vrijdag 15 juli 2016

Duitse vertaling van Gerbrand Bakkers dagboek kan gewoon verschijnen (Boekblad)

Kan de Duitse vertaling van Gerbrand Bakkers Jasper en zijn knecht in september gewoon verschijnen? Zijn dagboek bevat talloze namen van echt bestaande personen, over wie je in Duitsland niet ongevraagd mag schrijven. Het probleem is inmiddels opgelost.

Groot alarm op het weblog van Gerbrand Bakker vorige week. 'Lang nadat Andreas Ecke Jasper und sein Knecht vertaald had,' schreef de auteur 'stond iemand op de Duitse uitgeverij er eens goed bij stil. Wacht eens even, mag je in Duitsland eigenlijk wel… Nee, dat mag je niet. Je mag over niemand schrijven zonder toestemming. "Ach, even een belletje of een mailtje," zei iemand. Er staan ontstellend veel namen in het boek! Zo gaat dat met dagboeken, je schrijft over alles en iedereen. '
Bakker 'zag het misschien te zwaar', zegt zijn uitgeefster Eva Cossée die ook voor het bij de Arbeiderspers verschenen deel in de reeks Privé-domein de buitenlandse rechten van Bakker beheert. Toen hij zijn blog postte, had zij al een afspraak met hem 'om er een ochtendje voor te gaan zitten met een kop koffie om de alternatieven te bespreken. Het boek verschijnt in september, over ruim twee maanden. We hebben het allemaal ruim op tijd geregeld.'
Het is bovendien niet zo dat uitgeverij Suhrkamp het probleem pas onlangs ontdekte, zoals Bakker dacht. 'Ik heb het manuscript meteen gelezen toen het in december af was en heb daarna de redacteur bij Suhrkamp uitgelegd wat voor soort boek het is: een dagboek waarin hij uitgebreid over kennissen in Schwarzbach [het dorp in de Eifel waar hij woont] en familie, vrienden en collega's in Nederland schrijft. De redacteur begon meteen over het Duitse persoonlijkheidsrecht.'
Duitsland kent strenge regels op dit gebied, legt Cossée uit. 'Je mag alleen over een ander schrijven – positief of negatief – als die toestemming geeft. Anders moet je de naam veranderen. Als het om een publieke persoonlijkheid gaat mag je alleen zonder toestemming vooraf over zijn publieke optreden schrijven. Je mag dus wel schrijven wat je van Angela Merkels uitspraak Wir schaffen das vindt, maar niet over een mogelijk onaangenaam voorval uit haar jeugd in Leipzig. Eigenlijk wel fijn. Niemand kan schaamteloos op je schelden.'
Behalve Mein Kampf van Adolf Hitler is de roman Esra van Maxim Biller uit 2003 daarom het enige boek dat officieel in Duitsland is verboden. Biller beschreef hierin het huwelijk met de actrice Ayşe Romey. Nadat zij zich herkende in het negatieve portret van de hoofdpersoon, won ze een jarenlange juridische strijd, tot aan de Duitse Hoge Raad, tegen haar ex en zijn uitgever Kiepenheuer & Witsch. Vertalingen van de roman konden wel gewoon verschijnen – zij het niet in het Nederlands.
Uiteindelijk heeft Cossée in overleg met de auteur 'twintig tot vijfentwintig' passages van Jasper en zijn knecht aangepast. 'Dat betekent concreet dat we soms namen hebben veranderd, alleen de voornaam hebben gebruikt of toestemming hebben gevraagd. Dakdekker Rudi is inmiddels overleden, maar zijn weduwe gaf de toestemming meteen. Voor de Nederlandse schrijvers hoefde dat niet. Dat zijn publieke persoonlijkheden. Dat ze dat niet in Duitsland zijn doet niet ter zake, al is bijvoorbeeld Dolf Verroen ook daar bekend.'
Geldt dat ook voor de passage over Anton Dautzenberg, waarin Bakker onthult dat bij deze schrijver in zijn jeugd een moedervlek op zijn arm is weggesneden, waarna een stuk vel uit Dautzenbergs lies naar de arm is getransplanteerd zodat er nu schaamhaar op zijn arm groeit? Cossée: 'Daar heeft Dautzenberg toestemming voor gegeven! Hij vond dat juist leuk. Zulke zinnetjes zijn natuurlijk ook te leuk om weg te halen. Dat vond Gerbrands Duitse redacteur ook.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 12 jul)

Zie ook:


woensdag 13 juli 2016

Latijnse namen hebben nog altijd cachet (Taalunie:Bericht)

Nog lang nadat niemand meer Latijn sprak, bleef het de belangrijkste taal van Europa. Het Latijn heeft dan ook Europa gevormd, aldus Jan Bloemendal die daarover een boek schreef. Tot op de dag van vandaag is de dode taal levend gebleven.

Is de Brexit een kans voor Latijn? Zonder Groot-Brittannië kan Engels moeilijk de gemeenschappelijke taal van de Europese unie blijven. 'Ach nee, dat meen ik niet', zegt de latinist Jan Bloemendal er meteen achteraan. 'Het Engels zal leidend blijven. Te veel mensen spreken het als moedertaal. Het Engels laat ook een redelijke variatie aan taalgebruik toe. En Latijn wordt al snel als elitair gezien.'
De dominante positie die de taal van de Romeinen tot 1750 had, waarover Bloemendal onlangs Latijn. Cultuurgeschiedenis van een wereldtaal publiceerde, zal nooit meer terugkeren. 'Toch is het raar dat Latijn zo'n imago heeft. Al vanaf de Middeleeuwen was het voor iedereen een tweede taal. Iedereen kon het leren. De enige voorwaarde was scholing. Ook daar had iedereen redelijk toegang toe. Handwerklieden konden een kind naar een klooster- of kapittelschool sturen om geestelijke te worden.'
Maar hij is niet pessimistisch over de toekomst van Latijn. 'De belangstelling voor geschiedenis en dus ook de oudheid neemt toe. Er zijn pleidooien om de taal meer op school aan te bieden. En vaak zoeken bedrijven een Latijnse naam. Syntus, Essent. Zulke namen hebben cachet én roepen nooit controverse op. Ik word daar ook voor geraadpleegd. Of ik een passende Latijnse naam weet voor een restaurant.'

De Romeinen waren tolerant voor de veroverde volken, schrijft Bloemendal in zijn boek, maar wie handel dreef of een bestuurlijke carrière ambieerde, was genoodzaakt Latijn te leren. Zo werd de taal overheersend in Europa. Later nam de katholieke kerk het Latijn over, waardoor het ook na de val van Rome in 476 belangrijk bleef. Het is nog maar vijftig jaar geleden dat de mis in het Latijn werd afgeschaft.
'Het christendom was aanvankelijk een Griekstalige religie', vertelt de onderzoeker van het Huygens Instituut. 'Dankzij Augustinus stapte men in het Westen over op de taal die iedereen sprak. Naar het schijnt had hij een hekel aan het Grieks, maar waarom hij dat had, weten we niet. Hij beheerste het wel. Misschien komt het omdat hij op latere leeftijd Grieks leerde en er daarom meer moeite voor moest doen.'
Ook toen het geschreven Latijn van Cicero – nog altijd dé norm voor Latijn – niet meer leek op de gesproken talen, bleef de taal belangrijk. Intellectuelen in heel Europa konden in het Latijn met elkaar communiceren. Bloemendal geeft als voorbeeld het baanbrekende boek van Galileo Galilei: het was in het Italiaans geschreven maar werd onmiddellijk in het Latijn vertaald om zijn theorieën te kunnen verspreiden.
Pas in de achttiende eeuw verloor Latijn het van de volkstalen. 'Humanisten die Latijn schreven begonnen soms in de eigen taal te dichten. Puur uit intellectuele nieuwsgierigheid. Maar zo nam de status van de volkstalen toe. Daarop gingen wetenschappers hun werk in de eigen taal publiceren. Dat kwam door societies als de British Academy die vonden dat ook hun taal belangrijk was. Dan was de verspreiding maar beperkter.'
Het gebruik van Latijn had bovendien ook nadelen. Het was weliswaar een precieze taal dankzij de naamvallen, rijke woordenschat en kernachtige formuleringen – en dus geschikt voor wetenschap. Maar omdat het voor niemand een moedertaal was, kostte het veel moeite om het écht te kunnen gebruiken. 'Vergelijk het met Engels nu. We denken dat we een aardig mondje Engels brabbelen, maar probeer maar eens een roman in het Engels te schrijven. Die tekst zal door native speakers grondig moeten worden gereviseerd.'

Volgens Bloemendal heeft de dominantie van Latijn grote gevolgen gehad. De taal heeft Europa gevormd, is de stelling van zijn boek. 'Elke taal heeft zijn eigen kleuring aan woorden', legt hij uit. 'Zijn eigen gevoelswaarde. Als bijvoorbeeld het Grieks de taal van het Romeinse Rijk was geworden – ze hadden immers grote eerbied voor het Grieks en leerden die taal ook – waren de kernwaarden van Europa anders geweest.'
Deze kernwaarden zijn volgens Bloemendal humanitas (menselijkheid) en caritas (naastenliefde). Het eerste hebben we te danken aan de Romeinen, het tweede aan het christendom. 'Kijk naar de verklaring van de universele rechten van de rechten van de mens. Daar staat niet: "alle mensen zijn broeders en zusters". Nee, ieder mens wordt aangesproken op zijn mens-zijn. De verklaring is doordrenkt van humanitas.'
Dus al blijft het Engels ook na de Brexit dominant, onbewust staan we nog allemaal onder invloed van Latijn.
(Eerder gepubliceerd op Taalunie:Bericht, jul 2016)

zondag 10 juli 2016

Interview Gerbrand Bakker over uitgegeven worden in Duitsland (Boekblad)

Gerbrand Bakker woont sinds enkele jaren in de Eifel. De schrijver is ook in Duitsland een gevierd auteur. Hij kijkt uit naar de verschijning van de Duitse vertaling van zijn nieuwe boek – maar juist niet naar de Frankfurter Buchmesse.

‘Nederlandse uitgevers kunnen nog iets leren van Duitse flapteksten’

Een stuk of vijftien lezingen in boekhandels verspreid over heel Duitsland. Gerbrand Bakker heeft een volle agenda als in september de Duitse vertaling van Jasper en zijnknecht verschijnt, dat onlangs uitkwam als deel 287 van de reeks Privé-domein. Hij heeft er zin in. ‘Hoewel ik tegenwoordig gewoon het vliegtuig durf te nemen, kan ik in die heerlijke Duitse witte treinen van stad naar stad reizen. Tijdens het middageten, zodat ik in de Bord Bistro kan eten. Flesje wijn erbij.’
Niet dat optreden in Nederlandse boekhandels níet leuk is, maar: ‘zo horkerig als Nederlanders zijn, zo voorkomend zijn de Duitse lezingenbezoekers’, vindt de schrijver van Boven is het stil. ‘Duitsers hebben ook meer ontzag voor de literatuur en daarmee automatisch voor schrijvers. Dat merk je. Bezoekers durven niet goed dingen te vragen omdat jij De Schrijver bent. Daar komt bij dat optredens in Duitsland beter betalen. Het is een maand aanpakken, maar dan heb je een lekker klapje geld.’
Duitsers zijn gewend dat een schrijver tijdens zijn Lesung een uur voorleest. Bakker houdt dat niet vol: zo lang geconcentreerd proberen een andere taal correct en in een goed ritme. ‘Ik raak in de war van al die rare trema’s. Ik lees dan wel iets voor, maar zeg ook: ik ben een Nederlander, we doen dus een Nederlandse lezing, ik verwacht vragen. Dat vindt men not done, maar voor je het weet, zit iedereen door elkaar te kakelen en wordt het een gezellige boel.’

Dankzij alle lezingen heeft hij in de loop der jaren zulke goede associaties bij Duitsland gekregen dat hij er met plezier is gaan wonen. Hij schrijft daar uitgebreid over in Jasper en zijn knecht, dat zijn leven beschrijft van december 2014 tot afgelopen maart. Het werk in de tuin. De wandelingen door de bossen met zijn inmiddels overleden hond. De gesprekken met de buren, aan wie hij zich ooit voorstelde door hen ieder twee vertaalde boeken cadeau te doen. En bezoek van collega-auteurs.
Toch was Duitsland geen bewuste keuze. ‘Met tuinmaat Han werkte ik een paar dagen in de tuin van het huisje van Boekhandel Bloemendaal in de Eifel. We liepen er rond in de buurt, ik zag een huis te koop staan en dacht: hm, ja. Het ligt mooi in een veilig dalletje. En het kost daar geen drol. Hetzelfde huis plus grond was in Oost-Nederland tien keer zo duur geweest. Daar komt bij dat het niet te ver van Amsterdam is, waar ik nog vaak moet zijn. Het is met de auto 341 kilometer naar mijn appartement hier.’

Het land was in 2001 ook het eerste dat werk van hem vertaalde: Perenbomen bloeien wit, destijds Bakkers enige boek. Andrea Kluitmann, vertaalster Nederlands-Duits, had een leesrapport bij uitgeverij Patmos ingediend en mocht de jeugdroman toen vertalen. Het boek heeft het goed gedaan: drie drukken en een taschenbuch bij Fischer. ‘De eerste keer dat ik mijn eigen werk in een andere taal las en het leek alsof een ander het heeft geschreven. Dat geeft de uitgave wel een speciaal plekje in mijn hart.’
Vanaf Boven is het stil heeft Suhrkamp al zijn werk vertaald: drie romans, de columns over dieren die zijn gebundeld in Ezel, schaap en tureluur en nu Jasper en zijn knecht. ‘De uitgeverij heeft alles veel te snel na de oorspronkelijke Nederlandse uitgave gebracht, waardoor er in Duitsland ook al vijf jaar geen nieuw boek is verschenen. Maar mijn Lektorin Julia Ketterer vindt mij als naam bekend genoeg om een autobiografisch boek uit te geven. Van Oben ist es still zijn meer dan 100.000 exemplaren verkocht.’
Hij is zonder meer tevreden met Suhrkamp als uitgever. ‘Er is over alles contact. Als ik het meisje van de pr vraag om een overzicht van alle lezingen, krijg ik dat meteen. Ze mailt nu ook iedere week met ideeën over de promotie van het boek. Ze gedragen zich als míjn uitgever. Dat kun je van veel buitenlandse uitgevers niet zeggen. Vaak hoor je niets. Soms krijg je verdomme niet eens je auteursexemplaren. Zelfs van een uitgeverij met een grote reputatie als Einaudi hoor je helemaal niets.’

Zolang er maar contact is, geeft Bakker Suhrkamp alle vertrouwen om te doen wat hen goed dunkt. ‘Met mijn uitgever Cossee en voor dit Privé-domein met de Arbeiderspers zit ik uren en uren te praten over een boek. Mijn Lektorin krijgt een kant-en-klaar boek. In Nederland beslis ik mee over het omslag, maar wat weet ik van wat de gemiddelde Duitse lezer mooi vindt? Al vind ik de vormgeving van Suhrkamp altijd mooi – ook het omslag van Jasper und seine Knecht.’
Hoe verder van huis, vindt Bakker, hoe minder een schrijver zich ook lijkt te mogen bemoeien met zijn werk. Maar als het goed gaat is het niet erg. ‘Nederlandse uitgevers zouden zelfs iets kunnen leren van Duitse: hoe ze prospectus- en flapteksten schrijven. In Nederland staat er plompverloren: een boek om te lachen en om te huilen, openhartig, meeslepend. In Duitsland zijn die teksten doordacht. Bijna recenserend. Dat je denkt: ja, mooi, dat klopt.’
Geldt dat ook voor boekverkopers – dat ze nog iets van hun Duitse collega’s kunnen leren? In Jasper en zijn knecht beklaagt Bakker zich over Nederlandse boekhandelaren die zich zien als ‘hoeders van cultuur’. In hun boekhandels verlopen lezingen vrijwel altijd catastrofaal omdat ze meer bezig zijn met zichzelf en hun hogere taak dan met de optredende schrijver. ‘Duitse boekhandels zien zich gelukkig niet als hoeders van cultuur. Maar de mores in beide landen ontlopen elkaar niet veel.’

Tijdens zijn lezingentournee door Duitsland maakt Bakker ook halt op de Frankfurter Buchmesse. Hij is er drie dagen – niet op uitnodiging van het Nederlands Letterenfonds, maar op die van Suhrkamp. Dáár heeft hij geen zin in. ‘Al die duizenden mensen. En dat schreeuwt en loopt en doet. Een treurige aangelegenheid.’ Maar het hoort erbij, vindt Bakker. En hij komt er vrienden en collega’s tegen. ‘Ik ken Dolf Verroen al 35 jaar. Het is leuk dat we nu voor het eerst samen op een beurs zijn.’

En de rest van de wereld
Bakkers werk is in meer dan 25 talen vertaald, inclusief Amhaars en Koreaans. Maar eigenlijk alleen de Duitse en Engelse vertalingen leveren hem geld op. ‘In alle andere talen mag je blij zijn dat je wordt uitgegeven. De verkoop komt nooit boven het voorschot uit – van hooguit 2000 euro. Ik vind het natuurlijk wel fantastisch: al die buitenlandse exemplaren in mijn kast. Als uitgevers de moeite nemen me uit te nodigen, kom ik ook. Begin juli ben ik daarom op een festival in Skopje. Ik zie er wel tegenop. Ik ben het Macedonisch totaal niet machtig. Ik word er al doodmoe van dat in Frankrijk alles wat ik zeg moet worden vertaald door een tolk.’
(Eerder gepubliceerd in Boekblad juni 2016)

Zie ook:

vrijdag 8 juli 2016

Amsterdam International Antiquarian Bookfair maakt nieuwe start (Boekblad)

Een nieuwe locatie, een nieuw deelnemersveld én een nieuwe uitstraling. Zo hoopt de Amsterdam International Antiquarian Bookfair het aantal bezoekers fors te verhogen.

De 36e editie van de beurs vindt op 1 en 2 oktober plaats in het Marriott hotel in het hart van Amsterdam. Met meer dan vijftig toonaangevende antiquaren is het deelnemersveld bijna verdubbeld. Maar belangrijker, vindt bestuurslid Laurens Hesselink van de organiserende stichting, is dat er ook antiquaren uit het buitenland komen: uit Amerika, Engeland, Spanje, Portugal, Duitsland, Italië, Frankrijk en zelfs Argentinië. 
'In de jaren tachtig was Amsterdam een van de belangrijkste beurzen in de wereld met een groot internationaal deelnemersveld', zegt Hesselink. 'Dat is helaas verdwenen. Waarom, durf ik niet te zeggen. Maar de laatste jaren was het een ingeslapen boel geworden. Vorig jaar hadden we 800 bezoekers. Veel te weinig natuurlijk. Daarom proberen we de beurs nu nieuw leven in te blazen.'
Om te beginnen heeft de organisatie het deelnemersveld weer op orde gekregen. Nu is het zaak voldoende marketing te bedrijven. Hesselink: 'We adverteren in alle internationale vakbladen en willen dat bepaalde deelnemers door hen worden geïnterviewd. We hebben een pr-team opgezet dat ons moet helpen de juiste contactpersonen te vinden. En iedere deelnemer moet er zelf reuring aan geven.'
Ook wil de stichting een jongere generatie interesseren voor het antiquarische boek. Dat gebeurt onder meer door vier keer – twee keer per dag – een rondleiding te organiseren door een bibliothecaris die zijn of haar favoriete exemplaren op de stands te laten zien. Iedere rondleiding wordt door een andere bibliothecaris gegeven zodat er verschillende smaken aan bod komen. 'Enthousiasmeren met een niet-commerciële insteek' noemt Hesselink het.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 5 jul)

donderdag 7 juli 2016

Nominaties Beste Bibliotheek van Nederland bekendgemaakt (Boekblad)

Alphen aan den Rijn, Den Helder, Oosterhout, Schiedam, Wijchen en Winschoten. De openbare bibliotheken uit deze plaatsen staan op de shortlist van de verkiezing van Beste Bibliotheek van Nederland.

Dat heeft de redactie van Bibliotheekblad bekendgemaakt. Zij kiest de shortlist op basis van de gemotiveerde voordrachten – van bibliotheken zelf of van collega-bibliotheken. Alle genomineerde bibliotheken krijgen de komende maanden bezoek van een mystery guest, waarna iedere organisatie uitgebreid wordt geïntroduceerd op de site van het vakblad. In het najaar kiest een vakjury én het publiek de beste bibliotheek. Beide stemmen wegen voor de helft mee.
De redactie heeft dit jaar met name gelet op de vijf kernfuncties die de nieuwe bibliotheekwet aan de openbare bibliotheek toekent, legt hoofdredacteur Eimer Wieldraaijer uit. Dat zijn de bibliotheek als 1) warenhuis van kennis en informatie, 2) centrum voor ontwikkeling en educatie, 3) encyclopedie van kunst en cultuur, 4) inspiratiebron voor lezen en literatuur, en 5) podium voor ontmoeting en debat. De redactie heeft daarnaast gelet op de mate waarin bibliotheken een spin in het lokale netwerk zijn.

Rijn en Venen (Alphen aan den Rijn) is geselecteerd vanwege hun vorig jaar geopende eLAB, waarmee de bibliotheek bezoekers mediawijsheid wil maken in het digitale tijdperk. Wieldraaijer: 'Bibliotheken zijn allemaal bezig met het vormgeven van hun digitale bibliotheek, met fablabs en noem maar op. Rijn en Venen geeft een mooi voorbeeld van hoe ze hiermee een nieuw publiek aanboren in hun werkgebied.'

Den Helder heeft een gloednieuwe – in mei geopende – bibliotheek, die al een uitstekend rapport kreeg van de mystery guest van Bibliotheekblad. Het pand is een mengeling van nieuwbouw en een gerenoveerd oud schoolgebouw uit 1905. Wieldraaijer: 'Zij werken ook heel veel samen met lokale partners, zoals het onderwijs.'

Theek5 (Oosterhout) wordt geroemd vanwege de al jarenlang volgehouden actieve houding. Wieldraaijer: 'Zij doen veel met het onderwijs. Veel ook aan leesbevordering en wegwerken taalachterstanden. Maar de bibliotheek is vooral actief in het organiseren van literaire evenementen. Op dat gebied is het de meest dynamische bibliotheek van Nederland. Directeur Theo Peeters kent bij wijze van spreken elke schrijver persoonlijk.'

De Korenbeurs (Schiedam) is vorig jaar geopend naar een concept van Ministerie van verbeelding (onder andere architect Jan David Hanrath en bibliothecaris Rob Bruijnzeels) die ook verantwoordelijk zijn voor de Beste Bibliotheek van vorig jaar: De Chocoladefabriek in Gouda. Wieldraaijer: 'Het knappe is dat zij hun vernieuwende concept niet als model overal toepassen maar steeds uitgaan van de lokale situatie. In Schiedam is bijvoorbeeld nauw samengewerkt met plaatselijke binnenhuis- en tuinarchitecten. Zo gebruikt de bibliotheek de in de stad aanwezige kennis om ook nieuwe bezoekers naar de bibliotheek te lokken.'

In Wijchen heeft de bibliotheek op creatieve wijze de bezuinigen op te vangen waar bijna iedere bibliotheek mee te maken heeft. De bibliotheek verhuisde naar een sociaal-cultureel centrum, waar het door te denken vanuit de lokale gemeenschap veel sterker de plaatselijke behoefte probeert te bevredigen. Het heeft daarvoor onder andere denktanks uit verschillende bevolkingsgroepen samengesteld. Wieldraaijer: 'Zij zijn zó verankerd in hun verzorgingsgebied geraakt dat ze minder kwetsbaar zijn voor bezuinigen.'

De bibliotheek is in Winschoten onlangs verhuisd naar een nieuw 'cultuurhuis' waar ook het theater, de muziekschoool, de VVV, marketing Oldambt en de regionale omroep zijn gevestigd. Wieldraaijer: 'Met name met theater, muziekschool en omroep trekt de bibliotheek steeds meer samen op. Dat lijkt misschien niet spectaculair, maar wij willen ook laten zien dat kleine bibliotheken met weinig personeel ook serieus aan de weg kunnen timmeren.'


De vakjury die zich over deze zes bibliotheken buigt bestaat naast hoofdredacteur Wieldraaijer van Bibliotheekblad onder andere uit de directeur van de winnende bibliotheek van het vorige jaar. Dat is in dit geval Nan van Schendel, die onlangs De Chocoladefabriek verruilde voor de bibliotheek in Den Bosch. (Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 4 jul)

woensdag 6 juli 2016

Waarom Sweek de wereld kan veroveren (Boekblad)

Wordt een Nederlandse start-up hét wereldwijde platform voor lezen en schrijven op de mobiele telefoon? De initiatiefnemers van Sweek doen er alles aan. Oprichters Peter Paul van Bekkum en Sabine van der Plas vertellen.

‘Platforms voor lezen en schrijven hebben de toekomst’, zegt Peter Paul van Bekkum zelfverzekerd. ‘Zelfs topschrijvers onderzoeken hoe ze een nieuw publiek kunnen bereiken of hoe ze verhalen kwijt kunnen die uitgevers niet willen hebben.’
Neem Jeff Norton die zijn young adult sf-roman Star Pressed exclusief op Wattpad publiceerde – een Amerikaans community waarop lezers verhalen kunnen publiceren en lezen.  De kinderboekenschrijver had het gevoel dat zijn boek ‘te divers’ was voor traditionele uitgevers. Het eerste deel van zijn MetaWars-serie werd op het populaire platform 340.000 keer gelezen, hoewel het ook regulier te koop was. Dat leidde volgens Norton tot meer verkoop van vervolgdelen én interesse van film- en tv-producenten. Wat zou het hem dit keer opleveren?

Topschrijvers
‘Heb je het nieuws over Norton gelezen?’, vraagt Van Bekkum, CEO van Mybestseller en het nieuwe platform Sweek – het stond de dag voor de ontmoeting op zijn Rotterdamse kantoor in The Bookseller. ‘Vroeger was dit ondenkbaar. Nu experimenteren ook topschrijvers ermee.’
Het zijn platforms die boven alles mobiel worden gebruikt, is zijn overtuiging. ‘Ik zit iedere dag in de metro en zie iedereen op zijn telefoon kijken. Boeken? E-readers? Dat zie ik steeds minder. Daar moet je wat mee. Maar wat? Ik sprak laatst op de London Book Fair met alle grote internationale uitgevers. Iedereen had het over mobile. Dat was hét toverwoord. Maar iedereen is ook zoekende. Ik denk dat we daarom op het juiste moment met Sweek komen. Schrijvers, uitgevers en vooral lezers zitten daar op te wachten.’
Schrijven en lezen wordt dankzij de smartphone ook eindelijk sociaal. ‘Een schrijver kan op Sweek zijn verhaal in delen publiceren, feedback krijgen en rechtstreeks communiceren met zijn lezers’, zegt co-founder Sabine van der Plas. ‘En lezers kunnen verhalen liken, delen met vrienden en ervaringen terugkoppelen aan de auteur. Zo kun je ook never ending stories krijgen, zoals Netflix-series: met één druk op de knop stuurt een schrijver een notificatie naar al zijn volgers om een nieuwe aflevering te lezen.’

Mobiel
Sinds 6 juni is, als alles volgens plan is gelopen, Sweek live gegaan. Meer dan twee jaar nadat Van Bekkum aan Sabine van der Plas en Veronika Kartovenko de opdracht gaf de mogelijkheden voor mobile publishing te onderzoeken, is er eindelijk een product. Het wordt meteen in de elf grootste Europese talen gelanceerd. Na de wereldwijde release van een – op basis van de eerste ervaringen – verbeterde versie in oktober, hoopt Sweek eind dit jaar 50.000 gebruikers te hebben.
Van der Plas geeft een demonstratie van Sweek. De homepage van de app geeft drie kernfuncties. Via ‘ontdek’ kan de gebruiker verhalen zoeken: op populariteit, op genre, in de aparte categorie topauteurs of anderszins. Via ‘bibliotheek’ komt hij bij alle eerder opgeslagen verhalen. Deze kan hij ook offline lezen. En via ‘mijn verhalen’ vindt hij de verhalen die hij zelf heeft geschreven of nog aan het schrijven is. Via de webversie van Sweek kan hij daar ook hele verhalen in één keer uploaden.
Er bestaan al diverse sites en apps die soortgelijke innovatieve concepten brengen, geeft van der Plas toe. Denk bijvoorbeeld aan Goodreads, een platform om leeservaringen te delen, of Heelnederlandschrijft.nl waar je verhalen in de browser kunt lezen. ‘Maar er zijn nog maar weinig concepten met een focus op de smartphone en die ook echt de jonge generatie aanspreken. De markt voor een open platform voor mobiel lezen en schrijven ligt nog open.’
Alleen Wattpad en Medium laten de behoefte zien voor een platform dat lezen, schrijven en interactie combineert. ‘Ze groeien dan ook hard. Wattpad heeft nu 40 miljoen gebruikers. We zijn heel diep in met name in Wattpad gedoken om te ontdekken wat de sterke punten ervan zijn, maar óók wat niet goed is. Daar zit ruimte om iets naast Wattpad neer te zetten.’

Onvindbaar
Een belangrijk verschil tussen Wattpad en Sweek is dan ook de doelgroep. Wattpad wordt gedomineerd door tieners die het liefst lezen over vampieren, Justin Bieber, noem maar op. Het oeuvre van Jeff Norton is typerend. Lezers van thrillers of serieuze literatuur haken op Wattpad snel weer af. Ten tweede zijn topauteurs onvindbaar. ‘Wist je dat Dan Brown op Wattpad zit?’ zegt Van der Plas. ‘Ik las dat ergens en moest vervolgens heel lang zoeken voor ik zijn account vond.’
Sweek vangt beide bezwaren op: onder andere door topauteurs een eigen plek te geven. Van Bekkum: ‘Dat zijn voor ons alle auteurs die bij een reguliere uitgeverij uitgeven. Wij gaan niet zelf selecteren. Wij hebben ons best gedaan meteen vanaf de start topauteurs op Sweek te krijgen. Ook in Nederland. Zij kunnen direct beginnen een online fanbase op te bouwen – met korte verhalen, oud werk, blogposts, feuilletons.’ Hij wil per se nog geen namen noemen.
In het verlengde daarvan gaat Sweek wél structureel samenwerken met uitgevers. ‘Dat biedt ze allerlei voordelen’, zegt Van der Plas. ‘Uitgevers kunnen lastig achterhalen wie hun lezers zijn en wat ze precies doen. Wij verzamelen data voor hen.’ Van Bekkum: ‘Ze krijgen ook eerste keus bij het ontdekken van nieuwe auteurs op Sweek. En denk aan target advertising: een uitgever van chicklit kan via ons eenvoudig alle chicklit-lezers bereiken.’

Gratis
Het ontwikkelen en nu in de markt zetten van Sweek heeft een flinke investering gekost – vanuit de overtuiging dat alleen dan de vele soortgelijke initiatieven wereldwijd kunnen worden verslagen. De partijen achter Sweek zijn Mybestseller en Joint Book Services (een joint venture van CB en Printforce). Van Bekkum: ‘Wij zijn happy met de funding. Daarmee kunnen we zeker de komende jaren vooruit.’
Het gratis Sweek heeft allerlei manieren bedacht om de investering terug te verdienen – ook het veelomvattender businessmodel, dat Van Bekkum niet helemaal uit de doeken wil doen, is een verschil met Wattpad. Denk aan: advertenties, een betaalde versie van de app met extra functionaliteiten tot een link met selfpublishing. ‘Wie 5.000 woorden heeft geschreven op Sweek wordt gewezen op de mogelijkheid een boek uit te geven. En de 40.000 gebruikers van Mybestseller wordt gewezen op Sweek.’
En als het platform toch faalt? ‘Er zullen oplossingen naast Wattpad komen. Er zal heel veel worden geprobeerd. Het meeste zal mislukken. Maar wij hebben goed de markt geanalyseerd en nagedacht over wat Sweek moest zijn, de kans is groot dat wij succesvol zijn. Maar dat weten we pas over een paar jaar. We gaan nu letterlijk alles proberen om gebruikers te krijgen. Het doel is momentum te creëren zodat de groei vanzelf gaat. Als gebruikers zelf Sweek gaan aanraden, kan het zelfs zéér succesvol worden.’
(Eerder gepubliceerd in Boekblad, jun 2016)

Zie ook:

dinsdag 5 juli 2016

Fosfor geeft steeds meer papieren boeken uit (Boekblad)

Fosfor brengt maandag Tegels lichten van de onlangs overleden Henk Hofland op de markt als papieren boek. De digitale uitgeverij ziet steeds meer brood in papieren spin offs.

De gedachte achter de uitgave is simpel: 'We weten allemaal dat digitaal lezen maar een percentage van de markt bestrijkt, terwijl wij toch zo veel mogelijk mensen proberen te bereiken', zegt uitgever Coen Borgman van Fosfor. 'Wij kunnen in het systeem precies zien wat er gebeurt als de e-boekverkopen door een actuele aanleiding stijgen. Na het overlijden van Hofland op 21 juni is zijn klassieker tientallen keren gedownload, inclusief via externe partijen als Bol.com. Dat maakt een papieren uitgave interessant.'
Fosfor kan bovendien snel schakelen. De journalistieke uitgeverij die is gespecialiseerd in digitale longreads maar ook oude titels als e-boek leverbaar houdt, is gevestigd in een pand met allerlei zzp'ers die iets doen in het boekenvak. Zoals Roald Triebels die het omslag ontwierp, en Asterisk*, die het zetwerk verzorgde. Borgman: 'Wij hebben de uitgave in drie dagen klaar, inclusief mooi voorwoord van onze mede-eigenaar Frank Westerman. Uiteraard hebben we ook toestemming gevraagd van Hoflands erfgenamen.'
Tegels lichten is inmiddels de derde papieren uitgave van Fosfor. Twee jaar geleden verscheen, in een oplage van 5000 exemplaren, Moord op de boekverkoopster van Frank Westerman als speciale uitgave van Libris tijdens de Maand van het Spannende Boek in een oplage van 5000 exemplaren. Na de aanslagen in Brussel vorig jaar volgde Brussel Eurabia van Arthur van Amerongen. 'Dat liep zelfs nog harder dan nu Tegels lichten. Alleen via ons eigen platform ging het om honderden exemplaren', zegt Borgman.

Alle papieren heruitgaven waren winstgevend. Ook Tegels lichten: dankzij een deal met De Groene Amsterdammer, die een paar honderd exemplaren afnam als cadeau voor nieuwe abonnees, is Fosfor al uit de kosten. Borgman: 'Het lijkt alsof we een extra verdienmodel hebben aangeboord. We zullen het zeker vaker doen. We hebben de uitgeefrechten op meer dan 150 titels die wij als e-boek aanbieden. Ik sluit ook niet uit dat we nieuwe titels gaan brengen. Dat zal vooral komen vanuit onze samenwerking met De Coöperatie, een nieuw samenwerkingsverband van journalisten.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 1 jul)

Zie ook:

maandag 4 juli 2016

Libris Woerden vindt originele manier om klassieker te promoten (Boekblad)

Hoe zet je de spotlights op een klassieker als daar nooit een aanleiding voor is? Libris Woerden bedacht een mooie actie voor everseller Rupsje Nooitgenoeg.

Vorige week stond het nieuws in diverse lokale media: tientallen boeken waren beschadigd door rupsen – de 'N.G. Rups', noemde de winkel het in een persbericht. Vanwege hevige regenval waren enkele rupsen de winkel binnengekropen. 'We adviseren eenieder die onlangs een boek bij ons heeft gekocht, het boek even goed te inspecteren.  Er wordt naar een oplossing gezocht, maar gelukkig is al wel bekend dat de rups niet gevaarlijk is voor kleine kinderen.'
Prompt kwamen er enkele bezorgde klanten naar de winkel, vertelt eigenaar Kees-Willem Karssen. Maar: het was natuurlijk niet waar. De enige 'beschadigde' boeken waren de exemplaren van Eric Carle's klassieker uit 1969 waarvan Libris Woerden alle veertien leverbare edities in de etalage had gelegd – van de pop-up- en kinderdagverblijfversie tot de uitgave met pluchen rups.
'Ik was, jaren geleden al, bij een bijeenkomst van uitgeverij Gottmer in Artis, waar ze lieten zien hoeveel edities er waren en in hoeveel talen Rupsje Nooitgenoeg is verschenen. Ik vond dat zo indrukwekkend dat ik daar best eens een etalage aan wilde wijden. Maar ja, er is nooit iets met dat boek.  Behalve af en toe een jubileum, waar ook Gottmer aandacht aan besteedt. Driekwart jaar geleden bedacht ik: ik doe het in de rupsentijd. Ook in Woerden worden de eikenprocessierupsen weleens gesignaleerd. En als het eenmaal zo ver is, is dat makkelijk te organiseren. Het kwam mooi uit dat er nu ook wateroverlast in de stad was.'
Karssen ziet de ludieke actie vooral als een eerbetoon aan het boek 'dat iedere jonge boekenwurm in huis moet hebben'. Het effect op de verkoop is secundair. 'Ik heb natuurlijk wel meer verkocht dan gemiddeld van dit boek, maar het loopt niet ineens storm. Het mooie is ook dat je rumoer creëert. Ik merkte dat mensen het echt oppikte. En de boeken die ik op voorraad heb genomen, lopen heus wel weg. Ik hoef niets terug te sturen naar Gottmer.'
De etalage van Libris Woerden is nog enkele dagen te zien.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 1 jul)