendmaking live te zien in Nieuwsuur op Nederland 2.
Er was opmerkelijk weinig kritiek op de Toplijst dit jaar. In de pers, op sociale media, en ook genomineerde auteurs – voor zover ik die heb gesproken – vonden het een mooie, evenwichtige lijst. Helaas waren er ook weinig vooruitblikken op de uitreiking. Ik kan me er wel iets bij voorstellen dat een krant er moe van wordt om ieder jaar een pagina vrij te maken om de top zes te wegen, maar ik hoop dat het gebrek aan artikelen geen teken van onverschilligheid is.
Toch kon ik nog aardig wat voorspellingen vinden. Den Haag Centraal gokt op Anton Valens, Recensieweb laat Peter Terrin na een nek aan nekrace het winnen van Stephan Enter en het Nederlands Dagblad hoopt op Enter.
Enter krijgt meer steun: ook Annet de Jong (De Telegraaf) en Johan de Haes (Deredactie.be) zien hem als winnaar. De Morgen vindt dat Elvis Peeters de prijs verdient.
NRC Handelsblad, tot slot, schrijft dat Terrin hem wint als Enter hem niet krijgt – en andersom. Zelf een keuze maken doet de krant niet.