donderdag 13 oktober 2016

Interview Maarten Asscher (Athenaeum Boekhandel): 'De meeste mensen nemen onze vernieuwingen niet eens waar' (Boekblad)

Athenaeum Boekhandel bestaat vijftig jaar. De boekhandel heeft zich ontwikkeld tot clubhuis van de elite. Voor directeur Maarten Asscher betekent dat allerminst dat de boekhandel drempels opwerpt. Athenaeum Boekhandel wil de elite zo groot mogelijk maken.

Hoe gaat het met Athenaeum Boekhandel in het jubileumjaar?
'Ietsje beter dan vorig jaar, met nadruk op ietsje. Zoals dat ieder jaar gaat. Wij zijn niet alleen in karakter, maar ook economisch al jaren aan onszelf gelijk. We hebben er vorig jaar een nieuwe winkel in de Roetersstraat bijgekregen, maar hebben ook campuswinkeltjes gesloten omdat de verkoop van studieboeken naar het internet migreert. Begin dit jaar hebben we een nieuwe website gelanceerd. Dat leidt alles bij elkaar tot een groei van 4 procent in de eerste helft van 2016. Vooral de nieuwe webwinkel draagt daaraan bij. De omzet daarvan laat nu al zes maanden op rij een dubbelcijferige groei zien.'

Waarom is Athenaeum Boekhandel economisch zo stabiel?
'Dat zegt iets over ons karakter. Wij hebben een redelijk omlijnd publiek die wij met een vaste formule benaderen: een assortiment van wetenschap en literatuur met allerlei non-fictieterreinen daartussen. Wij vernieuwen wel, maar achter de schermen. Ik denk dat de meeste mensen onze vernieuwingen niet eens waarnemen. Zo hebben wij in de voorbije jaren het hele interieur van de hoofdvestiging aan het Spui vernieuwd en toch ziet het er nog hetzelfde uit.'

Wat is allemaal vernieuwd?
'Alles. De kasten, plafonds, vloeren, belichting, bewegwijzering. We hebben een nieuwe bewegwijzering laten maken door een piepjonge vormgever, Geert Piek, die eerst een paar maanden bij ons als boekverkoper heeft gewerkt. Het Spui is een lastige winkel. Het Nieuwscentrum is nog lastiger. Dat kun je het best oplossen door iemand van binnenuit te laten ervaren waar mensen stil staan, waar keuzestress ontstaat. Deze aanpak illustreert ook dat wij vernieuwingen vanuit de inhoudelijkheid aanpakken. Wij vragen nooit bureau Future Tomorrow Design om out of the blue te zeggen hoe wij moeten werken en eruit moeten zien.'

Wat is de 'inhoudelijkheid' die Athenaeum nu al vijftig jaar centraal zet? Leg dat nog één keer uit.
'De inhoudelijkheid gaat uit van diversiteit: een maximaal divers aanbod. Van: verantwoordelijkheid op een zo laag mogelijk niveau leggen, zodat boekverkopers zelf zorg dragen voor de samenstelling en promotie van hun afdeling. En ten derde van: een honderd procent spirit of independence, zodat er nooit een etalage wordt ingericht omdat een uitgever ons daar 750 euro voor heeft betaald, en dat daar evenmin boeken liggen waar een commissie van boekverkopers in meerderheid over heeft besloten, maar omdat wij die zelf hebben gelezen en de moeite waard vinden. De gevorderde lezers die over het algemeen onze klant zijn, moeten ons oordeel kunnen vertrouwen.'

Een commissie van boekverkopers zoals bijvoorbeeld Libris die kent. Kijkt u neer op Libris-assortimentsboekhandels?
'Zeker niet. Ik beschouw Libris als een belangrijk bedrijf dat voor een groot deel van Nederland van doorslaggevende betekenis is in het verspreiden van mainstream fictie en non-fictie. Wij zijn simpelweg een ander soort bedrijf, dat ook nergens anders dan in Amsterdam kan bestaan.'

Want?
'Amsterdam kent een unieke constellatie. De universiteit, de intellectuelen, het grote aantal cultuurtoeristen, de aanwezigheid van de belangrijkste literaire en andere uitgeverijen. En de kern van deze culturele biotoop is hier aan het pleintje aan het Spui. Dankzij de universiteitsgebouwen, onze collega's van American Book Center en de Amsterdamse Kinderboekhandel, Spui25, de cafés. En ook dankzij ons, durf ik te stellen. Zo hebben wij mede het initiatief genomen voor Spui25, dat 250 activiteiten per jaar organiseert die bij elkaar 20.000 mensen trekken. Zwolle, Breda of Rotterdam kent zo'n constellatie niet. Het is daarom een stuk moeilijker om daar een boekhandel als de onze overeind te houden.'

Is Athenaeum Boekhandel het clubhuis van de Nederlandse elite?
'Ja. Maar met de aantekening dat het onze opdracht is om de elite zo groot mogelijk te maken. Anders blijf je hangen in zelftevredenheid. We moeten nooit denken: iedereen kent ons. Nee, we moeten ons voortdurend tonen. Daarom nemen we mede initiatieven als Spui25 en de Europese Literatuur Prijs. Daarom doen we veel aan locatieverkopen – soms zijn we op een avond bij zeven evenementen tegelijk aanwezig. Ook moeten we ons publiek van de toekomst blijven veroveren. Daarom is de belevering van eerstejaars studenten zo belangrijk. Daarom ruimden we net drie kasten in met young adult. Of zoals we die hebben genoemd: Young Athenaeum. Dat gaat ten koste van thrillers, dat minder bij ons past en is terug gegaan van vijf naar twee kasten. We denken dat young adult zich heeft bewezen als geloofwaardige toegang is tot het literaire lezen.'

Betekent het handelen vanuit de inhoud dat u nooit stuurt op cijfers?
'Ik heb een hekel aan het woord "sturen". Al jaren. "Sturen" doe je met apparaten en instrumenten. Ik spreek liever van "regisseren". Dat komt omdat cijfers weliswaar cruciaal zijn – de rubrieksomzetten staan op ons intranet en bespreken we iedere maand met elkaar – maar uiteindelijk de mensen centraal staan. Als wij bij een rubriek een probleem signaleren zoals te hoge voorraden of ongunstige omzetontwikkeling, zullen de rubrieksverantwoordelijke boekverkopers daar iets aan moeten doen. Ik "bestuur" die vaak hoogopgeleide mensen niet door op een knop te drukken. Nee, ik probeer het proces te regisseren en mijn steun te bieden.'

Wie bepaalt dan of rubrieken komen en gaan, zoals nu Young Athenaeum?
'Dat doen we gezamenlijk. Maar dat zullen we niet licht doen. We hebben ook een verantwoordelijkheid om iedere rubriek die bij onze formule past overeind te houden – zeker als de rubriek een specialisme is, zoals Frans en Duits. Vergeet niet: 40% van wat wij hier verkopen is niet-Nederlandstalig. Als wij stoppen met Frans, waar kun je dan fysiek in aanraking komen met Franse literatuur? We zullen dus, als steeds minder mensen Frans lezen, eerder denken: wat kunnen we nog meer doen? Een andersoortige nieuwsbrief? Frans beter voor het voetlicht brengen op de website? Een leesclub oprichten? Samenwerken met andere instellingen?'

Betekent de uniciteit van Athenaeum dat jullie geen concurrentie hebben – bijvoorbeeld van het vernieuwde Scheltema?
'Wij richten ons op een ander publiek: mensen die nieuwsgierig zijn naar het nieuwste van university presses, essayistiek, romandebuten, buitenlandstalige literatuur. Scheltema richt zich op een breder, mainstream publiek met allerlei non-fictie als koken, sport, actualiteit.  Alleen bij succesvolle boeken zijn we directe concurrent. Neem Goudzand van Paustovski. Echt een boek voor ons, maar als het succes een bepaalde omvang krijgt, raken brede groepen geïnteresseerd die kunnen kiezen tussen ons en Scheltema. Dus nee, eigenlijk is de verveling een grotere concurrent.'

De verveling?
'Anders gezegd: al het andere wat iemand met zijn tijd kan doen dan lezen. En onze voornaamste bondgenoot is de nieuwsgierigheid. Wij moeten daarom boven alles ons vermogen om mensen ergens voor te interesseren cultiveren. Daarom is onze webwinkel zo inhoudelijk opgezet. Het gaat er niet om – zoals sommige collega's beweren – dat je alles van een klant weet en in een database zet, je dan precies weet wat het juiste boek voor hem is. Het is belangrijk dat je een zo interessant mogelijk assortiment op een zo interessant mogelijke manier onder de aandacht brengt. Zoals een schouwburg of tijdschrift dat doet. Onze klant wil altijd iets nieuws ontdekken.'

Het kernpubliek op zoek naar iets nieuws is groot genoeg?
'Ja. Wij trekken 350.000 tot 400.000 bezoekers per jaar. Dat is inclusief studenten die niet allemaal klant voor het leven worden, maar toch. Dankzij de webwinkel komt bovendien een groeiend deel van het vaste publiek van buiten Amsterdam. Maar dan nog gaat erom dat we niet alleen delicate boeken aan fijne geesten verschaffen. We hebben ook volume nodig. Titels waarvan we er af en toe honderden of duizenden van verkopen. Dit kan niet waar zijn van Joris Luyendijk bijvoorbeeld. Ook onze hele studieboekenoperatie is gericht op het genereren van volume. Daarom zie ik het einde van de vaste boekenprijs als onze grootste bedreiging – ook omdat de studieboeken in de geesteswetenschappen, waarop we ons vooral richten, grotendeels Nederlandstalig zijn.'

Dreigt de vaste boekenprijs op termijn te verdwijnen?
'We hebben nu een minister die betrokkenheid toont met cultuur en literatuur. Je weet nooit wie er over drie jaar zit. Een nieuwe Halbe Zijlstra kan rücksichtlos de bijl in de vaste prijs te zetten. Hij heeft destijds al met de podiumkunsten gedaan. Die sector draait nu voor 52 procent op vrijwilligers. Zonder vaste boekenprijs is de boekhandel straks ook afhankelijk van vrijwilligers en mecenassen. In de Tweede Kamer zitten maar heel weinig mensen die een tegengeluid tegen het dedain van de Halbe Zijlstra's. In het boekenvak durft gelukkig nu geen enkel gezaghebbend persoon hardop te beweren dat de vaste prijs wel weg kan.'

Welke bedreigingen kent Athenaeum Boekhandel nog meer?
'De groei van internet. Al is dat niet zozeer een bedreiging, maar een fundamentele verandering waarvan het effect nog onduidelijk is. Wij doen een derde van de omzet via internet – de omzet van de algemene webwinkel opgeteld bij de studieboekenverkoop. Wat betekent dat voor ons bedrijf als dat over vijf jaar meer dan de helft is? De huidige generatie studenten is gewend acht spijkerbroeken bij Zalando te bestellen en ze desnoods alle acht terug te sturen. Ze houden heus van shoppen, maar denken in eerste instantie aan internet. Dat is een paradigmaverandering. Wat betekent dat voor ons? We hebben al campuswinkels gesloten. Zijn we straks een webwinkel met hooguit een showroom in de winkelstraat?'

En?
'Dat antwoord heb ik niet pasklaar bij de hand. Het belangrijkste wat we hebben gedaan is de site net zo interessant, veelzijdig en motiverend maken als onze fysieke winkels, zodat er een eenheid van werken is. Dat betekent: iedere dag leesfragmenten, recensies, voorpublicaties, tips en meer. Wij hebben daar ruim 1 fte op zitten. Eerlijk gezegd mis ik die inhoudelijkheid bij andere webwinkels. Daar vind je dat een boek 675 gram weegt, maar wat heeft een klant daaraan? Er staat hooguit: wie dit kocht, kocht ook. Dat is een leuk weetje, maar meer ook niet.'

Dat zegt nog niets over de toekomst van Athenaeums fysieke winkels.
'Dat geef ik toe. Onze winkels zullen waardevol blijven als culturele showroom en activiteitencentrum. Daarvoor is een minimale bemensing nodig. En misschien komt de omzet die daarvoor nodig is wel uit internet. Wordt dat de kruissubsidiëring van de toekomst. Ik zou in ieder geval niet willen zeggen: we hebben over vijf jaar alleen nog de winkel in het Spui. Onze winkel in het Rijksmuseum heeft bijvoorbeeld een uniek bestaansrecht, die het met meer dan twee miljoen bezoekers in het museum per jaar schitterend doet.'

Hebben alle filialen exact dezelfde Athenaeum-formule?
'We houden wel rekening met de lokale biotoop. Op de nieuwe winkel in de Roetersstraat hebben we een kinderboekenafdeling, vanwege twee scholen en veel jonge gezinnen in de buurt. Op de aanzienlijke campus gaat het om economie, bedrijfskunde, rechten. Dat geeft deze winkel een eigen karakter. En Haarlem is natuurlijk geen universiteitsstad. Onze winkel daar is daarom meer een algemene boekhandel, waar we meer concurrentie hebben van H. de Vries dan hier van Scheltema. Maar het is wel degelijk onze ambitie om het Atheneaumachtige in die winkel te krijgen. Men kijkt wat van university presses ook in Haarlem zou kunnen verkopen. We hebben daar ook de Library of America en Loeb Classical Library.'

Kan Athenaeum ook uitbreiden naar de rest van Nederland? Nu jullie via internet steeds meer klanten van buiten Amsterdam bedienen.
'Ik heb altijd nee gezegd tegen een aanbod om een winkel over te nemen. Met winkels in Den Haag en Arnhem dreigt een zekere imperial overstretch. Dan probeer ik liever de klanten van die winkels, zodra die out of business zijn, binnen te halen via onze site. We zijn waanzinnig actief – zoals iedereen ongetwijfeld – op sociale media. Zeker met de vleugels die we dit jaar krijgen, mede door een film over ons en een boek van Joris van Casteren, hopen we onze nationale bekendheid te vergroten. En we hebben een affiliatieprogramma – ook zoals iedereen – waarbij wij echter óók inhoudelijk samenwerken. Dat kan ook met culturele instellingen buiten Amsterdam, zoals het Nexus Instituut in Tilburg. Alles bij elkaar moet de omzet van de webwinkel over vijf jaar zijn verdubbeld. Anders hebben we gefaald.'

Nog een bedreiging dan. Kan Athenaeum Boekhandel een academische boekhandel blijven nu het hoger onderwijs digitaliseert?
'Ik verwacht van wel. Er is natuurlijk sprake van een zekere ontboeking – in het ene vakgebied meer dan het andere. Zeker in de geesteswetenschappen gaat het nog om het bestuderen van boeken. Dat zal naast het gebruik van elektronische leersystemen blijven bestaan. Vijf jaar geleden bestond er nog een informatieoptimisme. "Over een paar jaar", hoorde je, "krijgen alle eerstejaars een laptop waar alles op staat dat ze nodig hebben". Alsof het zo eenvoudig te regelen is. En alsof studenten dat willen – uit alle onderzoeken blijkt van niet. Die prietpraat hoor je gelukkig niet meer.'

Het gaat toch slecht met de geesteswetenschappen?
'Ik maak me daar zorgen over, ja. In bestuur en politiek begrijpt niet iedereen het belang van geesteswetenschappen. Maar dat valt in de categorie algemeen wereldpessimisme. Dat heeft geen gevolgen voor de dagelijkse gang van zaken.'

Gaat Athenaeum Boekhandel ook laptops en platformen leveren?
'Wij blijven een hardcore boekhandel. Onze omzet is voor 90 procent boeken. De rest is tijdschriften, kranten en een klein beetje Moleskine-producten en stadsplattegronden. Om dezelfde reden doen wij geen horeca. Ik spreek collega's die ik zeer respecteer die vijftig procent van hun omzet met horeca en online verkoop van brandwerende dekens doen. Wij willen zo lang als het kan een boekhandel zijn. Daar hebben we verstand van.'

Aan het Spui past ook geen horeca.
'Je kunt best een hoekje afscheiden en daar de meest trendy koffiebar van Amsterdam van maken. Maar waarom? Dan gaat een stuk boekencultuur verloren waar je met plezier aan kan werken en je nog altijd een boterham mee kunt verdienen.'

Athenaeum Boekhandel heeft wel – met anderen – een uitgeverij overgenomen: Van Oorschot. Waarom?
'Dat past in het idee dat we over tien jaar niet alleen onze kaarten willen zetten op een webwinkel en fysieke winkels. Er zijn ook inkomstenbronnen met betrekking tot boeken en schrijven waar wij niet uit putten. Via Van Oorschot doen we dat nu wel. Bovendien krijgen we nu signalen uit die hoek over nieuwe schrijvers en nieuwe trends waar we ons voordeel mee kunnen doen. Dat moet je niet groter maken dan het is. Het is, af en toe, een kijkje in de machinekamer van de uitgeverij. En zo kunnen we nog veel meer doen. Misschien geven we over vijf jaar wel een tijdschrift uit. Misschien is ons assortiment dan flink verbreed. Als we maar trouw blijven aan onze historische missie – ofwel: de beschavingsmissie van onze oprichter Johan Polak.'

dinsdag 11 oktober 2016

Chris Schriks – 'Frederik Muller. Baanbreker in de wereld van het boek' (Inct)

Wat kan er naar Frederik Muller worden vernoemd?

Decennialang heette de opleiding voor het boekenvak de Frederik Muller Academie. Ook wie daar niet heeft gezeten, kent ongetwijfeld de naam. Na oprichting in 1964 ging de Academie vanaf de jaren negentig op in bredere studies met algemenere namen aan de Hogeschool van Amsterdam. Het verdwijnen van de naam is waarschijnlijk het beste. Het studieprogramma van 'Media, Informatie en Communicatie' heeft nog maar weinig te doen met de activiteiten naar wie de opleiding is vernoemd.
Dat blijkt uit de biografie van de uitgever en boekverkoper Frederik Muller (1817-1881) die Chris Schriks onlangs bij Walburg Pers publiceerde – de uitgeverij die Schriks zelf in 1961 oprichtte. Specialisaties binnen de HvA-opleiding als mediamarketing en digitale media staan ver af van de man die zich in de negentiende eeuw vooral bekommerde om het zo verwaarloosde historische erfgoed. Juist het verzamelen, beschrijven en verkopen van historische documenten maakte van hem een geziene boekhandelaar. Ook als mens was hij conservatief: hij voelde zich maar ongemakkelijk bij nieuwlichterij als de denkbeelden van de Franse verlichting.
Frederik Muller raakte al vroeg begeesterd door het boekenvak dankzij zijn oom die een winkel in Amsterdam had. Amper 26 jaar oud begon hij al een eigen zaak. De kern van zijn werk waren de veilingen die hij organiseerde: eerst 19 veilingen met een compagnon, daarna 166 veilingen in zijn eentje. Daarvoor speurde hij onvermoeibaar naar interessante boeken, documenten en prenten – én aspirant-kopers ervoor. Hij gaf ook boeken uit, maar dat bleef altijd bijzaak. Hij gaf in feite uit 'van wat voorbij kwam', oordeelt Schriks. In zijn fonds is dan ook weinig lijn te bespeuren.
Hoewel een kruideniersmentaliteit hem niet vreemd was – hij kon flink zeuren over geld en schroomde niet zijn klerken af te knijpen – kun je Muller gerust een idealist noemen. Hij zag het belang in van het gedetailleerd beschrijven van collecties voor de wetenschap. zijn publicaties zijn ook nu nog van belang voor de boekwetenschap. Maar ook zette hij in zich voor de Vereeniging (de tegenwoordige KVB), pleitte hij voor volksbibliotheken en zette hij een bibliotheek van het boekenvak op, waarvoor hij zelf de startcollectie doneerde en die hij dertig jaar leidde. Het idee was dat jongelingen die konden gebruiken om het vak te leren.
Het grootste deel van zijn biografie gaat echter over Mullers gepassioneerde strijd tegen de in zijn ogen moreel onjuiste wet- en regelgeving. Daarin zit natuurlijk Schriks voorliefde, die al regelmatig publiceerde over de geschiedenis van het auteursrecht. Maar als dit werkelijk Mullers belangrijkste bijdrage aan het boekenvak is, is het een schitterend toeval dat Muller is geboren in het jaar dat de auteurswet tot stand kwam die hij een leven lang bestreed, en stierf in het jaar dat er eindelijk een auteurswet kwam die zijn denkbeelden reflecteerde.
De Wet op het Kopijrecht van 1817 ging uit van een boek als fysiek product. Iedere uitgever mocht de oplage dus niet stelen, maar wél een boek namaken. Voor vertalingen gold: wie het eerst kwam, wie het eerst maalde. De auteurs hadden in beide gevallen niets te zeggen. Beide gewoonten – de nadruk en het preferentierecht, in vaktermen – waren Muller een doorn in het oog. En al vonden velen hem een Don Quichot die gezonde handelsbelangen uit het oog verloor, schrijft Schriks, met kenmerkende felheid bleef hij zijn collega's jaar in jaar uit hekelen.
Al Mullers inspanningen bij elkaar – helaas wat schools opgesomd door de biograaf – maken het zonder meer duidelijk dat deze legendarische man het inderdaad verdient dat zijn naam voortleeft. Dus nu de Frederik Muller Academie ter ziele is, wat kan dan naar hem worden vernoemd? Ook Schriks pleit daarvoor, maar hij laat na de meest voor de hand liggende optie te noemen: de bibliotheek van de Vereeniging die is uitgegroeid tot een van de belangrijkste boekwetenschappelijke collecties ter wereld. De Frederik Muller Bibliotheek, waarom niet? En dat vanaf 2020, als hij 175 jaar bestaat.

Chris Schriks, Frederik Muller 1817-1881. Baanbreker in de wereld van het boek
Walbrug Pers, 2016, € 24,95, ISBN 9789462491373
(Eerder gepubliceerd in Inct 4, 2016)

maandag 10 oktober 2016

Interview: Lidewijde Paris over het succes van 'Hoe lees ik?' en de commerciële kansen die het boekverkopers biedt (Boekblad)

De derde druk van Lidewijde Paris' Hoe lees ik? is vorige week uitgeleverd. Lezers blijken inderdaad op zoek te zijn naar verdieping, zoals de voormalig uitgeefster van – meest recent – Nieuw Amsterdam had gesignaleerd. Welke commerciële kansen biedt deze trend?

Hoe was je week [van maandag 26 september]?
'Heel druk. Ik had na mijn vertrek bij Nieuw Amsterdam gehoopt op twee maanden rust om De Lees!ambassade op te kunnen zetten – van het inbedden in een stichting of iets dergelijks tot het maken en bedenken van nieuwe producten. Niet dus. Ik was zondag bij de lancering van het Lees Magazine van Bol.com en had daarna drie lezingen: bij Kooyker in Leiden, Blankevoort in Amstelveen en Linnaeus in Amsterdam. Ik maak afspraken voor de volgende lezingen. Ik denk mee met Wizo over een betere organisatie van hun leesclubs. Ik schrijf een bijdrage voor het Handboek Literatuuronderwijs, omdat ik in november spreek op de Dag van het Literatuuronderwijs. Ik maak een Engelstalig proposal om mijn boek mogelijk te verkopen op de Buchmesse. Het is vermoeiend, ook omdat ik in iedere lezing iets anders vertel. Maar: een luxeprobleem natuurlijk.'

Je kon ook de derde druk van Hoe lees ik? vieren.
'Die kwam donderdag binnen. En een vierde komt er snel aan, omdat daar ook alweer een deel van weg is. In totaal is de oplage nu 5.000 exemplaren. Ik had gedacht dat het potentieel voor dit boek vier-, misschien vijfduizend was en dat je die na een jaar zou hebben bereikt. Dat blijkt na een maand te zijn.'

Wat zegt dat?
'Ik geef al heel lang les en praat overal met mensen. Ik wist dus dat boek in een behoefte voorziet. Mensen zeiden tegen mij: maar je hebt toch al Hoe fictie werkt van James Woods? Ja, dat is een waanzinnig interessant boek, maar heel technisch. En de doelgroep ervan is niet duidelijk. Ik heb Hoe lees ik? geschreven met een heel duidelijke doelgroep voor ogen: gewone lezers op zoek naar verdieping. Die blijken het inderdaad te willen. Ik wist alleen niet dat het er zo veel zouden zijn. En dat ik door het boek zelf zo op de voorgrond treed. Interviews in radioprogramma's en allerlei bladen en lezingen overal. Dat vind ik een beetje eng.'

Zo veel lezers op zoek naar verdieping.
'Ja, dat is bemoedigend. Ik vind het belangrijk dat mensen lezen. Lezen is goed voor je. De geheime agenda van mijn boek is duidelijk maken dat niet alleen schrijven een kunst is, maar dat ook lezen een kunst is. En hoe meer mensen die kunst beheersen, hoe beter. Er komen nu zelfs leerkrachten naar me toe die me vertellen dat de manier waarop ik het uitleg helpt. Het boek is helemaal niet geschreven voor leerlingen – er zijn al genoeg fantastische instanties die het lezen bevorderen onder jongeren. Dus misschien komt er ooit een jongerenvariant van Hoe lees ik? met voor hen geschiktere voorbeelden.'

Ook boekverkopers raden het elkaar aan om te lezen.
'Anthoni Fierloos van Het Paard van Troje in Goes zei: het is huiswerk voor elke boekverkoper. Ik hoorde van andere boekhandelaren dat hun personeel het moest lezen, zodat ze hun klanten beter kunnen uitleggen waarom een boek literair interessant is.'

Vind je dat zelf ook?
'Ja. Het is goed als een boekverkoper kan zeggen: let eens op hoe dit boek is opgebouwd. Of: kijk, dit detail heeft een functie, het maakt het boek interessanter.'

Is het alleen goed voor een beter gesprek met de klant? Of heeft een boekverkoper die zich schoolt in de kunst van het lezen daar ook commercieel voordeel bij?
'Ingewikkelde literatuur verkoopt steeds minder. Er verschijnt steeds minder vertaalde literatuur. Als oud-uitgeefster weet ik dat als geen ander. Als een boekverkoper – en in Nederland hebben we de ongelofelijke luxe van heel veel goede boekverkopers, die zelf echt lezen – kan uitleggen waarom ingewikkelde literatuur waarin ogenschijnlijk niets gebeurt toch de moeite waard is, vinden ze daar lezers voor. Dat is de toegevoegde waarde van een boekhandel ten opzichte van anonieme internetboekhandels.'

Daarnaast leidt het succes van je boek tot verkoop van de vele voorbeelden die je in je boek geeft. Ik zag Het kleine meisje van meneer Linh van Philippe Claudel opduiken in de Boekwinkeltjes-top 10 van meest verkochte tweedehandse boeken.
'Ik verzwijg expres de crux van dit boek. Dan denken lezers tóch: argh, wat is nu precies het geheim van meneer Linh!? En dan gaan ze het lezen. Dat is de bedoeling van Hoe lees ik? Vlak voor ik begon bij Kooyker haalde Willeke [van der Meer] nog snel alle genoemde voorbeelden uit de kast. Dan zie je toch dat allemaal wordt verkocht: Japin, Grøndahl, Barnes, Ferrante. Boekhandel Blokker heeft zelfs een hele tafel gevuld met alle voorbeelden. Dat werkt.'

En dan is er belangstelling uit het buitenland, begrijp ik.
'Daar had ik helemaal geen rekening mee gehouden: belangstelling van agenten. Eerst kwam er een uit Zweden. Toen uit Canada, Duitsland, Afrika, Italië. Zij willen kijken of ze het boek in hun land, met enkele aanpassingen, kwijt kunnen. Ik gebruik weliswaar veel internationale voorbeelden, maar een auteur als Grøndahl blijkt toch minder te zijn vertaald dan ik dacht.'

Heb je bij alle drukte nog wel tijd om te lezen?
'Dat heb ik weer opgepakt. Het zal toch niet zo zijn, dacht ik, dat ik geen vaste baan meer heb en dan geen tijd overhou om te lezen. Ik wil ook lezen om wat ik doe in mijn boek een vervolg op regelmatige basis te kunnen geven – in een tweewekelijks blog, leesclubachtig iets of wat dan ook. Daarom ben ik begonnen in De kat van Takashi Hiraide. Iemand had het mij aanbevolen, ik hou van katten en mijn kat is net overleden, dus ik dacht: ik begin met die. En wat doet hij? Hij begint met twee pagina's beschrijving van een gaatje in een houten schutting. Dat is lef. Maar ook intrigerend: want waarom moet ik die beschrijving lezen? Dat zou ik in zo'n blog of wat het ook wordt graag uitleggen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 2 okt)

Zie ook:

zondag 9 oktober 2016

Boekhandel Ko van Leest voorgoed gesloten (Boekblad)

Boekhandel Ko van Leest in Amsterdam gaat nooit meer open. De gezondheid van de inmiddels 89-jarige boekverkoper laat dat niet meer toe. Hiermee komt een eind aan een carrière in het boekenvak van maar liefst zeventig jaar.

Het laatste decennium was de boekhandel in de Banstraat, op een steenworp afstand van het Concertgebouw, alleen nog sporadisch geopend. Van Leest was hooguit enkele uren per dag in de winkel aanwezig. De deur hield hij op slot. Eigenlijk verkocht hij alleen nog op afspraak boeken aan vaste klanten, onder wie opmerkelijk veel psychiaters. Dat waren uitsluitend genres die hem na aan het hart lagen, zoals poëzie, Duitse en Franse literatuur uit het interbellum, de Russische Bibliotheek.
Van Leest was vermoedelijk de oudste nog actieve boekhandelaar van Nederland. De tekst op de etalage – 'Boekverkoper sinds 1946' – verwijst naar zijn entree in het boekenvak, toen hij als achttienjarige begon bij boekhandel Van Witsen in Rotterdam. Na dienstverbanden bij Van Gelderen, AKO en Athenaeum bezat Van Leest sinds 1 februari 1970 zijn eigen boekhandel. Sinds medio jaren zeventig woonde hij ook boven de winkel.
Van Leest maakte naam als bedrijfsleider van de AKO in de Reguliersbreestraat, waar hij – ongebruikelijk voor die tijd – boeken en tijdschriften in kisten op de stoep zette. Hij werd daarop door Johan Polak gevraagd het Athenaeum Nieuwscentrum op te zetten, waar hij niet alleen hetzelfde trucje herhaalde maar de kranten- en tijdschriftenwinkel omvormde tot journalistiek trefpunt. Hij deed dat onder andere door het radioprogramma Vara’s Spitsuur live in de winkel te laten opnemen.
In die jaren bouwde Van Leest een grote bekendheid in Amsterdam op, mede doordat hij zelf ook boeken besprak op radio en tv en commentaar gaf op actuele gebeurtenissen. Tot op het laatst werd hij op zijn tochten door de stad door tallozen begroet. Ook verwierf hij de reputatie beter dan de klant zelf te weten wat die wilde lezen. Kwam iemand voor boek x, dan liet hij hem niet gaan voor hij met y of z naar huis ging.
Maar toen had Van Leest al zijn eigen winkel. In het pand zat sinds de jaren 1930 een boekhandel. Tot 1966 was dat Van Doorn & Beemsterboer, toen Johan Polak de winkel overnam en er het derde filiaal van Athenaeum Boekhandel van maakte. Het personeel dat hij er aanvankelijk inzette, maakte er een rommeltje van. De bedrijfsleider die daarna kwam, kreeg ruzie met Polak. Daarop nam Van Leest de winkel over.
De boekhandel in de Banstraat was een buitenkansje. De huur voor winkel en woning was en bleef, onder opeenvolgende eigenaren, bijzonder gunstig. Van Leest, die geen gezin had en van nature zuinig leefde, kon het zich daarom permitteren zich te beperken tot zijn geliefdste genres. De winkel groeide zo uit tot een literair trefpunt voor de buurt, waar geregeld boekpresentaties plaatsvonden, zoals in 2002 voor het befaamde Totaal witte kamer van Gerrit Kouwenaar.
Tot Van Leest afgelopen zomer naar nu blijkt voor het laatst de deur van zijn boekhandel heeft geopend.

(Met medewerking van Karla Reiss / Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 5 okt)

Zie ook:

vrijdag 7 oktober 2016

Interview: Rian Visser over het succes van haar digibordlessen (Boekblad)

Hoe ervaren schrijvers boekhandels, uitgevers en de boekenvakorganisaties? In de rubriek 'Schrijvers & het boekenvak' Rian Visser, die voor de Kinderboekenweek een gratis digibordles voor Het Poëziepaleis heeft gemaakt. Ze legt uit waarom haar digibordlessen succesvoller zijn dan die van uitgeverijen.

Rian Visser (1966) – twintig jaar schrijver, tachtig boeken op haar naam – heeft een enorm bereik met de digibordlessen die ze gratis ter beschikking stelt aan leerkrachten. Sommige van de circa dertig die ze er in zeven jaar heeft gemaakt zijn al meer dan 25.000 keer gedownload. De digibordlessen zijn vaak gebaseerd op haar eigen boeken, maar niet altijd. Met name in de lessen die ze jaarlijks maakt naar aanleiding van het Kinderboekenweekthema brengt ze ook werk van collega's onder de aandacht.

Waarom begon u in 2009 met het maken van digibordlessen?
'Op scholen werd mij vaak gevraagd hoe een prentenboek wordt gemaakt. Daar had ik een presentatie van gemaakt. Een heel gedoe. Je moet zorgen dat er een beamer is, om maar wat te noemen. In die tijd kwamen digiborden op. Daarop kon ik de presentatie wél makkelijk laten zien. Maar toen ik die maakte, dacht ik: een leerkracht kan die ook laten zien zonder dat ik erbij ben. Ik heb dan wel geen inkomsten voor mijn optreden, maar – dacht ik – het zou goed als marketinginstrument kunnen werken. Die eerste digibordles werd, via een portal waarop leerkrachten lesmateriaal delen, gelijk 10.000 keer gedownload. Dat moest ik dus vaker doen.'

Wat is het geheim van het succes?
'De digibordlessen zijn heel visueel en enthousiasmerend. En belangrijk: ze geven leerkrachten de kans om zich sterker te voelen om daadwerkelijk les te geven over boeken. Een gewone lesbrief, zoals veel uitgeverijen die maken, is een A4-tje met voornamelijk in tekst uitleg wat een leerkracht moet doen. Ik geef ze iets leuks dat ze onmiddellijk in de klas kunnen gebruiken en dat hen tegelijk de ruimte geeft om de les zelf in te vullen zoals ze willen, ook afhankelijk van de groep waarvoor ze staan. Ik vergelijk het met de reclamespreuk van Maggi vroeger: 'een beetje van Maggi, een beetje van jezelf'.'

De gratis lessen zijn meer dan reclame voor uw eigen werk?
'Absoluut. Je moet het onderwijs echt iets geven waar ze wat aan hebben. Ik heb naar aanleiding van mijn boek Blitz!, waarin het ook over ruimtekunst gaat, een les gemaakt over het maken van kunst van kosteloos materiaal. Ik heb een boek geschreven waarin een Minecraft-achtig spel een rol speelt en kinderen zelf een gebouw ontwerpen. Daar volgde een les uit over de techniek van de toekomst. Zo is het boek steeds alleen maar de aanleiding.'

Wat levert het u als schrijver dan op?
'In ieder geval veel optredens. Ik ben tijdens de komende Kinderboekenweek volgeboekt. Daar haal ik ook inkomsten uit. En naamsbekendheid. Na mijn eerste digibordles werd ik opeens binnengehaald met: "O, u bent de schrijver van Nippertje". Ik heb ook enorm veel mailadressen van leerkrachten. Zij mogen de les zonder registratie downloaden, anders wordt het te ingewikkeld. Maar ik bied altijd iets extra's aan dat ze alleen kunnen krijgen als ze er per mail om vragen. Zo heb ik 10.000 mailadressen, naar wie ik een nieuwsbrief stuur – met informatie over mijn boeken, maar ook over andere auteurs en leesbevorderingsnieuws. Wat levert dat op? Mijn verkoop is goed. Ik word niet minder uitgeleend in de bibliotheek, terwijl al mijn collega's klagen over een enorme terugloop. En uitgevers willen mijn werk publiceren omdat ze weten dat ik er een les bij maak en zelf zo veel aan publiciteit doe.'

Waarom geeft u uw boeken niet ook zelf uit?
'O, nee! Ik heb ooit een account gehad bij CB voor de verkoop van e-boeken en POD. Dat is zo'n gigantische administratie. Dan moet je zorgen voor redactie, verspreiding naar de boekhandel, een royalty-administratie voor de illustratoren waarmee ik werk. Dat wil ik allemaal niet. Daarom verkoop ik alleen nog e-boeken via de iBook Store en prentenboek apps via de App Store en Google Play. Via mijn website heb ik voor de verkoop van mijn boeken een partnership met boekhandel Roodbeen.'

U krijgt wel een hogere royalty van de uitgeverij omdat u zelf de pr doet?
'Was dat maar zo, dat zou ik redelijk vinden. Maar dat gebeurt niet. Ik krijg vijf procent, net als de illustrator. Ik heb wel gemerkt dat het marketingbudget van uitgeverijen grotendeels gespendeerd wordt aan boeken die al succesvol zijn of een prijs hebben gekregen. Dat is ook een reden waarom ik digibordlessen ben gaan maken. De eerste tien jaar van mijn schrijverschap hoopte ik op een prijs, goede recensies, het aanbod om het Kinderboekenweekgeschenk te maken. Maar mijn boeken worden door jury's en recensenten blijkbaar niet bijzonder genoeg gevonden om eruit te lichten. De Kinderjury is ook lastig, omdat mijn werk zich richt op de jongste groep lezers. Die stemmen niet voor de Kinderjury. Door de lessen kan ik nu rechtstreeks met leerkrachten communiceren en heb ik prijzen en recensies niet nodig. De uitgevers steunen mij daarbij wel, door bijvoorbeeld de redactie van de digibordlessen te doen en mee te helpen met de verspreiding ervan.'

Maken uitgevers inmiddels ook zelf digibordlessen?
'Clavis doet best veel. Zij trekken er zelfs leerkrachten voor aan en werken nauw samen met de Kleuteruniversiteit, die heel veel betaalde digitale lessen maakt. Gottmer ook wel. Zwijsen doet heel veel. Ik denk wel dat zij minder hoge downloadcijfers hebben. Het is voor hen toch moeilijker.'

O ja, waarom?
'Wat ik doe kost veel tijd en geduld. In januari begin ik met een digibordles over de Kinderboekenweek. In mei is die pas af. Zonder die inspanning krijg je ongeïnspireerde ideeën zoals een memoryspel. Dat kun je helemaal niet klassikaal doen. En dan moet je jaar na jaar expertise opbouwen en contact onderhouden met leerkrachten. Ik ben daar heel veel tijd aan kwijt – alle leerkrachten die materiaal opvragen mail ik het liefst persoonlijk terug. Dat lukt alleen als je daar veel plezier in hebt. Als marketingtrucje werkt het niet. Bovendien beleven leerkrachten een les van een schrijver anders dan die van een uitgever. Dan wordt het eerder als commercieel product met een bijbedoeling gezien. Uitgevers zouden wel meer kunnen doen door hun schrijvers te motiveren zelf dergelijke lessen te maken. Ik zie dat ook meer schrijvers doen. Jozua Douglas maakt bijvoorbeeld veel video’s over zijn boeken.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 29 sep) 

donderdag 6 oktober 2016

Wil ik weten wie Elena Ferrante is?

Het antwoord op die vraag is: nee. Het is mooi dat er in deze tijd, waarin iedere auteur wordt aangeraden zich zo veel mogelijk op social media te roeren om een fanbase op te bouwen, ook schrijvers zijn die daar radicaal mee breken. En dat zeg ik terwijl ik mijn inkomen voor deel verdien door de noodzaak van schrijvers om op alle mogelijke manieren de openbaarheid te zoeken.
Een Italiaanse krant, las ik, vindt haar anonimiteit een geslepen marketingtruc: zó onbekend zijn dat de lezers zich daarom tot haar werk aangetrokken voelen. Maar zelfs als dat waar is, blijft het mooi dat Elena Ferrante uitsluitend haar werk in de spotlights zet. Daar gaat het immers om.

Ik vind het bewijs van de Italiaanse journalist Claudio Gatti overtuigend. Andrea Raja zal de schrijfster achter Elena Ferrante zijn. Hij dolf via een anonieme bron de betalingen van de uitgeverij op. Niemand kreeg zo veel geld van Edizione e/o als Raja. Niemand zag haar inkomsten zo stijgen als zij toen Ferrante eerst een nationaal en daarna een internationaal succes werd. Dat kan inderdaad niet worden verklaard uit Raja's officiële werkzaamheden voor de uitgeverij.
Maar ik ben het niet met Gatti eens dat ik als lezer het recht heb te weten wie Ferrante is. Waarom zou ik? Hij beweert dat ze in een boek met autobiografische geschriften, met onder andere e-mailinterviews die ze heeft gegeven, leugens als non-fictie heeft verkocht. Maar waarom is dat erg? Waarom mag Raja de schijnbaar zo autobiografische romans niet presenteren als precies dat: autobiografisch? Welke wet overtreedt ze daarmee? Welk hoger belang schaadt ze?

Zelf heb ik van Ferrante alleen de drie inmiddels in het Nederlands verschenen delen van de Napolitaanse tetralogie gelezen. Die zijn zo intiem dat ik de indruk kreeg dat een auteur zijn diepste zielenroerselen blootgaf, zoals ik hier schreef. En toch heb ik die altijd beschouwd als fictie. Immers: als het boek werkelijk autobiografisch was, zou het doodsimpel zijn om te achterhalen wie de boeken heeft geschreven. Dan zou niet al jaren worden gespeculeerd over de identiteit van Ferrante. Maar wat maakt het uit? Autobiografisch of totaal verzonnen, de leeservaring dat een intieme stem tegen mij, en tegen mij alleen, alles opbiecht wat belangrijk voor haar is, blijft hetzelfde.
Ik kijk dan ook zeer uit naar verschijnen van deel 4. Nog een paar nachtjes slapen.

Zie ook:

woensdag 5 oktober 2016

Hanya Yanagihara: de lezer als 'zij'

Iedereen weet: de overweldigende meerderheid van lezers is vrouw. Toch is lezer een mannelijk woord. Je verwijst naar 'lezer' met 'hij'. Ook in het Engels. Maar Hanya Yanagihara – gisteren tijdens een openbaar interview op het onvolprezen Borderkitchen – sprak consequent over de lezer als 'zij'.
Waarom? De interviewer (die eerder zijn vragenlijstje afwerkte dan echt naar haar te luisteren) zei er niets over, daarom vroeg ik er na afloop van het gesprek zelf naar. Omdat ik zelf de lezer ben, zei ze. Maar had de schrijfster, gewend als ze is om de taal te modelleren naar haar wereldbeeld, zichzelf dan op enig punt moeten dwingen over te stappen van 'hij' naar 'zij'? Nee hoor, ze deed het altijd al. En de [Amerikaanse] president zou ze binnenkort ook een 'zij' noemen.
Het was een zelfverzekerde reactie die paste bij Yanagihara's sterke persoonlijkheid. Daar getuigde haar weigering van om voor te lezen uit haar roman. Voorlezen was niet haar talent. Maar dan kunnen we het ritme van de schrijver zelf horen, probeerde de interviewer nog. Nee, zij had geen ritme. Ze wilde niet, ze ging het niet doen.
Het sprak nog meer uit wat ze vertelde over het omslagbeeld. Ze had blijkbaar slechts een bescheiden voorschot gekregen van Doubleday. Maar in plaats van blij te zijn dat ten minste iemand haar boek wilde publiceren, dreigde ze maandenlang het terug te trekken als de foto van Peter Hujar niet op het omslag kwam. Net zo lang tot de uitgeverij toegaf. En daarna bij de vertaalrechten hetzelfde verhaal: alleen als de Orgasmic man op het omslag kwam, waren de rechten te koop.
Voor Yanagihara geeft de foto goed de sfeer van het boek weer, omdat je niet ziet of de man pijn lijdt of genot beleeft, maar hoe dan ook een intens moment doormaakt. Dat alle uitgevers het een vreselijke foto vinden die de verkoop bepaald niet zou bevorderen, kon haar niets schelen.

zondag 2 oktober 2016

Des romans français: 'Journal d’un vampire en pyjama' van Mathias Malzieu

Mathias Malzieu, zanger van de Franse rockgroep Dionysos, beschrijft in dit autobiografisch werk op een innemende en humoristische manier zijn gevecht om in leven te blijven. Hij moet een beenmergtransplantatie ondergaan, maar voordat er een donor gevonden is, moet men op zoek naar ‘gezond’ bloed, vandaar de titel van zijn boek: Vampire en pyjama. Een lieve en ongevaarlijke vampier, overgeleverd aan artsen en verpleegsters en de goedgevigheid van bloeddonors.

Aan zijn hectische leven als zanger, die zich tijdens concerten graag in het publiek stort en zich vol adrenaline overgeeft aan de muziek, komt abrupt een einde als bij een bloedonderzoek blijkt dat hij te weinig zuurstof in zijn bloed heeft en een te lage hoeveelheid bloedplaatjes, die bij bloedingen voor stolling zorgen. Als hij de uitslag thuis hoort, moet hij direct per ambulance naar het ziekenhuis. De vitale veertiger die zich liever op zijn skatebord door Parijs begeeft, wordt zittend afgevoerd. Zijn beenmerg moet onderzocht worden om de oorzaak te vinden.
Het is het begin van een ruim een jaar vol ziekenhuisbezoeken, chemobehandelingen en onderzoeken waarbij hij steeds meer geïsoleerd raakt en het leven aan zich voorbij ziet trekken zonder er zelf aan deel te nemen. Zijn ukelele, kleine rode piano en zijn skatebord wijken niet van zijn zijde. Zelfs in de steriele kamer waar hij vele weken doorbrengt, zijn ze bij hem. Rosy, zijn vriendin, mag hem daar alleen gemaskerd bezoeken en hem niet aanraken. Ze is zijn steun en toeverlaat en laat zich niet uit het veld slaan, zelfs als hij kaal en als een oud kind in zijn Spidermanpyjama in een ziekenhuisbed ligt.

Les yeux de Rosy n’ont pas bougé un iota. Elle obtient son diplôme d’amourologie avec les félicitations du jury.

De naam van zijn rockgroep, Dionysos, koppelt hij op gevatte wijze aan zijn situatie. Dionysos werd twee keer geboren, eerst uit zijn overleden moeder Semele en omdat hij nog niet volgroeid was vervolgens uit het dijbeen van zijn vader Zeus. Ook Malzieu voelt zich twee keer geboren. Hij heeft er een nieuwe moeder bij, de donor van het beenmerg. Hij kent haar niet, maar geeft aan dat wel te willen. Om iets terug te doen, al beseft hij dat wat zij hem gegeven heeft onbetaalbaar is.
In een van de eerste weken krijgt hij ’s nacht bezoek van Dame Oclès. Pas toen ik naar het gelijknamige nummer van Dionysos luisterde, viel het kwartje. Deze Vrouwe Damokles achtervolgt Malzieu. Ze trekt aan hem, zegt dat hij het niet zal halen, en wanner hij vlak na de transplantatie uit bed valt en zelfs even van de wereld is, met bijna catastrofale gevolgen, zegt ze dat haar zwaard in zijn hoofd zit. Een mooie vondst, zowel in naam als personage.
Wanneer hij bloed toegediend krijgt van een van de nymphirmières, zoals hij de verpleegsters noemt, en hij voelt dat het zal helpen, geeft hij dat gevoelig en tegelijkertijd lichtvoetig weer:

J’ai l’impression que le sang vient directement de sons sourire. J’ai envie de la prendre dans mes bras et de l’empêcher de quitter la chambre. Une joie profonde se diffuse en moi avec une telle intensité que je sens venir les larmes, mais je ne veux pas chialer devant l’infirmière avec mon T-shirt Spiderman et tout.

Malzieu speelt met taal, is een dichter die weet wat woorden kunnen doen. Hoewel er veel medische termen worden gebruikt om alle onderzoeken en uitkomsten daarvan de beschrijven, is het verhaal verre van een medisch verlag van iemand die in het ziekenhuis ligt. Journal d’un vampire en pyjama  is opgebouwd uit dagboekfragmenten met steeds een eigen, vaak poëtische titel. Soms worden er weken overgeslagen, dan weer volgen we Malzieu op de voet. Hij verweeft hij de gebeurtenissen met zijn gedachten, vertwijfelingen, rake observaties en toekomstdromen. Een prachtig boek over hoe delicaat en waardevol het leven is.


Arjen van Meijgaard

zaterdag 1 oktober 2016

Storytel lanceert Storytel Originals in serie-vorm (Boekblad)

Storytel komt eind oktober met de eerste Storytel Originals. De exclusief voor het audioboekenplatform geschreven verhalen worden in serievorm online gezet.

Storytel zet om de week een serie, met een wisselend aantal afleveringen van veertig tot zestig minuten, in zijn geheel online. De eerste series zijn geschreven door Martyn van Beek, Patricia Snel, Inge Ipenburg en Dick van den Heuvel en worden voorgelezen door onder andere Hanna Verboom. Storytel vertaalt daarnaast series uit Zweden, waar Storytel Original afgelopen zomer is geïntroduceerd. De eerste vertaalde serie die nu wordt aangekondigd is van Christian Holmqvist. De bedoeling is om daarna ongeveer eens per twee weken nieuwe series te blijven lanceren.
Volgens uitgever Robbert Hak van Storytel is zijn de 'audio first'-series een logische stap in de ontwikkeling van het bedrijf. 'We zijn begonnen als distributeur van bestaande content. Sinds een paar jaar produceren we zelf audioboeken. Abonnees willen constant uit kunnen kijken naar hun volgende boek en als we dat niet snel genoeg kunnen inkopen, moeten we het zelf maken. En nu gaan we dus ook originele content ontwikkelen.'
Dat heeft volgens Hak het grote voordeel dat de teksten niet in de eerste plaats zijn geschreven om te worden gelezen met de ogen, maar om te worden beluisterd. Auteurs kunnen andere, beter voor het medium geschikte verhalen schrijven. 'En dan kiezen we voor de serievorm omdat die goed aansluit bij de manier waarop mensen Storytel gebruiken: vaak terwijl ze met iets anders bezig zijn of op vaste momenten, zoals onderweg van en naar werk. Daar passen kortere teksten bij.'
Met het platform gaat het ondertussen 'heel goed', aldus Hak die geen specifieke cijfers kan geven nu Storytel beursgenoteerd is. 'We zijn zeker tevreden. Nederland is in vergelijking met Scandinavië nog steeds een jonge, ontwikkelende markt. Audioboeken zijn hier nog lang niet zo gemeengoed als in Zweden en Denemarken. Maar het wordt elke dag beter, ook omdat meer uitgevers zelf zijn begonnen met produceren, zoals AW Bruna en VBK uitgevers. Huidpijn van Saskia Noort verscheen bijvoorbeeld tegelijk als audioboek. Dat helpt ons enorm.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 27 sep)

Zie ook: