dinsdag 11 december 2012

Business Contact start TEDx Amsterdam-reeks (Boekblad)


Business Contact start een reeks boeken in samenwerking met TEDx Amsterdam. Ieder jaar verschijnt de beste lezing van de vorige bijeenkomst in druk. De boekuitgave bevat extra informatie rond de lezing.

De reeks is bedacht door Business Contact-redacteur Sandra Wouters, die TEDx al lange tijd volgt, vertelt haar collega Pim van Tol. Als eerste deel verscheen afgelopen vrijdag, tijdens TEDx Amsterdam 2012, De technologie van ideeën van Barry Schwartz. Alle bezoekers van de conferentie kregen een exemplaar. Voor volgend jaar bekijkt de uitgeverij of ze meerdere lezingen op dezelfde manier uitgeeft.
Wat de beste lezing is, wordt bepaald door de reacties tijdens de bijeenkomst, het idee van de uitgeverij en de organisatie daarover én het aantal keer dat de filmpjes van de lezing op Youtube worden bekeken. Het is dus nog niet te zeggen wie de beste lezing van afgelopen vrijdag hield.
De technologie van ideeën telt 64 bladzijden en bevat meer dan alleen de lezing. Van Tol: ‘De bedoeling is dat we terug naar de auteur gaan en hem vragen hoe de lezing tot stand is gekomen, wat voor reacties hij heeft gehad, hoe zijn denken is veranderd, kortom: hoe zijn ideeën zich hebben verspreid. Daarnaast staan er tips is voor boeken en films rondom het idee.’
De oplage van het boek dat 7,50 euro kost, wil Van Tol niet zeggen, maar ‘er is veel interesse voor’. Onder meer AKO heeft het ingekocht. ‘Dit boekje is een mooi statement om de reeks mee te openen, gezien het motto van TEDx: Ideas worth spreading. Het is een goede eerste zet en nu gaan we kijken hoe erop wordt gereageerd.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 3 dec 2012)

maandag 10 december 2012

Interview: uitgever Mai Spijkers over succes E.L. James (Boekblad)


MAI SPIJKERS (UITGEVER PROMETHEUS BERT BAKKER):
‘Omdat succes veel energie kost, kan het ook te véél aandacht opeisen’

Twee miljoen verkochte exemplaren van Vijftig tinten grijs acht uitgever Mai Spijkers realistisch. Maar Prometheus viert het succes van E.L. James niet alleen. De boeken die in 2013 de omzet moeten maken verdienen nu alle aandacht. ‘Keep calm and carry on, zoals Churchill zei.’

U ligt momenteel zeker ver boven begroting?
‘James was niet eens in het budget opgenomen. Op 20 februari kende ik haar boek bij wijze van spreken nog niet – en begin maart had ik het. Maar ook zonder deze trilogie heb ik een heel redelijk jaar. Denk aan Kris Verburgh, De voedselzandloper. Jussi Adler-Olsen. Martin Bril. Jelle Brandt Corstius. Herman Brusselmans. Louise Fresco. Henk Wesseling. Tom Lanoye niet te vergeten, naar aanleiding van zijn Boekenweekgeschenk. James komt daar bovenop.’

De verkoop van Vijftig tinten grijs lijkt ook steeds harder te gaan. Begin augustus zat u op 400.000, twee maanden later al over het miljoen.
‘In de tweede helft van de zomer zat er een enorme versnelling in. In september vlakte het af op hetzelfde niveau, maar door alle aandacht groeit de verkoop sinds de tweede helft van oktober weer. Iedereen leest het omdat iedereen het leest – die wijsheid gaat steeds meer op, omdat steeds meer mensen het nu lezen. De nieuwsgierigheid groeit steeds meer. We zitten nu alweer boven de 1,2 miljoen.’

Wat is de grens?
‘Geen idee. Twee miljoen? In verhouding met de verkoop in Engeland zou dat kunnen. We hebben net de cassette uitgebracht en daar ook al een vierde druk van opgelegd. En er zijn nog genoeg mogelijkheden om de verkoop een nieuwe impuls te geven. Een mooie gebonden editie, de filmeditie.’

Hoe heeft u het een miljoenste exemplaar gevierd?
‘Elk record wordt in zo’n snel tempo verbroken dat wij continu vieren. Maar wat belangrijk is, is dat de onderstroom doorgaat. Dat je bezig blijft met nieuwe boeken, nieuwe plannen. Dit uitzonderlijke succes is in principe eenmalig, maar omdat succes veel energie kost, kan het ook te véél aandacht opeisen. Dat is niet goed, dat heb ik in het verleden geleerd.’

Wanneer?
‘Toen ik net begon met Prometheus was het jaar na het succes van De wetten van Connie Palmen best moeilijk. Ik heb het ook om me heen gezien: uitgevers die na een succesnummer in problemen komen. Gelukkig ging het in mijn geval snel weer beter dankzij de fusie met Bert Bakker.’

Merkt u ondanks het succes iets van het crisisjaar 2012?
‘Zeker. De crisis is ook nog niet afgelopen. Ik denk wel dat James helpt om hem te bestrijden. Door andere vrije tijdsbestedingen als de iPad ontstond er een sfeer van: een boek lezen is iets van het verleden. Dit boek laat veel niet-lezers zien hoe leuk die activiteit is. Het is nu de taak van het vak om die mensen vast te houden.’

Draagt Prometheus daaraan bij door meer boeken voor niet-lezers uit te geven?
‘Nee. Wij blijven een in essentie literaire uitgeverij met een sterke non-fictiepoot, waarin ook veel andere boeken passen. Toen ik veel Scandinavische successen om me heen zag, heb ik wel bewust gezocht naar iets in dat genre: Adler-Olsen, dat we toen voorbeeldig in de markt hebben gezet en waarvan we er inmiddels meer dan 600.000 hebben verkocht. Nu hoef ik niet nog een erotische roman.’

Terug naar de crisis: wat merkt u als uitgeverij ervan?
‘Boekhandels kopen voorzichtig in, waardoor ik de oplage moet aanpassen. En af en toe genoegen moet nemen met minder marge. We gaan niet minder uitgeven dan 200-220 titels per jaar. Je beperken biedt geen soelaas. Je moet ruimte houden om boeken te brengen die voorbij komen, nieuwe auteurs die zich aandienen, auteurs die met nieuwe plannen komen.’

Helpt E.L. James wel bepaalde segmenten te kunnen blijven publiceren? Volgens de ouderwetse interne subsidiëring.
‘Nee. Elk boek moet zelfstandig levensvatbaar zijn. Je moet een boek alleen uitgeven als er een markt voor is. Dat je soms achteraf moet vaststellen dat die er toch niet was, is een ander verhaal.’

Gebruikt u de E.L.James-miljoenen dan voor digitale experimenten?
‘Wij zijn niet het type uitgeverij voor dure apps. Wij geven boeken uit, waarvoor we een publiek proberen te vinden. Daar is ook nog steeds voldoende markt voor. We maken wel van iedere uitgave e-boeken, maar die dragen gewoon bij aan de omzet. Gestaag steeds meer.’
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine 15, 2012)

Zie ook:

zondag 9 december 2012

Des romans français: Andreï Makine, Het boek van de eeuwige korte liefdes'


Hoe vaak denk je nog terug aan je eerste schreden op het liefdespad, een vakantieliefde, een kortstondige verliefdheid die onbeantwoord bleef? Het zal van het moment afhangen, van een melancholische bui, een confrontatie met iets om iemand uit dezelfde vervlogen tijd, of door het lezen van een boek – zoals Le livre des brèves amours éternelles ('Het boek van de eeuwige korte liefdes') van Andreï Makine.
De liefdes die hij daarin oprakelt, blijken uiterst dierbare momenten, niet alleen doordat het indrukwekkende vrouwen of meisjes waren om wie het ging, maar ook door de context, de gebeurtenissen die de liefde mogelijk maakten.
De meisjes en vrouwen die herinnerd worden, hebben op de een of andere manier een onuitwisbare indruk achterlaten op de hoofdpersoon. De ene keer gaat het om een heuse verhouding, de andere keer is een ontmoeting aan het einde van de dag al voldoende om hem in de war te brengen. In het verhaal ‘La femme qui a vu Lénine’ gaat de verteller, zoals de titel al aangeeft, op zoek naar de vrouw die Lenin heeft gekend. Ze woont in een afgelegen gehucht en eenmaal aangekomen bij het appartementencomplex zegt de conciërge dat de vrouw niet thuis is en voorlopig ook niet thuiskomt. Hij blijft wachten in de hoop dat de vrouw toch zal komen. Er hangt nog iemand anders rond bij het huis, een meisje met prachtig haar en donkere ogen. Het is de kleindochter van de vrouw, ze zegt dat ze haar oma nog nooit heeft ontmoet, al weet ze van alles over haar en haar contact met Lenin te vertellen.
Zo lijkt het steeds te gaan, steeds is er een meisje of vrouw, en een belangrijke gebeurtenis uit de jeugd van de ik. Is de ontmoeting belangrijk geworden door de gebeurtenis of andersom? Makine laat zien dat alles met alles te maken heeft, dat verliefdheid wordt aangewakkerd door de situatie en de omgeving, dat je een persoon uit het verleden niet kan losmaken van zijn of haar context.
Het verhaal eromheen is minstens zo belangrijk. Zoals in ‘Les prisionniers de l’Eden’. De ik doorkruist op een warme lentedag met een meisje een eindeloze boomgaard, een witte bloesemzee. Op hem maakt het een paradijselijke indruk, maar het meisje heeft hem hierheen meegenomen om de absurditeit van het communisme te laten zien. De bomen staan zo dicht op elkaar en de afstand is zo immens dat geen bij hier ooit zal komen om de bloemen te bevruchten. Het zal bij bloesem blijven, appels zullen er niet groeien, beweert ze, dankzij de heren in Moskou en hun neiging om alles groots aan te pakken. Haar anticommunistische houding en haar felheid intrigeren hem, zelf is hij veel minder uitgesproken.
Het wordt duidelijk dat het niet zozeer de liefde voor de vrouwen is die deze zoete terugblikken oplevert, maar ook een melancholisch gevoel naar wat was, naar de jeugd van de ik (de jonge Andreï Makine?).
Makine beschrijft de kortstondige liefdes op een licht melancholische toon, hij lijkt door een fotoboek te bladeren en per vrouw een aantal foto’s de beschrijven, foto’s die hij op ieder moment weer terug kan kijken. Wanneer hij van het meisje dat hij tijdens een vakantie aan de Zwarte Zee heeft leren kennen op het station afscheid neemt, mag dan de liefde voorbij zijn, een mooie herinnering zal het altijd blijven:

En m’en allant, je retirai de ma poche une miniscule boule de papier mouillé, c’etait la feuille où Léonora avait marque son adresse. Je pensai que la menne était devenue aussi illisible dans la poche de son jean. Cet effacement ne me peina pas. Un lien bien plus intense nous unissait, un souvenir qui rendait peu importante la possibilité de nous revoir ou non. Je ne savais pas exprimer cette certitude, j’en voyais seulement la luminosité, calme, constante, détachée de a fuite des années. Et qui n’a pas faibli depuis.

De acht verhalen in Le livre des brèves amours éternelles staan los van elkaar, maar van tijd tot tijd wordt er naar een voorval of een persoon uit een eerder verhaal verwezen. Het geheel vormt een ode aan de herinnering, aan de jeugd van een verteller die veel weg heeft van de schrijver, aan de liefde die zich niet laat beknotten door het strakke regime van de Sovjet-Unie. Het boek bracht mij ook terug naar mijn jeugdliefdes. Vage contouren werden tijdens het lezen van Makine weer ingekleurde, scherpe beelden.


Zie ook:

zaterdag 8 december 2012

Oek de Jong, 'Pier en oceaan' (BOEK)


Na acht jaar werk presenteert Oek de Jong een zeldzaam intense roman. De gedetailleerde beschrijving van Abel Roorda’s gevoelsleven overtuigt.

In Finistèrre wacht de verlossing

Eigenlijk kon Pier en oceaan alleen maar teleurstellen. Jarenlang kondigde de uitgeverij de roman van Oek de Jong aan. Met aparte uitgaven van een kort verhaal (Mevrouw Len), een bundel oude autobiografische stukken en essays (Brief aan een jonge Atlas) en een nieuwjaarsgeschenk voor relaties werd het publiek warm gehouden. Zonder schroom heette het meer dan achthonderd pagina’s tellende boek het ‘magnum opus’, dat uiteraard in een aparte luxe brochure werd aangeboden aan boekhandel en pers. Dan denk je: zó goed kan het onmogelijk zijn.
Zo goed is het wel. Pier en oceaan is zelfs beter dan ik ooit had verwacht op grond van eerder werk van Oek de Jong – romans als Opwaaiende zomerjurken (1979) en Hokwerda’s kind (2002) die ik met interesse en plezier, maar nooit met zo’n intensiteit heb gelezen. Na een week lang te hebben meegeleefd met de hoofdpersoon Abel Roorda duurde het een paar dagen voor ik aan een ander boek kon beginnen – zozeer is De Jong erin geslaagd om mij in het gevoelsleven van zijn hoofdpersoon mee te slepen, dat hij met zo veel precisie, zuiverheid en vooral oprechtheid heeft geschetst.
De proloog die de uitgeverij twee jaar geleden al onder relaties had verspreid, beschrijft een dag uit het leven van Dina Roorda-Houttuyn. Tijdens de diensttijd van haar man zit ze in verveling haar zwangerschap uit op een kamertje in Breda. Opgeschrikt door de hospita die zich naakt aan haar vertoont, vlucht ze naar haar vertrouwde omgeving – in Amsterdam en Zandvoort. In de tussentijd denkt ze aan de drama’s uit haar nog korte leven: de liefde die haar bazin voor haar voelt, de vernederingen van haar religieuze ouders, het onbegrip van haar egocentrische man.
De hoofdpersoon van Pier en oceaan blijkt echter niet de ongelukkige Dina, die tevergeefs zal proberen geluk te vinden in de opdracht om te dienen, maar haar kind: Abel – sterk gemodelleerd naar Oek de Jong zelf, die geboren is als Oebele de Jong waarin ‘Abel’ duidelijk resoneert. Zonder een plot te volgen, gaat De Jong van de ene opmerkelijke gebeurtenis van zijn jeugd na de andere. Een logeerpartij bij opa en oma. Een ontmoeting met zijn oom de fotograaf. De verhuizing naar Goes, waar zijn Friese accent nogal opvalt. Enzovoorts.
Aanvankelijk heeft dat iets teleurstellends. Na de tragiek van de proloog wil je weten hoe dit gedoemde huwelijk zal mislukken – en geen jeugdherinneringen, hoe beeldend en treffend beschreven ook. Dat is wel vaker gedaan. Juist omdat De Jong af en toe in de gedachten en gevoelens van Abels vader of moeder duikt, blijft dat verlangen aanwezig dat je meer van hen wilt weten. Maar naarmate Abel ouder wordt en dus ook bewuster van de woelige emoties in hem zelf, zonder daar grip op te krijgen, besef je pas hoe diep de inkijk in de ziel is die je wordt geboden.
Nietsontziend is De Jong. Hij beschrijft tot in detail hoe de seksueel ontluikende Abel zijn moeder voor ogen houdt als lustobject omdat zij de enige die hij wel eens naakt heeft gezien. Maar ook: zijn heftig opflakkerende driftbuien, zijn verlangen naar de grote wereld, de vriendschap met een jongen uit een ander milieu. Steeds weer is daar die mengeling van verlangen en schaamte. Het sterkst komt dat naar voren in zijn sterkste verlangen: dat naar liefde, waarvoor hij bij Irma en Digna blijft terwijl hij eigenlijk niet genoeg van hen houdt.
Uiteindelijk eindigt zijn worsteling in – nomen est omen – Finistèrre, Bretagne, waar Abel en Digna op vakantie gaan voor hij in de grote stad gaat studeren. Niet omdat hij daar een ordening vindt voor zijn gevoelens. Die vindt hij niet. Maar omdat hij aanvoelt wat de uitweg is uit de chaos van het leven: door te schrijven. Dat is de roeping die hem uit zijn lethargie kan trekken, hem zin geeft om te werken. En omdat deze toekomst hem de grip geeft op de raadselachtige, maar zo heldere beelden die hij soms in zijn hoofd ziet. Deze hoeft hij alleen maar op te schrijven.
En als je dan even Abel voor Oek de Jong aanziet: als schrijver is hij zonder meer geslaagd. De afgewogen zinnen en rijke taal van Pier en oceaan zijn schitterend. Neem alleen al de titel. ‘Pier en oceaan’ is een schilderij van Mondriaan, dat in zijn stekeligheid naar Abels karakter verwijst. Maar het doek markeert ook de overgang naar de abstractie, waarin Mondriaan zijn potentieel realiseerde zoals Abel dat ooit als schrijver zal doen. Ook letterlijk is het een overgang: vanuit de pier zal Abel in de echte wereld betreden. En het is een seksueel beeld: de pier die de oceaan penetreert.
Zo’n titel verzinnen – dat kunnen alleen de grootste schrijvers.

Oek de JongPier en Oceaan (810 p.) – Atlas-Contact, € 39,95, ISBN 978 90 204 1285 7
(Eerder gepubliceerd in BOEK 6, 2012)

vrijdag 7 december 2012

Peter Drehmanns' klacht over te commerciële uitgevers maakt tongen los (Boekblad)


Met de crisis als excuus dumpen uitgevers gerespecteerde literaire auteurs. Peter Drehmanns’ opiniestuk met die boodschap in de Volkskrant van maandag heeft veel reacties losgemaakt. Slechts weinigen steunen de auteur.

Drehmanns kreeg na de dramatische verkoop van zijn laatste roman De schrijver enzijn meisjes van Querido te horen dat hij nog maar één boek in de drie jaar mocht publiceren. Toen hij toch met een manuscript aankwam, werd dat geweigerd. Daarop hield hij de eer aan zichzelf. Maar toen hij bij andere uitgeverijen aanklopten, kreeg hij nul op rekest. Sommige uitgevers prezen zijn werk, maar durfden het gezien de marktomstandigheden niet aan. Anderen lazen het niet eens.
Volgens Drehmanns staat deze ervaring symbool voor de omgang van uitgeverijen met auteurs met een gerespecteerde staat van dienst. Hij onderbouwt die stelling voornamelijk door zijn eigen literaire kwaliteiten aan te tonen: zijn ‘overwegend goede pers’ en twee vertalingen. Hij noemt slechts één andere auteur die hetzelfde zou zijn overkomen: H.C. ten Berge, wiens laatste roman bij de kleine uitgeverij Nieuwe Doelen van Huub Beurskens, Wiel Kusters en Laurens van Krevelen verscheen (en dus niet in eigen beheer, zoals Drehmanns beweert).
Is dat voldoende bewijs om de volgende conclusie te kunnen trekken? ‘Het excuus van de crisis wordt allerwegen aangewend om een deerniswekkende geestelijke nivellering te rechtvaardigen. Men gaat slechts nog voor het snelle geld en voor volslagen risicoloze ondernemingen - ongemakkelijke boeken van allerminst sexy auteurs zijn niet langer welkom. Dichterlijker gezegd: het literaire hart van de hedendaagse uitgever wordt ondermijnd door zijn bedrijfseconomische brein.’
De meeste reacties onderaan het stuk op de site van de Volkskrant, op Twitter of elders op internet maken duidelijk dat Drehmanns zijn lezers niet heeft overtuigd. De stijl van zijn bijdrage alleen al zou er al op wijzen dat Querido meer redenen zou kunnen hebben dan Drehmanns’ matige verkoopcijfers om zijn werk niet langer uit te geven. Anderen raden hem aan de kop niet te laten hangen en in eigen beheer uit te geven – met de huidige opleving van self publishing biedt dat goede mogelijkheden.
En natuurlijk neemt een uitgeverij als Querido nog steeds risico. Een uitgeverij moet wel om ook in de toekomst fondsauteurs te hebben. Jamal Ouariachi schrijft erover op zijn blog: Querido publiceerde zijn debuut van bijna vijfhonderd pagina’s en al haalde hij niet de bestsellerlijsten, hij kreeg een contract voor nog twee boeken. Natuurlijk kun je twisten over de vraag of Ouariachi van hetzelfde literaire niveau is als Drehmanns, maar het feit blijft dat Querido in een auteur investeert zonder vooraf te weten of dat geld ooit zal renderen.
Wat Drehmanns overkomen is, is simpelweg van alle tijden. Auteurs die het niet waar gemaakt hebben, worden ingeruild voor nieuwe auteurs. En Drehmanns heeft het in de ogen van zijn uitgeverij waarschijnlijk niet waargemaakt: nooit won hij een belangrijke prijs, nooit schreef hij een bestseller, en vermoedelijk is hij ook niet zó goed besproken als hij doet geloven. Dan is het begrijpelijk dat Querido na elf titels van Drehmanns (deels bij andere uitgeverijen gepubliceerd) zijn kaarten nu zet op Ouariachi.
Drehmanns is zeker ook niet de eerste auteur in de geschiedenis die enige naam had en toch geen kans meer kreeg om te publiceren. Lees de interviewbundel Zeg mijn lezers dat ik doorschrijf van Joris van Casteren met vergeten auteurs er maar op na. Steven Membrecht, Ferdinand Langen, Flip Willemsen, Eduard Visser, Ben Borgart – allemaal zijn ze ooit geprezen, waarna ze toch door hun uitgever gedumpt. Je kunt alleen zeggen dat in tijden waarin de uitgeverij de tering naar de nering moet zetten, zulke negatieve beslissingen sneller worden genomen.
(Eerder in ingekorte vorm gepubliceerd op Boekblad.nl, 3 dec 2012)

UPDATE: Peter Drehmanns' nieuwe roman verschijnt in september 2013 bij uitgeverij Marmer.

Zie vooral het stuk over Steven Membrecht.

donderdag 6 december 2012

De Bad Sex Award 2012 gaat naar... Roel Smits

In Engeland ging de 20e Bad Sex Award deze week naar de Canadese Nancy Huston. In Nederland zou ik de prijs graag uitreiken aan Roel Smits voor de eerste pagina van hoofdstuk 7 uit zijn roman Ik ben de zoon van John Lennon. De hele pagina citeren gaat wat ver, omdat ik dan meer van het verhaal moet uitleggen en een hoop overbodige details moet overtikken, maar als ik de zinnen eruit licht die de daad zelf beschrijven, moge duidelijk zijn dat Smits zó plastisch en feitelijk is dat je vol walging je hoofd schudt. Hoe wanhopig moeten personages zijn willen ze op deze manier de liefde bedrijven?

'Ik sta op het punt mijn hospita binnen te glijden. In technische zin is er nog geen sprake van overspel – de gebeurtenissen tot nu toe kunnen worden afgedaan als een misverstand.'

'Terwijl mijn pik zoekt naar Maggies opening (ik lig bovenop, zij kijkt me aan en herhaalt mijn naam (...)) vraag ik me af hoe bewust deze vrouw was van haar verleidingsstrategieën.'

'Hij zit erin. Ik ben erin geslaagd Maggies ingang te vinden en mijn geslachtsdeel naar binnen te schuiven, en ik realiseer me heel scherp dat ik nu officieel overspel pleeg.'

woensdag 5 december 2012

De nieuwe winkel van Het Paard van Troje (Gent) op de Kouter (Boekblad)


Het Paard van Troje heeft in Gent een nieuwe start gemaakt. Eigenaars Bart van Aken en Annelies Joos zijn erin geslaagd het concept van een hoogwaardige literaire boekhandel te vervolmaken. Op enkele details na. ‘Alles in de winkel moet een eigen verhaal hebben.’

Als het zo doorgaat, zijn alle schulden in januari weggepoetst

Op het herentoilet van boekhandel Het Paard van Troje in Gent hangen originele prenten van de Jan De Maesschalck. Ingetogen, fantasierijke cartoons over boeken zijn het die lang geleden in De Morgen stonden – niet om te lachen, maar om  te prikkelen. Als je staat te plassen kijk je recht tegen de pikantste tekeningen aan: een naakte vrouw die, met haar benen iets uit elkaar, in bad ligt te lezen in een boek over de scabreuze, negentiende eeuwse kunstenaar Felicien Rops.
‘En heb je ook het damestoilet gezien?’ zegt eigenaar Bart van Aken. ‘Daar staan oude almanakken van Snoecks. Het is bedoeld als extra impuls. Als je brein wordt geprikkeld en je met een glimlach terug de winkel in komt, loop je rond met goesting om te kopen. Zo werkt dat bij mij: als ik blij ben in een winkel, koop ik dingen. Die prenten heb ik trouwens gekregen van een klant. Nou ja, in ruil voor 400 euro aan boeken, maar die prenten zijn wel meer waard.’

Het Paard van Troje is sinds februari gevestigd op de chique Kouter, vlakbij de Opera en de Handelsbeurs – de belangrijkste podia van de stad. Hier zijn Van Aken en zijn echtgenote Annelies Joos opnieuw begonnen nadat het mini-imperium  met winkels in Gent en Leuven en een outletstore in Antwerpen door foute beslissingen, gebrek aan managment en teveel personeel bijna ten onder ging. Noodgedwongen moest hij zijn medevennoot en personeel ontslaan. Toen hij eindelijk nieuwe fondsen had aangeboord, wilden zij niet meer voor hem werken.
‘Omdat we wilden verkleinen,’ vertelt Van Aken, ‘belden we de eigenaresse van een leegstand casco van tachtig vierkante meter. Een Belgische dame in Parijs die haar hele leven in de bibliotheek had gewerkt. Toen bleek de horecagelegenheid ernaast dat ook van haar was, problemen te hebben. Een maand later ging die op de fles. Toen hebben we toch onderhandeld over de mogelijkheden om beide panden samen te voegen en is het juist een grotere winkel geworden. Vierhonderd vierkante meter bijna.’
De gehele inrichting heeft Van Aken zelf gedaan – met hulp van familie en vrienden die in zijn toekomst als boekverkoper bleven geloven. En met zijn eerste nieuwe personeelslid die hij via Facebook vond op grond van zijn bereidheid om te helpen slopen. De hele kroeg is gestript: alle valse wanden en verlaagde plafonds moesten eruit. Acht containers afval werd afgevoerd. . Waarna Van Aken & friends zelf de zwarte stenen vloeren legden, elektra aanlegden, de blanke houten boekenkasten timmerden enzovoort.
‘Voor de hele verbouwing had ik een lening nodig van 60.000 euro,’ lacht Van Aken tevreden. ‘Dat is waanzinnig, zo weinig. We hebben ook veel meegenomen uit de oude winkel: de lampen van Arne Quinze, maar ook de boekenkasten. Die heb ik helemaal opnieuw bedacht en gemaakt. Alleen het stukwerk hebben we laten doen. En natuurlijk het doorbreken van de muur. Er staan acht verdiepingen appartementen op, dat risico neem ik niet. Het kostte 10.000 euro, het duurste deel van de verbouwing.’

Het eindresultaat is een elegante, lichte winkel die bestaat uit twee gedeeltes. In het grootste pand zit voorin het horecagedeelte – 21 zitplaatsen, los van het terras buiten. Pas na een meter of vijf, nadat je rechts een cd-wand hebt gepasseerd kom je in het boekhandelsgedeelte. Aan de ene kant is het grote kassameubel, aan de andere kant de doorgang naar het kleine pand, waar uitsluitend literatuur staat: Nederlandstalige en Engelstalige fictie, poëzie en boeken over boeken.
Als je door naar achteren loopt – al was het maar omdat je naar de wc moet – stuit je eerst op diverse rubrieken non-fictie: koken, muziek, filosofie, geschiedenis, klassieken. Maar de helft van dit deel is gewijd aan kinderboeken, met nadruk op prentenboeken. Hier is het licht dankzij een raam in het plafond, maar vooral in de grote achterwand. Dit biedt een uitzicht op wat ooit een doorgang naar een garage in de kelder moet zijn geweest, maar nu is overwoekerd door groen. Heel pittoresk.
Bij de inrichting heeft Van Aken goed geluisterd naar de voornaamste kritiek op zijn vorige winkel. Dat hij zo vol stond dat het de grot van Ali Baba leek, zoals De Standaard schreef: nu hebben de boeken meer lucht gekregen en staan veel meer titels frontaal gepresenteerd. En dat de kasten van 3,40 meter te hoog waren. Niemand beklom toch de fraaie stalen trappen die erbij stond. Ook is het kassameubel opgerekt naar 3,5 meter omdat de titels die daarop lagen, altijd zo goed liepen.

Het grootste nadeel van Het Paard van Troje is de voorkant. Wie op de Kouter loopt, heeft geen idee dat hier een boekhandel zit. Je ziet een terras en daarachter, achter het raam, nog meer mensen zitten. De boeken die in de etalage aan draadjes hangen, vallen niet op. En de eveneens geheel uit glas bestaande pui van het kleine pand is te donker. Je moet echt kijken om te zien dat daar boeken liggen. En dat terwijl aan de overkant van het tramspoor de veel grotere Standaard Boekhandel zit.
Toch maakt Van Aken zich hier niet druk om. Hij wil juist koffiedrinkers en soepeters in de etalage. ‘Volk trekt volk, zeggen we in Vlaanderen. Mensen zien lokt mensen.’ En hij mikt toch niet op de impulskoper die snel een cadeautje zoeken of even de laatste megaseller willen meepikken. Het Paard van Troje moet het hebben van bewuste kopers, met een serieuze, diepgaande belangstelling in het boek. Klanten ook die een eigenzinnige boekhandel willen in plaats van een formulewinkel.

Voor deze groep klanten moet de onafhankelijke boekhandel perfect zijn. Van Aken heeft daarom niet bezuinigd op kwaliteit. Dat zie je het best aan de lampen: dure led-lampen à 80 euro per stuk, waarvan er gelijkmatig verspreid over het plafond van het grote pand steeds twee bij elkaar in een witte omkadering zitten. Door het lage stroomgebruik heeft hij de aankoop er in een jaar weer uit. En omdat hij de eerste klant hiervoor was, helpt de fabrikant hem bij het zoeken naar de goede afstelling.
‘De consument is heel gevoelig voor voor duurzaamheid,’ zegt Van Aken. ‘En met die ontwikkeling moet je gewoon mee als winkel. Alle verf is dus ook watergedragen. En we stoppen binnenkort met het meegeven van – plastic – zakjes. Daar is draagvlak voor onder de klanten. Ook deden we vanaf het begin mee aan “donderdag veggiedag”, wat heel groot is geworden in België en dat is ontstaan in Gent. Inmiddels serveren we zelfs drie, vier dagen in de week alleen vegetarisch.’
Bij dit concept paste ook niet dat Van Aken traditionele, grote merken op de kaart zet. ‘Merken als Duvel en Carlsberg bieden geld om hun bier te verkopen. Maar alle horeca aan de Kouter schenken Duvel. Ik heb daarom Omer van Bockor, ook al scheelt dat meer dan 10.000 euro aan inkomsten. En van de biologische broodjes en soepen staat op de kaart waar ze vandaan komen, zodat iedereen weet: de vis komt van de beste vishandel van Gent. Alles in de winkel moet ook een eigen verhaal hebben.’

In het assortiment heeft Van Aken even radicale keuzes gemaakt. Radicaler nog zelfs dan in zijn eerste winkel. Reisgidsen, esoterie en kunst gingen eruit. ‘Voor rubrieken die ik niet heb, verwijs ik liever door. Ook naar Standaard Boekhandel. Klanten zijn daar alleen maar blij mee. Ze zien dat je geen kruideniersmentaliteit hebt.’ In plaats daarvan werd literatuur en filosofie nog dieper. ‘En de twee commerciële rubrieken: prentenboeken en culinair.’
Die diepgang is onontkoombaar. De kasten literatuur bevatten veel series compleet als de Perpetua Reeks (Athenaeum-Polak & Van Gennep) en backlist van grote binnen- en buitenlandse auteurs. Ook de kasten poëzie – 1500 tot 1600 titels bij elkaar – en boeken over boeken zijn indrukwekkend. 
De voorraad is de grote kracht van Het Paard van Troje. ‘Maar ook mijn grootste zwakte,’ erkent Van Aken. ‘De omloopsnelheid van veel titels is laag.’ Zoals te zien is aan veel frontaal gepresenteerde boeken, waarvan het omslag open bladert vanwege te lang rechtop staan – ook al is Van Aken in februari met een compleet nieuwe voorraad begonnen. ‘Ik moet voortdurend zorgen voor een balans. Voor voldoende titels die wel hard gaan. Geregeld maken we ook zelf bestsellers zoals Peter Buwalda, waarvan wij al giga hadden verkocht voor Standaard Boekhandel hem had.’

Helemaal af is de winkel nog altijd niet. Dat zie je direct aan de twee treden omlaag van het grote pand naar het kleine pand. Maar Van Aken somt meer op: het verven onder de kasten of het aanbrengen van plinten en de logo’s van partners als Bilbo (voor het cd-assortiment) en Sterling Books (voor Engelstalig). Ook de rubrieksaanduidingen kan beter. Die bestaat uit scrabble-letters – dat is te ielig, en bovendien lijkt hij her en der te ontbreken. Zo moet je in de kinderhoek goed zoeken.
Desalniettemin is Van Aken dik tevreden. Gezien de penibele financiële situatie had hij maar een half jaar om zich te bewijzen. En dat is dankzij de mond-tot-mondreclame en free publicity, dankzij veel bezoekende journalisten, ruimschoots gelukt. Hij draait gemiddeld 65.000 euro omzet per maand – zo’n 10.000 euro meer dan destijds in Gent en Leuven samen. ‘De horeca is daarvan zo’n 7 à 8 procent, de cd’s en dvd’s 6 procent. De rest is dus boeken. En omdat we niet leveren aan scholen en bibliotheek: allemaal kassaverkoop. Als het zo doorgaat, hebben we in januari alle schulden weggepoetst.’
(Eerder in bekorte vorm gepubliceerd in Boekblad magazine 15, 2012)

Zie ook:

maandag 3 december 2012

Arie Boomsma, denk goed na over Amazon


Arie Boomsma moet klaarzitten voor een telefoontje van Amazon, schreef Ernst-Jan Pfauth vrijdag in nrc.next. Zijn roman De relishow is niet verkrijgbaar als e-boek, en als zijn uitgeverij Prometheus die alsnog uitbrengt zal die veel te duur zijn: 15 euro of daaromtrent. Want die ‘bange uitgevers’ hanteren een korte termijnstrategie, waar Amazon gelukkig een einde aan zal maken.
Het miljardenbedrijf uit Seattle richt in Europa een uitgeverij op, maakte het vorige week bekend. Vooralsnog niet in Nederland, als het dat ooit al doet, maar het gaat om het idee. Dat betekent dat Amazon bestsellerauteurs in Europa een contract aanbiedt met veel gunstiger royaltypercentages en de consument veel lagere prijzen rekent. Of Arie Boomsma een bestsellerauteur is, durf ik niet te zeggen, maar nogmaals: het gaat om het idee.
Met deze stap zet Amazon niet zozeer de uitgeverijen buitenspel, zoals Pfauth schrijft, de internetboekhandel wordt zelf een uitgeverij – en heeft dan ook alle kosten van een uitgeverij. Denk aan: redactie, vormgeving, productie, marketing. Ook Amazon, dat al zijn uitgaven ook op papier op de markt brengt, moet daar gewoon voor betalen, wil het producten met voldoende kwaliteit verkopen. De productie- en opslagkosten van digitale boeken zijn bovendien echt niet zó veel goedkoper dan van papieren boeken.
Het is niet waar dat Amazon deze kosten niet of nauwelijks doorberekent aan de consument, zoals Pfauth denkt. Uit een recente Britse studie blijkt dat Amazon alleen titels uit de top 20 tegen de goedkoopste prijs aanbiedt. Boeken die minder snel lopen zijn elders vaak goedkoper te krijgen. Wel wil Amazon zo veel mogelijk exemplaren van hun eigen e-reader, de Kindle, verkopen. Directeur Jeff Bezos gaf het onlangs toe: de Kindles gaan tegen kostprijs de deur uit.
En waarom? De Kindle maakt gebruik van een eigen eco-systeem. Wie e-boeken voor de Kindle koopt, kan ze op geen enkele andere reader lezen. En hoe meer boeken je bij Amazon hebt gekocht, hoe groter de stap wordt om ooit nog bij een andere webwinkel boeken te gaan kopen - ook als ze daar een of twee euro goedkoper zijn.
Het is dus een korte termijnstrategie van consumenten zoals Pfauth om Amazon al te zeer te prijzen. Hopelijk denkt Arie Boomsma daar ook aan als het telefoontje van Amazon ooit komt.

NB. Dit stuk heb ik op 10-12 geupdate.

zondag 2 december 2012

Gerard Reve, Nop Maas & de AKO Literatuurprijs


Hoeveel eigen mening staat Nop Maas zichzelf toe in zijn duizenden bladzijden tellende kroniek van Gerard Reve’s leven? In het algemeen: weinig. Hij stelt zich op als het doorgeefluik van alle feiten die hij verzameld heeft. Maar dat hij het toch erg matig besproken Bezorgde ouders, verschenen in 1988, een van de hoogtepunten uit het oeuvre vindt, moge duidelijk zijn. Als Hanny Michaelis aan de auteur schrijft dat ze de roman een meesterwerk vindt, noteert Maas: ‘terecht’. En als de jury van de nog nieuwe AKO Literatuurprijs Bezorgde ouders niet nomineert schrijft hij:

‘De AKO-jury bestond [naast Hans Warren] uit de literatuurkenners Erik Jurgens, Hendrik van Gorp, Hannemieke Stamperius en Jacq Firmin Vogelaar. De prijs ging dan ook naar Het koekoeksjong van Brigitte Raskin.’

Meesterlijk, die subtiele terechtwijzing.

Zie ook:

zaterdag 1 december 2012

Christiaan Weijts, 'Euforie' (BOEK)


Architect hervindt zichzelf

Johannes Vermeer – ja, zoals de schilder – is architect. Zijn bureau LVE Architecten dingt mee in een prijsvraag om het centrum van Den Haag te herbouwen dat na een terroristische aanslag deels is verwoest. Maar deze aanslag heeft een veel ingrijpender invloed op zijn leven. Toevallig aanwezig als redder ziet hij in de tramtunnel in een flits een jeugdliefde. Deze vluchtige ontmoeting kost hem zijn huwelijk, maar helpt hem uiteindelijk ook zichzelf terug vinden.
Het plot van Euforie zit doortimmerd in elkaar. Maar om het plot hoef je de derde roman van Christiaan Weijts niet te lezen. Daarvoor gaat hij niet diep genoeg in op de psychologische aspecten van zijn personages. Waarom gaat hij zo makkelijk voorbij aan de bedreigingen aan het adres van Vermeer? denk je tijdens het lezen. Of: hij laat zijn vrouw wel heel makkelijk uit zijn leven verdwijnen. En de weinig onverwachte apotheose van de ontwerpwedstrijd is ook in vloek en een zucht voorbij. Als lezer moet je maar van Weijts aannemen dat alles impact op zijn personage heeft.
Het bouwwerk van de roman is dan ook vooral bedoeld om te excelleren in wat Weijts’ sterkste punt is: het mini-essay. Het levendig geschreven Euforie staat barstensvol met intelligente, rake observaties over architectuur, maar ook politiek, media en wat nog meer voorbij komt. Ook de diepere boodschap over het sterker tevoorschijn komen uit tegenslag, waar de oorspronkelijke betekenis van het Oudgriekse woord naar verwijst, is fraai uitgewerkt.
Zo sla je Euforie wel degelijk met een bevredigend gevoel dicht.

Christiaan WeijtsEuforie (400 p.) – De Arbeiderspers, € 21,95, ISBN 978 90 295 8627 6
(Eerder gepubliceerd in BOEK 6, 2012)

Zie ook:
- De architectenroman van Jamal Ouariachi: 'De vernietiging van Prosper Morel'
- De architectenroman van Arnon Grunberg: 'De man zonder ziekte'