dinsdag 12 mei 2020

Groepsportretten: hoe willen mensen met een donkere huidskleur worden genoemd? (Onze Taal)

Welke woorden willen leden van een minderheidsgroep liever meer horen als het over henzelf gaat? Wat zijn de alternatieven? Binnen ons jaarthema over schurende taal laten we verschillende groepen aan het woord. In de eerste aflevering: mensen met een donkere huidskleur.

Nooit meer het n-woord!
Maar welke woorden dan wel? 

In Nederland was er weinig begrip voor het ontslag van Ron Jans. De voetbaltrainer moest half februari opstappen bij FC Cincinnati omdat hij in de kleedkamer als witte man het n-woord in de mond had genomen toen hij een paar regels meezong met een rapliedje. Zo erg was dat toch niet? In Amerika, schreven de media, is het woord fel omstreden, in het Nederland kun je nog best het n-woord gebruiken.
Die conclusie vond Mitchell Esajas (31) typisch. “In Nederland kan het óók niet”, zegt de oprichter van The Black Archives. “Hier wordt alleen minder rekening gehouden met zwarte mensen. Dat media het n-woord toch gebruiken, komt voort uit een gebrek aan bewustzijn, gebrek aan empathie en gebrek aan kennis.”

Zwarte Piet
Er zijn in de loop der tijd veel termen in omloop geweest om mensen met een donkere huidskleur aan te duiden. De schrijfster Henna Goudzand Nahar (66) vulde op school bij de vraag naar afkomst nog in: “creool”. Tegenwoordig circuleren woorden als zwartof omschrijvingen als gekleurde mensenmensen van kleurof kleurling
En dus, nog altijd, het n-woord. De dichter Dean Bowen (35) hoort het zelfs steeds vaker. “Juist omdat er momenteel zo veel wordt gesproken over Zwarte Piet en racisme, is er een groep mensen die het doelbewust bezigt om schade te berokkenen. Het is een voorspelbare tegenbeweging.”
Het n-woord is met afstand het ergst – verschillende geïnterviewden weigeren het pertinent in de mond te nemen, reden waarom het ook hier verder niet voluit wordt geschreven. Daarbij lijkt te gelden: hoe jonger de persoon, hoe sterker hij zich tegen het woord verzet. “Ouderen accepteren het woord eerder, omdat het in hun jeugd gebruikelijker was, ook al had het toen evengoed een negatieve lading”, zegt Levi Ommen (21), studente International Relations en Organisations.
Soms wordt dan tegengeworpen: in rap hoor je het toch ook te pas en te onpas? “Maar rappers gebruiken het om de onderdrukking van de zwarte mens te benadrukken”, legt Esajas uit. “Ook in Nederland. Maar het is anders als een witte rapper het doet.”

Apartheid
Ook andere begrippen roepen soms wrevel op. Urwin Vyent (60), directeur van hetNationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis,herinnert zich de strijd in de jaren tachtig tegen allochtoonen de mislukte pogingen dat te vervangen door medelanderof nieuwe Nederlander.“Met allochtoonwerd je weggezet in een hoekje: de groep voor wie witte mensen beleid moesten maken.”
Mensen met een donkere huidskleur ergeren zich eveneens aan een gebrek aan historisch besef. Esajas: “Ik lees een enkele keer kleurling. Heel raar. Roept dat dan niet onmiddellijk associaties op met hét systeem van onderdrukking van ‘coloured people’: de Apartheid?”
Toch is het heel persoonlijk wat wel of niet kan. Goudzand Nahar vindt dat met zwartin praktijk iedereen die niet-wit is op een grote hoop wordt gegooid. “Ook mensen met een Arabische en Chinese achtergrond worden daaronder geschaard. Verwarrend en lastig vinden sommigen dat, merk ik.” Dan liever mensen van kleur, hoewel ze gruwt van het anglicisme. “Het Nederlands zou krachtig genoeg moeten zijn om zelf iets creatiefs te bedenken.”
Maar Bowen heeft het een precies tegenovergestelde voorkeur. Mensen van kleurvindt hij een “verzamelterm in witte samenlevingen voor iedereen die niet-wit is. Dat kun je dus alleen gebruiken als je praat over de machtsdynamiek in overwegend witte landen.” Dan liever zwart. “Dat woord raakt het meest aan de gedeelde ervaring die ik deel met andere mensen, waarbij toch een minimale mate van neutraliteit is gewaarborgd.”

Surinamer
Mensen met een donkere huidskleur hebben zelf een voorkeur voor een onbevooroordeelde term die past bij hun identiteit. Surinaamse Nederlanderbijvoorbeeld, al hangt het gebruik af van de context. “Ik doe een internationale studie”, zegt Ommen. “Dan ben ik Nederlands. Maar op straat zal niemand zeggen: ‘Daar loopt een leuk Nederlands meisje.’ Dan ben ik Surinaams-Nederlands. Prima. Ik ben óók Surinaams opgevoed – met het eten, de taal.”
“Ik vind het niet erg om Surinamer te worden genoemd”, meent ook Vyent, die anders dan Ommen in Suriname is geboren. “Het is net als iemand uit Brabant. Die vindt het evenmin een probleem als iemand hem Brabander noemt. Je kunt ook heel goed allebei zijn: Nederlands en Surinamer.”
Maar opnieuw: het luistert heel nauw. Bowen noemt zich bewust 'Nederlander'. “Het begrip opeisen helpt om duidelijk te maken dat het Nederlanderschap divers is binnen een samenleving die allang niet meer homogeen is. Maar als ik er niet aan kan ontsnappen noem ik mezelf ‘zwarte man’. Cruciaal is het bijvoeglijk gebruik van zwart. Ik ben geen ‘zwarte’, maar ik heb nu eenmaal een zwarte huidskleur.”

Wit
Ondanks de vergoelijkende berichtgeving rond het ontslag van Ron Jans is er een grotere bewustwording bij witte mensen over hun taalgebruik. De NOS heeft blankbijvoorbeeld vervangen door wit. Dat wordt toegejuicht. Goudzand Nahar: “Blankroept associaties op met zuiver, edel, nobel en met het kolonialisme.” Esajas: “Terwijl witmeteen doet denken aan begrippen als ‘white privilige’ [het sociale voordeel dat witten hebben in gemengde samenlevingen – MD]. Het roept de discussie op die gevoerd moet worden.”
Zeker in grote steden als Rotterdam, waar Bowen woont, is men zó gewend aan de bonte mengeling van mensen dat “je vanzelf nadenkt over de taal die je spreekt”, merkt hij op. “Alleen in afgelegen plattelandsdorpen kan men zich de luxe veroorloven te doen alsof het je niet aangaat. Dan voelen zulke discussies over woorden heel marginaal. Maar als je daar begrip voor toont, kun je met hen wel een open gesprek voeren.”
Toch valt er nog een wereld te winnen. “Ik spreek minstens een keer per maand iemand aan omdat die persoon bijvoorbeeld het n-woord gebruikt”, vertelt Ommen. Wat er dan gebeurt? “Ofwel ze reageren defensief:  ‘Ik bedoel het niet zo.’ Ofwel agressief: ‘Als je het niet goed vindt, ga dan maar weg hier. Hier zeggen we het nu eenmaal zo.’ Niemand maakt excuses. Soms zeggen ze dat ze het woord niet meer in mijn bijzijn zullen gebruiken.”
Het zou daarom goed zijn, hopen mensen met een donkere huidskleur, als witte mensen nog beter beseffen dat hun taalgebruik – meestal onbedoeld – kwetsend kan zijn. Wat ze wél kunnen zeggen, is lastig: deze groep is lang niet zo homogeen als het in alle argeloosheid soms lijkt. Misschien getuigt het daarom van het meeste respect om simpelweg te vragen: ‘Hoe wil je worden genoemd?’
(Eerder gepubliceerd in Onze Taal, apr 2020)

Geen opmerkingen: